VRIJESCHOOL – Menskunde en pedagogie (18-5)

.

OVER HET GEHEUGEN

Het geheugen van de mens is nog altijd een moeilijk te doorgronden fenomeen.
Onthouden, vergeten – soms net niet helemaal: ‘het (woord, de naam) ligt me op de lippen’; ‘ik kan er (even) niet (meer) opkomen’ en andere uitdrukkingen; het drie- vierjarige kind dat vrijwel altijd van oma of opa wint met ‘memory’; de dementerende die niet weet dat hij dezelfde vraag twee minuten geleden ook stelde: we weten nog altijd niet hoe dat precies komt, m.a.w. wat geheugen, zich herinneren enz. is, is nog altijd om over na te denken en te onderzoeken. 
Dat is gebeurd en gebeurt nog steeds, dus zijn er ook vele gezichtspunten.

Voor de pedagoog en opvoeder ook een belangrijk onderwerp. Als je wilt dat kinderen dingen voor een langere tijd leren, moeten ze die kunnen onthouden, moeten die ‘in het geheugen worden geprent’. Of als het vaardigheden betreft: die moeten ze ‘onder de knie’ krijgen.

Hier een wat ouder artikel over wat geheugen is, of zou kunnen zijn:

HOE WEET U ZO SNEL DAT U HET NIET WEET?

Hoe komt het toch dat vrijwel niemand over zijn verstand klaagt en bijna iedereen wat op zijn geheugen heeft aan te merken? Zonder geheugen valt er immers niet te denken. Whitehead heeft gezegd dat de westerse filosofie niets anders is dan een reeks voetnoten bij Plato. Hij wilde daarmee duidelijk maken dat de algemene problemen van ons bestaan al duizenden jaren lang in dezelfde bewoordingen worden gegoten. Wat het geheugen betreft blijkt dat uit twee citaten:
‘De geest weet zelf niet wat de geest is, en wie zijn kennis vermeerdert, vermeerdert zijn smart.’

Deze uitlatingen zijn respectievelijk van Cicero en Prediker, en hun trefzekerheid wedijvert met een gebrekkige agogische waarde. Eerst Prediker.

Is het zo dat een beter geheugen alleen maar leidt tot het ervaren van meer ellende? Op het eerste gezicht is dat natuurlijk onzin. Zonder geheugen zouden we elke dag moeten leren lopen, ons te wassen, kleren aan te trekken, en ga maar door. Er zou geen besef van continuïteit zijn, en we zouden bij elk ochtendkrieken een naam moeten krijgen, ware het niet dat er geen sterveling is om die te verschaffen. Het ontbreken van een geheugen is voor mens noch dier verenigbaar met het leven. Toch hebben we van het geheugen ook last. „Heugenis van beter dagen scherpt de angel van het leed”, zei de brave Potgieter. Anderen denken daar ook zo over. „Herinneringen, de voornaamste luxe van ongelukkige wezens”, laat Ambrose Bierce weten, en de weinig vrolijke Jeroen Brouwers schrijft zelfs: „Het verschrikkelijkste dat een mens bezit is zijn geheugen”.

Het geheugen heeft inderdaad iets genadeloos, wat vermoedelijk komt omdat we er weinig beheersing over hebben. We onthouden wat we willen vergeten, en we vergeten wat we willen onthouden. Het heeft geen enkele zin, jezelf te dwingen tot vergeten. „Herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil”, zegt Cees Nooteboom.

Dit brengt ons bij de uitspraak van Cicero dat de geest zelf niet weet wat de geest is.

Wij weten wel dat we kunnen lezen, schrijven, spreken, leren, onthouden en vergeten, maar we weten niet hoe we dat doen. Bovendien hangen de activiteiten van de geest als los zand aan elkaar. Waarom klopt het gevoel niet met het verstand, willen we dingen die we niet kunnen, en waarom verlost het vergeten ons volgens het toeval van het onaangename en het prettige? Een mens is geen geïntegreerd geheel waarin alles mooi en stabiel met alles samenhangt. We zijn een eenheid van onzin, een optelsom van processen die elk min of meer huns weegs gaan.

