VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 300A – Vergadering 22 september 1920

.

Zie ‘het woord vooraf

Bij de gegeven antwoorden is in het Duits telkens de naam van Steiner gegeven. Ik heb dat niet gedaan, zolang er geen verwarring kan ontstaan. De voetnoten die in de uitgave op aparte bladzijden staan, v.a. blz. 300, heb ik direct bij het verwijzende woord toegevoegd.

In deze vergadering gaat het over:

Positie van Steiner als esotericus binnen het lerarencollege  <1> <1A>
Hoe om te gaan met de overheid <2>
Over het leerplan van klas 9 <3>
Over reciteren; beweegbaar speelgoed <4>
Aanstellen nieuwe collega’s; criteria <5>
Vrij godsdienstonderwijs klas 7 – 9  <6>
Over verschillende kinderen met problemen  <7>
Wereldschoolvereniging; hoe en door wie op te richten; allerlei problemen <8>

.

RUDOLF STEINER

Konferenzen mit den Lehrern der Freien Waldorfschule in Stuttgart 1919 bis 1924

Erster Band Das erste und zweite Schuljahr

Vergaderingen met de leerkrachten van de vrije Waldorfschool in Stuttgart

Band 1 Het eerste en tweede schooljaar

Van de vergaderingen die de leerkrachten van de eerste vrijeschool in Stuttgart hielden, zijn verslagen bewaard gebleven van díe vergaderingen waarbij Rudolf Steiner aanwezig was.

GA 300A

Blz. 214

Vergadering van woensdag 22 september 1920, 20-0.15u

Dr. Steiner: Meine lieben Freunde! Ich muß einige Worte voranschicken, bevor wir in die Einzelheiten der Verhandlung eintreten, da wir am Beginne eines Schuljahres stehen und einige Dinge kurz geklärt sein müssen.
Es ist gesprochen worden auch von meiner
eigenen Stellung im Lehrerkollegium. Ich will heute zunächst nicht vom Äußeren dieser Stellung sprechen, nur vom Inneren. Das scheint mir doch angemessen zu sein am heutigen Abend, weil auch diese innerliche Stellung wenigstens zwischen den Zeilen berührt worden ist.
Ich möchte in den Dingen, die sich auf unsere geistige Bewegung

beziehen — und die Ordnung der Waldorfschule, insofern sie geistige
Angelegenheiten sind, insofern sie pädagogisch-didaktisch von der
Lehrerkonferenz zu behandelnde Fragen sind, gehören in unsere
anthroposophische Bewegung hinein —, in allen solchen Fragen
fühle ich mich, meine lieben Freunde, und werde mich nie anders
fühlen können denn als Esoteriker den Freunden gegenüber. Und da
ist es heute nötig, einiges zu sagen, das Sie nur zu spezialisieren
brauchen auf die besondere Lage der Waldorfschule, über die Auffassung der Stellung des Esoterikers, die dieser selbst von sich hat.

<1> Beste vrienden! Ik moet eerst een paar woorden vooraf zeggen, voordat we naar de details van de bespreking gaan, omdat we aan het begin van een nieuw schooljaar staan ​​en bepaalde zaken kort verduidelijkt moeten worden.
Mijn eigen positie binnen het docententeam is ook ter sprake gekomen. Vandaag wil ik het niet hebben over de externe aspecten van deze positie, maar alleen over de interne. Dit lijkt me vanavond op zijn plaats, omdat ook deze interne positie, ondersteund tussen de regels door, is aangestipt. In zaken die betrekking hebben op onze spirituele beweging – en de organisatie van de Waldorfschool, voor zover het een spirituele kwestie is, voor zover het pedagogische en didactische kwesties betreft die door de lerarenconferentie moeten worden besproken, behoren tot onze antroposofische beweging – in al deze zaken, beste vrienden, voel ik me, en zal ik me nooit anders kunnen voelen dan als een esotericus ten opzichte van mijn vrienden. En daarom is het vandaag nodig om een ​​paar dingen te zeggen, die alleen relevant zijn voor de specifieke situatie van de Waldorfschool, over de eigen perceptie van de esotericus van zijn positie.

Natürlich rechnet man als jemand, der aus den geistigen Welten heraus Dinge an seine Mitmenschen bringen will, darauf, daß diese Dinge in einer gewissen Weise, vielleicht zwar nicht auf Autorität hin, aber auf das Gefühl hin angenommen werden: daß Forschungsresultate vorliegen, die nach bestimmten Richtungen hin vielleicht nur von demjenigen, der sie in einer solchen Weise vertritt, zunächst bekanntgegeben werden können; die selbstverständlich verstanden werden können, wenn sie einmal ausgesprochen sind, die aber eben von einem oder einigen erst als ihre Forschungsresultate ausgesprochen werden müssen. Das ganze Verhältnis, in dem man solche Wahrheiten aufnimmt, ist nicht dasjenige auf Autorität hin, aber es ist ein
solches, das in einer gewissen Weise anerkennt, daß aus einer solchen
Quelle solche Dinge geschöpft werden können.
Meine lieben Freunde, es sieht manches einfach aus, was man in einer
solchen Weise zu seinen Mitmenschen spricht, wie es zu Ihnen in
diesen Tagen geschehen ist, aber es erforscht sich nicht in einfacher
Weise. Es erforscht sich gerade dasjenige, was sich auf so spezielle
Zweige der Pädagogik bezieht, eigentlich doch nur dadurch, daß man
vieles erst durchmacht, vieles durchlebt, daß man erst langjährige
Forschungswege einschlägt. Das Verstehen ist einfach und kann in

Natuurlijk verwacht iemand die spirituele inzichten wil overbrengen aan zijn medemens dat deze inzichten op een bepaalde manier worden ontvangen, misschien niet gebaseerd op autoriteit, maar op gevoel: dat er onderzoeksresultaten bestaan ​​die, in bepaalde richtingen, wellicht alleen in eerste instantie openbaar gemaakt kunnen worden door degene die ze op die manier presenteert; die natuurlijk begrepen kunnen worden zodra ze geformuleerd zijn, maar die eerst door een of meer mensen als hun onderzoeksresultaten moeten worden verwoord. De hele relatie waarin men dergelijke waarheden ontvangt, is niet gebaseerd op autoriteit, maar erkent op een bepaalde manier dat dergelijke inzichten uit een dergelijke bron kunnen voortkomen. Beste vrienden, sommige dingen lijken eenvoudig wanneer je met je medemens spreekt zoals jullie de afgelopen dagen hebben ervaren, maar ze zijn niet gemakkelijk te onderzoeken. Datgene wat betrekking heeft op dergelijke specifieke takken van de pedagogiek kan alleen echt worden onderzocht door veel dingen te doorlopen, veel dingen te ervaren en langdurige onderzoekstrajecten te volgen. Begrip is eenvoudig en kan worden bereikt in

Blz. 215

kurzer Zeit geschehen, das Erforschen ist keineswegs so einfach und
erfordert durchaus Initiationswege. Aber wenn derjenige, der solche
Forschungen mitteilt, sich an seine Mitmenschen wendet, so tut er
das auch von sich aus niemals in der Form, daß er als Autorität
sprechen möchte in dem gewöhnlichen Sinn des Wortes, wie man in
der äußeren exoterischen Welt die Autorität auffaßt.
Ich bitte, dasjenige, was ich in diesem Zusammenhang sage, durchaus
sehr ernst und exakt zu nehmen: es spricht also derjenige, der so
spricht, nicht in dem Sinne, daß das, was er sagt, auf Autorität in
dem gewöhnlichen Sinne angenommen wird. Denn, meine lieben
Freunde, dann würde es nicht wirken, nicht durch jene imponderablen Kräfte an die Mitmenschen übergehen, durch die es übergehen soll. Es muß das ganze Verhältnis ein anderes sein. Das Verhältnis muß ein solches sein, daß alles dasjenige, was gesagt wird, angenommen wird von den Hörenden auf völlig freien Willen hin, daß beim Aufnehmen gar nichts ankommen darf auf den Willen desjenigen, der spricht, sondern alles einzig und allein ankommen muß auf den Willen derjenigen, die zuhören. Das ist, so genau man es kann in der
menschlichen Sprache, ausgedrückt das Verhältnis, das bestehen muß. Man spricht sich nicht aus dem Grunde aus, weil man irgend etwas ins rechte Licht stellen will, sondern aus dem Grunde, weil darauf die ganze Wirksamkeit der Arbeit, die auf Esoterik aufgebautist, in unserer Zeit beruhen kann.

korte tijd, maar het onderzoek is geenszins zo eenvoudig en vereist zeker een inwijdingstraject. Maar wanneer iemand die dergelijk onderzoek deelt zich tot zijn medemens richt, doet hij dat nooit op een manier die suggereert dat hij spreekt als een autoriteit in de gebruikelijke zin van het woord, zoals autoriteit wordt begrepen in de externe, exoterische wereld.
Ik vraag u om wat ik in deze context zeg zeer serieus en nauwkeurig te nemen: de persoon die op deze manier spreekt, spreekt niet in de zin dat wat hij zegt wordt aanvaard als autoriteit in de gebruikelijke zin. Want, beste vrienden, dan zou het niet effectief zijn, het zou niet worden overgedragen aan medemensen via die onmeetbare krachten waardoor het bedoeld is om te worden overgedragen. De hele relatie moet anders zijn. De relatie moet zodanig zijn dat alles wat gezegd wordt, door de luisteraars volledig vrijwillig wordt ontvangen, dat bij het ontvangen ervan niets afhangt van de wil van de spreker, maar alles uitsluitend van de wil van de luisteraars. Dit, zo nauwkeurig als men het in menselijke taal kan uitdrukken, is de relatie die moet bestaan. Men spreekt zich niet uit omdat men iets in een positief daglicht wil stellen, maar omdat de volledige effectiviteit van werk dat op esoterie is gebaseerd, in onze tijd hierop kan berusten.

Wollte man in unserer Zeit etwas auf autoritativen Wegen, sei es auf
autoritativen Wegen des suggestiven Wirkens oder zahlreicher anderer seelischer Machtwege, in die Welt bringen, so würde das das größte
Unheil nach und nach bedeuten. Wir sind eben in jenem Entwickelungsstadium der Menschheit, in dem es notwendig ist, daß immer mehr und mehr Freiheitsimpulse aus den dazu reifen Menschen in die Welt gesetzt werden. Wir dürfen gerade dasjenige, was die Welt aus dem Geiste heraus vorwärtsbringen will, wenn wir so arbeiten, wie Lehrer arbeiten müssen, wir dürfen das unter keinen Umständen auf ein seelisch aufgezwungenes Autoritatives aufnehmen. Alles muß aufgenommen werden ideal auf den guten Willen, auf die Einsicht des Zuhörers, daß derjenige, der spricht über die Dinge, nach dem Gefühl des Zuhörers etwas zu sagen hat. Ein anderes Verhältnis darf nicht bestehen. Jedes andere Verhältnis beeinträchtigt die Wirkung, wenn es sich darum handelt, daß auf Grundlage solcher Mitteilungen und solcher Zuhörer äußere Arbeit geleistet wird, äußere Arbeit, die dann im Zusammenwirken der Menschen geleistet werden kann. Wenn da der Geistesforscher mitwirkt, dann muß das

Als men in onze tijd zou proberen iets in de wereld te brengen door middel van autoritaire middelen, of het nu gaat om suggestie of talloze andere vormen van psychologische macht, zou dat geleidelijk aan tot de grootste ramp leiden. We bevinden ons precies in een stadium van menselijke ontwikkeling waarin het noodzakelijk is dat steeds meer impulsen van vrijheid in de wereld worden gebracht door mensen die daar rijp genoeg voor zijn. We mogen in geen geval accepteren datgene wat de wereld vanuit de geest verder wil brengen, als we zo werken als leraren moeten werken, we mogen dat niet als een psychologisch opgelegde autoritaire kracht in ons opnemen. Alles moet idealiter worden ontvangen met de goede wil, met het inzicht van de luisteraar, dat degene die over dingen spreekt iets te zeggen heeft dat aansluit bij de gevoelens van de luisteraar. Geen andere relatie is toegestaan. Elke andere relatie ondermijnt het effect wanneer het gaat om extern werk dat wordt uitgevoerd op basis van dergelijke communicatie en dergelijke luisteraars – extern werk dat vervolgens kan worden uitgevoerd door de samenwerking van mensen. Als de spirituele onderzoeker erbij betrokken is, dan moet de

Blz. 216

ganze Verhältnis auf dieses autoritativ-freie Aussprechen und freiheitliche Zuhören aufgebaut sein.
Anders dürfen auch die äußeren Verhältnisse nicht aufgebaut sein.
Daher muß es bis zum letzten i-Tüpfel so sein, daß meine Stellung zum Lehrerkollegium diejenige ist, die nicht von mir oder von irgend jemand gewollt wird gegen den Willen irgendeines Mitglieds des Lehrerkollegiums, sondern die akzeptiert wird im innersten Herzen und gewollt wird vom Lehrerkollegium in seiner Gänze. Ob so etwas durch eine äußere Wahl dokumentiert wird oder nicht, darauf kommt es nicht an. Das innere Verhältnis muß ein solches sein. Im Augenblick, wenn es nicht ein solches wäre, in diesem Augenblick würde die rechte Stellung nicht vorhanden sein. Wir müssen geradezu ein wenig wachen über dieses Verhältnis.
Es geschehen ja Gruppierungen auf diesem Felde so, daß man nicht Vereine bildet, sondern daß die Gruppierungen eben um diejenige Persönlichkeit geschehen, welche in dem angedeuteten Sinne etwas zu sagen hat, und daß gewissermaßen diejenigen, die das aufnehmen wollen, sich dann aus ihrem freien Willen heraus gruppieren. Mag nun die Außenwelt dieses oder jenes verlangen für eine solche Gruppierung, innerlich ist allein das berechtigt, was ich gesagt habe.

hele relatie gebaseerd zijn op dit vrij van autoriteit gesprokene en het luisteren in vrijheid.
De externe omstandigheden moeten op dezelfde manier gestructureerd zijn. Daarom moet het tot in de kleinste details zo zijn dat mijn standpunt ten opzichte van het docentenkorps er een is die niet door mij of door wie dan ook tegen de wil van een lid van het docentenkorps wordt gewenst, maar een die in het hart wordt aanvaard en door het docentenkorps als geheel wordt gewenst. Of dit al dan niet door een externe verkiezing wordt bevestigd, is irrelevant. De interne relatie moet zo zijn. Op het moment dat dit niet zo is, op dat moment bestaat de juiste positie niet. We moeten waakzaam zijn over deze relatie.
Op dit gebied komen er groeperingen voor, zodanig dat die geen hechte samenhang vertonen ​​rond het individu dat iets te zeggen heeft in de aangegeven zin, en dat degenen die dit willen oppakken zich vervolgens uit vrije wil groeperen. Hoewel de buitenwereld dit of dat van zo’n groep kan eisen, is intern alleen wat ik heb gezegd gerechtvaardigd.

Sie werden fühlen und empfinden, meine lieben Freunde, daß ich dadurch meine innerliche Stellung zum Lehrerkollegium charakterisieren will, daß ich Sie bitte, sie als solche aufzufassen. Darauf wird die heilwirkende Kraft in aller Zukunft beruhen müssen. In dieser Richtung müssen auch die einzelnen Dinge liegen. Sie müssen spüren, wie ich durchaus immer bestrebt bin und bestrebt sein werde, im Einklänge mit jedem einzelnen dasjenige zur Entscheidung zu bringen, was durch mich zur Entscheidung zu bringen ist, aus dem Grunde, weil der Betreffende mich um die Sache fragt, weil er aus seiner Einsicht heraus mich um die Sache fragt. Wenn Sie dies ganz durchdenken, dann werden Sie zu einer reinlichen Scheidung desjenigen kommen, was das esoterische Verhältnis zwischen uns sein muß, und was allein aus diesem esoterischen Verhältnis heraus segensreich sein kann.
Das, meine lieben Freunde, wollen wir heute zum Ausgangspunkt machen, und Sie werden vielleicht aus mancher Lebensbeobachtung heraus schon gefunden haben, daß die Dinge, die aus dem Geiste heraus geschaffen werden, doch nur dann richtig gehen, wenn ihnen eine solche Auffassung des geistigen Verhältnisses zugrunde liegt.
Trennen Sie also manches, was nun schon einmal bei einer exoterischen Einrichtung, die gegenüber der Außenwelt notwendig ist, da

Jullie zullen voelen en aanvoelen, mijn beste vrienden, dat ik mijn innerlijke houding ten opzichte van de leraren wil karakteriseren door jullie te vragen deze als zodanig te begrijpen. De helende kracht moet hier in de toekomst op gebaseerd zijn. Individuele zaken moeten ook in lijn zijn met deze richting. Jullie moeten aanvoelen hoe ik ernaar streef en altijd zal streven om, in harmonie met ieder individu, tot een besluit te komen dat via mij besloten kan worden, omdat de betreffende persoon mij ernaar vraagt, omdat hij of zij mij ernaar vraagt ​​op basis van eigen inzicht. Als jullie dit volledig overwegen, zullen jullie een duidelijk onderscheid zien tussen wat de esoterische relatie tussen ons moet zijn en wat er puur uit deze esoterische relatie nuttig kan zijn.
Dit, mijn beste vrienden, is wat we vandaag als uitgangspunt willen nemen, en jullie hebben wellicht al uit diverse levenservaringen ontdekt dat dingen die vanuit de geest ontstaan, alleen goed werken als ze gebaseerd zijn op een dergelijke opvatting van de spirituele relatie.
Scheid daarom bepaalde zaken die noodzakelijk zijn in een exoterische ordening, die inherent is aan de relatie met de buitenwereld, 

Blz. 217

sein muß, trennen Sie mancherlei, was einfach die Welt notwendig
macht, von dem, was innerlich zwischen uns sein muß: dann werden
wir am günstigsten nicht nur rationalistisch vorwärtsarbeiten, sondern spirituell arbeiten; wir werden vorwärtskommen.
Und dieses, was ich zu Ihnen sagen wollte, ist auch eine Art Inaugurierung unserer diesjährigen Arbeit; eine Inaugurierung, durch die ich ganz besonders möchte, daß auch dieses Jahr wiederum spirituelle Kräfte durch unsere Arbeit gegossen werden. Sie können davon überzeugt sein, daß ich über die ganze Arbeit und die Einzelheiten der Arbeit, die auch dieses Jahr geleistet wird, den Segen derjenigen geistigen Mächte stets herflehen werde, die unsere ganze
Bewegung tragen. Und wenn Sie auch sich bewußt sind, daß das der Fall ist, wenn Sie gewissermaßen nicht nur zusammen handeln, wenn Sie zusammen denken und empfinden und dadurch die guten geistigen Kräfte in dieses Zusammen-Denken, Zusammen-Empfinden, Zusammen-Klingen des ganzen Seelenlebens aufnehmen, dann wird unsere Arbeit auch in diesem Jahre gelingen.

en scheid bepaalde zaken die de wereld simpelweg noodzakelijk maakt van wat innerlijk tussen ons moet bestaan: dan zullen we in het gunstigste geval niet alleen rationeel, maar ook spiritueel het meest effectief vooruitgang boeken; we zullen verder komen.
En wat ik u wilde zeggen is tevens een soort inauguratie van ons werk dit jaar; een inauguratie waarbij ik in het bijzonder hoop dat dit jaar opnieuw spirituele krachten in ons werk zullen stromen. U kan er zeker van zijn dat ik altijd de zegen zal afsmeken van die spirituele krachten die onze hele beweging ondersteunen, over al het werk en de details van het werk dat dit jaar wordt gedaan. En als u zich daar ook van bewust bent, als u niet alleen samen handelt, maar ook samen denkt en voelt, en zo de goede spirituele krachten opneemt in dit krachtige denken, voelen en resoneren van ons hele zielenleven, dan zal ons werk ook dit jaar slagen. <1>

Nun können wir zu den einzelnen konkreten Punkten übergehen.

Nu kunnen we overgaan tot de concrete punten.

Wünscht jemand zur Tagesordnung etwas zu sprechen?

Wil iemand iets zeggen over de agenda?

Es wird gefragt wegen der Angelegenheit der Anerkennung der Waldorfschule
als Grundschule seitens der Behörden.

<2> Er wordt een vraag gesteld over de erkenning van de Waldorfschool als basisschool door de overheid.

Dr. Steiner: Diese Frage ist eine solche, die je nach dem Wohlwollen
dieser oder jener Schulbehörde nach der einen oder anderen Richtung gedreht werden kann. Zurecht kommen wird man nur — so daß man darin eine gewisse Sicherheit hat für den wirklichen Bestand der Schule —, wenn man irgendwie durch persönlich-gewichtige Rücksprachen verhandelt, wobei ich ausdrücklich bemerken möchte — wir müssen ganz dezidiert reden —, daß das nicht durchs
Telephon geschehen sollte; wenn man durch persönliches Auseinandersetzen mit allen jenen Betonungsmöglichkeiten der Sätze und Wörter und der Unterredung überhaupt, die vorhanden sind in einer persönlichen Aussprache, eine solche Stimmung schafft, daß dann eine gewisse Sicherheit vorhanden ist. Wir können gar nicht vermeiden, wenn wir die Sache bloß so anstreben, daß sie bürokratisch behandelt wird, daß wir nicht in der Zukunft mit derselben Sache
angerempelt werden.
Deshalb meine ich, daß es das beste wäre, wenn Herr Molt in der Sache persönlich etwas tun könnte, wenn Sie persönlich vorsprechen würden. Die Frage ist eine solche, daß man nur ruhig sein kann über

Dit is een van die vragen die op verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen worden, afhankelijk van de welwillendheid van de betreffende overheid. Een oplossing – zodat er een zekere mate van zekerheid is voor het voortbestaan ​​van de school – kan alleen gevonden worden als er onderhandeld wordt door middel van persoonlijke en zinvolle gesprekken. Ik wil benadrukken – laten we hier heel duidelijk over zijn – dat dit niet telefonisch moet gebeuren. Een persoonlijk gesprek, met alle nuances van nadruk in zinnen en woorden, en in het gesprek zelf, schept een sfeer die een zekere mate van zekerheid bevordert. Als we de zaak simpelweg op een bureaucratische manier benaderen, kunnen we niet voorkomen dat we in de toekomst opnieuw met hetzelfde probleem worden geconfronteerd. Daarom denk ik dat het het beste zou zijn als de heer Molt persoonlijk actie zou ondernemen in deze zaak, als u persoonlijk iets zou kunnen doen, als u persoonlijk langs zou kunnen gaan.

Blz. 218

die Waldorfschule, wenn Sie selbst vorstellig würden bei irgendeiner der Persönlichkeiten, die Einfluß haben auf die Sache.
Ich bin überzeugt davon, wenn in dieser Weise irgendwelche Worte gewechselt
worden sind und man nun eine solche Spitze der Behörde dazu getrieben hat, irgend etwas, wozu sie sich bekennen muß, zu sagen, dann ist man am besten geschützt; nicht durch Akte hin und herschreiben, sondern durch so etwas. Insbesondere hier in Württemberg, wo es wirklich vielleicht möglich ist, daß man in einer solchen Sache mehr erreicht als in Preußen. In Preußen würde, nachdem der Erlaß geschickt worden ist, diese Schule in kurzer Zeit abgebaut
werden müssen.
Die Sache müßte zunächst so getrieben werden. Denn das darf nicht verkannt werden — ich hatte leider in Berlin viel zuwenig Zeit, um, wenn solche Fragen aufgerührt worden sind, die nötige Antwort zu geben —, es kommt immer wiederum vor, daß irgendwelche Schulvorsteher oder Lehrer der gewöhnlichen Schulen kommen und die Pädagogik der Waldorfschule haben wollen und fragen, wie können sie etwas tun, um ihrer Schule aufzuhelfen. Das ist der reinste Unsinn. Das erste würde darin bestehen, daß sie sich vom Staate lossagen würden, und es bezeugt solch eine Zumutung nur, wie wenig
konsequent die Leute zu denken in der Lage sind.

De kwestie is zodanig dat men alleen rustig kan blijven over de Waldorfschool, als u zelf een van de personen benadert die invloed hebben op de zaak.
Ik ben ervan overtuigd dat als er op deze manier woorden zijn gewisseld en als zo’n hooggeplaatste ambtenaar gedwongen is iets te zeggen waar hij zich aan moet binden, men zich het beste kan beschermen; niet door heen en weer te schrijven, maar door zoiets. Vooral hier in Württemberg, waar men in zo’n zaak werkelijk meer kan bereiken dan in Pruisen. In Pruisen zou deze school, na het uitvaardigen van het decreet, binnen korte tijd gesloten moeten worden. De zaak moet in eerste instantie op deze manier worden verminderd. Want dit mag niet over het hoofd worden gezien – ik had helaas veel te weinig tijd in Berlijn om het noodzakelijke antwoord te geven toen soortgelijke vragen werden gesteld – het komt steeds weer voor dat schooldirecteuren of leraren van gewone scholen komen en de pedagogiek van de Waldorfschool willen en vragen hoe ze hun school kunnen helpen. Dat is volkomen onzin. De eerste stap zou zijn dat ze de staat afzweren, en zo’n dwang toont alleen maar aan hoe weinig

rationeel de mensen in staat zijn te denken.

Es handelt sich darum, daß dasjenige, was man unsere Schulbewegung nennen könnte: die Bewegung nach einer freien Schule hin in immer mehr Köpfe hineinkommt, so daß eine wirkliche große Bewegung nach der Freiheit der Schule entsteht, als ein Teil der Dreigliederungsbewegung. Die Ausrede mit der Einheitsschule, die mögen wir als Opportunität gebrauchen; allein ich muß meinerseits gestehen, mir war immer die ausdrücklich dezidierte Definition der Einheitsschule etwas Unangenehmes — obwohl man sie aus Opportunität wählen mußte —, weil sie nicht genau betont, daß man nicht das will, was vom Staate als Einheitsschule definiert wird, daß es uns nicht so sehr ankommt auf die Einheitsschule als auf die freie Schule.
Dann wird sich das von selbst ergeben. Dasjenige, was als Einheitsschule von der jetzigen deutschen Regierung erstrebt wird, das ist das Gegenteil. Wir machen erst einen Kratzfuß vor dem, was uns ein Greuel ist, wenn wir solchen Dingen nachgeben. Man muß sich durchschlängeln; man muß sich bewußt sein, daß dies doch im Leben — nicht von innen veranlaßt, dann wäre es jesuitisch —, aber daß es von außen mit einer gewissen Reservatio mentalis gemacht wird. Man muß sich bewußt sein, nicht von innen her, von außen her, daß man nötig hat, um wenigstens das zu machen, was wir

Het punt is dat wat je onze schoolbeweging zou kunnen noemen – de beweging naar een vrije school – steeds meer terrein wint, waardoor er een werkelijk grote beweging voor schoolvrijheid ontstaat, als onderdeel van de driegeledingsbeweging. We kunnen het argument van de uniforme school als een handige maatregel gebruiken; ik moet echter bekennen dat de expliciet geformuleerde definitie van de uniforme school mij altijd enigszins tegenstond – ook al moest die om praktische redenen gekozen worden – omdat er niet duidelijk in staat dat we niet willen wat de staat definieert als een uniforme school, dat we ons niet zozeer bezighouden met de uniforme school als wel met de vrije school.
Dan valt alles op zijn plaats. Wat de huidige Duitse regering nastreeft met een uniforme school is het tegenovergestelde. We beginnen ons pas net af te keren van wat ons verwerpelijk is als we aan dergelijke zaken toegeven. Je moet je een weg erdoorheen banen; je moet je ervan bewust zijn dat dit in het leven – niet van binnenuit, want dan zou het jezuïtisch zijn – maar van buitenaf met een zekere mentale terughoudendheid gebeurt. Je moet je ervan bewust zijn, niet van binnenuit, maar van buitenaf, dat om tenminste te bereiken wat we

Blz. 219

durchbringen wollen, mit den Leuten zu reden, und ihnen innerlich eine Nase zu drehen.

willen bereiken, we met mensen moeten praten en innerlijk onze neus voor hen moeten ophalen.

Molt: Ich werde versuchen, die Sache in Ordnung zu bringen.

Molt: Ik zal proberen dit op te lossen. <2>

X. fragt nach dem Lehrplan für die 9. Klasse.

<3> X. vraagt ​​naar het leerplan voor de negende klas.

Dr. Steiner: Wir werden am besten zunächst mit diesem Lehrplan
zustande kommen — ich will ihn dann noch für morgen niederschreiben —, wenn wir ihn so feststellen, daß wir ihn aus der Kontinuität heraus definieren. Ich würde Sie also bitten, daß Sie mir angeben, was Sie mit Bezug auf all das, was man deutsche Sprache und Literatur nennen könnte, getrieben und vollendet haben.

We kunnen het beste eerst met dit leerplan aan de slag gaan – ik zal het dan voor morgen opschrijven – als we het vaststellen door het vanuit de continuïteit te definiëren. Dus ik zou u willen vragen wat u hebt bereikt en afgerond met betrekking tot alles wat onder Duitse taal en literatuur valt.

X.: Ich habe Goethe, Schiller, Herder durchgenommen, sonst weiter nichts.
Nur daß ich in die Geschichte einzelne Besprechungen wie Dantes „Göttliche
Komödie” hineingefügt habe; das Wesentliche waren Goethe, Schiller, Herder.
Im Sprachlichen Aufsätze und Versuch, orthographische Fehler von der Ausspracheseite zu behandeln. Auf das Grammatische bin ich gar nicht eingegangen.

X.: Ik heb Goethe, Schiller en Herder behandeld, verder niets. Alleen heb ik individuele besprekingen zoals Dante’s “Goddelijke Komedie” in de geschiedenis opgenomen; in essentie waren het Goethe, Schiller en Herder. Wat betreft taal, essays en een poging om spelfouten vanuit de uitspraakhoek aan te pakken. Ik ben helemaal niet op grammatica ingegaan.

