Categorie archief: Uncategorized

VRIJESCHOOL – Kerstspelen (5)

.

ONZE KERSTSPELEN

In zijn boek “The bridge of San Luis Rey” vertelt Thornton Wilder van het instorten van een brug in Peru, 250 jaar geleden, waarbij vijf mensen, die zich juist op dat moment op die brug bevonden, omkwamen. Hij stelde zich de vraag, of men door een zich verdiepen in de levensloop van die verschillende mensen misschien zou kunnen gaan vermoeden of het slechts een toeval is, dat juist deze vijf mensen tezamen dit lot moesten treffen, of dat er een “bedoeling” te vinden zou zijn.

Zo kan het ook voorkomen dat bepaalde mensen op het laatste moment ervoor behoed worden, dat zij door de poort van de dood zouden gaan. Mensen, die oog in oog met de dood door een ongeval gestaan hebben, b.v. door verdrinking, of op een bergtocht en toch nog net door een “toeval” het leven behielden.

Of ook mensen die door een “toeval” zich net niet aan boord van een vliegtuig of in een bepaalde trein bevonden, hoewel zij dat wel van plan geweest waren en die daardoor aan een ramp ontkomen zijn.

Richtte Wilder zijn aandacht op het verleden van de betrokken mensen, zo is men in die andere gevallen geneigd zich juist in hun verdere toekomst te verdiepen. Wat speelt zich in het leven van die mensen verder af, waardoor men zou kunnen gaan vermoeden, wat de “bedoeling” van hun “toevallige” redding geweest zou kunnen zijn. Zij hebben, zou men kunnen zeggen, een nieuw leven gekregen en wat hebben zij ermee kunnen doen?

Zulke vragen kan men niet alleen stellen ten aanzien van het leven van mensen. Iets dergelijks heeft zich afgespeeld met de middeleeuwse kerstspelen uit Oberufer. Een taalgeleerde, Karl Julius Schröer, besteedde vrijwel zijn gehele leven aan de studie van het leven en de werken van Goethe. Maar gedurende een vrij korte tijd in zijn jonge jaren, toen hij leraar was aan een gymnasium in Presburg (Bratislava) had hij “toevallig” een grote belangstelling voor dialecten en in samenhang daarmee voor oude overgeleverde volkskunst. Hierdoor kwam hij in aanraking met oude kerstspelen, die al sinds eeuwen leefden op een eiland in de Donau in Hongarije, in het dorp Oberufer, waar de afstammelingen van eenvoudige Duitse boeren- landverhuizers sinds  ± 1600 leefden. Hij woonde in 1853 een opvoering bij en sprak na afloop lang met David Malatitsch. de ”leermeester goed” die het beheer had over alles, wat met de spelen te maken had.

Schröer had intuïtief een vermoeden, dat er ergens in het paradijsspel een lacune moest zijn ontstaan en bracht dit ter sprake. Aanvankelijk ontkende Malatitsch dit verontwaardigd, aangetast als hij zich voelde in zijn autoriteit en zijn deskundigheid door die geleerde stadsmensen.

Maar Schröer houdt vol en mopperend en tegenstribbelend begint Malatitsch toch in zijn geheugen te graven, en met horten en stoten, maar dan steeds vlotter, komen er tot zijn eigen stomme verbazing, regels omhoog, die hij sinds zijn jeugd, toen hij, nog bijna een kind, onder leiding van zijn vader de rol van Engel Gabriël gespeeld had, totaal vergeten was. Ze worden, dank zij Schröer, ongeveer dertig regels uit het tweegesprek tussen Godvader en Adam, vóór de schepping van Eva, aan de vergetelheid ontrukt, wellicht zou er op den duur nog meer verloren gegaan zijn. Maar nu worden de spelen als een drenkeling op het laatste ogenblik nog bij de haren van de verdrinkingsdood gered. En met welke bedoeling”?

In deze adventstijd van 1974 worden zij vele honderden malen opgevoerd in de meest uiteenlopende plaatsen over de hele aardbol verspreid. Zo is het al vele tientallen jaren en voor talloze duizenden mensen vormen zij een allerkostbaarst en onvervangbaar levensbezit.

Zo ging het echter niet ineens. Het ging als met de Steen van Rosetta, die eeuwenlang in totale vergetelheid ergens in Egypte gelegen had. Die toen door een toeval, tijdens een expeditie van Napoleon bij het slopen van een vesting tussen het puin gevonden werd. Daardoor kon, overigens nog na jaren van gissen en studie, het Egyptische hiëroglyfenschrift ontcijferd worden, en konden de mensen een nieuwe toegang vinden tot een rijkdom aan Egyptische cultuur, waarvan de kennis en het beleven zich over de gehele aardbol verspreidden.

Zo lag het boekje, dat Schröer over de kerstspelen gepubliceerd had, jarenlang vrijwel onopgemerkt op de stoffige planken van vele wetenschappelijke bibliotheken in Europa. Hij had dit met toestemming van David Malatitsch mogen uitgeven, ‘op voorwaarde dat de tekst van de spelen in Gotische letters gedrukt zou worden, en dat het recht van opvoering uitdrukkelijk aan de toestemming van hem, Malatitsch en zijn erfgenamen, gebonden zou zijn.’ Behalve de tekst bevat het een schat van bijzonderheden en aanwijzingen over spel, regie en spelers en o.a. ook interessante en uitgebreide vergelijkingen met andere min of meer bekende spelen. In Oberufer werden de spelen intussen af en toe, met tussenpozen van vier tot twaalf jaar, opgevoerd, maar niemand toonde er verder belangstelling voor en het was volmaakt stil om de spelen.

Eenmaal na 20 jaar, vond er in deze stilte een gebeurtenis plaats, die van belang was.
In de kersttijd van 1882 had Schröer, sinds lang professor, een gesprek met de student Rudolf Steiner. Tussen hen was een intieme band ontstaan van waardering en vererende bewondering. Met opvlammend enthousiasme vertelt Schröer van wat hij in Oberufer gehoord, gezien en beleefd had, en met het kostbare boekje geeft hij ook zijn liefdevolle bewondering voor de spelen aan Rudolf Steiner door. De stilte blijft echter onverbroken, tot dat, weer 28 jaar later, in 1910 onder regie van Rudolf Steiner in München een eerste opvoering plaats vond, op een zeer markant moment van zijn leven en werken.

En dan plaatst hij het geschenk van Schröer met zoveel zorg, liefde en kracht in de wereld, dat de oude spelen in een nieuwe stroom komen, die zich al spoedig steeds weer ging vertakken naar talloos vele plaatsen op de aardbol. En bij het tot standkomen van deze verbreiding hebben de “Vrije Scholen” een belangrijke rol gespeeld, omdat vooral voor kinderen het aanschouwen en het meebeleven van deze spelen van onschatbare betekenis kan zijn.

Wij leven in een tijdperk waarin de mensheid in overgrote meerderheid vergeten is, of nu meer kan beleven, dat de wereld, zoals wij die om ons heen waarnemen, de uitdrukking en tegelijk de openbaring is van een bovenzinnelijke wereld, en dat elk mens die onze aarde betreedt, afkomstig is uit een goddelijk-geestelijke wereld, die zijn ware vaderland is. Vooral kleine kinderen weten dit nog heel goed. Een zekere tijd lang hebben zij nog een herinnering aan de wereld, waaruit zij stammen, en kunnen zij veel daarvan als realiteiten beleven en ervaren, wat voor anderen niet meer zonder meer mogelijk is.

Het ‘orgaan’ dat zij daarvoor hebben, moet echter gevoed worden, wil het niet verschrompelen en verdorren en voorgoed verloren gaan. Dat voedsel kan niet daaruit bestaan, dat men er met de kinderen over zou spreken.

Maar beelden, die een uitdrukking en een openbaring zijn van de werkelijkheden, waar het hier om gaat, die zijn het waarachtige voedsel, dat de kinderen nodig hebben en met vreugdevolle herkenning in zich opnemen.

Die beelden zijn op talloze plaatsen te vinden o.m. in de sprookjes, de oude mythologieën, in het Oude en het Nieuwe Testament. En de eenvoudige, maar veelomvattende als gedegen goud zo zuivere, eerbiedwaardige beelden, waarin de kerstspelen tot ons spreken van de meest centrale gebeurtenissen uit de mensheidsgeschiedenis, nemen daarbij een eminente plaats in. Zij behoren tot het kostbaarste voedsel, dat men kinderen geven kan.

Een opvoering van de kerstspelen is meer dan alleen maar een vertoning, die men eens gezien moet hebben; meer ook dan een middel tot voorbereiding en verrijking van de kersttijd. En de ritmische herhaling van het aanschouwen en meebeleven van jaar tot jaar speelt hierbij een belangrijke rol. Een opmerking als: “waarom spelen jullie toch elk jaar dezelfde spelen, wij kennen ze toch immers al én zou het dan niet goed zijn eens iets anders te kiezen?” wordt af en toe gemaakt, maar is bepaald niet terecht.

Wij weten om te beginnen allen, dat we bepaalde boeken graag herlezen, bepaalde werken van beeldende kunst telkens weer willen zien, geliefde muziek graag opnieuw willen horen. Maar hier gaat het toch nog om meer.

De herhaling, en vooral de ritmische herhaling, heeft een onvervangbare waarde in zichzelf, los van het al of niet beter leren kennen. Kinderen weten dat wanneer zij het allang door en door bekende sprookje toch telkens opnieuw willen horen, liefst in dezelfde bewoordingen. Vele kinderliedjes en spelletjes ontlenen juist aan die ritmische herhaling hun waarde en daarom zijn zij altijd weer opnieuw zo geliefd.

