Tagarchief: palmpasenstok

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (12)

.
Over de folklore van Palmzondag en de palmpaasstok

palmzondag
.

Van de Palmzondag is de palmpaas het typische folkloristische verschijnsel. Hij is een meiboom in miniatuur, voorbode van het feest van de lente. Aan deze meiboom herinnert de ring- of spiraalvormige afschilling van de palmpaasstok, later merendeels gewijzigd in een stokversiering van kleurig papier, liefst in rood, wit en blauw.

 Meiboom. Kopergravure van T. Matham, naar tekening van A. van der Venne, omstreeks 1630.

Ook de meiboom die hier en daarin Zuid-Limburg bij het vogelschieten wordt gezet, is spiraalsgewijze rood, wit en blauw geschilderd. Men schilde de stam van de meiboom af wegens het vroeger algemeen verbreide en nog wel bestaande volksgeloof, dat zich onder de bast boze geesten verborgen hielden. De spiraalvormige afschilling van de stok gebeurt nog altijd* te Cromvoirt door de jongens, die met zo’n stok van es- of van hondshout en een mand bij de boeren eieren ophalen in de week vóór Pasen.

Bovenop de meiboom prijkt een levende vogel: een haan, kip, duif of eend, symbool van vruchtbaarheid en mogelijk eenmaal aan de geesten van de vruchtbaarheid geofferd. Bij de verzachting van de zeden werd de vogel door een nabootsend offer in brood vervangen; men vergelijke hierbij de bordpapieren vogel op de Zweedse ‘Meistang’. Dit verklaart het broodvogeltje op de kop van de palmpaas. Gewoonlijk noemt men dit een zwaantje, maar ook wel haantje, eendje, gansje, duifje of kloek.

Ook de groene kransen die, in horizontale of verticale stand, de meiboom versierden vindt men terug broodkransen bij de palmpaas. De benaming rad of wiel herinnert aan hun oorspronkelijke bestemming: blijkbaar zijn deze kransen nabootsingen van het zonnerad, in de lente rondgedragen om de zon bij haar nieuwe omloop weer op gang te helpen. Met hetzelfde doel rolden de oude Scandinaviërs in het wintersolstitium het joelrad bergopwaarts. Het rad stelt niet zozeer de zon voor als wel de beweging van de zon.

Ook de verdere opsiering van de palmpaas met bonte papieren, vlaggetjes, uitgeblazen eieren, slingers van rozijnen, pruimen en aangeregen suikergoed, herinnert aan de mei-boomtooi van bonte doeken en linten, gebak en eetwaren, waaronder eieren, symbool van vruchtbaarheid. Anderzijds herinnert de palmpaas, door benaming en tijdstip, aan haar kerkelijke oorsprong. Vroeger moet algemeen in Nederland op Palmzondag een palmprocessie zijn gehouden ter herdenking van Jezus’ glorierijke intocht in Jeruzalem. Het eerst werd deze te Jeruzalem zelf uitgebeeld. De gelovigen kwamen in de kerk op de Olijfberg samen en geleidden vandaar de bisschop, die Christus verbeeldde, naar de stad. Allen droegen hierbij palm- of olijftakken in de hand. Van Jeruzalem uit werd deze palmzondagprocessie over het Westen verbreid; elke stad hield in de Middeleeuwen één gezamenlijke palmprocessie.
Mogelijk trok deze in kleinere plaatsen met één kerk de stadspoort binnen, maar in de grotere met meer kerken ging men binnen de muren van de stad van de ene kerk naar de andere, o.a. te Utrecht van de Pieterskerk naar de Dom. Een eigenaardig element bij deze palmprocessie was de ‘palmezel’.

Palmezel uit het begin van de I7e eeuw, nog* in gebruik te Hoegaarde (Belgisch Brabant).

Palmezel uit de 12e eeuw (Landesmuseum Zürich).

Eerst is dit een levende ezel geweest, waarvan men in de praktijk waarschijnlijk de bezwaren heeft ondervonden, want spoedig werd hij vervangen door een gepolychromeerde houten palmezel. Ook zijn berijder, de Christus, aanvankelijk door een hoge of lage geestelijke voorgesteld, werd al vroeg in hout weergegeven. Het bijna levensgrote beeld, eveneens beschilderd of met kleren omhangen, stond gewoonlijk op een plank, die op een baar werd gedragen of, van vier rollen of raderen voorzien, aan een touw werd voortgetrokken. Deze laatste taak was te Utrecht toebedeeld aan de Jeruzalemvaarders, merendeels voorname personen, die het Heilige Graf en andere plaatsen in het Heilige Land hadden bezocht. In de vrije hand droegen zij hierbij de uit Palestina meegebrachte ‘Jeruzalemveren’. waaronder men geprepareerde palmbladen heeft te verstaan. Men zie het schilderij ‘Jeruzalemvaarders’ van Jan van Scorel (1525) in het Centraal Museum te Utrecht. In hun zondagse, met het gouden of roodlakense kruis versierde, kledij liepen zij aan het hoofd van de stoet. Achter de ezel schaarden zich de latere leden van de Jeruzalembroederschap, die niet te Jeruzalem waren geweest, en talrijke burgers.

Het trekken van de palmezel gold als hoogst eervol en bovendien als bevorderlijk voor het zieleheil: men meende hierdoor aflaat te verdienen. Rijke burgers hadden voor de waarneming grote sommen over, ook namen de priesters zelf deze taak op zich. Doch waar een Jeruzalembroederschap was, genoten deze pelgrims de voorrang. Als beloning voor hun diensten schonk de stad bij de maaltijd die de broederschap na de processie placht te houden, enige kannen wijn, ‘omme daer-mede met malcanderen vrolijck te weesen’.

In de 16e eeuw werd de palmezel ook wel getrokken door het genootschap der twaalf of dertien apostelen. Dit waren arme oude mannen, die voor deze gelegenheid in kleurige tabbaarden als apostelen werden uitgedost en tot hun beloning een drinkgeld kregen. Men trof deze apostelen o.a. aan bij de Palmprocessie te Amsterdam. Hier trokken aanvankelijk de Jeruzalemvaarders de ezel van hun bij de Zeedijk gelegen kapel Jeruzalem (na de inrichting voor de hervormde godsdienst Oudezijdskapel geheten) naar de naburige Oude Kerk. Maar na de stichting van de Nieuwe Kerk, in 1417 voltooid, wenste ook deze haar aandeel in de palmprocessie. In 1498 trof de magistraat een vergelijk en bepaalde, ‘dat men eewiglyk geduurende, ’teenjaar ons Heere God op den ezel halen zal metter Processie eerliken bekleed uit Jerusalem, ende brengen in de Oude Kerk, en ’t ander jaar uiter Heiliger Stede in de Nieuwe Kerk’.

De Heilige Stede, aldus geheten naar het mirakel dat hier in 1345 plaatsvond (later ook Nieuwezijdskapel genoemd) stond in de Kalverstraat tegenover het Burgerweeshuis en besloeg de plek tussen de tegenwoordige Kleine en Grote Kapelsteeg. Naast het Burgerweeshuis stond destijds het Oude Mannen- en Vrouwengasthuis, dat in 1601 werd ontruimd en in 1632 bij het Burgerweeshuis getrokken. Uit dit gasthuis sloten twaalf oude mannen zich bij de processie aan. Aanvankelijk liepen zij achter de ezel, maar later moest zij die trekken, wat voor deze oude lieden wel geen voorrecht zal zijn geweest. De Jeruzalemvaarders sloten zich toen achter de ezel aan; zij waren waarschijnlijk destijds de eer van het trekken reeds moe! Door de toegevoegde groepen van Jeruzalemvaarders en apostelen is de oude zinrijke palmprocessie meer en meer in een kijkspel ontaard en ontstonden er ongeregeldheden, waaraan de hervorming een einde maakte. De palmezels werden bij de ‘zuivering’ van katholieke kapellen en kerken zo grondig opgeruimd, dat in Nederland geen middeleeuws exemplaar aanwezig is. De palmezel, die het Centraal Museum te Utrecht in bruikleen heeft van Huize Bergh te ’s-Heerenberg, stamt pas uit de 18e eeuw en is vermoedelijk Duits.

Des te meer moeten wij daarom waarderen, dat op Zuidnederlandse bodem een palmezel, zij het uit het begin van de 17e eeuw, is bewaard gebleven, die zelfs nog jaarlijks in de palmprocessie, de ezelsprocessie, dienst doet, zeker al sinds 12 maart 1631. In het stille Zuidbrabantse Hoegaarden (bij Tienen) kan men nog op Palmzondag de twaalf apostelen in hun bonte lakense rokken statig en devotelijk zien schrijden achter de berrie, waarop vier discipelen de palmezel en het glimlachende Christusbeeld dragen. Uit de machtige, hooggelegen kerk van Sint-Gorgonius daalt de processie het hellende marktplein af en houdt een korte ommegang door de naburige straten. Bij de hoogmis, die na de terugkeer in de kerk wordt gevierd, staat de palmezel, naar de gelovigen gewend, in het koor op een voetstuk opgesteld. Als de priester met het lijdensverhaal begint, verlaten de apostelen het koor, om zich naar de sacristie te begeven. Hiermee willen zij de vlucht der apostelen verbeelden, die allen er vandoor gingen, nadat Judas Jezus had verraden en de Romeinen hem kwamen arresteren. Kort daarna echter nemen zij hun plaats op het koor weer in en wachten er het einde van de mis af. Na afloop gebruiken de apostelen in een herberg een eenvoudig ontbijt; ’s middags houden zij een gezamenlijke maaltijd. Deze processie, die de beste kenmerken van het middeleeuwse ceremonieel heeft bewaard, draagt tevens het kenmerk van de nieuwe tijd door de rol die de blijde, luidruchtige kinderen daarin spelen. Achter de geestelijken volgen hier niet langer volwassenen, maar uitsluitend kinderen, al de kinderen van Hoegaarden, die zwaaien met hun op stokken gebonden palmbossen.

Oude gebruiken plegen, met het groeien van de cultuur, uit de wereld van de volwassenen in de kinderwereld over te gaan. Zo ging het ook met de rituele palmprocessie. In Zuid-Duitsland bootsten de kinderen reeks omstreeks 1550 in de namiddag de palmprocessie na, die zij ’s ochtends hadden aanschouwd. Zij sleepten de ezel over de straat onder het zingen van de overbekende gezangen en haalden hiervoor langs de huizen geld, brood en eieren op. Zo ongeveer moet het ook zijn toegegaan in de Nederlandse gewesten, waar de palmprocessies in 1580 hun einde beleefden. Bijzonderheden, hoe deze overgingen in de kinderlijke palmpaasommegang, zijn niet tot ons gekomen.

Het is te begrijpen, dat bij een ommegang van kinderen men iets lekkers voegde bij de palmen, d.w.z. de groene twijgen, die zij in de hand droegen. De bukspalm (buxus sempervirens) leverde het traditionele groen voor de palmpaas, deed misschien reeds dienst bij de palmprocessie. Ontbrak zij en behielp men zich met sparregroen, hulst of gagel, dan is men toch blijven spreken van palm. Bij de versiering van de palmtak zal de meiboom, die ongeveer in dezelfde tijd viel, tot voorbeeld hebben gediend.

Ommegangen van kinderen met groenende takken, die de lentezegen brengen, worden in alle Europese landen aangetroffen. Deze kinderommegang werd nu door de invloed van de palmprocessie ook verbonden aan de palmzondag. Aan de kerkelijke band herinnert nog het Limburgse gebruik, dat de kinderen tot in het begin van deze eeuw met hun palmpaas naar de kerk gingen om die te laten zegenen. Wegens de luidruchtigheid die daarmee gepaard ging, is dit afgeschaft. Overigens komt de palmpaas evenzeer in protestantse kringen voor als in katholieke, ja zelfs meer in de eerste. In Vlaanderen is hij niet gangbaar, ook niet bij wijze van ‘neofolklore’.

Zo’n palmpaasoptocht, waaraan in de stad honderden kinderen deelnamen, was vroeger een grote feestelijkheid. De jongens kregen nieuwe pakjes aan, de meisjes, weer of geen weer, gingen in het wit; de hele stad was in feesttooi. De kinderen liepen twee aan twee en droegen een palmpaas met beide handen voor zich uit, zoals een vaandeldrager zijn vaandel draagt. Onafgebroken zongen allen blij het palmpaasliedje:

Palm, palm-pasen,
Eikoerei,
Over enen zondag,
Dan hebben wij een ei.
Eén ei is geen ei,
Twee ei is een half ei,
Drie ei is een Paasei!

Het refrein ‘Eikoerei’ dagtekent misschien nog van de palmprocessie en zou een verbastering kunnen zijn van het Griekse ‘Kyrie eleison’ (Heer, erbarm u) van de boetepsalmen, die bij de palmprocessie werden gezongen. De slotregel doelt op de drie eieren die men vroeger algemeen op Pasen aan elkaar placht te schenken. Ook deed men dit op palmzondag en Goede Vrijdag, maar dan in de kerkelijke kleuren van die dagen: paars en zwart. Men schonk ze ter ere van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Deze gezamenlijke optocht met Palmpasen, ruim een eeuw geleden nog vrij algemeen, kwam in het begin van deze eeuw nog slechts op enkele plaatsen van Gelderland, Overijssel en Drenthe voor. Nu* lopen de kinderen algemeen in kleine groepjes en moet men naar het zuidoosten van Drenthe gaan, naar de zogenaamde Zandhoek, om de oude gebruiken van het palmpaasfeest te aanschouwen. In de gemeenten Zweeloo en Oosterhesselen verenigen alle kinderen zich met die van de omliggende buurtschappen tot één groep, die zingend langs de huizen gaat en overal wordt getrakteerd. Ook Valthe houdt* palmzondag in hoge ere. Hier vormen alle kinderen van vier tot dertien jaar oud een stoet, die met omhoog geheven palmpaasstokken het hele dorp doortrekt onder het zingen van:

Hoantien op ’n stokkien,
Mit zien roodbont rokkien,
Hoantien mit zien linkerpoot,
Vanoavend is mien hoantien dood.

Hier heerst nog* de oude zede, dat vader of oudere broer een dennetak uit het bos haalt, moeder of zuster die versiert. Ook in de Gelderse en Twentse Achterhoek is dit hier en daar nog gebruikelijk. In het westen van Nederland kende men daarentegen reeds vóór 1800 de gekochte palmpasen, door mannen en vrouwen uit het volk vervaardigd en op bruggen en markten te koop aangeboden.

Ziet, Vader kogt een klein Palmpaasje
Voor ’t Dochtertje, dit hy bemint,
Hoe vrolyk is daar meê het Kind!
aar Mietjes Broêr kogt haar een Baasje.
Een groote met een Klatervlag,
En dubble Haantjes, op het topje,
Gelyk ook met een Ei in ’t dopje,
Banket en Koek, dit zy wel mag.

