VRIJESCHOOL – Schimmenspel

.

SCHIMMENSPEL

Wat voor een stemming roept het in ons op als we met een nevelige herfstdag naar buiten lopen en toeschouwer zijn van de vormen en kleuren om ons heen.

De nevel verstilt de bomen, de huizen, een koe op het.weiland; het is of een onzichtbare sluier iets gevangen houdt van de ware vorm, de ware kleur. Meestal krijgen wij, mensen, ook iets verstilds, gedrukts, tastends, omdat we ons niet uiteen kunnen zetten met de omgeving.

De lijsterbes, de appelboom in de tuin krijgen iets onwezenlijks, het huis aan de overkant vervaagt, was de schoorsteen lang of kort? Alles doet een appèl aan je herinnering – hoe was het ook weer –

Dan komt het moment dat de zon het wint van de grijsheid, er gaat zich iets oplossen, de kracht van het licht breekt door en soms verrassend snel is alles er weer: de rode bessen aan de lijsterbes, de gele appels in de appelboom, de schoorsteen van het huis aan de overkant.

Hoe kunnen we voor onszelf in de duisternis het licht gaan beleven: door de innigheid op te roepen, kleur aan te brengen aan onze belevingswereld, wat alleen kan als het licht eraan meewerkt. Dat is het boeiende, inspirerende van bijv. transparanten maken met zijdevloei, juist in dit jaargetij.

Een vorm die voor het hele gezin en ook voor allen die pedagogisch of kunstzinnig werken in welke zin dan ook, een avontuur kan zijn, is het aloude schimmenspel. Daarin zijn geweldig veel mogelijkheden. Het doek is altijd het uitgangspunt. De zijde waar het spel zich afspeëlt is goed belicht; de toeschouwer zit aan de andere kant in het donker. Als men zoiets gaat ondernemen moet men weten dat de spelers altijd schimmen zullen blijven; het kost het uiterste aan uitbeeldingsvermogen.

Een andere mogelijkheid is op het doek een decor aan te brengen van dun karton, daar bewegen zich uitgeknipte figuurtjes heen en weer langs het doek.

Jaren geleden in de Michaelstijd hebben we met een groep ouders en een kleuterleidster een prachtige Michaelslegende gevonden en getracht dit in een schimmenspel te verwerken.

Het werd een reis langs alle soorten materiaal, en van het schuchtere op weg gaan werd het jaar na jaar anders terwijl het motief hetzelfde bleef. Onze indruk was dat zwart-wit voor de kinderen niet aanvaardbaar is. Tussen het licht en het duister ligt een gebied van de kleur en dat neemt het kind in zich op, daarin beleeft het alle zielestemmingen van het verhaal. We vonden dat het decor levendigheid kreeg door het gebruik van zijdevloei en schapenwol.

Werkwijze:
Het contour wordt geknipt uit niet te dik karton; er blijven grote ruimten over waar we het materiaal gaan inwerken, maar eerst moeten we houvast hebben.

schimmenspel-1

witte lijnen: de uitgeknipte contouren met gekleurde schapenwol

schimmenspel-2

kartonnen groepje kan berg op en af

Structuur:
U werkt aan één motief waar het hele verhaal zich af kan spelen, vooral niet teveel hooi op de vork nemen, want alles wat open is vereist een werkstuk. U kunt dan beter later nog voorzichtig wat wegknippen.

Dan nemen we een oud stuk laken (wel gaaf), leggen het goed plat; de contour wordt er opgelegd; kijkt u goed naar de verhoudingen – onder kunt u een flinke baan karton overhouden, dat valt straks weg als we met gordijnen gaan opbouwen.

We lijmen wet transparante ljjmstift prit of pelistift de contour op het laken, zijkanten en onderkant kunnen zelfs even vastgeniet. Maar het moet niet zichtbaar zijn.

U weet dat wat u rechts uitwerkt – links gezien wordt en andersom!

Nu zoekt u in een of andere kamer of op zolder een werkterrein; het geheel wordt opgehangen, zó hoog, dat u er zelf makkelijk bij kunt en misschien zelfs zó, dat de kinderen eraan mee kunnen gaan helpen. Achter is een bureaulamp opgesteld die uw werkterrein verlicht, voor het doek moet genoeg ruimte overblijven om toeschouwer te kunnen zijn.

