Tagarchief: zintuigen GA 97 vdr. 26 blz. 275

VRIJESCHOOL Rudolf Steiner – Algemene menskunde – voordracht 1 (1-7-3)

.

In v.a [1-7] is sprake van ‘mensbeelden’.
Zie ook bv. [3-7-1]

Steiner wilde zijn onderwerpen breed uitleggen, zo min mogelijk definiëren en zo ruim mogelijk karakteriseren.
Dat betekent ook: verschillende standpunten, vertrekpunten van beschouwing innemen.
Zo kan er sprake zijn van o.a. een 2-ledig, 3-ledig, 4-ledig mensbeeld.

De ene keer gaat hij er diep op in, de andere keer in grote lijnen.

In GA 97, de voordracht van 4 december 1906 in Keulen, behandelt kort en bijna schetsmatig het drieledig mensbeeld, zonder dat Steiner dit hier zo benoemt.

Tussen de regels door – wanneer er bv. over ‘ontwikkeling’ gesproken wordt, doelt Steiner waarschijnlijk op de oefeningen die hij voor een geestelijke scholing heeft gegeven. Zoals in GA 10, vertaald.
De ‘drie aspecten’ worden uitgebreid behandeld in  GA 9, vertaald. 
(De ‘kopjes’ zijn door mij aangebracht)

GA 97

Das christliche Mysterium
Het christelijke mysterie

Blz. 275

Die drei Aspekte der Welt
De wereld vanuit drie gezichtspunten

Voordracht 26, Keulen 4 december 1906

Wir können in der Welt, die an uns herantritt, in der wir leben, drei Aspekte unterscheiden: erstens, wie sie sich uns von außen zeigt, zweitens, wie wir sie in uns empfinden, und drittens, wie sie selbst im Inneren ist.
Unsere Sinnesorgane vermitteln uns den Aspekt der Welt, wie sie sich uns von außen zeigt, die Welt der Formen und Gestalten in der unorganischen Natur, der Mineralwelt; in der belebten Natur, der Pflanzenwelt; in der empfindenden Natur, der Tierwelt, und in der denkenden Natur, der Menschenwelt.

Von außen tritt sie uns entgegen als die Welt der Wahrnehmungen, und wir nehmen diese Welt der Erscheinung, der Wahrnehmung durch unsere Sinnesorgane auf. Unsere Sinnesorgane sind die Pforten, durch welche die
äußere Welt der Gestalten zu uns Zutritt hat. Hätten wir unsere Sinnesorgane nicht, so bliebe die Gestaltenwelt für uns ewig ein Unbekanntes, ein Geheimes, ein Okkultes; sie wäre für uns nicht da.
Man könnte uns nur davon erzählen und uns lediglich eine annähernd für uns verständliche Beschreibung derselben geben. Aber solange uns die Sinnesorgane fehlten, könnten wir uns niemals eine ganz zutreffende Vorstellung von der äußeren Welt der Formen und Gestalten machen.

We kunnen drie aspecten onderscheiden van de wereld waarmee we geconfronteerd worden, de wereld waarin we leven: ten eerste, hoe die zich van buitenaf aan ons voordoet; ten tweede, hoe we die in onszelf waarnemen; en ten derde, hoe die op zichzelf ís.

Eerste aspect

Onze zintuigen brengen ons het aspect van de wereld over zoals die zich van buitenaf aan ons voordoet, de wereld van vormen en verschijnselen in de anorganische natuur, de minerale wereld; in de levende natuur, de plantenwereld; in de voelende natuur, de dierenwereld; en in de denkende natuur, de mensenwereld.

Van buitenaf gezien doet de wereld zich aan ons voor als de wereld van waarnemingen, en we nemen deze wereld van verschijning, van waarneming, in ons op via onze zintuigen. Onze zintuigen zijn de poorten waardoor de uiterlijke wereld van vormen toegang tot ons krijgt. Zonder onze zintuigen zou de wereld van vormen voor altijd onbekend voor ons blijven, geheimzinnig, verborgen; ze zou voor ons niet bestaan. Men zou ons er alleen over kunnen vertellen en ons een beschrijving kunnen geven die voor ons bij benadering begrijpelijk is. Maar zolang we geen zintuigen hadden, konden we nooit een volledig accuraat beeld vormen van de externe wereld, van vormen en figuren.