Intusschen is het zo gelegen,
Dat het Gebruik het hart der Jeugd
Kan strekken tot vermaak en vreugd,
Die zy al speelende mag pleegen.
Der Kindren hand is rasch gevuld,
Een klein Geschenkje doet hen leeren,
En nutte Lessen wel waardeercn.
Dus zet men hen daar toe in schuld.

Wilt wakker dan uw Pligt betrachten,
O Kindren! zo wordt gy beloond
Met voordeel, dat uw yver kroont,
Zo moogt ge eens ieders gunst verwachten:
Zo strekt ge uwe Ouderen tot vreugd,
Ja zelfs tot roem in ryper Jaaren:
Zo zult gy al het goede ervaaren,
Gehecht aan Vlyt, Verstand en Deugd,

Te Amsterdam, by de ERFGEN. van de Wed. C. Stichter, Boekverkopers in de Warmoesstraat, het derde huis van de Papenbrugsteeg.

Dat het palmpaasgebruik jaarlijks afneemt en nu nog slechts in een honderdtal plaatsen van ons land voorkomt (aldus Catharina van de Graft in 1947!), is vooral te betreuren, omdat onze palmpasen in vorm, en vooral in kleur, vaak prachtige voorwerpen van zuivere volkskunst zijn.

Hoe mooi steken de oranje sinaasappelen en het goudgele broodrad af tegen de achtergrond van zachtglanzend sparregroen bij onze oostelijke palmpasen. Wat een lust voor het oog was de jongenspalmpaas van Meppel, de grote haan. stevig bevestigd op een dwarslat, waarvan de bonte sitspapieren waaiertjes, de papieren netjes met noten, de trosjes rozijnen vrolijk afbengelden. Hoe spreekt het aangeboren kleurgevoel uit de aardige palmpaas van Gees met haar tooi van witte, rode en gele papieren roosjes, uit de ranke, zilverige palmpaas van Vries, uit het, helaas verdwenen, blanke palmpaasje van Grouw, dat in zijn symmetrische versiering op een Romeins veldteken geleek. Het lijkt wel, hoe noordelijker men in ons land komt, hoe mooier de palmpasen worden.

En wat een rijke verscheidenheid van vormen! Naast het eenvoudige palmpaasje, het kleine broodvogeltje met een paar palmtakjes geprikt in kop en staart, dat in ons hele palmpaasgebied op een stokje wordt rondgedragen, maar soms tot een reuzenvogel is uitgegroeid, zou men van twee hoofdtypen kunnen spreken:

1. De Friese palmpaas met lange, spits toelopende stok, waaraan van boven af allerlei lekkers wordt gestoken: sinaasappels (de zwaarste onderaan), dikke vijgen, stukjes peperkoek, krentenbroodjes, uitgeblazen eieren: bovenop komt de vogel. Dit type treft men aan in Friesland en het vroegere Friese gebied: Noord- en Zuid-Holland en Utrecht. De Alkmaarse palmpaas draagt zelfs twee van elkander afgewende zwanen.

2. De ‘Saksische’ palmpaas met grote broodkrans, meestal in vlechtvorm. Hierbij onderscheidt men de palmpasen met horizontaal en met verticaal gedragen krans. De eerste rust op twee horizontaal gekruiste latten, die bovenop een lange stok zijn bevestigd en aan de uiteinden voorzien zijn van verticale pinnen; op deze vier pinnen drukt men de krans. De verticaal gedragen broodkrans wordt tegen een grote dennen- of sparrentak bevestigd.

Naast deze hoofdtypen zijn er nog allerlei afwijkende vormen. Ook bieden de hoofdtypen nog velerlei verscheidenheid wat de afwerking betreft. Elke plaats heeft haar traditionele palmpaas, die zich door een kleinigheid, een andere rangschikking, kleur, versiering of lekkernij, van die van de naburige plaatsen onderscheidt.

*Bepaalde gewoonten kunnen zijn verdwenen, het artikel is minstens 50 jaar oud.

.

Palmpasen en Pasenalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldjaarfeesten     jaartafels

.

3178-2990

.

.

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (12)

.
Pieter HA Witvliet, bron: Mellie Uyldert ‘Verborgen wijsheid van oude rijmen‘*

OMMEGANG MET PALMPASEN

.
In het artikel ‘Ommegangvolgde ik een paar gedachten van Mellie Uyldert die in haar boek ‘Verborgen wijsheid van oude rijmen ‘ over de ommegangen schrijft.
Aansluitend behandelt ze de ommegang met Palmpasen.

Zij ziet in de voorjaarsommegangen een verering voor het feit dat de levensgeest weer boven de grond gaat komen. 
Een oeroud gebruik dat in bepaalde streken in ons land in ere wordt gehouden.* 

En in de vrijescholen is het ook tot traditie geworden dat de kinderen een palmpaasoptocht lopen. 

Van oudsher zat er boven op de stok een haantje van brooddeeg met een krent als oog. ‘Haantje-pik’. 
Er zou ook wel een haasje op de stok geprijkt hebben, beide de gedaanten van de levensgeest, waarbij de haan meer met de zon als de manlijke pool, en de haas meer met de maan als de vrouwelijke pool te maken heeft. ‘Een feest van zon en maan, die hun heilig huwelijk vieren!’

Ook met halfvasten zijn er hier en daar nog ommegangen. Tegenwoordig zie je slechts carnavalwagens, maar Uyldert maakt nog melding van optochten waarbij geestelijken op een schimmel zaten, ‘zoals Wodan op Sleipnir; en mannen met stokpaarden. Ik heb daarvan geen afbeeldingen gevonden, maar er wordt wel over de symboliek van bepaalde gebruiken gesproken.

Uyldert schrijft dat de gestalte van haan en haas, wanneer we naar hun ‘vertakking’ kijken, een overeenkomst zou vertonen met het gaffelkruis, de rune voor lente en geboorte.
Echter, de rune voor lente en geboorte is niet het gaffelkruis:

Kruisvormen | Antonius       maar dit teken                  de berk

of moeten we deze misschien draaien? 

De hoepel om de palmpaasstok zou ook van brooddeeg gemaakt zijn en als krans een symbool van het vrouwelijke; we zien terug aan de mei- of pinksterboom.

*Bert van Zandwijk schrijft o.a. over de Pinksterboom op Schiermonnikoog: ‘Doorgaans hebben oude gebruiken in het voorjaar en de zomer te maken met leven, terwijl gebruiken in het najaar en de winter te maken hebben met de dood. Lentefeesten gaan altijd over de terugkeer van de zon. De tijd van schaarste is voorbij, met daaraan gekoppeld de vruchtbaarheid van het land, het vee en de mensen. De gewassen beginnen te groeien, er wordt jongvee geboren en er wordt duidelijk welke vrouwen tijdens de koude en donkere wintermaanden zwanger zijn geraakt. Het was ook de tijd waarop de nieuwe volwassenen op zoek gingen naar een partner.

Aan de stokken kun je zien  hangen: eieren en groen, lekkers en nagemaakte bloemen, om de ontluikende planten- en dierenwereld aan te duiden. Appels, linten, rode bessen aan takjes, sinaasappels en vlaggetjes.

Wanneer je op zoek gaat, vind je nog van alles, zoals het Aermstokje uit Zeeland.

Uyldert besluit:

De liedjes die bij het rondlopen in optocht met de Palmpasen in de hand worden gezongen, hebben weinig om het lijf, bv.:

Palm palm pasen, hei koerei,
over enen zondag, dan krijgen wij een ei!
Eén ei is geen ei,
twee ei is een hallef ei,
drie ei is een paas-ei!

Henk Sweers duidt in dit artikel op iets wat wel wat meer om het lijf heeft.
Maar helemaal zeker is een en ander niet.

.

Palmpasen en Pasen: alle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeld: jaarfeesten: Palmpasen/Pasen

.

2751-2580

.

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (11)

.

Dieuwke Hessels postte dit artikel in de Facebookgroep ‘Vrijeschool’: (maart 2022). Hier gepubliceerd met toestemming van de schrijfster.

.

PALMPASEN….

Een bonte stoet kinderen loopt met versierde palmpaasstokken de palmpaasoptocht. De kleintjes wat onwennig en onhandig met zo’n grote stok, de grote kinderen trots met hun stok in de lucht. Vrolijke gezichtjes tussen de wapperende linten en de rozijnenslingers…
Sommigen lukt het om uit volle borst mee te zingen, maar voor de meesten is het rechtop houden van de stok en het vol verwondering om zich heen kijken vaak al meer dan genoeg. En dan maar proberen om niet van je broodhaantje te snoepen voor je weer terug bent op school?
Het is altijd weer een prachtig gezicht, die tocht. Maar wat vieren we nu eigenlijk? Wat is de betekenis van onze palmpaasstok? Veel elementen van de palmpaasstok hebben een symbolische betekenis.
Het palmpaasfeest heeft christelijke elementen, maar ook oude
natuursymboliek.

Intocht en lente

Palmzondag is de laatste zondag voor Pasen. Het is de eerste dag van de Stille Week, de dag waarop de feestelijke intocht van Jezus in Jeruzalem wordt gevierd. De mensen in Jeruzalem waren dolgelukkig met zijn komst, ze juichten en bedekten de weg met palmtakken. In de katholieke kerken worden nu nog steeds? Palmtakken? Gezegend in de vorm van buxustakjes.
Een andere betekenis van Palmpasen is het vieren van de lente. Heel vroeger al werden er palmpaasstokken gemaakt om het begin van de lente te begroeten. Zo is de palmpaasstok dus een herinnering aan Jezus : de intocht in Jeruzalem en een symbool voor de ontluikende natuur. De versieringen en de vorm van de stok tonen wat er gebeurde in die Stille Week, maar zijn ook symbolen voor het begin van de lente.
Een palmpaasstok is gemaakt van dood hout: een tak die je gevonden hebt in het bos bijvoorbeeld. Dat dorre hout staat symbool voor de dode, winterse natuur en voor het kruis dat Jezus droeg. Maar het dode hout versierd met groene takken en linten staat ook symbool voor nieuw leven, dat ontstaat uit iets doods – zoals de groene lente na de winter komt.

Kruis of hoepel

Er zijn twee soorten palmpaasstokken. Een stok als kruisvorm en een stok met een hoepel. De kruisvormige palmpaasstok symboliseert de kruisiging van Jezus. Voor kleine kinderen kan dit symbool heel zwaar zijn. Thema’s als schuld, boete, belijdenis zeggen hen nog niets. Voor kleuters is Pasen immers het feest van de naderende lente. Voor hen is daarom een palmpaasstok met een hoepel geschikter. De ronde hoepel symboliseert het zonnerad.
Beide stokken dragen een broodhaantje in de top. Dit haantje is het symbool van de overwinning van de zon op de duisternis. En bij de dageraad, als het licht wordt, kraait de haan. Een haan kondigt een nieuwe dag aan, een nieuw begin. Hij staat voor het wekken van het voorjaar. Maar het haantje heeft ook een meer christelijke betekenis. Toen Jezus gevangengenomen was, vluchtten zijn vrienden. Petrus, een van zijn volgelingen, volgde Hem op afstand. Enkele mensen vroegen hem: jij hoorde toch ook bij die Jezus?? Tot driemaal toe ontkende Petrus dat hij Jezus kende. En toen kraaide de haan. De haan staat dus ook symbool voor innerlijk bewustzijn. En voor Jezus omdat hij je wakker
schudt om te vertellen dat het licht eraan komt.
Het haantje is van brood. Brood is een oude rituele substantie, die voedsel voor de ziel symboliseert. Net als het brood bij het laatste avondmaal dat Jezus met zijn leerlingen viert. Het hout van de stok wordt met groen versierd.

Je kunt de hele stok met groene takken van de buxus bekleden, maar er wordt ook vaak groen crêpepapier gebruikt.
Dit groen staat symbool voor de palmtakken waarmee de mensen de Verlosser toejuichen bij zijn intocht in Jeruzalem. Een teken van hoop dat ons met Pasen, de opstanding uit de dood, wordt gegeven. De buxustakken die altijd groen blijven zijn ook een symbool voor het eeuwige leven en de lente, die altijd terugkeert.
De stok wordt versierd met hangende kettingen van gedroogde rozijnen en noten: vruchten en zaden, gerijpt door licht en warmte van de zon. De zon zelf is ook een oud symbool voor Christus, die de innerlijke Zon of de Zonnegeest wordt
genoemd. Vruchten en zaden zijn een symbool voor nieuw leven en de hoop op een vruchtbaar seizoen voor de boeren. Eindelijk weer een nieuw begin! De voorraden raakten op en het land moest bewerkt worden – men had
genoeg van de lange, sombere en soms saaie wintertijd. Er werd geboend tot alles blonk – denk aan de uitdrukking: ‘Op je paasbest’.
De palmpaasstok is dus het symbool voor nieuw leven – een eenvoudig voorwerp dat vele betekenissen draagt. Ieder is natuurlijk vrij om te kiezen welke betekenis hem of haar aanspreekt. De een haalt inspiratie uit het christendom, de ander uit de natuur.
Susan Snijders-van Eijk http://www.antroposofiekind.nl

Er is een tijd geweest, waarin de mensen de veranderingen in de natuur meebeleefden: het verwelken van het leven in de herfst, het ontwaken van de natuur in de lente. Men nam echter niet alleen de uiterlijke feiten als buitenstaander waar, maar men liep de kringloop van het jaar zelf met zijn hele wezen mee. —
Wat gaat er om in de mens als hij zijn lichaamskracht voelt afnemen?
Wat gaat er om in de kinderziel, als zij de levenskrachten in zich voelt
ontwaken?
Toen de eerste christenen de kruisdood en de herrijzenis van Christus gingen herdenken, toen konden zij nog meemaken, hoe in de lente hun eigen leven opging in dat van de uiterlijke wereld. Hun religieuze belevenis, hun gevoel van verbonden te zijn met een hogere, bovenzinnelijke wereld inspireerde hen echter tot de gedachte: ‘De goddelijke wereld is in ons in het graf gelegd, maar hij
is opgestaan. – Hem kan men begraven, zonder dat hij te gronde
gaat.’
Doch hoe beleven wij in deze tijd nog de kringloop der seizoenen?
Ons leven wordt steeds meer airconditioned. De heb- en gemakzucht verblinden ons, en als wij door de zichtbare wereld proberen heen te kijken naar een toekomst, dan zien we slechts ziekte, dood en…niets. Dan wordt iedere religie een fopspeen, iedere bewering over een bovenzinnelijke wereld, over een wereld achter de dingen een zoethouwertje.
En toch: alles wat wij verwachten van een sociale vernieuwing, van een verbetering van onze maatschappij, het zal alleen dan mogelijk zijn, als de mensheid opnieuw en nu zeer bewust geïnspireerd wordt door de gedachte, dat al het natuurlijke, het zintuigelijk waarneembare in directe samenhang staat met het morele, met het geestelijke. Het kan voor iemand die even dieper kijkt toch geen stom toeval zijn, dat hij hier in deze wereld is, dat
zijn omstandigheden zijn zoals ze zijn. Hij zal zich afvragen: ‘Welke rol speel ik zelf in dit alles?’ – En dan heeft hij zichzelf en daarmee de wereld achter de dingen reeds ontdekt. Want als iets beweegt, als er iets gebeurt, dan moet
er iets zijn, dat het in beweging brengt, dat het tot een feit maakt. In het zegen brengende licht van de lentezon kan de bewust denkende mens, als hij het wil, opnieuw de realiteit ervaren van een wereld, die goddelijk, geestelijk, occult, bovenzinnelijk, achter de dingen is. Hoe men die wereld ook wil noemen: voor de christen is dat de wereld die Christus voor de mens heropend heeft.
Christus heeft de mens de mogelijkheid gegeven om zélf de hel van het niets, de ziekte en de dood te overwinnen.
Door Zijn daad zette Hij in de plaats van de leugengestalte van de dood-als vernietiger de ware, werkelijke gestalte van de dood-als-schenker-van-leven.
Toen de mens deze wereld achter de dood nog, zij het meer onbewust, kon beleven, ontstonden de oeroude, voorchristelijke gebruiken. Wat is de zin ervan? Het zijn allemaal symbolen, beelden voor datgene wat eigenlijk niet in woorden kan worden weergegeven. Deze beeldentaal gebruikt ook de mythologie, gebruiken ook de sprookjes.