Geen eigen taal
Het feit dat wij psychische processen nauwelijks kunnen beheersen en ze bovendien niet intuïtief kennen, is ook al sinds jaar en dag bekend. Omdat het innerlijk geen eigen taal heeft, is men genoodzaakt geweest net te doen alsof ons zieleleven lijkt op een bekend object in de buitenwereld. Als het onbekende wordt benaderd vanuit het bekende, hebben we te maken met metaforen, waarvan het geheugenonderzoek talloze voorbeelden laat zien. Plato en Aristoteles vergeleken het geheugen met een wastablet. Het vergeten hield in dat de zachte was zijn indrukken verloor. Die geheugenmetafoor leeft nog steeds voort in de taal: denk aan het hebben van indrukken of impressies. Aristoteles had in dat verband een mooie metafoor voor het slechte inprentingsvermogen van oude mensen. Hun geheugen zou zijn als een zegel dat op stromend water wordt gedrukt. Andere geheugenmetaforen in de oudheid hebben eveneens te maken met observaties vanuit het dagelijks leven. Plato vergelijkt het geheugen elders met een volière. Onderwijzen is niets anders dan een hok volstoppen met vogels, en de herinnering betekent dat we door het hok lopen en de juiste vogel grijpen. Het perkament was ook een inspiratiebron om geheugenprocessen voor te kunnen stellen. Vrij bekend is dat het in hoog tempo leren van heel verschillende dingen vaak gepaard gaat met een gebrekkig inprentingsvermogen. In de zielkunde wordt dat retro- en proactieve inhibitie genoemd, termen waarvoor de uitvinder alsnog standrechtelijk geëxecuteerd zou moeten worden.

Dergelijke verschijnselen zijn vergeleken met een palimpsest. Vroeger was perkament duur, en probeerde men het vaker dan één keer te gebruiken door de tekst af te krabben en erover heen te schrijven. Dat ging nogal gebrekkig omdat de ene tekst de andere gedeeltelijk onleesbaar maakte. Verwarring was het resultaat.

Kenmerken van geheugenmetaforen zijn dat zij altijd op een ruimtelijke voorstelling steunen. Cicero noemde het geheugen een schatkamer, en Augustinus liet zich inspireren door het landschap. „Zie mijn geheugen met zijn velden, grotten, ontelbare holen, onnoemelijk vol van ontelbaar veel soorten dingen (…) Dit alles laat ik de revue passeren, ik vlieg hierheen en daarheen, ik dring door zo diep ik wil en nooit is er een einde”, zegt hij in de Confessiones. Dergelijke metaforen werden niet zo maar bedacht, men probeerde zijn geheugen ook met behulp daarvan te verbeteren. Zo werd Cicero de vader van de zogenaamde loci-methode in de mnemotechniek, een verzamelnaam van procedures om de herinnering te bevorderen. Hij beveelt aan dat redenaars de elementen van hun betoog in verschillende ruimten of kamers plaatsen. Tijdens het houden van het verhaal lopen zij door deze ruimte, en „zien” wat ze willen vertellen. Deze truc wordt nog steeds toegepast, en werkt prima. Families van woordjes kunnen gemakkelijk onthouden worden door ze in verband te brengen met een landschap. Ik loop via een pad (callis) een heuvel (collis) op waar een vuur (ignis) brandt dat vergaat tot as (cinis), enzovoorts.

Ongrijpbaar
De neiging om het ongrijpbare geheugen als een ruimte voor te stellen is nooit veranderd. De nuchtere Locke sprak over een pakhuis, Freud over een woonhuis en de dorre Kant over een bibliotheek. Latere metaforen verraden de invloed van de techniek. Tijdens deze eeuw hebben we te maken gekregen met het fotografisch geheugen (waarvan Koot en Bie zich op de Bescheurkalender hebben afgevraagd hoe het vóór 1839 werd omschreven), groeven in een grammofoonplaat, en de onvermijdelijke computer. Analoog is
geheugenverlies omschreven als zacht geworden was, weggevlogen vogels, zoekgeraakte boeken en grammofoonplaten.

Zoals alle analogieredeneringen gevaarlijk zijn, kleven er bezwaren aan geheugenmetaforen. Een wisseling van metafoor brengt vaak met zich mee dat men aspecten van het geheugen die bij de oude metafoor behoren niet meer kan onderbrengen.

