VRIJESCHOOL – Ontwikkelingsfasen (1-4)

.

RONDOM DE GEBOORTE

De meeste ouders hebben goed nagedacht over hun keus voor kinderen. De zwangerschap is dan ook een periode die de aanstaande ouders heel bewust beleven. Dat bij veel ouders ook de behoefte ontstaat om al met het in de buik groeiende kind in contact te komen wekt geen bevreemding. Een gesprek met huisarts Marco Ephraïm en verloskundige Toke Nieuwesteeg over contact met je ongeboren kind, over zwangerschap en geboorte.

Antroposofisch Therapeuticum Aurum, waar huisarts Marco Ephraïm zijn praktijk heeft*, ligt midden in een Zoetermeerse woonwijk. Ook Toke Nieuwesteeg heeft* als verloskundige haar werkgebied hier in het hart van de Zoetermeerse hoogbouw, waar veel jonge gezinnen wonen.
Omdat Ephraïm zelf als ouder heeft ervaren dat je al voor de geboorte contact met je kind kunt hebben, vraagt hij mensen in zijn praktijk die een kind verwachten vaak naar hun belevenissen.

Ephraïm: ‘In het begin dient de zwangerschap zich aan als iets nieuws dat je nog niet kent, waar je hoogstens het gevoel over hebt dat het bij je hoort. Dan ga je ruimte maken voor dat nieuwe, zowel fysiek als geestelijk. Soms verschijnt er in een droom een beeld dat even iets zichtbaar maakt van het kind dat gaat komen. Dat kan de overtuiging versterken dat je geestelijk ruimte moet gaan maken. Vooral bij een eerste zwangerschap ga je meestal door met je oude leefpatroon. Toch is het goed al in een vroeg stadium een aantal rustpunten in de dag in te bouwen waarop je je aandacht even op je kind richt.’

‘Iemand die slaapt ga je niet wakker porren omdat jij zo graag contact wilt’

Naarmate de zwangerschap vordert zal het kind volgens Ephraïm ook fysiek meer ruimte opeisen. ‘Het zal steeds meer opvangen van wat er in de omgeving gebeurt en laat dat door zijn bewegingen merken ook. Als moeder neem je die bewegingen met je tastzin van binnenuit waar, als vader van buitenaf door je hand op de buik te leggen. Het maakt wel uit op welke manier je contact legt: ga je prikken en duwen om de baby uit te lokken tot beweging of probeer je meer luisterend te voelen? Een kind in de baarmoeder slaapt haast voortdurend. Iemand die slaapt ga je niet wakker porren omdat jij zo graag contact wilt. Je kijkt en luistert, raakt hem eventueel voorzichtig aan en wacht of hij zich wil melden of niet.

Als je heel rustig bij een slapend iemand in de kamer staat, kun je soms de gewaarwording hebben dat er iets van degene die slaapt in de omgeving aanwezig is. Zo is dat ook met het ongeboren kind. Het is als een soort stemming om de moeder heen aanwezig. Je bijdrage als vader ligt er vooral in dat je er op dat stemmingsniveau mee zorg voor draagt dat het kind zich welkom voelt.’

Bijna-leven-ervaring

Ephraïm heeft de indruk dat vrij veel moeders rond het moment van de conceptie al een soort ontmoeting hebben met het kind dat gaat komen. ‘Er ontstaat dan een gevoel dat er iemand bij je is die je mag koesteren. Ik noem dat bijna-leven-ervaringen. Maar ook bij vaders kan het ongeboren kind zich aankondigen. Dat contact kan op allerlei niveaus plaatsvinden. Als je een aandachtige, ruimte scheppende houding hebt, meldt zich eigenlijk altijd wel iets.’

Toke Nieuwesteeg: ‘Contact kun je ook leggen door te praten met je kind.

Moeders die last hebben van het getrappel van de baby in hun buik, raad ik aan hem een sprookje voor te lezen. Vaak word ik dan een beetje uitgelachen. Maar als je het doet, merk je dat het helpt. De baby valt ervan in slaap. Ook vaders kunnen voorlezen. Sprookjes passen wat stemming en kwaliteit van de beelden betreft beter bij het ongeboren kind dan verhaaltjes over de dingen van alledag. Bovendien is het handig als je de sprookjes nu vast doorleest, want later als je kind groter is, zul je ze toch ook moeten vertellen. Liedjes zingen kan ook. Er zijn allerlei CD’s met muziek voor ongeboren baby’s in de handel, maar echt contact  ontstaat alleen als je je eigen stem gebruikt.’

