VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël (2)

 

.

voor veel meer (knutsels en liederen) :      Tineke’s doehoek en Antroposofie en het kind    vrijeschoolliederen

.
KNUTSELEN

draak van grillige tak
Van een grillige tak kun je met bladeren en dennenappels een mooie draak maken, vooral als je een krabbenpoot als staart (of kop) gebruikt.

Jonas 4, 21-10-1977
.
grasmatje weven
Een raamwerk maken van 4 stokken, spandraden worden er gewoon omheen geslagen. Voor de inslag nemen wij materiaal uit het bos zoals takjes, grassen, riet,  bladeren, hei enz. Wanneer het matje klaar is, kunnen we het verder versieren met trosjes bessen, rozebottels, hazelnoten en al wat verder het seizoen nog biedt.
.
herfsttafel
De herfst is een dankbaar jaargetijde voor onze seizoenen­tafel. De nieuwe ouders onder u zullen zich misschien afvragen: wat is dat en hoe moet dat, zo!n seizoenentafel? Welnu, op een mooie plaats in uw kamer of hal zet u een lage tafel, plank of kist, die u bekleedt met een lap stof, waarvan de kleur en het materiaal aangepast zijn aan het seizoen.

Hierop kunnen we nu alles wat het seizoen ons biedt uit­stallen. Nu, in de herfst bijvoorbeeld: eikels, kastanjes, beukennootjes, korenaren,  zonnebloemen etc.
Een boomstronk kan dienst doen als kabouterhuis, maar ook kunnen we met St. Michaël daar de draak in verstoppen. Boven de tafel hangen we een mooie plaat of ansichtkaart met een herfsttafereel.
Het fijne van zo’n tafel is, dat de kinderen ook hun ge­vonden schatten bij b.v. een boswandeling hierop kunnen uitstallen en zo het hele jaar door ook binnenshuis mee kunnen’leven met alles, wat zich in de natuur afspeelt. Kaboutertjes voor het kabouterhuis zijn makkelijk zelf te maken.
Materiaal: restjes gekleurd vilt en schapewol. Knip het manteltje van het dwergje. Naai de naad van de capuchon dicht en haal er op de aangeduide plaats een draad door om te rimpelen. Doe een plukje goed uitgeplozen wol in het manteltje, trek de draad aan en knoop die vast. Knip aan de onderkant de wol weg, waardoor een plat vlak ontstaat: nu kan het dwergje staan. Hierop kunnen we nu alles wat het seizoen ons biedt uit­stallen. Nu, in de herfst bijvoorbeeld: eikels, kastanjes, beukenootjes, korenaren,  zonnebloemen etc.
De draak.kunnen we maken van gekleurd papier en zijn lijf opvullen met appeltjes en andere vruchten. Met het St. Michaëlsfeest kunnen de kinderen dan met zelf gemaakte zwaarden en schilden op zoek gaan naar de draak, deze verslaan en opeten.
.
bron onbekend
.
In het gelijknamige artikel is sprake van allerlei knutsels die hieronder verspreid zijn te vinden. Het artikel gaf als voorbeelden:

herfstknutsel 4

Het genoemde droogpersje:

herfstknutsel 5 droogpersje

herfstknutsels
herfstknutsel 3Jonas 4, 21-10-1977

 

michael 6
Annet Schukking/ Hanneke v.d. Bij, Jonas, 18-09-1981)herfstknutsel 7
 herfstknutsel 6(bron onbekend)
.
kaars voor de Michaëlstijd
Neem hiervoor een dikke witte kaars en versierwas in allerlei kleuren: een groen-oranje draak kronkelt zich om de kaars heen – onderaan donkergroen en blauwpaars – naar boventoe worden de kleuren lichter; uit de muil komt vuur.
(Als we lang kneden zijn de kleuren goed te mengen, maar als de handen door het kneden té warm worden, blijft de was niet meer plakken – dan deze afkoelen onder de kraan).
Met het branden van de kaars wordt de draak langzaam verteerd. Geef kleinere kinderen een kleinere kaars. Ook zij kunnen dan hun eigen draak laten verbranden.

 

Michael kaars

kastanjes en eikels|
Ritsel, ’n herfstdanseresje is een heuse marionet van een kastanje en eikels, aan elkaar rijgen, neus een bosbes, rokje van blaadjes.

