Tagarchief: Pinksteren folklore

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (30)

.
Een kleine terugblik op de folklore van Pinksteren.

Mellie Uyldert over verborgen wijsheid van oude rijmen
.

DE PINKSTERBRUID

Verscheen de levensgeest in het voorjaar bij voorkeur als paas-haan of paas-haas, in de zomer treffen wij hem vaker in een vrouwelijke gestalte aan, o.m. als de Pinksterbruid of de Pinksterblom. Waarschijnlijk hangt dit samen met de gestalte van Moeder Aarde als de Germaanse godin Irtha of Hertha, wier feest nog lang gevierd is in haar heiligdom in de duinen bij Kraantje Lek (bij Haarlem), op de tweede maandag in augustus: Hertha’s Dag, wat verbasterd is tot Hartjesdag – waarop nog altijd vuurtjes gestookt worden door de jeugd in de Amsterdamse Jordaan! Gebruiken blijven, al wisselen hun interpretaties mét de verandering in het menselijk denken!

De Pinksterbruid was waarschijnlijk oorspronkelijk een meikoningin die op de eerste mei werd rondgedragen, nadat aan de vooravond allerlei gebruiken hadden plaatsgevonden, zoals het planten van de bloeiende tak voor het raam van de alderliefste, en het rechtspreken door de opgeschoten jongens, die de op het erf van onbeminde dorpelingen aangetroffen bezittingen op een grote hoop onder de dorpslinde op de brink neergooiden, waar de getroffenen dan maar moesten komen zoeken!

Op de zaterdag voor Pinksteren, de z.g.. Luilak, gaat de jeugd er al vroeg op uit om te dauwtrappen, eertijds een plechtige ommegang op blote voeten door de bedauwde velden in de vroegte, om alle kwade stoffen aan de aardbodem kwijt te raken, als voorjaarsreiniging en – heiliging. Nu is dat meestal ontaard in een belletje-trekken bij de langer slapende volwassenen, waarbij de kinderen een enorm lawaai maken door het slaan op metalen voorwerpen, onder het roepen van: Luilak!

Daarna pleegt men in Haarlem naar de bloemenmarkt te gaan en daar een plant te kopen ter ere van de lente, en dat is waarschijnlijk overgebleven van het vroeg naar de wei gaan en daar bloemen plukken om de pinksterkrans te maken, zoals dat nu nog op Terschelling gebeurt. De meisjes plukken daar veel varens en wollegras, meidoorntakken, boterbloemen en harlekijnorchis, wat op hoepels gebonden wordt tot kransen en nog meer versierd met gekleurde eierschalen en knipsels. Met deze pinksterkransen trekt men de boeren tegemoet als zij van het melken terugkomen, en in ruil voor zo’n krans, die de boer om de hals gehangen wordt, geeft hij dan een emmertje verse melk. Aan de pinksterpaal worden tenslotte de kransen opgehangen.

In vele plaatsen moet dan ’s avonds het pinkstervuur worden gestookt en om aan brandstof daarvoor te komen, loopt de jeugd het dorp door met een mooi versierd meisje, dat als pinksterbruid boven op een plank staat te pronken, terwijl de jongens die plank op de schouders torsen, al zingend:

Hier is onze fiere pinksterblom,
en ik zou haar zo graag eens wezen:
met haar mooie kransen op het hoofd,
en met haar rinkelende bellen!
Recht is recht, krom is krom,
zeg, blief je nog iets te geven voor de
fiere pinksterblom?
Want de fiere pinksterblom moet vóórt!

Boer, ik vraag jou voor de laatste maal:
heb je soms nog takkebossen?
In het duister stoken wij een vuur,
dat fikt en vlamt en dat knettert!
Vuur en vlam! Rook en smook!
Zeg, danst misschien je mooie Trineke
deze avond ook
met de fiere pinksterblom in ’t rond?

Bij elke boerderij wordt dit lied gezongen, waarop de bewoners wat brandstof afstaan, die op de handkar geladen wordt, welke door de achterhoede van de stoet wordt voortgeduwd.

Op de pinksteravond brandt dan het pinkstervuur, waar omheen gedanst wordt, en overheen gesprongen ’om het hele jaar niet ziek te worden’. De pinksterblom rinkelt met de belllen aan polsen en enkels en schudt de versierde haren – het kan een meisje of een jongen zijn – zwaait met de arm en stampt met de voet: de levensgeest die het heil brengt!

.
Pinksteren en Hemelvaart: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

.

2415

.