Tagarchief: Michaël

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël (49)

.

De Aartsengel Michael

 en de deugd van de moed

Door de opening naar de geestelijke wereld, welke Dr. Rudolf Steiner aan ons heeft gebracht, is het mogelijk om weer enige verbinding te gaan voelen met concrete, geestelijke wezens, welke in diepe zin met ons mens-zijn te maken hebben.

In vroegere tijden (sterker en duidelijker naarmate we verder teruggaan in het verleden van de Middeleeuwen tot in de culturen van de Oudheid), was deze verbinding aanwezig, zonder dat men ook maar de geringste twijfel hieromtrent koesterde. Men achtte het bestaan van ‘deugden’ als leidraden die de ‘goden’ ons in de ziel, in de levensgewoonten inlegden.

Dat is met de sterke opkomst en overheersing van het materialisme in de 19e eeuw (in de zin van de geest-ontkenning) min of meer verdwenen. Maar naarmate wij grondiger en in algemene zin de ‘geestelijke wereld’ weer au sérieux gaan nemen door de moderne geesteswetenschap genaamd antroposophia, kunnen we weer gaan denken en spreken over concrete, geestelijke entiteiten (bijvoorbeeld werkend uit de planetenregionen) welke geestelijke, psychische eigenschappen in ons oproepen, behoeden en versterken.

En dan verbaast het ons ook niet, als we menselijke psychische eigenschappen als samenhangend met ons planetenstelsel gaan herkennen.

In de grandioze cultuur van het antieke Hellas vinden we al een zekere methodische beschouwingswijze van wat we kortgezegd de menselijke deugden noemen.
In deze antieke deugdenleer ontmoeten we dadelijk al het grondmotief van een drieledigheid, kort gezegd de deugden van het hoofd, van de ‘middenmens’ en van de regio van de organen in de buik en de ledematen. Als ‘structuur’ van het deugdenstelsel.

Nu is het opvallend, dat de volken die na tijden van overstroming en verijzing het Europese continent dat zich uit een oudere geografische toestand ontwikkelt, gaan bewonen (Kelten, Germanen en Slaven), sterke overeenkomst vertonen, met name in het feit, dat de ‘middendeugd’ welke zij beschouwen en zelfs waarnemen, gelegen is in de borst, in het hart. Deze middendeugd is de moed.

Guido Reni’s impressie van aartsengel Michael (De abdij van Mont Saint-Michel)
.
Het is niet onbegrijpelijk dat zij als hun belangrijkste deugd de harte-deugd van de moed beschouwen.

Strijdend, bezield door deze hartekracht (deugd), worden het continent en de eilanden van Europa bezet door volken, die een ‘zonne-leiding’ ervaren. Er wordt verteld dat de binnentrekkende Germaanse stammen heel duidelijk een geestelijk wezen waarnemen, dat hen over de Alpen naar het zuiden dirigeert.

We zouden kunnen zeggen: een zonneaartsengel die vanuit Azië over de Oeral, maar ook vanuit noordelijke, noord-westelijke zijde naar die plekken wijst, waar deze stammen ‘Europese’ vestigingen gaan vormen.

Het is al in zeer vroege, christelijke geschriften te vinden, dat deze naar het zuiden gedirigeerde Germaanse stammen dit hoge zonnewezen ‘Michael’ de aartsengel noemen. Ik denk dat we mogen zeggen, dat het nog steeds de zonnekracht is, die in ons hart de kracht wekt van de zonnedeugd moed.

In de jaren die ik als leraar in de Vrije School werkte, werd het Michaelfeest (29 september) ook altijd gevierd met als thema de harte-kracht van de moed.

In de oude liederen van Europese volken wordt Michael als de moedige strijder bezongen.

Laten we niet vergeten dat Michael de kosmisch-goddelijke held is van de deugdkracht van de moed, welke zetelt in ons hart.

.

W.F.Veltman, Dit artikel verscheen eerder in VRIJE OPVOEDKUNST, sept 2016.
Voor plaatsing op deze blog werd toestemming verleend.
.

Michaëlalle artikelen

Michaëlsliederen

Jaarfeestenalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldMichaël       jaartafel

.

1614

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël (48)

.

Michaelstijd, Michaelsfeest

Onze tijd is een periode in de geschiedenis van de mensheid, die de meest flagrante paradoxen vertoont. Wanneer we voorbeelden daarvan vinden, gaat wellicht een gedachte in ons opkomen, welke een richtlijn zou kunnen geven voor het vraagstuk, hoe we bewust kunnen bijdragen aan een verandering ten goede in de wereldsituatie, die heden immers zo onhanteerbaar en zonder uitzicht lijkt te zijn.

Voorbeeld

Er is een opvallende tegenspraak van verdeeldheid en eenwording, van eigengereidheid en saamhorigheid. In geen enkel voorafgaand tijdperk was er een zo grote onenigheid binnen kleine en grote groeperingen van mensen, tegelijkertijd met wat we in een bepaalde zin ‘globalisatie’ noemen.

Wanneer we ‘globalisatie’ als algemeen menselijke aarde-eenwording, en daartegenover ‘verdeeldheid’ als mondig-wording van de individuele mens herkennen, dan beseffen we, dat deze tendenties, schijnbaar zo tegengesteld, beide hun goed recht hebben en gelijkelijk tot positieve resultaten gebracht zouden moeten worden.

Als je deze paradoxale bewegingen in hun ontwikkeling volgt, begrijp je wel dat we hier niet met een natuurlijk, een mechanisch of chemisch proces te maken hebben, evenmin met krachtwerkingen van economische aard, maar met een psychisch-geestelijk proces.

Waar komt zo’n proces dan vandaan? Wie of wat is de ‘motor’ van dergelijke veranderingen in de mensheid?

leiding

Tot in de late Middeleeuwen waren er nog mensen in Europa die, puttend uit oude wijsheidsbronnen, een concreet antwoord daarop konden geven.
Een daarvan wil ik noemen. Het was een abt van een klooster in Duitsland. Zijn naam luidt: Johannes Trithemius van Sponheim (1462-1516). Deze Trithemius schrijft over historische tijdperken onder de geestelijke leiding van aartsengelen (hij noemt ze ‘intelligenties’) van de zeven planeten.1
Hij noemt ze ook bij naam met de bijbehorende planeet:

Michael – Zon
Gabriel – Maan
Raphael – Mercurius
Anael – Venus
Samael – Mars
Zachariel – Jupiter
Oriphiel – Saturnus

Elk van deze aartsengelen geeft leiding aan een tijdvak van ruim driehonderdvijftig jaren. Zij wisselen elkaar af, volgen elkaar op en wanneer de kring van zeven is gesloten, herhaalt zich de opeenvolging in dezelfde volgorde als voorheen. Deze is:

Michael – Zon (als planeet beschouwd)
Oriphiel – Saturnus
Anael – Venus
Zachariel – Jupiter
Raphael – Mercurius
Samael – Mars
Gabriel – Maan

Dus niet de volgorde van de weekdagen, maar de afwisseling van binnenplaneten en buitenplaneten, terwijl de serie begint met Michael, de Zon.

Het moderne, door Rudolf Steiner ontwikkelde spiritueel-wetenschappelijke onderzoek bevestigt deze overlevering, welke natuurlijk in de materialistische eeuwen, volgend op de Middeleeuwen, volledig was verdwenen.