Ook op het terrein van het religieus beleven kan men de waarde hiervan ervaren. Althans wanneer de religieuze praktijk niet op sleur of traditie, maar op een
innerlijk beleefde behoefte, een uit eerbied geboren overgave en een op den duur ontstane geloofservaring berust. Veel mensen kennen dit b.v. uit het meeleven met de eredienst door het jaar heen. En leest u eens een gedeelte uit de redevoeringen van Boeddha in onverkorte weergave, hardop en in alle rust.
Daar kan men de werking van de ritmische herhaling heel sterk beleven. Zo ook bij het lezen van het 6e hoofdstuk van het evangelie volgens Johannes met de ritmisch herhaalde aankondiging van het mysterie van de opstanding.

Voedsel moet op de juiste wijze toebereid zijn om in het organisme met vrucht opgenomen te kunnen worden. De ritmische herhaling is een vorm van “toebereiden”, was door het eerder genoemde ‘’orgaan” zijn voedsel op een harmonische en wehkzame wijze kan opnemen, zodat het behouden kan blijven. Dan zal het op een zekere leeftijd toch wel gaan zwijgen, maar het leeft, het is rijk aan inhoud en het betekent voor de mens een verborgen schat, die op de allerbelangrijkste levensmomenten aan het licht kan komen of gebracht worden om hem kracht, uitkomst of redding te brengen.

Want wij leven ook in een tijdperk waarin de mensheid geteisterd werd, wordt en zal worden door de zwaarste beproevingen, die ooit in de geschiedenis voorgekomen zijn. Hiermee kan men slechts vergelijken een tijd als die van omstreeks de zevende tot de derde eeuw voor Christus, toen stormen over de wereld raasden en de mensheid door groei en ondergang van het ene wereldrijk na het andere van catastrofe tot catastrofe geslingerd werd. Ook toen reeds betekende het lot van de mensheid tevens onmetelijk lijden voor talloze individuele mensen, al waren het niet zo vele millioenen als in onze tijd die bij wereldrampen betrokken zijn. En waar zal de mens dan de kracht vinden om stand te houden?

Wellicht dat dan dat “orgaan” weer gaat spreken, dat dan die verborgen schat aan het licht komt, dat mede dank zij de beelden, die al in Oberufer met zoveel liefdevolle zorg en eerbied voorbereid en tenslotte voor de mensen geplaatst werden, die mens de hulp kan vinden die hem werkelijk redden kan. Het beleven van zijn oorsprong uit en zijn verbonden zijn met een goddelijk-geestelijk vaderland en met de hoge machten die de mens willen helpen, maar die het alleen kunnen wanneer de mens de toegang tot hen zelf wil zoeken.

Zo kunnen deze spelen in de eerste plaats voor kinderen, maar toch ook niet minder voor volwassenen, tot een heel kostbaar geschenk worden. Een geschenk, dat als een gouden sleutel in een geheime bergplaats van de ziel verborgen blijft tot het ogenblik dat men zich voor een gesloten deur geplaatst ziet, waardoor men onverbiddelijk verhinderd wordt zijn weg te vervolgen. Tenzij men hem met die sleutel weet te openen.
.

C.R.Klinkenberg, vrijeschool Den Haag, dec. 1974.
Dit artikel is een gedeeltelijk vernieuwde bewerking van een artikel, dat in december 1966 verscheen in no» 26 van het blad ,De Vrije School”, voorganger van “Vrijblijvend.

.

Kerstspelen: alle artikelen

Kerstmis: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: kerstspelen

VRIJESCHOOL in beeld: kerstmis

.

1771-1660

.

.

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (60)

.

HET EUREKA VAN ERIK SCHERDER

In het Eindhovens Dagblad vertellen wetenschappers hun eurekamoment.

In de krant van 13-10-2018 doet hoogleraar neuropsychologie aan de VU Erik Scherder dat.

Hij zegt:

„Soms voel ik me net een roepende in de woestijn. Waar ik ook kom – in de collegezaal, op televisie en onlangs nog voor de Tweede Kamercommissie – overal vertel ik hetzelfde: kom in beweging! We zitten veel te veel stil en dat is rampzalig voor conditie en cognitie. Zeker ook voor kinderen.”

Hij kwam tot dit inzicht omdat hij zag wat niet bewegen voor negatieve gevolgen had, zoals diabetes-2 op zeer jonge leeftijd.

Veel kinderen spelen in vergelijking met 1995 veel  minder buiten. In het onderwijs is het gymnastiekonderwijs tot een minimum teruggebracht.

De professor zegt: ‘Op scholen moet veel meer bewogen worden: tweemaal per dag een half uur om het langdurige zitten te onderbreken. Dat zou enorm ten gunste komen van de aandacht en concentratie tijdens de lessen.’

Hij neemt als voorbeeld ‘apenkooien’. Dat zorgt voor een netwerkactivatie in de hersenen dat vervolgens bijdragen levert aan andere cognitieve kwaliteiten. Als je door die apenkooi gaat, wordt het pariëtale en frontale netwerk actief: je plant, coördineert en ook de kleine hersenen doen mee. Precies die netwerken die gebruikt worden om sommen op te lossen, maar op een andere manier aangestuurd.

De befaamde wetenschapper Donald Hebb zei: ‘Neurons that fire together, wire together. Vrij vertaald: zenuwcellen die vuren, zoeken hun buren. Hoe vuren zenuwcellen in een kind het beste? Als ze steeds net iets anders worden aangestuurd. En bewegen is altijd anders.’

Prof. Scherder is van mening dat de regering scholen moet verplichten tot het veel laten bewegen van kinderen. Hoe?

Los de sommen springend op.’

-Jim Jansen, ED 13-10-2018

.

Welke vrijeschool gaat de professor eens uitnodigen om hem in bijv. een tweede klas te laten zien hoe de tafels van vermenigvuldiging worden aangeleerd; of in een vierde, wanneer er een gedicht met alliteraties wordt gelopen; of in de 5e een gedicht met hexameters; wat zou hij vinden van euritmie waarbij je een patroon (vierkant, zevenster e.d.) moet lopen met hoekverschuivingen, op muziek waarbij je voeten de maat van het muziekstuk moeten lopen en je handen het ritme van de melodie moeten aangeven of daarbij – nog moeilijker – met de armen de toonhoogten. Wat zou er allemaal worden ‘afgevuurd’ in de ‘beweeglijke klas’?

.
Zie Opspattend grind:  [19]  [86]  [102]

Bewegen in de vrijeschool

Opspattend grind: alle artikelen

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Vrijeschool in beeldde bewegende klas

.

1767-1656

.

.

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (11)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

Amalia Baracs, Weleda Puur Kind, herfst 2000, nr.6

bakersprookjes

Vanaf een jaar of drie kun je kinderen de eerste sprookjes vertellen. Vooral de sprookjes met een zwaan-kleef-aan thematiek sluiten aan bij de leefwereld van het jonge kind. Een aantal daarvan zijn door Liane Keiler bijeengebracht in een bundel Bakersprookjes. Meestal spelen dieren een hoofdrol in deze eenvoudige sprookjes. Peuters en kleuters verkneukelen zich bij voorbaat over het telkens terugkerende vraag- en antwoordspel. Over Eendje Gak bijvoorbeeld dat de wijde wereld in wil en Kikker Kwak tegenkomt. ‘Mag ik mee,’ vroeg Kikker Kwak. ‘Ga maar op mijn staartje zitten,’ zei Eendje Gak.

Kikker Kwak gaat op het staartje zitten en samen gaan ze de wijde wereld in. Natuurlijk komen ze steeds andere dieren tegen en ze mogen allemaal op het staartje zitten en mee gaan. Alles kan in deze verhalen. Voor volwassenen zijn sommige van deze sprookjes een beetje gek of zelfs onbegrijpelijk, maar kinderen voelen de humor moeiteloos aan.

v.a. 3jr

boek

.

Over de leeftijd

Over illustraties

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.

1759-1648

.

.

VRIJESCHOOL – Rekenen

.

MIJNHEER VAN DALE WACHT OP ANTWOORD

Wie kent het ezelsbruggetje niet?

M V D W O A

In een samengestelde som waarin verschillende rekenbewerkingen moeten worden gedaan, gaat Machtsverheffen voor; dan kwam Vermenigvuldigen vóór Delen.
Dat is veranderd: vermenigvuldigen en delen moeten worden gedaan in de volgorde waarin ze staan.
Ze gaan beide wél vóór Optellen en Aftrekken, maar deze worden nu ook in de volgorde gedaan waarin ze staan.

DAT WEET NIET IEDEREEN, getuige laatst nog een radioquiz waarin een ‘mijnheer-van-dale-som moest worden opgelost.

Zeg het ook even tegen de ouders: die hebben allemaal nog de oude vorm geleerd. En als ze bij het huiswerk helpen…..

.

Rekenen: alle artikelen

.

1756-1645

.

