Tagarchief: herfst

VRIJESCHOOL – Plantkunde – vruchten (2)

.

Wilde vruchten in bossen en langs wegen

Aan het eind van de zomer rijpen de vruchten. Als we daar in de komende winter van willen genieten moeten we nu actief worden. Allerlei soorten sap en jam kunnen we maken. Een aantal suggesties.

Het is alweer bijna afgelopen. September, toch vaak nog zulk prachtig weer brengend, is de herfstmaand, de maand van Michael die ons al groot en ernstig staat op te wachten om de wintermaanden tegemoet te gaan. We moeten weer bij ons zelf terugkomen na een zomer van laat maar waaien en vakantie vieren.

Voor stadsmensen is dat moeilijker, buitenmensen hebben in juli al de weilanden gemaaid en het hooi opgeslagen en augustus-oogstmaand brengt zeker veel werk met zich mee. Het koren moet gebonden en op schoven gezet vóór het onweer losbarst. Wie de afscheidsgaven van de zomer niet op een landje heeft staan moet nu zoeken en verzamelen. Bramen, natuurlijk, en bosbessen, maar er zijn nog veel meer wilde vruchten waar we ons mee kunnen wapenen vóór de winter komt.

Ik noem er hier een aantal met wat suggesties voor de verwerking. Wat het zoeken en plukken betreft, een goede flora is wel belangrijk want er is veel giftigs tussen al dat rode en zwarte schoons.

Amerikaanse Vogelkers (Prunus Serotina).
In bossen. Rauw zijn de vruchten zoet maar bitter, gekookt zijn ze pas écht lekker. Bijvoorbeeld voor gelei.

Lijsterbes (Sorbus aucuparial).
In bossen en langs wegen. Niet rauw eten, niet écht giftig maar wel sterk laxerend. Voor gelei.

Meidoorn (Crataegus spec.).
Bossen, hagen en duinen. Vooral geschikt om samen met andere vruchten tot gelei verwerkt te worden. Pluk ze niet overrijp dan bevatten ze veel geleermiddel.

meidoornzie voor beschrijving

Mispel (Mespilus germanica).
In bossen en heggen, vooral in het zuiden van ons land, verder in tuinen. Rauw lekker als ze goed rijp zijn, gepoft als appels in de oven ook heerlijk.

Rozebottels (Rosa spec.).
In heggen en parken. Altijd goed de stugge borstelharen verwijderen, die kunnen veel irritatie veroorzaken. Aardige kinderen bewaren die haren graag om ze als jeukpoeder te gebruiken.

Van de vruchten kan, gedroogd, thee gezet worden. Ook voor limonadesiroop en gelei lekker.

Wilde Appel (Malus Sylvestris).
In bossen en langs wegen. Rauw niet lekker, gepoft met veel zoetigheid wel. Als geleermiddel in gelei heel waardevol.

Zwarte Vlier (Sambucus Nigra).
In bossen, heggen, duinen etc. Verwar nooit zwarte vlier met kruidvlier die giftig is. De eerste heeft houtige stengels en de tweede groene kruidachtige. Voor sap en gelei.

Beuk (Fagus Sylvatica L.).
In parken en bossen. Rauw zijn beukenootjes een klein beetje giftig, niet al te veel zo eten. Geroosterd zijn ze prima consumeerbaar, het meel kan tot brood gebakken worden, als je dóór blijft malen krijg je beukenootjespasta.

Hazelaar (Corylus avellana). In parken en bossen. Rauw lekker, geroosterd of in brood of taart heerlijk.

In de bibliotheek zijn nog wel boeken waar meer bekend en onbekend zoek- en vindbaar lekkers in staat. Een heel leuk en betaalbaar boekje vond ik Eetbare wilde vruchten, zaden en noten, door Erik en Marian de Graaf uit de serie Ecologische Alternatieven van de Kleine Aarde.

Voor wie bezwaar heeft tegen veel suiker en toch echte gelei wil is het leuk om te weten dat Agar-agar (Kanten) een goed bindmiddel is voor gelei. Gebruik dan potten met twist off-deksels en zet die na het vullen en dichtdraaien omgekeerd weg. Zo blijft het allemaal best goed tot het volgende jaar.

En dan nog voor wie op z’n speurtochten naar bovenstaande vruchten langs een verlaat korenveld loopt: probeer van de boer wat tarwe of haverstro los te krijgen. Want ook dat hoort bij deze tijd, vlechten met goudgeel stro. Er zijn natuurlijk heel ingewikkelde dingen te doen met stro maar het is ontspannend om er gewoon lange vlechten van te maken. Daar kun je dan verder mee werken. Maak er kransen van, en harten, sterren en zonnen en hang ze dan op boven de eettafel om dank te zeggen aan een zomer die misschien niet ideaal was maar toch weer goed voor ons heeft gezorgd.

illustraties van de schrijfster:

Nicole Karrèr, Jonas 1, 31-08-1984

.