Paasei

Probeert u eens even te vergeten wat een ei is. Het is op het eerste gezicht – een witte gepolijste steen. En dan, nadat de hen het 21 dagen heeft bebroed, komt er een levend wezen, een kuiken uit tevoorschijn. Een beter beeld voor het wonder der opstanding uit de dood is nauwelijks denkbaar. Dit schijnbaar dode ding heeft dus leven in zich!
Hebben zo alle dingen niet een onzichtbare kracht in zich? De graankorrel, de boon, de plant, de boom, het water, de lucht, de aarde en het zonlicht? En de mens, die wij zien groeien en bewegen, zal die niet op zekere dag voor ons
een nieuwe, niet vermoede kracht kunnen openbaren?
Veel mensen beginnen zich bewust te worden, dat de gebeurtenissen waarmee zij worden geconfronteerd, evenzeer als hun eigen beslissingen geen toevalligheden zijn. De mens draagt nog altijd in zich een bovenzinnelijke levenskracht. Wie goed om zich heen kijkt, kan in vele van zijn medemensen de opstanding zien. Zou het kind, dat nog heel anders kijkt dan de volwassene, niet onbewust iets van die ontwaking mee beleven?
Wat een vreugde als het een in de tuin of in het huis verstopt paasei vindt! Laten wij toch zoeken naar de eieren die overal in de wereld verstopt zijn!
Na de lichtfeesten in de wintertijd, begonnen in de lente de feesten der vruchtbaarheid. Maar de mens is niet alleen lichamelijk vruchtbaar. Zijn geest kan vruchtbaar zijn voor de hele wereld. De levensboom, waarom wij ons
schaarden met Kerstmis, is het symbool van de groei- en levenskrachten in de mens, maar ook van de ik-drager, de drager van de geest. Wij zien in de lente dan ook deze levensboom als meiboom terugkeren. Met de palmpaasoptocht draagt ieder kind zijn eigen mei, zijn eigen levensboom. Bovenop prijkt meestal de haan, het mythologische dier, dat in de prilste morgenschemer de heraut is van de nieuwe dag die komt. Soms was het een zwaan, het symbool van de kracht in de ziel, die omhoog kan vliegen tot grote, geestelijke hoogten.
Vaak is een broodkrans, horizontaal of verticaal, aan de paasstok gebonden. Deze duidt aan: het rad van de zon, de  geestelijke zon, die eeuwig is. Aan de stok is altijd groen bevestigd van een boom die nooit verdort. In onze streken
meestal van de buksboom (Buxus sempervirens), die dan ook dikwijls Bukspalm heet. Weer een symbool voor het eeuwige leven. Er hangen gedroogde of andere vruchten aan, of de stok is gestoken door één of meerdere sinaasappels. Vruchten dragen immers het nieuwe levenszaad! De ‘palmpaas’ heeft de vorm van een meiboom in het klein, doordat een ring (men noemt het ‘rad’ of ‘wiel’) horizontaal rondom de stok is opgehangen. Stam, krans en haan vormen de hoofdbestanddelen van de meiboom (Saksisch type). Ofwel het is een lange stok, waaraan appels, sinaasappels, krentenbroodjes enzovoort, zijn geregen, met boven op de zwaan of de haan (Fries type).
Ofwel het is een kruishout (een Christussymbool), met gekleurd papier omwoeld, dat de bovengenoemde ingrediënten draagt (Zuid-Nederlands type) Maar overal hangen er de eieren aan, de paaseieren.

Palmprocessies

Met deze ‘Palmpasen’ houden de kinderen een ommegang. Dit is een overblijfsel van de heidense lente-optochten en van de palmprocessie. Deze processie werd het eerst in Jeruzalem gehouden. Een non uit de Provence, die in de 4de eeuw een pelgrimstocht maakte naar het Heilige Land, vertelt erover in haar dagboek. De gelovigen kwamen op de Olijfberg tezamen en geleidden vandaar de bisschop, die Christus verbeeldde, naar de stad. Allen droegen palm- of olijftakken. Van Jeruzalem uit verbreidde het gebruik zich over het westen.
In de middeleeuwen hield iedere stad één gezamenlijke processie. Er werd altijd een ‘palm-ezel’ meegevoerd. De ezel is het beeld van ’s mensen stoffelijke lichaam. Eerst was het een levende ezel, maar later werd het, omdat zo’n
ezel erg koppig en weerbarstig kan zijn, een ezel van hout. Ook de berijder, Christus, aanvankelijk door een hoge geestelijke voorgesteld, werd later in hout uitgebeeld. Eerst gedragen op de schouders, later op wielen voortgetrokken. U kunt de ‘palmezel nog in enkele musea zien. Het werd steeds meer een uiterlijk kijkspel. De hervorming maakte er een eind aan.
De oude gebruiken gaan van de volwassenen over naar de kinderen. Eerst bootsten zij ’s middags na wat zij ’s morgens hadden gezien. Al bezitten wij nog een keur van het dorp Uitgeest uit 1635, waarbij het lopen met Sint Maartenslichten of met Palm- ofte diergelijke groenten’ of met ‘Pinksterbloemen’ wordt verboden, toch vinden wij dit gebruik nog zowel in protestantse als in katholieke streken terug.
Een van de meest interessante bijzonderheden is het lied, dat in vele varianten bij deze optocht gezongen wordt:

Pallem-pallem-pasen,
Ei – koer – ei,
Over enen zondag dan krijgen wij een ei.
Een ei is geen ei,
Twee ei is een hallef ei,
Drie ei is een Paasei.

Het oorspronkelijk lied, waar deze kinderdreun een kapot gezongen overblijfsel van is, kennen wij niet. Maar dit overblijfsel is al interessant genoeg. ‘Ei—koer–ei komt waarschijnlijk van een Griekse smeekbede (op z’n Latijn uitgesproken), die ook nog te vinden is in de roomse mis: ‘Eleison, Kurië, eleison.’ Ontferm u. Heer, ontferm u.’ —
En dan die merkwaardige drie eieren! De oude Chinese wijzen leerden, dat alles ontstaat uit drie dingen: Twee krachten en het spanningsveld tussen beide. Twee levende, steeds veranderende krachten en hun onderlinge relatie.
Iets is lang en iets anders kort door het verschil tussen beide. Vader, moeder en kind. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Een aardse mens, zijn bovenzinnelijk hogere wezen, en dat waar de mens ik tegen zegt. De aarde, de
hemel en… het ‘feest’.
Ons redenerend verstand heeft om dit te begrijpen een norm nodig. Het moet een moment in de tijd, een vorm in de ruimte fixeren. Het levende, altijd groeiende krachtenveld tussen ruimte en oneindigheid, tussen tijd en eeuwigheid, kan slechts betreden worden door ons geestelijk wezen, door ons creatief vermogen, door onze inspiratie, door ons Ik. —
Eén ei, één kiem van een mensen-ik is niets, want iedere mens heeft de andere mens nodig. Twee-ei, twee mensen kunnen gemeenschap hebben en zich voortplanten, maar dat is nog maar de helft van het mensenwezen: het
zintuigelijk-lichamelijke. Wat is een half ei? Het is ten dode gedoemd.!
Drie ei (niet drie eieren) de drie-eenheid van het lichaam, en de ziel, en de geest, die hen tot werkelijkheid brengt, dat is het werkelijke paasei: de opstanding uit de dood! – Christus is de waarheid en het leven én de weg.

Paashaas

Uit het oosten kwam de haas naar onze landen gesprongen, om hier de paashaas te worden, die ons de eieren der opstanding brengt. Een zachtmoedig dier, dat zich snel voortplant en dus een symbool voor de vruchtbaarheid. Hij heeft geen eigen huis, het hele land is zijn woning. Daarom is de haas ook het beeld voor ons hogere Ik-wezen.
Wordt een haas achtervolgd, dan gaat een andere haas voor hem aan het lopen, om zijn vermoeide soortgenoot te redden. Zo is hij tenslotte een symbool voor het Christus-wezen, dat onzelfzuchtig is en toch altijd achtervolgd wordt
door de zelfzuchtigs en dat zijn leven geeft voor zijn broeders.
Het kind kent nog niet het werkelijke kwaad, het kent de dood nog niet en is daarom nog niet aan de eigen opstanding, aan het werkelijke, het christelijke paasfeest toe. Voor hem duurt het paasfeest meer dan één volle week. Want het paasfeest begint reeds met palmzondag, de zondag vóór Pasen. Dit feest heet dan ook ‘Palmpasen’.
Het is het begin van de paasweek, het overwinningsfeest van de zichtbare, uiterlijke zon. Die schenkt ons ieder jaar een nieuwe lente en iedere morgen een nieuwe aarde dag. Aan haar dankt de aarde het natuurlijke leven. Maar deze natuurlijke zon gaat iedere avond onder. Zo bloeit het leven op, om weer te sterven in de dood.
Het was het stoffelijk lichaam van Jezus, dat men eenmaal feestelijk binnenhaalde in Jeruzalem. Vijf dagen later liet men het kruisigen. Want het wezen, dat in dat lichaam woonde, het eeuwige licht van de geestelijke zon, dat had men niet gezien. Daarom vertelt het Lucasevangelie ook, dat Jezus, tijdens zijn intocht dichter bij de stad gekomen,
Jeruzalem vóór zich zag en zei: ‘Och mocht gij op deze dag toch verstaan, wat tot uw vrede dient, maar thans is het verborgen voor uw ogen.’
Pasen, een week later, is het hoogfeest van het leven, dat geen ondergang kent en dat Christus aan de mens schonk door zélf mens te worden. Hij overwon de dood van de materie en opende de poort naar de geest. Hij onthulde voor
onze ogen de toegang tot het wezenlijke vredefeest.
Henk Sweers, ‘Jonas’ 09-04-1976
.

.
Palmpaasherinneringen van auteur

“Pallempallempasen, eikoerei,
Over enen zondag krijgen wij een ei,
1 ei is geen ei, 2 ei is een hallef ei, 3 ei is een paasei,
4 ei is een gouden ei….”

Binnenkort is het palmzondag de zondag als begin van de “stille week” voor Pasen.
De viering op school ondervond in de loop der tijd, en vooral door de veranderende tijd van leven, wat veranderingen, maar in grote lijnen…..
In de kleuterafdeling wordt een zonneradstok gemaakt, nu doen ouders dat thuis, in mijn beginjaren maakten we die stokken op een avond op school met alle ouders, later een tijdje: ouders in de klas [álle ouders] die de palmpaasstok
samen met hun kleuter gingen maken en ook nog een paar jaar dat de ouders in de grote zaal van school een palmpaasstok versierden voor hun kind[eren].
In de week voor de palmpaasviering gingen we gedroogde vruchtjes [appeltje, rozijntjes, abrikoosjes] aan een draad rijgen [tenminste, als ze niet opgegeten werden]
Op de vrijdag voor de palmzondag maakten we een wandeling, met ouders, naar een aanleunflat in het park; per klas spraken we af welke etage: 1, 2 of 3…
Al zingend de trappen op, de gangen daar door, bellen aan alle deuren…en dan liepen we weer naar beneden om daar in de centrale hal een klein paaspresentje te geven voor de bewoners en daar beneden in dat propvolle halletje ontvingen de kleuters dan een paaseitje….
Nu maken we een fijne lentewandeling door het park met enkele begeleidende ouders.
Het zelfgemaakte broodhaantje aten we op school op [als dat al lukte….]
Slechts één keer regende het en werden alle palmpaasstokken achter in een busje vervoerd naar die flat en daar bij de ingang uitgedeeld aan de kleuters…[ slingers en elfjes in elkaar gedraaid, haantjes die eraf vielen…]

En elk jaar:
haantjes die al half op waren als we weer bij school waren, ouders die de stok [eigenlijk staande voor het dragen van “je Ik”,] van hun kind droegen [kind is zoóó moe van het dragen….], de sliertjes crêpepapier die in elkaars sliertjes gingen of de lente-elfjes…., het haantje dat dreigde te breken [geen goede punt op de palmpaasstok].
Ach ja en eerder toen we nog eitjes kregen van de mensen in de flat in het park, helemaal zacht en gesmolten chocolade-eitjes in die warme handjes….
Dierbare herinneringen.

De Stille Week

Lijdensweek, heilige week, de week van Palmpasen tot Pasen

Fusien van den Ent:

Buiten toont de uitbottende natuur zich in haar stralendste feestkleed.
Wij proberen die week een reeks beelden te beleven.
Beelden die de mens oproepen tot werkelijk bewustzijn – beelden van strijd: uiterlijk met woorden, en innerlijke strijd – Beelden van hoogste broederschap, dienen, van het liefde-offer.
Beelden die je laten vermoeden wat werkelijk vrij, soeverein, waar Mens-zijn is, ook in lijden, in grootste eenzaamheid, in sterven, dood, om door de dood tot opstanding te komen.
Buiten zien we het aardse, vaste in beweging gebracht en op een hoger niveau getild worden: dode, anorganische stof wordt tot leven, organische stof, wordt plant met bladeren en bloemen door licht- en warmtekrachten uit de kosmos: de zon, de maan, de planeten en de sterren werken in de wonderen van het leven hier op aarde: de wereld is één groot organisme.
Dat zien we niet alleen in de natuur om ons heen: we merken het ook aan de paasdatum, want het is Pasen op de eerste zondag na de eerste volle maan na 21 maart (nadat de zon door het lentepunt ging). Daarom zal in de Stille Week de maan vol zijn; de aarde staat dan tussen zon en maan. We zien dat veel afgebeeld op oude iconen: zon en maan aan weerszijde van het kruis.

