Tagarchief: Luilak

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – rond Pasen

.

Twee feesten rond Pasen

Net als Pasen vieren we Pinksteren elk jaar op een andere datum, maar altijd op een zondag, 10 dagen na Hemelvaart.

Even bewegelijk verandert elk jaar weer de datum van Aswoensdag, zo’n 40 dagen vóór Pasen. Net daarvoor vieren we dan carnaval.

Twee feesten die mee-bewegen en twee feesten die 40 dagen van Pasen zijn verwijderd. Zouden beide feesten een samenhang hebben?

Het Pinksterfeest begint eigenlijk met “Luilak” (1 dag voor Pinksteren).

schema

Carnaval was een feest, waarbij men onwetend de erfelijke stroom voortzette. Hierbij speelde het onbewustzijn een rol.

Het specifieke karakter van “de reus” kan dit goed uitbeelden en deze wordt op carnaval nog steeds bezongen in het liedje:

Als de grote klokke luidt, de reus die komt uit.”

Maria spreekt echter heel anders erover, nl.: “Hoe zal dat wezen, daar ik geen man en bekenne?”
Dan is de bevruchting nog een tempelviering, geleid door ingewijde priesters. Later vervalt deze viering in een dronken daad met een niet herkenbaar, gemaskerd persoon.

Carnaval wordt gevolgd door een louteringstijd. Dan volgen de herdenkingen van de kruisdood van Christus. Zijn 40 dagen durende geestelijk-fysieke opstanding en Zijn verdwijnen uit de directe waarneembaarheid.

En dan Pinksteren. Ook van oorsprong een tempelviering, maar één, waarbij een zich door scholing gelouterd mens in een doodsslaap werd gebracht en weer werd teruggehaald in de aardse werkelijkheid, echter dan begiftigd met helderziende vermogens. Deze persoon werd “Luilak” genoemd en als pinksterbruid gevierd. Een merkwaardige polariteit wordt hier zichtbaar bij de twee feesten die zo sterk aan het paasfeest zijn gebonden. Twee keer wordt de bruid bevrucht.

Eén keer onbewust op lichamelijk niveau en één keer bewust op geestelijk niveau.

Het pinksterfeest
Het Pinksterfeest valt in een tijd, dat de kinderen onder invloed staan van de zich ompolende natuur buiten en in zich (zie schema jaarverloop). De natuur trekt de kinderen in de waarneming en bewegelijkheid. Zonder teugels, die hen bijsturen en richten, bestaat de neiging om op hol te slaan en zich chaotisch en impulsief uit te leven. Het traditionele Pinksterfeest kan dit patroon op feestelijke wijze ombuigen.

Luilak
De zaterdag voor Pinksteren wordt “luilak” gevierd. Er wordt dan voor dag en dauw opgestaan om langzaam in de toenemende helderheid van de beginnende dag mee “wakker” te worden. Het feestelijk geklingel van zilveren belletjes (verbasterd tot de huidige blikjes) helpt daarbij.

Gezamenlijk trekt men dan op blote voeten de natuur in. Die blote voeten mogen (soms maar even) de betrokkenheid met de oplevende natuur vergroten. De frisse dauw en het kriebelende groen zullen meestal tot een verwarmend huppelen verleiden en wat krijg je dan: ogen op steeltjes!

Pinkstertak
Wakker worden en ritmisch bewegen doen ze al vaak van zich uit, dus sluit je slechts aan bij het natuurlijk gebeuren en neem je die ochtend alleen iedereen mee in dit proces. Nu het richten. Van te voren wordt verteld, dat ze deze ochtend bloemen mogen plukken voor hun allerliefste(n). Dat kan bijv. moeder, vader, oma, opa, vriendinnetje of vriendje zijn. Maar!

Je gaat alleen die bloemen plukken, die bij je allerliefste passen! Je spreekt de kinderen zo aan, hun verworvenheden uit de rustige jaarhelft zinvol toe te passen. Ze moeten kiezen wie hun allerliefste(n) is of zijn én overdenken wat nu bij die mens(en) past. Ook moeten ze heel gericht om zich heen gaan kijken en selectief gaan plukken. Ter bekroning van deze ochtend wordt de uitverkorene bezocht en het veldboeket plechtig gegeven. De gehuldigde zet deze “eer”konde zeer opzichtig neer. Hier oefenen de kinderen iets, wat bij een echte verliefdheid al spontaan gebeurt, nl. het goede in de ander zien en waarderen. (Vroeger plukte men vaak een tak met bloemen, die aan de deur van het liefje werd bevestigd.)

Pinksterkransen 
De rest van de dag voor Pinksteren worden bloemenkransen gemaakt. Ieder kind gaat dan voor zichzelf en van papier de krans naar eigen keuze maken. Maar wat past er nu bij jezelf? Voor de meeste kinderen vormt dit géén probleem, maar kunnen ze dat maken? Het kan een waar vouw- en knipfeest worden, waar veel uitwisseling van vaardigheden bij komt kijken. Dan, als iedereen een zelfgemaakte bloemenkrans op het hoofd heeft, wordt gezamenlijk gewerkt aan de bloemenkrans voor de pinksterbruid. Ook wordt dan de papieren mantel met belletjes gemaakt. Wie zal het worden, morgen?

Pinksterbruid
Nadat men een ander en zichzelf heeft gehuldigd is er een zeker evenwicht ontstaan. De krans voor de pinksterbruid verbindt tenslotte allen in een gezamenlijk werkstuk.

En één kind mag die band tussen allen gaan vertolken.

Vroeger werd de pinksterbruid vaak al op luilakdag zelf gekozen, want die dag werden alle vuren in de haarden gedoofd.

De pinksterbruid mocht dan een nieuw vuur ritueel ontsteken (met vuurstenen en later direct aan de zon door een brandglas). Iedereen kreeg daarna een brandende spaan van dit vuur voor hun haard en die werd ook nog vaak door de pinksterbruid gegeven. Het hout werd verzameld door zingend de pinksterbruid rond te dragen, waarbij de complete tekst van “Hier is onze fiere Pinksterblom” de mensen aanspoorde hun hout hiervoor te geven. Helaas bestaat de noodzaak (en vaak de mogelijkheid zelfs) om de haard brandend te houden nauwelijks, dus heeft zo’n vormgeving aan het pinksterfeest nu nog maar weinig om het lijf. Gelukkig bestaat er ook nog een andere traditie.