 

Plantkunde: alle artikelen

.

1595

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Advertenties

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – kleuterklas (2-2)

.
Uit het Duits vertaald
.

OP WEG NAAR HET OOGSTFEEST

Het begin van het nieuwe schooljaar voor de kleuters valt  in de zomer die ten einde loopt, in de oogsttijd. De ‘dankdag voor het gewas’ wordt nog altijd gevierd op de eerste zondag in oktober. Het hoort bij de jaarcyclus; in de kleuterklas is het zelfs een van de hoogtepunten in de rij van feesten.

In onze tuin hebben we de mogelijkheid wat te planten. Al zijn het maar een paar bonen of wat peterselie, de kinderen beleven er toch aan hoe het groeit, rijp wordt en geoogst wordt, hoe we het in een mandje doen en op de oogsttafel leggen.

Heel belangrijk en indrukwekkend voor de kinderen is in deze tijd de beleving die de kinderen hebben bij de voorbereiding van ons brood dat we bij het oogstfeest bakken. Van de boer hebben we een schoof graan gekregen met de vier graansoorten: tarwe, rogge, gerst en haver. Die staat in het midden bij ons oogstspel dat ons gedurende de twee, drie weken voorbereidingstijd op het feest vergezelt. Dit spel vertelt in liedjes en ritmische versjes over het zaaien, groeien en oogsten, over dorsen, malen en bakken. Wat er in de natuur gebeurt en de gebaren van het mensenwerk worden in beweging omgezet: ze worden in zekere zin kunstzinnig nagedaan in het spel, waarbij de juf het voorbeeld is en de kinderen nabootsend bezig zijn.

Rust maar graantje, ben je moe,
De zachte aarde dekt je toe.
Tot het zonnelicht je wekt,
Dat je blij je halmpje strekt.
Zon en maan en sterren
Groeten je van verre.
Groene halmen wiegt de wind,
die je vol met korrels vindt.

We slaan met de vlegels,
Het dorsen begint.
Het graan voor de boeren,
Het kaf voor de wind.*

Ruh, Körnlein ruh,
Erde deckt dich zu.
Bis der Sonne Licht es weckt,
Fröhlich es sein Halmlein streckt.
Sonne Mond und Sterne
Grüssen es von ferne.
Grüne Halme wiegt der Wind,
Bis sie schwer von Körnern sind.
Wir schwingen den Flegel,
Das Dreschen beginnt.
Die Körner dem Bauern,
Die Spelzen dem Wind.
.

Met een klein verhaal kun je ook wel de inhoud van het spel aan de kinderen vertellen, maar omdat kinderen in het bewegen leven, is het veel indrukwekkender voor hen, wat er gebeurt zelf te doen; daarbij bereik je ze veel meer.

Uiteindelijk breekt de dag aan waarop alle kinderen meehelpen de aren van de schoof af te knippen en ze in een mand te leggen. IJverig werken ze en wat beleven de kleine handen en ogen? Ze tasten en zien (niet altijd bewust) de aard van iedere graansoort: het stevige, rechtomhoog van de tarwe, het weerbarstige, het langwerpig slanke van de rogge met zijn zijdeachtige kafnaalden, het weerbarstige van de gerst met zijn lange kafnaalden die overal aan vast blijven zitten en het puntige van de haver die zijn korrels zo apart verdeelt.