De dagen van de week, die elk hun eigen kleur, klank, zielenstemming hebben, stemmen overeen met de zeven planetensferen. De oude Chaldeeën gaven de dagen van de week al dezelfde namen als de zeven ‘bewegende hemellichamen’, de Romeinen deden het en wij ook: zondag – de zon, maandag – de maan, dinsdag – mars (Frans: mardi), woensdag -mercurius (=Wodan), donderdag – jupiter (=Donar), vrijdag – venus (Venus – Freia), zaterdag –
saturnus.
In de dagen van de Stille Week kunnen we de aard van de bijbehorende planetensfeer ook herkennen en ontdekken aan wat de Christus eraan toevoegt (‘zie, ik maak alle dingen nieuw’).
Emil Bock vertelt daarover in ‘Jaarfeesten als kringloop door het jaar‘ en heel uitgebreid in ‘van Jordaan tot Golgotha‘. Hij noemt de week van palmzondag tot Pasen ‘het mooiste compendium van het Christuswezen dat denkbaar is’.
Wanneer wij niet, zoals gebruikelijk, alleen de Goede Vrijdag vieren, maar de hele week in ons bewustzijn brengen, zien wij Christus weer als oneindig veel meer dan ‘duldende man van smarten’: als strijder en overwinnaar.

Genoemde liedjes zijn te vinden op

Tinekes Doehoek of Vrijeschoolliederen.nl

Handgebarenspelletjes:


Een tere, warme zonnestraal
Kwam hierbeneden aan.
En zag een kleine bloemenknop
Nog dichtgevouwen staan.
De tere, warme zonnestraal
Scheen nu nog eens zo fel.
En dacht: als ik maar schijn en schijn,
Dan opent het knopje zich wel.
En toen nu de warme zonnestraal
Het knopje maar aldoor bescheen,
Toen gingen de blaadjes als vanzelf,
Heel langzaam, heel langzaam vaneen.
Daarbinnen zag de zonnestraal
Een hartje van stralend goud.
“Dat komt”, sprak ’t kleine bloemetje,
Omdat ik zoveel van je houd!”

Ach, kleine kip, wat kijk je sip,
ben jij je ei verloren. .
Lag het in ’t bos, lag het in ’t mos,
of viel het tussen ’t koren?
Helaas, helaas, mijn lieve haas,
wij zoeken met z’n beidjes,
de haan en ik, maar o, wat schrik:
De wei ligt vol met eitjes.

Opa is blij en Oma is blij
ze hebben een kipje dat legde een ei
Daar kwam een muisje aangetript
dat had toch zo met zijn staartje gewipt
hij zwiepte het ei opzij
“Krak” zei het ei!”
Huil maar niet hoor Oma
huil maar niet hoor Opa”
zei het kipje”
Ik leg in een wipje een nieuw ei!
Het is niet van hout het is niet van steen
het is van stralend goud!”

Het kleine kippetje Ukkepuk
heeft het altijd vreselijk druk
Op maandag moet ze dweilen
op dinsdag nageltjes vijlen
op woensdag houtjes hakken
op donderdag wormpjes bakken
op vrijdag kippepap roeren
op zaterdag kuikentjes voeren
alleen op zondag heeft zij vrij
dan legt ze een gespikkeld ei!

Kippetje, kippetje, tok tok tok
Kipje al in het kippenhok
Kukelt, kakelt en hakkelt blij
kijk daar ligt mijn laatste ei!

Twee haasjes Flip en Flap
Die gingen samen eens op stap
Zij speelden haasje over
Zij knabbelden aan het lover
Zij buitelden over stenen
Zij liepen naar het koolland henen
Maar daar kwam de jager aan!
Toen zijn ze er vlug vandoor gegaan
Flip ga eens kijken of de jager al weg is
Flap ga eens kijken of de jager al weg is
Zullen we samen gaan kijken of de jager al weg is
Ja hoor!!!
Lied: 21 lange dagen zat ik in een kippenei,
Ik wil eruit, ik wil vrij,
ik prik een gaatje in het ei.
Ik wil eruit, ik wil vrij,
ik prik een gaatje in het ei.
Nog een stukje, nog een rukje,
wat is dat een zwaar karwei.
Even rusten, even hijgen,
even droge veertjes krijgen,
even pootjes uitproberen
en dan ren ik en dan kruip ik
lekker onder moeders veren.

Kringspelen:

Groen is t gras
Zakdoekje leggen
Haasje in de groeve

Sowieso zijn zoekspelletjes in deze tijd leuk om te doen, buiten of
binnen.
Schoonmaken of oppoetsen ook.

Grimm Sprookjes om te vertellen:
Het ezeltje      
De kikkerkoning

Bakersprookjes [Lois Eijgenraam]
Het wordt lente
Haantje Goudenkam
Het Hazenhuisje

Voor de ouders

Beschrijving zonneradstok

Benodigdheden die je zelf vergaart:
· Een rechte ronde stok of tak van 40 tot 50 cm.
· Een ring van ijzer. Of pitriet of wilgentenen om een ring van te maken.
· Event. wat touw of dun ijzerdraad om van de wilgenteen /pitriet een cirkel te maken.
· Dun draad om de lente-elfjes vast te maken en te bevestigen.
· Draad om de ring op te hangen aan de tak.

Benodigdheden die je van school krijgt:
· Een strook van lichtgroen crêpepapier van 2 cm breed (om de stok te omwinden).
· Een strook van licht groen of geel of groen crêpepapier van 2 cm breed (om de ring te omwinden).
· 8 stroken crêpepapier van 1cm breed (om de ring te versieren) in diverse lentekleuren (bijv. licht blauw, licht roze, licht groen en licht geel).
· 8 velletjes vloeipapier van 14 x 14 cm van 4 verschillende lentekleuren (voor de 4 lente-elfjes).
· Plukje wol (voor in de lente elfjes).
· Dit alles zit in een plasticzakje met de naam van je kind erop.
(Dit zakje voorkomt dat de zonneradstok vies wordt onderaan als juf hem op school in een bak aarde zet)

Werkwijze
· Snijdt een punt aan de tak (zo blijft het broodhaantje beter zitten).
· Snijdt hierin van boven naar beneden een inkeping van ongeveer 1 cm
· Omwindt de stok met het crêpepapier. Laat de eerste 5 cm vrij voor het broodje
· Mocht je geen ijzeren hoepel hebben van ongeveer 30 cm doorsnede, dan kan je er een maken door de uiteinden van een dunne wilgenteen (of dik pitriet) een paar keer om elkaar heen te draaien en vast te maken met een dun ijzerdraadje of touwtje.
· Omwind de cirkel met het crêpepapier.
· Maak 4 lente-elfjes door de vierkante vloeipapiertjes dubbel en dubbel te vouwen tot 1 vierkantje bestaat uit 4 kleine.
· Leg twee van die gevouwen vloeipapiertjes op elkaar. Twee verschillende kleuren geeft meer kleur!
· In het midden van dat vierkant leg je een heel klein plukje wol dat je buitenlangs afbindt met een stukje draad.
Hiermee bevestig je tegelijkertijd ook de lente-elfjes aan de ring.
Bevestig de ring met 2 draden (een van links naar rechts en een van voor naar achter aan de tak door de draden door de inkeping boven in
de tak te trekken.
· Ten slotte versier je de ring verder met de dunne stroken crêpepapier.

Verwonderland: Broodhaantje maken (typepad.com)

volg de stappen 1 t/m 11 op ‘Verwonderland’

Vertellen: Het Ezeltje.

Rustmoment: Palmpasen liedjes

Handgebarenspelletjes:

Een tere warme zonnestraal, kwam hier op aarde aan en zag een bloempje nog dichtgevouwen staan
Het dacht als ik maar schijn en schijn,
Dan opent zich het bloempje wel.
Toen nu die zonnestraal het bloempje aldoor maar bescheen,
Toen gingen de blaadjes vanzelf uiteen
Daarbinnen was een hart van goud
“Dat komt” zei het bloempje “omdat ik zoveel van je houdt”
Ik ben een vogel klein
En bouw mijn nestje fijn.
Ik breng een takje, ‘k breng een blaadje.
Met een grasje, met een draadje,
Of ook wel een pluisje wol,
Zo bouw ik mijn nestje vol.
Is dan dra het nestje klaar,
Leg ik al mijn eitjes daar.
En zit daarop dan stil te dromen
Tot de kleintjes één voor één
Uit hun schaaltjes komen.

O wat gepiep! En wat gezwoeg,
Die kleintjes hebben nooit genoeg
– – – Maar zijn ze groot geworden,
Is ’t nestje hun te klein – – –
Hola! Dan de lucht in, ’t vliegen is toch fijn! 
lange dagen zat ik in een kippenei, ik wil eruit ik wil vrij,
Ik pik een gaatje in het ei, [herhalen vanaf ik wil eruit].
Nog een rukje nog een stukje wat is dit een zwaar karwei,
even rusten, even hijgen,
even droge veertjes krijgen,
even pootje uitproberen,
en dan ren ik en dan loop ik
lekker onder moeders veren.”
Het ís een heerlijk lied, alleen ik heb de muziek niet….
Tekst van H. IJzerman

Spring is coming, spring is coming,
birdies build their nest,
weave together straw and feather
doing each their best

Lente komt al, lente komt al,
vogels maken hun nest,
weven stro en veren samen
doen zo goed hun best.

Het kippetje Ukkepuk,
Heeft het altijd druk.

Maandag moet ze dweilen
Dinsdag nageltjes veilen,

Woensdag wormpjes bakken
Donderdag houtjes hakken

Vrijdag kippenpap roeren,
Zaterdag kuikentjes voeren

Maar zondag is ze vrij,
Dan legt ze een gespikkeld ei!

.

Palmpasen en Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: jaarfeesten     jaartafels

.

2745-2574

.

.

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (10)

.
Christina van Stroe
>

PALMPASEN EN DE STILLE WEEK 

Morgen- Zondag 14 april 2019 -is het Palmpasen.
De palmpasenstok is het attribuut van Palmpasen, een stok die door schoolkinderen wordt gemaakt en gedragen en bestaat uit christelijke en heidense symbolen naast elkaar. Meestal is de basis een kruis van latjes of twee dunne takken met een hoepel of rad dat de zon symboliseert. De versiering kan bestaan uit wat groen, gekleurde eieren en slingers met gedroogd fruit. Bovenop prijkt een broodhaantje. 
De palmboom werd bij de natuurvolkeren tijdens de lentefeesten als symbool gebruikt ter ere van de terugkerende ZON: juichende en stralende mensen met wapperende palmbladen. Gelijk als het juichen in de natuur door de lente: de aarde ademt uit. 

De binnenkomst van Jezus in Jeruzalem werd ook met takken van de palmboom gevierd. Hij reed op een ezeltje; de pelgrims die naar de stad getrokken waren om het joodse feest van Pesach te vieren, haalden hem in als de langverwachte Verlosser en wuifden hem toe met palmtakken.
 
Het Zonnewezen van de Christuskracht had zo’n grote invloed op de omgeving, dat iedereen in feestelijke beroering werd gebracht.

DE SYMBOLIEK VAN DE STILLE WEEK

Na Palmpasen volgt de Stille Week.
In de verhalen rond Goede Vrijdag en Pasen wordt de ontwikkelingsweg van de menselijke evolutie symbolisch weergegeven. De bestemming van ieder mens is de intocht van het liefdevolle en onsterfelijke Christuswezen in het hart en de ziel van de mens. Het Wezen van de scheppende liefdeskracht wordt in het Christendom Christus genoemd. De Christuskracht is echter de scheppende kracht in alle religies, geloofssystemen en esoterische stromingen. Het is de energetische spil in de evolutionaire processen in Bewustzijn die zich in alle godsdiensten, spirituele en esoterische stromingen manifesteert. De centrale kracht in de menselijke evolutie die alle religies verenigt. 

In de symboliek van de Stille Week ligt het geheim besloten van de transformatie door de mens Jezus in een onsterfelijk goddelijk wezen met behulp van de Christuskracht 
Het ‘Esoterisch christendom’ vindt haar aansluiting bij de mysteriegodsdiensten uit de oudheid en de gnostische filosofieën over de bewustzijnsontwikkeling van de mens. De evangeliën over het handelen van Jezus kun je lezen als beschrijvingen van innerlijke ervaringen die werden opgedaan in de ziel tijdens zijn inwijdingsweg. Wat in de oude mysteriën als innerlijke beelden van de godenwereld werd beleefd, vindt nu als een menselijke fysieke gebeurtenis plaats. In de drie jaren na de doop in de Jordaan heeft het zonnewezen van de Christuskracht zich stapsgewijs steeds inniger verbonden met het lichaam van Jezus en de onmetelijke kracht van het zonnewezen begint ook in de omgeving merkbaar te worden. De kracht werkt in op de astraallichamen van zieken, manifesteert zich ook in het etherische gebied en bij de ‘verheerlijking op de berg’ hebben drie van de apostelen kunnen schouwen hoe de Christuskracht het lichaam van Jezus transformeert.

HANGEN AAN HET KRUIS

Op Goede Vrijdag wordt het lijden, de kruisiging en de dood herdacht. 
Hangen aan een kruis is een symbool voor de noodzaak van het volledig ervaren van alles wat in je bewustzijn komt: je weerstanden, je verlangens, je fysieke sensaties, je gedachten en emoties. Alles wat volledig ervaren wordt lost immers op. Juist als je gelooft dat je de pijn van het leven of je fysieke lichaam niet meer kunt verdragen, maar je blijft doelbewust ervaren – je blijft voelen hoe het voelt zonder respons te geven – dan kom je aan de grens en vindt er een transformatie plaats. Dat is het uitzicht en inzicht dat ons geschonken wordt in de verhalen over wat er tweeduizend jaar geleden met Pasen gebeurde.

Het begrip “Opstanding” kan gezien worden als een metamorfose, een herrijzenis uit een verstarde toestand waaruit iets nieuws geboren wordt . 
Maar ook als het ultieme proces, waarin je kunt bestaan in zowel de tijdelijke, begrensde aardse dimensies van ruimte en tijd, als de onbegrensde werkelijkheid van het Eeuwigdurend Nu. 
Als een onsterfelijk goddelijk wezen.

.

.

Palmpasen en Pasenalle artikelen
.
VRIJESCHOOL in beeldPalmpasen

.