Pinksterpaal
Een symbolisch gelijkwaardige vervanging en een in vele opzichten nog sterker sprekende traditie is, dat er geen hout wordt aangedragen als “de Pinksterblom” gezongen wordt, maar dat iedereen zijn bloemenkrans geeft. Dat gebeurt echter op pinksterdag zelf. Iedereen bevestigt zijn krans aan een reuzenkrans. Deze wordt dan door de pinksterbruid de hemel in gehesen aan een paal van 10 meter hoog! Daar, hoog in de lucht, lijkt de kleurenpracht wel samen te smelten in een vlammende kleurenkring, stralend als de zon.
Dan daalt de krans uit de hemel weer neer en krijgt iedereen van de pinksterbruid een stukje uit deze vlammenzee op het hoofd. Maar niet je eigen krans! Ze hadden hem weggeven en krijgen nu een nieuwe. En terwijl de jongsten gewoon lopen te stralen onder hun vlammende kroon uit de hemel, kijkt een ieder bij ieder toch nog even wie die van wie heeft.

En soms komt dan de brandende vraag aarzelend over iemands lippen: “Vind je hem mooi?”

M.Stoop, Leiden, nadere gegevens onbekend

.
Jaarfeesten: alle artikelen

 

1184

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (28)

.

FOLKLORE

pnksteren 1

Daar komen de pinksterbruidjes aan. Volgens oude kerkelijke traditie valt Hemelvaartsdag precies veertig dagen na Pasen. Een erkende vrije dag, een dag met traditie. Luister maar eens naar wat een Overijsselse Almanak uit 1836 weet te berichten:
’Op den morgen van Hemelvaartsdag met het eerste daglicht naar buiten, de jenever-en brandewijnflesschen in den zak, en na zich onder de boomen en priëelen verlustigd te hebben, voordemiddags, somtijds vroeg genoeg om naar de kerk te gaan, terug. Ook de meisjes zijn bij dit dauwtreên.’
Dat dauwtrappen was een nu vrijwel geheel verdwenen gebruik om in de vroege morgen van Hemelvaartsdag met blote voeten in het bedauwde gras te lopen. Volkskundigen menen dat dit dauwtrappen of dauwtreden, zoals men ook wel zegt, berust op het volksgeloof dat de dauw op bepaalde belangrijke dagen magische en genezende kracht heeft.

Dat geloof is over boord gegooid. Natuurlijk. Maar daarmee is helaas ook het echte dauwtrappen zo goed als verleden tijd geworden. Nu zijn er heel wat mensen die op Hemelvaartsdag vroeg uit de veren zijn, omdat het – als het weer gunstig is – een mooie dag is om er zomaar midden in de week eens op uit te trekken. Maar dauwtrappen en de genezende kracht van de dauw? Voor hen die de geneeskracht van de dauw willen ontdekken, hier nog een speciale tip.

In Leek kunt u dat nog meemaken. Georganiseerd door V.V.V. en een natuurbeschermingsorganisatie. Wel vroeg op. Het begint om vier uur in de ochtend. Met roggebrood en spek, met koffie en koek. [1]

Tien dagen na Hemelvaartsdag is het Pinksteren, van ouds een kerkelijk feest, herinnerend aan de uitstorting van de Heilige Geest, zoals dat beschreven is in het tweede hoofdstuk van de Handelingen der Apostelen.
Folkloristisch is Pinksteren een karakteristiek meifeest.

In Noord-Holland begint het nogal luidruchtig, vooral in Amsterdam, Haarlem, de Zaanstreek en op Texel, met luilakviering. Een mooie Amsterdamse impressie uit de dertiger jaren van deze eeuw geeft het volgende stukje.

‘In den nacht, die aan den zaterdag voor Pinksteren vooraf gaat, begint het lieve leven al. Er lopen om vijf uur, als het nog schemerdonker is, al jongens op straat te blerren: ‘Luilak, luilak, beddezak!!’ Komt er een agent in de buurt, dan maken zij benen. Dat zijn dan de erg enthousiasten, de sportieven, die graag hun vriendjes de oogen uitsteken en trotsch verkondigen, dat zij al om vijf uur op straat waren en dat er toen een ‘smeris’ kwam en dat ze toen ’de kuierlatten’ genomen hebben. Tegen zes uur komen er meer van die snaken. Je ligt in je bed, hebt den vorigen avond laat gewerkt, wil graag uitslapen.

Maar buiten dreint het: ‘Luilak, luilak!’ De kleine folkloristjes sleepen groenteblikken, oude fluitketels en ander geraasmakend materiaal achter zich aan en gillen, joelen en brullen: ‘Luilak, luilak!’ Suffig gaan je oogen open . . . o ja, Zaterdag voor Pinkster, Luilak . .. ’t Lieve leven is weer aan den gang … En je hebt zoo’n slaap en je mompelt allerlei onaangename dingen over die onuitroeibare atavismen en je verwenscht de verbeeldingrijkheid van de voorvaderen met hun verdraaid geluilak.’

Luilak is nóg niet dood en gaat waarschijnlijk nooit dood. De jeugd laat zich het privilege om lekker lawaai te maken niet ontnemen. Wel wordt door de volwassenen alle mogelijke moeite gedaan om de baldadigheden zoveel mogelijk in te perken. Vandaar georganiseerd luilakvieren met vroege bezoekjes aan bioscopen.

Voor nog levende pinkstergebruiken gaan wij eerst naar Haarlem. Daar vindt men de speciale luilakmarkt die van vrijdagavond tot de ochtend van zaterdag voor Pinksteren wordt gehouden. De nadruk ligt hierbij op de bloemen en iedere ware Haarlemmer komt op luilak dan ook met een plantje of bloemetje naar huis.

In Twente houdt men op eerste pinksterdag de pinksterbruidjes nog steeds in ere. De dorpen die nog mee doen, kiezen uit de jonge meisjes de pinksterbruid die opgetuigd met een kroon van veldbloemen, vergezeld van haar leeftijdgenootjes door de straten trekt, terwijl liedjes gezongen worden.

