Tagarchief: jaarfeesten

VRIJESCHOOL – Over ‘moeder aarde’

.

Oud-vrijekleuterleidster Dieuwke Hessels over allerlei aspecten van Moeder Aarde. Omdat er verschillende raakvlakken bestaan met bv. de vertelstof op de vrijeschool – o.a. sprookjes en de Germaanse mythologie – en omdat ook “Maria-Lichtmis’ ter sprake komt – een feest dat vaak in de kleuterklassen wordt gevierd, kan het tot een bepaalde verdieping leiden.
.

Dieuwke Hessels
.

Inleiding op:

Moeder Aarde door de eeuwen heen

Vrouw Holle en Maria-Lichtmis waren de aanleiding om eens uit te pluizen hoeveel “moeders aarde” er zijn, zijn geweest, vanwaar komen deze godinnen en
gaat Moeder Aarde door culturen, landsgrenzen heen, zijn er heden ten dage nog rituelen om Moeder Aarde te vieren?

Hoe is de eerdere aardeontwikkeling gegaan, volgens bronnen nog van Atlantis?

Een leuke onderneming is het geworden; een bloemlezing aan artikelen en afbeeldingen van Moeder Aarde.
Om te lezen en niet te vergeten hoe belangrijk zij is….

In Nederland leven miljoenen mensen van allerlei culturen, dicht op elkaar.
Elkaar weten te vinden door alle geloven en standpunten heen en trouw te blijven aan ieders eigen cultuur en ook om begrip te hebben voor elkaar, is een mooie opgave.
Denk aan jaarfeesten: hoe en welke, waar vind je gelijke stemming, kunnen we tot elkaar komen.
Een aantal feesten vindt haar oorsprong in voorchristelijke tijden, toen
mensen meer één waren met de natuur, met Moeder Aarde.

Ik neem jullie mee aan de hand van onderstaande artikelen:

Een enkele opmerking in blauw is van mij, phaw

Van jaarfeesten op vrijescholen, <1>
Een site over ‘Kleur op school’, <2>
en dan:
De geschiedenis van Internationale Moeder Aarde Dag <3>
Het verzorgen en zorgen om Moeder Aarde, <4>
Naar de aardeontwikkeling tot nu toe, <5>
Naar de Moeders Aarde bij de natuurvolkeren, <6>
Het jaarwiel bij Wicca, <7>
Verering van Moeder Aarde in vroegere tijden bij de Indianen, <8>
Uit Asgard en Midgard, <9>
Hindoeisme en Maori, <10>
Godinnenplaatjes, <11>
Een schildering, <12>
Een lied, <13>
Een artikel over de koppeling Moeder Aarde en Maria Lichtmis, <14>
en als laatste een artikel:
Wat Moeder Aarde ons en onze kinderen kan leren. <15>

Kortom:
Godinnen Moeders Aarde om te ontdekken en te koesteren en om trots op te
zijn:
Moeder Aarde was, is én blijft ontzettend belangrijk: waar zouden we zijn
zonder haar…

Jaarfeesten:
<1> Op de vrijescholen wordt gedurende een schooljaar stilgestaan bij de verschillende jaarfeesten, vaak van christelijke oorsprong, die er zijn,
Wellicht vraagt de tijd om een andere aanpak van jaarfeestvieringen aangezien de schoolpopulatie veranderd is, pluriformer, en vraagt om een hernieuwde kijk op deze jaarfeesten.
Daarover schreef Eveline Clignett op haar “Waldorfmama” pagina, een artikel met onder andere het volgende: ‘Sinds ik mij door mijn blogs, de online Jaarfeestencursus en de lessen die ik geef op de Academie voor Ouders in Zutphen steeds meer verdiep in de jaarfeesten en mij daarnaast steeds meer bezig houd met modern, open minder, goed en inclusief waldorfonderwijs, groeit in mij de wens om met een vernieuwende blik naar de feesten te kijken.

What’s in a name?
We vieren op Nederlandse waldorfscholen graag Pinksteren, Kerstmis, Sint-Jan en Sint-Maarten.
Allemaal feesten met een christelijke naam. Dat is soms best verwarrend, want zo lijkt Waldorf een christelijke grondslag te hebben door de gevierde feesten. En eigenlijk klopt dat niet (niet helemaal tenminste).

Veel vrijeschoolse jaarfeesttradities vinden hun oorsprong in natuurreligieuze vieringen, verbonden aan de in- en uitademingsfase van het jaarritme. Het doel van de jaarfeesten op een Waldorfschool is, als ik Steiner goed begrijp, niet verbonden aan de christelijke feesten, maar vooral met dat ademhalingsritme en de cyclus van de aldoor zich afwisselende seizoenen. Er is een verschil tussen hoe je de jaarfeesten persoonlijk en op school viert. Op school wordt er vaak voor een beeld gekozen en daaromheen is een mooie dag met verhalen, liederen, een inhoudelijke boodschap, natuurverbondenheid en plezier.
Voor de opvoeder ga je op een veel dieper niveau met de jaarfeesten aan de slag. De jaarfeesten bieden dan de mogelijkheid voor persoonlijke ontwikkeling. Voor
die persoonlijke verbinding kan je natuurlijk gaan voor een esoterische/Christelijke inslag (waar een mooi boekje over bestaat van voordrachten van Steiner), maar dat hoeft niet.
Is het de door de katholieke kerk bedachte naam die invulling geeft aan een feest? Of gaat het juist om de inhoudt, om de bewuste blik naar je persoonlijke ontwikkeling en de ontwikkeling van de mensheid?

Realiteit
De realiteit is dat in het oorspronkelijke pedagogische concept van de Waldorfschule helemaal niet zoveel te vinden is over dat belang van de jaarfeesten. Maar als je op dit moment naar een vrijeschool gaat, zijn die
feesten een groot onderdeel van het onderwijsconcept. De kinderen genieten van de feesten, ouders bakken zich een slag in de rondte en de telefoons staan in de aanslag om de sprong over het vuur vast te leggen.
Maar het is niet alleen maar fijn. Er worden misschien wel te veel ‘beelden’ tegelijkertijd gevierd, er komen steeds meer feesten bij die gevierd moeten worden om inclusief te zijn, mensen hebben moeite met de kerkelijke
stempels en overal hoor je stemmen opgaan dat het enorm veel werk is om die feesten te organiseren en de feesten ook nog eens oppervlakkiger worden.
Op zoek naar nieuwe wegen voor een inclusievere vrijeschool en omringt door een enorme rijkdom van jaarfeesten die overal op de wereld gevierd worden, kan ik mij voorstellen dat we een sprong in het diepe mogen wagen. Een sprong naar een nieuw jaarfeestenritme met diepgang, rijkdom en kwaliteit i.p.v. kwantiteit.

Een idee?
Wat als we nou de essentie van alle verschillende jaarfeesten samenbrengen en krachtige nieuwe namen vinden voor inclusieve feesten, zouden we daarmee de ramen van de waldorfbubbel open zetten en vernieuwend in de maatschappij van nu staan? Natuurlijk hoef je daarbij niet alles los te laten wat je lief is en kunnen er regionale verschillen zijn. Wie viert met mij begin februari Winterlicht of begin mei de Lentedans? Wie onderzoekt met mij op welke manier we de verwachting tot midwinter kunnen vieren; de Yalda-nacht, de geboorte van Christus en de nieuwe zon? We kunnen samen op zoek gaan naar nieuwe namen. Ik heb een voorstel voor 8 feesten, geïnspireerd op de heidense jaarcyclus.

1 februari – Winterlicht
21 Maart – Lentefeest
1 mei – Mei/lentedans
21 juni – Midzomer
1 augustus – Zomeroogst
21 September – Herfstfeest
1 november – Herfstduister
21 december – Midwinter

Even als voorbeeld: In de natuur is de kalender niet zo streng. Net als nu, zoeken
we op scholen naar een geschikte dag rondom deze data. En terwijl we samen het
lentefeest vieren met eieren en ontkiemende zaadjes, kan elke traditie worden
aangevuld met Paas-, Holi-, Pesach-, Ostara- of Nowroez-elementen. Ja nog steeds is bijvoorbeeld het opstandingsmotief belangrijk.
Die achtergrondbeleving geven we mee aan de kinderen, niet doordat we de naam Pasen gebruiken, maar door hoe we inhoud geven aan het feest.
Iedereen is welkom licht te brengen in het Herfstduister. Het uithollen van een
knol of het maken van lantarentjes past daar uitstekend bij. Elementen van de
heilige legende van Sint-Maarten mogen daar niet ontbreken, maar ook elementen van Diwali en Samhain mogen gevierd, net als de lichtjes voor de gestorvenen van Allerzielen en zélfs van Halloween.
Natuurlijk zijn er ook speciale dagen die gevierd mogen worden, dagen die niet
per se natuurverbonden zijn maar cultuurgebonden. We kunnen samen
Koningsdag vieren, Sinterklaas of Keti Koti. Maar 8 keer per jaar vieren we groot
feest op school. Grote feesten waar iedereen zich mee verbonden mag voelen.’

Kleur op school

<2>Hieronder een stukje van “Kleur op school”, zij geven de uitdaging om tot wederzijds begrip te komen [en te blijven], een kans door hun hierbij benoemde aanpak in lesmateriaal en tijdschrift.
Van: kleuropschool.nl
Moeder Aarde wordt door de mensheid al eeuwen gezien als het vrouwelijke deel van de schepping.
Ze heeft vele namen.
Zo wordt ze ook Moeder Natuur genoemd.
Bij de Inuit is de moedergodin: A’akuluujiusi, de oermoeder die dieren kon maken uit haar eigen kleren.

Bij de Grieken was Gaia de Oermoeder en Godin van de natuur.
In dit thema gaan we kijken naar hoe wij mensen omgaan met Moeder Aarde.
In levensbeschouwelijke zin kijken we naar verleden, heden en toekomst van de aarde, en de betekenis van Moeder Aarde voor de mensheid. Milieu, natuur, klimaatverandering, duurzaamheid, omgaan met de schepping zijn onderwerpen die in deze Kleur op school aan bod komen.

Kleur op School: betekenis geven aan de wereld om je heen.

<3> Wat vind je mooi? Wat is waardevol voor jou? Wat is belangrijk? Wat betekent
vriendschap voor jou? En pesten? Waar hoop je op? Waar verlang je naar? Hoe
zie je de toekomst?
Levensvragen die iedereen persoonlijk kan beantwoorden.
Tijdens acht basisschooljaren ontwikkelen kinderen voor een belangrijk deel hun persoonlijkheid, hun identiteit. Kinderen geven voortdurend betekenis of ‘zin’ aan alles wat ze meemaken. Zo ontwikkelen kinderen een levensbeschouwing in
wisselwerking met anderen en de wereld om hen heen. De vraag die we kinderen stellen komt altijd terug bij: Wat betekent iets voor jou?
Levensbeschouwelijke ontwikkeling heeft dus vooral te maken met
betekenisgeving.
Kleur op school laat kinderen op open wijze samen betekenissen ontdekken en praten over hoe zij in het leven staan. In een rijke leeromgeving met aandacht voor filosoferen, burgerschap, omgaan met elkaar en de wereld om je heen. Een prettige manier om de levensbeschouwelijke ontwikkeling van kinderen in het basisonderwijs te stimuleren.

<4> De geschiedenis van Internationale Moeder Aarde Dag
Wanneer wordt Internationale Moeder Aarde Dag gevierd?

Op 22 april wordt Internationale Moeder Aarde Dag gevierd.
Dit betekent de geboorte en verjaardag van een moderne
milieubeweging die in 1970 begon. Op 22 april, 51 jaar
geleden, gingen mensen in de Verenigde Staten de straat op om te demonstreren en het bewustzijn te vergroten over
de verslechtering van het milieu en de negatieve impact die de 150 jaar industrialisatie had op moeder aarde.
Deze specifieke gebeurtenis bracht 20 miljoen mensen van verschillende sociale en politieke categorieën samen en het was die keer dat democraten en republikeinen, rijk en arm, studenten, arbeiders en milieugroeperingen zich
realiseerden dat ze verenigd zijn wanneer het welzijn van de planeet in gevaar wordt gebracht.
De gemeenschappelijke waarden waren een oorlogshandeling tegen het uitsterven van wilde dieren, olielozingen, energiecentrales en vervuilende fabrieken, giftige stortplaatsen, verlies van wildernis, enz.
Denis Hayes van Harvard had de rol van nationaal coördinator en werd benoemd door senator Nelson. Hij en zijn staf van 85 personen promootten de evenementen in het hele land voorafgaand aan de geselecteerde datum.
In hetzelfde jaar en een paar maanden later leidde de eerste Internationale Moeder Aarde Dag tot de oprichting van EPA (Environmental Protection Agency) in de Verenigde Staten en maakte een passage voor Clean Air,
Clean Water, and Endangered Species Acts.
Het duurde 20 jaar voordat de milieuleiders over de hele wereld Denis Hayes benaderden en samen een nieuwe grote campagne organiseerden.
Deze keer ging Moederdag wereldwijd en mobiliseerde 200 miljoen mensen de
straat op in precies 141 landen, wat de weg vrijmaakte voor de VN-aardetop in Rio de Janeiro (Brazilië) in 1992.
Het evenement stimuleerde recyclingbewegingen en -inspanningen wereldwijd nog meer.
In 1995 ontving senator Nelson de Presidential Medal of Freedom in 1995 voor de rol van de oprichter van Earth Day.

Focussen op de opwarming van de aarde als een serieus probleem met betrekking tot mensen, dieren en het algemene milieu organiseerde Hayes in 2000 samen met 5.000 milieuactivisten een andere, nog grotere campagne die honderden miljoenen mensen in 184 landen bereikte.
Dit is de eerste keer dat internet werd gebruikt als een media-instrument voor promotie. Aan het begin van het millennium werd een luide en duidelijke
boodschap naar de wereldleiders gestuurd dat snelle acties nodig zijn om de opwarming van de aarde en het gebruik van schone energie aan te pakken.
Dag van de Aarde in 2010 ondervonden moeilijkheden als gevolg van sterk gefinancierde olielobbyisten, een ongeïnteresseerd publiek en ontkenners van klimaatverandering.
Toch slaagde het erin om te zegevieren als een relevante en krachtige stem
voor Moeder Aarde.
Rond deze tijd werd ‘A Billion Acts of Green’ gestart als een milieudienstproject dat uitgroeide tot ‘The Canopy Project’ met partners in 192 landen in de wereld.
De Algemene Vergadering van de VN heeft 22 april in 2009 door middel van een A/RES/63/278-resolutie uitgeroepen tot Internationale Dag van Moeder Aarde. Het belangrijkste doel is het bereiken van een blijvend evenwicht tussen sociale, economische en ecologische behoeften, voor huidige en toekomstige generaties.

Vandaag
Internationale Moeder Aarde Dag is een wereldwijd evenement waarbij meer dan 1 miljard mensen uit 192 landen in de wereld een actieve rol spelen in het milieu.
Vorig jaar was het 50 jaar geleden dat deze wereldwijde viering van Moeder
Aarde plaatsvond.
22 april is een dag van burgerparticipatie en politieke actie. Het ging vooral om het planten van bomen, het opruimen van steden en wegen, het ontmoeten van officiële regeringsvertegenwoordigers, het organiseren van protesten en het ondertekenen van petities.
Aan de andere kant hebben officiële instellingen, overheden en bedrijven duurzaamheidsmaatregelen aangekondigd en toezeggingen gedaan voor een groenere toekomst.
Wereldgeloofsleiders gebruiken Internationale Moeder Aarde Dag om krachtige boodschappen te sturen dat we de biodiversiteit die we hebben gekregen, moeten beschermen.
Earth Day Network hebben aangekondigd dat ze voor het Earth Day-evenement in 2023 de nadruk zullen leggen op: Investeer in onze planeet.
Een enorme uitdaging – maar ook een die enorme kansen biedt op dit 53-jarig
jubileumevenement.
Dit evenement is bedoeld om ons te informeren over hoe we onze kostbare hulpbronnen kunnen herstellen. Er zijn zes voorgestelde activiteiten waaraan u kunt deelnemen ter ere van dit evenement. Je kunt zelfs meedoen aan de internationale moeder-aarde-dagvieringen online.

Hoe kun je Internationale Moeder Aarde Dag vieren?

Hier zijn een paar suggesties over hoe je Internationale Moeder Aarde Dag kunt vieren en de planeet waarop je leeft kunt eren. Natuurlijk mogen deze activiteiten niet eindigen met deze specifieke feestdag en mogen en moeten ze deel uitmaken van je dagelijkse routine.

• Vergeet uw auto voor een dag! Fiets, loop of carpool tijdens het woon-werkverkeer.
• Plant een boom, of plant er tien. Niets draagt meer bij aan schone lucht dan planten.
• Schakel elk mogelijk factureringssysteem over op e-bills.
• Werk de gloeilampen thuis bij met milieuvriendelijke lampen die energie en geld besparen.
• Word lid van een lokale milieugroep en doe mee met de activiteiten die ze doen.
• Denk eens na over recyclen!
U kunt contact opnemen met het dichtstbijzijnde afvalverwerkingsbedrijf en vragen of zij u een prullenbak kunnen leveren om glas, papier en plastic te scheiden.
• Begin met afwassen met een vaatwasser en voer deze pas uit als het apparaat vol is.
• Kies wat oude kleren die je niet meer nodig hebt en doneer ze aan degenen die het nodig hebben. Dit geldt ook voor alle huishoudelijke artikelen die nog goed werken en die u niet meer gebruikt.
• Koop een compostbak waar je de organische bijproducten in doet en gebruik ze later als natuurlijke meststof.

Aardegeschiedenis:

<5> Een blik op de aardeontwikkeling : planeet, bewoning, grootte, kwetsbaarheid.
Van: het grotere plaatje.nl

De Geschiedenis van de Aarde
Ons universum is bijna 50 biljoen jaar oud en ontstond uit een idee van de Schepper.
De Aarde is ruim 600 miljard jaar oud. Het grootste deel daarvan bestond uit een gasfase, die tot zo’n 70 miljard jaar geleden duurde.
Toen kreeg de planeet langzaam haar vaste vorm. Door onszelf wordt onze planeet “Aarde” genoemd, maar in het universum staat zij beter bekend als “Terra” of “Gaia”.
Lang geleden werd meestal de naam “Shan” gebruikt.
De eerste buitenaardse bezoekers landden meer dan een miljard jaar geleden al op onze planeet, dat was een groep reptielachtigen.
Sindsdien is het een komen en gaan.
De huidige wereldbeschaving is de derde die ooit bestond. De eerste heette Hyperborea, of Hybornea.
Daarover is niet veel meer bekend, maar als we de channeler en contactee Sheldan Nidle mogen geloven (1), ging het hier om een samenleving van intelligente groepen reptielachtigen, dinosaurusachtigen en walvisachtigen. Die
laatsten zagen er toen overigens nog heel anders uit dan nu, want ze leefden op het land en “waren volledig met een vacht bedekt, hadden lange snuiten en oren en waren ongeveer 1,50 tot 1,65 meter lang”.
Deze drie groepen leefden miljoenen jaren vreedzaam met elkaar samen (2), totdat dit werd verstoord door kwaadaardige bezoekers uit het sterrenbeeld Orion. Het eindigde acht miljoen jaar geleden in een kernoorlog.