Wanneer de aren afgeknipt zijn, kunnen we ons ‘dorsfeest’ vieren. Daarvoor spreiden we samen een groot wit kleed op de vloer uit. Voor ieder kind wordt daarop een houtblok gelegd en een kommetje van hout, klei of zelfs een schelp ernaast. Op iedere plaats wordt een aar neergelegd en dan lopen we met een lied uit het oogstspel om het kleed heen. Ieder kind vindt een plaatsje en samen beginnen we, ons oogstlied zingend, de korrels met de houtblokken uit de aren te kloppen. Daarbij is weer veel te ervaren: klop ik te zacht, dan komen de korrels echt niet uit hun kafhuisje; klop ik te hard, dan breken de korrels al meteen. Met onze vingertoppen voelen we of de aar leeg is, want vaak verstoppen de korrels zich zo in hun kafhuisje dat je ze bijna niet kan zien en we hebben toch echt alle korreltjes voor ons brood nodig. Uiteindelijk doen alle kinderen de uitgeklopte korrels in hun kommetje bij elkaar: de rondachtig, roodgele tarwekorrels, de langwerpige, blauwgele roggekorrels, de heldere gerstekorrels en de puntige haver dat zijn kafhemdje bijna niet goed uit wil trekken. Er komt natuurlijk ook kaf in de kommetjes, maar dat geeft niets: we kunnen zelf wind maken en het zacht met onze adem wegblazen. Tot slot verzamelen we alle korrels uit de kleine kommetjes in een grote: het zijn er echt heel veel, maar nog niet genoeg voor een brood. Dus gaat het dorsen nog een paar dagen door, dan op tafel tijdens het vrije spel. Nu halen we ook onze molen tevoorschijn en de kinderen beleven hoe de korrels daarin kleiner worden. Dorsen en malen gaan nu hand in hand: de kinderen slaan de korrels uit de aren, verzamelen ze in hun kommetjes en malen ze in de molen of in een oude koffiemolen, waarin ze tot fijn meel worden.

De kinderen voelen aan de korrels, het maalsel, het meel, ze proeven ervan en brengen ook volle kommetjes naar hun poppenhuis als maaltijd.

De meelkom wordt steeds voller, tot we kunnen zeggen: nu is het genoeg voor een brood. De kinderen kijken met grote spanning uit naar de bakdag. Alle ingrediënten worden klaargelegd: meel, water, zout, kruiden (anijs, koriander, karwij, honing) en rijsmiddel. Meteen ’s morgens, wanneer de eerste kinderen er zijn, wordt het gistdeeg klaargemaakt. Is het zo ver dan worden alle bestanddelen gemengd en ijverig voorgekneed, ook de kinderhandjes helpen. Er zijn altijd wel kinderen die niet zomaar meedoen; ondanks dat beleven ze alles mee door de werksfeer die om hen heen hangt.

Nu wordt het deeg op een schaal gelegd waar het een mooie ronde broodvorm krijgt. We dekken het toe en kunnen na een poosje zien hoe het deeg onder de doek begint te groeien, hoe het steeds groter wordt.

eindelijk is het dan zo ver, het bakblik wordt met meel bestrooid, het brood gaat erop, met een mes maken we er een mooi kruis in en schuiven het in de oven. Al gauw begint het erg lekker te ruiken – de geur trekt door de hele ruimte. Enthousiast en met bewondering wordt er naar het brood gekeken, wanneer het uit de oven komt. Twee dagen later ligt het op onze oogsttafel, omringd door karsjes en vele liefdevol versierde mandjes met fruit, groente en bloemen die de kinderen van thuis hebben meegebracht.

Wanneer we zo het ene mandje na het andere op onze feestelijke oogsttafel zetten, beleven we een rijkdom: de tafel is zelfs te klein voor alles wat er meegebracht is en we voelen ons dankbaar voor wat moeder aarde ons geschonken heeft. Wanneer we dan allemaal om onze tafel zitten, luisteren we naar een verhaaltje over het brood. De liedjes en versjes van ons oogstspel klinken nog een keer en wanneer uiteindelijk van ons zelfgebakken brood wordt gegeten, wordt dat met aandacht gedaan. Ook de ouders mogen van ns brood proeven. Tussen de liedjes en het dansen nemen we ook iets uit de fruit- en groentemandjes om vrolijk van te smullen. De volgende dag koken we van de vele groenten een groentensoep.

Uit dit alles moge blijken dat de zintuigen van de kinderen sterk worden aangesproken: met het bewegen, de ogen, de oren, de neus, de mond, met de handen wordt alles waargenomen wat er toe leidt dat ons brood er kan komen, zonder dat we dat met woorden hoeven uit te leggen. Wat we in volgorde doen is logisch en voor de kinderen doorzichtig: ze beleven hoe het ene na het andere moet worden gedaan, tot uiteindelijk het brood klaar is en gegeten kan worden.

Als we zo het kind dergelijke overzichtelijke arbeidsprocessen ( ook andere voorbeelden zouden gegeven kunnen worden) laten beleven, leggen we een basis voor het vermogen logisch te kunnen denken na het 14e jaar.
.

Maike Ruther, nadere gevens onbekend
.
*eigen vertaling
.

 

[1-1] Jaarfeesten door het jaar
[1-2] Jaarfeesten door het jaar -peuter/kleuterklas
[2-1] Herfst met peuters
[2-2] Herfst: oogstfeest (dorsen, malen, bakken)
[2-3] Herfst met kleuters

[3-1] Michael (20)
[3-2] Michaël (29)

VRIJESCHOOL in beeld: kleuters
.

