Tagarchief: Hemelvaart

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Hemelvaart (32)

.

Dieuwke Hessels postte dit artikel in de Facebookgroep ‘Vrijeschool’: (april 2022). Hier gepubliceerd met toestemming van de schrijfster.

.

In de wolken met Hemelvaart [ antroposofie
inspireert] 5 mei 2021
Hemelvaart is die vrije donderdag die lekker
uitloopt in een lang weekend. Een perfecte
dag om aan de slag te gaan in de tuin, met
heel veel anderen een bezoek te brengen aan
de geel met blauwe meubelwinkel en een
klusdag bij uitstek.

 

Tekst en beeld: Daan Rot
De bomen zijn weer lekker frisgroen, bloemen fleuren de wereld op, de vogeltjes zijn druk in de weer en zelfs de zwaluwen zijn weer in het land.
Het is langer licht en we genieten van de ‘met zonder jas’-dagen.
Maar waarom zijn we vrij en wat vieren we eigenlijk?
Ik schets even een tijdslijn om Hemelvaart goed te plaatsen in de Christelijke
feesten; tussen Aswoensdag (de eerste dag van de vastentijd) en Pasen zitten veertig dagen, tussen Pasen en Hemelvaart zitten ook veertig dagen. Omdat Pasen altijd op een zondag is, is Hemelvaart altijd op een donderdag. Aswoensdag, Pasen en Hemelvaart vormen samen een eenheid.
Hemelvaart is het afsluitende feest van de Paascyclus. Tien dagen na Hemelvaart is het Pinksteren.
Ik leerde de kinderen ‘AsPaHePi’ als ezelsbruggetje! As(woensdag)Pa(sen)He(melvaart)Pi(nksteren) Ze weten nu precies welke feesten wanneer zijn en de bijbehorende verhalen worden vanaf nu op volgorde verteld. AsPaHePi is ons nieuwe jaarfeestenwoord.
Met Pasen herdenken we dat Jezus is gestorven en uit de dood is opgestaan. Hij verschijnt in de periode tussen Pasen en Hemelvaart aan zijn leerlingen om hen te onderwijzen. Op Hemelvaart toont Jezus zich voor de laatste keer aan zijn discipelen. Hij zegent hen en geeft hen de opdracht om op zendingspad te gaan en stelt hen gerust door de Heilige Geest aan te kondigen die altijd bij hen zal zijn en hen zal bij staan. De discipelen zien hoe een wolk hem opneemt en Jezus zich bij zijn Hemelse Vader voegt. Met Pinksteren daalt de Heilige Geest uit de wolken neer.

Dauwtrappen

In de wolken zijn, een hemels gevoel, blij en gelukkig zijn … dan zie ik al snel een dansend kind op blote voeten in het gras. Een oud gebruik op Hemelvaart is dan ook het dauwtrappen.
Oorspronkelijk een onderdeel van het meifeest in de voorchristelijke tijd waarbij de Germanen de wederopbloei van de natuur vierden. Dat gebeurde niet bij het krieken van de dag. Al om drie uur ‘s nachts stond je op om op blote voeten in de Heilige Wouden te wandelen, te dansen en te zingen om de voorvaderen te
eren. Dit zou een magische en helende werking hebben.
Dit gebruik houdt weer verband met de latere processies van de Katholieke kerk.
In de negentiende eeuw trok men in Amsterdam de stad uit en de velden in met lekkers voor onderweg; rozijnen, vijgen, krakelingen en een straffe borrel. Het was een vroege wandeling, want men zat om negen uur weer keurig in de kerk voor de mis.
In Rotterdam moesten de langslapers trakteren op Hemelvaartbollen.
Wij doen niet ieder jaar aan een potje dauwtrappen, de kinderen zijn inmiddels langslapers. Er worden genoeg natuurexcursies en wandelingen georganiseerd, maar we gaan er liever gewoon met ons zessen en de hond op uit voor een tocht door het bos, over het strand of we trekken de polder in. We gaan op zoek naar paardenbloemen om de pluizenbollen weg te blazen en ik steek een bellenblaas in mijn zak. De bellen maken een symbolische hemelvaart en we worden vanzelf stil.
Het dauwtrapontbijt is dan meestal een dauwtrapbrunch geworden. En als heuse Rotterdamse langslapers, kunnen de Rotterdamse Hemelvaartbollen niet ontbreken. We maken een extra portie van het deeg om
traditioneel ook wat bollen uit te delen.

De Hemelvaart van Jezus Christus [Juul van der stok]

Met Pasen herdenken we dat Jezus Christus is gestorven en uit de dood is opgestaan. Volgens de Bijbelteksten van het Nieuwe Testament was Jezus daarna nog veertig dagen bij zijn leerlingen, en hij ging door met hen te onderwijzen. Op de dag van zijn Hemelvaart zegende hij hen en “nadat Hij dit
gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok hem aan hun ogen.” (Handelingen der Apostelen 1:9).

Je stelt je voor dat Jezus langzaam wegzweeft en dan achter een wolk verdwijnt, precies zoals je het op oude schilderijen kunt zien. Hij verlaat dan dus de aarde, gaat van ons weg.

Hemelvaart = Aardevaart

Volgens Rudolf Steiner heeft Jezus Christus de aarde helemaal niet verlaten- integendeel. Hij breidde zich juist uit, werd groter en groter en werd één met de hele aarde. Ik vind deze visie niet heel gemakkelijk te begrijpen, maar ik stel me hierbij voor dat de energie van Christus eerst nog geconcentreerd was in zijn opstandingslichaam, dat heel veel leek op zijn gewone lichaam van toen hij
nog leefde. Tijdens de Hemelvaart verspreidde zich zijn energie en stroomde langzaam uit over de hele aarde, werd één met alle energieën die er hier zijn. Een ultieme verbinding met de aarde en alles wat erop leeft, ook met alle mensen.

Hemelvaart vieren met kinderen

Hemelvaart valt altijd in de uitbundige bloesemtijd van de lente, en dat sluit mooi aan bij de betekenis.
De aarde krijgt nieuwe energie en ontwikkelt zich. Op de dag zelf gaan veel mensen dauwtrappen, en dat is een mooie manier om het feest te vieren. Dat kun je ook als gezin goed doen. Je staat op met zonsopgang en gaat met picknickmand en al naar buiten om de natuur op te zoeken. Overal vind je
jong groen, bloesems, dieren die zich weer laten zien in de lente. Je hoort de vogels zingen, je ruikt de frisheid van het seizoen. Ik ben zelf vaak verbaasd hoe heerlijk je je gaat voelen simpelweg door te zien, voelen en horen wat er allemaal gebeurt in de natuur op deze dag. Ik voel me dan meestal als herboren- en sluit dat niet prima aan bij Hemelvaart?

Dauwtrappen op Hemelvaartsdag 14 mei 2020

Met Hemelvaartsdag stappen velen van ons al héél vroeg in de ochtend op de fiets of maken voor de zon opkomt een lange wandeling. Dan gaan we ‘dauwtrappen’ in de natuur die bezig is te ontwaken …
Maar waar gaat Hemelvaart eigenlijk over? We zijn vandaag de dag minder goed bekend met religieuze tradities. Toch staan we misschien dichter bij de spirituele inhoud van dit feest dan we denken.

Tekst: Tineke Croese

Hemelvaart vieren we veertig dagen na Pasen. De datum is afhankelijk van de paasdatum, die elk jaar anders is. Omdat Pasen altijd op zondag valt – soms in maart, maar meestal in april – valt Hemelvaart altijd op donderdag, meestal in mei en soms in juni. Sommigen denken dat deze feesten ‘bedacht’ zijn door het christendom. Niets is minder waar. Ook de voorchristelijke natuurreligies vierden deze feesten, gekoppeld aan bepaalde vaste momenten in het jaar in de natuur. Die werden later omgevormd en in de christelijke feesten voortgezet.

Lente in aantocht

Om de achtergronden van Hemelvaart te begrijpen, moeten we eerst een rondje door het jaar maken.
Nu het maart is, is de winter nog maar net (of nog net niet) voorbij. Het is dus niet moeilijk om je de natuur in wintertijd voor te stellen: de nadruk ligt op het levenloze, het minerale. Bomen en struiken steken hun kale takken skeletachtig in de lucht, de aarde is onbedekt. Het traag stromende water verstart soms tot ijs. Maar in maart merk je ook dat de lente in aantocht is: de sappen in de bomen en planten gaan weer stromen, de zonnewarmte brengt het water in beweging. Dat water zorgt ervoor dat de kale winterse aarde in april een levende omhulling krijgt van frisse, groene planten.
Een tweede levende omhulling volgt later in de zomer, als de zon ook de lucht om de aarde heeft verwarmd en bijen, vlinders, en andere insecten zich thuis voelen in die warme lucht vol bloemengeur en stuifmeel. Tegen de herfst balt alle zonnewarmte zich samen in het zaad of laait op en stroomt uit in de vuurkleuren van de herfstbladeren. In de kringloop van de seizoenen komen de vier elementen om de beurt naar voren: de minerale aarde, het stromende water, de ijle lucht en de vurige warmte.

Water

In één periode in het jaar – in mei, wanneer de late lente overgaat in de vroege zomer – treedt een samenspel van de elementen op. De warmte van de zon laat het water in rivieren en meren verdampen. Onzichtbaar stijgt het water op om pas hoog in de koudere luchtlagen opnieuw zichtbaar te worden als wolken aan de hemel. Uit die wolken valt de meiregen die de aarde doordrenkt en
vruchtbaar maakt, en de rivieren vult… De kringloop van het leven wordt in stand gehouden door de kringloop van het water, dat in mei zijn eigen hemelvaart begint.
Hoe belangrijk dit natuurproces is, is voor ons nog maar moeilijk na te voelen. Wij vinden het normaal dat al ons voedsel in de supermarkt te koop is. Voedselschaarste kennen we al decennialang niet meer. Maar als je direct afhankelijk bent van de opbrengst van je akkers, dan is het samenspel van zonnewarmte en aarde, van wolken en water van levensbelang, want het bepaalt of er hongersnood zal zijn of overvloed. Wolken en water vormen het zichtbare deel van een wereldomspannend geheel van levenskrachten dat een grote rol
speelt bij de voortgang van het leven.
In de voorchristelijke natuurreligies beleefden de mensen dit geheel van beweeglijke en veranderlijke levenskrachten als vrouwelijk. Ze personifieerden dit levensgeheel als de leven schenkende ‘godin’, die vooral in mei werd vereerd.

Elementen

Hemelvaart valt niet toevallig in mei. Dit feest heeft te maken met het levensgeheel dat vroeger de ‘godin’ werd genoemd. Om dit te duiden, moeten we even terug naar het lentefeest Pasen. Bij de oude lentefeesten vierden we dat de natuur opnieuw tot leven kwam en de opstanding van Christus die een
overwinning is op de dood. Het christelijke lentefeest Pasen richtte zich op het vergaan en ontstaan in de vergankelijke natuur. Christus liet zien dat wij een kern in ons dragen die niet vergankelijk is, maar eeuwig en onsterfelijk.

