VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (26)

.

Gerbert Grohmann

‘leesboek voor de plantkunde’

blz.97, hoofdstuk 26                                                                           alle hoofdstukken

 

DE EIKENBOMEN
De eik staat als een toonbeeld van mannelijke kracht voor ons. Hij heeft hout zo hard als steen, knoestige takken, donker loof en bereikt ook een buitengewoon hoge leeftijd. Daar staan ze, als standbeelden, deze oeroude eikenbomen en wat een tegenstelling met bv. de berk! De berk wil jong blijven en is in haar jeugd ook het mooist; een eik daarentegen komt er pas op hoge leeftijd aan toe zijn bijzondere karakter in zijn stam en kruin uit te drukken. Jonge eikenbomen wekken nog niet de indruk zo’n enorme kracht te hebben, als ze later doen. De twee eikensoorten die bij ons voorkomen, de zomereik en de wintereik, verschillen van elkaar, doordat bij de wintereik de geweldige stam vanaf de wortel tot in de top doorloopt, terwijl deze bij de zomereik meestal in drie of vier stammen opgedeeld wordt. Bijna rechthoekig buigen de zijtakken naar opzij, wanneer de kruin gevormd wordt. Hoekig gebogen en gedraaid doen ze je soms geloven, alsof ze in woede gevormd zijn. Trots weerstaan de eiken de wildste herfststormen.

Laat de dichter Gottfried ons vertellen, hoe hij een storm in het eikenbos meegemaakt heeft. In zijn ‘woudliederen’ zegt hij:

Arm in Arm und Kron’ an Krone steht der Eichenwald verschlungen,
Heut hat er bei guter Laune mir sein altes Lied gesungen.
Fern am Rande fing ein junges Bäumchen an sich sacht zu wiegen,
Und dann ging es immer weiter an ein Sausen, an ein Biegen;
Kam es her in mächt’gem Zuge, schwoll es an zu breiten Wogen,
Hoch sich durch die Wipfel wälzend kam de Sturmesflut gezogen.
Und nun sang und pfiff es graulich in den Kronen, in den Lüften,
Und dazwischen knarrt und dröhnt es unten in den Wurzelgrüften.
Manchmal schwang die höchste Eiche gellend ihren Schaft alleine,
Donnernder erscholl nur immer drauf der Chor vom ganzen Haine!
Einer wilden Meeresbrandung hat das schöne Spiel geglichen;
Alles Laub war weisslich schimmernd nach Nordosten hingestrichen.

Met zulke treffende woorden kan een dichter de eikenboom beschrijven. Echt waar, zo staan ze in de storm!

Geen wonder dat de eik eens aan een oorlogsgod gewijd was! Hij staat daar als een rots en alleen door zo langzaam en volhardend te groeien, kan hij zijn sterkte verkrijgen. Wanneer andere bomen al bijna hun lentekleed hebben, zijn de eiken nog steeds kaal. Laat lopen ze uit – de zomereik 10 tot 14 dagen eerder dan de wintereik – en in de herfst houden ze hun blad zo lang vast, dat het verdord en bruin aan de takken hangt. De wind ruist en ritselt er doorheen; zij nemen de tijd, deze sterke bomen! Wanneer de bladeren tenslotte uitkomen, is ook de bloeitijd daar. Maar een eik moet minstens dertig jaar oud zijn, wil hij voor het eerst bloeien.

Omdat de eik zo van storm houdt, wil hij ook door de wind bestoven worden. Geen vlinder, geen bij die iets met de bloesem van deze knorrepot te maken wil hebben en je kunt het je toch ook niet voorstellen dat op een eik zoiets als kleurige en geurige bloesem zou groeien, want wie zo mateloos sterk is, heeft weinig zin van die tere vormen als bloemblaadjes zijn, tevoorschijn te brengen. We moeten de eik wel proberen te begrijpen, dan kunnen we zijn wezen ook doorgronden.

Menigeen zal er nog wel niet op gelet hebben hoe een eik eigenlijk bloeit en het is geen wonder, want de bloesems van de eik zijn erg klein en onaanzienlijk. De stuifmeelkatjes hangen in losse katjes meteen onder de jonge blaadjes en de stamperkatjes staan op steeltjes. Ze zien er bijna als gewone knoppen uit.

Uit de stamperbloesems komen later natuurlijk de eikels met de dekseltjes, waar ze in zitten en net zoveel eikels als er later aan een stengeltje zitten, waren er stamperbloesems.

Klaterend vallen de vruchten door de bladeren, wanneer ze rijp zijn geworden en waar ze terechtkomen blijven ze liggen.