Gelijke trekken

Wanneer je nu niet zo onverstandig bent deze mededeling over een geestelijke leiding van historische tijdvakken als fantasterij naast je neer te leggen, maar als je de zaak eens nader wilt bekijken, dan ontdek je kenmerkende trekken van een tijdvak, nieuwe kwaliteiten in de cultuur, in dit geval van Europa. Als je dan het overeenkomstige tijdvak van een gepasseerde serie van zeven beschouwt, vind je daar gelijke trekken.

De moderne spirituele wetenschap levert ons het inzicht, dat een Michael-(zonne-)tijdperk is ingetreden in het jaar 1879 AD en als we een hele serie teruggaan, komen we in het voorafgaande Michaeltijdperk, dat wil zeggen in de bloeitijd van de antieke Helleense cultuur. Het is ook de tijd waarin Gautama Boeddha in India leeft en andere grote wijzen in het Aziatisch gebied.

Als we de cultuur van Hellas als een geboortemoment beschouwen van wat nieuw in de mensheidsgeschiedenis gaat optreden, dan vinden we het ontstaan van een wetenschap die op het menselijke denken, op intellectualiteit berust. En een eerste vorm van expansie die saamhorigheid en niet onderdrukking betekent: de impuls van Alexander de Grote onder invloed van zijn leermeester Aristoteles. In het gigantische wereldrijk dat Alexander veroverde, stichtte hij overal ‘Alexandrieën’, cultuurcentra, waar de Griekse wetenschap als verbindend cultuurelement van west tot oost zich kon ontwikkelen. Je zou dit een kosmopolitische impuls kunnen noemen.

Daarvoor moest eerst het nationalistische, de tendens van ‘bloed en bodem’ (zo sterk in Sparta), worden overwonnen: de Griekse stadstaten verloren hun ‘nationale’ zelfstandigheid en gingen op in het Macedonische rijk.

Tegenwerkende krachten

Doch hierin werken tegenwerkende krachten die uit een voorafgaand tijdperk [2] stammen, en deze werken veelal in boosaardige zin. We denken aan de zogenoemde apartheid, aan het nazidom, aan alle nog overvloedig voorkomende verschijnselen van racisme en bekrompen nationalisme. We hoeven ook niet lang te zoeken om de metamorfose van een ‘Romeins’ overheersingselement te herkennen. Daar wil ik hier nu niet op ingaan.

Tussen twee Michaeltijdperken met interessante gelijksoortige kenmerken is echter ook een diepgaand verschil ten gevolge van de komst van Christus op aarde. Daarmee samenhangend is de leiding van deze aartsengel ook ingrijpend veranderd. Hij die tevoren de hemelse hoeder van de denkkracht was, heeft dit vermogen uit handen gegeven. Het is aan de menselijke vrijheid overgeleverd om in ons bewust de saamhorigheid als ‘globalisatie van de onzelfzuchtigheid’ na te streven. Aan ons ‘eigengereidsprincipe’ wordt dus een zware eis gesteld.

In de Griekse tijd waren de om de vier jaar gehouden Olympische Spelen de diep indrukwekkende, in absolute saamhorigheid gehouden, bovennationale ontmoetingen. Dat kon zo zijn, omdat de Griekse stammen, stadstaten, aan de bodem gebakken, eigengereide eenheden, toch allemaal dezelfde goden hadden. En deze goden hielden in zekere zin beschermende handen over dit heilige gebeuren. Griekse atleten die als overwinnaars uit de Olympische wedstrijden naar voren traden, werden in alle Griekse steden en koloniën geëerd, niet als nationale helden, doch als begunstigden-door-de-godheid, die immers bovennationaal was.

Michaelsfeest

Mijn gedachte is, dat we zouden moeten komen tot een mensheids-Michaelsfeest, bijvoorbeeld om de drie jaar, een ontmoeting van volken en individuen. Een feest niet zozeer om te presteren, maar om te ontvangen. Geen internationaal gebeuren, maar een algemeen-menselijk beleven door de ontmoetingen met het kleurrijk Andere, door muziek, dans, volkssprookjes en historische beelden van een volk, door schetsen van grote figuren in de kunst, literatuur, wetenschap, kernmotieven van offerbereidheid, van humor en hulpvaardigheid, van schoonheid, wijsheid en goedheid. Het hoeft niet allemaal rozengeur en maneschijn te zijn, het lijden is immers ook een intrinsiek element in het individuele lot van de mens en het groepskarma van een volk. Het moet wel waarheid zijn! Dit soort bijeenkomsten zou natuurlijk niet door overheidsinstanties, evenmin door nauwelijks doorzichtige federaties of commissies, of belangengroepsorganisaties georganiseerd of gemanipuleerd moeten worden. Wanneer in de verschillende landen zogenoemde
Europahuizen, waarvan er al enkele zijn, zich zouden vestigen en ontwikkelen, dan zou van deze ‘huizen’ de oproep tot een Michaelssamenkomst om de drie jaar kunnen uitgaan.

In deze huizen wordt gewerkt aan een nieuw denken, aan nieuwe gedachten en overeenkomstige werkwijzen betreffende natuur, opvoeding en onderwijs, land- en tuinbouw, geneeskunst en sociale structuren.

Daar moge de gezindheid zijn van een diepe religiositeit zonder kerkelijke beperkingen, een devotie en tolerantie van vooral veel humor als grondslag van een beweeglijke eigenwaardigheid. En het allerbelangrijkste: een onvoorwaardelijk streven naar waarheid.

1 Johannes Trithemius (1462-1516) abt van het Benedictijner klooster te Sponheim. Hij schreef onder andere: De septem intelligentiis libellus het boek over de zeven planeetgeesten.

2 Als we vanaf 1879 AD terugrekenen, een tijdperk van 354 jaar, dan zien we in dit Gabriel-Maan-tijdvak, waarin juist het bloed-, ras-, en volksgebonden principe zo duidelijk werkt, het ontstaan van Europese ‘naties’. Dit woord komt van (Latijn) nascor, natus, geboren worden.

W.F.Veltman, Dit artikel verscheen eerder in VRIJE OPVOEDKUNST, sept 2012.
Voor plaatsing op deze blog werd toestemming verleend.

.

Michaëlalle artikelen

Michaëlsliederen

Jaarfeestenalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldMichaël       jaartafel

.

1610

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël (47)

.

MichaËl en het Christusbewustzijn

Wie is Michaël?

Michaël is van oudsher de belangrijkste aartsengel en de tijdgeest van onze tijd. Hij is de boodschapper van Christus. Hij is zijn ‘aangezicht’ of zoals Rudolf Steiner zegt: ‘Michaël is the ambassador of Christ’ (Uit: Michael, the messenger of Christ, Londen 2 mei 1913).

Michaël roept als boodschapper van Christus op tot levend denken, bewust handelen, moedig en liefdevol leven. Michaël betekent: ‘Wie is als God?’ Dat houdt een vraag in, een oproep en een uitdaging. Het lijkt me niet dreigend bedoeld, maar uitnodigend: kijk diep in jezelf naar je eigen goddelijkheid en laat deze Vonk zien aan jezelf en anderen; ontplooi je geestelijke kern, de tweede mens in jezelf. In Steiners ‘Michaëlsbrieven’ staat dat Michaël de meest zachte liefdeskracht vertegenwoordigt. Dat vind ik fascinerend: de aartsengel met het zwaard die vecht met de Draak en die onze harten ‘weegt’, kent de meest tedere en zachte liefdeskracht! Deze kwaliteiten sluiten elkaar kennelijk niet uit; integendeel: intense tederheid en kracht kunnen in spirituele zin goed samengaan. Om deze twee vermogens te verbinden is echter veel moed en authenticiteit nodig en dat is nu precies datgene wat van de mens anno 2013* gevraagd wordt.

