Tagarchief: pinkstersymbolen

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (12)

.

VAN HEMELVAART TOT PINKSTEREN

Doe open nu het duivenhuis
De duifjes vliegen er vrolijk uit.
Ze vliegen uit met brede vlucht en zweven in de blauwe lucht.
Maar keren ze weer van ‘t vliegen moe,
dan sluiten we zacht het duivenhuis toe.
Roe-koe-roe-koe , roe-koe-roe-koe .

                                                                                                                                (Pinksterliedje)

Zo vanzelfsprekend als Kerstmis en Pasen een feest zijn, zo ver lijkt het feest van Pinksteren van ons weg te staan. Bij vele mensen wordt het totaal niet meer gevierd, en wordt het woordje Pinksteren alleen een synoniem voor “enkele dagen vakantie”.

Pinksteren en Hemelvaart zijn voor vele mensen ongrijpbaar. Vaag weten ze nog dat het een feest is over verrijzenis en over de opgang naar de hemel van de Jesusfiguur.    Om wat meer te weten te komen over de He­melvaart en over Pinksteren moet je beginnen te zoeken bij het begin: n.l. bij het fysieke leven en dood van de Jezusfiguur.

In het begin van de Handelingen der Apostelen wordt de Hemelvaart van Christus beschreven: Christus spreekt daar tot zijn leerlingen: “Gij kunt nog niet de tijden en beslissende ogenblikken kennen, die de Vader door zijn scheppingsmacht geordend heeft. Maar gij zult de kracht van de H. Geest ontvangen, die op u neerdaalt. En gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot aan de uiterste grenzen der aarde. En terwijl hij dit zeide, werd hij voor hun ogen opgenomen; een wolk nam hem op en onttrok hem aan hun ogen. En toen zij nog opzagen naar de hemel, terwijl hij heenging, zie, twee mannen in witte kleedren stonden bij hen en zeiden: Gij mannen uit Galilea, waarom staat gij daar en ziet op naar de hemel. Deze Jezus, die van u opgenomen is ten hemel, zal komen zoals gij hem ten hemel hebt zien varen.”

Jezus verdwijnt op een wolk voor de ogen van zijn apostelen. Dan breekt er een moment aan voor hen dat ze zich nog verslagener voelen dan voordien bij zijn dood. Zij voelen zich eenzaam en achtergelaten. Hun bewustzijn reikt niet zo hoog dat ze het wonder als bij toverslag kunnen vatten.

Tien dagen nadien, krijgen ze echter terug een ontmoeting met de Christusfiguur, en daar worden ze gedoopt. Deze keer geen fysieke doop zoals bij onze borelingen, maar een geestelijke doop. Zij krij­gen de ontvangenis van de H. Geest. Vanaf die dag kan het ‘ik’, het bewustzijn van de mensen langzaam gaan groeien. Het wonderlijke in deze gebeurtenis kan men sterk ervaren, wanneer men beseft dat die geestelijke krachten van de H.Geest niet alleen over de apostelen nederdaalde maar over de gehele mensheid, waardoor er een zeer belang­rijke mensheidsontwikkeling tot stand kwam.

Het Evangelie eindigt met de Openbaring van Johannes. Johannes, die een grote helderziende was met een verruimd bewustzijn, schouwt op het eiland Patmos de wedergeboorte van de etherische Christus. De Christus verlaat de aarde met Hemelvaart niet. Maar verbindt zich met het etherische dat in en rond de aarde leeft. Wij kunnen hem als het ware dag en nacht in-ademen. De wolk is een etherisch element bij uitstek. Het stromende water verdampt, stijgt op ten hemel en vormt een wolk. De wolk daalt als dauw en regen terug naar de aarde. De wolk is zichtbaar met onze zintuigen, doch hoe dichter men ze nadert, hoe minder men ze fysiek aanschouwt.

De planten krijgen met hun wortels dit wolkensap en geven het door aan blad en vrucht. Rivieren en stromen zwellen weer door het vallende wolkenwater. Er ontstaat een geven en een nemen, een lemniscaatbeweging, een huwelijksritueel tussen kosmos en onze levende aarde. Daar waar geen water valt, treedt de dood op.