Was wir jetzt sehend, hörend, fühlend und tastend, durch Geruch und Geschmack aufnehmen, wäre dann für uns nicht da. Die äußere Welt bliebe dann für uns im Dunkel verborgen, und nur ahnen könnten wir sie und nach den Beschreibungen derer, die sie kennen, uns ein annäherndes, aber niemals ein genaues Bild derselben machen. Immer wäre diese Gestaltenwelt eine okkulte Welt für den Menschen geblieben, hätten sich seine Sinne nicht geöffnet, um sie aufzunehmen. Seine Sinne mußten sich erschließen, damit ihm der Zugang zu dieser äußeren Welt möglich wurde.

Das Wahrnehmen der Sinneswelt ist eine Stufe in der Menschheitsentwickelung, die sie früher nicht erreicht hatte. Es gab eine
Zeit, wo die Sinnesorgane des Menschen sich noch nicht nach au-
ßen aufgetan hatten. 

Wat we nu waarnemen door te zien, te horen, te voelen, te ruiken en te proeven, zou dan voor ons niet bestaan. De buitenwereld zou in duisternis gehuld blijven en we zouden haar bestaan ​​slechts kunnen aanvoelen en, op basis van de beschrijvingen van degenen die haar kennen, een benaderend, maar nooit een exact, beeld ervan kunnen vormen. Deze wereld van vormen zou voor de mensheid altijd een verborgen wereld zijn gebleven als onze zintuigen zich niet hadden geopend om haar waar te nemen. Onze zintuigen moesten zich ontwikkelen zodat toegang tot deze buitenwereld mogelijk werd.

Het kunnen waarnemen van de zintuiglijke wereld is een stadium in de menselijke ontwikkeling die er voorheen nog niet was. Er was een tijd dat de menselijke zintuigen zich nog niet openden voor de buitenwereld.

Blz. 276

Da konnte der Mensch die Gestaltenwelt nicht wahrnehmen; da konnte er nichts draußen wahrnehmen; da lebte er noch ganz in seinem nach der Welt zu abgeschlossenen Inneren. Er lebte ganz ein Innenleben, wie es uns jetzt noch in unseren Empfindungen bekannt ist.
In diesem Innenleben finden wir jetzt noch den zweiten Aspekt der Welt. Durch das Wahrnehmen der äußeren Gestaltenwelt mit unseren Sinnesorganen entstehen in unserem Inneren Empfindungen. Wie wir mit unseren Sinnesorganen die Außenwelt wahrnehmen, so empfinden wir mit unserer Seele die Eindrücke, die uns diese Außenwelt macht. Dadurch wird diese Außenwelt in unserer Seele zu unserer eigenen Innenwelt. In dem Maße, wie unsere Seele und ihre Organe entwickelt sind, wird uns diese eigene Innenwelt zum Bewußtsein kommen. Je höher der Mensch in der Entwickelung steht, desto stärker empfindet er diese Außenwelt auch als Innenwelt in der Seele; je mehr er seine Seelenorgane ausgebildet hat, desto mannigfaltiger gestaltet sich seine Innenwelt, desto reicher sind die Bilder derselben, die in seinem Inneren aufsteigen, desto geordneter und harmonischer durchziehen sie sein Inneres.

In die tijd kon de mens de wereld van vormen niet waarnemen; hij kon niets buiten zichzelf waarnemen; hij leefde volledig in zijn innerlijke zelf, afgesloten van de wereld. Hij leefde een volledig innerlijk leven, zoals wij dat vandaag de dag nog steeds kennen in onze gewaarwordingen.