Dr. Steiner: Nun würde es sich darum handeln, daß Sie in bezug auf die Literatur versuchen würden, Jean Paul zu behandeln, und zwar so, daß Sie mit den Schülern der 9. Klasse einzelne Partien der „Ästhetik oder Vorschule des Schönen” von Jean Paul durchnehmen, namentlich auch solche Partien, die dort über Humor handeln, und ohne dabei viel auf die Historie zu sehen.

De opdracht is nu om Jean Paul te behandelen in relatie tot de literatuur, met name door afzonderlijke delen van Jean Pauls “Esthetiek of voorbereidende school voor schoonheid” door te nemen met de leerlingen van de negende klas, vooral de delen die over humor gaan, en zonder daarbij veel aandacht te besteden aan de historische context.

Dann — das kann schon ein halbjähriges Pensum sein —, ohne viel auf die anderen Zusammenhänge zu sehen, dazu übergehen, mit den Schülern, es sind
immerhin schon Vierzehn-, Fünfzehnjährige, einzelne Kapitel zu lesen und zu besprechen, die in Herman Grimms Goethe-Vorlesungen stehen. Das würde in bezug auf Literatur sein.
In bezug auf das Sprachliche würde ich Ihnen empfehlen, für das erste Halbjahr weniger auf die pedantische Sprachlehre zu sehen, sondern das Gesetz der Lautverschiebung in der verschiedensten Weise mit den Schülern zu besprechen, das Grimmsche Gesetz der Lautverschiebung. Und im Aufsatz — wobei Sie alles Grammatikalische, alles Syntaktische an die Korrektur anschließend gelegentlich besprechen —, im Aufsatz würde ich empfehlen, namentlich solche Aufsätze zu versuchen, welche Themen behandeln, die geschichtlich sind, wobei die Schüler im wesentlichen das Material verarbeiten, welches Sie selbst im vorigen Jahre in der Geschichte vorgetragen haben. Da müssen Sie, bevor Sie den Aufsatz machen lassen, für die Neuen durch die Alten ein Thema mündlich behandeln lassen.

Vervolgens – dit kan een periode van zes maanden in beslag nemen – kunt u, zonder al te veel aandacht te besteden aan de andere verbanden, met de leerlingen, die immers veertien of vijftien jaar oud zijn, afzonderlijke hoofdstukken uit Hermann Grimms Goethe-colleges te lezen en te bespreken. Dat betreft dan de literatuur.
Wat betreft taal, zou ik aanraden om in de eerste helft van het jaar minder de nadruk te leggen op pedante grammatica en in plaats daarvan de wet van Grimm voor de klankverschuiving op verschillende manieren met de leerlingen te bespreken. En bij het schrijven van essays – waarbij u na de correcties alle grammaticale en syntactische aspecten bespreekt – zou ik met name aanraden om essays te schrijven over historische onderwerpen, waarbij de leerlingen in feite de stof verwerken die u vorig jaar bij geschiedenis hebt behandeld. Voordat u het essay schrijft, moet u de oudere leerlingen een onderwerp mondeling laten bespreken met de nieuwe leerlingen.

Blz. 220

Nun, die Geschichte. Was hatten Sie da durchgenommen?

Welnu, geschiedenis. Wat hebt u daar behandeld?

X.: Bis zur Reformation, die Luther-Biographie sehr genau. Dann habe ich
angeschlossen Buckles „Geschichte der Zivilisation in England” und habe versucht, Lichtblicke auf die Gegenwart zu werfen.

X.: Tot aan de Reformatie, de biografie van Luther in detail. Daarna heb ik het gecombineerd aan Buckles “Geschiedenis van de beschaving in Engeland” en schijnbaar licht te werpen op het heden.

Dr. Steiner: Jetzt würde ich empfehlen, zunächst nicht weiterzugehen, sondern die ganze Sache noch einmal durchzuarbeiten in geisteswissenschaftlicher Umarbeit, anschließend an Lecky „Geschichte der neueren Zivilisation”.

Dr. Steiner: Ik zou nu aanraden om voorlopig niet verder te gaan, maar het geheel opnieuw te nemen in een geesteswetenschappelijke benadering, aan de hand van Lecky’s “Geschiedenis van de moderne beschaving”.

X.: Ich habe jetzt im Deutschen 8. und 9. Klasse vereinigt.

X.: Ik heb nu de 8e en 9e klas Duits gecombineerd.

Dr. Steiner: Es wird dann vielleicht gut sein, wenn Sie den Herman
Grimm mit Goethe vorausschicken. Da können Sie manches von dem nachholen, was Sie mit Bezug auf Goethe, Schiller und Herder gesagt haben, so daß Sie den beiden Klassen gerecht werden, und Jean Paul für später lassen. Geschichtliches können Sie mit beiden Klassen zusammen machen. Dann würde es sich um die Geographie handeln.

Het zou dan goed zijn als je begint met Hermann Grimm en Goethe. waarin je een deel van wat u zei over Goethe, Schiller en Herder ophalen, zodat je beide klassen recht doet, en Jean Paul voor later bewaren. Je kunt de historische stof met beide klassen samen behandelen.
Dan is het tijd voor aardrijkskunde.

X.: Vorzugsweise durchgenommen ist die Eiszeit; Umlagerung von Land und
Wasser. Überhaupt viel Geologisches von dieser Zeit.

X.: De ijstijd werd voornamelijk behandeld; De herverdeling van land en water. Er is meer dan algemeen veel geologische informatie over deze periode.

Ich würde empfehlen, mit Anschluß an alles dasjenige, was man in eine solche Sache hineinbringen kann, eine vollständige Gliederung der Alpen durchzunehmen. Nördliche Kalkalpen, südliche Kalkalpen, mit allen Flußtälern, die die Grenzen bilden, die Gebirgszüge, die Gliederung, dann Landschaftliches, einiges über die geologische Beschaffenheit, angefangen von den Seealpen bis hinüber zu den österreichischen Alpen durch die ganze Schweiz hindurch. Dabei können Sie in dieser Besprechung der Alpen immer einfließen lassen, daß ja eigentlich in der Erdstruktur eine Art Kreuz vorhanden ist, auf das die äußeren Gebirgsformationen deuten. Setzen Sie die Alpen fort durch die Pyrenäen, dann durch die Karpaten, gehen Sie über durch die waldigen Gebirge, gehen Sie bis
zum Altai, so haben Sie einen ausgedehnten Ost-West-Gebirgszug, der, sich unterirdisch fortsetzend, wie ein Ring sich um die Erde schließt, der senkrecht durchkreuzt wird von der Anden-Cordilleren Richtung, die einen anderen Kreuzring bildet. Sie können zwei kreuzförmig aufeinander stehende Ringe als Struktur der Erde sehr schön den Kindern klarmachen. Sie bekommen dadurch eine Vorstellung, daß die Erde ein innerlich organisierter Körper ist. Das können Sie alles so tun, daß Sie nicht allzu kurze Zeit verwenden. Sie brauchen nicht alles, das ganze geographische Thema auf einmal zu machen.

Ik zou, in combinatie met alles wat in zo’n onderwerp aan bod kan komen, een complete classificatie van de Alpen aanbevelen. Noordelijke Kalkalpen, Zuidelijke Kalkalpen, met alle rivierdalen die de grenzen vormen, de bergketens, hun structuur, vervolgens landschapskenmerken, wat informatie over de geologische samenstelling, beginnend bij de Maritieme Alpen en doorlopend via de Oostenrijkse Alpen naar heel Zwitserland. In deze bespreking van de Alpen kun je altijd vermelden dat er eigenlijk een soort kruis in de structuur van de aarde zit, waarnaar de buitenste bergformaties wijzen. Ga verder langs de Alpen via de Pyreneeën, dan door de Karpaten, steek over door de beboste bergen en ga verder naar het Altaigebergte. Dit vormt een uitgestrekte oost-westelijke bergketen die, ondergronds doorlopend, een ring rond de aarde vormt, verticaal doorsneden door het Andesgebergte, dat een andere ring vormt. Je kunt de structuur van de aarde heel effectief aan kinderen illustreren door ze twee ringen in een kruisvorm te laten zien. Dit geeft ze het idee dat de aarde een intern georganiseerd lichaam is. Je kunt dit allemaal doen zonder al te veel tijd kwijt te zijn. Je hoeft het hele geografische onderwerp niet in één keer te behandelen.

Blz. 221

Dann Mathematik. Nicht wahr, Sie haben Gleichungen durchgenommen. Wie weit sind Sie im Potenzieren gekommen, Quadrieren, Kubieren, allgemeines Potenzieren? Haben Sie Binome und Trinome kubiert?

Dan wiskunde. U hebt vergelijkingen behandeld, toch? Hoe ver bent u al met machtsverheffing, kwadrateren, derdemachten en algemene machtsverheffing? Hebt u binomen en trinomen tot de derde macht verheven?

X.: Es wäre keine Schwierigkeit. Es lag kein Grund vor, den Binomischen
Lehrsatz durchzunehmen,  (a + b)2  , (a + b)3 ,  (a + b)4

X: Dat zou niet moeilijk zijn. Er was geen reden om de binomiaalstelling te behandelen, (a+b)² , (a+b)³, (a+b)⁴.

Dr. Steiner: In welcher Form können das die Schüler?

In welke vorm kunnen de leerlingen dit doen?

X..- Ich habe das nacheinander ausmultiplizieren lassen.

X: Ik heb ze het één voor één laten uitrekenen.

Dr. Steiner: Ich meine, wissen Ihre Schüler, daß (a+b)³
gleich ist a3 und so weiter als Formel? Können sie das? Wenn Sie es nicht als
Formel verlangt haben, dann sind Sie noch nicht übergegangen zum
Potenzieren von Zahlen, dann haben Sie nicht ausführen lassen nach
der Formel 355³ of 355². So würde ich diesen Zweig fortsetzen, indem ich das Potenzieren und Kubieren treibe für Zahlen, von der
Formel ausgehend; das Radizieren, auch das Ziehen der dritten Wurzel.

Ik bedoel, weten uw leerlingen dat (a+b)³ gelijk is aan a³ enzovoort als een formule? Kunnen ze dat? Als u ze niet hebt gevraagd het als een formule uit te schrijven, dan bent u nog niet verdergegaan met machtsverheffing, en dan hebt u ze nog niet 355³ of 355² volgens de formule laten uitrekenen. Dus ik zou deze tak voortzetten, door machtsverheffing en derdemachtsverheffing te oefenen met getallen, beginnend bij de formule; wortels trekken, inclusief derdemachtswortels.

X..: Ich habe es nicht für wichtig gehalten.

X..: Ik vond het niet belangrijk.

Dr. Steiner: Bei diesen Dingen kommt es nicht darauf an, daß man die Dinge so macht, wie man es später braucht, sondern daß man gewisse Formen des Denkens übt. Die Formen des Denkens, die man beim Kubieren, Quadrieren, beim Ziehen der Wurzeln übt, dieses eigentümliche, daß man gewissermaßen abstrahiert von der Konkretheit der Zahlen und die Zahlen zusammenfügt, in anderer Weise gruppiert, das führt so tief hinein in das ganze Gefüge der Zahlen, ist denkerisch so bildend, daß man es tun müßte.
Dann würden praktische Rechnungen notwendig sein. Ich würde es doch sehr richtig finden, wenn man mit den Schülern solche Dinge rechnen würde wie zum Beispiel praktische Inhaltsberechnungen, was ja durchaus auf Ihre Voraussetzungen ginge. Ich will sagen: wenn eine Wasserkanne zylindrisch-kegelförmig* ist, enthält sie ein gewisses Quantum Wasser. Wie groß ist das Quantum Wasser, wenn der Boden einen Durchmesser hat, der die Hälfte ist des Durchmessers der anderen? **
* *
zylindrisch oder kegelförmig.
Ergänzungsvorschlag der Herausgeber: . . . wenn in einer anderen Kanne
von gleicher Höhe oder gleicher Gestalt der Boden einen Durchmesser hat,
der die Hälfte ist des Durchmessers der ersten Kanne?

Bij dit soort dingen is het niet zo belangrijk dat je dingen doet zoals je ze later nodig hebt, maar veeleer dat je bepaalde denkpatronen oefent. De denkpatronen die je oefent bij het kuberen, kwadrateren en trekken van wortels – deze bijzondere manier om, als het ware, te abstraheren van de concreetheid van getallen en ze te combineren, ze op een andere manier te groeperen – leiden zo diep in de hele structuur van getallen, zijn zo intellectueel vormend dat je het gewoon móét doen.
Dan zouden praktische berekeningen nodig zijn. Ik zou het heel geschikt vinden om met studenten te werken aan zaken als praktische volumeberekeningen, wat zeker zou aansluiten bij uw uitgangspunten. Ik bedoel, als een waterkan cilindrisch-conisch* is, bevat deze een bepaalde hoeveelheid water. Hoe groot is de hoeveelheid water als de bodem een ​​diameter heeft die de helft is van de diameter van de rest?**

* * Cilindrisch of conisch.
Suggestie van de redactie: …als een andere kan van dezelfde hoogte of vorm een ​​basisdiameter heeft die de helft is van de diameter van de eerste kan?

Blz. 222

Dann würde ich daranschließen Näherungsrechnungen, daß die Kinder diese Begriffe bekommen. Ich würde ausgehen — das kann durchaus hier geschehen — von der Behandlung des Nivellierdiopters und dem Herausfinden des mittleren Wertes bei irgendwelchen solchen praktischen Behandlungen, zum Beispiel beim Wiegen mit einer Apothekerwaage. — Dann auch dasjenige, was sich noch an weiteren Rechnungen in der Wechselkunde anschließt. Dann, nicht wahr, kommt die Geometrie in Betracht. Körper-Inhaltsberechnungen müssen Sie vorangehen lassen, und dann würde ich raten, die ersten Elemente der Deskriptive zu nehmen.

Vervolgens zou ik bij benadering berekeningen uitvoeren, zodat de kinderen deze concepten begrijpen. Ik zou beginnen – dit kan hier zeker – met het gebruik van de nivelleerdiopter en het bepalen van de gemiddelde waarde bij dergelijke
praktische procedures, bijvoorbeeld bij het wegen met een
apothekersweegschaal. — En wat volgt er verder nog aan berekeningen bij de studie van wissels? Dan, zult u het ermee eens zijn, komt meetkunde in beeld. Je moet beginnen met volumeberekeningen, en dan zou ik adviseren om de eerste
elementen van de beschrijvende wiskunde te behandelen.

X. sagt, was er in der Physik gemacht hat.

X. vertelt wat hij in de natuurkunde heeft gedaan.

Dr. Steiner: In der Physik müßten Sie versuchen, zweierlei zu treiben: Erstens Akustik und Elektrizitätslehre, dazu gehörig Magnetismus, daß die Schüler ganz genau das Telephon verstehen können.
Zweitens Thermik und Mechanisches, alles, was dazu notwendig ist, daß die Schüler ganz genau die Lokomotive verstehen können. Das wäre das Pensum der 9. Klasse.

In de natuurkunde moet je proberen twee dingen te doen: Ten eerste, akoestiek en elektriciteit, inclusief magnetisme, zodat de leerlingen de telefoon perfect begrijpen.
Ten tweede, thermiek en mechanica, alles wat nodig is zodat de leerlingen de locomotief perfect begrijpen. Dat zou het curriculum voor de negende klas zijn.

X.: Im letzten Jahr war eine Teilung der Geographie, indem ich den astronomischen Teil durchgenommen hatte.

X: Vorig jaar was aardrijkskunde opgesplitst in twee vakken, en ik gaf les in astronomie.

Dr. Steiner: Da käme natürlich im Anschluß daran das Dopplersche
Prinzip, die Bewegung der Sterne in der Sehrichtung. Sie haben die
Bewegung der Sterne an der Sehrichtung vorbei behandelt. Nehmen
Sie alles dasjenige, was dazu führt, die Bewegung der Sterne in der
Sehrichtung zu erfahren. Sie müssen dahin arbeiten.

Daarop volgt natuurlijk het Doppler-principe, de beweging van de sterren in de kijkrichting. U hebt de beweging van de sterren los van de kijkrichting behandeld. Neem alles wat ertoe leidt dat men de beweging van de sterren in de
kijkrichting waarneemt. Daar moet u naartoe werken.

X. : In der Physik also keine Optik, nur Thermik, Mechanik, Elektrizität?

X.: Dus in de natuurkunde geen optica, alleen thermica, mechanica, elektriciteit?

Dr. Steiner: Da können Sie das Optische einfügen, was Sie brauchen, um das Dopplersche Prinzip zu erklären. Exkurse aus der Akustik auch mitbesprechen.

Daar kunt u de optica invoegen die u nodig hebt om het Doppler-principe uit te leggen. Ook de akoestiek daarin meenemen.

X.: Ist es berechtigt, aus der Verschiebung der Spektrallinien die Bewegung
nach vorne zu schließen?

X.: Is het gerechtvaardigd om uit de verschuiving van de spectraallijnen de beweging naar voren af te leiden?

Dr. Steiner: Warum nicht? Nicht wahr, wenn Sie zwei Spektren
haben, und Sie haben einmal die Linie an einer Stelle, das andere Mal
an anderer Stelle, so ist mit vollkommener Richtigkeit der Schluß der, daß man es mit verschiedenen Entfernungen zu tun hat. Das ist ein richtiger Schluß.

Waarom niet? Als u twee spectra hebt en de lijn de ene keer op de ene plaats zit en de andere keer op een andere plaats, dan is de conclusie volkomen juist
dat er sprake is van verschillende afstanden. Dat is een juiste conclusie.

X.: Man würde ihn an der Sonne ziehen können.

X.: Men zou die conclusie kunnen trekken bij de zon.

Dr. Steiner: Ich würde das Dopplersche Prinzip nur bei

Blz. 223

Doppelsternen anwenden. Ich würde es nicht weiter verallgemeinern. Nicht
wahr, es ist ja eigentlich nur anzuwenden, zu unterscheiden, daß sich Sterne um sich herumdrehen, denn man konstatiert, daß die Sterne in der Sehrichtung sich zyklisch bewegen. Nur auf das hinarbeiten.
Chemie: Das, was wir für die 8. Klasse bestimmt haben, die ersten Elemente der organischen Chemie, was ein Alkohol ist, was ein Äther ist, das wäre jetzt in der 9. Klasse fortzusetzen.
Anthropologie: Menschenkunde fortsetzen, daß eine richtige Anthropologie den Kindern übermittelt wird. Das müßte in konzentrischen Kreisen von Klasse zu Klasse aufsteigen und das übrige Naturwissenschaftliche angereiht werden.
Herr Baumann, was denken Sie im Musikalisch-Gesanglichen mit den
Schülern der 9. Klasse zu machen?

Ik zou het Dopplerprincipe alleen toepassen op dubbelsterren. Ik zou het niet verder generaliseren. Niet waar, het is eigenlijk alleen maar van toepassing om te onderscheiden dat sterren om hun eigen as draaien, want men constateert dat de sterren in de kijkrichting cyclisch bewegen. Alleen daarop toewerken.
Scheikunde: Wat we voor de 8e klas hebben vastgesteld, de eerste elementen van de organische scheikunde, wat een alcohol is, wat een ether is, dat zou nu in de 9e klas moeten worden voortgezet.
Antropologie: doorgaan met menskunde, zodat een echte antropologie aan de kinderen wordt overgebracht. Dat zou in concentrische cirkels van klas tot klas moeten stijgen en de overige natuurwetenschappen moeten worden toegevoegd.
Meneer Baumann, wat denkt u op muzikaal-vocaal gebied met de leerlingen van de 9e klas te doen?

X.: Ich habe das nicht machen können, was ich wollte, weil die Schüler ganz
unvorgebildet waren für Musik.

X.: Ik heb niet kunnen doen wat ik wilde, omdat de leerlingen helemaal
onvoorbereid waren op muziek.

Dr. Steiner: Ist es nicht durchführbar, daß der Musikunterricht
erteilt würde im Eurythmiesaal, wenn es nicht kollidiert mit der
Eurythmie ?

 Is het niet haalbaar dat de muzieklessen in de euritmiezaal worden gegeven, als dat niet botst met de euritmie?

X.: Er reicht kaum für die Eurythmie aus.

X.: Die is nauwelijks groot genoeg voor de euritmie. 

Dr. Steiner: Dann werden wir, bis der große Saal gebaut wird, mit dem Musikunterricht gar nicht in Ordnung kommen können. Es geht der Musikunterricht nicht, wie er gehen sollte, bis wir den großen Raum haben.
Zwei Dinge gelten. Man muß den Musikunterricht so vollkommen als es geht gestalten. Man kann gerade, wenn man Kinder Vorschulen will, nicht genug tun mit der Güte des Instrumentes. Es wird ihr ganzes Tongehör verdorben, wenn sie schlechte Instrumente hören.
Das sind große Gesichtspunkte.
Mit dem alten Kirchengesang könnte man sehr gut weitergehen.

Dan zullen we, totdat de grote zaal gebouwd is, de muzieklessen helemaal niet goed kunnen organiseren. De muzieklessen lopen niet zoals ze zouden moeten lopen, totdat we de grote ruimte hebben.
Er zijn twee dingen van belang. Men moet de muzieklessen zo perfect mogelijk
inrichten. Juist als men kinderen wil voorbereiden op de school, kan men niet genoeg aandacht besteden aan de kwaliteit van het instrument. Hun hele gehoor wordt aangetast als ze slechte instrumenten horen.
Dat zijn belangrijke aspecten.
Met de oude kerkmuziek zou men heel goed verder kunnen gaan.

X.: Ich wollte hinweisen auf Dur und Moll, auf die Klangfarbe im rein Tonlichen.

X.: Ik wilde wijzen op majeur en mineur, op de klankkleur in de zuivere toon.

Dr. Steiner: Das sollte gerade der Lehrstoff der 9. Klasse sein. Das müßte man doch unter allen Umständen anstreben. Gerade dieses etwas theoretisch pflegen und auch etwas in der Empfindung pflegen, Dur und Moll als Empfindungsinhalt.

Dat zou juist de lesstof van de 9e klas moeten zijn. Dat zou men toch onder alle omstandigheden moeten nastreven. Juist dit iets theoretisch beoefenen en ook iets in het gevoel beoefenen, majeur en mineur als inhoud van het gevoel.

X.: Ich habe im Anstandsunterricht diesen Gegensatz in bezug auf Männliches
und Weibliches behandelt. Da schienen die Kinder darauf einzugehen.

X.: Ik heb in de lessen over omgangsvormen dit contrast met betrekking tot mannelijk en vrouwelijk behandeld. Daar leken de kinderen op in te gaan.

Dr. Steiner: Da würde ich finden, daß es nett wäre, das gerade mit

Daar zou ik het fijn vinden om juist dat met

Blz. 224

dem Gesanglichen zu verbinden, auf männliche und weibliche Stimmen diese Sache zu behandeln. Es ist wenig nach dieser Richtung ausprobiert worden, und es ist ganz sicher feststehend, daß ein solcher Unterricht, der in diesem Alter gerade einsetzen würde mit Bezug auf die Beobachtung der männlichen und weiblichen Gesangsstimmlage, außerordentlich entgegenwirken würde dem heute stark auftretenden, falschen Sexualempfinden. Das würde wohltätig wirken.
Das ist mir ein Schmerz, daß man nicht vorschreiten kann zur Behandlung des Instrumentes. Die Instrumente behandeln, ist etwas, was unersetzlich ist. Nicht wahr, was Privatstunden sind, Privatstunden sind Privatstunden. Hier würde daraufgesehen werden, daß, so wie wir es auffassen, es in die ganze Erziehung eingreift. Dazu trägt eine Privatstunde nichts bei. Schade ist es schon, daß wir es nicht können. Ich fürchte, wir werden sehr lange überhaupt zu diesem nicht kommen.

dit te combineren met zang, en dit onderwerp te behandelen voor zowel mannen- als vrouwenstemmen. Er is nog maar weinig in deze richting
uitgeprobeerd, en het staat vast dat dergelijke lessen, die juist op deze leeftijd zouden beginnen met aandacht voor de mannelijke en vrouwelijke zangstem, een buitengewoon gunstige invloed zou hebben op het tegenwoordig sterk
voorkomende, verkeerde seksuele bewustzijn. Dat zou een heilzaam effect hebben.
Het doet me pijn dat we niet verder kunnen gaan met de behandeling van het instrument. Het behandelen van de instrumenten is iets wat onvervangbaar is. Nietwaar, wat privélessen betreft, privélessen zijn privélessen. Hier zou erop worden gelet dat, zoals wij het toepassen, het in de gehele opvoeding van invloed is. Daar draagt een privéles niets toe bij. Het is wel jammer dat we het
niet kunnen. Ik vrees dat we hier nog heel lang niet aan toe zullen komen.

X.: Wir haben einige Instrumente, aber wir brauchen Räume, und man müßte
einen Lehrer haben.

X.: We hebben enkele instrumenten, maar we hebben ruimtes nodig, en er zou
een leraar moeten zijn.

Dr. Steiner: Das war in Aussicht genommen. Handelt es sich nur um
Räume?

Dr. Steiner: Dat was in het vooruitzicht gesteld. Gaat het alleen om
ruimtes?

X.: Es sind gegen fünfzehn Instrumente da. Wenn wir den Gesangsraum hätten, dann könnte man solche Sachen schon machen wie die Kindersinfonie
von Haydn.

X.: Er zijn zo’n vijftien instrumenten. Als we de zangzaal zouden hebben, dan zouden we al dingen kunnen doen zoals de Kindersymfonie van Haydn.

Dr. Steiner: Das wäre richtig.

Dat klopt. <3>

Es wird eine Frage gestellt wegen des Sprachunterrichts.

<4> Er wordt een vraag gesteld over taalonderwijs.

Dr. Steiner: Ich würde versuchen, viel Wert zu legen in diesem Alter
auf das rezitatorische Element. Im Rezitieren noch einiges lernen in der Beherrschung der Sprache. Sinn von Wendungen, die sie im Rezitieren aufnehmen, und das anwenden auf anderes.
In der Eurythmie setzt man fort. Grammatikalisches.
Im Handfertigkeitsunterricht hätte ich gemeint, daß man ganz so unter der Hand, im Nebenbei, überall Künstlerisches, Kunstempfinden und so etwas kultivieren sollte. Bei ihm kommt es darauf hinaus, daß man die Kinder abwechselnd das und jenes machen läßt, immer Dinge, die bis zum Fertigwerden kommen. Ich würde nicht bloß nützliche Gegenstände machen lassen, sondern auch Spielsachen, vernünftige Spielsachen. Ganz nett würde ich finden, wenn man im Handfertigkeitsunterricht die Kinder solche Schmiede, die sich gegeneinander bewegen, machen ließe. Die Kinder werden geschickt.

Ik zou op deze leeftijd veel nadruk leggen op het reciteren. Meer leren over taalbeheersing door te reciteren. De betekenis van zinsdelen begrijpen die ze tijdens het reciteren oppikken en dat toepassen op andere dingen. Dit wordt voortgezet in de euritmie. Grammaticale aspecten.
Bij het ontwikkelen van de fijne motoriek zou ik aanbevelen om artistieke expressie, waardering voor kunst en soortgelijke te stimuleren, heel subtiel, bijna terloops. Hierbij komt het erop neer dat de kinderen om de beurt iets maken, altijd dingen die afgemaakt worden. Ik zou ze niet alleen nuttige voorwerpen laten maken, maar ook speelgoed, zinvol speelgoed. Ik denk dat het heel leuk zou zijn als de kinderen bij het ontwikkelen van de fijne motoriek smeden zouden maken die tegen elkaar bewegen. De kinderen worden er vaardiger van.

Blz. 225

Man kann auch die Kinder Geschenke machen lassen. Ich würde auf das auch hinausarbeiten.
Und wenn man es dahin bringt — das ist etwas, was Feierliches ins Leben des Kindes bringt —, wenn man es dahin bringt, daß man Moos sammeln läßt und sie zu Weihnachten sich Krippchen machen läßt, so daß sie sie selbst formen, daß sie die Schäfchen und so weiter bemalen, da kommt sehr viel dabei heraus. Nützlichkeitsgegenstände natürlich nicht versäumen. Besonders Freude haben sie, wenn so etwas gemacht wird wie Ratschen, die sind auch so wie ein Schabernack:
Wir ratschen, wir ratschen die zwölfe z’samm,
Die Glocken kommen von Rom.

Je kunt de kinderen ook cadeautjes laten maken. Daar zou ik ook naartoe werken.
En als je ze zover krijgt dat ze iets doen wat een gevoel van feestelijkheid in hun leven brengt, als je ze zover krijgt dat ze mos verzamelen en kerststallen maken, die ze zelf vormgeven, de schapen schilderen, enzovoort, dan levert dat veel op. Vergeet natuurlijk ook de praktische dingen niet. Ze vinden het vooral leuk om dingen te maken zoals rammelaars; ze vinden het ook leuk om te doen:

“We ratelen, we ratelen de twaalf samen, de klokken komen uit Rome.”

Zie hier    hier <4>

X.: Dann ist da noch die Frage nach dem Handarbeitsunterricht. Ich habe mit
Fräulein S. gesprochen. Sie ist Zeichenlehrerin, hat aber auch die Lehrbefähigung für Handarbeit.

<5> X.: Dan is er nog de kwestie van de handwerklessen. Ik heb met juffrouw S. gesproken. Ze is kunstlerares, maar ze is ook gekwalificeerd om handwerkles te geven.

Dr. Steiner: Das wäre das Richtige, wenn also eine zugleich künstlerisch gebildete Kraft den Handarbeitsunterricht besorgen würde.
Man müßte sich klar werden, daß die Befähigung dadurch erwiesen
ist. Sie wird sich gut einfügen.
Aber nun kommt unter Umständen noch etwas anderes in Betracht.
Eine Eigenschaft hat sie nicht, die eine andere Dame hätte, das ist
Fräulein Hauck. Die hat die Eigenschaft, daß sie von hier ist und die
Tochter vom ehemaligen Professor Guido Hauck, der einen Aufsatz
über ,,Arnold Böcklins Gefilde der Seeligen und Goethes Faust”
geschrieben hat. Und über ,,Technikers Faust-Erklärung”.