Over de tweede beschaving, die bestond uit Atlantis en Lemurië (of Mu), is heel wat meer bekend. Er zijn tal van boeken over geschreven en heel wat mensen weten zich nog dingen over deze periode te herinneren uit een vorig leven. Dit waren technologisch en spiritueel hoogontwikkelde beschavingen, hoger dan wij nu zijn.
Lemurië werd gesticht door buitenaardse mensen op een groep grote eilanden in de Grote Oceaan.
Atlantis, dat in de Atlantische Oceaan lag, kwam daar later uit voort. Beide beschavingen stonden in contact met buitenaardse naties en leefden honderdduizenden jaren vreedzaam naast elkaar.

 Grove schets van de ligging van Atlantis en Mu (Lemurië)
Aan het eind van de laatste 26.000-jarige cyclus kwamen Atlantis en Lemurië met elkaar in conflict en werd Lemurië vernietigd door Atlantis.
Atlantis zelf ging aan het eind van de laatste 11.500-jarige cyclus ten onder
doordat ze te onvoorzichtig werden met technologische experimenten zoals het creëren van lasers. In een periode van ongekende natuurrampen, een scheurende aardkorst en een kanteling van de aardas, werd dit wereldrijk verzwolgen door de zee. Vele Lemuriërs en Atlantianen vluchtten in deze roerige periodes ondergronds en hun nazaten leven daar nu nog steeds.
Dit kunstwerk maakte ooit deel uit van de oude Maya-stad Tikal, in Guatemala. Het beeldt waarschijnlijk de ondergang van Atlantis uit. Omdat dit niet in het heersende plaatje paste, nam een Duitse archeoloog het mee naar Duitsland, waar het “toevallig” vernietigd werd in de Tweede Wereldoorlog.

[Over Lemurië en Atlantis heeft Steiner de nodige mededelingen gedaan. Die wijken wel af van bovenstaande tekst]

De groeiende Aarde
De Aarde is net als de meeste andere planeten en manen, hol van binnen. De aardkorst is zo’n 1000 km dik, en de zwaartekracht zit in die korst. Er zijn enkele gangen die leiden van de buitenkant naar de binnenkant. Ook zit er op beide polen een groot gat in de korst. De korst is een gatenkaas. Op de meeste plekken zit magma, maar niet overal. Er zijn grotten en spleten van honderden kilometers lang. Aan de binnenkant van de aardbol en in zo’n 120 ondergrondse steden woont een beschaving die veel hoger ontwikkeld is dan wij, Agartha genaamd.
De stukken zonder magma worden gebruikt voor verbindingen tussen de
satellietsteden en het ‘binnenland’. De meeste steden hebben compleet op zichzelf werkende ecosystemen.
Toen de Aarde net haar vaste vorm aangenomen had, was zij veel kleiner dan nu. Onder invloed van de centrifugerende kracht – onze evenaar draait immers met bijna 1700 km/u rond – is de planeet door de jaren heen sterk gegroeid in omvang. Ze groeit nu nog steeds enkele centimeters per jaar.
200 miljoen jaar geleden had zij nog pas een kwart van haar huidige omtrek, waardoor de zwaartekracht ook minder groot was. Hierdoor konden de dinosaurussen zich ontwikkelen tot enorme gevaartes van soms wel 80 ton zwaar. Met de huidige zwaartekracht zouden die onherroepelijk te kampen krijgen met fysieke ongemakken, zoals botbreuken, hartfalen e.d.
Destijds zaten alle continenten nog aan elkaar en bedekten ze de hele Aarde. Grote delen van de Aarde waar nu land is, waren toen bedekt door een ondiepe zee. Dit is er de reden van dat er op de vreemdste plekken, zoals in de binnenlanden van Amerika, fossielen van zeedieren gevonden zijn.
Doordat de Aarde groeide, scheurden de continenten uit elkaar en kwamen er grote delen droog te staan. De scheiding van de continenten kwam dus niet door mysterieuze krachten die de tektonische platen zomaar door elkaar husselden, zoals aanhangers van het “Pangea”-model beweren. Die wetenschappers breken zich nu nog steeds het hoofd over de vraag hoe het kan dat de oceaanbodem op sommige plekken slechts enkele tientallen miljoenen jaren oud is, terwijl de platen van het vaste land miljarden jaren oud zijn. De verklaring hiervoor is, dat
de groei van de Aarde plaatsvindt langs de breuklijnen op de oceaanbodem, die grofweg verticaal over de aardbol lopen.

IJstijden
Een andere misvatting die nog steeds leeft onder de huidige wetenschap, is het bestaan van ijstijden. Dit zouden periodes van duizenden jaren geweest zijn waarin de Aarde afkoelde, en de verklaring die er meestal voor gegeven wordt is dat “de baan van de Aarde tijdelijk verder van de zon af ging”. Maar hiermee toont men aan dat men niet alleen de werking van zwaartekracht niet begrijpt (de straling van de zon heeft zowel een aantrekkende als een afstotende werking en houdt de Aarde dus keurig op haar plek) – ook hebben ze hier zelf nog nooit bewijs voor gevonden.
Dat er in het verleden hevige temperatuursschommelingen geweest zijn, staat buiten kijf. Maar afgezien van grote natuurrampen zoals vulkaanuitbarstingen en meteorietinslagen waardoor het zonlicht tijdelijk weggehouden werd van de Aarde en haar dus deden afkoelen, is er nog nooit een tijd geweest waarin de
temperatuur op heel de Aarde afkoelde. Als het ergens kouder was dan nu, was er altijd wel een andere plek waar het juist warmer was dan nu.

Niburu
De verklaring hiervoor ligt in kantelingen van de aardas, die poolverschuivingen veroorzaken. Hoewel de aardas voor ons redelijk stabiel lijkt (afgezien van de precessie, oftewel het ‘waggelen’ van de aardas) heeft hij in het verleden vaak anders gestaan.
De reden hiervoor was meestal het langskomen van de planeet Niburu, ook wel Nibiru of “Planeet X” genoemd.
Deze planeet, die bewoond wordt door Anunnaki, de half menselijk/half reptielachtige buitenaardsen die zoveel invloed gehad hebben gehad op de geschiedenis van de mensheid, heeft een baan van ruim 3.600 jaar. Deze
baan leidt niet alleen om onze zon, maar ook om de bruine dwerg die samen met onze zon een binair systeem vormt (3). De zwaartekracht van deze bruine dwerg is trouwens ook verantwoordelijk voor de vreemde baan van de buitenste planeten in ons zonnestelsel. Niburu heeft een erg dichte atmosfeer en produceert zelf ook warmte, waardoor er leven op mogelijk blijft zelfs ver bij een zon vandaan.
Als Niburu weer eens langskomt bij onze zon, heeft dit zo’n verstorende werking op het elektromagnetische veld van andere planeten, dat hun as vaak van positie verandert (4). Dit gebeurt echter niet iedere keer, het ligt er maar net aan welke positie rond onze zon de planeten op dat moment innemen. Maar wie naar de stand van de assen van alle planeten kijkt, ziet dat dat een door elkaar gehusseld potje lijkt waarin geen enkele logica te ontdekken valt. Zo staat de as van Mercurius vrijwel rechtop, terwijl die van Uranus bijna platligt.

Niburu moet in de loop van de geschiedenis al talloze malen in onze luchten te zien geweest zijn. Soms klein, maar soms ook heel groot, afhankelijk van de positie van de Aarde rond de zon op dat moment. In het laatste geval moet de naar verluidt grote, rode, mistige planeet met zijn vele manen een afschrikwekkende verschijning geweest zijn, die volken over de hele wereld verbijsterd omhoog heeft doen staren.

De laatste kanteling
De laatste keer dat onze aardas een grote verandering onderging, werd echter niet veroorzaakt door de komst van Niburu, maar door de fatale natuurkundige experimenten van de heersers van Atlantis. De rampspoed die dit met zich meebracht, deed de toenmalige Noordpool verschuiven van Noord-Scandinavië naar Oost-Siberië.
Hierdoor kwam Europa, dat tot dan toe een bar klimaat gekend had en grotendeels onder het ijs lag, plotseling in een gematigd klimaat te liggen. Het ijs smolt.
De snelheid waarmee deze kanteling van de aardas zich voltrok, kwam als een totale verrassing voor het leven in Noord-Azië en Noord-Amerika. In een mum van tijd dook de temperatuur daar tientallen graden omlaag, waardoor sommige mammoeten staande bevroren. Nu nog steeds is daar een ‘zone des doods’ te vinden, waarin duizenden mammoeten, wolharige neushoorns en andere dieren bevroren liggen in het ijs.
Onderzoekers vonden in hun magen nog onverteerde gewassen, maar ze kunnen niet verklaren waarom dit planten zijn die normaal gesproken alleen in een gematigd klimaat voorkomen.
In het ijs van Noord-Azië en Noord-Amerika bevinden zich nog altijd duizenden ingevroren mammoeten die plotseling stierven, vaak met hele kuddes tegelijk, terwijl ze nog rechtop stonden.

Overstromingen
De waterverplaatsing die gepaard gaat met een kanteling van de aardas, geeft nieuwe betekenis aan het woord ‘tsunami’. Hele oceanen worden van hun plek getild en over het nabijgelegen land uitgestort. Dit verklaart waarom over heel Amerika resten van zeeleven te vinden zijn, zoals schelpen en walvisbotten, soms op honderden meters hoogte.
De ijsmassa van de oude Zuidpool werd opgetild en gedeeltelijk op het Antarctische continent gekwakt. Dat lag eerst ter hoogte van Australië nu, en was dus veel warmer. Hierdoor werd de beschaving die daar bestond, in
één klap weggevaagd.
Op oude kaarten, zoals de Piri Reis-kaart (5), staat de kustlijn van Antarctica nog
aangegeven zoals die was voordat hij onder het ijs verdween.
Deze gebeurtenis verklaart ook de discrepantie tussen de oudheid van het ijs aan de verschillende kanten van de Zuidpool. Onderzoek heeft aangetoond dat het ijs aan de oostkant van Antarctica miljoenen jaren oud is, terwijl het aan de westkant, inclusief het Antarctisch Schiereiland, slechts zo’n 11.500 jaar oud is. Dat komt dus doordat deze westkant pas ging bevriezen nadat hij door de kanteling van de Aarde in de ijskoude zone terechtgekomen was.
Voor de waterstand van zeeën en oceanen wereldwijd had dit grote gevolgen, want nu de Zuidpool grotendeels op land lag, werd er veel minder zeewater bevroren. Veel van het ijs van de oude pool begon te smelten. Dit deed het water wereldwijd stijgen, waardoor veel volken die langs de kust leefden, gedwongen werden om huis en haard te verlaten en een nieuw heenkomen te zoeken. Nu nog steeds liggen er wereldwijd, van India tot Egypte (6), meters onder de kustlijn nog restanten van wat ooit bloeiende beschavingen waren (7).
Ook de Noordzee, die tot dan toe grotendeels droog geweest was, liep vol.
Na deze grote kanteling van de aardas zo’n 11.500 jaar geleden zijn er nog enkele kleine kantelingen geweest door toedoen van Niburu, maar nooit meer zo heftig als toen. De Noordpool kwam uiteindelijk meer in zee te liggen dan tijdens de laatste “ijstijd”, en bevroor dus meer water dan toen. Maar omdat het op de Zuidpool gemiddeld tientallen graden kouder is dan op de Noordpool, wogen deze wederzijdse veranderingen in ijsmassa’s niet tegen elkaar op. Het bleef wereldwijd hoog tij.
Onder het ijs van Antarctica zijn nog steeds de restanten van een oude beschaving te vinden.

De maan
Onze maan is kunstmatig en hol, en heeft een metalen constructie aan de binnenkant. Er staan ruïnes (8) en piramides op, en er zijn veel ondergrondse bases. Deze liggen voornamelijk aan de achterkant van de maan.
Lang geleden had de Aarde twee natuurlijke manen. Eentje werd er vernietigd bij de aanval van Atlantis op Lemurië. De andere werd door buitenaardsen vervangen door onze huidige maan, die eerst in een ander zonnestelsel hing.
Als aardigheidje werd de maan, die 400 keer kleiner is dan de zon, op een afstand van de Aarde geplaatst die 400 keer kleiner is dan die van de zon. Hierdoor lijken beide hemellichamen voor ons even groot, en kunnen we
af en toe genieten van zoiets moois als een zonsverduistering met een corona.
De bewering dat de maan rond de Aarde en de Aarde rond de zon draait, klopt niet helemaal, want de zon hangt niet stil. Hij vliegt met grote snelheid door de ruimte, en wij vliegen met hem mee. De planeten en manen bewegen zich dus in een cilindervormige beweging door de ruimte.
De maan is een kleurrijke wereld (9) en heeft een lichte dampkring. Er is water, ijs en er groeien grassen en andere kleine gewassen, zoals een soort aardappels. Bij foto’s van de maan die de NASA vrijgeeft, wordt steevast alles wat op kleur of leven duidt, weggewerkt. Zo blijft het publiek geloven dat het een stoffige, dode
wereld is.

Ook de maanlanding door de Amerikanen in 1969 was omgeven door desinformatie. Hoewel de landing wel degelijk plaatsvond, kwamen de meeste beelden uit een studio in Hollywood, in opdracht van president Nixon.
Op de echte maanlanding waren namelijk zoveel UFO’s te zien die een kijkje kwamen nemen, dat de beelden onmogelijk aan het publiek voorgeschoteld konden worden. Dit tot frustratie van de astronauten, die bij thuiskomst een zwijgplicht opgelegd kregen en daarna zoveel mogelijk uit de publiciteit weggehouden werden.
In 1994 zei Neil Armstrong tijdens een zeldzaam publiek optreden tegen een nieuwe generatie astronauten: “Er zijn geweldige ideeën nog niet ontdekt. Er zijn doorbraken beschikbaar voor degenen die de lagen die de waarheid beschermen, kunnen verwijderen.” (10)

Gods Etalage
Onze Aarde is een van de mooiste planeten die er bestaan. In het universum wordt ze soms ook wel “Gods Etalage” genoemd. De variatie aan landschappen en levensvormen die wij hier hebben, is ongekend in het universum. Er zijn genoeg planeten die bergen, oceanen, woestijnen of jungles hebben, maar niet zo veel die dat allemáál hebben. Daarom is onze planeet van oudsher in veel galactische oorlogen betrokken geweest, en werd ze gezien als een trofee.
Die openlijke strijd, met ruimteschepen van het licht en het duister die elkaar hoog in onze luchten achterna zaten alsof het een scène uit “Star Wars” betrof, is alweer lang geleden. Er heerst nu een galactische vrede, hoewel die nooit officieel ondertekend is. Beide kampen waren gewoon moe van de miljoenen jaren durende oorlogen, die talloze levens kostten en die nooit een duidelijke winnaar opleverden.

De huidige bevolking
De huidige aardse beschaving is een uniek geval in het universum, omdat onze planeet in de cyclus van de Vissen was voorbestemd om een planeet te zijn waar zielen het fenomeen ‘dualiteit’ konden ervaren (goed en slecht in één maatschappij). Dat is bevorderlijk voor de spirituele groei van een ziel. Om een maximaal gevoel van afscheiding van elkaar en de rest van het universum te creëren, werd de Aarde onder quarantaine geplaatst. Dit hield in dat leden van de Galactische Federatie geen contact met ons mochten opnemen, en ons
alleen van een afstandje monitorden.
Omdat negatieve buitenaardse rassen zich vaak niet aan Universele Wetten houden, bezochten zij de Aarde wel, met alle gevolgen van dien. Maar dit paste goed in het scenario voor dualiteit, dus werd dit oogluikend toegestaan door de Galactische Federatie. Alleen als ze de balans van het leven op Aarde teveel in gevaar dreigden te brengen, bijvoorbeeld als ze plannen hadden om de mensheid grotendeels uit te roeien door virussen of nucleaire oorlogen, werd er ingegrepen. Ook als hun menselijke pionnen ruimtereizen buiten ons
zonnestelsel wilden maken, werd dit niet toegestaan.
De bevolking die zich onder zulke geïsoleerde omstandigheden ontwikkelde, wordt met een mengeling van verwondering en onbegrip bekeken door beschavingen die ons volgen. Aan de ene kant blijken we liefdevol te
zijn en kunnen we prachtige dingen creëren, zoals kunstenaars en ambachtslui van allerlei pluimage laten zien.
Aan de andere kant zijn we soms ook buitengewoon wreed en achteloos, zelfs tegen onze eigen soort en de planeet die ons thuis is.
Wij zijn de enige beschaving waar zoiets als geld bestaat en zoveel macht gekregen heeft, waar de wetenschap God en buitenaards leven niet serieus neemt, en waar vrije energie nog steeds niet is doorgedrongen tot de
burgermaatschappij. Dat laatste is overigens niet onze schuld, want vele uitvinders die revolutionaire ideeën wilden introduceren ten bate van de mensheid, werden de mond gesnoerd door de illuminati. Zoals Nikola Tesla
aan het begin van de vorige eeuw, die verschillende perfect werkende nulpuntenergie-apparaten ontwikkelde, maar gestopt werd.

De Aarde kwam bekend te staan als “gevangenisplaneet” waar zielen vanuit het hele universum naartoe kwamen om negatief karma op te lossen (of niet, want het lukt niet altijd). Totdat ook deze cyclus weer voorbij zal zijn, en dat is nu bijna zover. Net zoals veel fauna is ook veel flora op onze planeet het gevolg van buitenaards bezoek uit een ver verleden.
O.a. zonnebloemen, cannabis en maïs zouden hier nooit gegroeid hebben als ze niet lang geleden mee waren komen vliegen op een ruimteschip.

De levende Aarde
Waar de meeste mensen geen enkel besef van hebben, vooral in het Westen niet, is dat de Aarde zelf ook een levend wezen is. Een hoog ontwikkeld en liefdevol wezen, dat precies weet wat er op, in en rond haar gebeurt.
Volgens Matthew Ward, de spirit van een overleden jongen die vanuit de hemel met zijn moeder hier communiceert, is de ziel van Gaia altijd in de vijfde dimensie gebleven (11). Maar de negativiteit op Aarde leidde ertoe dat haar lichaam in deze cyclus diep in de derde dimensie terecht kwam. Ook daaraan komt binnenkort een einde, want met de Ascensie zullen ook lichaam en ziel van Moeder Aarde weer met elkaar herenigd worden.

(1) Jullie buitenaardse oorsprong (Boek: Jullie Eerste Contact).
(2) Menselijke geschiedenis meer dan een miljard jaren oud.
(3) December 21, 2012: Romance and Reality.
(4) The Poleshift.
(5) Piri Reis Map explained by Graham Hancock.
(6) Lost Egyptian city revealed.
(7) Graham Hancock’s ~ Underworld ~ Flooded Kingdoms Of The Ice Age.
(8) U.F.O DISCLOSURE PROJECT -FULL VERSION (fragment op 57:45]
(9) Moon Rising part 1.
(10) Neil Armstrong, RCH – Truth protective layers.
(11) Matthew Ward — November 6, 2010 (punt 26)

De auteur van dit artikel noemt hier mijn naam omdat ik op deze blog aandacht heb besteed aan de opvatting dat ‘kinderen in hun ontwikkeling de cultuurfasen van de mensheid herhalen’. Dat is op zich te algemeen gesteld: het gaat om de ontwikkeling van het bewustzijn. Die van de mens (het kind) vertoont een zekere overeenkomst met hoe die bij de mensheid zich voltrokken heeft.

Meer daarover in de artikelenreeks Ernst Haeckel en het leerplan.