Michaël herfstknutsel 1

Michaël herfstknutsel 2

Het gewei van dit hert is gemaakt van twee esdoornvruchtjes

Michaël herfstknutsel 3kastanje uithollen; stokje erin. Klaar is de pijp.

Michaël herfstknutsel 4Een spin. Prikstokjes zig-zag in een kastanje; knoop een draad aan één van de stokjes, wikkel de draad om en om rond de stokjes. einde van de draad vasthouden, spin loslaten en…roets, daar gaat hij naar beneden.

Vrijeschool Leiden, nadere gegevens ontbreken)
.

kijkdoos
Een (schoenen)doos
Gewoon met lijm in de doos plakken zodat het een gezellig tafereeltje wordt. Wanneer u de deksel van de doos vervangt door een vel transparant gekleurd papier (rood of oranje), ziet het er helemaal betoverend uit.

Ideeën:
eikeltjes, kastanjes, herfstbladeren, paddenstoeltjes van bijenwas, kaboutertjes van vilt of bijenwas, droogbloempjes, takjes boerenwormkruid, trossen besjes, rozenbottels, grassen en granen.
.
koffertje om in te verzamelen
Beplak een kartonnen kinderkoffertje met gedroogde bladeren, bestrijk het met blanke lak en verzamel hierin herfstschatten.
.
kransen en slingers
herfstknutsel 8
lantaarntje
Op een feestelijk aangeklede Michaëlsherfsttafel kan een klein tafellantaarntje een gezellig lichtje zijn.
Een reep goudkarton van ca 60 cm lang en 20 cm hoog.
drie of vier raampjes erin uitknippen, transparant papier erachter en versieren met wat gedroogde bloemen, gras of blad.
.