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (9)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

Amalia Baracs, Weleda Puur Kind, lente 1999, nr.3

Tatatoeks reis naar de kristalberg

Een bijzonder voorleesboek voor de oudste, schoolrijpe kleuters is Tatatoeks reis naar de kristalberg van Jacob Streit.
Tatatoek is een verlegen dwerg die op een dag de opdracht krijgt een kristal voor de koning te halen. De reis gaat over zeven bergen en door zeven dalen. In ieder dal zit een gemene kobold die Tatatoek wil verhinderen naar de hoge kristalberg te gaan. In dit spannende verhaal herkennen kinderen de oerbeelden van moed en doorzettingsvermogen. Het zijn kwaliteiten die ze zelf ook een beetje moeten ontwikkelen als ze de vertrouwde kleuterwereld definitief achter zich laten.

.

boek

.

Over de leeftijd

Over illustraties

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

1755-1644

.

.

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (8)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

Amalia Baracs, Weleda Puur Kind, lente 1999, nr.3

Annika

Een boek voor peuters en jonge kleuters dat op een vanzelfsprekende manier heen en weer beweegt tussen de fantasiewereld en de dagelijkse realiteit is Annika, het klassieke prentenboek van Elsa Beskow. Als Annika door haar moeder op pad wordt gestuurd om te kijken of de koe Bertha niet in de wei van de buurman is gelopen, gebeuren er allerlei gewone, maar voor een peuter ook spannende dingen. Ze komt een grote hond en een opschepperige buurjongen tegen, ze krijgt het hek van de wei niet open en Bertha glipt inderdaad door een gat in het hek naar de klaverwei van de buurman. Annika besluit kordaat dat ze dat hek moet dichtmaken en pakt een stok uit een berg takken. Maar dan hoort ze een boos stemmetje. Tot haar grote schrikt blijkt de takkenbos een kabouterhuis te zijn en de kaboutervader is behoorlijk boos dat Annika het huis bijna kapot maakte. Als bij toverslag komt Annika in de kabouterwereld terecht en gaat ze op in haar spel met de kabouterkinderen. Ze eet zelfs pannenkoeken in het kabouterhuisje en krijgt een emmertje aardbeitjes mee.

Dan hoort Annika haar moeder roepen. In een oogwenk zijn de kabouters verdwenen en holt Annika naar huis. ’s Avonds eten ze de aardbeien op met suiker en room. Hoewel weinig kinderen dagelijks te maken hebben met een koe in de wei, zijn de belevenissen van Annika volstrekt herkenbaar voor iedere parmantige drie- of vierjarige die alles zelf wil doen. Annika is een boek dat je een heel zomerseizoen lang samen kan lezen en bekijken zonder dat het gaat vervelen.

.

boek

4 jr.
.

Over de leeftijd

Over illustraties

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.

1754-1643

.

.

VRIJESCHOOL – Spel en speelgoed (5-4/3)

.

In een viertal korte artikelen zal er aandacht besteed worden aan enige aspecten van spel en speelgoed. Ter sprake zullen komen onderwerpen als: het geven van speelruimte; opheffen van spelbelemmeringen; uitgangspunten voor de keuze van speelgoed; reclame; media; opvoeding tot zinvolle vrijetijdsbesteding waarbinnen het spel centraal staat. Juist in onze* tijd, waarin we overspoeld worden door de media, lijkt me een bezinning over spel en speelgoed van het grootste belang.

{3}

In het eerste artikel over dit onderwerp hebben we aandacht besteed aan het wezen van het spel; de keuze van speelgoed waarbij de behoeften van het kind uitgangspunt zou moeten zijn; de inhoud van de reclame op de keuze van speelgoed.

In het tweede artikel besteedden we aandacht aan het geven van spelruimte; het uit de weg ruimen van spelbelemmeringen en enkele uitgangspunten voor de keuze van speelgoed.

In dit derde korte artikel besteden we aandacht aan de onderwerpen: verveling en vervreemding; media en consumptie in relatie met spel en speelgoed en vullen we de lijst van uitgangspunten voor de keuze van speelgoed (in het tweede artikel gegeven) naar aanleiding hiervan nog wat aan.

De verveling en de vervreemding

Een van de belangrijkste kenmerken van onze vrijetijdscultuur lijkt wel de verveling te zijn. Wij worden er dagelijks mee geconfronteerd, zowel op het werk als buiten de werktijd. In de grond verlangen mensen die zich vervelen niet naar het einde van de arbeidstijd, daar hun problemen hier pas echt beginnen. Volgens Fourastié is de verveling ook een gevolg van de vooruitgang die oorzaak is van eenvormigheid, en dit op allerlei gebieden, zoals bijvoorbeeld de mode, de architectuur, de vrijetijdsbesteding enzovoort. De monotonie leidt tot verveling. Met de hoeveelheid van gelijksoortige goederen die aangeboden wordt, neemt ook de vervreemdende kracht van die producten toe. De vervreemding tendeert dus in feite nog toe te nemen: ondertussen vermindert de vrijheid, onder invloed van de kunstmatig opgeroepen behoeften. Het komt ons voor dat o.a. de media een belangrijke rol spelen bij de verveling en de vervreemding. Daarom in dit verband een enkel woord over onze media.

De media

Het probleem dat zich in elke maatschappij stelt is dit van de waarheid. De gevestigde samenleving heeft er soms alle belang bij dat bepaalde zaken verdoezeld en andere op het voorplan geschoven worden. Uiteraard spelen de media hier een zeer voorname rol. In vele opzichten hebben de media de functie van de familie en van de opvoeders op zich genomen. Langs de media worden de kinderen de te volgen voorbeelden en de te laken daden voorgehouden.

De waarden en de eigenschappen die in de samenleving hoog worden geschat, worden op een al dan niet vervulde manier aan de man gebracht. Door middel van de media kan men hele bevolkingsgroepen bewerken. Meestal hebben de boodschappen die de media brengen een (politiek) sussende én een (economisch) activerende betekenis. Zij zijn de behoeders en de verdedigers van de samenleving.

Beïnvloeding

Mc Luhan heeft er ook de nadruk op gelegd dat sinds het ontstaan van de TV het vooral het onderbewuste is geweest dat aangesproken werd door de reclamemensen. Het bleek namelijk gemakkelijker dit onderbewuste te gebruiken voor verkoopsdoeleinden. De beïnvloeding is hier ook veel groter en verzet wordt al heel moeilijk. Door gebruik te maken van de media en van gespecialiseerde publiciteitsmensen, kan men vandaag de dag praktisch alles aan de man brengen. Hier wordt niet alleen aan goederen gedacht, maar ook aan ideeën. In feite gaan de media bepalen wat een groot deel van de maatschappij gaat denken, voelen, aanbidden en verafschuwen. De echte individuele persoonlijkheid wordt verdrongen en in haar plaats treedt een soort algemene mening op de voorgrond. De gelijkschakeling vergemakkelijkt immers in hoge mate de efficiëntie van de controle.

Media en vrijetijdsbesteding

In verband met het belang van de media in de vrijetijdsbesteding, kan een onderzoek van Thoveron aangehaald worden, dat betrekking heeft op België.

Hieruit bleek dat ongeveer 30 % van de beschikbare vrije tijd aan de media gespendeerd werd. Het TV-kijken speelt hier de belangrijkste rol. Verder bleek ook dat voornamelijk „passieve” activiteiten hieronder te lijden hadden (bioscoopbezoek, lezen enzovoort). De media-consumptie geschiedt ten nadele van de andere vrijetijdsactiviteiten.

Uitschakeling creativiteit

Wat de inhoud van de TV-programma’s betreft, stelt men vast dat deze in hoofdzaak behoudsgezind is, dat hij de in de maatschappij gevestigde normen bevestigt en versterkt. Dit sluit perfect aan bij wat de grote meerderheid denkt en voelt, dit ook onder invloed van de mediaconsumptie. Dit komt tot uiting in de berichtgeving. Er worden debatten en discussies georganiseerd, maar er is weinig plaats voor een echte uitwisseling van ideeën.

Alles wordt met een zelfde ernst aangeboden, doch er is gewoonlijk geen conclusie. Men geeft enkel verscshillende standpunten.

Consumptie

Verder is ook vastgesteld dat de media de mensen aanzet tot voortdurende consumptie. Door allerlei zaken te tonen, worden bepaalde behoeften geschapen, die het individu tracht te bevredigen. Het effect is hier niet zo zeer op korte, dan wel op lange termijn merkbaar. Brightbill noemt het TV-kijken het „sit and watch” fenomeen: het enige wat de mensen doen is naar hun toestel zitten te staren. Berdiner stelde reeds in 1957 vast dat tot 80 % van de Amerikanen hun vrije tijd in en rond de woning doorbrachten, waarvan het grootste deel dan nog TV keek. Op 46 miljoen woningen, waren er 39 miljoen toestellen en de kijktijd bedroeg per gezin reeds vijf en een half uur.

Dit is waarschijnlijk niet altijd bevorderlijk voor opinievorming of ontwikkeling.

Harmonieuze ontwikkeling

Een gevolg van al datgene wat verspreid wordt door de media is wel de massacultuur. Deze wordt door velen (o.a. M. Mead) beschouwd als een soort veiligheidsklep voor het afvoeren van agresssieve neigingen. Anderzijds is het ook zo, dat de massacultuur de gemakkelijkste vorm van ontspanning is, aangezien hier geen inspanning of initiatief vereist is. Het is gewoon de voortzetting van het patroon van de arbeid. Opnieuw wordt de gelijkschakeling in de hand gewerkt. De massacultuur is een cultuur die uiteraard maatschappijbevestigend werkt. Het is geen verschijnsel van vraag en aanbod.