Als we ons met Hemelvaart in de eerste plaats verbinden met dit won­der: n.l. de geboorte van de etherische Christus, dan worden we ver­vuld met dankbaarheid. Al wat op aarde tot leven verwekt wordt, wordt doorstroomd met het Christuselement. In onze natuur gaan alle bomen en bloemen zich in bruiloftskledij sieren. Bloesems springen open en de knoppen ontplooien zich en barsten open tot bloem. Vreemde vogels zingen liederen die we nooit voordien hoorden, en die we elk jaar weer vergeten waren, hoe mooi ze wel waren. De witte duif, een steeds weerkerend symbool. In liederen en gebeden werd er van hem en zijn zeven gaven gesproken.

Wijsheid was de mooiste

Ook bij de ondergang van de aarde, waarbij Noach en zijn uitverkorenen gespaard bleven, werd een witte duif eropuit gestuurd om te kijken of er reeds land in zicht was. De duif kwam weder met laurier en kondigde ‘de wedergeboorte aan. Ook onze vredesduif zou een boodschap moeten zijn voor iedereen die met Kerstmis heeft gezongen: ‘Vrede op aarde, aan alle mensen, die van goede wil zijn.

Het feest is weliswaar te abstract om aan kleine kinderen duidelijk te maken. Doch men kiest dan verhalen met zon grote beeldentaal dat er over die kinderzieltjes toch iets van Pinksteren kan nederdalen:
Assepoester, De drie talen, De kristallen bol, De witte en de zwarte bruid. [1]
Bv. het sprookje van de zeekoning en Wassilissa, de dertiende duif. Het is een zuiver pinkstersprookje, het zuiverste dat in Midden-Europa verteld is. Daarmee geeft men dan aan de kinderen het waarheidsbeeld van het toekomstig geestelijke, waarvan het Evangelie spreekt, toen de Geest op de twaalfde en de in hun midden vertoevende dertiende neder­daalde – een waarheidsbeeld voor het inzicht, dat ieder mens op de Johannesfiguur kan lijken en de alomvattende zielenwijsheid van de duif kan verkrijgen, waarvan Maria het levende oerbeeld is.

Overigens, nu als volwassene, moet ik dit zeggen – is het misschien juist belangrijk, dat Pinksteren niet geheel door het kind ‘begrepen’ wordt. Als we zelf willen weten, wat er gebeurd is en dit gebeuren ons eigen maken tot een altijd durende zekerheid, dan beleeft het kind het feest door ons. Door onze houding en onze vervulling krijgt het feest gestalte voor het kind.

In de kleuterschool vieren we natuurlijk wel Pinksteren: nl. de pinksterbruid en -bruidegom :

Hier is onze fiere Pinksterblom
En ik zou hem zo graag eens wezen.
Met zijn mooie kransen op het hoofd en met zijn rinkelende bellen.
Recht is recht,
Krom is krom.
Gelieve wat te geven aan de fiere Pinksterblom,
want de fiere Pinksterblom moet voort.

Luilak,- beddezak
staat om 9 uren op
Negen uren, half tien:
dan kan men de luilak zien.

Ons kinderfeest is het bruiloftsfeest, verwekt door onze levende natuur. Elke hereniging tussen geest en aarde leidt tot bevruchting. Elke bevruchting brengt een wedergeboorte tot stand. Elke wedergeboorte is een ontwikkeling, een stap verder naar het (hopelijk)  ‘goede’.

Kleuters van ongeveer zes en een half jaar verlaten hun kleuterwereld en worden dan pas ‘echt geboren. Ze stoten de tandjes van hun erfelijkheid uit en vormen hun eigen blijvende gebit. Ze zijn doorheen kinderziekten gekomen met een eigen identiteit. En voor ’t eerst gaan ze echt ‘denken’. Niet het herinneren, het associëren, maar het echte, abstracte wakkere denken, waardoor ze in staat zijn om leerstof te gaan opnemen.

Deze oude pinksterliederen waren oorspronkelijk vruchtbaarheidsliederen en zij steken vol symboliek:
– rinkelende bellen : daar slaap je niet van, daar word je juist door ‘gewekt’ zoals Doornroosje na haar 100-jarige slaap.
– Luilak, beddezak: ook een verwijzing naar het wakkere denken en naar het ontwaken van ons hoger ‘ik of ons hoger bewustzijn.
– de duifjes: is een vogel die ons een beeld geeft van het opstijgende, hetgeen naar de hemel gericht is.
– Het wit van de duif en het witte van de pinksterkledij: beeld van het maagdelijke, en het reine, ’t onbezoedelde. Wit is de kleur met de grootste verbondenheid met het geestelijke. Vandaar de witte rouwkledij bij sommige Oosterse volkeren.