1881-1766

.

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (9)

.

Loïs Eijgenraam*, Vrije Opvoedkunst, maart 2016

.

Pasen   De levensboom

Palmpasen. De kinderen lopen met een tak van hun levensboom, de palmpaasstok, zingend van de haan op het stokje, de eieren bim bam beieren en de Paashaas die spoedig zat komen. Over een paar weken dansen zij om een andere tak van hun levensboom, de meiboom bij het Pinksterfeest.

Deze keer staan wij in de jaarfeestenrubriek stil bij de levensboom. De boom des levens.

Paradijs

In Genesis lezen wij over Adam en Eva die leven in het Paradijs. In het Paradijs staat de boom des levens en de boom van kennis van goed en kwaad. De boom des levens is niet alleen om naar te kijken, maar ook om van te eten. Adam en Eva leefden, net als het jonge kind, nog in een paradijselijk stemming waarin alles goed is, waar de onschuld is en waar de mens ononderbroken gevoed wordt door de levensboom. De vruchten van deze levensboom zijn geen gewone vruchten met levenskrachten, maar krachten van het eeuwige leven.

Adam en Eva mogen niet eten van de boom van kennis van goed en kwaad. Als zij de verleiding niet kunnen weerstaan en toch van de boom eten, worden zij uit de paradijselijke stemming verdreven. In het evangelie wordt dit beschreven als ‘de zondeval’. Na de zondeval is de levensboom niet meer bereikbaar voor hen; hij wordt afgegrensd door een muur van vuur, waar Cherubijnen met een vlammend zwaard de wacht houden en de boom bewaken. Vanaf dat moment doet de dood haar intrede.

De boom in de mens

Rudolf Steiner beschrijft in voordrachten dat ieder mens beide bomen in zich draagt. Hij noemt het centraal zenuwstelsel van de mens een verschrompeld product van de oorspronkelijke boom van kennis van goed en kwaad. De wortels verbeelden de hersenen, de stam de ruggengraat en de vertakkingen ervan zijn verspreid over ons gehele lichaam.

De andere boom, de boom des levens dragen wij volgens Steiner ook als beeld mee in ons fysieke lichaam, het vegetatieve of autonome zenuwstelsel. Dit zenuwstelsel regelt alles in ons lichaam dat samenhangt met de spijsvertering, het hart, onze bloedsomloop.

De mens is in alle culturen, wereldwijd op zoek naar de levensboom.

In oude culturen zien wij rituelen rondom bomen. In bomen zouden (bescherm)geesten huizen. Bij bomen werden vroeger rechtszittingen gehouden en werden cultussen voltrokken.

Ook van de aartsvader Abraham wordt verteld, dat hij van boom tot boom trok en op al deze plekken ontmoetingen met de geestelijke wereld beleefde.

Adam en Golgotha

Wij gaan weer terug naar Adam. Adam wordt ouder en is stervende. Seth, zijn zoon gaat terug naar het Paradijs om geneeskrachtige olie voor Adam te zoeken. Een cherubijn opent de hemelpoort voor Seth en brengt hem bij de plaats waar de boom van de kennis van goed en kwaad en de boom van het leven ineengestrengeld samen verder zijn gegroeid. Dan verschijnt de aartsengel Michael voor Seth en spreekt: “Nog niet is de tijd gekomen dat Adam is genezen van de zondeval.

Op de nieuwe Adam, de Verlosser, zal de aarde nog vele duizenden jaren moeten wachten. Maar ik geef je toestemming om drie zaden van deze twee samengegroeide paradijsbomen voor de toekomst van de aarde mee te nemen”.

Seth ging terug naar de aarde waar Adam reeds gestorven was. Adam werd, nadat Seth de drie zaden in de mond van Adam had gelegd, begraven op Golgotha. Uit het graf groeide een vlammende struik die, nadat deze gesnoeid werd, steeds weer nieuwe twijgen en bladeren ontwikkelde. In de vlammende struik stond geschreven: ’ik ben die ik was, die is en die komen zal’.
Dit is een beeld van de mens die komt, sterft en weer op aarde komt. De mens komt uit het licht, gaat door de duisternis en keert weer terug naar het licht. De drie zaden van de twee ineen gegroeide bomen uit het Paradijs verbeelden deze drie geestelijke groeikiemen van de mens: komend uit het licht, gaand door de duisternis en weer terugkerend tot het licht.

Er wordt verteld dat van het hout van de struik die op het graf van Adam groeide, de kribbe van het Jezuskind is gesneden en 33 jaar later ook het kruis voor Christus op de berg Golgotha is gemaakt. Het kruis op Golgotha kan als een beeld voor de mens zijn, namelijk dat het kruis waar Christus aan stierf ook een opstandingslevenskruis is, ontsproten uit de boom des levens.

In de kunstgeschiedenis kunnen wij dit beeld ondermeer herkennen in de zogenaamde stenen (zonne)kruizen.

Stenen kruizen

Op vele stenen kruizen zien wij beelden en afbeeldingen van druivenranken, vogels die zingen in de takken, bloeiende rozen. Vlechtmotieven verbinden de vier windstreken en de vier seizoenen en daarmee de vier grote jaarfeesten. In het midden straalt de zon, beeld van het eeuwige leven die alles tot een samenhangede eenheid brengt in de beelden op deze kruizen.

In Ierland, maar ook in Turkije en Armenië, zijn stenen kruizen die dateren uit de 9de eeuw na Christus. Deze stenen kruizen staan op strategische punten geplaatst: bij wegen die elkaar kruisen, deuren van kerken, bij poorten en bij graven. De stenen hadden als opdracht de mens te herinneren aan zijn oorsprong en doel. Daarom werden het levenschenkende kruizen genoemd.

Het lijnenspel van de vlechtmotieven op deze kruizen zijn een beeld voor het levende denken van de mens. Ook in ons denken kunnen wij de draden en lijnen uit het verleden en heden tot een harmonisch patroon naar de toekomst gericht, vlechten. In het vlechten van deze levensdraden wordt de tijd in de ruimte verbeeld en daarmee zichtbaar gemaakt.

Rond 1900 is een spreuk opgeschreven die vrouwen in Schotland, op de Hybriden eilanden, uitspraken bij de haard, waar zij drie turfblokken in de vorm van een wiel in de haard hadden gelegd. Het eerste blok voor de God van het Leven, het tweede blok voor de God van de Vrede en het derde blok voor de God van de Genade. Daarna strooiden ze er een beetje as over uit, nooit zoveel dat het vuur zou doven.

De heilige Boom,
Die behoedt,
Die beschermt,
En omhult,
De haard,
Het huis,
De huishouding,
Deze avond,
Deze nacht,
Oh, deze avond,

Deze nacht,
En iedere nacht,
Iedere afzonderlijk nacht.

Palmpasen. De kinderen lopen met hun stokken door het land, een twijgje van de levensboom. Dit artikel eindigt met een gedicht van Albert Steffen.

Laat ons de bomen beminnen,
de bomen doen ons goed.
In al hun groene twijgen,
stroomt God zijn levensbloed.
Eens wilde ‘t hout verharden,
toen hing Christus er aan.
Dat wij ons zouden laven,
een eeuwig leven brak aan.

.

*Met toestemming van de auteur Loïs Eijgenraam

Boeken van de auteur

Website Loïs Eijgenraam

School voor antroposofische kinderopvang

.

Het verhaal over de drie zaden is te vinden in: ‘En het werd licht‘ van Jakob Streit
.

Palmpasen en Pasen: alle artikelen
.
VRIJESCHOOL in beeld: Palmpasen

.

1878-1763

.

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen/Pasen – alle artikelen

.
Hoewel het vieren van jaarfeesten een onderdeel is van wat op de vrijeschool gebeurt, geeft Steiner er in zijn pedagogische voordrachten geen aanwijzingen voor. Dat er over de jaarfeesten op deze blog van alles is te vinden, betekent niet dat alle achtergronden die hier worden gegeven voor iedere school in gelijke mate gelden. Bovendien is ‘school’ in dit opzicht te abstract. Het gaat om de mensen die er vorm aan geven. Omdat het bij de achtergronden om  religieuze, spirituele of godsdienstige inhoud gaat, ligt het voor de hand dat iedere individuele leerkracht daarmee een bepaalde verbinding heeft – van een oppervlakkige tot een diepe.
De achtergronden die hier worden gegeven, zijn dus meer bedoeld om de sfeer te schetsen waaruit de concrete vorm van een jaarfeest is voortgekomen.

=

In veel artikelen die over Palmpasen gaan, staat ook iets over Pasen en omgekeerd. Een duidelijke scheiding is niet aan te geven.

PALMPASEN

[1Palmpasen
Walther van Riet
over: invloed van vroegere tijden; palmpasenstok.

[2] Palmpasen 
Juf Aagjen
over: het ei als symbool; ‘drie ei is een paasei’.

[3] Palmpasen 
Henk Sweers
over: het licht in de lente; de gang door de seizoenen; Paasei; paashaas; levensboom, palmpasenstok; palmprocessie; ‘één ei is geen ei’.

[4] Palmpasen 
verschillende palmpasenstokken.

[5] Palmpasen 
Juultje van der Stok over: de symboliek van de stok; stokken maken, haantjes bakken in het gezin. 

[6] Palmpasen
broodrecepten: paasbrood met saffraan; vooral om met kinderen te maken: hot cross buns; broodhaantjes; paaskoekjes; paaskrans; paasbrood; brooddeeg.

[7] Palmpasen
Walther van Riet over: symboliek van de paasstok.

[8] Palmpasen
Ferdinand van Hemmes over: Palmpasen in de Betuwe, zo’n halve eeuw geleden; palmpaasstok en meiboom; voor-christelijke en christelijke tradities.

[9Pasen de levensboom
Loïs Eijgenraam over: palmpasenstok en levensboom; boom van leven – boom van kennis; legende(n) om de 3 zaden van de levensboom; zonnekruis; Schotse (boom)spreuk; gedicht van Albert Steffen.

[10] Palmpasen en Pasen
Loïs Eijgenraam
over: palmzondag; Christus als Koning; palmprocessie/palmstok; palmpaasstok; haaktechniek voor netje; eieren verstoppen; verfhaal ‘het haasje in de’maan’.

[11] Palmpasen
Dieuwke Hessels over: Palmpasen, intocht, lente; palmpaasstok; broodhaan; paasei; palmprocessies; paashaas; Stille Week; liedjes; illustraties; handgebarenspelletjes (kleuterklas); ochtendspel (organisatie) in kleuterklas. gedichtjes.

PASEN

[1] Beweging
J.E.Zeylmans van Emmichoven over: de beweegbare paasdatum; lentefeest; palmpasenstok.

[2] De paashaas blijft
Henk Sweers over: de haas als paashaas; symbool; in oude(re) culturen; in de kunst.

[3] Pasen: kosmisch en innerlijkevenwicht
Maarten Udo de Haes
over: de beweeglijkheid van de paasdatum; zon, maan en aarde in evenwicht; de zondag als middelpunt; tweetallen van dagen in tegenstelling.

[4] Het kosmische beeld van Pasen
Rinke Visser
over: wanneer valt Pasen; het kosmische beeld van Pasen; evenwicht vanuit optiek waken-slapen van de aarde.

[5] De paashaas
Henk Sweers
over: omgang met de ander; leven en liefde; geweten; Christus en Pasen; paashaas.

[6] Pasen: het feest van levensvernieuwingen opstanding
Onbekend over Pasen; vernieuwing en opstandig; Christus opgestaan; geest en stof; plant, dier en mens; dood en lente; voorjaarsmoeheid.

[7] Palmpasen en Pasen voor de kleuters
Thea Verbeek en Ilona Botterweg over Palmpasen en Pasen in de peuter- en kleuterklas: lente; palmpoosstol; haas; ei; eieren verven: Roodkapje.

[8] Knutsels
vingerhaaspopje, paashaasje; paashaasje, kuiken, lam van pompoen; paastuintje; paasfiguren van papier-maché; bloempot beschilderen; eierhoepel; nestjes; haas als eierdop;  paaseierdop; paasmobile; ei op stokje; paasboom; lentefee; eierschaal met bloempjes; haasje van aardappel; paasweitje; paashaantje (papier); voor het raam; beweegbare paaskaart; ‘kiek-kiek’ beweegbaar kuikentje; wortel- en lentekinderen haken; bloemenkinderen van vilt; ei met deksel.

[9] Pasen
Robin Jansen over: hoe beleven we nu Pasen; opstanding; Golgotha; Christus; Ik; oordeel; gedicht Nijhoff ‘De soldaat die Jezus kruisigde’.

[10] Waarom valt Pasen nooit op dezelfde dag
Amy de Rhoter over: de beweeglijke paasdatum; mysterie van Golgotha.

[11] Een overweging bij onderstaande legende
Marijke Roetemeijer over: paashaas; Hindoelegende ‘De legende van de drie hazen’

[12] Het haasje in de maan
Legende van het haasje in de maan.

[13] Pasen 
Erica Mathijsen over: hoe zou je in het gezin Pasen kunnen vieren en waarom; voorbereiding; activiteiten;
aangevuld met andere artikelen over hetzelfde onderwerp; Heilige week met gedicht;
samen knutselen; samen bakken;  paasmenu maken.

[14] Pasen en de maan
J.Oele over: Paasdatum, in de bijbel; joods Pasha; kalenderhervorming, kerkelijke kalender; Nicea.

[15] Eieren
Eieren verven, verschillende technieken, natuurlijke kleurstoffen; eiertakken; paaseieren versieren; eieren verven en versieren; paasei met blaadjes; paasei verven; chocolade-ei; wat doen we uiteindelijk met de eieren?

Maarten van Rakt over: feest van de chocola; chocolade-ei; waarom eieren;

Nikole Karrèr over: eieren in het verleden; een Perzische legende over de eieren van Ormoezd en Angromanyu; bijzondere eieren uit Perzië; doosje met ei als cadeau; een ganzenei bewerken.

[16] Dichter bij Pasen
Dichter bij Pasen: hoe denk je erover, wat voel je erbij, wat wil je ermee. Een gesprek tussen ouders.

[17] Het mysterie van Pasen 
Henk Sweers over: eindigheid en oneindigheid; de grenzen van het denken; de eeuwigheid; het voorgeboortelijke; Golgotha; Christus.

[18Pasen loopt naar de maan 
Paul van Laare over: de kalender in vroegere tijden: Julius Caesar, Gregorius 13; het vaststellen van de paasdatum.

[19] Van lijdenstijd naar Pasen
Marieke Anschütz over: werk als oefenweg; beroep als ‘meditatie’;  Jan Luyken, etsen.

[20] Pasen: liefdevol omvormen van het dode
Annet Schukking over: lijden, dood en leven.