Dat zou ideaal zijn, als iemand met een artistieke opleiding handwerkles zou geven.
Je moet je er wel van bewust zijn dat haar vaardigheid daarmee bewezen is. Ze zal er goed bij passen.
Maar nu komt er misschien nog iets anders in beeld.
Er is één eigenschap die zij mist en die een andere dame wel heeft, namelijk
mejuffrouw Hauck. Zij heeft de eigenschap dat ze hier vandaan komt en de
dochter is van de voormalige professor Guido Hauck, die een essay schreef
over “Arnold Böcklins Velden der Gezegenden en Goethes Faust.” En over “De technische uitleg van Faust.”

Hauck war einer der letzten. Wenn die sich entschließen könnte, Handarbeitslehrerin zu werden, so hätte man den Vorzug, daß sie eine
Schwäbin wäre, was ganz gut wäre. Sie hat bis jetzt gelehrt an einer
Arbeiterschule; das würde ich aber als einen Grund betrachten, sie
nicht hierher zu rufen, weil es sehr gut wäre, wenn solche Leute da
unterrichten würden. Die Arbeiterschulen sagen, es sei nicht notwendig, daß die Leute solchen Firlefanz lernen wie darstellende Geometrie. Es muß der ganze Unterricht ausgefüllt werden mit Klassenkampf und Vorbereitung in der Revolution. Das ist das eine, und das andere ist aus der Zeitgeschichte erklärlich. Das andere ist, daß man in der Technischen Hochschule ihr den Stuhl vor die Tür gesetzt hat. Ich bitte Herrn Strakosch, darüber ein Urteil zu fällen: Die Leute sollen beim Maschinenbau in der Fabrik die darstellende Geometrie lernen, solches Zeug sei nicht mehr nötig. Ich glaube — ich bitte Sie, dann auch Ihre Meinung zu sagen —, daß Architektur und

Hauck was een van de laatsten. Als ze zou besluiten om handwerklerares te worden, zou het een voordeel zijn dat ze een Zwabische is, wat heel goed is. Ze heeft tot nu toe lesgegeven op een arbeidersschool; ik zou dat echter als reden beschouwen om haar hier niet uit te nodigen, omdat het heel goed zou zijn als zulke mensen daar lesgaven. De arbeidersscholen zeggen dat het niet nodig is dat mensen zulke onzin als beschrijvende meetkunde leren. Het hele leerplan moet gevuld zijn met klassenstrijd en voorbereiding op de revolutie. Dat is één ding, en het andere is te verklaren door de hedendaagse geschiedenis. Het andere is dat ze de deur werd gewezen bij de Technische Universiteit. Ik vraag meneer Strakosch om zijn mening hierover te geven: Mensen horen beschrijvende meetkunde te leren in de fabriek tijdens de machinebouw; dat soort dingen is niet meer nodig. Ik geloof – ik vraag u ook om uw mening te geven – dat architectuur en

Blz. 226

Maschinenbau aufhören muß, wenn man nicht darstellende Geometrie auf der Hochschule lernt; das wäre das Versinken zur Barbarei.
Man kann im Maschinenbau nicht einen Zapfen durch ein Loch dirigieren, die Leute können keine Durchdringung konstruieren. Es ist der reine Wahnsinn.
Die Dame wäre mir auch geeignet. Aber ich fürchte, daß da unter Umständen die Ansprüche unsere gegenwärtigen Verhältnisse übersteigen könnten. Sie war langjähriger Assistent an der Technischen Hochschule. Diese zwei Damen würden in Betracht kommen. Fräulein S. ist es aus persönlichen Gründen lieber, wenn sie nicht gerufen wird. Vielleicht kann man morgen an Fräulein Hauck telegraphieren, ob sie kann.
Im Freien Religionsunterricht könnten wir für diese Gruppe der 7., 8., 9. Klasse dazu übergehen, nun in einer freien Form mit ihnen solche Dinge wie Präexistenz und Post-Mortem-Leben, die ganze Konsequenz des Präexistenzlebens, theoretisch zu erklären. Beispiele dafür geben. Die großen Kulturzusammenhänge den Kindern beibringen, wie man das sieht. Die Mission des Menschen auf der Erde. Man braucht nur Goethe auf das anzuschauen oder Jean Paul; man sieht schon, man kann nachweisen überall, daß ihre Fähigkeiten vom vorgeburtlichen Leben kommen.

werktuigbouwkunde moet stoppen als je op de universiteit geen beschrijvende meetkunde leert; dat zou een terugval in barbarij zijn.
In de machinebouw kun je niet zomaar een pen door een gat steken; je kunt geen doorgaand gat ontwerpen. Het is pure waanzin.

De dame zou ook geschikt voor me zijn. Maar ik vrees dat de eisen onder bepaalde omstandigheden onze huidige middelen te boven gaan. Ze was lange tijd assistente aan de Technische Universiteit. Deze twee dames zouden in aanmerking komen. Juffrouw S. geeft er om persoonlijke redenen de voorkeur aan om niet gebeld te worden. Misschien kan ik juffrouw Hauck morgen een telegram sturen om te vragen of ze beschikbaar is. <5>

<6> In het kader van vrij godsdienstonderwijs zouden we met deze groep leerlingen uit de 7e, 8e en 9e klas op een vrije manier dingen kunnen uitleggen als voortbestaan ​​en leven na de dood, de volledige theoretische consequentie van voorbestaan. We zouden voorbeelden kunnen geven. Kinderen leren over de bredere culturele context, hoe ze dingen moeten zien. De missie van de mensheid op aarde. Je hoeft alleen maar naar Goethe of Jean Paul te kijken; Je kunt zien, het is overal aantoonbaar, dat hun vaardigheden voortkomen uit de voorgeboortelijke periode.

Dann, nicht wahr, ist es ein sehr gutes Bild, das wirklich bis ins Religiöse hinaufgetrieben werden kann, wenn man den Leib des Laokoon erklärt. In Wirklichkeit ist es so beim Laokoon, daß der Ätherleib sich trennt und dadurch der physische Leib diese Verrenkungen macht. Dieses Zerbrechen des physischen Leibes beim Laokoon, das ist etwas, wo man viel daran demonstrieren kann. Man müßte eine Gruppe haben. Aber es ins Religiöse heraufheben, diese Scheu vor dem sich auflösenden Menschenkörper.
Die Sonntagsfeier ist festgelegt. Anstelle von Frau Koegel wäre jemand zu designieren, der die Kinder einführt. Da würde ich um Vorschläge bitten. Es ist das etwas, wozu man sich besonders bestimmt fühlen muß. Schlägt sich jemand selbst vor? Möchten Sie es mit Fräulein Rohrle zusammen machen?

Is dat dan niet een heel goed beeld, een beeld dat echt tot een religieus niveau kan worden verheven bij de uitleg van het lichaam van Laocoön? In werkelijkheid scheidt het etherische lichaam zich bij Laocoön af, waardoor het fysieke lichaam deze kronkelingen aanneemt. Deze afbraak van het fysieke lichaam bij Laocoön is iets waarmee veel getoond kan worden. Daar zou je een groep voor nodig hebben. Maar om het naar een religieus niveau te tillen, is er die ontzagwekkende ervaring voor het uiteenvallende menselijke lichaam.

De zondagsdienst staat gepland. In plaats van mevrouw Koegel moet er iemand aangewezen worden om de kinderen voor te stellen. Ik zou graag suggesties ontvangen. Het is iets waar je je bijzonder toe geroepen moet voelen. Is er iemand die zich hiervoor aanmeldt? Zou u het samen met juffrouw Rohrle willen
doen? <6>

X.: Es ist ein Mädchen angemeldet, das taubstumm ist.

<7> X.: Er heeft zich een doofstom meisje aangemeld.

Dr. Steiner: Sie kann doch nicht zu uns in die Waldorfschule kommen.

Zij kan niet naar onze Waldorfschool komen.

Ein Klassenlehrer fragt wegen eines anderen Kindes, das angemeldet wurde.

Een leerkracht vraagt ​​naar een ander kind dat zich heeft aangemeld.

Dr. Steiner: Wie ist es mit dem? Der Junge erbarmt einen.

Hoe zit het met hem? Het is hartverscheurend met die jongen.

Blz. 227

X.: Er ist im Klassenunterricht unmöglich.

X.: Hij is onhandelbaar in de klas.

Dr. Steiner: Das wird vielleicht nur vorübergehend sein. Wie er bei mir war, hat er durchaus so ausgesehen, als ob er gebessert werden könnte. Ich bin auch überzeugt, wenn man das mit ihm macht, was ich vorgeschrieben habe, daß es in einem halben Jahre besser ist. Auf der anderen Seite kann man nicht hoffen, daß es, wenn er ganz isoliert ist, besser wird. Das kann man nicht machen.

Dat is misschien maar tijdelijk. Toen hij bij mij was, leek het er zeker op dat hij vooruitgang kon boeken. Ik ben er ook van overtuigd dat als we met hem doen wat ik heb voorgeschreven, het over zes maanden beter zal zijn. Aan de andere kant kunnen we er niet op hopen dat het beter wordt als hij volledig geïsoleerd is. Dat kunnen we niet doen.

X.; Dann kommen meine Kinder zu kurz.

X.: Dan zullen mijn kinderen eronder lijden.

Dr. Steiner: Ich glaube, daß es vorübergehend sein wird. Es wird
wahrscheinlich doch mit dem zusammenhängen, daß er gerade in die
Schule gekommen ist, was durchaus vorauswirken kann.

Ik denk dat het tijdelijk zal zijn. Het zal waarschijnlijk te maken hebben met het feit dat hij net naar school is gegaan, wat zeker een voorbode kan zijn.

X.: Er war furchtbar aufgeregt.

X.: Hij was vreselijk onrustig.

Dr. Steiner: In diesem Kinde ist eine ziemliche Unregelmäßigkeit in der ganzen Konstitution. Das ist ein Junge, der hat so etwas wie — man kann sich mit dem physischen Leib einen Arm brechen oder ein Bein brechen, man kann sich nicht den Kopf brechen —, dieser hat einen gebrochenen Ätherkopf, und so ist er natürlich alle Augenblicke aufgeregt. Bei ihm äußert es sich mehr als bei einem anderen Kinde. Aber ich glaube, es wird vorübergehend sein. Jedenfalls muß
man den Eltern sagen, sie müssen sich gedulden, bis wir diese Hilfsklasse haben. Kennen Sie ihn schon lange? War er immer so? Durch jede Erschütterung wird die ganze Geschichte in Unordnung gebracht. Wird ihm die Arznei beigebracht? Hat er Krankheiten gehabt? Wir haben etwas konstatiert. Sie sagten Gehirnrachitis. Das stimmt auch. Man bekämpft Gehirnrachitis durch Beibringen von Hypophysis Cerebri. Hat er Geschwister? Es ist eine Wachstumsstörung da, die durch irgend etwas bewirkt worden ist, was der Mutter passierte vor der Geburt.

Dit kind heeft een aanzienlijke afwijking in zijn hele constitutie. Dit is een jongen die zoiets heeft als – je kunt met je fysieke lichaam een ​​arm of een been breken, maar je kunt je hoofd niet breken – deze heeft een gebroken etherisch hoofd, en daarom is hij van nature de hele tijd onrustig. Het komt bij hem meer tot uiting dan bij andere kinderen. Maar ik denk dat het tijdelijk zal zijn. We moeten de ouders in ieder geval vertellen dat ze geduld moeten hebben totdat we deze speciale klas voor kinderen met speciale behoeften hebben. Kent u hem al lang?
Is hij altijd al zo geweest? Elke schok brengt wanorde mee. Was er een dokter?Heeft hij ooit ziektes gehad? We hebben iets vastgesteld. U zei cerebrale rachitis. Dat klopt. Cerebrale rachitis wordt behandeld met hypofyse-cerebri. Heeft hij broers of zussen? Er is sprake van een groeistoornis, veroorzaakt door iets wat de moeder vóór de geboorte is overkomen.

X.: Sie hat mir nachher erzählt, daß sie die ganze Zeit halb irrsinnig gewesen
ist.

X.: Ze vertelde me achteraf dat ze zich de hele tijd in de war voelde.

Dr. Steiner: Der Junge ist in diesen Zustand versetzt worden durch
die Schwangerschaft. Dann werden wir das machen mit ihm und ihn
in die Schule hineinnehmen, wenn die Hilfsklasse von Dr. Schubert
eröffnet wird.

De jongen is door de zwangerschap in deze toestand geraakt. Dan gaan we dat met hem doen en hem naar school brengen zodra de speciale klas van Dr. Schubert opent. <7>

Dann haben Sie wohl andere Fragen.

Dan heeft u waarschijnlijk nog andere vragen.

Es wird noch einmal gefragt nach der Feststellung der Stellung Dr. Steiners im
Äußeren der Schule.

<1A> Er wordt nog gevraagd over de positie van Dr. Steiner binnen de school.

Blz. 228

Dr. Steiner: Diese Feststellung meiner Stellung hat nur einen Opportunitätswert. Das wäre gut gewesen, wenn dazumal, als das Lehrerkollegium eingereicht war, ich mit eingereicht worden wäre. Nur da, wenn es einmal geschehen könnte, daß man nötig hätte der Behörde gegenüber die Sache exakt zu haben, das ist natürlich das, worauf es ankommt.

Deze opmerking over mijn positie is puur opportunistisch. Het zou beter zijn geweest als ik was opgenomen in de lijst met docenten die werd ingediend. Het is natuurlijk alleen belangrijk als de autoriteiten de exacte gegevens ooit nodig zouden hebben.

X.: Wenn ich vorschlagen darf, wenn man jetzt eine Gesamtliste einreicht und
an der Spitze Sie selbst nennt.

X.: Mag ik voorstellen om nu een complete lijst in te dienen, met u bovenaan?

Dr. Steiner: Es sieht immer jetzt komisch aus, weil sie es mit den
alten Listen vergleichen.

Het ziet er dan wel weer vreemd uit nu, omdat ze het vergelijken met de oude lijsten.

X.: Repariert werden muß es doch.

X.: Het moet toch worden rechtgezet.

Dr. Steiner: Man kann kaum etwas anderes machen, als daß man
schreibt, es sei vergessen worden, und man trägt es nach. „Wir haben
leider das vorige Mal vergessen und tragen es nach.” Ich wüßte sonst
keine Möglichkeit, darüber wegzukommen. Sonst sieht es immer
komisch aus, wenn man es stillschweigend macht. Auch wenn man
eine neue Liste macht.

Er is weinig anders aan te doen dan te schrijven dat het vergeten was en het alsnog toevoegt. “We zijn het helaas de vorige keer vergeten en voegen het nu toe.” Ik weet geen andere manier om dit op te lossen. Anders ziet het er wel vreemd uit als het stiekem gebeurt. Zelfs als er een nieuwe lijst wordt gemaakt. <1A>

Es wird eine Frage gestellt wegen der Gegnerschaft gegen die Anthroposophie.

Er wordt een vraag gesteld over de tegenstand tegen de antroposofie.

Dr. Steiner: Diese Gerüchte tauchen immer auf. Das steht überall in der Schweiz. Jetzt ist man auf der Spur nach anderen Verzweigungen dieser verleumderischen Dinge, die daraufhinzielen, durch Machinationen die Spur zu verwischen, daß ich etwas mit der Anthroposophie getan hätte, aber die Lehre zu nehmen und von anderer Seite zu verbreiten. Man geht darauf aus, die Lehre von sich aus zu verbreiten, aber die Spur zu verwischen, daß es von mir kommt.

Deze geruchten blijven opduiken. Het is overal in Zwitserland zo. Nu wordt er onderzoek gedaan naar andere takken van deze lasterlijke activiteiten, die erop gericht zijn om door middel van machinaties te verhullen dat ik iets met antroposofie te maken heb, maar om de leerstellingen van een andere bron over te nemen en te verspreiden. De bedoeling is om de leerstellingen onafhankelijk te verspreiden, maar te verhullen dat ze van mij afkomstig zijn.

Wäre außerdem noch etwas?

Is er nog iets anders?

X. fragt wegen des Weltschulvereins, der seinen Sitz in Dornach haben, aber in
Deutschland arbeiten solle. Wenn man jetzt die deutsche Sektion gründen
würde, dann könnte man bei den Hochschulkursen in Dornach das ganze ordnen.

<8> X. vraagt ​​naar de World School Association, die gevestigd zou moeten zijn in Dornach maar actief is in Duitsland. Als de Duitse afdeling nu zou worden opgericht, zou alles georganiseerd kunnen worden tijdens de hogeschoolcursussen in Dornach.

Dr. Steiner: Müssen wir nicht zuerst den Weltschulverein haben,
bevor wir eine deutsche Sektion begründen könnten? Der Weg zum
Weltschulverein könnte jetzt nur der sein, daß man nun wirklich
sichtbarlich von einem bestimmten internationalen Zentrum aus die
Sache macht.
Es könnte das Zentrum des Weltschulvereins Dornach sein, aber es
muß nicht das Zentrum sein, von dem aus es gemacht wird.

Moeten we niet eerst de World School Association hebben voordat we een Duitse afdeling kunnen oprichten? De enige manier om nu een World School Association op te richten, is door het project zichtbaar te leiden vanuit een specifiek internationaal centrum. Het centrum van de Wereldschoolvereniging  zou in Dornach kunnen zijn, maar het hoeft niet het centrum te zijn van waaruit de organisatie wordt aangestuurd.

Blz. 229

Damals hätten wir eine ganz bestimmte Form der Agitation gehabt, daß wir
mit aller Schärfe betont hätten, wir haben noch eine kleine Schule und können nicht weiter, müssen so viele Kinder abweisen. Dieser Agitationsstoff ist uns jetzt entzogen. Nun müssen wir den Weltschulverein anders anfangen. Da kann man natürlich, wenn wir in Dornach einen guten Besuch haben, zunächst anfangen, Stimmung zu machen. Ich glaube nicht, daß es von hier aus gemacht werden soll, weil wir nicht die negative Anlehnung haben, daß wir sagen können, da warten hundert Kinder vor den Toren der Schule.
Nun müssen wir es anders anfangen. Da können wir in Dornach dafür agitieren, und dann habe ich gedacht, daß es jetzt von einem internationalen Orte aus geschehen müßte, etwa vom Haag aus. Wir haben eine begründete Hoffnung, daß man für unsere Bewegung noch etwas tun könnte. Aber natürlich würden wir uns das Ganze verpfuschen, wenn wir hier den Weltschulverein begründen würden. Wir können alles mögliche für die Waldorfschule tun, dafür ist soviel Stimmung da; gründen dürfen wir ihn von hier aus nicht. Damals habe ich mir
gedacht, wir leiten hier eine energische Agitation ein. Von London aus würde ich die Begründung viel eher begrüßen. Das ist noch nicht zu erreichen. Und außerdem ist die Hoffnung, daß die andere Sache viel schneller geht

Destijds zouden we een heel specifieke vorm van actie hebben gevoerd, waarbij we met alle macht benadrukten dat we maar één kleine school hebben en niet verder kunnen uitbreiden, dat we zoveel kinderen moeten afwijzen. Dit middel is ons nu niet meer ter beschikking. Nu moeten we de Wereldschoolvereniging op een andere manier opzetten. Natuurlijk, als we een goede opkomst in Dornach hebben, kunnen we beginnen met het creëren van een positieve sfeer. Ik denk niet dat we dat hier moeten doen, omdat we hier niet de negatieve context hebben om te zeggen dat er honderd kinderen voor de schoolpoort staan ​​te wachten. Nu moeten we anders beginnen. We kunnen er campagne voor voeren in Dornach, en ik dacht dat het nu vanuit een internationale locatie zou moeten gebeuren, misschien vanuit Den Haag. We hebben goede hoop dat er nog iets voor onze beweging gedaan kan worden. Maar natuurlijk zouden we de hele zaak verpesten als we de Wereldschoolvereniging hier zouden oprichten. We kunnen alles doen wat mogelijk is voor de Waldorfschool; er is zoveel steun voor. We mogen hem hier niet oprichten. Destijds dacht ik dat we hier een krachtige campagne zouden starten. Vanuit Londen zou ik de oprichting veel eerder verwelkomen. Dat is nu nog niet haalbaar. En bovendien is er de hoop dat de andere kwestie veel sneller zal verlopen.

Die Textüberlieferung wird an dieser Stelle sprunghaft und unsicher, sowohl
was die Interpunktion anbelangt als auch, wer was gesagt hat. Mögliche
Lücken sind hier durch Punkte angedeutet. Im Manuskript steht:

De tekstoverdracht wordt op dit punt sprongsgewijs en onzeker, zowel
wat betreft interpunctie als wie wat zei. Mogelijke hiaten worden aangegeven met punten. Het manuscript luidt:

. . . das ist hoffnungslos, vom Haag aus .. . da sitzt niemand . . ., im Haag; vielleicht um so besser . . .

… dat is hopeloos, vanuit Den Haag … er is niemand daar …, in Den Haag; misschien maar beter …

Dr. Steiner: Das hatte ich auch früher beim Weltschulverein gemeint,
daß ich es machen müßte. Wir haben im Haag eine Anzahl von Anthroposophen.

Ik had dat eerder ook al gedacht bij de Wereldschoolvereniging, dat ik het zou moeten doen. We hebben een aantal antroposofen in Den Haag.

X.; Ich glaube, sie sind alle durcheinander.

X.: Ik denk dat ze allemaal in de war zijn.

(X.): Sie können mit H. nicht rechnen. Er bekennt niemals, daß er zur Anthroposophie gehört.

(X.): Je kunt niet op H. rekenen. Hij geeft nooit toe dat hij tot de antroposofie behoort.

Wenn ich nach dem Haag ginge, würde ich in H. einen Helfer haben.

Als ik naar Den Haag zou gaan, zou ik een helper hebben in H.

X.: Solange Sie da sind!

X.: Zolang u er  bent!

Dr. Steiner: Mehr braucht es nicht .. . Es genügt, wenn er das eine
auf die Beine bringt, wenn er die Wege ebnet.

Dat is alles wat nodig is … Het is al genoeg als hij dat ene ding voor elkaar krijgt, als hij de weg vrijmaakt.

X.: Er versperrt die Wege .. .Er hat verheimlicht, daß es ein Goetheanum

X: Hij blokkeert de weg…Hij hield het bestaan ​​van een Goetheanum geheim.

Blz. 230

gibt. Die Studenten waren überrascht, als sie hörten, daß es das gibt, obgleich
sie unter H.s Leitung in die Schweiz geführt wurden.

De studenten waren verrast toen ze van het bestaan ​​ervan hoorden, ondanks dat ze onder leiding van H. naar Zwitserland waren gebracht.

Dr. Steiner: So sind die Menschen! Aber auf eine andere Weise, als
daß man die Menschen nimmt, wie sie sind, kommt man nicht weiter . . .
In der weiteren Debatte werden außer Haag auch noch Zürich und Genf genannt.

Zo zijn mensen nu eenmaal! Maar je komt nergens zonder mensen te accepteren zoals ze zijn…
In de daaropvolgende discussie worden, naast Den Haag, ook Zürich en Genève genoemd.

X.: Müssen wir von hier aus nicht noch einige Voraussetzungen machen? Wir
sollten über den Namen der einzelnen Schule nachdenken. Wir finden nicht
das, worauf Sie abzielten.

X: Moeten we vanuit hier niet een aantal voorwaarden stellen? We moeten de naam van elke afzonderlijke school bekijken. We kunnen niet vinden waar u naar verwees.

Dr. Steiner: Ich glaube nicht, daß es besonders aktuell ist, den
Namen der einzelnen Schule zu finden. Was wollen Sie von hier aus
für Bedingungen schaffen?

Ik denk niet dat het relevant is om de naam van elke afzonderlijke school te vinden. Welke voorwaarden wilt u hieruit scheppen?

X.: Ich bin mir nicht sicher, ob von uns aus alles bedacht ist.

X: Ik weet niet zeker of we alles hebben overwogen.

Dr. Steiner: Schließlich handelt es sich darum, daß man sich auf dieHöhe der Situation stellt im gegebenen Augenblick, das ist heute. Ich habe es mitgeteilt. Wenn man mit solchen elementaren Sätzen unserer Bewegung dienen würde, dann wäre gedient. Man muß die Weltsituation begreifen.
Wir müssen die Dinge ausnutzen. Sehen Sie, wir haben zum Beispiel hier den Verlag gegründet, dieser Verlag hat bis jetzt wenig getan.
Aber zwei Bücher sind erschienen, Dr. Steins Buch und Polzers Buch. Also fast wenigstens Erstlingswerke in großer Auflage. In wenig Wochen sind die beiden Bücher abgesetzt. Uns ist heute gesagt worden, daß auch das Buch gegen Traub ausverkauft ist. Die Leute da verschlafen. Die Bewegung trägt heute schon, wenn man die Strömung aufnehmen wird. Die Strömung als solche ist da.

Uiteindelijk gaat het erom ons aan te passen aan de huidige situatie, die van vandaag. Dat heb ik al duidelijk gemaakt. Als we onze beweging met zulke fundamentele principes zouden kunnen dienen, dan zouden we er baat bij hebben. We moeten de wereldwijde situatie begrijpen.
We moeten het beste maken van wat we hebben. Kijk, we hebben hier bijvoorbeeld de uitgeverij opgericht, en deze uitgeverij heeft tot nu toe nog niet veel gedaan. Maar er zijn twee boeken verschenen: het boek van Dr. Stein en het boek van Polzer. Dus in ieder geval bijna debuutwerken in grote oplage. Over een paar weken zullen beide boeken uitverkocht zijn. We hoorden vandaag dat het boek tegen Traub ook uitverkocht is. Mensen zitten te slapen.

Die Bewegung trägt heute schon, wenn man die Strömung aufnehmen wird. Die Strömung als solche ist da. Es schwimmt niemand darinnen. Man muß wirklich sagen, die Strömung ist da, es schwimmt niemand darin. Man sieht es an den öffentlichen Vorträgen, die immer stark besucht werden. Es ist wirklich wahr, Bewegung ist schon da, man denkt gar nicht daran, daß eine solche Bewegung da ist.
In Wirklichkeit — nicht wahr, die Dinge, die hier gesagt werden, werden auch vertraulich gesagt — ist es notwendig, eine Bemerkung zu machen. Es kommt vor, daß die Leitung des Kommenden Tages keinen richtigen Begriff hat, daß es eine Dreigliederungsbewegung gibt. Das ist nicht etwas, was man zur Agitation unter uns brauchen darf, man soll sich bewußt werden, daß Schlafzustand vorhanden ist.
Es wird viel begonnen und hört dann auf. Wenn ich sollte alle einzel-

De beweging heeft vandaag de dag al gewicht in de schaal, als je de stroom maar wilt volgen. De stroom ís er. Niemand zwemt erin mee. Je moet echt zeggen: de stroom ís er, niemand zwemt erin mee. Je kunt het zien aan de openbare lezingen, die altijd goed bezocht worden. Het is echt waar, de beweging is er al, je denkt er niet eens aan dat zo’n beweging bestaat.
In werkelijkheid – is het niet zo dat de dingen die hier gezegd worden ook vertrouwelijk gezegd worden – is het nodig om een ​​opmerking te maken. Het blijkt dat de leiders van de Komende Dag geen echt begrip hebben voor het bestaan ​​van een drieledige maatschappijbeweging. Dit is niet iets om onder ons opgewonden over te raken; we moeten ons ervan bewust worden dat er sprake is van inactiviteit.
Veel dingen worden begonnen en vervolgens weer gestopt. Als ik alle individuele

Blz. 232

nen Aufträge geben, dann kann ich nur sagen, das kann alles geschehen; dann dürfen nicht die Sitzungen bis drei Uhr nachts dauern.
In Berlin werden Sie die wenigste Unterstützung finden. In Berlin ist
keine Neigung vorhanden. Aber in Berlin könnte man nur eben etwas
machen, wenn wir einmal acht Tage dort sein könnten. In drei Tagen
könnten wir es nicht machen. Berlin sieht nicht über die Mauern von
Berlin hinaus.

Als ik alle individuele opdrachten zou moeten geven, dan kan ik alleen maar zeggen dat alles mogelijk is; dan mogen de vergaderingen niet tot drie uur ’s ochtends duren.
In Berlijn zul je de minste steun vinden. Daar is geen enkele bereidheid. Maar in Berlijn zou er alleen iets mogelijk zijn als we er acht dagen konden zijn. In drie dagen lukte het niet. Berlijn kijkt niet verder dan zijn eigen muren.

X.: Wann würde es möglich sein, das im Haag zu machen?

X: Wanneer zou zoiets in Den Haag mogelijk zijn?

Dr. Steiner: Wenn man sehen würde, daß man Stimmung machen
kann, dann wird man in Dornach daran denken, ziemlich nahezu im
Anschluß daran.

Als men zou zien dat er een goede sfeer gecreëerd kon worden, dan zouden ze het in Dornach overwegen, vrijwel direct daarna.

X.: Dann müßte man schlüssig werden, wie man die Stimmung am besten
erzeugt.

X: Dan zou men moeten uitzoeken hoe die sfeer het beste gecreëerd kon worden.

Dr. Steiner: Ja, sehen Sie, da müßte man manchmal in edlerem Sinne agitieren lernen. Nicht wahr, wenn Sie zum Beispiel die Gruppe Haaß-Berkow bei ihrer Jause anhören würden, so würden Sie sehen, sie haben eine Hand dafür, Stimmung zu machen. Es müßte zum Beispiel einmal, wo die Leute aus der Fremde kommen, gelingen, andere Gesprächstitel anzuführen. Es kommt auf Stimmungmachen an. Das muß nicht in unedlem Sinne gemeint sein. Es kommt darauf an, daß man Stimmung macht, statt daß man sich darüber unterhält, wie man — ich will nicht sagen, von was man sich unterhält! Wenn so viel Menschen auf einem Platz beisammen sind, da geht so viel von Mensch zu Mensch zu machen.