mozaïek van zaden
Een zeldzaam zonnige zomer was het. In een bijna tropische warmte heeft het fruit zich overvloedig rijp laten stoven. Nu is het geoogst, gegeten, verwerkt of opgeslagen. Al eerder zijn de vele kleurige bessen verdwenen, de meeste waarschijnlijk in vogelmagen. Ver­dwenen voor het oog weliswaar, maar niet uit de kringloop van de natuur, waar het nu juist spannend wordt. Want in bessen zit zaad en in het zaad zit de toekomst van de plant. Het hangt er maar van af wat er met het zaad gebeurt, maar als het goed terecht komt, zal het in het voorjaar ontkiemen en uitgroeien tot een nieuwe boom of struik.
Ja, waar komt het terecht? Een boom als de lijsterbes bijvoorbeeld zou natuurlijk dom­weg z’n vruchtjes kunnen laten vallen in de verwachting dat daar dan wel nakomelingen uit opgroeien. Dat zou natuurlijk een on­voorstelbaar gedrang geven aan de voet van de boom en al die kleine lijsterbesjes zouden het ook niet zo best doen in de schaduw van de oude. Dat gebeurt dus niet. Als je over een heide-achtig terrein loopt, zie je dat de lijsterbessen verspreid staan. Hoe komen die bomen daar? Ze groeien in ’t wild, zijn niet door mensen geplant. Het zijn inderdaad de vogels die voor de verspreiding zorgen. Ze eten de bessen, verteren wel het vruchtvlees maar niet het zaad. Integendeel, het zaad on­dergaat in de vogelmaag een proces dat de kiemkracht bevordert. Daarna wordt het met een beetje mest op een of ander plekje gede­poneerd, waar het na de winter ontkiemen kan.
Het is trouwens interessant om te ontdekken hoe veelzijdig en inventief de verspreidings­technieken van zaden zijn. Behalve vogels doen ook mieren hieraan mee en helpen zo bijvoorbeeld het wilde viooltje. Maar veel bo­men en planten zorgen ook zelf voor de ver­spreiding van hun zaadjes door ze te voorzien van allerlei vernuftige voortbewegingshulp­middelen en hun dan snel de vrijheid te ge­ven. Zo zijn er de vliegers, zoals de gevleu­gelde (berk), de parachuutjes (paardebloem), de molentjes (esdoorn), de pluizen (distel), die zich op de wind laten meevoeren. Weer anders doen de klitten het, die zich met klei­ne haakjes aan dierenvachten vasthechten en dan bij het reinigen van de vacht afgeworpen worden, de zwemmers die het water verkiezen (kokosnoot) of de schutters zoals de springbalsemien!
Maar een echte zaaier is de mens: hij kiest bewust, veredelt, verzorgt en oogst, zaait weer en heeft zo zijn aandeel in de kringloop van de natuur. Daarnaast heeft hij ook zijn fantasie, zijn creativiteit. Een klein deel van de oogst mag gebruikt worden voor versie­ringen. Zo kun je bijvoorbeeld kettingen rij­gen van diverse boontjes, zoals kapucijners en kievitsboontjes: eerst een paar uur weken tot je er een scherpe stopnaald door kunt prikken. Of je kunt een sierknoop maken van de afgezaagde onderkant van een dennenappeltje. De achterkant gladschuren en een klein schroefoogje indraaien of een broche­speldje aan bevestigen. Een wat preciezer werkje is het maken van mozaïeken van zaden, heel mooi als je ze in hout inlegt en later met een stevige transpa­rante lak verglanst, als versiering van houten voorwerpen. Maar ’t kan ook eenvoudiger, bijvoorbeeld een deksel van een rond spanen doosje met zaden beplakken en dan eveneens, als ze goed vastzitten, lakken, waardoor ze ook niet meer losgestoten kunnen worden. Snij een aantal donkere jeneverbessen in twee helften, één plak je in het middelpunt van het deksel. Daaromheen straalsgewijs acht on­gepelde rijstkorrels. Knip nu twee mallen uit dun karton, één voor de binnenkring en één voor de gegolfde rand, dat wil zeggen van bin­nen open. Leg de eerste mal op het dekseltje (even vastzetten met prittstift), smeer lijm op de open ruimte en strooi er bijvoorbeeld gierst (goudgeel) op, goed alle gaatjes vullen. Neem de mal weg en leg de tweede er op. Halve jeneverbessen in de golven lijmen, de rest als boven vullen met bijvoorbeeld ra­dijszaad (paarsachtig). Mal wegnemen en de buitenrand vullen met zaad van koekoeks­bloemen of maanzaad (zwart). Probeer zelf andere zaden, andere figuren en andere combinaties. De tuin, het veld en de markt bieden volop materiaal!
.
Annet Schukking, Jonas 3, 01-10-1982
.
slang
Knip of scheur twee even lange repen papier. Leg de beide repen haaks op elkaar en maak de op elkaar liggende uiteinden vast met plakband of lijm. Vouw beurte­lings de repen over elkaar heen, tot het papier op is. De eindjes maakt u weer vast met plakband of lijm. Vouw een neus en plak van een stukje papier een tong vast. De slang kan gekleurd worden of van gekleurd papier gevouwen worden. Met dezelfde techniek kunt u allerlei dieren maken door de breedte van de repen papier te variëren.

herfstknutsel 10

 

Spatwerk met bladeren
Speels kunnen we allerlei platgeperste bladeren, naast of over elkaar heen, spattend op papier uitsparen met behulp van ecoline-inkt, een tandenborstel en een metalen thee­zeefje of spatraampje.
.
transparant

Sint-Joris en de draak
Voor de wat grotere kinderen en voor U zullen we hier een transparant beschrijven voor de Michaëlstijd; niet zo moeilijk als op het eerste gezicht lijkt. We gebruiken dezelfde techniek die al eerder in het voorjaarsnummer van Drieluik werd beschreven voor de wortelkindertjes. Dit tafereel is wel een stuk eenvoudiger.

Benodigdheden:
donkerrood karton,
dun en wat dikker wit karton,
enkele kleurtjes vloeipapier,
schaar
lijm.

Werkwijze:
Nr. 1. We maken 4 coulissen die achter elkaar komen te staan en beginnen met het donker­rode karton te knippen als lijst
Een goede grootte is 22 x16 cm.

Nr. 2. Van het iets dikkere witte karton knippen we het eerste landschap. Links de bergen.

Nr. 3. Net als 2, maar iets minder diep uitknippen, omdat het landschap goed zichtbaar moet worden achter coulisse 2.

Nr. 4. Net als nr. 1 knippen we een raamwerk, maar nu van het witte karton. Daarna beplakken aan de achterkant met de kleuren blauw – turquoise ~ rood in de linker hoek voor de vurige kant waar de draak staat. De rechter hoek wordt beplakt met stralend geel voor de plaats van de prinses. Probeer van buiten naar binnen van donker naar licht te plakken, waar­door in het midden een lichte opening blijft, één enkel geel velletje.