Tweede aspect

In dit innerlijke leven vinden we nu het tweede aspect van de wereld. Door de waarneming van de externe wereld van vormen met onze zintuigen ontstaan ​​er gewaarwordingen in ons. Net zoals we de externe wereld met onze zintuigen waarnemen, zo ervaren we met onze ziel de indrukken die deze externe wereld op ons maakt. Op deze manier wordt deze externe wereld onze eigen innerlijke wereld in onze ziel. Naarmate onze ziel en haar organen zich ontwikkelen, zal deze eigen innerlijke wereld tot ons bewustzijn doordringen. Hoe hoger iemands ontwikkelingsniveau, hoe sterker hij deze externe wereld als een innerlijke wereld in zijn ziel ervaart. Hoe meer hij zijn zielsorganen heeft ontwikkeld,
hoe diverser zijn innerlijke wereld wordt, hoe rijker de beelden ervan zijn die in hem opkomen, hoe ordelijker en harmonieuzer ze zijn innerlijke wezen doordringen.

Um die Außenwelt ganz zu seiner eigenen zu machen, muß der Mensch eine starke, harmonisch ausgestaltete und gegliederte Seele haben, einen ausgebildeten Seelenorganismus. Je vielseitiger der Mensch sein Seelenleben ausgebildet hat, desto mannigfaltiger wird dort die Außenwelt in abwechslungsvollen Bildern auftauchen. Je harmonischer seine Seele ist, desto schöner wird sich die Außenwelt in seiner Seele abspiegeln. In unserer Seele taucht dann die Außenwelt unter und ersteht dort zu einem schönen, harmonischen, lebensvollen, abwechslungsreichen Ganzen.
Während der Mensch im Wachbewußtsein sein Hauptaugenmerk auf die Außenwelt richtet und sie zunächst nur chaotisch als Empfindungen in sich auftauchen spürt, muß er lernen, diese chaotischen Empfindungsvorgänge zu ordnen und zu regeln, sie in bewußte Beziehung zur Außenwelt zu bringen und daraus ein harmonisches Ganzes zu gestalten. Er muß die Innenwelt seiner Seele unter seine Herrschaft bringen lernen.

Om de buitenwereld volledig eigen te maken, moet een persoon een sterke, harmonieus ontwikkelde en gestructureerde ziel hebben, een volledig gevormd zielorganisme. Hoe veelzijdiger iemands zielsleven is, hoe diverser de
buitenwereld zich daarin zal manifesteren in uiteenlopende beelden. Hoe harmonieuzer hun ziel, hoe mooier de buitenwereld erin weerspiegeld zal worden. Binnen onze ziel dompelt de buitenwereld zich dan onder en rijst daar op als een prachtig, harmonieus, levendig en gevarieerd geheel.

Terwijl een persoon in wakende toestand zijn aandacht richt op de buitenwereld en deze aanvankelijk slechts chaotisch ervaart als gewaarwordingen, moet hij leren deze chaotische zintuiglijke processen te ordenen en te reguleren, ze in een bewuste relatie met de buitenwereld te brengen en er een harmonieus geheel van te maken. Hij moet leren de innerlijke wereld van zijn ziel onder controle te krijgen.

Blz. 277

Erst dann wird sie wirklich seine eigene und eigenste Welt, in der er bewußt und nach eigenem Willen leben kann.
Im Traumleben taucht der Mensch in seine Innenwelt unter. Da ist er der Sinnenwelt entrückt und ist preisgegeben dem chaotischen Wirbel seiner Empfindungswelt, die in Bildern in ihm auftaucht.
In dem Maße, wie sich seine Empfindungen ordnen, werden auch seine Traumbilder geregelt und bedeutungsvoll.
Was nun in ihm zur Innenwelt geworden ist in seiner Seele, das ist der Aspekt der Umwelt, wie er sie empfindet. Dieser steht gegenüber dem Aspekt der Wahrnehmungen, unter dem sich die Umwelt seinen Sinnen zeigt.
Nun besteht die Welt aber noch unter einem andern Aspekt, unter dem Aspekt, wie sie wirklich ist. Es ist der eigentliche Aspekt des wahren Seins der Welt, wie sie in ihrem Inneren ist. Zu diesem Aspekt gelangt der Mensch, wenn er den eingeschlagenen Weg weiter verfolgt.

