VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël – verhalen (10-2/1)

..

Dit is hetzelfde verhaal als van [10-2/2], alleen met iets andere woorden.

.

Rinke Visser, naar een Poolse legende, Jonas nr.2, 28-09-1977
.

Sint-Michaël op de maansikkel

Het Michaëlsfeest luidt de herfsttijd in. Uiterlijk wordt de strijd tussen licht en donker in het voordeel van de duisternis beslecht. Of het innerlijk licht in ons ontstoken kan worden is niet afhankelijk van het natuurgebeuren buiten ons; de wijze waarop wij met onze innerlijke ruimte omgaan is bepalend. Daaraan wil het Michaëls­feest ons herinneren.

Niet alleen in het jaarverloop, de op­eenvolging van de seizoenen, neemt de Michaëlstijd een plaats in. Men zou kunnen zeggen dat de Michaëlstijd zo­als we die in de herfst kennen, een tijd is die in verhevigde mate de signatuur van een veel groter tijdsbestek draagt: de periode waarin zich onze huidige cultuur afspeelt, waarin Michaël als tijdgeest de mensheid inspireert. Ook hier is sprake van strijd tussen licht en duisternis.

De draak die wij uit zovele verhalen kennen, wordt door Michaël verslagen. Voor ons, in de twintigste eeuw, wordt die slag opnieuw werkelijkheid. Maar wie kan strijden als hij niet weet waar het slagveld is of de kleuren van de vijand niet kent?
Onderstaand verhaal begint met de woorden ‘Zag je…?’
Als we dit prach­tige beeld in ons opgenomen hebben, waar zowel de jaarfeest-Michaëlstijd als de huidige mensheids-Michaëlstijd doorklinken, kunnen we om ons heen kijken en ons afvragen: ‘Zie je werke­lijk de tijdsfenomenen, ontdek je de camouflage van de vijand en versta je de gecodeerde boodschappen die rondgaan?’

En lees dan dit verhaal nog eens.

Zag je in heldere, hoge herfstnachten de sterrenvonken aan de hemel spatten? Als de hoop van een mensenziel gaan ze op: als het besluit van een mensen­hart duiken ze onder, lichtend in kracht.
De mensen noemen het vallende ster­ren.

Maar wie zijn engel liefheeft en van kind af aan geen angst in zijn hart bin­nenliet, weet het beter. Hij ziet in klare herfstnachten daarbo­ven in de sterren de grote strijd, Sint-Joris op aarde genoemd, Sint-Michaël in de hemel. En hij ziet zijn gelaat over­straald door gouden wijsheid, die, zichzelf niet wetend, het hart van de hoogste godheid weerspiegelt. En ziet zijn arm glanzend in het wapen, dat sterk en zuiver is, als uit hemelse ge­rechtigheid gehard.

En met de weerbare hand heft Michaël het zwaard op, dat de kruipende en begerende, wroetende en stukvretende onreinheid treffen zal. En de sterren beven en vonken als dia­manten, springen op, als Sint-Michaël zijn zwaard opheft.
Zag je in donkere wintertijd de tere maansikkel boven de fijne witte wolken wegglijden? Het ruist om haar heen als het fluisteren van grassen van verre, schone hemelweiden. Een ver­langen, verder, verder weg te zijn, grijpt de harten van de mensen aan, die opkijken naar de sikkel aan de winterhemel.

Maar wie zijn engel liefheeft en van kind af aan de reinheid in zijn hart be­waart, weet het beter. Hij ziet daar boven op de smalle zil­veren sikkel de hemelse jonkvrouw Maria staan. En hij weet, dat zij een koningin is. Want zij lacht naar bene­den tot diegenen, die op aarde vurig verlangen en gebrek lijden. En schenkt uit haar rozige handen hemelse tarwe­korrels, die zegenend op de aarde val­len. Zij schenkt uit biddende gebogen handen. Zij bidt voor de diepten, dat ze verzadigd mogen worden en goed en vervuld met het wonder, dat het hoge nog bergt.

En eenmaal zal het gebeuren. In een herfst, waar de berk niet schreit om haar bladeren; waar het berkenloof vrolijk ter aarde valt. Dan zal op een dag boven de maan een trap verschij­nen waarvan de treden zijn als melk­achtig steen. En op deze witte treden, met zegenende handen verlossing wenkend, zal Maria omhoog schreiden naar de gouden hemelse oogstdanktafel, alsof haar voet op een zich sprei­dende duivenvleugel treedt. De sikkel van de maan zal dan niet verlaten zijn. Daar zal dan een lied klinken, dat in de hemel en op de aarde nog niet werd gehoord. Sint-Michaël zal dan op de maansikkel staan. Als hemelse smid heeft hij zijn zwaard omgesmeed tot het raam van een lier en uit de mensengedachten van moed worden de snaren daarop gespannen. De draakoverwinnaar zal zingen en spelen en als hemelse luit­speler zijn ambt uitoefenen. Er is kracht in zijn lied. Van de vertroosting en vervulling van een oude tijd zal hij zingen en van het nabije neerstromen van het hoogste licht, waarin het la­chen van Maria verdween. En de berk zal tot in haar diepste wezen huiveren vol vreugde, als dit lied weerklinkt. En de herfst zal zijn als voorjaar.

Vele mensen zullen het niet zien, velen niet horen. Maar wie zijn engel
lief ­heeft en trouw in zijn hart draagt: die weet het goed en wil het beter.

.

Boeken over Michaël en de herfsttijd

Michaëlalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldMichaël (bordtekeningen e.d.)  jaartafel, (ook herfst)

Michaëlsliederen

.

2705
Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.