Tagarchief: herfst

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël (2)

 

.

voor veel meer (knutsels en liederen) :      Tineke’s doehoek en Antroposofie en het kind    vrijeschoolliederen

.
KNUTSELEN

draak van grillige tak
Van een grillige tak kun je met bladeren en dennenappels een mooie draak maken, vooral als je een krabbenpoot als staart (of kop) gebruikt.

Jonas 4, 21-10-1977
.
grasmatje weven
Een raamwerk maken van 4 stokken, spandraden worden er gewoon omheen geslagen. Voor de inslag nemen wij materiaal uit het bos zoals takjes, grassen, riet,  bladeren, hei enz. Wanneer het matje klaar is, kunnen we het verder versieren met trosjes bessen, rozebottels, hazelnoten en al wat verder het seizoen nog biedt.
.
herfsttafel
De herfst is een dankbaar jaargetijde voor onze seizoenen­tafel. De nieuwe ouders onder u zullen zich misschien afvragen: wat is dat en hoe moet dat, zo!n seizoenentafel? Welnu, op een mooie plaats in uw kamer of hal zet u een lage tafel, plank of kist, die u bekleedt met een lap stof, waarvan de kleur en het materiaal aangepast zijn aan het seizoen.

Hierop kunnen we nu alles wat het seizoen ons biedt uit­stallen. Nu, in de herfst bijvoorbeeld: eikels, kastanjes, beukennootjes, korenaren,  zonnebloemen etc.
Een boomstronk kan dienst doen als kabouterhuis, maar ook kunnen we met St. Michaël daar de draak in verstoppen. Boven de tafel hangen we een mooie plaat of ansichtkaart met een herfsttafereel.
Het fijne van zo’n tafel is, dat de kinderen ook hun ge­vonden schatten bij b.v. een boswandeling hierop kunnen uitstallen en zo het hele jaar door ook binnenshuis mee kunnen’leven met alles, wat zich in de natuur afspeelt. Kaboutertjes voor het kabouterhuis zijn makkelijk zelf te maken.
Materiaal: restjes gekleurd vilt en schapewol. Knip het manteltje van het dwergje. Naai de naad van de capuchon dicht en haal er op de aangeduide plaats een draad door om te rimpelen. Doe een plukje goed uitgeplozen wol in het manteltje, trek de draad aan en knoop die vast. Knip aan de onderkant de wol weg, waardoor een plat vlak ontstaat: nu kan het dwergje staan. Hierop kunnen we nu alles wat het seizoen ons biedt uit­stallen. Nu, in de herfst bijvoorbeeld: eikels, kastanjes, beukenootjes, korenaren,  zonnebloemen etc.
De draak.kunnen we maken van gekleurd papier en zijn lijf opvullen met appeltjes en andere vruchten. Met het St. Michaëlsfeest kunnen de kinderen dan met zelf gemaakte zwaarden en schilden op zoek gaan naar de draak, deze verslaan en opeten.
.
bron onbekend
.
In het gelijknamige artikel is sprake van allerlei knutsels die hieronder verspreid zijn te vinden. Het artikel gaf als voorbeelden:

herfstknutsel 4

Het genoemde droogpersje:

herfstknutsel 5 droogpersje

herfstknutsels
herfstknutsel 3Jonas 4, 21-10-1977

 

michael 6
Annet Schukking/ Hanneke v.d. Bij, Jonas, 18-09-1981)herfstknutsel 7
 herfstknutsel 6(bron onbekend)
.
kaars voor de Michaëlstijd
Neem hiervoor een dikke witte kaars en versierwas in allerlei kleuren: een groen-oranje draak kronkelt zich om de kaars heen – onderaan donkergroen en blauwpaars – naar boventoe worden de kleuren lichter; uit de muil komt vuur.
(Als we lang kneden zijn de kleuren goed te mengen, maar als de handen door het kneden té warm worden, blijft de was niet meer plakken – dan deze afkoelen onder de kraan).
Met het branden van de kaars wordt de draak langzaam verteerd. Geef kleinere kinderen een kleinere kaars. Ook zij kunnen dan hun eigen draak laten verbranden.

 

Michael kaars

kastanjes en eikels|
Ritsel, ’n herfstdanseresje is een heuse marionet van een kastanje en eikels, aan elkaar rijgen, neus een bosbes, rokje van blaadjes.

Michaël herfstknutsel 1

Michaël herfstknutsel 2

Het gewei van dit hert is gemaakt van twee esdoornvruchtjes

Michaël herfstknutsel 3kastanje uithollen; stokje erin. Klaar is de pijp.

Michaël herfstknutsel 4Een spin. Prikstokjes zig-zag in een kastanje; knoop een draad aan één van de stokjes, wikkel de draad om en om rond de stokjes. einde van de draad vasthouden, spin loslaten en…roets, daar gaat hij naar beneden.

Vrijeschool Leiden, nadere gegevens ontbreken)
.

kijkdoos
Een (schoenen)doos
Gewoon met lijm in de doos plakken zodat het een gezellig tafereeltje wordt. Wanneer u de deksel van de doos vervangt door een vel transparant gekleurd papier (rood of oranje), ziet het er helemaal betoverend uit.

Ideeën:
eikeltjes, kastanjes, herfstbladeren, paddenstoeltjes van bijenwas, kaboutertjes van vilt of bijenwas, droogbloempjes, takjes boerenwormkruid, trossen besjes, rozenbottels, grassen en granen.
.
koffertje om in te verzamelen
Beplak een kartonnen kinderkoffertje met gedroogde bladeren, bestrijk het met blanke lak en verzamel hierin herfstschatten.
.
kransen en slingers
herfstknutsel 8
lantaarntje
Op een feestelijk aangeklede Michaëlsherfsttafel kan een klein tafellantaarntje een gezellig lichtje zijn.
Een reep goudkarton van ca 60 cm lang en 20 cm hoog.
drie of vier raampjes erin uitknippen, transparant papier erachter en versieren met wat gedroogde bloemen, gras of blad.
.