Op de voorkant van deze coulisse maken we rechts een hoge berg d.m.v. verschillende laagjes groen vloeipapier over elkaar te plakken. We gebruiken gescheurde stukjes vloeipapier.

Nr. 2 en 3. Nu scheuren we stukjes groen en bruin vloeipapier en beplakken beide coulissen hiermee. Rechts meer het groen en en links het bruin voor de grot van de draak.

Sint-Joris, de draak en de prinses knippen we van het dunnere witte karton.

Sint-Joris:
het paard en de lans blijven wit. Geef St.-Joris een  rode wijde mantel aan, door rood vloeipapier erop te plakken, dat aan alle kanten uitsteekt (zie stippellijn). Plak tegen de achterkant van het hoofd een gele aureool (zie stippellijn ). Vastzetten rechts vooraan op nr. 1.

De draak:
Een gedeelte van de draak is maar zichtbaar. Dit deel heb ik met turquoise, rood en oranje be­plakt – vurige felle kleuren, om hem goed uit de andere kleuren te voorschijn te laten komen. Vergeet niet het vuur uit zijn bek. Vastplakken links op coulisse nr. 3 tussen beide rotsbergen.

De prinses:
Staat heel in de verte op de berg. Met een oranje jurkje aan (zie stippellijn) plaatsen we haar helemaal op de achterkant van de laatste coulisse nr. 4. Daar kijkt ze van verre toe. Knip haar daarom ook niet te groot.

Maak de zijkanten van de coulisse d.m.v. stroken papier aan elkaar vast. Neem hiervoor 2×3 repen tekenpapier, van 6cm. breed en met de hoogte van de coulisse; dan iedere reep als een harmonica in vieren vouwen en plakken.

Deze beschrijving kan ook dienen als idee om er zelf verder mee aan de gang te gaan, bv. het maken van een kijkdoos waarin je de draak en Sint-Joris kan laten bewegen.

MichaEl St.Joris en draakknutsel 1

Michaël Joris en draakknutsel 3
Michaël Joris en draakknutsel 4
Michaël Joris en draakknutsel 2
(Aeola Baan, nadere gegevens ontbreken)
.

herfsttransparant

Materiaal:
herfstbladeren
dun karton
transparantpapier
schaar
hobbylijm

Er zijn bomen die prachtig gevormde bla­deren hebben. Die nemen we tijdens onze herfstwandeling mee naar huis om ze te drogen.
In twee stukken dun karton knippen we twee gelijke gaten, bijvoorbeeld in de vorm van een ovaal. De buitenkant kunnen we iedere gewenste vorm geven. Naarmate we de transparant groter willen maken, moet ook het karton steviger zijn zodat het niet krom trekt. Voor kinderen is een transpa­rant waar één herfstblad in past heel geschikt.
De binnenkanten van de twee stukken karton beplakken we met transparantpapier, waarna we één of meer gedroogde bladeren op het transparantpapier van één van de kartonnetjes met een beetje lijm aan de punten vastmaken. Als het blad op z’n plaats ligt plakken we het tweede karton­netje er met de transparantpapierkant bovenop en bevestigen aan de bovenkant een draadje om de transparant te kunnen ophangen.

herfstknutsel 9
.

versieringen op het raam

bladeren
Net geraapte of mooi gedroogde herfstbladeren in allerlei kleuren, met behangerslijm of bijenwas op het raam plakken. Voorstellingen, paddenstoelen, bomen of Michaël en de draak – maar ook willekeurig geplakte bladeren zijn mooi.

bijenwas
Tussen warme vingers dun uitgewreven stukjes gekleurde bijenwas tot een kleurig schilderij op het raam rangschikken.

(Jonas nr.2., 21-09-1979)
.

fietswiel
In een fietswiel een zon weven of een touwschering voor het raam spannen. Weef in oranje-gele tinten met verschillende materialen, zoals stroken textiel, papier, touw en wollen draden. Of met gedroogde grassen, bloemen en bladeren.
>

vloeipapier op het raam
Geknipte of gescheurde stukjes vloeipapier in herfstkleuren op het raam plakken.
.