[21] Pasen: feest van de opstanding van Christus en de natuur
Yolanthe van Cornelisse over: Palmpasen en Pasen, in kort bestek passeert veel de revue.

[22] Een feest van evenwicht en beweeglijkheid
Maarten Udo de Haes over: evenwicht en beweeglijkheid; paasdatum; sterven, dood, opstanding, leven; Mercurius als bemiddelaar; Rafael; genezing.

[23] Pasen in de 3e klas
Rimbert Moeskops viert met zijn derde klas het Pesach.

[24] Passietijd en Pasen 
F. de Fremery over: lijden van Christus in het persoonlijk leven; de betekenis van doornenkroon, geseling en opstanding; passietijd en Pasen.

[25] [Oude heidense gebruiken en het christendom 
Gert Stegeman uit: Noord-Europese mysteriën: Heidense gebruiken en het christendom; lentemaand; lentenamen; Ootmarsum.

[26] Lijdenstijd: ken uzelve
Marieke Anschütz
over: Vasten: hoe oefen je mens-zijn; innerlijke ontwikkeling; Elckerlyc; Pieter Breughel de Oude: De strijd tussen carnaval en Vasten; wat was, wat is ascese.

[27] Overwinning van de dood
Jakobus Knijpenga over: (af)sterven, dood, vergankelijkheid; vernieuwing, leven, levenskracht; overwinnen; Christus’ dood; opstanding.

[28] Enkele achtergronden m.b.t. het paasfeest
Hanneke van Vliet over: Palmpasen/Pasen, lente  in de kleuterklas; symboliek stok, ei, haas.

[29] Lente: het verhaal van Tobias en de vis
Lena Struik: het verhaal van Tobias en de vis.

[30] Tussen Pasen en Pinksteren 
Paul Veltman over: Jeruzalem, Johannes, symboliek haas; opstanding niet makkelijk te begrijpen.

[31] Pasen
Annemieke Zwart
over: Palmpasen; lente; opstanding; symboliek; Christus.

[32] Op zoek naar de ware koning
Marieke Anschütz over: het wezen ‘koning’; Palmpasen; lijdenstijd t.o. advent; veroordeling Christus; Judas. 

[33] Hoe wordt de paasdatum berekend
J.E.Zeylmans van Emmichoven over: vier manieren om de datum te berekenen: stoffelijk; wanneer is het Pasen; eenmaal per jaar: jaarritme;  biologisch, het maan(d)ritme, ritme van het etherlijf; week als ritme van de psyche; het Ik heeft een dagritme. 

[34Kiezen voor ritme of dood
J.Knijpenga
over: pogingen in het verleden om de paasdatum vast te leggen (1954, 1963, 1977); maanfeest, Jahweh; Pasen in het teken van de zon; ritme.

[35] Astronomen twisten over de datum van de kruisiging
Govert Schilling over: wanneer is het Pasen; wanneer de 1e Goede Vrijdag?; berekening van Bradley Schaefer; 3 april 33?.

[36] Pasen en de geur van mirre
Bob Smalhout over: Judas, Martha en Maria, de nardusolie, veroordeling van Jezus; hoe er gekruisigd werd;

[37Interview
Charles Vergeer over: Jezus; wat gebeurde er rond Goede Vrijdag; wat schreven Marcus en Lucas; 

[38] De twee bomen in het Paradijs
Jan Förder over: het van buitenaf beschouwen van de wereld; Hebreeuwse getalswaarde van letters in woorden; doodskant van de kennis; Christus en de ‘de boom des levens’; getal 4.

[39] Oude paasgebruiken
Hans Harress over: paasvuur; verbranding; paaswiel; zon als oorsprong; Christus als zonneheld.

[40] Hoe kunnen we met kinderen Pasen vieren
Jörgen Smit over: Pasen in het verre verleden in oude culturen; paashaas; eieren; het joodse paasfeest en het christelijke; hoe en wanneer vier je Pasen met kinderen.

[41] De paaseieren
Een verhaal van Elisabeth Klein over het ontstaan van de paaseieren, voor kinderen rond het 6e jaar.
Verteltijd ca. 8 min.

[42] Pasen – een feest van leven en vruchtbaarheid
Karl-Heinz Wiedner over: oude paasgebruiken, paasvuur, paaswiel, vele manieren om eieren te versieren.

Pasen (43)
Pasen in het verre verleden in oude culturen; hoe en wanneer vier je Pasen met kinderen; welke sprookjes; eieren versieren

[44] Het zonnekoren – een paasverhaal
Jörg Undeutsch
over: het gras dat dichter bij de zon wilde komen, een zonnedruppel ontvangt en koren wordt. Verteltijd ca. 5 min.

[45] Pasen
Tineke Croese over: lente: nieuw leven, Pasen: nieuw leven; ei en haas; lente en winter; overwinning van de dood; ziel en dood, schimmenrijk; Christus overwinning dood; paasdatum; opstaan uit verdriet, verlies, rouw, traumatische ervaringen is je eigen opstanding.

[46] Pasen in de kleuterklas   (Pasen 46)
Dieuwke Hessels over: Pasen; paashaas; gedichtje, liedjes; handgebarenspel; boeken; kringspel; verhalen; transparanten; ei.

De kikker en de held Johannes
Else Tideman over: Russisch sprookje met paasmotief; Wassilissa, de Alwijze.

voor meer ideeën en achtergronden: Tinekes Doehoek

Jaarfeesten: alle artikelen

Vrijeschool in beeldPalmpasen (met o.a. voorbeelden van broodhaantjes en palmpasenstok;  bij Pasen: jaartafels
.

141-135

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (28)

.

ENKELE ACHTERGRONDEN M.B.T. HET PAASFEEST

In de kleuterklas vieren we Pasen als een lentefeest.
Het feest van de uitlopende natuur.
In ons ochtendspel zingen en spelen we het verhaal van de wortelkindertjes. Zij ontwaken uit hun winterslaap. Moeder aarde zorgt dat ze ijverig hun nieuwe bloemenjurkjes gaan naaien. O, wat zijn ze mooi als ze klaar zijn om in optocht naar boven te vertrekken. Als de lentefee op haar gouden slee met rinkelende belletjes de lente inluidt, komen alle bloemenkindertjes uit de grond naar boven. In de gebaren van het ontwaken wordt de nieuwe geboorte zo ervaren.
Ook het van donker naar licht gaan, wordt ervaren in dit spel. Het ontwaken van de natuur geeft ook de beelden van opstanding en overwinning uit de dood.
De symbolen van de paastijd geven het weergekeerde leven weer.
De palmpaasstok is eigenlijk een persoonlijke levensboom. De haan, bovenop, is de figuur die de dag aankondigt en met Palmpasen de nieuwe dageraad in een mensenleven.
Het groene takje, van de buxus is het symbool van het eeuwige leven. Ook horen er eieren aan de paasstok.
Al het leven komt uit een ei.

Het paasei is een schijnbaar dood ding, dat leven in zich heeft. Ook een beeld voor het wonder van de opstanding.
De krachten van de zon (gele dooier) en de maan (eiwit) zijn in het ei terug te vinden.
Door de Grieken, Germanen en Russen werden de eieren  op graven gelegd als symbool voor onsterfelijkheid.
Dit gebeurt nog steeds in delen van Kroatië. Dit rouw-ei is zwart.
Het nieuwe leven kunnen we in het verborgene vinden.
Vandaar dat de eieren worden verstopt.

Een ander eeuwenoud symbool is dat van de paashaas.

In oude tijden vóór Christus was de haas toegewijd aan de godinnen van de vruchtbaarheid (Artemis in Griekenland, Oeroet in Egypte, Ostara in het Noorden),  het Duitse Ostern verwijst nog naar Ostara.
In de tijd na Christus is de haas het symbool geworden van het ‘Ik’ in het fysieke lichaam.
Het ‘Ik’ is onzelfzuchtig, schaadt niemand en komt de ander te hulp.
De haas heeft geen eigen huis, het terrein is zijn woning.
Hij doet geen dier kwaad, is zachtmoedig, maar heeft vele vijanden. Daarom is een snelle vruchtbare voortplanting nodig. Een haas die door een vijand wordt nagejaagd in de achtervolging, wordt vervangen door een soortgenoot. Zo is hij zijn ‘broeders hoeder’.
Zo kan een klein ikje uitgroeien tot Ik. De wereld als ons huis en alle mensen als onze broeders.
Aan kleuters leggen we al deze zaken niet uit. Maar op een diep niveau beleven zij het wonder van de opstanding van de natuur en mens in de kringloop van het jaar door onze feesten, als vanzelfsprekend mee.

Hanneke, maart 1998, vrijeschool Zevenster, Uden

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

Peuters en kleuters: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: peuters en kleuters

139-134

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (21)

.

PASEN: FEEST VAN DE OPSTANDING VAN CHRISTUS EN VAN DE NATUUR

Zoals de wintertijd de periode voor de lichtfeesten was, is de lente de periode van de vruchtbaarheidsfeesten. Zoals we bij het kerstfeest de kerstboom als symbool voor de levensboom zien, hoort bij het paasfeest de palmpaasstok. Aan de palmpaasstok kunnen we veel symbolen herkennen:
In de top prijkt de haan. Deze kondigt de nieuwe dag aan in de prilste morgenschemering. De haan staat symbool voor het hoogste deel van de mens. Hij is een verbeelding van ons wakkere IK.

De palmpaasstok draagt vaak een krans, symbool voor het zonnerad. Ook de geestelijke zon, die eeuwig is, wordt hiermee gesymboliseerd. De altijd groene buxustakjes symboliseren het eeuwige leven en de vruchten aan de palmpaastak zijn de dragers van het nieuwe levenszaad.
Ook de andere paasgebruiken zijn symbolen, zoals de haas die eieren brengt. De haas was in verschillende delen van de wereld toegewijd aan godinnen van schoonheid, liefde en vruchtbaarheid. In het noorden was dat de godin Ostara, wier naam we nog herkennen in de Duitse benaming van het paasfeest: ‘Ostern’. Dit is een aanwijzing voor de voorchristelijke geschiedenis van het feest. De Germaanse mythologie vertelt ons dat de godin Ostara nieuw leven aan de natuur gaf door de haas eieren te laten brengen.
De haas heeft geen hol om veiligheid in te zoeken en moet zijn kwetsbaarheid opheffen door zich veel voort te planten. Het is een zeer vruchtbaar dier. In het Christendom staat de haas symbool voor het hogere IK in het fysieke lichaam. De haas is een vreedzaam wezen dat oog heeft voor de nood van een ander, zonder zelfzucht. Hij doet alles om een ander te redden. Een haas die in het veld achternagezeten wordt door een hond, wordt vaak door een andere haas afgelost zonder dat de hond dit in de gaten heeft. Ook heeft de haas het vermogen, door op zijn schreden terug te keren, zijn achtervolger het idee te geven dat hij als bij toverslag verdwenen is.

Wat is het bijbelse verhaal achter het paasfeest?
De voorbereidingstijd voor het paasfeest duurt 4 weken en begint met het carnavalsfeest. De tweede zondag van deze periode wordt passiezondag genoemd. Deze dag, midden in de vastenperiode, wordt beschouwd als het moment waarop de beslissing viel om Jezus te doden. De 2 weken erna, van passiezondag tot de paasnacht, vormen de passietijd of lijdenstijd. De laatste zondag voor Pasen heet palmzondag.
Palmzondag, 1 week vóór Pasen, was de dag van de intocht van Jezus in Jeruzalem. Daar werd het joodse Paschafeest gevierd ter herinnering aan de uittocht uit Egypte, de losmaking uit de slavernij. Jezus reed Jeruzalem binnen op een ezelin, symbool voor het fysieke lichaam als drager van de geest. De mensen, die gehoord hadden over de wonderen van Jezus, kwamen Hem tegemoet om Hem als langverwachte koning binnen te halen. Ze sneden palmtakken van de bomen en legden die op de weg.

De week van palmzondag tot Pasen wordt ook wel ‘stille week’ genoemd, omdat er dan geen klokgelui te horen is. In deze week hebben onder andere de donderdag en de vrijdag een bijzondere naam. De donderdag voor Pasen heet ‘Witte Donderdag, de dag van het laatste avondmaal waar Jezus blijk gaf van Zijn onbeperkte liefde. Wit staat voor heilig of goed. De vrijdag erna heet ‘Goede Vrijdag’. Dit is de dag waarop Jezus, na verraden te zijn door Judas, één van de twaalf discipelen, gevangen genomen, ter dood veroordeeld en gekruisigd werd. In de nacht van vrijdag op zaterdag werd Jezus in zijn graf in een grot gelegd, waaruit hij op paaszondag weer opstond.

Nog meer symbolen rond het paasfeest
Het ei, een onmisbaar attribuut bij het paasfeest, lijkt van buiten een dode steen. Als een kip er echter 21 dagen op heeft gebroed, komt er een levend wezen uit. Het ei vormt dus een mooi symbool voor het wonder van de opstanding uit de dood, ontkiemend leven. Deze onzichtbare kracht zit in alle dingen.
Eieren waren heilig en werden als offergaven aan de goden geschonken, vaak geverfd in voor de Germanen symbolische kleuren zoals bruin (aarde), geel (lentegodin) en rood (oppergod Wodan). Ook werden eieren begraven op plaatsen waarvoor men zegen, vruchtbaarheid of genezing wilde vragen.

Het woord ‘Pasen’ is afgeleid van het Syrisch-Arabisch ‘Passak’. Dat betekent dansen, huppelen en heeft betrekking op de blijdschap om het licht, de overwinning van de zon op de duisternis van de winter.

Door het dubbele van het paasfeest is het een moeilijk feest. Eerst beleven we de lijdensweg en de dood, daarna de opstanding uit de dood. Deze kunnen we, behalve in het verhaal over Christus, ook om ons heen in de natuur beleven. Pasen is het feest van het overwinnen van de fysieke dood. Blijf niet treuren om het fysiek waarneembaar gestorvene, maar ervaar de opstanding, het voortgaan van het leven in een nieuwe vorm.

Het paasfeest op school
In de peuter- en kleuterklassen ligt de nadruk op het vieren van een lentefeest. Er wordt een palmpaasstok gemaakt door juffies en ouders, met een broodhaantje, slingers van gedroogde vruchtjes en groene buxustakjes. De laatste schooldag voor de paasvakantie wordt er een klein palmpaasoptochtje gelopen. De kinderen zingen over de paashaas en er worden paaseieren gezocht en gegeten.

De kinderen van de hogere klassen maken zelf hun palmpaasstok en lopen op palmzondag een lange tocht. Verder wordt er verteld over het paasfeest.

Paasliedje van de peuters:

De paashaas, de paashaas, die is weer in het land.
En aan zijn ene pootje daar hangt een grote mand
En in die mand zitten eieren, bim bam beieren
En volgend jaar komt hij weerom, bim bam bom!