Daar komen de Pinksterbruidjes aan,
en ze zijn zo heel mooi aangedaan.
Geef wat, houd wat en het volgend jaar nog eens wat.
Hier woont een rijk man, die ons heel wat geven kan.
God zal U lonen, met honderdduizend kronen
met honderdduizend strikjes eraan,
daar komen de Pinksterbruidjes aan.

Natuurlijk wordt daarbij op traktatie gerekend, waarop in het liedje gespeculeerd wordt en men doet dat niet tevergeefs.

pnksteren 2

In Agelo bij Ootmarsum gaat nog ieder jaar de pinksterbruid rond. Het bruidje wordt door haar kornuitjes gekozen. Met een papieren kroontje, een mooi schortje en een waaiend sluiertje gaat zij met haar gevolg op stap. Ze verzamelen de goede gaafjes in een busje. De ene helft voor de missie, de andere helft voor een eigen feestje. En zingen. En zingen.

Pinksterbruid, wat schone ruit,
Wie heeft ons dat gegeven?
Dat heeft een rijke heer gedaan,
Die heeft ons dat gegeven.
Pinkstr’en komt maar eenmaal in ’t jaar,
Nu moet ge ons all’maal wat geven.

pnksteren 3

Soms worden er pinksterkronen opgericht, waaronder gezongen en gedanst wordt. Dat is nog het geval in Deventer. Zo’n pinksterkroon bestaat uit staken van vier tot vijf meter hoog, waaraan op een bepaalde wijze hoepels zijn bevestigd; van de top af, worden geknipte slingers van gekleurd papier neergelaten. Ook worden wel echte bloemen gebruikt en het ziet er allemaal heel feestelijk uit. Een van de standaardliedjes die bij de pinksterkroon in Deventer worden gezongen is nog steeds:

Wij rozen naar den ouden trant
Weer allen samen hand in hand
De Pinksterkrone is weer in ’t land
Hoezee
Hij stiet weer in de stroat geplant
Hoezee
Zien bonte kop stek fier omhoog
’t Is ja ’n lust veur ieders oog
Hoezee, Hoezee, Hoezee.

Dat zingen en springen bracht veel lawaai met zich mee. Soms heel erg. Zoals in 1679 toen de pinksterkroonviering door de stedelijke overheid van Deventer verboden werd vanwege het luidruchtig dansen en zingen en andere ’insolentiën’.

Rond Pinksteren is er nog meer aan de hand zoals het al heel oude kallemooifeest op Schiermonnikoog. In de nacht voor Pinksteren wordt daar een haan gestolen. Wiens haan dat zal zijn wordt door de kallemooicommissie in geheime beraadslaging vastgesteld. Niemand die zich daar tegen zal verzetten, ook de politie niet, want het is traditie. De haan die het slachtoffer van de feestviering wordt, heeft het niet slecht, maar moet geen last van hoogtevrees hebben. Het beest wordt in een mand met voer voor drie dagen opgetakeld in de twaalf meter hoge kallemooiboom. Daar kan hij zich van zijn speciale taak kwijten: hij moet kraaien, hoe meer en hoe harder, hoe liever. Om dat te bereiken wordt – zo gaat het verhaal in ieder geval – een vingerhoed oude klare bij het voer gevoegd. Dat schijnt de geestdrift van het beest aan te wakkeren. Dinsdag na Pinksteren wordt de mand weer naar beneden gehaald en gaat de haan naar de rechtmatige eigenaar terug. Waarom die onzin gebeurt, vraagt een nuchterling? De diepe zin is al lang vergeten.

Maar mag dat nu de pret deren?

Bij Pinksteren hoort pinksterdrie. Dat vindt men in ieder geval in de Zaanstreek waar men aan twee pinksterdagen niet genoeg heeft; een extra dagje dus. Na een beleg in de Zaanstreek, dat op de eerste en tweede pinksterdag 1576 plaats vond, werden de Spanjaarden op pinksterdrie verslagen. Vandaar dat pinksterdrie een soort bevrijdingsdag is geworden.
Purmerend heeft op pinksterdrie de traditionele markt, die jaren geleden ‘een bokkie kopen’ heette, want het accent lag toen op de veemarkt.
In Purmerend vertellen ze dat het een gewone markt is, al geven ze toe dat de halve omtrek naar de markt op die pinksterdrie gaat. Wat nuchter, maar zo zijn ze wel in Noord-Holland.

In het ‘Friese Haagje’ Heerenveen is een pinkster-jaarmarkt en wel op tweede pinksterdag, terwijl men in Leek op diezelfde dag volgens oude traditie markt houdt, waarbij zeer velen uit het Westerkwartier en het Noordenveld naar ‘de’ Leek trekken.

Een heel bijzonder pinkstergebruik was de brooduitdeling op de Ageler Es onder Ootmarsum. Op de tweede maandag na Pinksteren – beloken Pinksteren – deelden de boeren roggebrood uit aan de armen. Hoe men aan deze traditie is gekomen, vertelt een oud boekje als volgt, ’ln het jaar 1738, den 21 Juni, is er een dondersschoer opgekomen uit Zuidwest, omtrent vijf uur en is overgekomen te half zes, waaruit zoo een schrikkelijk regen is gevallen met zware donderslagen en lugtigen, dat de huizen beefden en daar is hagel gevallen, zoo groot als een eendenei, zoodat de glazen met de wind zijn ingeslagen en vele roggevelden en andere vruchten rond de stad vernield en verwoest zijn, zoodat het naar was om aan te zien. En is het schoer naar het Noorden omgetrokken. En om zoo een straf af te weren, beriepen de boerrigters eenen hölting tezamen om te beraden, wat aan de zaak te doen was, en men kwam daarin overeen om door liefdegiften in het gevolg bevrijt te wesen van onweer en hagelslag.’ Maar ja er zijn geen armen meer. Dus die boeren kunnen geen brood meer aan de armen geven. Afgeschaft? Ja, die brooduitdeling wel, maar niet de zinvolle traditie. Want op die dag komen de boeren nog altijd bijeen. In plaats van brood wordt nu geld bijeen gelegd. En dat gaat naar een goed doel.