 

vlieger vlieger

vlieger – drakenvlieger
Negenentwintig september is de dag van Michaël, de heilige die naar de oude legende de draak van het kwaad verslaat. Het Michaëlfeest is dan ook een gelegenheid bij uitstek om de draak eens op te laten. Zo’n draakje is heus niet zo moeilijk te maken. Nicole Karrèr vertelt er meer over.

Om deze draak te maken heeft u niet veel nodig:
stevig papier
een schaar
lijm
een speld
een borgringetje (wordt gebruikt met bout en moer als zekering tegen
lostrillen, vaak los verkrijgbaar bij de ijzerhandel).
Een lineaal is handig bij het inkerven van de vouwlijnen.

Vouw het papier dubbel en neem het pa­troon van het drakenlijf over, zó dat de gestip­pelde onderlijn tegen de vouw komt. Knip het lijf uit en kerf de vouwlijnen in. De grote vleugel moet uit enkel papier wor­den geknipt. De geschulpte rand van de grote vleugel steekt na het lijmen een flink stuk over die van de ondervleugel uit. Het is mooi dat te accentueren door de onderkant een donkerder tint te geven. Doe dat met pot­lood of viltstift, verf maakt het papier snel bobbelig.

Smeer de kop van de draak aan de binnen­kant in met lijm. Laat de ronde lijn van de achterste hoorn in gedachten doorlopen tot de vouwlijn om zo de lijmgrens aan te geven. Leg het borgringetje tussen de kopdelen, ge­deeltelijk valt het in de opening onder de kop. Voor de kopdelen tegen elkaar gedrukt worden, de speld in de vouwlijn schuiven langs het ringetje. Die speld beschermt de drakenneus bij botsingen en voorkomt tevens dat de hele kop al snel een knik krijgt. Het uitstekende ringetje heeft eenzelfde functie voor de onderkant en geeft de kop het nodi­ge gewicht om mooie duikvluchten te kun­nen maken.

Leg nu de grote vleugel met de eventueel bij­gekleurde onderkant boven voor u op tafel, dicht bij de tafelrand; de schulprand moet omhoog wijzen.

In het begin zal de draak mooie lange rechte duikvluchten maken. Als het papier echter wat te lijden heeft gehad zal hij al snel gaan cirkelen. Door een beetje te buigen aan de vleugels en de staart is dat nog een tijd te verhelpen.

Voor de lancering pakt u de draak bij de kop, daar waar het ringetje zit. Gooi hem met een vloeiende beweging van u af.

(Nicole Karrèr, Jonas, 20-09-1985)

DRAKENVLIEGER

1,2 en 3 vouwlijnen

Michaël vliegende draak

 

vlieger
even een draakje oplaten

Op zijn naamdag vloog Michaël naar de aarde. Hij zag een vlieger die be­weerde ook een engel te zijn en dat het touw waar hij aan vast zat hem al­leen maar belemmerde. Michaël sneed het touw door, waarop de vlieger machteloos naar de aarde kronkelde. Tineke Geus: ‘Je moet de draak altijd in de gaten houden’.

Een schitterende herfstdag: 29 september, het Michaëlsfeest. Langs de zonovergoten kade trekt een bonte stoet naar het park: de kersverse eersteklassertjes, gechaperonneerd door de negende klas van een vrijeschool. De leerlingen van de negende klas hebben vliegers gemaakt om die samen met de klein­tjes op te laten op de speelwei. Het enige probleem is dat er nauwelijks wind is. On­danks dat is het feest een groot succes. De kleintjes geven het gehol snel op omdat je wel heel hard moet rennen om bij deze fluisterwind een vlieger de lucht in te krij­gen. Af en toe lukt het een krachtpatser on­der de ‘groten’ en dan stijgt er een luid ge­juich op. Daarna wordt er lekkers uitgedeeld en de eersteklassers laten kastanjes met crêpepapieren staarten wegwaaieren: die doen het ook zonder wind!

