VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Kerstmis (39)

.

Lien Troost in ‘De schoolbel’, vrijeschoolkrant Bussum. dec. 2022

.

DE  SIXTIJNSE  MADONNA  VAN  RAFAEL

.

In de kleuterklassen van de vrijeschool hangt over het algemeen een plaat van dit schilderij. Ook voor de peuterklassen en kinderdagverblijven is dit een mooi beeld..
Rudolf Steiner gaf 100 jaar geleden al aan dat dit schilderij, vergeleken met andere Madonna-schilderijen uit de Renaissance, een aparte plaats inneemt, en gaf aan om een  afbeelding van dit schilderij in de klassen en groepen, voor het kind tot en met 7 jaar  op te hangen.
Meestal kijkt de Madonna naar het kind of is naar binnen gericht, maar op dit schilderij kijkt ze vooruit!
En het Kind ook!
En ze loopt, ze loopt door wolken heen naar de aarde en brengt haar Kind, het Christuskind, naar de Aardse sferen.
Waar komt ze vandaan?  En hoe gaat ze ?
Het is Maria, en ze komt uit de Sterrenwereld en gaat via de planetensferen naar de aarde.
Hoe kan je dat zien?

  • Bij haar voeten zie je dat de wolken een beetje weg zijn en dat haar gewaad  wat opwaait, ze loopt op de MAAN.
  • De beweeglijke plooien van het gewaad, en de esculaapvorm van het kinderlichaam en de rechte gestalte laten de kwaliteit van MERCURIUS zien.
  • Het moederlijk omhullende gebaar van Maria, die haar kind draagt, is een VENUS-kwaliteit.
  • Het geheel van moeder en kind, het samengaan, is de ZON-kwaliteit, in het bijzonder de hartvorm die je kan zien, (omgekeerd), in de sluier, haar linker arm, rechter arm en het been van het kind, en beider hoofden.
  • In het lopen, doelgericht, van Maria, en ook in de blik van haar, en het Kind, voorwaarts gericht, de toeschouwer aankijkend, is de MARS-kwaliteit te zien.
  • Achter Maria en het kind zijn kinderhoofdjes zichtbaar, de ongeborenen, die nog wachten om naar de aarde te komen. Het zichtbaar worden daarvan is een JUPITER-kwaliteit.
  • En dan het gordijn, dat opgetrokken is. De SATURNUS-kwaliteit: dat verbeeldt  de scheiding van de wereld van ruimte en tijd en de geestelijke wereld.

 
Tot en met Saturnus worden de planeten zichtbaar doordat de Zon ze beschijnt. De verdere planeten vallen daar niet onder, zij hebben weer andere kwaliteiten.
 
Dit beeld wordt de Kerstimaginatie genoemd. Ieder jaar kan je in je ziel beleven hoe Maria met het kind naar de aarde komt. Bewust! Toekomstgericht!
Het is tevens de geboorte van het licht dat weer terugkeert. Een wending der tijden. In het jaarverloop, maar kan dat ook zijn in de ontwikkeling van de mens, in jezelf, en op de aarde.
Je kan vermoeden dat er achter de fysiek zichtbare planeten een wereld van krachten, werkingen, kwaliteiten verborgen is.
De ander figuren: Sixtus, Barbara en de engeltjes, zijn er later, niet door Rafaël, bijgeschilderd.

Bron: antroposofisch arts: Joost Laceulle, en een
arbeidersvoordracht van Rudolf Steiner: 23-11-1924.*

Zie ook: De mantel van de Madonna

*Er bestaat geen arbeidersvoordracht van 23-11-1924.
De arbeidersvoordracht die bedoeld kan zijn, is die van 13-02-1924 (GA 352)
Niet vertaald

.

Kerstmis: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

Peuter en kleuteralle artikelen

Vrijeschool in beeldpeuter-kleuterklas

.

2920-2739

.

.

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over het fysieke lichaam – GA 53

.

HET FYSIEKE LICHAAM

In zijn pedagogische voordrachten roept Steiner veelvuldig op om ‘menskunde’ te studeren. Dat is immers voor zijn pedagogie – zijn onderwijsmethode – de basis. ‘Studeren’ is misleidend, want het gaat niet alleen om ‘kennis opdoen’, het gaat om veel meer: om een diep doorgronden wat de mens en vooral het opgroeiende kind voor wezen is. Hij doet daar veel mededelingen over vanuit zijn geesteswetenschappelijk perspectief en we weten dat de meesten van ons dat niet op deze manier hebben. We zijn dus aangewezen op deze mededelingen en moeten er een persoonlijke verbinding mee krijgen. Door deze mededelingen kan ons inzicht aanzienlijk worden verdiept. In onderstaand artikel vind je deze mededelingen over een van de wezensdelen die Steiner aan de mens waarneemt en wat voor ons het makkelijkste wezensdeel is omdat we er veel zelf van kunnen waarnemen: het fysieke lichaam.   

In dit artikel heb ik al enige opmerkingen van Steiner daarover gegeven. Nu volgen zijn gezichtspunten uit andere voordrachten. n zijn voordrachten heeft Steiner veelvuldig gesproken over de wezensdelen van de mens. Telkens heeft hij ons voorgehouden dat we, wanneer we iets van een onderwerp willen begrijpen, dit van allerlei kanten moeten benaderen. Dat we veel kunnen leren van het in-tegenstellingen-denken; dat we niet moeten definiëren – dat is de dood in de pot – maar moeten karakteriseren.  Wat ik hier nu doe, is in wezen in strijd met die aanwijzingen: ik heb a.h.w. ‘definitie-achtig’ Steiners karakteriseringen opgesomd. Maar Steiner gaf ook veelvuldig aan dat wat hij geesteswetenschap noemt, net zo exact wil beschrijven als de natuurwetenschap haar onderwerpen beschrijft.  Wat ik nu doe met ‘het fysieke lichaam’ is, benadrukken wat Steiner daar precies mee bedoelt.  Door zijn vele karakteriseringen ontvouwt zich toch a.h.w. een uitgebreide, genuanceerde definitie. En die (of dat) hebben we nodig wanneer we zo precies mogelijk over de wezensdelen willen spreken.

.

GA 53

Ursprung und Ziel des Menschen; Grundbegriffe der Geisteswisschenschaft

Oorsprong en bestemming van de mens; basisbegrippen van de geesteswetenschap

Blz. 47/48

Voordracht 2, Berlijn 13 oktober 1904

                                 Die menschliche Wesenheit  

Vor allen Dingen müssen wir uns klar sein darüber, was für Bestandteile wir in der Menschennatur haben. Durch ein sorgfältiges Studium, das uns die Theosophie an die Hand geben wird, werden wir kennenlernen, daß von diesen Bestandteilen des Menschen für die gewöhnliche Betrachtung nur der erste Hauptbestandteil vorhanden ist: die physische Natur des Menschen im weitesten Sinn des Wortes, dasjenige, was wir Körper nennen. Der Materialist betrachtet diesen Körper des Menschen als das einzige, was überhaupt die menschliche Wesenheit zusammensetzt.

Het wezen van de mens

Het moet voor ons vooral duidelijk zijn, met welke delen van de mensennatuur we van doen hebben. Door een nauwkeurige studie waarbij de theosofie ons behulpzaam kan zijn, leren we kennen wat van deze delen van de mens voor de alledaagse waarneming slechts als belangrijkste deel zichtbaar is: de fysische natuur van de mens in de ruimste zin van het woord, wat wij lichaam noemen. De materialist ziet dit lichaam als enige waaruit eigenlijk het wezen mens als zodanig bestaat.
GA 53/47-48
Niet vertaald

Blz. 50

Der Menschenleib ist beherrscht von denselben Gesetzen, von denen rings um uns herum die anderen Dinge beherrscht sind. Im Menschenleib haben wir dasselbe, was wir in der physischen Welt haben; dieselben chemischen und physikalischen Gesetze finden wir auch im Menschenleib. Diese physische Welt ist für die physischen Sinne wahrnehmbar. Sie ist nicht nur subjektiv für den Menschen vorhanden, sondern auch objektiv für seine Wahrnehmung da. Subjektiv übt der Mensch die physische Tätigkeit aus. Er verdaut, er atmet, er ißt und trinkt, er übt jene innere physische Tätigkeit des Gehirns aus, durch die die innere Gedankentätigkeit vermittelt wird; kurz, die ganze Tätigkeit, die uns die Biologie, die Physik und die anderen physischen Wissenschaften lehren, übt der Mensch aus. Das ist der Mensch, der das ausübt. Und man kann es auch wahrnehmen. Wenn der Mensch seinem Nebenmenschen gegenübertritt, so nimmt er unmittelbar oder durch die Mittel der Wissenschaft das, was er subjektiv ist, auch objektiv wahr. 

Het menselijk lichaam wordt door de dezelfde wetten beheerst als de andere dingen om ons heen door deze worden beheerst. In het menselijk lichaam hebben we hetzelfde als wat wij in de fysieke wereld hebben: dezelfde chemische en fysische wetten vinden we ook in het menselijk lichaam. Deze fysieke wereld is zichtbaar voor de fysieke zintuigen. Het is niet alleen subjectief voor de mens aanwezig, maar ook objectief voor zijn waarneming. Subjectief voert de mens fysische activiteit uit: hij verteert, hij ademt, hij eet en drinkt, inwendig oefent hij fysieke activiteit uit in de hersenen die de innerlijke gedachteactiviteit mogelijk maakt: kortom, de mens oefent de totale activiteit uit waarover de biologie, de natuurkunde en de andere natuurkundige wetenschappen ons informeren. Het is de mens die dat doet. En dat kan je ook waarnemen. Wanneer de mens tegenover zijn medemens staat, neemt hij onmiddellijk of d.m.v. de wetenschap, wat hij subjectief is, objectief waar.

Nur dadurch, daß er eine physische Sinnestätigkeit ausüben kann, ist das Physisch-Subjektive für ihn auch objektiv wahrnehmbar. 

Alleen omdat hij een fysieke waarnemingsactiviteit uitvoeren kan, is voor hem het fysiek-subjectieve ook objectief waarneembaar.
GA 53/50
Niet vertaald

Blz. 52

Leib, Seele und Geist sind, roh betrachtet, die drei Grundbestandteile der menschlichen Wesenheit. Jeder Grundbestandteil hat wieder drei Bestandteile oder Stufenfolgen. 

Lichaam, ziel en geest zijn ruwweg bezien, de drie basisdelen van het menselijk wezen. Ieder basisdeel bestaat weer uit drie onderdelen of op elkaar volgende trappen van ontwikkeling.

Dasjenige, was gewöhnlich als Leib bezeichnet wird, ist nicht so einfach wie der materialistische Forscher es sich vorstellt. Es ist ein zusammengesetztes Ding, das aus drei Gliedern oder drei Bestandteilen besteht. Der unterste, gröbste Bestandteil ist in der Regel dasjenige, was der 

Wat gewoonlijk als lichaam wordt beschouwd, is niet zo simpel als de materialistische onderzoeker zich voorstelt. Het is een samengesteld iets dat uit drie delen bestaat. Het onderste, grofste deel is in de regel dat deel dat de mens met zijn fysieke zintuigen ziet, het zogenaamde fysieke lichaam.

Mensch mit seinen physischen Sinnen sieht, der sogenannte physische Leib. Dieser physische Leib hat in sich dieselben Kräfte und Gesetze wie das Physische um uns herum, wie die ganze physische Welt. Die heutige Naturwissenschaft studiert am Menschen nichts anderes als diesen physischen Leib; denn auch unser kompliziertes Gehirn ist nichts anderes als ein Bestandteil dieses physischen Leibes. Alles, was unmittelbar raumerfüllend ist, was wir mit den bloßen Sinnen oder mit den bewaffneten Sinnen, mit dem bloßen Auge oder mit dem Mikroskop sehen können, kurz, alles dasje-

Dit fysieke lichaam heeft in zich dezelfde krachten en wetten zoals het fysieke dat zich om ons heen bevindt, als de hele fysieke wereld. De moderne natuurwetenschap bestudeert aan de mens niets anders dan dit fysieke lichaam; ook onze gecompliceerde hersenen zijn niet anders dan een deel van dit fysieke lichaam. Alles wat direct ruimtevullend is, wat we enkel met de zintuigen of met de door instrumenten uitgeruste zintuigen, met het blote oog of met de microscoop kunnen zien, kortom alles

Blz. 54

nige, was für den Naturforscher noch aus Atomen zusammengesetzt ist, das bezeichnet der Theosoph noch als physische Körperlichkeit. Das ist der unterste Bestandteil der physischen Wesenheit. 

wat voor de natuurwetenschapper nog uit atomen bestaat, bestempelt de geesteswetenschap nog als fysiek lichaam. Dat is het onderste deel van het fysieke wezen.
GA 53/52-54
Niet vertaald

Deel 2

Voordracht 4, Berlijn 2 maart 1905

Goethes geheime Offenbarung III

Blz. 380

(  ) durch seinen physischen Leib ist der Mensch mit dem Mineral verwandt. Alle Stoffe, die sich im physischen Menschenleib finden in chemischen Verbindungen – seien es Salze, Kalkarten, Metalle und so weiter -, finden sich draußen in der Natur auch.