mozaïek van zaden
Een zeldzaam zonnige zomer was het. In een bijna tropische warmte heeft het fruit zich overvloedig rijp laten stoven. Nu is het geoogst, gegeten, verwerkt of opgeslagen. Al eerder zijn de vele kleurige bessen verdwenen, de meeste waarschijnlijk in vogelmagen. Ver­dwenen voor het oog weliswaar, maar niet uit de kringloop van de natuur, waar het nu juist spannend wordt. Want in bessen zit zaad en in het zaad zit de toekomst van de plant. Het hangt er maar van af wat er met het zaad gebeurt, maar als het goed terecht komt, zal het in het voorjaar ontkiemen en uitgroeien tot een nieuwe boom of struik.
Ja, waar komt het terecht? Een boom als de lijsterbes bijvoorbeeld zou natuurlijk dom­weg z’n vruchtjes kunnen laten vallen in de verwachting dat daar dan wel nakomelingen uit opgroeien. Dat zou natuurlijk een on­voorstelbaar gedrang geven aan de voet van de boom en al die kleine lijsterbesjes zouden het ook niet zo best doen in de schaduw van de oude. Dat gebeurt dus niet. Als je over een heide-achtig terrein loopt, zie je dat de lijsterbessen verspreid staan. Hoe komen die bomen daar? Ze groeien in ’t wild, zijn niet door mensen geplant. Het zijn inderdaad de vogels die voor de verspreiding zorgen. Ze eten de bessen, verteren wel het vruchtvlees maar niet het zaad. Integendeel, het zaad on­dergaat in de vogelmaag een proces dat de kiemkracht bevordert. Daarna wordt het met een beetje mest op een of ander plekje gede­poneerd, waar het na de winter ontkiemen kan.
Het is trouwens interessant om te ontdekken hoe veelzijdig en inventief de verspreidings­technieken van zaden zijn. Behalve vogels doen ook mieren hieraan mee en helpen zo bijvoorbeeld het wilde viooltje. Maar veel bo­men en planten zorgen ook zelf voor de ver­spreiding van hun zaadjes door ze te voorzien van allerlei vernuftige voortbewegingshulp­middelen en hun dan snel de vrijheid te ge­ven. Zo zijn er de vliegers, zoals de gevleu­gelde (berk), de parachuutjes (paardebloem), de molentjes (esdoorn), de pluizen (distel), die zich op de wind laten meevoeren. Weer anders doen de klitten het, die zich met klei­ne haakjes aan dierenvachten vasthechten en dan bij het reinigen van de vacht afgeworpen worden, de zwemmers die het water verkiezen (kokosnoot) of de schutters zoals de springbalsemien!
Maar een echte zaaier is de mens: hij kiest bewust, veredelt, verzorgt en oogst, zaait weer en heeft zo zijn aandeel in de kringloop van de natuur. Daarnaast heeft hij ook zijn fantasie, zijn creativiteit. Een klein deel van de oogst mag gebruikt worden voor versie­ringen. Zo kun je bijvoorbeeld kettingen rij­gen van diverse boontjes, zoals kapucijners en kievitsboontjes: eerst een paar uur weken tot je er een scherpe stopnaald door kunt prikken. Of je kunt een sierknoop maken van de afgezaagde onderkant van een dennenappeltje. De achterkant gladschuren en een klein schroefoogje indraaien of een broche­speldje aan bevestigen. Een wat preciezer werkje is het maken van mozaïeken van zaden, heel mooi als je ze in hout inlegt en later met een stevige transpa­rante lak verglanst, als versiering van houten voorwerpen. Maar ’t kan ook eenvoudiger, bijvoorbeeld een deksel van een rond spanen doosje met zaden beplakken en dan eveneens, als ze goed vastzitten, lakken, waardoor ze ook niet meer losgestoten kunnen worden. Snij een aantal donkere jeneverbessen in twee helften, één plak je in het middelpunt van het deksel. Daaromheen straalsgewijs acht on­gepelde rijstkorrels. Knip nu twee mallen uit dun karton, één voor de binnenkring en één voor de gegolfde rand, dat wil zeggen van bin­nen open. Leg de eerste mal op het dekseltje (even vastzetten met prittstift), smeer lijm op de open ruimte en strooi er bijvoorbeeld gierst (goudgeel) op, goed alle gaatjes vullen. Neem de mal weg en leg de tweede er op. Halve jeneverbessen in de golven lijmen, de rest als boven vullen met bijvoorbeeld ra­dijszaad (paarsachtig). Mal wegnemen en de buitenrand vullen met zaad van koekoeks­bloemen of maanzaad (zwart). Probeer zelf andere zaden, andere figuren en andere combinaties. De tuin, het veld en de markt bieden volop materiaal!
.
Annet Schukking, Jonas 3, 01-10-1982
.
slang
Knip of scheur twee even lange repen papier. Leg de beide repen haaks op elkaar en maak de op elkaar liggende uiteinden vast met plakband of lijm. Vouw beurte­lings de repen over elkaar heen, tot het papier op is. De eindjes maakt u weer vast met plakband of lijm. Vouw een neus en plak van een stukje papier een tong vast. De slang kan gekleurd worden of van gekleurd papier gevouwen worden. Met dezelfde techniek kunt u allerlei dieren maken door de breedte van de repen papier te variëren.

herfstknutsel 10

 

Spatwerk met bladeren
Speels kunnen we allerlei platgeperste bladeren, naast of over elkaar heen, spattend op papier uitsparen met behulp van ecoline-inkt, een tandenborstel en een metalen thee­zeefje of spatraampje.
.
transparant

Sint-Joris en de draak
Voor de wat grotere kinderen en voor U zullen we hier een transparant beschrijven voor de Michaëlstijd; niet zo moeilijk als op het eerste gezicht lijkt. We gebruiken dezelfde techniek die al eerder in het voorjaarsnummer van Drieluik werd beschreven voor de wortelkindertjes. Dit tafereel is wel een stuk eenvoudiger.

Benodigdheden:
donkerrood karton,
dun en wat dikker wit karton,
enkele kleurtjes vloeipapier,
schaar
lijm.

Werkwijze:
Nr. 1. We maken 4 coulissen die achter elkaar komen te staan en beginnen met het donker­rode karton te knippen als lijst
Een goede grootte is 22 x16 cm.

Nr. 2. Van het iets dikkere witte karton knippen we het eerste landschap. Links de bergen.

Nr. 3. Net als 2, maar iets minder diep uitknippen, omdat het landschap goed zichtbaar moet worden achter coulisse 2.

Nr. 4. Net als nr. 1 knippen we een raamwerk, maar nu van het witte karton. Daarna beplakken aan de achterkant met de kleuren blauw – turquoise ~ rood in de linker hoek voor de vurige kant waar de draak staat. De rechter hoek wordt beplakt met stralend geel voor de plaats van de prinses. Probeer van buiten naar binnen van donker naar licht te plakken, waar­door in het midden een lichte opening blijft, één enkel geel velletje.

Op de voorkant van deze coulisse maken we rechts een hoge berg d.m.v. verschillende laagjes groen vloeipapier over elkaar te plakken. We gebruiken gescheurde stukjes vloeipapier.

Nr. 2 en 3. Nu scheuren we stukjes groen en bruin vloeipapier en beplakken beide coulissen hiermee. Rechts meer het groen en en links het bruin voor de grot van de draak.

Sint-Joris, de draak en de prinses knippen we van het dunnere witte karton.

Sint-Joris:
het paard en de lans blijven wit. Geef St.-Joris een  rode wijde mantel aan, door rood vloeipapier erop te plakken, dat aan alle kanten uitsteekt (zie stippellijn). Plak tegen de achterkant van het hoofd een gele aureool (zie stippellijn ). Vastzetten rechts vooraan op nr. 1.

De draak:
Een gedeelte van de draak is maar zichtbaar. Dit deel heb ik met turquoise, rood en oranje be­plakt – vurige felle kleuren, om hem goed uit de andere kleuren te voorschijn te laten komen. Vergeet niet het vuur uit zijn bek. Vastplakken links op coulisse nr. 3 tussen beide rotsbergen.

De prinses:
Staat heel in de verte op de berg. Met een oranje jurkje aan (zie stippellijn) plaatsen we haar helemaal op de achterkant van de laatste coulisse nr. 4. Daar kijkt ze van verre toe. Knip haar daarom ook niet te groot.

Maak de zijkanten van de coulisse d.m.v. stroken papier aan elkaar vast. Neem hiervoor 2×3 repen tekenpapier, van 6cm. breed en met de hoogte van de coulisse; dan iedere reep als een harmonica in vieren vouwen en plakken.