De grondlegger van de antroposofie, Rudolf Steiner, laat de aardeontwikkeling terugkomen in het leerplan van Waldorfscholen en dan met name Lemurië, Atlantis.
Pieter HA Witvliet [leraar] vertelt hierover op de site Vrijeschoolpedagogiek:
In wezen gaat het om 3 elementen:
Atlantis, zoals Steiner daarover spreekt;
De volgorde van de cultuurperioden zoals die meestal op de vrijeschool aan de orde komt en Steiners gezichtspunten over deze cultuurperioden.
Van Steiner vind je in de pedagogische voordrachten géén aanwijzingen voor genoemde 3 elementen.’
Wel noemt hij dit:
‘Het gaat in deze voordracht om zaken die direct kunnen worden verwerkelijkt.
Maar we willen bij deze overpeinzing steeds de hele mensheidsontwikkeling voor ogen houden, zodat we ook de individuele ontwikkeling van de jonge mens begrijpen en ze kunnen leiden. (…)
Eerst op een bepaald punt treedt de mens een nieuw leven in. Voor hij aan dit punt komt, is zijn leven een herhaling van vroegere levenstijdperken. Ook de kiem maakt een herhaling van alle stadia van de ontwikkeling vanaf de oertijd door. Zo herhaalt het kind na de geboorte vroegere mensheidstijdperken. (…)
In de Lemurische tijd daalde de mens voor het eerst in het fysieke lichaam af en wordt dat heden bij de fysieke geboorte herhaald. Toen daalde de mens in het lichaam af en ontwikkelde zich op ziels- en geestesgebied altijd hoger. De Lemurische en Atlantische periode herhaalt de mens tot zijn zevende jaar. Van de tandenwisseling tot de geslachtsrijpheid wordt de ontwikkelingsperiode herhaald waarin de grote geestelijke mensheidsleiders optraden. De laatsten daarvan waren Boeddha, Plato, Pythagoras, Hermes, Mozes, Zarathustra, enzovoort. Toen werkte de geestelijke wereld nog meer op de mensheid in. In de heldensagen wordt ons dat bewaarheid. Iedere geest van de oude cultuurperioden moet daarom in deze jaren het schoolonderricht ten grondslag liggen.’

Moeder Aarde en de inheemse volkeren

Posted on 10 oktober 2016 by Lauri Fransen
<6> Het zijn altijd de inheemse volkeren van deze planeet geweest, die ons voorleefden hoe er met de heiligheid van de aarde moet worden omgegaan. Wij, blanke westerlingen, hebben daar slecht of helemaal niet naar geluisterd.
Integendeel, overal op de aarde hebben wij de inheemse volkeren onderdrukt, uitgemoord en hun culturen proberen te vernietigen. We hebben hen hun land ontnomen, hun kinderen afgepakt en hun welvaart vernietigd.
We hebben hen hun spiritualiteit afgepakt en hen ons geloof opgedrongen. Diegenen die zich niet wilden assimileren, hebben we in reservaten geplaatst alsof het zeldzame diersoorten zijn. Tijdens de apartheid zijn in Zuid-Afrika zijn de oorspronkelijke bewoners naar zogenaamde ‘thuislanden’ gestuurd, wég uit het zicht van de blanke bevolking. Dat alles en nog meer heeft de westerse ‘beschaving’ gedaan, zodat de grote ondernemers en de hun dienstwillige overheden de aarde konden beroven, openrijten, haar grondstoffen verwijderen, haar bossen kappen, haar dieren doden en de natuur vernietigen op alle mogelijke manieren. Alles uit winstbejag.

Zo is het eeuwenlang gegaan met alle inheemse volkeren, die door de patriarchale, kapitalistische machthebbers zijn gekoloniseerd. Laten we wel wezen: wij Nederlanders deden dat ook met de ‘inboorlingen’ in
Indonesië, Papoea-Nieuw Guinea en Suriname. Wij Nederlanders waren in de 16e en 17e eeuw de meeste beruchte en wrede slavenhandelaren ter wereld. Nog een voorbeeld: door de blanke kolonisten zijn in Noord-Amerika alleen al 100 miljoen mensen van de oorspronkelijke bewoners vermoord. Deze maken nu slechts 1 % uit van de totale bevolking van de Verenigde Staten.
En juist in de V.S. hebben de oude volkeren, die er het eerst waren – The First Nations – er nu genoeg van. Er is een andere tijd aangebroken. De tijd van ‘genoeg is genoeg’. Genoeg beloften zijn er door de blanke regering
gebroken. Genoeg ellende en narigheid heeft men doorstaan. Genoeg vernietiging van de aarde heeft plaatsgevonden. Het is nu de tijd waarin de nazaten van de Eerste Naties zich herinneren wat respect betekent:
respect voor de aarde, respect voor de grond, die in hun visie niemands eigendom is, respect voor de dieren en respect voor de mensen die de aarde bewonen. Zij noemen zichzelf ‘beschermers’, ‘hoeders’ van de aarde. Nu
zijn zij uiteindelijk opgestaan om actie te ondernemen. En daar wou ik het hier over hebben.
Dertien jaar geleden, ergens in het jaar 2003, ontving ik van Spirit een wonderlijk visioen. De aanleiding ben ik vergeten, maar het visioen zelf niet. Het was en is zo krachtig, dat ik het me na al die jaren nog tot in detail kan
herinneren. Dit is het visioen:

Vanuit een vogelvluchtperspectief zie ik Noord-Amerika liggen, als een levende landkaart. Het hele continent is vervuild; de bodem is bedekt met een dikke laag zwarte olie. Er is geen leven meer, geen planten, geen dieren kunnen hier leven. Ook de hemel is zwart; het is donkere nacht.
Dan zie ik in het noorden, vanuit Alaska en Canada, mensen aankomen. Ze lopen in een lange lijn, over de hele breedte van het continent, ongeveer waar nu de grens is tussen Canada en de V.S. Het zijn de oorspronkelijke bewoners, de inheemse volkeren van Amerika. Ze lopen daar met hun banieren en heilige voorwerpen opgeheven, in hun mooiste rituele kleding, mannen, vrouwen en kinderen, hele stammen. Ze dragen hun trommels en ze zingen. Een heldere doordringende zang, die diep in mij doordringt. Ze lopen in de cadans van
het ritme. En achter hen, waar zij hun voetstappen hebben gezet, begint het gras weer te groeien, de bomen spruiten op, de zon schijnt stralend en het land is een schone en pure wildernis, zoals het ooit was.
Dan zie ik vanuit het zuiden, waar het donker en zwart is, ook mensen lopen. Het zijn blanke mensen, van wie de regeringen en de industrieën de aarde hebben bevuild. Waar ze vandaan komen weet ik niet, maar ze zijn wanhopig. Het zijn goedwillende mensen en ze willen de aarde redden, maar ze weten niet hoe. Ook zij lopen in een lange lijn over de hele breedte van het land. Noordwaarts. Tussen die beide groepen in zie ik een strook wit licht, een soort demarcatielijn. Eerst is die strook heel breed, maar naarmate ze elkaar dichter naderen, wordt
die strook smaller. Nu zie ik dat de blanke mensen hun armen uitstrekken over de strook heen, naar de inheemse volkeren. “Help ons!”, zeggen zij daarmee. Ze vragen de inheemse volken de leiding te nemen bij het redden van de aarde. Want zij die er het eerst waren, weten nog hoe dat moet.
Jarenlang heb ik over dit visioen gezwegen, niet wetende wat ik ermee moest doen. Tot in december 2014.
Ik zag een filmpje op Facebook over een demonstratie in New York, waar een heleboel mensen van de inheemse volkeren in meeliepen.
Het was de Peoples Climate Mars van 21 september 2014
Wat ik daar zag raakte mij tot in mijn botten. Dáár zag ik wat ik in mijn visioen gezien had: mensen van de inheemse naties, gekleed in hun rituele kleding, met hun banieren en heilige voorwerpen opgeheven en ze zingen! En het lied dat ze zingen is hetzelfde als wat de mensen zongen in mijn visioen!
Ik zag daar mijn visioen zich afspelen in real time! Het was niet alleen superontroerend en prachtig, maar het was ook nog eens iets wat ik in een andere vorm eerder had gezien. Dat visioen was blijkbaar een voorspelling!
Opvallend is ook dat tijdens deze demonstratie duidelijk verband wordt gelegd tussen de mishandeling van Moeder Aarde en de onderdrukking van vrouwen. Iemand zegt: ”Violence against Earth means violence against women” en “Exploit the land goes with exploiting women”. De bijgevoegde tekst luidde: From the Amazon tot the Arctic, Indigenous Peoples are defending our climate and teaching allies how extractive industries are directly connected to sovereignty, colonization and violence against women.”
Ik heb er in 2014 ook een stukje over geschreven op mijn blog en ik dacht bij mezelf: ‘Ik ben benieuwd óf en hoe dit verder gaat’.
Nu zijn we in 2016, twee jaar later. Een paar weken geleden kom ik ‘toevallig’ een video tegen die mij diep raakt.
De locatie is Noord-Dakota, een staat pal ten zuiden van de grens met Canada. Het speelt zich af bij de Standing Rock Reservation, het ‘thuisland’ van de Sioux-volkeren (Nakota, Lakota en Dakota). Duizenden leden van de First Nations zijn daar bij elkaar gekomen in een groot kampement aan de oever van de Mississippi rivier. Zij zijn daar om de aanleg van een oliepijplijn tegen te houden, de Dakota Access Pipeline, kortweg DAPL, die door vier Amerikaanse staten moet gaan lopen en die 570.000 vaten olie per dag moet vervoeren. Een deel van de pijplijn is gepland door heilig land dat rechtmatig aan de Sioux toebehoort en dwars door plekken waar de voorouders begraven liggen. De pijplijn zal de rivier de Mississippi meerdere malen kruisen. Als er lekkage optreedt, zal niet
alleen het water van de bewoners van het Reservaat ondrinkbaar worden, maar zal ook de watervoorziening van 18 miljoen andere mensen in gevaar komen, die stroomafwaarts langs de rivier leven. Het gevaar van lekkage is zeker niet denkbeeldig: sinds januari 2015 zijn er al 54 pijplijn-ongelukken gebeurd in de V.S., waarbij enorme milieuschade is veroorzaakt!

Wat mij zo raakt is dat er onder de oorspronkelijke Amerikanen zo’n grote eenheid is ontstaan. Stammen die vroeger elkaars vijanden waren, staan nu zij aan zij in deze actie. Elke dag arriveren meer stammen op het Sacred Stone Camp: de Crow, de Comanche, de Gros Ventre, de Hopi, de Alaska Naties, zelfs Azteken uit Zuid-Amerika en Sami uit Noord-Europa presenteren zich op het terrein. Er is steun uit de hele wereld, van andere,inheemse volken: de Palestijnen, de Maori, de Maya’s en noem maar op. Volgens sommigen zijn er nu meer dan,100 stammen bij elkaar in het Kamp. Deze actievoerder noemen zich geen ‘protesters’, maar ‘protectors’, beschermers. Meerdere malen weten ze de werkers aan de pijplijn te belemmeren in het uitvoeren van hun taak, zonder wapens, maar alleen door op die plekken te bidden, te zingen en te drummen. Ze worden aangevallen door honden die bijten, door veiligheidsmensen die pepperspray gebruiken en door staatstroepen die hen met geladen geweren arresteren. Maar ze wijken niet. Er is intussen een rechtszaak door hen
aangespannen. Een voorlopig halt is toegeroepen aan de constructiewerkzaamheden, tot er nader onderzoek is verricht, hoewel de oliecompagnie op andere plaatsen dit gebod overtreedt en rustig doorgaat met het werk.
Elke keer als ik een video zie of een website lees over dit gebeuren, begin ik spontaan te huilen. De tranen lopen vanzelf over m’n wangen; ik kan het niet tegenhouden. Steeds als ik eraan denk, gebeurt dat opnieuw. Als ik ’s avonds in bed lig om te gaan slapen, huil ik m’n ogen uit. Als ik erover praat, kan ik dat niet met droge ogen doen. Dat gaat zo drie dagen door. Het huilen is niet te stoppen. Onderwijl vraag ik me af: wat is hier aan de hand? Wat betekent dat huilen? Ja het is prachtig en ontroerend om te zien, die eenheid onder de mensen.
Mooi ook dat er zich blanken bij hen aansluiten en hoe ze daar leven in dat kamp, volgens hun oude waarden van zorg voor elkaar. En dan hun leus: “Water is Life!” Zo wáár! Maar waarom houdt me dit zo bezig?
Dan valt het muntje: natuurlijk, dit is een andere versie van mijn visioen! Wéér zie ik het zich afspelen in de fysieke werkelijkheid: die enorme eenheid onder de inheemse volkeren, hun vastberadenheid om Moeder Aarde te redden, hun levenswijsheid en hun liefde voor het land. En nu begrijp ik ook wat de olie ermee te maken heeft, die zo’n grote rol speelt in het visioen: als dit niet gestopt wordt, komt het hele land zwaar onder de olievervuiling te zitten. Dan breekt de donkere nacht aan.
Maar ik zit met een vraag. Waarom heb uitgerekend ik dit visioen gekregen? Ik heb geen contacten met indianen; ik woon ook niet in Amerika. En: wat moet ik er mee doen? Het is mij bekend dat de inheemse traditie voorschrijft dat je iets moet doet met een visioen dat je door Spirit is geschonken.
Ik stem mij af op mijn innerlijke leiding. Nu krijg ik te horen: “Jij hebt op zielsniveau een diepe verbinding met de oorspronkelijke mensen, de inheemse culturen. Je hebt dit visioen gekregen en je weet wat je ermee moet doen. Zoals met alle heilige visioenen is het niet voor jou alleen. Het is bedoeld om de wereld in te gaan”.
Daarom heb ik nu besloten naar buiten te brengen wat ik heb mogen ontvangen.
In mijn ogen is dit visioen vooral bestemd voor de blanke mensen. Want het laatste deel ervan is nog niet vervuld. Dat deel waar goedwillende blanken de handen uitstrekken naar de inheemse volkeren en hen om hulp vragen. Dat is heel belangrijk. Weliswaar nemen er wel blanke supporters deel aan de Standing Rock acties, maar het is een kleine groep. Wij, in de westerse wereld, ook in Europa, ook in Nederland, zouden ervan doordrongen moeten raken dat de inheemse culturen van over de hele wereld beter weten dan wijzelf hoe we
Moeder Aarde weer schoon kunnen maken. We zouden deze volkeren moeten gaan eren om de wijsheid die zij in huis hebben. Maar het gaat om meer: het is niet langer voldoende om vanuit een soort ‘spirituele hype’ bewondering te hebben voor deze mensen en hun levenswijze. Het is tijd voor ons om te luisteren, om bescheiden te zijn en om hulp te vragen. Alleen zo kunnen wij beginnen om ons collectieve westerse karma op te lossen, dat wij hebben naar hen en naar de Aardemoeder.
Maar wat kunnen wij dan NU doen en van deze afstand? Daarop geeft Little Grandmother, Kiesha Crowther een antwoord. Zij vertelt dat de ‘Elders’ gevraagd hebben wereldwijd te bidden voor Moeder Aarde en voor het
water, om de heilige plekken te eren en ceremonies te doen: “Velen hebben gevraagd wat te doen als er geen heilige plek dichtbij is. Het antwoord is simpel: maak er één. Ongeacht waar je woont, wie je bent, ongeacht je leeftijd en achtergrond, jij en ieder van ons hebben toegang tot Moeder Aarde. Als je geen heilige plek kunt vinden, maak er één. Vind simpelweg een plek buiten. Maak een plek waar je kunt bidden, waar je zegeningen, eer en dankbaarheid kunt geven aan je Moeder. Bid ervoor dat haar wateren weer gezond mogen zijn, haar
schepselen beschermd en voor de mensheid om in liefde te leven.”

<7> Wicca Wikepedia

Het jaarwiel oftewel verbinding met moeder aarde


Een belangrijk onderdeel van wicca vormen de jaarfeesten, ook wel sabbats genoemd. Deze acht feestdagen vormen samen het Wiel van het Jaar, het levensverhaal van de God en de Godin.
Behalve dat de sabbats het leven van de Goden en zo de weg van geboorte-dood-wedergeboorte uitbeelden, was elke datum vroeger ook van belang in de natuur. Zo is Imbolc van oorsprong een ploegfeest, waarbij het land voor het eerst omgeploegd werd na de winter.
Lammas was een oogstfeest, wanneer het graan werd binnengehaald. Nu de meeste mensen steeds verder af komen te staan van het plattelandsleven en het ritme van de oogst verandert door bijvoorbeeld het gebruik van kassen, worden de symbolische betekenissen van de feesten steeds belangrijker.

1. Om de kalender te beginnen, is het het gemakkelijkst om bij Yule (spreek uit als Joel) te starten. Yule is ook bekend als de winterzonnewende of Midwinter, de kortste dag van het jaar. Omstreeks 22 december vieren de wicca’s het
lengen van de dagen.
2. De tweede sabbat is Imbolc (spreek uit als Immolk) op 2 februari, ook wel Candlemass genoemd. Dit is het ploegfeest, wanneer het land en dus Moeder Aarde voorbereid gaat worden om het zaad te ontvangen.
3. Op Ostara, Vernal of lente-equinox, omstreeks 21 maart, viert men het begin van de lente. Het zaad, de God, groeit op onder bescherming van zijn moeder, naarmate hij opgroeit keert de zon terug op de aarde en lengen de dagen.
4. Op 1 mei komt Beltane/Beltain (spreek uit Bjeltənə), ook bekend als Mei- of Walpurgisnacht. Dit is een van de bekendste heksenfeesten, die ook regelmatig genoemd wordt in de tijd van de inquisitie. Het is het feest van de liefde. De Zonnegod of vegetatiegod is een volgroeide man geworden, en deze nacht legt hij zich neder naast de Godin en bezwangert zijn koningin.
5. Litha, de zomerzonnewende of Midzomer, viert omstreeks 21 juni de hoogste stand van de zon. De kracht van de Zonnegod is op zijn piek. Hier wordt ook het bestaan van polariteit duidelijk gemaakt, als de Eikkoning, de opbouwende, het moet afleggen tegen de Hulstkoning, de afbrekende.
6. De volgende sabbat volgt op 2 augustus en wordt Lammas of Lughnasadh (spreek uit als Loenasah) genoemd. Dit is in eerste instantie een graanfeest, het moment waarop het graan van de velden wordt gehaald. De kracht van de
god is overgegaan in het graan.
7. 23 september is het tijd voor Mabon, de herfstequinox, het begin van de herfst. Nu is de oogst van de wijn. Ook wordt gezegd dat de god nu aan het eind van zijn krachten is, en sterft. Hij heeft zich gegeven zodat wij de vruchten kunnen plukken.
8. De laatste sabbat is ook een van de bekendste. Halloween of Samhain (spreek uit als Sauwen) is het heksennieuwjaar en een van de belangrijkste feesten, in oudere teksten ook bekend als het feest van de doden en de geesten. De geest van de God heeft de oversteek gemaakt naar de Onderwereld of Zomerland, en wacht op de juiste tijd om opnieuw te incarneren. Dit zal tijdens het Yulefeest zijn, wanneer de Eikkoning het overneemt van de Hulstkoning (zomer van winter). Vaak zetten Wicca’s eten op een schotel buiten voor de doden.