De verborgen openbaring van Goethe III

(  )  door zijn fysieke lichaam is de mens met het mineraal verwant. Alle stoffen die zich in het fysieke mensenlichaam bevinden als scheikundige verbindingen – of het zouten, kalkvormen, metalen enz. zijn – bevinden zich ook in de natuur.
GA 53/380
Niet vertaald

.

Algemene menskunde: voordracht 1 – over het fysiek lichaam

Algemene menskunde: voordracht 1 – alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

.

2919-2738

.

.

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over het fysieke lichaam – GA 52

.

HET FYSIEKE LICHAAM
.

In zijn pedagogische voordrachten roept Steiner veelvuldig op om ‘menskunde’ te studeren. Dat is immers voor zijn pedagogie – zijn onderwijsmethode – de basis.
‘Studeren’ is misleidend, want het gaat niet alleen om ‘kennis opdoen’, het gaat om veel meer: om een diep doorgronden wat de mens en vooral het opgroeiende kind voor wezen is.

Hij doet daar veel mededelingen over vanuit zijn geesteswetenschappelijk perspectief en we weten dat de meesten van ons dat niet op deze manier hebben. We zijn dus aangewezen op deze mededelingen en moeten er een persoonlijke verbinding mee krijgen.
Door deze mededelingen kan ons inzicht aanzienlijk worden verdiept.

In onderstaand artikel vind je deze mededelingen over een van de wezensdelen die Steiner aan de mens waarneemt en wat voor ons het makkelijkste wezensdeel is omdat we er veel zelf van kunnen waarnemen: het fysieke lichaam.
In dit artikel heb ik al enige opmerkingen van Steiner daarover gegeven.
Nu volgen zijn gezichtspunten uit andere voordrachten.

n zijn voordrachten heeft Steiner veelvuldig gesproken over de wezensdelen van de mens.
Telkens heeft hij ons voorgehouden dat we, wanneer we iets van een onderwerp willen begrijpen, dit van allerlei kanten moeten benaderen. Dat we veel kunnen leren van het in-tegenstellingen-denken; dat we niet moeten definiëren – dat is de dood in de pot – maar moeten karakteriseren. 
Wat ik hier nu doe, is in wezen in strijd met die aanwijzingen: ik heb a.h.w. ‘definitie-achtig’ Steiners karakteriseringen opgesomd.

Maar Steiner gaf ook veelvuldig aan dat wat hij geesteswetenschap noemt, net zo exact wil beschrijven als de natuurwetenschap haar onderwerpen beschrijft. 

Wat ik nu doe met ‘het fysieke lichaam’ is, benadrukken wat Steiner daar precies mee bedoelt. 
Door zijn vele karakteriseringen ontvouwt zich toch a.h.w. een uitgebreide, genuanceerde definitie. En die (of dat) hebben we nodig wanneer we zo precies mogelijk over de wezensdelen willen spreken.

GA 52

Spirituelle Seelenlehre und Weltbetrachtung

Spirituele psychologie en wereldbeschouwing

Voordracht 1, Bern 6 september 1903


                         Das Ewige und das Vergängliche im Menschen

Die chemisch-physikalischen Gesetze, die im Räume herrschen, bestimmen den äußeren Organismus. Auch wir sind mit unserem Körper eingesponnen in dieses Leben. Mitten in der organischen Entwicklung stehend, unterliegen wir denselben Gesetzen wie Tier und Pflanze.

Het eeuwige en het vergankelijke in de mens

De scheikundige en fysische wetten die in de ruimte heersen, bepalen het uiterlijke organisme. Ook wij zijn daaraan met ons lichaam onderhevig. Terwijl we ons midden in een organische ontwikkeling bevinden, moeten we aan dezelfde wetten gehoorzamen als dier en plant.
GA 52/23
Niet vertaald

Voordracht 12, Berlijn 7 maart 1904

                                        Theosophie und Somnambulismus

Blz. 254

Den physischen Körper mit allen seinen Organen, einschließlich des Nervensystems, des Gehirns und aller Sinnesorgane kann die Theosophie nach ihrer Beobachtung nur ansehen als eines der Glieder, aus dem der ganze, volle
Mensch besteht. Dieser physische Körper enthält Stoffe und Kräfte, die der Mensch gemeinschaftlich hat mit der ganzen übrigen physischen Welt.
Dasjenige, was sich in uns in chemischen und physikalischen Prozessen abspielt, ist nichts anderes, als was sich auch außerhalb unseres Körpers in der
physischen Welt, in den chemischen Vorgängen abspielt. Aber wir müssen uns fragen: Warum spielen sich diese physikalischen und chemischen Prozesse innerhalb unseres Körpers so ab, daß sie vereinigt sind zu einem physischen Organismus? Darüber kann uns keine physische Wissenschaft einen Aufschluß geben. Die physische Naturwissenschaft kann uns nur über das belehren, was sich an physischen und chemischen Prozessen in uns abspielt, und es wäre gewiß nicht angemessen, wenn der Naturforscher den Menschen deshalb einen wandelnden Kadaver nennen würde, weil er als Anatom nur Physisches in dem menschlichen Körper entdecken kann. Es muß etwas da sein, was die chemischen

Theosofie en somnambulisme

Het fysieke lichaam met al zijn organen waar het zenuwsysteem en de hersenen bij horen en alle zintuigorganen kan de theosofie zoals zij dat beoordeelt, alleen zien als een van de delen waaruit de volledige mens bestaat. Dit fysieke lichaam bevat stoffen en krachten die de mens gemeenschappelijk heeft met de hele overige fysieke wereld.
Wat zich in ons aan chemische en fysische processen afspeelt, is niets anders dan wat zich ook buiten ons lichaam in de fysieke wereld, in de chemische processen afspeelt. Maar we moeten ons wel afvragen: waarom spelen deze fysische en chemische processen binnen ons lichaam zo af dat samen een fysiek organisme vormen. Daarover kan geen enkele natuurwetenschap een verklaring geven. De natuurwetenschap kan ons alleen maar informeren over wat er zich aan fysische en chemische processen in ons voltrekken en het klopt zeker niet wanneer de natuurwetenschapper de mens omdat hij als anatoom alleen iets fysieks in het menselijk lichaam ontdekken kan, daarom de mens een wandelend lijk zou noemen. Er moet iets zijn, wat de chemische

Blz. 255

und physikalisdien Prozesse zusammenhält, sie gleichsam
gruppiert in der Form, wie sie sich innerhalb des menschlichen Körpers abspielen. Dieses nächste Glied der menschlichen Wesenheit nennen wir in der Theosophie den sogenannten Ätherdoppelkörper.

en fysische processen bij elkaar houdt, die a.h.w. groepeert in de vorm waarin ze zich binnen het menselijk lichaam voltrekken. 
Het volgende wezensdeel van de mens noemen we in de theosofie het zgn.  etherdubbellichaam.

Steiner noemt dit later meestal het etherlijf‘.

Dieser Ätherdoppelkörper ist dasjenige, was die physischen Prozesse zusammenhält.
Im Tode verläßt der Ätherdoppelkörper mit anderen höheren Gliedern, die wir kennenlernen werden, den physischen Körper, und daher wird der physische Körper der Erde übergeben und vollzieht nur noch physische Prozesse. Daß
er das während des Lebens nicht tut, daran ist der Ätherdoppelkörper schuld.

Het etherlijf houdt de fysische processen bij elkaar.
Met de dood verlaat het etherlijf met andere hogere wezensdelen die we nog zullen leren kennen, het fysieke lichaam en vandaar dat het fysieke lichaam aan de aarde overgedragen wordt en dan voltrekken zich alleen nog maar fysische processen.
GA 52/254-255   
Niet vertaald  

Steiner spreekt ook over crematie.  (Feuerbestattung)

.
Algemene menskunde: voordracht 1 – over het fysiek lichaam

Algemene menskunde: voordracht 1 – alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

.

2918-2737

.

.

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over het fysieke lichaam – GA 34

.

HET FYSIEKE LICHAAM
.

In zijn pedagogische voordrachten roept Steiner veelvuldig op om ‘menskunde’ te studeren. Dat is immers voor zijn pedagogie – zijn onderwijsmethode – de basis.
‘Studeren’ is misleidend, want het gaat niet alleen om ‘kennis opdoen’, het gaat om veel meer: om een diep doorgronden wat de mens en vooral het opgroeiende kind voor wezen is.

Hij doet daar veel mededelingen over vanuit zijn geesteswetenschappelijk perspectief en we weten dat de meesten van ons dat niet op deze manier hebben. We zijn dus aangewezen op deze mededelingen en moeten er een persoonlijke verbinding mee krijgen.
Door deze mededelingen kan ons inzicht aanzienlijk worden verdiept.

In onderstaand artikel vind je deze mededelingen over een van de wezensdelen die Steiner aan de mens waarneemt en wat voor ons het makkelijkste wezensdeel is omdat we er veel zelf van kunnen waarnemen: het fysieke lichaam.
In dit artikel heb ik al enige opmerkingen van Steiner daarover gegeven.
Nu volgen zijn gezichtspunten uit andere voordrachten.

In 1904 verschijnt zijn boek ‘Theosofie’ waarin voor het eerst in zijn werken en voordrachten uitvoerig wordt stilgestaan bij het wezen mens.
Hij schrijft dan ook artikelen in het tijdschrijft ‘Luzifer-Gnosis’ GA 34. In het artikel ‘Die Aura des Menschen’ [de aura van de mens] staat ongeveer hetzelfde als in Theosofie:

Von der Aura des Menschen: Dieser Aufsatz stimmt in großen Teilen wörtlich überein mit dem Kapitel «Von den Gedankenformen und der menschlichen Aura» in dem ebenfalls 1904 erschienenen Buch Rudolf Steiners «Theosophie, Einführung in übersinnliche Welterkenntnis und Menschenbestimmung», GA Bibl.-Nr. 9.  GA 34 blz.631

.

In zijn voordrachten heeft Steiner veelvuldig gesproken over de wezensdelen van de mens.
Telkens heeft hij ons voorgehouden dat we, wanneer we iets van een onderwerp willen begrijpen, dit van allerlei kanten moeten benaderen. Dat we veel kunnen leren van het in-tegenstellingen-denken; dat we niet moeten definiëren – dat is de dood in de pot – maar moeten karakteriseren. 
Wat ik hier nu doe, is in wezen in strijd met die aanwijzingen: ik heb a.h.w. ‘definitie-achtig’ Steiners karakteriseringen opgesomd.

Maar Steiner gaf ook veelvuldig aan dat wat hij geesteswetenschap noemt, net zo exact wil beschrijven als de natuurwetenschap haar onderwerpen beschrijft. 

Wat ik nu doe met ‘het fysieke lichaam’ is, benadrukken wat Steiner daar precies mee bedoelt. 
Door zijn vele karakteriseringen ontvouwt zich toch a.h.w. een uitgebreide, genuanceerde definitie. En die (of dat) hebben we nodig wanneer we zo precies mogelijk over de wezensdelen willen spreken.

GA 34

Lucifer-Gnosis

Lucifer-Gnosis

Von der Aura des Menschen 

Over de aura van de mens

Blz. 113

Es ist doch klar, daß nur ein Teil des Menschen für das
äußere Auge sichtbar ist. Es ist der Teil, den man als physischen Leib bezeichnet. Dieser physische Leib besteht aus solchen Bestandteilen, aus denen auch die äußeren Naturdinge bestehen. Und es sind in ihm die physischen und chemischen Kräfte tätig, die auch in den Mineralien tätig sind.

Het is toch duidelijk dat maar een deel van de mens voor het uiterlijke oog zichtbaar is. Dat is het deel dat fysiek lichaam wordt genoemd. Dit bestaat uit die bestanddelen waaruit ook de dingen in de uiterlijke natuur bestaan. En er in werkzaam zijn de fysische en chemische krachten die ook in de mineralen werken.
GA 34/113
Niet vertaald

Blz. 121

Der Leib ist das Vergängliche im Menschen; dasjenige, was ge­boren wird und stirbt.

