VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël – verhalen (10-6)

.
Een Koptische legende uit het ‘Boek van de inzegening’ 14, 37)
.

Hoe Michaël in zijn ambt werd benoemd

.

In den beginne schiep de Vadergod door zijn kracht de hemel, het geweldige, oneindige firmament. Toen dat geschied was schiep hij de aeonen en vervolgens de engel die Saklithaboth werd genoemd, dat is ‘hij die de hemel en de aarde opschrikt’. En de Vader plaatste hem boven alle engelen en engel-heerscharen en zij allen gehoorzaamden hem. Als tweede engel werd Michaël geschapen, na hem Gabriël, Rafaël en alle andere engelen in grote scharen.

Zeven engelen werden aangewezen om Saklithaboth, de eerstgeschapene, als hun leider te dienen, en zij zongen hymnen ter ere van de heilige Triniteit.

Van het begin af aan had de Triniteit Saklithaboth met grote hoogmoed begiftigd en zo regeerde hij over de engel-scharen hoogmoedig en trots, maar zeer kundig.

Toen kwam het uur dat de Vadergod de mens schiep. Hij vormde hem naar zijn beeld en zette hem in het paradijs — in de tuin der engelen en der hemelse schepselen.

Toen de mens geschapen was, gaf de Vader aan de Zoon-god de blik vrij op de toekomstige ontwikkeling van het mensengeslacht. En de Zoon schouwde in grote kosmische beelden de daden van de mensen en hoe ze in de loop der tijden zonde na zonde op hun schouders laadden. Hij zag ook de bestraffing der zonden en hoe meer hij zag, des te groter werd zijn medelijden, tot hij tenslotte de Vader smeekte hem voor een daad van verlossing naar de toekomstige aarde te zenden zodra de tijd daarvoor gekomen zou zijn, opdat hij de mensen van hun zonden zou kunnen verlossen.

De Vader was zeer verheugd toen hij de wil om de mensen te verlossen bij de Zoon gewaar werd en hij beloofde hem dat hij zijn wens zou vervullen. Daarmee nam hij de toekomstbeelden voor de blik van de Zoon weg en het grote werk van de schepping kon worden voortgezet.

Aan de mens in het paradijs gaf God de naam Adam. Deze naam hadden de hoge aartsengelen Michaël, Gabriël, Rafaël en Uriël in de vier windstreken gevonden en gezamenlijk samengevoegd. Toen schiep de Vader een metgezellin voor de mens, en tezamen leefde het paar in de tuin van het paradijs en zelfs de engelen verheugden zich over hun schoonheid en roem.

Nu kwam de dag dat de Vader Adam bij zich riep en deze gaf antwoord, kwam en knielde neer, aanbad hem en smeekte om zijn zegen. Toen de mens zo in verering knielend de zegen van de Allerhoogste afsmeekte waren de engelen allen in een wijde kring om hem verzameld, en geen van hen ontbrak. En het koor der engelen bekrachtigde het gebed van de mens door een krachtig ‘Amen’.

De Vader riep nu de aartsengelen, engelen, cherubijnen en serafijnen, de vierentwintig oudsten en het gehele leger van de hemel op om Adam, die zijn gelijkenis en beeld was, te aanbidden. Vanuit de hemel daalde een zoete geur op het lichaam van Adam neer en de engelkoren riepen: ‘Gezegend zijn wij, want wij zijn waardig om u te zien, o beeld van onze koning — Amen!’

Alle engelen traden nu een voor een voor Adam en betuigden hem hun eerbied. Toen nu de engel die als eerste geschapen was aan de beurt kwam, weigerde hij Adam te aanbidden De Vader wendde zich tot hem en riep hem nogmaals op zijn schepping te aanbidden. Hoogmoedig weigerde Saklithaboth ten tweeden male. Verblind als hij was sprak hij tot de Vader: ‘Klein is de mens vergeleken bij mij, want ik werd vóór hem geschapen en ik ben groter dan alle engelen en de eerste onder hen.’

Ten derden male beval de Vader de hoogmoedige, Adam te aanbidden, en hij sprak tot hem, de eerstgeschapene: ‘Weet, Saklithaboth, dat je halsstarrigheid niet onbestraft kan blijven als je mijn gebod niet opvolgt. Je zult de kwade gevolgen van je daden ondervinden — je roept je eigen vernietiging over je af.’

Doch opnieuw weigerde de eerstgeschapene.

Toen zag de Vadergod dat het kwaad geschied was, want talrijke engelen werden door de weigering van Saklithaboth verleid en weigerden eveneens.

De Vader verkondigde toen voor alle engelen, dat Saklithaboth met deze weigering al zijn rechten verspeeld had — hij zou voortaan niet meer de eerstgeschapene heten, maar Saklam, de strijdzuchtige, of Mastema, de Boze. Daarop gaf hij een cherubijn opdracht, Saklam een vleugel af te slaan en hem op de aarde te werpen. Geen van de engelen was echter sterk genoeg om de Boze te bestrijden, behalve Michaël.

De engelen die samen met Saklam geweigerd hadden werden demonen, die uit de atmosfeer tevoorschijn breken en in de harten der mensen slechte gedachten opwekken.

Godvader echter zat op zijn troon en treurde en met hem weenden alle engelen.

Dit alles geschiedde op de 11e Athôr op het 11e uur van de dag, ten tijde van de zonsondergang.

Op de ochtend van de 12e Athór (8 november) verzamelden alle engelen zich rond de troon van de Vader. Nu werd Michaël, de als tweede geschapene, in plaats van de eerstgeschapene in zijn ambt benoemd. De gehele waardigheid en alle roem van Mastema werden hem gegeven. Zijn hoofd werd getooid met de diadeem van licht, zijn handen omvatten de staf van de waarheid en de oprechtheid en zijn voeten werden gestoken in de schoenen van de vrede. Zo werd op deze bijzondere dag Michaël de Vorst van het Licht.

En terwijl de serafijnen juichten en de cherubijnen zongen blies Michaël op de bazuin van het leven. Alle engelen kwamen en aanbaden de Lichtvorst, de eerste der engelen, de aartsengel Michaël die op de hoogste troon was gezet, terwijl de wierook van hun verering de licht-aeonen vulde. En niemand onttrok zich aan deze aanbidding.

Groot was de vreugde van de Vader, van de Zoon en van de Geest en alle hemelen verheugden zich en vierden feest.

Michaël, de goede engel, werd benoemd tot beschermer en helper van het komende geslacht van de mensen, van allen die na Adam zouden komen; Michaël werd diegene die te allen tijde de smeekbeden van de mensen voor Gods troon kon dragen. En de Vader verhief hem op de lichtwagen, opdat hij de toekomstige aarde, en op haar de tweeënzeventig landen waarover hij zal heersen, kan bezoeken. En het zal zijn taak zijn, de mensen orde en licht te brengen en hun gebeden voor God te brengen.

Zo werd Michaël, de Lichtvorst, de grote aartsengel en eerste onder de engelen in zijn ambt benoemd en hij stond aan Gods troon, steeds indachtig de geboden van de Hoogste. En de hemelen jubelden over zijn glans.

.

Michaëlalle verhalen

Boeken over Michaël en de herfsttijd

Michaëlalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldMichaël (bordtekeningen e.d.)  jaartafel, (ook herfst)

Michaëlsliederen.

 

2709

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.