VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Algemene menskunde – voordracht 1 (1-6)

.

Enkele gedachten bij blz. 22 in de vertaling van 1993.

ALGEMENE MENSKUNDE ALS BASIS VOOR DE PEDAGOGIE

luidt de titel van de vertaling van GA* 293 [1].

De voordrachten die Steiner hield hadden tot doel uiteen te zetten wat vrijeschoolpedagogie omvat.
Van 21 augustus tot en met 6 september 1919 volgden de leerkrachten voor de te beginnen school deze cursus die, naast de in de morgen gehouden voordrachten GA 293, ook nog bestond uit de over de rest van de dag verdeelde cursussen  (GA 294) [2] en (GA295) [3]

VOORGEBOORTELIJKE OPVOEDING

Nadat Rudolf Steiner het streven van de kerk, de gelovigen voor te bereiden op een leven na de dood, een ‘verfijnd egoïsme‘ heeft genoemd, richt hij zijn aandacht hier veel meer op het ‘vóór de geboorte’ dan ‘na de dood’.
En omdat het over opvoeden gaat, zou de vraag gesteld kunnen worden: ‘Wat is opvoeding dan voor de tijd die vóór de geboorte ligt. 
Het hoeft geen verbazing te wekken, dat het niet mogelijk is om dan op te voeden.

Die Menschen denken über Erziehung nach und fragen über die vorgeburtliche Erziehung. Aber, meine lieben Freunde, vor der Geburt ist das Menschenwesen noch in der Hut über dem Physischen stehender Wesenheiten. Denen müssen wir die unmittelbare einzelne Beziehung überlassen zwischen der Welt und dem einzelnen Wesen. Daher hat die vorgeburtliche Erziehung noch keine Aufgabe für das Kind selbst. Die vorgeburtliche Erziehung kann nur eine unbewußte Folge desjenigen sein, was die Eltern, insbesondere die Mutter, leisten. Verhält sich die Mutter bis zu der Geburt so, daß sie in sich selbst zum Ausdruck bringt dasjenige, was im rechten Sinn moralisch und intellektuell das Richtige ist, so wird ganz von selbst das, was sie in fortgesetzter Selbsterziehung vollbringt übergehen auf das Kind. Je weniger man daran denkt, das Kind, schon bevor es das Licht der Welt erblickt, zu erziehen, und je mehr man daran denkt, selbst ein entsprechend rechtes Leben zu führen, desto besser wird es für das Kind sein. Die Erziehung kann erst angehen, wenn das Kind wirklich eingegliedert-ist in die Weltenordnung des physischen Planes, und das ist dann, wenn das Kind beginnt die äußere Luft zu atmen.

De mensen denken na over opvoeding en vragen naar de voorgeboortelijke opvoeding. Maar, beste vrienden, voor de geboorte bevindt zich het mensenwezen nog onder de hoede van wezens die boven de fysieke wereld staan. Aan hen moeten we de directe unieke verbinding overlaten tussen de kosmos en het individu. Daarom ligt er in de voorgeboortelijke opvoeding nog geen taak jegens het kind zelf. De voorgeboortelijke opvoeding kan slechts een onbewust gevolg zijn van wat de ouders – met name de moeder – doen. Leeft de moeder tot de geboorte zo, dat ze in zichzelf werkelijk het moreel en intellectueel juiste tot uitdrukking brengt, dan zal alles wat ze bij haar eigen innerlijke zelfopvoeding doet vanzelf op het kind overgaan. Hoe minder men erover piekert het kind nog voor het is geboren op te voeden en hoe meer men eraan denkt zelf op de juiste wijze te leven, des te beter zal het zijn voor het kind. De opvoeding kan pas ter hand worden genomen wanneer het kind werkelijk deelgenoot van de fysieke wereld is geworden en dat is wanneer het kind begint te ademen.
GA 293/23
Vertaald/22

Ook in GA 110, bij het beantwoorden van vragen, benadrukt Steiner de rol van de moeder:

Die Götter haben aus hoher Weisheit heraus die ersten zehn (Mond-)Monate der Menschenentwickelung der menschlichen Einwirkung entzogen. Die Menschen sollen froh sein, daß sie in die vorgeburtliche Ent­wickelung nicht eingreifen können. Ist das Leben der Mutter so geordnet, daß es einem gewissen Ideal im Denken, Fühlen, Emp­finden und Wollen entspricht, dann ist das wohl auch das beste für das Kind.