Het lichaam is het vergankelijke van de mens; het wordt geboren en sterft.
GA 34/121    
Niet vertaald

In GA 9 omschrijft Steiner het fysieke lichaam metphysischer Leib’. Zoals we op blz. 23/24 van de vertaling van de ‘Algemene menskunde’ zien, is dat net anders danLeibeskörper’ of ‘Körperleib’ – maar met wat je over ‘Leib – lijf’ kan zeggen, is het meteen duidelijk dat deze karakterisering wijst naar het met leven doortrokken fysieke lichaam.

Als physischer Körper ist der Mensch aus den Stoffen zusammengesetzt, die sich auch in der mineralischen Welt finden. Und es sind in ihm die Kräfte tätig, die auch in dieser Welt tätig sind. Der Sauerstoff, wel­chen der Mensch durch den Atmungsprozeß sich aneignet, ist derselbe, der sich in der Luft, der sich in den flüssigen und festen Bestandteilen der Erde findet. Und so ist es auch mit den Stoffen, die der Mensch in seinen Nahrungsmitteln aufnimmt. Man kann diese Stoffe und ihre Kräfte im Menschen studieren, wie man sie an anderen Naturkörpern studiert. Wenn man den Menschen so betrachtet, erkennt man ihn als ein Glied der mineralischen Welt.

Als fysiek lichaam is de mens uit de stoffen opgebouwd die zich ook in de minerale wereld bevinden. En in dit lichaam zijn de krachten werkzaam die ook in deze wereld werkzaam zijn. De zuurstof die de mens door zijn ademhaling in zich opneemt, is dezelfde die zich in de lucht, in de vloeibare en vaste bestanddelen van de aarde bevinden. En zo is het ook met de stoffen die de mens in zijn voedingsmiddelen tot zich neemt. Deze stoffen en krachten kun je in de mens bestuderen, net zoals dat kan aan andere natuurlichamen. Wanneer we de mens zo bekijken, zien we hem als een deel van de minerale wereld.
GA 34/126-127
Niet vertaald

Omdat Steiner dan nog lid is van de Theosofische Vereniging, geeft hij ook vaak de daar gebruikte woorden uit het Sanskriet voor de wezensdelen.

Het fysieke lichaam wordt Sthula sharira genoemd.

In dit tijdschrift staat ook het artikel over ‘De opvoeding van het kind’.
Dit is verschillende keren in het Nederlands vertaald.

GA 34 blz. 637   niet vertaald
Die Erziehung des Kindes vom Gesichtspunkte der Geisteswissenschaft: Der
Aufsatz ist hier in der Form wiedergegeben, wie er 1918 auf Weisung Rudolf Steiners herausgegeben worden ist (4. Auflage der Einzelausgabe, Berlin
1918). Statt der Worte «Anthroposophie oder Geisteswissenschafter»,
«anthroposophisch», «Anthroposophie oder Geisteswissenschaft» stand in
«Lucifer – Gnosis»: «Theosoph», «theosophisch», «Theosophie».
.
De opvoeding van het kind vanuit het gezichtspunt van de geesteswetenschap: het artikel is hier in de vorm weergegeven zoals deze 1918 in opdracht van Rudolf Steiner werd uitgegeven (4e druk van de losse uitgave, Berlijn 1918. I.p.v. de woorden ‘antroposofie of geesteswetenschapper, antroposofisch, antroposofie of geesteswetenschap’ stond in Lucifer-Gnosis ‘theosoof, theosofisch, theosofie’.

Die Erziehung des Kindes vom Gesichtspunkte der Geisteswissenschaft

De opvoeding van het kind in het licht van de antroposofie

Blz. 312   vert. 12

Das, was die Sinnesbeobachtung am Menschen kennenlernt, und was die materialistische Lebensauffassung als das Einzige im Wesen des Menschen gelten lassen will, ist für die geistige Erforschung nur ein Teil, ein Glied der Menschenna­tur, nämlich sein physischer Leib. Dieser physische Leib unter­liegt denselben Gesetzen des physischen Lebens, er setzt sich aus denselben Stoffen und Kräften zusammen wie die ganze übrige sogenannte leblose Welt. Die Geisteswissenschaft sagt daher: der Mensch habe diesen physischen Leib mit dem gan­zen Mineralreich gemeinsam. Und sie bezeichnet am Menschen nur als physischen Leib, was dieselben Stoffe nach denselben Gesetzen zur Mischung, Verbindung, Gestaltung und Auflö­sung bringt, die auch in der mineralischen Welt als Stoffe nach eben diesen Gesetzen wirken.

Datgene, wat de zintuigen waarnemen aan een mens en wat de materialistische wereldbeschouwing als de enige werkelijkheid van de mens wil laten gelden, is voor het geesteswetenschappelijk onderzoek slechts een deel van ’s mensen totaliteit, n.l. zijn fysieke lichaam. Dit lichaam is onderworpen aan dezelfde fysieke wetmatigheden, is uit dezelfde stoffen en krachten samengesteld als de gehele overige, zogenaamd levenloze natuur. De geesteswetenschap zegt daarom, dat de mens dit fysieke lichaam met het gehele minerale rijk gemeen heeft. En zij noemt fysiek lichaam van de mens alleen datgene, wat dezelfde stoffen, die in de minerale wereld voorkomen, volgens dezelfde wetten, die ook daar van kracht zijn, mengt, verbindt, vorm geeft en ontbindt.
GA 34/312
*Vertaling: De opvoeding van het kind in het licht van de antroposofie’ 1980

Er is een nieuwere uitgave: ‘De opvoeding van het kind

.

De begrippen ‘fysiek’, ‘fysisch’ en ‘fysiologie’ zijn soms niet zo makkelijk uit elkaar te houden.

Met fysiek bedoelt Steiner simpelweg het ruimte innemende ‘ding’, een lichaam; met fysiologie:

Physiologie ist die Wissenschaft von den Erscheinungen
an Pflanzen, Tieren und Menschen.

De wetenschap van de verschijnselen bij plant, dier en mens; fysisch is vaak de activiteit van lichamelijke processen.

.

Algemene menskunde: voordracht 1 – over het fysiek lichaam

Algemene menskunde: voordracht 1 – alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

.

2917-2736

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over het fysieke lichaam – GA 59

.

OVER HET FYSIEKE LICHAAM
.

In zijn voordrachten heeft Steiner veelvuldig gesproken over de wezensdelen van de mens.
Telkens heeft hij ons voorgehouden dat we, wanneer we iets van een onderwerp willen begrijpen, dit van allerlei kanten moeten benaderen. Dat we veel kunnen leren van het in-tegenstellingen-denken; dat we niet moeten definiëren – dat is de dood in de pot – maar moeten karakteriseren. 
Wat ik hier nu doe, is in wezen in strijd met die aanwijzingen: ik heb a.h.w. ‘definitie-achtig’ Steiners karakteriseringen opgesomd.

Maar Steiner gaf ook veelvuldig aan dat wat hij geesteswetenschap noemt, net zo exact wil beschrijven als de natuurwetenschap haar onderwerpen beschrijft. 

Wat ik nu doe met ‘het fysieke lichaam’ is, benadrukken wat Steiner daar precies mee bedoelt. 
Door zijn vele karakteriseringen ontvouwt zich toch a.h.w. een uitgebreide, genuanceerde definitie. En die (of dat) hebben we nodig wanneer we zo precies mogelijk over de wezensdelen willen spreken.

GA 59

Metamorphosen des Seelenlebens
Pfade der Seelenerlebnisse

Metamorfose van de ziel
Ervaringen van de ziel

Voordracht 10, Berlijn 10 januari 1910

Die Geisteswissenschaft und die Sprache

Geesteswetenschap en spraak

Blz. 13

Für die Geisteswissenschaft ist der Mensch im Grunde genommen ein sehr kompliziertes Wesen. So wie er vor uns steht, hat er zunächst seinen physischen Leib, der in sich dieselben Gesetze und Substantialitäten hat, die wir auch in der mineralischen Welt finden.

Voor de geesteswetenschap is de mens in de grond van de zaak een zeer gecompliceerd wezen. Zoals hij voor ons staat, heeft hij in eerste instantie zijn fysieke lichaam dat in zich dezelfde wetten en substanties heeft, die we ook in de minerale wereld vinden.
GA 59/13
Niet vertaald

Voordracht 11, Berlijn, 3. februari 1910

Lachen und Weinen

Lachen en huilen

Blz. 44

Wir haben gesehen, wie sich der Mensch uns darstellt, wenn wir ihn in seiner vollständigen Wesenheit betrachten, bestehend aus seinem physischen Leib, den er gemeinschaftlich hat mit der ganzen mineralischen Natur.( )

We hebben gezien hoe de mens zich aan ons vertoont, wanneer wij hem als volledig wezen bekijken, bestaand uit zijn fysieke lichaam, dat hij gemeenschappelijk heeft met de hele minerale wereld. ( )
GA 59/44
Niet vertaald

Voordracht 14, Berlijn, 3 maart 1910 

Krankheit und Heilung

  Ziekte en genezing

Blz. 136

Die(se) Gesamtnatur (des Menschen) haben wir schon öfter hier so dargestellt, daß sie sich zusammensetzt aus den realen vier Gliedern des menschlichen Wesens: erstens aus dem physischen Leib, den der Mensch gemeinschaftlich hat mit allen mineralischen Wesen seiner Umgebung, welche ihre Formen von den ihnen innewohnenden physischen und chemischen Kräften und Gesetzen haben.

De mens als totaliteit hebben we hier al vaker zo ten tonele gevoerd, dat die totaliteit bestaat uit vier werkelijke delen: ten eerste: het fysieke lichaam dat de mens gemeenschappelijk heeft met al het minerale uit zijn omgeving dat zijn vorm krijgt door de daarin werkende fysieke en chemische krachten en wetten.
GA 59/136
Niet vertaald

Den physischen menschlichen Leib haben wir vor uns, wenn wir den Menschen,
wenn wir uns selber von außen betrachten. Die äußeren physischen Sinnesorgane können wahrnehmen, was wir als physischen Menschenleib bezeichnen. Mit dem an diese physischen Organe gebundenen Denken, das heißt mit jenem Denken, das an das Instrument des Gehirns gebunden ist, können wir diesen physischen Leib des Menschen begreifen. Er zeigt sich uns daher, wenn wir ihn von außen betrachten.

Het fysieke menselijke lichaam hebben we voor ons, wanneer wij de mens, wanneer wij onszelf van buiten waarnemen. De uiterlijke fysieke zintuigen kunnen waarnemen wat wij als fysiek mensenlichaam benoemen. Met het denken dat aan de fysieke organen is gebonden, d.w.z. met het denken dat aan het instrument van de hersenen is gebonden, kunnen we dit fysieke lichaam van de mens begrijpen. Zo vertoont het zich aan ons, wanneer we het van buiten bekijken.
GA 59/137
Niet vertaald

Voordracht 16 Berlijn, 28 april 1910 

Irrtum und Irresein

Van het pad af en de weg kwijt

Blz. 214

Wir unterscheiden an dem äußeren Menschen zunächst dasjenige Glied, das
wir mit physischen Augen sehen, mit Händen greifen können: den physischen Leib.

We onderscheiden aan de uiterlijke mens in eerste instantie dat wezensdeel dat wij met fysieke ogen zien, met handen kunnen beetpakken: het fysieke lichaam.
GA 59/214
Niet vertaald

.

Algemene menskunde: voordracht 1 – over het fysieke lichaam

Algemene menskunde: voordracht 1 – alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

.

2916-2735
.

.

.

.

VRIJESCHOOL – De ontwikkeling van het jongere kind (1-2-5)

.

Een van de meest menselijke vermogens is het kunnen spreken.
Spreken kunnen we alleen leren door nabootsing. 
Omdat in vroegere sociale verhoudingen de moeder thuis voor het opgroeiende kind zorgde, heeft zich in de taal het begrip ‘moedertaal’ (het Engels heeft ‘de moeder tong!) gevestigd.

Rudolf Steiner gaf al in het begin van de vorige aan hoe belangrijk klanken zijn voor de vorming van bepaalde gebieden in de hersenen. 
Het huidig hersenonderzoek geeft hem daarin gelijk. (Al wordt dat niet zo luid verkondigd, simpelweg omdat men het werk van Steiner te weinig kent).