‘Sprookjes passen beter bij het ongeboren kind dan verhaaltjes over dingen van alledag’

Marco Ephraïm: ‘Dat geldt ook voor de stem van de vader. De baby neemt de stem van zijn vader zelfs nog beter waar dan die van zijn moeder, omdat lage tonen beter geleid worden door het vruchtwater. Het maakt ook uit of de ongeboren baby de stemmen van zijn ouders hoort omdat die met elkaar spreken, of dat ze zich rechtstreeks tot hem wenden. In dat laatste geval schijnt dat een grotere stemherkenning te geven na de geboorte.’

Rondom de geboorte

Twee keer per jaar geeft* Toke Nieuwesteeg de cursus ‘Rondom de geboorte: op weg naar de aarde’. In deze cursus voor aanstaande ouders bespreekt zij, samen met een verpleegkundige, alles wat met zwangerschap, geboorte en het eerste levensjaar van de baby te maken heeft. ‘Overigens spreek ik liever over geboorte dan over bevalling. De moeder bevalt, maar het kind wordt geboren. Bij de geboorte zijn twee mensen betrokken die allebei iets moeten doen. Als je tijdens de zwangerschap hebt gepraat met je kind of voor hem hebt gezongen en als je bijvoorbeeld bij de zwangerschapsyoga hebt leren “hummen”, dan kun je daarmee jezelf en je baby tijdens de ontsluiting goed helpen. De weeën zijn een soort massage voor de baby. Ze bereiden als het ware de eerste fysieke ademhaling van je kind voor. Als je zo naar de weeën kunt kijken, dan ga je ook anders met de pijn om.’

‘Er is tijdens de geboorte een moment dat ik heilig vind. Dat is het moment vlak voor de eerste perswee. Tijdens de ontsluiting is het kind steeds verder naar beneden gegaan. Nu moet het naar buiten, en dan merk je dat er een ogenblik van terughouding is. Die eerste perswee laat even op zich wachten. Ik denk dat er op dat moment iets heel belangrijks gebeurt. Om dat te ervaren moet je tijdens de bevalling niet te onrustig zijn en niet te veel praten. Mijn man kan zich niet voorstellen dat ik ooit mijn mond houd, maar tijdens een bevalling ben ik zo stil mogelijk.’

Toke legt het kindje na zijn geboorte altijd op de buik bij de moeder. ‘Dat is toch de warmste ondergrond die er is en daar kijk ik de baby ook na.’ Over het algemeen doet zij de baby niet in bad. ‘Zeker de eerste vier dagen is dat gewoon niet nodig. Een kind verweekt in het badwater, terwijl het juist in zijn velletje moet komen.’
Dan wordt het kind gewogen en warm aangekleed. ‘Ik let er altijd op dat de baby de eerste dagen nog geen rompertje aankrijgt. Hij is net door het geboortekanaal heen, dan moet je niet weer iets over dat pijnlijke bolletje trekken. Gelukkig bestaat er sinds kort een soort rompertje dat van boven als een soort overslaghemdje sluit. Vervolgens wikkel ik altijd de beentjes in een omslagdoek. Gewikkeld kunnen baby’s het niet koud krijgen maar wel hun eigen beentjes en voetjes voelen en zo hun eigen grenzen verkennen. Als er geen therapeutische indicatie is voor langer of steviger wikkelen, bijvoorbeeld omdat het kind erg onrustig is, adviseer ik om de eerste zes weken de beentjes te wikkelen.’

‘Een baby heeft na de beslotenheid van de baarmoeder behoefte aan een klein plekje. Liever een wiegje dan een ledikantje. Toke Nieuwesteeg: ‘Gelukkig zijn de hemeltjes weer terug, maar je kunt ook gewoon een dunne zijden doek over een stok boven de wieg hangen. Dekbedjes worden tegenwoordig afgeraden, maar wollen dekentjes of een schapenvachtje zijn uitstekend. Een wollen mutsje is belangrijk omdat het hoofdje van de baby een derde deel van zijn lichaam uitmaakt. Het is goed om die hersentjes, die zo hard groeien, warm te houden. Bovendien dempt een mutsje ook de geluiden een beetje. Let er wel op dat de muts niet te groot is. Het voorhoofd moet bloot blijven om als thermostaat te kunnen werken. Je baby voelt zich er meestal erg behaaglijk in. En een baby die het aangenaam warm heeft, heeft meer zin om te leven.’