Nu gaan we aan het werk en steeds wordt het een kiekeboespel: ‘Achter maak ik iets wat ik voor kan bekijken’, denkt u eraan dat u niet in de lamp kijkt, dat is storend voor het beeld. Het moet alleen licht zijn.

We nemen alle kleuren zijdevloei die er in de handel zijn en gekleurde schapenwol en gaan nu als het ware schilderen, boetseren met dit materiaal.

Met zijdevloei kunt u grillige vormen scheuren, knippen als iets een speciale vorm moet hebben en voorzichtig frommelen, dan krijgt u onverwacht schaduwen en verdiepingen, die u goed kunt gebruiken bij rotspartijen, gebergten, stammen en takken en bladerdak van geboomte, struikgewas. Nooit te precies, iets aan het toeval overlaten en aan de fantasie.

De vaste contourlijnen van het karton gebruikt u om het zjjdevloei vast te plakken, ook weer met stift. Er ontstaat een ondergrond waar we met al de voorgenoemde technieken kunnen verdergaan. Lijmt u nooit grote delen op elkaar, maar hier en daar iets, zodat het net vast zit, dan blijven nog genoeg openingen om een ander kleurtje tussen te schuiven en zelfs bepaalde lijnen die er niet moeten zijn met gekleurde schapenwol weg te werken; gaat u mee met het landschap, gebergte of glooiing, u zult zien, al doende krijgt u het te pakken.

De figuurtjes worden niet te star in de vorm uitgeknipt, zodat het vrolijke, het statige, het sombere, als houding naar voren komt, bedreven mensen kunnen zich wagen aan bijv. beweegbare armpjes. De figuurtjes krijgen een stevig kartonnen voetstuk. In een doe-het-zelfzaak zijn dunnen houten roetjes te krijgen die we van boven iets splijten en met wat bisonkit of iets dergeljjks wordt het kartonnen voetstukje in het spleetje vastgelijmd. Er is nu een goed speelstokje aan het figuur. De haren kunnen weer van schapenwol zijn.

De belichting:
Zijn nieuwsgierige, inventieve vaders en grote zoons al eens komen kijken, dan moeten ze een kriebelgevoel krijgen: hier wil ik wel een belichting bij maken! – Zo niet, gaan we zelf experimenteren, hebben wij ook gedaan.

We zijn begonnen met de bureaulamp en geëindigd met een
dia-projectieapparaat! Goed neergezet krijgen we daarvan een mooi basislicht. Wij kochten verschillende kleuren cellofaan. Het best hanteerbaar zijn stukken van boven en onder vasthechten aan karton en-dan heen on weer bewegen dichtbij de lichtbron. In een later stadium kwamen we op het idee een raamwerk te maken; door lagen op elkaar te leggen van het cellofaan kunnen we kleuren verdiepen en veranderen in de stemmingen die opgeroepen worden. Dit alles in de volgorde van het verhaal.

Dit moet voor ieder een eigen ontdekkingstocht zijn.

Als alles geschapen is, gaan we spelen. Eén leest of vertelt het verhaal maar met een beweeglijkheid, omdat de spelers begeleid moeten worden – ook kun je ineens het idee krijgen: hier hoort wat muziek bij en dan wordt de lier of de fluit bijv. erbij gehaald.

De generale repetitie volgt: op de plaats waar echt het schimmenspel zal uitgevoerd worden, moet het doek voorzichtig overgebracht. Het beste kan boven en onder een lat getimmerd, misschien iets om al bij de eerste bewerkingen stil te staan; anders trilt al uw mooie zijdevloei en schapenwol van de plaats. Een gordijn hangt u aan de onderste lat op, zodat het tot de grond rijkt. De spelers moeten niet zichtbaar zijn. U zult zien: de uitvoering is kostelijk en ik hoop dat het u zo vergaat als bij ons. Het wordt elk jaar weer: ‘uit de mottenballen gehaald’, iets bijgewerkt en weer beleefd: in de duisternis het licht te plaatsen en de innigheid op te roepen, kleur te brengen aan onze belevingswereld.