Zie voor verdere onderbouwing nu: Algemene menskunde voordracht 11 [11-3]
Daarna [11-4]
De inhoud van deze artikelen legt de basis voor wat al jaren met kinderen wordt gedaan vanuit een instinctief gezond gevoel van de ouders/opvoeders.

Vingerspelletjes

Ze zijn van oudsher dé spelletjes om een klein kind zinvolle bewegingen te laten maken bij een tekst. Deze kennen de kinderen in zeer korte tijd uit het hoofd en op deze manier wordt hun woordenschat sterk uitgebreid.

Uit steeds meer onderzoeken blijkt er een wezenlijke samenhang te bestaan tussen de bewegingen die met name door de handen worden gemaakt en de ontwikkeling van bepaalde hersengedeelten.

Rudolf Steiner maakte er in een aantal pedagogische voordrachten al melding van dat handen(arbeid) de hersenen positief vormt.

Daarover meer in het artikel ‘handen en intelligentie’.

Vingerspelletjes kunnen zeker tot en met de kleuterklas, maar ook in de 1e klas doen kinderen nog graag mee, als het geen ‘kleuterdingetjes’ zijn; dat kan vooral in de niet-Nederlandse talen: dan is het ook weer zeer zinnig bewegingen met klanken en woorden te verbinden.

Op deze blog staan ook vingerspelletjes voor peuters en kleuters. Het is niet zo eenvoudig om een duidelijke scheidslijn aan te geven.
Uiteraard moeten de spelletjes voor de baby, het jonge kind dat een beetje zitten kan, eenvoudig zijn.

Een van de bekendste is wel;
.

NAAR BED, NAAR BED! ZEI DUIMELOT

Een spelletje voor de al wat fijnere motoriek: de betreffende vinger moet a.h.w. even apart bewogen worden. Vooralsnog doet de oudere dit, later zal het kind het nadoen (nabootsing!)

Naar bed, naar bed! zei Duimelot
Eerst nog wat eten! zei Likkepot.
Waar halen we ’t vandaan? zei Langelot.*
Uit grootvaders kastje! zei Ringeling.
Dat zal ik verklappen! zei ’t Kleine Ding.

Er bestaan uiteraard allerlei kleinere varianten:
Waar zullen we ’t halen, zei Lange Jaap
Uit grootmoeders kastje, zei Korte Knaap

Soortgelijk:

Duimelot is in het water gevallen,
Likkepot heeft hem er uit gehaald.
Langejaap heeft hem thuisgebracht,
Korteknaap heeft hem te eten gegeven, en
Pinkelink heeft alles aan moeder verteld!

Mellie Uyldert heeft een verklaring voor de verschillende vingers:

Zij zegt dat de vingers de krachtstroom geleiden die door de arm wordt aangevoerd, elk op een verschillende trilling naar buiten, wat samenhangt met het doel, waarvoor de vinger de kracht gebruikt.

In de duim ziet zij het werktuig en uitdrukkingsmiddel van het Ik, de wil en het hart. Bij de duim gaat het om zonnekracht. ‘Duimen’, (op geluk hopen) is dan:  ‘die kracht opladen en daaraan de wens verbinden die door die lading van scheppingskracht kans krijgt om in vervulling te gaan!

De wijsvinger zou met het geloof te maken hebben. De bisschopsring wordt aan deze vinger gedragen: hier zou het om de Jupiterkracht gaan. Jupiter doet vriendschappen ontstaan; als men naar iemand wijst, maakt men al een etherische verbinding met die persoon.

De middelvinger zou verband houden met de erffactoren van het voorgeslacht, met traditie en verplichting en verantwoordelijkheid; men draagt er de zegelring met het familiewapen aan!

Bij het afleggen van de eed, worden wijs- en middelvinger tegelijk opgestoken: men zweert bij God en bij het voorgeslacht!

Tegen het z.g. boze oog of de boze blik maakt men het z.g. ‘hoorntje’: men steekt wijsvinger en middelvinger uiteen gespreid in de vorm van een V omhoog of voor zich uit, weert dus onheil af door de krachten van Jupiter en Saturnus. (“Dit heeft niets met de V van Victorie te maken, dat is er later maar bij bedacht!)”

De ringvinger zou de vinger van Venus zijn en met de liefde te maken hebben, de vinger waaraan de trouwring wordt gedragen.

De pink, de vinger van Mercurius, ”die speelkameraadschap kan doen ontstaan, men draagt er de ring van de kleine genegenheid aan. Mercurius geeft ons de spraak en de taal. Het valt op, dat in de overeenkomstige versjes in alle Europese talen de pink steeds degene is, die aan het eind van het avontuur zegt: ik zal alles verklappen! In ’t Frans zeggen de moeders ook: mon petit-doigt me l’a dit!

Het is interessant dat de Duim de actieve is, in de zin van initiatiefnemer: ‘Naar bed, jullie!’ Of hij heeft al iets gedaan en is in het water gevallen. Als we vanuit de drieledige mens kijken, is de duim zeker het meest verwant met de wil. Iemand ‘onder de duim houden’ betekent toch niet meer of minder dan dat je iemand ‘je wil oplegt’. Het is ook de vinger waarmee wij de grootste drukkracht kunnen uitoefenen en is daarmee zeer ‘ledematenverwant’.
De Duitse antroposofische arts Norbert Glas gaf een jaar of vijftig geleden een serie boeken uit met als kern dat het uiterlijk van de mens iets openbaart van zijn innerlijk. Een titel luidt:Die Hände offenbaren den Menschen‘.
Ook hij koppelt aan de duim ‘de wil’.
Hij verbindt aan de vingers geen planetenkwaliteiten, dat doet Uyldert wel en ze laat de wijsvinger bij Jupiter horen. Een jupiterkwaliteit is ‘denkend het overzicht bewaren’; dat komen we bijv. weer bij Glas tegen.
Het uitlikken van de pan is voor Uyldert ook een jupiterkwaliteit, hij immers ‘geeft ook de levensgenieters!’
De middelvinger schaart zij onder Saturnus: ‘het probleem-denken’ en ordenen in rubrieken; de ringvinger, Venus, zoekt dan weer het genot. Ze zou in alle talen een rol spelen wanneer het om eten gaat.
En de pink, als mercuriusvinger, is de Mercurius als boodschapper van de goden.
Het ‘over-brengen’ komt ook in alle talen voor!

 Voor Uyldert hangt de duim samen met de Zon, en daarmee met het hart. Volgens haar weet de duim alles van het hart en als er door het kind op gezogen wordt, aan ‘gelurkt’, Duimelot = duimelurk!, masseert het zijn gehemelte en de daar boven liggende hypofyse: de klier die o.m. zorgt voor de kennis van de buitenwereld).
Zij refereert nog aan Klein Duimpje dat als zinnebeeldig sprookjesfiguur in heel Europa voorkomt, en in India is er vaak sprake van een mythisch wezen, niet groter dan een duim, zittend op een lotusblad op het water, overeenkomend met Andersens Duimelijntje, en dat betekent overal: de eeuwige lichtvonk in het mensenhart, het goddelijke deel in de mens.

We kennen nog meer gebaren met de duim: we liften ermee; we geven te kennen dat iets goed is: duimpje hoog.
Maar bij de Romeinen betekende ‘duim omlaag’: dood voor de gladiator en wij geven met dit gebaar ook iets afkeuringswaardig aan.
In het kinderspel betekende de duim omhoog: ik pas!

‘Door de duim stroomt de kracht, die ons met het eeuwige leven verbindt en die ons de individuele waarde schenkt, het eenmalige van onze persoonlijkheid.’

Voor Uyldert is ‘Duimelot is in het water gevallen’: het goddelijke vonkje, of de geest, valt in de wateren van de ziel bij de incarnatie. ‘Juist zoals de levensgeest in de gestalte van Tyl Uylenspiegel in het water valt. Daar in het menselijk-psychische zou het besef van de goddelijke afkomst te loor gaan, als het geloof van Jupiter (de wijsvinger) het niet uit het water haalde en hogerop in het bewustzijn bracht! – Langejaap, de Saturnusvinger van het abstract denken, brengt hem dan thuis in de begrippen der theologie! Duimelot is daar de immanentie. – Korteknaap, de Venus-vinger, geeft hem te eten: de liefde is het voedsel, dat de eeuwigheid in de mens onderhoudt. – En dat dit gehele proces zo plaats vindt, dat het de oer-vorm van de involutie en evolutie is, van schepping en verlossing, dat wordt door Mercurius onderwezen, van de een op de ander oververteld!’

Zo zouden we dus de diepste en grootste waarheden terugvinden in de eenvoudige beelden en woorden van het kinderrijmpje.

.

Mellie Uyldert: Verborgen wijsheid van oude rijmen

In deze reeks:  [1-2],  [1-2-2]  en [1-2-3]  [1-2-4]

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Nabootsing      lopen-spreken-denken      spel      ritme

Vrijeschool in beeldkleuters

.

2915-2734

.

.

*

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – GA 298 (7-9-1919)

.

In de vertaling van GA 298 ‘Rudolf Steiner in der Waldorfschule‘- vertaald: ‘Beste ouders, lieve kinderen‘ zijn niet alle artikelen uit de Duitse uitgave opgenomen.

Die zijn op deze blog vertaald weergegeven.

GA 298

Blz. 18

ERÖFFNUNG DER FREIEN WALDORFSCHULE
IM STADTGARTENSAAL IN STUTTGART
DURCH KOMMERZIENRAT EMIL MOLT

7. September 1919

OPENING VAN DE VRIJESCHOOL IN DE ‘STADSTUINZAAL’ IN STUTTGART DOOR INDUSTRIEEL EMIL MOLT

Sehr verehrte Anwesende! Liebe Kinder! Im Namen meiner Firma, der
Waldorf-Astoria, heiße ich Sie alle von Herzen willkommen, die Sie
hierhergekommen sind, um teilzunehmen an der einfachen, schlichten
Eröffnungsfeier unserer Waldorfschule. Herzlich willkommen heiße ich
besonders die verehrten Gäste und danke denselben für ihr Erscheinen
und das dadurch bewiesene Interesse an unserem Unternehmen.
Meine sehr verehrten Anwesenden! Diese Gründung der Waldorfschule ist nicht etwa entsprungen einer bloßen Marotte eines einzelnen,

sondern der Gedanke wurde geboren aus der Einsicht in die Notwendigkeiten unserer heutigen Zeit. Es war mir einfach Bedürfnis, in Wahrheit
die erste sogenannte Einheitsschule ins Leben zu rufen und dadurch
einem sozialen Bedürfnis wirklich abzuhelfen, so daß künftighin nicht
nur der Sohn und die Tochter des Begüterten, sondern auch die Kinder
der einfachen Arbeiter in die Lage versetzt werden, diejenige Bildung
sich anzueignen, die heute notwendig ist zum Aufstieg zu einer höheren Kultur. In diesem Sinne ist es mir persönlich eine tiefe Befriedigung, daß
es möglich war, diese Institution ins Leben zu rufen. Aber es genügt
heute ja nicht, eine bloße «Einrichtung» zu schaffen, sondern es tut not,
diese Einrichtung zu erfüllen mit neuem Geiste. Und daß ein solcher
Geist erfülle diese Einrichtung, dafür bürgt uns die anthroposophisch
orientierte Geisteswissenschaft, und ich fühle mich innerlich tief verpflichtet, an dieser Stelle innigen Dank auszusprechen demjenigen, der
uns diese Geisteswissenschaft vermittelt hat, unserem verehrten Herrn
Dr. Rudolf Steiner. Aber ich danke auch der Behörde, welche es uns
ermöglicht hat, mit dieser Einrichtung ins Leben zu treten, so daß wir
heute in der glücklichen Lage sind, unsere Gedanken wirklich in die Tat
überzuführen.