Ja, kijk, soms moet je leren om op een meer geraffineerde manier campagne. te voeren. Wanneer je bijvoorbeeld naar de Haass-Berkow-groep zou luisteren tijdens het eten, zou je zien dat ze een talent hebben voor het creëren van een goede sfeer. Als er bijvoorbeeld mensen van ver komen, is het belangrijk om andere gespreksonderwerpen aan te snijden. Het gaat erom een ​​goede sfeer te creëren. Dit moet niet op een onoprechte manier bedoeld te zijn. Het gaat erom een ​​goede sfeer te creëren, in plaats van te praten over hoe – ik wil niet zeggen waar – je het over hebt! Wanneer zoveel mensen op één plek samenkomen, kan er zoveel tussen hen gebeuren.

Es handelt sich darum, für Zwecke der Gründung des Weltschulvereins die rechte Stimmung zu machen. Nehmen Sie an, Sie bringen es zustande, daß also fünfzig Menschen die Meinung kriegen, es muß ein Weltschulverein gegründet werden. Wenn die Leute von Dornach abreisen, und es in der richtigen Weise erregt wird, das bedeutet, daß drei Wochen darauf fünfhundert, sechs Wochen darauf fünftausend die Meinung haben, es muß ein Weltschulverein gegründet werden.
Man muß das Zeug haben, in einer Anzahl von Menschen eine solche
Meinung zu erregen.

Het gaat erom de juiste sfeer te creëren voor de oprichting van de Wereldschoolvereniging. Stel dat je vijftig mensen ervan kunt overtuigen dat er een Wereldschoolvereniging moet worden opgericht. Als die mensen Dornach verlaten en de zaak op de juiste manier wordt aangezwengeld, betekent dat dat drie weken later vijfhonderd, zes weken later vijfduizend mensen van mening zullen zijn dat er een Wereldschoolvereniging moet worden opgericht. Je moet in staat zijn om zo’n mening bij een aantal mensen op te wekken.

X.: Wäre es nicht möglich, daß die Waldorflehrer Propaganda machen im
Anschluß an Vorträge?

X: Zou het voor Waldorf-leraren niet mogelijk zijn om na lezingen reclame te maken?

Dr. Steiner: Das können Sie selbstverständlich. Dem müßte die Stimmungsmache parallel gehen. Wie kommt es denn eigentlich, daß so
etwas in der Anthroposophischen Gesellschaft nie aufkommen kann, wie im besten Sinne des Wortes ein Korpsgeist?

Natuurlijk kan dat. De campagne zou hand in hand moeten gaan met het creëren van de sfeer. Hoe kan het dan dat zoiets als een ware esprit de corps, nooit kan ontstaan ​​in de Antroposofische Vereniging?

Blz. 232

Mehrere Lehrer versuchen, diese Frage zu beantworten.

Verschillende docenten proberen deze vraag te beantwoorden.

Dr. Steiner: So lange wir eine Anthroposophische Gesellschaft bloß waren, kam es auf all das nicht an, da brauchten wir kein Geld. Es ist das Unglück da, daß wir es jetzt brauchen. Und jetzt handelt es sich nicht darum, daß man geldgierig ist, es handelt sich darum, daß die Bewegung getragen werden muß. Das kriegt man nicht anders, als wenn Stimmung gemacht wird. Nun möchte man durchaus — das ist dasjenige, was ich schmerzlich empfinde: es besteht eine gewisse innere Opposition bei sehr vielen, die etwas tun sollten. Sie möchten das nicht tun, was ich für das Rechte halte, sondern irgendwie etwas anderes. Sie sträuben sich furchtbar. Das ist die Sitte unserer Zeit, als wenn wir bloß aus dem Geiste zu wirken brauchten, als wenn wir kein Geld brauchten. Wenn man Geld braucht, da muß man eben etwas tun dazu. Es braucht nicht unidealistisch zu sein, aber es muß etwas getan werden. Ich glaube nämlich, daß viel mehr Opposition ist, als Sie annehmen, innere Opposition. So ein Sich-Stemmen, Sträuben ist da; Schlaf, absolute Cliquenbildung. Es wäre gut, wenn man Korpsgeist entwickelt.
Wir können noch nicht eine Sektion begründen von etwas, was noch nicht besteht.

Zolang we slechts een Antroposofische Vereniging waren, deed dit er allemaal niet toe; we hadden geen geld nodig. Het ongelukkige is dat we het nu wél nodig hebben. En nu gaat het niet om hebzucht; het gaat erom dat de beweging gedragen wordt. Dat kan alleen worden bereikt door een positieve sfeer te creëren. Nu zou je natuurlijk graag willen – en dit is wat ik pijnlijk voel: er is een zekere innerlijke tegenstand onder velen die iets zouden moeten doen. Ze willen niet doen wat ik als juist beschouw, maar iets heel anders. Ze verzetten zich hevig. Dat is de teneur van onze tijd, dan dat wij alleen maar vanuit de geest hoeven te handelen, wij ook geen geld nodig hebben. Als je geld nodig hebt, moet je er iets voor doen. Het hoeft niet onidealistisch te zijn, maar er moet wel iets gebeuren. Ik geloof dat er veel meer tegenstand is dan je denkt, innerlijke tegenstand. Er is een soort weerstand, een terughoudendheid; lethargie, absolute kliekvorming. Het zou goed zijn als er een gevoel van saamhorigheid zou ontstaan.
We kunnen geen afdeling oprichten voor iets dat nog niet bestaat.

X.: Von irgendwo dürfte doch der Anstoß ausgehen.

X: De impuls moet toch ergens vandaan komen?

Dr. Steiner: Das müßte von einem weiteren Kreis ausgehen.

Die moet uit een bredere kring komen.

X.: Vielleicht könnte man herantreten an Vertreter der lokalen Schulbestrebungen und sie erwärmen für den Weltschulverein, zum Beispiel Rektor B. in Br.

X.: Misschien kunnen we vertegenwoordigers van de lokale schoolbewegingen benaderen en hen enthousiast maken voor de Wereldschoolvereniging, bijvoorbeeld rector B. in Br.

Dr. Steiner: Es handelt sich nicht darum, daß man den Namen Weltschulverein in die Welt bringt, sondern daß man eine Organisation in die Welt setzt. B. ist warm genug. In dem Augenblick, wo man den Weltschulverein hat, ist er auch dabei und wird wirken. Nicht wahr, bei B. in Br. bedeutet es nichts anderes, als daß man ein Loch mehr aufmacht für das Geldschnorren. Ob Sie als Waldorflehrerschaft oder als Weltschulverein herumgehen und Geld sammeln, auf das kommt es nicht an. Das ist nur ein neuer Name für dieselbe Sache. Man muß eine wirkliche Organisation schaffen, die eine Organisation für sich
ist.

Het gaat er niet om de naam Wereldschoolvereniging wereldwijd bekend te maken, maar om een ​​organisatie op te richten. B. is enthousiast genoeg. Zodra de Wereldschoolvereniging er is, zal die betrokken en effectief zijn. Is het niet zo dat B. in Br. gewoon weer een manier vindt om geld in te zamelen? Of je nu geld inzamelt als Waldorfleraren of als de Wereldschoolvereniging, dat maakt niet uit. Het is gewoon een nieuwe naam voor hetzelfde. Je moet een echte organisatie oprichten, een organisatie met een eigen identiteit.

X.: Wir müssen den Zeitpunkt des Dornacher Hochschulkurses ausnützen.

X.: We moeten gebruikmaken van de cursus aan de universiteit van Dornach.

Dr. Steiner: Es ist nötig, daß wir diese Leute zu Trägern des Agitationsgedankens machen. Von den Menschen werden wir direkt nicht 

Het is noodzakelijk dat we deze mensen de dragers maken van het idee van actievoering.

Blz. 233

viel haben können, das werden arme Schlucker sein, die lieber etwas beziehen möchten. Solche haben wir auch. Es kommt darauf an, daß diese Leute die Träger des Gedankens sind und diesen Gedanken hinaustragen. Dann kommt es darauf an, daß diese Agitation warm erhalten bleibt. Wenn wir im Haag etwas inaugurieren — es braucht kein Verein zu sein, eine Agitation braucht nur entfaltet zu werden —, wenn wir das vom Haag aus machen können, so darf man
nicht vergessen, es besteht eine starke Stimmung dafür, man muß Mitteleuropa aufhelfen. Sie möchten das schon. Wenn man da den rechten Ton trifft, so geschieht etwas. Man muß versuchen, die Gefühle, die da sind, so zu formulieren, daß es in die rechte Richtung kommt. Der Gesichtspunkt ist schon da. Das wäre schon zu erreichen. Das könnte bald geschehen, wenn die Seelen aufwachen würden. — Sie sind wach genug. Wenn Sie etwas recht Gescheites mit derselben Kraft in Dornach hinausschmettern, so ist das schon ganz gut.
Es ist doch besser, wenn nicht die Bettler und Landstreicher den
Verein gegen Verarmung gründen, sondern die, die etwas in der
Tasche haben.

We zullen niet veel rechtstreeks van de mensen krijgen. Het zullen arme stakkers zijn die liever iets ontvangen. We hebben er ook zulke. Waar het om gaat, is dat deze mensen de dragers van het idee zijn en het uitvoeren. Dan is het belangrijk dat dit stemming maken warm blijft. Als we iets in Den Haag initiëren – het hoeft geen vereniging te zijn, een warme stemming hoeft alleen maar op gang te komen – als we dat vanuit Den Haag kunnen doen, dan mogen we niet vergeten dat er een sterk sentiment voor is; we moeten Centraal-Europa helpen. Ze willen het. Als je de juiste toon aanslaat, gebeurt er iets. Je moet proberen de gevoelens die er zijn zo te formuleren dat het de goede kant op gaat. Het perspectief is er al. Dat zou kunnen gebeuren. Dat zou snel kunnen gebeuren als de zielen zouden ontwaken. – Ze zijn voldoende wakker. Als je erin slaagt om met dezelfde kracht iets echt slims tot uiting te brengen in Dornach, is dat heel goed.
Het is ongetwijfeld beter als de vereniging tegen armoede niet wordt opgericht door bedelaars en zwervers, maar door mensen die wel iets te besteden hebben.

Es wird über Stuttgarter Hochschulkurse im kommenden Winter gesprochen
und berichtet, über welche Gebiete einzelne Lehrer vorzutragen gedenken.

Er wordt gesproken over hogeschoolcursussen in Stuttgart volgend winterseizoen en er zijn berichten over welke onderwerpen individuele leraren willen behandelen.

Dr. Steiner: Es ist viel geredet worden, es müßte etwas geschehen.
Ich würde nur nicht wünschen, daß es von hier aus in die Hand
genommen wird, eine Art hochschulmäßige Vorträge, und daß das
ins Wasser fällt. Das wäre das allerschlimmste. Ich würde über
Anthroposophie, Philosophie und so etwas reden.

Er is veel over gesproken; er moet iets gebeuren.
Ik zou het gewoon niet willen dat het hier wordt opgepakt, een soort hogeschoolachtige voordrachten, en dat het dan niet doorgaat. Dat zou het ergste zijn wat ik me kan voorstellen. Ik zou het hebben over antroposofie, filosofie en dat soort dingen.

X.; Wir hatten in Aussicht genommen, eine Art Semestralvorlesungen.

X.: We hadden een soort collegereeks van een semester voor ogen.

Dr. Steiner: Man kann die Lehrfächer anders gruppieren. Ich würde nicht so nach diesen alten Schablonen gruppieren. Ich würde mehr nach den sachlichen Gesichtspunkten gruppieren. – Sie können doch, Herr von Baravalle, Einsteins Theorie und Quantentheorie behandeln.

De onderwerpen kunnen anders worden ingedeeld. Ik zou ze niet indelen volgens die oude sjablonen. Ik zou ze meer indelen op basis van het onderwerp. – U kunt, meneer von Baravalle, toch Einsteins theorie en de kwantumtheorie behandelen.

X.: Ich glaube, daß wir es den Studenten leichter darstellen. Die Leute werden es hier verstehen.

X.: Ik denk dat we het op die manier makkelijker aan de studenten kunnen presenteren. De mensen hier zullen het begrijpen.

Dr. Steiner: Synthetische Geometrie, davon verspreche ich mir ungeheuer viel für eine Gesundung. Ich bin einverstanden mit dem, was Sie sich als Programm vorsetzen. Diese vielleicht wirklich ganz andersartigen Vorstellungen, die die Leute bekommen, wenn außer dem, eine Ellipse aus der Gleichung bestimmen zu können, wenn sie

Synthetische meetkunde, ik verwacht er enorm veel van voor een hernieuwde kennismaking. Ik ben het eens met wat u voor ogen hebt als programma. Dit zijn wellicht heel verschillende ideeën die mensen krijgen wanneer ze,  naast het kunnen bepalen van een ellips aan de hand van een vergelijking, ook begrijpen hoe een ellips ontstaat uit een bundel stralen. Dat is een hele opgave.   

Blz. 234

aus einem Strahlenbüschel die Genesis einer Ellipse begreifen, das ist viel. Ich weiß nicht, ob das nicht zum Beispiel ganz interessant wäre, die Grundbegriffe der analytischen Geometrie, dann die der synthetischen Geometrie, dann parallele Kegelschnittlinien, analytisch und synthetisch. Jetzt wird es meistens so gelehrt, daß man einen Kurs hat für analytische Geometrie und einen für synthetische. Dieses reizvolle, was da wäre, wenn man die ganze Kegelschnittlehre analytisch und synthetisch lernt!
Ich glaube, wir müssen es heute beschließen. Die Hochschulkursc würde ich Ihnen sehr ans Herz legen. Bringen Sie den Plan nach Dornach mit. In Dornach haben wir mehr auf Personen uns gerichtet. Die Studenten wollen es mehr nach Fächern. Man könnte doch spezialisieren. — Dr. Schubert, über die Seele der Sprache ist nicht viel erforscht worden!
Im Sinne meiner heutigen Anfangsworte möge sich unser Zusammenwirken entfalten. 

Ik weet niet of het niet heel interessant zou zijn om bijvoorbeeld de basisbegrippen van de analytische meetkunde te behandelen, vervolgens die van de synthetische meetkunde, en daarna parallelle kegelsneden, zowel analytisch als synthetisch. Momenteel wordt het meestal gegeven met één cursus analytische meetkunde en één cursus synthetische meetkunde. Stel je voor hoe aantrekkelijk het zou zijn om de volledige theorie van kegelsneden zowel analytisch als synthetisch te leren!
Ik denk dat we hier vandaag een besluit over moeten nemen. De hogeschoolcursussen zou ik u zeer aanraden. Neem het plan mee naar Dornach. In Dornach hebben we ons meer gericht op individuen. De studenten geven de voorkeur aan een meer vakgerichte aanpak. Je zou je kunnen specialiseren. — Dr. Schubert, er is nog niet veel onderzoek gedaan naar de ziel van de taal!
In de geest van mijn openingswoorden van vandaag, moge onze samenwerking bloeien. <8>
GA 300A/214-234

GA 300A  inhoudsopgave

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3537-3323

.

.

.

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – Steiner over oordelen (GA 97)

.

Zie de inleiding

In de 16e voordracht van GA 97 schetst Steiner een bepaalde ontwikkeling die de mensheid heeft doorgemaakt.
De nadruk ligt op ‘het denken’.
Hij vergelijkt de mens in Atlantis en de latere mens en legt het waarom de mens steeds helderder is gaan denken, bij de werking van de macht van Lucifer.
Deze is de drager en brenger van het licht in het denken.
Hij brengt het ook in verband met hoe het etherlijf van de mens daardoor verandert en zegt van die veranderingen:

Die früheren Entwickelungszustände der Menschheit werden nun im einzelnen Menschenleben noch einmal in Siebenjahresrhythmen wiederholt.

De vorige stadia van de menselijke ontwikkeling herhalen zich nu in individuele mensenlevens in cycli van zeven jaar.

Wanneer je deze zin isoleert van de context – wat ook vandaag de dag nog gebeurt – ontstaat de indruk dat ‘het kind de fasen van de ontwikkeling van de mensheid’ herhaalt.
En dus een tijd ‘een Atlantiër’ of een ‘Griek’ is enz.

Maar dat is te kort door de bocht: het gaat om een zekere parallel wat de ontwikkeling van het bewustzijn betreft.

Een uitgebreide artikelenreeks over dit onderwerp vind je hier.

GA 97

Das christliche Mysterium

Het christelijke mysterie

Voordracht 16, Düsseldorf, 4 april 1906

Die Kinder des Luzifer
Die Ablösung der Blutsliebe durch die geistige Liebe

De kinderen van Lucifer
De verandering van liefde bij bloedverwantschap door geestelijke liefde

Blz. 168

Die früheren Entwickelungszustände der Menschheit werden nun im einzelnen Menschenleben noch einmal in Siebenjahresrhythmen wiederholt.( )
Erst nach der Geschlechtsreife soll der Mensch selbst urteilen lernen. Der Ätherkörper wird zu diesem Zeitpunktgelockert, und der Astralkörper ist erst jetzt bereit, nach außen tätigzu sein.
Diese Entwickelung, die also heute der einzelne Mensch in Siebenjahresrhythmen durchmacht, hat die Menschheit als solche im
Lauf ihrer großen Entwickelungsepochen absolviert. Ein Teil der
untergeordneten Kräfte im Menschen wurde heraufgehoben zur
Ausbildung der Urteilskraft. 

De vroegere stadia van de menselijke ontwikkeling herhalen zich nu in individuele mensenlevens in cycli van zeven jaar. 
Pas na de puberteit moet een mens zelfstandig leren oordelen. Tegen deze tijd maakt het etherlijf zich losser en is het astrale lichaam klaar om zich naar buiten toe te manifesteren.
Deze ontwikkeling, die de individuele mens tegenwoordig in de zevenjaarsfasen doormaakt, werd door de mensheid als geheel voltooid in de loop van haar grote ontwikkelingsfasen. Een deel van de ondergeschikte krachten in de mens kwam binnen het bereik voor de ontwikkeling van het oordeelsvermogen.
GA 97/168
Niet vertaald

Rudolf Steiner over oordelenalle artikelen

Over etherlijf en astraallijf

Rudolf Steiner: alle artikelen

Algemene menskunde voordracht 9

VRIJESCHOOL in beeldalle beelden

.

3536-3322

.

.

.

.

 

 

VRIJESCHOOL – Schrijven (9-5)

.
Das Goetheanum, 02-04-2026
.

Wat handschrift ons leert
.

Typen heeft het handschrift grotendeels vervangen. Dit roept de vraag op: wat gebeurt er in ons als we schrijven?

Neurobiologische bevindingen suggereren dat handschrift gedachten, geheugen en aandacht ordent.

De afgelopen jaren hebben talloze wetenschappelijke studies consequent aangetoond dat handschrift veel meer is dan alleen een alternatief voor typen. Wanneer we met de hand schrijven, worden uitgebreide en onderling verbonden netwerken in de hersenen geactiveerd, wat bij typen niet in dezelfde mate gebeurt.

Een studie gepubliceerd in 2024 in *Frontiers in Psychology* [1] met behulp van elektro-encefalografie (EEG) met hoge resolutie toonde aan dat handschrift “veel complexere en verder reikende neurale verbindingen” genereert en netwerken activeert die verband houden met aandacht, taal en geheugen.

Op vergelijkbare wijze toonden Ose Askvik, van der Weel en van der Meer (2020) aan dat handschrift “veel complexere en verder reikende neurale verbindingen” genereert en netwerken activeert die geassocieerd zijn met aandacht, taal en geheugen.2. 

Op basis van EEG-registraties van twaalfjarige kinderen in Noorwegen is aangetoond dat de continue bewegingen die gepaard gaan met het schrijven in cursief schrift de verbindingen tussen hand en hersenen versterken, waardoor de letterherkenning, spelling en leesvaardigheid verbeteren.

SCHRIJVEN BETEKENT LEREN LEZEN

Bij de ontwikkeling van lees- en schrijfvaardigheden stelden Wiley en Rapp (2021)3 evenals Vinci-Booher en James (2021)4. vast dat handschrift het leerproces versnelt en belangrijke visuomotorische gebieden van de hersenen activeert. Eerdere studies van James en Engelhardt (2012)5 was al gebleken dat kinderen die handschrift oefenen automatisch het leesnetwerk in de hersenen activeren wanneer ze naar letters kijken – iets wat niet gebeurt bij typen of simpelweg overtrekken. Zelfs bij subtiele vaardigheden zoals het onderscheiden van spiegelbeeldige letters (bijv. b/d) bevestigt de studie van Pegado et al. (2014) dit.6 , dat schrijven met de hand de hersenen ‘vormt’ voor het lezen.

Vanuit een antroposofisch perspectief is schrijven niet louter een functie van het neurosensorische systeem, maar een activiteit waarbij het metabole ledematenstelsel, het ritmische systeem en het neurosensorische systeem subtiel op elkaar inwerken. De beweging van de hand, de weerstand van het papier, het ritme van de lijn en de vorm van de letter: al deze aspecten weerspiegelen de vormende krachten van het etherische lichaam. In de eerste zeven levensjaren zijn deze krachten voornamelijk actief in de fysieke groei en de ontwikkeling van organen.7
Zodra deze energieën volledig tot uiting zijn gekomen, worden ze vrijgegeven en dragen ze bij aan de ontwikkeling van geheugen, verbeeldingskracht en expressiviteit – vermogens die bewust denken mogelijk maken. Schrijven met de hand is een van de essentiële activiteiten van deze transformatie.

Rudolf Steiners voordracht “Het overwinnen van nervositeit” (GA 143) is in deze context interessant. Daarin beschrijft hij het fenomeen van de hand die “wegglijdt” tijdens het schrijven – schokkerige bewegingen, spasmodische gebaren maakt en het gevoel dat het fysieke lichaam uit zichzelf beweegt. In plaats van dit psychologisch of mechanistisch te interpreteren, verbindt hij het met een verzwakking van het etherische lichaam, dat niet langer in staat is het fysieke lichaam door de ziel (het astrale lichaam) te leiden. Wanneer de beweging niet langer wordt bezield door bewustzijn en ritme, wordt het fysieke lichaam autonoom en ontstaat nervositeit: “[…] – let op – dat wanneer mensen schrijven, ze zichzelf eerst een soort schok moeten geven, om zo te zeggen, voor elke streep, en in feite schokkerig schrijven, niet vloeiend op en neer bewegend, maar schokkerig.” […] Wanneer het fysieke lichaam, handelend op eigen initiatief, bewegingen uitvoert die verder gaan dan wat de ziel daadwerkelijk kan verlangen, verder dan wat het etherische en astrale lichaam verlangen, dan is dit een ongezonde toestand; Er is sprake van een onbalans tussen het fysieke lichaam en het etherische lichaam. Bij iedereen die de zojuist beschreven aandoeningen heeft, zien we een zwakte van het etherische lichaam, die erin bestaat dat het het fysieke lichaam niet volledig kan aansturen.8

Door zorgvuldige en bewuste handbewegingen herwint het etherische lichaam zijn vermogen om levenskrachten te organiseren, reguleren en in stand te houden. Vertaald naar wetenschappelijke termen is de overeenkomst treffend. Waar de neurowetenschap spreekt over de synchronisatie van neurale netwerken en sensorimotorische integratie, spreekt de antroposofie over het herstellen van de relatie tussen het fysieke, etherische en astrale lichaam. Verschillende beschrijvingsniveaus – hetzelfde menselijke fenomeen.

Handschrift is geen nostalgie en ook geen louter pedagogische techniek. Het is een handeling die de kern van de menselijke natuur raakt, een gebaar waarmee het etherische lichaam de krachten van groei omzet in denkkrachten. In een wereld van digitale versnelling en diffuse angst is de terugkeer naar bewust handschrift geen anachronisme, maar een hedendaagse daad – een herverbinding met vorm, ritme en leven.

  1. Handwriting but not typewriting leads to widespread brain connectivity. Frontiers in Psychology: Volume 14, 2023. doi.org/10.3389/fpsyg.2023.1219945
  2.  The Importance of Cursive Handwriting Over Typewriting for Learning in the Classroom. Frontiers in Psychology: Volume 11, 2020. doi.org/10.3389/fpsyg.2020.01810
  3.  The Effects of Handwriting Experience on Literacy Learning. Sage Journals: Volume 32, 2021. https://doi.org/10.1177/0956797621993111
  4.  Protracted Neural Development of Dorsal Motor Systems During Handwriting and the Relation to Early Literacy Skills. Frontiers in Psychology: Volume 12, 2021. doi.org/10.3389/fpsyg.2021.750559
  5.  The effects of handwriting experience on functional brain development in pre-literate children. Science Direct: Volume 1, 2012. doi.org/10.1016/j.tine.2012.08.001
  6.  How does literacy break mirror invariance in the visual system? Frontiers in Psychology: Volume 5, 2014. doi.org/10.3389/fpsyg.2014.00703
  7.  See ‹The Developing Child: The First Seven Years›, compiled from articles published in the Newsletter of the Waldorf Early Childhood Association of North America, 2004. The Developing Child The First Seven Years eBook
  8.  Rudolf Steiner, Nervosität und Ichheit. In: GA 143, Vortrag vom 12. Januar 1912. (voordracht van 11, niet 12 januari 1912)
    Vertaald

Schrijven: alle artikelen

1e klas schrijvenalle artikelen

1e klasRudolf Steiner over schrijven en lezen

Menskunde en pedagogie: de hand  [5]

.

3535-3321

.

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over autoriteit (GA 97)

.

Zie de inleiding

In de 16e voordracht van GA 97 schetst Steiner een bepaalde ontwikkeling die de mensheid heeft doorgemaakt.
De nadruk ligt op ‘het denken’.
Hij vergelijkt de mens in Atlantis en de latere mens en legt het waarom de mens steeds helderder is gaan denken, bij de werking van de macht van Lucifer.
Deze is de drager en brenger van het licht in het denken.
Hij brengt het ook in verband met hoe het etherlijf van de mens daardoor verandert en zegt van die veranderingen:

Die früheren Entwickelungszustände der Menschheit werden nun im einzelnen Menschenleben noch einmal in Siebenjahresrhythmen wiederholt.

De vorige stadia van de menselijke ontwikkeling herhalen zich nu in individuele mensenlevens in cycli van zeven jaar.

Wanneer je deze zin isoleert van de context – wat ook vandaag de dag nog gebeurt – ontstaat de indruk dat ‘het kind de fasen van de ontwikkeling van de mensheid’ herhaalt.
En dus een tijd ‘een Atlantiër’ of een ‘Griek’ is enz.

Maar dat is te kort door de bocht: het gaat om een zekere parallel wat de ontwikkeling van het bewustzijn betreft.

Een uitgebreide artikelenreeks over dit onderwerp vind je hier.

GA 97

Das christliche Mysterium

Het christelijke mysterie

Voordracht 16, Düsseldorf, 4 april 1906

Die Kinder des Luzifer
Die Ablösung der Blutsliebe durch die geistige Liebe

De kinderen van Lucifer
De verandering van liefde bij bloedverwantschap door geestelijke liefde

Blz. 168

Die früheren Entwickelungszustände der Menschheit werden nun im einzelnen Menschenleben noch einmal in Siebenjahresrhythmen wiederholt.
Das Kind soll dann Autorität um sich haben, aber nicht selbst Autorität sein. Man soll durch Erzählungen auf das Kind wirken, nicht Moral predigen, sondern hinweisen auf große Beispiele, auf Vorbilder.
Für die Moral würde es nötig sein, daß man dann in der alten pythagoreischen Form das Gefühl dafür ausbildet.
Pythagoras sagte zu seinen Schülern:
Du sollst nicht mit dem Schwerte ins Feuer schlagen -, ein Bild dafür, daß man nutzlose Dinge nicht tun soll.
Ein anderes derartiges pythagoreisches Wortwar:
Du sollst auf deinem Wege nicht umkehren, ehe du ans Ende
gekommen bist. –

De vroegere stadia van de menselijke ontwikkeling herhalen zich nu in individuele mensenlevens in cycli van zeven jaar. 
Het kind moet dan mensen om zich heen hebben die gezag uitstralen, zelf hoeft het geen autoriteit te zijn.
Je moet door verhalen op het kind werken, niet door moraliserende preken te houden, maar door te wijzen op grote voorbeelden, op rolmodellen.
Om moraliteit te ontwikkelen, is het nodig om er op de oude Pythagoreïsche manier een gevoel voor te ontwikkelen.

Pythagoras* zei tegen zijn leerlingen: “Je moet niet met je zwaard in het vuur slaan” – een beeldspraak voor het niet doen van nutteloze dingen.

Een andere Pythagoreïsche uitspraak luidde: “Je moet niet terugkeren op je pad voordat je het einde hebt bereikt.”
GA 97/168
Niet vertaald

Dit ‘autoriteit-zijn’ wordt weleens negatief uitgelegd: als zou de leerkracht macht moeten uitoefenen over de kinderen.
In zijn verschillende uitspraken over autoriteit (zie onder) blijkt iets heel anders.
Dat zou bv. kunnen worden samengevat met deze uitspraak:

Dazu muß dieser Erzieher so wirken, daß er gewissermaßen das Wahre, Gute und Schöne dem Kinde nicht bloß darstellt, sondern es ist. Was er ist, geht auf das Kind über, nicht, was er ihm lehrt. Alle Lehre muß wesenhaft im Vorbilde vor das Kind hingestellt werden. Das Lehren selbst muß ein Kunstwerk, kein theoretischer Inhalt sein.

De opvoeder moet zo te werk gaan, dat hij het ware, goede en mooie niet alleen voor het kind beschrijft, maar dat hij het ìs. Wat hij is, gaat over op het kind, niet wat hij het leert. Alles wat het moet leren, moet voorgeleefd worden. Het aanleren zelf moet een kunstwerk zijn, geen theoretische inhoud.
GA 304/221
Op deze blog vertaald/217

*Zie o.a. ook GA 96: <5>

.

Rudolf Steiner over autoriteitalle artikelen

Kind rond het 9e jaar: alle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen

Algemene menskunde voordracht 9

VRIJESCHOOL in beeldalle beelden

.

3534-3320

.

.

.

.