Een treurig voorbeeld is de Duitse bioloog Richard Semon geweest. Hij schreef in de jaren twintig enkele boeken over het onthouden en vergeten die pas kort geleden zijn herontdekt. Semon leefde in een tijd waarin men het vergeten beschouwde als het wegraken van informatie. Het proces was onherroepelijk. Nu was Semon een aanhanger van Lamarck. Wat dier en mens leren, zou aan het nageslacht worden doorgegeven. In dat kader kon hij niet accepteren dat wij zoveel vergeten. Aldus kwam de veronderstelling op dat het vergeten niet berust op het feit dat iets verdwijnt, maar dat wij het niet terug kunnen vinden. Pas in de jaren zeventig besloten psychologen de mens met computers te vergelijken. Computers vergeten niets, maar de programmeur heeft des te meer moeite om de informatie te voorschijn te halen. Hierdoor geïnspireerd ging men het ene proefje na het andere doen, waaruit bleek dat het vergeten bij de mens vaak op precies hetzelfde berust. Aldus werd Semon herontdekt.

Het tweede gevaar van ruimtelijke geheugenmetaforen is dat zij bepaalde verschijnselen principieel niet kunnen verklaren. Hoe is het mogelijk dat u onmiddellijk weet dat u iets niet weet? Wellicht heeft u nooit gehoord van een heet nokkenasje (een onderdeel om een motorfiets op te voeren). Dat is gek, want wij weten strikt genomen pas dat wij iets niet weten als de gehele ruimte van het geheugen is doorzocht, en dat zou juist heel lang moeten duren.

Mensje in machine
Het derde probleem is dat ruimtelijke en technische voorstellingen van psychische functies altijd een homunculus bevatten, ofwel een mensje in de machine of in het vergelijkingsobject. Wie leest de wastablet, zet de naald op de grammofoonplaat en zoekt het boek op in de bibliotheek? Hoe weet de bibliothecaris of hij het goede boek te pakken heeft? Herinnert hij zich dat? In de logica noemt men dit een petitio principii, een fout die inhoudt dat het te verklaren proces stiekem bekend wordt verondersteld. Het is dan ook niet verbazend dat de geheugenpsychologie meer bestaat uit intrigerende beschrijvingen van veel verschijnselen dan uit verklaringen. De neurofysiologie heeft ook al weinig opgeleverd. Om daar iets over te kunnen zeggen moeten we eerst een tijdsindeling maken. Men onderscheidt vier typen geheugen. Het zintuigelijk geheugen houdt informatie vast gedurende een paar honderd milliseconden tot een seconde of wat. Een sigaret trekt in het donker een spoor door de lucht als u wilde armbewegingen maakt. Bjj het gehoor noemt men dit geheugen de echobox. U zit nu dus te lezen bjj het licht van de inmiddels in brand geraakte gordijnen, en iemand roept dat de brandweer eraan komt en dat de koffie koud is. U verstaat dat niet, verzoekt bulderend om herhaling van de boodschap, om op datzelfde moment te „horen” wat zojuist werd gezegd. Dan hebben we het korte-termijn geheugen voor zinloos materiaal zoals telefoonnummers dat, herhaling buitengesloten, zo’n halve minuut omvat. Vervolgens wordt het geleerde vastgelegd in een geheugen dat misschien berust op het drukken van eiwitten in de hersenen, een uitdrukking die overigens ook al metaforisch is. Dat blijkt uit het feit dat stoffen die de eiwitsynthese remmen een gat van een minuut of twintig in het geheugen slaan. Misschien gebeurt zoiets ook bij het geheugenverlies na een dreun op het hoofd. Het lange-termijn geheugen tenslotte, heeft zowel een onbepaalde capaciteit als duur.

