VRIJESCHOOL – De ochtendspreuk (3)

.

DE OCHTENDSPREUK

Over het dagelijkse begin van de ochtend op de vrijeschool

Toen zoiets eigenlijk al niet meer gebruikelijk was, liet onze leraar Duits, als hij ’s morgens met lesgeven begon en ons begroet had, door de klassenvertegenwoordiger een liedboek uit de kast halen en las ons daaruit een of twee coupletten voor.
Wij, leerlingen, voelden ons er niet helemaal prettig onder, want aan de ene kant hadden wij niet veel op met vrome spreuken, aan de andere kant was het opmerkelijk met wat voor trouw deze leraar aan de oude waarden hing.
Spoedig daarna werd echter een gescandeerd, in koor gesproken ‘Heil Hitler’ verplicht.
Daar moest ik aan denken toen ik veertig jaar geleden voor de eerste keer de ochtendspreuk in de vrijeschool hoorde.

Daar stonden zestig eersteklassertjes en zij spraken met een kinderlijke openheid samen met hun leerkracht van wie de sonore stem het koor van de heldere stemmen liefdevol droeg:

‘Het liefdelicht der zon,
Verheldert mij de dag;
De geestesmacht der ziel,
Geeft kracht aan hand en voet;
In de lichtglans van de zon
Vereer ik diep, o God,
De mensenkracht, die Gij
In mijn ziel
Vol goedheid hebt geplant,
Opdat ik ijverig werken
En gretig leren kan.
Van U stamt licht en kracht,
Tot U strome liefde en dank.

Het raakte mij heel diep en in een paar tellen opende zich voor mij een heel nieuwe wereld. Wat was dat voor een school waarin aan het begin van het dagelijkse lesgeven het accent werd gelegd op zo iets groots omvattends, op zo’n tere, intieme manier.

Toen mocht ik – het was tijdens mijn studie in het verwoeste na-oorlogse Hamburg – een tijdlang hospiteren op de Wandsbekerschool.
Later heb ik op de Rensburgerschool meer dan dertig jaar met de leerlingen de ochtendspreuk gezegd die Rudolf Steiner voor de midden- en bovenbouw heeft gegeven.*  [1]

Hoe niet-menselijk is het wel niet – dat kwam zo uit het verleden bij me op – om de les zonder enige overgang te beginnen: ‘Goede morgen! – Ga zitten! – Schriften!’
En aansluitend op de ochtendspreuk volgt meestal nog het ‘ritmische deel’ van het onderwijs, waarin aan een gedicht of aan een prozatekst reciterend gewerkt wordt. Teksten die, wat mijn vakken betreft, uit de leerstof voor Duits of een geschiedenisperiode werden genomen.
Ik heb me steeds weer afgevraagd hoe het voor Rudolf Steiner mogelijk was, een spreuk te formuleren die de wijdheid van de buitenwereld en ook de ziel van de mens omvat en die ondanks het op een gebed lijkende laatste deel ook door de halfvolwassenen, door de vaak zo respectloos lijkende negen- en tiendeklassers, innerlijk aanvaard en bereidwillig meegesproken kan worden.

Iedere klas die met het 9e schooljaar* in de bovenbouw komt, brengt uit de tijd dat die nog een klassenleraar had, een eigen manier van de spreuk zeggen met zich mee: enigszins vlug of vergelijkenderwijs langzaam gesproken, de cesuren op een andere plaats of de woorden met verschillend accent. Ik heb nooit op een of andere manier ingegrepen om bepaalde plaatsen of de totale ductus te ‘verbeteren’; aan de ochtendspreuk kom je niet! Met de spraakoefeningen en de strofen van gedichten heb je meer dan genoeg mogelijkheden te oefenen aan een fijnzinniger beleven van klanken en een adequaat en precies vormgeven van bepaalde regels; daardoor kan er langzamerhand een vanzelfsprekende verandering plaatsvinden van hoe de klas de ochtendspreuk zegt en dan kan er op den duur een vorm ontstaan die nog beter bij de inhoud past.