VRIJESCHOOL in beeld: Jaartafels

 

1103

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – Kleuterklas – herfst (2-3)

.

HERFST MET DE KLEUTERS

Dankzij de harmonie en het ritme in de kosmos kan het heelal bestaan. Als we
on-ritmisch worden, worden we ziek. Voelen we het ritme niet, dan hebben we geen tijd meer, de tijd heeft ons, we hebben het te druk. Het gaat om het juiste ritme van de dag, het jaar, het leven.

Daarom is het zo fijn dat we hier vier jaargetijden hebben. Lente, zomer, herfst en winter. De zomer is nog maar net voorbij, het is najaar. Opeens voel je op een ochtends de zomer is voorbij, het is herfst geworden. Door de jaren heen heb ik gehoord dat de meeste mensen niet van de herfst houden. Er is zo’n spreekwoord? “Als de blaadjes vallen ….” ’t Wordt koud, nat en donkerder en toch ….

Zo mooi is het park in de herfst, nevelig, nevelvrouwen boven de vijvers, het zonlicht getemperd tot gouden schijn, je moet de sfeer proeven en ruiken. Niet in de stad natuurlijk, maar buiten in het park of bos, ook wel in een tuin, hoewel deze er soms wat melancholisch uit kan zien. Prachtig de herfstbladeren met hun warme kleuren en toch zo doorzichtig, anders doorzichtig dan in de lente. Vruchten overal. Overal oogst die binnen gehaald wordt … wat is onze oogst?

De vruchten aan de bomen soms verrassend tussen de bladeren. We hebben in de klas St.-Michaël gevierd, vroeger ’t boerenfeest van de oogst… Heerlijk zoet waren de druiven als laatste zomergroet van de zon, peren, noten, appels. Wat kun ja niet allemaal doen met zo’n appel! Snij je die in dunne plakjes en houd je ze tegen het licht, je ziet de bloem, en de gaatjes van de pitten zijn een ster. Dwars doormidden een hart. Dan kan het nog een “toverappel” worden of een paddenstoel, ja, noem maar op wat zo’n appel niet kan in de kleuterklas.

Dennenappels zijn ook fijn en veel mee te doen. Vrouwtjes, bomen, herfstvogels. De zaden van de dennenappel die zo mooi naar beneden dwarrelen, daarna maken we ze van papier, dat we mooi kleuren, “dwarrelaars”.Verzamelen van kastanjes en eikels. Van alles wat we bijeen zoeken maken we een grote herfsttuin. En alle kinderen maken op een papieren schaaltje ieder voor zichzelf ook een mooi herfsttuintje.

Het lopen door de afgevallen bladeren! Straks zijn ze droog en ritselen ze zo leuk.

Nu kijken we dóór de afgevallen bladeren, zijn ze licht? Schijnt ’t licht er nog door of zijn ze al donker? Van de bladeren die we drogen, maken we een mooi schilderij tussen broodpapier.

Michaëlssprookjes vertellen van de overwinning door moed. De draken worden overwonnen. Eindeloos kan gespeeld worden van de kippen en van Prins Herfst. Vliegeren is ook fijn in de herfst.

In november is de oogst binnen. Wolken jagen door de lucht, het stormt, de bomen zijn kaal, het wordt St-Maarten! Op 11 november vieren we het feest van St.-Maarten. Was er in de zomer veel licht van buiten, nu moet het van binnen gaan schijnen. Uit de donkere aarde halen we de knolraap, suikerbiet of wortel en maken daar ruimte in om het licht te laten schijnen in de duisternis. Je gaat van buiten naar een huis toe. Buiten in de storm moet je het lichtje van de lantaren hoeden. Héél vroeger offerden we aan de Goden na de oogst. De arme mensen gingen met hun lantaren langs de boeren om ook iets van de oogst te krijgen voor de lange koude winter. Veel liedjes zijn daarvan overgeleverd.

Er wordt nog St.-Maarten gevierd in verschillende streken van ons land. In de kleuterklas komen meestal de ouders helpen de wortelen of knollen uit te hollen’. Dat worden dan ware kunststukken] Een echt vóórfeest met de ouders, en kinderen. Op Sint-Maarten lopen we met de lichtjes en zingen sintaartenliedjes. Sint-Maarten schenkt de bedelaar de helft van zijn mantel.- Iets van jezelf schenken aan de ander is niet altijd vanzelfsprekend. Het is een wilsdaad.