De bakermat van de vlieger is China. Vliegers hadden daar vaak de vorm van een draak. Wanneer je een vlieger oplaat, kun je heel goed begrijpen dat de vlieger het beeld van de draak vertegenwoordigt: voordat je het weet duikelt hij weer omlaag. Je moet de draak altijd in de gaten houden. Bovendien heeft de draak het vermogen tot in de hemel te komen. Bij een oogstfeest werd een drakenvlieger met spreuken opgelaten, die zo de go­den konden bereiken. In Guatemala leeft nog het gebruik om aan het einde van de oogsttijd – op Allerheiligen -een ronde vlieger op te laten van gigantische afmetingen, vervaardigd uit bamboe en vloei­papier. Men hoopt daarmee de geesten van de doden te bereiken.
Ik herinner me dat wij vroeger ook briefjes met wensen langs het vliegertouw omhoog lieten klimmen. Een vrij banale vorm van een oude traditie. De vlieger lijkt dit soort activiteit op te roepen. In een Vlaams boek las ik over een kind dat een ‘draakje’ op ging laten op het strand. In veel talen is ‘draak’ het woord voor vlieger: in het Duits ‘Drache’, in het Frans ‘cerf vo­lant’ (vliegende griezel) en de Italianen spra­ken al in 1589 over de rechthoekige Chinese vliegers – waarschijnlijk de oudste vorm – als margiae maturalis: vliegende draak.
In de Middeleeuwen bestond er een griezelige vari­ant. Een gravure toont ons een drakenvlieger uit 1346 die een bom vervoerde. Het was een draakvormige windzak met vleugels die zich naar de wind richtte en de bom boven de be­legerde stad liet vallen.

Een hedendaagse drakenvlieger staat beschre­ven in het boekje Plezier met papier van Aart van Breda. Hij is gevouwen van een stevig stuk papier (tekenpapier) dat drie maal zo lang is als breed (31 bij 93 cm geeft een mooie vlieger). Teken de drie hulplijnen a, b en c. Knip de gestreepte hoeken weg. (figuur 1)

Michaël 2

Verdeel het stuk tussen AG en BH (zie fi­guur 2) met potloodlijnen in 17 gelijke stuk­ken (elk stuk is 4 cm). Teken de pootjes en snijd deze met een scherp mesje aan drie kanten los (let goed op de maten). Snijd ook de ogen los en verwijder de gestreepte rondjes in het midden daarvan. Knip de gestreepte stukjes bovenaan weg. Vouw het gestippelde randje om de stippellijn AB en weer terug. Vouw om de onderbroken stippellijnen DC en FE, en weer terug (de pootjes en de ogen blijven dus vlak liggen). Doe lijm op het ge­stippelde randje. Vouw de twee zijstukken naar elkaar toe om DC en FE en plak het be­lijmde randje op de bovenrand van het linker zijstuk (de lijn GH komt in de vouwlijn AB te liggen). Hierdoor ontstaat de driehoekige kokervorm die de vlieger stijf maakt.

Michaël 3

figuur 2

Hieronder volgt ook een beschrijving van de traditionele ruitvlieger, die een drakenkop van papier opgeplakt krijgt. Bij het maken van deze eenvoudige vlieger bevalt het mij nog steeds het beste om uit te gaan van een kruis, dat gemaakt is van stukken gespleten en bij­gesneden bamboestok. De verhouding tussen de korte en de lange stok is ongeveer 3:4. Zorg voor een evenwichtige verdeling bij het maken van het kruis en bevestig de latjes ste­vig aan elkaar met touw. Maak inkepingen aan de uiteinden van de latten en span langs de 4 einden een touw.

Maak nu het vliegerpapier op maat (met plakrand). Indien je meer kleuren wilt gebrui­ken de stukken aan elkaar plakken. Voordat het papier op de vlieger geplakt wordt moet de korte lat aan de achterzijde met een dun touw iets worden gespannen, zodat hij een beetje rond gaat staan. Als het papier nu om de touwtjes is geplakt rest ons nog een zoge­naamd ‘toom’ te maken, waar het vlieger­touw aan vast komt. Dit toom bevestig je door het ene eind van een dun touw aan het houten kruis te knopen, dit op dezelfde hoogte door een gaatje in het papier te ste­ken en daarna het andere eind aan de onderpunt van de vlieger te binden. Het toom moet zo lang zijn dat, als het in een hoek wordt gelegd, het precies bij het einde van de korte lat komt. Op die plek leg je een lusje in het toom. Als je de vlieger nu bij het lusje vasthoudt moet hij in evenwicht zijn. Als dit niet zo is, de lichtste kant iets verzwaren. De vlieger zal meestal een staart nodig heb­ben (een touw met verzwaring aan de onder­kant). Deze staart zal buiten aan de
omstan­digheden moeten worden aangepast.