Bronnen : – Hoe vieren we jaarfeesten met kinderen, van Friedel Lenz
Meer

.

[1] In het oorspronkelijke artikel stond dit niet, wel dit: Bv. het sprookje van de zeekoning en Wassilissa, de dertiende duif. Het is een zuiver pinkstersprookje, het zuiverste dat in Midden-Europa verteld is.
Maar het Russische sprookje is met deze omschrijving niet te vinden. Er bestaat een sprookje met de naam: ‘De tsaar van de zee en Wassilissa de Wijze’, maar daarin komen geen dertien duiven voor (wel twaalf zwanen). Wat het pinkstermotief zou moeten zijn, is onduidelijk

Bron: onbekend

 

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

.

161-153

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (21)

.

LUILAK EN PINKSTEREN 

In Noord-Holland wordt nog steeds op vrijdag voor Pinksteren luilak gevierd. In sommige plaatsen zijn er bloemenmarkten waar de hele nacht door planten en bloemen worden verkocht.
Voor de kinderen zijn er spelen en wedstrijden. ’s Nachts om 12 uur worden grote vuren gebrand, waarvoor de jeugd al een week van tevoren brand­stof verzamelt. Jong en oud gaat er naar toe. De volgende morgen trekken de jongeren in alle vroegte door de straten met een hels lawaai van pannendeksels, lege blikken enz., proberen ze luid bellend en zingend:

“Luilak, beddenzak,
Staat om negen uren op,
Negen uren half tien,
Nog is luilak niet te zien”.

de “langslapers” wakker te maken. Daarna wordt er ontbeten met luilakbollen.
Ik heb met  de kleuters ook wel luilak gevierd. De luilak wordt zittend op een stoeltje rond gedragen door twee kleuters. Alle kinderen zingen: “Luilak, beddezak”, enz. Dit duurt eindeloos, ieder kind wil een keer luilak zijn.

De volgende dag is het Pinksteren. In deze tijd bloeit de pinksterbloem volop.

In Amsterdam heb ik een pinksterfeest meegevierd in de kleuterklas. Van tevoren worden versierselen gemaakt. De meisjes krijgen een bloemenkransje, de jongens een bruiloftsstaf.
De meisjes die naar de 1e klas gaan krijgen een lange jurk, de jongens een hes, de overige kinderen een sterrenkraag. Ieder versiert zijn spulletjes zo mooi mogelijk met papier. Alleen de pinksterbruid krijgt een witte jurk met sluier en aan haar pols een bandje met belletjes. Middenin de klas hangt de pinksterkroon. Op het feest worden eerst de bruid en de bruidegom aangekleed. Zij zitten hoger dan de andere kinderen, precies onder de pinksterkroon. Dit is een zeer plechtig moment.
Daarna worden de andere kinderen aangekleed. Vanaf de oudste. Als iedereen klaar is rinkelen de bellen en de stoet, met een stralende bruid en bruidegom voorop, zet zich in beweging, zingend:

Hier is onze fiere Pinksterblom
Ik zou hem zo graag eens wezen,
met de mooie kransen in het haar,
En met de rinkelende bellen.
Recht is recht,krom is krom ,
Gelieve wat te geven voor de fiere pinksterblom,
Want de fiere pinksterblom moet voor”.

Zo trokken ze door het Vondelpark naar het huis van één van de kleuters. Daar werd in de tuin beschuit met aardbeien gegeten en limonade gedronken.
Het was een bijzondere ervaring.
.

M.Gerretsen, in ‘Vrijblijvend’- datum onbekend

.

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

172-163

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (18)

.