Zeer geachte aanwezigen! Beste kinderen! Uit naam van mijn bedrijf, Waldorf-Astoria, heet ik u allen hartelijk welkom. U bent hier naartoe gekomen om deel te nemen aan de eenvoudige, bescheiden openingsceremonie van onze vrijeschool. In het bijzonder heet ik de geëerde gasten van harte welkom en dank ik hen ook voor hun aanwezigheid en voor de daarmee bewezen interesse in wat we begonnen zijn.
Zeer geachte aanwezigen! Deze oprichting van de vrijeschool is niet ontsprongen aan zo maar een gril van de een of ander, maar de gedachte werd geboren uit het inzicht in wat er in onze tijd nodig is. Voor mij was het simpelweg een sterk verlangen om een echte schoolgemeenschap in het leven te roepen om daardoor daadwerkelijk aan een sociale eis gehoor te geven, zodat in de toekomst niet alleen de zoon en de dochter van de welgestelden, maar ook de kinderen van de eenvoudige werknemer de mogelijkheid krijgen, zich die vorming eigen te maken die in deze tijd nodig is om een meer ontwikkelde cultuur te bereiken. Wat dit betreft is het voor mij persoonlijk een diepe bevrediging dat het mogelijk was, deze instelling in het leven te roepen. Maar tegenwoordig is het niet genoeg om een ‘gewoon’ instituut in het leven te roepen, want het is nodig deze instelling te vervullen met een nieuw elan. En dat zo’n elan deze instelling kan vervullen, daarvoor staat de antroposofisch georiënteerde geesteswetenschap garant en ik voel mij innerlijk diep verplicht om op deze plaats mijn diepe dank uit te spreken aan hem die ons deze geesteswetenschap gebracht heeft, onze geëerde heer Dr. Rudolf Steiner. Maar ik ben ook de overheid dankbaar die het ons mogelijk heeft gemaakt met deze instelling naar buiten te treden, zodat we nu in de gelukkige omstandigheden verkeren, om onze gedachten werkelijk in daden te kunnen omzetten.

Blz. 19

Nun wende ich mich aber besonders an euch, ihr lieben Waldorfleute:
Seien wir uns klar darüber, daß damit, daß wir etwas Derartiges ins
Leben rufen dürfen, uns gleichzeitig eine hohe Verpflichtung auferlegt
ist. Wir wollen uns dessen ganz klar sein, wir wollen an diesem Tage uns
geloben, daß wir uns würdig zeigen wollen der Tatsache, daß wir als die
ersten im Deutschen Reiche die Möglichkeit haben, diesen Gedanken der Einheitsschule, der so viel ausgesprochen wurde, hier in unserem
Stuttgart zu verwirklichen. Wir wollen der Welt zeigen, daß wir nicht
nur Idealisten sind, sondern daß wir Menschen der praktischen Tat sind,
und daß unsere Kinder, gestärkt durch diese Schule, in Zukunft dem
täglichen Leben besser und voller standhalten können.
In diesem Sinne schicken wir euch, ihr lieben Kinder, in diese Waldorfschule, damit ihr euch Kraft dort holt, um, wenn ihr diese Stätte
verlaßt, als ganze Menschen dem schweren euch erwartenden Leben
gewachsen zu sein. Aber es erwarten euch, ihr Kinder, innerhalb der
Schule auch Freuden. Mir, dem es vergönnt war, den Lehrerkursus, den
Herr Dr. Steiner abhielt, mitzumachen, kam es deutlich zum Bewußtsein, wieviel man selbst versäumen mußte in seiner Jugendzeit, und wie schwer es einem in vorgeschrittenem Alter wird, dasjenige nachzuholen,
was man in jenen Zeiten versäumt hat, und es ist mir wirklich ein
Herzensbedürfnis, das auszusprechen, daß, weil man in früheren Zeiten
nicht selbst in der Lage war, diesen Sege zu genießen, man seinem
Schicksal wenigstens dankbar sein muß, wenn man diesen Segen heute
andern zukommen lassen darf. Und so kann ich sagen: Ihr Kinder, die
ihr hineingeht in diese neue Schule, es erwarten euch Freuden, und
denjenigen, denen es vergönnt war, diesen Kursus durchzumachen, den
Herr Dr. Steiner abgehalten hat mit den neuen Lehrkräften, die wissen, daß durch die neue Methode das Lernen nicht mehr, wie es bei uns
Älteren der Fall war, eine Plage ist, sondern daß es bei euch zur Freude
und zur Lust werden wird. Deshalb freut euch, ihr Kinder, daß ihr diese
Schule genießen dürft. Aber zeigt euch, wenn ihr das heute auch noch
nicht in seiner ganzen Tragweite verstehen könnt, zeigt euch bei der
Entlassung aus dieser Bildungsstätte dem Leben und seinen Anforderungen gewachsen, zeigt der Welt dann die herrlichen Früchte dieser neuen
Lehrmethode, die euch zu lebenstüchtigen, zielbewußten Menschen

Nu richt ik mij speciaal tot u, beste waldorfmensen: laat het voor ons heel duidelijk zijn dat wij, nu we iets dergelijks in het leven mogen roepen, ook een hoge plicht op ons genomen hebben. Dat moeten we heel goed beseffen, op deze dag willen wij beloven dat wij ons waardig willen tonen bij het feit dat wij als eerste in het Duitse Rijk de mogelijkheid hebben, deze gedachten van de schoolgemeenschap, die al zo vaak werd genoemd, hier in onze stad Stuttgart te realiseren. We willen de wereld laten zien, dat we niet alleen idealisten zijn, maar mensen van de praktijk en dat onze kinderen, gesterkt door deze school, in de toekomst het dagelijks leven beter aan kunnen en er sterker tegen bestand zijn.
Hiervoor sturen wij jullie, beste kinderen, naar deze vrijeschool, zodat jullie daar krachten kunnen opdoen om wanneer jullie deze plaats verlaten, als volledige mensen opgewassen zijn tegen het zware leven dat jullie te wachten staat.
Maar, beste kinderen, op school wacht jullie ook plezier. Het was mij vergund de lerarencursus die Dr. Steiner hield, mee te maken, en het werd mij duidelijk bewust, hoeveel wij in onze jeugd zelf misgelopen zijn en hoe moeilijk het is als je ouder geworden bent, om in te halen wat er in die tijd verzuimd is en het is mij een grote behoefte vanuit mijn hart uit te spreken dat, omdat je vroeger niet zelf in staat was, van deze zegen te genieten, nu je eigen lot op z’n minst dankbaar moet zijn, wanneer je deze zegen nu aan anderen mag doen toekomen. En zo kan ik zeggen: kinderen, jullie die naar deze nieuwe school gaan: er staat jullie ook vreugde te wachten en degenen die het vergund was aan deze cursus te kunnen deelnemen die Dr. Steiner met de nieuwe leerkrachten heeft gehouden, weten dat door de nieuwe methode het leren niet meer, zoals bij ons ouderen het geval was, een kwelling is, maar dat het bij jullie tot vreugde en plezier wordt. Daarom kinderen, wees blij dat je van deze school mag genieten. Maar laat, ook al kunnen jullie dit nu nog niet in z’n volle omvang begrijpen, laat zien wanneer je dit vormingsinstituut weer verlaat, dat je het leven en wat het van je vraagt, aan kan, laat aan de wereld de kostelijke vruchten van deze nieuwe leermetode zien die jullie tot ijverige, doelbewuste mensen

Blz. 20

erziehen will. Aber auch darüber sind wir uns klar: Was wir hier
schaffen durften, ist nur ein kleiner Anfang. Schwer ist die Last und groß
die Verantwortung, die auf denjenigen ruht, welche sich dieser Aufgabe
unterzogen haben, und groß werden vielleicht die Anfechtungen sein,
welche mit der Zeit von vielen Seiten auf uns einstürmen werden; aber
eines können wir heute schon sagen: Der Wille in uns wird so stark sein
und die Gedanken werden so kräftig sein und der Mut so groß, daß wir
auch alle diejenigen Dinge, die hemmend vielleicht an uns herankommen
möchten, überwinden werden, weil wir wissen, welch hohes Ziel wir
anstreben, und weil wir stets eingedenk sind der Verantwortung, die wir
übernehmen.
Und Ihr, sehr verehrte Lehrer, die Ihr diese Arbeit übernommen habt, die Ihr selbst eingeführt worden seid in den Geist, der diese Schule

beseelen soll, Ihr wißt ja, welch tiefe Verantwortung Euch damit auferlegt ist, und ich richte die Bitte an Sie alle, die Sie mitwirken werden als
Lehrkräfte an der Waldorfschule: seien Sie sich mit mir voll bewußt der
außerordentlichen Schwere der Verantwortung und hören Sie nie auf, diese Verantwortung ebenso tief wie ich jederzeit zu verspüren. Und
nun, meine sehr verehrten Anwesenden, indem ich dieses Institut den
Waldorfleuten und damit auch der Öffentlichkeit übergebe, wünsche ich
aus vollem Herzen: Es möge wieder dort der Geist herrschen, den ein
Goethe, ein Schiller, ein Herder und wie sie alle heißen, die großen
Geisteshelden vergangener Zeiten, uns nahegebracht haben, damit dieser
Geist durch die Schule der Zukunft auch wieder einziehen möge im
deutschen Vaterlande. Wenn das der Fall sein wird, werden wir alle,
die wir die Verantwortung tragen, dessen eingedenk sein, daß wir Diener sind jener geistigen Kräfte. Dann wird die Zeit anbrechen, wo
auch wieder der Aufstieg beginnen wird aus der tiefen seelischen und
körperlichen Not unseres armen Vaterlandes, und wir dürfen hoffen, daß dann die Menschen zahlreicher werden, welche unser Volk wieder
hinaufführen können auf die Höhen und darüber hinaus, auf denen
gestanden haben unsere Geisteshelden, ein Goethe und ein Schiller und
so weiter.
Und indem ich nochmals meinen Wunsch für ein glückliches Gedeihen unseres Unternehmens zum Ausdruck bringe, will ich geloben im

wil opvoeden. Maar dit is voor ons ook duidelijk: wat we hier mogen doen, is nog maar een pril begin. Zwaar is de last en groot de verantwoordelijk die op degenen rust die deze opdracht op zich genomen hebben en misschien worden de uitdagingen groot die met de tijd van vele kanten stormachtig op ons af zullen komen; maar één ding kunnen we nu al zeggen: de wil in ons zal zo sterk zijn en de gedachten zo krachtig en de moed zo groot, dat we alles wat ons misschien zou belemmeren, zullen overwinnen, omdat we weten, wat voor hoog doel we nastreven en dat we er steeds aan denken wat de verantwoording is die we op ons hebben genomen. En u, geachte leraren die dit werk op u heeft genomen, u die ingeleid bent in de geest die deze school moet bezielen, u weet wat voor grote verantwoordelijkheid daarmee op uw schouders is gelegd en ik vraag u allen die als leerkrachten aan de vrijeschool zullen meewerken: wees met mij vol doordrongen van de buitengewone ernstige verantwoording en laat nooit na deze verantwoordelijkheid net zo diep als ik iedere keer te beseffen.
En nu, zeer geachte aanwezigen, nu ik deze school aan de vrijeschoolmensen en daarmee aan de openbaarheid overdraag, wens ik van ganser harte dat hier de geest moge heersen die een Goethe, Schiller, een Herder en hoe ze allemaal heten, de grote helden van de geest uit vervlogen tijden ons hebben gegeven opdat deze geest weer in de school van de toekomst mag heersen in ons Duitse vaderland. Wanneer dat het geval zal zijn , zullen we allen die de verantwoordelijkheid dragen indachtig, dat we dienaren zijn van geesteskrachten. Dan zal de tijd aanbreken waarin ook de weg omhoog weer ingeslagen wordt uit de diepe zielen- en lichamelijke nood van ons arme vaderland en we mogen hopen dat er dan weer meer mensen zullen komen die ons volk weer op het hoge peil en nog hoger, kunnen brengen waarop onze geesteshelden, een Goethe, een Schiller enz. hebben gestaan.
En als ik nog een keer mijn wens voor een gelukkige groei van wat we ondernemen tot uitdrukking breng, wil ik geloven in naam van

Blz. 21

Namen unserer Waldorfleute, im Namen unserer Schule, im Namen
unserer Kinder, daß diese Schule eine Pflanzstätte werden soll, eine
Quelle für alles Gute, für alles Schöne und für alles Wahre.

onze vrijeschoolmensen, in naam van onze school, in naam van onze kinderen, dat deze school een kiemplaats, een bron zal worden voor alles wat goed, mooi en waar is.
GA 298/18    

GA 298  vertaling: Beste ouders, lieve kinderen

Inhoudsopgave GA 298

.

Rudolf Steiner over pedagogie(k)

Rudolf Steiner op deze blog

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

2914-2733

.

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – GA 298 – inhoudsopgave

.

In de Gesamt Ausgabe van het werk van Rudolf Steiner is onder 298 opgenomen:

RUDOLF STEINER IN DER WALDORFSCHULE

Dit ‘Rudolf Steiner in de vrijeschool’ is in het Nederlands vertaald met de titel:

Beste ouders, lieve kinderen

In de Nederlandse uitgave is een keus gemaakt, zodat GA 298 niet in z’n geheel is vertaald.
Ook heeft de uitgever een vertaling toegevoegd van een voordracht die in de Duitse uitgave niet is afgedrukt. 