Magie is een belangrijk onderdeel van wicca. Het is vaak de magie die de mensen naar wicca nieuwsgierig maakt, het idee dat ze op de een of andere bovennatuurlijke manier iets aan hun eigen lot kunnen veranderen. Magie
wordt op vele manieren beoefend in de wicca. Aan de ene kant worden er tijdens de jaarfeesten en op diverse andere dagen (maanfeesten, trouwdagen etc.) complete rituelen opgevoerd; aan de andere kant steken wicca’s soms simpelweg een kaars aan om extra energie in een bepaalde richting te sturen. Er wordt met name veel gebruikgemaakt van technieken zoals visualisatie en meditatie, of er wordt geprobeerd om in een trance te komen door bijvoorbeeld teksten op te dreunen (chanten) of te drummen. Er wordt ook wel korenmagie gebruikt, en er worden kruiden gebruikt bij magie. Elk kruid heeft zijn eigen magie en kracht. Als iemand magie uitoefent moet er opgelet worden welk soort magie er wordt gebruikt om er dan de juiste kruiden bij te gebruiken. Zo zal de kracht van de magie versterkt worden. Zo is het ook met wierook. Er zijn verschillende geuren met elk zijn magie en kracht. Hetzelfde geldt voor kristallen, gesteenten of edelstenen.
Wicca’s maken vaak gebruik van andere occulte/esoterische kunsten, zoals divinatie (bijvoorbeeld tarot, pendelen, wichelroedelopen) of kruiden. Deze dingen hebben echter niet direct iets met wicca te maken. Wel vindt een groot deel van de wicca’s dat een goede wicca zichzelf moet trainen in ‘kunsten’
(= dat wat je kunt), waaronder tarot of kruidengeneeskunde. Veel wicca’s kunnen een of meerdere gebieden of ‘kunsten’ tot hun specialiteiten rekenen. Wicca wordt veelal beschouwd als niet alleen een religie, maar ook een
kunde. In het kader van deze kunde is vele jaren training nodig, waarin onder andere kennis van en vaardigheid met andere ‘kunsten’ wordt opgedaan.

Viering van Beltane in Avebury, 2005

Rituelen worden in wicca vooral opgevoerd tijdens de jaarfeesten.
Zij kennen een gedeeltelijk vaste opzet, waarbinnen vaak een eigen invulling wordt gebracht. Een ritueel begint vaak met het trekken van de Magische cirkel. Met behulp van de Cirkel wordt een tempel opgebouwd, waarbinnen de wicca’s zich beschermd voelen voor negatieve krachten van buitenaf en hun ritueel
kunnen uitvoeren. De Cirkel wordt ook gezien als een plek waarin de opgewekte krachten zich kunnen bundelen en versterken, omdat zij in de ruimte gevangen blijven tot zij gericht worden vrijgelaten. Binnen de Cirkel vindt het ritueel plaats. Na afloop van het ritueel wordt de Cirkel (en dus de tempel) weer geopend en afgebroken.
Een tweede onderdeel van een ritueel is de “cake-en-wijn”-ceremonie. Hierbij worden door de heksen in de coven voedsel en drank gedeeld. Dit onderdeel van het ritueel is om je weer te gronden, weer met beide benen op de aarde te staan.
Wicca is een inwijdingsreligie, omdat de Wicca een mysteriereligie is. Dat betekent dat er na een periode van opleiding (traditioneel een jaar en een dag) een inwijding volgt, tot de leerling een volleerd wicca is (ook Eerste Graad genoemd).
Vanuit de gardneriaanse traditie kennen we drie inwijdingen/graden.
Sommige covens – meestal alexandrijnse covens – hebben daar een vierde aan toegevoegd: de neofietengraad.
Wanneer een geïnteresseerde begint aan de opleiding, is hij eerst een zogenoemde trainee (binnen de greencraft heet dit een roedi). Gedurende een bepaalde opleidingsperiode leert de trainee/roedi de basisbeginselen van wicca,
waarna een inwijding tot neofiet zou kunnen volgen. Bij deze inwijding neemt hij zijn magische naam aan, een geheime naam. Het aannemen van een nieuwe naam symboliseert de overgang naar een nieuwe levensperiode.
Daarom nemen veel wicca’s na de volgende inwijdingen ook nieuwe magische namen aan.
Na de eerste inwijding is de kandidaat een ingewijde leerling of neofiet. Hierna kan (vaak na een jaar en een dag) een tweede inwijding volgen. Dan is de leerling een priesteres of priester, of eerstegraadswicca. Hierna kunnen nog twee
graden volgen: een tweedegraadswicca wordt geacht in staat te zijn een coven te leiden of op te richten, meestal onder supervisie of begeleiding van zijn Hogepriesteres en Hogepriester. Een derdegraadspriesteres of -priester is in staat om geheel zelfstandig een eigen coven op te richten en als Hogepriesteres als covenleider en leider van rituelen op te treden met naast haar een Hogepriester. Binnen een coven, of bij inwijding door een individuele HP/HPS, worden bepaalde voorwaarden en eisen aan de acoliet of neofiet gesteld. Zo kan binnen de gardneriaanse traditie een ‘knaap’ of maagd geen priester(es) worden (bij de Dianics is dit niet het geval). De acoliet of neofiet wordt verder geacht enkele dingen – tijdelijk of definitief – op te geven, soms een bepaalde pijngrens te kunnen verdragen en verder leggen zij specifieke ‘proeven van kunde’ (vaak zelfgekozen) af.
Aan de leiding van een traditionele coven staat de Hogepriesteres, een vrouwelijke ingewijde. Zij wordt soms bijgestaan door de Hogepriester, een mannelijke ingewijde. Samen leiden zij de rituelen, waarbij de vrouw de
Godin vertegenwoordigt en de man de God. Beiden zijn verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de coven en moeten er dus voor zorgen dat alle covenleden (traditioneel een aantal van dertien man, gemengd man en
vrouw) de juiste opleiding krijgen. In het algemeen geldt dat de Hogepriesteres het vetorecht heeft.
Met het in de openbaarheid treden van de individueel werkende wicca raken covenwerk en inwijdingen op de achtergrond. De zogenaamde zelfinwijding wordt populairder. Hierbij schrijft de wicca zelf een ritueel voor zijn inwijding, die hij ondergaat als hij zelf het gevoel heeft hier klaar voor te zijn. Zelfinwijding wordt vaak met veel scepsis bekeken, zowel vanuit de traditionele covenwicca als vanuit individueel werkende heksen.
Covenheksen, vooral van gardneriaanse en alexandrijnse strekking, zijn vaak van mening dat een inwijding alleen door een hogepriester(es) mag worden gegeven.
Wicca kent geen duivel of satan. Toch verwarren sommigen ten onrechte wicca met satanisme. Dit heeft te maken met het symbool dat vaak gedragen wordt, namelijk een pentagram. Bij Wicca wordt deze met 1 punt naar boven gedragen, maar in het satanisme wordt deze gedragen met 1 punt naar beneden.
In de Wicca staat het omgekeerde pentagram symbool voor de Tweede Graad. Hierdoor stellen de 2 punten naar boven de hoorn van de Bok voor. Dit is voornamelijk te wijten aan het feit dat de god uit deze godsdienst vanwege zijn
gehoornde uiterlijk wordt gelijkgesteld met de duivel, waarschijnlijk omdat in het boek Openbaring 13 vers 11 in de Bijbel het tweede beest wordt beschreven met twee lamshoornen.
Maar wicca is niet hetzelfde als het satanisme, ook al denken veel mensen van wel. Dit verschijnsel komt voort uit de pogingen van de katholieke kerk iedereen tot het christendom te bekeren door alles dat met een andere religie had te maken met de duivel in verband te brengen.
Enkele voorbeelden hiervan:
De drietand van Neptunus/Poseidon, de puntmutsen van de oude wijze vrouwen, de bokkenpoten en hoorns van Pan enz.

New age en Wicca
Dat Wicca een loot zou zijn aan de New age-stam wordt door de meeste wicca’s ontkend, evenals door historici als Ronald Hutton, die opmerkte dat Wicca niet alleen ouder is dan New age, maar ook aanzienlijk verschilt in filosofie.[6]
Fluffy bunny, of Fluffbunny, is een negatieve term die gebruikt wordt in wicca (en in het neopaganisme in het algemeen) om te verwijzen naar aanhangers van de religie die gezien worden als oppervlakkig of meeloperig.
Over het algemeen hebben ze een afkeer van de duistere elementen en benadrukken ze goedheid, licht en elementen die overgenomen zijn van de New age beweging, of volgen het als een rage.

Keltische moedergodinnen: Dana[ Danu] links en rechts Brigid [Bride]

<8> De Indianen leefden samen met de planten en dieren en namen nooit meer van Moederaarde af dan noodzakelijk was. Indianen en Sjamanen hebben steeds de speciale band gevoeld met de Natuur. We zijn allen verbonden (Mitakuye Oyasin) is een integraal deel van hun Geloof. Als al onze relaties geëerd worden als Heilig en als we Respect hebben voor elk deel van de Schepping, is het Paradijs nabij. Ze geloven ook dat Dieren en Stenen (de Grootvaders) sterke Helende krachten bezitten, zowel praktisch als Spiritueel. Dit resulteerde in
Totems en Medicijnen, de welke dagelijks gebruikt worden om de levenskwaliteit te verhogen.
Indianen geloven in de ‘Grote Geest’. Ze geloofden ook dat de geesten van overleden familieleden overal in de natuur te vinden waren. Daarom aanbeden ze de zon, de maan en de aarde. Hun ceremonies bestonden uit veel muziek en dans. Ze toonden er hun vreugde mee, maar ze dansten ook voor de jacht, om de goden te bedanken. Ze geloofden dat hun leven geregeld werd door de Goden, die hen alles gaven, van gewassen tot een goede gezondheid tot regen.
Kracht of totemdieren worden in de antropologie gezien als mythologische voorouder uit een ver verleden. Hun goden waren in de natuur te vinden. Indianen krijgen bij hun initiatie een totemdier toegewezen waar zij kracht
uit kunnen putten en waaraan zij zich kunnen spiegelen. Het krachtdier begeleidt hen bij hun droomreizen en op hun spirituele weg. Een aantal voorbeelden van krachtdieren:

• Het Totem dier Buffalo-Bizon staat voor het bewandelen van het Heilige Pad en het eren van alle verwanten.
In tijden van vertroebeling kan men hulp vragen aan dit Krachtdier. De Buffalo helpt een diepe verbinding te maken met Moeder Aarde. Het kan helpen op de weg naar een sterke en onafhankelijke Geest. De Bizon staat voor het volgen van de simpelste weg naar overvloed, ons geboorterecht. De Bizon vertelt dat doelen beter kunnen bereikt worden met de hulp en Harmonie van de Grote Geest
(Wakan Tanka).
• Het Totem dier Adelaar is voor de Indianen van de Noordwest kust van Noord- Amerika het symbool van eer, moed, vrede en vriendschap en mysterische krachten . Daarom wordt de dons van de Adelaar tijdens welkomstdansen en andere ceremoniën voor de gasten uitgestrooid. Adelaarsveren worden in
rituelen in en op maskers en hoofdtooien gebruikt. De adelaar kon spiraalsgewijs net zo hoog opstijgen tot hij in een gat in de hemel verdween en het huis van de zon bereikte. De Adelaar werd een symbool van groter overzicht en een meeromvattende waarneming.
• Het Totemdier Paard staat symbool voor de magische kracht van sjamanen. Het staat voor aardse en buitenaardse kracht, reizen, stabiliteit, zachtmoedigheid en vrijheid. Het paard is door de eeuwen heen geprezen om zijn hulp in de evolutie van de mens. Het paard draagt zijn berijder, maar deze laatste draagt de verantwoordelijkheid voor alles rondom.
Het Medicijn Wiel is Heilig voor de Indianen en Sjamanen. Volgens hun overtuiging heeft de Grote Geest alles in de Natuur in een cirkel gemaakt. Het Medicijn Wiel staat ook voor de 4 winden en de 4 kleuren van mensen die
reizen over onze planeet. Het is het symbool van de totaliteit van het bestaan. Het Wiel is een plek gecreëerd om het contact en de gebeden te versterken. Het verenigt de energie van Zon-Maan-Universum-Moeder Aarde Grootvaders, Grootmoeders en de Schepper in de oneindige cirkel van leven. Het Medicijn Wiel symboliseert eveneens het individueel Pad dat ieder dient af te leggen naar het ultieme geluk in Universele Liefde.

Viering van Mayahuel
De ceremonie van Mayahuel, ook wel la Virgen de los Remedios genoemd, is gewijd aan genezing. Omdat het vaak is gewijd aan traditionele medicinale planten, tonen altaren ter ere van Mayahuel vaak maguey- en agaveplanten.
De ceremonie ter ere van Mayahuel is ook een gelegenheid om het hart, de geest, de geest en de ziel te genezen. Als onderdeel van de vier richtingen vertegenwoordigt het het Westen, de richting van de energie van vrouwen. Als gevolg hiervan is Mayahuel een gelukkige viering van zusterschap.
Mayahuel eert het werk dat vrouwen hebben gedaan om onze gemeenschappen te genezen.
Het eert het leiderschap, de leringen en de genezingstradities die vrouwen aan onze kinderen hebben doorgegeven.
Als een viering van genezing eert Mayahuel ook de curanderas / curanderos [ geneeswijzes] en bewaart ze voor ons en de tradities en leringen worden doorgeven die ons fysiek en spiritueel genezen.

Pachamama (van het quechua pacha: aarde en mama: moeder, dus letterlijk vertaald “Moeder Aarde”) is de belangrijkste godheid voor de inheemse bevolking van de centrale Andes van Zuid-Amerika.
Pachamama in de kosmologie van Juan de Santa Cruz Pachacuti Yamqui Salcamayhua (1613), achter een afbeelding in de zonnetempel Qurikancha in Cusco.
Pachamama wordt omschreven als “ze is de Aarde in een diepe zin, bovennatuurlijk; ze is dat van hieronder, maar niet de grond of de geologische aarde, evenmin de christelijke hemel, ze is de kosmografische hemel. Pachamama is alles, ze verklaart alles.
Pachamama is geen eigenlijke scheppende, wel een beschermende godheid; ze beschermt de mens, ze maakt het leven mogelijk en begunstigt de vruchtbaarheid. In ruil voor deze hulp en bescherming is de priester van de Puna Meridional verplicht een deel van wat hij ontvangt aan Pachamama te offeren [1]

Geschiedenis van haar verering:
De Quechua- en de Tiwanaku-cultuur van de Andesregio brachten offers om haar te eren, ze offerden camelidae.[ kameelachtigen] Onder meer gaven ze cocabladeren, zeeschelpen en boven alles de foetus van lama’s, volgens hun geloof om de grondte bevruchten.
Met de komst van de Spanjaarden en de vervolging van het – plaatselijk variërende – geloof werd Pachamama dikwijls aanbeden als was ze de maagd Maria.

18e-eeuwse afbeelding van de Maagd Maria,
met enige kenmerken van Pachamama[2]

Kleireliëf uit ca 460 v.C. Gaia geeft Erichthonios aan Pallas
Athena.


Nakomelingen
Volgens de Griekse sagen en mythen bracht Eros Gaia ertoe zich te verbinden met het water en de lucht, en zo bracht zij de zee (Pontos) en de hemel (Ouranos) voort. Ook kwamen de Titanen, de drie eenogige Cyclopen en de drie honderdarmige reuzen uit oermoeder Aarde voort. Deze laatsten heetten Briareos, Gyes en Kottos en hadden elk ook vijftig hoofden.
Zij werden ook de Hekatoncheiren genoemd. De Titanen en de Cyclopen zijn verwekt door Ouranos.

Moedergodin
Godin die de natuur, moederschap, vruchtbaarheid, en de schepping vertegenwoordigt.
Een moedergodin of Almoeder is een vrouwelijke god en moederlijk symbool
van schepping, creativiteit, geboorte, vruchtbaarheid, seksuele
vereniging, verzorging en de levenscyclus.

Zittende vrouw van
Er bestaat een verschil tussen de academische en de populaire opvatting over het begrip. De populaire opvatting wordt vooral gedragen door de godinnenbeweging en luidt dat primitieve samenlevingen eerst matriarchaal geweest zijn waarbij een soevereine, verzorgende, moederlijke aardegodin aanbeden werd. Zij bouwden daarbij voort op de negentiende-eeuwse ideeën van
een unilineaire evolutie van Johann Jakob Bachofen. Zowel bij Bachofen als bij modernere theorieën is eerder sprake van een projectie van de huidige ideeën op oude mythes, dan dat er geprobeerd wordt de mentalité van die tijd te begrijpen.[1][2] Veelal gaat dit gepaard met een verlangen naar een verloren beschaving uit vervlogen tijden die rechtvaardig, vredevol en wijs zou zijn geweest.[3] Het is echter zeer onwaarschijnlijk dat een dergelijke beschaving heeft bestaan.[4]
Lange tijd werd door feministische auteurs uitgedragen dat deze vredige, matriarchale agrarische samenlevingen werden uitgeroeid of onderworpen door nomadische, patriarchale krijgerstammen. Een belangrijke bijdrage hier was die van archeologe Marija Gimbutas.
Haar werk op dit vlak wordt tegenwoordig echter grotendeels afgewezen.[5] Ook bij feministische archeologen is deze visie tegenwoordig zeer omstreden.[6][7]
Sinds de jaren 1960 werd vooral in de populaire literatuur een link gelegd tussen de vermeende verering van de moedergodin en de sociale positie die vrouwen in prehistorische samenlevingen zouden hebben ingenomen.
Daarmee kreeg de discussie een politiek karakter. Vanuit de huidige door mannen gedomineerde maatschappij zou volgens de godinnenbeweging moeten worden teruggekeerd naar het egalitaire matriarchaat van vroeger tijden. Dat deze maatschappijvorm zou hebben bestaan, zou worden ondersteund door de
vele Venusbeeldjes die terug zijn gevonden.
In academische kringen wordt dit prehistorische matriarchaat onwaarschijnlijk geacht. Allereerst betekent het aanbidden van een moedergodin niet noodzakelijk dat vrouwen de dienst uitmaakten.[8] Daarnaast kunnen de
venusbeeldjes ook gewone vrouwen voorstellen of gewone godinnen en is het onduidelijk of er werkelijk ooit sprake is geweest van een moedergodin.[9][10][11]
Dit alles heeft zijn effect op archeologen die zich richten op mythologie en religie die niet geassocieerd willen worden met Gimbutas en de godinnenbeweging.[12]
Coatlicue was in de Azteekse mythologie de godin van de aarde, de godin van het vuur en de vruchtbaarheid en moeder van de zuidelijke sterren.
Coatlicue in het Nationaal Antropologiemuseum, Mexico-Stad.
Omdat ze op mysterieuze wijze zwanger werd door een bal kolibrieveren wilde niemand haar geloven.

Haar zoons (inclusief Coyolxauhqui) vermoordden haar, wantzwanger worden van kolibrie-veren was een groot misdrijf.
Net op tijd wist Huitzilopochtli uit haar baarmoeder te komen, die de
andere zoons (goden van maan en sterren) doodde. Later werden hiervoor andere goden aangesteld. Coatlicue werd hierdoor boosaardiger en kreeg een rok van slangen.

Gaia (Oudgrieks: Γαῖα, Γαῖη of Γῆ) of Gaea (gelatiniseerd) is een figuur uit de Griekse mythologie. Zij is de oermoeder, de Aarde, die ontstond uit de Chaos aan het begin van de dingen. De Chaos bevatte alle basisbestanddelen, de vier elementen aarde, water, lucht en vuur. Daaruit ontstond onder andere Gaia: Moedergodin van de natuur en de aarde.

