Categorie archief: jaarfeesten

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël – verhalen (10-9)

.
Sprookje uit Servië
.

Michaël en de zoon van de rijke man

.
Er was eens een man, die landerijen, dorpen en wouden bezat, kortom, hij was bijna zo rijk als de tsaar.
Deze man had één zoon en die groeide op van kind tot jongeman.
Op een dag echter, werd hij onrustig en kon hij het thuis niet langer uithouden. Zijn vader zag dit. Zijn zoon kwam naar hem toe en vroeg vriendelijk toestemming hem de wijde wereld in te laten trekken.  Zijn vader vond het goed en gaf zijn zoon rijkelijk van de goudstukken en deze pakte zijn ransel en trok eropuit, de wijde wereld in. En zo liep hij lange tijd, gewoon zijn neus achterna, zonder een bepaald doel. Het werd middag, de avond begon te vallen, maar nog altijd wist de jongeman niet waarheen zijn weg hem zou brengen. Het was al bijna helemaal donker toen er plotseling een eerzame grijsaard voor hem stond:  ‘Ik groet u in Gods naam’, zei de oude. ‘Waar voert de weg u heen? ‘Ik trek de wijde wereld in,’ gaf de jongeman ten antwoord. ‘Maar waar moet je de nacht doorbrengen, het is immers al donker?’ vroeg de oude man. ‘Waar ik de nacht zal doorbrengen, dat weet ik niet, maar de zachte bosgrond als bed is goed genoeg en de sterren zullen mijn nachtlichtjes zijn,’ zei de jongeman, en hij liep verder naast de oude man. ‘Welnu, als dat zo is weet ik iets beters,’ antwoordde de grijsaard hem. ‘Loop het bos maar uit en als je weer in het open veld komt, zal je  iets van het pad af al snel een huis ontwaren. Ga daar heen en vraag onderdak voor de nacht.’
De jongeman wilde de oude man voor zijn goede raad bedanken, maar toen hij zich naar hem toekeerde, was deze verdwenen.

Hij liep door en kwam ook werkelijk van het bos in het open veld en weldra zag hij  het huis al dat hem was aangeduid. Hij volgde de raad van de grijsaard op en klopte aan de deur en vroeg onderdak voor de nacht. Hij werd heel vriendelijk verwelkomd en kreeg te eten en te drinken en er werd hem een plaatsje aangewezen om te slapen. In een hoek zag hij een bed waarin een zieke lag bij wie een kaars brandde.
Midden in de nacht verscheen daar plotseling dezelfde grijsaard die de jongeman het huis had gewezen. Hij liep op de zieke af, nam zijn ziel mee en verdween weer. Omdat alleen de jongeman het bed van de zieke kon zien, was er verder niemand die de grijsaard had opgemerkt.

’s Morgens stond de jongeman vroeg op, bedankte de mensen en nam afscheid en ging zijns weegs. Hij liep maar en hij liep, steeds opgewekt zijn neus achterna, over heuvels en door dalen.
Maar nauwelijks was het avond geworden of daar stond de grijsaard plotseling weer voor hem die hem zijn eerste nachtelijk onderkomen had gewezen.
De oude man groette de jongeman in Gods naam en vroeg: ‘Waar ben je op weg naartoe?’ ‘Ik trek de wijde wereld in,’ zei deze hem.

‘Maar waar moet je vannacht dan slapen, het al donker is geworden?’ vroeg de oude man. ‘Varens en mos zijn als slaapplaats goed genoeg voor en de wind in de bomen zal mij wel in slaap zingen,’ antwoordde de jongeman. ‘Dat is prachtig,’ zei de oude man toen, ‘maar toch geef ik je de raad om onderdak voor de nacht te zoeken in het huisje aan de overkant van dit dal.’
De jongeman wilde de oude man bedanken, draaide zich om, maar deze was al verdwenen.
De jongeman vervolgde zijn weg, doorkruiste het dal en zag daar ook werkelijk het huis staan. Hij klopte aan, vroeg onderdak voor de nacht, en de mensen lieten hem vriendelijk binnen.

Toen de rust was neergedaald, zag de jongeman ook hier vanuit zijn slaapplaats een bed met een doodzieke erin en een kaars daarbij. Midden in de nacht werd de zieke overvallen door de pijn van de dood en toen verscheen de grijsaard weer, nam de ziel mee en verdween. Er was niemand die de grijsaard had gezien, behalve de jongeman.

Nauwelijks was het ochtend of de jongeman bedankte de mensen, nam afscheid en ging verder. Weer liep en liep en liep hij door bossen en velden; het werd middag en de zon zakte weer langzaam naar de horizon. Toen wad het avond. Nu kwam hij de grijsaard voor de derde keer tegen. Weer groette hij de jongeman hartelijk in Gods naam en vroeg hem ook ditmaal waarheen hij wilde gaan.
‘Ik trek door de wijde wereld,’ antwoordde de jongeman hem, ‘en vannacht ga ik op het zachte gras van de weide slapen, en de beek daarbij zijn slaaplied zingen.’
‘Toch is het beter als je in het huisje achteraan deze wei overnacht,’ raadde de oude man hem aan en hij had dat nog niet gezegd of hij was ook al verdwenen.

De jongeman vond de goede raad van de grijsaard ter harte, ging naar het aangeduide huisje, klopte aan en werd ook hier vriendelijk binnen gelaten en onthaald.
Verbaasd ontwaarde de jongeman vanuit zijn slaapplaats weer een zieke en een kaars naast het bed. En voor de derde keer verscheen midden in de nacht de grijsaard, nam de ziel van de stervende mee en verdween.

De volgende ochtend bedankte de jongeman, nam afscheid van de vriendelijke mensen en ging verder.
Hij had nog niet lang gelopen toen de oude man weer naast hem verscheen, hem in Gods naam goedendag wenste en met hem meeliep. Een tijdlang liepen ze zo, toen wendde de jongeman zich tot de oude man en zei: ‘Wilt u mij zeggen, eerwaarde, u bent nu driemaal aan mij verschenen en u hebt mij telkens aan een slaapplaats geholpen. En driemaal vond ik in het huis een zieke en steeds kwam u midden in de nacht om de ziel van de zieke mee te nemen. Graag zou ik weten wie u bent.’

‘Ik ben de aartsengel Michaël, die de zielen meeneemt.’

‘En zal u ook eens mijn ziel meenemen?’ vroeg de jongeman. ‘Zoals ik de zielen van de zieken heb meegenomen, zo zal ik ook uw ziel meenemen,’ antwoordde Michaël hem. ‘Maar wanneer zal dat zijn?’ vroeg de jongeman daarop. ‘In de nacht nadat je getrouwd bent, dan neem ik uw ziel!’ zei de oude en toen  verdween hij.

Vol verbazing bleef de jongeman staan en dacht na over wat hij zojuist had gehoord. De wijde wereld bekoorde hem nu niet langer en hij besloot naar huis terug te keren. En’, zo dacht hij verder, ‘dan zal ik trouwen, ook als ik daarmee bewust de dood op mij neem — ja, als de heilige Michaël mijn ziel neemt ben ik daartoe bereid.

Hij sloeg de terugweg in en toen hij weer bij zijn ouders was aangekomen zei hij meteen tegen hen dat hij nu thuis wilde blijven en trouwen. Daar waren zijn ouders heel blij mee en ze vroegen hun zoon welk meisje zijn bruid zou worden. ‘Gaat u maar,’ zei hij tegen zijn moeder, ‘naar het kleine huisje aan het eind van het dorp. Daar woont een kruier en die heeft een dochter. Vraag haar hand, want ik houd van geen ander zo veel als van haar.’ Maar bij zichzelf dacht hij stilletjes: ‘Als ik nu toch na de bruiloft moet sterven, dan zijn dit meisje en haar ouders tenminste uit de zorgen.’

De ouders waren zeer verbaasd over zijn keus van hun jongen. Ze probeerden hem met veel praten op andere gedachten te brengen: de kruiersdochter immers was arm en kon nauwelijks iets anders haar eigendom noemen dan haar ziel, dat was toch geen huwelijk voor iemand van zijn stand?

Maar wat ze ook zeiden, de jongeman liet zich niet op andere gedachten brengen, hij herhaalde slechts dat hij dit meisje wilde en geen ander.

Nu was het zo dat de jongen het meisje eigenlijk niet eens kende, maar hij had zich voorgenomen iets voor haar te doen — na zijn dood zou ze haar geluk vinden.

Toen de ouders zagen dat hun zoon niet op andere gedachten was te brengen, stond zijn moeder uiteindelijk op, begaf zich naar het huis van de kruier en vroeg de hand van diens dochter voor haar zoon. De kruier en zijn vrouw waren meer dan verbaasd toen de moeder van de jongeman haar verzoek naar voren bracht en dachten in hun hart vermoedelijk dat het allemaal maar een grap was. Maar toen ze merkten dat de moeder het ernstig bedoelde vroegen ze aan hun dochter of deze wel met de rijke jongeman wilde trouwen. Van schrik en schaamte werd het meisje helemaal rood, ze kon geen woord uitbrengen en liep de deur uit. Haar ouders echter riepen haar achterna: ‘Wees gelukkig! Gods zegen zal op deze verbintenis rusten!’

In blijde stemming keerde de moeder van de jongen naar huis terug en vertelde dat ze alles  had geregeld zoals hij het wilde.

Zo werd de hand van het kruiersmeisje gevraagd en nadat ook het huwelijkspand aan haar was overhandigd, maakte de jongeman aanstalten om zijn voornemen in de daad om te zetten. Aan zijn vader vroeg hij driehonderd goudstukken en toen ging hij weg en kocht van het geld een huis voor zijn schoonouders en richtte het zo goed mogelijk in met al wat er nodig was. Toen alles tot zijn tevredenheid was geregeld, vroeg hij zijn vader nog eens driehonderd goudstukken om voor zijn bruid van een passende uitzet aan te schaffen. En hij kocht alles wat tot de uitzet behoorde, en ook nog sieraden voor bij haar jurken, halskettingen en linten, zijden kapjes en gouden smeedwerk, alsof hij een tsarina naar het altaar zou brengen.

Zo verstreek de tijd, en de dag van de bruiloft brak aan. Voor de jongen was het een schitterend huwelijksfeest en er kwamen heel veel gasten en allen  werden rijkelijk onthaald, zoals dat nu eenmaal gebeurt als er een rijke jongeling trouwt.

Toen werd het avond en bracht het jonge paar werd naar het bruidsvertrek geleid. Zodra echter de deuren achter hen waren gesloten, vroeg de jongeman zijn bruid te gaan slapen, hijzelf wilde nog opblijven en in de Heilige Schrift lezen. Ze ging in bed liggen en sliep in. De bruidegom echter bad tot God en las in de Bijbel.

Om middernacht ging de deur open en de aartsengel Michaël kwam in de gedaante van de grijsaard het bruidsvertrek binnen, groette hem in Gods naam en zei: ‘Jongeman, waar ben je?’ De bruidegom draaide zich om, groette eveneens in Gods naam en antwoordde  ‘Hier ben ik en ik weet dat u gekomen bent om mijn ziel mee te nemen. Weet dan dat ik gereed ben.’

Michaël antwoordde hem daarop: ‘Ik ben gekomen zoals ik had beloofd, maar hoor, de almachtige God heeft bevolen je nog veertig jaar in leven te laten, want je hebt een grote daad volbracht: bewust nam je de dood op je om zo het arme meisje en haar ouders gelukkig te maken!’

Zo sprak de heilige aartsengel Michaël en verdween. De jongeman echter legde zich gelukkig te slapen en in liefde leefde hij verder.

.

Michaëlalle verhalen

Boeken over Michaël en de herfsttijd

Michaëlalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldMichaël (bordtekeningen e.d.)  jaartafel, (ook herfst)

Michaëlsliederen.

.

2825-2651

.

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël – verhalen (10-8)

.
Normandische sage (uit een schoolkrant, nadere gegevens onbekend)
.

De aartsengel Michaël en de duivel

.

De bouw van het slot
.

De aartsengel Michaël en de duivel waren ooit buren. Op een winteravond raakten ze aan het twisten: de duivel beweerde dat zijn macht oneindig groot was, Michaël echter zei dat God alleen almachtig was.
‘Nu goed dan!’ zei de duivel. ‘Roep jij Gods hulp in en bouw een slot, ik zal een ander bouwen en dan zullen we zien welk het mooiste is.’

Michaël nam de uitdaging aan. Meteen zond de duivel een leger dienaren uit om in de hele wereld grote blokken graniet te zoeken. Ze gingen terstond aan het werk en bouwden een reusachtig slot op een bergeiland in zee, te midden van loeiende stormen.

Satan was enthousiast. Maar de aartsengel bouwde op het strand een schitterend lichtpaleis van ijskristallen, dat stelde met zijn glans de sombere granieten berg in de schaduw. Ondanks zijn hoogmoed moest Satan toegeven dat hij was overwonnen. Groot was zijn schaamte. De vertwijfeling maakte hem jaloers, de kwellingen van de afgunst hielden hem uit de slaap. Ten slotte hield hij het niet meer uit, en hij vroeg de aartsengel of deze zijn paleis niet voor de granieten berg wilde ruilen; Michaël stemde daarmee in. Toen het zomer werd smolt het ijsslot van de duivel in de brandende zon; het slot van de aartsengel echter staat er nog altijd: het is de Mont Saint-Michel.

De weddenschap

Satan moest nu in een eenvoudige strooien hut op het strand wonen; maar hij bezat vruchtbare velden, goed bevloeide weiden en heuvelhellingen met hoge bomen begroeid, en daartussen groenende dalen. Michaël daarentegen had rondom zijn burcht slechts drijfzand, en had hij niet gebeden, dan zou hij meer dan eens zijn verhongerd. Na verscheidene jaren te hebben gevast had de heilige Michaël genoeg van dit leven. Hij zocht de duivel op en zei tegen hem: ‘Beste duivel, ik doe je een voorstel: vertrouw mij je land toe, ik zal het naar beste kunnen bebouwen en dan delen we de oogst. Akkoord?’ De duivel, die een grote luilak was, accepteerde het aanbod. Michaël vervolgde: ‘Daar ik niet wil dat je je over mij te beklagen hebt, mag jij kiezen wat je het liefste hebt: de oogst die onder de aarde is, of die erboven staat?’
De duivel riep uit: ‘Ik neem wat boven de aarde groeit!’ — ‘Akkoord!’ zei de heilige.

Zes maanden later zag je alom in het uitgestrekte land van de duivel slechts knollen, wortelen en uien. De duivel kreeg niets, klaagde hevig en wilde het contract ontbinden. Maar Michaël had plezier gekregen in de akkerbouw.
‘Om je schadeloos te stellen,’ zei hij tegen de duivel, ‘bied ik je dit jaar alles aan wat onder de aarde groeit.’ — ‘Akkoord!’ antwoordde de ander vol blijdschap.

Het volgende jaar groeide overal tarwe, haver, gerst en prachtige klaver. Satan kreeg weer niets en werd rood van woede. Toen hij zijn klauwen tegen Michaël ophief gaf deze hem een geweldige trap in zijn heup. Satan viel neer op de rots van Mortain, waar nog altijd de onuitwisbare sporen te zien zijn van de horens aan zijn voorhoofd en de nagels aan zijn tenen. Vernederd, hinkend en voor de rest van zijn leven verminkt stond hij weer op. Hij zag in de verte de fatale berg en begreep dat hij met een sterker iemand te maken had; daarom begaf hij zich naar vreemde landen en stond hij zijn velden, zijn weiden, zijn heuvelhellingen en zijn dalen af aan de aartsengel.

De zeis

In vroeger tijd sneden de mensen in Hédé hun gras met kleermakersscharen en dat was een heel werk. De duivel alleen, die van tijd tot tijd die streek bezocht om stenen te halen voor de bouw van Mont Saint-Michel, had een werktuig waarmee hij het gras in heel korte tijd kon maaien. Daarvan bediende hij zich echter alleen ‘s nachts en hij weigerde het uit te lenen. Op een dag beloofde Satan aan een van zijn vrienden, een gemeen sujet, dat hij de volgende nacht zijn gras zou maaien. De heilige Michaël hoorde daarvan en stak ijzeren eggetanden in de wei. Toen verstopte hij zich in een oude holle eik, alleen zijn hoofd stak tussen het gebladerte uit. Tegen middernacht zag hij hoe de duivel de snede van zijn werktuig met een hamertje haarde en het vervolgens aan het uiteinde van een lange stok bevestigde. Daarop wette hij het, en al gauw viel het gras in lange zwaden. Toen het werktuig op de eerste eggetand stuitte werd het schaardig. Satan vloekte als een echte duivel, maar ging door met maaien. Bij de tweede eggetand brak het, en de duivel zei bij zichzelf: ‘Zo, nu is me toch mijn zeis gebroken, ik moet ermee naar de smidse.’ En vloekend ging hij op weg naar het plaatsje Dingé.

De volgende morgen informeerde Michaël bij de smid naar het werktuig. ‘Ja,’ antwoordde de smid, ‘het was een werktuig zoals ik er nog nooit een had gezien.’ ‘Goed, voor mij moet je er net zo een maken, en dan zal ik je ook vertellen waar het voor dient.’ De smid smeedde dus voor hem net zo’n werktuig als hij bij de duivel had gezien, en Michaël legde hem vervolgens het gebruik van de zeis uit. Maar hij deed niet als de duivel, maar gaf de zeis door en bracht alle mensen het gebruik ervan bij.

Toen Satan dit tot zijn woede merkte, dacht hij meteen dat de heilige Michaël hem had bespied. Dus ging hij naar hem toe en daagde hem woedend uit tot een duel.
‘Mij best,’ antwoordde de engel, ‘maar ik wil nergens duelleren dan in een bakoven.’ ‘Waar je maar wilt.’ — En ze begaven zich naar het dichtstbijzijnde dorp. Onderweg vond Michaël een houten paaltje van het soort dat boerinnen gebruiken om hennep en vlas te braken voor ze die hekelen.

Bij de bakoven aangekomen pakte de duivel de schiet-schop en glipte de oven in, Michaël volgde hem. Terwijl de duivel nog aan de lange stang trok, timmerde Michaël hem uit alle macht op zijn hoofd. ‘Genade, genade!’ schreeuwde Satan, ‘je vermoordt me!’ ‘Ik zal je laten leven,’ antwoordde Michaël, ‘maar alleen als je het land verlaat en nooit meer terugkomt.’

Dat kwamen ze overeen, en sindsdien heeft men in de omgeving van Hédé de duivel nooit meer gezien.

.

Michaëlalle verhalen

Boeken over Michaël en de herfsttijd

Michaëlalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldMichaël (bordtekeningen e.d.)  jaartafel, (ook herfst)

Michaëlsliederen

.

2824-2650

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël – verhalen (10-7)

.
Uit Ierland
.