De inhoud van de Duitse uitgave met daaraan toegevoegd de vertalingen van de Nederlandse uitgave:

Aufsatz: «Die pädagogische Grundlage der Waldorfschule» (blz.9)
Dit artikel is niet in de vertaling opgenomen. Het is vertaald te vinden in: ‘In het midden de mens‘, blz. 58.
In het Duits is dit ook afgedrukt in GA 24/83 

7. Sept.1919 Ansprache von Kommerzienrat Emil Molt zur Eröffnung der Freien Waldorfschule (blz. 18)  
Niet vertaald in de uitgave, wel op deze blog.

7. Sept. 1919 Ansprache Rudolf Steiners bei der Eröffnung der Freien Waldorfschule (blz. 22)
Deze toespraak is niet in de vertaling opgenomen. Die is vertaald te vinden in:In het midden de mens‘, blz. 48  

21. Dez. 1919 Ansprache bei der Weihnachtsfeier (blz. 35)
Vertaald/39      

10. Juni 1920 Ansprache bei einer Monatsfeier (blz. 40) 
Vertaald/45  

11. Juni 1920 Vortrag, gehalten am Elternabend: «Die Schulgewohnheiten der niedergehenden Zeit und die Schulpraxis des kommenden Tages» (blz. 44)
Op deze blog vertaald

24. Juli 1920 Ansprache bei der Feier zum Abschluß des ersten Schuljahres (blz. 57)
Vertaald/49

23. Nov. 1920 Ansprache bei einer Monatsfeier (blz. 65)
Vertaald/58

13. Januar  1921 Ansprache mit Aussprache am Elternabend (blz. 68)
Vertaald  ‘Het wezen van de Waldorfschool/9   

11. Juni 1921 Ansprache bei der Feier zum Abschluß des zweiten
Schuljahres (blz. 87)
Vertaald/61

17. Juni 1921 Ansprache mit Aussprache an der ersten Mitgliederversammlung des Vereins «Freie Waldorfschule» (blz. 93) 
Op deze blog vertaald

18. Juni 1921 Ansprache bei der Feier zum Beginn des dritten Schuljahres (blz. 102)
Vertaald/68

16. Dez. 1921 Ansprache bei der Grundsteinlegung für das neue Haus der Waldorfschule (blz. 115)  
Op deze blog vertaald

9. Mai 1922 Ansprache mit Aussprache am Elternabend (blz. 122)
Op deze blog vertaald

20. Juni 1922 Ansprache bei der Feier zum Beginn des vierten Schuljahres (blz. 146)
Vertaald/82

20. Juni 1922 Ansprache mit Aussprache an der zweiten Mitgliederversammlung des Vereins «Freie Waldorfschule» (blz. 152)
Op deze blog vertaald

1. März 1923 Ansprache bei einer Monatsfeier nach dem Brande des
Goetheanum (blz. 164)  
Vertaald/89

24. April 1923  Ansprache bei der Feier zum Beginn des fünften
Schuljahres (blz. 168) 
Vertaald/94       

3. Mai 1923 Ansprache bei einer Monatsfeier (blz. 171)
Vertaald/98

25. Mai 1923 Ansprache an der dritten ordentlichen Mitgliederversammlung des Vereins «Freie Waldorf schule» (blz. 174) 
Op deze blog vertaald

22. Juni 1923 Ansprache am Elternabend: «Fragen von Schule und Haus» (blz. 187)  
Op deze blog vertaald

27. März 1924  Ansprache bei einer Monatsfeier (blz. 198)
Vertaald/101

30. April  1924 Ansprache bei der Feier zu Beginn des sechsten Schuljahres (blz. 202) 
Vertaald/106

1. Juni 1924 Vortrag, gehalten an der vierten Mitgliederversammlung des Vereins «Freie Waldorfschule»: «Der Verkehr des Lehrers mit dem Elternhause im Geiste der Waldorfschul-Pädagogik» (blz. 206)
Op deze blog vertaald

Extra in de vertaling:

Vraagstukken in de Waldorfschool – Berlijn, 24 januari 1907
GA 55/133
Vertaald/31     Eerder op deze blog vertaald

Steiners afscheidsbrief aan de leerlingen, 15 maart 1925
Blz. 111

.

Rudolf Steiner over pedagogie(k)

Rudolf Steiner op deze blog

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

2913-2732

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (81)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

.

HET HOOFDPIJNMYSTERIE

Tjeerd woont buiten het dorp – z’n vader heeft een kwekerij. Zijn vriendje Arjen woont wel in het dorp, in een nieuwbouwwijk.
Arjen is veel ziek: hoofdpijn. Hij is niet de enige. In de wijk zijn veel meer zieken en de dokter weet geen raad.
Net als Tjeerd een opstel  moet schrijven, vertelt Kees, de knecht op de kwekerij, een wonderlijk verhaal, dat volgens hem echt gebeurde. 
Tjeerds meester die bevriend is met een journalist, begint een vermoeden te krijgen door het opstel van Tjeerd.
Dat leidt uiteindelijk tot de oplossing van het mysterie.
We hebben te maken met een roman van deze tijd waarin corruptie, egoïsme e.d. op grote schaal ellende veroorzaken. Je zal maar op vervuilde grond wonen. Gelukkig worden de schuldigen gevonden, maar daar lijkt het bij te blijven.

Henk Barnard
Ill. Reintje Venema

Uitg. Wolters Noordhoff in de serie ‘De vroege ,lijsters’

Boek

Leeftijd v.a. 11jr

Over de leeftijd

Over illustraties

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs.

.

2912-2732

.

.

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – De ontwikkeling van het jongere kind (1-2-4)

.

In [1-2],  [1-2-2en [1-2-3werd al gewezen op de grote ontwikkelingswaarde van de interactie tussen (groot)ouders, oudere kinderen en het heel jonge kind.
Taalklanken [zie hier] werken vormend in op de ontwikkeling van de hersenen, die ook ‘groeien’ door aandacht; de woordenschat neemt verbazingwekkend toe.

Alle redenen om met het kind te zingen, te spreken (niet in baby-taal) en te bewegen.
Zonder andere hulpmiddelen dan de menselijke zang- en spreekstem, de menselijke beweging direct nagebootst van de oudere zelf, dus niet van een ‘scherm’ of andere media die de plaats innemen van het directe contact.

Onderstaande spelletjes zijn al jaren oud, maar ‘doen’ het nog steeds.

Draai het wieletje nog eens om

Als ’t kindje in de kinderstoel zit en de ouder er tegenover, kunnen alle bewegingen worden voorgedaan. Natuurlijk doet het kind het niet meteen na, maar als je de handjes en/of armpjes vasthoudt en leidt, komt er een ogenblik dat het kind het zelf doet. 
De armen, in de ellebogen wat gebogen, draaien om elkaar heen. 
Als je dat van je af doet, zoals bij het oprollen van een bolletje touw o.i.d. zal het kind dat hoogstwaarschijnlijk spiegelen en de beweging naar zich toe maken. 
Dus, als je wil dat het kind de beweging ook van zich af leert maken, moet jij ze hoogstwaarschijnlijk naar je toe maken.
Dit geldt voor heel veel bewegingen. 

Draai het wieletje nog eens om,
klap eens in je handjes

Je kan hier viermaal in je handen klappen, op de maat van de volgende regel van het versje.
Dan de handen op heupen:

Zet je handjes in de zij!

dan de handen, met de palmen naar onder, op elkaar boven op het hoofd:

Op je hoofdje allebei!

Daarna zittend heen en weer bewegen, met de handen nog op het hoofd:

Zó varen de schuitjes voorbij!

Muziek en tekst (die weer een beetje afwijkt.)

Uyldert vraagt zich af of deze spelletjes nog een verbinding hebben met een ver verleden, naast natuurlijk de bewegingen die bij ‘een wieltje’ horen: dat draait. Dan hebben we te maken met nabootsingen van bijv. een spinnenwiel. 
Zij herkent echter ook bewegingen die in de oudheid of in oosterse landen gemaakt werden/worden bij godsdienstige plechtigheden en dansen. Ook ziet zij er een voortleven in van rituelen die oefeningen waren voor het scholen van de geest: die bewegingen moesten de krachten van lichaam naar geest beter laten doorstromen.
Uyldert: ‘het draaien van het wieletje is z’n beweging, die tot onmiddellijk doel heeft, de krachtstromen die uit de armen langs de vingertoppen afvloeien, positief en negatief, om elkaar heen te winden, zodat zij door inductie elkaar opvoeren; zo bereikt de levenskracht een hoger potentiaal in het zenuwstelsel en van daaruit in de ziel.
Erbij zingen zou dit zeer bevorderen. 
Klappen zou, door het telkens aanraken van de handen en weer loslaten, de opgewekte stroom onderbreken wat de geestdrift zou verhogen, maar zich ook weer kan ontladen.
Zij ziet ditzelfde terug in het applaus: ontlading om niet te exploderen!
Een versterking van een stroomveldje aan iedere kant van het lichaam ontstaat door de handen op de heupen te plaatsen. 
(Instinctief maken we zo’n handen-in-de-zij-gebaar nog wel, als we tegenover iemand komen te staan en we a.h.w. te kennen willen geven ‘kom maar op!’)
Zo zou de denkhouding bij de ‘denker’ van Rodin voortkomen uit het instinctieve gebaar dat we maken om de overmaat van stroom die door het denken is opgewekt, af te voeren: elleboog op de knie, kin op de bijbehorende hand

Het schommelen ’als de schuitjes’ ziet Uyldert als het met elkaar in evenwicht brengen van de twee stromen die door de gangliën gaan, waardoor de kringloop van kracht door het lichaam bevorderd wordt en ev. stuwingen opgeheven.

Zij ziet dit schommelen terug in wat volwassenen doen die bijv. aan lange tafels gezeten op bepaalde ‘schlagerachtige’ muziek inhaken en meedeinen.
Dit is bijv. nog volop in deze tijd te zien tijdens carnavalszittingen.

0-0-0

Hop Marjanneke

Hop, Marjanneke,
stroop in ’t kanneke,
laat de poppetjes dansen!
Eertijds was de Prins in ’t land,
en nu die kale Fransen!

Dit versje is uit de Franse tijd: Marianne is de Franse maagd, die hier ’de poppen aan ’t dansen’ bracht: de bezetting door de Fransen.  De kale Fransen waren de in lompen gehulde soldaten: de ’sans culottes’!
Weer een versje voor op schoot met de hop-glopbewegingen.

Juf Margot zingt het.

0-0-0

In Den Haag daar woont een graaf

Ook weer een liedje voor op schoot, waarbij de bewegingen worden gemaakt.

In Den Haag daar woont een graaf, 
en zijn zoon heet Jantje;
als je vraagt: waar woont je Pa?
dan wijst hij met zijn handje!
Met zijn vingertjes en zijn duim,
op zijn hoed draagt hij een pluim,
aan zijn arm een mandje
dag mijn lieve Jantje!

Juf Margo zingt het voor.

0-0-0

’t Paardje

’t Paardje stapt, ’t paardje stapt – (rustige beweging)
’t Paardje draaft, ’t paardje draaft! (vlugger!)
’t Paardje galoppeert! galoppeert! galoppeert! (nog vlugger en wilder!)

Het kind zit op een knie. Goed vasthouden. En de bewegingen spreken voor zich.

Uyldert ziet in het hoppen, zoals men dat bij het werkelijke paardrijden óók doet, iets buitengewoon gezonds voor de klieren, die er door worden aangezet: een krachtstroom gaat door het lichaam omhoog. Mensen die bij hun hoofdwerk uitgeput raken, maken soms zelf instinctief een samentrekkende beweging met de anus om de energie omhoog te stuwen. Bij het paard-rijden wórdt dat gedaan. De dagelijkse rijtoer in de vroegte vóór het ontbijt is wérkelijk een middel om jeugdig te blijven!

0-0-0

Paardje, paardje, rij naar stee

Een hop-versje op de knie, met een hoge hop op het laatste woord!

Paardje, paardje rij naar stee,
breng voor ’t kindje koekjes mee!
Koekjes met vier hoekjes,
aan alle kanten even smal!
Raad eens, wie die hebben zal?
’t Kindje krijgt die koekjes al,
als het stout is, niemendal!

0-0-0

Schuitje varen, theetje drinken

De allerkleinsten kunnen op iemands knie zitten. Goed ondersteunen en vasthouden. Heen en weer bewegen. Op het eind kan het kind even worden opgetild en ‘landt’ weer op schoot of knie.