Het is te gemakkelijk alles af te schilderen alsof het allemaal door de verbruiker gewenst wordt. Ingrijpend is de rol van de media. De gewone burger heeft bij de voornaamste media praktisch of helemaal geen inspraak, alles wordt bepaald door economische oogmerken, zonder dat met het individu rekening gehouden wordt. De massacultuur gaat zorgen voor het droomelement in de werkelijkheid, en in feite wordt gestreefd naar het vervangen ervan. Zij brengt uiteindelijk de boodschap van het „eeuwige geluk”. Het geluk wordt hier dan gelijk gesteld met genot en consumptie. Geluk kan je kopen. Terzelfder tijd echter wijst zij ook op de beperktheid van de kleine mens, die het grote politieke en economische gebeuren slechts kan ondergaan: Je kan er toch niets aan veranderen, beter je dan maar met privébezigheden te bekommeren. De massacultuur oefent uiteraard ook een sterke invloed uit op de „vrijetijdscultuur” en op het spelen. Beiden dreigen een uniform karakter te krijgen.

Uitgangspunten voor keuze van speelgoed

Een groot arsenaal speelgoed zou eenvormigheid moeten voorkomen
nagegaan zou moeten worden welke rol de media zouden kunnen spelen bij het juist kiezen van speelgoed
de mogelijkheden van onze media zouden positief aangewend moeten worden om kinderen tot spelen aan te zetten. Wellicht moet er eens nagedacht worden over media-speelgoed-programma’s.
Speelgoed mag een massacultuur niet helpen bevorderen, maar zou integendeel deze juist onmogelijk moeten maken.
speelgoed moet uniformiteit tegen gaan
speelgoed moet een reeks gebruiksmogelijkheden bezitten. Het moet een veelzijdige belangstelling bij het kind wekken en het een grote speelruimte laten bij het gebruik
speelgoed moet zodanig van aard zijn dat het kind er zorg voor kan hebben. Duurzaam speelgoed wordt door het kind lang en intensief gebruikt en het raakt er als aan een voorwerp waarmee het dagelijks omgaat, sterk aan gebonden. Het moet van dusdanige aard zijn, dat de zorgvuldige behandeling bij het spel niet afleidt van het eigenlijke spel. De duurzaamheid moet corresponderen met het aanwezig vermogen van het kind, om zorgvuldig met de dingen om te gaan. Zorg voor het speelgoed hoort bij de opvoeding van het spelende kind.

Wordt vervolgd.

.

Drs.H.G.Maeter, De Vacature nr. 24, 17-12-1986

.

Spel, speelgoedalle artikelen

Rudolf Steiner over spel

.

1751-1640

.

.

VRIJESCHOOL – Speelgoed (5-2)

.

SPEELGOED

Over speelgoed kunnen vele artikelen geschreven worden. 
Wanneer is ‘iets’ speelgoed. Aan welke criteria moet het voldoen. En wanneer is het ‘goed’. En is er dus dan ook slecht speelgoed. En wie bepaalt dat?

De laatste vraag komt uiteindelijk toch uit bij …….mensbeeld. Hoe zie je de mens, dus het kind dat opgroeit, wat vind je belangrijk bij dit opgroeien, bij deze ontwikkeling.

Dus: vele meningen, vele gezichtspunten. Die weer andere meningen uitlokken, met andere gezichtspunten.

Hier een aantal van die gezichtspunten:

HET SPELEN – HET SPEL – HET SPEELGOED

“Zeker hebben vele ouders meegemaakt, met hoeveel innerlijke toewijding een meisje een stuk hout heen en weer kan wiegen in haar armen. Vaak wordt deze “pop” met meer zorg omgeven dan een pop in mooie kleertjes… Zo’n pop wordt dan met veel moederlijke vermaningen gedragen, gereden, in het bad gedaan en tenslotte naar bed gebracht. Het meisje denkt er helemaal niet aan dat aan de houten lieveling hoofd, armen en benen mankeren. Haar fantasie tovert het onvolmaakte om in “bloeiend leven”.

Een vader, die het eenvoudige spel van zijn dochtertje heeft gadegeslagen, kwam op het idee een rond stuk hout in de draaibank te spannen. Met enkele handgrepen draaide hij een pop; de eerste pop was ontstaan. Het hoofd en het verdere lichaam werden aangeduid en met enkele ringen versierd. De achterkant werd afgehakt om de pop te kunnen laten liggen. Met bonte, vrolijke kleuren werd ze beschilderd. Zo werden in de 18e eeuw vele poppen uit Berchtesgaden, Oberammergau, Neurenberg en Salzburg de wijde wereld in gezonden om de vele kleine poppenmoeders te verblijden. Veel ambachtelijk kunnen was daarin verborgen en ondanks alle massaproductie bleef het houten speelgoed toch nog handenarbeid. Vooral is in ieder stuk nog de levende bloedwarme hand, die het houtsnijmes hanteerde, waar te nemen; het fluïdum, dat de “Holzschnitzer” zijn werk meegaf, heeft de harten van de kinderen van de hele wereld gewonnen.

Zo wordt in “Spielzeug. Eine bunte Fiebel” von Hans Friedrich Geist, een kostelijk oud speelgoedboekje, verteld.

St.-Nicolaas met zijn goede gaven en het Geboortefeest van het Kind

Nu het St.-Nicolaasfeest weer voor de deur staat, wil ik nog eens enkele dingen ophalen uit het eerste artikeltje [niet op deze blog]. Herbert Hahn, die in de allereerste Vrije School (Stuttgarter Freie Waldorf’schule) leraar was, heeft het volgende over de pop gezegd; In plaats van een pop geeft men het kind dikwijls een Teddybeer of een aap als speelgezel. Men weet dan echter niet dat het kleine kind, indien het ertoe gebracht wordt met een beer net zo als met een mens te spelen, een deel van de intiemste levenskrachten, dus de gestalte- en orgaanvormende opbouwkrachten verliest. Dit in tegenstelling tot het spel van het kind met de menselijke gestalte, die aangeduid wordt in primitieve vorm, waarbij het kind deze levenskrachten volop ter beschikking heeft.

Onvolmaakt gevormde poppen ontwikkelen juist de gezonde fantasiekrachten

Deze steeds weer leven-vernieuwende invloeden van dit gezonde spel werken het hele leven verder in het mensenkind door.

Met het St.-Nicolaasfeest in zicht is het wel zinvol nog op het volgende te wijzen; Een van de ouders heeft mij attent gemaakt op de allernieuwste creatie, een maaksel uit de Amerikaanse massafabricatie; de huilende pop.

Die ouders vroegen zich af wat voor een werking er nu wel van zo’n schepsel uitgaat in de ziel van het kind.

Op die vraag stapte ik verleden jaar naar het warenhuis om het zelf te zien en vooral te horen. Een jongeman, die mij bediende, haalde eerst, aan de kassa een batterij en stopte die in een opening in de rug van de pop… Nu kon het “huilen” beginnen. Deze pop heeft een speen in de mond. „Trekt men die eruit, dan begint de pop te huilen. Er waren ook “zingende poppen”, die op dezelfde manier bediend moesten worden. Wat zegt u van een mensenbeeld waar men een batterij in moet stoppen?

Het is niet onwaarschijnlijk dat het kind, dat zo’n pop heeft gekregen, een ouder broertje heeft, dat met een niet te stuiten onderzoekingsdrang gaat onderzoeken hoe zo’n pop nu eigenlijk functioneert, de pop uit elkaar haalt: en… de pop is kapot. Bovendien zal hst hele gebeuren ook op de jongen zijn negatieve werking niet missen!

Jan Klaassen en de poppen van het poppentheater

Wat voor een creatieve figuur is hij toch, steeds weer weet hij een uitweg, en met zijn vindingrijke natuur gaat hij te keer tegen reuzen, dood en duivel. Nooit is hij bang, steeds verzint hij een list om zelfs de dood in de val te lokken. In het Duitse boek van Hans Friedrich Geist staat aangekondigd “Kasperle tötet den Tod”. De creativiteit overwint ook de dood, wat een heerlijke gedachte. Steeds vrolijk fluitend overwint hij ook de duivel. Soms is hij diep teleurgesteld en diep bedroefd, als het hem niet gelukt is die oude heks te overwinnen, die tracht hem het leven zuur te maken met haar ellendig getreiter en haar plaagzucht.

Moed, kracht en uithoudingsvermogen, vooral zijn diepzinnigheid en dan zijn humor niet te vergeten; met deze eigenschappen overwint hij de ergste boosdoener.

Wat kan er toch een therapeutische werking van hem uitgaan, hij kan alle eenzijdigheden van ieder temperament verlossen, zoals bijv. een diep melancholisch kind met zijn in zichzelf gekeerd gedrag – indien hij zelf diep melancholisch is -. Zo kruipt hij spelend a.h.w. in alle temperamenten om hun eenzijdigheden te helpen overwinnen en te verlossen.

Wat een kostelijk figuur en weldoener kan hij zijn, wanneer hij goed gespeeld wordt en niet alleen met krachtpatserij zijn overwinning behaalt.
.

A.J. Miedaner, nov.1976, nadere gegevens onbekend

.