Wat is het Christusbewustzijn?

In het esoterisch christendom en in de gnosis wordt gesproken over de goddelijke Vonk in elk mens. Als deze goddelijke vlam gaat branden als een vuur, verdwijnt het egoïsme en wordt de tweede mens in de ziel gewekt. Deze hogere mens is er altijd al, maar ‘slaapt’. Als deze tweede mens eenmaal gewekt is, kan een nieuw bewustzijn ontstaan, een hoger bewustzijn, waarin het goddelijke van de mens zich ontplooien kan. Ik noem dit bewustzijn het ‘Christusbewustzijn’.

Het Christusbewustzijn is een begrip dat al heel oud is

Het duidt op het hoogste universele bewustzijn dat er op de wereld bestaat. In de mens Jezus is dit bewustzijn tot volledige ontplooiing gekomen en daarom wordt Jezus ‘de Zoon van God’ genoemd. Bij de doop in de Jordaan daalde het Christuswezen, het hoogste Goddelijke Wezen, neer in de mens Jezus. Door de komst van Christus, de Logos, naar de aarde is voor elk mens dit goddelijk bewustzijn te bereiken. Christus bracht de volle liefde naar de aarde en verbond zich met het lot van de mensheid.

In vrijheid kan nu elk mens zijn of haar weg gaan naar dit hogere bewustzijn. De eerste stap is te beseffen dat we geestelijke wezens zijn en onze oorsprong derhalve te vinden is in de geestelijke wereld. Op aarde mogen we wonen, maar we zijn niet van de aarde!

Het gaat dus in deze tijd om het voorzichtig en vol liefde ontplooien van het hogere bewustzijn. Dat dit op een geleidelijke en verantwoorde manier moet gebeuren, is duidelijk: van de geboorte tot het volwassen worden moet deze ontwikkeling door ouders en leraren begeleid worden. Een rijk en zuiver gevoel, een helder zelfstandig denken en een sterke wil zijn kwaliteiten die in de opvoeding en het onderwijs voorop horen te staan. Later, in het voortgezet onderwijs kan daar bewustwording en zelfreflectie bijkomen, evenals het bewust ontwikkelen van sociale vaardigheden, die op eigen inzicht en moreel besef gebaseerd zijn.

v.d Weyden
Christus staat hoger afgebeeld dan Michaël

Het belang van de liefde

De belangrijkste opdracht die Jezus Christus aan de mensheid geeft, zijn enige ‘wet’, is het ontwikkelen van waarachtige liefde. De mensen moeten ‘geesten van de liefde en de vrijheid’ worden. Uiterst zinvol is daarom de vraag over welke vermogens iemand moet beschikken om een ander werkelijk te kunnen liefhebben. Deze vermogens wekken is dus ook de belangrijkste opgave die Michaël ons geeft. Ik citeer hier een uitspraak van Steiner:

“De mens die kan liefhebben, moet volledig zelfbewust zijn; hij/zij moet volkomen zelfstandig zijn. Geen enkel mens kan een ander liefhebben in de diepste zin van het woord wanneer deze liefde niet een vrije gift is aan die andere mens. Mijn hand houdt niet van mijn organisme. Alleen een wezen dat zelfstandig is, dat afgescheiden is van andere wezens, kan deze liefhebben. Daartoe moest de mens een Ik-wezen worden. Van het grootste belang voor het ontwikkelen van de liefde is dus het ontwikkelen van een zelfstandig Ik. (Uit: ‘Het evangelie naar Johannes’, blz. 55-56).”

De opvoeding van het zelfstandig ik

Uit bovenstaande blijkt hoe essentieel het is dat we de jeugd (en onszelf) opvoeden tot zelfstandigheid en vooral tot het zelfstandig en authentiek durven denken. Het ‘out of the box’ kunnen denken wordt steeds belangrijker, omdat het eigen ik hierbij in sterke mate betrokken is. Natuurlijk moet de jeugd kennis maken met de traditionele denkbeelden, maar de kroon op de opvoeding bestaat eruit dat het zelfstandig oordeelsvermogen gevormd wordt en dat de jonge mens een ‘vrijdenker’ kan worden, in het verlengde van zijn of haar eigen, goed ontwikkelde geweten. Het gaat er bovendien om de volledige vrijheid van de mens te ontwikkelen, niet alleen in het denken, maar in de hele mens: zijn denken, voelen en willen. Daar komt in onze tijd, de tijd van Michaël, nog een vierde vermogen van de ziel bij: het (zich) bewust kunnen worden.

Het gaat in de opvoeding echter niet alleen om het vergaren van kennis en wijsheid, het leren van het zelfstandig en levendig denken en het komen tot een zelfstandig oordeel, maar ook om het voeden van het gevoel, het verrijken van het gevoelsleven door bijvoorbeeld kunstzinnige activiteiten, toneel, koor of het luisteren naar verhalen met een diepe betekenis, zoals de verhalen uit de wereldliteratuur: van sprookjes tot Faust en van heiligenlevens tot de ridders van de Ronde Tafel en Parzival. Op latere leeftijd (17 à 18 jaar) moet ook ‘duistere’ literatuur aan de orde komen, zoals Dantes Divina Commedia, de werken van Dostojewski of de Faust van Goethe, waarin de mens worstelt met de grote innerlijke vragen van goed en kwaad. Deze verhalen en de gesprekken die er onlosmakelijk bij horen, voeden de ziel. Het is alsof de adolescent zelf dit alles doorleeft, alsof hij/zij de levenslessen leert die in deze machtige werken verborgen zijn. Ook het vormen in alle rust van de wil door de kunsten en de verschillende vormen van handvaardigheden is van groot belang. We leven nu eenmaal in een tijd waarin het gemak de mens dient en waarin alles instant is en snel verkregen kan worden. De maaltijd uit de magnetron staat zo op tafel, het antwoord op een bepaalde vraag is zo opgezocht op google en het werkstuk voor een of ander vak is snel bij elkaar gesprokkeld van internet. Allemaal niet erg en ook heel efficiënt op zijn tijd, maar iedereen moet wel leren zich diepgaand met iets bezig te houden. Het vlechten van een mand, het maken van een kruk of het inbinden van een boek zijn ambachten die zich prima lenen voor het oefenen van geduld, precisie en het opgaan in een opdracht. De wil wordt getraind en de handen worden snel, accuraat en ‘handig’. Schilderen en boetseren verdiepen het beleven van stilte en schoonheid, van het gedurende langere tijd bij jezelf kunnen zijn en blijven.