.

 Yolanthe Cornelisse, nadere gegevens ontbreken

.

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

Peuters en kleuters: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: peuters-kleuters

 

 

132-127

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – Palmpasen (8)

.

PALMPASEN IN DE BETUWE

Met haantje op stok zingend langs de deur

De palmpaas eeuwenoud kindervermaak

TIEL – Palmzondag. In volle luister lacht het lentezonnetje de aarde toe. Er waait een zwoele wind, die het ontluikende groen aan de bomen zachtjes doet trillen. Onderwijl heerst er in de kerk een zekere vreugde. Het is namelijk de dag waarop de glo­rieuze intocht van Christus in Jeruzalem wordt herdacht. Gezeten op een ezel werd Christus destijds door een met palmen wuivende menigte feeste­lijk ingehaald. En dat kort voor zijn gevangenneming en kruisi­ging.

Het wordt die zondag opval­lend druk op straat. Her en der verschijnen kinderen met vrolijk versierde stokken in hun handen. Aan de stokken hangen appels, krentenbroodjes, vijgen en ge­kleurde eieren. Tussen dit spul prijken vlaggetjes en palmtakjes. En boven op de stok pronkt een fiere zwaan of haan van brood­deeg. Soms zitten er zowaar nog enige piepkleine zwaantjes op de rug van de vogel. De glinsterende krentenoogjes van het gevogelte blikken de kleine dragers onverpoosd aan. De feestelijk getooide stokken zijn alom bekend als palmpasens. Daags tevoren zijn vaders en moeders in de weer geweest met het optuigen van de stokken voor hun kroost. De bakker heeft zich uit de naad gewerkt om de grote vraag naar broodversieringen te kunnen bijbenen. Groot was de verrassing voor de kinderen toen ze op palmzondag ’s ochtends een fraai uitgedoste palmpaas voor hun bed aantroffen. Eenmaal op straat stapt het kroost zo trots als een pauw naar een oom of tante. Om daar ver­volgens een fooitje of wat lekkers te ontvangen. Na al die visites verenigen de kinderen zich. Twee aan twee lopen ze door het dorp. Krampachtig houden ze de palm­paas voor zich uit. Onderwijl klinkt voortdurend uit de kindermonden:

Palm, palmpasen,
Eikoerei!
Over een zondag dan krijgen wij een ei,
een ei is geen ei,
twee ei is een half ei,
drie ei is een paasei!

Al zingende trekt de jeugd naar het huis van de burgemeester of dat van de do­minee, waar zij wordt getracteerd op koekjes. Het hoogtepunt van de dag vindt echter bij thuis­komst plaats, als eindelijk de lek­kernijen uit de palmpaas soldaat kunnen worden gemaakt.

Dit alles was in de vorige eeuw grofweg het beeld van de palm-paasrondgangen in veel dorpen en stadjes. Populair was het kin­dervermaak ook in de Betuwe, ja zowel bij katholieken als bij pro­testanten. Al legden de laatsten bij het palmpaasgebruik wel te­rughoudendheid aan de dag. De palmpaas mag dan een ver­trouwde verschijning zijn, om­trent zijn oorsprong is nog veel onzeker. Als we de volkskundige Van de Graft mogen geloven, is de palmpaas uit christelijke en niet-christelijke elementen sa­mengesteld. Het begon allemaal met de palmprocessies. Al in de Middeleeuwen was het op veel plaatsen gebruikelijk om de in­tocht van Christus in Jeruzalem na te bootsen. Dikwijls werd dan in een processie een houten ezel, waarop een meestal uit hout ge­sneden Christusfiguur zat, mee­gevoerd. Tijdens die processie werden ook gewijde palmtakken gedragen. Geen echte palmtak­ken die waren er immers niet hier te lande maar takken van de buksboom. Gaandeweg nu werden die ‘palmtakken’ met een keur van lekkernijen behangen. Het ver­sierde palmgroen had daardoor veel weg van de meibomen die rond 1 mei overal werden ge­plant. Deze bomen of takken wer­den in bosrijke gebieden gekapt en met veel bombarie stad of dorp in gebracht. Dikwijls wer­den in de bomen eetwaren en groene kransen gehangen, waaraan vergulde eieren bungelden. Bovenop de bomen waren vaak ook nog vogels bevestigd. De op­geschikte meibomen werden van huis tot huis gedragen. Voor een fooitje konden de bewoners reke­nen op de beschuttende kracht van het meigroen. Eigenlijk ging achter de mei­bomen een diepe betekenis schuil. Het frisse groen, de eieren, de vo­gels en de vruchten vormden na­melijk symbolen van vruchtbaar­heid, ontkiemend leven en de len­te. Mettertijd moeten die mei­boomspullen zijn verhuisd naar de palmtak op palmzondag die bijgevolg werd omgetoverd tot een verkapt meiboompje. Als onderdeel van de palmpaas kregen de mei-attributen echter een zuiver christelijke betekenis. Ze gingen niet zozeer ontwakend leven als wel de opstanding van Christus symboliseren. Zo ook versmolt de onheilwerende kracht van het meigroen in het volksgeloof met de goddelijke be­scherming die de gewijde palm­takken bood. De oude palmprocessies raak­ten na de Reformatie in onbruik. Maar wat bleef waren de  paasoptochten die gaandeweg verwerden tot een kindervermaak. Pas in de vorige eeuw begon deze kinderpret uit te doven. En rond de eeuwwisseling was het palmpaasgebruik op tal van plaatsen al als een nachtkaars uitgegaan. Zo bakte de bakker van Doornenburg destijds tegen palmzondag nog wel broodvogels. Maar de broodhaantjes werden niet meer op een stok gestoken,  maar gewoon als feestbrood gepeuzeld. Ongetwijfeld was modernisme van de vorige eeuw debet aan deze teloorgang. Gelukkig werd er rond 1906 hier en daar nog met de versierde stokken rondgegaan. De volkskundige Van de Graft ontdekte dat daarbij grote verschillen in de uitdossing voorkwamen. Aan de palmpaasjes in Bemmel bijvoorbeeld trok de broodhaan de meeste aandacht. Terwijl in Huissen, Tiel en Culemborg een krans van brood het markantste onderdeel van de stok vormde. Het zal met die palmpasens net zo zijn geweest als met andere tradities: door hun geïso­leerde ligging ontwikkelden veel streken eigen kenmerken. Van de Graft beweerde dat de broodkrans in Huissen horizon­taal aan de stok werd geregen. Deze bevindingen stroken met uitlatingen van oude Huissenaren over de palmpaasuitdossingen van begin deze eeuw. Meermalen onthulden ze dat de broodkrans plat op een viertal uitlopers van een gespleten stok op de tanden werd gestoken. Zo’n stok was dik­wijls een sterke, blank geschilde tak van wilgenhout, geleverd door een plaatselijke mandenmaker. Met zorg werd op elk van de vier tanden die door de brood­krans heen staken een haantje ge­zet. En op het staartje van iedere vogel werd een palmtakje ge­plant. Verder werd de palmpaas nog getooid met een sinaasappel en met slingers met suikereitjes. Iemand wist overigens nog te vertellen dat het kroost met de palmpaasjes zingend de deuren afliep. In de meegenomen busjes werden de fooien gestopt, nu eens een stuiver, dan weer een cent of een halfje. Lang niet overal waren de palmpasens indertijd rijk ver­sierd. In Andelst bleken, naar ver­luidt, sommige kinderen slechts met een broodhaantje op de stok rond te gaan. De ongeschilde, povertjes ogende stok was van een wilg afgezaagd. Op de staart en de kop van het haantje prijkte een gewijd palmtakje. Het sobere uiterlijk van de palmpaas was in de Betuwe veelal een gevolg van gebrek aan geld. Vooral kinder­rijke arbeidersgezinnen konden het snoepgoed en de vruchten niet bekostigen. Vaak was de armoe zo groot dat zelfs een sobere palmpaas uit den boze was. Hoewel het palmpaasgebruik begin deze eeuw een kwijnend be­staan leidde, kon het voor totale ondergang worden behoed. Oude­ren namen later op palmzondag het voortouw. Her en der werden door hen voor de jeugd palmpaasoptochten opgezet. Let wel zon­der gebedel en gezang. Maar wel met fanfares en prijzen voor de mooist versierde stokken. Aldus ging het palmpaasvermaak na de Tweede Wereldoorlog weer fu­rore maken. Zo liepen op palmzondag 1956 in Elst, Huissen, Haalderen en Tiel honderden kinderen in een lange stoet door hun woonplaats. Met het jaar werd het voor de ju­ryleden moeilijker de fraaiste stokken aan te wijzen. De feeste­lijke rondgangen werden toen trouwens op touw gezet door ka­tholieken. Maar met folklore gaat het dikwijls op en af. Stilaan begon de belangstelling voor de palmpaas weer af te nemen. Sinds de jaren tachtig is de animo voor het oude vermaak echter weer flink aan het toenemen. In verschillende plaatsen worden (weer) optoch­ten gehouden. Initiatiefnemers zijn ditmaal peuterleidsters, buurt-, wijk- en dorpsverenigin­gen en zelfs een Oranjecomité. Zo kunnen vandaag kinderen in Tiel haantjes pik maken en deelne­men aan een optocht door de bin­nenstad. Ook in Opheusden houdt de buurtvereniging Opheusden-Zuid een optocht.

pasen 19 in april 1951 trekken honderden kinderen met palmpasenstokken door Tiel. Hier een beeld van de stoet in de Tweede Achterstraat

Ferdinand van Hemmes. ‘De Gelderlander’, 23 maart 1991

 

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

127-122

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (7)

.

PALMPASEN EN PASEN VOOR DE KLEUTERS

In vroegere tijden beleefden de mensen de verandering in de natuur mee. Nu is het meer zo, dat wanneer de paaseieren (veel te vroeg) in de winkel verschijnen, men aan Pasen herinnerd wordt.
Zoals je ziet dat in de herfst alles afsterft, merk je omstreeks deze tijd het ontwaken van de natuur op. De sneeuwklokjes en krokussen zijn er al, iedere plant die je bekijkt begint uit te botten. De natuur ontwaakt, de lentezon laat zijn stralen schijnen. De zon komt steeds hoger te staan. De eieren die in deze tijd zofn belangrijke rol spelen, verbergen een prachtig symbool in zich. Het ei breekt na 21 dagen bebroed te zijn open en we zien een prachtig geel kuikentje voor ons, het wonder van het nieuwe leven.

Tegenover de lichtfeesten in de winter staan de feesten van het nieuwe leven of vruchtbaarheid in de lente.
Vogels maken ook hun nestjes en hiervan zien en horen we over enige tijd ook de jongen.
Aan onze palmpaasstokken beleven we ook het nieuwe leven. De meestal door de kinderen zelf gezochte stokken worden versierd met bovenop de broodhaan – de haan die in het vroege ochtendgloren aankondigt dat er weer een nieuwe dag geboren is. Vervolgens wordt de stok versierd met een gouden cirkel, het zonnerad – de zon immers zorgt voor het ontwaken van de natuur en is eeuwig. Aan de stok bevestigen we ook wat buxusgroen of ander groen van een plant die nooit verdort. We ver­sieren de palmpaasstok ook met vruchten (abrikozen, appel, rozijnen). Het zaad van vruchten immers zorgt ook weer voor nieuw leven. Mooie uitgeblazen beschilderde eieren versieren ook de palmpaasstok van de kinderen.

Op de zaterdag voor Palmpasen gaan onze kinderen met hun eigen stok buiten een wandeling maken en bewonderen alle mooie versierde stokken en zingen daarbij de liedjes die ze geleerd hebben. In deze tijd zaaien we met de kinderen meegenomen zaad in potjes. Ze kunnen nu ook van dichtbij waarnemen hoe vanuit een zaadje een groen sprietje en vervolgens plantjes ontstaan.
Onze kleuters laten we de opstanding vanuit de natuur beleven, dit is ook waar de kleuter het dichtste bij staat, het is een religieus beleven voor onze kleuters.

Het paasfeest in de peuterklas vieren we met het verstoppen van hard gekookte beschilderde eieren en er is één gouden ei bij, wat een hele belevenis is voor diegene die het gouden ei vindt.
We zingen liedjes, doen spelletjes en gaan aan onze paastafel gezellig met elkaar wat lekkers eten en drinken.

We besluiten met een mooi paasverhaal en wensen elkaar heel prettige paasdagen toe.

Thea Verbeek. Nadere gegevens ontbreken.

.

In de kleuterklas

“Ach wat was het donker in de buik  van de wolf”

Aldus Roodkapje. In de paastijd worden bepaalde sprookjes in de kleuterklassen verteld waarin het opstandingsmotief voorkomt. Het christelijk paasfeest is een feest van dood en opstanding, duisternis en licht. Ook in de natuur komen de zaadjes uit hun winterhuisje. Eén week voor Pasen vieren we Palmpasen. Ter her­innering aan de intocht in Jeruzalem maken we met de kinderen palmpasenstokken. In de duinen zoeken we afgewaaide takken. In de klas worden ze tot een kruis opgebonden en met kleurige slingers versierd. De hoepel rond het kruis symboliseert de zon. Vaak worden er ook nog rozijnenslingers aan de stok gehangen. Wanneer er tot slot na lang kneden, rijzen en vormen van het deeg, de zelfgemaakte hanen op de stok worden geprikt, kan de optocht beginnen.
De haan boven­op het kruis roept de natuur wakker en de kinderen zingen:

Pallem-pallem-pasen,
Heikoerei
Over enen zondag krijgen wij een ei
Eén ei is geen ei
Twee ei is een half ei
Drie ei is een paasei.

Drie symbolen die steeds weer in de verschillende paasvieringen een rol spelen zijn: het ei, de haas en het lam.

Het ei kan men zien als de kiem van nieuw leven. Daarom werden eieren onder de aarde verborgen om zo nieuwe levenskrachten te schenken. Nu mogen de kinderen nog altijd op paasmorgen versierde eieren gaan zoeken.

Een oerbeeld over het ei:
“Er was er eens een groot ei, de ene schaalhelft werd aarde, de andere de hemel, het wit de maan en het geel de zon”.

De Grieken offerden eieren op de Dionysosfeesten. De Chinezen vieren 105 dagen na het begin van de winter hun koudvleesfeesten ter ere van de her­leving van de natuur. Men voedde zich met koude rijst, koud vlees  en eieren. (Dit gebeurde ook al 1550 jaar vóór Christus!).

Het kleuren van de eieren had een diepe betekenis De eieren kregen magische kracht door het beschil­deren. De Germanen gebruikten bruin (kleur van  de aarde), geel (kleur van de lentegodin) en rood (kleur van de oppergod Wodan).