Hoe de muis en de kat werden geschapen
.

Lang geleden, toen Lucifer en zijn scharen uit de hemel werden verdreven, werd Lucifer overmand door een grote haat tegen heel het mensengeslacht. Steeds weer trachtte hij de mensen te benadelen en hij had al allerlei ongedierte geschapen om de mensen te kwellen.

Op een dag dacht hij na over de kwellingen die hij al allemaal had verzonnen: slangen, muggen, wespen, vliegen, schorpioenen en veel ander ongedierte. In zijn kwaadaardigheid kwam Lucifer op de gedachte dat al die kwellingen wel het lichaam van de mens aantastten, maar niet wat hij het meest nodig heeft: voedsel en kleding. Nu wilde hij een dier scheppen dat die twee dingen zou vernielen. Het moest klein en vlug zijn, en daar de mens ’s nachts sliep, kon het dier het best zo worden gevormd dat het zijn taak in het duister kon verrichten. Maar voedsel en kleding bestonden voor een deel ook uit dingen met vaste bolsters en harde basten, of van huiden en taaie stoffen. Daarom, zo bedacht de Boze verder, moest het nieuwe dier wel scherpe tanden krijgen, die vlug ook door harde omhulsels heen konden knagen. En toen hij al die gedachten samenvoegde ontstonden in zijn hoofd de muis en de rat, en dadelijk gaf hij er vorm aan. Muizen en ratten nu vermenigvuldigen zich snel en al gauw klaagden de mensen dat ze de scharen niet meer de baas konden.

De aartsengel Michaël hoorde deze klacht en hij overpeinsde hoe hij de mensen hierin kon bijstaan. Lang dacht hij erover na en tenslotte zag hij als enige mogelijkheid, op zijn beurt een dier te scheppen dat voortaan de vijand zou zijn van muizen en ratten. Tegelijk echter moest het de mens vriend-

schappelijk gezind zijn. En, zo overdacht de heilige Michaël verder, het dier moest even soepel en vlug zijn als de muizen en ratten, daarbij sterk en taai, met klauwen die plotseling te voorschijn kwamen en even snel weer konden worden ingetrokken. Om te kunnen toebijten en vasthouden had het scherpe, spitse tanden nodig en het moest kunnen springen en klimmen. Daar nu de muizen en ratten vooral ’s nachts op pad waren, moest het dier dat Michaël wilde scheppen zowel overdag als ’s nachts kunnen zien.

Dit alles bedacht de heilige Michaël, en toen het beeld van het nieuwe dier hem helder voor ogen stond gaf hij er vorm aan, en zo ontstond de kat. Als een bliksemflits schoot ze onverhoeds in de schare muizen en ratten, waarvan er heel wat het loodje legden. De vlugste onder hen echter kropen gauw weg in donkere gaten en greppels, waar de kat ze niet kon vinden. En sindsdien durven de knagende muizen en ratten, om niet door de kat te worden gesnapt, slechts heel voorzichtig te voorschijn te komen.

De kat echter woont bij de mensen voor de warme kachel, geeft kopjes en spint als ze tevreden is, maar ze kan ook onverhoeds haar met klauwen bewapende poten bliksemsnel uitslaan als ze hardhandig wordt behandeld. Ze is aanhankelijk, maar niet trouw zoals de hond, en ’s nachts onderneemt ze haar strooptochten, vrij, trots en ongebonden.

Michaëlalle verhalen

Boeken over Michaël en de herfsttijd

Michaëlalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldMichaël (bordtekeningen e.d.)  jaartafel, (ook herfst)

Michaëlsliederen

.

2823-2649

.

.

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël – verhalen (10-6)

.
Een Koptische legende uit het ‘Boek van de inzegening’ 14, 37)
.

Hoe Michaël in zijn ambt werd benoemd

.

In den beginne schiep de Vadergod door zijn kracht de hemel, het geweldige, oneindige firmament. Toen dat geschied was schiep hij de aeonen en vervolgens de engel die Saklithaboth werd genoemd, dat is ‘hij die de hemel en de aarde opschrikt’. En de Vader plaatste hem boven alle engelen en engel-heerscharen en zij allen gehoorzaamden hem. Als tweede engel werd Michaël geschapen, na hem Gabriël, Rafaël en alle andere engelen in grote scharen.

Zeven engelen werden aangewezen om Saklithaboth, de eerstgeschapene, als hun leider te dienen, en zij zongen hymnen ter ere van de heilige Triniteit.

Van het begin af aan had de Triniteit Saklithaboth met grote hoogmoed begiftigd en zo regeerde hij over de engel-scharen hoogmoedig en trots, maar zeer kundig.

Toen kwam het uur dat de Vadergod de mens schiep. Hij vormde hem naar zijn beeld en zette hem in het paradijs — in de tuin der engelen en der hemelse schepselen.

Toen de mens geschapen was, gaf de Vader aan de Zoon-god de blik vrij op de toekomstige ontwikkeling van het mensengeslacht. En de Zoon schouwde in grote kosmische beelden de daden van de mensen en hoe ze in de loop der tijden zonde na zonde op hun schouders laadden. Hij zag ook de bestraffing der zonden en hoe meer hij zag, des te groter werd zijn medelijden, tot hij tenslotte de Vader smeekte hem voor een daad van verlossing naar de toekomstige aarde te zenden zodra de tijd daarvoor gekomen zou zijn, opdat hij de mensen van hun zonden zou kunnen verlossen.

De Vader was zeer verheugd toen hij de wil om de mensen te verlossen bij de Zoon gewaar werd en hij beloofde hem dat hij zijn wens zou vervullen. Daarmee nam hij de toekomstbeelden voor de blik van de Zoon weg en het grote werk van de schepping kon worden voortgezet.

Aan de mens in het paradijs gaf God de naam Adam. Deze naam hadden de hoge aartsengelen Michaël, Gabriël, Rafaël en Uriël in de vier windstreken gevonden en gezamenlijk samengevoegd. Toen schiep de Vader een metgezellin voor de mens, en tezamen leefde het paar in de tuin van het paradijs en zelfs de engelen verheugden zich over hun schoonheid en roem.

Nu kwam de dag dat de Vader Adam bij zich riep en deze gaf antwoord, kwam en knielde neer, aanbad hem en smeekte om zijn zegen. Toen de mens zo in verering knielend de zegen van de Allerhoogste afsmeekte waren de engelen allen in een wijde kring om hem verzameld, en geen van hen ontbrak. En het koor der engelen bekrachtigde het gebed van de mens door een krachtig ‘Amen’.

De Vader riep nu de aartsengelen, engelen, cherubijnen en serafijnen, de vierentwintig oudsten en het gehele leger van de hemel op om Adam, die zijn gelijkenis en beeld was, te aanbidden. Vanuit de hemel daalde een zoete geur op het lichaam van Adam neer en de engelkoren riepen: ‘Gezegend zijn wij, want wij zijn waardig om u te zien, o beeld van onze koning — Amen!’

Alle engelen traden nu een voor een voor Adam en betuigden hem hun eerbied. Toen nu de engel die als eerste geschapen was aan de beurt kwam, weigerde hij Adam te aanbidden De Vader wendde zich tot hem en riep hem nogmaals op zijn schepping te aanbidden. Hoogmoedig weigerde Saklithaboth ten tweeden male. Verblind als hij was sprak hij tot de Vader: ‘Klein is de mens vergeleken bij mij, want ik werd vóór hem geschapen en ik ben groter dan alle engelen en de eerste onder hen.’

Ten derden male beval de Vader de hoogmoedige, Adam te aanbidden, en hij sprak tot hem, de eerstgeschapene: ‘Weet, Saklithaboth, dat je halsstarrigheid niet onbestraft kan blijven als je mijn gebod niet opvolgt. Je zult de kwade gevolgen van je daden ondervinden — je roept je eigen vernietiging over je af.’

Doch opnieuw weigerde de eerstgeschapene.

Toen zag de Vadergod dat het kwaad geschied was, want talrijke engelen werden door de weigering van Saklithaboth verleid en weigerden eveneens.

De Vader verkondigde toen voor alle engelen, dat Saklithaboth met deze weigering al zijn rechten verspeeld had — hij zou voortaan niet meer de eerstgeschapene heten, maar Saklam, de strijdzuchtige, of Mastema, de Boze. Daarop gaf hij een cherubijn opdracht, Saklam een vleugel af te slaan en hem op de aarde te werpen. Geen van de engelen was echter sterk genoeg om de Boze te bestrijden, behalve Michaël.

De engelen die samen met Saklam geweigerd hadden werden demonen, die uit de atmosfeer tevoorschijn breken en in de harten der mensen slechte gedachten opwekken.

Godvader echter zat op zijn troon en treurde en met hem weenden alle engelen.

Dit alles geschiedde op de 11e Athôr op het 11e uur van de dag, ten tijde van de zonsondergang.

Op de ochtend van de 12e Athór (8 november) verzamelden alle engelen zich rond de troon van de Vader. Nu werd Michaël, de als tweede geschapene, in plaats van de eerstgeschapene in zijn ambt benoemd. De gehele waardigheid en alle roem van Mastema werden hem gegeven. Zijn hoofd werd getooid met de diadeem van licht, zijn handen omvatten de staf van de waarheid en de oprechtheid en zijn voeten werden gestoken in de schoenen van de vrede. Zo werd op deze bijzondere dag Michaël de Vorst van het Licht.

En terwijl de serafijnen juichten en de cherubijnen zongen blies Michaël op de bazuin van het leven. Alle engelen kwamen en aanbaden de Lichtvorst, de eerste der engelen, de aartsengel Michaël die op de hoogste troon was gezet, terwijl de wierook van hun verering de licht-aeonen vulde. En niemand onttrok zich aan deze aanbidding.

Groot was de vreugde van de Vader, van de Zoon en van de Geest en alle hemelen verheugden zich en vierden feest.

Michaël, de goede engel, werd benoemd tot beschermer en helper van het komende geslacht van de mensen, van allen die na Adam zouden komen; Michaël werd diegene die te allen tijde de smeekbeden van de mensen voor Gods troon kon dragen. En de Vader verhief hem op de lichtwagen, opdat hij de toekomstige aarde, en op haar de tweeënzeventig landen waarover hij zal heersen, kan bezoeken. En het zal zijn taak zijn, de mensen orde en licht te brengen en hun gebeden voor God te brengen.

Zo werd Michaël, de Lichtvorst, de grote aartsengel en eerste onder de engelen in zijn ambt benoemd en hij stond aan Gods troon, steeds indachtig de geboden van de Hoogste. En de hemelen jubelden over zijn glans.

.

Michaëlalle verhalen

Boeken over Michaël en de herfsttijd

Michaëlalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldMichaël (bordtekeningen e.d.)  jaartafel, (ook herfst)

Michaëlsliederen.

2822-2648

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël – verhalen (10-16)

.

Verkorte weergave door Arie Boogert in Jonas nr. 2, 18-09-1987

.

Kalo Dant en de zevende wereld
.

Kalo Dant had in de twintig jaren van zijn leven met de zigeuners van zijn stam onnoemelijk veel landen bereisd. Zoveel, dat hij dacht dat ze bijna aan het einde van de wereld waren be­land en dat er nauwelijks meer landen te ontdekken waren. Toen hij hoorde dat God zeven werelden boven elkaar had geschapen, waarvan de onze er één is, was hij erg blij. ‘Dan hoef ik tenminste niet weer al die bekende plaatsen op te zoeken’, dacht hij. Aan iedereen vroeg hij de weg naar die hogere werelden. Maar hij werd uitgelachen; de ze­ven werelden zijn immers van elkaar gescheiden door solide hemelse gewelven. Daar kom je nooit doorheen! Tot hij eens, een grassprietje tussen de tanden, in het gras lag en naar de he­mel keek. Ja, de hemel is hoog. Maar dat zijn de bergen ook. Wie weet, of je op de toppen van de bergen niet met je hoofd in de wereld boven ons steekt? Een mooie gedachte. En zo begon Kalo Dants avontuur.

Hoog in de bergen komt Kalo Dant in de mist terecht en hij durft niet verder te gaan. Boven zich voelt hij niets van een hemelgewelf. Als de mist optrekt en hij een kaal berglandschap om zich heen ziet, loopt hij verder. Dan vindt hij een slanke, rechte boom, die almaar om­hoog groeit, zo ver dat de top niet te zien is. Hij begint omhoog te klimmen. Moe geworden, rust hij na een tijdje uit. Tussen de takken door omhoogkijkend, ziet hij daar boven een, ja – wat?, een oude pantoffel. Aan een bruine blote voet. Zo ontmoet Kalo Dant zijn bescher­mengel. Hij kan duidelijk zien dat het de beschermengel van een zigeuner is. Die hebben gevleugelde voeten. Kalo Dant mag de pantoffel lenen en schiet omhoog. Waar hij weer vas­te grond onder de voeten krijgt, wordt hij gastvrij ontvangen door een menigte zigeuners, maar hun taal verstaat hij niet. Hij wordt naar een oude man gebracht. Deze is negenenne­gentig jaar oud en kent negenennegentig talen, ook die van Kalo Dant. ‘Nieuwsgierigheid’, zegt de oude, ‘is de eerste stap op de ladder die wij kennis noemen.’ En zo blijft Kalo Dant een jaar bij hem om te leren. Hij leert er de taal van de bomen om te we­ten, welke hij als houthakker kan vellen en welke niet. Na een jaar wordt de oude man hon­derd jaar oud en leert hij zijn laatste taal: die van de vogels. Nu moet Kalo Dant hem verlaten en naar huis teruggaan. Maar nee, hij wilde toch alle werelden daarboven leren kennen, en hij is er nu toch al veel dichter bij?

Op aanraden van de oude man zoekt hij een eenzame weide op. Na drie dagen in de een­zaamheid ziet hij de Schepper zelf voor zich staan, die hem eerst duchtig de les leest, maar ten slotte helpt. Hij mag de andere werelden leren kennen. Maar verder moet hij het alleen opknappen. Terugkeren naar zijn eigen wereld moet hij op eigen kracht. Zo leert Kalo Dant de ene wereld na de andere kennen; en hoe hoger ze zijn, hoe minder be­volkt. In de zevende wereld treft hij alleen maar vogels aan, zwermen en zwermen vogels. Daar beschermt hij impulsief de jongen van de vogelkoning; die wil hem vervolgens bijstaan naar zijn eigen wereld terug te keren. Want Kalo Dant heeft genoeg van zijn omzwervingen en wil naar huis. De vogelkoning kan hem echter niet helpen, maar hij kan één van zijn on­derdanen, de gevleugelde draak Sjarkan, de opdracht geven.

In onze wereld had niemand ooit een draak, zo’n vuurspuwend en onsmakelijk, onvriendelijk monster gezien. Kalo Dant schrikt van hem, maar kan hem met een veer uit de staart van de koning van de vogels gezeglijk maken. De koning beveelt de draak, al zijn vee te slachten en het vlees te zouten. Dant helpt de draak en ze raken daarbij een beetje bevriend. Met Kalo Dant, vaten gepekeld vlees en water op zijn rug begint de draak zijn reis naar de werelden beneden. De tocht duurt eindeloos, de weg door de hemelse gewelven heen is niet altijd gemakkelijk te vinden. Als vlees en water opraken, wordt de draak onwillig en moet hij met de veer in toom worden gehouden. Eindelijk ontdekt Kalo Dant de plek waar hij zijn tocht begon. Hij is thuis! Maar hoe moet de draak nu terug? Kalo Dant wil bij zijn stam raad en hulp halen en laat de draak zolang in een grot achter. Deze belooft te wachten, maar de veer moest er wel aan te pas komen.

Zo kwam de draak in onze wereld. En hij bleef er. Want hij hield zich niet aan zijn belofte en begon het land onveilig te maken, vee en zelfs kinderen te roven. Toegegeven, Kalo Dant had zoveel te vertellen dat hij de draak wat lang aan zijn lot had overgelaten. Hij liet zich overhalen het dier niet terug te sturen; als het zich maar zou gedragen! En dat gebeurde na­tuurlijk niet. De draak weet hem zelfs nog over te halen, hem gezelschap te geven: dan is hij niet meer zo alleen en zal hij zich beter gedragen. Kalo Dant geeft de draak met behulp van de veer twee koppen erbij. Hij trouwt de koningsdochter maar raakt later de veer kwijt. Er zijn mensen die zeggen, dat de draak zelfs meer dan drie koppen heeft…

.

Michaëlalle verhalen

Boeken over Michaël en de herfsttijd

Michaëlalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeld: Michaël (bordtekeningen e.d.)  jaartafel, (ook herfst)

Michaëlsliederen

Dit verhaal wordt genoemd in Michaël 37

.

2821-2647

.

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël – verhalen (10-4)

.

Uit de verzameling van Nora von Baditz  ‘Aus Michaels Wirken’
opgenomen in vrijeschoolkrant Leiden, verdere gegeven onbekend.

.

Een Franse Michaëllegende
.

Aubert, de vrome en bij God geliefde bisschop van Avranches, verscheen een engel toen hij sliep en gaf hem opdracht op de berg Tumba een kerk te bouwen, die aan Michaël gewijd moest worden. Michaëls naam moest niet alleen geëerd worden op de berg Gargano, maar ook midden in zee!

De bisschop kende het woord van de apostel Johannes – “onder­zoek of de aan U verschenen geesten wel uit God zijn!” – en overwoog dit in zijn ziel. Toen juist verscheen de engel hem ten tweede male en beval hem te doen wat hij hem had opgedragen. Nog aarzelde de bisschop. Wie bouwt er nu een kerk op een rots in zee? Tenslotte wierp hij zich op de knieën en bad vurig tot onze Heer Jezus Christus en ook tot de heilige aartsengel Michaël zelf. Hij vroeg in zijn gebed of zij hem hun wil zouden willen openbaren.

Juist in die tijd steelt een man een stier en verstopt die op de berg. Hij wil hem verkopen, zodra de eigenaar berust in het verlies van het dier.

Onderwijl werd de eerwaarde bisschop voor de derde keer op zeer dringende wijze aangemaand om niet langer ongehoorzaam te zijn, maar dadelijk naar de aangeduide plaats te gaan en die niet meer te verlaten voordat het werk zou zijn voltooid. Op de vraag van de bisschop waar de meest geschikte plaats zou zijn om de kerk te bouwen antwoordde de engel: “Daar, waar je een gebonden stier zal vinden.” Op de vraag, hoe groot de plaats moest zijn, antwoordde de engel:  “Gebruik de bodem die door de stier is omgewoeld en geef het beest daarna aan zijn baas terug!”