Pinksteren is ook een tijd voor sport en spel en dan bedoelen wij niet Ajax en Feijenoord, al begint voetbal ook een stuk ‘folklore’ te worden. Nee, verder terug in de historie. Naar Walcheren, waar pinksterdrie een uitgezóchte dag is voor ringrijderijen, een oude sportieve bezigheid. Het is de kunst om een ring die aan een touw is bevestigd met een lans te steken. De deelnemers zitten daarbij op een ongezadeld paard dat tot galopperen wordt aangezet. Als de wedstrijd vordert en de beste rijders overblijven, wordt een ring van kleiner formaat gebruikt. Om zich zelf aan te moedigen neuriën de deelnemers fraaie liedjes zoals ie is in, ie is in, En noe gaet het nir m’n zin; of als misgestoken is ’t Is mis,’t is mis, As of d’r gin gat in is.

pnksteren 4

Met Pinksteren komt op de folkloristische kalender meteen een eind aan de lentetijd. De zomer staat voor de deur. En dat is een nieuw hoofdstuk.

[1] in 2015 nog wel in Leek; in 2016 hier

 

Hemelvaart en Pinksteren: alle artikelen

 

Jaarfeesten: alle artikelen

 

1007

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (26)

.
(Vrijeschool Haarlem, nadere gegevens ontbreken)
.

ZOMER

Tussen 21 en 24 juni staat de zon op z’n hoogste punt; de dagen zijn nu lang, de nachten kort – precies het omgekeerde, van de wintertijd. De bomeneerst in de lente met bloesems getooid, zijn nu vol en zwaar van de bladervracht, en de vruchten beginnen al te groeien. Heerlijk is het dan ook om op een warme zomerdag onder een dicht bladerdak te kunnen lopen en zitten; het trekt je weer even naar binnen. De kinderen bouwen dan ook juist in de warme zomermaanden graag ten­ten van de lappen waar ze stilletjes in kunnen genieten om zomaar‘ te zitten.

De bijen zoemen en snoepen de honing, vlinders fladderen rond, alles heeft zich in de natuur nu naar buiten toe gekeerd; de aarde ademt hele­maal uit om zich met het zonnelicht te verbinden. Wij mensen voelen ons licht worden in de zomer; we trekken erop uit, de natuur in om te genieten van de zomerwarmte. Licht en warmte van de zomer nemen we op en laten ze rijpen en verinnerlijken, om in de  donkerste tijd van het jaar het licht van Kerstmis te beleven: dan heeft de aarde ingeademd, het licht naar binnen toe genomen.

Met Pinksteren vieren we het feest van de pinksterbruid; een oud gebruik, een feest ter ere van Moeder Aarde, die getooid werd met bloemen en kransen, met de ‘eerste mei’. Gebleven is van dit feest nu: een meisje wordt tot bruid gekozen, in het wit gekleed en versierd met vele bloemen en een bloemenkrans in het haar – alles gemaakt van papier. In de hand rinkelende bellen en een boeketje van boterbloemen. De bruidegom met de bruiloftsstaf in de hand loopt rond en roept overal: ‘Zie, uw pinksterbruid komt eraan.’ Ook hij heeft een jakje aan van crêpepapier.  De pinksterbruid die onder de pinksterkroon staat te wachten, wordt opgehaald door haar bruidegom en zo trekken ze zingend rond. Alle jongens en meisjes, ook versierd met kragen, de meisjes een bloem en de jongens een kleine  bruiloftsstaf in de hand, zingen;

Hier is onze fiere pinksterblom’,
En ik zou haar zo graag eens wezen:
Met haar mooie kransen op het hoofd,
En met haar rinkelende bellen!
Recht is recht, krom is krom,
Zeg, blief je nog iets te geven
Voor de fiere Pinksterblom ?

Op de zaterdag voor Pinksteren, zgn. ‘Luilak, ging men er al vroeg op uit, door het dauw-bedekte land, om de kwade stoffen kwijt te raken – een soort voorjaarsreiniging. Overgebleven van dit gebruik is, dat nu de jeugd al vroeg rondloopt met allerlei rammelende voorwerpen, belletje trekt en zingt:

Luilak, beddenzak,
staat om negen uren op,
Negen uren, half tien:
‘k heb de luilak nog niet gezien!

Daarna gaat men naar de bloemenmarkt om een plant te kopen ter ere van de lentemaand; zoals bv. in Haarlem: elk jaar is er van vrijdag op zaterdag voor Pinksteren de bloemenmarkt met z!n bloeiende planten en fleurige boeketten.

.

Pinksterenalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen
.

567-520

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (24)

.

(Hans ter Beek, nadere gegevens ontbreken)
.

DE NEGEN FEESTEN VAN HET JAAR – HEMELVAART – PINKSTEREN
.

Hemelvaart, Pinksteren en St.-Jan zijn in deze beschouwingen de feesten van de geest genoemd.
Wat een grote tegenstelling ervaart men tussen Pinkste­ren en bv. St.-Maarten. Met St.- Maarten maken de kinderen een lantaarntje van een knol (koolraap, suikerbiet, peen), dus van dat deel van de plant dat tot het wortelgebied behoort (de kalebas en de pompoen worden ook wel gebruikt, maar dat zijn vruchten en horen in een ander gebied thuis, hetgeen ook te merken is als men ze uitholt).

Met Pinksteren zijn het juist de bloesems van de bomen die het feest zijn wonderlijke lichtheid geven. Men koos vroeger in de dorpsgemeenschappen de schone of fiere pinksterbloem; dat was het mooiste meisje van dat jaar: 14 jaar oud en nog ongerept, zoals de bloesems aan de bomen dat ook nog zijn nadat ze net zijn ontloken. Verder was er een pinksterboom, die ook wel meiboom kon heten; de tere blaadjes waren ook nog maar net open gegaan, zoals dat begin mei het geval is.

Vaak ook werd deze boom speciaal geplant. In voorchristelijke tijden gebeurde dit in de nacht van 30 april op 1 mei. In de Germaanse mythologie die we in de 4e klas vertellen wordt het winterrijk van Uller, de jager op ski’s, afgelost door het zomerrijk van Odin, die 7 maanden het bewind aan Uller had overgelaten. Dat werd uitgebreid gevierd met een grote optocht, de Mei-rit. De met bloemen bedekte Meikoning (Odin) wierp bloesems naar Uller, die gekleed was in bont en pelzen, en joeg hem tenslotte op de vlucht.