Het kan ook door wat grotere kinderen met elkaar gespeeld worden. Ze zitten tegenover elkaar, benen wijd, armen vooruit en elkaars handen stevig vast. Beurtelings voor- en achterover buigen. Aan het eind loslaten. Het omvallen is de pret!

Schuitje varen, theetje drinken,
varen wij naar de Overtoom,
drinken er zoete melk met room,
zoete melk met brokken –
kindertjes mogen niet jokken!

Bij de Overtoom was een uitspanning, waar men naar toe kon varen over de grachten. Zoete melk met room was toen een traktatie! Of de brokken speculaas-brokken waren, als nu – maar dan reeds in de zomer verkrijgbaar, dan wel dat het versje oorspronkelijk misschien zure melk-met-brokken noemde, dat weten wij niet, aldus Mellie Uyldert.

Een oudere tekst had nog: ’kindje mag wel jokken’.
Jokken betekende toen ‘plezier maken*’. Toen die betekenis verloren, ging werd jokken ‘onwaarheid spreken’.

Het is ook de tijd van de trekschuit*, kennelijk dus óók een nabootsing van het schommelen in de trekschuit.

Uyldert: Bij hoeveel oude volken zien wij niet die schommelbeweging maken tijdens het zingen of intoneren van lange gebeden, hetzij in zittende of in staande houding? – De oudheid wist waaróm -latere volken déden, maar wisten niet meer de reden waarom. Heden ten dage keert het doorzicht in het bewustzijn terug!

Hier wordt het liedje gezongen met een bootje in de hand. (Ik zou geen melluk zingen, maar gewoon melk)

*zie Bert van Zandwijk

0-0-0

Ziet zo rijden de heren

Het kindje zit op de knie van de oudere, eerst rustig op en neer bij de eerste regel:

Ziet, zo rijden de heren! met hun bonte kleren!

maar bij de volgende regels gaat het steeds wat sneller en hoger:

Ziet, zo rijden de vrouwen, met haar wijde mouwen!

en  hotsebotsen bij de laatste regels:

Ziet, zo rijdt de akkerman met zijn paardje achteran!

Mellie Uyldert zeg erbij:

Wie vindt dat deze tekst uit de 17e eeuw (de vrouwen droegen toen wijde bouwen, maar de verbastering in mouwen hebben wij maar zo gelaten, omdat een klein kind die veranderingen in de mode nog niet zo goed volgen kan!) voor de moderne tijd niet meer geschikt is, omdat ze het standsverschil zo accentueert, kan ook genoegen nemen met de volgende, eveneens gangbare, tekst:

’t Paardje stapt, ’t paardje stapt —

(rustige beweging)

’t Paardje draaft, ’t paardje draaft!

(vlugger!)

’t Paardje galoppeert! galoppeert! galoppeert!

(nog vlugger en wilder!)

Hierbij zou men dan natuurlijk kunnen opmerken, dat voor de meeste moderne kinderen een paard al een onbekend dier is, en zijn verschillende stijlen van lopen nog méér!

Zijn die oude rijmpjes niet juist geschikt om het kind ook aan het verleden te schakelen, waar het toch zelf een hele ziele-erfenis uit mee brengt?

Verklaring

Uyldert: De tekst spreekt voor zichzelf. Is het zo erg – of is het niet juist góed – als het kind zich een ideaal vormt van een heer in bonte kleren, die zijn paard (zinnebeeld van het lichaam) zo goed beheerst?

Het hoppen, zoals men dat bij het werkelijke paardrijden óók doet, is buitengewoon gezond voor de klieren, die er door worden aangezet, en voor het opwaarts stijgen van de krachtstroom door het lichaam. Mensen die bij hun hoofdwerk uitgeput raken, maken soms zelf instinctief een samentrekkende beweging met de anus om de energie omhoog te stuwen. Bij het paardrijden wórdt dat gedaan. De dagelijkse rijtoer in de vroegte vóór het ontbijt is wérkelijk een middel om jeugdig te blijven!

0-0-0

Torentje, torentje bussekruit

Bij dit spelletje worden de overbekende bewegingen gemaakt van ‘Olke-bolke’ . De oudere, die met het kind speelt, maakt een vuist (de duim over de vingers heen) en zet deze op de tafel: Torentje! – Nu moet het kind zijn vuistje daar bovenop zetten, om zo de toren op te bouwen: Torentje! – Nu de andere vuist van de oudere daar weer bovenop: Busse – dan de tweede vuist van het kind: kruit! Zo blijft de toren staan.

Wat hangt er uit? Een gouden fluit:
van de bovenste vuist een wijsvinger naar buiten steken.

Een gouden fluit met knopen!

Maar ’t torentje is gebroken!: de vuisten los, laat ze op tafel vallen, de toren rolt dus uit elkaar:

In 1654 ontplofte de kruittoren van Delft, wellicht heeft dat met het ontstaan van het liedje te maken.

Juf Margo zingt het voor (maar maakt geen bewegingen)  (En bussekruit is met T)

Zij heeft nog veel meer gezongen en bij haar hele repertoire staan veel liedjes die, passend bij dit artikel, kunnen worden gedaan.

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Nabootsing      lopen-spreken-denken      spel      ritme

Vrijeschool in beeldkleuters

.

2911-2731

.

.

.

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Kerstmis (17-2)

.
Bron: ED, 19-12-2018
.

Stille nacht
.

Stille Nacht is het meest vertaalde en gezongen kerstlied ter wereld.  In Salzburgerland, Oostenrijk, klonk het voor het eerst in een kleine dorpskerk op kerstavond 1818.

Joseph Mohr is de schrijver en hij schreef het gedicht, de tekst van het latere lied, in 1816. Mohr leefde in een Europa dat na de Napoleontische oorlogen in puin lag. Armoede en hongersnood heersten. Mohr, 24 jaar, hulppriester, zette zich in voor broederschap en verbondenheid. Hij wilde de mensen moed inspreken.

We gaan terug naar april 1815, kort voor de slag bij Waterloo.
Op het eiland Sumbawa, toen nog Nederlands-Indië, was een vulkaan uitgebarsten, de zwaarste tot dan toe ooit gemeten. Daarom kende Europa in 1816 geen zomer. De asregen die de Tambora uitspuwde, verspreidde zich over grote delen van de aarde. Drie jaar lang werd het weer erdoor beïnvloed. Het bleef donker en koud, het regende voortdurend.
Het waren sombere tijden: Mislukte oogsten, verwarring en onzekerheid.

Mohr woonde toen nog in Mariapfarr. Daar schreef hij die zes eenvoudige coupletten. Er wordt wel gedacht dat het als een wiegenlied voor de pasgeboren Jezus was bedoeld.
Toch is er niet zoveel bekend over het verdere ontstaan van het lied. 
Maar het veroverde wel de wereld.

Nadat Joseph Mohr (1792-1848)  in 1818 in Oberndorf  hulppriester werd, vond  hij dat hij de regels wel op muziek kon laten zetten. Hij vroeg het aan onderwijzer, koster en organist Franz Gruber (1787-1863), die 4 kilometer verder in Arnsdorf woonde.
De school staat er nog, mét de werkkamer en het bureau waaraan Gruber werkte en waaraan hij die muziek schreef die onsterfelijk werd.

Op 24 december 1818 zou het voor het eerst ten gehore worden gebracht.

Het verhaal doet de ronde dat Joseph Mohr kort voor die dag ontdekte dat het orgel van de Sankt Nikola Kirche in Oberndorf niet goed werkte. Een muis had een van de balgen aangevreten. (Dat verhaal wordt nu weer naar het rijk van de verzinsels verbannen).
In ieder geval: Mohr vroeg Gruber de partituur te herschrijven voor gitaar. Hij liet reparateur Karl Mauracher uit Fügen in Tirol (60 kilometer verderop) komen, maar die kreeg de schade niet op tijd hersteld. Bij de kerststal hoorde hij het lied van Mohr en Gruber en was diep onder de indruk. Gitaarspel in een kerk. dat had nog nooit iemand meegemaakt. (Er wordt aan getwijfeld of hij er echt was, die dag, het kan ook bij een andere uitvoering zijn geweest, in 1819, bijv.)
Mohr zong de eerste stem, Gruber bas, beiden speelden gitaar.
Aanvankelijk was het lied alleen bedoeld voor na de mis op kerstavond. Vaststaat dat de kerkgangers direct onder de indruk waren.
Wel is waar is dat Karl Mauracher de partituur meenam naar Fügen in het Tiroler Zillertal en zo kwam het ook bij de boerenfamilie Rainer. De vier broers en een zus reisden rond om op lokale podia lollige Tiroler liedjes ten gehore te brengen. In 1822 traden ze op voor de Russische tsaar Alexander I en de Oostenrijkse keizer Franz I die in Tirol op doorreis waren. De groep wilde natuurlijk de Tiroler liederen zingen, maar ze sloten af met het ingetogen Stille nacht. En dát vonden de vorsten nu juist zo mooi en ontroerend.
De Rainergroep reisde na 1824 steeds vaker naar het buitenland: Duitsland, Zweden, Engeland, en vanaf 1838 zelfs naar de Verenigde Staten. Viel hun optreden rond de Kerst, dan besloten ze hun optreden met Stille nacht. Dat werd overal zeer op prijs gesteld. 

Er was nog een zanggroep uit Tirol reisde en die reisde zelfs naar Rusland en zo werd ook daar het lied bekend. Het gevolg van dit alles was trouwens dat de wereld tot ver in de 20ste eeuw Stille nacht voor een Tiroler gezang hield. Joseph Mohr en Franz Gruber bleven anoniem.

Er zijn verschillende Stille Nacht Musea, ook een in wintersportoord Wagrain, de plaats waar Joseph Mohr na zijn Oberndorf-periode een school stichtte en waar hij ook begraven ligt. Aan het eind van zijn leven was hem bekend dat zijn lied elders in de wereld werd uitgevoerd, maar wat het toen al teweegbracht kon hij niet weten.

Op een wand is de eerste regel te zien in de driehonderd talen en dialecten waarin de tekst is vertaald. In twee eeuwen groeide de betekenis van dit lied. Sinds 2011 is het Unesco Werelderfgoed. In 1914 zongen Britse, Duitse en Franse soldaten bij een spontane wapenstilstand op kerstavond vanuit hun loopgraven samen Stille nacht. Het blijkt meer dan muziek, meer dan een kerstlied. Het is een wereldwijd symbool van verbroedering en vrede.

stillenacht.com

.

Kerstalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldKerstmis     jaartafel

.

2910-2730

.

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Niet-Nederlandse talen – Frans (4)

.

Het is niet aan te geven voor welke klas dit is: dat hangt helemaal af van hoe ver de klas is.

.

Kerstspelletje

.

Op Vrijechoolliederen is ‘Il est né‘ te vinden.
De andere coupletten:

Zie voor een overzicht

Onderstaand kerstlied ontbreekt daar.

Niet op Vrijeschoolliederen

4

.

Niet-Nederlandse talenalle artikelen

.

2909-2729

.

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (80)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

.

Petra Weeda, Weleda Puur kind, nr. 13 lente 2004

DIEREN OM ONS HEEN

In de eerste drie jaar van zijn leven floreert een kind het beste in een wereld die klein, overzichtelijk, goed en mooi is. Vanuit die veilige, vertrouwde thuishaven doet hij vanaf het moment dat hij kan lopen niets liever dan op onderzoek uitgaan. Een goed prentenboek voor de allerkleinsten ondersteunt in beeld (en weinig woorden) die ontdekkingstocht. Het laat het kind zonder al te veel omhaal de dagelijkse dingen zien zoals ze zijn. Bijvoorbeeld zoals Marjan van Zeyl in haar onlangs verschenen kartonboekje Dieren om ons heen. Op het eerste gezicht een boekje zoals er al veel zijn, met lieve, natuurgetrouw getekende dieren als een hond, poes, varken, paard enzovoort. Maar Van Zeyl heeft het voor elkaar gekregen in haar tekeningen een subtiele dynamiek te leggen die je weinig aantreft. Als je goed kijkt, is het net alsof het lammetje echt tegen zijn moeders vacht aan staat te schurken, alsof het konijn heel even zijn oren spitst voor een geluid. En de hond loopt zo geconcentreerd achter zijn neus aan dat je haast mee gaat snuffelen. Kortom, een prentenboekje dat ongemerkt en onnadrukkelijk meer zintuigen dan alleen de ogen aanspreekt.

Marian van Zeyl

Uitgeverij Christofoor

Boek

Leeftijd v.a. 2jr

Over de leeftijd

Over illustraties

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs.