Michaël 4

(Frans en Tineke Geus Jonas nr. 2, 16-09-1983)
.

vlieger – tunnel slee

vlieger2

vogel van dennenappel

herfstknutsel

vrouwtje appelwang
Wat heb je nodig:
Een echte appel en twee rozijntjes als ogen (hoeft niet).
Doe een (zak)doekje om het appeltje heen als hoofddoekje. Drie vingers verberg je in het hoofddoekje, en duim en pink zijn de armpjes als bij een poppenkastpop. Als je je kind van tevoren het appeltje flink laat oppoet­sen heeft het vrouwtje prachtig glimmende wangetjes.
.
waaiewindjes

herfstknutsel 2

(bron onbekend)
.
weegschaal

Zelf de balans opmaken

Vooral uit de middeleeuwen zijn vele af­beeldingen van Michaël bewaard geble­ven. Niet alleen als strijder met de draak, een kant die in onze tijd sterk naar voren komt, maar ook als drager van de weeg­schaal waarmee de gestorven zielen gewogen werden. In de ene schaal de ziel, in de andere het kwaad dat hij tijdens zijn leven heeft be­gaan in de vorm van een duiveltje. Kennelijk wordt een ieder gewogen, beoordeeld naar zijn eigen mogelijkheden en niet aan de hand van een objectieve maatstaf in de vorm van gewichten.

Het was dat gegeven dat mij deed besluiten een weegschaal te maken ter gelegenheid van het Michaëlsfeest. De septembermaand – de maand van de weegschaal! -, de herfstmaand is toch juist de tijd waarin de balans van de vruchtbare zomertijd moet worden opge­maakt, zowel uiterlijk in de vorm van de oogst, als innerlijk door je af te vragen wat je van ‘buiten’ – in de ruimste zin van het woord – hebt meegebracht en wat je daarvan kunt meenemen op de tocht naar binnen, op weg naar Kerstmis.

Voor het opmaken van die balans bestaan geen objectieve gewichten. Ik heb er dan ook geen gemaakt voor mijn weegschaal. Toch was de taart die ik bakte, uitgaande van een pakje boter in de ene schaal met eerst bloem, dan suiker, dan eieren en tenslotte verschil­lende vruchten die de balans herstelden, heel lekker.

Ik ben uitgegaan van twee gekochte schaaltjes met een diameter van 17 cm. De hele weeg­schaal is gemaakt van blank grenen met ko­perkleurige haakjes, kettinkjes en spijkers.
Voor het dragende gedeelte (tekening 1):
A 1 bodemplank, 1,8 cm dik, 51 cm lang, 21,5 cm breed.
B 1 plank, 1,8 cm dik, 47 cm lang, 17 cm breed.
C 1 achthoekig blokje, 1 cm dik, diameter 7 cm.
D 1 houten ring diameter 3,5 cm om de ingang van de steel in de bodem te camoufleren.
E 1 koperen ring als versiering.
F 1 bezemsteel van 47 cm lang.