Het vrijeschoolonderwijs

De lezer begrijpt inmiddels wel, dat ik een pleidooi houd voor het vrijeschoolonderwijs, waarbij deze aspecten veel aandacht krijgen. Zelf geef ik al meer dan 35 jaar les in Nederlands, (wereld)literatuur en filosofie in de bovenbouw en ik ben ervan overtuigd dat het stap voor stap en diepgaand vormen van de eigen identiteit van het grootste belang is voor het ontwikkelen van een liefdevol bewustzijn. Op school en thuis moet je leren dat het belangrijk is dat je je kunt inleven in een ander en dat je respect hebt voor elkaar, dat iedereen zijn of haar gevoelens in alle volheid mag leren kennen en ontwikkelen en dat je plezier kunt beleven aan het zelf mooie, kunstzinnige dingen maken. Ook het bij de kinderen ruim aandacht besteden aan de manier waarop de dingen gedaan of gezegd worden, het leren opkomen voor het eigenbelang en het leren ‘sorry’ zeggen, zijn onmisbare uitgangspunten in elke opvoedingssituatie.

Mediteren in de klas?

Wat verder nodig is, is het zich kunnen verbinden met de stilte in het eigen innerlijk. Door meditatie komt een diepere verbinding tot stand met de wijsheid van jezelf en de kosmos. Op scholen zou in deze tijd aan het begin van elke dag heel goed door de leerlingen en leraren gemediteerd kunnen worden. Dit zou twee of drie minuten, aansluitend aan het zeggen van de ochtendspreuk, kunnen gebeuren.

Drie oefeningen voor het bewustzijn

In onze tijd is het vergroten van een (liefdevol) bewustzijn dus erg belangrijk. Er zijn hiervoor aparte oefeningen te doen, een soort ‘vingeroefeningen’, net zoals je die doet bij het goed leren pianospelen. Deze oefeningen zijn uitsluitend bedoeld voor leraren en opvoeders, omdat bij hen de basis voor de bewustzijnsziel al stevig genoeg is. Bij leerlingen kan beter in algemene zin en stap voor stap (passend bij de leeftijdsfase) aan bewustwording gewerkt worden. Hieronder geef ik drie oefeningen:

Het bewust vergroten van het inlevingsvermogen:

Maak jezelf vredig en stil. Ga desnoods eerst even mediteren of een kleine wandeling maken. Leef je dan ongeveer tien minuten vol liefde en met je hele hart in iemand in. Kies eerst een persoon van wie je houdt: Waar is hij of zij nu? Wat doet hij of zij? Wat voor een leven leeft die geliefde persoon eigenlijk? Blijf altijd in vrede en diepe stilte bij jezelf, maar richt je volledige aandacht op die ander. Dit vergt bewustzijnskracht, omdat je je niet mag verliezen in die ander. Het is ook niet de bedoeling dat je zijn of haar problemen tot de jouwe maakt. Kijk vol mededogen, maar besef dat het niet jouw problemen zijn. Als het je lukt een geliefde persoon op de juiste wijze in je bewustzijn te dragen zonder dat je jezelf opdringt en zonder dat je in de vrijheid van de ander treedt, kun je iemand nemen die verder van je weg staat. Dank na afloop in gedachten de ander en sluit in alle rust af. —De bewuste zelfoverwinning: Kies met liefde en met binnenpret (een knipoog naar jezelf en je makkers) iets van jezelf waarvan je vindt dat er verandering in moet komen. Probeer een zelfoverwinning te behalen en verander dat ‘vervelende karaktertrekje’ of die ‘vervelende karaktertrek’ zo goed mogelijk. Wees mild voor jezelf, maar probeer het elke dag opnieuw. Ook bij deze oefening wordt weer een sterk appel gedaan op de activiteiten van de bewustzijnsziel: Wat kies je uit? Wanneer gebeurt het? Welke weerstanden kom ik tegen? Probeer juist bij deze oefening je oordelen terug te houden. Vergeef jezelf direct als je het weer doet. Lach erom en probeer het opnieuw: op een dag lukt het je! Blijf mild en wees trots als het een keer lukt.

—De bewuste liefdevolle dood: Doe regelmatig iets uit liefde voor een ander of voor de wereld. Zorg ervoor dat je daad zo belangeloos mogelijk is. Als je dat moeilijk vindt, oefen je weer eerst op je dierbaren: verras hen en verwen hen eens exorbitant of op subtiele wijze. Zeg of schrijf eens aan je dierbaren dat je van hen houdt en vind het dan niet erg als er geen antwoord komt. Iemand moet ooit ergens beginnen, toch? Doe het niet omdat anderen je dan aardig vinden of omdat je er zelf beter van wordt. Doe het gewoon omdat liefdevol leven daarom vraagt. Het mag ook iets heel kleins zijn, als je het maar met bewustzijn doet.

Tot slot een (eigen) parafrase van een spreuk van Rudolf Steiner die de oproep van Michaël in mijn ogen prachtig verwoordt:

Wij, mensen van deze tijd,
moeten op de juiste manier leren luisteren
om de Roep van Michael te kunnen horen:
‘Mens, word wakker in de geest!’

Dit artikel verscheen eerder in VRIJE OPVOEDKUNST, herfst *2013

Hier geplaatst met toestemming van de auteur, Daniëlle van Dijk

Dit artikel is gebaseerd op haar boeken:
Het Christusbewustzijn; een moderne inwijdingsweg,
Maria Magdalena, vrouw naast Jezus; een zoektocht naar het verborgen christendom.
(Meer informatie op haar website): Daniëlle van Dijk,
danielle-vandijk@hotmail.com
(voor aanvraag van lezingen en deelname aan haar meditatiewerkplaats)

Interview met Daniëlle van Dijk

Rudolf Steiner:
GA 26 Leitsätze
Vertaald: Kerngedachten (Michaëlsbrieven)
GA 103 Das Johannesenvangelium
Vertaald

 

Michaëlalle artikelen

Michaëlsliederen

Jaarfeestenalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldMichaël       jaartafel

.

1609

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël (46)

.

ER ONTSTOND EEN STRIJD

‘ES ERHUB SICH EIN STREIT’

Dit keer een doorverwijzing naar de achtergronden van Bachs cantate nr. 19

Ook cantate 149 is een Michaëlscantate:

men bezingt met vreugde de overwinning

MAN SINGET MIT FREUDEN VOM SIEG

Cantate 149

 

Michaëlalle artikelen

Michaëlsliederen

Jaarfeestenalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldMichaël       jaartafel

.

1607

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël (45)

.

Michaëlstijdperk

– storm in de engelenweek

Herfst. De kinderen zingen gloedvolle Michaëlsliederen in de warme hal, buiten blijft het elke ochtend iets langer donker. Nog een paar najaarsstormen en er is niets meer over van de mooie zomertooi…

Ook in het groot stormt het. Sinds begin vorige eeuw lijkt er zelfs wel een grootscheepse verbouwing gaande. Een wereldherfst – waarbij oude vertrouwde vormen en normen als blaadjes van de bomen waaien. Wat gebeurt er allemaal? Waarom gaan de huidige veranderingen zo snel en zijn ze zo radicaal?

Vanuit de antroposofie kan je daar een interessant licht op laten schijnen met de
‘engelenweek’ – een kosmische kalender waarin elke ‘dag’ een heel tijdperk bestrijkt onder leiding van een aartsengel. Wij leven volgens die kalender nu in een Michaëlstijdperk – een stormachtige periode die een kanteling inhoudt voor de hele mensheid.
Fasten your seat belts!

In de westerse esoterische traditie spelen aartsengelen een belangrijke rol. Ze staan bekend als beschermers van helden, profeten en volken. Je kunt ze ook zien als levende, archetypische krachten die telkens een noodzakelijke inspiratie in de wereldcultuur brengen. Aartsengelen wisselen daarbij de wacht, zegt Rudolf Steiner.