Pas dan wordt het werkelijk zijn eigen en meest persoonlijke wereld, waarin hij bewust en naar eigen wil kan leven.

In zijn dromen dompelt een mens zich onder in zijn innerlijke wereld. Daar wordt hij losgekoppeld van de wereld van de zintuigen en blootgesteld aan de chaotische werveling van zijn wereld van gewaarwordingen, die zich in hem manifesteert in beelden. Naarmate zijn gewaarwordingen geordend raken, worden ook zijn droombeelden gereguleerd en betekenisvol.

Wat nu zijn innerlijke wereld in zijn ziel is geworden, is het aspect van de omgeving zoals hij die waarneemt. Dit staat in contrast met het aspect van waarnemingen, waaronder de omgeving zich aan zijn zintuigen openbaart.

Maar de wereld bestaat ook onder een ander aspect, het aspect van hoe zij werkelijk is. Het is het werkelijke aspect van het ware wezen van de wereld, zoals het in de kern is. Een mens bereikt dit aspect wanneer hij die ingeslagen weg verder blijft volgen.

Derde aspect

Wenn aus klaren Sinneswahrnehmungen in ihm Empfindungen entstanden sind in seinem Inneren, wenn er diese Empfindungen in harmonische Ordnung und in schönen Rhythmus gebracht hat, dann tragen ihn diese Empfindungen wieder hinaus in die Welt. Sie schlagen eine Brücke von seiner Seele zur Welt, und während die Welt sich in ihn hineinergießt durch seine Sinne, so ergießt sich nun seine Seele in die Welt hinein durch das Denken über die Welt. Seine Empfindungen gießt er hinein in den Gedanken, und sein Gedanke dringt ein in die Umwelt. So ist die Kette geschlossen zwischen Welt und Mensch und zwischen Mensch und Welt.
Die Welt ist draußen, die Empfindung im Inneren des Menschen; der Gedanke ist in beiden. Im Denken vereinigt sich der Mensch ganz mit der Welt. Denn das Weltendenken und sein Denken sind ein Ganzes. So wurzelt die Menschheit mit ihren Wahrnehmungen im sinnlichen Dasein. So wächst sie, indem sie aus der
Sinnenwelt Eindrücke empfängt und diese sich in der Seele zu Empfindungen, zu Bildern ordnen, sich rhythmisieren und im seelischen Leben sich umwandeln. So erblüht sie, indem sie aus diesen Bildern und den Wahrnehmungen herausliest, herausempfindet, heraushört den Weltgedanken, der in jedem denkenden Menschen neue Blüten treibt.

Wanneer heldere zintuiglijke waarnemingen innerlijke gewaarwordingen hebben voortgebracht, wanneer deze gewaarwordingen in harmonieuze orde en een prachtig ritme zijn gebracht, dan voeren deze gewaarwordingen hem terug de wereld in. Ze vormen een brug van zijn ziel naar de wereld, en terwijl de wereld via zijn zintuigen in hem doordringt, zo stroomt zijn ziel nu de wereld in door over de wereld na te denken. Hij giet zijn gewaarwordingen in zijn gedachten, en zijn gedachten doordringen de omgeving. Zo wordt de keten gesloten tussen wereld en mens en tussen mens en wereld.

De wereld is buiten, de gewaarwording binnenin de mens; het denken is in beide. In het denken verenigt de mens zich volledig met de wereld. Want werelddenken en denken zijn één.
Zo is de mensheid, met haar waarnemingen, geworteld in het zintuiglijke bestaan.
Zo groeit de mensheid door indrukken uit de zintuiglijke wereld te ontvangen, die in de ziel worden geordend tot gewaarwordingen, tot beelden, die ritmisch worden en transformeren in het leven van de ziel. Zo bloeit ze op als ze uit die beelden en waarnemingen de wereldgedachte leest, voelt en hoort die nieuwe bloesems voortbrengt in ieder denkend mens.

