Tagarchief: Michaëltijdperk

VRIJESCHOOL – Michaël (52)

.

Wij associëren Michaël vaak met de katholieke kerk, maar in 1726 bijv. schreef Bach een cantate (nr. 19) ‘Es erhub sich ein Streit’ – er ontstond een strijdvoor Michaelistag (Sint Michiel, 29 september), de feestdag van de aartsengel Michael, die Luther op de liturgische kalender handhaafde wegens zijn grote populariteit in Duitsland, en die in Leipzig het begin van de najaarsbeurs (Michaelismesse) inluidde.
Michaelistag was één van de grote feesten, van de orde van Kerstmis en Pasen, waarop de cantor met groot materieel placht uit te rukken, terwijl er veel Messegasten in de stad waren. [1]

Rudolf Steiner belichtte de aartsengel Michaël van vele kanten. Het zijn voor velen van ons moeilijke, soms niet zo toegankelijke gezichtspunten. 
En het ligt voor de hand dat anderen dan proberen te verduidelijken. Dat deed ook Walter Johannes Stein die o.a. leraar was aan de 1e vrijeschool te Stuttgart toen Steiner daar de leiding had. Stein schreef kort na de dood van Steiner een artikel in ‘Das Goetheanum’ [2]:

MICHAËLTIJD

De mens is niet alleen door dagen, maanden en jaren in de ritmen van de kosmos ingeschakeld. Er zijn veel grotere kosmische ritmen, die in de ontwikkeling van de mensheid een rol spelen. Een daarvan is bv. de verschuiving van het lentepunt, dat zich in 25920 jaar eenmaal door de gehele dierenriem verplaatst. Dit is het grote Platonische jaar. – De aarde krijgt nieuwe impulsen uit de kosmos, telkens wanneer de zon in de lente uit een ander sterrenbeeld de aarde toeschijnt. En de mensheid als geheel, in zoverre zij aarde-mensheid is, maakt dat mee. Zo ontstaan de opeenvolgende cultuurperioden, die als het ware de maanden voorstellen van het kosmische jaar. Maar terwijl in het gewone jaar de Stier-maand op de Ram-maand volgt, volgt de Ram-cultuur op de Stier-cultuur. De richting is dus omgekeerd.

Nog in een ander ritme is de mens ingeschakeld, dat we de kosmische week zouden kunnen noemen. Het zijn de zeven opeenvolgende perioden, waarin telkens een van die aartsengelen ‘regeert’, die als tijdgeest werkzaam zijn en die aan een bepaald tijdperk het karakter geven van de planeet, die ze vertegenwoordigen. Maar ook hier is de planetenopeenvolging omgekeerd van die van de weekdagen. De Maan-aartsengelperiode gaat vooraf aan die van de zon, de Saturnus-‘dag’ volgt op de Zonne-‘dag’. De opeenvolging is dus als volgt:

Orifiel – Saturnus
Anael – Venus
Zachariel – Jupiter
Rafael – Mercurius
Samael – Mars
Gabriel – Maan
Michael – Zon

Een dergelijke aartsengelperiode duurt 3541/3 jaar. Ook dit is een kosmisch getal, het is het aantal dagen van een zgn. maanjaar.

Johannes Trithemius, Abt van Sponheim (1462-1516) spreekt over deze aartsengel-perioden. Wanneer men probeert zijn boek: ‘De septem intelligentiis’ (over de zeven planeten-intelligentie’s) te lezen, dan krijgt men de indruk: hier is de studie van de zeven vrije kunsten tot hun kosmische oorsprong teruggevoerd.

Het is wijsheid, die verloren is gegaan, totdat Rudolf Steiner in een nieuwe vorm weer over de aartsengelperioden gesproken heeft. En hij maakt het ook mogelijk, te begrijpen, waarom Trithemius van Sponheim en ook Agrippa van Nettesheim over ‘Intelligentie’s’ spraken, wanneer zij de planetenaartsengelen bedoelden. Om zich hierover een enigszins bruikbare voorstelling te vormen heeft men het meest aan de derde band van de karmavoordrachten, de ‘Karmische Zusammenhange der Anthroposophischen Bewegung’. [3]
Dr. Steiner zegt daar (8 Aug.):
Kosmische Intelligenz sind die gegenseitigen Verhaltungs-Massregeln der höheren Hierarchien.
Intelligentie, dat zijn de wederzijdse gedragsregels van de hogere hiërarchieën.
Wat zij doen, hoe zij met elkaar omgaan, hoe zij zich tot elkaar verhouden, dat is kosmische intelligentie.