Zeven in getal, ze volgen elkaar op als kosmische weekdagen. Om de ongeveer 360 jaar waait er een nieuwe wind, waardoor de mensheid een volgend ontwikkelingsstadium binnengaat.
Waar zitten we nu, op de engelenkalender? Gisteren was het nog maandag – onder Gabriël. Omdat de kalender terugloopt, net als het lentepunt, is het vandaag dus zondag.
Die begon aan het einde van de negentiende eeuw, met het aanbreken van een
stormachtige periode onder leiding van de aartsengel van de zon: Michaël.

Oversteek

De beurt is dus nu aan de aartsengel Michaël.
Na zo’n 2500 jaar, (zeven tijdperken van 360 jaar), is het weer zondag op de engelenkalender. Kosmisch gezien is de week dus weer rond.
Maar kosmische zondagen zijn alles behalve ingetogen en stil.
Een Michaëlstijdperk betekent onrust, verwarring, maatschappelijke omwentelingen, oorlogen en crisis, naast ‘messiaanse’ verwachtingen van een ‘nieuwe tijd’. We staan als mensen dan ook opnieuw voor een belangrijke oversteek.
Het gaat daarbij om een brug tussen twee schijnbaar tegenstrijdige werelden – om de stap van een beperkt materieel bewustzijn naar een groter spiritueel bewustzijn.
Tijdens de vorige kosmische zondag, 2520 jaar geleden, of ‘vorige week’ in aartsengeltermen, werd de roerige Michaëlsperiode gekenmerkt door grote volksverhuizingen, oorlogen, ineenstortende wereldrijken en ingrijpende bewustzijnsveranderingen.
De grote Griekse filosofen ontdekten het hoger menselijk kenvermogen, Boeddha vond de weg naar het mededogen en de verlichting en de grote profeten Jesaja, Jeremia en Daniël voorspelden de komst van de Messias. Alles stond in het teken van de verwachting van iets ‘nieuws en groots.’ In de rustige periode daarna (een Orifiëlperiode) werd in Palestina Jezus geboren. Hij plantte een universeel, menselijk liefdesbewustzijn, en daarmee ook de kiem van een maatschappelijke vernieuwing. Christus (hoogste genius van diezelfde Jezus) heropende vervolgens de poort naar de goddelijke bron voor ieder mens, ongeacht spirituele rang, afkomst of sekse. Ons wordende mensen-ik kon na een lange persoonlijke weg bewust bij de Vader terugkeren. Dat betekende, na het oplossen van de menselijke identiteit in Nirwana als hoogste mogelijkheid, weer een grote spirituele omwenteling.

Paradigma shift

Zoiets staat nu weer te gebeuren. Het Palestina van toen ligt vandaag echter in het innerlijk van de individuele mens. We wachten op de geboorte van ons hoger Zelf. Dit Zelf is onze ware identiteit, ons stralende ‘zonnewezen’ dat altijd in contact is gebleven met de goddelijke oerbron. Als die kern ontwaakt, gaan er ‘wonderen’ gebeuren. Dan loop je zomaar over je eigen donkere water en pak je je persoonlijke missie op, om te doen ‘waar je voor gekomen’ bent. Dat kan op alle gebieden, want in een Michaëlsperiode is er ontzettend veel vernieuwingswerk aan de winkel.
Niet dat het allemaal vanzelf gaat. Veel oude structuren uit de voorafgaande
Gabriëlperiode hebben zich ingegraven – en staan haaks op de nieuwe lijn. Een Michaëlstijdperk gaat dan ook over een ware paradigma shift. Enorme tegenstellingen moeten in korte tijd overbrugd worden. Van ego naar eco, van mechanisch kopiëren naar bewust initiëren, van breindenken naar een alomvattend spiritueel bewustzijn – dat is nogal wat. Het verschil tussen maan en zon komt aardig in de buurt als metafoor.
Denken en voelen zullen verbonden moeten worden door de vurige wil om samen te werken, met het oog op een nieuwe tijd.

Verbinden van hoofd en hart

Ons bewustzijn is dus onder druk een flinke transformatie aan het doormaken. We zijn op weg naar het waarnemen van de totale werkelijkheid. Die werkelijkheid omvat ook de wereld achter het direct zichtbare. De geestelijke dimensie kan je pas ervaren als eerst het innerlijke denkvermogen ontwikkeld is – wat iets heel anders is dan het intellect. Het intellect, gezeteld in het fysieke brein, werkt binair, met zwart-wit tegenstellingen – en verloopt automatisch over gebaande paden. Het is gebaseerd op zelfbehoud en daarmee op angst. Het levende denken onderzoekt moedig en aanschouwelijk het onbekende. Het kent de tegenstellingen, maar zoekt naar de verzoening daarvan in een hoger potentieel geheel. Dat vraagt onbevangenheid, respectvolle liefde en scheppingsvreugde, ongeveer zoals je dat (onbewust) bij kleine kinderen ziet. De wereld is hier geen blinde machine of wreed roofdier, maar een fijnzinnig en intelligent levend wezen. Een zinvol organisme waar je zelf deel vanuit
maakt.
De mens zal hoe dan ook een perspectiefomslag moeten omarmen nu de oude denkwijze naar de afgrond leidt. De Michaëlskrachten zijn onverbiddelijk als het om onze innerlijke groei gaat. Dan gaat desnoods de hele zaak op de schop. In ons eigen belang.

Michaël als kosmische change manager

En dat zien we nu dus ook gebeuren. De Michaëlische impuls gaat als een bazuinstoot door de wereld. Alles wat de menselijke toekomst niet waardig is, wordt onder onze ogen afgebroken en weggeblazen – de ernstige effecten van ons eigen eenzijdige gedrag.
De ecologische, economische, sociale en morele crises laten zien dat er iets niet klopt aan onze huidige paradigma’s.
Veel van wat in de afgelopen Gabriëlperiode materieel tot stand is gebracht aan intellectuele zekerheden, luxe, technische wildgroei en onevenwichtig verdeelde welvaart zal moeten worden losgelaten. Een abstract darwinistisch wereldbeeld, gebaseerd op biologische overlevingsmechanismes als het recht van de sterkste, staat op het punt te verkruimelen. Het puur mentaal georiënteerde bewustzijn staat binnenkort buiten met lege handen, zonder innerlijk vuur of voedsel voor de ziel.
Michaël wil voorkomen dat wij als mens vastlopen. Hij blaast ons dus uit ons lauwe bed en spoort met grote kracht aan tot handelen. Als hemelse aanvoerder is hij ook de aartsengel van de wil en de actie. Er moeten lichtende toekomstideeën verzameld en uitgevoerd worden. Maar zolang al dat ‘doen’ nog niet gekoppeld is aan innerlijk besef, zien we vooral veel activiteit – in tomeloze bouwwoede, reisgekte, handelkoorts, veranderdrift en vernieuwingszucht. De wereld heeft zichtbaar moeite met haar ommezwaai van een materialistisch naar een innerlijk ankerpunt, ook al is het Gabriëltijdperk allang voorbij. Daarbij gaat het niet om het wegwerpen van alles wat geleerd werd in het afgelopen tijdperk. Onze ontdekkingen op het wetenschappelijke, intellectuele en materiële vlak moeten echter gebalanceerd worden met het rijk van hart en ziel. Zo delen we bijvoorbeeld als mensheid onze lichamelijke afstammingslijn wel met het dier, maar geestelijk stammen we daar niet van af. Een cultuur die de dimensies van liefde en moraliteit fundamenteel uitsluit van de zogenaamde ‘werkelijkheid’, maakt uiteindelijk een beest of machine van de mens. De sociale toepassing van Darwin’s biologische ontdekkingen zijn het treurige gevolg van de eenzijdige gerichtheid op het stoffelijke.
Die schijnbare storm van tegenstellingen tussen het fysieke en het geestelijke kunnen we echter leren verzoenen. Nieuw land, vaag zichtbaar vanuit het tollende kraaiennest.