Er is een structuur in de hersenen (hippocampus) die de overgang van materiaal naar het lange-termijn geheugen bevordert. Als dat gebied beschadigd wordt, heeft iemand geen geheugenverlies, maar is het onmogelijk iets nieuws toe te voegen. Gesprekken met dergelijke mensen doen een beetje denken aan politici die soms ook niet meer weten wat zij zoëven hebben gezegd. Geheugenverlies bij oude mensen berust onder andere hierop dat de hippocampus zijn cellen en voedingsstoffen relatief snel verliest. Ook bij hen is het leren van iets nieuws ernstiger gestoord dan het vertellen van verhalen van vroeger. Tenslotte is er nog een klein gebiedje waarbij een beschadiging het niet meer mogelijk maakt ingewikkelde optische patronen te herkennen. Dat is erg vervelend, omdat vooral het herkennen van gezichten daar zwaar onder te lijden heeft. Waarom de electroshock tot tijdelijk geheugenverlies leidt, is niet bekend. Tenslotte moeten we vaststellen dat zogenaamde leer- en geheugenpillen tot dusver niet zijn gevonden. Hun effect is te vergelijken met een kop koffie of een bestraffende toespraak. Ook het door dieren laten consumeren van de hersens van geleerde soortgenoten sorteert geen effect.

Pavlov
Andere indelingen hebben niet te maken met de tijdsduur, maar met het type geheugen. Wij willen weliswaar niet op dieren lijken, maar conditionering à la de hondenkennel van Pavlov speelt ook bij ons een rol. Er zijn aanwijzingen dat astma-aanvallen vaak op een vorm van leren berusten, en dat wij ons afweersysteem zonder dat te beseffen via conditionering zodanig kunnen beïnvloeden dat de kans op het krijgen van kanker en ander ongerief wordt vergroot. We lijken in zoverre weinig op dieren dat bepaalde stoffen die de seksuele aantrekkingskracht vergroten (de zogenaamde copulinen) zo goed als zeker niet op chemische dwang, maar op leerprocessen berusten. Een aangename partner met een bepaald geurtje kan in één klap een sterke voorkeur voor die lucht doen ontstaan.

Het merkwaardige van het geheugen dat met het aanleren van bewegingen te maken heeft, is dat het nauwelijks lijdt onder het vergeten. Als iemand zegt dat hij in twintig jaar niet meer heeft gefietst of gezwommen, gebeurt er een wonder als u hem met rijwiel en al in het zwembad werpt. Met het semantisch geheugen, dat dient voor het onthouden van woordbetekenissen en symbolen, is het droeviger gesteld. De kans om te vergeten neemt toe naarmate iets minder in verband kan worden gebracht met wat we al weten. Om die reden kunnen schaakmeesters veel gemakkelijker stellingen onthouden dan niet-schakers. Dat inbeddingsprobleem speelt ons dagelijks parten als we vergeefs het weerbericht proberen te onthouden. Ondanks alle toeters en bellen die de NOS in stelling brengt, beklijft hooguit de helft van de uitspraken bij gebrek aan meteorologische kennis. Combineer dat met het gegeven dat de voorspellingen maar een klein beetje meer waard zijn dan de mededeling dat het morgen hetzelfde weer zal zijn als vandaag, en De Bilt kan vanuit zielkundige overwegingen worden afgeschaft.