De spreuk voor de midden- en bovenbouw* (dus voor de 5e t/m 12e klas) luidt:

Ik zie rond in de wereld;
Waarin de zon haar licht zendt,
Waarin de sterren fonkelen;
Waarin de stenen rusten,
De planten levend groeien,
De dieren voelend leven,
Waarin de mens bezield
De geest een woning geeft;
Ik schouw diep in de ziel,
Die binnen in mij leeft.
De godesgeest, hij weeft
In zon- en zielelicht,
In wereldruimten, buiten,
In zielediepten, binnen
Tot u, o godesgeest,
Wil ik mij vragend wenden,
Dat kracht en zegening
Voor leren en voor arbeid
Tot wasdom moge komen.

Het eerste deel van de spreuk heeft als blikrichting de buitenwereld: ‘Ik zie rond in de wereld…’
Dag en nacht, sterren en stenen, planten en dieren en de mens worden genoemd. Daarmee wordt kort maar krachtig uitgesproken wat er gedurende de schooltijd in de vakken als leerstof behandeld wordt.
Het is een duidelijk omschreven doel van de vrijeschool om aan de kinderen die haar toevertrouwd worden niet op een eenzijdige manier les te geven, maar les te geven en op te voeden met begrip voor de mens, wat lichaam, ziel en geest van de wordende mens omvat; en dus hoeft het niet vreemd te zijn wanneer de mens hier als ‘bezield’ wezen wordt gekwalificeerd, voor wie de belangrijkste opgave in het leven is te leren beseffen wie hij is.

In het tweede deel wordt de blik op het innerlijk gericht: ‘Ik kijk diep in de ziel….’**. Maar met een eerste verwondering kun je je afvragen, waarom er niet net zo sprake is van de rijkdom van het menselijk innerlijk als er even te voren is bij de veelvuldige verschijnselen van de buitenwereld. Er staat alleen maar: ‘Ik kijk diep in de ziel die binnen in mij leeft’. Je kan hier heel duidelijk zien, met wat voor stelligheid de leraar die voor de leerlingen staat, hen innerlijk vrijlaat.

‘De waarde van de mens is onaantastbaar’***; deze zin geldt ook al voor het hele persoonlijke zielenleven van het kind en het hoort bij de belangrijkste basisregels van de pedagogie van Rudolf Steiner, dat alle opvoeding – ook die van het kind – uiteindelijk alleen maar zelfopvoeding kan zijn. In geen enkel opzicht – ook niet met de beste bedoelingen – mag er in de kern van de opgroeiende mens worden ingegrepen.
In de vier volgende regels wordt er gezegd dat er in het universum en in de mensenziel iets goddelijks – geestelijks leeft. Want de aarde is geen ‘zandkorrel’ in een lege wereldruimte en de mens op deze aarde is geen ‘naakte aap’ die zijn bestaan dankt aan toevallige veranderingen in de stoffen van zijn lichamelijke organisatie.

De godesgeest, hij weeft
In zon- en zielelicht,
In wereldruimten, buiten,
In zielediepten, binnen [2]

Dit inzicht is overeenkomstig het antroposofisch mens- en wereldbeeld; tegelijkertijd is het echter ook een heel algemeen geldige opvatting, wanneer het gevoel van de eigen identiteit niet eenzijdig materialistisch versmald wordt.

Vanaf het begin is het een duidelijk uitgesproken doel van de vrijeschool in het kind krachten van verering tot ontwikkeling te brengen en te verzorgen. Al het onderwijs moet door een religieus element gedragen worden, omdat in de wereld en in de verschijnselen van de wereld en in de mens zelf het goddelijke werkzaam is, zoals Wilhelm Meister al te horen krijgt van de leider van “Pedagogische Provincie, wanneer hij zijn zoon Felix daar afstaat om opgevoed te worden. En Schillers roep. Dat ‘er een God is, een heilige wil leeft’ [4] heeft niets aan geldigheid verloren, hoewel de waarheid ervan ondertussen steeds opnieuw betwijfeld wordt en op een eenzijdige natuurwetenschappelijke manier van denken nadrukkelijk geprobeerd wordt te weerleggen.