Toen begaf de eerwaarde bisschop zich vol zekerheid en onder het spreken van heilige lofprijzing en het zingen van heilige gezangen naar de berg en begon aan het werk. Hij vond de vast­gebonden stier en liet die aan de eigenaar teruggeven. Een flinke schare boeren bracht hij bijeen. Die effenden de grond en maakten de plaats schoon. Maar, o wee, midden op de plaats bevond zich een reusachtig rotsblok, dat de sterkste, mannen ondanks hun verwoede pogingen niet van zijn plaats konden krijgen, lange tijd deden zij moeite, maar vergeefs. Niemand wist meer raad. Maar ziet! In de nacht daarop had een boer – hij heette Bain  – uit het naburige dorp Itius een droom. Hem werd het bevel gegeven zich bij de arbeiders te voegen. Met zijn twaalf zonen begaf hij zich op weg.
Zij kwamen bij de grote rots. Wat de mensen niet hadden gekund, volbracht deze man met Michaëls hulp: de rots scheen zeer licht te zijn, want Bain schoof de rots gemakkelijk terzijde. Allen prezen God en de aartsengel Michaël. Men toog met nieuwe moed aan het werk.

De bisschop aarzelde nog over de afmeting van de muren. Maar ziet! Evenals in het verhaal van Gideon viel er ’s nachts dauw op de top van de berg. De aarde bleef echter droog op de plaats waar de grondvesten gelegd moesten worden. De bisschop hoorde een stem die sprak: ‘Gaat heen en zet de stenen, zoals het U aangegeven is!’

Toen stond hij op, prees de almachtige God en ging vrolijk aan het werk, Michaëls zegen afsmekend.

Dat was het begin van de beroemde Michaëlskerk op de Mont-Saint-Michel.

.

Michaëlalle verhalen

Boeken over Michaël en de herfsttijd

Michaëlalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldMichaël (bordtekeningen e.d.)  jaartafel, (ook herfst)

Michaëlsliederen

.
2820-2646

.

.

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël – verhalen (10-2/2)

.

Dit is hetzelfde verhaal als van [10-2/1], alleen met iets andere woorden.

.
Naar een Poolse legende, in het Duits bewerkt door Herbert Hahn, nadere gegevens onbekend
.

Sint-Michaël op de maansikkel
.

Heb je wel eens op een heldere, verheven herfstnacht sterren aan de hemel uiteen zien spatten? Zij gaan op als de hoop in een mensenziel, als het be­sluit van een mensenhart gaan zij onder, krachtig stralend. De mensen noe­men het sterrenregen.
Wie echter zijn engel liefheeft en van kind af aan geen vrees in zijn hart binnenliet, weet wel heter. Hij ziet in de heldere herfstnachten daarboven de grote strijder, die Sint-Joris wordt genoemd op aarde en Sint-Michaël in de hemel. En hij ziet zijn aangezicht dat in een glans van gouden wijsheid stralend, zichzelve niet bewust, het hart van de godheid weerspiegelt. En hij ziet zijn arm schitteren in de wapenrusting die sterk is en rein, als gesmeed van hemelse gerechtigheid. En zijn rechterhand slaat St. -Michaël aan zijn zwaard, dat de sluipende, begerige, krioelende, verscheurende onreinheid treffen zal. En de sterren beven en diamanten vonken spatten als Michaël zijn hand aan zijn zwaard slaat .

Heb je wel eens in de donkere wintertijd de tere sikkel van de maan over de fijne witte wolken zien glijden? Het ruist om haar, als het fluisteren van de grasvelden van verre hemelse weiden, een verlangen om ver, ver weg te zijn grijpt het hart van de mensen aan, die opzien naar de maan aan de winterhemel. Wie echter zijn engel liefheeft en van kind af aan reinheid in zijn hart be­waarde, weet wel beter. Hij  ziet daarboven op de smalle sikkel van de maan de hemelse maagd Maria staan, en hij weet, dat zij koningin is. Zij  zendt haar glimlach naar de aarde, naar hen, die geplaagd worden door verlangen en ontbering. En zij laat uit haar tere handen hemelse graankorrels neerdalen, die zegenend op aarde vallen. Zij schenkt uit haar tot gebed gevouwen handen. Ze bidt voor de diepten, dat ze verzadigd mogen worden en goed gevuld met het wonder, dat de hoogten nog in zich bergen.

En eens zal het geschieden. In een herfst, wanneer de berkenboom zijn blade­ren niet meer zal betreuren; wanneer het berkenblad vrolijk ter aarde zal vallen. Dan zal op een goede dag een trap boven de maan verschijnen, waarvan de treden zullen zijn als van melkwitte steen. En langs deze witte treden zal Maria omhoog schrijden naar de gouden hemelse oogstdanktafel, met haar handen zegenend verlossing wenkend, als gingen haar voeten over gespreide dui­venvleugels.

Maar de maansikkel zal niet leeg achterblijven. Een lied zal van haar
weer­klinken, dat noch in de hemelen, noch op aarde ooit werd gehoord.
Sint-Mi­chaël zal dan op de maansikkel staan. Als hemelse smid heeft hij dan zijn zwaard tot lier omgesmeed en snaren erop gespannen van moedgedachten van de mensen. De overwinnaar van de draak zal spelen en zingen, en zijn ambt ver­vullen als hemelse luitspeler. Er is kracht in zijn lied. Van vertroosting zal hij zingen en van vervulling van een oude tijd en het nabije nederdalen van het hoogste licht waarin Maria’ s glimlach verdween.

En vreugde zal de berk tot in zijn diepste merg doorhuiveren als dit lied weerklinkt. En de herfst zal als voorjaar zijn.
Vele mensen zullen het niet zien, vele mensen zullen het niet horen. Wie
ech­ter zijn engel liefheeft en trouw in zijn hart draagt, die kent het goede en schaart zich met zijn wil erachter.
.

.

Michaël: alle verhalen

Boeken over Michaël en de herfsttijd

Michaël: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: Michaël (bordtekeningen e.d.)  jaartafel, (ook herfst)

Michaëlsliederen

.

2819-2645

.

.

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël – verhalen (10-2/1)

..

Dit is hetzelfde verhaal als van [10-2/2], alleen met iets andere woorden.

.

Rinke Visser, naar een Poolse legende, Jonas nr.2, 28-09-1977
.

Sint-Michaël op de maansikkel

Het Michaëlsfeest luidt de herfsttijd in. Uiterlijk wordt de strijd tussen licht en donker in het voordeel van de duisternis beslecht. Of het innerlijk licht in ons ontstoken kan worden is niet afhankelijk van het natuurgebeuren buiten ons; de wijze waarop wij met onze innerlijke ruimte omgaan is bepalend. Daaraan wil het Michaëls­feest ons herinneren.

Niet alleen in het jaarverloop, de op­eenvolging van de seizoenen, neemt de Michaëlstijd een plaats in. Men zou kunnen zeggen dat de Michaëlstijd zo­als we die in de herfst kennen, een tijd is die in verhevigde mate de signatuur van een veel groter tijdsbestek draagt: de periode waarin zich onze huidige cultuur afspeelt, waarin Michaël als tijdgeest de mensheid inspireert. Ook hier is sprake van strijd tussen licht en duisternis.

De draak die wij uit zovele verhalen kennen, wordt door Michaël verslagen. Voor ons, in de twintigste eeuw, wordt die slag opnieuw werkelijkheid. Maar wie kan strijden als hij niet weet waar het slagveld is of de kleuren van de vijand niet kent?
Onderstaand verhaal begint met de woorden ‘Zag je…?’
Als we dit prach­tige beeld in ons opgenomen hebben, waar zowel de jaarfeest-Michaëlstijd als de huidige mensheids-Michaëlstijd doorklinken, kunnen we om ons heen kijken en ons afvragen: ‘Zie je werke­lijk de tijdsfenomenen, ontdek je de camouflage van de vijand en versta je de gecodeerde boodschappen die rondgaan?’

En lees dan dit verhaal nog eens.

Zag je in heldere, hoge herfstnachten de sterrenvonken aan de hemel spatten? Als de hoop van een mensenziel gaan ze op: als het besluit van een mensen­hart duiken ze onder, lichtend in kracht.
De mensen noemen het vallende ster­ren.

Maar wie zijn engel liefheeft en van kind af aan geen angst in zijn hart bin­nenliet, weet het beter. Hij ziet in klare herfstnachten daarbo­ven in de sterren de grote strijd, Sint-Joris op aarde genoemd, Sint-Michaël in de hemel. En hij ziet zijn gelaat over­straald door gouden wijsheid, die, zichzelf niet wetend, het hart van de hoogste godheid weerspiegelt. En ziet zijn arm glanzend in het wapen, dat sterk en zuiver is, als uit hemelse ge­rechtigheid gehard.

En met de weerbare hand heft Michaël het zwaard op, dat de kruipende en begerende, wroetende en stukvretende onreinheid treffen zal. En de sterren beven en vonken als dia­manten, springen op, als Sint-Michaël zijn zwaard opheft.
Zag je in donkere wintertijd de tere maansikkel boven de fijne witte wolken wegglijden? Het ruist om haar heen als het fluisteren van grassen van verre, schone hemelweiden. Een ver­langen, verder, verder weg te zijn, grijpt de harten van de mensen aan, die opkijken naar de sikkel aan de winterhemel.

Maar wie zijn engel liefheeft en van kind af aan de reinheid in zijn hart be­waart, weet het beter. Hij ziet daar boven op de smalle zil­veren sikkel de hemelse jonkvrouw Maria staan. En hij weet, dat zij een koningin is. Want zij lacht naar bene­den tot diegenen, die op aarde vurig verlangen en gebrek lijden. En schenkt uit haar rozige handen hemelse tarwe­korrels, die zegenend op de aarde val­len. Zij schenkt uit biddende gebogen handen. Zij bidt voor de diepten, dat ze verzadigd mogen worden en goed en vervuld met het wonder, dat het hoge nog bergt.

En eenmaal zal het gebeuren. In een herfst, waar de berk niet schreit om haar bladeren; waar het berkenloof vrolijk ter aarde valt. Dan zal op een dag boven de maan een trap verschij­nen waarvan de treden zijn als melk­achtig steen. En op deze witte treden, met zegenende handen verlossing wenkend, zal Maria omhoog schreiden naar de gouden hemelse oogstdanktafel, alsof haar voet op een zich sprei­dende duivenvleugel treedt. De sikkel van de maan zal dan niet verlaten zijn. Daar zal dan een lied klinken, dat in de hemel en op de aarde nog niet werd gehoord. Sint-Michaël zal dan op de maansikkel staan. Als hemelse smid heeft hij zijn zwaard omgesmeed tot het raam van een lier en uit de mensengedachten van moed worden de snaren daarop gespannen. De draakoverwinnaar zal zingen en spelen en als hemelse luit­speler zijn ambt uitoefenen. Er is kracht in zijn lied. Van de vertroosting en vervulling van een oude tijd zal hij zingen en van het nabije neerstromen van het hoogste licht, waarin het la­chen van Maria verdween. En de berk zal tot in haar diepste wezen huiveren vol vreugde, als dit lied weerklinkt. En de herfst zal zijn als voorjaar.

Vele mensen zullen het niet zien, velen niet horen. Maar wie zijn engel
lief ­heeft en trouw in zijn hart draagt: die weet het goed en wil het beter.

.

Boeken over Michaël en de herfsttijd

Michaëlalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldMichaël (bordtekeningen e.d.)  jaartafel, (ook herfst)

Michaëlsliederen

.

2818-2644

.

.

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël – verhalen (10)

.
De v.a.-jaren zijn een indicatie.
.

[10-1] Michaël in de Bijbel
De Bijbelpassages waarin sprake is van Michaël: de Apocalyps, het boek Daniël en het boek Judas.

[10-2/1] Michaël op de maansikkel
Rinke Visser
over: een Poolse legende, naverteld. Michaël hyeft ijn zwaard – sterrenregen -; de maansikkel aan de winterhemel – de hemelse jonkvrouw  Maria, schenkend; een toekomstvisie: zwaard omgesmeed tot lier; (dezelfde legende als 10-2/2)     v.a 9 jr.

[10-2/2] Michaël in de maansikkel
Herbert Hahn over: een Poolse legende, naverteld. (Dezelfde legende als 10-2/1)

[10-3] Michaël als redder van Izaak
Nora von Baditz: Hebreeuwse legende over: het verhaal in het O.T. van Abraham die zijn zoon moet offeren aan God, in deze legende met een kleine variant: Michaël moet Abraham ervan weerhouden.  V.a. 9 jr.

[10-4] Franse Michaëllegende
Nora von Baditz: Franse Michaëllegende over: Aubert, de bisschop van Avranches; krijgt opdracht tot bouwen van kerk; een rotsblok ligt in de weg; er gebeuren en paar wonderen; de kerk is nu de Michaëlskerk van de Mont Saint-Michel.      v.a. 6 jr.

[10-5] Het verhaal van een vlieger
D. Udo de Haes: een prachtige vlieger raakt los van het touw en zweeft hoger en hoger; hij ontmoet achtereenvolgens een kraai, een zaadpluisje, een wolk, de sterren, Michaël, maar die ontmoeting heeft gevolgen voor de jongen en zijn vlieger; de jongen wordt ridder van Michaël.  V.a. 6 jr.

[10-6] Hoe Michaël in zijn ambt werd benoemd
Koptische
legende: de engelen, ook Michaël, staan onder de heerschappij van Saklithaboth, de eerst geschapen engel; de Vader-god schept de Zoon die de ellende op de wereld voorziet en deze redden wil; schepping van Adam en Eva; Saklithaboth weigert God te gehoorzamen; Michaël werpt hem uit de hemel; het ontstaan van de demonen, Michaël wordt leider van het licht.  V.a. 9 jr

[10-7] Hoe de muis en de kat werden geschapen
Uit Ierland: Lucifer probeert de mensheid een hak te zetten en schept het ongedierte, waaronder rat en muis. Michaël probeert de mensheid te helpen en schept de kat.        V.a. 6 jr

[10-8] De aartsengel Michaël en de duivel
Normandische sage: Michaël en Satan dagen elkaar uit: ze bouwen een slot; dat van Michaël blijft: Mont Saint-Michel; Michaël is Satan nog een paar maal te slim af en verjaagt hem ten slotte.  V.a. 6 jr

[10-9Michaël en de zoon van de rijke man
Uit Servië: een rijk man heeft een zoon die de wereld in wil trekken; drie keer ontmoet hij een grijsaard die hem een slaapplaats wijst; de grijsaard neemt de zielen van de overledenen mee; ook de ziel van de zoon zal worden meegenomen als hij getrouwd is; hij trouwt een eenvoudig meisje om haar gelukkig te maken; de grijsaard, Michaël, laat hem leven in opdracht van God.  V.a. 6 jr

[10-10] Hoe de drakenboom ontstond
Hans Treichler: Boven een bewoond vulkanisch eiland verschijnt een vreselijke draak; hij moet worden gehoorzaamd; een wijze bidt tot de hemel en die zendt Michaël; die verslaat met vurig zwaard de draak; waar de draak was doodgegaan, begint een boom te groeien die de bewoner bedreigt; ook nu helpt Michaël. V.a. 7 jr.

[10-11] Michaëlslegende
Hans Treichler: oude, wijze man wandelt met engel; mag in de hemel, kijken; ziet Michaël; die weegt geschenken die twee groepen engelen hem brengen, het worden voor de aarde bijzondere gaven; een derde groep komt met lege handen en krijgt een bijzondere opdracht. V.a. 9 jr.

[10-12] Michaël en het kwaad
Uit Bulgarije:
Satanaël wil aan God gelijk worden; zijn naam wordt Satan, Miche wordt Michaël; Michaël verstoot Satan uit de hemel. V.a. 9 jr.

[10-13/1] De roof van de zon
Uit Servië
; (kan als vervolg worden gezien op de verhalen die over ‘de val van Satan naar de aarde’ gaan); bij die val had hij de zon meegenomen; Michaël moet deze terughalen; dat lukt hem op slinkse manier, maar kost hem wel een deel van zijn voet. V.a. 7 jr.

[10-13/2] Lucifer verwondt Michaël aan zijn voet
Uit Albanië: soortgelijk verhaal als hierboven; Michaël krijgt de zon met een (andere) list terug; de ‘hap uit de voet’ die wij nu ook nog hebben. V.a. 7 jr.

[10-14] De boer en de aartsengel Michaël
Uit Bulgarije: boer zoekt de verstandigste mens: Christus en Petrus zijn dat niet; een jongeling verschijnt; bij het zien van de levenskaarsen wil de boer de zijne ruilen tegen die van zijn kind; Michaël bestraft hem. V.a. 7 jr.

[10-15] Michaël en de twijfelende kluizenaar
Uit Duitsland: kluizenaar twijfelt aan de rechtvaardigheid van God en gaat op zoek naar die rechtvaardigheid; hij ontmoet een jonge man die in zijn ogen allerlei onrechtbaardige dingen doet; het is Michaël die laat zien dat ‘rechtvaardigheid’ er soms heel anders uitziet. V.a. 9 jr.

[10-16] Kalo Dant
Arie Boogerd naverteld : Kalo Dant had de hele wereld afgereisd en hoorde dat er nog zeven werelden waren; die wil hij bereizen en gaat op pad; hij leert onderweg van alles; vanuit de zevende kan hij alleen terug met een draak! hoe verdwijnt die weer uit de wereld….            v.a. 6 jr

[10-17] Michaël en de graalskelk
Lucifers verdrijving uit de hemel; hoe de Heilige Graal ontstaat; waar deze heenreist                                                         v.a. 9 jr

(Op andere sites):

Sint-Michaël en de draak
De legende over de aartsengel die de duivel uit de hemel joeg. Wanneer boze geesten een draak maken en daarmee naar de hemel gaan, lukt het Michaël de draak te verjagen en daarmee de boze geesten uit de hemel te weren. Vanaf dat moment is er één wereld boven in de hemel en één wereld in de diepte.
V.a. 8jr

Een (lang – 42 min) verhaal met een drakenmotief:

Het eiland tussen hemel en aarde
Frans Schobbe. V.a. 10 jr

.
Boeken over Michaël en de herfsttijd

Michaëlalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldMichaël (bordtekeningen e.d.)  jaartafel, (ook herfst)

Michaëlsliederen

.

2817-2643

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël (10-1)

.

Michaël in de Bijbel
.

Uit de Openbaring van Johannes

En er ontbrandde een strijd in de hemel: Michaël en zijn engelen moesten strijden tegen de draak. Ook de draak streed, en zijn engelen met hem, maar hij kon geen stand houden, en voor hen werd geen plaats meer gevonden in de hemel. En de grote draak werd op de aarde geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de Satan, die de gehele wereld verleidt. Hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem.

En ik hoorde een machtige stem in de hemel zeggen:

‘Nu is verschenen het heil en de kracht en het koningschap van onze God en de macht van zijn Gezalfde; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is nedergeworpen. En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad, tot in de dood. Daarom, verheugt u, gij hemelen en wie daarin wonen. Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u nedergedaald in grote grimmigheid, wetende, dat hij weinig tijd heeft.’