.

2908-2728

.

.

.

VRIJESCHOOL – De ontwikkeling van het jongere kind (1-2-3)

.

taalontwikkeling (dus: hersenontwikkeling) d.m.v. klanken
.

De gezonde instincten van oudere generaties zorgden eenvoudig voor allerlei liedjes, bewegingen, spelletjes om het taalgevoel te stimuleren. Niet zozeer vanuit een ‘weten’ dat dit goed is, maar eerder nog door het simpelweg omgaan met het kind en wellicht ook door het ontbreken van veel prikkels die nu aan het kind gegeven kunnen worden door wat er in de wereld aan bijv. geluid- en beelddragers, speelgoed (dat vaak eerder speel-slecht’ genoemd zou moeten worden enz.

De eenvoudige spelletjes die vroeger ‘voor moeder en kind’ opgetekend zijn, zijn uiteraard ook voor vader en kind van belang.

Mellie Uyldert had hiervoor nog een sterk intuïtief gevoel.
Zij zegt bijv,: 

Wat de spelletjes van ouders of grootouders met het kind op schoot voor dat kind wel betekenen, wordt veel te weinig beseft! Pas in de laatste tijd is men tot de conclusie gekomen, dat kinderen in de zeer hygiënische kinderhuizen, met moderne afgewogen diëten en pedagogisch speelgoed, minder goed gedijen dan kinderen in armoedige woninkjes, die bij hun ouders zijn en die, weliswaar lang niet altijd pedagogisch bejegend, de nestwarmte krijgen, die de instinctieve ouderliefde nu eenmaal geven kan en de geschoolde opvoedingsambtenaar niet!

Tot die nestwarmte behoren de intieme kwartiertjes tussen moeder en kind, na het bad, bij het voeden, voor het naar bed gaan, als een grapje gemaakt, een liedje gezongen, een bewegingsspelletje gedaan wordt. Waarom kraaien de kleintjes van pret bij het paardje rijden op vaders knie, het schuitje schommelen op moeders schoot? – Omdat het kind daardoor deel neemt aan menselijk contact, omdat het voelt dat het erbij hoort, en iets samen met anderen doet, zoals later, als het meespeelt in een orkest of in een toneelstuk, of meewerkt in een bedrijf. Omdat het zich voelt opgenomen in die grote elektromagnetische stroom, die door alle levende schepselen vaart, van de een op de ander overspringend bij elke aanraking, en daardoor tekorten aanvult en overschotten afneemt, voortdurend stimulerend en kalmerend in het ritme dat het eigen ritme is van onze adem, ons hart, onze gevoelens!

Onderhand leert het kind zijn lichaam beheersen, zijn bewegingen richten, het leert zijn eigen rijkje verkennen om het te leren besturen. De tijd, die we spelend aan onze kinderen besteden, is niet weg – integendeel: wij leggen daarmee de grondslag van een evenwichtige samenleving en mensengeluk!

Zie nu bijv. in dit artikel ‘Algemene menskunde’ [11-5-1]  vanaf hier
en [11-4]  

Daar noemde ik het liedje Ozewiezewoze’:
Soortgelijke liedjes:

Ozewiezewoze en meer

Ala, mala, mink, monk
Dit liedje is pentatonisch, d.w.z. het maakt gebruik van 5 tonen zonder de c en de f. Dat geeft een wat dromerig-zweverige stemming.

Corni, corni, cornette

De spin Wiedewin

De vogeltjes zingen

Dimme-dimme duisje

Du-du, ik zeg du
Voor de u kan je uiteraard alle klinkers nemen

Een, twee, hupsakee

Eun(e)-deun(e)-dip

Haken en ogen

Hela, hola

Iep-sliep

Ikke-pikke-porretje

In de nacht, ay-ah-ah

In galop, hop-hop

In mijn holletje

In plantona

Isme, krisme, krasme

Issie, dissie, dou

Kara-kara, kiet-kiet-kiet

Kling klang klingeklang

Klippe-klap, klippe-klap

Klokjes klingelen o zo teer

Klokkenlied

Li la larm

Li-li lekkere li

Likke, lakke, lorrepottr

Merel, mees en molenwiek

Miene, manne, muis

Olke, bolke, rubisolke

Ora vivat

Ozewiezewoze

Ri-ra-roets

Ringelingelingeling

Rom-bom-bom

Rondertdebonder

Snater, snetter

Spin, spin, spinnetje fijn

Tiereliere, let-let-let

Tierelierelier

Tikke, tak

Ting, tingeljng

Ting tingelingeling

Tok-tok-tok, daar zijn de kippen

Trararetje

Trippel, trappel

Turelure

Twiet-twiet-twiet

Vogeltje, wiedewiet

Wiede, waaie, windje

Wipperde wip

Dit is een keuze voor het doel bovenbeschreven. De liedjes staan alle op ‘Vrijeschoolliederen, bij de leeftijd 4 – 6.

Wanneer het kind wat ouder is en kan zitten, zijn er nog veel liedjes waarop allerlei bewegingen kunnen worden gemaakt. Ook dat is zeer stimulerend voor bepaalde hersengebieden, dat nu veel meer aangetoond kan worden dan vroeger.
Maar het is net of vroegere generaties dit ‘gewoon’ wisten en zo zijn er uit het verleden vele (vinger)spelletjes, liedjes blijven bestaan.

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Nabootsing      lopen-spreken-denken      spel      ritme

Vrijeschool in beeld: kleuters

.

2907-2727

.

.

.

VRIJESCHOOL – 6e klas – Aardrijkskunde – weerkunde (3-4)

.

Naast de weerspreuken zijn er ook allerlei verschijnselen in de natuur die op een bepaald soort weer duiden.
Als kind herinner ik me nog dat er soms ineens talloze kleine insecten om je heen begonnen te dwarrelen. Die noemden we op ons eiland ‘meeziken’. Het zijn dondervliegjes. Eerst was het broeierig, vaak gevolgd door onweer.
We hadden ook een paar wilde plantjes in de tuin – het bleek guichelheil te zijn – met van die mooie rode bloemetjes – en wanneer die ’s ochtends niet opengingen, was het de hele dag regenachtig, vochtig weer.

Hieronder een hele lijst met ‘verschijnselen’. Ook weer iets om met je klas te verifiëren.

Zie je                                                                                          voorspel

Betrokken, zeer somber weer                                              onweer of sneeuw

Bewolking, die ’s avonds oplost bij windstoten
en grote vochtigheid                                                             mist

Bladeren, die bij windstilte opdwarrelen                        regen

Bruin-rode gesluierde maan                                              mooi en warm weer

Bruinvissen onder de kust                                                 kou en zware storm

Bijen in zwermen                                                                mooi en warm weer

Dode takken, die afvallen                                                  regen

Donderslagen in de namiddag                                         stortbuien, daarna kans op
                                                                                               zware regen
Dondervliegjes in groten getale                                      mooi, warm weer

Ezel, die balkt                                                                      regen en wind

Ganzen, die onrustig worden                                          regen en wind

Geiten, die hard mekkeren                                             regen, waarschijnlijk kou

Groene specht, die zeer actief is                                   regen

Haan, die ’s avonds kraait                                             regen, misschien wind

Haan, die tijdens regen kraait                                     beter weer

Heldere hemel                                                               kalm weer als de barometer op
                                                                                          mooi weer staat

Hond, die zonder reden jankt                                    regen en wind

Horizon met lila gloed                                                mooi en warm weer

Kat, die opgewonden aan de meubels krabt          regen en wind

Keldermotten in groten getale                                  regen

Kerkuilen, die hard roepen                                      regen en wind

Kerkuilen, die rustig „oehoe” roepen                     warm en mooi weer

Kikkers in groten getale                                           regen

Kippen, die met de vleugels slaan
of zich in het stof wentelen                                      regen, misschien onweer

Klaver met gesloten blaadjes                                  regen of stortbuien

Kring om zon of maan                                             regen of wind

Leeuwerik, die hoog vliegt                                      mooi weer

Lindeblaadjes, die omgekruld zijn                        onweer

Lijsters, die ’s avonds zingen                                 mooi en warm weer

Maan, bruin-rood en dof                                        mooi en warm weer

Maan, die scherp tegen de hemel afsteekt          vorst in de winter

Maan in nevelen gehuld                                          regen en wind

Meeuwen, die zich op de oevers terugtrekken    winderig en erg koud

Merel, die zijn hoogste lied zingt                           regen en wind

Mieren in zwermen                                                   regen

Mist, die zeer vochtig is of mist met wind           regen

Mist op winteravonden                                           soms weer dat aanhoudt

Mist op zomeravonden                                           warm en mooi weer

Mollen, die ’s zomers druk graven                       zacht en regenachtig weer

Mollen, gravend als het vriest                             dooi en regen

Muggen, die in grote groepen
dansen in de avond                                                volgende dag mooi weer

Mussen, die druk tjilpen                                     regen en wind

Muren, die vochtig zijn                                       regen

Muurbloemen met wijd geopende
bloemen                                                                 mooi weer

Onweer in de morgen                                        regen en wind

Oostenwind                                                         ’s zomers zeer warm en droog
                                                                               ’s winters zeer koud, sneeuw bij lage
                                                                                barometer

Paarden, die achteruit slaan                            vochtige kou

Padden in groten getale                                   regen

Populier met omgekrulde blaadjes               onweer

Raven, die hard krassen                                wind, misschien regen

Regenboog, die zeer bleek is                        mooier weer

Regenboog ’s avonds                                      flinke opklaringen voor volgende dag

Regenboog vroeg in de morgen                  zeer vochtig weer

Regenbuien, die ons verrassen                   opklaringen, rukwinden

Regen uit een hemel,
die allang grijs was                                      verscheidene dagen onbestemd

Roodborstje, dat op hoge takken zingt       mooi weer

Roodborstje, dat op lage takken zingt       stortbuien, afkoeling

Schapen, die dicht bij de stal blaten         regen of wind

Schapen, die op hoogten weiden              mooi weer

Schapenwolken, die erg groot 
en dik zijn                                                     stortbuien

Slakken, die uit hun huisjes
zijn gekomen                                               regen

Slakken in groten getale                           regen

Spinnenweb met zeer lange draden        mooi warm weer, beetje wind

Stapelwolken in het westen                     regen, hagel

Sterren, die in groten getale schitteren     vorst in de winter

Stieren, die nerveus en
ongeduldig zijn                                                koud en vochtig

Stro, dat bij windstilte
door de lucht dwarrelt                                  regen

Thermometer, die overdag daalt               ’s winters droog; 

Thermometer, die stijgt                              ’s zomers mooi
                                                                          ’s winters vochtig en zeer zacht

Varkens, die stro naar hun stal brengen    storm

Vee dat beschutting zoekt                            regen en wind                    

Vee dat zich in het veld verspreidt            mooi, warm weer

Veldslakken in groten getale                     regen

Vleermuizen in groten getale                    mooi, zacht weer

Vliegen, die erg bedrijvig zijn  en 
op het gezicht gaan zitten                        onweer, regen

Vogels, die te stil zijn                               ’s zomers onweer; ’s winters vorst

Wazige maan                                             regen en wind

Wespen, die onrustig zijn                      onweer

Wespen in groten getale                        warm

Westenwind                                             regenachtig met opklaringen

Wolken, die na zonsopgang verdwijnen        mooi, waarschijnlijk warm

Wolken, die ’s avonds roze zijn
(alleen aan de horizon)                        aanhoudend mooi weer                                

Wolken, die ’s avonds verdwijnen     fris, volgende dag veel regen

Wolken, die zich naar elkaar bewegen       fris weer, regen

Wolken hoog in de lucht,
aar niet aan de horizon                                  zonnige perioden

Wolken, klein, wit en los van elkaar            mooi en warm

Zee, die hol is bij windstilte                         zware storm

Zon, die gesluierd en rood is                      droog weer

Zon, die in de winter gesluierd is              betrokken en koud

Zon, die in de zomer gesluierd is             mooi en warm

Zon, die midden op de dag omgeven
is door donkere wolken                           flinke stortbuien

Zon, die ondergaat met rode wolken
aan de horizon                                        voortdurend mooi, 

Zuidenwind                                             warmte

Zwaluwen, die hoog vliegen                 mooi weer

Zwaluwen, die laag vliegen                 regen en wind

Zware dauw                                           mooi weer

.

Aardrijkskunde 6e klasalle artikelen

Aardrijkskundealle artikelen

Vrijeschool in beeld6e klas 

.

2906-2726

.

.

.

.

.