Uiterlijke kenmerken
Gaia, de godin van de natuur en de aarde, werd afgebeeld als een
mollige vrouw, vaak oprijzend uit de grond, altijd eraan verbonden.
De Aarde zelf werd in de Griekse mythologie gezien als een platte
schijf (platte Aarde), omringd door de rivier Okeanos (de oceaan),
de hemelkoepel van Ouranos ondersteunend.

.

 

Asgard: De schepping volgens de Vikingen

<9> Noormannen. De Vikingsaga (793-1241) – John Haywood
Auteur: John Haywood
18 november 2022
Boekfragmenten/Noordse mythologie/Religieuze geschiedenis/Vikingen

Huginn en Muninn zittende op de schouders van Odin. De illustratie komt uit een 18e-eeuws IJslands manuscript.


Bij Omniboek verschijnt mei 2017 het boek ‘Noormannen: de Vikingsaga 793-1241.‘ Hierin beschrijft John Haywood de rijke cultuur van de Vikingen in de volle breedte. Haywood volgt de weg van de Vikingen vanaf hun Noorse godenwereld in de achtste eeuw tot hun plek in het christelijke Europa in de dertiende eeuw. Op Historiek een fragment uit de inleiding over hoe de Vikingen aankeken tegen het ontstaan van de aarde en hun ‘doel’ op aarde.

Asgard. Het wereldbeeld van de Vikingen
Vee sterft, bloedverwanten sterven, uiteindelijk zul jij ook sterven,
Maar glorie sterft nooit voor de man die het behaalt.

De dwaas denkt dat hij eeuwig zal leven, Als hij wegblijft bij het gevecht;
Maar de oude dag garandeert hem geen wapenstilstand, Zelfs als de speren dat wel doen.
Hávamál
Odin hangt in de boom om zichzelf te offeren, zoals beschreven in
Hávamál.
Voor de meeste Scandinaviërs betekende het leven in het Vikingtijdperk hard werken op het land, een voortdurende onzekerheid, en een vroege dood rond hun dertigste of veertigste levensjaar. Voor hen die ervoor kozen om Viking te worden in de letterlijke zin van het woord, piraat of plunderaar, of die op reis gingen om handel te drijven of te koloniseren, kon het leven zelfs nog korter duren. Allemaal liepen ze het serieuze risico op zee te verdrinken wanneer hun fragiele schepen vergingen in een storm of aan splinters sloegen tegen een

rotsachtige kust. Handelaren liepen altijd het risico aangevallen te worden door piraten. En tegenover elke Vikingkrijger die naar huis terugkeerde met een zak zilver of voor zichzelf een boerderij in de wacht had gesleept op nieuw veroverd gebied, moet er minstens één andere hebben gestaan die aan mootjes werd gehakt op een slagveld of stierf aan een ziekte in een onhygiënisch winterkamp. Vikingen waren duidelijk bereid enorme risico’s te nemen teneinde land, rijkdom en roem te vergaren. Deze moedige en ondernemende maatschappij werd ondersteund door een wereldbeeld dat actief het mijden van risico’s ontmoedigde. De wereld waarin de heidense Scandinaviërs leefden, bestond niet
om een of ander doel te vervullen, en als het waar was dat de goden de mens hadden geschapen, dan was dat uitsluitend voor henzelf, zodat er iemand was die aan hen geofferd kon worden. Wilde een mensenleven enige betekenis hebben in deze wereld, dan moest men daar zelf voor zorgen, door iets te bereiken waarvoor men herinnerd zou worden.

De schepping van de wereld
Yggdrasil
Volgens de Scandinaviërs werd het middelpunt van het universum gevormd door een enorme, altijdgroene es die Yggdrasil heette. Zijn takken overdekten de hemel en verbonden de gescheiden werelden van de goden, ijsreuzen, vuurreuzen, elfen, dwergen, mensen en de onderwereld. Er is geen mythe die vertelt over de oorsprong van Yggdrasil of zijn uiteindelijke lot. Zijn bestaan werd als vanzelfsprekend aangenomen en misschien dacht men dat hij eeuwigdurend was.

Desondanks komt Yggdrasil helemaal niet voor in de Scandinavische scheppingsmythe, waarin de kosmos geboren wordt uit de interactie van wederzijds vijandige krachten. In het begin van de tijd waren er maar twee werelden: het vurige Muspelheim in het zuiden en het ijzige Niflheim in het noorden. Tussen de twee werelden bevond zich de gapende leegte van Ginnungagap.
Waar de hitte van Muspelheim het ijs van Niflheim ontmoette, begon het ijs te smelten en te druipen. De hitte versnelde het leven in de druppels en die namen de vorm aan van een reus, die de naam Ymir kreeg. Terwijl Ymir sliep, vormden zich uit het zweet onder zijn linker oksel een reus en een reuzin, en een van zijn benen werd de vader van een zoon op zijn andere been. Op deze manier werd Ymir de voorvader van een ras van ijsreuzen. Terwijl het ijs bleef smelten, kwam er een koe tevoorschijn. Deze koe heette Auðumla. Auðumla voedde zich door te likken aan het zoute ijs. De vier rivieren van melk die uit haar spenen vloeiden, voedden Ymir.
Door het likken van Auðumla kwam nog een reus tevoorschijn, die Búri heette. Búri was groot, sterk en knap. Hij werd de vader van een zoon die Borr heette. Er wordt geen moeder genoemd, maar zij was vermoedelijk een ijsreuzin, aangezien zij destijds de enige andere aanwezige wezens waren, afgezien van Auðumla. Borr nam Bestla, de dochter van de ijsreus Bölthorn, als zijn vrouw en samen kregen ze drie zonen: Odin, Vili en Vé, de eerste van de goden.
Odin en zijn broers vermoordden Ymir en gebruikten zijn dode lichaam om het land te maken, en zijn bloed om de oceaan te maken. Toen namen de goden Ymirs schedel en plaatsten deze boven de aarde om de lucht te maken. De goden vingen wat van de vonken en gesmolten sintels die van Muspelheim af waaiden en plaatsten deze in de lucht om de hemel en de aarde mee te verlichten. Toen zetten de goden de donkere reuzin Nótt (‘nacht’) en haar heldere en knappe zoon Dagr (‘dag’) in de lucht om elkaar elke vierentwintig uur rond de wereld te volgen. De goden namen de beeldschone broer en zus, Máni (‘maan’) en Sól (‘zon’) en plaatsten hen ook in de lucht. Aan de hand van hun bewegingen konden de dagen, maanden en jaren worden geteld.
De goden schiepen de wereld als een grote cirkel. Het deel langs de randen gaven de goden aan de reuzen als thuis. Dit was Jotunheim, waar de reuzen op wraak zonnen voor de dood van Ymir.
In het midden, omringd door de oceaan, gebruikten de goden Ymirs wenkbrauwen om een fort te bouwen tegen de vijandige reuzen. Dit noemden zij Midgard, of ‘Midden-Aarde’. Ten slotte namen de goden Ymirs hersenen en gooiden ze in de lucht om de wolken te maken. Hiermee voltooiden de goden hun recycling van Ymir.
Odin, Vili en Vé liepen langs de nieuw gevormde zeekust en vonden twee boomstammen. Hieruit schiepen de goden de eerste twee mensen.
De man noemden ze Ask (‘es’) en de vrouw Embla (‘iep’), en van hen stamde het menselijk ras af. De goden gaven Ask en Embla Midgard om te wonen.
Nadat ze mensen hadden geschapen, schiepen de goden hun eigen domein Asgard, een hemelse stad hoog boven Midgard. Ze bouwden de vurige regenboogbrug Bifröst om de twee domeinen te verbinden, zodat ze hiertussen heen en weer konden gaan.
De mythen geven geen aanwijzing hoeveel tijd er volgens de Vikingen zou zijn verstreken tussen deze gebeurtenissen en hun eigen tijd.
Zoals de meeste volken voor de tijd van het schrift, hadden de Vikingen geen officiële tijdsbepaling. Alle gebeurtenissen die plaatsgevonden hadden voor mensenheugenis, bestonden waarschijnlijk op een manier vergelijkbaar met de
Droomtijd van de Aboriginals.

Yggdrasil Asgard, thuis van de goden

Binnen de muren van Asgard zijn tientallen schitterende zalen en tempels waar de goden feestvieren en beraadslagen. Vanaf de troon in zijn met een zilveren dak bedekte zaal Valaskjálf overziet Odin de hele schepping, en stuurt hij zijn raven Huginn en Muninn elke dag eropuit om nieuws te vergaren over de wereld. Zoals elke Vikingleider heeft Odin zijn eigen gevolg van lijfwachten, einherjar, die exclusief worden gekozen uit de gelederen van de dapperste krijgers die gesneuveld zijn in de strijd. De einherjar vertoeven in Walhalla (‘zaal voor de gevallenen’), een enorme zaal met 540 deuren die elk zo breed zijn dat achthonderd krijgers er zij aan zij doorheen kunnen marcheren. Walhalla glanst van het goud, heeft speren als dakspanten en een dak gemaakt van schilden en
maliënkolders. Elke ochtend marcheren de einherjar Walhalla uit om de dag door te brengen met vechten.
Noormannen.
In de avond worden de gesneuvelden op miraculeuze wijze geheeld en keren ze allen terug naar Walhalla om daar de hele nacht te genieten van varkensvlees en mede. De einherjar worden bediend door de Walkuren (‘zij die de gevallenen uitkiezen’), beeldschone bovennatuurlijke vrouwen die een harnas dragen en
gewapend zijn met een schild en een speer. Op Odins bevel rijden de Walkuren snel door de lucht en dalen neer op slagvelden om te beslissen wie de winnaars zijn, de krijgers te kiezen die zullen sneuvelen en de dappersten van hen mee te voeren naar Walhalla. Daar worden ze verwelkomd met bekers mede en een
rumoerig gebonk op tafels door de einherjar. Vikingkrijgers wisten dat ze de gastvrijheid van hun heer moesten verdienen op het slagveld. De einherjar verdienden Odins gastvrijheid door voor hem te strijden in Ragnarok. Dit is een groot gevecht waarvan Odin weet dat het voorbestemd is om plaats te vinden aan het einde der tijden.
Hierin zullen de goden en hun onverzoenlijke vijanden, de reuzen, elkaar uitroeien met vuur en overstromingen en het hele universum vernietigen, waarna een nieuwe scheppingscyclus begint.
~ John Haywood

De drie belangrijkste goden van het Hindoeisme

Hindoeïsme

<10> Het is een van de oudste religies ter wereld, beoefend door meer dan 1.100 miljoen mensen op het Aziatische continent en andere delen van de wereld. In India, Pakistan, Nepal, Bangladesh en Maleisië zijn er velen die de voorschriften volgen en de drie belangrijkste goden van het hindoeïsme aanbidden.
In tegenstelling tot andere religies worden deze goden in het dagelijks leven aanbeden. Ze worden meer dan abstracte en verre wezens gezien als figuren die deel uitmaken van de dagelijkse realiteit. Er zijn tal van stromingen en scholen binnen het hindoeïsme.
Binnen het bonte hindoeïstische pantheon vallen niet alle goden in dezelfde categorie. Er zijn niet minder dan dertig miljoen goden, maar ze zijn niet allemaal even belangrijk en vereerd.
Dit zijn de drie belangrijkste goden van het hindoeïsme: Brahma, Vishnu en Shiva. Ze vormen de Trimurti (‘De drie vormen’ in het Sanskriet) en vertegenwoordigen respectievelijk de cycli van schepping, behoud en
vernietiging van het universum.
Brahma, de eerste van de drie Hindoe drie-eenheid, is de schepper van het heelal.
Hij wordt afgebeeld met vier hoofden die naar de vier windrichtingen kijken.
Meestal rijdt hij op een zwaan of zit op een heilige lotusbloem. Zijn vrouw Saraswati is de godin van de kunst en het onderwijs.
Brahma heeft vier handen, waarvan hij er altijd één zegenend opheft.

Vishnu
Vishnu is de beschermer van het heelal.
Hij wordt meestal afgebeeld op een adelaar of slapend op een reuzenslang.
Zijn vrouw is Laksmi, de godin van schoonheid en rijkdom.
Vishnu de instandhouder in het Hindoeïsme

Shiva
Shiva is de vernietiger van het kwaad in het heelal.
Hij heeft een drietand als symbool van de vernietiging.
Op zijn voorhoofd draagt hij het derde oog van de kennis.
Shiva rijdt op een grote stier, Nandi geheten.
De vrouw van Shiva is de godin Parvati. En rechterhand van Shiva.

Maori’s

De Maori’s zijn de inheemse bewoners van Aotearoa, zoals zij Nieuw-Zeeland noemen. Momenteel noemt 14% van de Nieuw-Zeelandse bevolking zich Maori. Hun bijzondere cultuur heeft een sterke stempel gedrukt op de huidige Nieuw-Zeelandse cultuur. Je ziet en hoort veel Maori-elementen terug in onder andere zang, dans, taal en plaatsnamen.

Pa en marae

Ongeveer duizend jaar geleden kwamen zij aan na een lange reis van de Haiwaiki-eilanden in de Grote Oceaan.
Door de eeuwen heen leefden vele Maori-stammen in pa’s (versterkte dorpen) waar zij zichzelf voorzagen van eten en drinken. In deze gemeenschappen genoten de stamleiders en priesters het meeste gezag. De stam werd vernoemd naar de voorvader van de stam, bijvoorbeeld Ngapuhi, dat afstammelingen van Puhi betekent.
Deze stam is tegenwoordig de grootste stam in Nieuw-Zeeland met meer dan 100.000 leden.
In het midden van alle pa’s stond een ‘marae’: een gemeenschapshuis met een grote open plaats. Maori’s geloven dat hierin hun voorouders verder leven en is de plek waar alle stamleden samenkomen en ceremonies houden. Wanneer er behoefte aan meer voedsel en land was, werden er andere stammen aangevallen. Dit ging er vaak heftig aan toe. Er werden wapens van steen, hout en been gebruikt en de verslagen vijand werd als slaaf ingelijfd en soms zelfs opgegeten.
Toen aan het einde van de 18e eeuw Nieuw-Zeeland werd gekoloniseerd, veranderde er veel voor de Maori’s.
Er werden grote stukken land afgepakt en hun cultuur werd ondergewaardeerd. Ook poogden zendelingen Maori’s te bekeren tot het Christendom.

Religie
De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor de traditionele Maori-cultuur gekomen. Deze opleving van deze cultuur wordt ook wel Maoritanga genoemd. De Maori-cultuur is rijk en gevarieerd. Hierin speelt voorouderverering een belangrijke rol evenals het geloof in goden. Deze goden vertegenwoordigen de hemel, zee, bergen en oorlog. Andere belangrijke zaken zijn het geloof in de levenskracht (mairu), de geest (wairua) en de spirituele kracht (mana).
Mythes spelen een belangrijke rol in de traditionele Maori-religie. Het ontstaan van de aarde zien ze zo: in het begin was er niets en dit niets noemen ze Te Kore. Na negen periodes van Te Kore kwam Te Ata, de zonsopgang. Uit de schoot van de duisternis ontstond Ranginui, de hemelvader, en Papatuamaku, Moeder Aarde.
Zij werden verenigd en kregen veel kinderen. Deze kinderen richtten
de wereld verder in.
Het ontstaan van Nieuw-Zeeland is ook een belangrijke legende binnen
de Maori-cultuur. Lang na de creatie van de wereld ging halfgod Maui
uit Hawaiki op zee vissen. Samen met andere bewoners van Hawaiki
voer hij in een kano een heel eind weg van zijn geboorte-eiland. Na een
tijdje varen pakte Maui zijn magische vishaak, bevestigde deze aan een
stuk touw en wierp deze in de oceaan. Hij ving een immense vis die hij versloeg met jade. De vis veranderde toen in het Noordereiland, dat door de Maori’s Te Ika a Maui wordt genoemd, oftewel ‘De vis van Maui’. Het Zuidereiland symboliseert de kano van Maui: Te Waka o Maui. Stewart Island vormde het anker van deze kano: Te Punga a Maui.
Vele jaren later, tussen 850 – 950, vertrok zeevaarder Kupe van Hawaiki
richting Nieuw-Zeeland. Toen hij het land zag hing er laaghangende
bewolking overheen. Hij noemde het nieuwe land ‘Aotearoa’, dat ‘het land van de lange witte wolk’ betekent.

Maoritanga
Vroeger was er binnen de Maori-stammen een duidelijke scheiding in klassen, maar tegenwoordig zijn Maori’s meer geïntegreerd in de Nieuw-Zeelandse samenleving en is er meer gelijkheid. Hoewel de traditionele Maoricultuur in Nieuw-Zeeland lange tijd nauwelijks werd erkend, is er nu sprake van een inhaalrace, de Maoritanga.
Veel Maori’s laten de cultuurspecifieke kenmerken, zoals gigantische tatoeages, met trots zien. Ook is er veel aandacht voor de oude mythes en legendes.
Door de eeuwen heen werden deze oraal doorgegeven omdat de Maori-cultuur geen schrift kende. Verhalen en tradities werden levend gehouden door middel van zang, dans, muziek en houtsnijwerken. Nu kennen Maori’s wel het schrift en worden de verhalen opgeschreven in verhalen en gedichten.
Vandaag de dag is het ‘Maori zijn’ een individuele keuze geworden. Mensen zijn niet meer genetisch Maori maar verklaren zichzelf Maori. Dit komt onder andere doordat de ‘volbloed Maori’ bijna niet meer bestaat door de inmenging van andere culturen. Of iemand Maori is hangt af waar die persoon zich het meest mee verbonden voelt. Net als in veel andere multiculturele landen identificeren veel Nieuw-Zeelanders zich met meer etnische groepen. Vanwege de grotere aandacht voor de Maori-cultuur, zijn er veel Maori-verenigingen opgericht, zoals
sportclubs en theatergroepen. Hierdoor ontstaat er een groeiend gemeenschapsgevoel en zeggen veel Maori’s hun ‘nqakau Maori’ weer te voelen, hun Maori-hart in hun voorouders, cultuur en land.

<11>

Asintmah, Athabaskan aarde en natuurgodin, en de
eerste vrouw die op aarde rondliep

 

 

 

 

Kishar, Akkadische godin die de aarde
vertegenwoordigt

 

 

 

 

 

 

 

 

Ninhursag,
Sumerische moedergodin
geassocieerd met de aarde en vruchtbaarheid

 

 

 

Cybele,
Frygische godin van de
vruchtbare aarde en wilde
dieren

 

 

 

 

 

 

Yer Tanrı, is de godin van de aarde
in de Turkse mythologie. Ook wel
bekend als Yer Ana.

 

Gaia, de godin van de aarde en haar personificatie. Ze is ook de
oorspronkelijke moedergodin.

 

 

 

 

 

Terra , oergodin die de
aarde personifieert.

 

 

 

 

 

Grieks-Romeins is oergodin Tellus,
net als Terra, personificatie van de
aarde

 

 

 

 

 

Papatuanuku, de aardmoeder Maori

 

 

 

 

 

 

 

Egyptische moedergodin Isis

 

 

 

 

de
godin
Amaunet

 

 

 

 

 

 

 <12>


<13>

Moeder Aarde en Maria Lichtmis
Door Martine op Antroposofie en het kind.