Zowel de kinderen als de ouders kunnen dit jaar eieren kleuren. De kinderen met bijenwas op hardgekookte eieren, of met verf op leeggeblazen eieren. De ouders zullen volop kunnen experi­menteren met bloem- en groenteblaadjes, die pastelachtige kleuren op de eieren achterlaten.  Uienschillen laten geel achter, spinazie groen, bieten- of rode koolschillen rood enz.
De haas, als symbool voor het leven komt in vrij­wel alle culturen voor.
In sprookjes en legenden speelt de haas de rol van het zachtmoedige dier dat de redding brengt. Omstreeks deze tijd kunnen we in de volle maan de haas zien. Het lam herinnert ons aan de offerlammeren, die voor het joodse paasfeest in de voorhof van de tempel werden geslacht.

Na het zoeken van de eieren buiten staat binnen de paastafel klaar vol met eieren, boterlammetjes, haasjes en een paasbrood of beschuit met zelf gezaaide sterrenkers.

Met een paasverhaal en het onderstaande liedje wordt de paasochtend afgesloten.

“Wij willen zoeken in alle hoeken”

Van Sinterklaas tot Sint-Maarten‘ vormde de bron voor dit artikel.

 I.Botterweg, vrijeschool Den Haag, datum onbekend

.

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

110-107

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (7)

.

PALMPASEN

Het palmpasenfeest is in deze eeuw volledig in verval geraakt. Slechts sporadisch kent men nog het liedje:

Pallem-pallem-pasen,
ei ei koerei
op enen zondag
krijgen wij een ei
één ei is geen ei
twee ei is een half ei ,
drie ei is een paasei

Toch is het een gebruik dat eertijds uitgebreid gevierd werd. Dit feest symboliseerde de intrede van Christus in Jeruzalem. Er moet bij de intrede van de nieuwe koning een uitbundige,  kinderlijke vreugde bij de mensen geleefd hebben .
Men wuifde hem met palmtakken toe en bedekte de grond met kledingstukken en tapijten. Niemand vermoedde het drama van Golgotha dat volgen zou.

Het enige wat nu nog herinnert aan deze intrede is de wijding van de palm in de katholieke kerken. Eertijds heeft de christelijke gemeenschap vele (ook voorchristelijke elementen in dit feest verweven.
Dat het een oerchristelijk feest is, komt tot uiting in de kruisvorm waarmee de stokjes van de palmpaas aan elkaar bevestigd waren. Men droeg het kruis! Waar de horizontale en de vertikale stokken aan elkaar verbonden waren, bevestigde men een rond gevlochten broodje. Aan het dwarshout werden slierten aaneengevlochten droge vruchten opgehangen en bovenop het kruis stond een broodhaantje. Met deze soms prachtige palmpaasstokken kwamen de christenen ongetwijfeld in processie samen.

De symbolen verklaren is verre van eenvoudig
Behalve het duidelijke symbool van het kruishout geeft niets ons zekerheid.
Vanwaar de gedroogde vruchten ?  Waren zij een teken van het vergane of was het een teken van het sluimerend zaad,  dat weldra de aarde zou bevruchten ?
Werd de Christus dan ook niet beschouwd als ‘het nieuwe leven’, dat geestelijk wezen, dat door het vergieten van zijn bloed de mensheid en de gehele aarde nieuwe levenskansen gaf ?

Was het haantje bovenop het kruishout een herinnering aan de voorspelling dat Petrus Christus driemaal zou verloochenen vóór de haan driemaal gekraaid had, of was het een herinnering aan een voorchristelijk vruchtbaarheidssymbool ?
Wat was de betekenis van de broodkrans ? Was het een lauwerkrans (vergane glorie) of was het een zonnerad ?

Al deze vragen tonen hoe zeer wij van dit feest zijn weggegroeid. De tijd dat de volwassene met de palmpaas rondliep ligt ver in het verleden…

Het feest is gelukkig door onze kinderen nog enigszins bewaard gebleven.

U ziet dat de palmpaas,  zoals wij die nu kennen slechts vage tekenen van de oorspronkelijke overhoudt.  De gedroogde vruchten zijn vrolijk wapperende linten ge­worden.

Het is voor onze kinderen,  die in het geheel geen besef van de oorspronkelijke,  diep-mystieke betekenis van het feest kunnen hebben,  een machtig vreugdefeest. Het vrolijke wapperen van de linten,  het ononderbroken zingen wekt in hen een grote vreugde op. Die vreugde, die zij voelen als zij, na een lange donkere winter, opnieuw gaan touwspringen.  Die vreugde, die zij in hun botten voelen als zij opnieuw gaan hinkelen of, zich koesterend in de eerste warme zonnestralen,  gaan knikkeren of bikkelen.

Het is voor hen de bode van het nieuwe, alles doorstromende licht.

Walther van Riet, nadere bron onbekend

.

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

109-106

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (5)

.

palmpasenstok

Na carnaval komt Pasen, dat weet je natuur­lijk best. Maar toch ben ik ieder jaar weer verrast als de kinderen me op het schoolplein tegemoet hollen en roepen: ‘Morgen mogen we een palmpaasstok meenemen’.
Voor de schoolkinderen is dat al bekend; er gaat een houten kruis, voorzien van naam en punt bo­venaan, de volgende dag mee naar school. De thuisblijvers wachten af. Maar zodra op school de versierde stokken voor de ramen te zien zijn, ga ik ook thuis met de jongsten aan het werk: We zoeken buiten mooie rechte stokken en maken daar een kruis(je) van (omwikkel het kruispunt enkele keren strak met soepel ijzerdraad).  Ook kunnen we aan de punt van de vertikale stok door middel van vier draden een hoepel van pitriet of kar­ton hangen; de hoepel als symbool voor de zon, die zich nu steeds sterker met de aarde gaat verbinden, (zie voorbeelden).  Met een reep crêpepapier omwikkelen we eerst de vertikale stok en daarna plakken we gekleurde korte slierten aan het dwarshout. Zachtjes oefenen we de liedjes:

‘palm pasen, palm pasen versier je groene tak
met linten en met ruikertjes
met chocola en suikertjes
kom mee, kom mee op pad
we trekken door de stad.

‘Zeg, jij zingt daar van chocola, heeft dat er ook mee te maken?’ ‘Ja zeker,’ is mijn ant­woord, ‘je mag een lange ketting rijgen van (gedroogde) abrikozen, rozijnen en pinda’s, die hangen we dan aan je stok’.
Blijde ogen kijken me aan.

Ten slotte binden we boven het kruispunt een paar takjes buxus of liguster; takjes met altijd groene blaadjes.
De dag vóór de optocht komen de oudsten met opgewonden verhalen naar huis, ze heb­ben op school broodhanen gebakken en met het zelfgeschreven recept in de hand wordt groot en klein in de keuken verzameld. Op die stok moet natuurlijk een broodhaan, en als je die zelf bakt wordt hij heus anders; je eigen haan!

pasen 3

Opgewonden installeert iedereen zich, al of niet op een kruk voor het aanrecht. Er gaat meel in de kommen. In het meel maken we een kuiltje voor de lauwe melk en daarin brokkelen we de gist. Het is nu doodstil, er wordt niet meer gezongen. Het kneden is heerlijk. Na enige tijd kneden we elkaars deeg, we voelen dat het ene veel warmer, kouder, soepeler, harder is, tenslotte vormen we een haan.
Ook de kleintjes kunnen dat, zeker als ze vrij snel een rozijn, als oog, er­gens bovenaan in het deeg mogen drukken, het beestje kijkt je dan direkt aan.
Dan rennen de groten de keuken uit en ko­men terug met papier, potlood en knopspelden. Op kleine briefjes worden nu met zorg alle namen geschreven, papaase groote haan, mijn haan, Bas zen haan, enzovoort. De briefjes worden met spelden tussen de staartveren geprikt. ‘Kan dat mee de oven in?’ vraag ik voorzichtig. ‘Ja, op school ging het ook goed’. Zingend zitten ze voor de oven met de wekker in de hand.
Dan komt iedereen zijn eigen paashaan tevoorschijn, geurend, knappend bruin gaat hij op de stok. Trots kijken grote ogen om­hoog… naar hun haan. En daar gaat de op­tocht:

Palm, palm pasen
de grote zijn de bazen
van je ei koerei van je ei koerei
mijn palmpaasstok is groter dan jij

Dan is er ineens een achterblijver; de jongste heeft de stok bij de dwarshouten vastge­klampt en schrokt wat er te schrokken valt de kop van de haan naar binnen .
‘Je bent een lelijke aanknager’, reageert nummer twee, de oudste probeert uit te leggen dat het toch echt niet kan in de optocht, dat het nu juist de bedoeling is om die haan op de stok te la­ten zitten…
En tijdens die lange tirade werpt de flegmatische dikzak zich met open mond voor z’n jongste zusje op de knieën, en ja hoor, ze propt het hele hanenlijf erin. En dan, op het moment, dat de teleurstelling voor de oudsten te groot lijkt te worden, kukelt er boven op de kast een papieren haan, hij past precies op de stok en wil graag in de optocht mee. Er wordt even diep gezucht, maar dan zingen ze weer… vandaag, morgen en nog ve­le dagen daarna.

pasen 4

’s Avonds als alle hanen in de diverse bedden slapen, of misschien wel waken, loop ik met de bezem het kruimelspoor na. Als ik dan tenslotte alle resten de keuken inveeg, kijkt daar ineens ‘mamaase kleine haanstje’ mij aan. Groots is het gevoel dat me dan vervult!

Juultje van der Stok  ‘Jonas’  9 april 1976

 

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

105-102

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (2)

.

PALMPASEN

Laatst, toen ik in een weekend thuis kwam, vertelde mijn moeder,  dat de kippen na al die koude maanden weer “aan de leg” waren.

Naar aanleiding van dit voorval gingen mijn gedachten uit naar de komende paastijd.

In de tijden dat het nog niet zo vanzelfsprekend was dat je het hele jaar door kon eten wat je wilde, moet het de mensen vrolijk gestemd hebben  om in het voorjaar weer eens een vers ei te kunnen eten.
Ook de eerste lentegroentes gaven de eettafel na lange tijd weer een fleurig aanzien.

Al deze dingen horen bij de paastijd, maar wat zegt het feest van Pasen ons nog meer?

Heel vroeger was het het feest van de terugkeer van het leven in de natuur. Later is dit feest verchristelijkt.
Nu vieren wij met Pasen eigenlijk de opstanding van Christus.

Het ei is een prachtig symbool voor deze opstanding: uit die ogenschijnlijk
levenloze eierschaal komt opeens een kuikentje tevoorschijn.

In de week voor Pasen wordt er in de kleuterklas het overbekende liedje gezongen van:

Pallem-pallem-pasen, Ei-koer-ei,
Over enen zondag dan krijgen wij een ei,
Een ei is geen ei,
Twee ei is een hallef ei,
Drie ei is een Paasei.

Het oorspronkelijke lied, waar deze kinderdreun een kapot gezongen
over­blijfsel van is, kennen wij niet. Maar dit overblijfsel is al interessant genoeg. Ei-koer-ei’ komt waarschijnlijk van een Griekse smeekbede (op zn Latijn uitgesproken) die ook nog te vinden is in de roomse mis:
“Eleison, Kurië, eleison” Ontferm u, Heer, ontferm u”.

En dan die merkwaardige drie eieren!
De oude Chinese wijzen leerden, dat alles ontstaat uit drie dingen: twee krachten en het spanningsveld tussen beide.

Twee levende, steeds veranderende krachten en hun onderlinge relaties: vader, moeder, kind.

Één ei, één kiem van een mensen-ik is niets, want ieder mens heeft de andere mens nodig.
Twee-ei, twee mensen kunnen gemeenschap hebben en zich voortplanten, maar dat is nog maar de helft van het mensen-wezen: het zintuigelijk—lichamelijke.
Drie ei,  (niet drie eieren) de drie-eenheid van lichaam,  ziel en geest, die
hem tot werkelijkheid brengt, dat is het werkelijke paasei!

Als ouders en kleuterleidsters kun je dan ook echt genieten, wanneer de kinderen als dolle honden aan het eieren zoeken gaan,  die de paashaas
voor hen zo goed verstopt heeft.

Juffie Aagjen, verdere gegevens ontbreken.

 

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

 

 

98-95

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (1)

.
 Walther Van Riet, verdere gegevens ontbreken
.

PALMPASEN
.

In het palmpasenfeest zoals wij dat kennen, vloeien heel wat invloeden samen.
Sterk aanwezig is een voorchristelijk restant van het oude lentefeest. Voorts ook een christelijke invloed, die zich ongetwijfeld steeds sterker heeft doen gelden, namelijk de herinnering aan de intocht van Christus in Jeruzalem.

In Nederland werd dit feestvieren door de reformatie al snel ingedijkt, doch in het katholieke zuiden beleefde het een lange bloei. Velen zullen zich nog herinneren hoe men op palmzondag door het kruis voorafgegaan met “palmen” rond de kerk trok.

Dan werden de palmen gewijd en boven de deur van huis en stallingen opgehangen, heel dikwijls ook achter het wijwatervatje of het kruiske.

De kleine kinderen, die natuurlijk nog geen bewuste verhouding tot het christelijke paasgebeuren vinden, maken er HUN vrolijk lentefeest van.

In dat feest zijn al deze gebruiken verweven:

De vreugdevolle liederen die de lente bezingen, de bloemen, de dansen rond ( jawel) de meiboom, dit alles naar voorchristelijk gebruik.

Zingend in een grote keten rond de kerk trekken (zoals men dat in het Nederlandse Ootmarsun doet) wordt bij hen zingend door de school trekken’ waarbij dan ook nog de palmtakjes en de palmpasenstokken (kruisen) horen.

Zo’n palmpasenstok is dus een symbolisch kruis, waarop bevestigd: palmtak, broodhaantje, de kraaiende verkondiger van de nieuwe dag, of als U wil de haan die driemaal kraaide toen Petrus Christus verloochende. Verder nog vruchtenslingers, vooral rozijnen, bij ons meestal door papieren slingers vervangen en bloemen als lentesymbool. In sommige streken ook nog de broodring als zonnesymbool.

Zo gaat dan de vreugdevolle jeugdige optocht, tot zij tenslotte als beloning van “de groten” een mooi beschilderd eitje, ook al zon levenssymbool mogen ontvangen.

Zingend trekt de jonge schare de zon tegemoet, zich niet bewust van het drama van Golgotha dat nog volgen moet.

Hier volgt hun lied :

Palm, palm, pasen
Heikoerei
x Over enen zondag
x Dan hebben wij een ei
Eén ei is geen ei
Twee ei is een half ei
Drie ei is een paasei

x deze woorden zijn intussen bij ons verloren gegaan.
.

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: Palmpasen (met o.a. voorbeelden van broodhaantjes en palmpasenstok;  bij Pasen: jaartafels
.

97-94

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

..