Nu zou het voor de eik niet zo best zijn, wanneer zijn plompe vruchten daar zouden blijven liggen, want hoe zou hij zich moeten verspreiden als hij zijn vruchten zomaar als stenen onder zich laat vallen. Die komen niet van hun plaats en toch moeten daaruit nieuwe bomen groeien die licht en lucht nodig hebben. Maar de eik heeft een ijverige helper die hem terzijde staat en de zaden wegbrengt: de gaai*. Zoals je al aan de naam ziet (Duits: Eichelhäher), zijn de eikels het voedsel van deze weliswaar prachtige, maar eveneens wat ruwe vogels. Dikwijls zie je er een zitten met een eikel in zijn snavel. Maar hoeveel eikels er in het najaar ook zijn, de gaaien kunnen ze onmogelijk opvreten. Zomaar laten liggen, willen ze ook niet en dus proberen ze er wat te verstoppen. Ze staan daarbij op de grond, boren met hun krachtige snavel een gat en doen daar de eikels in. Misschien is het de bedoeling van de gaai, deze later weer op te graven, maar tegen die tijd is hij dat al lang vergeten. Bovendien is de gaai een heel slechte botanicus. Hij weet namelijk niet, dat de eikel een vrucht is, die eenmaal verstopt, lustig begint te kiemen. Zo wordt de gaai zonder dat hij het weet, een bosbouwer die eiken aanplant.

Het is met de eik en de gaai net zoals met de bloemen en insecten, waarbij je de plant ook niet begrijpen kan, zonder het insect dat erbij hoort. De eik voedt de gaai en deze plant overal bomen. Hoeveel eiken van onze bossen zouden de gaaien hebben geplant? De wijze natuur heeft aan de eik deze slordige vogel als helper gegeven, omdat hij door zijn slordigheid nu juist zo nuttig is. Dus is bij de gaaien de slordigheid een goede eigenschap. Dat is wel even anders dan bij de mensen.

Natuurlijk zijn de gaaien niet de enige liefhebbers van eikels. Vroeger werden er wel kudden zwijnen in de eikenbossen gedreven om de waarde van het woud te schatten naar hoeveel zwijnen het voeden kon.

Nu zouden we de eikenboom werkelijk tekort doen, wanneer we zouden zeggen dat hij, omdat hij zo ruw is, niet iets zoets of vruchtachtigs zou hebben. Veel eerder is het bij de eik  zoals bij menige sterke en ruwe kerel: naar buiten toe willen ze het niet zo graag laten merken, dat zou tegen hun natuur zijn, maar van binnen zit ergens wel iets zachtaardigs.  Maar er moet eerst wat bijzonders gebeuren, wil dat zichtbaar worden.

Bij de eik moeten de galwespen een gaatje in de onderkant van het blad prikken en er een eitje in leggen. De eik gedraagt zich tegenover het kleine larfje hoogst merkwaardig. Hij begint het plotseling te verzorgen en hij bouwt er een bijzonder woonkamertje voor. Je vindt zulke larvenhuisjes in de herfst zeer vaak aan de eikenbladeren. Ze zijn zo groot als een kers en worden galappeltjes genoemd, omdat ze er bijna net zo uitzien als kleine appeltjes die rode wangen hebben gekregen. In iedere galappel zit een larfje dat daar behaaglijk van haar bestaan geniet en groeit, want de eik scheidt voortdurend stoffen af die zoet zijn en waarvan de larve groot wordt, tot ze volgroeid is. Zo veel zorgzaamheid hadden we van de eik, na alles wat we over hem hebben gehoord, toch niet verwacht. Maar er moet dan wel eerst iets bijzonders gebeuren.

Ook uit de barsten in de schors scheidt de eik zoete stoffen uit. Dan komen de vliegende herten en likken deze op. Ze vechten met hun geweien om de beste plaats, zodat je het soms heel zacht hoort knarsen. Wie te lomp is, wordt eraf gestoten en valt als een eikel naar beneden.

Je zou dus kunnen zeggen dat de eik tweeërlei soort vruchten heeft. De ene, de eikels namelijk, zijn de zaadvruchten, die de hemel door zijn scheppingkracht geeft, opdat de eik zich verspreiden kan; de andere echter, de galappeltjes kunnen alleen ontstaan wanneer er galwepen aan te pas komen. Dan wordt de eik plotseling teder en zorgzaam als een moeder.

Weer stoten we op een hoogst interessante samenhang in de natuur, want de kracht die hier een vrucht wekt, moet van buiten komen, in de gedaante van een dier en de vruchten die worden gevormd, groeien helemaal op de verkeerde plaats, aan de onderkant van het blad! Waar bij de echte vruchten de zaden zijn, vind je bij de galappels de insectenlarven. Zo erg maakt de galwesp de eik in de war.