(Openbaring 12 : 7-10) (bron onbekend)

De vertaling in ‘Het nieuwe Testament’ door H.Ogilvie:

En een strijd begon in de hemel:
Michaël en zijn engelen streden tegen de Draak en de Draak streed ook temidden van zijn engelen, maar hun kracht bezweek en hun plaats werd niet meer in de hemel gevonden. Uitgeworpen werd de grote Draak, de Slang van het oerbegin, die genoemd wordt Diabolos en Satanas, die de gehele wereld misleidt, hij werd neergeworpen in de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen. Toen hoorde ik een machtige stem in de hemel zeggen:
Nu is geworden het heil en de kracht en het koningschap van onze God en de scheppermacht van zijn Christus; want verworpen is de aanklager van onze broeders, die hen aanklaagde voor onze God dag en nacht. Zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis en hebben hun eigen ziel niet liefgehad tot de dood toe.
Verheugt u daarom, hemelsferen en gij die daarin woont! Wee over de aarde en de zee!
Tot u is de Diabolos neergedaald met laaiende woede, hij weet, dat hij weinig tijd en gelegenheid heeft. [1/1]

Hetzelfde uit ‘de Bijbel’, uitgegeven door de geïllustreerde pers, Amsterdam (1971)

7 Toen brak er in de hemel een oorlog uit. Michaël en zijn engelen moesten oorlogen tegen de Draak. Ook de Draak streed en zijn engelen.

8 Maar zij hielden geen stand en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden.

9 En de grote Draak werd neergeworpen, de oude Slang, die Duivel en Satan heet, die de hele wereld verleidt; neergeworpen werd hij op de aarde en zijn engelen met hem.

10 En ik hoorde een stem in de hemel roepen:
’Nu is gekomen het heil en de macht en het koningschap van onze God
en de heerschappij van zijn Gezalfde, want de aanklager van onze broeders is neergeworpen, die hen aanklaagde bij onze God, dag en nacht.

11 Zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, want zij hebben hun leven geminacht ten dode toe.

12 Daarom juicht, hemelen, en gij die daar woont.
Wee u, aarde en zee: de Duivel is ziedend van woede bij u neergekomen, want hij weet dat zijn dagen geteld zijn.’ [2/1]

Uit de ‘Apokalyps van Beatus‘, ‘de strijd tegen de draak’ (verzen 7-9).

.
Bron: geïllustreerde pers ‘de Bijbel’:

Michaël

(Betekent ‘wie is als God)

De aartsengel Michaël wordt in het Oude Testament alleen in het boek Daniël genoemd (Dan. 10:13,20,21; 12:1). Daar wordt van hem verteld dat hij ten gunste van het uitverkoren volk strijdt met ’de vorst der Perzen’ en ’de vorst van Griekenland’.
.

10:13 Maar de vorst van het koninkrijk der Perzen stond eenentwintig dagen tegenover mij; doch zie, Michaël, een der voornaamste vorsten, kwam mij te hulp, zodat ik daar, bij de koningen der Perzen, de overhand hield.

10; 20: Toen zeide hij: Weet gij, waarom ik tot u gekomen ben? Terstond moet ik terugkeren om met de vorst der Perzen te strijden, en zodra ik uitgegaan ben, zie, dan zal de vorst van Griekenland komen -;

21: nochtans zal ik u mededelen wat geschreven staat in het boek der waarheid.-
En niet één staat mij vastberaden tegen hen terzijde, behalve de vorst Michaël. [2/2]

Uit ‘Liber Floridus’ van Lambertus, 15e eeuw, Musée Condé, Chantilly.
.

En in de brief van Judas lezen we dat Michaël met de duivel twistte over het lichaam van Mozes (Judas 9).

‘Doch de aartsengel Michaël – toen hij uit zijn onderscheidingskracht met de Duivel twistte om het lichaam van Mozes – waagde het niet over diens lasterlng het oordeel te vellen, maar hij zeide: de Heer moge u straffen. [1/2]

.

[1/1] Blz. 428: H.Ogilvie ‘Het nieuwe Testament’ boekerij van de Christengemeenschap 1975
[1/2] Blz. 406 idem
[2/1] Blz. 3016 De Bijbel, geïllustreerde pers, Amsterdam 1972
[2/2] Blz. 1816 idem

..

Michaël: alle verhalen

Boeken over Michaël en de herfsttijd

Michaël: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: Michaël (bordtekeningen e.d.)  jaartafel, (ook herfst)

Michaëlsliederen

.

2816-2643

.

.

.

 

VRIJESCHOOL- Jaargetijden

.
Friedrich Husemann †, Weledaberichten nr. 118 sept. 1979

OVER DE INVLOED VAN DE JAARGETIJDEN
.

Het is voor onze gematigde zone typerend, dat het jaar niet gelijkmatig, maar in jaargetijden verloopt. Men behoeft slechts beschrijvingen uit de tropen te lezen, waar het weer van de ene dag gelijk is aan dat van de volgende en het jaar niet uit vier jaargetijden maar werkelijk slechts uit 365 eendere dagen bestaat die ’s morgens om 6 uur beginnen en ’s avonds om 6 uur eindigen, om te beseffen welk een vergaande betekenis voor ons totale leven de geleding van het jaar in lente, zomer, herfst en winter heeft.
Reeds als men naar Zuid-ltalië of andere landen op dezelfde breedtegraad gaat, beleeft men niet meer wat wij onder ‘winter’ verstaan.

Een bewijs, dat de jaargetijden een belangrijke invloed op de ziel hebben, is overbodig. Wie dat nog niet mocht hebben opgemerkt, hoeft maar een gedichtenbundel op te slaan om zich ervan te overtuigen dat na de liefde de jaargetijden de grootste rol spelen. Wat altijd hetzelfde blijft brengt de mens niet zo gemakkelijk in beroering. Hij wil afwisseling hebben, contrasten zien, de verschijnselen van verschillende kanten beleven.

Daar is een landschap met een rivier, maar zonder iets wat de aandacht trekt. Wie daar woont, gaat dat vervelend vinden. Maar de jaargetijden komen hem te hulp: het voorjaar na de strenge winter tooit het tafereel lieflijk met tere tinten. De zomer verdiept de kleuren, het landschap wordt meer concreet en de mens van zijn kant moet moeite en tijd eraan besteden. Door talloze activiteiten gaat hij er volledig in op en de streek wordt zijn thuis. Maar ongemerkt is het herfst geworden, de oogst is binnengehaald en de natuur lijkt zich in zichzelf terug te trekken. Wat zij nu in kleuren laat opvlammen komt hem niet vol beloften tegemoet, maar lijkt zich steeds meer te verwijderen, net als een schip dat de landverhuizers in bontgekleurde tooi wegvoert. Maar juist omdat wij weten: de zomer is voorbij, wat nu nog glanst is slechts de kleurrijke weerschijn van wat geweest is, beleven wij de kleuren op zichzelf, als openbaring van het licht en een hogere wereld schijnt zich erin te willen uiten.

Steeds nieuwe gevoelens wekken de jaargetijden in de ziel op. Het zijn de melodieën, die de natuur zelf op het instrument van de ziel speelt. Het schijnt dat daar een ongestoorde verbinding tussen de natuur en de ziel heerst.

Er ligt iets tegenstrijdigs in als wij zien, dat de gestemdheid van de ziel stellig niet bij alle mensen zo is als men op grond van de natuurlijke betekenis van de jaargetijden zou verwachten. Er zijn bijv. veel mensen, die regelmatig in het voorjaar eerder depressief dan blijmoedig gestemd zijn. Schiller bijv. was zo iemand.
In het voorjaar komen de meeste zelfmoorden voor, vanaf de herfst al minder en in de winter is het aantal het geringst.

Daaruit blijkt, dat de mens niet eenvoudigweg alleen maar een natuurlijk wezen is, maar dat hij als een zelfstandig wezen in de samenhangen van de natuur is ingeschakeld. De processen van de natuur hebben een diepgaande invloed op hem, maar hoe zij op hem inwerken en hoe die werking door de ziel wordt ervaren, dat is om zo te zeggen de persoonlijke formule van ieder afzonderlijk.

Meteorologisch onderzoek sinds enkele tientallen jaren heeft het mogelijk gemaakt om diep in dit geheimzinnig verband door te dringen. Uitgangspunt voor dit nieuwe gebied van wetenschap ontstond door het onderzoek omtrent rachitis. Zoals men weet, uit deze ziekte zich door een eigenaardige weekheid van het beenderstelsel, maar ook in allerlei andere symptomen. Al spoedig kon men vaststellen, dat de beenderen in deze toestand te weinig kalk bevatten. Wat lag meer voor de hand dan deze storing aan kalkarmoede van het voedsel te wijten? — Het is in dit artikel niet mogelijk om op het terecht zo genoemde ‘dramatische verloop’ van het rachitisonderzoek in te gaan. Maar tot allergrootste verbazing van de onderzoekers bleek, dat niet kalkgebrek de ziekte teweegbrengt, maar dat deze veroorzaakt wordt doordat het zonlicht in de winter armer wordt aan ultraviolette stralen.

Voor het eerst moest de empirische wetenschap het concrete feit toegeven, dat het meest vaste in het menselijke organisme, het beenderstelsel, niet vast wordt door het opnemen van minerale stoffen, maar dat het organisme deze slechts kan integreren, als het immateriële, het licht, daarbij te hulp komt. Het is begrijpelijk, dat de wetenschap zo lang aarzelde om het spoor, dat in deze richting wees, te volgen! — Tegenwoordig echter is dit verband algemeen aanvaard.

Meer nog: wij weten thans, dat alle mensen die op onze breedtegraad wonen door het ritme van de zonnestralen in hoge mate worden beïnvloed. De Deense doofstommenleraar Malling-Hansen deelde reeds in 1884 op grond van talrijke waarnemingen bij zijn pupillen mee, dat bij de kinderen de groei in de lengte niet gelijkmatig in de loop van het jaar plaatsvindt, maar in de herfstmaanden slechts gering is, van december tot maart dubbel zo snel wordt en dan tot midden augustus langzaam doorgaat om in de herfst en de winter weer tot een rustig verloop te komen. Men heeft zelfs over een ‘winterrust’ in het beenderstelsel gesproken. Niet alleen echter in het beenderstelsel, maar in het gehele organisme heerst min of meer in de winter een toestand van rust. — Dat het in Kopenhagen waargenomen groeiritme werkelijk met de loop van de zon samenhangt blijkt uit het feit dat in Australië, waar het, zoals bekend is, winter is als wij zomer hebben, het ritme precies omgekeerd verloopt.

De werking van de zon op het organisme dringt door tot in de binnenste gebieden ervan. Niet alleen in het opgroeiende, maar ook in het voltooide organisme vinden wij elk jaar bij toenemende intensiteit van de zonnestraling (februari-maart) een vermindering van de fosforzouten in het bloed. Ook het gezonde organisme maakt in uiterst subtiele mate de schommelingen door die bij de lijder aan Engelse ziekte zo duidelijk aan de dag treden, met dat verschil dat het eerstgenoemde organisme stabiel genoeg is om ondanks deze schommelingen de totale toestand van ‘gezondheid’ vast te houden.

Als dan het voorjaar begint, is door de toename van de sterke ultraviolette straling het organisme aan bijzonder sterke prikkels blootgesteld. Het opgroeiende ‘ organisme ontwaakt uit zijn ‘winterrust’, in versneld tempo begint de groei van de beenderen weer; een tijdelijke kalkarmoede van het organisme veroorzaakt de dispositie voor de verhoogde gevoeligheid voor kouvatten, slijmvliesontsteking en infecties, de bekende voorjaarsziekten. De mensen van onze zone zijn in een voortdurend ritme hierin geplaatst. Sterker dan in mensen van andere breedtegraden pulseert het leven, dat tussen aarde en kosmos pendelt, door zijn organisme heen. Winterrust, opleving in het voorjaar, dood en leven zijn de toppen en dalen van de golven van dit ritme. Meer dan mensen van andere zones is hij daarom voorbeschikt om dit leven te onderzoeken, te begrijpen en er door de geneeskunde vat op te krijgen, want het menselijke organisme is het fijnste instrument dat de natuur heeft geschapen.

.

Jaarfeesten: alle artikelen

Ritme: alle artikelen

Menskunde en pedagogie: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

2801-2629

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Pinksteren (34)

.

Miriam Haenen (Facebookgroep ‘vrijeschool’, juni 2022 (24 mei 2015)

.

In veel scholen wordt vandaag het Pinksterfeest gevierd.
Een stuk wat ik 7 jaar geleden schreef…
De sluier voor het bruidspaar was een vondst waar ik intens blij mee was, en dat echt klopte met het beeld dat ik zichtbaar wilde maken. Het kosmische huwelijk, het huwelijk IN ieder mens…
Ooit zei ik in een gesprek met een Indiase vriend….Als je van binnen niet ‘getrouwd’ bent, dat wil zeggen het vrouwelijke en mannelijke verenigd/in balans hebt, is een aards huwelijk ook niet ‘in balans’
Welkom op de Universele Pinksteren Festival tafel.
Vandaag is het Pinksterenfeest voor het christelijke deel van de wereld.
Maar wat is vieren, wat is een festival als slechts een deel van je vrienden meedoet…?
En als er één festival te vieren is met onze christelijke vrienden, dan is het Pinksteren.
Dat festival, waar gevierd wordt dat de hemel opengaat, en vuurvlammen op de mens komen, klaar om te ontvangen. Een vlam, die warmte en enthousiasme in deze mensen doet sprankelen en ALLE TALEN kunnen begrijpen….
Christelijk zijn, is niets meer, en niets minder dan de christelijke taal spreken over hoe je contact met God moet maken.Hindoe zijn, is niets meer en niets minder, dan de hindoetaal spreken over hoe je contact met God moet maken.

Moslim zijn, is niets meer en niets minder, dan om de islamitische taal te spreken over hoe je contact met God kunt maken.
Twee kanttekeningen…:
– Ik gebruik het woord God. Wanneer je handiger bent met een ander woord, vul alsjeblieft je eigen woord in, in je eigen ‘taal’. De ‘enige’ essentie is dat, wat een mens tot zijn volle ‘menselijke edelheid’ kan brengen.
-Spreken, in de bovenstaande tekst, is spreken en handelen tegelijk, woorden komen uit.
– We hebben diep respect voor mensen die veel talen spreken, en de meesten van ons verlangen daar naar, want dan hebben we zoveel meer plekken op aarde om echt te kunnen verbinden en te leren. Met deze verschillende religie-talen is het precies hetzelfde…
– De oorsprong van het woord ‘ religie’ is verbinden, opnieuw verbinden. Vrij vertaald wat de mens verbindt met God, of met de puurste essentie van de mens. Dat omdraaien betekent dat een religie die niet leidt naar de puurste edelheid in de mensheid, het recht verliest om religie genoemd te worden…
Mijn twee lieve vrienden in de hemel…:
“De mensheid moet boven alles universaliteit zoeken en de moed hebben om dingen van alle kanten te bekijken. ” — Rudolf Steiner
“Wanneer je tot de essentie van je eigen religie bent gekomen, ben je tot de essentie van alle religies gekomen.
Ik wil dat de culturen van alle landen, zo vrij mogelijk door mijn huis waaien, maar ik weiger om door één van hen geblazen te worden. Gandhi.” Een
.
Pinksterparel:
Was will aber Geisteswissenschaft in bezug auf die Religionen? Sie
will gerade dasjenige erkennen, was die wissenschaftlichen Religionsforscher nicht erkennen können, dasjenige, was in den einzelnen Religionen als tiefstes Wahrheitsgut enthalten ist.
Wovon geht die Geisteswissenschaft aus? Davon, daß die Menschheit ihren Ursprung genommen hat aus einem gemeinschaftlichen Gott und daß nur, wie in eine Anzahl von Strahlen gebrochen, verteilt ist eine Zeit hindurch auf die verschiedenen Völker und Menschengruppen jene Urweisheit der ganzen Menschheit, die aus dem gemeinsamen Gottesursprung stammt.
Diese Urwahrheit und Urweisheit, ungetrübt durch dieses oder jenes Bekenntnis, wiederum aufzufinden und der Menschheit zurückzugeben, das ist das Ideal der Geisteswissenschaft. Daher kann sie auf die einzelnen Religionen eingehen. Sie schaut aber nicht auf die äußeren Riten und Zeremonien, sondern darauf, wie in dieser Religion ebenso wie in jener dieser uralte Weisheitskern enthalten ist. Die Religionen sind ihr so und so viele Kanäle, durch die sich in einzelnen Strahlen dasjenige ergießt, was einst über die ganze Menschheit gleichmäßig sich ergossen hat.
.
“Maar wat is het doel van spirituele wetenschap met betrekking tot de verschillende religies? Het zoekt naar iets dat buiten het bereik van de wetenschappelijke onderzoekers ligt, namelijk naar de essentiële waarheden in de religies.
Waar begint spirituele wetenschap? Uit het feit dat de mensheid is ontstaan uit een gemeenschappelijk god en dat een oerwijsheid die de mensheid als geheel toebehoort en voortkomt uit één Goddelijke bron slechts een tijd is verdeeld, als het ware, in een aantal stralen over de verschillende mensen en groepen van mensen op de aarde.
Het doel en ideaal van spirituele wetenschap is om deze oerwaarheid, deze oerwijsheid, ongekleurd door dit of dat specifieke geloof, te herontdekken en het opnieuw aan de mensheid te geven. Spirituele wetenschap is in staat om door te dringen tot de essentie van de verschillende religies omdat de aandacht ervan is gericht, niet op externe riten en ceremonies, maar op de kern van oerwijsheid in elk van hen. Spirituele wetenschap beschouwt de religies als zoveel kanalen voor de stralen van wat ooit in gelijke mate over de hele mensheid uitgestroomd is.”
GA 130/279
Niet vertaald
.
(Met toestemming van de schrijfster.)
.
Pinksteren: alle artikelen
Jaarfeesten: alle artikelen
.
2772-2601

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Pinksteren (33)

.

Dieuwke Hessels postte dit artikel in de Facebookgroep ‘Vrijeschool’: (april 2022). Hier gepubliceerd met toestemming van de schrijfster.

.