Naar buiten

‘Als een moeder vraagt wanneer ze met de baby naar buiten mag, zeg ik: kijk goed naar je kind. Als je hem oppakt en merkt dat hij nog niet kan focussen, wil hij nog niet naar buiten, maar rustig in zijn bedje liggen of dicht tegen jou aan zijn. Heel geleidelijk groeit hij iets van je af. Met een week of vijf zes gaat hij kijken en lachen. Dan vindt hij het leuk om naar buiten te gaan en de wereld te ontmoeten. Ik begrijp natuurlijk wel dat het niet zo makkelijk is om je baby zes weken binnen te houden. Dus als je je peuter naar het klasje brengt en de baby moet mee, leg hem dan meteen na de voeding, met zijn jasje aan en zijn muts op, in de kinderwagen. Dan hoef je alleen nog maar een dekentje over hem heen te doen. Leg bij koud weer het dekentje buiten tot over zijn neus zodat hij tot lichaamstemperatuur verwarmde lucht inademt. Thuis haal je alleen het dekentje weg en laat je de baby in de wagen tot het weer voedingstijd is. Zo verstoor je zo min mogelijk zijn ritme.

Wat betreft het ritme van de borstvoeding vind ik dat je de eerste dagen de borst kunt aanbieden wanneer de baby erom vraagt. Daarna kun je naar een ritme van tweeënhalf of drie uur streven. Als je er zelf goed tegen kan, kun je de baby natuurlijk voortdurend blijven voeden als hij daarom vraagt, maar ik vind dat je ook wel eens nee moet kunnen zeggen. Als een baby erg veel huilt, helpt het overigens meestal niet om hem telkens te voeden. Omdat hij te moe is zal hij weinig drinken, daardoor weer te vroeg wakker worden en zo kom je snel in een vicieuze cirkel terecht. In dat geval zou je kunnen proberen je baby helemaal in te wikkelen** of hem in een draagzak bij je te dragen. De eerste acht weken draag je een baby aan je hart, het liefst in je armen, daarna verhuist hij van je hart naar je rug, zodat je je handen vrij hebt.’ **

Wikkelen

Het wikkelen of bakeren is een oeroude manier van babyverzorging. Voor baby’s die veel huilen, die hun slaap- en drinkritme niet kunnen vinden, die last hebben van buikkrampjes of van allergische reacties, maar ook voor peuters met bijvoorbeeld inslaapproblemen kan het bakeren een uitkomst betekenen. Door je baby voor het slapen gaan op een bepaalde manier stevig in een doek te wikkelen, voelt hij zich warm en geborgen en voelt hij bovendien zijn eigen begrenzing beter aan. Uit onderzoek is bovendien gebleken dat te vroeg geboren baby’s die gewikkeld te slapen werden gelegd zich fysiek beter ontwikkelen dan kinderen die niet gewikkeld werden.

Consultatiebureau-verpleegkundlge Rla Blom heeft jarenlange ervaring met bakeradviezen. Zij schreef een speciale brochure over bakeren en over alle praktische facetten. Frustreer ik mijn kind niet door het in te pakken? Past bakeren nog wel in de moderne cultuur? Is het wel goed voor de motorische ontwikkeling? Past het bij de richtlijnen in verband met wiegendood? Hoe lang moet je ermee doorgaan? Dat het enthousiasme voor wikkelen toeneemt, blijkt ook uit de ‘troostkoffer’ die het Riagg in Den Haag ontwikkelde voor ouders met ‘huilbaby’s’, waarin ook een wikkeldoek met instructies is opgenomen.

Ria Blom – In doeken gewikkeldinformatie

,

Petra Weeda, Weleda Puur kind *lente 1999 nr.3

.

Voor Steiner begint de mens niet met de geboorte: zijn wezenskern is ‘eeuwig’ en maakt verschillende incarnaties door.
De taak van de opvoeding is o.a. dit op aarde komende wezen te begeleiden.
Algemene menskunde: [1-2]   [1-2-1]   [1-6]   [1-9]   [1-10]

ontwikkelingsfasenalle artikelen

menskunde en pedagogiealle artikelen

opvoedingsvragenalle artikelen

.

1646

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.