In de ochtendspreuk voor de lagere klassen staat:

In de lichtglans van de zon
Vereer ik diep, o God,
De mensenkracht, die Gij
In mijn ziel
Vol goedheid hebt geplant,

Wie zich enerzijds het nog kinderlijk-open levensgevoel van de kleine kinderen realiseert en zich aan de andere kant verplaatst in de veranderde ziel- en bewustzijnstoestand van de jongere zal de juistheid begrijpen van dat in de eerste spreuk het goddelijke meteen als ‘God’ en het heel persoonlijke met ‘gij’ aangesproken wordt, terwijl in de tweede spreuk de heilige naam wat verhullend ‘godesgeest’ genoemd wordt, wat echter niet minder persoonlijk bedoeld is, want er staat: ‘Tot u, o godesgeest [Duits: tot jou (Dir).

Rudolf Steiner heeft eens uitgesproken dat het atheïsme eigenlijk als een soort afwijking beschouwd moet worden, want de gezonde ziel heeft een heel natuurlijk verlangen naar de verering van het goddelijke dat door de wereld gaat. Als je je deze opvatting eigen kan maken, dan wil je als opvoeder natuurlijk niets liever dan de kinderen behoeden voor zo’n afwijking.

Misschien hoef je het zelf helemaal niet ervaren te hebben om je levendig te kunnen voorstellen, wat voor innerlijke kracht – weliswaar niet te wegen, maar zeer zeker werkend – in het onderwijs kan stromen, wanneer leerkracht en leerling met de laatste regel van de spreuk om ‘kracht en zegen’ vragen om op een juiste manier te kunnen leren en werken.
.

Reinhart Fiedler, Erziehungskunst jrg.54, 09-1990 

[1] Zie ook De ochtendspreuk (2)

[2] De geïnteresseerde lezer zij er op gewezen dat de regel ‘wil ik mij vragend wenden’  hier staat zoals in de Wahrspruchworte GA 40. De schrijver is ervan overtuigd dat bij een zorgvuldige beschowuing van de tekst en het handschrift deze regel niet anders kan zijn. (GA 300A heeft ‘will ich bittend mich wenden’ – voor het Nederlands is dit niet van belang)

[3] Goethe: Wilhelm Meisters Wanderjahre 2e boek, 1e hfdst.

[4] Schiler: Die Worte des Glaubens
*In het Duits en Nederlands zijn deze termen niet gelijk: middenbouw is in het Duits klas 5 t/m 8; onderbouw 1 t/m 4; (soms 1 t/m 8) bovenbouw 9 t/m 12; in Nederland is de onderbouw klaa 1 t/m 6; middenbouw klas 7 en 8 – de eerste 2 jaar van de middelbare school; bovenbouw klas 9 t/m 12 ofwel de rest van de middelbare school.

**Kijken in de ziel.  (  ) praten over zichzelf

***Artikel 1 van de Duitse grondwet luidt als volgt: “(1) De waarde van de mens is onaantastbaar. Haar te respecteren en te beschermen is verplichting van alle .(  )

Rudolf Steiner over de ochtendspreuk

‘ritmisch deel’: bewegend deel

spraakvorming: alle spraakoefeningen

.

1295

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Het artikel 1 van de Duitse grondwet luidt als volgt: “(1) De waarde van de mens is onaantastbaar. Haar te respecteren en te beschermen is verplichting van alle .

https://nl.wiktionary.org/wiki/Artikel

2 Der interessierte Leser sei darauf aufmerksam gemacht, daß die Zeile »Will bittend ich mich wenden« hier so ffiedergegeben ist, ffie sie in den ersten Auflagen der >>Wahrspruchworte<< (GA 40) erschienen ist (1961). Der Verfasser ist davon überzeugt, daß bei sorgfältiger Betrachtung des Textes und der Handschrift diese Zeile nicht anders lauten kann.

Advertenties

5 Reacties op “VRIJESCHOOL – De ochtendspreuk (3)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Is de vrijeschool een antroposofische school? (3-4/1) | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: WAT VIND JE OP DEZE BLOG? | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: VRIJESCHOOL – Is de vrijeschool een antroposofische school? (3-4/2) | VRIJESCHOOL

  4. Pingback: WAT STAAT OP DEZE BLOG | VRIJESCHOOL

  5. Pingback: VRIJESCHOOL – Is de vrijeschool een antroposofische school? (3-4/3) | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s