Pinksteren

Verbinding tussen hemel en aarde met Pinksteren staat beschreven in het N.T. van de Bijbel, dat : “de Geest daalde ‘gelijk een duif‘ op Hem neer”, dan wordt
hier ook iets specifieks mee bedoeld en aangeduid.
De meeste vogels dalen in glijvlucht; de duif kan zich echter loodrecht naar beneden laten zakken. Zij maakt dus een héél directe verbinding tussen boven en beneden,
‘De Geest daalt neer gelijk een duif’ kunnen we dan begrijpen.
Duiven werden , in vroegere tijden, nog voor het Pinksteren
zoals in de bijbel wordt aangeduid, wel ‘gasten van de goden’ genoemd, niet verwonderlijk als we ons een voorstelling proberen te maken van de oude tempels, waar in de verweerde muren, verscholen in holen en gaten, honderden
duiven huisden die voortdurend af en aan vlogen, als boden
van de goden.
In het Oude Testament bracht een duif aan Noach het reddende bericht.
De duif met een takje mét blaadjes.
In Spanje was er in de Middeleeuwen een orde die zich ‘De Ridders van de Witte Duif’ noemde. De leden droegen een witte duif op schild, zadeldek en wapen. Zij volgden het gebod overal te helpen waar vervolgden en onschuldig lijdenden in
nood waren, Zij behoorden tot het Graalridderschap en streefden ernaar, door zelfoverwinning de lage driften te veranderen in geestelijke kennis over zichzelf.
Is de duif ook niet de belangrijkste bode van de geest in het Graalsverhaal?
Ooit verloor Lucifer een robijn uit zijn kroon. De Graalschaal werd uit deze kostbare steen geslepen. Jozef van Arimathea ving hierin tijdens de kruisiging het bloed van Christus op.
Later kreeg Titurel de schaal, en het verhaal vertelt hoe een duif ieder Goede Vrijdag opnieuw naar beneden daalt en een hostie legt in de Graalkelk, waardoor deze gaat stralen met een bovenaardse glans.
Rudolf Steiner zei: “De vogel houdt verband met de engelhiërarchieën. Wij mensen moeten weer leren op te nemen wat ons uit hogere sferen tegemoet komt. Zoals de priesters in de oudheid iets konden opmaken uit de
vogelorakels, zo kunnen wij weer leren luisteren naar de vogelstemmen van de geestelijke inspiratie.”
Veel sprookjes geven in beelden geestelijke werkelijkheden weer, en spreken zo een ‘Pinkster-taal ‘ die ieder vanuit zijn eigen taal verstaan kan. Hun christelijke boodschap vinden we in het beeld van het witte duifje vaak terug, bv. in het
sprookje ‘De Drie Talen’. Alles wat de beproefde hoofdpersoon als nieuwe Paus aan de mensen te zeggen heeft, wordt hem door twee witte duiven, links en rechts op zijn schouders gezeten, ingegeven.
In ‘Hans en Grietje ‘ zit het witte duifje op het dak om Hans vaarwel te zeggen. Hun weg, door broodkruimels gemarkeerd, voert dóór het heksenhuis en door een scheiding van elkaar heen, terug naar het vaderhuis, dat zij met hun vergaarde schatten: parels en edelstenen (doorzichtig geworden materie) verrijken. Waarom zou dat duifje op het dak wel genoemd worden?
Witte duifjes hielpen Assepoester in haar moeizame keukenmeidenbestaan. Als zij voor de eerste maal met de prins gedanst heeft, verbergt ze zich in de duiventil. En aan het slot van het sprookje zijn het weer de twee witte duifjes die de prins de waarheid toeroepen als hij met zijn nieuwe bruid langs het graf van Assepoesters moeder bij de hazelaar rijdt.
Ten slotte: toen Doornroosje achter de doornhaag ontwaakte voor een nieuw leven met haar prins, trokken de duiven op het dak hun kopjes onder hun vleugels vandaan, keken rond en vlogen weg naar het vrije veld, als boden om de wereld te vertellen dat de mens voor een hoger bewustzijn ontwaken kan.

De witte vogel

Niet altijd wordt specifiek de duif genoemd. Er is ook vaak sprake van de hulp van een wit vogeltje.
Een wit vogeltje in de hazelaar bij haar moeders graf werpt steeds dat voor Assepoester naar beneden wat zij zich wenst:
glanzende gewaden van goud en zilver, muiltjes van goud om op het feest met de prins te dansen.
Ook in ‘Hans en Grietje’ verschijnt als de nood het hoogst is en ze totaal verdwaald zijn, een klein wit vogeltje dat een heel schoon lied zingt en hen
verder leidt en daardoor het lot een wending ten goede geeft.
Later neemt een wit eendje deze taak over en zwemt hen over het water naar huis, hun hemelse thuis.
Het is alsof dit witte dier, dat zich zowel op het land als in het water en de lucht thuis voelt, hun iets te leren heeft.

En hoe is dat met de zwaan?

Zwanen tonen ons de gereinigde ziel van de
mens die, zich stil in het Geestesmeer
spiegelend, het bewustzijn steeds in hogere
werelden opheft. Zingt een zwaan zijn zwanenzang niet door tot in de dood? En
beteugelt Lohengrin zijn zwaan niet door te luisteren naar de zwaan in zichzelf?
Zangvogels: zij tonen ons het beeld van onze van vreugde zingende ziel die, zegevierend over alle zwaarmoedigheid, op kan stijgen tot de hoge wijde ruimte van de geest en de etherwereld. De etherwereld die als kwintessens de vier elementen aarde, water, lucht en vuur doordringt als vijfde element van
hogere aard.
“Zing mij o Muze…” sprak de Griekse dichter. De dichter was voor de Griek gelijk de zangvogel: uit beiden sprak God/de Muze. Mens en vogel zijn immers de enige wezens die stemtonen kunnen voortbrengen.
De vogels zijn door doorlaatbaarheid van hun schedeldak veel meer dan de mens met de zon verbonden, waardoor ze onmiddellijk reageren als de zon op of onder gaat met hun jubelzang.
In het Perzisch betekent het woord ‘murgh’ ziel én vogel tegelijk; en in de Egyptische hiërogliefen wordt de ziel ook als vogel uitgebeeld, vaak als ibis, waaruit de heilige zielenstemming spreekt. De ziel van een dode kan immers als een vogel het lichaam verlaten.
De vogel herinnert ons van alle dieren het meest aan onze afkomst en verwantschap met de geest, en daarom hoort het witte vogeltje bij Pinksteren, tot aan het Oudhollandse ganzenbord toe, waarin de witte gans ons door gevangenis en put, naar het middelpunt, het labyrint leidt, naar de overwinning op onszelf.

Voor het volledige artikel ga naar : ” Het Zonnejaar”.

Op veel vrijescholen wordt het Pinksterfeest gevierd.
De kinderen dansen om de meiboom, er is een pinksterbruid en een pinksterbruidegom en iedereen is in het wit gekleed.
Elke keer weer word ik ontroerd door de speciale sfeer die dit feest uitstraalt.
Maar wat vieren we nu eigenlijk met Pinksteren?
Pinksteren is een christelijk feest, maar ook voor de geboorte van Christus werden er al Meifeesten gevierd.
De Germanenvierden feest om de komst van de zomer te vieren. Ook toen al was er een pinksterbruid, als symbool voor vruchtbaarheid en groeikracht. Het christelijke feest Pinksteren is afgeleid van het Griekse Pentecostes, dat betekent 50ste dag. Het Pinksterfeest wordt 50 dagen na Pasen gevierd. Met Pasen stond Christus op uit de dood en bleef 40 dagen zichtbaar voor zijn volgelingen. Tien dagen later is het Pinksterfeest en wordt herdacht dat de Heilige Geest neerdaalde over de apostelen.
Hoe kunnen we dit feest nu vieren? Hoe kunnen we dit vormgeven in de huidige tijd? Ook als de christelijke betekenis van Pinksteren je misschien niet zo veel zegt? Het vieren van Pinksteren vraagt veel meer van de mens, dan het vieren van Kerstmis en Pasen. Er zijn geen volle, versierde etalages, geen commercie, geen folders in de brievenbus die je op weg helpen. Pinksteren zullen wij zélf moeten invullen!
Er wordt dus een beroep gedaan op de scheppende geest van de mens. De bloemen, die tijdens het Pinksterfeest gedragen worden, zijn dan ook door de mens zelf gemaakt, van papier. Pas op het feest van Sint-Jan dragen we de
bloemen uit de natuur, ten teken dat de zomer er is.
Met Pinksteren is iedereen in het wit gekleed. Wit als symbool van reinheid en schoonheid. De witte duif is het symbool van de verbinding tussen hemel en aarde (de Heilige Geest).
In de kleuterklassen is er een Pinksterbruid en een
Pinksterbruidegom. Een bruiloft, symbool van vruchtbaarheid en
verbintenis. De natuur wint aan scheppingskracht, er heerst vreugde.
De meiboom is het symbool voor de boom, de plaats van ontmoeting. Deze wordt door de mens zélf opgericht tussen hemel en aarde. Hij is getooid met linten als takken, een mooi beeld voor de opgerichte houding van de mens. De linten zijn de verbinding tussen hemel en aarde. De linten, die verweven worden in de Pinksterdansen. Een mooi beeld vind ik dat je op aarde lopend met het lint, iets veroorzaakt, dat boven je hoofd, in hogere sferen, gevolgen heeft, ook voor anderen (een knoop in je vlechtwerk, bijvoorbeeld!). Pinksteren is een feest van verbondenheid met elkaar, van je realiseren dat datgene wat een individu doet, gevolgen heeft voor het geheel, voor de toekomst.
Met dat in je achterhoofd is het nog specialer om naar die dans om de meiboom te kijken!
Susan Sneijders-van Eijk

Liedje en Kringspel:
Hier is onze fiere Pinksterblom.
En ik wou hem zo graag eens wezen!
Met zijn groene kransen op het hoofd en met zijn klinkende bellen.
Recht is recht, krom is krom!
Belief je wat te geven voor de fiere Pinksterblom?
Want de fiere Pinksterblom moet voortgaan!

De kinderen staan met de handen los in een kring, en zingen: Hier is onze
fiere Pinksterblom. In het midden loopt een kind, dat op het hoofd een
bloemenkrans draagt en in de hand een klein belletje. Het kind in het
midden laat de bloemenkrans zien bij met zijn groene kransen op het
hoofd en rinkelt met de bel bij en met zijn klinkende bellen. Bij recht is
recht klappen de kinderen in de kring in hun handen; bij krom is
krom buigen zij voorover. Bij de laatste regel van het lied staat het kind in
het midden van de kring stil voor een ander kind, dat nu de bloemenkrans
en de bel krijgt, waarna het spel opnieuw begint.
Pinksteren is een van de belangrijkste christelijke feesten van het jaar.
We vieren het vijftig dagen na Pasen en tien dagen na Hemelvaart, en
herdenken het als ‘uitstorting van De Ziel van Christus’.
Het Pinksterfeest werd ook al bij veel heidense volkeren gevierd, als een feest dat met de bloei en ontwikkeling van de natuur verbonden was.
In de loop der eeuwen zijn de elementen uit de niet-christelijke en christelijke Pinksterfeestvieringen samengevoegd.
Pinksteren is een feest van licht, lucht en kleur geworden, van vogels en van bloemen.
In streken waar Pinksteren nog als volksfeest gevierd wordt, kun je de Pinksterbruid vinden, getooid met bloemen.
In vele kleuterklassen wordt de Pinksterbruiloft gevierd.

Pinksteren in de kleuterklas

In de kleuterklassen vieren we Pinksterfeest, de vrijdag voor Pinksteren. Er is een pinksterbruidspaar [vaak oudste jongen en meisje [[de kinderen dus met wie de leidster al een lange verbinding heeft]]].
De kleuters en juffies zijn allen gekleed in het wit.
Er staat een speciaal plaatsje klaar voor het bruidspaar: witte troon met een dakje [schommelboot, bankje, hemeltje erboven, allemaal wit.] op dit speciale plaatsje zijn ook een sluier en strop-strik te vinden
[door leidster genaaid] en een bellenstok.
De bruid en bruidegom hebben van het duifje [hebben ouders in een envelop meegekregen van de leidster:] een zakdoekje voor het bruidje en een bellenketting [grote bel aan gouden lintje] voor de bruidegom.
De leidster geeft deze envelop mee in de loop van de pinksterweek.
Het tafeltje in het midden van de kring: ook wit kleedje, met een vaasje voor het boeketje van de bruid [zij krijgt die van de bruidegom] de bruid neemt een corsage mee voor de bruidegom, witte kaars in kandelaar.
Alle kleuters krijgen een hoofdtooi van crêpepapier.

Voorbereidingen:
Pakketjes maken van crêpepapier, belletjes, rimpelelastiek, stickertjes met naam, zakjes, vloeipapier voor bloemetjes, werkbeschrijving.
Leidsters leggen alle materialen bij elkaar en klassenmoeder verdeelt verder aan de ouders die thuis de band gaan maken.
Ouderbrief opstellen.
Brief opstellen bruidspaar.
Maandags ligt er op het middelste tafeltje een speciaal briefje klaar, waarin vermeld staat dat het gauw pinksterfeest is, wie het bruidspaar wordt en dat alle kinderen welkom zijn op het feest. [Briefje in de vorm van een hartje bijvoorbeeld betekend met bloemetjes.]
Seizoen tafel: lichte lentekleurtjes, papieren bloemen [ook in de klas in vaasjes op tafel], pinksterbruidspaartje [eventueel met bruiloftstoet erachteraan.], poortje waar bruidspaartje onderstaat [met papieren bloemetjes, klein wit duifje], vijvertje met zwanen.
Klas versierd met witte papieren duifjes, papieren bloemen,
Dag zelf:
Tafels zijn gedekt met witte lakens, lopertjes, papieren bloemen,
hoofdtooien liggen klaar op de tafels, bordje, bekers en servetten staan ook klaar op de tafel. Kleine waxinepotjes met bloemetjes of lichte lentekleurtjes.
Op het aanrecht is plaats voor de luilakbollen door ouders die ochtend in te leveren. Stroop , honing staat klaar.
Gordijnen zijn gesloten, kaars op het middelste tafeltje brandt, kleuters komen binnen, zoeken hun stoel op, op de seizoentafel staat het bruidspaartje onder het poortje.
Bruiloftsplaats is klaar met al het eerder genoemde.
[ alles wordt klaargezet op donderdags voorafgaande aan het Pinksterfeest. Veel aandacht gaat hier in zitten.
In de verschillende hoeken staan activiteiten klaar voor de kinderen voor na het dansen op het kleuterplein [ tekenen, bouwen, puzzelen, mandala kleuren of leggen enz.
Kleuters komen binnen, ouders van bruidspaar mag even blijven helpen met de hoofdtooien omdoen van alle kleuters.
9.00 uur gaat de stoet uit beide klassen op weg naar buiten, waar de ouders en leerlingen van school staan te wachten in een haag: zij zingen pinksterliedjes.

Kleuters gaan onder de rozenpoort door naar kleuterplein om daar kringspelen met beide kleuterklassen te doen [ hier is onze fiere pinksterblom, voor mijn venster vliegt een duifje, we maken een kringetje, ik heb een mooie bloemenmand, daar liep een aardig meisje enz.
leidsters hebben afspraken gemaakt welke liedjes] op Vrijeschooliederen staan nog meer liedjes.
Na het dansen op het plein gaan we naar binnen om te spelen, in de hoeken.
Daarna opruimen en eten: aan de gedekte tafels.
Na het eten gaan we naar het grote plein om daar te luisteren, te kijken en uiteindelijk mee te dansen met: Joepie, Joepie is gekomen…
Kinderen hoge klassen hebben banken neergezet voor kleuters.
Als kleuters onder de rozenpoort doorgaan, dan wordt er gezongen door alle aanwezigen.: “Hier is onze fiere pinksterblom.”
Alle kinderen en leerkrachten van school zijn gekleed in het wit en getooid met een gevlochten lichtgroene crêpepapieren band met bloemen of belletjes,
Echte duifjes worden opgelaten, door de jongste en oudste leerling van school.

Kinderen dansen rond de meiboom, de pinksterzon
brengt ons allen samen [als de blaadjes van een
madelief=meizoentje].

Pinksteren valt meestal tussen half mei en half juni. Waar dit feest eigenlijk over gaat, is voor veel mensen vervaagd, maar toch lijkt er rond de pinksterdagen wel altijd iets feestelijks in de lucht te hangen.
In sommige regio´s bestaat de traditie om een pinksterbruid te kiezen en op vrijescholen kiezen de kinderen een bruid én bruidegom.
Waar komt de bruidsstemming vandaan die laat in de lente over de natuur komt?
Tekst: Tineke Croese
Beeld: Fokke van Saane

In de prille lente, zo rond Pasen, wordt de natuur voorzichtig groen. Zeven weken later is het Pinksteren en staat alles volop in bloei. Als fijn kantwerk omzoomt het fluitekruid de zilverglinsterende sloten, de fruitbomen dragen prachtige sluiers van tere, zacht gekleurde bloesem. Wakker gekust door haar bruidegom de lentezon tooit de natuur zich als bruid.
En ja, vroeger kwamen na de bruiloft de kinderen. Als hemel en aarde bruiloft vieren, als de aarde zich in bloesems opent voor de stralen van de zon, dan leidt dat, heel prozaïsch, tot bevruchting en vruchtzetting. Elk jaar belooft de bruiloft tussen hemel en aarde een nieuwe oogst.