Terug naar Hemelvaart.
Volgens de Bijbel bleef Christus na zijn opstanding nog veertig dagen in een
fijnstoffelijk lichaam bij zijn leerlingen, om hen dan opnieuw te verlaten. De leerlingen zagen dat Christus werd opgenomen ‘op de wolken van de hemel’, maar konden hem in dat element niet meer waarnemen. De Bijbel beschrijft ook dat Christus opnieuw zal verschijnen ‘op de wolken van de hemel’, dus in hetzelfde element waarin hij onzichtbaar werd.
Ik denk dat dit een metafoor is voor het geheel van uiterst fijne, beweeglijke en veranderlijke levenskrachten dat met de aarde verbonden is, hetzelfde geheel dat in de oude natuurreligies de ‘godin’ genoemd werd. De Keltische christenen uit
het vroege christendom bezaten een grote gevoeligheid voor de wereld van de elementen. Zij beleefden Christus als een levende kracht in wolken, water en wind. Daarom noemden zij hem de ‘Heer van de elementen’.
Met Hemelvaart ging Christus op in de fijnere elementen, begon hij verder te werken vanuit een onstoffelijke wereld vlak achter de stoffelijke. In onze tijd blijken steeds meer mensen ontvankelijk voor die onstoffelijke wereld. Daarom denk ik dat Hemelvaart niet meer gaat over het ‘verdwijnen’ van Christus in het onstoffelijke, maar juist over zijn ‘verschijnen’ daarin. Over de mogelijkheden die wij zelf hebben om door te dringen tot de wereld achter de stof waarin Christus aanwezig is.

Dauwtrappen

Traditie op Hemelvaartsdag is vandaag de dag het zogeheten ‘dauwtrappen’: heel vroeg opstaan, nog voor de zon opkomt, om een lange wandeling te maken in de natuur die bezig is te ontwaken. Wie dat weleens heeft gedaan – al dan niet met Hemelvaart – weet dat de dingen er zo vroeg in de ochtend heel anders, veel zuiverder uitzien dan later op de dag. Misschien zijn je zintuigen op dit ongewone tijdstip scherper dan anders. Maar misschien laat je door het ongewone tijdstip ook eerder je vaste voorstellingen los over hoe de dingen er volgens jou uit horen te zien. Dit is ook een voorwaarde om het stromende, beweeglijke geheel van de elementen en de levensenergie te kunnen beleven.
Bij dauwtrappen is het tijdstip ongewoon. Je kunt ook kiezen voor een ongewone locatie: zo ziet alles er vanaf het water ook weer heel anders uit. Ook het volgen van de beweeglijke vormen van water of de grillige vormen van de wolken zorgen ervoor dat je losser komt te staan tegenover de stoffelijke wereld. Door die gewone werkelijkheid met andere ogen te zien, stel je je open voor de onstoffelijke werkelijkheid erachter. Hemelvaart is: bewustwording voor die onstoffelijke, spirituele werkelijkheid.
Dat maakt Hemelvaart tot meer dan een feestdag in het jaar. Hemelvaart is een levensinstelling voor élke dag van het jaar.

Antroposofie en het kind

Hemelvaart vindt 40 dagen na Pasen
plaats. Christus wordt in het
Lucasevangelie op een wolk omhoog
gedragen naar de hemel. De wolk is
dan ook het symbool voor Hemelvaart.
Wolken hangen tussen de hemel en de
aarde in en zijn daardoor het symbool
van die verbinding.

In de middeleeuwse kunst vinden we mooie afbeeldingen van de Hemelvaart. Zo’n afbeelding kan tegen een achtergrond van goudkarton boven de seizoentafel hangen. Verder ligt er op de seizoenstafel een groene lap met in een vaasje een
veldboeketje en liggen er eventueel gouden sterretjes als symbool voor de hemelkracht gestrooid.

Spiritueel gezien is Christus boven het waarnemingsvermogen van de discipelen en volgelingen uitgegroeid.
Hij is echter niet weg van de aarde, maar werkt als “hemelkracht ”of lichtbrenger op aarde. Die kracht kunnen we in onszelf voelen; veel mensen kunnen Christus in hun hart als liefde ervaren of zich verbinden met zijn Goddelijke kracht.

Het is leuk om met kinderen naar de wolken te
kijken en te fantaseren wat ze voorstellen, vooral
omdat er in de periode rond Hemelvaart vaak
opvallende wolkenformaties te zien zijn. Het is ook
erg leuk om op Hemelvaartsdag naar buiten te gaan.
Helemaal bijzonder is het als je bij zonsopkomst op je blote voeten gaat dauwtrappen.
Kinderen vinden dit geweldig!

Ook paardenbloemen pluizen blazen,
zien waar de zaadjes zich naar toe begeven….
En daarmee een wens de wolken inblazen…
Of gevonden veertjes van je hand afblazen.
Wat een prachtig moment om daar, buiten, een veertje
te vinden [betekent voor velen dat de engelenwereld
nabij is.

Pasen, Hemelvaart, Pinksteren: ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. We kennen Hemelvaart natuurlijk van het dauwtrappen, maar wat betekent het feest eigenlijk? Ik onderzocht het en ontdekte dat Rudolf Steiner een heel mooie visie had op Hemelvaart, die heel anders is dan ik vroeger heb geleerd.

Door: Fred

Met Hemelvaart herdenken we dat
Christus, veertig dagen na zijn
opstanding uit het graf, van de aarde
opsteeg naar de hemel. De apostelen
zagen hoe een wolk hem opnam en
hem aan hun ogen onttrok. Sindsdien
heet het dat Christus vanuit
‘ “wolkenhoogten“ met ons is tot aan
de voleinding der wereld’.
Een opmerkelijk beeld is dit. Christus is,niet tot in de hemel gegaan, niet tot
naar zijn oorsprong, maar in de ruimte tussen hemel en aarde gebleven: op wolkenhoogten.
Bij Johannes de Doper vinden we een soortgelijke beeldspraak. Toen hij Jezus in de Jordaan doopte zag hij “de hemel openscheuren”
Een tussenruimte werd gevormd, van waaruit een lichtende duif naar beneden daalde. Je kunt je afvragen wat we ons daarbij moeten voorstellen, bij wolkenhoogten en tussenruimte.
Wolken ontstaan, zoals bekend, in een samenspel tussen zon en aarde. Zonnewarmte doet water tot wolken verdampen. Hieruit valt op den duur regen, sneeuw of hagel naar beneden. Vervolgens vloeit het water dat op het vasteland is gevallen door rivieren weer terug de zeeën in. Deze kringloop van de inwerking van de zon op zeewater, wolken, regenwater boven vasteland, rivieren die het terug laten vloeien, kun je beschouwen als het levende organisme van de aarde. Zonder deze kringloop is leven op aarde niet mogelijk. Waar alleen de zon schijnt, verschroeit het leven. Waar de zon nooit schijnt, kan niets groeien.

Laten we nu eens bij onszelf kijken, in onze binnenwereld. Daar kunnen we ook een hemelse en een aardse kant ervaren. Om onze hemelse kant te zien, onze goede eigenschappen, kost ons meestal weinig moeite, maar het aardse in onszelf te erkennen valt niet mee. We kijken liever de andere kant op, weg van onze aardse schaduw, richting de zon. Voor het afdalen in onszelf is moed nodig.
Bijna iedereen spreekt schande van corruptie, criminaliteit en oorlogsmisdaden, maar in feite zijn wij tot dezelfde dingen in staat. In ieder van ons schuilt de dief en de moordenaar. Dit in te zien vraagt het uiterste. We zijn gewend nogal positief over onze eigen innerlijke motieven te denken. Daaraan ontlenen we over het algemeen ons zelfbewustzijn. Wanneer het ons echter lukt “het slechte“ in onszelf te erkennen, en we het accepteren als een deel van ons wezen, dan zijn we bezig tussenruimte te creëren. Die tussenruimte is onze verbinding van het
aardse met het hemelse. Het is een gebied op zichzelf waarin het wezenlijke zich openbaart. Dit uit zich in een mildheid jegens onszelf en jegens anderen. Vanuit die mildheid oordelen we niet zo snel meer over anderen, want we weten hoe we zelf zijn.
Oscar Wilde heeft eens gezegd:

Een zondaar en een heilige zijn dezelfde mensen; alleen heeft de heilige een verleden achter zich en de zondaar een toekomst voor zich.

Met andere woorden, we kunnen als mens pas tot het hemelse, het goede komen door eerst in onze eigen hel af te dalen.
In verkleinde vorm ervaren we dit bij ziekte of lijden. Wanneer we hersteld zijn of ons gelouterd voelen, ervaren we onszelf lichter en beter dan ervoor. Alsof iets binnenin ons, een ziektekiem, een stukje duisternis, zich heeft vrijgemaakt en is losgekomen. Voorwaarde is overgave aan de ziekte, aan het lijden. Ofwel, erkenning en acceptatie van de kleine hel in onszelf.
Met die veroverde mildheid zullen we een ander nu anders tegemoet treden. We creëren ruimte tussen ons en de ander, een vrije ruimte. Die ontstane ruimte kun je zien als een oordeelsvrij gebied tussen mij en de ander. Zeg maar een uitwisselingsgebied, zonder beperkingen. Dit nu zorgt voor het wezenlijke in de ontmoeting, en niet zozeer mijn eigen ik of dat van de ander. Daar, in die
tussenruimte, is plaats voor begrip. Wat deze tussenruimte kenmerkt is aandacht en vrijheid. Eerbied, zullen sommigen zeggen. Aandacht voor de ander, met tegelijkertijd een terughouden van onszelf.
Je merkt dan hoe een vonk kan overslaan, hoe licht en ruim alles wordt, op het zorgeloze af. Alles kan, alles is mogelijk, in dat ene moment. Er worden geen claims gelegd, geen verwachtingen gedacht of uitgesproken. Elk oordeel of vooroordeel ontbreekt. De inzichten stromen binnen. Hier gebeurt het, zo voelen we, hier ontstaat echte interesse voor de ander, voor onszelf, voor al wat leeft en wil groeien.

Er is een verhaal van Goethe, Het
sprookje van de groene slang en de
lelie. Hierin ontmoeten de koning
en de slang elkaar. De koning is het
beeld voor het hoogste, de slang
voor het laagste in de mens. Maar
de slang beschikt over een voor de
koning onbereikbare schat: het
goud. Het goud staat hier voor de
geestelijke inwijding. Er ontstaat het
volgende tweegesprek:
Waar kom je vandaan???
Uit de onderaardse gangen, waar
het goud zich bevindt, zei de slang. Wat is heerlijker dan goud? vroeg
de koning.
Het licht, antwoordde de slang.
Wat is verkwikkender dan licht? vroeg de eerste.
Het gesprek, zei de slang.
Heerlijker dan het goud is het licht, zegt de slang, de openbaring van
de waarheid, de werkelijkheid. Het licht in de duisternis. Maar de
koning vraagt verder en wil weten wat verkwikkender is dan licht.
Het gesprek, zegt de slang, hetgeen betekent: de wezenlijke ontmoeting
tussen mensen waarbij gevraagd, geluisterd en verteld wordt. Het
goud van de ervaringen komt daar samen met het licht van de
inzichten. Dit met een ander te delen tilt je op, verkwikt je alsof je
elk moment opnieuw geboren wordt.