Veel kleuters verheugen zich erop om met de “grote” kinderen van de school ook nog in ’t donker door het Vondelpark te lopen met hun eigen lichtjes. Dat is een beleven, ’n lichtje in je lantaren en vele lichtjes om je heen.

H.Sweers-van Woggelum, Geert Grooteschool Amsterdam, nov.1974

.

[1-1] Jaarfeesten door het jaar
[1-2] Jaarfeesten door het jaar -peuter/kleuterklas
[2-1] Herfst met peuters
[2-2] Herfst: oogstfeest (dorsen, malen, bakken)
[2-3] Herfst met kleuters

[3-1] Michael (20)
[3-2] Michaël (29)

jaarfeesten: alle artikelen

 

VRIJESCHOOL in beeld: peuters/kleuters

 

1094

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – boeken over Michaël en de herfsttijd

OVER MICHAËL:

 

De kringloop van het jaar
Rudolf Steiner, Christofoor

Jaarfeesten
Rudolf Steiner, Christofoor

De jaarfeesten als kringloop door het jaar
Emil Bock, Christofoor

Jaarfeesten
Henk Sweers  Christofoor

LIEDJES EN SPREUKEN

zie: vrijeschoolliederen;   Tineke’s doehoek

Door het rozenpoortje
Maries Theissen, Christofoor

De gouden poort
Beatrijs Gradenwitz, Christofoor

Spreuken en liedjes voor kinderen
Arie Boogert e.a., Christofoor

Het groene boekje
Lena Struik
Hierin bevinden zich ook mooie Michaëls- en herfstgedichten

(PRENTEN)BOEKEN, VERHALEN

Het hele jaar rond
Marijke van Raephorst, Lemniscaat

Aus Michaels Wirken, eine Legendensammlung
Mellingerverlag

Sprookjes van Grimm,
Lemniscaat
Daaruit:
De grafheuvel – de twee gebroeders – IJzeren Hans – het blauwe licht –de stukgedanste schoentjes – de gouden sleutel, het gespuis, sterke Hans

De drie bruiloftsgaven
Ineke Verschuren, Lemniscaat
(Hier is een aantal verhalen te lezen)

Het verhaal van sint Joris
Legenda aurea

De Keltische drakenmythe
Christofoor

De koningszoon van Ierland
Christofoor

Het goud van de armen
Dreissig, Christofoor

Kaboutersprookjes
Christofoor
Daaruit:
De sterke smidsknecht

Zonnegeheimen, deel 4
D.Udo de Haes (Christofoor)

Florinoors herfstboek,
Hermien IJzerman

Sprookjes van de avondwind,
Hermien IJzerman
Daaruit
Het wandtapijt

Het jaar rond (gedichtjes)
Rie Cramer, van Goor
(via de link gedeeltelijk in te kijken)

Het jaar rond
Elsa Beskow, Christofoor

Hansje in ’t bessenland
Elsa Beskow, Christofoor

Okke, Nootje en Doppejan
Elsa Beskow, Christofoor

De kabouterkinderen
Elsa Beskow Christofoor

Bloemenkinderen van de herfst
Barker, Ploegsma

Zonneroos, sprookjes uit de Oekraïne
Kluwer
Daaruit:
Iwan van de tsarendochter; Iwan van de keukenmeid

Vier grote Jan Klaasenspelen
A.Weissenberg, Christofoor

JAARFEESTEN EN KINDEREN

Jaarfeesten vieren met kinderen
Barz, Christofoor

Zonnejaargroep: Het Michaëlsfeest vieren
ABC-boeken

JAARTAFEL

de seizoenentafel
van Leeuwen/Moeskops, Christofoor

 

 

 

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – seizoenen – herfst (6)