Het is dus datgene, wat aan de kosmische harmonie ten grondslag ligt. Michael is de eigenlijke beheerder van de kosmische intelligentie, maar het is tenslotte toch zo, dat die kosmische intelligentie gespecificeerd is in Zonne-intelligentie en de verschillend genuanceerde planeten-intelligenties; ja, er bestaat zelfs een soort tegenstelling tussen de zonne-intelligentie en die van de andere planeten. Zo is het dan ook begrijpelijk, dat een periode, waarin de zonne-aartsengel Michael de impulserende tijdgeest is, sterk in conflict kan komen met datgene, wat als denkgewoontes en geestelijke inzichten tot ontwikkeling gekomen is in de voorafgaande Gabriel-Maanperiode.

Rudolf Steiner geeft evenals Trithemius en Agrippa von Nettesheim het jaar 1879 aan als het begin van de Michaelsperiode, waarin we nu leven. Dat Rudolf Steiner de maand november daarvoor aangeeft en de beide anderen oktober, hangt daarmee samen, dat de laatsten de datum berekenden volgens de aan hen bekende ritmen, terwijl Rudolf Steiner het historische gebeuren geestelijk af kon lezen. Dit Michaeltijdperk zal duren tot 2234.

Wat zijn de meest typerende kenmerken van een Michaelstijdperk?

We kunnen ons daarvan een voorstelling maken door het historische beeld van het vorige Michaeltijdperk, dat duurde van 601 – 247 v. Chr. Het is de tijd van de grote Griekse denkers, kunstenaars en dichters. Van Thales en Heraklitos, van Pythagoras, Plato en Aristoteles, van Aeschilos, Sophokles en Euripides, van de hele wonderbaarlijke Griekse beeldhouwkunst. Maar het is ook de tijd van de profeten Jesaia, Jeremia en Daniël, van Gautama Buddha, van Lao Tse en Confusius, Kyros, de stralend-lichte koning der Perzen voert zijn gesprekken met Zarathas, in wie het Ik van Zarathustra woonde. Maar het is ook de tijd, waarin oude rijken vernietigd, nieuwe gevormd worden, die dan spoedig weer te gronde gaan. Tien van de twaalf stammen van Israël worden vernietigd, maar het enorme rijk van de veroveraars wordt verpletterd door de Babyloniërs, deze wederom onderworpen door de Perzen. De geweldige vloedgolf van de Perzen echter breekt aan de weerstand van het kleine volk der Grieken. En Alexander verovert in weinige jaren de bestaande machtige rijken en doordringt ze met datgene, wat het jonge Europa als geestelijk element ontwikkeld heeft.

Maar bij al dat tumult leeft in de mensenzielen de Messiasgedachte – niet alleen bij de profeten van het Oude Testament. In de Zend Avesta, die in die tijd geschreven wordt, wordt de geboorte van het Zonnewezen verkondigd, de grote Heiland, ‘tot in de beenderen’; Lao Tse zoekt naar het Tao, het oerwoord, de Logos. En in Plato’s Republiek wordt het lijden en de kruisdood geprofeteerd van een goddelijk wezen, dat geheel rechtvaardigheid is en dat alleen in staat zal zijn de mensheid te redden. Dezelfde karakteristiek vinden we terug in het Michaelstijdperk, dat in 1879 begonnen is.

De grondvesten van de oude wereld zijn grondig aan het wankelen gebracht. Wat is er over van het Rijk van Bismarck, wat van het Britse Imperium? Zo snel zijn de grote verschuivingen opgetreden, dat het gerechtvaardigd is zich af te vragen, wat er over 100 jaar over zal zijn van de kolossale rijken, die nu de wereld beheersen.

In een Michaelperiode komt de onderste steen boven te liggen.

We kunnen de ruïnes, die telkens weer om ons heen ontstaan, weer opbouwen. Maar het heeft alleen zin, dat te doen, wanneer we ons vertrouwd maken met de gedachte, dat ook wat we nu bouwen, spoedig weer een puinhoop zal zijn. En dat het niet zo belangrijk is, als dat gebeurt, want dat het erom gaat, dat we geestelijke gebouwen optrekken, die voort blijven bestaan, ook wanneer de uiterlijke aardse omhulling wegvalt. – Nog altijd zijn er mensen, die denken, ‘dat het nog wel weer eens zo goed zal worden als vroeger’.

Wie deze tijd werkelijk beleven wil, moet er zich rekenschap van geven, dat geen enkele zekerheid van de voorafgaande Gabriel-periode kan blijven voortbestaan: niet de zekerheid van de materiële welvaart, niet die van het geborgen zijn in het gezin, de familie, niet vooral de zekerheid van het berekenbare. Alles, wat het maan-orgaan in de mens, de hersens, gedacht heeft over de wereld van het berekenbare, de hele natuurwetenschap, die de mensen het gevoel gegeven heeft, zeker te staan op een aarde, die men kende en beheerste, zal blijken een gebouw te zijn, dat tegen de stormen van een Michaelstijdperk niet bestand is en het zal instorten in de eeuwen, die voor ons liggen.