De karakters van de poppen

“De poppen van het poppenspel van Jan Klaassen: ze zijn markante typen, men kan zeggen oertypen . Iedere pop heeft een bepaalde karaktervorm.
Hij is altijd vrolijk, zijn moed is tegen alle gevaren opgewassen, voor niets is hij bang en als het nodig is, slaat hij er op los.
Een koning heeft een bepaalde waardigheid en bedachtzaamheid. Zijn minister is misschien een huichelaar, maar hij kan ook een oude raadgever vol wijsheid zijn.
In ieder geval vertegenwoordigt iedere persoon alleen één wezenskenmerk, maar dit dan ook ten volle. Zodat zo’n pop geenszins de aanspraak opeist voor de totaliteit van de mens om zijn vertegenwoordiger te zijn. Het tegendeel is waar, Iedere pop stelt in zichzelf een gesloten en eigen ziele- en karaktergebied voor. Alle poppen tezamen zijn pas de hele mens.
Zoals in de sprookjes alle voorkomende figuren samen de mens vertegenwoordigen met zijn goede en kwade eigenschappen. Ook sprookjes kunnen met deze poppen worden opgevoerd, zoals dat reeds hier en daar en vooral in de heilpedagogische instituten regelmatig gebeurt. De stof van de sprookjes werkt op deze kinderen genezend.
.

Rudolf Geiger, Der Elternbrief, nadere gegevens onbekend

.

Spel, speelgoed: alle artikelen

Rudolf Steiner over spel

.

1747-1636

.

.

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (7)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

Amalia Baracs, Weleda Puur Kind, lente 1999, nr.3

Kindergeheimen

Als je peuter zich aan de tafel stoot, zal hij boos zijn op de tafel die hem pijn heeft gedaan. Hij maakt nog geen onderscheid tussen dode en levende dingen. Alles is bezield. Zijn teddybeer kan praten en de draak die onder zijn bedje ligt is echt heel gevaarlijk. In de beleving van de peuter en de kleuter liggen de zichtbare en zijn eigen onzichtbare werkelijkheid nog heel dicht bij elkaar. Al spelend leert hij die twee werelden kennen en ermee omgaan.

De magische wereld van het kind heette het boek van kinderpsychologe Selma Fraiberg dat in de jaren zeventig veel opzien baarde. Fraiberg beschrijft daarin hoe de werkelijkheid van het kind is gevuld met wonderen, geheimen en magie. Kabouters en andere onzichtbare vriendjes, maar ook spoken en draken vinden in het spel van kleuters en peuters moeiteloos hun plek. Lang niet alle kinderen praten over deze belevenissen met onzichtbare wezens. En wanneer ze het wel doen, is het voor ouders niet altijd makkelijk daar op een goede manier mee om te gaan. Al te nuchtere opmerkingen van volwassenen maken dat het kind gaat twijfelen of het plezier dat hij aan zijn fantasiespel beleeft wel gerechtvaardigd is, waarna het zijn werkelijkheid nog dieper wegstopt. Anderzijds kan een kleuter ook verlegen raken met de situatie als volwassenen te sterk meegaan in zijn fantasieën. Het pas verschenen boek Kindergeheimen van Susanne Stöcklin-Meier geeft een uitstekende handreiking voor het omgaan met deze magische jaren van het kind. Het is een boek voor ouders waarin, behalve een verhelderende inleiding en allerlei praktische tips, verhalen staan die direct aansluiten bij de kinderlijke belevingswereld. De meeste zijn geschikt om voor te lezen, maar in veel gevallen zullen ze je vooral inspireren tot het in eigen woorden navertellen (zoals de verhaaltjes die stenen en kristallen over zichzelf vertellen). Aan ieder hoofdstuk voegt Stöcklin-Meier suggesties toe voor spelletjes die de bewondering en verbeeldingskracht van kinderen aanwakkeren. Ze geeft voorbeelden voor het omgaan met de wondere wereld van zon, maan en sterren, van vuur- en waterwezens, van kabouters en engelen maar ook voor het scherpen van de zintuigen. Want om het onzichtbare een goede plaats te geven, moet je zeker ook de zichtbare wereld verkennen. Dat doe je door te voelen, te ruiken, te horen, te proeven en te kijken.

boek

.

Over de leeftijd

Over illustraties

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.

1744-1634

.

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking – alle auteurs

.

BESPROKEN TITELS

de auteurs staan in alfabetische volgorde

Link naar het boek onder het cijfer

alfabetische volgorde van titels                                                      98

.

[38] Ainsworth                             Vrouwtje Appelwang
[60] Ainsworth                             Het vogeltje dat te ver vloog

[1]  Baal/Stigter                            Ik geef je niet voor een kaperschip

[81] Barnard                                  Het hoofdpijnmysterie

[49] Beckman                               Zwerftocht met Korilu
[90] Beckman                               Gekaapt!

[2]  Berger                                     De muis en de aardappel

[8Beskow                                   Annika
[4]  Beskow                                  Het verhaal van het kleine, kleine                                                                                    vrouwtje
[5]  Beskow                                   Okke, Nootje en Doppejan
[3]  Beskow                                   Pelle’s nieuwe kleren
[44] Beskow                                  Olle’s skitocht

[92] Botman                                 Klein babydierenboek
[93] Botman                                 Klein bosdierenboek
[94] Botman                                 Klein insectenboek
[95] Botman                                 Klein slaapdierenboek
[97] Botman                                 Klein vogelboek

[56] Bruijn                                    Lasse Länta

[20] Busser                                   Liselotje gaat logeren

[86] Carroll                                  Alice in wonderland

[24] Cleemput van                      Een bos vol dierenkinderen

[25] Cleemput van                      Op de boerderij

[53] Cock de                                 De gouden bal

[59] Cramer                                 4 jaargetijden

[70] Demetz                                Flok de kuifmees

[46] Dijkmeijer                           ’t Is zomer

[16] Dort van E                            Mijn broertje en ik

[34] Dragt                                     De Zevensprong
[45] Dragt                                     De brief voor de koning
[88] Dragt                                     Geheimen van het wilde woud

[74] Dubbelboer                          Joël en de veenheks

[31] Eck van                                 Chelm is overal

[14] Elzässer                                Lammetje waar ben je?

[69] Fährmann                            De man in het vuur

[83] Franke S                             Het grote huis

[85] Haar ter                             Boris
[77] Haar ter                               Het wereldje van Beer Ligthart

[67] Herzen                                Het zwaard van Brittannië

[37} Hichtum v Nienke               Het appeltulbandje

[82] Hildebrand A.D.                   Het behouden huis

[12] Ichikawa                               Nikkie en Sanne en de jaarklok
[13] Ichikawa                               Nikkie en Sanne gaan naar de markt

[17] IJzerman                               Spelen met de vingers

[63] Jong de                                Candy, kom terug

[55] Jonge de                                De liefste vraag

[11] Keller                                     Bakersprookjes 

[66] Kieviet                                  Uit het leven van Dik Trom

[71] King                                      Tussen drie vuren

[15] Koopmans                            Een dikke vette pannekoek
[6]  Koopmans                             Kan ik er ook nog bij?

[26Lieshout van                      De dagen daarna

[98] Lagerlöf Niels Holgersson

[29 Lindgren                              Lotta kan al fietsen
[10Lindgren                              Tomte Tummetot
[47]  Lindgrin                               Wij uit Bolderburen

[43] Lobel                                      Bij beer thuis

[22] Maris                                      Is er iemand thuis?

[64] Malot                                     Het scheepsmaatje

[72] Muller                                    Zomer

[62] Muschg                                  Er waren eens twee beren

[73] Norel                                     Engelandvaarders

[35] Paton Walsh Jill                   Toen ik zo klein was als jij

[52] Post                                        Kriebelpoten

[57] Pothast-Gimberg                Corso, het ezeltje

[32] Potter                                     Kinderrijmpjes

[50] Ray Jane                                Adam en Eva en de Hof van Eden

[76] Reen van                               Het wolfsvel en andere verhalen

[30] Reynolds Roome                  De olifant van de keizer

[27] Root                                        Wat nu Olivier?

[23] Ross                                        Help, ze ontvoeren de koningin

[91] Rutgers v.d. Loeff An          De kinderkaravaan

[89] Schaap                                 Lampje

[18] Schmidt Annie M.G             Abeltje
[19] Schmidt Annie M.G             De A van Abeltje
[36] Schmidt Annie M.G.            Jip en Janneke
[39] Schmidt Annie M.G.            Minoes

[48] Schouten                               Het teken van Wichart

[33] Sehlin                                    Maria’s kleine ezel

[54] Sherman                               Magisch hoefgetrappel

[7] Stöcklin-Meier                       Kindergeheimen

[9] Streit                                       Tatatoek

[84] Sutcliff                                 Robin Hood

[79] Terlouw                                Pjotr

[40] Topsch                                  Berenweer

[68] Vermeer                               Het geheim van de blauwe steen

[58] Visser                                    Niku de zigeunerjongen

[42] Voake                                   Rooie

[51] Vos-Dahmen                       De gouden pucarina
[65] Vos-Dahmen                       De komeet van Samos
[75] Vos-Dahmen                       Het monster van de vuursteenmijn

[78] Vriens                                 Een bende in de bovenbouw

[87] Vries de Anke                    Het geheim van Mories Besjoer

[41] Waddell                              De verhalen van Kleine Beer

[28] Weigelt                               Het bos aan de overkant

[61] Werner                               Mattijs Mooimuziek

[21] Westera                              Welterusten, Beer Baboen

[96] Wildsmith                          De leeuw en de muis

[80] Zeyl van                             Dieren om ons heen

.

Kinderboekbesprekingalle titels

Over de leeftijd

Over illustraties

.

1735-1626

.

.

  

 

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (6)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

Amalia Baracs, Weleda Puur Kind, lente 2000, nr.5

Ook het winterboek Kan ik er ook nog bij? van Loek Koopmans is er in een groot en in een klein formaat.