Deze beschrijving kan ook dienen als idee om er zelf verder mee aan de gang te gaan, bv. het maken van een kijkdoos waarin je de draak en Sint-Joris kan laten bewegen.

MichaEl St.Joris en draakknutsel 1

Michaël Joris en draakknutsel 3
Michaël Joris en draakknutsel 4
Michaël Joris en draakknutsel 2
(Aeola Baan, nadere gegevens ontbreken)
.

herfsttransparant

Materiaal:
herfstbladeren
dun karton
transparantpapier
schaar
hobbylijm

Er zijn bomen die prachtig gevormde bla­deren hebben. Die nemen we tijdens onze herfstwandeling mee naar huis om ze te drogen.
In twee stukken dun karton knippen we twee gelijke gaten, bijvoorbeeld in de vorm van een ovaal. De buitenkant kunnen we iedere gewenste vorm geven. Naarmate we de transparant groter willen maken, moet ook het karton steviger zijn zodat het niet krom trekt. Voor kinderen is een transpa­rant waar één herfstblad in past heel geschikt.
De binnenkanten van de twee stukken karton beplakken we met transparantpapier, waarna we één of meer gedroogde bladeren op het transparantpapier van één van de kartonnetjes met een beetje lijm aan de punten vastmaken. Als het blad op z’n plaats ligt plakken we het tweede karton­netje er met de transparantpapierkant bovenop en bevestigen aan de bovenkant een draadje om de transparant te kunnen ophangen.

herfstknutsel 9
.

versieringen op het raam

bladeren
Net geraapte of mooi gedroogde herfstbladeren in allerlei kleuren, met behangerslijm of bijenwas op het raam plakken. Voorstellingen, paddenstoelen, bomen of Michaël en de draak – maar ook willekeurig geplakte bladeren zijn mooi.

bijenwas
Tussen warme vingers dun uitgewreven stukjes gekleurde bijenwas tot een kleurig schilderij op het raam rangschikken.

(Jonas nr.2., 21-09-1979)
.

fietswiel
In een fietswiel een zon weven of een touwschering voor het raam spannen. Weef in oranje-gele tinten met verschillende materialen, zoals stroken textiel, papier, touw en wollen draden. Of met gedroogde grassen, bloemen en bladeren.
>

vloeipapier op het raam
Geknipte of gescheurde stukjes vloeipapier in herfstkleuren op het raam plakken.
.

 

vlieger vlieger

vlieger – drakenvlieger
Negenentwintig september is de dag van Michaël, de heilige die naar de oude legende de draak van het kwaad verslaat. Het Michaëlfeest is dan ook een gelegenheid bij uitstek om de draak eens op te laten. Zo’n draakje is heus niet zo moeilijk te maken. Nicole Karrèr vertelt er meer over.

Om deze draak te maken heeft u niet veel nodig:
stevig papier
een schaar
lijm
een speld
een borgringetje (wordt gebruikt met bout en moer als zekering tegen
lostrillen, vaak los verkrijgbaar bij de ijzerhandel).
Een lineaal is handig bij het inkerven van de vouwlijnen.

Vouw het papier dubbel en neem het pa­troon van het drakenlijf over, zó dat de gestip­pelde onderlijn tegen de vouw komt. Knip het lijf uit en kerf de vouwlijnen in. De grote vleugel moet uit enkel papier wor­den geknipt. De geschulpte rand van de grote vleugel steekt na het lijmen een flink stuk over die van de ondervleugel uit. Het is mooi dat te accentueren door de onderkant een donkerder tint te geven. Doe dat met pot­lood of viltstift, verf maakt het papier snel bobbelig.

Smeer de kop van de draak aan de binnen­kant in met lijm. Laat de ronde lijn van de achterste hoorn in gedachten doorlopen tot de vouwlijn om zo de lijmgrens aan te geven. Leg het borgringetje tussen de kopdelen, ge­deeltelijk valt het in de opening onder de kop. Voor de kopdelen tegen elkaar gedrukt worden, de speld in de vouwlijn schuiven langs het ringetje. Die speld beschermt de drakenneus bij botsingen en voorkomt tevens dat de hele kop al snel een knik krijgt. Het uitstekende ringetje heeft eenzelfde functie voor de onderkant en geeft de kop het nodi­ge gewicht om mooie duikvluchten te kun­nen maken.

Leg nu de grote vleugel met de eventueel bij­gekleurde onderkant boven voor u op tafel, dicht bij de tafelrand; de schulprand moet omhoog wijzen.

In het begin zal de draak mooie lange rechte duikvluchten maken. Als het papier echter wat te lijden heeft gehad zal hij al snel gaan cirkelen. Door een beetje te buigen aan de vleugels en de staart is dat nog een tijd te verhelpen.

Voor de lancering pakt u de draak bij de kop, daar waar het ringetje zit. Gooi hem met een vloeiende beweging van u af.

(Nicole Karrèr, Jonas, 20-09-1985)

DRAKENVLIEGER

1,2 en 3 vouwlijnen

Michaël vliegende draak

 

vlieger
even een draakje oplaten

Op zijn naamdag vloog Michaël naar de aarde. Hij zag een vlieger die be­weerde ook een engel te zijn en dat het touw waar hij aan vast zat hem al­leen maar belemmerde. Michaël sneed het touw door, waarop de vlieger machteloos naar de aarde kronkelde. Tineke Geus: ‘Je moet de draak altijd in de gaten houden’.

Een schitterende herfstdag: 29 september, het Michaëlsfeest. Langs de zonovergoten kade trekt een bonte stoet naar het park: de kersverse eersteklassertjes, gechaperonneerd door de negende klas van een vrijeschool. De leerlingen van de negende klas hebben vliegers gemaakt om die samen met de klein­tjes op te laten op de speelwei. Het enige probleem is dat er nauwelijks wind is. On­danks dat is het feest een groot succes. De kleintjes geven het gehol snel op omdat je wel heel hard moet rennen om bij deze fluisterwind een vlieger de lucht in te krij­gen. Af en toe lukt het een krachtpatser on­der de ‘groten’ en dan stijgt er een luid ge­juich op. Daarna wordt er lekkers uitgedeeld en de eersteklassers laten kastanjes met crêpepapieren staarten wegwaaieren: die doen het ook zonder wind!

De bakermat van de vlieger is China. Vliegers hadden daar vaak de vorm van een draak. Wanneer je een vlieger oplaat, kun je heel goed begrijpen dat de vlieger het beeld van de draak vertegenwoordigt: voordat je het weet duikelt hij weer omlaag. Je moet de draak altijd in de gaten houden. Bovendien heeft de draak het vermogen tot in de hemel te komen. Bij een oogstfeest werd een drakenvlieger met spreuken opgelaten, die zo de go­den konden bereiken. In Guatemala leeft nog het gebruik om aan het einde van de oogsttijd – op Allerheiligen -een ronde vlieger op te laten van gigantische afmetingen, vervaardigd uit bamboe en vloei­papier. Men hoopt daarmee de geesten van de doden te bereiken.
Ik herinner me dat wij vroeger ook briefjes met wensen langs het vliegertouw omhoog lieten klimmen. Een vrij banale vorm van een oude traditie. De vlieger lijkt dit soort activiteit op te roepen. In een Vlaams boek las ik over een kind dat een ‘draakje’ op ging laten op het strand. In veel talen is ‘draak’ het woord voor vlieger: in het Duits ‘Drache’, in het Frans ‘cerf vo­lant’ (vliegende griezel) en de Italianen spra­ken al in 1589 over de rechthoekige Chinese vliegers – waarschijnlijk de oudste vorm – als margiae maturalis: vliegende draak.
In de Middeleeuwen bestond er een griezelige vari­ant. Een gravure toont ons een drakenvlieger uit 1346 die een bom vervoerde. Het was een draakvormige windzak met vleugels die zich naar de wind richtte en de bom boven de be­legerde stad liet vallen.