Het is zeker geen gemakkelijk lot, in een Michaelstijdperk geïncarneerd te zijn, maar wie begint te begrijpen, waarom het in deze tijd gaat, kan het beleven als een geschenk, de afbraak van het oude en de opbouw van het nieuwe mee te mogen maken. Ook in ander opzicht kondigt dit Michaelstijdperk zich aan zoals het voorafgaande. – Plato en Aristoteles, Daniël en Buddha, ze waren boden van Michael, die zijn heel bijzondere vorm van intelligentie op aarde voor de mensen toegankelijk moest maken. Tot op onze tijd zijn we geestelijk gevoed geweest door wat zij gedacht en verkondigd hebben. –
Aan het begin van het nieuwe Michaelstijdperk trad Rudolf Steiner op, de grote ingewijde, die door zijn eerste grote werk de ‘Filosofie van de vrijheid’ [3] het menselijk denken de weg wees naar een nieuwe vorm van denken, die het aan het maanorgaan gebonden denken moet overwinnen.

Steeds meer werd zijn werk de reine Michael-boodschap. In de Michael-Imaginatie (5 okt. 1923), in de Michaelsbrieven, die hij vanaf zijn ziekbed tot ons richtte, in de spreuk van zijn laatste voordracht, staat Michael voor ons als de geestelijke inspirator, wiens ernstige blik ons vermaant de hoge vlucht van het reine denken doelbewust na te streven.

Maar Rudolf Steiner heeft over vele grote individualiteiten gesproken, die in de komende tijden wederom op aarde geïncarneerd zullen worden. Zodat we zeker kunnen zijn, dat steeds meer van hen als boden van de tijdgeest Michael onder de mensen werkzaam zullen zijn.

En ook de derde karaktertrek van het vorige Michael-tijdperk kunnen we nu terugvinden: de Messiasgedachte, de Christusverkondiging. Om ons heen zien we die Messiasgedachte tot uitdrukking komen in alle mogelijke sekten en verenigingen, waarvoor we misschien niet veel sympathie hebben. Maar het is toch het verlangen, ja, de gewisheid van het nieuwe Christusgebeuren, dat echter te vaag is en daarom in zijn uitdrukking onbevredigend!

Duizenden welmenende mensenzielen sluiten zich aan bij de Jehova-getuigen of de Morele Herbewapening (1955!) en vele andere mensengroepen die geen bevrediging meer vinden in het dogmatische – vooral het protestantse christendom, dat in de Gabriel-periode ontstaan is, omdat half bewust in hen de overtuiging leeft, dat een nieuwe Christusopenbaring gaat komen.

Zoals het vorige Michael-tijdperk de komst van de Christus op aarde aankondigde en voorbereidde, zo brengt dit Michael-tijdperk het verschijnen van de Christus in etherische gestalte.
Rudolf Steiner heeft ons over deze nieuwe Christusopenbaring gesproken.

Steeds talrijker worden de mensen, die hem aanschouwd hebben.

Michael is de Christus-bode, de strijder voor Christus bij uitnemendheid. Hij heeft dit als opgave op zich genomen in een oerver verleden, gedurende de Zonnetoestand der aarde. Daar maakte Michael als aartsengel zijn mensheidstrap door, zijn ik-ontwikkeling. En zo maakte hij bewust mee, hoe op de oude Zon het nieuw ontstane licht sommige zonnewezens tot hoogmoed verleidde, tot een alleen nog maar licht-wezen willen zijn, dat met de duisternis niets te maken wilde hebben. Aan de andere kant balde duisternis zich samen en er ontstonden duisternis-wezens, die geen kosmisch licht uitstralen konden. – Tussen licht en duisternis echter het evenwicht tot stand brengend, was daar het hoogste zonnewezen, het Christuswezen. -En zoals wij nu als ik-bewuste mensen kiezen kunnen, welke weg we gaan willen, zo koos toen Michael de weg van de Christus als zijn bode en strijder, als een mee-bewaarder van het evenwicht tussen te veel licht en te veel duisternis. – Aan dat gebeuren worden we herinnerd, wanneer we Michael voorgesteld zien met de weegschaal.

En zo innig verwant is Michael in zijn wezen met de Christus, dat hij Hem zijn aartsengel-gestalte ter beschikking stelde, toen de Christus, in de Atlantische tijd, helend in de ontwikkeling van de mensheid ingreep, zoals later Jezus van Nazareth zijn stoffelijk lichaam offerde voor het gebeuren in Palestina. (Zie: ‘Die vier Christusopfer’.)