Dit prentenboek met het geliefde zwaan-kleef-aan-thema, waarbij er steeds weer een dier bij komt en alle andere dieren opnieuw worden genoemd, is gebaseerd op een oud Russisch sprookje. Als een houthakker zijn rode want heeft verloren, gaat het sneeuwen, eerst zachtjes en dan steeds harder. De kinderlijke fantasie zorgt ervoor dat het heel gewoon, maar toch ook spannend is dat er zoveel dieren – eerst een muisje en ten slotte zelfs een dikke beer – in de want beschutting vinden. Het hondje van de houthakker ziet de want met al die dieren erin en blaft zo verschrikkelijk dat ze maken dat ze wegkomen. En zo vindt de boswachter zijn want gewoon terug op de grond, zonder te weten wat er in de tussentijd allemaal is gebeurd.

Ook weer een kinderboeken uit duizenden: die vervelen nooit. En dat is ook als ouder of grootouder prettig als je peuter voor de honderdste keer hetzelfde verhaal wil horen.

.

boek

vanaf 3 jaar

.

Over de leeftijd

Over illustraties

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.

1734-1626

.

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking – alle titels

.

over het prentenboek in [4]
.

besproken titels


de titels staan in alfabetische volgorde                                                 

98

alfabetische volgorde van auteurs

.

[59] 4 jaargetijden                                                      Cramer Rie

[18] Abeltje                                                                  Schmidt Annie M.G.

[19] De A van Abeltje                                                  Schmidt Annie M.G.

[50] Adam en Eva en de Hof van Eden                       Ray

[86] Alice in wonderland                                             Carroll

[8] Annika                                                                   Beskow

[11] Bakersprookjes                                                    Keller

[40] Berenweer                                                          Topsch

[43] Bij beer thuis                                                      Lobel

[85] Boris                                                                   Haar ter Jaap

[63] Candy, kom terug                                             de Jong

[31] Chelm is overal                                                   van Eck

[57] Corso, het ezeltje                                                Pothast-Gimberg

[45] De brief voor de koning                                    Dragt

[26] De dagen daarna                                               Lieshout van

[53] De gouden bal                                                   Cock de

[51] De gouden pucarina                                          Vos-Dahmen

[91] De kinderkaravaan                                            Rutgers v.d.Loeff A

[65] De komeet van Samos                                       Vos-Dahmen

[96] De leeuw en de muis                                          Wildsmith

[55] De liefste vraag                                                  Jonge de

[69] De man in het vuur                                           Fährmann

[2]  De muis en de aardappel                                   Berger

[30] De olifant van de keizer                                    Reynolds Roome

[41] De verhalen van Kleine Beer                            Waddell

[34] De Zevensprong                                              Dragt

[80] Dieren om ons heen                                         Zeyl van

[66] Dik Trom                                                          Kieviet

[78] Een bende in de bovenbouw                            Vriens

[24] Een bos vol dierenkinderen                             Cleemput van

[15] Een dikke vette pannenkoek                            Koopmans

[73] Engelandvaarders                                            Norel

[62] Er waren eens twee beren                               Muschg

[70] Flok de kuifmees                                             Demetz

[88] Geheimen van het wilde woud                       Dragt

[90] Gekaapt!                                                         Beckman

[23] Help, ze ontvoeren de koningin                      Ross

[37] Het appeltulbandje                                          Hichtum van Nienke

[82],Het behouden huis                                          Hildebrand A.d.

[28] Het bos aan de overkant                                  Weigelt

[68] Het geheim van de blauwe steen                    Vermeer

[87] Het geheim van Mories Besjoer                     Vries de Anke

[83] Het grote huis                                                 Franke S.

[81] Het hoofdpijnmysterie                                    Barnard

[75] Het monster van de vuursteenmijn                  Vos-Dahmen

[64] Het scheepsmaatje                                           Malot H

[48] Het teken van Wichart                                     Schouten

[4]  Het verhaal van het kleine, kleine vrouwtje      Beskow

[60] Het vogeltje dat te ver vloog                           Ainsworth

[77] Het wereldje van Beer Ligthart                         Haar  ter

[76] Het wolfsvel en andere verhalen                     Reen van

[67] Het zwaard van Brittannië                               Herzen

[1]  Ik geef je niet voor een kaperschip                   Baal/Stigter

[22] Is er iemand thuis                                            Maris

[46] ’t Is zomer                                                        Dijkmeier

[36] Jip en Janneke                                                  Schmidt Annie M.G.

[74] Joël en de veenheks                                        Dubbelboer

[6]  Kan ik er ook nog bij?                                       Koopmans

[7]  Kindergeheimen                                                Stöcklin-Meier

[32] Kinderrijmpjes                                                  Potter

[92] Klein babydierenboek                                       Botman
[93] Klein bosdierenboek                                         Botman
[94] Klein insectenboek                                            Botman
[95] Klein slaapdierenboek                                       Botman
[97] Klein vogelboek                                                 Botman

[52] Kriebelpoten                                                     Post

[14] Lammetje waar ben je?                                     Elzässer

[89] Lampje                                                              Schaap

[56]  Lasse Länta                                                      Bruijn

[20] Liselotje gaat logeren                                       Busser

[54] Magisch hoefgetrappel                                    Sherman

[29] Lotta kan al fietsen                                           Lindgren

[33] Maria’s kleine ezel                                            Sehlin

[61] Mattijs Mooimuziek                                          Werner

[16] Mijn broertje en ik                                             Dort van E

[39] Minoes                                                              Schmidt Annie M.G.

[98] Niels Holgersson Lagerlöf

[12] Nikkie en Sanne en de jaarklok                        Ichikawa

[13] Nikkie en Sanne gaan naar de markt               Ichikawa

[58] Niku de zigeunerjongen                                  Visser

[5]  Okke, Nootje en Doppejan                               Beskow

[44] Olle’s skitocht                                                  Beskow

[25] Op de boerderij                                               Cleemput

[3]  Pelle’s nieuwe kleren                                         Beskow

[79] Pjotr                                                                  Terlouw

[84] Robin Hood                                                      Sutcliff

[42] Rooie                                                                Voake

[17] Spelen met de vingers                                      IJzerman

[9]  Tatatoek                                                             Streit

[35] Toen ik zo klein was als jij                                Paton Walsh J

[10]  Tomte Tummetot                                             Lindgren

[71] Tussen drie vuren                                             King

[66] Uit het leven van Dik Trom                               Kieviet

[59] (vier) 4 jaargetijden                                          Cramer

[38] Vrouwtje Appelwang                                       Ainsworth

[27] Wat nu Olivier?                                                 Root

[21] Welterusten, Beer Baboen                                Westera

[47] Wij uit Bolderburen                                          Lindgren

[72] Zomer                                                               Muller

[49] Zwerftocht met Korilu                                      Beckman

.

Kinderboekbesprekingalle auteurs

Over de leeftijd

Over illustraties

.

1729-1621

.

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (59)

.

Laat kinderen held in hun eigen vakantie ZIjn, verhalen lezen en hutten bouwen

Die oproep doet columnist Bas Scheepers in dagblad Trouw, 04-08-2018

Maar…., moet je daartoe oproepen? Dat doen kinderen toch al in hun vakantie?

Zeker wel! Vindt Scheepers.

Hij heeft de ‘basisschoolbundel’ ontdekt van juffen Sofie van der Waart en Tineke Ingwersen:
( )  ‘vol kennis, oefeningen en uitleg voor ouders van kinderen op de basisschool over taal en rekenen. Om kinderen in hun verdiende vakantie scherp te houden, hun opgedane kennis niet verloren te laten gaan en stiekem ook te laten oefenen voor de entree-toets en de eindtoets. Alles op alles om een goed niveau te hebben aan het einde van de basisschool.’

Scheepers verzucht:

‘We blijven als volwassenen onze maatschappij maar volproppen met prestatiedrang en projecteren onze behoefte naar controle, beheersing en cognitief presteren op onze kinderen. Niet verrassend dat kranten vol staan met verhalen over de toename van burn-out gerelateerde klachten onder jongeren en studerende twintigers. Als volwassenen wensen wij elkaar deze periode allemaal een fijne vakantie. Sociale media staan vol hashtags als #evenbijkomen #relaxen en #niksmoeten. Behalve voor onze kinderen?

Laat ze hutten bouwen, verhalen lezen, zwemmen en held worden in hun eigen vakantie. Wedden dat ze daar meer van leren dan van de basisschoolbundel. Vergeet niet dat in onze maatschappij samenwerken, grenzen leren stellen en je eigen verhaal kunnen vertellen net zo belangrijk zijn als rekenen en grammatica. Geef ze dan in de vakantie in ieder geval de ruimte om spelenderwijs deze vaardigheden te leren. ( )’

Het is binnen al zo leuk:

vrijeschool  klas 3  huizenbouwperiode

laat staan buiten:

Opspattend grind: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 3e klas – heemkunde

.

1727-1620

.

.

VRIJESCHOOL – Ontwikkelingsfasen (1-4)

.

RONDOM DE GEBOORTE

De meeste ouders hebben goed nagedacht over hun keus voor kinderen. De zwangerschap is dan ook een periode die de aanstaande ouders heel bewust beleven. Dat bij veel ouders ook de behoefte ontstaat om al met het in de buik groeiende kind in contact te komen wekt geen bevreemding. Een gesprek met huisarts Marco Ephraïm en verloskundige Toke Nieuwesteeg over contact met je ongeboren kind, over zwangerschap en geboorte.