Vroeger werden de galappels benut om inkt te maken: de ijzer-gal-inkt. In de galappeltjes zit namelijk een zeer wrang smakende stof, de looistof. Al wanneer je een galappeltje met een mes doorsnijdt, zodat het sap met het ijzer in aanraking komt, krijgt dit een blauw-zwarte kleur. Maar ook in de eikenschors zit veel looistof. Daarom kun je het als run, de looistof, goed gebruiken. Het zorgt voor het looien van dierenhuiden. Het zorgt ervoor dat het leer niet vergaat en trekt het samen. Natuurlijk ontstaat de golvend-bochtige samengetrokken vorm van het eikenblad door de samentrekkende kracht van de eik.

 Rätsel

Welches Tier hat nur vorne
der liebe Gott gemacht,
und hinten macht es
ein Bäckermeister?
Das Ganze springt
auf das erste hinauf.
as andre, denkt euch,
hört zweimal auf!

0-0-0

(niet bij Grohmann:)

Stormwind huilt over ’t heideland,
Jaagt over velden en akkers.
Wuivende wilg aan de waterkant
Fluistert, buigt u o makkers,
bukt u, ritselt de ranke berk.
Ruisend buigen de bomen.

Doch de eik staat trots en sterk,
hei – laat de vlagen maar komen,
zingt ook de stormwind zijn zegelied,
kraken ook takken en twijgen –
Fier sta ik pal en ik sidder niet,
nooit zal mijn kruin zich nijgen!

Stormwind raast voort met woest geweld
ver over bos en weide.
Doch de reus ligt neergeveld op de eenzame heide.

(herkomst onbekend)

*

De gaai is zo Vlaams als het maar kan
Een aantal jaar geleden ontnamen ornithologen de gaai zijn voorvoegsel ‘Vlaams’. Hun argument was dat de vogel oorspronkelijk niet uit Vlaanderen komt. Ze maakten echter een denkfout; de naam verwijst helemaal niet naar de etnische afkomst van de gaai. Taalkundig gezien is hij zelfs familie van de flamingo.
Al in de 14de eeuw trokken Vlaamse lakenhandelaren door Europa om hun vaak kleurrijke stoffen aan de man te brengen. De reizende handelslieden drongen door tot diep in Spanje, waar ze bekend kwamen te staan als Vlamingen, Flamencos. Als vanzelfsprekend werden de vlammend gekleurde stoffen die ze verkochten aan hun herkomst gekoppeld. Vlaams werd synoniem voor bont en kleurrijk.
Vervolgens kwamen de zigeuners naar Andalusië. In hun Spaanse benaming gitanos klinkt een verwijzing naar hun mogelijk Egyptische wortels. Hun afkomst is echter diverser. Ook vanuit het noorden kwamen reizende volken naar Spanje en in navolging van de rondtrekkende handelaren werden ze met Vlaanderen geassocieerd. Ze ontwikkelden een muziekstijl waarin allerlei invloeden weerklonken. Bij hun opzwepende dansen trokken de zigeuners hun mooiste kleren aan, de vrouwen droegen felgekleurde jurken. De baile flamenco is letterlijk de Vlaamse dans. Geen wonder dat ondertussen ook een vogel met prachtige roze en oranje veren het predikaat Vlaams binnensleepte: de flamingo.
Vanuit dit oogpunt bezien is het een groot onrecht dat de gaai met zijn kleurrijke verenpak niet langer als Vlaams door het leven mag gaan. Hij is een van de meest bontgekleurde vogels die in onze omgeving voorkomt en met voorsprong de meest Vlaamse van alle gaaien. Het wordt hoog tijd de naamswijziging ongedaan te maken. Flip van Doorn – Trouw -24 sept. 2016

grohmann-bij-de-eik

terug naar de inhoud

eik

Plantkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas: plantkunde

31-29

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

6 Reacties op “VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (26)

  1. Pingback: WAT STAAT OP DEZE BLOG | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: WAT STAAT OP DEZE BLOG | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: GROHMANN: LEESBOEK VOOR DE PLANTKUNDE-inhoud | VRIJESCHOOL

  4. Pingback: VRIJESCHOOL – PLANTKUNDE – eik | VRIJESCHOOL

  5. Pingback: VRIJESCHOOL – Heemkunde – klas 1 | VRIJESCHOOL

  6. Pingback: VRIJESCHOOL – Plantkunde – planten (35) | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s