Een hedendaagse drakenvlieger staat beschre­ven in het boekje Plezier met papier van Aart van Breda. Hij is gevouwen van een stevig stuk papier (tekenpapier) dat drie maal zo lang is als breed (31 bij 93 cm geeft een mooie vlieger). Teken de drie hulplijnen a, b en c. Knip de gestreepte hoeken weg. (figuur 1)

Michaël 2

Verdeel het stuk tussen AG en BH (zie fi­guur 2) met potloodlijnen in 17 gelijke stuk­ken (elk stuk is 4 cm). Teken de pootjes en snijd deze met een scherp mesje aan drie kanten los (let goed op de maten). Snijd ook de ogen los en verwijder de gestreepte rondjes in het midden daarvan. Knip de gestreepte stukjes bovenaan weg. Vouw het gestippelde randje om de stippellijn AB en weer terug. Vouw om de onderbroken stippellijnen DC en FE, en weer terug (de pootjes en de ogen blijven dus vlak liggen). Doe lijm op het ge­stippelde randje. Vouw de twee zijstukken naar elkaar toe om DC en FE en plak het be­lijmde randje op de bovenrand van het linker zijstuk (de lijn GH komt in de vouwlijn AB te liggen). Hierdoor ontstaat de driehoekige kokervorm die de vlieger stijf maakt.

Michaël 3

figuur 2

Hieronder volgt ook een beschrijving van de traditionele ruitvlieger, die een drakenkop van papier opgeplakt krijgt. Bij het maken van deze eenvoudige vlieger bevalt het mij nog steeds het beste om uit te gaan van een kruis, dat gemaakt is van stukken gespleten en bij­gesneden bamboestok. De verhouding tussen de korte en de lange stok is ongeveer 3:4. Zorg voor een evenwichtige verdeling bij het maken van het kruis en bevestig de latjes ste­vig aan elkaar met touw. Maak inkepingen aan de uiteinden van de latten en span langs de 4 einden een touw.

Maak nu het vliegerpapier op maat (met plakrand). Indien je meer kleuren wilt gebrui­ken de stukken aan elkaar plakken. Voordat het papier op de vlieger geplakt wordt moet de korte lat aan de achterzijde met een dun touw iets worden gespannen, zodat hij een beetje rond gaat staan. Als het papier nu om de touwtjes is geplakt rest ons nog een zoge­naamd ‘toom’ te maken, waar het vlieger­touw aan vast komt. Dit toom bevestig je door het ene eind van een dun touw aan het houten kruis te knopen, dit op dezelfde hoogte door een gaatje in het papier te ste­ken en daarna het andere eind aan de onderpunt van de vlieger te binden. Het toom moet zo lang zijn dat, als het in een hoek wordt gelegd, het precies bij het einde van de korte lat komt. Op die plek leg je een lusje in het toom. Als je de vlieger nu bij het lusje vasthoudt moet hij in evenwicht zijn. Als dit niet zo is, de lichtste kant iets verzwaren. De vlieger zal meestal een staart nodig heb­ben (een touw met verzwaring aan de onder­kant). Deze staart zal buiten aan de
omstan­digheden moeten worden aangepast.

Michaël 4

(Frans en Tineke Geus Jonas nr. 2, 16-09-1983)
.

vlieger – tunnel slee

vlieger2

vogel van dennenappel

herfstknutsel

vrouwtje appelwang
Wat heb je nodig:
Een echte appel en twee rozijntjes als ogen (hoeft niet).
Doe een (zak)doekje om het appeltje heen als hoofddoekje. Drie vingers verberg je in het hoofddoekje, en duim en pink zijn de armpjes als bij een poppenkastpop. Als je je kind van tevoren het appeltje flink laat oppoet­sen heeft het vrouwtje prachtig glimmende wangetjes.
.
waaiewindjes

herfstknutsel 2

(bron onbekend)
.
weegschaal

Zelf de balans opmaken

Vooral uit de middeleeuwen zijn vele af­beeldingen van Michaël bewaard geble­ven. Niet alleen als strijder met de draak, een kant die in onze tijd sterk naar voren komt, maar ook als drager van de weeg­schaal waarmee de gestorven zielen gewogen werden. In de ene schaal de ziel, in de andere het kwaad dat hij tijdens zijn leven heeft be­gaan in de vorm van een duiveltje. Kennelijk wordt een ieder gewogen, beoordeeld naar zijn eigen mogelijkheden en niet aan de hand van een objectieve maatstaf in de vorm van gewichten.

Het was dat gegeven dat mij deed besluiten een weegschaal te maken ter gelegenheid van het Michaëlsfeest. De septembermaand – de maand van de weegschaal! -, de herfstmaand is toch juist de tijd waarin de balans van de vruchtbare zomertijd moet worden opge­maakt, zowel uiterlijk in de vorm van de oogst, als innerlijk door je af te vragen wat je van ‘buiten’ – in de ruimste zin van het woord – hebt meegebracht en wat je daarvan kunt meenemen op de tocht naar binnen, op weg naar Kerstmis.

Voor het opmaken van die balans bestaan geen objectieve gewichten. Ik heb er dan ook geen gemaakt voor mijn weegschaal. Toch was de taart die ik bakte, uitgaande van een pakje boter in de ene schaal met eerst bloem, dan suiker, dan eieren en tenslotte verschil­lende vruchten die de balans herstelden, heel lekker.

Ik ben uitgegaan van twee gekochte schaaltjes met een diameter van 17 cm. De hele weeg­schaal is gemaakt van blank grenen met ko­perkleurige haakjes, kettinkjes en spijkers.
Voor het dragende gedeelte (tekening 1):
A 1 bodemplank, 1,8 cm dik, 51 cm lang, 21,5 cm breed.
B 1 plank, 1,8 cm dik, 47 cm lang, 17 cm breed.
C 1 achthoekig blokje, 1 cm dik, diameter 7 cm.
D 1 houten ring diameter 3,5 cm om de ingang van de steel in de bodem te camoufleren.
E 1 koperen ring als versiering.
F 1 bezemsteel van 47 cm lang.