Laten we even teruggaan naar Hemelvaart. Deze vindt plaats veertig dagen na Pasen; carnaval veertig dagen ervoor. Hemelvaart is zodoende in de tijd de spiegeling van carnaval om het paasfeest heen. Bij carnaval werden we ons bewust van het feit dat onze aardse persoonlijkheid slechts een masker is dat
het hemelse, het geestelijke, omsluiert. Met Pasen gingen we door de dood van dit masker heen en ontwaakten we tot het geestelijke leven. Met Hemelvaart nemen we het donkere aardse vol bewust mee op naar omhoog, naar het licht. Zoals de hele natuur in deze periode naar boven reikt, met uitbundig bloeiende planten en voor het eerst volop in het groen staande bomen.
Daarboven, in het licht, daar wordt de duisternis omgewerkt. Niet door het af te stoten, maar door het te erkennen, door het lief te hebben. Dit licht, dat duisternis in zich opneemt, is liefde.

Uit: Fred Tak ABC Kinderboeken – welkom (abc-antroposofie.nl), uitgeverij Christofoor, september 2017

Bellenblazen is leuk voor jong en oud… Het is mooi om die
prachtig gekleurde bellen zo langzaamaan op te zien stijgen,
maar soms gebeurt het dat ze erg snel uit elkaar spatten. Om dat
te voorkomen moet je een goed sopje hebben, bijvoorbeeld van
Driehoek vloeibare zeep.

 

 

Een pijpenkopje van een Bellen blazen (kleipijp.nl

In grootmoeders tijd gebruikte men stenen pijpjes
voor het bellenblazen. Goudse pijpen worden nog steeds gemaakt op
traditionele wijze in de pijpenmakerij ‘De Goudse Pijp’, in Schoonhoven (recentelijk verhuisd vanuit Gouda).
Je kunt in ‘De Goudse Pijp’, met je kinderen, zelf pijpjes maken,
en ook kant-en-klare pijpjes kopen.

 

 

 

Maar je kunt ook een gereedschapje maken door van ijzerdraad een ringetje met handvat te vormen, op dezelfde manier als aangegeven hieronder, onder ‘Blaasgereedschap maken voor grote bellen.’

Blaasgereedschap maken voor grote bellen

Nodig:
• IJzerdraad
• Kniptang
• Stevig tape of iets dergelijks voor het handvat
• 2 rietjes
• Dik katoendraad met een lengte van ongeveer 70 cm.

Met het ijzerdraad maken we ringen en eventueel andere vormen. We draaien de uiteinden van het ijzerdraad tot een handvat. Maak kleine en grote exemplaren zodat de kinderen meer experimenteermogelijkheden hebben. Als we tape om het handvat wikkelen voorkomen we dat het ijzerdraad in de handjes prikt.
Voor een ander bellenblaasgereedschap halen we katoendraad door 2 rietjes. De uiteinden van het draad knopen we aan elkaar vast.

Grote bellen blazen
Wil je wat experimenteren met grote bellen, dan is het belangrijk dat het zeepsop een optimale samenstelling heeft, zodat de bellen wat steviger worden.
Wat heb je nodig voor een extra goed sopje?
• 200 ml afwasmiddel. Gebruik de meest simpele: zonder citroengeur of ingrediënten voor zachte handen.
Of gebruik Driehoek vloeibare zeep.
• 700 ml water. Het beste is zacht water, bijvoorbeeld regenwater of
gedemineraliseerd water, deze is verkrijgbaar bij de drogist. (door de
aanwezigheid van kalk in het water spatten de bellen nl. wat sneller uit elkaar.)
• 100 ml glycerine (drogist)
• Eventueel een scheutje schenkstroop zoals maïsstroop om de bellen nog steviger te maken.
Mocht je meer sop nodig hebben, maak dan een veelvoud hiervan in dezelfde verhouding.
Roer de ingrediënten rustig door, tot een homogeen mengsel ontstaat, en laat het de hele nacht zonder deksel staan.

En dan. . .
• Giet het sop in een lage schaal, een pizza pan, of bijvoorbeeld een dienblad.
• Doop je bellenblaasring in het sop. En blazen maar…
• Als je de bel hebt geblazen gooi hem dan voorzichtig, zonder harde ruk, de lucht in.
• Kijk hoe prachtig je bel is, en hoe mooi hij zweeft.
• Als je een bel aanraakt met droge handen dan breekt hij, maar
doop je je hand eerst (helemaal) in het sopje, dan kun je hem
zelfs in de bel steken.
• Probeer eens met een rietje een bel in een bel te blazen…
• En je ontdekt vast andere leuke dingen…

 

 

 

 

 

Tips:
• Schep het schuim af en toe weg, want (grote) bellen breken hierdoor.
• Hoe langer een bel nat blijft des te langer blijft hij heel. Het bellen blazen gaat beter op wat vochtiger dagen dan op droge hete dagen. En in de schaduw (uit de wind) is beter dan in de zon.
• Het is af te raden om deze activiteit binnen te doen want het mengsel is moeilijk te verwijderen van bijvoorbeeld je gordijnen.
• Vermijd contact van de zeep met de ogen, om prikken te voorkomen.
• Gooi sop dat overblijft niet weg! Het wordt zelfs beter als je het langer laat staan!
Veel plezier met het bellen blazen…!
Tineke’s Doehoek

 

 

 

Bellenblazen bij de wastobbe

 

 

 

 

 

Een leuke en makkelijke manier om de lucht te verkennen is een parachute maken. Neem de parachutes mee naar de top van het klimrek en kijk wat er gebeurt als ze naar beneden vallen.

Materiaal
• vierkante stukken lichte stof van 20×20 cm (Geschikt zijn mousseline of kaasdoek dat niet te open geweven is. Je kunt ook kringlooppapier, tissues of papieren servetjes gebruiken.)
• garen (4 stukken van ca. 30 cm lang)
• kneedwas of boetseerklei

Werkwijze
• Bind aan elk van de vier hoeken van de stof een draad:
frommel de hoek een beetje in elkaar, draai het ene uiteinde van de
draad er een paar maal omheen en knoop het vast. Laat het andere
eind van de draad vrij.
• Knoop de uiteinden van de vier draden aan elkaar.
• Werk de knoop weg in een bolletje kneedwas of boetseerklei en maak desgewenst een klein figuurtje met het bolletje als hoofd.
• Maak een globale vorm, zonder al te veel details.
Oudere kinderen kunnen hun parachute zelf maken. Jongere kinderen
zullen wat hulp nodig hebben of er alleen mee willen spelen.

Met het oog op de natuur, Carol Petrash
Knutselen en spelen met materiaal uit de natuur

Hemelvaart met Juul van der Stok
Bron: ‘Schipper mag ik overvaren’

Uit het verslagje over het ’dauwtrappen’ op de ochtend van Hemelvaart:
’…En de jongste vraagt: ”Waar komen de wolken vandaan?”
”Uit engelland”, antwoordt plechtig de oudste.
”En waar gaan ze naar toe?”
”Helemaal rond de aarde”, wordt
geantwoord.
Tijdens dit gesprek voel ik hoe we even mee opgetild worden in de wolkenwereld met z’n eeuwige metamorfosen. We zingen in canon uitbundig ons wolkenlied’.
Wolken vol met sneeuw en regen
Vallen op de aarde neer en
Vormen de beken, vullen rivieren,
Stromen kabb’lend naar de zee,
Spieg’len zich in stille en zeer
Diepe koele waat’ren de
Zonneschijn geeft licht en warmte,
Dampen stijgen op ten hemel en vormen…
(Wolken vol met sneeuw…etc

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sprookjes en verhalen van Pasen tot Pinksteren

Overige auteurs
Sprookjes van Grimm
• De bijenkoningin
• Jorinde en Joringel
• Sneeuwwit en Rozerood
• De kristallen bol
• Hans en Grietje
• Assepoester
• De witte en de zwarte bruid
• Sneeuwwitje
• Bontepels
• De stukgedanste schoentje
• De drie veren
• De kikkerkoning
• Het levenswater
• Het ezeltje
• De drie talen
• Het zeehaasje
• Twee gebroeders
• Roodkapje
• De wolf en de zeven geitjes
• Koning Lijsterbaard
• De wachtelboom
• De dood als peet
Hans Christian Andersen
• Het lelijke jonge eendje

Zie op deze blog: sprookjes

Hemelvaartsdag: onderstaand lied
zong ik in mijn vroegste jaren als kleuterleidster
in een “christelijke” kleuterschool met de kleuters..
De melodie kun je vinden op YouTube.

 

Op een lichte wolkenwagen
wordt de Heer van d’aard gedragen.
Vaart Hij op naar ’s hemels troon,
vaart Hij op naar ’s hemels troon.

Dit onderstaand liedje heb ik zelf gemaakt en in mijn jaren
als kleuterjuffie in het vrijeschoolonderwijs gezongen.
We zongen het liedje binnen maar zeker ook buiten en
bekeken de wolken: hoe zien de wolkjes er vandaag uit?

Hemelvaartsdag: de mooiste tradities en tips op een rij

Van de site:
Een wagen vol verhalen.

Hemelvaartsdag, de dag die altijd 40 dagen na Pasen en 10 dagen voor Pinksteren valt. Op deze dag wordt herdacht dat Jezus Christus is teruggekeerd naar God, zijn vader in de hemel.
In Nederland is dit een erkende feestdag, en deze dag gaat gepaard met vele tradities en gebruiken.
Hieronder een overzicht van de bekendste tradities rond Hemelvaart.

Dauwtrappen
Wat dauwtrappen is weet iedereen wel, zou je denken. Toch komt deze traditie op Hemelvaartsdag maar in enkele plekken in Nederland voor. Bijvoorbeeld in de Achterhoek.
Tegenwoordig staan sommige mensen zeer vroeg op om op deze dag een wandeling te gaan maken of zelfs een fietstocht. Hoewel dit gebruik helemaal niets met het christelijke Hemelvaart te maken heeft wordt dit toch elk jaar op dezelfde dag gedaan. Waar en wanneer het dauwtrappen precies is ontstaan is niet zeker, maar vermoedelijk gaat deze traditie terug naar de eerste eeuw naar de tijd van de Germanen. Men dacht toen dat dauw, vooral op speciale dagen, een geneeskrachtig en magisch effect had als je er heel vroeg doorheen danste op blote voeten. Dit hele gebeuren was waarschijnlijk een meifeest van de Germanen, waarbij ze de opkomst van het nieuwe leven in de natuur vierden.
Ook op de website staan verhalen over dauwtrappen, zoals een ondeugend verhaal en nog een over de moderne versie van dauwtrappen.

Broodweging
Een eeuwenoude traditie die jaarlijks herleeft is het wegen van het roggebrood. Dit gebeurt bij de Muldersfluite tussen Hengelo en Zelhem. Vroeger mochten de bewoners ‘plaggen steken’ (het verwijderen van de bovenste grondlaag met begroeiing) op voorwaarde, dat ze jaarlijks rond Hemelvaartsdag roggebrood leverden van minstens 22 pond, dit is meer dan 10 kilo! Het brood was bestemd voor de armen in de gemeente. Degene die het zwaarste brood leverde, vaak meer dan 100 pond, kreeg 2 flessen wijn. Als het brood minder woog dan 22 pond, moest men 6 stuivers betalen. Vanaf 1772 werd het niet leveren van roggebrood zelfs bestraft met en dubbele levering in het volgend jaar. De activiteiten bij de Muldersfluite starten om 12.00 uur en de Historische
roggebroodweging begint om 14.00 uur.