De waarheden van het verstand

Om naar nieuw land te kunnen navigeren in de storm moet je eerst weten waar je bent.
Onder leiding van Gabriël sloot de spontane toegang tot de hogere werelden zich, om de mens zelfstandig te leren denken. Deze begon – nu zonder de hulp van de ‘goden’ – zijn situatie eens goed onder de loep te nemen. Hij stond alleen, in een onttoverde wereld en werd als het ware wakker op het aardse plan. De natuurwetenschappen, die de wereld beschreven aan de hand van waarneembare verschijnselen, ontstonden, Newton liet het heelal zien als een mechanisch uurwerk, Darwins volgelingen stelden een evolutietheorie op die de mens in een rechte afstammingslijn met de aap plaatste.
Deze gedachten – want dat waren het – werden als harde feiten door het jonge bewustzijn omarmd. Alleen het fysieke bestond! In een Gabriëltijdperk lijkt de materiële wereld absoluut. Daardoor kan het intellect zich ontwikkelen, maar blijft het innerlijk begrip van de wereld beperkt tot het materiële. Zo raakte de mens geleidelijk gevangen in een schijnbaar onverschillige evolutie, binnen een zinloos en mechanisch heelal. Hij had vrij spel met zijn wetenschap, maar stamde plotseling af van het dier in plaats van de goden. Wat de mens vroeger vanzelfsprekend ‘God’ noemde viel zelfs helemaal uit elkaar – als hij nu naar de hemel keek, zag hij een koude, inktzwarte ruimte vol eeuwig draaiende bolletjes. Friedrich Nietzsche, de getergde filosoof van het nihilisme dat de nadagen van het Gabriëltijdperk kenmerkte, vatte de toestand samen met de droevige mededeling ‘God is dood’.
Zelfstandiger kon de mens niet worden.

De ontketende krachten van de wil

Zolang de poorten van de geestelijke wereld nog gesloten waren, bleven de materiële gedachten wat ze waren: gedachten. Maar bij de dageraad van het Michaëlstijdperk, rond 1880, werd de hemelpoort als het ware opnieuw geopend. Een enorme geestelijke kracht vloeide plotseling binnen in het wilsgebied van de mens. Een storm van gebeurtenissen was het gevolg en de heersende gedachten werden realiteit. In korte tijd veranderde de wereld van een dromerig dorp in een stampende, industriële metropool.
De wil is een ‘magisch godengeschenk’ dat ons in staat stelt daadwerkelijk onze eigen wereld te scheppen. Maar we ontketenen daarbij ook krachten die we nog niet in de hand hebben. Dat werd goed zichtbaar in de afgelopen eeuw. De materialistische denkbeelden die overal hadden postgevat waren relatief ongevaarlijk zolang het mensenverstand er nog niets mee kon doen. Michaëls wekroep zet de mens echter aan tot direct geïnspireerd handelen. Het is daarbij aan ons, waardóór we onze ontwaakte wil laten aansturen. Is je ideaal geworteld in vrijheid en de liefde of in controle en zelfzucht? In mededogen of in macht? Wat we de afgelopen eeuw vooral hebben gezien, is de koppeling van het koude, abstracte verstand aan de toekomstgerichte wil.
Die combinatie had de stormachtige ontwikkeling van de techniek tot gevolg, zonder oog voor de noden van de ziel of de aarde. Als de wil slechts materialistische denkbeelden in ons ontmoet, worden er ontmenselijkte werelden geschapen – die elkaar ook weer mechanisch vernietigen.
Intussen moet de mens als kleine tovenaarsleerling maar zien te overleven in zijn zelf opgeroepen hel.
Zo voltrokken zich de verschrikkingen van de twee wereldoorlogen, vervolgingen en genocide met als sinistere climax de atoombom. – een demonische, dodelijke versie van de zon; wetenschappelijke creatie van een inmiddels zélf occult geworden materialisme.
De technische mogelijkheden leidden de wereld tot de rand van de afgrond, waaruit uiteindelijk dit ‘beest’ oprijst. Tegelijk werden er ook diepe inspiraties in de wereld gebracht, die de mens weer naar zijn hogere natuur wendden.
Rudolf Steiner, een Michaëlische denker en doener pur sang, slaagde erin om te midden van de chaos die inspiraties in maatschappelijke hervormingen om te zetten, zoals de vrijeschool en de biologisch-dynamische landbouw.
De antroposofie is van oorsprong dus een vernieuwingsbeweging en is dat nog steeds, ondanks interne en externe ‘maankrachten’ die de nieuwe, levende stroom proberen tegen te houden.

Verzoeningskrachten

Als hoofd en hart elkaar in het menselijke midden echt ontmoeten en leren begrijpen, hoeven we de non-keuze tussen naïef geloof of een materialistisch wereldbeeld niet meer te maken. De verzoeningskrachten zullen het scheppingsfundament van de liefde steeds meer zichtbaar maken, ook sociaal, als levende spirituele ruimte tussen de mensen. Daarin kan veel goeds geschapen worden.
Het omploegen van de wereldakker is nu al een flinke eeuw gaande – en de kluiten zullen ons nog wel een tijdje om de oren vliegen. Op deze stormachtige zondag worden lichtkiemen in ons gezaaid. We worden opgeroepen om vanuit ons eigen, morele liefdesvuur te handelen. Dat vergt moed, maar de vreugde van het medescheppen is er niet minder om.
Dit is de zevende keer dat Michaël aan het roer staat van de opgroeiende mensheid.
Ook in die zin is deze tijd een sluitstuk. Het doek dat ons van de wereld van de geest scheidt is aan het scheuren. Maar er is niets om bang voor te zijn – Michaël is altijd de heraut van een nieuwe liefdesopenbaring.

Bron:
Het tijdperk van Michaël, de mens op de drempel naar en nieuwe tijd – Emil Bock, Uitgeverij Christofoor, 1986

(Quote Bock: ‘De aartsengel Michaël verschijnt als de grote, inspirerende genius van dit tijdperk. Door hem begint het doek te scheuren, dat ons van de wereld van de geest scheidt. Zo wordt langzaam de taak van de huidige mens herkenbaar: zonder vrees het innerlijke met het uiterlijke verbinden en in het religieuze leven niet meer voorbijgaan aan een helder denken.’)

DE ENGELENWEEK, wat is dat?
De aartsengelen, zeven in totaal, geven om de beurt gedurende ongeveer 365 jaar leiding aan de mensheid. Achtereenvolgens geven Michaël (zon), Gabriël (maan), Samaël (mars), Rafaël (mercurius), Zachariël (jupiter), Anaël (venus) en Orifiël (saturnus) een inspiratie-impuls die samenhangt met hun planeetsfeer. Als alle zeven aartsengelen hun ronde voltooid hebben is er 7 x 360 jaar verstreken, ofwel een astronomisch zonnejaar van 2520 jaar. Vele grote cultuurtijdperken hebben om en nabij die duur gehad.