Lijm en spijker de delen A, B en C op elkaar en boor in het midden een gat waar de be­zemsteel in kan worden klem gezet, niet te ruim dus.
Het gat van de houten ring moet waarschijnlijk wat uitgevijld worden.
Boven in de bezemsteel worden op een af­stand van 1,5 cm twee gaten van 1 cm ge­boord.
Met de figuurzaag worden die verbonden tot een lang ovaal.
Boor daar een klein gaatje dwars doorheen voor het asje dat straks de balans laat uitslaan.
Nu kan de be­zemsteel vast gezet worden in de basis, maar wie net als ik het versieren niet kan laten, moet dat eerst nog doen.
Ik nam een stukje messingfolie (van de ijzerhandel) en tekende er met een lege ballpointpunt een Michaël in. De achtergrond bewerkte ik met de achter­kant van een spijker om de gestalte beter uit te laten komen. Eigenlijk heb ik te dik folie gebruikt, neem liever de wat dunnere soort, dan komt de afbeelding duidelijker uit.
Om het plaatje goed te kunnen bevestigen, heb ik het met plakband stevig vastgezet voor ik het met (veel) spijkertjes vastnagelde. Dat is nodig om het dunne metaal niet te laten scheuren. Het plakband is later gemakkelijk te verwij­deren.
Boor in het dwarslatje (G), dat de schaaltjes straks moet dragen, op twee cm van de uit­einden een gaatje voor de koperen oogjes, en boor in het (absolute) midden een gaatje wat groot genoeg is om er een koperen buisje van lege ballpoint in te slaan. Door dat kleine buisje gaat straks het asje waardoor het geheel heel soepel draait. Bevestig deze hangende bezemsteel door een koperen spijkertje achtereenvolgens door een koperkleu­rig pailletje, de steel, de hanger, de steel en een pailletje te steken (tekening 2).
De pailletjes zetten het spijkertje klem.
Boor nu door de rand van de houten schaaltjes op drie plaatsen gaatjes waar s-vormige koperen oogjes in passen (tekening 3).
Haak daar steeds een dertig cm lang kettinkje aan en laat deze samen komen in een ander s-haakje wat in het oogje aan de drager gehangen wordt. Klaar! Wanneer het geheel eventueel niet helemaal in balans hangt kan er van de zwaarste kant van de hanger wat afgevijld worden.

(Nicole Karrèr, Jonas nr. 3. 28-09-1984)Michaël herfstknutsel 5 weegschaal

 

Michaël herfstknutsel 5   1   weegschaal

recepten

brooddraak
Er zijn 2 mogelijkheden:
1. in plat reliëf ( voor brooddeeg eigenlijk de beste manier)
2. in hoogstand, dus zittend rechtop (alsof je met klei bezig bent)

Bij meer kinderen zou je ieder kind zijn eigen draak kunnen laten vormen!

Recept brooddraak:
500 gr. bloem of meel
10 gr. zout
20 gr. gist (bij meel 25 gr.)
ca 4 dl water – evt. 1 scheutje olie

Bereiding:
De gist met suiker en warme melk laten wellen.
Zout door het meel roeren, daarna het gistmengsel.
Het deeg afmaken met water en de olie.
Enige tijd kneden en daarna 1 uur laten rijzen op een warme plaats.
Ten slotte op een bemeelde plank of tafel de brooddraak vormen met een krent als oog
Met een mesje vormgeven aan schubben, poten en bek.
Deeg van half-bloem, half-volkorenmeel geeft de beste resultaten.
Nog eens 15 min. narijzen
De oven in, waar de draak zich kan opblazen.
Stand 5 of 240º
30 minuten

.

recept brooddraak met voorbeelden
.

rozenbotteljam
De vruchten schoonmaken, koken en door de groentemolen(zeef) malen.
Suiker bijvoegen, iets minder dan het gewicht aan vruchten.
Goed doorroeren en afsluiten in een glazen pot.*

Een vergiet vol
De bottels van de kroontjes ontdoen
glaasje water
voorzichtig aan de kook brengen in een pan met dikke bodem
deksel erop: half uurtje laten pruttelen
bottels en sap door de draaizeef
vocht en gezeefde massa een uurtje laten pruttelen met toegevoegd sap van 1 citroen en een kilo suiker.
Als de massa dik genoeg is – d.i – als een druppel sap op een koud bord niet meer uitloopt, kan men de potjes* vullen – afsluiten met een schroefdeksel of cellofaantje + elastiekje
*zorg voor brandschone spullen: met kokend water en soda uitwassen – niet afdrogen – maar op een schone doek laten uitlekken

.

vlierbessensap
De vruchten  goed wassen, met de handen afrissen, een goede pan gebruiken en zonder water op het vuur zetten, langzaam laten trekken, flink doorkoken, door een zeef laten lopen (niet kwetsen of roeren) en in goede flessen vullen, cellofaan er omheen, geen suiker gebruiken.
.

Marijke Wouters, Toke Moeskops, nadere gegevens onbekend)
.

Michaël: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

Kinderspelen en jaargetijden

VRIJESCHOOL in beeld: Michaël: tekeningen/transparanten    jaartafel

.

289-272

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël (35)

.

DE HERFST EN HET MICHAËLSFEEST

Jaargetijden en jaarfeesten doordringen elkaar, maar zijn toch in zekere zin tegengestelde bewegingen. Jaargetijden bewegen zich in de ons omringende wereld en doordringen ons van daaruit, mits we de wereld van de natuur dan wel ontmoeten natuurlijk. Jaarfees­ten daarentegen moeten we van binnenuit vieren en de wereld indragen als cultuurgoed.
In de jaargetijden staat de inwerking van de zon op de aarde centraal, in de jaarfeesten, is het universele Godswoord de spil waarom alles draait. Kerst en Pasen en ook Johanni dui­den dit onverbloembaar aan. Michaëli is daarin een minder eenvoudig te doorgronden feest.

Wanneer we eerst kijken naar het jaargetijde, de herfst, dan bespeuren we hoe de zonnekracht aan de hemel afneemt, maar hoe ze zichtbaar wordt op de aarde in de rijping der vruchten, de kleuring der bladeren, de bloei van zonnebloemen, de maïs­kolven, pompoenen; kortom in alles wat een eindstadium is van plantaardige groei. Voor de aardse plantenwereld is het werk volbracht, maar vanuit het sterven van de plant in uiterlijke zin nemen aarde en mens kiemen, zaden op voor een nieuw leven dat na de winter weer zal ontspruiten. De plantenwezens ballen samen in de vaak uiterst kleine zaden, die zich weer terugtrekken in de aarde. De stoffelijke plant neemt af, de idee plant neemt daarmee juist toe.

Met deze beweging in de natuur gaat ook de mens mee. Vanuit de zomer vol expressie en beweging keren we weer in onszelf terug. Van buiten naar binnen, ook heel reëel van het eten in de tuin weer naar het zitten rond de haard. Het meedrijven op de getijdenstroom, kan echter geheel onbewust gebeuren: de mens kan dromen in het weer van de dag. Of hij leeft zo inge­kapseld in geconditioneerde ruimten, auto’s, tussen apparatuur en allerlei andere mechanische geluidenmakers,  dat hij de stem van de natuur nog maar heel flauwtjes opnemen kan. Voor de mens die zijn verbinding met de loop van de natuur wil bekrachtigen bestaat er de Zielekalender* van Rudolf Steiner waardoor men zich in het eenvoelen met de natuurbeweging kan laten inspireren, en kan komen tot zelfkennis.