Onze grootste kracht is het episodisch geheugen dat met gebeurtenissen te maken heeft. Vermoedelijk onthouden we allerlei taferelen niet alleen goed vanwege hun interne samenhang, maar ook omdat verschillende zintuiglijke indrukken tegelijkertijd een rol spelen. De ezelsbruggen van geheugenwonderen berusten hier vaak op. De Russische neuropsycholoog Luria verhaalt van een man die tientallen losse cijfers kon onthouden door zich bij elk cijfer een tafereel voor te stellen. Op straat loopt een dikke vrouw (een 8), op de voet gevolgd door een man met een been in het gips (een 6), enzovoorts. Ook klankverwantschappen in gedichten kunnen hierbij goede diensten bewijzen. Als u de blits wilt maken door een groot aantal decimalen van het getal tien op te zeggen, moet u de volgende strofen uit het hoofd leren. Pie. I wish I could remember pi. Eureca cried the great inventor. Christmas pudding christmas pie is the problem’s very centre. Tel van elk woord het aantal letters, en u komt er. Zonder de ideeën van Lamarck te verdedigen mogen we vermoeden dat Semon gelijk had toen hij schreef dat het vergeten vooral berust op problemen met het opsporen van de dingen. We vergeten omdat we de informatie niet meer kunnen of willen vinden. Dat laatste kan te maken hebben met de gevallen van geheugenverlies die regelmatig in de krant komen, en die vaak zijn begonnen met een of andere hoogst onaangename ervaring. Zodra die boven water komt, keert ook het geheugen terug. Voor het onvermogen om iets op te sporen pleiten veel verschijnselen. De typische kinderlucht in peuterspeelzalen roept herinneringen uit de vroege jeugd op, iets waarover Proust in zijn boek ‘Op zoek naar de verloren tijd’ herhaaldelijk heeft geschreven. In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt komt dat niet doordat de reuk geheimzinnige eigenschappen heeft, maar omdat we onze jeugd niet meer terug kunnen zien of horen. Wat over generaties hetzelfde blijft, zijn de reuksensaties. Iets dergelijks is ook op korte termijn mogelijk. Als we in de woonkamer op het idee komen een schroevendraaier te halen, wordt die gedachte ingebed in wat op dat moment te zien was. De schuur ziet er anders uit, met als gevolg dat u soms niet meer weet waarom u daar staat. Teruglopen is dan een goede remedie, mits u nog beseft waarheen.

Dronkenschap
Nog wat voorbeelden. Wat tijdens dronkenschap is ervaren en gedaan is vergeten, maar komt terug na een paar borrels. Wat in de ene toestand is geleerd, wordt in diezelfde toestand het best herinnerd. Bij stemmingen is dat ook zo. Als iets in een bepaalde stemming is ervaren, wordt dat in diezelfde toestand het best herinnerd. Vermoedelijk schetsen kankerpatiënten daarom vaak een sombere levensgeschiedenis. Zij houden dergelijke verhalen niet omdat hun verleden een en al kommer en kwel was, maar omdat hun sombere stemming voornamelijk sombere dingen oproept. Het verhaal wordt eentonig, maar wat in de ene ruimte is geleerd wordt in een andere ruimte slechter herinnerd als die er anders uitziet. Vermoedelijk zijn er om die reden black-outs tijdens tentamens. Een bos sleutels demonstreert dit principe ook. We grijpen bij elke deur feilloos de sleutel, maar hebben relatief veel tijd nodig om de medemens uit te leggen waar elke sleutel voor dient.

Bij hypnose is iets anders aan de hand. Essentieel is hierbij de verminderde zelfcontrole waardoor er van alles en nog wat wordt uitgeflapt. Aldus ontstaat hetzelfde mengsel van waarheid en fantasie dat opborrelt bij de consumptie van het zogenaamde waarheidsserum scopolamine. In het wilde weg associëren is een even goede manier om het geheugen te activeren, een methode die in Amerika memory jogging wordt genoemd. Hieruit volgt overigens niet dat we ons alles te binnen kunnen brengen. Vooral na operaties onder narcose zijn er vaak lange perioden van vergeetachtigheid.

Spectaculair is de kryptomnesie of het verborgen geheugen. Het betekent dat wij een inval of idee voor nieuw houden omdat we vergeten zijn dat we het ooit onthouden hebben. Gevallen van plagiaat zijn hieraan toegeschreven. In de parapsychologie is het ook bekend. Sommige spiritistische media spreken in trance vreemde talen die voor berichten van gene zijde worden gehouden, en weten niet meer dat zij de betreffende teksten ooit hebben horen voordragen. Eén van Freuds patiënten praatte op die manier Latijn, Grieks en Hebreeuws. Zij was ooit dienstbode geweest bij een dominee die er genoegen in had teksten in deze talen op te dreunen. Intrigerend is dat zoekprocessen in het geheugen door kunnen gaan als we besloten hebben iets anders te gaan doen.

Als u iets hebt vergeten en pertinent wilt weten wat het was, geef uzelf dan de opdracht het aan het licht te brengen, en ga over tot de orde van de dag. Er is een vlotte kans dat het u na een paar uur te binnen schiet.