De fiere pinksterblom

Omdat een goede oogst vroeger heel belangrijk was, was de bruiloft tussen hemel en aarde een heilig ritueel. Elk dorp koos een pinksterbruid- of blom. Zij symboliseerde de ziel van de dorpsgemeenschap die zich opende voor hemelse
krachten: in milde regen en zachte zonneschijn daalde de bruidegom af naar de aardebruid. Het hele dorp was bij dit vruchtbaarheidsritueel betrokken. Daarom werd de pinksterbruid in de vroege ochtend van Pinksteren van huis tot huis
gedragen en stond elk gezin (tijdelijk) een sieraad aan haar af. Want hoe rijker de bruidstooi was, hoe rijker de oogst zou zijn.
Op het eerste gezicht lijkt het christelijk pinksterfeest ver af te staan van wat in de natuur gebeurt en van vruchtbaarheidsrituelen. Met Pinksteren herdenken we dat Christus na de opstanding niet van de aarde verdween, maar een andere gedaante aannam. De twaalf leerlingen laten plaatsvervangend zien dat alle mensen Christus kunnen gaan ervaren als een troostende of inspirerende innerlijke kracht. Die kracht, die als de Heilige Geest uit hemelse hoogten op de
leerlingen neerdaalt, wordt vaak verbeeld als een duif. Maar als de Heilige Geest wordt opgevat als inspiratie door hemelse wijsheid, dan wordt ze voorgesteld als de hemelse jonkvrouw Sophia die van bovenaf haar licht op de leerlingen laat
schijnen. Er is dus toch een parallel met het natuurgebeuren: als het Pinksteren is, stellen we ons open voor een uit de hemel neerdalende kracht die inspireert en op die manier ‘bevruchtend’ werkt.
In voorchristelijke culturen zagen de mensen de hele natuur als een openbaring van goddelijke wijsheid. Die goddelijke wijsheid openbaarde zich ook aan de mens, en wel in de vorm van recht en wet: die moesten de harmonie en vrede tussen mensen waarborgen. In de pinkstertijd kon iedereen, en vooral de sociaal zwakke, zich over geleden onrecht beklagen. Ten overstaan van het hele dorp werd dan recht gesproken onder de boom op het dorpsplein ‒ vaak een es of een linde ‒ die hemel en aarde met elkaar verbond. De ‘bruiloft’ tussen hemelse wijsheid en aardse rechtvaardigheid leidt tot harmonie in de mensengemeenschap.
Uit vele richtingen zijn wij gekomen…
In het pinksterverhaal uit de Bijbel speelt bij de vereniging, de bruiloft tussen aardse en hemelse krachten de wisselwerking een rol tussen de individuele mens en de gemeenschap die hij met andere mensen vormt. Het pinkstergebeuren leidt tot het ontstaan van nieuwe gemeenschappen. Geïnspireerd door de Heilige Geest waren de leerlingen in staat zo te spreken, dat iedereen hen verstond. Iedereen hoorde hun woorden in zijn eigen taal.
In het oudtestamentische verhaal over de Toren van Babel raakten de mensen van elkaar vervreemd doordat ze verschillende talen gingen spreken. In het pinksterverhaal is het andersom: daar komen mensen tot elkaar, omdat ze geen taalverschil meer ervaren. Later trekken de leerlingen in alle richtingen weg om overal gemeenschappen te stichten waar mensen vanuit de verbindende kracht van Christus konden leven.
Een ander aspect van Pinksteren is dus het vormen van nieuwe gemeenschappen.
Dat maakt Pinksteren een feest voor deze tijd en voor de samenleving in Europa. Alleen is de beweging omgekeerd: de leerlingen trokken vanuit een centrum ‒ Jeruzalem ‒ in alle richtingen de wereld in, terwijl nu mensen uit alle
richtingen naar een centrum ‒ naar Europa ‒ komen. Bovendien hebben veel mensen, van binnen of buiten Europa, zo hun eigen manier van leven.
Onze samenleving is een lapjesdeken van allerlei culturen en individuele levensopvattingen aan het worden. Al die lapjes hebben een eigen schoonheid. Het is een uitdaging om te zorgen voor een deken die warm genoeg is voor iedereen, terwijl de schoonheid van de afzonderlijke lapjes toch behouden blijft. Het is een uitdaging om ons te laten inspireren door een kracht die mensen met elkaar verbindt. Alleen die geeft zicht op een toekomst vol vrede en harmonie.
Dit artikel verscheen in Antroposofie Magazine.

LUILAKBOLLEN

Ingrediënten
750 gram bloem
3 mespunt zout
3,75 deciliter melk
75 gram gist
150 gram boter
150 gram krenten
150 gram rozijnen
3 theelepel kaneel
3 ei
stroop of bruine suiker om over de broodjes te doen.

Bereidingswijze:

Zeef de bloem met het zout boven een kom.
Verwarm de melk lauwwarm en los de gist op in wat lauwe melk.
Smelt de boter in een pannetje en laat het afkoelen.
Maak een kuiltje in de bloem en giet er de gistoplossing en de gesmolten boter in.
Kneed alles tot een soepel deeg en laat dit – afgedekt met een vochtige doek – 1 uur op een warme plaats rijzen.
Was de krenten en de rozijnen en laat ze goed uitlekken.
Kneed de krenten en de rozijnen vervolgens door het gerezen deeg en maak van het deeg 30 bolletjes.
Beboter een bakplaat, leg de bolletjes erop
en druk ze een beetje plat.
Knip het deeg met een schaar op gelijke afstand viermaal in.
Laat dan de bollen nog eens 30 minuten rijzen.
Klop het ei los en bestrijk daarmee de bovenkant van de bolletjes.
Bak de broodjes in een voorverwarmde oven (225 graden C) in 15 minuten gaar en bruin.

Draaiend pinksterpaar

Gerrie Delen

Zoek of maak een boomschijf (1) en knip een kartonnen schijf (2).
Buig van ijzerdraad een poortje en prik het ene uiteinde door het karton in het hout, het andere alleen in het hout. Versier het en beplak de kartonnen schijf met iets groens.
Maak nu een bruidspaartje en bevestig dat op de kartonnen schijf. Laat bruid en
bruidegom statig onder het rozenpoortje doorschrijden!

Kleine pinksterknutsels

Om de eerste bloempjes in het vroege voorjaar goed te kunnen zien, moet je heel diep bukken: de sneeuwklokjes, de krokusjes – ze bloeien vlak op de grond. De narcissen die volgen zijn al hoger, dan komen de tulpen en daarna de vele
bloeiende struiken. De tijd tussen Pasen en Pinksteren is vooral die van de bloeiende bomen – nu moet je je helemaal oprichten en omhoog kijken om bloemen te zien! Bij de kastanjes reiken de bloesems zelfs boven de kroon uit.
Het is ook de tijd van de vogels! De lucht is vol van hun activiteit: gevlieg en gezang. En vlinders! De vlinders zijn uit hun nauwe poppen gekropen en dansen stralend en gewichtloos door de lucht. De hele sfeer van de aarde ademt blijheid.
En de toekomst wordt voorbereid. De ‘paaseitjes’ zijn uitgekomen, de bijen zoemen om de bomen, de vruchtbeginsels zetten zich en de bloesemblaadjes vallen als een tere regen omlaag.
Pinksteren kunnen we versieren met vogels, vlinders en bloesemboomkronen.

Vogeltje

=Knip uit dubbelgevouwen stevig papier een vogeltje, een wit duifje bijvoorbeeld (lengte snavelstaartpunt 8 à 9 cm).
=Vouw een reep zijdevloepapier van 18 x 21 cm in harmonicavorm in de lengte. Knip hier een stuk van 6 cm af (voor de staart) maak een snee in de romp en haal daar de opgevouwen vleugels door.
Uitvouwen en naar achteren toe wat korter knippen.
=Steek de staart tussen de twee romppapieren en lijm deze vast.
Met een draad ophangen, aan een stokje voor een kind om mee te spelen, of meerdere aan een hoepeltje of als mobile aan takjes.

Vlinder

=plak twee velletjes zijdevloe met prittstift op elkaar
=vouw het dubbel en knip de twee vleugelvormen uit (circa 6½ cm breed) en vouw ze weer open
=vouw een pijpenrager van 15 cm dubbel, klem de vleugels er tussen en draai er
vanboven een kop en voelsprieten van
= schuif de vleugels een beetje rimpelend naar de kop toe
= ophangen aan drie samenkomende draadjes (vanaf voelsprieten en middenlijfje)
verder als vogeltje.

Jonge vogeltjes op tak

=Frommel van zijdevloei een vogeltje, ’t is niet zo moeilijk als het lijkt.
=Met velpon uitsteeksels vastplakken.
=Knip van dubbelgevouwen stevig geel of oranje papier een snaveltje en plak dat aan de kop.
=Teken de oogjes.
=Boor onderin de romp met een schaarpunt een gat en steek daar 2 stukjes pijpenrager in.
=Buig deze pootjes stevig om een takje en knip ze op de goede lengte af.
=Zet een aantal op een tak naast elkaar en hang de tak op. Je kunt ze ook van pompoentjes maken

Meiboomkroon

=Een krans maken van twee elkaar kruisende halve hoepels en een hele hoepel,
versieren met papieren bloemen en slingers, goud- en zilverpapier

Bloemen maken

Bij het pinksterfeest hoort helemaal zelf bloemen maken. Vroeger spaarde men gedurende het hele jaar allerlei kleurige papiertjes om daar bloemen van te maken. Het pinksterfeest is niet zozeer het feest van de scheppende aardekrachten, maar van de scheppende menselijke geest. Daarom maken we zelf bloemen bij voorkeur zelf bedachte bloemen.
Hier volgen enkele manieren om bloemen te maken.

Rimpel rechte of geschulpte enz. stroken van ca 20 cm lang en 3 tot 6 cm breed en trek de draad aan.
Een paar maal omwinden en afhechten.

1.knip van zijdepapier drie vierkanten van 15 x 15 cm:

2.vouw elk vierkant schuin doormidden waardoor een driehoek ontstaat:

3.vouw elke driehoek dubbel:

4.vouw de driehoeken nog een keer dubbel:

5.vouw de driehoeken nog een keer dubbel, maak de vouwen zo scherp
mogelijk:

6.houd de punt van het eerste hoorntje stevig vast en knip de bovenkant rond af:

7.houd de punt van het tweede hoorntje vast en knip de bovenkant af; begin echter wat lager te knippen dan bij het eerste hoorntje:

8.houd de punt van het derde hoorntje vast en knip de bovenkant nog lager
af:

9.vouw de driehoeken open en leg ze in volgorde van grootte op elkaar met
de kleinste bovenop:

10. houd de laagjes (dit worden de bloemblaadjes) in de linkerhand; plaats
de rechterhand in het midden van het kleinste laagje bloemblaadjes en duw
deze voorzichtig naar beneden, terwijl aan de onderkant de andere hand
alle laagjes tot de steel van de bloem worden samengeknepen:

11.draai het verkregen steeltje stevig en omwikkel het met plakband. Spreid
de blaadjes uit zodat een bloem ontstaat.
Wanneer de bloemblaadjes op een andere manier worden geknipt, ontstaan andere vormen.
Vouw eerst weer een aantal vierkanten zoals hierboven beschreven is:

Hier volgt de werkbeschrijving voor de ouders, voor het maken van de hoofdtooien: de benodigdheden zaten , klaar om er mee aan de slag te gaan, in een papieren zakje.
Werkbeschrijving Hoofdtooi -Pinksteren
Benodigdheden van jezelf:
• Naald
• Wit naaidraad van max. 30 cm
• Stukje rimpelelastiek

Benodigdheden van school:
Voor de jongens:
• Een strook groen crêpepapier van 3 cm breed
• Een strook geel crêpepapier van 3 cm breed
• Een strook wit crêpepapier van 3 cm breed
• Dun elastiek van ongeveer 25 cm lang
• Een belletje
• Stickertje met de naam erop
• Dit alles in een plastic zakje met de naam erop

Voor de meisjes:
• 3 stroken groen crêpepapier van 3 cm breed
• Gekleurd vloeipapier in rondjes. 2x 5, 6 of 7 stuks, afhankelijk van hoe oud het kind is

Voor de meisjes:

• 3 stroken groen crêpepapier van 3 cm breed
• Gekleurd vloeipapier in rondjes. 2x 5, 6 of 7 stuks, afhankelijk van hoe oud het kind is
• Stickertje met de naam erop
• Dun elastiek van ongeveer 25 cm lang
• Dit alles in een plastic zakje met de naam erop

Werkwijze:

• Ontrol de 3 stroken
• Leg na 30 cm een knoop hierin en begin vanaf hier te vlechten. Dit gaat het handigst door de knoop onder en
zware pot te leggen
• Maak een vlecht van ongeveer 30 cm en eindig met een knoop met weer slierten van 30cm (zoals je ook begon)
• Voor de meisjes: Maak van de gekleurde vloeipapierrondjes bloemen, zoveel als je kind jaren telt.
Bevestig deze op de voorzijde van de vlecht met naald en naaidraad.
• Voor de jongens: bevestig het belletje aan een draadje en knoop dit aan de hoofdtooi[ voorkant].
• Verbind aan de achterkant de beide knopen met elkaar, met rimpelelastiek, op een afstand dat de hoofdtooi fijn om het hoofdje sluit.
Overleg even met je kind of de hoofdtooi lekker zit.
• Plak de naamstikker op een van de 6 uiteindes.

De brief voor de ouders van pinksterbruid en bruidegom: zat in een envelopje : het zakdoekje voor de bruid en de
bellenketting voor de bruidegom zaten goed ingepakt bij de enveloppe in.
Lieve ouders van de pinksterbruid en pinksterbruidegom.
Namen van de ouders

Op vrijdag 7 juni aanstaande vieren we op school het Pinksterfeest:
Namen van bruid en bruidegom mogen deze dag het bruidspaartje zijn…
Maandag 3 juni zal het duifje een brief brengen waarin dit vermeld staat.
Jullie mogen vrijdags aan het begin van de dag even aanwezig zijn in de klas om even te helpen met de hoofdbanden bij
de kleuters omdoen.
Ook mogen jullie even helpen bij de dansen rond de meiboom
[[aangeven van de meiboomlinten en na ons dansje weer inhalen daarvan [ zie de ouderbrief pinksteren]]
Verwacht wordt dat het bruidspaar in het wit gekleed is en
dat Teus zorgt voor een bruidsboeketje voor Eva en
dat Eva zorgt voor een corsage voor Teus.
In de Pinksterweek geef ik voor Teus een bellen-ketting mee
en voor Eva een zakdoekje in enveloppe…
Dit kettinkje en zakdoekje leggen jullie op de dag van het pinksterfeest neer naast het bedje van jullie kinderen, dan weten
ze dat het duifje “echt” langs geweest is.
Ik wens jullie veel plezier bij de voorbereidingen!!!!
Enne nog even voor je houden tot de week voor Pinksteren :die maandag vertel ik het namelijk [ brief duifje…]

Hartelijke groet Dieuwke

Sprookjes in de pinkstertijd:

Assepoester  ,
Jorinde en Joringel  ,
De drie talen,
 Doornroosje  
De roos zonder doornen ofwel De pinksterroos [ uit leven met het jaar van Kutik]
Bakersprookjes: Robin Roodborst,
Mooi Katrientje en Piefpafpoffel,
et kind dat wilde vliegen.

Meer knutsels kun je vinden in:

Leven met het jaar,
Pinterest,
Met het oog op de natuur,
All year round
HOW TO MAKE SUNCATCHERS | WALDORF WINDOW ART CRAFT – Pepper and Pine
Versjes en liedjes in boekjes van Hennie de Gans Wiggermans [ Natuurlijk, Ochtendspelen]
Handgebarenversjes: Waldorfdwarf op instagram
Youtube: handgebaren vrijeschool [ waldorf inspiration o.a.]
Antropoanne
Jacqueline Eversteijn

Dienend hüten wir im Lichte…
De canon gezongen, [dagelijks] op de Kindergarten Pfingsttagungen … zo verschrikkelijk mooi om mee te zingen en mee te maken… juffen over de hele wereld verzameld daar in Hamburg…het totaalprogramma [ euritmie, schilderen, lezingen, praatgroepen, handelingen] het slapen op de veldbedjes, de gezamenlijke maaltijden, de talen daar gesproken….de mooie, gewone inkijk in een andere school…. Zo goed te weten dat er zovele wereldwijd zijn die het jonge
kind, in het licht van de antroposofie, als hemels geschenk omhullen en begeleiden….

.

Pinksteren en Hemelvaartalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

.

2768-2597

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Hemelvaart (32)

.

Dieuwke Hessels postte dit artikel in de Facebookgroep ‘Vrijeschool’: (april 2022). Hier gepubliceerd met toestemming van de schrijfster.

.

In de wolken met Hemelvaart [ antroposofie
inspireert] 5 mei 2021
Hemelvaart is die vrije donderdag die lekker
uitloopt in een lang weekend. Een perfecte
dag om aan de slag te gaan in de tuin, met
heel veel anderen een bezoek te brengen aan
de geel met blauwe meubelwinkel en een
klusdag bij uitstek.

Tekst en beeld: Daan Rot
De bomen zijn weer lekker frisgroen, bloemen fleuren de wereld op, de vogeltjes zijn druk in de weer en zelfs de zwaluwen zijn weer in het land.
Het is langer licht en we genieten van de ‘met zonder jas’-dagen.
Maar waarom zijn we vrij en wat vieren we eigenlijk?
Ik schets even een tijdslijn om Hemelvaart goed te plaatsen in de Christelijke
feesten; tussen Aswoensdag (de eerste dag van de vastentijd) en Pasen zitten veertig dagen, tussen Pasen en Hemelvaart zitten ook veertig dagen. Omdat Pasen altijd op een zondag is, is Hemelvaart altijd op een donderdag. Aswoensdag, Pasen en Hemelvaart vormen samen een eenheid.
Hemelvaart is het afsluitende feest van de Paascyclus. Tien dagen na Hemelvaart is het Pinksteren.
Ik leerde de kinderen ‘AsPaHePi’ als ezelsbruggetje! As(woensdag)Pa(sen)He(melvaart)Pi(nksteren) Ze weten nu precies welke feesten wanneer zijn en de bijbehorende verhalen worden vanaf nu op volgorde verteld. AsPaHePi is ons nieuwe jaarfeestenwoord.
Met Pasen herdenken we dat Jezus is gestorven en uit de dood is opgestaan. Hij verschijnt in de periode tussen Pasen en Hemelvaart aan zijn leerlingen om hen te onderwijzen. Op Hemelvaart toont Jezus zich voor de laatste keer aan zijn discipelen. Hij zegent hen en geeft hen de opdracht om op zendingspad te gaan en stelt hen gerust door de Heilige Geest aan te kondigen die altijd bij hen zal zijn en hen zal bij staan. De discipelen zien hoe een wolk hem opneemt en Jezus zich bij zijn Hemelse Vader voegt. Met Pinksteren daalt de Heilige Geest uit de wolken neer.

Dauwtrappen

In de wolken zijn, een hemels gevoel, blij en gelukkig zijn … dan zie ik al snel een dansend kind op blote voeten in het gras. Een oud gebruik op Hemelvaart is dan ook het dauwtrappen.
Oorspronkelijk een onderdeel van het meifeest in de voorchristelijke tijd waarbij de Germanen de wederopbloei van de natuur vierden. Dat gebeurde niet bij het krieken van de dag. Al om drie uur ‘s nachts stond je op om op blote voeten in de Heilige Wouden te wandelen, te dansen en te zingen om de voorvaderen te
eren. Dit zou een magische en helende werking hebben.
Dit gebruik houdt weer verband met de latere processies van de Katholieke kerk.
In de negentiende eeuw trok men in Amsterdam de stad uit en de velden in met lekkers voor onderweg; rozijnen, vijgen, krakelingen en een straffe borrel. Het was een vroege wandeling, want men zat om negen uur weer keurig in de kerk voor de mis.
In Rotterdam moesten de langslapers trakteren op Hemelvaartbollen.
Wij doen niet ieder jaar aan een potje dauwtrappen, de kinderen zijn inmiddels langslapers. Er worden genoeg natuurexcursies en wandelingen georganiseerd, maar we gaan er liever gewoon met ons zessen en de hond op uit voor een tocht door het bos, over het strand of we trekken de polder in. We gaan op zoek naar paardenbloemen om de pluizenbollen weg te blazen en ik steek een bellenblaas in mijn zak. De bellen maken een symbolische hemelvaart en we worden vanzelf stil.
Het dauwtrapontbijt is dan meestal een dauwtrapbrunch geworden. En als heuse Rotterdamse langslapers, kunnen de Rotterdamse Hemelvaartbollen niet ontbreken. We maken een extra portie van het deeg om
traditioneel ook wat bollen uit te delen.