Grensmarkt
In Dinxperlo wordt elke jaar de grote ‘Grensmarkt’ georganiseerd. Deze markt wordt zo genoemd omdat de kramen zowel op Nederlands als op Duits grondgebied staan. De markt trekt jaarlijks vele tienduizenden bezoekers uit beide landen. Langs de Heelweg en de Hogestraat presenteren de marktkooplieden uit alle delen van Nederland hun waren. Maar ook Duitse
marktkooplieden zijn uiteraard volop vertegenwoordigd, met een zeer gevarieerd assortiment. Naast de professionele marktkooplieden is er ook elk jaar plaats voor Dinxperlose verenigingen, die met diverse activiteiten hun kas proberen te spekken of aandacht vragen voor hun vereniging/activiteit.
Aan het begin van de straat is er een kleedjesmarkt, speciaal bedoeld voor kinderen. Er is nog veel meer…

Een Wagen vol Verhalen

.

Pinksteren en Hemelvaartalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

.

2651

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

VRIJESCHOOL – Hemelvaart (29)

.

JAARFEESTEN – HEMELVAART

Loïs Eijgenraam, Vrije Opvoedkunst, lente 2017

.

Donderdag 30 mei* is het Hemelvaart.

40 dagen na Pasen en 10 dagen voor Pinksteren. Mei. Waar de naam ‘mei’ vandaan komt is niet eenduidig te verklaren. Volgens sommige etymologen is ‘mei’ afgeleid van het Latijnse woord ‘Majus’ en ‘Magnus’ dat ‘groot’ betekent. De maand mei zou dan verwijzen naar de periode in het jaar waarin de natuur groot en groots wordt.
Ook zou de naam ‘mei’ afgeleid kunnen zijn van Maia, de moeder van de Romeinse god Mercurius. In een Vlaams gedicht wordt dit beschreven:

Mijnen naem gaf ’t heydens volk,
Naer Maia de godin van allerlei gewas.

De Romeinen vierden in het voorjaar verschillende feesten. Aan het begin van de meimaand vierden zij het bloesemfeest, Floralia. Andere namen voor de meimaand zijn; vrouwenmaand, Mariamaand, bloeimaand, bloemenmaand (in het Fries Blommenmoanne) en wonnemaand. Wonnen betekent in het oud-Germaans ‘vreugde’.
Door de kerstening kreeg de maand Mei haar naam ter ere van de Germaanse Godin, Freya. Zo zou een heidense viering uit de Germaanse tijd overgegaan zijn tot een christelijke viering.

In het zuiden van Nederland en België werden op vele plaatsen kleine kapellen en kapelletjes aangebracht langs wegen, oude boerderijen, bij huizen en oude, grote bomen. In de meimaand werden deze kapelletjes mooi versierd met bloemen en werden processie-optochten gehouden. Tijdens de processie werd bij ieder kapelletje dat men tegen kwam, stil gestaan, bloemen neergelegd, gebeden en gezongen.

Waar men ga langs Vlaamse wegen,
Oude hoeven, huis of stronk,

Komt men u, Maria tegen,
Staat uw beeltenis te pronk

Walpurgisnacht

De eerste meinacht is een wonderlijke nacht. De Germanen vierden van 30 april op 1 mei de heksensabbat. Men geloofde dat katten en heksen op bezemstelen en mestvorken door de lucht vlogen. Het was, volgens een oud bijgeloof, een nacht waarin de hemel luikjes open deed en een stukje van de niet zichtbare wereld even zichtbaar werd. In berkenbomen zijn soms ‘heksenbezems’ (vorm van woekeringen) zichtbaar. Volgens een oud bijgeloof zijn deze vergroeiingen in berkenbomen de plaatsen waar de rondvliegende heks met haar bezem in een boom terecht is gekomen. Deze vergroeiingen worden daarom ook wel ‘heksenbezems’ genoemd.

Twijgjes die de toekomst voorspellen…

In Luik was het een oud gebruik dat meisjes in de Walpurgisnacht drie twijgen van gelijke grootte plantten. Elke twijgje werd omwonden met een kleur draad: het zwarte draadje betekende dat ze niet zou trouwen, het rode draadje dat zij zou trouwen met de jongen naar haar keuze en het groene draadje dat er hoop was op een geliefde. De twijg die het hoogst groeide werd beschouwd als een voorteken hoe de toekomst mogelijk er uit zou komen te zien.

Vuur

Bij verschillende jaarfeesten door het jaar heen, worden vuren aangestoken. Paasvuren zijn algemeen bekend gebleven in Europa. De traditie vuren te stoken, zou zijn oorsprong hebben in de Germaanse tijd. Ook aan het begin van het voorjaar kenden de Germanen de traditie vuren te stoken. Op de eerste mei-avond organiseerden de Germanen vreugdefeesten met grote vuren. Offers van fris lentegroen werden ter ere van Wodan ontstoken. Volgens de Germanen was Wodan op de eerste dag van de meimaand teruggekeerd van zijn huwelijksreis.
Er werd gedanst, gezongen en feestgevierd.
Op Texel is het nog steeds een gewoonte op 30 april een lentevuur te ontsteken, de ‘meierblis’. Wekenlang verzamelen kinderen brandbaar materiaal. Op 30 april wordt het vuur op 70 plaatsen op Texel aangestoken. Kinderen krijgen aardappels aan ijzerdraad geregen om deze bij het vuur te poffen. Gezichten worden met roet geschminkt. De meierblis – blis is op Texel het woord voor vuur – is een vreugdevuur waarmee de komst van het licht en de lente worden gevierd.

Meibruid

Bij de Germanen werd de Mei ook gevierd door jonge meisjes als ware lente-bloemen-bruiden te versieren. Deze meisjes werden de Meibruid, Meilief of Meikoningin genoemd. In deze gebruiken zien wij ook beelden, gebruiken en tradities terug zoals deze met Pinksteren op veel vrijescholen worden gevierd: de meibruid, pinksterbruid en bruidegom.

Meiboom

In verschillende streken in België en Nederland was het eeuwenlang traditie dat jongens hun meibruid kozen. ’ Deze jongens of jonge mannen werden ‘de meigraaf’ genoemd. Een van de taken van de meigraaf was een meiboom te planten. De meigraaf deed dit samen met andere leden die deel uitmaakten van zijn mei-graven-gilde. We zouden ook kunnen zeggen van zijn mei-graven-vereniging. Bij het planten van de meiboom werden liederen gezongen en werd er gedanst. Tijdens dit dans- en zangfeest koos de meigraaf een meisje uit, dat hij een loverkrans omhing als teken van liefde. Een oud liedje herinnert daar nog aan:

Ik heb een meitak in mijn hand Aan wie zal ik hem geven
Aan wie het dichtste bij mij staat zal ik die meitak geven
Dan schone vrouw, geef mij die hand van jou
De meitak is voor jou, dag meivrouw.

Een kringspel dat nu nog steeds in veel kleuterklassen wordt gespeeld.

De meiboom is in de Germaanse lentefeesten een beeld voor de vruchtbaarheid van mens, dier en akkerland.

Bij huizen van rijken en kastelen van vorsten werden in de meimaand bomen geplant ter ere van de vruchtbaarheid. Later werd het boomplanten ook een gebruik voor ‘de gewone’ man. In Nederland groeide dit uit tot ‘de landelijke boomfeestdag’. Kinderen van lagere scholen worden ieder jaar uitgenodigd bomen te planten in hun eigen woonplaats. Een traditie die haar oorsprong heeft in lang vervlogen tijden.

Zo zijn we na een rondreis door de geschiedenis aangekomen bij de meimaand anno nu.

In mei is de aarde getooid als een ware bruid. Een wonder dat zich ieder jaar weer voltrekt; geen jaar slaat Moeder Aarde of Maia over! Bomen en struiken vieren het lenteleven met prachtige, zoet ruikende bloesems. Het lijken wel bruidsboeketten die verspreid over tuinen, parken en langs weilanden op ons liggen te wachten om gezien en opgepakt te worden. Overal zijn bloesems en bloeiende bloemen die bezocht worden door insecten zoals bijen en vlinders, opdat bevruchting plaats kan vinden.

Hemelvaart

De bloesempracht is teer en kwetsbaar. Eén regenbui of harde windvlaag tovert een bloesemconfetti tevoorschijn. De aarde wordt bedekt met een vacht van witte en lichtroze bloesemsneeuw. In deze meimaand vieren wij ook het Hemelvaartfeest, 40 dagen na Pasen.

De leerlingen hebben zich na het sterven en de opstanding van Christus met Hem teruggetrokken om samen te zijn om door Hem onderwezen te worden. Na 40 dagen vindt een groot wonder plaats. In het evangelie lezen wij dat Hij opgenomen werd in het hemel-zijn. En ‘een wolk nam hem op en onttrok hem aan hun ogen’. Handelingen der apostelen 1:9. Christus werd door een wolk opgenomen.
Rudolf Steiner beschrijft in voordrachten, dat Christus niet verdween maar verwijdde. Zijn lichaam was niet meer een lichaam van de aarde maar een hemellichaam. Een lichaam dat zo groot kon worden, dat het als een mantel van Liefde om de hele aarde, in de etherwereld van de aarde, opgenomen werd. Christus is vanaf Hemelvaart voor alle mensen over de hele aarde aanwezig en voelbaar in deze etherische wereld. Met Hemelvaart kunnen wij dit beleven als wij in de vroege ochtend erop uittrekken. De aarde is gehuld in dichte nevels. De Zon, als beeld van het warme Christushart, verwarmt de aarde. De natuur leeft ons voor hoe vanuit de elementen een huwelijk tussen hemel en aarde gevierd wordt: de leeuwerik danst tussen hemel en aarde en laat van zich horen. Bijen en andere insecten vliegen af en aan om alle bloesems te bevruchten net zoals ook de mens innerlijk bevrucht kan worden.
Emil Bock beschrijft dit op een fijnzinnige wijze in onderstaand gedicht:

Hemelvaart

Ontluik gij Christen die bevroren zijt
want Mei staat voor de deur,
voorwaar gij blijjt voor eeuwig dood
bloeit gij niet nu en hier.

(Emil Bock)

Mens bloei! Hoe kunnen wij als mensen bloeien?
De meimaand nodigt ons uit ons hart te openen, opdat deze met de Geest bevrucht kan worden. Een bevruchting waaruit rijpe, medemenselijke levens-vruchten groeien: liefde, saamhorigheid, verbinding, eerbied, respect.

*Het oorspronkelijke artikel uit 2017 heeft 25 mei.

Gepubliceerd met toestemming van de auteur.
.

Boeken van de auteur

Website Loïs Eijgenraam

School voor antroposofische kinderopvang

.

Pinksterenalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

.

1825

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (12)

.