DE HERFST ALS FEEST

Daar staat de herfsttafel! En of er nu kro­kussen bloeien op die tafel, of koningen op weg gaan naar het kind in de stal, het hele jaar rond wordt gepraat over ‘de herfsttafel’. Als het lage septemberlicht de bedauwde spinnenwebben laat glinsteren en het eerste goudgerande berkenblad het natte gras siert, is er grote bedrijvigheid rond deze centrale plaats in het huis. De kinderen trek­ken naar buiten om herfstschatten te verza­melen die binnen met veel zorg worden ver­werkt, of zo maar op tafel worden neerge­legd.
Déze bedrijvigheid is er alleen aan het einde van de zomer, en voor de kinderen is het een begin van een lange heerlijke tijd die komen gaat.
Als ze met hun volle mandjes voor de herfst­tafel staan hoor je ze zacht tegen elkaar zeggen: ‘Straks staat hier de stal’. Na een lange warme zomer, waarin we op­gingen in alles wat de natuur ons zo uitbun­dig bood, komt nu de tijd dat de plantenwe­reld nog één keer in haar herfstkleuren zal oplichten. Dan verdwijnen licht en warmte uit de natuur die ons omgeeft. De vruchten worden geoogst en de
levens­krachten trekken samen in de zaden, die zul­len blijven rusten tot ze door warmte en licht weer worden gewekt. Wij mensen verinnerlijken de krachten die in de zomer werden opgedaan, maar hoeven niet op licht en warmte van buiten te wach­ten. Met bewustzijn en enthousiasme doen we in ons zelf die krachten opnieuw ontkie­men. Alles wordt weer opgepakt en nieuwe initiatieven ontwikkeld (de scholen begin­nen niet voor niets weer tegen de herfst). Kinderen die nog weinig zelfbewustzijn hebben, beleven deze processen intuïtief door het omgaan met de herfstschatten. Op 29 september wordt van oudsher het herfstfeest gevierd. Het is gewijd aan Michael. In het twaalfde hoofdstuk van de open­baring van Johannes staat geschreven hoe de aartsengel Michael, als aanvoerder van het hemelse leger, de draak verslaat en hem uit de hemel op aarde werpt (de val van Lu­cifer). Op afbeeldingen zien we hem met het zwaard, soms met een weegschaal. Verhalen en legenden vertellen, hoe hij staand voor Gods aangezicht mensen leert goed en kwaad te onderscheiden en hoe hij hemels licht in mensen harten, denken en doen kan kan laten doordringen.
En wat doen we in deze tijd dan met de kin­deren, de kleintjes die binnen manden vol eikels omkeren, en de groten, die
kastanje­mannetjes maken, flauwekul vinden? Kleine kinderen kunnen veel beleven aan een plek waar met zorg bijvoorbeeld herfsttakken, een mooie zonnebloem, gekleurde bla­deren, opgewreven vruchten, graanhalmen of gevonden schatten te zien zijn. Wanneer alles wat uit de manden en jaszak­ken tevoorschijnkomt, zoals schors, hout, veertjes, eikels, kastanjes, beukennoten met hoedjes of bolsters, bij elkaar op tafel wordt gelegd, en daarbij komen: luciferhoutjes, priem, papier, plasticine of bijenwas, scha­penwol of watten, een tube lijm en voor de kastanjeketting een stevig touw en een brei­naald, die roodgloeiend door de kastanjes heengeprikt moet worden, dan gaan de kin­deren vanzelf aan het werk (en misschien zijn de voorbeelden een hulp). Halve walnoten, die een kaarsje dragen of een zeil, kunnen echt op het water varen. Grote kinderen kunnen zelf een vlieger ma­ken (het Duitse woord voor vlieger is Drache). In sommige streken proberen kin­deren met scherpe voorwerpen aan het vliegertouw, elkaars vliegers los te snijden om zo de draak te overwinnen. Als er gereedschap in huis is kunnen de ou­dere kinderen zelf een pers maken (zie voor­beeld) om de gekleurde blaadjes, en in de zo­mer de bloemen, in te drogen. (Tussen kranten onder een stapel boeken gaat het ook).
Maaltijden kunnen op zo’n feestdag anders zijn dan anders. Uit de grote keus van vruch­ten en granen, die zij zelf hebben zien oogs­ten, of hebben geoogst en waaraan verhalen verbonden kunnen worden, zal iedereen een feestelijke maaltijd samen kunnen stellen. (Denk dan bijvoorbeeld ook aan maiskolven, noten, meloenen, kalabassen…)

(Juultje van der Stok, Jonas 2, 26-09-1975)

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – seizoenen – herfst (4)

HERFST – ST- MICHAEL – ST – MAARTEN – ST – NICOLAAS – HERFST

De herfsttijd is duidelijk zichtbaar aangebroken. Het afstervingsprcoes buiten, maakt wat melancholiek. Het is mooi al dit kleuren en die bessen en die paddenstoelen en die fijne vogelgeluidjes, maar ja…… Drie heiligen doen in deze herfsttijd van zich spreken. Drie heiligen in hetzelfde jaargetijdemaar onderling toch verschillend.

St-Michaël, 29 september, in de natuur vinden we vruchten en een uitbun­dige kleurenpracht. Het blad valt al. De zon schenkt haar laatste warmte als de ochtendnevel is opgelost. Er is veel te zien buiten. Nu maken we onze herfstwandeling.