 

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over spel (GA 97)

.
Zie de inleiding

In de 16e voordracht van GA 97 schetst Steiner een bepaalde ontwikkeling die de mensheid heeft doorgemaakt.
De nadruk ligt op ‘het denken’.
Hij vergelijkt de mens in Atlantis en de latere mens en legt het waarom de mens steeds helderder is gaan denken, bij de werking van de macht van Lucifer.
Deze is de drager en brenger van het licht in het denken.
Hij brengt het ook in verband met hoe het etherlijf van de mens daardoor verandert en zegt van die veranderingen:

Die früheren Entwickelungszustände der Menschheit werden nun im einzelnen Menschenleben noch einmal in Siebenjahresrhythmen wiederholt.

De vorige stadia van de menselijke ontwikkeling herhalen zich nu in individuele mensenlevens in cycli van zeven jaar.

Wanneer je deze zin isoleert van de context – wat ook vandaag de dag nog gebeurt – ontstaat de indruk dat ‘het kind de fasen van de ontwikkeling van de mensheid’ herhaalt.
En dus een tijd ‘een Atlantiër’ of een ‘Griek’ is enz.

Maar dat is te kort door de bocht: het gaat om een zekere parallel wat de ontwikkeling van het bewustzijn betreft.

Een uitgebreide artikelenreeks over dit onderwerp vind je hier.

GA 97

Das christliche Mysterium

Het christelijke mysterie

Voordracht 16, Düsseldorf, 4 april 1906

Die Kinder des Luzifer
Die Ablösung der Blutsliebe durch die geistige Liebe

De kinderen van Lucifer
De verandering van liefde bij bloedverwantschap door geestelijke liefde

Blz. 168

Die früheren Entwickelungszustände der Menschheit werden
nun im einzelnen Menschenleben noch einmal in Siebenjahresrhythmen wiederholt. Vom ersten bis siebenten Jahr tritt der
Ätherleib des Kindes noch ganz zurück. Man soll daher vor dem
siebenten Jahr noch nicht das Gedächtnis ausbilden, sondern nur
die Sinne. Man kann dann auf die Sinne wirken, und die inneren
Kräfte werden mit Hilfe der Sinne geweckt. Man soll diese Kräfte
dadurch anregen, daß man den Kindern Spielzeuge gibt, bei denen
die Phantasie tätig sein kann, etwa einen Holzklotz mit angemalten
Punkten als Augen und so weiter, aber keine fertigen Puppen, bei
denen das Kind gar nichts mehr durch seine Phantasie hinzufügen
kann.

De vroegere stadia van de menselijke ontwikkeling herhalen zich nu in individuele mensenlevens in cycli van zeven jaar. Van het eerste tot het zevende jaar trekt het etherische lichaam van het kind zich volledig terug. Daarom zou men vóór het zevende jaar nog geen geheugen moeten ontwikkelen, maar alleen de zintuigen. Men kan dan de zintuigen beïnvloeden en de innerlijke krachten worden met behulp daarvan gewekt. Deze krachten moeten worden gestimuleerd door kinderen speelgoed te geven waarmee de verbeelding actief kan worden, zoals een houten blok met geschilderde stippen als ogen, enzovoort, maar geen kant-en-klare poppen, waaraan het kind door middel van zijn of haar verbeelding niets kan toevoegen.
GA 97/168
Niet vertaald

Rudolf Steiner over spelalle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen

Spelalle artikelen

Algemene menskunde voordracht 9

VRIJESCHOOL in beeldalle beelden

.

3533-3319

.

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (104)

.

BEELDENSTORM ?

Op deze blog staan veel artikelen over sprookjes. De inhoud zou je kunnen samenvatten als ‘de beeldentaal’ van de sprookjes.

Om die beeldentaal te leren lezen, kun je je verdiepen in wat daarover is geschreven.
Sla je die weg in, dan is een sprookje niet ‘zomaar een verhaaltje’, een ‘fantasterijtje’ – in ons taalgebruik al synoniem met ‘onzin, lariekoek’.

Weet je dit niet, of vind je het onzin, dan kun je met de sprookjes doen wat je wil.

Schrijfster Eva Stalinski volgt met haar ‘Roodkapje, waar gaan we heen?’ die weg van onbekommerd rommelen met de inhoud van de sprookjes, of zoals recensent Bas Maliepaard in Tijdgeest’ – Trouw van 18-04-2026 kopt: E.S maakte een verrukkelijke sprookjesmix vol grappige details.’

De ‘mix’ bestaat o.a. uit ‘dat de stiefzusters van Assepoester in het kasteel van Doornroosje rondlopen en dat de kip met de gouden eieren op de tafel van het feestmaal zit.’

Kortom: van de betekenisvolle beelden blijft niets heel.

De inhoud van het boek wordt geschikt geacht voor kinderen vanaf 5 jaar.

Dat zijn nu net de kleuters op de vrijeschool die voor het eerst in hun leven deze bijzondere beelden verteld krijgen. 

Ik mag hopen dat hen de karikatuur van Eva Stalinski bespaard blijft!
.

Er was eens, maar hoe lang nog…

Er was eens, maar hoe lang nog….

Sprookjes: alle artikelen

Opspattend grind: alle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3532-3318

.

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – Pesten (17-6)

.
Het Duitse vrijeschooltijdschrift ‘Erziehungskunst’ besteedde in het maartnummer 2026 met een reeks artikelen aandacht aan ‘pesten’.
Vertalingen van deze artikelen zijn te vinden onder nr.17 van ‘Opvoedingsvragen’ op deze blog.
Onderstaand een interview dat de hoofdredacteur hield met  Kirstin Heberer.

Anne Brockmann, Erziehungskunst 03-2026
.

Kirsten Heberer is het aanspreekpunt voor geweld en pesten bij de hulplijn van de Federatie van Onafhankelijke Waldorfscholen. Ze ontvangt dagelijks telefoontjes van ouders en personeel die om hulp vragen. Onze redacteur sprak met haar.
.

 

De betrokkenen zijn nooit schuldig
.

“We hebben dringend hulp nodig! Dit kan zo niet langer! Neem alsjeblieft contact op als je dit leest!”

Sommige e-mails die Kirsten Heberer ontvangt, klinken zo dramatisch. Sommige zijn verzonden vanaf speciaal aangemaakte adressen om de afzenders anoniem te houden. Soms zijn ze ondertekend met “een bezorgde moeder” of “ouders die niet weten wat ze moeten doen”.

Deze e-mails bevatten ook geen locatiegegevens. Waar speelt dit zich af? Op welke school? Er wordt geen informatie verstrekt.

Kirsten Heberer is een gecertificeerd maatschappelijk werker, supervisor en consultant voor inclusie en geweldspreventie. Als contactpersoon bij het ondersteuningscentrum van de Federatie van Onafhankelijke Waldorfscholen behandelt ze incidenten van pesten, psychisch en fysiek geweld en seksueel misbruik. “Het is niet ongebruikelijk dat mensen die hulp zoeken in eerste instantie hun identiteit verbergen.

Vaak komen angst en onzekerheid voort uit intimidatie en een dagelijks gevoel van machteloosheid dat simpelweg te groot is.

“Over het algemeen geldt: hoe meer ik weet, hoe beter ik kan reageren,” aldus Heberer. Het is niet ongebruikelijk dat mensen pas contact opnemen met een specialist nadat ze een Waldorf-school al hebben verlaten. Dit gebeurt vaak nadat getroffen kinderen of tieners bijvoorbeeld weken of maandenlang herhaaldelijk met buikpijn wakker zijn geworden op schooldagen, excuses hebben verzonnen om niet mee te gaan op schoolreisjes en excursies, of zelfs in de brugklas weer in bed zijn gaan plassen. De lijst met mogelijke symptomen is lang, maar de oorzaak kan meestal in één woord worden samengevat: pesten. Hierachter schuilt echter een complexe sociale dynamiek die wordt gekenmerkt door pesterijen, kwellingen en isolatie.De onderliggende kwestie is vaak het verwerven, uitoefenen en behouden van macht. De betrokken rollen zijn meestal onduidelijk en zouden net zo goed omgekeerd kunnen zijn. “Het is cruciaal om dit te benadrukken: slachtoffers van pesten zijn nooit schuldig aan hun situatie, aan wat hen overkomt.

Het kan echt iedereen overkomen,” verzekert Heberer, in de hoop de betrokkenen enige verlichting te bieden.

Projectie, conflict, ruzie – of pesten?

Wanneer een hulpvraag haar bereikt via de contact- en klachtenafdeling, is Heberers belangrijkste taak “onderzoek doen”. “Ik probeer zo nauwkeurig mogelijk te achterhalen wat er is gebeurd of gebeurt, wie de actieve en passieve deelnemers zijn, wat de omstandigheden zijn, welke stappen er mogelijk al zijn genomen en welk effect die hebben gehad,” legt ze uit.

Soms blijkt dat de ouder die hulp zoekt zelf gepest is en dit niet heeft kunnen verwerken. “In zulke gevallen kan het voorkomen dat een kind dat tijdelijk niet naar school wil of veranderingen in zijn of haar vriendenkring ervaart, dit als pesten interpreteert op basis van eigen ervaringen, terwijl het in feite gewoon ontwikkelingsfluctuaties zijn. Dan is het belangrijk om ouders aan te moedigen hun eigen verleden onder ogen te zien en vertrouwen te hebben in de ontwikkeling van hun kind,” aldus Heberer.

Soms is een incident net niet direct als pesten te bestempelen; het is eerder een conflict dat dreigt te escaleren. Heberer legt het verschil uit: “Bij een conflict is er onenigheid over de feiten. Verschillende belangen lijken niet te verzoenen. Bij pesten is dit feitelijke niveau allang verdwenen. Dan gaat het gewoon om het kleineren van een persoon of groep. Conflicten escaleren vaak tot pesten wanneer de betrokkenen geen oplossing voor hun probleem kunnen vinden. Daartussenin ligt de actieve betrokkenheid bij een conflict. “Argumenten zijn niet altijd objectief; soms lopen ze hoog op, oftewel emotioneel. Er worden niet alleen meningen, argumenten en zorgen uitgewisseld, maar ook beledigingen, scheldwoorden, beschuldigingen en insinuaties. En als deze niet worden ingetrokken, gecorrigeerd of waarvoor geen excuses worden aangeboden, kunnen ze de basis vormen voor later pestgedrag,” legt Heberer uit.

Maar het omgekeerde scenario is ook denkbaar. Ongelukkig opgeloste pestsituaties leiden vaak tot nieuwe conflicten. Bijvoorbeeld wanneer een kind en zijn of haar familie de school verlaten omdat ze daartoe zijn geadviseerd of omdat ze niet wisten wat ze anders moesten doen.
Heberer zegt: “Achteraf gezien spreken soms stemmen die eerst zwegen.”

De vis en zijn kop…

Stilzwijgen, de onwil om te spreken of te luisteren, het toekijken en wegkijken – dit zijn allemaal fundamentele componenten van pesten. Ze verspreiden een gevoel van collectieve machteloosheid over een groep, een klas of een docententeam. Na jarenlange ervaring in het onderwijs gebruikt Heberer een gezegde wanneer ze de oorzaken en ingangspunten van terugkerend pesten op Waldorfscholen bespreekt: “Over het algemeen rot de vis van de kop af.” Heberer verwijst naar de leiderschapsstructuur van de school. Of deze nu bijzonder smal of bijzonder breed is, brengt altijd risico’s met zich mee. “Een zeer smalle structuur betekent dat alles autoritair en van bovenaf wordt opgelegd – zelfs in de klas.” “Dan heb je docenten die zeggen: ‘Wat er achter deze deur gebeurt, is volledig aan mij.’ Ze hebben het gevoel: ‘Mijn ruimte, mijn klas, mijn ouders, mijn les’,” legt Heberer uit.

Een zeer ruime opvatting van structuur, daarentegen, komt neer op een laissez-faire houding. Heberer merkte op: “Er is vaak een gebrek aan verantwoording, en dat schept op zijn beurt een vruchtbare bodem voor misbruik.” De vermeende vrijheid betekent niet een gebrek aan verantwoordelijkheid; dit wordt vaak verkeerd geïnterpreteerd. Deze twee uitersten gaan vaak gepaard met uitspraken als: “Zo hebben we het altijd al gedaan.” Of: “Ja, ze schreeuwt veel, maar eigenlijk is ze een fantastische lerares. We zijn blij dat we haar hebben.” En ook: “In tijden van lerarentekort hebben we geen keus.”

Het personeel als rolmodel

De expert houdt zich echter niet primair bezig met gevallen van pesten onder leerlingen. De meeste scholen proberen dergelijke gevallen intern op te lossen. Heberer heeft vaker te maken met pesten onder het personeel. En meer dan ooit helpt het hen om perspectieven en informatie te verzamelen en een compleet beeld te vormen. Dit is immers al eerder gebeurd: leraren die via een rechtszaak probeerden terug te keren naar een school waar ze eerder waren ontslagen vanwege ernstig pedagogisch wangedrag, en die pestgedrag beweerden. Hoe dan ook, Heberer is er zeker van: “Wat de sfeer onder collega’s ook is, volwassenen mogen er nooit van uitgaan dat de leerlingen zich daar niet van bewust zijn.” Integendeel: jongeren hebben een zeer scherp oog voor wie geen inspraak heeft, niet serieus wordt genomen of zelfs de dienst uitmaakt. Naast het bevorderen van een algemeen vertrouwensvol schoolklimaat en het opleiden van mediators en conflictbemiddelaars, is Heberer ervan overtuigd dat de beste manier om pesten te voorkomen, collegiale samenwerking op basis van gelijkwaardigheid is – met duidelijke verantwoordelijkheden, ruimte voor ontwikkeling en transparantie – waarbij de focus altijd op het betreffende probleem ligt.

.

Erziehungskunst

Opvoedingsvragen: alle artikelen   pesten onder nr. 17

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

Leerproblemenalle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3531-3317

.

.

.

.

 

 

 

VRIJESCHOOL – Vormtekenen – spiraal (3-2)

.

Bij vormtekenen gaat het om verschillende aspecten.

 

Die vind je hier.

Onder nr. 3 is sprake van ‘geometrische figuren’.
A.h.w. ‘oerfiguren’ die we duizenden jaren geleden al aantroffen. Die voor de mensen van toen een bepaalde betekenis hadden.

Welke betekenis: dat is moeilijk met zekerheid te zeggen.
Velen hebben er wel over nagedacht, gesproken en/of geschreven.
O.a. Mellie Uyldert. Haar gezichtspunten over de spiraal vind je hier.

Ook met de kinderen op de basisschool wordt de spiraal getekend als vormtekening.
Er wordt niet uitgegaan van een (infantiele) voorstelling om bv. een slakkenhuis te gaan tekenen: nee, het gaat om de vorm pur sang.
Aanwijzingen daarvoor vind je in GA 294 – in dit artikel.

Het tekenen van spiralen wordt ook therapeutisch toegepast.

Zie daarvoor: Audrey MacAllens The extra lesson
Artikel     artikel     artikel   artikel

M.n. in dit artikel vind je fundamentele gezichtspunten over (o.a.) de spiraal.

Onderstaand vind je:

Tekst uit verschillende bronnen:

Afbeeldingen

Boeken

Rudolf Steiner over de spiraal GA 97 ** GA 294** GA 300A** GA 312

spiraal 

Een zeer oud en wijdverbreid grafisch symbool, verwant met de cirkel en met concentrische cirkels, die op het eerste gezicht moeilijk van spiralen te onderscheiden zijn. Hoewel beide symbolen in theorie geheel verschillend moeten worden geïnterpreteerd, kan hun betekenis samenvallen wanneer vluchtig getekende, van het middelpunt naar buiten uitgaande golven (concentrische cirkels) in spiralen overgaan. In beginsel vormt de spiraal een dynamisch systeem, dat zich – al naar gelang de zienswijze – ofwel samenbalt, ofwel ‘ontwikkelt’, waarbij de beweging ofwel middelpuntzoekend, ofwel middelpuntvliedend is. De spiralen die in spiraalnevels (spiraalvormige sterrenstelsels) aan de hemel zichtbaar zijn (zij het niet met het blote oog), doen denken aan turbulenties (maalstroom, werveling) in stromend water, maar eveneens aan identieke draaikolken, die ontstaan als water of een andere vloeistof door een opening naar onderen wegstroomt. Een dergelijk symbool kan daarom heel goed het wegzinken in de ‘wateren van de dood’ aanduiden, net als dat het geval is met ‘golfkringen’ (concentrische cirkels). Dat zou dan verklaren, waarom zulke symbolische figuren vaak in rotsblokken van prehistorische megalithische grafmonumenten gegrift zijn. Het is echter ook denkbaar dat er een verband bestaat met de bewegingen van de sterren aan de nachtelijke hemel. Men heeft opgemerkt dat zulke petrogliefen (rotstekeningen) niet zelden via spleten door zonnestralen worden geraakt en doorsneden, en wel tijdens de zonnewende. Omdat ook de zon elke avond ‘in de westelijke zee ondergaat’ en de volgende ochtend weer in het oosten opduikt, kan het aanbrengen van zulke tekens ook samenhangen met het ideeëncomplex ‘sterven en herrijzen’.

Spiraal: spiraal opgerolde slang als speelbord. Kalksteenplaat, voordynastiek Egypte, ca 3500 jaar voor C.

In culturen die vertrouwd zijn met het gebruik van de pottenbakkersschijf, kunnen spiralen ook hun oorsprong hebben in de eenvoudige observatie, dat zulke figuren ontstaan als een voorwerp (of een vinger door de vochtige ronddraaiende klei van binnen naar buiten weegt. Natuurlijk kunnen degelijke eenvoudige figuren ontstaan zonder praktische doelstelling gemaakt zijn, als tijdspassering zonder enige diepere symbolische betekenis.

Interessant is de figuur van te dubbele spiraal, die beide elementen, het zich ontvouwen en het zich samenrollen (‘evolutie en involutie’) tot een eenheid verbindt. Men kan er evengoed het ‘ontstaan en vergaan’ uit aflezen als de omkeerbaarheid van dit proces. In die zin heeft men wel een dubbele spiraal in de schaamdriehoek van een neolithisch ‘moedergodin’ beeld uit Thracië geïnterpreteerd. In de Romaanse beeldhouwkunst werden er in plooien van het gewaad van Christusfiguren wel dubbele spiralen verwerkt.

Kunstig gevormde driepas-spiraal. Symbolisch ornament op megalitisch grafmonument ‘New Grange’, Ierland, bronstijd.

In prehistorische megalithische grafmonumenten komen ook driepas-spiralen voor, waarvan de betekenis naast het decoratieve element niet meer te achterhalen is. Hypothetisch blijft ook de symbolische samenhang tussen spiraal en labyrint, al doet de gedachte van een ‘moeilijke weg erin en weer eruit’ een verband vermoeden met de symboliek van sterven en herboren worden.

Bron: Prismapocket van de symbolen

.
De Egyptische spiraal doet ons denken aan de spiraalhinkelbaan:

Afbeeldingen

Rode kool

 

 

 

Bron

Op Pinterest staan veel afbeeldingen

Boeken

Willem Beekman: Openbaar geheim.
In hoofdstuk 16 bespreekt hij de nautilus en  de spiraal.

Rudolf Steiner over de spiraal

In GA 294

In GA 300A  op deze blog vertaald blz. 90/over planetenbewegingen [19]
Blz. 109/verwijzing naar een onderwerp in een andere vergadering over plantkunde: stempel, stamper en de bewegingen van zon en maan   [7]

Uitvoerig staat Steiner stil bij de spiraal in GA 312:

Geisteswissenschaft und Medizin

Geesteswetenschap en geneeskunde

Voordracht 6, Dornach 26 maart 1920

Blz. 117  vertaald blz. 113

Da möchte ich heute zunächst davon ausgehen, Ihnen den Pflanzenbildungsprozeß als solchen in seinem kosmischen Zusammenhange hinzustellen. Wir haben ja darauf aufmerksam gemacht, wie im Menschen gewissermaßen funktionell der umgekehrte Prozeß tätig ist, der sich im
Pflanzenwerdeprozeß offenbart. Es ist daher notwendig, um die direkte Beziehung der Pflanzenwelt zum Menschen zu finden, diesen
Pflanzenwerdeprozeß wenigstens andeutungsweise hier vorzuführen.
Wenn Sie die Pflanze sich ansehen, so werden Sie finden, daß sie ganz entschieden zwei entgegengesetzte Tendenzen in ihrem ganzen
Bildeprozeß hat. Die eine geht nach der Erde hin. Und ich habe ja schon gestern angedeutet, daß gewissermaßen bei den baumartigen Pflanzen in dem Stamm die Erde gewissermaßen aufgestülpt ist, so daß die Blüten beim Baum mit den dazugehörigen Blättern im Stamm so wurzeln, wie sonst die bloß krautartigen Pflanzen oder gar die niederen Pflanzen in der Erde wurzeln.
Nun werden wir da hingewiesen auf der einen Seite zu der Tendenz der Pflanzen nach der Erde. Aber auf der anderen Seite strebt die Pflanze von der Erde weg. Sie strebt nicht nur von der Erde weg wie durch eine mechanische Kraft, die sich der Anziehungs-

Vandaag wil ik om te beginnen voor u het ontwikkelingsproces van de plant in zijn kosmische context behandelen. We hebben er al op gewezen dat in de mens in functioneel opzicht als het ware het omgekeerde proces plaatsvindt van wat zich in het wordingsproces van de plant openbaart. Om nu het directe verband tussen de plantenwereld en de mens te kunnen vinden, is het nodig dit
wordingsproces van de plant hier in ieder geval kort te schetsen.
Als u de plant bekijkt, zult u merken dat ze in haar hele groeiproces ontegenzeglijk twee aan elkaar tegengestelde tendensen vertoont. Enerzijds tendeert ze naar de aarde. En ik heb er gisteren al op gewezen dat het bij boomachtige planten zo is dat de aarde als het ware in de stam omhooggestulpt
is, zodat de bloeiwijzen met de bijbehorende bladeren net zo in de stam wortelen als de gewone kruidachtige planten en vooral de lagere planten in de aarde wortelen.
Zo zien we aan de ene kant de naar de aarde gerichte tendens van de planten. Anderzijds echter streeft de plant van de aarde weg. En dat doet ze niet louter door een soort mechanische kracht die tegen de aantrekkingskracht

Blz. 119  vert. 113/114

kraft der Erde entgegensetzt, sondern sie strebt von der Erde in ihrem ganzen, auch inneren Bildungsprozeß weg. Die Vorgänge in der Blüte werden andere als die Vorgänge in der Wurzel. Die Vorgänge in der Blüte werden viel abhängiger von dem Außerirdischen, von dem Außertellurischen als die Vorgänge in der Wurzel.
Und auf diese Abhängigkeit der Blütenbildung von den nicht eigentlich irdischen Kräften müssen wir zunächst hinsehen. Denn wir werden finden, daß dieselben Kräfte, die von der Pflanze gebraucht werden, um den Blüten- und Samenbildungsprozeß außen in der Blüte einzuleiten, daß dieselben Prozesse notwendig werden wegen der Ihnen in den vorhergehenden Vorträgen angedeuteten funktionellen Umkehrung des Pflanzenprozesses im Menschen, im menschlichen Unterleibe und in all dem, was die Entleerungen, die Absonderungen und auch was die Grundlage der Sexualität betrifft, zu finden
sind.
So werden wir gerade, wenn wir diese Beziehung des Menschen zur Pflanze aufsuchen, auch im einzelnen auf den außertellurischen Prozeß der Pflanze ebensogut verwiesen wie auf den tellurischen.

van de aarde in gaat, nee, ze streeft van de aarde weg in haar hele, ook innerlijke vormproces. De processen in de bloem worden anders dan de processen in de wortel. De processen in de bloem worden veel afhankelijker van het buitenaardse, van het extratellurische, dan de processen in de wortel. En daar
moeten we eerst naar kijken, naar die afhankelijkheid van de bloemvorming van in feite niet-aardse krachten.
We zullen dan namelijk zien dat dezelfde krachten die de plant gebruikt om in de bloem het bloei- en het zaadvormingsproces op gang te brengen, dat diezelfde processen noodzakelijkerwijs – op grond van de al in de vorige voordrachten genoemde functionele omkering van het plantproces in de mens – te vinden zijn in het menselijk onderlichaam en in alles wat te maken heeft met de
uitscheidingen, de secretie en ook met de grondslag van de seksualiteit.
Juist als we deze relatie van de mens met de plant opzoeken, worden we dus tot in de details zowel naar het extratellurische proces van de plant verwezen als naar het tellurische.

Ich möchte nicht versäumen, Sie darauf aufmerksam zu machen, daß dasjenige, was ich hier vortrage, nicht entlehnt ist älteren medizinischen Schriften, sondern auf durchaus gegenwärtiger geisteswissenschaftlicher Forschung beruht. Nur muß versucht werden, zuweilen in der Terminologie auf die ältere Literatur zurückzugreifen, weil ja die neuere Literatur eine Terminologie nach dieser Richtung hin noch nicht ausgebildet hat. Aber derjenige, der glauben würde, daß irgend etwas hier vorgetragen wird, was nur älteren Schriften entnommen ist, der würde sich eben sehr irren.
Wenn Sie das Pflanzenwachstum verfolgen, wie es von dem Irdischen aufwärts geht, so werden Sie zunächst verwiesen werden müssen auf den spiraligen Gang in der Entstehung, in dem Bildeprozeß der Blätter und auch der Blüte. Gewissermaßen befolgen die Bildekräfte der Pflanze eine Art spiraligen Gang um den Stengel herum. Dieser spiralige Gang kann nicht aus inneren Spannkräften etwa der Pflanze abgeleitet werden, sondern er ist zurückzuführen auf die Einwirkung des Außertellurischen, namentlich in seiner

Ik wil niet verzuimen u erop attent te maken dat wat ik hier behandel niet ontleend is aan oudere medische literatuur, maar volledig op modern geesteswetenschappelijk onderzoek berust. Wel moeten we soms teruggrijpen op de terminologie van de oudere literatuur, omdat de modernere literatuur op dit gebied immers nog geen terminologie ontwikkeld heeft. Wie echter denkt dat hier dingen ter sprake komen die uitsluitend op oudere literatuur zijn gestoeld, die vergist zich ernstig.
Als u naar de groei van de plant kijkt, hoe die vanuit de aarde omhooggaat, dan zult u om te beginnen de spiralende beweging tegenkomen in het ontstaansproces van de bladeren en ook van de bloemen. De vormkrachten van de plant volgen als het ware een spiralende weg om de stengel heen.

Die spiraalbeweging kan niet worden afgeleid uit zoiets als innerlijke
spankrachten van de plant, maar moet worden herleid tot de inwerking van het extratellurische, 

Voetnoot in de Nederlandse vertaling:
wat de sterren doen, wordt in de plant getrouw weerspiegeld: Zie hierover o.m. F.H.Julius/E.M. Kranich, Bäume und Paneten, Stuttgart 1989.
Er is ook een Nederlandse uitgave, zonder de auteursnaam Kranich
.

Blz. 119  vert. 114

Hauptsache auf die Einwirkungen des, sagen wir, scheinbaren — denn es ist ja doch die Bewegung der Erde zur Sonne nur relativ zu nehmen —, also des scheinbaren Sonnenweges. Man kann in einer gewissen Beziehung durchaus studieren nach besseren Anhaltspunkten, als die galileisch-mathematischen sind, den Gang der Sterne aus dem Gang der Bildeprozesse bei der Pflanze. Denn was die Sterne tun, das bildet die Pflanze getreulich nach.
Nun aber würde man ganz fehlgehen, wenn man glauben würde, daß nur dieser von der Erde nach aufwärts gehende, von der Sonne abhängige Bildungsgang in der Pflanze tätig sei, sondern es wirken die Sterne zunächst zu einer Resultierenden zusammen mit den durch die Sonne bewirkten Bewegungen unseres Planetensystems, und zwar so, daß gewissermaßen die Sonnenkraft die Pflanze ganz sich aneignen und sie fortwährend fortsetzen würde ins Unendliche, wenn dieser Sonnenkraft nicht entgegentreten würden die sogenannten äußeren Planetenkräfte wiederum mit ihren Spiralen (siehe
Zeichnung Seite 119). Denn in Wirklichkeit bewegen sich die Planeten nicht in Ellipsen, sondern in Spiralen. Die ganze kopernikanische

en wel in hoofdzaak van de, laten we zeggen, schijnbare – want de beweging van de aarde ten opzichte van de zon moet immers toch relatief worden opgevat – zonneweg. In een bepaald opzicht vinden we voor het bestuderen van de loop van de sterren betere aanknopingspunten in het verloop van de groeiprocessen bij de plant dan in de mathematisch-galileïsche benadering. Want wat de sterren doen, wordt in de plant getrouw weerspiegeld.
Nu zouden we ons echter danig vergissen als we zouden denken dat alleen die vanuit de aarde opwaarts gerichte, van de zon afhankelijke ontwikkeling in de plant werkzaam is. Want de sterren werken met de door de zon veroorzaakte bewegingen van ons planetenstelsel samen tot één resultante.
De kracht van de zon zou zich de plant als het ware helemaal toe-eigenen en haar groei tot in het oneindige voortzetten, als de krachten van de zogenaamde buitenplaneten daar vervolgens niet met hun spiralen tegen in zouden gaan. Want in werkelijkheid bewegen de planeten zich niet in ellipsen maar in spiralen. Het hele copernicaanse

Blz. 120   vert. 114

Weltanschauung müßte ja eigentlich heute schon geprüft und durch eine andere ersetzt werden. Die sogenannten äußeren Planeten, zu denen wir zu rechnen haben Mars, Jupiter und Saturn — Uranus und Neptun sind nur astronomisch zu unserem System zu zählen, sie gehören nicht in Wirklichkeit zu unserem System, sie sind dadurch in unser System hineingekommen, daß sich Fremdkörper, die außerhalb dieses Systems lagen, gewissermaßen diesem System angeschlossen haben, so daß man schon richtig spricht, wenn man von
diesen erst von unserem Planetensystem eingeladenen Körpern, die da mitkommen, die eigentlich Gäste sind, absieht —, diese äußeren
planetarischen Kräfte, die bewirken einen Rückgang der nach oben
gerichteten Kraft, indem sie dasjenige, was sonst bloß in der Blattspirale zum Ausdruck kommen würde, zurückstauen und die Blütenund Samenbildung bewirken. Wenn Sie also von der Blattbildung an das Werden der Pflanze nach oben betrachten, so müssen Sie seinen Ursprung zuschreiben denjenigen Kräften, die aus dem Zusammenwirken entstehen des Sonnigen mit dem Marshaften, Jupiterhaften und Saturnhaften.

wereldbeeld zou vandaag de dag eigenlijk moeten worden herzien en door een ander moeten worden vervangen. Tot de zogenaamde buitenplaneten moeten we
Mars, Jupiter en Saturnus rekenen. Uranus en Neptunus vallen alleen in astronomische zin onder ons planetenstelsel, in werkelijkheid horen zij er niet bij; zij zijn in ons stelsel terechtgekomen doordat vreemde hemellichamen, die zich buiten dat stelsel bevonden, zich er als het ware bij hebben aangesloten, zodat het terecht is die hemellichamen, die door ons planetaire stelsel uitgenodigd zijn om erbij te komen, die eigenlijk gasten zijn, er niet bij te rekenen.