VAN HEMELVAART TOT PINKSTEREN

Doe open nu het duivenhuis
De duifjes vliegen er vrolijk uit.
Ze vliegen uit met brede vlucht en zweven in de blauwe lucht.
Maar keren ze weer van ‘t vliegen moe,
dan sluiten we zacht het duivenhuis toe.
Roe-koe-roe-koe , roe-koe-roe-koe .

                                                                                                                                (Pinksterliedje)

Zo vanzelfsprekend als Kerstmis en Pasen een feest zijn, zo ver lijkt het feest van Pinksteren van ons weg te staan. Bij vele mensen wordt het totaal niet meer gevierd, en wordt het woordje Pinksteren alleen een synoniem voor “enkele dagen vakantie”.

Pinksteren en Hemelvaart zijn voor vele mensen ongrijpbaar. Vaag weten ze nog dat het een feest is over verrijzenis en over de opgang naar de hemel van de Jesusfiguur.    Om wat meer te weten te komen over de He­melvaart en over Pinksteren moet je beginnen te zoeken bij het begin: n.l. bij het fysieke leven en dood van de Jezusfiguur.

In het begin van de Handelingen der Apostelen wordt de Hemelvaart van Christus beschreven: Christus spreekt daar tot zijn leerlingen: “Gij kunt nog niet de tijden en beslissende ogenblikken kennen, die de Vader door zijn scheppingsmacht geordend heeft. Maar gij zult de kracht van de H. Geest ontvangen, die op u neerdaalt. En gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot aan de uiterste grenzen der aarde. En terwijl hij dit zeide, werd hij voor hun ogen opgenomen; een wolk nam hem op en onttrok hem aan hun ogen. En toen zij nog opzagen naar de hemel, terwijl hij heenging, zie, twee mannen in witte kleedren stonden bij hen en zeiden: Gij mannen uit Galilea, waarom staat gij daar en ziet op naar de hemel. Deze Jezus, die van u opgenomen is ten hemel, zal komen zoals gij hem ten hemel hebt zien varen.”

Jezus verdwijnt op een wolk voor de ogen van zijn apostelen. Dan breekt er een moment aan voor hen dat ze zich nog verslagener voelen dan voordien bij zijn dood. Zij voelen zich eenzaam en achtergelaten. Hun bewustzijn reikt niet zo hoog dat ze het wonder als bij toverslag kunnen vatten.

Tien dagen nadien, krijgen ze echter terug een ontmoeting met de Christusfiguur, en daar worden ze gedoopt. Deze keer geen fysieke doop zoals bij onze borelingen, maar een geestelijke doop. Zij krij­gen de ontvangenis van de H. Geest. Vanaf die dag kan het ‘ik’, het bewustzijn van de mensen langzaam gaan groeien. Het wonderlijke in deze gebeurtenis kan men sterk ervaren, wanneer men beseft dat die geestelijke krachten van de H.Geest niet alleen over de apostelen nederdaalde maar over de gehele mensheid, waardoor er een zeer belang­rijke mensheidsontwikkeling tot stand kwam.

Het Evangelie eindigt met de Openbaring van Johannes. Johannes, die een grote helderziende was met een verruimd bewustzijn, schouwt op het eiland Patmos de wedergeboorte van de etherische Christus. De Christus verlaat de aarde met Hemelvaart niet. Maar verbindt zich met het etherische dat in en rond de aarde leeft. Wij kunnen hem als het ware dag en nacht in-ademen. De wolk is een etherisch element bij uitstek. Het stromende water verdampt, stijgt op ten hemel en vormt een wolk. De wolk daalt als dauw en regen terug naar de aarde. De wolk is zichtbaar met onze zintuigen, doch hoe dichter men ze nadert, hoe minder men ze fysiek aanschouwt.

De planten krijgen met hun wortels dit wolkensap en geven het door aan blad en vrucht. Rivieren en stromen zwellen weer door het vallende wolkenwater. Er ontstaat een geven en een nemen, een lemniscaatbeweging, een huwelijksritueel tussen kosmos en onze levende aarde. Daar waar geen water valt, treedt de dood op.

Als we ons met Hemelvaart in de eerste plaats verbinden met dit won­der: n.l. de geboorte van de etherische Christus, dan worden we ver­vuld met dankbaarheid. Al wat op aarde tot leven verwekt wordt, wordt doorstroomd met het Christuselement. In onze natuur gaan alle bomen en bloemen zich in bruiloftskledij sieren. Bloesems springen open en de knoppen ontplooien zich en barsten open tot bloem. Vreemde vogels zingen liederen die we nooit voordien hoorden, en die we elk jaar weer vergeten waren, hoe mooi ze wel waren. De witte duif, een steeds weerkerend symbool. In liederen en gebeden werd er van hem en zijn zeven gaven gesproken.

Wijsheid was de mooiste

Ook bij de ondergang van de aarde, waarbij Noach en zijn uitverkorenen gespaard bleven, werd een witte duif eropuit gestuurd om te kijken of er reeds land in zicht was. De duif kwam weder met laurier en kondigde ‘de wedergeboorte aan. Ook onze vredesduif zou een boodschap moeten zijn voor iedereen die met Kerstmis heeft gezongen: ‘Vrede op aarde, aan alle mensen, die van goede wil zijn.

Het feest is weliswaar te abstract om aan kleine kinderen duidelijk te maken. Doch men kiest dan verhalen met zon grote beeldentaal dat er over die kinderzieltjes toch iets van Pinksteren kan nederdalen:
Assepoester, De drie talen, De kristallen bol, De witte en de zwarte bruid. [1]
Bv. het sprookje van de zeekoning en Wassilissa, de dertiende duif. Het is een zuiver pinkstersprookje, het zuiverste dat in Midden-Europa verteld is. Daarmee geeft men dan aan de kinderen het waarheidsbeeld van het toekomstig geestelijke, waarvan het Evangelie spreekt, toen de Geest op de twaalfde en de in hun midden vertoevende dertiende neder­daalde – een waarheidsbeeld voor het inzicht, dat ieder mens op de Johannesfiguur kan lijken en de alomvattende zielenwijsheid van de duif kan verkrijgen, waarvan Maria het levende oerbeeld is.

Overigens, nu als volwassene, moet ik dit zeggen – is het misschien juist belangrijk, dat Pinksteren niet geheel door het kind ‘begrepen’ wordt. Als we zelf willen weten, wat er gebeurd is en dit gebeuren ons eigen maken tot een altijd durende zekerheid, dan beleeft het kind het feest door ons. Door onze houding en onze vervulling krijgt het feest gestalte voor het kind.

In de kleuterschool vieren we natuurlijk wel Pinksteren: nl. de pinksterbruid en -bruidegom :

Hier is onze fiere Pinksterblom
En ik zou hem zo graag eens wezen.
Met zijn mooie kransen op het hoofd en met zijn rinkelende bellen.
Recht is recht,
Krom is krom.
Gelieve wat te geven aan de fiere Pinksterblom,
want de fiere Pinksterblom moet voort.

Luilak,- beddezak
staat om 9 uren op
Negen uren, half tien:
dan kan men de luilak zien.

Ons kinderfeest is het bruiloftsfeest, verwekt door onze levende natuur. Elke hereniging tussen geest en aarde leidt tot bevruchting. Elke bevruchting brengt een wedergeboorte tot stand. Elke wedergeboorte is een ontwikkeling, een stap verder naar het (hopelijk)  ‘goede’.

Kleuters van ongeveer zes en een half jaar verlaten hun kleuterwereld en worden dan pas ‘echt geboren. Ze stoten de tandjes van hun erfelijkheid uit en vormen hun eigen blijvende gebit. Ze zijn doorheen kinderziekten gekomen met een eigen identiteit. En voor ’t eerst gaan ze echt ‘denken’. Niet het herinneren, het associëren, maar het echte, abstracte wakkere denken, waardoor ze in staat zijn om leerstof te gaan opnemen.

Deze oude pinksterliederen waren oorspronkelijk vruchtbaarheidsliederen en zij steken vol symboliek:
– rinkelende bellen : daar slaap je niet van, daar word je juist door ‘gewekt’ zoals Doornroosje na haar 100-jarige slaap.
– Luilak, beddezak: ook een verwijzing naar het wakkere denken en naar het ontwaken van ons hoger ‘ik of ons hoger bewustzijn.
– de duifjes: is een vogel die ons een beeld geeft van het opstijgende, hetgeen naar de hemel gericht is.
– Het wit van de duif en het witte van de pinksterkledij: beeld van het maagdelijke, en het reine, ’t onbezoedelde. Wit is de kleur met de grootste verbondenheid met het geestelijke. Vandaar de witte rouwkledij bij sommige Oosterse volkeren.

Bronnen : – Hoe vieren we jaarfeesten met kinderen, van Friedel Lenz
Meer

.

[1] In het oorspronkelijke artikel stond dit niet, wel dit: Bv. het sprookje van de zeekoning en Wassilissa, de dertiende duif. Het is een zuiver pinkstersprookje, het zuiverste dat in Midden-Europa verteld is.
Maar het Russische sprookje is met deze omschrijving niet te vinden. Er bestaat een sprookje met de naam: ‘De tsaar van de zee en Wassilissa de Wijze’, maar daarin komen geen dertien duiven voor (wel twaalf zwanen). Wat het pinkstermotief zou moeten zijn, is onduidelijk

Bron: onbekend

 

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

.

161-153

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (14)

.

PINKSTEREN

Pinksteren is het feest van de toekomst, een bewustzijnsfeest, zo lees
je in vele boeken. Misschien dat het juist daarom zo moelijk is er over te schrijven. Met Pasen kun je nog veel zeggen over de natuur, overal om je heen zie je dan immers de opstanding geopenbaard.
Maar hoe zit dat met pinksteren? Het prille voorjaarsgroen is verdwenen. De bloesem is al een tijdje aan de bomen, en hier en daar zelfs al weer verdwenen. Het hele nieuwe is er af en je aandacht voor de wonderlijke processen in de natuur dreigt te verslappen.
Juist in deze tijd valt het pinksterfeest. Er wordt een appèl gedaan op ons bewustzijn. Als wij er voor open staan kunnen wij nieuwe geestkracht ont­vangen.
Zon 2000 jaar geleden raakten de apostelen vervuld van de Heilige Geest. Daarvoor zweefde de Heilige Geest als het ware boven hen. Met Pinksteren verbindt hij zich met de mensen, de apostelen raakten er van vervuld.

“Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren, was er vol van. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek, en zich in tongen verdeeld op ieder van hen neerzette.” (Hand. 2,1-13)
In deze woorden uit de Bijbel zien we de elementen lucht en vuur duidelijk naar voren komen. De lucht, de hevige wind, brengt het vuur, de geestkracht, bij de mens.
Plaatsen wij dit nu eens in het lentegebeuren.
In de winter is de aarde in zich zelf teruggetrokken.
Als het voorjaar wordt, wekt de zon het nieuwe leven.
In de maand mei zijn de levenssappen volop aan het stromen.
De zon wordt nu zo warm dat het water verdampt en opstijgt.
In de vorm van een wolk verschijnt dit nu aan de hemel. Dit is de Hemelvaart in de natuur, het zonlicht verwarmt nu verder. Hoe hoger de zon aan de hemel staat, hoe beter hij kan verwarmen.