Blz. 278

Die Menschen wurzeln alle in dem einen Boden der physischen Sinnen- und Gestaltenwelt. Es ist dieselbe Welt für alle, derselbe Boden, aus dem alle herauswachsen. Und jede einzelne Menschenindividualität saugt heraus aus dem gemeinsamen Boden Kräfte zu ihrer besonderen Entfaltung. Viele und verschieden geartete Stamme sind die einzelnen Menschenindividualitäten, die aus dem einen Boden hervorwachsen und, jede in ihrem Seelenleben, die aus
dem einen Boden aufgenommenen Kräfte in ihrer besonderen Eigenart verarbeiten. Aber droben zur Blüte gelangend, in der Welt des Gedankens, bilden alle ein großes Ganzes, ein wunderbares wogendes Blütenmeer, jede Blüte eine Widerspiegelung des großen einen Weltendenkens, und eine die andere ergänzend, sich einfügend als Glied in die ganze Kette, als Juwel in eine Krone von Juwelen, als Welle in ein Gedankenweltenmeer.

Alle mensen zijn geworteld in dezelfde bodem van de fysieke wereld van zintuigen en vormen. Het is dezelfde wereld voor iedereen, dezelfde bodem waaruit alles groeit. En ieder mens put kracht uit deze gemeenschappelijke bodem voor zijn of haar specifieke ontwikkeling. Vele en diverse (boom)stammen zijn de individuele mensen die uit deze ene bodem groeien en, ieder in zijn of haar innerlijke leven, de krachten die uit deze ene bodem zijn opgenomen op hun eigen unieke manier verwerken. Maar wanneer ze hun volle bloei bereiken in de wereld van het denken, vormen ze samen een groot geheel, een wonderbaarlijke, golvende zee van bloesems, waarbij elke bloesem een ​​weerspiegeling is van het grote, ene werelddenken, en elke bloesem de andere aanvult, als een schakel in de hele keten, als een juweel in een kroon der juwelen, als een golf in een zee van gedachtewerelden.

Unten ein Ganzes: die physische Welt. Oben ein Ganzes: die Geisteswelt. Dazwischen Umwandlung des Unteren in das Obere in vielen Individualitäten: die Seelenwelt.
Ein Spiegelbild der Geisteswelt ist die physische Welt draußen in ihrer Einheitlichkeit.
Ein Spiegelbild der Geisteswelt ist die Seelenwelt des Menschen in ihrer Mannigfaltigkeit. Die ganze große Welt draußen wird in jeder Menschenseele eine besondere kleine Welt, und wird, aus allen Menschenseelen im Gedanken heraustretend, wieder ein großes Ganzes. So geht der Weg vom Kosmos durch den Mikrokosmos hindurch, um als neuer, vervollkommneter Kosmos aus den gesamten Mikrokosmen hervorzugehen.

Beneden, een geheel: de fysieke wereld.
Boven, een geheel: de spirituele wereld.
Daartussenin, de transformatie van het lagere naar het hogere in vele individualiteiten: de zielenwereld.

Een weerspiegeling van de spirituele wereld is de fysieke wereld daarbuiten in
haar eenheid.
Een weerspiegeling van de spirituele wereld is de zielenwereld van de mensheid in haar diversiteit.
De hele grote wereld daarbuiten wordt in elke menselijke ziel een bijzondere kleine wereld, en, voortkomend uit alle menselijke zielen in gedachten, wordt deze weer een groot geheel.

Zo leidt het pad van de kosmos door de microkosmos, om als een nieuwe, meer volkomen kosmos uit de gezamenlijke microkosmos tevoorschijn te komen .
GA 97/275-278
Niet vertaald

.
Meer over 3- en 4-ledig mensbeeld

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.
3541-3327

.

.

 

 

.