Is dus Michael de regent van een bepaald tijdperk, dan is het kenmerk van die tijd de strijd tussen licht en duisternis.

Dan wordt al datgene afgebroken, wat de mens bindt aan de krachten van de duisternis, aan de materie. Wie niet huis en hof opgeven kan om de Christus te volgen, kan de opgave van een Michaeltijdperk niet vervullen. Niet in de zin van de armoede der middeleeuwse monniken. Maar in het ‘intelligente’ hanteren van het aardse in de vorm, waarin het ons ter beschikking gesteld wordt. Als een instrument, waarmee we het geestelijk dienen kunnen. Dit geldt voor landen en volken, maar ook voor de enkele mens. Want Michael grijpt diep in het persoonlijke karma, in ziekte en tegenslagen. Daarom tracht Ahriman de ziekte uit de weg te ruimen, wil ieder beschermen voor de gevolgen van tegenslagen en rampen.

Hoezeer ook dit Michaelstijdperk in zijn uiterlijke verschijning te vergelijken is met datgene, dat voor 2480 jaar begon, innerlijk heeft het een heel eigen karakter. – Het vorige eindigde 247 voor Christus. In het daarop volgend Orifiel-tijdperk had het Mysterie van Golgotha plaats. In de daarop volgende eeuwen heeft de mensheid getracht, zich met dit gebeuren te verbinden. Het is als het ware een zware kosmische werkweek geweest. Iedere ‘dag’ heeft een nieuwe begripsnuance gebracht. En het is interessant, na te gaan, welke nuance het christendom aannam gedurende het regentschap van een bepaalde aartsengel. – Maar nu is het wederom ‘Zondag’. Nu wordt er niet alleen een nieuwe impuls gegeven, er wordt als het ware rekenschap gevraagd van datgene, wat de mensen in de bijna 20 eeuwen gedaan hebben met dat, wat door het Mysterie van Golgotha aan de aarde geschonken werd. En de nieuwe impuls, die Michael geeft, is deze: nu is de tijd gekomen, met de volle kracht van de kosmische intelligentie, zoals Michael die de mensen schenkt, het Mysterie van Golgotha te begrijpen. Niet alleen meer in de Christus te geloven, hem te denken en te begrijpen.

En wanneer nu in de Michaeltijd het beeld voor ons staat van de drakendoder Michael, wiens zwaard gesmeed is uit het kosmische ijzer, dat zich aan ons in de lichtende sterrenregens geopenbaard heeft, dan beseffen we, dat dit beeld ons de eigenlijke impuls geeft voor de tijd waarin we nu leven. Dan begrijpen we ook, dat we nog leren moeten, het Michaels-feest werkelijk te vieren. En vanuit het Michaels-feest zullen we de andere jaarfeesten zo gestalte kunnen geven, als het voor onze tijd nodig is.

In het Gabriel-tijdperk, dat van 1525 tot 1879 duurde, was het kerstfeest het feest, van waaruit eigenlijk het jaar beleefd werd. Want Gabriel is de aartsengel van de geboorte. En het kerstfeest is nu veelal tot traditie geworden, een verburgerlijkt familiefeest, wanneer het niet door de geesteswetenschap, door het licht van de Michael-impuls, nieuwe vorm en inhoud krijgt.

Michael heeft de kosmische intelligentie, die hij beheerde ter beschikking van de mensheid gesteld in een tijdperk, waarin hij niet zelf als tijdgeest werkzaam was. Daarom kon Ahriman er zich van meester maken. Maar Michael heeft in een bovenzinnelijke ‘school’ de mensenzielen voorbereid, die op aarde die intelligentie wederom aan Ahriman ontrukken moeten. Nu hijzelf regent van de tijd geworden is, is die strijd begonnen. Mensenzielen zijn op aarde, komen op aarde, die voor die strijd door Michael zelf zijn voorbereid. En in dit jaargetijde staat zijn lichtend beeld voor ons, zeer nabij, dringend vermanend door zijn ernstige blik, dat we aan deze strijd actief deelnemen. Omdat, wanneer de kosmische intelligentie niet door de mens zelf aan Ahriman ontrukt wordt en in dienst van de Christus gesteld wordt, de gehele mensheid in de afgrond moet storten, waaruit de draak steeds weer zich opheft, wanneer het zwaard van Michael hem niet terugstoot. Wij, de mensen op aarde, moeten dat Michaelszwaard hanteren.

Elisabeth Mulder, vertaling, mededelingen Antroposofische Vereniging, jrg. 31 nr.10 1976

.

[1] Bron
[2] Das Goetheanum, 4 okt. 1925
[3] Karmaonderzoek 4
[4] Filosofie van de vrijheid

.

Michaëlalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldMichaël           jaartafel

.

2235

.