HET PINKSTERFEEST

Het pinksterfeest is het feest van de vrijheid. Zolang de mens van zijn lichaam afhankelijk is, blijft hij slaaf van dat lichaam. Vrij wor­den kan hij alleen, als hij zichzelf terugvindt in de geest. Op het innerlijke paasfeest gaat hij beseffen, dat hij weliswaar in een uiterlijk lichaam woont, maar dat zijn ware wezen iets innerlijks, iets geestelijks is. Met Pinkste­ren kan hij de geest, die hij in zichzelf heeft gevonden, vrijwillig vullen met een inhoud, die niet tot de materiële wereld behoort. Als ik over ‘mij-zelf’ spreek, heb ik het dan niet over mijn geest? Ons ware ‘Zelf’ is een geestelijke werkelijkheid. Die wereld van de geest noemt men ‘de hemel’. Op aarde wordt de mens ik-zegger, ik-zoeker zelfs. Hij groeit er op tot een zekere zelfstandigheid, tot een individu, afgescheiden van de dingen buiten hem. Maar daar gaat hij dood. Zijn aardse ik was slechts een spiegel van zijn werkelijke wezen. Er is een kloof tussen dit Zelf en ons aardse ik. Tussen hemel en aarde ligt een af­grond. Een zelfde afgrond ontdek je tussen alle mensen op aarde en ook tussen de mens en God. Want voor wie is God nog een wer­kelijk levend begrip? ‘God is dood,’ schreef Nietzsche. Voor ons aardse wezen is God ver weg. En als iemand het gebed, dat Christus ons leerde, bidt, waar is dan de ‘hemel’ waar ‘onze Vader’ is?

De hemel is overal, in ons en buiten ons. De grote Spaanse mystica Theresia van Avila schreef eens in een’brief: ‘Men kan God in alle dingen vinden. Als ge in uw keuken zijt, is Hij u nabij tussen de potten en pannen.’ De apostel Paulus schreef hierover aan de Romeinen (Rom. 8:14-18): ‘Allen die han­delen in Gods geest, zijn Gods zonen, Ge hebt toch niet opnieuw de geest van slavernij in vrees aanvaard, maar ge hebt aanvaard de geest van adoptie, waardoor wij roepen: “Abba, Vader!” Want de geest zelf legt ge­tuigenis af met onze geest, dat wij kinderen van God zijn. Indien kinderen, dan ook erf­genamen: erfgenamen van God, mede-erfge­namen van Christus, wanneer wij inderdaad met hem lijden, zodat wij met hem worden geopenbaard. Want ik ben er van overtuigd, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de toekomstige heerlijkheid, die onthuld zal worden aan ons.’

Pinksteren, het feest van de vrijheid en de liefde, want liefde en vrijheid kunnen niet bui­ten elkaar. Het feest van de geest. Het feest van de toekomst. Een bewustzijnsfeest.

Als de hele natuur van de dood is opgestaan, als alles bloesemt en bloeit, dan vieren de christenen het feest van wat zij noemen de Trooster, de Levende Bron, het Vuur, de Liefde en de kracht schenkende Geest.

‘Plot­seling kwam er een geruis uit de hemel als van een hevige windvlaag en vulde het hele huis waar zij vergaderd waren. Vurige tongen zetten zich op ieder van hen neer. Allen werden vervuld van de Heilige Geest en begon­nen verschillende talen spreken.’ (Hand. 2, 24).

Het is vijftig dagen na Pasen, tien na Christus’ hemelvaart. Na zijn opstanding, totdat hij de hemel binnenging, was Chris­tus in een bepaalde gedaante nog zichtbaar voor zijn leerlingen. Toen ging hij in de gees­telijke wereld. Maar hij is niet onbereikbaar geworden. Integendeel, nu kunnen wij hem overal ontmoeten. Hij kan ons leiden, over de afgrond heen, tot elkaar en tot de Vader van al wat is.

In de gaven van de opnieuw ontwaakte natuur beleefden de christenen vroeger nog de gaven van Gods heilige Geest, de openbaring van zijn kracht. Zo kregen de talloze vrucht­baarheidsriten, de godsdienstige gebruiken uit de vóór- christelijke tijd een nieuwe in­houd. Zeer veel mei- en minneliederen wer­den tot geestelijke liederen, waarin Christus werd bezongen als de bruidegom van de ziel.

Luilak
Luilak is de zaterdag voor Pinksteren. Hij die dan ’t langste slaapt, is de ‘luilak’. Oorspron­kelijk was dat de nieuwe mysterie-ingewijde, die door de priesters in een doodsslaap was gebracht, na 3½ dag eruit was gewekt en daardoor helderziende was geworden. – Hij moet ons trakteren!