Met toestemming van de auteur, Maritgen Matter.
Het artikel verscheen in ‘De Seizoener’, herfst 2013

.

Over het Michaëlisch tijdperk

Michaël: alle artikelen

Michaëlsliederen

Jaarfeesten: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: Michaël       jaartafel

.

1606

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël (10-2)

.

MICHAËL STELT DE OFFERVAARDIGHEID VAN MOZES OP DE PROEF

Een Hebreeuwse legende

Op een dag kwam er een duif haastig op Mozes, de grote profeet, toegevlogen en ze smeekte hem: ‘Genade, o profeet van God! Een havik zit me achterna, red mij!
Mozes gaf het bange dier een schuilplaats door het meteen onder zijn mantel te stoppen.
Toen kwam de havik aangevlogen en sprak de profeet aan: ‘Ach, Mozes, ik heb zo’n erge honger – ik heb voedsel nodig, mijn jongen ook -, en omdat je nu mijn buit afpakt, doe je mij een groot onrecht.’
‘Wel, havik’, antwoordde Mozes, ‘wil je van mij nu deze duif terug of wil je gewoon wat eten hebben? In het eerste geval moet ik je zeggen dat dit onschuldige dier bij mij bescherming zoekt en dat ik onder geen voorwaarde in zal stemmen met zijn dood. In het andere geval zal ik mijn best doen om je niet met lege handen naar huis te laten gaan.
Toen de havik geantwoord had dat het hem ging om wat voor voedsel dan ook, sneed Mozes van zijn heilige ledematen net zoveel vlees af als een duif weegt en hij wilde het juist aan de havik geven, toen deze tot hem sprak: ‘O, profeet van God, ik ben Michaël en wat je denkt te zien als een duif, is Gabriël. De reden dat we in deze gedaante naar je toe gekomen zijn, is om je grootmoedigheid en je edele gedachten te onderzoeken en kenbaar te maken.’

Met deze woorden verdwenen ze.

.

Deze legende is te vinden in ‘Aus Michaels Wirken‘ van Nora von Baditz

.

Michaëlalle artikelen

.

1605

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël (5)

.

de hedendaagse strijd van Michaël

Een rijke kindertijd is een bron van rijkdom voor het latere leven.
Feesten die op een mooie manier gevierd zijn, vormen herinneringen aan de kindertijd.
Oeroud zijn de feesten omtrent het keren van de zon in winter en zomer.
Kerst en Pasen werden belangrijke feesten voor het christendom. Met de prachtige gebruiken die in een beeld de zin verduidelijken, maken ze grote indruk op de ziel van het kind.
Het feest voor de herfst, die Michaëlstijd heet, is daarentegen nog een jong feest dat in wording is, omdat nu pas in de ziel van de mens de krachten ontstaan die tot een Michaëlsfeest kunnen uitgroeien. We moeten nog leren dit feest te vieren. Wat een opdracht voor opvoeders die dit toekomstige moeten voorbereiden!

De voorschristelijke feesten waren steeds verbonden met het leven in de natuur; de christelijke feesten horen meer bij het morele leven van de mensenziel. Voor het geestesleven van nu is het een verheven doel het moreel – geestelijke en het zintuiglijke natuurleven waarvan de samenhang voor het menselijk bewustzijn al zo lang gescheiden is, weer met elkaar te verbinden. Het zou een verdieping betekenen in de geschiedenis van het geestelijke wanneer feesten gevierd zouden kunnen gaan worden wanneer beide elementen meegenomen worden: het meeleven met de Christus in het verloop van het jaar en de werking van dezelfde goddelijkheid in de natuur.

De michaëlsdag op de kalender is 29 september.
Het beeld van de aartsengel die de draak overwint, is het grote oerbeeld voor een herfstfeest.
De Bijbel schetst hoe Michaël bij de opstand van de engelen de grote tegenwerker, die draak wordt genoemd, overwint en hem uit de geestelijke werelden verstoot. Hij leeft sindsdien in de zintuigwereld van de aarde als geestelijk wezen

Rudolf Steiner zet uiteen dat de opstandeling in de onschuldige, uiterlijke natuur die een spiegel is van het goddelijke, niet kan leven, maar dat hij een verblijfplaats heeft gevonden in het innerlijk van de mens.
En Michaël voert nu de strijd tegen de draak in het innerlijk van de menselijke natuur verder, wanneer de mens zich met hem (Michaël) verbindt.

De monnik in de middeleeuwen streedt door zelfkastijding en vasten tegen zijn eigen lagere natuur alsof het een draak was.
In de loop der tijden wordt niet alleen de mens anders, maar ook de engelen en de verleidende machten.
Wat kunnen we nu onder de gestalte van de draak verstaan?
Om een werkelijk antwoord op die vraag te krijgen, is het noodzakelijk in te zien dat de verleidingsmachten van twee kanten de mens proberen in hun greep te krijgen. Ze kunnen hem van binnenuit, vanuit zijn ziel bedriegen of van buitenaf, vanuit de zintuigwereld.
‘De begeerte is de wortel van alle kwaad’, zegt de Bijbel. Wie meer wil zijn, dan hij is, wordt eerzuchtig (het Duits heeft hier de woorden ‘Geiz’ en ‘Ehrgeiz’, wie maar wil hebben dan nodig is, zit vol begeerte. Ehrgeiz en Geiz bijv. zijn een uitdrukking van deze dubbele kans om verleid te worden.

De dubbele gestalte van de duivel is op veel middeleeuwse prenten nog te zien in bijv. de slang van het Paradijs die aan de bovenkant de gedaante van een vrouw aanneemrt, aan de onderkant die van een slang. Ook in oude spelen, waarin de duivel de naam Lucifer en Satanas draagt, komt die dubbele natuur tot uitdrukking, bijv. in het Reditiner Paasspel. Daarin wordt getoond hoe die twee elkaar sterker maken. Wanneer de verleiding van Satanas slaagt, zijn er voor Luifer ook nieuwe kansen in de strijd om de mensenziel. Uit het Oosten komen de namen Lucifer en Ahriman.
Heel vaak zijn de beide figuren niet duidelijk van elkaar te onderscheiden, heeft de ene trekken van de andere.
Wat hier in een beeld uitgedrukt wordt, kan psychologisch door waarneming door ieder mens gevonden worden die zelfkennis probeert te krijgen.

De verleiding van buitenaf door de zintuigen heeft er steeds meer toe geleid dat de mens die de wereld waarneemt de geestelijke kant van de natuur is gaan verliezen.
Tegen dit gevaar hoefden de mensen die in wat in de natuur werkzaam was, nog gnomen en elfen waarnemen, vroeger niet te strijden.
Voor nu ligt hierin een opdracht.
De wereldmacht die met de slang omschreven wordt, heeft zijn werking er steeds op gericht de mens uit het paradijs van zijn geestelijk thuis te verdrijven en hem alleen voor waar te laten houden  wat hij in de zintuigwereld ziet.
Nu vandaag de dag de uiterlijke kant van de zintuigwereld uit en te na onderzocht is, is het innerlijk van de natuur voor de beleving van de mens verloren gegaan. Er is heel veel inspanning nodig om de weg daartoe weer terug te vinden en bij de inspanning hoort moed.

Dat is heden de strijd van Michaël tegen de draak.