Voetnoot:
Uranus en Neptunus vallen alleen in astronomische zin onder ons planetenstelsel: Zie ook Kosmische hiërarchieën, de voordracht van 18 april, en Die geistigen Wesenheiten in den Himmelskörpern und Naturreichen, GA 136, de voordracht van 14 april. Vertaald.

De krachten van die buitenplaneten buigen de opwaarts gerichte kracht om, door wat anders alleen in de bladspiraal tot uitdrukking zou komen, terug te dringen en de bloem- en zaadvorming op gang te brengen [zie de tekening op blz. 115,
bovenste pijlen en ‘zaadbol’].

Als u dus vanaf de bladvorming het groeiproces van de plant volgt, dan moet u de oorsprong daarvan toeschrijven aan krachten die voortvloeien uit de samenwerking van de zonnesfeer met de Marssfeer, de Jupitersfeer en de Saturnussfeer.

Voetnoot:
‘onderzonnige’ planeten: Met de uitdrukkingen ‘onderzonnige’ en ‘bovenzonnige planeten’ zijn de ‘binnen-’ resp. ‘buitenplaneten’ bedoeld

Nun wirken aber nicht nur diese zwei Elemente zusammen, sondern ihnen wiederum wirkt entgegen dasjenige, was namentlich vom Monde ausgeht und von den sogenannten unteren Planeten, von Merkur und Venus. Merkur, Venus und Mond sind dasjenige, was in der Pflanze die Tendenz zur Erde, nach unten, erzeugt und was seinen bezeichnendsten Ausdruck findet in der Wurzelbildung.
So daß alles dasjenige, was irdisch erscheint, eigentlich zugleich beeinflußt ist von den untersonnigen Planeten mit dem Monde im Zusammenhange. Sie haben also in der Pflanze, ich möchte sagen, das ganze zu uns gehörige Planetensystem ausgedrückt.
Ehe man nicht kennt, wie sich in der Pflanze das ganze zu uns gehörige
Planetensystem ausdrückt und wie es sich andererseits im Menschen
wiederum ausdrückt, kann man eigentlich den Zusammenhang zwischen dem Pflanzensystem und dem Menschensystem gar nicht durchschauen.
Sie brauchen nun ja nur hinzusehen auf die Tatsache, daß, wenn Sie Pflanzen verbrennen, welche nach dem Wurzelhaften hin-

Nu werken echter niet alleen die twee elementen samen, maar daar tegenover staat vervolgens weer de werking die met name van de maan en van de zogenaamde binnenplaneten, Mercurius en Venus, uitgaat. Mercurius, Venus en de maan geven de plant haar neerwaartse, naar de aarde gerichte tendens, die het sterkst tot uitdrukking komt in de wortelvorming. Alles wat in de aardse sfeer verschijnt, wordt dus tegelijkertijd ook beïnvloed door de ‘onderzonnige’ planeten in samenhang met de maan. In de plant vindt u dus ons hele planetenstelsel uitgedrukt.

Zolang we niet weten hoe zich in de plant ons hele planetenstelsel uitdrukt en hoe dat op zijn beurt weer tot uitdrukking komt in de mens, zolang zullen we het verband tussen de wetmatigheden van de plant en de wetmatigheden
van de mens niet kunnen doorzien.

Let u maar eens op het volgende feit: als u planten verbrandt die naar het wortelachtige

Blz. 121  vert. 114/115

neigen, welche also den Prozeß der Blüten- und Samenbildung weniger durchmachen als diejenigen Pflanzen, die nach der Blütenbildung hinneigen, oder überhaupt Pflanzenwurzeln verbrennen, daß da wesentlich mehr Aschenbestandteile sind, als wenn Sie Blüten verbrennen, oder auch wenn Sie Misteln oder baumartige Pflanzen verbrennen. Der Unterschied rührt einfach davon her, daß das Untersonnige, das Mondhafte, das Merkurhafte, das Venushafte mehr wirkt auf solche Pflanzen, die nach der Wurzelbildung hin
die starke Tendenz zeigen. Da finden Sie in der Asche Eisen, Mangan, Kiesel, also Bestandteile, welche ja direkte Heilmittel darstellen, und die dann als Heilmittel auch auftreten, wenn man irgend etwas aus der Pflanze verwendet. Dagegen finden Sie wenig Aschenbestandteile, wenn Sie die entgegengesetzte Art von Pflanzen verbrennen. Das, was sich da im Verbrennungsprozeß ausdrückt,
das ist ja zunächst dasjenige, was, ich möchte sagen, ein richtiges äußeres Dokument ist für diese Zugehörigkeit der Pflanze zum ganzen Kosmos, nicht bloß zu dem, was auf der Erde zu finden ist.

tenderen, die dus het proces van bloem- en zaadvorming minder doormaken dan planten die op de bloemvorming gericht zijn, of als u gewoon plantenwortels verbrandt, dan blijft er veel meer as over dan wanneer u bloemen verbrandt of ook mistels of boomachtige planten. Het verschil is simpelweg een gevolg van het feit dat de binnenplaneten, – maan, Mercurius en Venus – meer werken op planten die sterk naar wortelvorming tenderen. In de as vindt u dan ijzer, mangaan en kiezel, bestanddelen dus die direct als geneesmiddelen bruikbaar zijn en ook als zodanig werkzaam zijn wanneer we iets van zo’n plant gebruiken. Daarentegen blijft er maar weinig as over, wanneer u de tegenovergestelde soort
van planten verbrandt. Wat daar in dat verbrandingsproces tot uitdrukking komt, vormt, ik zou willen zeggen, het tastbare bewijs dat een plant deel heeft aan de hele kosmos en niet alleen aan wat op aarde te vinden is.
GA 312/117-121
Vertaald/113-115

GA 97

Das christliche Mysterium

In voordracht zet Steiner de ontwikkelingsweg van de Rozenkruisers, hij geeft een korte inhoud van de zeven fasen daarin. 

Der Jogapfad, die christlich-gnostische Einweihung und die Esoterik der Rosenkreuzer

Het yogapad, de christelijk-gnostische inwijding en de esoterie van de rozenkruisers.

Keulen, 30. november 1906

Als dritte Stufe folgt für den Schüler das Erlernen der okkulten Schrift. Wenn wir in der Astralwelt wirklich leben wollen, dann müs­sen wir die okkulte Schrift kennen. In der Welt sind viele Dinge nach der Figur des Wirbels gebaut:

De derde fase voor de leerling is het leren van de occulte schrift. Als we werkelijk in de astrale wereld willen leven, dan moeten we het occulte schrift kennen. Veel dingen in de wereld zijn gestructureerd volgens het wervelpatroon*:

Blz. 204

Diese Spirale finden wir sowohl im Orionnebel wie auch bei der Ge­staltung von lebendigen Wesen. Die Menschen- und Tierkeime haben in einem früheren Stadium eine Spiralform. Der eine Teil verbildlicht das Physische, der andere Teil, der sich hineinschlingt, das Astrale. Auch der Anbruch eines neuen Stadiums in der Menschheits­geschichte wird durch das Zeichen zweier ineinander verschlungener Wirbel symbolisiert. Es ist dies das Tierkreiszeichen des Krebses. Als nach Untergang der alten Atlantis mit der urindischen Unterrasse die nachatlantische Epoche ihren Anfang nahm, ging die Sonne bei Früh­lingsanbruch im Tierkreiszeichen des Krebses auf. Wenn man die okkulte Schrift kennt, lernt man sich in der Astralwelt orientieren.

Deze spiraalvorm is zowel te vinden in de Orionnevel als in de vorming van levende wezens. Menselijke en dierlijke embryo’s hebben in een eerder stadium een ​​spiraalvorm. Een deel symboliseert het fysieke, het andere deel, dat zich eromheen wikkelt, het astrale.
Het aanbreken van een nieuw tijdperk in de menselijke geschiedenis wordt ook gesymboliseerd door het teken van twee in elkaar verstrengelde wervels. Dit is het sterrenbeeld Kreeft. Toen na de ondergang van het oude Atlantis met de oer-Indische cultuur het na-Atlantische tijdperk aanbrak, kwam de zon op in het sterrenbeeld Kreeft aan het begin van de lente. Kennis van occulte geschriften stelt iemand in staat zich te oriënteren in de astrale wereld.
GA 97/203
Niet vertaald

* zie vortex

Wie erlangt man Erkenntnisse der höheren Welten im rosenkreuzerischen Sinne?

Hoe krijg je inzicht in de hogere werelden volgens de Rozenkruisers

München, 11 december 1906

Blz. 212

Ein Beispiel dafür [Lesen okkulter Schrift] ist die Spirale, die wir im äußeren Kosmos in der Gestalt von zwei in­einandergeschlungenen Wirbeln im Orionnebel erblicken. Mikro­kosmisch geschieht die erste Eingliederung des Menschenkeims in einer entsprechenden Form. Das Bild zweier ineinandergeschlungener Wirbel ist das Tierkreiszeichen des Krebses. In der okkulten Schrift zeigt es den Übergang von einem Entwickelungsstadium in das näch­ste an. In der Tat lag der Frühlingspunkt der Sonne im Zeichen des Krebses, als im alten Indien nach dem Untergang der Atlantis eine neue Menschheitsepoche eingeleitet wurde.

Een voorbeeld hiervan [het lezen de occulte schrift] is de spiraal die we in de uiterlijke kosmos zien in de Orionnevel als twee in elkaar verstrengelde wervels. Op microkosmisch niveau vindt de eerste ordening van het menselijk embryo plaats in een overeenkomstige vorm. Het beeld van twee in elkaar verstrengelde wervels is het sterrenbeeld Kreeft. In de occult schrift symboliseert het de overgang van de ene ontwikkelingsfase naar de volgende. Inderdaad, de lente-equinox van de zon viel in het teken Kreeft toen in het oude India een nieuw tijdperk voor de mensheid aanbrak na de ondergang van Atlantis.
GA 97/212
Niet vertaald

Ditzelfde thema stipt Steiner ook aan in de voordracht

Wer sind die Rosenkreuzer

Wie zijn de Rozenkruisers

Leipzig, 7 februari 1907

Blz. 221

Die okkulte Schrift besteht darin, daß die inneren Strömungen der Natur nachgebildet werden. Ein solches Zeichen ist das Wirbelzeichen. Könnten Sie den Orionnebel ganz sehen, so würden Sie ihn wie zwei ineinander verschlungene Sechsen wahrnehmen. Hier sehen Sie eine zugrunde gehende und eine entstehende Welt in dem Nebel. So ist es überall. Wenn die Pflanze eine neue Frucht abstößt, so geht gar nichts von der alten Pflanze in die neue über. Nichts anderes als die Kräfte bewirken, daß sich eine neue Pflanze bildet. Auch da würden Sie nur den Wirbel sich hinausringeln und hineinringeln sehen. Ebenso könnten Sie sehen, wie eine alte Kultur sich in sich selbst hineinringelt und eine neue sich herausschlängelt. Dieser geistige Vorgang kann uns helfen, ein solches Schriftzeichen zu verstehen.

Het occulte schrift bestaat ​​uit het navormen van de innerlijke stromingen van de natuur. Een van de symbolen is het wervelingsymbool. Als je de Orionnevel in zijn geheel zou kunnen zien, zou je hem waarnemen als twee in elkaar versterkte zessen. Hier zie je een wereld in verval en een wereld in opkomst binnen de nevel. Dit is overal zo.
Wanneer een plant een nieuwe vrucht afwerpt, gaat er niets van de oude plant over in de nieuwe. Niets anders dan de krachten zelf zorgen ervoor dat een nieuwe plant ontstaat. Ook daar zou je alleen de werveling zien die zich in- en uitrolt. Zo kun je ook zien hoe een oude cultuur zich naar binnen keert en een nieuwe zich een weg naar buiten baant. Dit spirituele proces kan ons helpen een soortgelijk symbool te begrijpen.
GA 97/222
Niet vertaald

Die christliche Einweihung und der Rosenkreuzerschule

De christelijke inwijding en de school van de Rozenkruisers

Wenen, 22 februari 1907

Blz. 239

Die dritte Stufe ist die Aneignung der okkulten Schrift. Es gibt etwas in der Welt, was man im okkulten Leben den Wirbel nennt. Dieser Wirbel ist überall in der Natur und in der geistigen Welt vor­handen. Stellen Sie sich vor, Sie schauten hinauf zum Orionnebel, der eine merkwürdige Spirale bildet. Wären Sie ein Seher, so würden Sie sehen, daß sich ein Wirbel wie eine Sechs herauswindet und dann ein zweiter, der dunkler ist. Diese beiden Wirbel greifen ineinander. Das kommt in der geistigen Welt auch vor.
Wir leben in der Zeit nach der großen atlantischen Flut. Vor dieser Zeit lebten unsere uralten Vorfahren, Menschen ganz anderer Art. Heute stellt man sich vor, die Menschen damals seien so gewesen, wie sie jetzt sind. Die äußeren physischen Verhältnisse waren jedoch ganz anders. So war Atlantis ein Land, das immer dunkel war, gehüllt in dichte Nebelmassen. Es ist wichtig, daß Sie das wissen. Die alte deutsche Mythologie hat die Erinnerung behalten in den Worten Nifelheim, Nebelheim, Nibelungen. Diesen Verhältnissen ent­sprechend war die menschliche Organisation eine ganz andere. Ebenso haben die Atlantier eine ganz andere Kultur gehabt. Sie würden eine Vorstellung davon bekommen, wenn ich Ihnen im einzelnen schildern könnte, wie die Menschen damals in allen Dingen artikulierte Laute vernommen haben. Sittengebote gab es nicht. Wenn einer wissen wollte, wie er sich zu seinem Nachbarn verhalten sollte, konnte er sich nicht an irgendwelche Instanz wenden: er horchte auf die Wellen und wußte es.

Das war eine Kultur, von der jede Spur geschwunden zu sein scheint. Sie ist untergegangen. Wann ist das geschehen? Am Himmel können wir es sehen. Etwa acht Jahrhunderte vor Christi Geburt ging die Sonne im Bilde des Widders auf. Sie bewegt sich im Laufe von etwa 2160 Jahren durch ein Sternbild hindurch. Um das Jahr 800 vor Christus rückte die Sonne in das Sternbild des Widders oder Lammes um. Die Menschheit empfand, das neue Sternbild habe ihr die neue Fruchtbarkeit des Frühlings, das neue Gute gebracht. Daher sehen wir, daß sie das Lamm oder den Widder wichtig fand. Vieles deutet darauf hin, zum Beispiel die Argonautensage, in der das Goldene Vlies eine solche Rolle spielt. Selbst Christus wird das Lamm Gottes ge­nannt. Das Symbolum, dem die Verehrung dargebracht wurde, war das Lamm. Früher war die Sonne im Sternbild des Stieres, daher die Verehrung des Stieres in der ägyptischen und persischen Kultur. Noch früher ging die Sonne durch das Bild der Zwillinge. Dem entspricht die große Rolle, welche die Zweiheit in der persischen Lehre von Ormuzd und Ahriman spielt. Spuren davon finden sich sogar noch im alten Germanentum. Vorher ging die Sonne durch das Sternbild des Krebses. Dies war die Zeit, die dem Hereinbrechen der atlanti­schen Flut folgte. Ein Wirbel hatte sich im Geistigen vollzogen.



De derde fase [van de ontwikkelingsweg] is het kunnen lezen van de occulte schrift. Er is iets in de wereld dat in het verborgen leven de vortex werveling wordt genoemd. Deze is overal aanwezig in de natuur en in de spirituele wereld. Stel je voor dat je naar de Orionnevel kijkt, die een bijzondere spiraal vormt. Als je een ziener was, zou je een werveling zien die zich als een zes naar buiten wervelt [herauswindet], en vervolgens een tweede, die donkerder is. Deze twee wervels grijpen in elkaar. Dit gebeurt ook in de spirituele wereld.

Het symbool dat hiervoor wordt gebruikt is het teken dat voor het sterrenbeeld Tweeling’ wordt gebruikt:

Steiner weidt over de Tweeling uit:

We leven in de tijd na de grote Atlantische vloed. Voor die tijd leefden onze voorouders, mensen van een totaal ander soort. Tegenwoordig stellen mensen zich voor dat die mensen net zo waren als zij nu. De uiterlijke omstandigheden waren echter totaal anders. Atlantis was een land dat altijd donker was, gehuld in dichte mist. Het is belangrijk dat je dit weet. De oude Duitse mythologie heeft de herinnering bewaard in de woorden Nifelheim, Nebelheim en Nibelungen. Overeenkomstig deze omstandigheden was de menselijke organisatie totaal anders. Evenzo hadden de Atlantiërs een totaal andere cultuur. Je zou dit beter begrijpen als ik in detail zou beschrijven hoe mensen gearticuleerde geluiden in alles waarnamen. Er waren geen gebruikelijke regels. Als iemand wilde weten hoe hij zich tegenover zijn buurman moest gedragen, kon hij zich niet tot een autoriteit wenden: hij luisterde naar de golven en wist het.
Dit was een cultuur waarvan elk spoor lijkt te zijn verdwenen. Ze is ten onder gegaan. Wanneer is dit gebeurd? We kunnen het aan de hemel zien. Ongeveer acht eeuwen voor Christus kwam de zon op in het sterrenbeeld Ram. De zon beweegt zich ongeveer elke 2160 jaar door een sterrenbeeld. Rond 800 v.Chr. bewoog de zon zich naar het sterrenbeeld Ram, ofwel het Lam. De mensheid voelde dat het nieuwe sterrenbeeld hen de nieuwe vruchtbaarheid van de lente, de nieuwe goedheid, had gebracht. Daarom zien we dat ze het Lam of de Ram belangrijk vonden. Veel wijst hierop, bijvoorbeeld de Argonautensage, waarin het Gulden Vlies zo’n rol speelt. Zelfs Christus wordt het Lam van God genoemd. Het symbool dat werd vereerd, was het Lam.
Daarvoor stond de zon in het sterrenbeeld Stier, vandaar de verering van de stier in de Egyptische en Perzische cultuur.
Nog eerder bewoog de zon zich door het sterrenbeeld Tweelingen. Dit komt overeen met de belangrijke rol die dualiteit speelt in de Perzische leer van Ormuzd en Ahriman. Sporen hiervan zijn zelfs terug te vinden in de oude Germaanse cultuur.
Daarvoor trok de zon door het sterrenbeeld Kreeft. Dit was de periode na het begin van de Atlantische vloed. Er had zich een werveling voorgedaan in het spirituele rijk.

GA 97/239-240
Niet vertaald





 

Vormtekenenalle artikelen

Menskunde en pedagogie: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

3530-3316

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Pesten (17-5)

.
Astrid Frank*, Erziehungskunst 03-2026
.

scholen moeten in actie komen

.

Statistisch gezien is er in Duitsland geen enkele schoolklas zonder pesten – en toch blijft het vaak onopgemerkt. Waarom is het zo moeilijk om pesten tijdig te herkennen, en welke rol speelt het inzicht van psychisch geweld bij leerkrachten hierin? Onze auteur legt uit waarom scholen dringend actie moeten ondernemen en hoe preventie succesvol kan zijn.

FFL – Friends for life, Vrienden voor het Leven. De titel van het filmproject dat de meisjes van klas 5 plannen, staat vast. En zoals de titel al doet vermoeden, gaat het over de leukste meidengroep ooit. Ella (naam veranderd) wil ook graag meedoen aan dit filmproject. En bij deze meidengroep horen. Ze is enthousiast als haar klasgenoten haar uitnodigen om hen tijdens de pauze in het meisjestoilet te ontmoeten. Daar zullen ze alles bespreken. Maar als Ella het toilet binnenkomt, is er niemand. Ella wacht. Ze wacht tot de bel gaat voor het einde van de pauze. Dan gaat ze terug naar het klaslokaal. Als ze binnenkomt, ziet ze lachende gezichten. Beschaamd gaat Ella op haar plek zitten. Een paar dagen later deelt een van de meisjes uitnodigingen uit voor haar verjaardagsfeestje. Ella krijgt ook een briefje. Dat had ze niet verwacht. Haar vreugde is des te groter.

Ze vouwt het briefje open en leest: “Dit is geen uitnodiging!”
Ze voelt de tranen opwellen als ze de anderen om haar heen hoort giechelen.

Om erachter te komen of het om ruzie gaat of om pesten is in het dagelijks schoolleven niet altijd even makkelijk.
Toch zijn er duidelijke signalen van beide. Conflicten kun je proberen op te lossen, maar bij pesten gaat het niet om doordrukken van eigenbelang, maar om het vernederen van een persoon.
Het gaat er niet om dat Ella niet meedoet aan het filmproject of niet is uitgenodigd voor het verjaardagsfeestje – het gaat erom haar te vernederen en macht te demonstreren. Het feit dat Ella zich al in een kwetsbare positie bevindt – ze staat immers alleen tegenover een groep – is een ander kenmerk van pesten.

Pesten vindt in het geheim plaats

Het herkennen van pesten in het dagelijks schoolleven is een uitdaging voor leerkrachten. Ten eerste omdat pesten – in ieder geval in eerste instantie – in het geheim plaatsvindt, bijvoorbeeld in de schooltoiletten.
Anderzijds omdat individuele incidenten, zelfs wanneer ze openbaar worden, niet in een tijdelijke bredere context worden geplaatst. Bovendien zijn leraren zich vaak niet bewust van de informatie en normatieve invloeden die hen en hun handelen beïnvloeden: wie moeten ze geloven wanneer het verhaal van een individu in tegenspraak is met dat van een groep? Stel je Ella’s emotionele toestand voor in het licht van herhaalde aanvallen en vernederingen. Hoe zou deze emotionele toestand haar lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen beïnvloeden? Opstandig? Verdrietig? Boos? Bang? Onzeker? Uitspraken als “Ze raakt altijd zo van streek” of “Ze huilt om elk klein dingetje” vinden veel weerklank – ze weerspiegelen precies wat de leraar op dat moment waarneemt.

Zelfs vrouwelijke leraren zijn niet immuun voor de effecten van groepsdruk. Zich in je eentje tegen een groep opstellen en eventueel hun afwijzing uitlokken, vereist moed en de overtuiging om op te komen voor wat juist is. Hoeveel gemakkelijker is het dan, gezien de buitensporige dagelijkse werkdruk, om je aan te sluiten bij de mening van de meerderheid en het individu te bestempelen als de vermeende storende factor. “Schoolleiders en leraren staan over het algemeen afwijzend tegen de situatie, dus wordt er vaak een oplossing gezocht ten koste van het slachtoffer, dat als symptoomdrager wordt gezien, in de vorm van een schooloverplaatsing als de weg van de minste weerstand”, legt advocate Beate zur Nieden uit, onder meer expert in schoolrecht.

Scholing is essentieel

Alleen wanneer leerkrachten voldoende en verplichte scholing krijgen in het voorkomen en aanpakken van pesten en een grondige kennis hebben van groepsdynamiek, kunnen ze pestgedrag vroegtijdig herkennen en de gevolgen beperken, zowel voor de slachtoffers als voor de hele groep. Want niet alleen worden de slachtoffers van pesten in het ergste geval levenslang negatief beïnvloed, maar leren alle groepsleden dat het legitiem en normaal is om voor jezelf op te komen en erkenning te krijgen door middel van psychisch geweld, en dat ze niet zullen stoppen. Zo verlaten jaarlijks honderdduizenden jongeren in Duitsland een school waar ze op de een of andere manier met pesten te maken hebben gehad – als slachtoffer, dader, medeplichtige, omstander of toeschouwer.

Pesten is alomtegenwoordig

Statistisch gezien is er in Duitsland geen schoolklas zonder pesten. Volgens het onderzoek “Gezondheidsgedrag bij schoolgaande kinderen” van de Wereldgezondheidsorganisatie uit 2022 wordt minstens één op de zeven leerlingen direct getroffen door pesten. Een representatief onderzoek van de Alliantie tegen Cyberpesten uit 2025 laat een sterke toename zien van pesten onder jongvolwassenen, juist in die leeftijdsgroep die net van school is gekomen. Decennialang is nagelaten om jongeren al tijdens hun schooltijd de vaardigheden bij te brengen om pesten aan te pakken. Tegelijkertijd is er volgens het Duitse schoolportaal een stijging van 37,1 procent in geweld op scholen en tegen leerkrachten tussen 2022 en 2024. De school staat hier voor een grote taak, waaraan zij op dit moment niet kan voldoen.

En dat kan ze ook niet, zolang ze van de politiek niet de middelen krijgt die daarvoor nodig zijn.

Uit de praktijk

Voor mij staat een jonge man. Er glinsteren tranen in zijn ogen. Het evenement dat ik voor tweehonderd 12- tot 15-jarige leerlingen heb gehouden, is net afgelopen. Maar de jongeman verlaat de ruimte niet samen met zijn klasgenoten. Hij vindt het belangrijk om me te vertellen dat hij zelf heeft meegemaakt waar ik 90 minuten lang over heb gesproken. Dat hij het uiteindelijk niet meer kon verdragen en van school is veranderd. Hoewel hij wist dat dat hij daarmee zijn enige vriend in de steek laat, die na hem de rol van slachtoffer zal vervullen. „Ik kon niet meer”, zegt hij. En ik begrijp wat hij daarmee bedoelt. Zijn kwetsbaarheid staat in schril contrast met zijn lengte, zijn krachtige verschijning en zijn opvallend diepe stem. Hij is niet, zoals zijn klasgenoten, 15 jaar oud. Hij is al 17. Hij heeft twee jaar verloren omdat zijn kracht niet meer toereikend was voor schoolprestaties. Hij had al zijn beschikbare kracht nodig om te overleven.

Door mij voelt hij zich begrepen, gezien, gehoord – en gerehabiliteerd. Maar nog belangrijker: hij heeft een school en een docententeam gevonden die bereid zijn om het thema actief aan te pakken, die zichzelf, hun rol en hun begrip van geweld in vraag stellen.

Het inzicht van de leerkrachten bij psychisch geweld is doorslaggevend

Vooral het begrip van psychisch geweld bij leerkrachten is bepalend voor de vraag of leerlingen zich binnen hun groep tegen pesten uitspreken. Als de verantwoordelijke volwassenen in de schoolomgeving pesterijen zoals beledigingen, uitlachen of uitsluiting tolereren, kan van leerlingen nauwelijks iets anders worden verwacht.
Het belang van het begrip van geweld bij leerkrachten in het omgaan met pesten werd onderzocht, bijvoorbeeld in het tijdschrift voor pedagogiek door Ludwig Bilz en anderen: Terwijl 95 procent van de ondervraagde leerkrachten handelingen zoals slaan of schoppen als geweld definieerde, was er slechts 53 procent voor wie schelden of uitlachen geweld vormde. In de lessen van leerkrachten met een breder begrip van geweld bleken echter significant meer leerlingen bereid om in te grijpen bij pesterijen die ze waarnamen.

Sociaalpsychologen noemen het fenomeen waarbij personen een situatie weliswaar als bedreigend ervaren, maar niet ingrijpen omdat ze denken dat alle anderen de situatie anders beoordelen dan zijzelf, ‘pluralistische onwetendheid’. Ze gedragen zich liever conform de groep en zien niet in dat velen hun mening delen.

Opvallend gedrag als gevolg van pesten?

Tijdens een bijscholing voor leerkrachten vraagt een deelneemster mij of er ook sprake is van pesten als het betrokken kind zich daadwerkelijk „irritant“ gedraagt. Ze geeft aan begrip te hebben voor het feit dat de andere leerlingen dit kind afwijzen. Het zou „te luidruchtig“, „te opdringerig“ en qua gedrag „opvallend“ zijn. Mijn antwoord, dat het ongeacht het gedrag van het kind om pesten gaat als het herhaaldelijk wordt beledigd, buitengesloten of uitgelachen, wil de lerares niet accepteren. Ook niet als ik haar probeer duidelijk te maken dat het ten eerste moeilijk is om vast te stellen of het gedrag van het kind daadwerkelijk de aanleiding is voor de afwijzing of misschien juist het gevolg ervan. En ten tweede dat zelfs gedrag van een kind dat als moeilijk wordt ervaren, nooit een rechtvaardiging voor geweld mag zijn.

Het misverstand dat hier naar mijn mening bestaat, ligt in de perceptie van pesten als normaal gekibbel, waardoor het ‘irritante’ kind in het ideale geval leert zich aan te passen aan de vermeende groepsnorm. In het beschreven geval heeft echter vooral de leerkracht zich aangepast aan de door de daders bepaalde groepsnorm, zonder zich daarvan bewust te zijn. Want, zoals gezegd, ook leerkrachten staan onder groepsdruk. Hoe stabieler het pestsysteem is, hoe meer alle groepsleden ervan overtuigd zijn dat het slachtoffer op de een of andere manier zelf schuldig is. We spreken dus van een omkering van dader en slachtoffer.