St-Maarten, 11 november, de avonden zijn koud en winderig (het kaarsvlammetje in de knol waait steeds uit). Wanten aan en mutsen      op. Het is al vroeg donker. De voeten gaan door het bladerenpak op de grond. De vogels hebben zich tegoed gedaan aan de bessen en trekken zuidwaarts.

St-Nicolaas, 5 dec, zijn naamdag is eigenlijk 6 december. Kaal zijn de bomen. De eerste sneeuw, de eerste nachtvorst, er is nog maar weinig te beleven buiten. We eten s avonds met het licht op. St-Nicolaas valt samen met het begin van de advent. De eerste kaarsen branden. Alles speelt zich binnen af.

In de herfsttijd zien we het proces van verinnerlijking, we zijn op weg naar de Kerst.

Hebben deze drie heiligen iets gemeenschappelijk? Als we ze eens nader bekijken, dan, zien we dat ze als overeenkomst hebben: GEVEN.

St-Michaël, meestal afgebeeld met zwaard of weegschaal. Het zwaard voor de strijd geeft ons de strijdlust en de weegschaal herinnert ons aan
het onontbeerlijke evenwicht: Michaëls gift is voor de geest, dus immaterieel.
St- Maarten geeft de helft van zijn mantel aan de bedelaar ondanks de
spottende woorden van zijn kameraden. De bedelaar wordt in zijn droom Christus. De knol die de kinderen meedragen is een gift van de aarde.
Het kaarsje in de hand duidt al op Kerst, maar het licht is nog buiten. Het rondlopen en zingen is vragen om een gift bij bepaalde huizen. Vroeger gaven de welgestelden met St-Maarten de armen een gift.
St-Nicolaas is ogenschijnlijk een feest van de middenstand. Als we ons aan dit idee onttrekken en eens fris naar het feest kijken, dan zien we veel symboliek: het paard is wilskracht, de gekrulde staf duidt op inkeer, het zwart van Piet is het aardse element en het wit van de Sint – het hemelse, de schoorsteen is de verbinding tussen aarde en hemel enz.
Centraal staat bij dit feest de gift. Maar deze gift is anoniem, is voorzien van levenswijsheden en heeft moraliserende bedoelingen. Sint vindt steeds tekortkomingen bij onze levenswandel die met gift en rijmwoorden gesigna­leerd worden. Dan geeft de Sint ons weer een jaar de tijd- om met zwaard en weegschaal aan de slag te gaan. Wij geloven in Sint Nicolaas, hij moet blijven bestaan, ter leringe ende vermaeck!

Drie heiligen begeleiden ons in deze melancholieke tijd. Zij komen vanuit de Middeleeuwen tot ons. En in de Middeleeuwen werden de mensen dagelijks begeleid door de heiligen. In de Middeleeuwen waren engelen en heiligen voor de mensen binnen handbereik. Deze drie heiligen hebben de beeldenstorm overleefd. Zij begeleiden heden ten dage nog steeds het belangrijke proces van de verinnerlijking.

(schoolkrant, nadere gegevens onbekend)

alle jaarfeesten

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – seizoenen – herfst (2-1)

Met de peuter(s)

De zomer trekt zich terug

Met het feest van Michaël, als de dag even lang is als de nacht, begint de herfst. De hele zomer zijn we naar bui­ten gericht geweest en zijn we veel naar buiten gegaan. Zelfs als het weer niet zo zonnig zomers was als we zou­den wensen, dan toch waren we bij ‘buiten’ betrokken. Nu gaan we weer binnenshuis leven. Buiten zien we de kleuren van herfst­bloemen- en bladeren feller opbloeien dan ooit, om hen dan te zien afsterven. Voor veel mensen is dit een weemoedige tijd, die herinnert aan de dood. Niet iedereen kan de troost voelen dat het licht van Michaël biedt aan het be­gin van een donkere tijd, en niet ieder­een voelt het weer licht worden in de kersttijd.

Herfst is niet alleen sterven. De zomer trekt zich terug, de winter groeit; maar de kiem voor de volgende lente en zomer is er. De afvallende bladeren hebben ruimte gemaakt voor de knop­pen. Wie nu naar bomen en struiken gaat kijken, zal de ronde bloemknop­pen en de spitse bladknoppen voor het volgende jaar ontdekken. Daar komt niets bij, daar gaat niets af. De hele winter zijn ze veilig, pas als ze zich openen in de lente lopen ze gevaar. Steeds weer gaan de seizoenen in el­kaar over. De winter met de kiem van zomer in zich, en de zomer met de kiem voor de winter in zich: in de vorm van voorbeschikt zijn om weer af te sterven.