Nu de jaarfeesten.
We noemden Kerst als geboortefeest. Pasen als Opstandingsfeest, Johanni  als geboortefeest en Michaëli. We kunnen vanuit de andere jaarfeesten inzien hoe Michaëli ons oproept als mens om ook een opstanding door te maken; “Stirb und Werde”. We kunnen bij het naar binnen keren in deze tijd het gevaar lopen te verharden, innerlijk net zo te worden als het uiterlijke zaad in de wereld. We verliezen de zomerse beweeglijkheid en komen niet tot een in ons opgewekt enthou­siasme, tot een beleving van ons ik, onze persoonlijke kiemkracht waarmee we tot scheppers en herscheppers kunnen worden, niet slechts uiterlijk, doch ook in onze eigen ziel. Dit ge­vaar lopen we ook wanneer we Michaël te eenzijdig benaderen. Ik denk zelf bij Michaël altijd aan twee metalen: ijzer en koper. IJzer hangt samen met het zwaard dat Michaël draagt; het is symbool van strijd, van onverzettelijkheid en kracht. Het metaal hangt ook samen met de Marskrachten die bijvoor­beeld in het Romeinse Rijk zo sterk inwerkten. Het ijzeren zwaard kan ons juist doen vervallen tot verharding en egoïsme. Michaëls opgave vinden we slechts dan, wanneer we ook de ko­peren weegschaal in onze beleving betrekken; symbool van evenwicht, harmonie, in zekere zin ook genezing.
Wanneer we deze weegschaal op ons eigen zieleleven betrekken en zoeken naar een innerlijk evenwicht tussen denken en handelen, dan ont­staat ook genezing doordat ons voelen zich vult met kunst­zinnigheid. Met het koper hangt Mercurius** samen. We zien hier door de sterkende Michaëlskrachten heen de helende krachten van Rafaël stralen.

Krachtig en moedig trekken wij door de wereld, maar wij doden niet, ook niet de draak van de materialistische gezindheid, maar wij temmen, wij houden de dingen terug en scheppen een evenwicht, wij genezen ons zelf en de wereldordening door in onze ziel het beeld van Michaël en de draak in moed en har­monie, genezing;  in ijzer en koper  in zwaard en weegschaal te laten oplichten.

(Reyer Ploeg, nadere gegevens onbekend)

.

*Rudolf Steiner ‘Weekspreuken‘.
Bij ‘Antrovista‘ staat iedere week de nieuwe spreuk

**De auteur gaat er niet verder op in; meestal wordt het koper in samenhang gezien met Venus.

.

Michaël: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: Michaël       jaartafel

.

286-270

 

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël (33)

.

MICHAËLSTIJD  

Nu de zon het hoogtepunt van haar baan reeds voorbij is en de dagen korter en korter worden, is in de natuur de groei tot staan gekomen. Bloemen verwelken, bladeren beginnen geel te worden en te verdorren. We gaan ons voorbereiden op de komende winter. Kale bomen, dieren in winterslaap. Het land ligt koud en verlaten.

Dan komt het voorjaar. Het leven opent zich weer, de dieren komen weer terug, we zien broedende vogels en bloeiende bloemen. We kunnen er weer volop van genieten. Hierna volgt de volle warme zomer waarin alles zich vol kan ontplooien. Zo zeer dat het leven als het ware in de lucht hangt – boven de aarde zweeft. Dit weer gevolgd door zijn voltooiing. Rijpe vruchten, rijpe zaden, koren dat gemaaid wordt. Het leven wordt samengebald in deze vruchten en keert weer terug naar de aarde.
We denken daarbij aan vallend fruit in een boomgaard en aan het geritsel en geplof van eikels, kastanjes en beukennootjes in het bos. We zien het wonder van vrucht en zaad en in het zaad zit de kiem van het leven verborgen.
Herfst: grijze luchten, wilde winden en koude regenvlagen. Het in de zomer zo verwelkomde leven gaat ons weer verlaten. De mens blijft verlaten en eenzaam over.
Gelukkig staat aan het eind van september het beeld van Sint-Michaël. Sint-Michaël de dappere, verheven strijder tegen de draak. Hieruit kunnen we de moed putten om ons te wapenen tegen het najaar, de winter in te gaan, te durven.

Een voorjaarsregentje snuif je op, kun je lachend en blij tegemoet gaan.

Bij regenvlagen van het najaar steek je je handen in je zakken en bibber je soms van de kou. Je komt je warme huis in en geniet van de warmte.

Een beeld van een voor de hand liggende inkeer.
Ieder mens leeft met de keuze tussen goed en kwaad en
ook hier doemt juist in deze tijd de helpende Michaël op.
De blik gericht op de toekomst.

Kijken we in de toekomst dan kunnen wij onze blik richten
op het naderende kerstfeest.

.

(Madeline van Gilst, geen nadere gegevens)

.

Michaël: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: Michaël       jaartafel

.

281-266

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël (29)

.

MICHAËL IN DE KLEUTERKLAS

De zomer neemt weer afscheid van ons.  s Avonds wordt het al vroeg donker, de vogels trekken weg, de dagen worden kouder. De zon heeft gedurende de zomer al haar warmte geschonken aan het koren, de vruchten en alles wat in de herfst op aarde rijpt zodat wij in de winter kunnen profiteren van wat de zomer ons gaf. De aarde heeft in de herfst alle zonnekracht in zich opgenomen.

Overal wordt het graan binnengehaald, vruchten geoogst, kortom, wij maken ons klaar voor de winter zodat we kou en donker kunnen doorstaan. In ons rijpt in deze tijd van het jaar vaak het plan om iets nieuws te gaan doen waar we ons gedurende de winter aan kunnen wijden. Er is veel moed nodig om de donkere tijd tegemoet te gaan en datgene te volbrengen wat we ons voornamen.

In de kleuterklas beginnen we al weken voor het Michaëlsfeest, dat op 29 september gevierd wordt, met de voorbereidingen. Op de jaargetijdentafel
staat een grote bos koren. Soms nemen de kinderen dingen mee die ze gevonden hebben, een takje hei, een grote zonnebloem, een mandje kastanjes. Kleuters zijn nog helemaal open voor alles wat er vanuit hun omgeving naar hen toekomt.
Ze willen zich graag met de aarde verbinden en rapen daarom alles wat ze in het bos of park vinden op.

Elke dag beginnen we met het spel van de boer die het koren oogst en naar de molenaar brengt om het tot meel te maken zodat de bakker het brood kan bakken. Alle bewegingen worden met overgave meegedaan. Onder het vrije spel naaien we zakjes om het graan in te doen dat de boer zo ijverig voor ons gemaaid heeft. De grote kleuters kunnen hierbij al helpen. Heerlijk is het om met een korenmolentje zelf het graan te mogen malen en later voor het Michaëlsfeest brood te bakken in de klas. Ook worden er veel Michaëlsliedjes gezongen.

O Michaël, Michaël hoor ons aan
en laat ons met u medegaan
door ‘t  donk’re bos en ’t wijde veld
O Michaël, Michaël sterke held.

O Michaël Michaël ga vooraan.
Wij moeten allen mede gaan
door ’t donk’re bos en ’t wijde veld
O Michaël, Michaël sterke held.

Op de dag van het feest komen de kleuters vol verwachting in de klas. ‘Juffie, vandaag gaan we feestvieren!’

De jaargetijdentafel staat vol van alles wat geoogst is: noten, druiven, eikels, kastanjes. De boer met paard en een wagen vol graan. Ook het appel­vrouwtje is gekomen en heeft een mand vol rode sterappels meegebracht. De dag wordt geopend met een mooi Michaëlslied, maar ook de naam ‘Michaël’ alléén kan al voldoende zijn wanneer het met de juiste gezindheid uitgesproken wordt. Dan doen we samen een klein spel voor het Appelvrouwtje.