De Hemelvaart van Jezus Christus [Juul van der stok]

Met Pasen herdenken we dat Jezus Christus is gestorven en uit de dood is opgestaan. Volgens de Bijbelteksten van het Nieuwe Testament was Jezus daarna nog veertig dagen bij zijn leerlingen, en hij ging door met hen te onderwijzen. Op de dag van zijn Hemelvaart zegende hij hen en “nadat Hij dit
gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok hem aan hun ogen.” (Handelingen der Apostelen 1:9).

Je stelt je voor dat Jezus langzaam wegzweeft en dan achter een wolk verdwijnt, precies zoals je het op oude schilderijen kunt zien. Hij verlaat dan dus de aarde, gaat van ons weg.

Hemelvaart = Aardevaart

Volgens Rudolf Steiner heeft Jezus Christus de aarde helemaal niet verlaten- integendeel. Hij breidde zich juist uit, werd groter en groter en werd één met de hele aarde. Ik vind deze visie niet heel gemakkelijk te begrijpen, maar ik stel me hierbij voor dat de energie van Christus eerst nog geconcentreerd was in zijn opstandingslichaam, dat heel veel leek op zijn gewone lichaam van toen hij
nog leefde. Tijdens de Hemelvaart verspreidde zich zijn energie en stroomde langzaam uit over de hele aarde, werd één met alle energieën die er hier zijn. Een ultieme verbinding met de aarde en alles wat erop leeft, ook met alle mensen.

Hemelvaart vieren met kinderen

Hemelvaart valt altijd in de uitbundige bloesemtijd van de lente, en dat sluit mooi aan bij de betekenis.
De aarde krijgt nieuwe energie en ontwikkelt zich. Op de dag zelf gaan veel mensen dauwtrappen, en dat is een mooie manier om het feest te vieren. Dat kun je ook als gezin goed doen. Je staat op met zonsopgang en gaat met picknickmand en al naar buiten om de natuur op te zoeken. Overal vind je
jong groen, bloesems, dieren die zich weer laten zien in de lente. Je hoort de vogels zingen, je ruikt de frisheid van het seizoen. Ik ben zelf vaak verbaasd hoe heerlijk je je gaat voelen simpelweg door te zien, voelen en horen wat er allemaal gebeurt in de natuur op deze dag. Ik voel me dan meestal als herboren- en sluit dat niet prima aan bij Hemelvaart?

Dauwtrappen op Hemelvaartsdag 14 mei 2020

Met Hemelvaartsdag stappen velen van ons al héél vroeg in de ochtend op de fiets of maken voor de zon opkomt een lange wandeling. Dan gaan we ‘dauwtrappen’ in de natuur die bezig is te ontwaken …
Maar waar gaat Hemelvaart eigenlijk over? We zijn vandaag de dag minder goed bekend met religieuze tradities. Toch staan we misschien dichter bij de spirituele inhoud van dit feest dan we denken.

Tekst: Tineke Croese

Hemelvaart vieren we veertig dagen na Pasen. De datum is afhankelijk van de paasdatum, die elk jaar anders is. Omdat Pasen altijd op zondag valt – soms in maart, maar meestal in april – valt Hemelvaart altijd op donderdag, meestal in mei en soms in juni. Sommigen denken dat deze feesten ‘bedacht’ zijn door het christendom. Niets is minder waar. Ook de voorchristelijke natuurreligies vierden deze feesten, gekoppeld aan bepaalde vaste momenten in het jaar in de natuur. Die werden later omgevormd en in de christelijke feesten voortgezet.

Lente in aantocht

Om de achtergronden van Hemelvaart te begrijpen, moeten we eerst een rondje door het jaar maken.
Nu het maart is, is de winter nog maar net (of nog net niet) voorbij. Het is dus niet moeilijk om je de natuur in wintertijd voor te stellen: de nadruk ligt op het levenloze, het minerale. Bomen en struiken steken hun kale takken skeletachtig in de lucht, de aarde is onbedekt. Het traag stromende water verstart soms tot ijs. Maar in maart merk je ook dat de lente in aantocht is: de sappen in de bomen en planten gaan weer stromen, de zonnewarmte brengt het water in beweging. Dat water zorgt ervoor dat de kale winterse aarde in april een levende omhulling krijgt van frisse, groene planten.
Een tweede levende omhulling volgt later in de zomer, als de zon ook de lucht om de aarde heeft verwarmd en bijen, vlinders, en andere insecten zich thuis voelen in die warme lucht vol bloemengeur en stuifmeel. Tegen de herfst balt alle zonnewarmte zich samen in het zaad of laait op en stroomt uit in de vuurkleuren van de herfstbladeren. In de kringloop van de seizoenen komen de vier elementen om de beurt naar voren: de minerale aarde, het stromende water, de ijle lucht en de vurige warmte.

Water

In één periode in het jaar – in mei, wanneer de late lente overgaat in de vroege zomer – treedt een samenspel van de elementen op. De warmte van de zon laat het water in rivieren en meren verdampen. Onzichtbaar stijgt het water op om pas hoog in de koudere luchtlagen opnieuw zichtbaar te worden als wolken aan de hemel. Uit die wolken valt de meiregen die de aarde doordrenkt en
vruchtbaar maakt, en de rivieren vult… De kringloop van het leven wordt in stand gehouden door de kringloop van het water, dat in mei zijn eigen hemelvaart begint.
Hoe belangrijk dit natuurproces is, is voor ons nog maar moeilijk na te voelen. Wij vinden het normaal dat al ons voedsel in de supermarkt te koop is. Voedselschaarste kennen we al decennialang niet meer. Maar als je direct afhankelijk bent van de opbrengst van je akkers, dan is het samenspel van zonnewarmte en aarde, van wolken en water van levensbelang, want het bepaalt of er hongersnood zal zijn of overvloed. Wolken en water vormen het zichtbare deel van een wereldomspannend geheel van levenskrachten dat een grote rol
speelt bij de voortgang van het leven.
In de voorchristelijke natuurreligies beleefden de mensen dit geheel van beweeglijke en veranderlijke levenskrachten als vrouwelijk. Ze personifieerden dit levensgeheel als de leven schenkende ‘godin’, die vooral in mei werd vereerd.

Elementen

Hemelvaart valt niet toevallig in mei. Dit feest heeft te maken met het levensgeheel dat vroeger de ‘godin’ werd genoemd. Om dit te duiden, moeten we even terug naar het lentefeest Pasen. Bij de oude lentefeesten vierden we dat de natuur opnieuw tot leven kwam en de opstanding van Christus die een
overwinning is op de dood. Het christelijke lentefeest Pasen richtte zich op het vergaan en ontstaan in de vergankelijke natuur. Christus liet zien dat wij een kern in ons dragen die niet vergankelijk is, maar eeuwig en onsterfelijk.

Terug naar Hemelvaart.
Volgens de Bijbel bleef Christus na zijn opstanding nog veertig dagen in een
fijnstoffelijk lichaam bij zijn leerlingen, om hen dan opnieuw te verlaten. De leerlingen zagen dat Christus werd opgenomen ‘op de wolken van de hemel’, maar konden hem in dat element niet meer waarnemen. De Bijbel beschrijft ook dat Christus opnieuw zal verschijnen ‘op de wolken van de hemel’, dus in hetzelfde element waarin hij onzichtbaar werd.
Ik denk dat dit een metafoor is voor het geheel van uiterst fijne, beweeglijke en veranderlijke levenskrachten dat met de aarde verbonden is, hetzelfde geheel dat in de oude natuurreligies de ‘godin’ genoemd werd. De Keltische christenen uit
het vroege christendom bezaten een grote gevoeligheid voor de wereld van de elementen. Zij beleefden Christus als een levende kracht in wolken, water en wind. Daarom noemden zij hem de ‘Heer van de elementen’.
Met Hemelvaart ging Christus op in de fijnere elementen, begon hij verder te werken vanuit een onstoffelijke wereld vlak achter de stoffelijke. In onze tijd blijken steeds meer mensen ontvankelijk voor die onstoffelijke wereld. Daarom denk ik dat Hemelvaart niet meer gaat over het ‘verdwijnen’ van Christus in het onstoffelijke, maar juist over zijn ‘verschijnen’ daarin. Over de mogelijkheden die wij zelf hebben om door te dringen tot de wereld achter de stof waarin Christus aanwezig is.

Dauwtrappen

Traditie op Hemelvaartsdag is vandaag de dag het zogeheten ‘dauwtrappen’: heel vroeg opstaan, nog voor de zon opkomt, om een lange wandeling te maken in de natuur die bezig is te ontwaken. Wie dat weleens heeft gedaan – al dan niet met Hemelvaart – weet dat de dingen er zo vroeg in de ochtend heel anders, veel zuiverder uitzien dan later op de dag. Misschien zijn je zintuigen op dit ongewone tijdstip scherper dan anders. Maar misschien laat je door het ongewone tijdstip ook eerder je vaste voorstellingen los over hoe de dingen er volgens jou uit horen te zien. Dit is ook een voorwaarde om het stromende, beweeglijke geheel van de elementen en de levensenergie te kunnen beleven.
Bij dauwtrappen is het tijdstip ongewoon. Je kunt ook kiezen voor een ongewone locatie: zo ziet alles er vanaf het water ook weer heel anders uit. Ook het volgen van de beweeglijke vormen van water of de grillige vormen van de wolken zorgen ervoor dat je losser komt te staan tegenover de stoffelijke wereld. Door die gewone werkelijkheid met andere ogen te zien, stel je je open voor de onstoffelijke werkelijkheid erachter. Hemelvaart is: bewustwording voor die onstoffelijke, spirituele werkelijkheid.
Dat maakt Hemelvaart tot meer dan een feestdag in het jaar. Hemelvaart is een levensinstelling voor élke dag van het jaar.

Antroposofie en het kind

Hemelvaart vindt 40 dagen na Pasen
plaats. Christus wordt in het
Lucasevangelie op een wolk omhoog
gedragen naar de hemel. De wolk is
dan ook het symbool voor Hemelvaart.
Wolken hangen tussen de hemel en de
aarde in en zijn daardoor het symbool
van die verbinding.

In de middeleeuwse kunst vinden we mooie afbeeldingen van de Hemelvaart. Zo’n afbeelding kan tegen een achtergrond van goudkarton boven de seizoentafel hangen. Verder ligt er op de seizoenstafel een groene lap met in een vaasje een
veldboeketje en liggen er eventueel gouden sterretjes als symbool voor de hemelkracht gestrooid.

Spiritueel gezien is Christus boven het waarnemingsvermogen van de discipelen en volgelingen uitgegroeid.
Hij is echter niet weg van de aarde, maar werkt als “hemelkracht ”of lichtbrenger op aarde. Die kracht kunnen we in onszelf voelen; veel mensen kunnen Christus in hun hart als liefde ervaren of zich verbinden met zijn Goddelijke kracht.

Het is leuk om met kinderen naar de wolken te
kijken en te fantaseren wat ze voorstellen, vooral
omdat er in de periode rond Hemelvaart vaak
opvallende wolkenformaties te zien zijn. Het is ook
erg leuk om op Hemelvaartsdag naar buiten te gaan.
Helemaal bijzonder is het als je bij zonsopkomst op je blote voeten gaat dauwtrappen.
Kinderen vinden dit geweldig!

Ook paardenbloemen pluizen blazen,
zien waar de zaadjes zich naar toe begeven….
En daarmee een wens de wolken inblazen…
Of gevonden veertjes van je hand afblazen.
Wat een prachtig moment om daar, buiten, een veertje
te vinden [betekent voor velen dat de engelenwereld
nabij is.

Pasen, Hemelvaart, Pinksteren: ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. We kennen Hemelvaart natuurlijk van het dauwtrappen, maar wat betekent het feest eigenlijk? Ik onderzocht het en ontdekte dat Rudolf Steiner een heel mooie visie had op Hemelvaart, die heel anders is dan ik vroeger heb geleerd.

Door: Fred

Met Hemelvaart herdenken we dat
Christus, veertig dagen na zijn
opstanding uit het graf, van de aarde
opsteeg naar de hemel. De apostelen
zagen hoe een wolk hem opnam en
hem aan hun ogen onttrok. Sindsdien
heet het dat Christus vanuit
‘ “wolkenhoogten“ met ons is tot aan
de voleinding der wereld’.
Een opmerkelijk beeld is dit. Christus is,niet tot in de hemel gegaan, niet tot
naar zijn oorsprong, maar in de ruimte tussen hemel en aarde gebleven: op wolkenhoogten.
Bij Johannes de Doper vinden we een soortgelijke beeldspraak. Toen hij Jezus in de Jordaan doopte zag hij “de hemel openscheuren”
Een tussenruimte werd gevormd, van waaruit een lichtende duif naar beneden daalde. Je kunt je afvragen wat we ons daarbij moeten voorstellen, bij wolkenhoogten en tussenruimte.
Wolken ontstaan, zoals bekend, in een samenspel tussen zon en aarde. Zonnewarmte doet water tot wolken verdampen. Hieruit valt op den duur regen, sneeuw of hagel naar beneden. Vervolgens vloeit het water dat op het vasteland is gevallen door rivieren weer terug de zeeën in. Deze kringloop van de inwerking van de zon op zeewater, wolken, regenwater boven vasteland, rivieren die het terug laten vloeien, kun je beschouwen als het levende organisme van de aarde. Zonder deze kringloop is leven op aarde niet mogelijk. Waar alleen de zon schijnt, verschroeit het leven. Waar de zon nooit schijnt, kan niets groeien.

Laten we nu eens bij onszelf kijken, in onze binnenwereld. Daar kunnen we ook een hemelse en een aardse kant ervaren. Om onze hemelse kant te zien, onze goede eigenschappen, kost ons meestal weinig moeite, maar het aardse in onszelf te erkennen valt niet mee. We kijken liever de andere kant op, weg van onze aardse schaduw, richting de zon. Voor het afdalen in onszelf is moed nodig.
Bijna iedereen spreekt schande van corruptie, criminaliteit en oorlogsmisdaden, maar in feite zijn wij tot dezelfde dingen in staat. In ieder van ons schuilt de dief en de moordenaar. Dit in te zien vraagt het uiterste. We zijn gewend nogal positief over onze eigen innerlijke motieven te denken. Daaraan ontlenen we over het algemeen ons zelfbewustzijn. Wanneer het ons echter lukt “het slechte“ in onszelf te erkennen, en we het accepteren als een deel van ons wezen, dan zijn we bezig tussenruimte te creëren. Die tussenruimte is onze verbinding van het
aardse met het hemelse. Het is een gebied op zichzelf waarin het wezenlijke zich openbaart. Dit uit zich in een mildheid jegens onszelf en jegens anderen. Vanuit die mildheid oordelen we niet zo snel meer over anderen, want we weten hoe we zelf zijn.
Oscar Wilde heeft eens gezegd:

Een zondaar en een heilige zijn dezelfde mensen; alleen heeft de heilige een verleden achter zich en de zondaar een toekomst voor zich.

Met andere woorden, we kunnen als mens pas tot het hemelse, het goede komen door eerst in onze eigen hel af te dalen.
In verkleinde vorm ervaren we dit bij ziekte of lijden. Wanneer we hersteld zijn of ons gelouterd voelen, ervaren we onszelf lichter en beter dan ervoor. Alsof iets binnenin ons, een ziektekiem, een stukje duisternis, zich heeft vrijgemaakt en is losgekomen. Voorwaarde is overgave aan de ziekte, aan het lijden. Ofwel, erkenning en acceptatie van de kleine hel in onszelf.
Met die veroverde mildheid zullen we een ander nu anders tegemoet treden. We creëren ruimte tussen ons en de ander, een vrije ruimte. Die ontstane ruimte kun je zien als een oordeelsvrij gebied tussen mij en de ander. Zeg maar een uitwisselingsgebied, zonder beperkingen. Dit nu zorgt voor het wezenlijke in de ontmoeting, en niet zozeer mijn eigen ik of dat van de ander. Daar, in die
tussenruimte, is plaats voor begrip. Wat deze tussenruimte kenmerkt is aandacht en vrijheid. Eerbied, zullen sommigen zeggen. Aandacht voor de ander, met tegelijkertijd een terughouden van onszelf.
Je merkt dan hoe een vonk kan overslaan, hoe licht en ruim alles wordt, op het zorgeloze af. Alles kan, alles is mogelijk, in dat ene moment. Er worden geen claims gelegd, geen verwachtingen gedacht of uitgesproken. Elk oordeel of vooroordeel ontbreekt. De inzichten stromen binnen. Hier gebeurt het, zo voelen we, hier ontstaat echte interesse voor de ander, voor onszelf, voor al wat leeft en wil groeien.

Er is een verhaal van Goethe, Het
sprookje van de groene slang en de
lelie. Hierin ontmoeten de koning
en de slang elkaar. De koning is het
beeld voor het hoogste, de slang
voor het laagste in de mens. Maar
de slang beschikt over een voor de
koning onbereikbare schat: het
goud. Het goud staat hier voor de
geestelijke inwijding. Er ontstaat het
volgende tweegesprek:
Waar kom je vandaan???
Uit de onderaardse gangen, waar
het goud zich bevindt, zei de slang. Wat is heerlijker dan goud? vroeg
de koning.
Het licht, antwoordde de slang.
Wat is verkwikkender dan licht? vroeg de eerste.
Het gesprek, zei de slang.
Heerlijker dan het goud is het licht, zegt de slang, de openbaring van
de waarheid, de werkelijkheid. Het licht in de duisternis. Maar de
koning vraagt verder en wil weten wat verkwikkender is dan licht.
Het gesprek, zegt de slang, hetgeen betekent: de wezenlijke ontmoeting
tussen mensen waarbij gevraagd, geluisterd en verteld wordt. Het
goud van de ervaringen komt daar samen met het licht van de
inzichten. Dit met een ander te delen tilt je op, verkwikt je alsof je
elk moment opnieuw geboren wordt.

Laten we even teruggaan naar Hemelvaart. Deze vindt plaats veertig dagen na Pasen; carnaval veertig dagen ervoor. Hemelvaart is zodoende in de tijd de spiegeling van carnaval om het paasfeest heen. Bij carnaval werden we ons bewust van het feit dat onze aardse persoonlijkheid slechts een masker is dat
het hemelse, het geestelijke, omsluiert. Met Pasen gingen we door de dood van dit masker heen en ontwaakten we tot het geestelijke leven. Met Hemelvaart nemen we het donkere aardse vol bewust mee op naar omhoog, naar het licht. Zoals de hele natuur in deze periode naar boven reikt, met uitbundig bloeiende planten en voor het eerst volop in het groen staande bomen.
Daarboven, in het licht, daar wordt de duisternis omgewerkt. Niet door het af te stoten, maar door het te erkennen, door het lief te hebben. Dit licht, dat duisternis in zich opneemt, is liefde.