<14> Eind januari, in de diepe, stille winteraarde, gebeurt iets heel bijzonders…
De allerkleinste zaden ontkiemen en vinden hun weg naar de zon, tegen de zwaartekracht in. De aarde opent zich, is vruchtbaar. Midden in de winter.
De sneeuwklokjes bloeien al!
Na de stille, donkere (en dit jaar ook nog) sombere dagen van december en januari, verlangen we naar zon en licht. Maar de weg ernaartoe voelt zwaar, alsof we zelf ook tegen de stroom in moeten gaan. Ons hart maakt werkelijk een sprongetje als de zon schijnt, naar buiten! Het sterkt ons dat de dagen ook al merkbaar lengen.
Wat er met de natuur gebeurt, wordt ook innerlijk zichtbaar. De verwachting van de lente is voelbaar. We ontwaken langzaam. We stellen ons vruchtbaar open voor bewustwording en nieuw inzicht. Misschien is er zelfs al inspiratie en ontluikend enthousiasme!
Maria Lichtmis op 2 februari, is in de kerk de herdenking van het zuiveringsoffer dat Maria veertig dagen na de geboorte van Christus moest brengen. Daarmee is deze dag verbonden met Kerstmis, de geboorte van Jezus.
Op Maria Lichtmis worden kaarsen gezegend en een processie met brandende kaarsen gehouden, voor aanvang van de mis. De katholieke en protestante kerk benadrukken dat het geen Mariafeest is, maar dat het op deze dag over Christus zelf gaat. Het is de opdracht/presentatie van de Heer in de tempel.
Ik wil hierbij graag opmerken dat de vrouw in de christelijke traditie, een ondergeschikte rol heeft.
Van oorsprong is 2 februari een Keltisch feest met lente en vruchtbaarheid als centrale thema’s. Het nieuwe natuurjaar, de uitademing van de aarde begint weer. Hier start de groene vreugde van de aarde, elk jaar opnieuw!
In sprookjes wordt Moeder Aarde, de aardekracht en vruchtbaarheid, verbeeld door Vrouw Holle*. Zij is de verbinding tussen aarde en hemel. Zij verschijnt in verschillende gedaanten aan de mensen. Zij heerst over dieren en natuurwezens. Waar haar voet de aarde raakt, wordt de akker gezegend met vruchtbaarheid. Waar zij uitrust, bloeien de mooiste bloemen. Zij behoedt de nog ongeboren zielen en begeleidt de overledenen vlak na de dood.
Maria, de moeder van Jezus, is bij de christenen deze plaats gaan innemen. Maar de link met onze aarde heeft Maria niet. Je zou kunnen zeggen dat hierdoor de verbinding met Moeder Aarde uit onze westerse cultuur is verdwenen omdat deze nu eenmaal getekend is door de christelijke traditie.
Het behoeft geen betoog dat we de verbinding met de aarde kwijt zijn geraakt. We leven in een tijd waarbij we steeds verder van de natuur afstaan. We doen de aarde veel geweld aan. Dat heeft enorme gevolgen. Het klimaat verandert veel sneller dan we voor mogelijk hielden, de aarde raakt uitgeput, de noodklok wordt geluid.
Hier wordt op allerlei manieren aandacht voor gevraagd, vooral in negatieve zin. En we weten best dat er iets moet veranderen, maar echt verantwoordelijk voelen we ons niet. Laten we het eens op een andere manier proberen.
Voor werkelijke verandering is een diep besef nodig. Laten we dat wakker schudden door erop te vertrouwen dat het nog ergens rondwaart in ons celgeheugen!
Door ons in deze tijd van het jaar te verbinden met de ontluikende natuur, her-inneren we ons de grootsheid, de immense waarde van Moeder Aarde.
Moeder Aarde, Moeder Energie, Moeder Maria. Ze hebben overeenkomstige eigenschappen. Reinigend, licht, zuiver, vruchtbaar, scheppend.
Bewustwording door het leven te vieren is een relatief onbekende, maar ik nodig je er graag toe uit!
Laten we het laatste feest van de Kersttijd, Maria Lichtmis, verbinden met het eerste feest van Moeder Aarde.
Betekenisvol vieren**, vreugdevol en dankbaar. Daarmee brengen we hoe dan ook licht de wereld in, aansluitend op de gedachte van Maria Lichtmis! We kunnen er warmte en troost aan ontlenen en het bovenal samen delen!

Artikel uit het tijdschrift Happinezz
<15> Moeder Aarde wordt door de oude volken van de Andes Pachamama genoemd. Ze zien haar als de moeder aller moeders, en vinden het belangrijk om haar te bedanken voor de overvloed die ze ons schenkt. Hoe kunnen we onze kinderen dat respect meegeven?
Zes waardevolle lessen van Pachamama.
1. Lummelen hoort erbij
Pachamama is een moeder, een vrouw. Door je met haar te verbinden, versterk je je vrouwelijke energie. Waar mannelijke energie gaat over actie, gaat vrouwelijke energie over ontvankelijkheid en rust. Meer zijn dan doen. Luisteren naar de wijsheid van je lichaam, naar je intuïtie. Krachten die lange tijd onderdrukt zijn geweest. Hoog tijd voor een comeback, en dan in een mooie balans met gezonde mannelijke energie. Want het een kan niet zonder het ander.
Ook (en misschien juist wel) voor kinderen is deze balans belangrijk. Ruimte om een beetje te lummelen. Vervelen is goed – juist dan komen na een poosje de creatieve ideeën. Niet van buitenaf opgelegd, maar helemaal vanuit jezelf. Uitrusten en opladen kan bij uitstek in de natuur. Bijvoorbeeld door op blote voeten over het gras te slenteren. Of liggend op je rug te voelen: hoe gaat het eigenlijk met mij? Hoe voelt mijn lichaam? Welke plek vraagt om aandacht? Daar kun je dan in gedachten wat warmte of energie naartoe sturen. Of het gewoon even laten zijn.
2. Vind je natuurlijke ritme
Je verbinden met de natuur doe je door haar letterlijk op te zoeken: de zon, de regen, de wind voelen, de aarde onder je voeten. Hoe meer je buiten bent, hoe meer je het ritme van donker en licht en van de seizoenen ervaart. Net als de natuur hebben wij ook onze eigen ritmen. Op het ene moment voel je je energieker dan op het andere; dat persoonlijke ritme is voor iedereen anders. Je kunt van nature een vroege vogel of juist een nachtdiertje zijn. Hoe meer rekening je houdt met jouw voorkeuren, hoe lekkerder je in je vel zit.
De combinatie met werk, school en verschillende ritmen binnen een gezin kan een uitdaging zijn. Dat vraagt om creativiteit.
Misschien is de een beter in ontbijt maken, en heeft de ander meer puf om avondeten te koken. Slaapt de een beter iets langer uit, dan allemaal strak in hetzelfde regime moeten opstaan. De kunst is om samen de lekkerst lopende flow te vinden.
3. Vier de verschillen
Pachamama’s rijkdom is de rijkdom van veelsoortigheid. De ware aard van Moeder Aarde is veelkleurig, uitbundig, veelsoortig, overvloedig. Bekijk maar eens een klein stukje grond in een zomers park, hoe het dan wemelt van leven: gras, madeliefjes, krioelende beestjes; alles leeft en werkt samen.
De balans wordt verstoord als op één ding wordt gefocust, één stof, zonder rekening te houden met de omgeving en de natuurlijke variatie. Dan treedt uiteindelijk verarming op – Moeder Aarde doet niet aan monocultuur. Verschillende soorten planten, bomen, insecten, bacteriën, schimmels, zoogdieren, water, wind, zon, noem maar op: samen vormen ze een
ecosysteem. Onderling wisselen ze uit, ze reageren constant op elkaar, altijd om een gezonde balans te vinden.
In de film ‘The biggest little farm’, over een stel dat met vallen en opstaan een dor stuk grond weet om te vormen tot een groen paradijs, wordt dat mooi weergegeven. Alle dieren in het ecosysteem hebben hun eigen rol. Ook die coyote die je kippen opvreet, blijkt uiteindelijk zijn functie te hebben.
Zo is het ook met ons mensen. Als we maar één standpunt of maar één soort persoon goedkeuren, en alles wat daarvan afwijkt afwijzen, dan groeien we uiteindelijk niet. We ontwikkelen ons door uit te wisselen, naar elkaar te luisteren en samen te werken, ook als dat soms conflicten oplevert. Groei – als in: bewustzijnsontwikkeling – is onvermijdelijk. Het is onze natuur.
4. Wat heb je écht nodig?
Wie de natuur volgt, weet dat ze in steeds terugkerende cycli werkt: ontstaan, groei en bloei, afsterven, rust, en dan ontstaat weer iets nieuws. In onze maatschappij is één deel ervan, het groeien, uit proportie geraakt. Reclames maken ons wijs dat we meer, meer, meer nodig hebben. Pachamama is erbij gebaat als we voelen wanneer het genoeg is. Als we weten wanneer we genoeg spullen, voedsel en informatie hebben. En als we voelen dat we genoeg zijn. Een gezond gevoel van eigenwaarde is ook goed voor de aarde. Dan ben je minder geneigd om onzekerheid op te vullen met spullen kopen of andere vormen van consumptie.
‘Genoeg’ betekent voor iedereen iets anders. Het kan goed zijn om je spullen eens onder de loep te nemen. Gebruik je daadwerkelijk alles wat je hebt, of heb je eigenlijk te veel? Zo kun je met kinderen naar hun speelgoed kijken. Spelen ze nog met dat autootje of die puzzel, of zou een ander kind er blijer mee zijn? Misschien kun je ruilen of (uit)lenen. Er is genoeg.
5. Help jezelf helen
Moeder Aarde is heilig voor de Inca’s. En wij zijn allemaal een stukje van Pachamama, dus wij zijn ook heilig. Heilig betekent ‘heel’. We zijn in wezen heel – alleen voelen we dat niet altijd zo.
“Zorg dat je heelt van binnen,” zegt Claasje Kos, oprichter van spiritueel centrum Pacha Mama in het Friese Lekkum. In dit centrum draagt ze onder andere het gedachtegoed van het Inca-sjamanisme uit, via workshops en opleidingen wil ze
mensen weer bewust maken van het heilige van het leven.
Claasje: “Ga aan de slag met blokkades en angsten die je in jezelf tegenkomt. In ons leven lopen we allemaal trauma’s op. Al is het maar van je fiets vallen als kind, of ruzie met je schoonmoeder. Bij trauma heeft ook je energetische lichaam heling nodig. Anders leef je vanuit overlevingsmechanismen. En als jij voelt dat je heel bent, kun je ook naar buiten toe helen. Dan kun je de zachtheid, de liefde, het geduld, het respect naar buiten verspreiden. Je gaat gezond met je lijf om en bent ook daarin een voorbeeld.”
Daarvoor hebben we rust nodig. De hartslag van Pachamama gaat langzaam en wij leven vaak snel. Wil je ‘heilzamer’ leven, ga dan langzamer. Neem de tijd voor reflectie, om je leven en je keuzes te overdenken. Neem tijd om te voelen wat er
gebeurt. Valt een kind van de fiets, poets die ervaring dan niet zo snel mogelijk weg. Besteed er even oprechte aandacht aan: wat gebeurde er, hoe voelt je lichaam, wat heb je nodig?
6. Luister naar je hart
“Je pad ontvouwt zich vanzelf als je van binnen heelt,” zegt Claasje. “Dan voel je wat je wilt doen in de wereld.” In wezen is‘jezelf zijn’ genoeg. Daarom is het goed om ook te luisteren naar je eigen natuur. Dat te doen waar jij helemaal vanuit jezelf passie en enthousiasme voor voelt, wat je natuurlijk af gaat. Weet je dat even niet meer, neem dan de tijd om naar je hart te luisteren. Dat kun je letterlijk doen door je rechterhand op je hart te leggen en je ademhaling bewust langzamer te maken.
Word je bewust van alles waar je dankbaar voor bent, waar je een warme herinnering aan hebt. Waar word je blij van? Wat heb je vanuit jezelf in overvloed te delen, te geven? Als je happy en in balans bent, heb je ook iets terug te geven.
Dat geldt ook voor kinderen. Net als ieder dier en elke plant zijn wij mensen allemaal deel van het grotere ecosysteem. Elk deeltje heeft een eigen rol en functie in het geheel. Je hoeft niet alles te kunnen of te weten. Een mol hoeft niet te kunnen klimmen, een zonnebloem hoeft alleen maar zonnebloem te zijn. Natuurlijk is het goed om nieuwe dingen te leren, ook dingen die je misschien niet zo liggen, maar je talenten zijn er al. Die hoeven alleen maar de ruimte te krijgen. Als dat gebeurt, kunnen we allemaal bijdragen aan de gezondheid van de wereld.

.

Maria-Lichtmis:     alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

Algemene menskunde: alle artikelen

Opvoedingsvragen: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle artikelen

.

3499-3287

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (98)

.

Op 6 juli 2024 verscheen in De Volkskrant een artikel over de vrijeschool door journaliste en oud-vrijeschoolleerling Daphne van Paassen.

De vrije school is zeer in trek bij witte ouders, én bij extreemrechts. Wat betekent dat?

.

Ze geeft haar school waar ze 13 jaar op zat, het mooiste compliment: ‘ ik gedijde in die wonderschone sprookjeswereld van organisch grenen, bijenwas en wol. Zonder leerboeken, en ook nu nog (vaak) zonder computer, tv of digibord. Een veilig hof van Eden.’

Want dat is toch uiteindelijk wat je als leerkracht wil: dat de aan jou toevertrouwde kinderen gedijen.

Maar wát haar dan zo deed gedijen, was uiteraard niet de bijenwas of de wol of de afwezigheid van een digibord. Dat is maar de buitenkant.
Wat haar deed gedijen is, denk ik, veel meer dat haar leerkrachten in staat waren haar aan te spreken in haar ontwikkeling, haar dát te geven waar die ontwikkeling om vroeg.
En die kennis haalden de leerkrachten uit het mensbeeld dat ze bij Rudolf Steiner vonden.
En willen toekomstige leerkrachten vanuit dit mensbeeld blijven streven naar ‘het gedijen van kinderen’, op deze manier, dan kan dat niet met minder Steiner, maar alleen met meer, d.w.z. een dieper doordringen in dit mensbeeld. 
Het valt buiten het bestek van dit artikeltje om daar dieper op in te gaan, maar op deze blog vind je daar van alles over: Algemene menskunde;
menskunde en pedagogie: enz. enz.

Wat voor Mevr. van Paassen ook nog niet duidelijk is, is dat de vrijeschoolpedagogie op geen enkel gebied in verband gebracht kan worden met wat Steiner over de rassen opmerkte. (Gelukkig is ze niet zo oppervlakkig als Saskia Noort en maakt ze het helemaal niet zo bont als ‘Kalashnikov Tommy (Wieringa)
Waar critici vrijwel altijd mee komen, is de blik van Steiner op het ontstaan van de rassen – dus op het verleden, zelden wordt hierbij zijn toekomstvisie weergegeven:  

Wie het tegenwoordig heeft over rassen, naties en stamverbanden als idealen, die spreekt vanuit impulsen die de mensheid ontredderen. En als hij meent met deze zogenaamde idealen de mensheid te dienen, dan is dat onwaar. Want niets zal de neergang van de mensheid meer bevorderen, niets de vooruitgang meer belemmeren, dan het zich beroepen op en het vasthouden aan idealen van ras, volk en bloed,”  GA 177/blz.220.

De leerkrachten die ooit een periode ‘rassenkunde’ gaven, deden dat onterecht: in de pedagogische voordrachten van Steiner – de uiteindelijke theoretische basis voor het vrijeschoolonderwijs – vind je er niets over; evenmin over Atlantis trouwens, dat geen onderwerp in de geschiedenislessen van de 5e klas hoort te zijn. Deze opvattingen zijn antroposofie en horen als zodanig niet in het vrijeschoolonderwijs.

Ik denk dat Mevr. van Paassen niet weet – en zij niet alleen – dat ook de jaarfeesten in de vrijeschool niet in Steiners pedagogische voordrachten terug te vinden zijn. 
Daaruit mag je m.i. de conclusie trekken dat je daar als school een eigen invulling aan kan geven. 
Gelukkig denkt zij niet zo absurd als er over het St.-Jansfeest gedacht kan worden, maar een beetje probeert zij toch een linkje te maken naar wat op school gebeurt – in de 4e klas snijden de kinderen vaak hun naam in runetekens (‘ook geliefd bij de nazi’s’).
Ja, de nazi’s hielden ook van Duits, de Duitse taal. Moeten we nu iedereen die Duits gebruikt, linken aan de nazi’s? Die plooien in haar gedachten moet Mevr. van Paassen nog wat gladstrijken.

Hoewel er in het artikel nog veel nuancering ontbreekt, kan het toch een oproep zijn, kritisch te blijven kijken naar wat we doen en waarom.

Of, zoals Steiner meer dan 100 jaar geleden al zei: ‘We moeten ons tot in de fundamenten bewust zijn van wat we doen.
Wegwijzer 3

En ook meer dan 100 jaar oud, maar ‘niet van gisteren’:

Het principe van de vrijeschool is niet dat een school wordt opgezet met een bepaalde wereldbeschouwing, maar met een bepaalde onderwijsmethodiek. Wat wij willen bereiken met onze methode, die op de menskunde is gebaseerd, is dat kinderen opgroeien tot mensen die fysiek gezond en krachtig zijn, met een vrije ziel en een heldere geest.
Wegwijzer 354

Uiteraard kwamen er vele reacties, o.a. van Vereniging van vrijescholen:

Ogen op de spiegel

De Volkskrant publiceerde zaterdag 6 juli 2024 een essay van Daphne van Paassen, over de thema’s diversiteit en moderniteit op vrijescholen. Zij refereert onder andere aan uitspraken van Rudolf Steiner, de grondlegger van vrijescholen. Onderstaand is een korte reactie hierop van het bestuur van de Vereniging van vrijescholen.

De Vereniging van vrijescholen zet zich in voor de toegankelijkheid van het vrijeschoolonderwijs en voor gelijke kansen voor iedereen. Wij willen herkenbaar zijn voor de samenleving van nu.

Van de racistische uitspraken van Steiner hebben wij allang afstand genomen. In 1998 publiceerden wij, toen nog als Bond van Vrije Scholen, Hand in eigen boezem. Waarin we benadrukten dat de gelijkwaardigheid van alle mensen de essentie van ons onderwijs is. Later dat jaar volgden een Non-discriminatiecode, een vertrouwenscommissie en een landelijk meld- en registratiepunt. In 2021 stelden we een Diversiteitscode op voor al onze scholen en onlangs hebben we die geactualiseerd. Die hebben onder andere geleid tot het uitwisselen van goede voorbeelden tussen vrijescholen. In Europa spraken alle vrijescholen zich in 2024 uit tegen racisme en discriminatie met een gezamenlijke verklaring.

Wij zijn bezig met het vernieuwen van ons onderwijs. Een spiegel zoals Daphne van Paassen ons voorhoudt is daarbij zeer welkom. Want we zien dat het tempo van veranderingen omhoog mag. Vrijescholen willen diverser worden en meer een afspiegeling van de samenleving zijn. Nieuwe vrijescholen lopen daarbij voorop: vormen gaat nu eenmaal sneller dan omvormen. Zij inspireren en krijgen steeds meer navolging van bestaande vrijescholen.