Mei- en pinkstergebruiken vallen in de na-christelijke tijd vrijwel samen. Zijn eigen lief, ‘sinen boel’, zijn betere helft ter ere plant iedere jonkman op de eerste meidag voor haar huis of op haar dak ‘den coelen mei’ (de objectieve mei?). Deze takken spreken een voor ieder verstaanbare taal: fijne sparrentak—goedheid; dennentak — gestadige liefde; berkentak — goed en schoon; maar: kersentak—veranderlijk;  hagedoorn – stekelig, katjes —niet zonder handschoenen aan te pakken; bosje biezen – houdt het met iedereen. Wat staan de meisjes op 1 mei vroeg op, om te kijken wat haar ‘mei’ is! Een goede tak laten ze natuurlijk zo lang mogelijk staan.

Maar er is ook één grote, gemeenschappelijke meiboom of ‘Pinksterboom’ van wel 10 me­ter lang. Die is opgesierd met bonte papieren en slingers en wordt midden op het dorps­plein geplant. Daar dansen gelieven en ge­huwden, jong en oud tot Cinxendag (Pink­sterdag) omheen. Tenslotte werpt men de boom in het stromende water.

Pinksterbruid
Ieder huwbaar meisje is meibruid. Maar met Pinksteren is er één pinksterbruid of ‘pinkster-bloem’. Heel vroeger werd de luilak de pinksterbloem. Het kon toen ook even­goed een man of jongen zijn. De pinkster­bruid is niet alleen de lentebruid, het sym­bool voor de groeikracht der natuur, zij is vooral het beeld van de gesluierde Isis, de on­zichtbare geest der aarde, de maagd, die be­vrucht wordt door de Heilige Geest. Natuurlijk waren de details in iedere streek, zelfs in ieder dorp, verschillend. De voor­naamste symbolen waren overal hetzelfde. Onder de ‘hemel’, die ook ‘pinksterkroon’ heet, soms zelfs in een ‘groen huisje’ neemt de pinksterbruid plaats. Plechtig wordt zij ‘gespeeld’ (versierd) en behangen met pinksterbloemen (die heten zo, omdat zij voor dit feest werden gebruikt, niet omdat zij pas met Pinksteren zouden bloeien), met vele sieraden, versierselen en met bellen. Om haar hoofd krijgt zij een of meer kransen van groen en papieren bloemen. Meestal wordt zij gesluierd. Zij is omgeven door vele bruids­meisjes en – jonkers. Enkele van de jonkers hadden in Drente een versierde stok, de ‘bru-loftstok’ in de hand. Dat waren de ‘wasschupneugers’ (uitnodigers voor het gast­maal).

Dan begint de plechtige ommegang door het dorp. Voorop wordt op een stoel gedragen of loopt de pinksterbruid. De uitnodigers liepen de stoet vooruit, klopten met hun stok op alle deuren en riepen:
‘Ziet, uw bruugom komt!’ Het lied dat bij de omme­gang gezongen wordt, luidt op Terschelling aldus:

Hier is onze fiere Pinksterblom
En ik wou hem zo graag eens wezen.
Met zijn groene kransen om het hoofd
En met zijn klinkende bellen.
Recht is recht.
Krom is krom.
Belief je wat te geven voor de fiere Pinkster­blom
?

Want de fiere Pinksterblom moet voort.

Enkele varianten doen ons misschien de afkomst van het ‘fiere’ begrijpen, want in Cuyk (Noord-Brabant) zong men bijvoorbeeld:
‘Vierge, vierge Pinksterblom’.
Komt dat van het Franse ‘vierge’ (maagd)?
De zegekrans om het hoofd is het beeld der ‘gloria’, in het Nieuwe Testament het Latijnse woord voor ‘verheerlijking, openbaring’.
Zilveren bellen zuiveren de atmosfeer (vgl. Psalm 150).
De duivel is voor dat gerin­kel even bang als voor klokgelui. In dit lied is de bloem mannelijk. Wat doet in de hemel het geslacht ertoe?
Mineralen, stoffen zonder leven, zijn recht en hoekig. Levende wezens, planten, dieren en mensen vertonen gebogen, kromme lij­nen. Zo is ‘recht’ ‘dood’ gaan betekenen en ‘krom’ ‘leven’. De weg naar de geestloze helledood is breed en lijnrecht, het pad naar de hemel van de geest krom en bochtig. Wilt u uw gedachten en daden ‘geven’ aan de mensheid? Want zij moet voort, het licht te­gemoet.