De goden hebben uit een hogere wijsheid de eerste tien (maan)maanden van de ontwikkeling van de mens, onttrokken aan menselijke invloed. De mensen moeten blij zijn dat ze niet kunnen ingrijpen in de voorgeboortelijke ontwikkeling. Is het leven van de moeder zo ingericht dat het aan een zeker ideaal in denken, voelen en willen beantwoordt, dan is dat wel het beste voor het kind.
GA 110/181
Vertaald

In GA 303, een pedagogische voordrachtenreeks:

Das Charakteristische unseres materialistischen Zeitalters ist, daß die Menschen womöglich früh schon anfangen möchten, in künstlicher Form allerlei Erziehungsmäßiges an den Menschen heranzubringen. So möchten sie auch auf eine seelisch-geistige Weise schon vor dem sieben­ten Jahre das Gedächtnis pflegen. Sie möchten sogar noch weitergehen, und das zeigt, auf welchem falschen Wege gerade ein materialistisches Zeitalter in dieser Beziehung ist. Es gibt Mütter, ich kann Ihnen das aus Erfahrung sagen, die fragen einen nicht nur, wie soll man in einer Weise, die erst für ein späteres Lebensalter in Betracht kommt, das Kind vor dem Zahnwechsel erziehen, sondern die fragen einen, wie soll man das Kind vor der Geburt erziehen im embryonalen Zustande? Da möchten die Menschen allerlei Anweisungen haben. Man kann ihnen nur sagen: Schau auf dich selbst als Mutter, behandle dich ordentlich, dann wird das Kind, dessen Bildekräfte du doch noch dem Schöpfer überlassen mußt, schon in der richtigen Weise gedeihen. Das ist dasjenige, was allerdings auch radikal ausgesprochen ist, aber was durchaus berechtigt erscheint gegenüber gewissen sophistischen Fragen nach gewissen Erziehungsprinzipien, die erst in das spätere Alter hineingehören. 

Het kenmerkende van ons materialistische tijdperk is dat de mensen zo mogelijk al vroeg zouden willen beginnen in een kunstmatige vorm allerlei opvoedingsacties aan de mens op te dringen. Zo zouden ze ook op een geestelijk-psychische wijze al voor het zevende jaar het geheugen willen oefenen. Ze zouden zelfs graag nog verder willen gaan, en dat laat zien op wat voor verkeerde weg juist een materialistisch tijdperk in dit verband is. Er zijn moeders — ik kan u dat uit ervaring meede­len – die vragen je niet alleen hoe je op een manier die pas op latere leeftijd in aanmerking komt, het kind voor de tanden­wisseling moet opvoeden, maar die vragen je: hoe moet ik het kind vóór de geboorte, in embryonale toestand opvoeden? Daar zouden deze mensen allerlei aanwijzingen voor willen krijgen. Je kunt tegen hen alleen maar zeggen: kijk goed naar jezelf, hoe je als moeder bent, ga goed met jezelf om, dan zal je kind, wiens vormkrachten je toch aan de schepper moet overlaten, wel op de juiste wijze gedijen. Dit is allemaal wel wat radicaal uitgesproken, maar het is een absoluut terechte reactie jegens bepaalde spitsvondige vragen naar bepaalde opvoedingsprincipes die pas voor de latere leeftijd geschikt zijn. 
GA 303/193
Vertaald/218

 

Nu, vele jaren later, is er veel bekend geworden over de invloed van de omgeving op het ongeboren kind. Niemand kijkt meer op van ‘geen alcohol en niet roken’.
Zelfs de rokende omgeving heeft invloed – via de moeder! – op de fysieke ontwikkeling en gezondheid van het ongeboren kind. 

En duidelijk geworden is nu ook, dat het niet uitsluitend om fysieke stoffen: alcohol, nicotine, drugs enz. gaat, maar ook om bijv. muziek die doordringt tot het embryo.
Maar ook lang geleden: in het Lukasevangelie wordt beschreven dat Maria (zwanger) op weg 
gaat naar haar nicht Elizabeth in Judea. Zij ont­moeten elkaar in het huis van Zacharias: ‘En toen Elizabeth (zwanger van Johannes – de latere ‘Sint-Jan’ -) de groet van Maria hoorde, geschiedde het dat het kind opsprong in haar schoot’.

‘Is het leven van de moeder zo ingericht dat het aan een zeker ideaal in denken, voelen en willen beantwoordt, dan is dat wel het beste voor het kind.’

Wat voor ideaal in denken, voelen en willen zou dat moeten zijn? Wat is ‘op de juiste wijze leven’ met het oog op het kind dat nog geboren moet worden?

 

*GA= Gesamt Ausgabe, de boeken en voordrachten van Steiner

[1] GA 293
Algemene menskunde als basis voor de pedagogie
[
2] GA 294
Opvoedkunst. Methodisch-didactische aanwijzingen
[
3] GA 295
Praktijk van het lesgeven

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

.

1277

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

Advertenties

2 Reacties op “VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Algemene menskunde – voordracht 1 (1-6)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Algemene menskunde voordracht 1 (1-7-1) | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Algemene menskunde – voordracht 1 – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s