Lijm en spijker de delen A, B en C op elkaar en boor in het midden een gat waar de be­zemsteel in kan worden klem gezet, niet te ruim dus.
Het gat van de houten ring moet waarschijnlijk wat uitgevijld worden.
Boven in de bezemsteel worden op een af­stand van 1,5 cm twee gaten van 1 cm ge­boord.
Met de figuurzaag worden die verbonden tot een lang ovaal.
Boor daar een klein gaatje dwars doorheen voor het asje dat straks de balans laat uitslaan.
Nu kan de be­zemsteel vast gezet worden in de basis, maar wie net als ik het versieren niet kan laten, moet dat eerst nog doen.
Ik nam een stukje messingfolie (van de ijzerhandel) en tekende er met een lege ballpointpunt een Michaël in. De achtergrond bewerkte ik met de achter­kant van een spijker om de gestalte beter uit te laten komen. Eigenlijk heb ik te dik folie gebruikt, neem liever de wat dunnere soort, dan komt de afbeelding duidelijker uit.
Om het plaatje goed te kunnen bevestigen, heb ik het met plakband stevig vastgezet voor ik het met (veel) spijkertjes vastnagelde. Dat is nodig om het dunne metaal niet te laten scheuren. Het plakband is later gemakkelijk te verwij­deren.
Boor in het dwarslatje (G), dat de schaaltjes straks moet dragen, op twee cm van de uit­einden een gaatje voor de koperen oogjes, en boor in het (absolute) midden een gaatje wat groot genoeg is om er een koperen buisje van lege ballpoint in te slaan. Door dat kleine buisje gaat straks het asje waardoor het geheel heel soepel draait. Bevestig deze hangende bezemsteel door een koperen spijkertje achtereenvolgens door een koperkleu­rig pailletje, de steel, de hanger, de steel en een pailletje te steken (tekening 2).
De pailletjes zetten het spijkertje klem.
Boor nu door de rand van de houten schaaltjes op drie plaatsen gaatjes waar s-vormige koperen oogjes in passen (tekening 3).
Haak daar steeds een dertig cm lang kettinkje aan en laat deze samen komen in een ander s-haakje wat in het oogje aan de drager gehangen wordt. Klaar! Wanneer het geheel eventueel niet helemaal in balans hangt kan er van de zwaarste kant van de hanger wat afgevijld worden.

(Nicole Karrèr, Jonas nr. 3. 28-09-1984)Michaël herfstknutsel 5 weegschaal

 

Michaël herfstknutsel 5   1   weegschaal

recepten

brooddraak
Er zijn 2 mogelijkheden:
1. in plat reliëf ( voor brooddeeg eigenlijk de beste manier)
2. in hoogstand, dus zittend rechtop (alsof je met klei bezig bent)

Bij meer kinderen zou je ieder kind zijn eigen draak kunnen laten vormen!

Recept brooddraak:
500 gr. bloem of meel
10 gr. zout
20 gr. gist (bij meel 25 gr.)
ca 4 dl water – evt. 1 scheutje olie

Bereiding:
De gist met suiker en warme melk laten wellen.
Zout door het meel roeren, daarna het gistmengsel.
Het deeg afmaken met water en de olie.
Enige tijd kneden en daarna 1 uur laten rijzen op een warme plaats.
Ten slotte op een bemeelde plank of tafel de brooddraak vormen met een krent als oog
Met een mesje vormgeven aan schubben, poten en bek.
Deeg van half-bloem, half-volkorenmeel geeft de beste resultaten.
Nog eens 15 min. narijzen
De oven in, waar de draak zich kan opblazen.
Stand 5 of 240º
30 minuten
.

rozenbotteljam
De vruchten schoonmaken, koken en door de groentemolen(zeef) malen.
Suiker bijvoegen, iets minder dan het gewicht aan vruchten.
Goed doorroeren en afsluiten in een glazen pot.*

Een vergiet vol
De bottels van de kroontjes ontdoen
glaasje water
voorzichtig aan de kook brengen in een pan met dikke bodem
deksel erop: half uurtje laten pruttelen
bottels en sap door de draaizeef
vocht en gezeefde massa een uurtje laten pruttelen met toegevoegd sap van 1 citroen en een kilo suiker.
Als de massa dik genoeg is – d.i – als een druppel sap op een koud bord niet meer uitloopt, kan men de potjes* vullen – afsluiten met een schroefdeksel of cellofaantje + elastiekje
*zorg voor brandschone spullen: met kokend water en soda uitwassen – niet afdrogen – maar op een schone doek laten uitlekken

.

vlierbessensap
De vruchten  goed wassen, met de handen afrissen, een goede pan gebruiken en zonder water op het vuur zetten, langzaam laten trekken, flink doorkoken, door een zeef laten lopen (niet kwetsen of roeren) en in goede flessen vullen, cellofaan er omheen, geen suiker gebruiken.
.

Marijke Wouters, Toke Moeskops, nadere gegevens onbekend)
.

Michaël: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: Michaël: tekeningen/transparanten    jaartafel

.

289-272

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

10 Reacties op “VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël (2)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – bijgewerkt | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – seizoenen – herfst (6) | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: VRIJESCHOOL – Peuter- kleuterklas – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  4. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – Michaël – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  5. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – Michaël – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  6. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – Michaël – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  7. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – Michaël (20) | VRIJESCHOOL

  8. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – Michaël – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  9. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – Michaël – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  10. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – Michaël – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s