Het is interessant, dat de versieringen bij alle pinkstergebruiken – enkele bloemen, zoals pinkster- en boterbloem, uitgezonderd — al­tijd gemaakt worden van ‘mooimakersgoed’ (gekleurd papier). Vroeger jaren bewaarde men daartoe het hele jaar door kleurige pa­piertjes e.d.

In onze tijd, die bedolven is onder een pa­pierlawine, gebruikt men crêpepapier, sits, zijdevloe enz. Echte bloemen horen bij het Midzomerfeest, bij St.- Jan. Het pinksterfeest is nl. niet zozeer het feest van de scheppende aardekrachten, maar van de scheppende menselijke geest, die op aarde pelgrimeert naar Gods Geest. Daarom maakten allen tesamen zelf de zelf bedachte versieringen voor het pinksterfeest: slingers van papier of stof, allerlei fantastische papieren figuren en fictieve, exotische bloemen. – De meietak en de pinksterboom zijn één. Alle bruidjes versie­ren samen de pinksterbruid. Ik werk tesamen met alle mensen der aarde. Dat is een gevoel, dat sinds Christus’ verbin­ding met de aarde en sinds het eerste pink­sterfeest steeds actueler wordt. De volks­geest wordt steeds meer de geest der mens­heid. De kracht die in deze ontwikkeling werkt is afkomstig van wat het Christendom de ‘Heilige Geest’ noemt. En in het gezamen­lijk lijden en worstelen der mensheid om die Geest te verwerven, zal ieder zijn persoon­lijke taak, de opdracht van zijn eigen Zelf van leven tot leven vinden, dankzij de hevige windvlagen, die ruisen door ons huis en die vurige tongen, die vlammen boven ons hoofd.

Dan zullen u en ik een taal gaan spreken, die over heel de wereld wordt verstaan. Want ‘de fiere, vrije pinkstergeest moet voort.’

Henk Sweers, ‘Jonas”nr.20, 4 juni 1976

.

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

.

167-159

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (13)

.

DE PINKSTERBRUID 

Op grond van oude pinkstergebruiken, gaan we nu in het Speelschooltje voor het eerst de “pinksterbruid” vieren.

Pinksteren, is een, naar de zomer opgeschoven, voorjaarsfeest en heeft dus voorjaarsgebruiken. De herlevende natuur werd voorgesteld door een jong meisje, de pinksterbruid of-blom, door haar rond te dragen voerde men de lente binnen. Zij was mooi versierd met bloemen en groen en behangen met zilveren sieraden die de burgerij afstond.Hoe rijker tooi, des te groter uitzicht op overvloedige oogst.

Oorspronkelijk voerde men een bruidspaar rond, tenslotte bleef alleen de bruid over, want van de bruid stroomt de vruchtbaarheidskracht uit. Zo’n lieflijk bruidspaartje liep onder een kroon,waarvan vier kinderen de afhangende slingers droegen en werd gevolgd door kinderen, allen met bloemen versierd. Ook de pinksterliedjes daarbij gezongen, raken in vergetelheid zoals:

Daar komt de vurige pinksterblom,
Daar komt zij aangegangen,
Met een schoon rozenhoedje op,
Al met twee bloeiende wangen.

De pinksterkronen zijn nu ook verdwenen. Kransen, versierd met bloemen, kleurig papier en uitgeblazen eieren hing men over weg en straat. Daaronder zat de pinksterkroon; wie onder de kroon doorging moest iets offeren. Soms hing men ook een bosje brem op.
In een ander dorp kende men in plaats van de pinksterkroon een meiboom: een 6 à 10 meter hoge paal, versierd met horizontaal aangebrachte hoepels, alle behangen met papieren netjes, slingers en lampions, en deze staat midden op straat, of plein. De kinderen dansen ( rozen ) hand aan hand om de kroon en zingen op de wijze van “Wie in januari geboren is “.

De pinksterkroon is weer in het land, hoezee!
De vlaggen die waaien van allen kant, hoezee!
Wij rozen  naar de oude trant;
Weer allen samen hand in hand,
Hoezee, hoezee, hoezee! (bis)

‘s Avonds komen de volwassenen om de kroon dansen en zingen. Bij deze pinksterkroon zit geen pinksterbruid, maar een harmonicaspeler. Evenals de meiboom wordt de pinksterkroon tenslotte verbrand of verdronken.