De veranderingsbereidheid is groot. De reflectie in de spiegel zien wij als opdracht om vaart te maken. Wij bewegen mee met de vragen van de tijd en werken voortdurend aan het verbeteren en moderniseren van ons onderwijs. Onze pedagogiek is ons houvast en kompas.

en uit een vrijeschool:

Nog een persoonlijke noot op bovenstaand bericht…

Ik vind het goed dat we steeds weer kritisch blijven nadenken over ons onderwijs en altijd aansluiting vinden bij de huidige tijd. Ook wij als school verhouden ons samen met ouders tot de vraagstukken van deze tijd. Denk aan onderwerpen als mediawijsheid, diversiteit, seksuele opvoeding, digitale geletterdheid en het thema burgerschap. Lef en durf voor onderwijsontwikkeling blijft van belang. Als schoolleider blijft dit hoog in mijn vaandel staan. (Ik denk dat we dit o.a. met de komst van Fermate ook laten zien)

Het is goed om kritische artikelen over de vrijeschool ter harte te nemen. Als vrijeschoolbeweging hebben we zeker nog flinke stappen te zetten om diverser te worden. De vereniging van vrijescholen heeft dat goed verwoord in hun schrijven.

Ik mis in het artikel van Daphne echter ook nuancering. Wanneer Daphne van Paassen schrijft dat er misschien een nieuwe generatie docenten het wel aandurft  om de school los te maken van Steiner… dan vind ik dat totaal geen recht doen aan de onderliggende visie van de vrijescholen en hoe wij als team werken. We gooien onze visie van waaruit het vrijeschoolonderwijs is ontstaan toch niet weg…. De Montessori scholen nemen toch ook geen afstand van Maria Montessori?….

Ik heb geen zin om in de verdediging te schieten, maar vrijescholen, racisme, nazisme  en “ hardcore-sofen” stereotiep aan elkaar verbinden vind ik stemmingmakerij, stuitend en spreek ik tegen. Ook wij nemen afstand van ieder vorm van racisme, nazistische ideeën en discriminatie. We zijn geen complotdenkers en we zijn kritisch denkende en sociaal voelende wezens. Daphne schrikt zich wezenloos dat antroposofie geen vak is, maar een kijk op de ontwikkeling van mens en wereld. Daphne creëert zelf een zuil doordat zij mijns inziens gebrek aan kennis heeft. Een spirituele kijk betekent niet dat je sektarisch bent en geen gezond verstand hebt. Misschien heeft Daphne zelf ook nog wat te leren ten aanzien van (spirituele) inclusie en discriminatie….

En nog een to-the-pointreactie van vrijeschoolleerkracht Anselma Remmers.

.
Opspattend grindalle artikelen

Opvoedingsvragen: alle artikelen

Ontwikkelingsfasen: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

Er verschenen natuurlijk ook reacties op haar stuk.

.

3265-3072

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Is de vrijeschool een antroposofische school? (3-9)

.

over de jaarfeesten
.

Op zijn site LUXIELEN stelt de ex-vrijeschoolleraar, met zeer lange ervaring, Luc Cielen, deze vraag.

Op mijn blog [rechts in de kolom BLOGROLL] staat een linkverwijzing naar een van zijn sites waarop hij vele gezichtspunten over o.a. de praktijk van het lesgeven heeft gepubliceerd.

Hier verwees ik naar hem toen het ging over ‘blokschrift aanleren of niet’, en stelde:
Het is zeer de moeite waard om zijn gedegen uiteenzettingen over de vrijeschoolmethodiek grondig te bestuderen!

Nu heeft Luc zich op zijn site in een reeks artikelen uitgesproken over de vraag of de vrijeschool, in Vlaanderen steinerschool genoemd, een antroposofische school is.

Ik vraag me met hem af: wat is ‘het antroposofische’ in de school, waar vind je het.

Bij het lezen van de pedagogische voordrachten viel het mij op dat Steiner er steeds maar weer op terugkwam dat de vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school moet zijn:

Rudolf Steiner over antroposofisch onderwijs

Luc is van mening dat er wél sprake is van ‘antroposofische dogma’s’ en hij geeft er – stand half jan.’18– elf voorbeelden van.

Zijn 9e artikel gaat over:

SCHOOLFEESTEN

Luc begint zijn artikel als volgt:

Een groot pluspunt van de steinerscholen is dat er nog seizoensfeesten gevierd worden. Dat die seizoensfeesten een christelijk karakter hebben, is te wijten aan de eeuwenlange opeising door de christenen die zich deze natuurfeesten hebben toegeëigend. Terwijl in zowat alle onderwijssystemen de seizoens- en christelijke feesten naar de achtergrond verdwenen zijn en vervangen door kunstmatige ouder- en grootouderfeesten en dergelijke, hebben de steinerscholen ze in ere gehouden of in ere hersteld. Waarom? Omdat in de antroposofie Christus een centrale figuur is, wiens kruisdood een essentieel keerpunt is in de aarde- en mensheidsontwikkeling. Het christelijke element in de jaarfeesten is daarom opvallend aanwezig. Bovendien vieren de steinerscholen een feest dat buiten hen en de antroposofische verenigingen nooit een feest is geweest: het Michaëlsfeest, het eerste feest van het schooljaar.

Beste Luc,
Na 9 artikelen is het overduidelijk dat je niet veel op hebt met wat in de richting van ‘het spirituele’ gaat. Dus ook met wat ‘het christelijke’ betreft. Je schreef een artikel over sympathie en antipathie en het zal je, hoop ik, dus wel bekend voorkomen dat je in deze eerste regels je antipathie laat overheersen. Dat blijkt zonneklaar uit het gebruik van het woord ‘wijten’. Objectiever gesproken kan er van ‘wijten’ eigenlijk geen sprake zijn. Wat er historisch is gebeurd, lijkt mij veel gecompliceerder dan de eenvoudige verklaring die jij hier gebruikt om je aversie tegen ‘het christelijke’ een basis te geven.
Het is onmiskenbaar waar wat je opmerkt over wat de antroposofie zegt over Christus. Overigens is ze daarin niet uniek – de enige -. Met dit aspect is zij een van de vele religieuze stromingen die Christus als het middelpunt zien van de aardse ontwikkeling – zij het dan op een heel eigen wijze. Eugen Rosenstock-Huessy die zichzelf als eigenzinnig denker opstelde – geen antroposoof – noemde Christus zelfs ‘de zin van de aarde-ontwikkeling’. Waarmee ik wil zeggen dat wat jij nu eenzijdig op de antroposofie plakt, ook in een ruimer perspectief moet worden geplaatst dan je hier doet.

Het zou veel te ver voeren op ‘dit ruimere’ genuanceerder in te gaan. Wat Michaël betreft vind je hier meer in detail in.[1]
Er kan nog heel anders worden gekeken naar de ‘begindatum in de herfst’: het weegschaalmotief spreekt al meteen uit het evenwicht dat er in die tijd bestaat tussen de duur van de dag en de nacht.
En vanuit een totaal andere visie: waarom zouden de kinderen niet mogen horen over Michaël als er zoveel kunstwerken aan hem zijn gewijd: schilderstukken, beelden en niet te vergeten de kerken en de heiligdommen die op een verrassende manier met elkaar verbonden lijken te zijn. In deze optiek is Michaël noemen niet meer dan een stukje algemene culturele vorming. Hem niet noemen krijgt dan iets weg van het achterwege laten van deze vorming.

Ik denk net zoals jij, dat zonder Steiner het michaëlsfeest niet op de vrijeschool gevierd zou worden – al is het in de pedagogische voordrachten als aanwijzing nergens te vinden –  maar ja, zonder Steiner heb je ook geen vrijeschool.
En de vraag blijft: is de vrijeschool door het vieren van een michaëlsfeest dan een ‘antroposofische’ school. Als dat al zo zou zijn, dan geldt dat zeker niet voor de middelbare vrijescholen. Daar heeft het een heel ander en eigen karakter gekregen, waarbij wel weer een motief een rol speelt, dat door Steiner is belicht, maar dat we levensgroot om ons heen aanwezig zien: het wegvallen van de grenzen tussen landen en volkeren.

Vervolgens schrijf je:

Moet een herfstfeest in het teken staan van Michaël? Absoluut niet.

Voor jou hoeft het niet, dat is duidelijk. Maar dat zegt nog niets ten nadele van de manier waarop de vrijescholen het gestalte geven.

Het zou zelfs beter zijn om dit niet te doen en van een herfstfeest gewoon een oogstfeest te maken zonder een of andere heilige of fictieve engel erbij te betrekken.

Waarom zou dat beter zijn? Om aan jouw behoefte tegemoet te komen geen feesten te hebben met een spirituele inhoud? Je suggereert dat dat beter voor de kinderen zou zijn; ik weet dat zo net nog niet: moed en strijdvaardigheid als beeld in een tijd waarin het licht langzaam verdwijnt en de duistere tijd op ons af komt – dat vind ik zo zinloos nog niet.

Waarom zouden moed en strijdvaardigheid kwaliteiten zijn die bij de herfst passen en wat betekent dat sterrenzwaard? [1]

De andere seizoensfeesten in de steinerschool kun je moeilijk antroposofische feesten noemen, al worden ze weleens met ‘geesteswetenschappelijke’ eigenschappen versierd. Het zijn vooral seizoens- en volksfeesten die in hun verchristelijkte vorm zijn overgeleverd. Het is waardevol dat de steinerscholen er zich om bekommeren deze feesten te blijven vieren.

De vraag is echter wat de nadruk moet krijgen: het volkse seizoensfeest of de christelijke inhoud.

Een interessante vraag, Luc, maar het is een simpel feit dat de volkse seizoensfeesten nu eenmaal ‘verchristelijkt’ zijn. Dat is geschiedenis en die kun je niet ongedaan maken.
Overigens is het op de vrijescholen waar ik werkte of die ik beter ken, niet zo zwart/wit als jij nu doet voorkomen. Het michaëlsfeest is vooral ook een oogstfeest: de jaartafels [2] liggen vol met herfstproducten die vaak door de kinderen zelf van het land zijn gehaald.
Pasen heb ik nog nooit gevierd (zien worden) met het motief van lijden, sterven en opstanding van Christus – dat is voor een echt begrijpen simpelweg te moeilijk voor kinderen (en voor volwassenen!) – dus ook daarbij overweegt ‘de natuur’: de haas en de eieren.
Wat advent betreft, ja daar wordt de stemming inniger – dat heeft alles te maken met het in de duisternis sterker wordende licht. Als dat voor jou te religieus is: laat het weg: die vrijheid heb je. Maar de vrijescholen hebben de vrijheid om dat wél te benadrukken en dat doen ze niet om ‘antroposofisch’ te willen zijn. Wel om de kinderen mee te nemen in de loop van wat er in het jaar aan ‘verinnerlijking en veruiterlijking’ gebeurt. En ja, daar zitten allerlei christelijke aspecten aan: in onze cultuur is het christendom nog steeds een van de cultureel/maatschappelijke peilers! Dat er geforceerd uit willen laten, is m.i. een te gekunstelde ingreep in een pedagogie die ook met het alledaagse leven wil verbinden.
Kortom: een opvoeding die meer is dan op basis van maat, gewicht en getal.

Een opvallend gegeven in de steinerscholen in Vlaanderen is het feit dat men zelfs een bepaalde leerinhoud aan een christelijk feest aanpast: zo krijgen de kinderen in de eerste klas de klinkers pas aangeboden in de advent, want het zijn de engelen die deze letters uit de hemel meebrengen ter gelegenheid van de geboorte van Jezus. En Sinterklaas brengt de blokfluit. Dit wil zeggen dat kinderen in de eerste klas minstens drie maanden moeten wachten om met leren lezen te beginnen, want zonder klinkers kun je niet leren lezen. Blokfluit leren spelen gaat pas als Sinterklaas gepasseerd is. Op deze manier mengt men geloof met pedagogische inhouden en zijn de kinderen daarvan het slachtoffer.

Het is goed dat je het hier over Vlaanderen hebt, al zou het me niet verbazen als ook dit genuanceerder ligt.
Ik heb echter een goed voorbeeld aan mijn eigen ervaring: ook ik heb de klinkers weleens uit de hemel laten komen – ook dat was in de adventstijd. Maar er was geen sprake van een koppeling van ‘leerstof aan een christelijk feest’.
Dat ‘ter gelegenheid van de geboorte’ gaat mij ook te ver!

Dat Sinterklaas met de blokfluit komt, lijkt mij hier helemaal niets mee te maken te hebben. Blokfluit – jaarfeest is een volkomen uit de lucht gegrepen koppeling.

Wanneer de kinderen gaan lezen, moet natuurlijk niet afhankelijk zijn van een jaarfeest, maar van de kinderen zelf, als je dat bedoelt, zijn we het eens. Datzelfde geldt ook voor de blokfluit. Ik begon meestal al in de 2e week van de 1e klas, als de kinderen wat gewend waren aan de allereerste nieuwe indrukken.

Op deze manier mengt men geloof met pedagogische inhouden en zijn de kinderen daarvan het slachtoffer.
‘Geloof met pedagogische inhouden’ , kom, kom. Luc….

En met ‘slachtoffer’ probeer je toch wel erg veel gewicht in je eigen weegschaal te leggen.

[1] ‘in detail’ vind je (o.a) hier

[2] Herfsttafel in michaëlstijd

.

Andere commentaren op de artikelen van Luc Cielen:

[1-1geschiedenis [1]
[1-2geschiedenis [2]
[1-3] dierkunde
[1-4plantkunde
[2de ochtendspreuk voor de lagere klassen
[3de ochtendspreuk voor de hogere klassen
[4] meer spreuken
[5] nog meer spreuken
[7] het schoollied
[8] kan een leerkracht agnost of atheïst zijn
[10euritmie en gymnastiek
[11] muziekonderwijs

vrijeschool en antroposofiealle artikelen

.

1493-1400

.

.

VRIJESCHOOL – Kleuterklas – leerplan en rooster

.

Onderstaand artikel komt uit de broschure ‘Het binnenste buiten’.

Het is een beschrijving van een schoolwerkplan. Het is niet DE beschrijving van wat er in vrijeschoolkleuterklassen gebeur(t)de, toen dit rapport werd geschreven. Maar veel van wat erin staat, vind je ook vandaag in de kleuterklas terug, gefundeerd op dezelfde achtergronden. Per school kan de werkwijze en invulling natuurlijk altijd verschillen.
.

6.2. Schoolwerkplan Rudolf Steiner Kleuterschool Voorschoten

6.2.1 Ritme
De dag
De gang van de ochtend bestaat uit de onderdelen:
Zingen
Tekenen
Vrij spelen
Opruimen
Eten
Vertellen
Buiten spelen

De ochtend begint in rust, in de kring met versjes, liedjes.
Bij het tekenen komt er meer leven in de brouwerij.
De activiteit van de kinderen komt tot een hoogtepunt wanneer ze uitwaaieren in het vrije spel.
Na anderhalf uur komen ze weer bij elkaar van waaruit het opruimen wordt ingezet. Leven en drukte ebben allengs tc weldadige rust af.
Nu kan er gegeten worden en verteld. Tenslotte volgt bij goed weer buitenspel, bij slecht weer komen er kringspelen aan bod. Door een afwisseling van rustige en drukke bezigheden ontstaat er een ritme. Wij spreken wel van een ademproces. De ervaring is, dat bij een goed ritmisch verloop van de ochtend de kinderen nooit doodmoe of’ ‘uit hun huisje’ raken. Integendeel, bij het luisteren naar het verhaal is de hele groep rustig en geconcentreerd.

De week
Naast de bovengenoemde activiteiten is er een ‘tweede’ activiteit van de ochtend, die wisselt volgens een weekritme:

Maandag:     tekenen
Dinsdag:       schilderen
Woensdag:  naar keuze tekenen of vrij spelen
Donderdag: boetseren
Vrijdag:        plakken of knutselen

De dagen van de week worden voor de kinderen op deze wijze meer en meer herkenbaar. Het terugkeren van wekelijks dezelfde soort dag geeft de kinderen rust en vertrouwen.

Het jaar
De loop van het jaar wordt gemarkeerd door de jaarfeesten: Sint-Maarten, Sinterklaas, Kerstmis, Driekoningen, Palmpasen, Pasen, Pinksteren, St.-Jan, die uitgebreid voorbereid en uitbundig gevierd worden. Wanneer men de voorbereidingen, bestaande uit het leren van liederen, het maken van versieringen etc. en het eigenlijke feest ziet, zou men kunnen zeggen dat wij op onze school in plaats van verschillende projecten, verschillende jaarfeesten hebben. Door het beleven van de feesten wordt het kinderleven meer betrokken bij het ritme van het jaar.

6.2.2 Activiteiten
Voor de volgorde van de activiteiten houden we de gang van de dag en van de week aan.

Zingen en spreken met bewegingen, begeleid door lierspel. Dansen. Luisteren naar muziek. Neuriën.
Al in de wieg kraait het kind des te levendiger als de bedrijvigheid in de buurt van zijn wieg gepaard gaat met geluid, met klank of spraak. Wanneer het op de grond kruipt, zingt het mee met zijn moeder, met een vogel binnen of buiten en ook met apparaten zoals bijvoorbeeld de stofzuiger.
Hoewel het geronk van motoren en ander mechanisch gezoem en geratel weinig recht doet de natuurlijke muzikaliteit, ontlokken deze geluiden aan kinderen soms toch een melodieus gezing-zang. Men kan zich de vreugde van kinderen voorstellen wanneer hun de kans gegeven wordt mee te doen met zang, muziek en taal die hen als het ware op het lijf geschreven is.
In de Vrije Kleuterschool zingen we bijvoorbeeld graag pentatonische liederen en spreken we mooiste klankrijkste van de gedichtjes die we maar geschikt achten.

Ontwikkelingsdoelen:
De muzikale vorming van het kind.
De taalontwikkeling.
Ontwikkeling van gevoel voor ritme.
Ontwikkeling van het ritmisch geheugen (niet van het abstract geheugen).
Ontwikkeling van de waarneming van klank in de taal.
Ontwikkeling van het vermogen tot luisteren.
Ontwikkeling van het vermogen mee te doen in groter sociaal verband dan thuis.

Werkwijze:
De ontwikkelingsstof bestaat uit: liederen (pentatonische liederen en volksliedjes), instrumentale melodieën, zangspelen, gedichten, kleuterrijmpjes en kringspelen.
Het zingen, spelen en dansen speelt zich af in de kring rond de leidster. De kinderen bootsen de leidster na, waar bij ze zelf ook variaties toevoegen.
‘Er wordt een liedje gezongen; een herfstliedje. Het vallen van de bladeren wordt met de handen weergegeven. Een meisje bootst de leidster na en laat mooi haar zwevende blaadjes vallen tot ze op een gegeven moment op een brede zonnestraal liggen, die het lokaal in schijnt. Hierop dansen de blaadjes verder en zakken niet meer.’

Belangrijk is de afwisseling van zingen en luisteren, van zacht en luid zingen van zittend in de kring en ronddansen. Belangrijk hierbij is de afwisseling van tempo.
Het liedrepertoire wisselt met de jaarfeesten.

Loop van de ontwikkeling:
Kinderen zijn schoolrijp als ze geheel zelfstandig een liedje kunnen zingen en zich ook een liedje kunnen herinneren. Bij de verjaardag mag het jarige kind altijd een liedje kiezen. Is het kind vijf jaar, dan moet meestal een ander kind een liedje influisteren. Wordt het zes jaar, dan weet het kind zelf een liedje. Het zesjarige kind zingt over het algemeen verstaanbaar, goed gearticuleerd en kan tempoverschillen hanteren.
Wij zingen in de kleuterklas afwisselend langzaam en snel, waarbij grote en kleine gebaren elkaar afwisselen.
Een schoolrijp kind kan dit allemaal volgen. Jongere kinderen haken af en doen weer mee met de grote langzame gebaren.
Hetzelfde geld voor de kringspelen. Moeilijke stappen en sprongen doen de kleintjes op hun eigen manier. De ouderen voeren ze met genot perfect uit.