Met het Sint-Jansfeest staat de zon op zijn hoogst en is de natuur uitbundig. Er brandt dan een groot vuur; met Pinksteren wordt in de mensenharten een klein vuur ontstoken, de vurige kracht van de Heilige Geest.
Of liever gezegd: Wij mensen moeten proberen onze harten te verwarmen met geestdrift zodat de warmte kan opstijgen als vuur (denk aan vurige liefde, een vurig pleidooi enz). Dan zullen wij het stralende licht van de geest ontvangen.
Pinksteren is het feest van de scheppende menselijke geest.
Zo worden er voor het pinksterfeest dan ook geen echte bloemen gebruikt, maar papieren, door mensenhanden gemaakte bloemen.
In de klas zingen en spelen we eindeloos van de fiere pinksterbloem. De pinksterblom, ook wel pinksterbruid genaamd, is het symbool van de nieuwe groei en bloeikracht van de natuur. Het oudste meisje van de klas mag de pinksterbruid zijn en de oudste jongen de bruidegom, alle andere kinderen zijn bruidsjonkers en meisjes. De laatste krijgen papieren bloemenkransen om het hoofd.
In het lied zingen we: ‘recht is recht, krom is krom’.
Recht is de weg van de dode, levenloze materie; krom (ronde vormen) is de weg naar de hemel.
Krom is ook de weg naar de vrijheid. Pinksteren is niet in de laatste plaats een feest van de (geestelijke ) vrijheid, het is het zoeken naar je eigen hogere zelf, naar dat wat diep in je verborgen is, dus niet dat wat de uiterlijke wereld van je maakt.
Heden ten dage wordt er veel gesproken over vrijheid. Maar wat is werkelijke vrijheid? We weten het vaak niet meer. De vrijheid die ons heden ten dage geboden wordt, is vaak alleen uiterlijk. Vrijheid ligt echter in het gebied van het geestesleven. Nu, in de pinkstertijd worden wij in ons bewustzijn aangesproken. Wij moeten een vuurtje in onze harten aansteken, zodat wij het licht van de geest kunnen ontvangen.
.

geen bron bekend
.

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

163-155

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (11)

.

HEMELVAART EN PINKSTEREN

In het hartje van Alphen, hoog boven het fietspad van de Prins Bernhardlaan,  zat vanavond jubelend en jodelend een nachtegaal te zingen.Te zingen! De vreugde spatte eraf! In klanken was het even stralend als de aanblik van een bloeiende appelboom.  Even sprankelend als alle bloeiende en uitbottende bomen. In de zomer van het vorige jaar hebben zij in hun bladerkroon zonne-energie verzameld en in de vorm van opgeloste suikers of zetmeel naar beneden gestuurd. Vanuit de bladeren omlaag door twijgen en stam tot in de onder­aardse opslagplaatsen: de wortels.

Bij aardappels, uien, bloembollen, winterwortels enzovoort, ontstaan zelfs ondergrondse zwellingen. Maar ook iedere andere vaste plant of boom slaat geweldig veel zonne-energie op in zijn wortels.

De vroege krokusjes en sneeuwklokjes zien daardoor kans om dwars door de laatste sneeuwvelden een gaatje te smelten. (Het lijkt soms:  duwen. Maar het is werkelijk een smelten, met behulp van in het bolletje bewaarde zonnewarmte).

In de winter leven bomen en planten het sterkst onder de grond. Maar nu,  in de lente, komen ze haast als een fontein naar buiten. Wie even afstapt van zijn fiets of stopt bij een plantsoen of tuin kan het rondom bemerken. Dat is de tijd van de Pinksterbloemen en de bloeiende bomen. Dat is de Hemelvaart van de natuur.

Zit ik nu te overdrijven? Is Hemelvaart niet iets wat in hoger sferen thuishoort…?

Niet als we het bijbelverhaal  (Handelingen, eerste hoofdstuk) erbij halen: “Wat staan jullie daar naar de hemel te kijken” , krijgen de leerlingen te horen. Blijkbaar zoeken ze Christus veel te hoog. Hij was voor ze aan het oog onttrokken “in een wolk”, vooral in woestijnlanden bij uitstek het symbool van regen en leven in de natuur. Hij trekt zich terug vanuit de zichtbare wereld tot in de levenskrachten van de aarde.

Zoals de bloesems na hun “hemelvaart” in zon en frisse lucht en licht door ijverige insecten of rondwaaiend stuifmeel bestoven worden, zodat de vruchtzetting kan beginnen, zo kunnen ook wij daar buiten wandelend, of spelend met de kinderen, een stukje “bovenaardse” of hemelse inspiratie vinden, waardoor er in ons iets kan gaan rijpen. De hemel moet je dan niet ergens onbereikbaar hoog boven de wolken zoeken, maar rondom ons, in de levenssfeer van de aarde. Zo kan je iets van Pinksteren beleven. De levenssfeer van de aarde is iets heiligs. Dat weet iedereen die vergif in de oceaan dumpt, of pesticiden over zijn land spuit, want het knaagt aan zijn geweten.  Daarom ook heeft de biologisch-dynamische landbouw zon belangrijke opgave: zij wil in harmonie met het levende kleed van de aarde werken. De natuur niet uitplunderen.

De levende natuur herkennen als iets van jezelf of jezelf herkennen als deel uitmakend van het lentelicht, dat is een soort bevruchting,  dat is een stukje Pinksteren.
.

Michiel ter Horst, nadere gegevens ontbreken

.

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

158-151

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (4)

.
Annet Schukking, ‘Jonas”20, 29 mei 1987


ONGRIJPBAAR PINKSTEREN

Het enige dat van Pinksteren is overgebleven zijn de vrije dagen. Is dat nu Pinksteren?

Zo lang ik me herinneren kan, was het met Pinksteren mooi weer. Het was de eerste keer dat je weer een paar dagen helemaal buiten doorbracht, overgegeven aan en opgeno­men in de duizendvoudige luister van de bloeiende huid van de aarde en het uitbundig gejuich van de vogels dat al in de vroege ochtendschemering veelstemmig losbrak. Een voorproefje beleefde je al met Hemelvaart. Vroeger ging je dan ‘dauwtrappen’. Om vier uur op, een grote wandeling maken, de zon zien opkomen. Ook op de zaterdag vóór Pinksteren was er zo’n matineuze stemming. Kinderen trokken zingend en rammelend met bussen en deksels langs de huizen, de bakker bakte luilakbollen en anderen gingen naar de luilakmarkt, de gro­te, bonte bloemenmarkt in Haarlem of el­ders. Wie in de stad woont, heeft nu op vrijdag zijn spullen bij elkaar gepakt, bood­schappen gedaan, de tassen volgestouwd en is weggereden naar ergens buiten. Wanneer je dan je plekje gevonden hebt, je tent opge­zet, de omgeving verkend en, enigszins tot rust gekomen, begint te genieten van al het moois dat zich daar zo overvloedig presen­teert, dan kan de vraag bij je opkomen waar­aan je deze vrije dagen nu eigenlijk te dan­ken hebt, de vraag wat Pinksteren nu eigen­lijk is. En daaraan aansluitend hoe je dat viert.
Van de drie christelijke jaarfeesten die nog met vrije dagen geëerd worden: Kerst­mis, Pasen, Hemelvaart, Pinksteren, ligt Pinksteren wel het minst duidelijk in het bewustzijn. Kerstmis heeft nog zoveel traditie, spreekt ook nog in zijn beelden zo gemakkelijk aan: de geboorte van een kind — het is iets dat dagelijks gebeurt. Herders en koningen — in ons land bestaan ze nog. Sterren willen in de donkere winter­nacht ook wel eens zichtbaar zijn en met wat goede wil wor­den de engelen voor deze keer geaccepteerd. Het kind in de mens wordt meegeboren. Vandaar misschien ook dat het zo’n typisch familiefeest is.

Pasen wordt al moeilijker. Het sterfproces dat noodzakelij­kerwijze aan de opstanding voorafgaat, wekt weinig sympathiegevoelens, de opstanding zelf is een mysterieus gebeuren dat pas door veel inspanning enigszins begrepen kan wor­den. Hoewel het centraal staat in de mens­heidsgeschiedenis, de hele mensheid aan­gaat, is het dan toch ook een aangelegenheid waar de mens sterk individueel mee te ma­ken heeft. Woorden als: ‘Zie de mens’ en ‘Ik ben’ wijzen daar ook op. De verhouding die je als mens hebt tot het mysterie van Golgotha en opstanding is een zuiver persoonlijke zoals ook het sterven van een mens een heel individueel beleven is dat, zelfs al gebeurt het massaal, toch een gang door de eenzaamheid is. In het spannings­veld tussen geboorte en dood, in de worste­ling om met het mysterie van de opstanding verder te komen, van Kerstmis naar Pasen, groeit de mens innerlijk naar volwassenheid. Wat is het kenmerkende van Pinksteren? Je vindt hier maar weinig aangrijpingspun­ten in de cultuur, weinig traditie, behalve wat folkloristische gebruiken hier of daar, die ondanks de soms daarin aanwezige ver­borgen wijsheid tot nu toe weinig kans zien om weer echt levend te worden. Ook in de evangeliën vind je niets vermeld over Pink­steren. Pas in de daarop aansluitende ‘Han­delingen van de apostelen’ wordt er beknopt iets over gezegd:
‘De apostelen waren bijeen op de dag van Pinksteren. Toen ontstond er uit de hemel een geluid als van een geweldi­ge windvlaag (…); hun verschenen tongen als van vuur die zich verdeelden en zich op ieder van hen neerlieten. En zij werden allen door de Heilige Geest vervuld en begonnen met andere tongen te spreken. (…) ‘

De apos­telen kunnen zich na deze gebeurtenis plot­seling aan anderstaligen verstaanbaar ma­ken. En met deze ‘andere tongen’ beginnen zij het leven, de dood en de opstanding van Christus te verkondigen en gemeenten te stichten.

Het is een prachtig en sterk beeld dat zeker aanspreekt. Kun je daar ook iets mee als je met je tentje buiten zit?

Uitstuiven

Pinksteren valt vijftig dagen na Pasen. De datum varieert tussen 10 mei en 12 juni. Het is in onze streken de tijd van uitbundige bloei. Veel daarvan is zichtbaar, maar er zijn ook bescheiden vormen. Zo kan het bijvoor­beeld gebeuren dat je onverwacht ontdekt dat dit kleurige feestkleed van de natuur niet alleen versiering is, maar ook heel functio­neel en dat het nog bijzondere geheimen in zich bergt. Een wandeling op een windstille ochtend door de duinen voert je langs een bosje lage dennen. Toevallig raak je even aan een tak en daar begint deze overvloedig te ‘roken’! Fijne goudgele wolkjes vallen krin­gelend omlaag, verstrooien zich en lossen op. Ook de dennen staan in bloei! Ze heb­ben hun stuifmeeldoosjes geopend en bij de minste beweging geven zij hun rijke en dar­tele inhoud prijs.