Nu gaat het er niet om deze gebeurtenissen weer opnieuw tot leven te wekken, maar wat belangrijk is, is dat het beelden zijn die tot ons spreken. En vooral is het van belang te weten dat al die voorchristelijke feesten verchristelijkt zijn. Op school, en dan vooral in de kleuterklas en in de onderbouw, laten we deze beelden voor zich spreken. We kiezen dan ook een pinksterbruid, maar eveneens een pinksterbruidegom. We planten de mei- of pinksterboom en we vieren aldus Pinksteren, een christelijk feest dat direct via Hemelvaartsdag met Pasen is verbonden.

‘Toen de dag van het pinksterfeest was aangebroken, waren ze allen op één plaats bijeen’  (Handelingen 2:1).

Deze inleidende zin heeft in wezen een veel diepere betekenis dan je zo oppervlakkig zou denken. Het belangrijkste woord is ‘ALLEN’. Waar het om gaat is:  ‘ze waren allen op één plaats bijeen.’ Dat wil zeggen dat we Pinksteren alleen maar kunnen vieren als we met ons allen op één plaats bij elkaar zijn. Waar? Wel, buiten rond de pinksterboom.

‘Eensklaps kwam er een geruis uit de hemel als van een hevige windvlaag, en vulde het hele huis, waarin ze waren vergaderd. Vurige tongen verschenen hun, spreidden zich rond, en zetten zich op ieder van hen neer. Allen werden vervuld van de Heiligen Geest, en begonnen verschillende talen te spreken, naar gelang de Geest hen liet spreken’ (Handelingen 2:2-4).

Waar het in het leven om gaat, dat is om de Heilige Geest te ervaren. Dat is het innerlijke vuur waarmee we bergen kunnen verzetten. Uiteindelijk is die knol onder de grond, waarvan we ons lantaarntje maken, gegroeid uit een zaadje, en dat zaadje groeit op die plaats waar in deze tijd van het jaar de bloesems zich bevinden. Maar tevens is die ondergrondse wortelknol een opgehoopte hoeveelheid voedsel waar straks, na de winter, uit deze plant een prachtige bloem zal ontluiken.

Een bloem of een bloesem is echter zo teer, dat ze haast niet te grijpen en nog minder te begrijpen is. Het is een teer wonder, een fysieke openbaring van de geest. Terwijl de schoonheid van de knol pas echt zichtbaar wordt als er binnenin een lichtje brandt dat de schil doorschijnend maakt, is de bloem een en al schoonheid, en wil ogenblikkelijk geplukt worden (enige terughouding is vaak wel gewenst). In het beeld uit de Germaanse mythologie zien we dat Odin ook als maar bloesem werpt op de wintergod Uller. En de godin van de lente (en liefde) Freya rijdt in een door poezen getrokken wagen, die evenals Freya zelf, geheel met bloesem versierd is.

In de rij van 9 feesten is St.-Maarten het 2e feest en Pinksteren het 2e feest van achteren. Zo is ook Sinterklaas het 3e feest en Hemelvaart het 3e feest van achteren. Dit is niet zonder betekenis:

pinksteren

De feesten die hierboven naast elkaar staan zijn door een onzichtbare band, maar juist in hun tegenstelling verbonden.

St.-Maarten was het feest van de verbreiding van het Christendom (het brengen van het licht); Pinksteren is het zich verenigd voelen van allen aan wie het evangelie (dat is de Blijde Boodschap) is gebracht. Pinksteren is het feest van de gemeenschap. Allen die tot de gemeenschap behoren voelen zich verbonden.

Sinterklaas was het feest van het lot: het geschenk in de schoen geeft een nieuwe wending aan je levensweg. Tegenover Sinterklaas staat Hemelvaart. Hemelvaart is het feest van de innerlijke leegte, die gevuld moet worden door jezelf.

‘Toen leidde Hij hen naar Betanië, hief zijn handen op, en zegende hen. En terwijl Hij ze zegende, scheidde Hij van hen, en werd opgenomen ter hemel.

Ze aanbaden Hem, en keerden met grote blijdschap naar Jerusalem terug. En onafgebroken bleven ze God verheerlijken in de tempel  (Lukas 24:50-53).

Een gebruik was en is het weer aan het worden dat je op Hemelvaartdag gaat dauwtrappen. Vóór zonsop­gang sta je op, en gaat wandelen in de natuur. Dauw is iets anders dan regen. Het is hemelse substantie die op geheimzinnige wijze op aarde verschijnt. We lezen hierover deze wonderlijke passage in het scheppingsverhaal:

‘Ten tijde dat de Here God aarde en hemel maakte – er was nog geen enkel veldgewas op de aarde, en er was nog geen enkel kruid des velds uitgesproten, want de Here God had het niet op de aarde doen regenen, en er was geen mens om de aardbodem te bewerken; maar een damp steeg op uit de aarde en bevochtig­de de gehele aardbodem – toen formeerde de Here God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen (Genesis 2: 5-7).

Ook in de Germaanse mythologie is het beeld van de dauw, in dit scheppingsvers uit de Edda:

Eeuwig groen staat bij de bron ürd
Yggdrasil, de es.
Hemelhoog heft hij zich
tot waar lichte nevels hem onthullen.
Daar ontstaat de dauw
die in de dalen druipt.

Hoe nu het feest te vieren?

Alle meisjes verkleed als pinksterbruid (zij zijn de bruid van de hemelse bruidegom), alle jongens als pinksterbruidegom – zij moeten op dit feest de hemelse bruidegom op aarde vertegenwoordigen. In een lange stoet, hand in hand (let op de tegenstel­ling met St.-Maarten!), jongen meisje afgewisseld – als dit ten minste mogelijk is – slingert men naar het centrale punt: de pinksterboom. En daar maakt men een kring en zingt en speelt:

‘Hier is onze fiere pinksterblom’

Vele malen kan men dit herhalen. Ook andere dansen zijn denkbaar. Maar alles moet vrolijk, luchtig en kleurig zijn. De bloesems en slingers liefst van crêpe-papier, zelfgemaakt, zodat we de dagen ervoor ook makend bezig zijn. Tot slot nog een (hemel-) poort waar iedereen na het dansen doorheen gaat, en wat een duidelijk ‘de-wereld-in-gaan’ is.