Antroposofisch Therapeuticum Aurum, waar huisarts Marco Ephraïm zijn praktijk heeft*, ligt midden in een Zoetermeerse woonwijk. Ook Toke Nieuwesteeg heeft* als verloskundige haar werkgebied hier in het hart van de Zoetermeerse hoogbouw, waar veel jonge gezinnen wonen.
Omdat Ephraïm zelf als ouder heeft ervaren dat je al voor de geboorte contact met je kind kunt hebben, vraagt hij mensen in zijn praktijk die een kind verwachten vaak naar hun belevenissen.

Ephraïm: ‘In het begin dient de zwangerschap zich aan als iets nieuws dat je nog niet kent, waar je hoogstens het gevoel over hebt dat het bij je hoort. Dan ga je ruimte maken voor dat nieuwe, zowel fysiek als geestelijk. Soms verschijnt er in een droom een beeld dat even iets zichtbaar maakt van het kind dat gaat komen. Dat kan de overtuiging versterken dat je geestelijk ruimte moet gaan maken. Vooral bij een eerste zwangerschap ga je meestal door met je oude leefpatroon. Toch is het goed al in een vroeg stadium een aantal rustpunten in de dag in te bouwen waarop je je aandacht even op je kind richt.’

‘Iemand die slaapt ga je niet wakker porren omdat jij zo graag contact wilt’

Naarmate de zwangerschap vordert zal het kind volgens Ephraïm ook fysiek meer ruimte opeisen. ‘Het zal steeds meer opvangen van wat er in de omgeving gebeurt en laat dat door zijn bewegingen merken ook. Als moeder neem je die bewegingen met je tastzin van binnenuit waar, als vader van buitenaf door je hand op de buik te leggen. Het maakt wel uit op welke manier je contact legt: ga je prikken en duwen om de baby uit te lokken tot beweging of probeer je meer luisterend te voelen? Een kind in de baarmoeder slaapt haast voortdurend. Iemand die slaapt ga je niet wakker porren omdat jij zo graag contact wilt. Je kijkt en luistert, raakt hem eventueel voorzichtig aan en wacht of hij zich wil melden of niet.

Als je heel rustig bij een slapend iemand in de kamer staat, kun je soms de gewaarwording hebben dat er iets van degene die slaapt in de omgeving aanwezig is. Zo is dat ook met het ongeboren kind. Het is als een soort stemming om de moeder heen aanwezig. Je bijdrage als vader ligt er vooral in dat je er op dat stemmingsniveau mee zorg voor draagt dat het kind zich welkom voelt.’

Bijna-leven-ervaring

Ephraïm heeft de indruk dat vrij veel moeders rond het moment van de conceptie al een soort ontmoeting hebben met het kind dat gaat komen. ‘Er ontstaat dan een gevoel dat er iemand bij je is die je mag koesteren. Ik noem dat bijna-leven-ervaringen. Maar ook bij vaders kan het ongeboren kind zich aankondigen. Dat contact kan op allerlei niveaus plaatsvinden. Als je een aandachtige, ruimte scheppende houding hebt, meldt zich eigenlijk altijd wel iets.’

Toke Nieuwesteeg: ‘Contact kun je ook leggen door te praten met je kind.

Moeders die last hebben van het getrappel van de baby in hun buik, raad ik aan hem een sprookje voor te lezen. Vaak word ik dan een beetje uitgelachen. Maar als je het doet, merk je dat het helpt. De baby valt ervan in slaap. Ook vaders kunnen voorlezen. Sprookjes passen wat stemming en kwaliteit van de beelden betreft beter bij het ongeboren kind dan verhaaltjes over de dingen van alledag. Bovendien is het handig als je de sprookjes nu vast doorleest, want later als je kind groter is, zul je ze toch ook moeten vertellen. Liedjes zingen kan ook. Er zijn allerlei CD’s met muziek voor ongeboren baby’s in de handel, maar echt contact  ontstaat alleen als je je eigen stem gebruikt.’

‘Sprookjes passen beter bij het ongeboren kind dan verhaaltjes over dingen van alledag’

Marco Ephraïm: ‘Dat geldt ook voor de stem van de vader. De baby neemt de stem van zijn vader zelfs nog beter waar dan die van zijn moeder, omdat lage tonen beter geleid worden door het vruchtwater. Het maakt ook uit of de ongeboren baby de stemmen van zijn ouders hoort omdat die met elkaar spreken, of dat ze zich rechtstreeks tot hem wenden. In dat laatste geval schijnt dat een grotere stemherkenning te geven na de geboorte.’

Rondom de geboorte

Twee keer per jaar geeft* Toke Nieuwesteeg de cursus ‘Rondom de geboorte: op weg naar de aarde’. In deze cursus voor aanstaande ouders bespreekt zij, samen met een verpleegkundige, alles wat met zwangerschap, geboorte en het eerste levensjaar van de baby te maken heeft. ‘Overigens spreek ik liever over geboorte dan over bevalling. De moeder bevalt, maar het kind wordt geboren. Bij de geboorte zijn twee mensen betrokken die allebei iets moeten doen. Als je tijdens de zwangerschap hebt gepraat met je kind of voor hem hebt gezongen en als je bijvoorbeeld bij de zwangerschapsyoga hebt leren “hummen”, dan kun je daarmee jezelf en je baby tijdens de ontsluiting goed helpen. De weeën zijn een soort massage voor de baby. Ze bereiden als het ware de eerste fysieke ademhaling van je kind voor. Als je zo naar de weeën kunt kijken, dan ga je ook anders met de pijn om.’

‘Er is tijdens de geboorte een moment dat ik heilig vind. Dat is het moment vlak voor de eerste perswee. Tijdens de ontsluiting is het kind steeds verder naar beneden gegaan. Nu moet het naar buiten, en dan merk je dat er een ogenblik van terughouding is. Die eerste perswee laat even op zich wachten. Ik denk dat er op dat moment iets heel belangrijks gebeurt. Om dat te ervaren moet je tijdens de bevalling niet te onrustig zijn en niet te veel praten. Mijn man kan zich niet voorstellen dat ik ooit mijn mond houd, maar tijdens een bevalling ben ik zo stil mogelijk.’

Toke legt het kindje na zijn geboorte altijd op de buik bij de moeder. ‘Dat is toch de warmste ondergrond die er is en daar kijk ik de baby ook na.’ Over het algemeen doet zij de baby niet in bad. ‘Zeker de eerste vier dagen is dat gewoon niet nodig. Een kind verweekt in het badwater, terwijl het juist in zijn velletje moet komen.’
Dan wordt het kind gewogen en warm aangekleed. ‘Ik let er altijd op dat de baby de eerste dagen nog geen rompertje aankrijgt. Hij is net door het geboortekanaal heen, dan moet je niet weer iets over dat pijnlijke bolletje trekken. Gelukkig bestaat er sinds kort een soort rompertje dat van boven als een soort overslaghemdje sluit. Vervolgens wikkel ik altijd de beentjes in een omslagdoek. Gewikkeld kunnen baby’s het niet koud krijgen maar wel hun eigen beentjes en voetjes voelen en zo hun eigen grenzen verkennen. Als er geen therapeutische indicatie is voor langer of steviger wikkelen, bijvoorbeeld omdat het kind erg onrustig is, adviseer ik om de eerste zes weken de beentjes te wikkelen.’

‘Een baby heeft na de beslotenheid van de baarmoeder behoefte aan een klein plekje. Liever een wiegje dan een ledikantje. Toke Nieuwesteeg: ‘Gelukkig zijn de hemeltjes weer terug, maar je kunt ook gewoon een dunne zijden doek over een stok boven de wieg hangen. Dekbedjes worden tegenwoordig afgeraden, maar wollen dekentjes of een schapenvachtje zijn uitstekend. Een wollen mutsje is belangrijk omdat het hoofdje van de baby een derde deel van zijn lichaam uitmaakt. Het is goed om die hersentjes, die zo hard groeien, warm te houden. Bovendien dempt een mutsje ook de geluiden een beetje. Let er wel op dat de muts niet te groot is. Het voorhoofd moet bloot blijven om als thermostaat te kunnen werken. Je baby voelt zich er meestal erg behaaglijk in. En een baby die het aangenaam warm heeft, heeft meer zin om te leven.’

Naar buiten

‘Als een moeder vraagt wanneer ze met de baby naar buiten mag, zeg ik: kijk goed naar je kind. Als je hem oppakt en merkt dat hij nog niet kan focussen, wil hij nog niet naar buiten, maar rustig in zijn bedje liggen of dicht tegen jou aan zijn. Heel geleidelijk groeit hij iets van je af. Met een week of vijf zes gaat hij kijken en lachen. Dan vindt hij het leuk om naar buiten te gaan en de wereld te ontmoeten. Ik begrijp natuurlijk wel dat het niet zo makkelijk is om je baby zes weken binnen te houden. Dus als je je peuter naar het klasje brengt en de baby moet mee, leg hem dan meteen na de voeding, met zijn jasje aan en zijn muts op, in de kinderwagen. Dan hoef je alleen nog maar een dekentje over hem heen te doen. Leg bij koud weer het dekentje buiten tot over zijn neus zodat hij tot lichaamstemperatuur verwarmde lucht inademt. Thuis haal je alleen het dekentje weg en laat je de baby in de wagen tot het weer voedingstijd is. Zo verstoor je zo min mogelijk zijn ritme.