Pesten is geweld

Pesten wordt als een vorm van massaal emotioneel geweld gebagatelliseerd; de onderliggende psychologische factoren, zowel bij de dader, de groep als het slachtoffer, worden niet gezien of begrepen. Toch blijkt uit onderzoek – bijvoorbeeld van professor Dieter Wolke van de Universiteit van Warwick – dat de langetermijngevolgen van pesten vergelijkbaar zijn met die van mishandeling door volwassenen. En niemand zou ontkennen dat dit een vorm van geweld is! We weten dat depressies onder kinderen en jongeren voortdurend toenemen. Wat we ons echter vaak niet realiseren: 29 procent van alle depressies is toe te schrijven aan pesten. We weten dat het aantal voortijdige schoolverlaters gestaag stijgt. Maar we zijn ons er niet van bewust dat er in veel gevallen een verband bestaat tussen pesten en voortijdig schoolverlaten, zoals studies uit Groot-Brittannië en de VS aantonen.

Scholen moeten de problematiek aanpakken

De hier beschreven ervaringen uit mijn werk met leerlingen en leerkrachten zijn geen uitzonderingen. Toch behoren die scholen die bijscholingen voor leerkrachten en bijeenkomsten voor leerlingen organiseren, behoren tot de weinigen die deze problematiek onder ogen zien. Naar mijn mening negeren veel te veel schoolmedewerkers dit fenomeen. Pesten kan echter alleen ter plaatse worden aangepakt: op school en in het dagelijkse werk met de hele groep. Pesten is geen zaak die zich uitsluitend afspeelt tussen de daders (die in andere contexten soms zelf slachtoffer zijn geweest) en de slachtoffers. Pesten is een zichzelf in stand houdend systeem dat alleen functioneert door een complex samenspel van verschillende rollen. In het preventie- en interventiewerk op school ligt daarom de grootste kans voor een samenleving die alle individuen beschermt en tegelijkertijd het wij-gevoel versterkt.

Astrid Frank, geboren in 1966, moeder van twee volwassen zonen, studeerde biologie, Duitse taal- en letterkunde en pedagogiek in Keulen. Sinds 1999 is ze freelance schrijfster. Tot op heden heeft ze ongeveer 40 romans voor kinderen en jongeren gepubliceerd. Sinds 2016 is ze spreekster en auteur op het gebied van pesten onder kinderen en jongeren.
www.astridfrank.com www.unsichtbare-wunden.de

.

Erziehungskunst

Opvoedingsvragen: alle artikelen   pesten onder nr. 17

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

Leerproblemenalle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3529-3315

.

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Pesten (17-4)

.
Anne Brockmann, Erziehungskunst 03-2026

.

Brandpreventie i.p.v. de brandweer
.

Een persoon, zijn of haar situatie en problemen niet geïsoleerd bekijken, maar ze begrijpen als onderdeel van een groter geheel  – dat is de systemische benadering.

Maatschappelijk werker Fridtjof Meyer-Radkau heeft dit concept van systemisch denken en handelen verweven met het Waldorfonderwijs en traditioneel schoolmaatschappelijk werk, en er een boek over geschreven. In gesprek met onze redacteur legt hij uit hoe de systemische benadering ook kan helpen bij het aanpakken van pesten.

Razna (naam veranderd door de redactie) en school? Lange tijd was dat geen probleem. De eerste paar jaren waren zorgeloos. Razna leerde gemakkelijk en met plezier. Ze had ook vrienden. Maar toen kon ze voor langere tijd niet naar school. Toen Razna terugkeerde, was er plotseling veel veranderd.

Een klasgenoot maakt gemene opmerkingen tegen haar – eerst één keer, daarna steeds weer, elke keer dat hij haar ziet. Tijdens de pauzes, in de gangen en op het schoolplein. En hij verzamelt een groep om zich heen. Ergens onderweg naar huis vangt hij haar op. Nog meer gemene opmerkingen. Beledigingen en vernederingen. Dat Duits niet Razna’s moedertaal ia, was tot dan toe nooit een probleem geweest. Nu wordt ze ermee geconfronteerd en belachelijk gemaakt.

Steeds vaker zit Razna bij Fridtjof Meyer-Radkau. In de blauwe bouwkeet, die hij deelt met zijn collega Janina Richter en die in een hoek van het schoolplein staat. Meyer-Radkau is schoolmaatschappelijk werker op de Vrije Interculturele Waldorfschool in Berlijn. Voor Razna is het een vertrouwenspersoon, de bouwkeet een toevluchtsoord. Ze vertelt hem wat ze meemaakt en hoe het haar dwarszit.

Het duurt niet lang voordat Meyer-Radkau een denkbeeldige bril opzet – de ‘pestbril’, zoals hij die noemt. Daarmee beoordeelt hij of wat hij via Razna meemaakt, mogelijk pestgedrag is. “In wezen,” legt hij uit, “zijn er twee criteria om dit te beoordelen. Gaat het om terugkerend gedrag? Is het op een vernederende manier gericht tegen iemand zelf, tegen zijn of haar diepste wezen?”
Misschien zijn er al stappen ondernomen om het tegen te gaan. Als die niet effectief zijn geweest, is dat een andere aanwijzing.

Meyer-Radkau wil waarschuwen voor overhaaste conclusies trekken.

Vaststellen van pestgedrag vereist vaak vertrouwelijke gesprekken met meerdere mensen – en dus tijd.

In Razna’s geval nam de maatschappelijk werker van de Waldorfschool eerst contact op met haar leerkrachten. Hij vroeg niet alleen naar Razna, maar ook naar de klas als geheel. “Hoe ervaart u de kinderen op dit moment? Hoe gaat het met ze – individueel en als groep?” Hij stelde dezelfde vragen aan de klassenvertegenwoordiger. De leerkracht overlegde eerst met Razna en sprak daarna met haar ouders. De leerkrachten werkten nauw samen met Razna, en Meyer-Radkau vat het als volgt samen: “We hebben de situatie niet gebagatelliseerd of gedramatiseerd. We namen het leed van het meisje en de signalen van pestgedrag die we zagen serieus en onderzochten de zaak systematisch.”

Geen sprake van schuld

Met Razna’s toestemming benaderde Meyer-Radkau eindelijk de klasgenoot die Razna lastigviel, haar op weg naar huis onderschepte en haar voor de ogen van andere vrouwelijke klasgenoten belachelijk maakte. Meyer-Radkau wil het woord ‘dader’ niet gebruiken als hij het over de jongen heeft. Hij wil Razna ook geen ‘slachtoffer’ noemen. Hij vindt ‘dader’ en ‘betrokkene’ passender. Want Meyer-Radkau maakt één ding volkomen duidelijk: “Pesten oplossen gaat nooit over het toewijzen van schuld.” Wat essentieel is, zegt hij, is om te achterhalen wat er momenteel speelt in de systemen waar de betrokkenen deel van uitmaken. Hoe ziet Razna’s wereld er nu uit – zowel op school als daarbuiten? En wat is haar situatie?

Klasgenoten? Wat zou hen kunnen verontrusten, overweldigen of beangstigen? Meyer-Radkau adviseert: “Het is het beste om de ouders of andere verzorgers erbij te betrekken, omdat zij de situatie het beste kennen.”

De toestemming van de betrokkenen is een voorwaarde voor elke stap. Transparantie schept namelijk een basis van vertrouwen en biedt zekerheid. Maar nog belangrijker:

“Omdat pesten inherent grensoverschrijdingen zijn, en handelen zonder voorafgaand overleg in zo’n situatie een verdere inbreuk zou betekenen,” zoals Meyer-Radkau weet. Soms is het moeilijk te accepteren dat de angst voor negatieve gevolgen bij een confrontatie groter is dan het geloof dat er een uitweg is. Maar dit is wel zo.

Maar dat moet je dan maar doorstaan. En Meyer-Radkau kan er zelfs iets positiefs in vinden: “Hoe paradoxaal het ook mag lijken, de persoon die erdoor getroffen wordt, ervaart in ieder geval dat er naar hem of haar geluisterd wordt en dat zijn of haar woorden gerespecteerd worden. Dat op zich kan al een vorm van empowerment zijn.”

Het versterken en stabiliseren van de betrokkenen is in elk geval een belangrijk onderdeel van de aanpak van pesten. Waar liggen mijn grenzen en hoe kan ik daarvoor opkomen? Welke andere mogelijkheden zijn er om te reageren op kwetsend gedrag?

Soms is het weleens ongemakkelijk

Razna was het ermee eens dat de schoolmaatschappelijk werker aan wie ze haar verhaal had verteld, alle betrokkenen bij het pesten zou benaderen en erbij betrekken van wie hij dan zinvol acht.
 “In lijn met de ‘no-blame’-aanpak hebben we uiteindelijk een kleine steungroep van vier meisjes uit dezelfde klas om haar heen gevormd. Zij kregen de taak om te reageren als er nog meer beledigingen of vernederingen zouden plaatsvinden.” Ze moesten Razna ook naar het treinstation begeleiden. Hierdoor kon ze weer veilig naar school lopen, legt Meyer-Radkau uit. Hij zegt dat afgesproken maatregelen altijd concreet en controleerbaar moeten zijn om effectief te zijn. Hij werkt net zo intensief voor en met de jongen die het pesten begon. Want, niet geheel onverwacht voor de schoolmaatschappelijk werker, is het duidelijk geworden: ook hij heeft het moeilijk. Zijn gedrag jegens Razna is slechts een symptoom van zijn eigen problemen. Meyer-Radkau meldt dat niet alleen hij, maar ook de leraren, nog steeds regelmatig in contact staan ​​met beide families. “In dit geval is iedereen gelukkig reflectief en coöperatief. Dat is natuurlijk niet altijd het geval, en dan moet je als schoolmaatschappelijk werker soms hard optreden. Het kan alle kanten opgaan, en we moeten een dikke huid hebben.”

Jezelf als onderdeel van de groep zien

Kijkend naar Razna, haar klasgenoten en de andere leerlingen, heeft Meyer-Radkau er vertrouwen in dat ze binnenkort weer constructief als gemeenschap zullen samenleven. Toch wil hij niet altijd alleen maar de “brandweerman” zijn: “Ik ben absoluut geen voorstander van de gedachte: ‘We hebben een brandweer; die lost het wel op als er brand uitbreekt.’ Ik wil brand in de eerste plaats voorkomen. Er zijn brandveiligheidsmaatregelen, en die gaan ons allemaal aan.” Het vereist het besef dat iedereen die in een klas werkt, ook deel uitmaakt van de unieke dynamiek ervan. Voor Meyer-Radkau omvat dit in het bijzonder de leerkrachten – of ze zich er nu van bewust zijn of niet. Want, zoals de maatschappelijk werker van een Waldorfschool zegt: “Uiteindelijk zijn het de volwassenen die verantwoordelijk zijn voor het vormgeven van de relaties op school.”
Bovendien moet er consensus zijn om de daders van pesten niet moreel aan te spreken, de zogenaamde ‘no-blame’-aanpak. Daarom pleit Meyer-Radkau voor training over het thema pesten voor het hele personeel. Hij is ervan overtuigd dat dit het broodnodige bewustzijn zal vergroten. Vervolgens zouden, indien mogelijk, interdisciplinaire teams moeten worden gevormd – bestaande uit specialisten uit het onderwijs en de administratie, de buitenschoolse opvang en het maatschappelijk werk. Want pesten kan alleen wortel schieten “waar veel te veel mensen het niet hebben opgemerkt of het veel te lang hebben genegeerd.” Dat moet veranderen.

Fridtjof Meyer-Radkau: Waldorfschulsozialarbeit. Praxishandbuch für standortbezogene Konzeptarbeit. 152 Seiten, 21 Euro
Pädagogische Forschungsstelle Stuttgart.

.

Erziehungskunst

Opvoedingsvragen: alle artikelen   pesten onder nr. 17

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

Leerproblemenalle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3528-3314

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Pesten (17-3)

.
Angelika Lonnemann, Erziehungskunst,
.

Pesten, moed en de kracht van verandering

Dit is een verhaal over pijn en genezing, over de kracht van structuren en de kracht van verandering. Het zien laat dat pesten niet zomaar verdwijnt, maar mensen een leven lang kan beïnvloeden. Het laat ook zien dat scholen kunnen veranderen – als ze dat willen, als ze opletten en als ze controlemechanismen ontwikkelen.

Het is een zonnige middag, ergens in Duitsland.
Martin, een vader, begeleidt zijn zoon naar een verjaardagsfeestje. Terwijl de kinderen spelen, blijft hij in de keuken zitten met een kop koffie en een andere vader – een oud-klasgenoot met wie hij tijdens zijn schooltijd nauwelijks contact had. Ze raken aan de praat over vroeger, over hun basisschooltijd. En plotseling gaat er een venster open voor beiden. De andere man vertelt over diepe emotionele wonden die hij nog steeds met zich meedraagt. Over vernederingen die nog steeds pijn doen. Zijn kind zit op een Waldorf-kleuterschool – zelfs dat was een enorme hindernis voor hem – maar school? Nooit! De wonden zitten te diep. Voor Martin is deze ontmoeting een eyeopener. Hij heeft zelf drie kinderen, van wie er twee naar dezelfde Waldorfschool gaan waar hij ooit leerling was.

Hoewel ook hij gepest werd en geweld meemaakte, koos hij voor deze school. “Dat was alleen mogelijk omdat ik hulp zocht om te verwerken wat ik had meegemaakt,” zegt Martin, die al jaren betrokken is bij de ouderraad van de school.

De angst in de klas

Begin jaren negentig ging Martin naar een Waldorfschool in Duitsland. Zijn ouders stonden dicht bij de antroposofische beweging en zijn broers en zussen zaten er al. Alles leek goed te gaan. Maar vanaf het begin ging er iets mis. Er zaten 36 kinderen in de eerste klas; later waren dat er soms zelfs 42. De leerkracht was net afgestudeerd, had geen ervaring en was zelf een jonge vader van meerdere jonge kinderen. Een overschot aan jongens zorgde voor een bijzondere situatie dynamiek. De klas was levendig en luidruchtig. “Er heerste veel angst in de klas,” herinnert Martin zich. De leraar gooide zijn sleutels naar de kinderen. Kinderen moesten buiten de deur staan ​​en de hele tijd dat ze wachtten de deurknop ingedrukt houden, zodat het van binnenuit duidelijk was dat ze er nog steeds waren. “Er was een constante angst voor straf,” zegt Martin. De drastische maatregelen werkten niet, maar ze creëerden een klimaat van angst en een slechte sociale sfeer in de klas.

Eén situatie uit de derde klas staat Martin nog helder voor de geest. Het ging over hardop lezen. “De leraar vernederde kinderen die niet vloeiend en goed konden lezen,” vertelt Martin. “Er ontstond een klimaat waarin het volkomen acceptabel was om iemand voor een groep te vernederen.” Martin ontwikkelt een overlevingsstrategie. Hij berekent wanneer hij aan de beurt is om hardop te lezen – de leraar leest altijd van achter naar voren, waarbij elke leerling ongeveer 30 seconden tot een minuut leest. Dan gaat hij vroeg naar de wc en loopt hij heen en weer in de gang tot de rij hem gepasseerd is. Een kind dat zichzelf beschermt door weg te vluchten.

Nu we dit gesprek voeren, herinnert Martin zich andere straffen die zijn leraar gebruikte: “Vaak moesten we als straf achter onze stoel of in de hoek staan. We moesten ook onze mond met zeep spoelen als we vloekten. Hij ‘maakte’ kinderen die leken te dagdromen en niet meededen aan de les wakker door water uit een gieter over hun hoofd te spetteren, terwijl de rest van de klas riep: ‘Word wakker!'”

Een dankbaar slachtoffer

Martin is een spraakzaam, extravert kind. Naïef, zoals hij zelf zegt. “Toen vertrouwde ik mijn innerlijke leven naïef en vol vertrouwen toe aan mijn medemens.”

Hij heeft moeite om te onderscheiden wat hij anderen wel en niet moet vertellen, bijvoorbeeld over zijn eerste verliefdheden op meisjes. Dit maakt hem het perfecte doelwit. “Ik was een dankbaar slachtoffer voor klasgenoten die het leuk vonden om me te plagen,” zegt hij. De leraar, die zich vooral bezighoudt met discipline en rust, merkt het pesten niet eens op. En de school heeft geen structuren om externe hulp in te schakelen.

Hoe normaal geweld en vernedering zijn geworden, wordt duidelijk tijdens het eerste schoolreisje, rond de zesde klas. Een jongen met lang haar, die door de anderen als onverzorgd wordt beschouwd, wordt voor ieders ogen – leraren en klasgenoten – vastgehouden en zijn tanden worden met geweld gepoetst. Er wordt water in zijn gezicht gespat.

Later worden er grappen over gemaakt. Gevolgen? Geen.

Voor Martin zelf wordt het uiteindelijk ondraaglijk. Het is heel hip om de binnenkant van inktverwijderaar uit tubes te vissen en de omhulsels als spuugbakjes te gebruiken. Omdat Martin als spraakzaam wordt beschouwd en de leraar hem in de gaten wil houden, zit hij meestal vooraan – een perfect doelwit. Kwijlende propjes papier belanden in zijn nek. Als hij klaagt, haalt de leraar zijn schouders op. “Toen ging ik tijdens de pauze alleen naar huis,” vertelt Martin. “Ik kon het niet meer aan, de druk, het feit dat niemand me hielp.” Gedurende de tijd dat hij bij zijn leerkracht zat, beheerste dit gevoel van hulpeloosheid Martins leven. Het leek onmogelijk om ergens hulp te krijgen. “Mijn ouders geloofden me en luisterden naar me, maar er gebeurde nog steeds niets.”

De mislukte ontsnappingspoging

Uiteindelijk proberen zijn ouders een andere aanpak. Ze regelen proefdagen voor Martin op een openbare school in de buurt, een school met een hoog percentage leerlingen met een migratieachtergrond. Martin zou daar een week blijven. Na twee dagen stopt hij ermee. “Het was zo onbekend en overweldigend voor me dat ik zei: ‘Wat ik ken, geeft me meer zekerheid’, legt hij uit. Het vertrouwde, hoe pijnlijk het ook was, voelde veiliger dan het onbekende. Een paradoxale beslissing die onthult hoe diep Martin al onzeker was.

Na de mislukte schoolwissel ontstonden er hevige discussies tussen zijn ouders en zijn leerkracht. Daarna werd Martin door de meeste klasgenoten genegeerd. ‘Maar dat was ongelooflijk opluchtend,’ zegt hij. Genegeerd worden was beter dan dagelijks getreiterd worden. Wat hem hielp: een kleine, hechte groep vrienden die hem altijd steunden. ‘Ik was nooit helemaal zonder vrienden.’ Twee van deze vriendschappen bestaan ​​nog steeds.

Op de middelbare school ging het aanzienlijk beter. Een ervaren leraar wist de klassendynamiek in een positieve richting te sturen. Buitenschoolse activiteiten en gemeenschappen boden Martin steun – de protestantse kerk, zijn catechisatie.

De last die blijft hangen

En dan was er die ontmoeting op een kinderfeestje. De voormalige klasgenoot, die ‘tot op de dag van vandaag nog steeds diepe emotionele wonden met zich meedraagt’,  iemand die nooit therapie heeft gehad, het nooit heeft verwerkt. “Hij heeft het trauma van zijn jeugd nog steeds niet overwonnen,” zegt Martin peinzend. Zelf heeft hij wel hulp kunnen zoeken. Hij is twee keer in therapie geweest: als jongvolwassene kort na zijn schooltijd en later toen hij vader werd. “Ik had een familie en later een partner die dit altijd als een belangrijk probleem zagen. Ik kon altijd openlijk praten over het zoeken naar hulp.”

De verandering

Waarom stuurt Martin zijn eigen kinderen dan naar precies die school waar hij zelf zoveel pijn heeft ervaren? Als onderwijzer in het reguliere onderwijs, met inzicht in veel verschillende schooltypen, zegt hij: “Naar mijn mening is Waldorfonderwijs, wanneer het niet wordt toegepast door incompetente en verwaarloosde individuen, nog steeds een benadering die het beste aansluit bij de behoeften van kinderen.” Bovendien heeft hij ontdekt dat zijn oude school nu anders is. Zo is er bijvoorbeeld nu schoolmaatschappelijk werk voor leerlingen in de onderbouw en bovenbouw. ​​Twee voltijdse maatschappelijk werkers per school – hoewel Martin vindt dat dat nog steeds niet genoeg is. In de eerste twee schooljaren wordt er gewerkt met een team-teachingmodel. Geen enkele leerkracht staat alleen in de vaak nog steeds grote klassen; er is altijd een tweede volwassene aanwezig. “Dat is heel belangrijk,” benadrukt Martin. Want wat hij zelf meemaakte, was ook het gevolg van isolatie. Een jonge, overbelaste leraar, alleen met 40 kinderen, zonder toezicht, zonder enige ondersteuning.

Tegenwoordig maken alle leerlingen kennis met conflictoplossing via een speciale module aan het einde van de onderbouw. ​​Schoolmaatschappelijk werkers zijn beschikbaar tijdens alle pauzes. Er is een actieve leerlingenraad in de onderbouw en bovenbouw. ​​Participatieve projecten waarbij leerlingen een gevoel van eigenwaarde ervaren. Martin vond zijn recente betrokkenheid bij het ontwikkelen van het beleid voor de bescherming van kwetsbare personen bijzonder waardevol. De ouderraad werd uitgenodigd om mee te doen en een externe dienstverlener leverde ook een bijdrage. Tijdens workshops werd erkend dat de machtspositie van de klassenleerkracht in Waldorfscholen een tweesnijdend zwaard is. “Wat we enerzijds zo prachtig vinden, kan anderzijds net zo goed veroordeeld worden. En er moeten absoluut checks and balances zijn. Ik denk dat die op onze school nog niet perfect zijn, maar ze zijn goed geïntegreerd, zodat je erop kunt vertrouwen dat gebeurtenissen zoals die in mijn jeugd niet meer kunnen gebeuren,” zegt Martin.

Wat blijft er over?

Een confrontatie met het verleden, met name rond die overbelaste leerkracht, heeft op de school nog niet plaatsgevonden. “Er wordt gewoon niet over gesproken.” Martin vindt het belangrijk om dit aan te kaarten. En hij heeft een duidelijke eis: “Het is dringend noodzakelijk dat alle Waldorfscholen proactief hun geschiedenis onder ogen zien – inclusief de lokale geschiedenis van de individuele scholen.” Hij hoopt dat de Federatie van Onafhankelijke Waldorfscholen dit met dezelfde toewijding zal eisen als het beleid ter voorkoming van geweld, dat alle Waldorfscholen in 2022 verplicht moesten invoeren.

Martin heeft pijn en genezing ervaren; hij heeft gezien hoe structuren, zoals die op zijn oude school, kunnen veranderen.
Pesten kan iemand een leven lang tekenen. Zijn verhaal laat ook zien hoe verschillend mensen met trauma omgaan. In tegenstelling tot zijn klasgenoot kon hij steun zoeken. Martin heeft vrede gesloten met zijn verleden. Hij is actief in de ouderraad en zet zich in voor verdere verbetering van de structuren op zijn voormalige school. En binnenkort zal hij zijn jongste kind naar de school sturen die hem zoveel pijn heeft bezorgd – omdat hij ziet dat de school is verbeterd.

“Wat ik ken is veiliger” – deze uitspraak van toen heeft vandaag een andere betekenis. Het is niet langer de angst voor het onbekende die hem op de Waldorfschool houdt, maar de hoop op wat mogelijk is wanneer mensen bereid zijn te veranderen.

Erziehungskunst

Opvoedingsvragen: alle artikelen   pesten onder nr. 17

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

Leerproblemenalle artikelen

Algemene menskunde: alle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3527-3313

.

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over godsdienstonderwijs (GA 311)

.

Als Rudolf Steiner in 1919 de cursussen geeft voor de op- en inrichting van de eerste vrijeschool in Stuttgart, worden uiteraard ook de vakken genoemd die onderwezen gaan worden.

Het was in die tijd gebruikelijk dat in het ‘openbare’ onderwijs – laat ik voor het gemak maar zeggen: dominee of pastoor – onderwijs gaven over de geloofsrichting die zij vertegenwoordigden: die dienst die ze aan hun god wilden bewijzen, dus godsdienstonderwijs.

De kinderen die naar de vrijeschool komen, krijgen geen antroposofische godsdienst. Steiner wil van de vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school maken, ‘slechts’ een methodeschool.
Dat heeft hij vele keren benadrukt!

Maar wanneer niet-confessionele ouders – aanvankelijk de antroposofisch zich oriënterende ouders – ook voor hun kinderen godsdienstonderwijs ‘vanuit de antroposofie’ willen, geeft Steiner daar richtlijnen voor. Dat noemt hij bewust ‘wereldbeschouwing’, antroposofisch georiënteerde wereldbeschouwing’.

In deze voordracht gaat het over:

GA 311   op deze blog vertaald

Die Kunst des Erziehens aus dem Erfassen der Menschenwesenheit

De kunst van het opvoeden vanuit het besef: wat is de mens

Voordracht 4, Torquay 15 aug. 1924

Blz. 71

In deze voordracht geeft Steiner voorbeelden van de zgn. ‘zinnige verhalen’.
De inhoud daarvan neemt hij ook als voorbeeld voor hoe de stemming van het godsdienstonderwijs moet zijn voor het kind onder de 9 jr.
De hele voordracht is op deze blog vertaald.
Zie in die voordracht: Religieuze stemming/godsdienstonderwijs tussen <8A) en <8A>

Vragenbeantwoording, Torquay 20 augustus 1924

Blz. 140

Wat Steiner zegt vind je tussen de cijfers <7> en <7>
Godsdienstonderwijs <7>

Rudolf Steiner: godsdienstonderwijs alle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3526-3312

.

.

.

 

 

VRIJESCHOOL – Goedheid in de opvoeding

.

Zeven jaar zijn verstreken sinds duizend kleuterleidsters voor het laatst bijeenkwamen in het Goetheanum om zich te wijden aan het thema kindertijd. Nu zijn er drie kernwoorden voor de vroege kinderopvoeding gekozen als centraal thema: goedheid, liefde en kracht*. Wat tegenstrijdig lijkt, is in werkelijkheid een gradatie: door liefde wordt de kracht goed, en door kracht wordt liefde onwrikbaar. Onwrikbaar in haar goedheid – dat is wat goedheid’ betekent.

.

In een serie van 3 worden deze aspecten besproken:

Over ‘de liefde’.

Over ‘de kracht 

Laury Clark, das Goetheanum 26-03-2026

.

“Goedheid is het enige eerlijke antwoord op alles.” – George Sanders

Goedheid betekent oprechte zorg en mededogen tonen door behulpzame daden, zonder er iets voor terug te verwachten. De etymologie van het woord ‘goedheid’ komt uit het Oudengels en is afgeleid van het woord ‘kynd’, dat verwijst naar iemands familie. In deze periode, van het midden van de 5e tot de 12e eeuw, betekende goedheid het behandelen van je familie met mededogen en vriendelijkheid.
Sindsdien is de maatschappij geëvolueerd en is het woord ‘goedheid/vriendelijkheid’ gaan verwijzen naar de deugd van het universeel behandelen van alle mensen met een goed hart.

De oorsprong van het woord ‘vriendelijk- Engels heeft ‘kind’ – in het Duitse Kind, heeft een vergelijkbare wortel. Het kleine kind is vol onschuldige goedheid, pas uit de spirituele wereld, maar verlangt ernaar om van degenen die voor het zorgen te leren hoe het goedheid kan tonen.

Onze taak als opvoeders is het creëren van rolmodellen die het kind begeleiden. Jonge kinderen zitten vol enthousiasme en willen van hun leerkrachten leren hoe ze in het leven moeten staan. Een rolmodel zijn is een verantwoordelijkheid en vereist toewijding en vrijgevigheid van de leerkracht. We kunnen onszelf afvragen: hoe zijn mijn relaties met mijn collega’s, mijn vrienden en mijn familie? Creëer ik rolmodellen die het kind kan volgen? Ons werk met het Waldorf-onderwijs richt zich op het natuurlijke vermogen van jonge kinderen om meer te doen dan alleen maar na te doen wat de leerkracht hen leert. Het is het voorrecht van de leerkracht om te laten zien wat het betekent om mens te zijn.

Het jonge kind neemt de gedachten, gevoelens en handelingen van zijn verzorgers transparant waar en imiteert ze met onbewust vertrouwen. Het heeft geen filters; alles wat de volwassenen om hem heen doen en zeggen, vloeit in zijn ervaring. De imitatie van het jonge kind begint met het met volle aandacht waarnemen van iets, het innerlijk reconstrueren ervan en vervolgens het volgen en imiteren van het patroon

Ieder mens heeft een beschermengel die hem begeleidt. Wanneer we opkomen voor anderen en hen onbaatzuchtig en vriendelijk behandelen, weerspiegelen we het werk van de engel in ons. Het jonge kind herkent dit gebaar en begint te voelen en te imiteren hoe het goedheid kan tonen. We zijn niet perfect en soms gaan dingen niet zoals we willen. Het is belangrijk om genereus te zijn voor onszelf, zodat we een vergevende, compassievolle relatie met onszelf kunnen ontwikkelen. Onze krachtbron is onuitputtelijk wanneer we ons spiritueel inspannen. Het is een deugd om na een val, te midden van moeilijkheden en uitdagingen, weer op te staan ​​en opnieuw te beginnen. De kinderen voelen dit aan bij hun leerkracht en het geeft hen moed voor hun eigen worstelingen.

Veel kinderen komen bij ons met moeilijkheden. Elk kind draagt ​​een geheim met zich mee, en het is ons voorrecht als opvoeders om hen te begeleiden en te ondersteunen. Wanneer we deze houding aannemen, zegt Henning Köhler, “legt de engel van het kind de juiste vraag in mijn mond, en de essentiële vraag, die geen woorden nodig heeft, wordt door de engel in mijn blik, mijn vingertoppen, mijn lichaamstaal en de klank van mijn stem gelegd.”1

Bij deze kinderen is het essentieel dat de verzorger zich extra inspant om gevoelig, empathisch en begripvol te zijn ten aanzien van de situatie van het kind. Een kind zal zich verzetten tegen een leerkracht die geen empathie toont. Warmte en geborgenheid zijn belangrijk, zodat het kind zich veilig en geliefd voelt. Juist deze kinderen, die het meest van ons vragen, helpen ons om nieuwe mogelijkheden in onszelf te ontwikkelen. Het cultiveren van tolerantie, acceptatie en geduld heeft op zichzelf al een helende werking. Zelfs overdreven vriendelijkheid is een waardevol geschenk voor deze kinderen.