Langs de hellingen van de duinen bloeit het groengele walstro en zijn hommels en bijen vlijtig bezig met het verzamelen van honing. Van iedere bloem die ze bezoeken krijgen ze gratis iets mee: een pakje stuifmeel dat ze in het korfje aan hun achterpootjes laten stop­pen. Voedsel voor de larven thuis en grond­stof voor de bijenwas om raten van te maken. En dan… als bij toeval blijven er een paar stuifmeelkorrels kleven op de stamper van een naburige bloem die bezocht wordt en vindt er een bevruchting plaats. Het stuifmeel hoort even wezenlijk bij het voorjaar en bij Pinksteren als sneeuw bij de winter en bij Kerstmis. De lucht is er hele­maal van vervuld, zoals de gevoelige organen van mensen die met hooikoorts behept zijn, kunnen gewaarworden. Stuifmeel is er in een waanzinnige overvloed. Eén paarde­nbloem levert al zo’n 240.000 stuifmeelkorreltjes op. En even minuscuul als de sneeuw­kristallen zijn, zijn ook deze korreltjes — je kunt ze alleen maar onder een microscoop afzonderlijk waarnemen. En dan blijkt dat ze een heel andere vorm hebben dan de sneeuwkristallen. Ze zijn meestal rond, bol­letjes zijn het, terwijl de sneeuwkristallen stervormig zijn. Ze zijn in zekere zin de tegenpool van de sneeuwkristallen: hun vorm gesloten tegenover stralend, ze houden van warmte in plaats van kou, ze hebben een zekere consistentie tegenover de snelle ver­gankelijkheid van de sneeuwkristallen. Wat ze gemeen hebben is hun kosmisch karakter en hun minimale stoffelijkheid. Het is trouwens interessant om eens naar het geheel van een bloeiende plant te kijken. Onderaan, vast verankerd in de aarde, de stevige harde wortel, bijna begerig zoekend naar water en voedsel, het meest aardse deel van de plant. Dan de stengel en bladeren waarin vooral het waterelement overheerst zoals je bijvoorbeeld kunt zien in de delta-­achtige vormen van bladnerven of boom­kruinen. Dan de bloem die echt bij de lucht hoort, transparant en vluchtig. Ja, en ten’­slotte het stuifmeel! Daar maakt iets zich helemaal vrij van de plant, wordt nagenoeg onstoffelijk, zweeft onzichtbaar door de ruimte, verdeelt zich en daalt als wekkende vlammetjes neer op de stampers van de bloemen.

Ook de mensen krijgen met Pinksteren uitstuivende neigingen. Pinksteren kun je be­schouwen als de opmaat tot de zomerse volksverhuizingen. Duizenden mensen ko­men in beweging, beginnen te trekken, zwermen alle richtingen uit. Het kan niet uitblijven of er vinden ook duizenden ont­moetingen plaats. De meeste zullen kort­stondig zijn en wegwaaien in de wind. Som­mige zullen ‘klikken’ en uitgroeien tot vriendschappen. En dan zullen er enkele zijn die tot zodanige verbindingen leiden dat zij inspirerend gaan werken, spiritueel vruchtbaar worden. Het zijn nu geen fami­liebijeenkomsten die gehouden worden, maar nieuwe gemeenschappen die zich in vrijheid vormen. Ondanks taalverschillen worden mensen voor elkaar verstaanbaar. Tegenwoordig ben je geneigd onder de in­druk te komen van ‘veelheid’, van enorme aantallen. Er wordt aan getallen veel aan­dacht geschonken, hoe groter hoe imponerender. Daarmee verdwijnt dan vaak het zicht op de kwaliteit van het kleine, het schijnbaar nietige, het bijna onvindbare. Terwijl dat juist zo’n enorme kracht, zo’n geweldige potentie kan hebben. Een nietig stuifmeelkorreltje kan in verbinding met een stamper een proces van vrucht- en zaadvor­ming in werking zetten dat een duizendvou­dige rijkdom oplevert. Zo kun je ook naar de sterrenhemel kijken. Miljarden sterren en sterrenstelsels breiden zich uit om je heen. ‘De aarde is in het heelal niet meer dan een ‘stofje’, wordt er gezegd. Maar dat is dof materialisme. In die giganti­sche paardenbloemenwei van het heelal is de aarde een ‘stuifje’, een levende stuifmeelkorrel met in potentie een geweldige toekomst voor zich.

Zelf aan de gang

Pinksteren heeft geen uiterlijke symbolen waar je voor de viering op kunt steunen of mee kunt spelen. Geen kerstboom, kaarsjes, eieren of hazen. Het is nu zoals Joseph Beuys het zegt: de mens krijgt niets meer cadeau. Hij moet nu zelf aan de gang. De mens heeft alles gekregen: allereerst het ingenieuze kunstwerk van zijn eigen licha­melijkheid, dan de onvoorstelbare rijkdom van de natuur, daarbij alles wat door mense­lijke cultuur is voortgebracht en ten slotte wat hij aan geestelijke vermogens heeft. Hij kan zich voor ideeën openstellen en daaraan ontvlammen en hij heeft de vrijheid om keuzes te doen en zich te verbinden met wat hij belangrijk vindt. Met déze gaven moet hij nu zelf aan de gang, van binnen uit, zich omstulpend, zich bevrijdend van zijn ca­deau-krijgende houding, zichzelf opwek­kend tot creatieve inspanning. Dat is geen eenzame bezigheid, dat is een gemeen­schappelijke activiteit bij uitstek. Pinksteren is het feest van de ‘Heilige Geest’. Heilig is eigenlijk hetzelfde als helend, gene­zend. De mens is over het algemeen niet heilig — hij maakt dingen kapot, uit dom­heid of door onzorgvuldigheid, bij vergissing of uit woede, soms zelfs voor de grap of uit boosaardigheid. Daar waar hij erin slaagt zich met de geest te verbinden, met de helen­de geest die de aarde omhult, die tot uit­drukking komt in alles wat leeft, kan hij genezend beginnen te werken.
Pinksteren staat aan het eind van de reeks feesten die met Advent begint. Er zit een zekere culminatie in die reeks, het is een weerspiegeling van de mensheidsontwikkeling van verleden naar toekomst. Het is een reeks van feesten die niet nu wordt afgesloten maar die een open einde heeft — dat maakt het vieren van Pinksteren ook zo ongrijpbaar. Je zou kunnen zeggen: het is iedere dag Pinksteren, ook met Kerstmis. Elke dag de windvlaag kunnen horen, de vlammen zien en je tong in je mond omdraaien. Dat is het eigenlijk.

 

 

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

151-144

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (2)

.

 Jacobus Knijpenga, ‘Jonas’20 29 mei 1981
.

VAN AANSCHOUWEN TOT INNERLIJK BELEVEN
.

Als men kijkt naar de manier waarop de fees­ten van het christelijk jaar worden gevierd, kan men in de eerste plaats constateren dat ze als ‘christelijke’ feesten door heel weinig mensen worden beleefd. De meerderheid be­leeft primair de vrije dagen. Maar er is bo­vendien in dit beleven een duidelijke lijn te zien die als het ware afloopt van Kerstmis tot Pinksteren. Het kerstfeest spreekt zeer veel mensen aan in het gemoed: een zekere ver­broedering, aardig voor elkaar zijn. Het beeld van het kind in de kribbe spreekt nog sterk menselijk aan.

Dit menselijk aangesproken worden vinden we dan wat spaarzamer terug in de lijdenstijd. Velen, die zich nauwelijks of helemaal niet als christenen beleven, bezoeken beslist een uitvoering van de Mattheüspassion. Of de emoties daar alleen maar muzikaal zijn? Het paasfeest is een feest van de levenshernieuwing in de natuur. De moderne mens weet met ‘opstanding’ geen raad. Men leze daarvoor nog eens de ingezonden brief van Mr. Van Leeuwen in het vorige nummer na. Uit deze brief blijkt dat Mr. Van Leeuwen zich nauwelijks meer interesseert voor het ei­genlijke gebeuren, maar meer voor wat de mensen eraan beleven. Nu is dat een zeer ge­rechtvaardigde instelling. Wat helpt ons alles wat er eventueel is gebeurd, wanneer we er zelf niets aan beleven? Het gaat tenslotte toch om de mens en ik kan mijn voedsel heel goed genieten zonder te weten hoe het is samengesteld. Maar juist dit beeld van het voedsel kan ook duidelijk maken waarom het belangrijk is te weten wat er gebeurt. Onze smaak is namelijk zodanig bedorven dat we gedenatureerd wittebrood lekkerder vinden dan een goed volkorenbrood. En dan kan het weten omtrent de samenstelling van het brood me wel helpen om mijn smaak weer gezond te maken. Juist als we zien dat hetgeen de mens zelf beleeft en doormaakt het belangrijkste is, is het een merkwaardig fenomeen dat het pinksterfeest nauwelijks meer wordt beleefd.
Pinksteren immers is het feest van de mense­lijke individualiteit en het gaat ons toch juist om deze individualiteit. De moderne mens wil heel graag de individu­aliteit beleven en verwerkelijken. Maar daar komt de broodvraag, de vraag naar de kwa­liteit. Wordt de individualiteit beleefd en ver­werkelijkt als bijvoorbeeld de vervulling van persoonlijke wensen of machtsbehoefte? Is verwerkelijking van de mens een aangelegen­heid van wat we bereikt hebben in het maat­schappelijke leven aan zichtbare resultaten, aan erkenning ook? Een duidelijk voorbeeld: wanneer de antroposofische geneeskunst door de universiteiten wordt erkend en wan­neer vele mensen een antroposofische arts bezoeken, zijn daarmee de wezenlijke inten­ties van Rudolf Steiner verwerkelijkt? Hetzelfde kan men voor de vrijescholen vragen. Hebben zichtbare resultaten en erkenning iets te maken met het wezen van een zaak? Hebben ze voor een mens te maken met de werkelijke ontwikkeling van zijn individualiteit? Ze kunnen er een rol in spelen maar zo­wel negatief als positief. Ze kunnen een ge­vaar zijn.
‘Als de wereld u haat, haat ze u omdat ge bij mij behoort. Als ge bij de we­reld zoudt behoren, zou de wereld liefheb­ben wat bij haar behoort’ (Joh 15:18-20).

Succes hangt vaak samen met aanpassing. Oudere generaties noemden dat ‘der wereld gelijkvormig worden’. Wie zich met ‘deze we­reld’ verbindt, zal met deze wereld ten onder gaan.

Is dit wereldvreemd? Is het ascetisme, sektarisme?

Misschien kan een beschouwing van wat er met Pinksteren aan het begin van onze jaar­telling gebeurde ons helpen hier gezichtspun­ten te vinden. Daarvoor willen we eerst te­rugkeren naar Pasen en dat biedt dan tevens de mogelijkheid enkele punten, die Van Leeuwen aanraakt nader te belichten.