Voor mij is de herfst een seizoen waar­in ik me oprecht dankbaar voel voor de oogst. Alweer is het hier gelukt! Tegelijkertijd komt er altijd een gevoel over me van een schuld die elk jaar groter wordt, naarmate het hier steeds weer lukt, en de oogsten op andere de­len van de wereld steeds maar weer ge­heel of gedeeltelijk mislukken. In deze tijd maak ik de meeste goede voorne­mens van het hele jaar. Ik krijg een enorme drang om van mijn ‘oogst’ te gaan delen; maar moet helaas vaak constateren dat mijn oogst te lijden heeft gehad van vorst en droogte en niet zo uitbundig is als ik zou wensen. Misschien is dat wel een aspect dat ons droevig kan stemmen: te voelen dat we te weinig oogst te bieden heb­ben.
Er is dan altijd nog een troost uit het plantenrijk: een boom kan niet elk jaar, ook als de uiterlijke omstandighe­den volmaakt zijn, even veel vruchten dragen. Soms heeft hij zoveel gedragen dat hij geen kracht heeft om
bloem­knoppen te vormen en het volgend jaar ‘slechts’ blad geeft.

Een beetje herfst met de kinderen… Door de storm lopen, bedolven raken onder de dikke ritselende laag blade­ren, er doorheen waden, nootjes zoe­ken. Het lijkt alsof het kind dat af­sterven overslaat en veel uitbundiger, stormender de winter in gaat. Het is nu nog niet de tijd om met hen in het winterse knutselen weg te duiken. De zomer en de herinnering aan de zomer zijn nog zo dichtbij. Om daar bij stil te blijven staan, geeft veel rust en warm­te aan de kinderen. Daarom laten we bladeren en vruchten door onze han­den gaan. Behalve het maken van jams en sappen heb ik het gevoel dat het in stukjes snijden, rijgen en ophangen (om te drogen) van vruchten heel zui­ver is en dat kinderen de oogst en de bewaarkracht ervan voor de winter, op die manier diep ervaren. Kleine kinde­ren, die anders nooit een mes krijgen, zullen verrukt zijn, als ze nu bananen in plakjes mogen snijden, en met een kinderschaartje appels en cham­pignons mogen knippen. De grotere kinderen kunnen ook goed prei en selderij snijden. Van elk soort wordt met katoenen garen een snoer geregen. Die kunnen vrij van de muur op droge warme plaatsen in huis op­gehangen worden. Bij verwarmings­buizen gaat het heel goed.
Ook bladeren drogen en rijgen, schil­derijtjes maken van nootjes, korrels en zaden, dat is namijmeren over de zo­mer die voorbij is en voorbereiden op de winter die komt.
En wie kleuters heeft en het geld er­voor kan missen zou (voor ongeveer zestien gulden) Tomtebobarnen‘ van Elsa Beskow* (uitg. Bonniers Stock­holm) moeten kopen. Daarin worden met ijver bessen en paddestoelen ge­wreven en geregen; graswol wordt ge­kaard en gesponnen. Daar kunnen deze ‘kabouterkindertjes’ zich de hele winter van voeden en kleden.

Het boek ‘Frederick’ van Leo Lionni is een hartverwarmend verhaal, dat ie­der op zijn eigen manier als eenvoudig vingerspel kan spelen.

Vier muisjes sjouwen af en aan. Ze verzamelen graankorrels, strootjes en nootjes voor de winter. Frederick, de vijfde muis, zit daar maar. Wat hij doet, vragen de vier muisjes. Wel, hij verzamelt zonnestralen voor de koude winter, kleuren voor de grijze winter en woorden voor de lange winter. De muisjes zijn tevreden met Fredericks antwoord, ook al snappen ze hem niet. Als dan de tijd gekomen is, dat de voorraad opgeknabbeld is, de muisjes uitgebabbeld zijn, dan is het koud en kil.
‘Waar is jouw voorraad, Frederick?’ En Frederick geeft hen zijn oogst en vertelt over de zonnewarmte, de kleu­ren van de bloemen en hij draagt een gedicht voor over de seizoenen. Alles is nu warm, kleurig en blij in hun hol. ‘Frederick, jij bent een dichter!’

herfst

(Godelieve van Gemen, Jonas 4, 20-10-1978)

*vertaald: ‘De kabouterkinderen’

[1-1] Jaarfeesten door het jaar
[1-2] Jaarfeesten door het jaar -peuter/kleuterklas
[2-1] Herfst met peuters
[2-2] Herfst: oogstfeest (dorsen, malen, bakken)
[2-3] Herfst met kleuters

[3-1] Michael (20)
[3-2] Michaël (29)

 

jaarfeesten: alle artikelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.