Appeltjes, appeltjes, glanzend en rond
rollen en tuimelen over de grond.
Rol niet te ver en verscholen in ‘t groen
wil ik je rapen, in ’t mandje weer doen.
Eet ik je later zo glanzend en rond.
Van appeltjes, appeltjes word ik gezond.
Tijdens het vrije spel zijn er altijd een paar kinderen die juffie willen helpen de tafel versieren met takken, gekleurde bladeren en bloemen. De zelf versierde kaarsen zorgen voor een feestelijk licht en ontbreken niet. Wanneer iedereen aan tafel zit, deelt het appelvrouwtje haar appels rond. Met een plukje schapenwol poetsen de kinderen ze prachtig glimmend en rood tot ze er zelf rode wangen van krijgen. Iedere appel krijgt een rood doekje om en wordt zo omgetoverd in een appelvrouwtje.

Het is goed als een feest gezamenlijk gevierd kan worden. Na het eten komen dan ook de kinderen uit de andere klas op bezoek om samen naar een poppen­spel te kijken. Er heerst een aandachtige stemming en de kinderen worden vanzelf stil als de dappere ridder Sint-Joris verschijnt. Hij beklimt de hoge berg waar een boze draak woont die het prinsesje wil verslinden. Bovenop de berg ontvangt Sint-Joris van de aartsengel Michaël het sterrenzwaard waarmee hij de draak verslaat. Zo redt hij het prinsesje en kan met haar trouwen.

Met het beeld van de draak moeten we in de kleuterklas nog erg voorzichtig zijn. Voor de kleuter is de wereld GOED en dat moeten we in alles wat we doen naar voren laten komen zodat dit in het verdere leven zijn vruchten kan afwerpen. Iets anders is het wanneer het kind dit beeld van de draak en Michaël, die hem verslaat, in de vorm van een poppenspel een keer per jaar ziet in een eerbiedig feestelijke stemming. Het is niet de bedoeling dat de kleuters zelf draak gaan spelen, ook niet in de poppenkast, waar ze zelf zo helemaal in de rol kruipen.

We besluiten de ochtend met een wandeling door het bos waar de kinderen van alles verzamelen in hun mandjes. In de komende tijd maken we van alles wat we gevonden hebben iets moois, we vormen het om, we gaan ermee aan ’t werk, zodat het vrucht kan dragen voor de omgeving.

Gesterkt door alles wat de zomer ons geschonken heeft kunnen we moed en kracht vinden om de koude winter tegemoet te gaan, de duisternis te overwinnen en zo de heilige Kersttijd tegemoet te gaan waarin we het Kerstkind kunnen ontvangen.

Wanneer de kinderen met rode wangen en schitterende ogen tevreden en vol vreugde naar huis gaan met hun appelvrouwtje en zakje meel, waarvan thuis een koek of brood gebakken moet worden, weten we dat het een goed feest geweest is.

(C. de Pree, nadere gegevens onbekend)

.

Michaël: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: Michaël       jaartafel

.

279-262

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël (27)

.

HET MICHAËLSFEEST

Wat valt er nou eigenlijk te vieren eind september? De tuin is lang niet meer zo mooi als een paar maanden geleden. De tijd van verwelken, afvallen, verdorren komt eraan. Een hoop rotzooi op de grond die je moet opruimen. En dan blijft het kaal over. Nog even en de herfststormen zorgen voor een verdere ontluistering; het gaat regenen, het wordt koud en mistig: het slechte jaargetijde komt eraan. Ja ja, en dan zijn er wel de vruchten, die de zaak wat op kunnen fleuren, maar die betekenen dan toch maar mooi het einde van de zomer en voorraad voor de magere maanden. Wat valt er nou te vieren?

In het voorjaar, daar valt er wat te genieten. En in de zomer. Dan kan er zo’n vredige, volle stemming komen, als de warmte van buiten je omspoelt en draagt, als de planten en bomen hun wezen aan je tonen en je tegemoet geuren. Het frisse voorjaarsgroen van de meidoorn, wat kon je daarvan genieten! Daarin kan je helemaal meegaan. Dan is het in de natuur voortdurend een beetje feest en je kunt het gemakkelijk meevieren.

Merkt u hoe wonderlijk dat eigenlijk is? Meeleven met de natuur, dat is toch goed? Ook voor de kinderen, verantwoord, antroposofisch misschien wel? In het voorjaar en de zomer is dat goed: meeleven met de natuur: het stemt je blij, het geeft je ruimte.

Als we dat voortzetten in de herfst, merken we snel, dat dat niet goed voor ons is, ook niet voor onze kinderen. We worden er somber van en prikkelbaar, als de bladeren vallen.

Om die stemming te overwinnen, is kracht nodig. Michaël helpt ons een handje, als we ’t willen proberen. Hij gaat over dit jaargetijde en maakt in de natuur duidelijk waar het om gaat.

Waar gaat het dan om, waar halen we die kracht vandaan om niet mee te verwelken met de natuur.

Laten we eens naar de bomen kijken. In de loop van het voorjaar en de zomer hebben ze bladeren gekregen. Groene bladeren, in het begin licht en gevarieerd, later donkerder en meer gewoon groen. Soort voor soort (de krentenboompjes zijn al druk bezig, de berken beginnen) verkleuren de bladeren. Iedere soort is te herkennen aan zijn kleur. Na verloop van tijd vallen ze op de grond, worden bruin, gelijkvormig opgenomen in de bodem. Klaar als een klont! Hoe komen de blaadjes eigenlijk bovenaan de boom, zodat ze later naar beneden kunnen vallen?

Wat gebeurt er eigenlijk met het groen, met de andere prachtige kleuren en tinten? Hoe gaat dat eigenlijk: opgenomen worden in de bodem? Als we houtskool roodgloeiend zien verdwijnen in het vuur, weten we wat er vrijkomt, als het hout verdwijnt. Warmte immers.

Wat zou er vrij komen als de bladeren hun groen verliezen, verkleuren,
hun kleur verliezen, afvallen, vergaan. Dat zou je eens moeten kunnen zien, vindt u niet? Een machtig schouwspel!

Zoals de plant, de boom zich in de zomer verbindt met zijn bladeren, zich openbaart in de bloem, zo laat de plant weer los uit de bladeren, uit de bloem, als hij verwelkt, verkleurt, vergaat. We zien dan het wezenlijke niet meer.      

In het voorjaar, in de zomer heerst verbinding. Daar kunnen en mogen wij ons ook gerust verbinden met de natuur. In het najaar zet de ontbinding in, de scheiding, de differentiatie. Daar moeten we ons niet mee verbinden, daar mogen we vol nieuwsgierige verbazing tegenover staan. Dan zult u merken: dat geeft kracht, de moed van Michaël.
(E.P.Schoorel, nadere gegevens onbekend)

.

Michaël: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: Michaël       jaartafel

.

275-260

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël (26)

.

MICHAËL

Op het punt in het midden van de gang van de zon van haar hoogste naar haar laagste punt – het begin van de herfst – staat het Sint-Michaëlsfeest.

In de natuur is de groei tot staan gekomen, zelfs teruggang is reeds te bemerken, bloemen zijn uitgebloeid, bladeren beginnen te kleuren en te verdorren. Duidelijk is te merken dat met het terugtrekken van de zon de groeikrachten de aarde gaan verlaten. De planten trekken hun krachten terug in verborgen delen, veel dieren verdwijnen zoals vlinders en vogels.
De natuur wordt stil en komt tot rust. Het noordelijk deel van de aarde hult zich in nevelen en wolken.