De leerlingen van de Christus moesten heel langzaam wennen aan de nieuwe situatie, die was ontstaan door de opstanding. Hun voor­bereiding had daaruit bestaan dat ze drie ja­ren lang steeds sterker hadden beleefd wie hun meester eigenlijk was. Een enkele keer brak dat bewustzijn door. Men kan hier den­ken aan Petrus, die op een vraag antwoordt: ‘Gij zijt de Christus’, maar die onmiddellijk daarop dan helemaal niet begrijpt dat de Christus lijden moet. Zijn voorstelling van de Messias is er meer een van een heerser. Later worden Petrus, Jacobus en Johannes voor een heel korte tijd geconfronteerd met de Christus als lichtgestalte in de zogenaamde verheerlijking op de Berg. Dit is reeds ver­want met de herrezene en laat zien hoe het lichaam van de herrijzenis werd voorbereid tijdens het aardeleven. Het is als het ware on­zichtbaar aanwezig in het stoffelijke lichaam. Zo had er ook voorbereiding plaats gevonden door de vele gesprekken waarbij dan op de wezenlijke momenten wordt gezegd dat de leerlingen het niet begrepen. Daarom konden ze ook niet onder het kruis staan. Dat kon slechts één, namelijk Johannes, degene aan wie Jezus zijn liefde bewees. Deze ene, die rijper was dan de anderen, was als het ware de toegangspoort voor het begrijpen bij de anderen. Hoewel ze dus voorbereid waren hadden ze de voorbereiding niet bewust ver­werkt. Vandaar hun ontsteltenis en aarzeling na de opstanding. Misschien kunnen we ver­gelijkenderwijs er iets van begrijpen als we ons ermee bezig houden hoe het leven na de dood zal zijn. We kunnen daarover lezen, er­over denken, misschien een kleine ervaring hebben. Maar zullen we daarom na de dood direct weten in welke wereld we ons bewe­gen? Ik vrees van niet. Dit kan misschien hel­pen om de gemoedstoestand van de leerlin­gen te begrijpen.

Ze moesten nu leren een toestand te begrij­pen, die tot dan toe op aarde nog nooit aan­wezig was geweest, alleen in oude mysteriën symbolisch was aangeduid. Wie de verhalen na de opstanding onbevangen tracht te lezen kan zien hoe er een zekere groei in het bele­ven is.

Wanneer men zich min of meer kan verbin­den met de voorstelling van een onstoffelijk lichaam, dat wel de vorm heeft van een stof­felijk lichaam en in deze uitzonderingstoe­stand zichtbaar werd voor bepaalde mensen, kan men verder gaan naar de Hemelvaart. Na veertig dagen lost de vorm zich op in de wolken. Wolken hebben een steeds wisselen­de vorm. We hebben hier weer met een
my­thologisch beeld te doen, dat wil zeggen met een beeld dat een werkelijkheid uitdrukt, die eigenlijk niet uit te drukken is. Toch kan men zich in de beweeglijke vormen van de wolken en in hun functie van een mantel om de aarde heen zo trachten in te leven, dat men een verhouding kan krijgen tot het mys­terie van de Hemelvaart. Dit kan nog des te meer als men tracht zich voor te stellen hoe het water, de drager van alle leven, voortdu­rend in beweging is tussen aarde en de wol­ken, de wolken en de sfeer daarboven en dan weer terug. Een eeuwig heen en weer staat ons dan voor ogen: ‘zo als ge Hem hebt zien heengaan, zult ge Hem ook zien wederkeren’. De Christus wordt met de Hemelvaart de Heer van de hemelkrachten op aarde. Dat is dan niet alleen in natuurlijke zin zo maar ook in een meer innerlijke zin, omdat sinds de opstanding alle gebeurtenissen met het doorchristelijkte lichaam van Jezus tegelijk gebeurtenissen zijn met de aarde en met de ziel van de mens.

Op het eerste heeft in dit artikel tot nu toe de nadruk gelegen. De verbinding met de zie­len van de mensen ontstaat ten dele daaruit, voor zover we met onze zielen deel hebben aan het leven van ons lichaam en daardoor aan het leven van de aarde waarmee ons li­chaam samenhangt. Maar er komt nu iets bij. Door zijn daad schept de Christus een nieu­we verbinding tussen hemel en aarde. De geestelijk-goddelijke werelden waren voor de mensheid verloren gegaan en konden alleen nog in moeizame inwijdingsarbeid worden beleefd of als traditioneel geloof. De Chris­tus had goddelijkheid teruggebracht in de aarde en de aardemensen. Zijn terugkeer tot de hemelen is niet een verlaten van de aarde. Hij laat zijn wezen daar achter, in de stoffe­lijkheid die doorchristelijkt was. Dit stoffe­lijk lichaam was door de Christus met geest doordrongen en werkte in de aarde-materie verder, zoals een ferment in hele kleine hoe­veelheden materie kan doordringen. Verder in het sacrament van de heilige maaltijd en tenslotte in de doordringing van de levens­sfeer van de aarde die in de wolken wordt aangeduid. De mens, die zich hiermee inner­lijk verbindt, die ‘gelooft’, kan nu ook een eigen verbinding door de Christuskracht be­leven met de hemelen. Daarmee wordt ook de werking van de geestelijke hemelkrachten weer mogelijk in de aarde en in de mensen­zielen. De hemelkrachten in de mensenzielen zijn die van ons lot, van onze bestemming, ons karma. Christus wordt door Rudolf Steiner de Heer van het karma genoemd. Veertig dagen duurt het proces tussen opstan­ding en Hemelvaart. In de kwalitatieve getal­lenreeks is veertig de tijd waarin een kiem tot geboorte komt. Veertig weken is de zwangerschapstijd van de mens. Veertig maanden is de tijd tussen de doop in de Jordaan en de opstanding. Veertig jaren hadden de joodse stammen nodig om na Egypte tot een volk samen te groeien. De oude traditie spreekt over veertig eeuwen tussen schepping en geboorte van Jezus. Met de Hemelvaart wordt voor de kosmos geboren, dat wil zeg­gen zelfstandig levend, wat met Pasen als kiem werd gelegd. De lichtlichamelijkheid wordt mogelijk voor de gehele stoffelijke we­reld.
Tien dagen duurt het dan nog tot aan het Pinksterfeest. Tien dagen van stille afzonde­ring op de plaats waar de leerlingen het avondmaal hadden beleefd met hun Meester en waarin hen voor het eerst iets was duide­lijk geworden van het feit dat werking van de Christus zich verder uitstrekte dan tot in het lichaam van Jezus.

In deze tien dagen groeide in hun zielen het bewustzijn van wat er gebeurd was en zij za­gen dat in een groots perspectief. Daarom kan Petrus op de pinkstermorgen hun bele­ven plaatsen in de samenhang van de geschie­denis van het joodse volk. Tien is kwalitatief het aardegetal. Onze wil oefenen wij uit met onze ledematen waaraan tien vingers en tien tenen zitten. Aardse economie kan alleen maar werken met een tientallig stelsel. Met Pinksteren komt het gehele gebeuren terecht in de wil van de aardemens en niet alleen in zijn bewustzijn. Bovendien is het zeven maal zeven weken na de opstanding. Zeven is het ritme van de tijd die nodig is om van de ene ontwikkeling naar de andere te komen. Men denke hier aan de betekenis van het zevenja­rig ritme in het mensenleven en ook aan de zeven dagen van de week. Van zondag tot zondag kunnen wij nieuwe impulsen pakken, nieuwe ideeën vormen. Op al deze ritmen kan hier niet worden ingegaan. Daarvoor is de desbetreffende literatuur van Wilhelm Hoerner en Walther Bühler 1). Maar het is duidelijk dat het hier om een ontwikkeling gaat, die een zielenontwikkeling is waarvoor tijd nodig is.

Wanneer we de verschijnselen bezien die het Pinksterfeest brengt, gaat het in hoofdzaak om drie dingen: de hevige wind, het spreken in klanken en de vlammen boven hun hoof­den.

Was er bij de Hemelvaart sprake van het water- ­en luchtelement in de wolken, bij Pasen van het aarde- en lichtelement (en ook van lucht, voor zover de herrezene spreekt), hier gaat het om lucht- en vuurwerking. Het aarde-element is verdwenen ook in de gestal­te van het water. Lucht en vuur zijn de ele­menten, die met ziel en geest te maken heb­ben. Hierin uit zich de verinnerlijking van het gehele gebeuren. Het Griekse woord, dat gebruikt wordt voor wind, ‘pnoè’ is verwant met ‘pneuma’ = geest. Het woord, dat gespro­ken wordt, is een geest-gedragen woord, dat ver uitgaat boven de eigen mogelijkheden van Petrus. De vlammen zweven boven hun hoofden en zijn nog niet ingedaald. Maar het zijn wel individuele vlammen. Wanneer we ons in deze beelden proberen te verdiepen, treedt duidelijk naar voren dat er iets objectiefs werkzaam is. Dat objectieve wordt ook uitgesproken, het is de werking van de herrezen Christus, die nu door de apostelen verder werken wil. Het is nog een werking die sterk van buitenaf komt maar zich toch in het eigen woord verwezenlijkt. Er wordt een taal gesproken, die in het Grieks ‘lallein’ genoemd wordt. We zijn niet ver van de betekenis als we dit door ‘lallen’ vertalen, voor zover het een spreken betreft uitsluitend in klanken. Lallen is een spreken in klanken, oerklanken, die verstaan konden worden buiten het intellectuele begrijpen om. Het is weer Paulus die hier, evenals bij het begrij­pen van de opstanding, vooropgaat als ‘een te vroeg geborene’ (zoals hij het zelf uit­drukt). Paulus zegt dat hij dit lallen ook kan maar dat hij liever enkele woorden zo spreekt dat ze begripsmatig verstaanbaar zijn dan dat hij veel zou zeggen ‘in tongen’. Paulus geeft hiermee aan dat het mysterie, waar het om gaat zich steeds verder verbinden wil met het wakkere denken van de mens. Dat is niet hetzelfde als intellectueel denken. Het is een denken dat zich verbindt met een waarne­mingsvermogen voor het bovenzintuiglijke, zoals het zich in de zintuigelijke wereld openbaart; het is een waarnemen van de idee in de werkelijkheid.

Dit waarnemen van de idee in de werkelijk­heid gebeurt in het sacrament. Het eigenaar­dige van het sacrament is, dat het leidt van een nog tamelijk dromerig waarnemen tot een steeds grotere wakkerheid, het leidt van het oorspronkelijke pinksterbeleven tot dat wat het in onze tijd worden kan. Wat het worden wil, is dat mensen in zichzelf de kracht ontwikkelen het Christus-mysterie te begrijpen. Begrijpen is niet alleen gedachtewerk. Het is ook be-‘grijpen’. Daarmee komt een wilselement in ons denken, dat wil zeg­gen er ontstaat een begin van de ontwikke­ling van de bewustzijnsziel. Niet alleen in het sacrament is dit mogelijk, het sacrament is een hulp. Het kan ook gebeuren door een zuivere kennisweg, waar het denken zichzelf zo versterkt dat het zichzelf waarneemt. Hierover uitweiden is in dit artikel niet moge­lijk. 2)

1)  W. Bühler. leder jaar is anders – Ultg. Christofoor.
W. Hoerner. Zeit und Rhytmus – Uitg. Urach-haus.
R. Frieling – W. Hoerner. Zondag – de eerste dag – Uitg. Christofoor.

2)  R. Steiner – Filosofie der vrijheidFilosofie der vrijheid – uitg. Christofoor
R. Steiner – Hoe verkrijgt men bewustzijn op hogere gebieden – Uitg. Christofoor

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

149-142

.

.