Prachtig – voor hogere klassen en vanzelfsprekend voor het ouderkoor en voor de bovenbouw is de vijfstemmige canon SANCTUS van Jacobus Clemens non Papa.
Eén woord karakteriseert aldus het pinksterfeest, zoals dat ook met Pasen en Kerstmis is:
Pinksteren  : Sanctus.
Pasen           : Hallelujah.
Kerstmis     : Gloria.

Nog een enkel woord over de luilak: Hij/zij is degene die het allemaal niet meemaakt, omdat hij zijn aardse lichaam niet met de geest kan doordrin­gen en lui blijft slapen, een gevaar van onze tijd!

Luilak
[OP DE ZATERDAG VOOR PINKSTEREN]

De zaterdag voor Pinksteren wordt dit feest gevierd: degene die het laatst kwam werd bespot. Tegenwoordig is het – in die plaatsen waar Luilak nog wordt gevierd – een soort nachtbraken en rellenschopperij.

.

Pinksterenalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

.

565-518

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (21)

.

LUILAK EN PINKSTEREN 

In Noord-Holland wordt nog steeds op vrijdag voor Pinksteren luilak gevierd. In sommige plaatsen zijn er bloemenmarkten waar de hele nacht door planten en bloemen worden verkocht.
Voor de kinderen zijn er spelen en wedstrijden. ’s Nachts om 12 uur worden grote vuren gebrand, waarvoor de jeugd al een week van tevoren brand­stof verzamelt. Jong en oud gaat er naar toe. De volgende morgen trekken de jongeren in alle vroegte door de straten met een hels lawaai van pannendeksels, lege blikken enz., proberen ze luid bellend en zingend:

“Luilak, beddenzak,
Staat om negen uren op,
Negen uren half tien,
Nog is luilak niet te zien”.

de “langslapers” wakker te maken. Daarna wordt er ontbeten met luilakbollen.
Ik heb met  de kleuters ook wel luilak gevierd. De luilak wordt zittend op een stoeltje rond gedragen door twee kleuters. Alle kinderen zingen: “Luilak, beddezak”, enz. Dit duurt eindeloos, ieder kind wil een keer luilak zijn.

De volgende dag is het Pinksteren. In deze tijd bloeit de pinksterbloem volop.

In Amsterdam heb ik een pinksterfeest meegevierd in de kleuterklas. Van tevoren worden versierselen gemaakt. De meisjes krijgen een bloemenkransje, de jongens een bruiloftsstaf.
De meisjes die naar de 1e klas gaan krijgen een lange jurk, de jongens een hes, de overige kinderen een sterrenkraag. Ieder versiert zijn spulletjes zo mooi mogelijk met papier. Alleen de pinksterbruid krijgt een witte jurk met sluier en aan haar pols een bandje met belletjes. Middenin de klas hangt de pinksterkroon. Op het feest worden eerst de bruid en de bruidegom aangekleed. Zij zitten hoger dan de andere kinderen, precies onder de pinksterkroon. Dit is een zeer plechtig moment.
Daarna worden de andere kinderen aangekleed. Vanaf de oudste. Als iedereen klaar is rinkelen de bellen en de stoet, met een stralende bruid en bruidegom voorop, zet zich in beweging, zingend:

Hier is onze fiere Pinksterblom
Ik zou hem zo graag eens wezen,
met de mooie kransen in het haar,
En met de rinkelende bellen.
Recht is recht,krom is krom ,
Gelieve wat te geven voor de fiere pinksterblom,
Want de fiere pinksterblom moet voor”.

Zo trokken ze door het Vondelpark naar het huis van één van de kleuters. Daar werd in de tuin beschuit met aardbeien gegeten en limonade gedronken.
Het was een bijzondere ervaring.
.

M.Gerretsen, in ‘Vrijblijvend’- datum onbekend

.

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

172-163

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (18)

.

HET PINKSTERFEEST

Het pinksterfeest is het feest van de vrijheid. Zolang de mens van zijn lichaam afhankelijk is, blijft hij slaaf van dat lichaam. Vrij wor­den kan hij alleen, als hij zichzelf terugvindt in de geest. Op het innerlijke paasfeest gaat hij beseffen, dat hij weliswaar in een uiterlijk lichaam woont, maar dat zijn ware wezen iets innerlijks, iets geestelijks is. Met Pinkste­ren kan hij de geest, die hij in zichzelf heeft gevonden, vrijwillig vullen met een inhoud, die niet tot de materiële wereld behoort. Als ik over ‘mij-zelf’ spreek, heb ik het dan niet over mijn geest? Ons ware ‘Zelf’ is een geestelijke werkelijkheid. Die wereld van de geest noemt men ‘de hemel’. Op aarde wordt de mens ik-zegger, ik-zoeker zelfs. Hij groeit er op tot een zekere zelfstandigheid, tot een individu, afgescheiden van de dingen buiten hem. Maar daar gaat hij dood. Zijn aardse ik was slechts een spiegel van zijn werkelijke wezen. Er is een kloof tussen dit Zelf en ons aardse ik. Tussen hemel en aarde ligt een af­grond. Een zelfde afgrond ontdek je tussen alle mensen op aarde en ook tussen de mens en God. Want voor wie is God nog een wer­kelijk levend begrip? ‘God is dood,’ schreef Nietzsche. Voor ons aardse wezen is God ver weg. En als iemand het gebed, dat Christus ons leerde, bidt, waar is dan de ‘hemel’ waar ‘onze Vader’ is?

De hemel is overal, in ons en buiten ons. De grote Spaanse mystica Theresia van Avila schreef eens in een’brief: ‘Men kan God in alle dingen vinden. Als ge in uw keuken zijt, is Hij u nabij tussen de potten en pannen.’ De apostel Paulus schreef hierover aan de Romeinen (Rom. 8:14-18): ‘Allen die han­delen in Gods geest, zijn Gods zonen, Ge hebt toch niet opnieuw de geest van slavernij in vrees aanvaard, maar ge hebt aanvaard de geest van adoptie, waardoor wij roepen: “Abba, Vader!” Want de geest zelf legt ge­tuigenis af met onze geest, dat wij kinderen van God zijn. Indien kinderen, dan ook erf­genamen: erfgenamen van God, mede-erfge­namen van Christus, wanneer wij inderdaad met hem lijden, zodat wij met hem worden geopenbaard. Want ik ben er van overtuigd, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de toekomstige heerlijkheid, die onthuld zal worden aan ons.’