Tekeningen van een jongen (5 jaar oud) uit de VS, 1986. Bron: ChildArt eV Archief

 

 

 

 

 

 

 

 

.

In zijn lezing ‹Het lot van de mens en het lot van de naties› 2  beschrijft Rudolf Steiner hoe belangrijk het is voor iemands eigen hart om empathie te voelen voor de harten van anderen, vooral voor hen die lijden. “Hoe vaak is er wel niet gezegd dat wanneer menselijke zielen doordringen in spirituele sferen, ze ook steeds beter in staat worden om hun eigen gevoelens te verbinden met het lijden van anderen. En inderdaad, een van ons zal zich vaak in een situatie bevinden waarin de gebeurtenissen van onze tijd pijn veroorzaken. Dan zullen we kunnen zien of we sterk genoeg zijn om ons met het juiste gevoel te verbinden met het lijden van de ander, of het lijden dat in de ziel van de ander leeft, een pijn kan worden die wij zelf voelen. De potentie bestaat voor de mensheid om geleidelijk een punt te bereiken waarop het lijden dat in een ander leeft ons niet spaart, maar in ons blijft voortleven.”

Kunnen onze harten heilige tederheid bewaren en de deugd van onbaatzuchtige vriendelijkheid jegens onze broeders en zusters cultiveren? Spirituele goedheid richt zich op het goede van de daad, niet op iemands eigen waarde daarin. Wanneer we ons ego opzij kunnen zetten en volledig aanwezig kunnen zijn voor een ander, verrichten we een daad van goedheid die ons bevrijdt voor de genade om deel uit te maken van wat we doen.

In haar memoires getiteld ‹Ik ben een meisje uit Afrika3  beschrijft Elizabeth Nyamayaro haar buitengewone verhaal over hoe ze ondanks onvoorstelbare tegenslagen volhardde en uiteindelijk haar weg naar haar missie vond. Later in haar leven werd ze adviseur bij de Verenigde Naties en een voorvechter van sociale rechtvaardigheid. Ze draagt ​​haar memoires op met de volgende woorden: “Aan mijn allerliefste Gogo, wiens onwankelbare geest, liefde en wijsheid de kern van mijn wezen hebben gevormd.”
Elizabeth beschrijft een van haar mooiste jeugdherinneringen aan haar grootmoeder Gogo. Zij leerde haar dat niemand zich echt goed kan voelen als een ander zich niet goed voelt. De Ubuntu-groet in haar gemeenschap was: “Ndiripo kana waka diyiwo,” wat zich vertaalt naar: “Ik voel me goed zolang jij je goed voelt.” Wat een prachtige manier om iemand te begroeten.

Er worden nu kinderen geboren die de kwaliteit van ‘spirituele goedheid’ bezitten. Enkele jaren geleden zei een antroposofische arts op een conferentie voor onderwijzers in New York: ‘Het zijn de kinderen die ons het laatste nieuws uit de spirituele wereld brengen.’ Ik heb de afgelopen 50 jaar ervaren dat deze diepgaande uitspraak waar is, en ik ben zo blij en dankbaar dat ik mijn leven met jonge kinderen mag doorbrengen.

Onlangs maakte een zeer gevoelig vijfjarig kind een traumatische ervaring mee. Tijdens een bezoek aan vrienden zag het kind een filmfragment met verontrustende beelden. Ze kreeg nachtmerries en zei ook: “Ik heb nare gedachten.” Er werd veel gehuild en geworsteld, omdat het meisje niet begreep waarom ze de beelden die ze had gezien niet los kon laten. Samen met haar ouders maakte ze uiteindelijk een ‘gereedschapskist’ met artistieke materialen waarmee ze haar verdriet en angst kon uiten – in tekeningen en kleine bijenwasgels, waarvan ze geloofde dat ze haar zouden beschermen. Ze vroeg God om haar te helpen. Een paar weken later zei het kind tegen haar moeder: “Nu weet ik dat ik anderen kan helpen die hetzelfde meemaken als ik, omdat ik hetzelfde heb meegemaakt. Ik zal ze mijn verhaal vertellen en ze helpen.” Dit is een verbazingwekkende uitspraak voor zo’n jong kind, een vermogen tot spirituele goedheid om de pijn van anderen als haar eigen pijn te voelen en anderen met compassie en begrip te dienen, zoals Rudolf Steiner beschreef.


Tekening van een meisje (5 jaar oud) uit Duitsland, 1921. Bron: ChildArt eV Archief

 

 

 

 

 

    

Peuters en kleuters: alle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Menskunde en pedagogie:  alle artikelen

Vrijeschool in beeldpeuters en kleuters

.

3525-3311
.
.
.

VRIJESCHOOL – De kracht in de opvoeding

.

Zeven jaar zijn verstreken sinds duizend kleuterleidsters voor het laatst bijeenkwamen in het Goetheanum om zich te wijden aan het thema kindertijd. Nu zijn er drie kernwoorden voor de vroege kinderopvoeding gekozen als centraal thema: goedheid, liefde en kracht*. Wat tegenstrijdig lijkt, is in werkelijkheid een gradatie: door liefde wordt de kracht goed, en door kracht wordt liefde onwrikbaar. Onwrikbaar in haar goedheid – dat is wat goedheid’ betekent.

.

In een serie van 3 worden deze aspecten besproken:

Over ‘de liefde’. .

Over de ‘goedheid’ (binnenkort oproepbaar) .

Waar voorheen externe krachten gezag en dominantie verleenden, is het tegenwoordig de innerlijke kracht van de opvoeders – een geschenk aan de kinderen, zodat zij hun vrijheid kunnen verwerven. .

Clara Aerts, das Goetheanum 26-03-2026

.

KRACHT IN DE OPVOEDING

De olijfboom

Andalusië, februari 2026. Nils, de zesde storm van het jaar, trekt over de Sierra Nevada en raast met volle kracht over de zuidelijke hellingen. Alle levende wezens zoeken beschutting. Eenzame bomen buigen en kreunen onder de geselende orkaanwinden. Ik kijk vol ontzag naar de eenzame oude olijfboom aan de rand van het terras. Hij lijkt onaangetast terwijl zijn uitgestrekte takken in de wind wiegen. De woedende storm wordt weerspiegeld in de rusteloze dynamiek van duizenden bladeren, die zich simpelweg overgeven aan deze kracht. Hun reactie, hun manier van overleven, is dansen op het ritme en tempo van deze externe kracht. Terwijl ik dit observeer, besef ik dat kracht niet alleen schuilt in de rechtheid van de stam, diep verankerd in de aarde door zijn wortels. Kracht ligt ook in de flexibiliteit van de takken, die in harmonie bewegen met de externe krachten. Kracht is zelfs te vinden in het toegewijde gebaar van de kleine blaadjes, die weerloos lijken in contact met de dynamiek die hen omringt, en toch niet loslaten.

Waar de kracht vandaan komt

Als we aan het begin van ons leven de kracht zoeken, vinden we die in het vermogen om met overgangen en veranderingen om te gaan. Elke dag wakker worden, de terugkeer naar onze vroege kindertijd, of het vermogen om het onverwachte te verwelkomen: het zijn allemaal uitingen van kracht. Elk kind betreedt deze wereld met een individueel gebaar; sommige kondigen hun komst aan met denkbeeldige trommels en trompetten, terwijl anderen op de drempel blijven staan ​​en hun omgeving aftasten met gevoelige antennes. We hebben de neiging om kracht toe te schrijven aan degenen die luid hun aanwezigheid verkondigen, maar kunnen we die kracht ook herkennen in degenen die zich inhouden en observeren? In beide contrasterende gebaren is er een manifestatie van de Ik-aanwezigheid, en wanneer die binnen gezonde grenzen blijft, bevordert ze innerlijke kracht. Rudolf Steiners inzichten in constitutie, temperament en ziel- en planetentypologie helpen ons de individuele kwaliteiten te begrijpen die een persoon in deze wereld meebrengt. Vanuit dit perspectief is kracht ons vermogen tot innerlijke groei. Potentieel voor innerlijke groei. Onderzoek naar de ontwikkeling van een ‘goed karakter’ wijst op typische eigenschappen, aangeboren sterke punten, waarop het onderwijs zou moeten voortbouwen om andere, minder ontwikkelde kwaliteiten te bevorderen.1.  Hier spelen volwassen verzorgers een cruciale rol bij het creëren van een vruchtbare bodem hiervoor. Wanneer het zich ontwikkelende zelf van het jonge kind wordt uitgenodigd en ondersteund om wortel te schieten in zijn of haar aangeboren fysieke gesteldheid, worden individuele eigenschappen een potentieel voor groei, ongeacht hoe ze zich manifesteren. Zonder de schoonheid van hun oorspronkelijke natuur te breken of te veroordelen, moeten extraverte kinderen worden ondersteund bij het beheersen van hun ongetemde energie. Introverte kinderen moeten met creatief geduld worden aangemoedigd om anderen te vertrouwen en zichzelf te laten zien zonder hun gevoelige ziel te beschamen. Waar deze ondersteuning ontbreekt, kan een natuurlijke neiging een gedragsprobleem of een zwakte worden, in plaats van zich te ontplooien als een kracht.

Ontwikkel innerlijke kracht

Geen opgave voor iemand m et zwakke zenuwen! Vooral voor hen die zich in crisistijden bevinden en op plekken die hopeloos lijken, vergt het innerlijke kracht en diepgewortelde veerkracht om elke dag weer op te staan ​​en een veilige haven van menselijke warmte te creëren voor de volgende generatie. Rudolf Steiner gaf onder andere de volgende spreuk om onze levenskracht te versterken.2

Ik draag rust in mijzelf;
ik draag in mijzelf
de krachten, die mij sterken.
Ik wil mij vervullen
met de warmte van deze krachten;
ik wil mij doordringen
met de macht van mijn wil.
En voelen wil ik
hoe rust uitstroomt
door mijn gehele zijn,
wanneer ik mij versterk
door de macht van mijn streven
om de rust als kracht
in mijzelf te vinden.

Ik geloof dat deze “innerlijke rust” me helpt om overeind te blijven in tijden van twijfel of crisis. Net als de olijfboom, die onwrikbaar in de storm staat, maar toch dicht bij alles wat er gebeurt. Net zoals verzorgers de verantwoordelijkheid hebben om een ​​ondersteunende en koesterende omgeving te creëren voor jonge kinderen om hun innerlijke ontwikkeling te bevorderen, zijn wij als volwassenen verantwoordelijk voor het creëren van een spirituele omgeving in onszelf die ons hogere zelf en onze innerlijke groei ondersteunt. Deze innerlijke drijfveer van verzorgers is een levend voorbeeld van hoe zij een baken voor kinderen kunnen zijn, die hen de weg wijzen in moeilijke tijden.

Lichamelijke en geestelijke gezondheid

Het is dan ook niet verwonderlijk dat het bevorderen van fysieke en mentale gezondheid de eerste stap is op het pad van innerlijke scholing.3  We zijn gezegend en tegelijkertijd uitgedaagd door wisselende gezondheidstoestanden. We moeten leren ermee om te gaan. Tegelijkertijd kunnen we ervoor zorgen dat onze situatie verbetert, al is het maar in kleine stapjes. Het beeld van het lichaam als tempel van de ziel onderstreept deze spiritueel-fysieke eenheid. Zonder fysieke vitaliteit zijn onze handelingen verlamd, onze gevoelens afgestompt en ons denken vertroebeld. Zonder mentaal en emotioneel welzijn ontbreekt het ons aan innerlijke balans om de uitdagingen van het leven rustig aan te gaan. Naast de crises van onze tijd, belasten digitale technologieën ook onze fysieke en mentale gezondheid. Als we de innerlijke kracht willen ontwikkelen die we nodig hebben voor onze rol als opvoeders, moeten we bewust en verstandig omgaan met deze moderne technologieën en de schadelijke effecten ervan tegengaan met gezondheidsbevorderende activiteiten. De tijd die we met jonge kinderen in de natuur doorbrengen en die we besteden aan zinvolle huiselijke en artistieke activiteiten biedt talloze mogelijkheden om onze aanwezigheid in de reële ruimte en tijd te versterken en ons welzijn te cultiveren.

Netwerken

Als mens koesteren we idealen in ons hart: het perfecte kind, de altijd steunende ouders, de toegewijde collega, de begripvolle leidinggevende, de geduldige, liefdevolle partner. Het leven confronteert ons echter met de realiteit, en wanneer we wrijving, conflict of teleurstelling ervaren, is onze eerste reactie vaak om de vinger naar een ander te wijzen. Wanneer we leren begrijpen hoe diep we verbonden zijn met “de ander”, verschuift ons perspectief en richten we onze blik naar binnen. We proberen de ander niet langer te corrigeren, maar vragen ons in plaats daarvan af: Wat kan ik veranderen aan mijn denken, voelen of handelen, zodat de uitdaging die ik met het kind ervaar zichzelf oplost? Of: Hoe kan ik mijn houding veranderen, zodat de irritatie die ik voel jegens de ouders of collega’s verdwijnt? Zulke reflecties verbreden ons innerlijke blikveld en helpen ons te bevrijden van oordelende en zelfkritische denkpatronen. Wanneer we erin slagen onze innerlijke realiteit te transformeren, groeit er een gevoel van sereniteit en vrede in ons. Deze innerlijke kracht helpt ons om de dialoog te onderhouden en onze communicatieve vaardigheden te verbeteren. Het versterkt ook de sociale structuur van gezonde gemeenschappen, iets waar ouders en kinderen tegenwoordig naar op zoek zijn.

Wat niemand ziet, maar wat er wel toe doet

We onderschatten de kracht van gedachten en gevoelens! Het kost tijd en ervaring om te begrijpen dat een haatdragende gedachte net zo reëel en effectief is als een fysieke klap. We hebben allemaal wel eens ogenschijnlijk vriendelijke ontmoetingen meegemaakt waarbij we een onderstroom van vijandigheid voelden of ons beoordeeld voelden. Zulke ervaringen leren ons dat de gedachten en gevoelens van anderen levende realiteiten zijn die een directe impact hebben op onze ziel, en dat we aandacht moeten besteden aan hoe we zelf over anderen denken en voelen. Of we onze aandacht nu richten op onze kleine gemeenschappen of op wereldwijde gebeurtenissen, wat we denken en voelen is belangrijk en zal hun vooruitgang beïnvloeden. Wat autoriteiten eisen, wat de maatschappij als succes verwacht, staat vaak haaks op wat in ons hart leeft als onze plicht jegens kinderen. De pioniers op wiens schouders wij staan, zagen zichzelf vaak als ridders op een heilige missie om de kindertijd te beschermen en op te komen voor wat zij als ‘innerlijke waarheid’ beschouwden. Tegelijkertijd adviseert Steiner ons om niets aan onze omgeving op te leggen waarvoor zij geen begrip heeft. Het lijkt erop dat we dit in de stilte van ons hart moeten afwegen om zo waarachtig mogelijk te handelen en tot compromissen in staat te zijn. Het inzicht dat de ware essentie van een persoon in zijn of haar innerlijke leven te vinden is, verandert het onderwijsparadigma volledig en is nog steeds vreemd aan de gangbare pedagogiek van vandaag. Maar ook Steiner- en Waldorfpedagogen worden beïnvloed door deze ‘druk om te slagen’, het verlangen om de beste leraar te zijn, de populairste leraar. Zelfs als we de druk van het streven naar academisch succes bespaard blijven, is er vaak een stille competitie om de klas met de mooiste tekeningen, de mooiste lantaarns. Het vergt kracht en moed om deze verleidingen te weerstaan ​​en prioriteit te geven aan activiteiten die, hoewel noodzakelijk, geen externe resultaten opleveren die door anderen kunnen worden gemeten, zoals meer tijd om te spelen of wandelingen in de natuur.

Standvastigheid

Tegen de stroom in zwemmen en volharden in tegenspoed vereist kracht en standvastigheid. Net zoals gedachten en gevoelens realiteit zijn, zo is een beslissing een levende kracht. In plaats van te wachten op een succesvolle uitkomst, wordt kracht opgebouwd door de ‘liefde voor actie’ zelf. Het is net als spieren opbouwen door herhaling en oefening. Nadat we een beslissing hebben genomen, vergeten we die vaak naarmate de dag vordert. Momenten van reflectie en een terugblik op de dag dienen dan als een nuttige herinnering. Standvastigheid als kracht van de ziel is een wilskracht die zich onbaatzuchtig aan de wereld geeft. Zo’n opoffering is te vinden bij al diegenen die zich dag in dag uit liefde inzetten om een ​​gezonde omgeving te creëren voor de kinderen die aan hun zorg zijn toevertrouwd. Het vereist en bouwt kracht op om het goede en betekenisvolle te vinden in het eindeloze, repetitieve huishoudelijke werk dat noodzakelijk is en vaak onopgemerkt blijft door de mensen om ons heen.

Dankbaarheid en harmonie

Steiner noemt dankbaarheid voor het leven ‘alomvattende liefde’ en zegt dat ‘we alleen kunnen begrijpen wat we liefhebben’. Maar wat voor soort liefde wordt hier bedoeld? Een ‘alomvattende liefde’ die voortkomt uit dankbaarheid is een beeld van grootsheid en verhevenheid, zoals de vleugels van een engel die alles bijeenhouden tot het weer heel is – als een hemels geluid, samengesteld uit de harmonie van menselijk gelach en zuchten. Wanneer we zo’n gevoel van dankbaarheid voor ons leven cultiveren – voor de zegeningen en de uitdagingen – ontwikkelen we in onszelf een helende kracht die vergelijkbaar is met de ‘morele goedheid’ waaruit het kleine kind geboren wordt en die het hier op aarde probeert te vinden. Kracht als innerlijke vrede ontstaat wanneer we het leven zo benaderen dat alle eerder beschreven zielsvermogens in harmonie en overeenstemming komen. De stormen zijn voorbijgetrokken en de olijfboom staat er nog steeds, uitkijkend over de vallei. Slechts één oude tak is gebroken. De bladeren zijn gevallen en de laatste olijven zijn over het land verspreid als zaad voor de toekomst. Het land is weer in vrede, wachtend tot het leven zijn schoonheid opnieuw ontvouwt.

  1. Christopher Peterson, Character Strengths: Research and Practice, in: Journal of College and Character 10, 2009.
  2. Rudolf Steiner, Mantrische Sprüche und Seelenübungen II. GA 268. (vertaald/blz.14)
  3. Rudolf Steiner, Wie erlangt man Erkenntnisse höherer Welten? GA 10, Dornach 1994. Vertaald.

Peuters en kleutersalle artikelen 

Opvoedingsvragenalle artikelen 

Menskunde en pedagogie:  alle artikelen 

Vrijeschool in beeldpeuters en kleuters .  

.

3524-3310

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Liefde, kracht en goedheid in de opvoeding

.
‘Goetheaunum’ meldt:

Zeven jaar zijn verstreken sinds duizend kleuterleidsters voor het laatst bijeenkwamen in het Goetheanum om zich te wijden aan het thema kindertijd. Nu zijn er drie kernwoorden voor de vroege kinderopvoeding gekozen als centraal thema: goedheid, liefde en kracht*. Wat tegenstrijdig lijkt, is in werkelijkheid een gradatie: door liefde wordt de kracht goed, en door kracht wordt liefde onwrikbaar. Onwrikbaar in haar goedheid – dat is wat goedheid’ betekent. 

In een serie van 3 worden deze aspecten besproken:

Over ‘de kracht’

Over de ‘goedheid’ (binnenkort oproepbaar)

Philipp Reubke, das Goetheanum 26-03-2026

.

liefde in de opvoeding

Stokbonen hebben zon nodig, net als kleine kinderen


Wie in maart in Zwitserland stokbonen zaait, kan niet genieten van de snelgroeiende klimplanten. Het is simpelweg nog te koud voor de kieming. Wie een zeug wil helpen bij het werpen in de Noorse winter, moet de stal goed afdichten en een infraroodlamp installeren. En wie investeerders zoekt voor een modern zeilschip dat biologische specerijen en koffie vanuit het zuidelijk halfrond naar Europa brengt, moet enthousiasme opwekken.

Dit geldt ook voor het onderwijs. Degenen die voor jonge kinderen zorgen, zowel in gezinnen als in instellingen, komen niet ver met stress, zorgen en winstgerichte berekeningen. Maar met vreugde, vrijgevigheid en een warme relatie met ouders, collega’s en kinderen worden gunstige ontwikkelingsomstandigheden gecreëerd.

“Vreugde en plezier zijn de krachten die de fysieke vormen van de organen op de juiste manier naar voren brengen.”1 , zei Steiner in 1907.

“Opgewekte uitingen van de kant van de opvoeders en, bovenal, oprechte, niet geforceerde liefde. Zulke liefde, die de omgeving warm doordringt, in de ware zin van het woord, vormt de basis voor de ontwikkeling van de lichamelijke organen.”2  

Simpel gezegd, een uitspraak die vaak wordt aangehaald, maar in werkelijkheid een grote uitdaging vormt voor het leven thuis, in de crèche en in de kleuterschool. Een collega uit Wenen zei: “In Waldorf-crèches hebben we een ‘professionele vriendschap’, een ‘professionele liefde’ voor ouders en collega’s nodig.”

Soms stromen liefde, vriendschap en emotionele warmte vanzelf. Maar bij sommige ouders, collega’s en kinderen blijft de bron droog. Een jong kind heeft deze eigenschappen nodig om te gedijen, net als een bonenpit. Ze maken aandacht en zorg effectief. Voor docenten betekent professionaliteit dat ze een zon zijn die helder schijnt op alles en niet zomaar de pronkbonen op sommige dagen in de schaduw laat staan.

Ik ben de bron van mijn warmte

Alles hangt ervan af of de volwassenen in de crèche en kleuterschool erin slagen om liefde, die verder gaat dan louter sympathie en antipathie, als een effectief gevoel te ontwikkelen door middel van innerlijke activiteit. Dit is aanzienlijk moeilijker dan het ophangen van een infraroodlamp.
Carl Rogers gaf vele suggesties voor het bevorderen van deze houding, die hij empathie noemde.
3.
Veel is ook te vinden in de geschriften van Rudolf Steiner, bijvoorbeeld in de essaybundel ‘Hoe verkrijg ik kennis van de hogere werelden?’, die, gezien veel passages, ook wel ‘Hoe word ik een Waldorf-leraar?’ genoemd zou kunnen worden. Zodra het gevoel opkomt dat iemand anders de reden is dat mijn warmte en licht opdrogen, zodra ik die persoon daarom begin te zien als een tegenstander tegen wie ik hardheid en kilheid toon, is het goed om mezelf af te vragen: Wat kan ik zelf doen om de weg vrij te maken voor warmte en licht? Als een kind, een collega of een medewerker me steeds lastigvalt, is het een goed idee om niet die persoon te haten, maar mezelf af te vragen: Hoe kan ik me gedragen zodat die persoon zich in de toekomst ontwikkelt en me misschien niet meer lastigvalt?
4

Een van de redenen voor het afnemen van vriendschap en liefde is simpelweg dat ik er geen vriendschap of liefde voor terugkrijg. De fabrikant van de infraroodlamp geeft hem me alleen als ik ervoor betaal. Zou mijn vermogen tot liefde dan ook afhankelijk moeten zijn van beloning? Omdat ik mijn vermogen tot liefde voor mijn beroep wil vergroten, moet ik iets doen om mezelf te bevrijden van mijn verslaving aan beloning en succes. Iedereen die een pad van innerlijke ontwikkeling bewandelt, zal deze taak onderweg tegenkomen.5  Maar wie met kleine kinderen leeft of werkt, heeft ook te maken met wezens die onze liefde nodig hebben zoals sperziebonen de zon nodig hebben. Het mag niet afhangen van een beloning!

Het bestuderen van het kind en de kindertijd

Liefde zou als de zon moeten zijn, niet als een infraroodlamp. Het kan, en gebeurt vaak, dat ik het kind met oprechte genegenheid en warme betrokkenheid begeleid, maar wat ik in hun bijzijn doe, is simpelweg wat ik leuk vind en waar ik bijzonder goed in ben. Ik brei en haak urenlang, ik zing en dans, ik schilder en beeldhouw, maar wat heeft het kind op die leeftijd, in die context, nu echt nodig? Ze hebben niet alleen nodig wat ik leuk vind om te doen, of wie ik ben geworden. De kans die ik heb om te voorkomen dat ik het kind te veel beïnvloed met mijn beperkte persoonlijkheid, is om me te verdiepen in de ontwikkeling van kinderen in het algemeen en van het kind in het bijzonder, en om een ​​oprechte interesse te ontwikkelen. Door antroposofie te bestuderen, praktijkonderzoek te doen en kinderen te observeren, kan ik mijn vooroordelen verzachten en de positieve kant van de zon cultiveren. Op die manier geef ik het kind niet alleen wat ik wil geven, maar ook steeds meer wat het kind nodig heeft.

Of, zoals Steiner in een van zijn laatste essays zegt: Het zou geweldig zijn als we ons wat minder bezighielden met onszelf te behagen en onszelf in een gunstig licht te plaatsen met wat we doen. Als we ons niet uitsluitend bezighielden met het ‘trotse gevoel onszelf te openbaren door middel van daden’.6 , maar het gaat er veeleer om te doen wat de wereld nodig heeft, “wat de wereld bevestigt”, zoals hij zegt, want dan versterken we de liefde die steeds meer liefde voor de buitenwereld wordt. Dit betekent echter niet dat het leven op de kleuterschool en de betrokkenheid bij de maatschappij een 24-uurs daad van zelfopoffering moet worden. “Mensen vinden zichzelf niet door naar zichzelf te zoeken, maar door zich gewillig en in liefde met de wereld te verbinden.”7

Maar stel dat we dit advies ter harte hadden genomen en ons regelmatig hadden ingespannen om de kinderen en het kind te begrijpen, zodat onze liefde werkelijk van nut zou kunnen zijn: Ons leerproces wordt voortdurend belemmerd, ons begrip voortdurend vertroebeld door een ander soort trots: Hoe vaak denk ik dat ik alles weet, en luister ik niet meer goed, observeer ik niet meer aandachtig en zonder vooroordelen, vasthoudend aan favoriete meningen, aan ideeën die ik jaren geleden heb gevormd en koester omdat ze van mij zijn? Alleen onbevooroordeelde observatie en eerbiedig luisteren leiden tot echt leren en liefde.

De dagelijkse sociale workshop

Al honderd jaar vormen Waldorf-kleuterscholen een unieke voorbereiding op een leven lang leren en liefhebben. Er is volop tijd en ruimte voor spel dat door de kinderen zelf wordt geïnitieerd. Hier ervaren kinderen (in plaats van te analyseren en te begrijpen) dagelijks hoe hun eigen gedrag en karaktereigenschappen hun relaties met anderen vormgeven. Ze leren hoe hun verlegenheid en soms pestgedrag hen vaak isoleren. Vrij spel is de dagelijkse sociale werkplaats, een intensieve voorbereiding op sociale verantwoordelijkheid en samenwerking, niet alleen voor de specerijenhandel tussen Noord en Zuid. Tijdens het vrije spel moedigen volwassenen de initiatieven van de kinderen aan; iedereen doet waar hij of zij op dat moment zin in heeft. Niemand krijgt beloningen en er is geen competitie. Een liefde voor actie overheerst gedurende het grootste deel van de dag. Ook een nieuwsgierige instelling en een streven naar begrip worden in Waldorf-kleuterscholen gecultiveerd. Vrij spel draait heel vaak om leren: Hoe blijft een plank op twee stoelen staan? Wat gebeurt er als ik een bord op de grond gooi? Wat gebeurt er met het water in een plas als ik er een steen of mezelf in gooi? Hoe voelt de aarde aan als ik er met mijn vinger een gaatje in maak voordat ik het bonenzaadje plant? Luisteren naar de wind in de bomen, zonder uitleg of interpretatie, en naar de biggetjes die de compostbak leegmaken. Dit is een cruciale voorbereiding voor onderzoekers, wier neiging om snel te oordelen en te verklaren hun verdere leerproces vaak belemmert.

Leren om je verbonden te voelen – zelfs met tegenstanders – leren om je in te zetten zonder afhankelijk te zijn van een beloning, leren luisteren naar en kijken naar de omgeving en je gedrag laten leiden door wat je hoort. Leren liefhebben. De kiemen van sociale verantwoordelijkheid uit de Waldorf-kleuterschool.


 

Voetnoten

  1. Rudolf Steiner, De opvoeding van het kind vanuit het perspectief van de geesteswetenschap, in: Lucifer-Gnosis. Verzamelde essays. GA 34, p. 327.  
  2. Ibid., blz. 328.
  3. Zie bijvoorbeeld Carl Rogers, The New Man: Collected Essays. Klett-Cotta, Stuttgart 2017. 
  4. Rudolf Steiner, De weg tot inzicht in hogere werelden? GA 10, p. 104: “Als ik een opvoeder ben en mijn leerling niet aan mijn verwachtingen voldoet, moet ik mijn gevoelens in de eerste plaats niet op de leerling richten, maar op mezelf. Ik moet me zo één voelen met mijn leerling dat ik mezelf afvraag: ‘Is wat er bij de leerling tekortschiet niet een gevolg van mijn eigen handelen?’ In plaats van mijn gevoelens op hem te richten, zal ik dan eerder nadenken over hoe ik zelf moet handelen, zodat de leerling in de toekomst beter aan mijn eisen kan voldoen.”
  5. Ibid., p. 107: “Succes is alleen doorslaggevend wanneer een handeling uit verlangen wordt verricht. Maar alle handelingen die uit verlangen worden verricht, zijn waardeloos in vergelijking met de hogere wereld. Hier bepaalt alleen de liefde de uitkomst van een handeling. In deze liefde moet alles wat de esoterische leerling tot handelen aanzet, tot uitdrukking komen.”
  6. Rudolf Steiner, Kerngedachten van de antroposofie. GA 26, p. 276.
  7. Ibid., blz. 277.
    [in de gelinkte GA 26 bevinden zich geen p.276 en 277]