Uit: Fred Tak ABC Kinderboeken – welkom (abc-antroposofie.nl), uitgeverij Christofoor, september 2017

Bellenblazen is leuk voor jong en oud… Het is mooi om die
prachtig gekleurde bellen zo langzaamaan op te zien stijgen,
maar soms gebeurt het dat ze erg snel uit elkaar spatten. Om dat
te voorkomen moet je een goed sopje hebben, bijvoorbeeld van
Driehoek vloeibare zeep.

Een pijpenkopje van een Bellen blazen (kleipijp.nl

In grootmoeders tijd gebruikte men stenen pijpjes
voor het bellenblazen. Goudse pijpen worden nog steeds gemaakt op
traditionele wijze in de pijpenmakerij ‘De Goudse Pijp’, in Schoonhoven (recentelijk verhuisd vanuit Gouda).
Je kunt in ‘De Goudse Pijp’, met je kinderen, zelf pijpjes maken,
en ook kant-en-klare pijpjes kopen.

Maar je kunt ook een gereedschapje maken door van ijzerdraad een ringetje met handvat te vormen, op dezelfde manier als aangegeven hieronder, onder ‘Blaasgereedschap maken voor grote bellen.’

Blaasgereedschap maken voor grote bellen

Nodig:
• IJzerdraad
• Kniptang
• Stevig tape of iets dergelijks voor het handvat
• 2 rietjes
• Dik katoendraad met een lengte van ongeveer 70 cm.

Met het ijzerdraad maken we ringen en eventueel andere vormen. We draaien de uiteinden van het ijzerdraad tot een handvat. Maak kleine en grote exemplaren zodat de kinderen meer experimenteermogelijkheden hebben. Als we tape om het handvat wikkelen voorkomen we dat het ijzerdraad in de handjes prikt.
Voor een ander bellenblaasgereedschap halen we katoendraad door 2 rietjes. De uiteinden van het draad knopen we aan elkaar vast.

Grote bellen blazen
Wil je wat experimenteren met grote bellen, dan is het belangrijk dat het zeepsop een optimale samenstelling heeft, zodat de bellen wat steviger worden.
Wat heb je nodig voor een extra goed sopje?
• 200 ml afwasmiddel. Gebruik de meest simpele: zonder citroengeur of ingrediënten voor zachte handen.
Of gebruik Driehoek vloeibare zeep.
• 700 ml water. Het beste is zacht water, bijvoorbeeld regenwater of
gedemineraliseerd water, deze is verkrijgbaar bij de drogist. (door de
aanwezigheid van kalk in het water spatten de bellen nl. wat sneller uit elkaar.)
• 100 ml glycerine (drogist)
• Eventueel een scheutje schenkstroop zoals maïsstroop om de bellen nog steviger te maken.
Mocht je meer sop nodig hebben, maak dan een veelvoud hiervan in dezelfde verhouding.
Roer de ingrediënten rustig door, tot een homogeen mengsel ontstaat, en laat het de hele nacht zonder deksel staan.

En dan. . .
• Giet het sop in een lage schaal, een pizza pan, of bijvoorbeeld een dienblad.
• Doop je bellenblaasring in het sop. En blazen maar…
• Als je de bel hebt geblazen gooi hem dan voorzichtig, zonder harde ruk, de lucht in.
• Kijk hoe prachtig je bel is, en hoe mooi hij zweeft.
• Als je een bel aanraakt met droge handen dan breekt hij, maar
doop je je hand eerst (helemaal) in het sopje, dan kun je hem
zelfs in de bel steken.
• Probeer eens met een rietje een bel in een bel te blazen…
• En je ontdekt vast andere leuke dingen…

Tips:
• Schep het schuim af en toe weg, want (grote) bellen breken hierdoor.
• Hoe langer een bel nat blijft des te langer blijft hij heel. Het bellen blazen gaat beter op wat vochtiger dagen dan op droge hete dagen. En in de schaduw (uit de wind) is beter dan in de zon.
• Het is af te raden om deze activiteit binnen te doen want het mengsel is moeilijk te verwijderen van bijvoorbeeld je gordijnen.
• Vermijd contact van de zeep met de ogen, om prikken te voorkomen.
• Gooi sop dat overblijft niet weg! Het wordt zelfs beter als je het langer laat staan!
Veel plezier met het bellen blazen…!
Tineke’s Doehoek

Bellenblazen bij de wastobbe

Een leuke en makkelijke manier om de lucht te verkennen is een parachute maken. Neem de parachutes mee naar de top van het klimrek en kijk wat er gebeurt als ze naar beneden vallen.

Materiaal
• vierkante stukken lichte stof van 20×20 cm (Geschikt zijn mousseline of kaasdoek dat niet te open geweven is. Je kunt ook kringlooppapier, tissues of papieren servetjes gebruiken.)
• garen (4 stukken van ca. 30 cm lang)
• kneedwas of boetseerklei

Werkwijze
• Bind aan elk van de vier hoeken van de stof een draad:
frommel de hoek een beetje in elkaar, draai het ene uiteinde van de
draad er een paar maal omheen en knoop het vast. Laat het andere
eind van de draad vrij.
• Knoop de uiteinden van de vier draden aan elkaar.
• Werk de knoop weg in een bolletje kneedwas of boetseerklei en maak desgewenst een klein figuurtje met het bolletje als hoofd.
• Maak een globale vorm, zonder al te veel details.
Oudere kinderen kunnen hun parachute zelf maken. Jongere kinderen
zullen wat hulp nodig hebben of er alleen mee willen spelen.

Met het oog op de natuur, Carol Petrash
Knutselen en spelen met materiaal uit de natuur

Hemelvaart met Juul van der Stok
Bron: ‘Schipper mag ik overvaren’

Uit het verslagje over het ’dauwtrappen’ op de ochtend van Hemelvaart:
’…En de jongste vraagt: ”Waar komen de wolken vandaan?”
”Uit engelland”, antwoordt plechtig de oudste.
”En waar gaan ze naar toe?”
”Helemaal rond de aarde”, wordt
geantwoord.
Tijdens dit gesprek voel ik hoe we even mee opgetild worden in de wolkenwereld met z’n eeuwige metamorfosen. We zingen in canon uitbundig ons wolkenlied’.
Wolken vol met sneeuw en regen
Vallen op de aarde neer en
Vormen de beken, vullen rivieren,
Stromen kabb’lend naar de zee,
Spieg’len zich in stille en zeer
Diepe koele waat’ren de
Zonneschijn geeft licht en warmte,
Dampen stijgen op ten hemel en vormen…
(Wolken vol met sneeuw…etc

Sprookjes en verhalen van Pasen tot Pinksteren

Overige auteurs
Sprookjes van Grimm
• De bijenkoningin
• Jorinde en Joringel
• Sneeuwwit en Rozerood
• De kristallen bol
• Hans en Grietje
• Assepoester
• De witte en de zwarte bruid
• Sneeuwwitje
• Bontepels
• De stukgedanste schoentje
• De drie veren
• De kikkerkoning
• Het levenswater
• Het ezeltje
• De drie talen
• Het zeehaasje
• Twee gebroeders
• Roodkapje
• De wolf en de zeven geitjes
• Koning Lijsterbaard
• De wachtelboom
• De dood als peet
Hans Christian Andersen
• Het lelijke jonge eendje

Zie op deze blog: sprookjes

Hemelvaartsdag: onderstaand lied
zong ik in mijn vroegste jaren als kleuterleidster
in een “christelijke” kleuterschool met de kleuters..
De melodie kun je vinden op YouTube.

Op een lichte wolkenwagen
wordt de Heer van d’aard gedragen.
Vaart Hij op naar ’s hemels troon,
vaart Hij op naar ’s hemels troon.

Dit onderstaand liedje heb ik zelf gemaakt en in mijn jaren
als kleuterjuffie in het vrijeschoolonderwijs gezongen.
We zongen het liedje binnen maar zeker ook buiten en
bekeken de wolken: hoe zien de wolkjes er vandaag uit?

Hemelvaartsdag: de mooiste tradities en tips op een rij

Van de site:
Een wagen vol verhalen.

Hemelvaartsdag, de dag die altijd 40 dagen na Pasen en 10 dagen voor Pinksteren valt. Op deze dag wordt herdacht dat Jezus Christus is teruggekeerd naar God, zijn vader in de hemel.
In Nederland is dit een erkende feestdag, en deze dag gaat gepaard met vele tradities en gebruiken.
Hieronder een overzicht van de bekendste tradities rond Hemelvaart.

Dauwtrappen
Wat dauwtrappen is weet iedereen wel, zou je denken. Toch komt deze traditie op Hemelvaartsdag maar in enkele plekken in Nederland voor. Bijvoorbeeld in de Achterhoek.
Tegenwoordig staan sommige mensen zeer vroeg op om op deze dag een wandeling te gaan maken of zelfs een fietstocht. Hoewel dit gebruik helemaal niets met het christelijke Hemelvaart te maken heeft wordt dit toch elk jaar op dezelfde dag gedaan. Waar en wanneer het dauwtrappen precies is ontstaan is niet zeker, maar vermoedelijk gaat deze traditie terug naar de eerste eeuw naar de tijd van de Germanen. Men dacht toen dat dauw, vooral op speciale dagen, een geneeskrachtig en magisch effect had als je er heel vroeg doorheen danste op blote voeten. Dit hele gebeuren was waarschijnlijk een meifeest van de Germanen, waarbij ze de opkomst van het nieuwe leven in de natuur vierden.
Ook op de website staan verhalen over dauwtrappen, zoals een ondeugend verhaal en nog een over de moderne versie van dauwtrappen.

Broodweging
Een eeuwenoude traditie die jaarlijks herleeft is het wegen van het roggebrood. Dit gebeurt bij de Muldersfluite tussen Hengelo en Zelhem. Vroeger mochten de bewoners ‘plaggen steken’ (het verwijderen van de bovenste grondlaag met begroeiing) op voorwaarde, dat ze jaarlijks rond Hemelvaartsdag roggebrood leverden van minstens 22 pond, dit is meer dan 10 kilo! Het brood was bestemd voor de armen in de gemeente. Degene die het zwaarste brood leverde, vaak meer dan 100 pond, kreeg 2 flessen wijn. Als het brood minder woog dan 22 pond, moest men 6 stuivers betalen. Vanaf 1772 werd het niet leveren van roggebrood zelfs bestraft met en dubbele levering in het volgend jaar. De activiteiten bij de Muldersfluite starten om 12.00 uur en de Historische
roggebroodweging begint om 14.00 uur.

Grensmarkt
In Dinxperlo wordt elke jaar de grote ‘Grensmarkt’ georganiseerd. Deze markt wordt zo genoemd omdat de kramen zowel op Nederlands als op Duits grondgebied staan. De markt trekt jaarlijks vele tienduizenden bezoekers uit beide landen. Langs de Heelweg en de Hogestraat presenteren de marktkooplieden uit alle delen van Nederland hun waren. Maar ook Duitse
marktkooplieden zijn uiteraard volop vertegenwoordigd, met een zeer gevarieerd assortiment. Naast de professionele marktkooplieden is er ook elk jaar plaats voor Dinxperlose verenigingen, die met diverse activiteiten hun kas proberen te spekken of aandacht vragen voor hun vereniging/activiteit.
Aan het begin van de straat is er een kleedjesmarkt, speciaal bedoeld voor kinderen. Er is nog veel meer…

Een Wagen vol Verhalen

.

Pinksteren en Hemelvaartalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

.

2764-2593

.

.

.

.

VRIJESCHOOL Jaarfeesten – Pasen (45)

.
Tineke Croese, Antroposofisch Magazine nr.5 2017
.

Over dood en opstanding, over sterven en opnieuw verrijzen
.

PASEN
.

Bij ‘lente’ denk je aan een teer groen waas over de bomen, zwellende knoppen, de eerste eendenkuikentjes in de sloot en huppelende lammetjes in de wei. Als de natuur weer tot leven komt, is dat een feest op zich. Ook Pasen is een lentefeest, ook daar gaat het om de vernieuwing van het leven. Maar het is een andere vorm van leven, die met Pasen de dood overwint.

Naar geen seizoen kunnen we zo verlangend uitzien als naar de lente. Dat heeft vermoedelijk te maken met het seizoen dat eraan voorafgaat. Ook de winter heeft zijn aantrekkelijke kanten, van behaaglijk binnen zitten tot buiten plezier hebben in de sneeuw of op het ijs. Maar als er één seizoen is dat een einde moet hebben, dan is het de winter wel. We zijn dan voor voedsel aangewezen op voorraden. Die raken nu eenmaal een keer uitgeput. Tegenwoordig vliegen we groenten in uit andere delen van de wereld, maar die mogelijkheid bestaat nog niet zo lang. Dat maakt het begrijpelijk dat de lente vroeger werd begroet met een vreugde en opluchting die ook voor ons nog herkenbaar zijn. Want stel je voor dat het hele jaar net zo donker zou zijn als de winter! Daar moet je toch niet aan denken. De lente brengt behalve het leven ook het licht terug op aarde.

Al in de voorchristelijke tijd waren het ei en de haas lentesymbolen. Dat het ei naar nieuw leven verwijst, spreekt vanzelf. Bovendien geeft de ronde vorm aan dat het leven geen begin of einde kent, maar altijd doorgaat. De haas is een heel kwetsbaar dier, een echt prooidier dat door andere dieren gegeten wordt. Hij verdedigt zich voornamelijk met zijn grote vruchtbaarheid. De haas staat voor de levenskracht van de plantenwereld, die zichzelf onbaatzuchtig wegschenkt als voedsel voor dier en mens. Als paasei en paashaas zijn het ei en de haas ook bij de symboliek rond het paasfeest gaan horen. Ze laten namelijk ook iets zien van de essentie van Pasen. Het kuikentje moet, om verder te kunnen leven, eerst door een schaal van dode kalksteen breken. Van de haas wordt gezegd dat hij de plaats inneemt van een door jagers achtervolgde soortgenoot. De achtervolgde haas kan op adem komen doordat een ander zich voor hem offert: dat maakt de haas tot Christussymbool.

Nieuw begin

In de Oudheid waren de lentefeesten ook nieuwjaarsfeesten. De aarde begint in de lente immers aan een nieuwe levenscyclus, en zorgt daarmee voor het voortbestaan van de mens. Maar al die levensvormen die in de natuur ontstaan, zijn vergankelijk. Wat in de winter dood was, ontkiemt en groeit in de lente, komt in de zomer tot bloei en rijping, en wordt in de herfst geoogst – maar moet in de winter onherroepelijk weer sterven.

Ook Pasen gaat over dood en opstanding, over sterven en opnieuw verrijzen. Maar het leven dat dan de dood overwint, is een onvergankelijke kracht in de mens. De opstanding van Christus is geen tijdelijk tot leven komen in de eeuwige cyclus van de natuur, maar rekent definitief af met de dood. Dat maakt Pasen moeilijk te begrijpen: hoe kun je de dood definitief overwinnen? De opstanding gaat in tegen alle natuurwetten. Het maakt Pasen tot een nieuw begin. Niet het nieuwe begin van een jaarcyclus, maar hét grote keerpunt in de geschiedenis van de mensheid.

Schimmenrijk

Die geschiedenis begint bij de schepping. De frisheid van een pas geschapen wereld stel je je onwillekeurig voor als het prille, net ontluikende leven in de lente. En bijna vanaf dat eerste begin was ook de dood aanwezig in de schepping. Na de verdrijving uit het paradijs raken mens en natuur steeds meer in de greep van de dood. Voor de mens hield de dood op de eerste plaats in wat hij nu ook nog inhoudt: het leven op aarde en het leven na de dood spelen zich af in twee gescheiden werelden. Maar op de tweede plaats werd het voor de ziel steeds moeilijker om in het leven na de dood haar weg te vinden. Volgens de mythologieën uit de tijd rond het begin van de jaartelling verbleef de ziel na de dood in een afgesloten schimmenrijk waar ze nauwelijks bewustzijn had van zichzelf. De hemelse wezens die de ziel wilden helpen, konden haar niet bereiken. Want in het schimmenrijk kwam je alleen door te sterven, en hemelse wezens sterven niet. Daarom nam Christus, een van die hemelse wezens, de taak op zich om mens te worden en als mens te sterven. Zo kon hij het schimmenrijk binnengaan en de macht van de dood breken. Lijden en dood van Christus getuigen van zijn volledige menswording, de opstanding getuigt van zijn overwinning op de dood. Tussen dood en opstanding voltrok zich een gebeuren dat in legenden en in sommige apocriefe evangeliën verteld wordt: toen Christus direct na zijn sterven in de duisternis van het schimmenrijk verscheen, was het of daar het licht van de zon opging. Het heldere licht van de Christuszon gaf de zielen – en geeft ze nog steeds – de kracht om hun eigen weg te zoeken in het leven na de dood.

Pasen

Christus bevrijdde door zijn dood en opstanding de oude schepping uit de macht van de dood. Die schepping kwam tot stand in zeven ‘dagen’. Met die ‘dagen’ worden de kosmische krachten aangeduid die bij de schepping betrokken waren. Zij waren in de week voor Pasen ook betrokken bij de vernieuwing van de schepping. Ze werkten namelijk in de gebeurtenissen van de Stille Week. Pasen valt na de Stille Week, en altijd op een zondag. Maar Pasen is ook een lentefeest. In de Oudheid werd het lentefeest gevierd op de dag van de eerste volle maan in de lente (dat is: als de zon in de kosmos door het lentepunt is gegaan]. Pasen valt echter op de eerste zondag na de eerste volle maan in de lente. Dit samenspel van kosmische krachten maakt dat Pasen elk jaar op een andere datum valt: het wordt immers elk jaar op een ander tijdstip lente, en dat geldt ook voor het vol worden van de maan.

Het is niet moeilijk om het herleven van de natuur in de lente te vieren. Maar het is wel moeilijk om Pasen te ‘vieren’ – de lichamelijke dood en opstanding kun je bij leven niet ervaren. De katholieke en oosters-orthodoxe kerken lieten de gelovigen het paasfeest beleven door hen veertig dagen streng te laten vasten. Door te vasten beperk je de levenskracht van je organen tot een minimum, en na enige tijd wordt je bewustzijn ongewoon helder. Zo kun je in je eigen organisme bij leven toch een vorm van dood en opstanding ervaren.

Een meer innerlijke vorm reikt het leven ons vaak zelf aan. Als je geconfronteerd wordt met verdriet, verlies en rouw, met depressies, traumatische ervaringen, of gewoon tegenslag – dan kan dat een doodsbeleven zijn. Midden in het leven beleef je je eigen Golgotha. Vaak ga je uit innerlijke noodzaak op zoek naar de zin van zulke ‘doodservaringen’, of minstens naar een manier om ermee te leven. Lukt dat, dan kan dat voelen als een opstandingsmoment, een sterke levenskracht. Ook dat is Pasen, en dat kan voor iedereen op een ander moment zijn.

.

Jaarfeesten: Pasen alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: jaarfeesten: Palmpasen/Pasen

.

2755-2584

.

.

.