Maar tussen dit alles dat naar verval en afsterven gaat, zien we het wonder van vrucht en zaad.
In het zaad weten we verborgen de kiem van het leven. Het is niet alleen een verwelken, verdorren, een afsterven dat er in de herfst geschiedt, het is een samentrekken, een verinnerlijken van alles wat het leven betreft.

Ook de mens maakt deze verandering mee, zowel in de kringloop van het jaar als in zijn levensloop.

In het voorjaar tot de late zomer wordt de mens gedragen door de uiterlijke natuur. Wanneer de herfst aanbreekt laat de natuur de mens alleen. De mens moet de ommekeer van buiten naar binnen doormaken.

Bladeren vallen zonlicht daalt
korter zijn de dagen.
Donker wordt het om ons heen
ik wil mijn licht nu dragen.

Bladeren vallen zonlicht daalt
loos de stormen loeien.
Donker wordt het om ons heen
maar mijn licht zal groeien.

Bladeren vallen zonlicht daalt
grijze nevels zweven.
Donker wordt het om ons heen
ik wil mijn licht U geven.

Een christelijk herfstfeest in de naam van Michaël kunnen wij alleen dan werkelijk vieren wanneer wij belijden dat er een nieuwe wereldbeschouwing daagt, die het ook de helder denkende moderne mens weer mogelijk maakt overtuigd te zijn van het bestaan van de werkelijkheid en werkzaamheid van engelen en aartsengelen.

De aartsengel Michaël toont ons de ene keer de weegschaal voor het zoeken naar evenwicht en de andere keer het zwaard van de strijd.

(Sarie Kodde Dingemans, nadere gegevens onbekend)

Gedicht:

HERFSTDRADEN

Nu leven er
nu beven er
aan takken en aan bladen
in ’t zwartgeworden najaarshout
in ’t vlammend-gele najaarsgoud
de lange zilverdraden.

Ze waaien en
ze zwaaien en
ze zijn van ’t licht doorblonken.
Er schuiven langs hun gladde lijn
wat smalle streepjes zonneschijn
als lange zilvervonken.

De draden zijn ‘t
de waden zijn ‘t
die ’t najaar nog wil weven
om heel die rijke najaarsgloed
om al wat spoedig sterven moet:
het laatste zomerleven

(bron onbekend)

.

Michaël: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: Michaël jaartafel

.

274-259

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 
.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël (25)

.

MICHAËLI (VRUCHTDRAGING) HERFSTFEEST

Nu de zon reeds geruime tijd over haar hoogtepunt heen is en daar­door haar krachten steeds minder van invloed kunnen zijn in de aarde, merken we aan alles dat de groei- en bloeikrachten zich terugtrekken naar binnen.

Door de loeiende herfststormen verliezen de bomen hun blad en trekken de levenssappen zich terug om zich voor te bereiden op de taak straks de nieuwe loten tot ontwikkeling te brengen. Planten sterven zelfs geheel af, maar hebben hun opgedane levenskrachten in het nieuwe ver­borgen zaad overgedragen. De dieren kruipen weg, voor een winterslaap of sterven doordat ze niet opgewassen zijn tegen kou en uitputting. Vogels trekken naar warmere oorden, de enkele die hier overwinteren hebben niet of nauwelijks de kracht zich te laten horen. Wij mensen keren terug in onze huiskamers en hullen ons in dikke, warme kleding. De natuur komt tot rust.

Maar in al dat schijnbaar levenloze zijn alle kiemkrachten aanwezig van het leven. De herfst is een verinnerlijken van alles wat leeft. Daar waar voor plant en dier erg sterk het leven afhankelijk was en zal zijn van externe invloeden, is het voor ons mensen behalve dat, meer een taak van de interne, geestelijke factor.

Wij hebben, na ons de gehele zomer opengesteld te hebben voor de zon, buiten zijn, vakantie, overdadige natuur, het erg moeilijk om daar een alternatief voor te scheppen. We moeten ons nu met die krachten die we hebben opgedaan, proberen te verdiepen in onze gedachten. Het is net als met het zaad, zij dragen onze geest ver buiten ons uit en leven soms ver van ons. Ook komen zij niet alle tot hun recht, voeren niet tot de daad. Zij vormen wel het voedsel voor ons geestelijk leven naar de aard van hun soort. We merken dat nu het stoffelijke vergeelt, verbleekt, er iets anders vrij moet komen wat niet zo vanzelfsprekend gebeurt als het je over­geven aan lente en zomer.

Het leven in de herfst vereist moed en kracht om tegenover het uiter­lijke verval, de innerlijke kracht te doen werken; om in plaats van veel te ontvangen, ons door ontbering heen te slaan met eigen vermogens. Daarbij leert de mens de levenskrachten (het zaad) in zichzelf te ontwikkelen.

En met dat gegeven in onszelf rijst het beeld van de aartsengel Michaël strijdend tegen de draak voor onze ogen op. De strijd van het lichtende tegen de duisternis.

Door nu het Michaëlsfeest met elkaar te vieren, proberen we iets tot leven te brengen van wat er in die strijd bedoeld wordt. In de herfst merk je dat je met zoveel mogelijk overwonnen duisternis en gewonnen licht de lange donkere winter aan kunt. Het is de strijd tegen heb­zucht en zelfzucht, strijd tegen de dood van je eigen geest. Het is heerlijk te ervaren wat de natuur ons nu geeft, de vruchten van een lange lente en zomertijd. Weldra zijn deze vruchten op en mogen we hernieuwd pogen of we dezelfde kwaliteit vruchten van onze eigen innerlijke arbeid kunnen gaan plukken.

Zo proberen wij in onze peuter- en kleuterklassen ook het Michaëlsfeest te vieren. Niet zozeer het strijden van Michaël en de draak wordt naar voren gebracht, maar het vieren van een herfstfeest, een oogstfeest. We maken een herfsttafel, met alle vruchten uit de natuur. De vruchten en zaden uit het bos en die van het land. We rijgen, maken vogeltjes en kabouters van dennenappels en eikeltjes, we maken ook rozebotteljam of vlierbessensap.

We drogen de bladeren en maken er mooie dingen van. We kunnen vliegers in elkaar zetten en de wind er mee laten spelen. Wandelen in het bos is in deze tijd altijd een groot feest. Het verhaal van Joris en de draak en ook enkele sprookjes van Grimm passen in de Michaëlstijd:

Repelsteeltje:
na een goede oogsttijd komt de molenaar vertellen dat zijn dochter van stro goud kan spinnen, de mensen kunnen dit niet, Repelsteeltje het mannetje dat op een been om het vuur danst moet helpen.

Gelukkige Hans:
de jongen die al het verworvene ruilt voor dingen waar hij niets mee kan doen totdat uiteindelijk de slijp­steen ook nog in de vijver valt. Dan dankt hij God dat hij van deze steen bevrijd is. Een beeld waar wij ons lang mee bezig kunnen houden. Deze sprookjes kunnen verteld worden, maar ook als een poppenkastspel of tafelspel gegeven worden.

Wij hebben getracht u zo wat ideeën te geven voor het Michaëlsfeest, natuurlijk kunt u zelf ook nog van alles bedenken.

(Marijke Wouters Toke Moeskops, nadere gegevens onbekend)

.

Michaël: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: Michaël       jaartafel

.

273-258

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.