Pinksteren, het feest van de vrijheid en de liefde, want liefde en vrijheid kunnen niet bui­ten elkaar. Het feest van de geest. Het feest van de toekomst. Een bewustzijnsfeest.

Als de hele natuur van de dood is opgestaan, als alles bloesemt en bloeit, dan vieren de christenen het feest van wat zij noemen de Trooster, de Levende Bron, het Vuur, de Liefde en de kracht schenkende Geest.

‘Plot­seling kwam er een geruis uit de hemel als van een hevige windvlaag en vulde het hele huis waar zij vergaderd waren. Vurige tongen zetten zich op ieder van hen neer. Allen werden vervuld van de Heilige Geest en begon­nen verschillende talen spreken.’ (Hand. 2, 24).

Het is vijftig dagen na Pasen, tien na Christus’ hemelvaart. Na zijn opstanding, totdat hij de hemel binnenging, was Chris­tus in een bepaalde gedaante nog zichtbaar voor zijn leerlingen. Toen ging hij in de gees­telijke wereld. Maar hij is niet onbereikbaar geworden. Integendeel, nu kunnen wij hem overal ontmoeten. Hij kan ons leiden, over de afgrond heen, tot elkaar en tot de Vader van al wat is.

In de gaven van de opnieuw ontwaakte natuur beleefden de christenen vroeger nog de gaven van Gods heilige Geest, de openbaring van zijn kracht. Zo kregen de talloze vrucht­baarheidsriten, de godsdienstige gebruiken uit de vóór- christelijke tijd een nieuwe in­houd. Zeer veel mei- en minneliederen wer­den tot geestelijke liederen, waarin Christus werd bezongen als de bruidegom van de ziel.

Luilak
Luilak is de zaterdag voor Pinksteren. Hij die dan ’t langste slaapt, is de ‘luilak’. Oorspron­kelijk was dat de nieuwe mysterie-ingewijde, die door de priesters in een doodsslaap was gebracht, na 3½ dag eruit was gewekt en daardoor helderziende was geworden. – Hij moet ons trakteren!

Mei- en pinkstergebruiken vallen in de na-christelijke tijd vrijwel samen. Zijn eigen lief, ‘sinen boel’, zijn betere helft ter ere plant iedere jonkman op de eerste meidag voor haar huis of op haar dak ‘den coelen mei’ (de objectieve mei?). Deze takken spreken een voor ieder verstaanbare taal: fijne sparrentak—goedheid; dennentak — gestadige liefde; berkentak — goed en schoon; maar: kersentak—veranderlijk;  hagedoorn – stekelig, katjes —niet zonder handschoenen aan te pakken; bosje biezen – houdt het met iedereen. Wat staan de meisjes op 1 mei vroeg op, om te kijken wat haar ‘mei’ is! Een goede tak laten ze natuurlijk zo lang mogelijk staan.

Maar er is ook één grote, gemeenschappelijke meiboom of ‘Pinksterboom’ van wel 10 me­ter lang. Die is opgesierd met bonte papieren en slingers en wordt midden op het dorps­plein geplant. Daar dansen gelieven en ge­huwden, jong en oud tot Cinxendag (Pink­sterdag) omheen. Tenslotte werpt men de boom in het stromende water.

Pinksterbruid
Ieder huwbaar meisje is meibruid. Maar met Pinksteren is er één pinksterbruid of ‘pinkster-bloem’. Heel vroeger werd de luilak de pinksterbloem. Het kon toen ook even­goed een man of jongen zijn. De pinkster­bruid is niet alleen de lentebruid, het sym­bool voor de groeikracht der natuur, zij is vooral het beeld van de gesluierde Isis, de on­zichtbare geest der aarde, de maagd, die be­vrucht wordt door de Heilige Geest. Natuurlijk waren de details in iedere streek, zelfs in ieder dorp, verschillend. De voor­naamste symbolen waren overal hetzelfde. Onder de ‘hemel’, die ook ‘pinksterkroon’ heet, soms zelfs in een ‘groen huisje’ neemt de pinksterbruid plaats. Plechtig wordt zij ‘gespeeld’ (versierd) en behangen met pinksterbloemen (die heten zo, omdat zij voor dit feest werden gebruikt, niet omdat zij pas met Pinksteren zouden bloeien), met vele sieraden, versierselen en met bellen. Om haar hoofd krijgt zij een of meer kransen van groen en papieren bloemen. Meestal wordt zij gesluierd. Zij is omgeven door vele bruids­meisjes en – jonkers. Enkele van de jonkers hadden in Drente een versierde stok, de ‘bru-loftstok’ in de hand. Dat waren de ‘wasschupneugers’ (uitnodigers voor het gast­maal).

Dan begint de plechtige ommegang door het dorp. Voorop wordt op een stoel gedragen of loopt de pinksterbruid. De uitnodigers liepen de stoet vooruit, klopten met hun stok op alle deuren en riepen:
‘Ziet, uw bruugom komt!’ Het lied dat bij de omme­gang gezongen wordt, luidt op Terschelling aldus:

Hier is onze fiere Pinksterblom
En ik wou hem zo graag eens wezen.
Met zijn groene kransen om het hoofd
En met zijn klinkende bellen.
Recht is recht.
Krom is krom.
Belief je wat te geven voor de fiere Pinkster­blom
?

Want de fiere Pinksterblom moet voort.