Enkele volksvermaken zijn: pinksterkermis, het ringrijden , het gooischieten, zeilwedstrijd.

Op sommige plaatsen had ook een broodbedeling plaats aan de armen. Zó kende iedere streek zijn eigen gebruiken. De pinksterblom werd niet altijd toegejuicht als de blij ont­waakte lente, zij werd ook gehoond als de langslaapster, het voorjaar dat te lang op zich had laten wachten. Dan zong men:

De pinksterblom is opgestaan,
ze mocht wel weer te bedde gaan.

Een willekeurige luilak werd op vrijdag en zaterdag voor pink­sterdag rondgeleid. Zij kreeg een krans van gras en brandnetels op het hoofd en werd bespot.
Er wordt ook op horrie gereden. Dit zijn eigengemaakte kleine wagentjes, beladen met groene takken en brandnetel (vruchtbaar­heidssymbool) en voorzien van een lange sliert van blikken en deksels, die over de keien een hels lawaai maken (zeer geschikt om de slapers te wekken). Waar men een langslaper vermoedt, wordt aan de bel getrokken, waaraan men een bos brandnetels of een dode rat hangt onder het zingen van:

De looie bak,
de slaperige zak,
vanmorgen niet vroeg opgestaan.
je kan wel weer naar bed toe gaan

Hoe gaan wij nu in het Speelschooltje de pinksterbruid vieren?

In onze klasjes maken we een pinksterboog, allerlei versieringen, belleboompjes en sieraden voor de pinksterbruid. Twee van de oudste kinderen vormen het bruidspaar, en worden ook zo aangekleed.

Marijke Peters, nadere gegevens onbekend

 

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

162-154

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (10)

 

PINKSTEREN

Nog even, en dan is het weer Pinksteren. Het feest van de vrijheid!
Op de kleuterschool zijn de voorbereidingen al in volle gang. De kinderen genieten van de voorpret.
De kransen zijn gevlochten, de pinksterblom (bruid)  is aangewezen en vol ongeduld wordt nu uitgekeken naar de dag van het feest. Thuis en op school weerklinkt het fraaie lied van de pinksterblom:

Hier is onze fiere pinksterblom
En ik wou hem zo graag eens wezen
Met zijn groene kransen om het hoofd
En met zijn klinkende bellen.
Recht is recht.
Krom is krom.
Belief je wat te geven voor de fiere pinksterblom?
Want de fiere Pinksterblom moet voort.

De zegekrans om het hoofd is het beeld van ‘gloria’, wat in het Nieuwe Testament het Latijnse woord is voor “ver­heerlijking, openbaring”.

De klinkende (zilveren) bellen zuiveren de atmosfeer. De duivel is voor dat gerinkel even bang als voor klokgelui. Recht is recht: mineralen, stoffen zonder leven, zijn recht en hoekig. Krom is krom: levende wezens, planten, dieren en mensen vertonen gebogen, kromme lijnen. Zo is “recht” “dood” gaan betekenen en “krom” “leven”. De weg naar het geestloze is breed en lijnrecht, het pad naar de hemel van de geest krom en bochtig.

Wilt u uw gedachten en daden “geven” aan de mensheid? Want zij moet voort, het licht tegemoet.

Ook thuis kunnen we reeds beginnen met het maken van papieren bloemslingers. Slingers van echte bloemen maken we pas later, met het St.-Jansfeest. De papieren bloemen maken we bij voorkeur van zijdevloeipapier met zijn mooie, zachte kleuren. Hiervoor knippen we cirkels in verschil­lende maten. Twee blaadjes op elkaar leggen, in het midden bij elkaar nemen en ronddraaien. Daarna de bloemetjes aan een lange draad rijgen. Eventueel kunt u er kleine belletje tussen hangen, die bij het kleinste zuchtje wind zachtjes gaan klingelen.
.

W.M. nadere gegevens onbekend

.