Heel in het kort volgt hier ‘onze’ Michaelslegende.

Het begint al met een prachtig beeld: Er was eens lang geleden een eiland dat klein en verlaten in de grote wereldzee lag. Machtige golven kwamen aanrollen en spatten in glinsterende druppels waarin de zon duizend keren weerspiegeld werd op de rotsen uiteen. Hier en daar was er tussen de rotswanden een kleine inham. Daar rolden de golven statig naar binnen, hielden hun wildheid in toom en bereikten tenslotte het strand als vriendelijke bezoekers, waar ze met een laatste buiging van het glinsterende water een schat van geschenken achter lieten op het strand.
Dichtbij het strand stonden armelijke vissershutjes. De.kinderen speelden veel op het strand. Eén van hen was Angelina die met een ziek voetje geboren was en hinkend door het leven moest gaan. De kinderen waren altijd blij als ze in de buurt was omdat zo altijd vrolijk was en grapjes maakte. Aan de andere kant van het eiland was het gevaarlijk. Angelina’s vader, de visser, had het zelf gezien en verteld dat diep onder de aarde een draak huisde. Soms zagen ze zelfs de dikke dampen en hoorden ze het gerommel.

Toen dat eens weer zo was in de avond, klommen de vissers met hun vrouwen en kinderen langs het bergpad omhoog naar een kapel waar ze kaarsen ontstaken en een vurig gebed zonden naar de aartsengel Michael. Een van de jongetjes die al gauw genoeg had van het bidden, liep naar buiten om steentjes te rapen en deze met een wijde boog naar beneden te gooien. Eensklaps bleef zijn arm in de lucht hangen, hij merkte het zelf niet eens, rende terug naar de kapel en riep de mensen toch vlug naar buiten te komen, zelf hielp hij Angelina. Toen zagen ze allen dat een lichtende boot zich voortbewoog naar het eiland, met een gouden gestalte, in de hand een opgeheven zwaard. Ze keken toe hoe de gestalte uitsteeg en zich vastberaden naar de plek des onheils richtte. Met angst in het hart zagen ze de gestalte verdwijnen in de dikke vuile dampen en het gerommel zwol aan. Plotseling, na een heldere lichtstraal was er stilte en een weldadige rust kwam in de mensenharten en over het eiland.

De lichtgestalte keerde terug, lang nagekeken door het vissersvolk. De vissers die de volgende dag vroeg op zee waren hadden nog nooit zo’n vangst gehad. Dankbaar waren allen en zo gingen ze op weg naar de plaats waar het wonder was geschied. Op de plaats waar vroeger de dampen en het gerommel opstegen hoorden ze nu het geklater van een bron dië ontsprong uit de rotsen. Angelina zat met haar blote voetjes in het bronwater, maar nauwelijks had ze het aangeraakt of ze voelde dat ze weer krachtig op haar benen kon staan, ze kon weer huppelen en springen net als de andere kinderen. Vele mensen trokken naar de bron, zieken vonden er genezing en in de kapel werden vele kaarsen ontstoken; een dankgebed vervulde de ruimte.

Schookrant vrijeschool Den Haag, nadere gegevens onbekend

 

Je kunt ook eens een keer, bijv. met een 5e klas, een schimmenspel maken van o.a. een sprookje van Grimm.
Als je veel aan de kinderen zelf overlaat, komen je de mooiste vondsten tegemoet. Op allerlei gebied: hoe pas je de tekst aan; wat laat je zien; wat kún je (technisch) laten zien; welke spullen heb je allemaal nodig. Ze zullen veel vragen aan je stellen waarop je ook samen weer antwoorden kan vinden: uiteindelijk moet jij als leerkracht soms besluiten.
Omdat er door de kinderen veel samen moet worden gewerkt bij het ontwerpen en uitvoeren, is het ook zeer werkzaam voor het gevoel van ‘samen’: het sociale.

 

Ook op internet is veel te vinden.

Suggesties: altijd welkom:  pieterhawitvliet voeg toe apenstaartje gmail punt com

 

handschaduwbeelden

 

1163

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – Schimmenspel

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s