Enkele varianten doen ons misschien de afkomst van het ‘fiere’ begrijpen, want in Cuyk (Noord-Brabant) zong men bijvoorbeeld:
‘Vierge, vierge Pinksterblom’.
Komt dat van het Franse ‘vierge’ (maagd)?
De zegekrans om het hoofd is het beeld der ‘gloria’, in het Nieuwe Testament het Latijnse woord voor ‘verheerlijking, openbaring’.
Zilveren bellen zuiveren de atmosfeer (vgl. Psalm 150).
De duivel is voor dat gerin­kel even bang als voor klokgelui. In dit lied is de bloem mannelijk. Wat doet in de hemel het geslacht ertoe?
Mineralen, stoffen zonder leven, zijn recht en hoekig. Levende wezens, planten, dieren en mensen vertonen gebogen, kromme lij­nen. Zo is ‘recht’ ‘dood’ gaan betekenen en ‘krom’ ‘leven’. De weg naar de geestloze helledood is breed en lijnrecht, het pad naar de hemel van de geest krom en bochtig. Wilt u uw gedachten en daden ‘geven’ aan de mensheid? Want zij moet voort, het licht te­gemoet.

Het is interessant, dat de versieringen bij alle pinkstergebruiken – enkele bloemen, zoals pinkster- en boterbloem, uitgezonderd — al­tijd gemaakt worden van ‘mooimakersgoed’ (gekleurd papier). Vroeger jaren bewaarde men daartoe het hele jaar door kleurige pa­piertjes e.d.

In onze tijd, die bedolven is onder een pa­pierlawine, gebruikt men crêpepapier, sits, zijdevloe enz. Echte bloemen horen bij het Midzomerfeest, bij St.- Jan. Het pinksterfeest is nl. niet zozeer het feest van de scheppende aardekrachten, maar van de scheppende menselijke geest, die op aarde pelgrimeert naar Gods Geest. Daarom maakten allen tesamen zelf de zelf bedachte versieringen voor het pinksterfeest: slingers van papier of stof, allerlei fantastische papieren figuren en fictieve, exotische bloemen. – De meietak en de pinksterboom zijn één. Alle bruidjes versie­ren samen de pinksterbruid. Ik werk tesamen met alle mensen der aarde. Dat is een gevoel, dat sinds Christus’ verbin­ding met de aarde en sinds het eerste pink­sterfeest steeds actueler wordt. De volks­geest wordt steeds meer de geest der mens­heid. De kracht die in deze ontwikkeling werkt is afkomstig van wat het Christendom de ‘Heilige Geest’ noemt. En in het gezamen­lijk lijden en worstelen der mensheid om die Geest te verwerven, zal ieder zijn persoon­lijke taak, de opdracht van zijn eigen Zelf van leven tot leven vinden, dankzij de hevige windvlagen, die ruisen door ons huis en die vurige tongen, die vlammen boven ons hoofd.

Dan zullen u en ik een taal gaan spreken, die over heel de wereld wordt verstaan. Want ‘de fiere, vrije pinkstergeest moet voort.’

Henk Sweers, ‘Jonas”nr.20, 4 juni 1976

.

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

.

167-159

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (8)

.

OVER PINKSTEREN

Voor kinderen onder de 12 jaar is de christelijke uitleg voor Pasen, Hemelvaart en Pinksteren minder toegankelijk. We kunnen deze feesten beter via de weg van de natuur met hen vieren.

Met Pasen ontspringt nieuw leven uit een schijnbaar dode natuur. Hemelvaart: de natuur richt zich op, knoppen ontsluiten zich en er komen bloemen. Pinksteren: de vruchtzetting vindt plaats en het leven kan dus voort­gang vinden. (Volgend jaar komt alles weer opnieuw.)
In oude gebruiken komen verschillende beelden steeds weer boven. Zowel de heidense natuurfeesten (zoals pinksterbruid en -bruidegom, pinksterkroon en -krans, meiboom en meitak) als de christelijke symbolen (zoals witte duif, witte vogel). Deze oude gebruiken zijn goed om in het jaar mee te nemen.

Bruid en bruidegom als beeld van de aarde die zich als bruid tooit opdat het leven zich voortzet. Symbool van nieuwe groei- en bloeikracht in de natuur. Het woord “Pinksteren” is afgeleid van Pentacoste (Gr. Pentecote) dat vijftigste dag betekent – vijftig dagen na Pasen.

In sommige streken in Nederland wordt intensief “luilak” gevierd, de zaterdag voor Pinksteren. Oorspronkelijk was dat de nieuwe mysterie-ingewijde, die door priesters in een doodsslaap was gebracht, na de 3e dag daaruit was gewekt en daardoor helderziend was geworden.
Vooral aan de Zaan (o.a. Haarlem, Beverwijk) worden d.m.v. herrie van pannendeksels de “langslapers” wakker gemaakt en wordt een nacht(planten)markt gehouden. In veel gezinnen wordt dan ontbeten met “luilakbollen” Interessant is, dat de versiering voor Pinksteren (behalve enkele bloemen als pinkster- en boterbloemen en fluitekruid) altijd van papier wordt gemaakt. Echte bloemen zien we met het Sint- Jansfeest.

Witte duif, witte vogels wijzen ons de weg wanneer we in ons leven niet meer verder kunnen. Veel sprookjes vertellen hierover: Hans en Grietje, Assepoester, Jorinde en Joringel. Maar ook het ganzen­bord vertoont de spiraal: de gang door een mensenleven met hindernissen en een witte vogel (gans) die de weg wijst.

Het pinksterfeest op de kleuterschool wordt gevierd op de wijze waarop het in vele streken in Nederland nog gevierd wordt. De “oudste” kleuters worden pinksterbruid (in het wit) en bruidegom (rood), respectievelijk bruidsmeisje of boogdrager. Achter hen gaan alle kleuters in crêpepapieren jassen en met versierde kransen en hoeden als bruid en bruidegom.

We lopen dan zingend door de buurt en bij aankomst komen we allen bij elkaar opdat bruid en bruidegom nog wat trakteren. Vooral het kleden van de bruid aan het begin van het feest is een plechtig moment, waarop menigeen een brok in de keel krijgt.

Het meest gezongen Pinksterlied* is dit:

‘Ziet hier komt de fiere Pinksterblom
en ik zou hem zo graag eens wezen.
Met die mooie kransen in het haar
en met die rinkelende bellen.
Recht is recht, krom is krom,
belief je wat te geven voor de fiere Pinksterblom,
want de fiere Pinksterblom moet voort.’

*zoals dat gaat met liedjes die maar steeds en steeds van jaar tot jaar worden gezongen: er sluipen allerlei kleine (woord) varianten in:

 kleuterleidsters, nadere bron onbekend

 

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

155-148

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.