Wat betreft het ritme van de borstvoeding vind ik dat je de eerste dagen de borst kunt aanbieden wanneer de baby erom vraagt. Daarna kun je naar een ritme van tweeënhalf of drie uur streven. Als je er zelf goed tegen kan, kun je de baby natuurlijk voortdurend blijven voeden als hij daarom vraagt, maar ik vind dat je ook wel eens nee moet kunnen zeggen. Als een baby erg veel huilt, helpt het overigens meestal niet om hem telkens te voeden. Omdat hij te moe is zal hij weinig drinken, daardoor weer te vroeg wakker worden en zo kom je snel in een vicieuze cirkel terecht. In dat geval zou je kunnen proberen je baby helemaal in te wikkelen** of hem in een draagzak bij je te dragen. De eerste acht weken draag je een baby aan je hart, het liefst in je armen, daarna verhuist hij van je hart naar je rug, zodat je je handen vrij hebt.’ **

Wikkelen

Het wikkelen of bakeren is een oeroude manier van babyverzorging. Voor baby’s die veel huilen, die hun slaap- en drinkritme niet kunnen vinden, die last hebben van buikkrampjes of van allergische reacties, maar ook voor peuters met bijvoorbeeld inslaapproblemen kan het bakeren een uitkomst betekenen. Door je baby voor het slapen gaan op een bepaalde manier stevig in een doek te wikkelen, voelt hij zich warm en geborgen en voelt hij bovendien zijn eigen begrenzing beter aan. Uit onderzoek is bovendien gebleken dat te vroeg geboren baby’s die gewikkeld te slapen werden gelegd zich fysiek beter ontwikkelen dan kinderen die niet gewikkeld werden.

Consultatiebureau-verpleegkundlge Rla Blom heeft jarenlange ervaring met bakeradviezen. Zij schreef een speciale brochure over bakeren en over alle praktische facetten. Frustreer ik mijn kind niet door het in te pakken? Past bakeren nog wel in de moderne cultuur? Is het wel goed voor de motorische ontwikkeling? Past het bij de richtlijnen in verband met wiegendood? Hoe lang moet je ermee doorgaan? Dat het enthousiasme voor wikkelen toeneemt, blijkt ook uit de ‘troostkoffer’ die het Riagg in Den Haag ontwikkelde voor ouders met ‘huilbaby’s’, waarin ook een wikkeldoek met instructies is opgenomen.

Ria Blom – In doeken gewikkeldinformatie

,

Petra Weeda, Weleda Puur kind *lente 1999 nr.3

.

Voor Steiner begint de mens niet met de geboorte: zijn wezenskern is ‘eeuwig’ en maakt verschillende incarnaties door.
De taak van de opvoeding is o.a. dit op aarde komende wezen te begeleiden.
Algemene menskunde: [1-2]   [1-2-1]   [1-6]   [1-9]   [1-10]

ontwikkelingsfasenalle artikelen

menskunde en pedagogiealle artikelen

opvoedingsvragenalle artikelen

.

1726-1619

.

.

VRIJESCHOOL – 6e klas – Natuurkunde – kleur (4-2)

.

Het moeilijke van schrijven over kleur is dat met woorden toch niet kan worden uitgedrukt wat kleuren voor beleving oproepen. Hoewel woorden een aanduiding blijven, wil ik toch proberen er iets over te schrijven om zo tot een beleving te komen van wat voor invloed kleuren op ons hebben.

De eigen waarneming en beleving van kleur, het onbevangen en wakker laten inwerken van kleur kan men zo ontwikkelen dat men ook voor allerlei fijne nuances oog gaat krijgen. Men gaat kleuren zien, waar men ze eerst niet waarnam. Zo kan men waarnemen, als men verschillende kleuren blauw naast elkaar legt, dat de ene kleur blauw naar het groen neigt en het andere naar violet. Dat in de ene kleur blauw geel meespeelt en in de andere rood. Vooral in deze tijd* van het jaar bloeien in de natuur de prachtigste kleuren op. De herfst tovert vanuit het zware groen de schitterendste goudgele, rode en bruine tinten te voorschijn. De esdoorns staan in vuur en vlam, de krent staat in een rode gloed. Het is alsof ze nog een laatste keer een herinnering aan de zomerwarmte willen oproepen, Maar het rood, het goudgeel en zelfs het groen tonen allemaal een schaduw. De kleuren hebben allemaal iets bruins. Vooral als men zich probeert te herinneren hoe de kleuren in het voorjaar waren – het prille groen – de tere heldere kleuren van de eerste bloemen, dan beleeft men nog duidelijker hoe anders de herfstkleuren zijn.

Zo beleef ik in het voorjaar in een beukenbos hoe teer en haast transparant het groen van de jonge blaadjes is. Al na een paar weken is de kleur donkerder geworden, het blad wordt steviger. Nu, in de herfst, is het groen zwaar en dicht. Waar het groen zich uit het blad terugtrekt, verschijnt een prachtig goudgeel en een gloeiend goudbruin. Zelfs als de bladeren allemaal gevallen zijn, houdt dit bruin iets lichtends.

Zo veranderen door het jaar heen de kleuren. In het voorjaar zijn ze pril en jeugdig, in de zomer is er een uitbundige veelheid van kleur. In de herfst wordt de helderheid van de kleuren gedempt door de sluier van bruin en violet, die als een schaduw van sterven over de kleuren wordt getrokken. En in de winter is er weinig kleur: zwart, bruin en grijs en het zware groen van de naaldbomen  overheersen.

Zoals men door het jaar heen andere kleuren waarneemt, zo kan men ook in een dag (als het weer meewerkt) verschillende kleurstemmingen beleven. Midden op de dag zijn de kleuren helder en duidelijk, soms is ’t licht zo fel dat de fijne nuanceringen verdwijnen, denk maar aan een overbelichte foto. ’s Nachts zijn er alleen duistere kleuren te zien. Bij zonsopkomst en zonsondergang tovert het licht het hele kleurenscala aan de hemel. Het diepe indigo-blauw wordt lichter. Op de wolken verschijnt.een zacht-purperviolette schijn en als de zon hoger komt, kun je alle kleuren van de regenboog zien.
Hoog de blauwe hemel, die haast onmerkbaar overgaat in zachtgroen geel, oranje en rood.

Behalve het waarnemen, van kleuren in de omgeving, kan het oog ook zelf kleuren oproepen. Als men intensief kijkt naar een helrood voorwerp dat in een geheel witte omgeving staat en dan de blik richt op een volledig wit vlak, dan verschijnt na enkele ogenblikken dezelfde vorm met een lichtend groenblauwe kleur. Het rode voorwerp heeft het oog aangezet tot het vormen van een tegenwicht; de complementaire kleur. Deze kleur, groenblauw in dit geval, vormt samen met het rood een harmonisch geheel. Dat wil zeggen dat de drie basiskleuren (primaire kleuren) er alle drie in voorkomen. Naast het rood in het groen, tevens het geel en het blauw. Zo vormt het oog als men lang naar groen kijkt ook rood. Als men naar oranje kijkt roept dat blauw op, geel roept violet op en omgekeerd.

Deze proeven met het oog beschrijft Goethe in zijn “Farbcnlehre” (kleurenleer)
Hij onderzoekt de verschijning en werking van kleuren. Door het waarnemen in de natuur komt hij tot een kleurencirkel, waarin ook de oerfenomenen waarop hij zijn kleurenleer baseert, zijn af te lezen. Op deze oerfenomenen wil ik hier niet ingaan, wel op de kleurcirkel zelf.

Daarin zijn de kleuren zó geplaatst,

– dat men rondgaand de hele regenboog doorloopt;
– dat de kleurenparen, die ik hiervoor noemde, tegenover elkaar staan (complementaire kleuren);
– dat de primaire kleuren in een driehoek staan;
-dat tussen deze primaire kleuren de mengkleuren staan
(secundaire kleuren)

Goethe deelt zijn cirkel in een positieve en een negatieve kant in. Ofwel een warme en een koude kant, een op je afkomende en een zich terugtrekkende kant. Daarbij zijn rood, oranje en geel de warme, actieve kleuren en groen, blauw en violet de koude, rustige kleuren.
Denk je eens in dat de hemel rood zou zijn, dat zou niet uit te houden zijn, je zou helemaal weg moeten kruipen. De blauwe hemel geeft ruimte.
Niet voor niets zie je “blauw” van de kou en staat de kachel “roodgloeiend” van de warmte. In onze taal komen deze kleurkwaliteiten tot uitdrukking. Met deze kleurkwaliteiten, de werking van kleuren op de zielsgesteldheid van de mens, de beleving van de kleurinwerking op het gemoed, werkt de kunstzinnige therapie. Het is een zoeken naar harmonie in de kleur en daardoor vinden van harmonie in het zielenleven. Een overgaan van de ene naar de andere kleur om zo een beweeglijkheid in de gevoelswereld te oefenen. Het is een omgaan met kleur, niet omdat al die kleurtjes zo leuk zijn, maar om een bewustzijn voor de kwaliteit van kleur te wekken. Het is het onbevangen kleuren gaan waarnemen en daarbij dat, wat de kleur te zeggen heeft, voor waar te nemen.

A.M.Muller, vrijeschool Zutphen, *nadere gegevens onbekend

.
Waarnemen van kleur

Natuurkunde klas 6alle artikelen

Goethe Kleurenleer

Kleurenleermeer

.

1721-1615

.

.