Een vervelende eigenschap van het episodisch geheugen is overigens zijn onvolmaaktheid. Er worden op den duur behoorlijke gaten in geschoten, en die vullen we op met fantasie. Ook de manier waarop na een gebeurtenis vragen worden gesteld kan vertekeningen opleveren. Als verzocht wordt mede te delen hoe hard de auto’s reden toen zij tegen elkaar knalden, vliegt heel wat meer glas in het rond dan wanneer men vraagt te vertellen hoe snel zij reden. Dokters kunnen daar gebruik van maken. Stel dat een waardeloze pil tegen hoofdpijn moet worden onderzocht. Bij het eerste consult wordt dan het volgende gezegd. Hebt u vaak hoofdpijn? Hoe vaak? Het gemiddelde van een groot aantal mensen is 2,2 aanvallen per week. Na de nep-pil luidt de vraag: hebt u wel eens hoofdpijn, zo ja, hoe vaak? Het gemiddelde is dan plotsldaps gezakt naar 0,7 per week.
Ook bij de diagnostiek kan de suggestibiliteit van het geheugen beroerd uitpakken omdat de patiënt zonder dat te beseffen klachten opsomt die hij niet of nauwelijks heeft.

Voordeur
Tot slot nog een paar raadselachtige verschijnselen. Het is niet nodig, iets vaak of intensief mee te maken om het goed te onthouden. Bijna niemand kan zijn voordeur of een gulden goed tekenen. Omgekeerd onthouden we de gekste dingen als we via de telefoon of de radio een dramatisch bericht horen. Men noemt dat het flitslichtgeheugen. Betekent dit ook dat het fotografisch geheugen op enige schaal bestaat? Het antwoord is ontkennend. Toen de fotografie om zich heen greep waren psychologen daar zo van onder de indruk dat zij prompt het fotografisch geheugen aantroffen. We weten inmiddels hoe dat komt. Hun onderzoeksmethode was zo suggestief dat allerlei mensen een fotografische geheugen leken te hebben. In het verlengde hiervan rijst de vraag wat déja-vu en déja-entendu verschijnselen inhouden. Daar is nooit een verklaring voor gegeven. Een wazige veronderstelling van Sartre is deze. Tijdens het zien en horen slaan we voortdurend informatie in het geheugen op. Als nu het bewuste waarnemingsvermogen door welke oorzaak dan ook korte tijd uitvalt, resteert het geheugen, waardoor we ten onrechte denken de scène al gezien of aangehoord te hebben.

De dezer dagen alom waarneembare brandlucht brengt me tenslotte op het volgende. Als u afwisselend het linker en het rechter neusgat dichtdrukt, zult u merken dat beide niet even doorgankelijk zijn. Onlangs is geconstateerd dat een open rechterneusgat gepaard gaat met een relatief actieve linker hersenhelft, en omgekeerd.
De beide hersenhelften hebben een activiteitscyclus van ongeveer anderhalf uur die zich ook weerspiegelt in de doorgankelijkheid van de neus. Omdat woordbetekenissen relatief veel met de linkerhersenhelft te maken hebben, en emoties en ruimtelijke voorstellingen met de rechter, kunt u uw geheugen voor het een of het ander misschien beïnvloeden door een watje in het gewenste neusgat te proppen.

HERINNERING

Moeder, weet je nog hoe vroeger
Toen ik klein was, wij tezaam
ledren nacht een liedje, moeder,
Zongen voor het raam?

Moe gespeeld en moe gesprongen,
Zat ik op uw schoot, en dacht,
In mijn nacht-goed kleine jongen,
Aan ’t geheim der nacht.

Want als wij dan gingen zingen
’t Oude, altijd-eendre lied,
Hoe God alle, alle dingen
Die wij doen, beziet,

Hoe zijn eeuw’ge, groote wond’ren
Steeds beschermend om ons zijn,
– Nimmer zong je, moeder, zonder ‘n
Beven dat refrein –

Dan zag ik de sterren flonk’ren
En de maan door wolken gaan,
d’Ouden nacht met wijze, donk’re
Oogen voor me staan.

Herinnering
Martinus Nijhoff, Verzamelde Gedichten

.

Piet Vroon, Volkskrant 29-12-1984

,

Herinnering en geheugen: alle artikelen

Menskunde en pedagogiealle artikelen

.

1276

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s