Aanvulling:
Hallo Pieter,
Hier nog een aanvulling op wat je hebt verzameld over het pinksterfeest.
Het is het feest van de toekomst. De symboliek van de pinksterbruid en de pinksterbruidegom is in die zin heel mooi.
De bruidegom vertegenwoordigt de Christus die in het huwelijk treedt met de mensheid (de bruid).Dit als vooruitblik van het stichten van het nieuwe Jeruzalem als de Christus terugkeert naar de aarde en daadwerkelijk zich verbindt (in het huwelijk treedt) met de mensheid. Zo gezien is het pinksterfeest een van de twaalf pinkstermysterien die mooi beschreven en uitgelegd worden door Stefan Lubienski in zijn voordracht over het twaalfvoudig pinkstermysterie. Het boekje van deze voordracht is te bestellen bij :
van Spronsen
Watersnip 11
3755GK Eemnes tel: 035-5314555
Als dit adres tenminste nog relevant is.
Groeten van Peter Le Cocq.

 

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

157-150

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (8)

.

OVER PINKSTEREN

Voor kinderen onder de 12 jaar is de christelijke uitleg voor Pasen, Hemelvaart en Pinksteren minder toegankelijk. We kunnen deze feesten beter via de weg van de natuur met hen vieren.

Met Pasen ontspringt nieuw leven uit een schijnbaar dode natuur. Hemelvaart: de natuur richt zich op, knoppen ontsluiten zich en er komen bloemen. Pinksteren: de vruchtzetting vindt plaats en het leven kan dus voort­gang vinden. (Volgend jaar komt alles weer opnieuw.)
In oude gebruiken komen verschillende beelden steeds weer boven. Zowel de heidense natuurfeesten (zoals pinksterbruid en -bruidegom, pinksterkroon en -krans, meiboom en meitak) als de christelijke symbolen (zoals witte duif, witte vogel). Deze oude gebruiken zijn goed om in het jaar mee te nemen.

Bruid en bruidegom als beeld van de aarde die zich als bruid tooit opdat het leven zich voortzet. Symbool van nieuwe groei- en bloeikracht in de natuur. Het woord “Pinksteren” is afgeleid van Pentacoste (Gr. Pentecote) dat vijftigste dag betekent – vijftig dagen na Pasen.

In sommige streken in Nederland wordt intensief “luilak” gevierd, de zaterdag voor Pinksteren. Oorspronkelijk was dat de nieuwe mysterie-ingewijde, die door priesters in een doodsslaap was gebracht, na de 3e dag daaruit was gewekt en daardoor helderziend was geworden.
Vooral aan de Zaan (o.a. Haarlem, Beverwijk) worden d.m.v. herrie van pannendeksels de “langslapers” wakker gemaakt en wordt een nacht(planten)markt gehouden. In veel gezinnen wordt dan ontbeten met “luilakbollen” Interessant is, dat de versiering voor Pinksteren (behalve enkele bloemen als pinkster- en boterbloemen en fluitekruid) altijd van papier wordt gemaakt. Echte bloemen zien we met het Sint- Jansfeest.

Witte duif, witte vogels wijzen ons de weg wanneer we in ons leven niet meer verder kunnen. Veel sprookjes vertellen hierover: Hans en Grietje, Assepoester, Jorinde en Joringel. Maar ook het ganzen­bord vertoont de spiraal: de gang door een mensenleven met hindernissen en een witte vogel (gans) die de weg wijst.

Het pinksterfeest op de kleuterschool wordt gevierd op de wijze waarop het in vele streken in Nederland nog gevierd wordt. De “oudste” kleuters worden pinksterbruid (in het wit) en bruidegom (rood), respectievelijk bruidsmeisje of boogdrager. Achter hen gaan alle kleuters in crêpepapieren jassen en met versierde kransen en hoeden als bruid en bruidegom.

We lopen dan zingend door de buurt en bij aankomst komen we allen bij elkaar opdat bruid en bruidegom nog wat trakteren. Vooral het kleden van de bruid aan het begin van het feest is een plechtig moment, waarop menigeen een brok in de keel krijgt.

Het meest gezongen Pinksterlied* is dit:

‘Ziet hier komt de fiere Pinksterblom
en ik zou hem zo graag eens wezen.
Met die mooie kransen in het haar
en met die rinkelende bellen.
Recht is recht, krom is krom,
belief je wat te geven voor de fiere Pinksterblom,
want de fiere Pinksterblom moet voort.’

*zoals dat gaat met liedjes die maar steeds en steeds van jaar tot jaar worden gezongen: er sluipen allerlei kleine (woord) varianten in:

 kleuterleidsters, nadere bron onbekend

 

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

155-148

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.