Vroeger konden de natuurwezens met de mens samenleven. Alle sagen spreken daarover. Zij hebben het samenleven met de mens nodig en krijgen daardoor deel aan geestelijk leven, dat zij alleen niet kunnen hebben. Zij vereenzamen sinds de mens ze niet meer beleven kan. Voor de mens zijn ze dood, maar daardoor zijn ze in de invloedsfeer van de draak gekomen.

Rudolf  Steiner beschrijft de draak in de mens als een ‘bovenzintuiglijk wezen in de wereld van de zintuigen’, dat door zijn bestaan naar zich toetrekt en ermee verbindt ‘wat uit de verten van de natuur naar de mens toestroomt als iets wat bovenzintuiglijk elementair is…., en in plaats dat de mens door wat hij in zijn ziel meedraagt, door zijn gevoel de elementairwezens, bijv. van de planten, verlost uit hun betovering, verbindt hij ze juist met de draak, laat hij ze in zijn lagere natuur met de draak ondergaan’.

Alles wat als een nieuw kennen van de natuur nagestreefd wordt, waarbij de mens niet alleen maar met zijn intellect, maar als totale mens actief is, is een deel van het grote streven, van die strijd die Michaël in de mens met de draak aangaat.
Rudolf Steiner beschrijft hoe de wezens in de wereld er in hun eenzaamheid aan toe zijn: ‘De lelie wanneer ze haar bladeren, met name haar bloembladeren uitvouwt, wacht eigenlijk op iets. Zij zegt bij zichzelf: ‘Er zullen mensen aan mij voorbijlopen, mensen die naar me kijken en wanneer er genoeg mensen hun blik naar me richten, zal ik – dat zegt de geest van de lelie – bevrijd worden van de betovering en kan ik mijn weg in de geestelijke wereld beginnen…..’

Overal in onze omgeving zijn deze elementairgeesten en die roepen eigenlijk naar ons: ‘Kijk toch niet zo abstract naar de bloemen en maak er toch niet van die abstracte beelden van, maar open je hart, je gevoel voor wat er aan geest en ziel in deze bloemen huist! Dat wil zo graag verlost worden uit een betovering, door jullie!
En het menselijk bestaan zou eigenlijk  een voortdurende verlossing moeten zijn van de betoverde elementairwezens in de gesteenten, planten en dieren.”

Ieder mens kan de waarheid van deze bewering ervaren. Die spreekt duidelijk uit wat invoelend de eigen ziel zegt.
Deze strijd van Michaël met de draak is in deze tijd alleen mogelijk, wanneer de mens eraan deelneemt door de manier waarop hij zijn kennis gebruikt. Op de mens en hoe hij zich geestelijk ontwikkelt, wachten eigenlijk alle wezens in de wereld. Wanneer de kennis van de natuur zich verruimd tot kennis van de geest, wordt het verlangen van de elementairwezens aan wie de mens dank verschuldigd is, vervuld.

De sprookjes zijn de beelden van de wegen die de ziel van de mensheid gaat. Het kan niet anders dan dat in veel sprookjes het michaëlsmotief zit.

Dat wordt hier duidelijk bij het sprookje van Sneeuwwitje.

De stiefmoeder heeft Sneeuwwitje, de mensenziel, uit het rijk van de koning, het geestesrijk, verstoten in het donkere bos van het aardse, lichamelijke leven. De jager, die in vele sprookjes als goede helper verschijnt, zorgt ook hier voor een goede wending van wat de koningin zo boosaardig voorstond. Hij doodt Sneeuwwitje niet, maar laat haar leven; d.w.z. op het aardse plan moet haar zelfbewustzijn bewaard blijven. Sneeuwwitje komt bij de dwergen.
‘Wie heeft er van mijn bordje gegeten? Wie heeft er van mijn brood genomen?’ In deze vragen komt tot uitdrukking hoe ieder mens leeft van wat de elementair wezens toebehoort. De dwergen houden van Sneeuwwitje die voor hen zorgt.
Maar de stiefmoeder kijkt in haar spiegel. De spiegel is het voorwerp dat van de natuur aan de zintuigen aanbiedt, wanneer je niet achter de sluier van de uiterlijke verschijningsvorm kan doordringen. Voor de dwergen die Sneeuwwitje nodig hebben, is de menselijke ziel het mooiste wat er voor hen bestaat. ‘O, koningin, u bent de mooiste hier’ (hier in het rijk van de zintuiglijke schijn), zegt de spiegel, ‘maar Sneeuwwitje over de bergen (dat is de grens van de twee werelden) bij de zeven dwergen (bij de elementairwezens) is duizendmaal schoner dan gij”.
De menselijke ziel wordt nog meer door de boze koningin, je kan ook zeggen door de slang of de draak, vervolgd. Eerst snoert de koningin haar in. Het beeld van de insnoering wil zeggen dat de grotere wereld van het zielenleven steeds meer in het lichaam samengedrukt wordt. Als gevolg daarvan valt Sneeuwwitje flauw en is ze blind voor het rijk van de elementairwezens.
Daarna wordt ze met de kam vergiftigd. Het haar duidt op een verbinding van het hoofd met de geestelijke wereld. Het kammen lijkt een beeld voor die kracht van het denken die alles uiteenrafelt (uitkamt) en ordent. Omdat de dwergen Sneeuwwitje en het samenzijn met een menselijke ziel nodig hebben, waarschuwen ze voor de boze koningin, die haar van hen wil scheiden.
Het beeld van het eten van de appel herhaalt op tere manier het Paradijsverhaal waarin nog duidelijk het bewustworden van het eigen lichaam en de zintuigwereld doorklinkt.
In het sprookje wordt de gang van zaken vanuit het beleven van de elementairwezens geschilderd voor wie Sneeuwwitje is gestorven, terwijl ze voor de zintuigwereld wakker wordt. De dwergen en de vogels, je kan ook zeggen heel de elementairwereld, knielt bij haar kist waarin het ‘dode’ Sneeuwwitje ligt. Dat is een indrukwekkend, schokkend beeld. Het is het beeld dat alle wezens in de wereld beleven sinds het denken van de mens intellectueel is geworden, sinds het ‘donkere tijdperk’ aangebroken is.
Met de draak die Michaël doodt, wordt meer het ahrimanische wezen bedoeld. In het Paradijsverhaal en in dit sprookje wordt meer de luciferische kant getoond. Omdat echter beide machten afhankelijk zijn van wat de andere bewerkstelligt, zit in het beeld van de koningin die zielenkracht die zoals de draak dat doet, de blik van de mens op het geestelijke in de natuur verduistert, zodat alleen de buitenkant zichtbaar is.

Michaël helpt de menselijke ziel de matheid van de kennis te overwinnen.
In het sprookje komt de koningszoon bij de glazen kist en verlost Sneeuwwitje van het gif van de appel.
De aartsengel Michaël bezit deze kracht omdat hij de draak overwonnen heeft.
Een overwinning op de draak komt in dit sprooje niet voor, omdat het verteld is vanuit het beleven van de elementairwezens.

Michaël is de bode van Christus.
In het sprookje gaat de koningszoon verder waar de jager mee is begonnen die Sneeuwwitje van de boze koningin redde en haar in het bos vergezelde en haar in de ware zin van het woord, het leven schonk.

.

Elisabeth Klein, Erziehungskunst jrg.18, nr.9/10 1954

.

Michaël: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

.Sprookjes: alle artikelen

.

1602