Tekenen:
Al met anderhalf jaar krast het kind graag op papier. Dit tekenen of krassen zou men een eindprodukt kunnen noemen. De bewegingen die zich in het lichaam afspelen zetten zich voort in de ledematen en komen als ‘bewegingscurven’ op papier te staan.
Vele deskundigen beschrijven stadia die in de eerste kindertekeningen te herkennen zijn.*.

De vroege bewegingscurven zijn sterk leeftijdsgebonden en internationaal hetzelfde. Bij kinderen over de gehele aarde ontdekt men dus rond dezelfde leeftijd dezelfde tekens in het lijnenspel. Geleidelijk aan vinden we in de tekeningen ook elementen uit de waarneming. Toch blijft het tekenen vooral een naar buiten projecteren van hetgeen het kind innerlijk beleeft.

Ontwikkelingsdoelen:
Ontwikkeling van kleur en vormgevoel.
Beheersing van de fijne motoriek.
Individuele ontwikkeling doordat persoonlijke schepping wordt gewaardeerd en doordat het kind deze op den duur ook tussen ander werk herkend.
Verzorging van de tastzin, levenszin, eigen bewegingszin, evenwichtszin, reukzin, smaakzin, gezichtszin warmte-zin.

Werkwijze:
Er is volledige vrijheid. Er wordt nooit een opdracht gegeven.
Op vaste momenten tekenen alle kinderen aan grote tafels. De leidster zit erbij en kijkt en moedigt elk kind aan. Van elk werk zegt ze dat het erg mooi is. Ze tekent zelf niet mee om de kinderen niet te beïnvloeden en van hun eigen impulsen af te leiden.

Materialen:
Bijenwasblokjes in verschillende kleuren. Dit natuurprodukt is totaal niet giftig, ruikt lekker en verwarmt de handen. De kleuren kunnen over elkaar gebruikt worden daar ze doorzichtig zijn. Zwart en paars worden niet gebruikt.
Het papier is mooi en stevig.

Loop van de ontwikkeling:
Doordat het kind geen opdrachten krijgt volgen de tekeningen zijn eigen ontwikkeling. Zowel de pure ‘stroom van binnenuit’ als de ontmoeting met de wereld vinden we in het werk terug.

Dit alles heeft tot resultaat dat het kind als het ongeveer zes jaar is alle vormen tekenen kan die het nodig heeft om straks de lettersymbolen te leren. Te weten:

vormtekening-voor-het-schrijven-2

Deze tekens zijn verwerkt in de tekeningen.

Maar er is meer.

In de wereld van het tekenen onderscheiden wij zeven fasen:

1. Bewegingscurven;
2. de kleuter tekent de hemel: een blauwe hemel met een klein zonnetje;
3. dan verschijnt er een stukje aarde;
4. de zon wint aan kracht en licht;
5. tussen aarde en hemel ontstaat een tussenwereld: de kleuter tekent een huis met bloemen en bomen;
6. de tussenwereld wordt steeds rijker: vogels en vlinders vliegen door de lucht;
7. de tussenwereld wordt eenvoudiger, de rijkdom neemt af.
Dit luidt de nieuwe fase in. Het kind is leerrijp geworden. De laatste is een voorbereiding hierop: de krachten lijken ingehouden te worden, om in de volgende fase een nieuwe bloei te bewerkstelligen.

Vrije spelen:
De baby, de peuter, is een ontroerend actief wezen dat enthousiast wordt wanneer de volwassene zich op liefdevolle wijze met hem bezig houdt. Hetgeen het kind ons tegemoet brengt, uit zich onder meer in de blik, de lach, de beweging.
Dit alles wordt al gauw tot een heerlijk spel, bijvoorbeeld met de eigen handjes bij de baby, in de wieg, waarbij het kind zich verbonden weet met degenen die het verzorgen en vertroetelen. Is het kind tenslotte kleuter geworden dan is zijn speelwereld een gelijkwaardige eigen wereld geworden waarin de elementen van de wereld der volwassenen waartoe het behoort, op verrassende wijze een plaats krijgen.

Ontwikkelingsdoelen:
Zelfvertrouwen.
Beheersing van motoriek.
Oriëntatie in de ruimte.
Ontwikkeling van een schat van verschillende gebaren en bewegingen.
Eerbied voor allen in de klas door behoedzaam met eikaars spel te leren omgaan.
Zelfrespect, dat op deze wijze tegelijk met respect voor de ander wordt ontwikkeld.
Beleving van de gelijkwaardigheid van mensen: nl. zichzelf en andere kleuters en leidster.
Beleving van vrijheid.
Verzorging van alle zintuigen.

Werkwijze:
Het spel voltrekt zich in een niet opdringerige doch uitnodigende ruimte. De kleuren zijn naar aanwijzing van Rudolf Steiner zacht rose en licht blauw. In het midden van het lokaal bevindt zich een grote open ruimte. Aan de kanten staan lange tafels met banken. In de hoeken bevindt zich het speelmateriaal. Al het meubilair is van hout, de vloeren zijn van okerkleurig linoleum. Het gehele lokaal is vrij speelterrein voor alle kinderen. Alles wat aanwezig is mag gebruikt worden. Wellicht ten overvloede: spel is niet gebonden aan boeken en opdrachten. Het aantal kinderen dat met elkaar speelt is vrij. Alle kleuters zijn bezig.

Hoewel het op zichzelf staande wereldjes lijken, hebben de kinderen steeds onderling contact. Ze kijken bij elkaar, vragen iets, overleggen iets. Zo werd in de voorbereidingstijd tot het St.-Nicolaasfeest spontaan een boot gebouwd, die wel veel plaats innam in het lokaal, waarin alle kinderen konden meevaren met St.- Nicolaas en vele zwarte Pieten. Vaak is reeds na twintig minuten het spel van alle kinderen tesamen een organisch geheel.
Beweging, nabootsing en fantasie zijn de drie belangrijkste kenmerken van het ‘organisme’, de spelende klas. De leidster waakt over de veiligheid.

Materiaal:
Het materiaal dat bijeen is gebracht bestaat in hoofdzaak uit natuurlijke producten: hout, katoen, zijde, wol. Hierbij wordt gelet op rustige kleuren. Direct uit de natuur opgeraapt zijn: stokken, eikels, kastanjes, dennenappels, schors etc.

Loop van de ontwikkeling:
We onderscheiden drie spelstadia:

— Het doe-spel van de eerste twee jaren waarbij het kind probeert de dingen in zijn macht te krijgen en geniet van eindeloze herhaling. Het bootst de volwassene na. (Zo leert het ook zich op te richten en te lopen.)
Het kind beleeft het doen op zich zelf als zingeving.
Het gaat bijvoorbeeld net als zijn moeder met een stofdoek over alles heen maar probeert geen stofte verzamelen.

— Het fantasiespel tussen het derde en vijfde jaar kenmerkt de bloeiperiode van de kleuter. In die tijd heerst het kind als spelend soeverein over de wereld. Een stronk in het bos is een auto, een dennenaald het autosleuteltje.

Een drie-jarig kind bijvoorbeeld verbindt een keukenlepel met een andere door een klosje garen bijna af te winden en heeft zo een mooie kaars gemaakt, versierd met een dennetakje. Nu bedenken we wie dit kerststukje krijgt.
Kinderen hebben ook rollen die ze graag spelen, bijvoorbeeld Maria of postbode.

— Tussen het vijfde en zevende jaar wil het kind al spelend iets bepaalds bereiken. Het overlegt van te voren hoe het aan te leggen. Het kan nu ook echt met andere kinderen spelen en met hen overleggen. Hoe maken we de boot? Waar gaan we heen? Wie nemen we mee? Pas na het zevende jaar ontstaat langzamerhand een warme belangstelling voor bestaande aan regels gebonden sociale spelen.

Opruimen:
Net zoals de meeste vogels ’s avonds naar hun nest terugvliegen, zo keren alle speelmakkers van het kind naar hun eigen plekje terug. Het kind dekt de pop weer toe, doet de blokken in een mand en maakt het poppenhuis weer netjes. Geen wonder dat tijdens het proces van opruimen de kinderen innerlijk en uiterlijk rustig worden.

Ontwikkelingsdoelen:
Ontwikkeling van het vermogen tot ordenen, tot rubriceren, combineren, sorteren (bijvoorbeeld de pop krijgt twee dezelfde sokken aan).
Ontwikkeling van gevoel voor schoonheid. Ordenen wordt versieren.
Ontwikkeling van eerbied en liefde voor de omgeving.
Sociale ontwikkeling. Opruimen is een groepsproces, bovendien wordt alles zo neergezet dat ieder kind er weer toegang toe heeft.
Verzorging van de tastzin, levenszin, eigen bewegingszin, evenwichtszin, gezichtszin.

Werkwijze:
Voor het opruimen begint, worden alle kinderen bij elkaar geroepen, om eerst gezamenlijk een lied te zingen. Daarna verspreiden allen zich over de zaal, de kinderen vanaf 5½ jaar hebben een opdracht gekregen, de kleintjes ruimen mee op vanuit de nabootsing. De leidster gaat rond en helpt nu eens hier, dan daar.

‘Na het kringetje op de grond, waar werkliedjes werden gezongen, wordt er opgeruimd. Een van de kinderen heeft een prachtig kabouterbos gemaakt van dennenappels in een spiraal neergelegd. Tijdens het vrije spel heeft hij daar intensief mee gespeeld. De andere kleuters hebben aan de rand van het bos eerbiedig staan kijken. Niemand haalde het in zijn hoofd om het domein te betreden. Nu er opgeruimd wordt rent een van de jongetjes op het bos af en maait met zijn handen door de dennenappels: “Zo, opruimen!” roept hij demonstratief. De bouwer van het bos staat er spijtig bij te kijken. Dan komt hij aarzelend een stapje naar voren en veegt ook met zijn handen door het bos. Terwijl hij dat langzaam doet kijkt hij de ander wat onzeker aan. “Tja, als hij dat doet zal het wel goed zijn”.

Tijdens het spelen zelf wordt er niet opgeruimd. De stroom van fantasie wordt niet onderbroken.

Loop van de ontwikkeling:
Het moeiteloos kunnen afmaken van een opdracht bij het opruimen duidt op schoolrijpheid. Het zelf kunnen zien wat er gebeuren moet, duidt daar ook op. Naarmate de kinderen ouder worden, wordt het resultaat na het opruimen mooier en mooier.

Gezamenlijk nuttigen van de maaltijd:
Helaas wordt in vele gezinnen de maaltijd te snel genuttigd, met te weinig aandacht voor hetgeen er op tafel komt. Dikwijls speelt ondertussen de radio of staat de televisie aan.
Een tweede vrij algemeen verbreide slechte gewoonte is het uiten van kritiek op het gebodene. Gezondheidsmaniakken bijvoorbeeld spuien graag aan tafel hun kennis over het aantal schadelijke bewerkingen dat het voedsel heeft ondergaan.
Voor anderen is het eten domweg te zout, te zoet, te laat op tafel etc. Over de oorzaak ervan kan men denken hoe men wil, wij gaven alleen een paar suggesties, een feit is dat vele kinderen niet blij zijn als ze moeten eten. Zij lusten veel dingen niet en, kauwen slordig. De kleuterschool tracht dit euvel te verhelpen door de gezamenlijke maaltijd een feestelijk karakter te geven.
Door een kind rustig te laten eten en daarbij ook op goede (o.a. stevige) voeding te letten, geeft men het gelegenheid degelijk te leren kauwen.
In de kleuterklas kan op deze wijze mede de basis worden gelegd voor een goede gezondheid.

Ontwikkelingsdoelen:
=Verbetering van de articulatie door goed kauwen.
=Sociale ontwikkeling (bijvoorbeeld tafelmanieren, eerbied, rust).
-Verzorging van alle zintuigen.

Werkwijze:
Bij toerbeurt dekken de kinderen, ook de kleintjes, de tafels met versierde plankjes. Dan gaan allen zitten en wachten tot de leidster bij ieder van hen is langs gekomen om het brood te snijden. Zodra dat klaar is geven allen elkaar een hand en zeggen gezamenlijk een spreuk, een dankgedichtje voor zon en aarde. Er wordt zwijgend gegeten. Wie het brood op heeft mag babbelen. Er wordt eerst gegeten dan gezamenlijk wat gedronken.

Loop van de ontwikkeling:
Alle kinderen die ‘slecht aten’ zijn op deze wijze tot goede eters geworden.
Kinderen gaan beter slapen als ze goed leren eten.
Merkwaardig genoeg ging het euvel van slecht eten ook gepaard met algemene ontevredenheid. Ook deze verdwijnt.

De kleuterschool probeert ‘tevreden’ kinderen af te leveren.

Vertellen:
Hoe minder men het kleine kind verbiedt en hoe meer men zelf het voorbeeld geeft, des te langer behoudt het kind zijn glans en onschuld.
Toch komt het moment, meestal na het derde jaar, dat het kind als het ware overrompeld wordt door een impuls uit hemzelf of uit de omgeving en iets lelijks doet. Vertelt men het dan ’s avonds een verhaaltje waarin een kind net zoiets doet als hij maar dan veel erger, zonder een toespeling te maken op het gedrag van het kind zelf, dan wordt het aangesproken in zijn geweten en zegt meestal dat het zoiets lelijks nooit zou doen.
Met vier jaar heeft het kind al veel begrip voor goed en kwaad en hoort het met vreugde de sprookjes van Grimm die wij vertellen. Deze zijn ‘echt’ en vol humor. Hoe sterk de spanning ook stijgt, het kind kan er zeker van zijn dat het goede tenslotte triomfeert. Zoals bij volwassenen kan een vuur ontstoken worden door het horen van de waarheid, zo kan bij het kind als het ware al een kaarsje worden aangestoken. Het innerlijke licht van de sprookjes brengt vreugde in het kinderleven.

Ontwikkelingsdoelen:
=Ontwikkeling van een arsenaal van bewegingen en motoriek.
=Ontwikkeling van de woordenschat.
=Verruiming van de uitdrukkingsmogelijkheden in de taal.
=De basis voor het beleven van structuren in de zinnen ,van conjuncties in hun gebruik, kortom van de intuïtief logische en gedifferentieerde taal, die later na het negende jaar als grammatica het kind tot bewustzijn zal worden gebracht.
=Beleven van de gesproken taal in zijn dynamiek, frasering, melodie, tempo, correctheid en beheersing. De basis voor een goede ontwikkeling op latere leeftijd.
=Sociale ontwikkeling door leren luisteren naar een ander.
=Verzorging van de eigenbewegingszin, de spraakzin, de gedachte-zin, de ik-zin.

Werkwijze:
De kleuterleidster vertelt in een kring en begeleidt het verhaal met gebaren. Iedere dag wordt 20 à 25 minuten verteld. Een sprookje op dezelfde wijze gebracht wordt zo vele malen beleefd en beluisterd.

Loop van de ontwikkeling:
De kleuterleidster merkt heel goed hoe verschillend de kinderen het sprookje in zich opnemen naarmate ze ouder worden.
De jongeren ondergaan meer, de ouderen denken meer.

Rollenspel:
Er zijn weinig kinderen die niet graag in de huid van een ander kruipen, een rol spelen. Het kan al vroeg beginnen. Twee jaar oud kan het kind bijvoorbeeld al voor moeder spelen terwijl het de moeder kind laat zijn en schoenen laat passen.
In de bloei van de kleutertijd beschikken kinderen over een uitgebreid repertoire van rollen.
Heel mooi en heel boeiend zijn de rollen ontleend aan de sprookjes of verhalen die de jaarfeesten begeleiden.

Ontwikkelingsdoelen:
Individuele en sociale ontwikkeling in de ruimste zin van het woord. Spraak, beweging, zelfvertrouwen.

Werkwijze:
Tijdens het vrije spel ontstaan rollen vanzelf.
Wanneer een sprookje door het vele vertellen gekend wordt, voeren de kinderen het met de leidster op. Soms spreekt zij, soms spreken de kinderen. De decors bestaan uit beklede rekken, de kinderen hebben gekleurde rokken, mantels, kronen.

Materiaal:
=Wollen, zijden en katoenen doeken in effen kleuren.
=Kronen.
=Rekken.
=Tafels, stoelen, plankenkasten.

Loop van de ontwikkeling:
Een zekere kracht en zelfstandigheid in het optreden tijdens het toneelspel i.p.v. een meer dromerig op’ juffie’ georiënteerd zijn, duidt op schoolrijpheid.

Buitenspel:
Ieder weet hoe graag een kind door plassen loopt; hoe gauw het kans ziet zich met modder vuil te maken. Geboeid kijkt het aan het strand hoe de wind over het water scheert. Wordt ergens fikkie gestookt dan kan men rekenen op zijn instemming!
Het is een geluk als een kind ergens op een plekje grond buiten kan komen en de natuur kan beleven. Er is een groot verschil tussen binnen- en buitenspel, binnen vormt het kind in zijn spel de wereld, buiten ondergaat het de elementen. In het zand spelend, zit het weldra onder het zand…

‘Een jongetje van vier zit heerlijk in een plas regenwater te spetteren. Een oudere dame loopt naar hem toe en vraagt vriendelijk of het jongetje niet uit die plas wil gaan. Het jongetje kijkt verwonderd op: “Nee hoor! Zoek jij maar een andere plas”.

Ontwikkelingsdoelen:
=Goede motoriek.
=Gezondheid.
=Verzorging van de tastzin, levenszin, eigen bewegingszin, gezichtszin.
=De kleuterschool heeft een tuin met bloemen, gras en een zandbak.

Werkwijze:
Bij goed weer gaat de klas naar buiten om er vrij te spelen, ’s Zomers zorgen de leidsters dat de kinderen via een waterslang ook emmertjes water kunnen vullen.
Vanaf vijf jaar mogen de kinderen ook ’s middags op school blijven. Ze helpen dan dikwijls de leidsters in de tuin met harken, wieden etc.

Materiaal:
Karren, houten schepjes, emmertjes, kruiwagens, harkjes.

Loop van de ontwikkeling:
Hoe ouder het kind wordt des te meer lichaamsbeheersing het kind krijgt. Het kind kan steeds beter huppelen, springen, hinkelen en rennen.

Schilderen:
Rudolf Steiner wijst op de verwantschap van de ziel met de wereld van kleuren. Wanneer een peuter of een kleuter een kleur mag kiezen, doet hij dat inderdaad met hart en ziel. Het laat hem niet koud of hij de oranje of de groene limonade krijgt. Het gaat hem wonderlijk genoeg daarbij méér om een kleur dan om de smaak.
Aan ons volwassenen is deze verwantschap vaak niet meer af te lezen, allerminst wanneer wij rijdend in de trein gewoon de krant in kijken tijdens de schoonste zonsopgang. Een enkele keer komt het voor dat ook wij getroffen worden bijvoorbeeld door de kleuren van de regenboog. Uitgaande van de regenboogkleuren in de kleuterschool en de lagere klassen, later in de hogere klassen vanuit een steeds genuanceerder palet, tracht de Vrije School de relatie tot de kleurenwereld levend te houden.

Werkwijze:
De kinderen schilderen met elkaar zittend aan grote tafels. Daarop is voor elk kind een nat aquarelpapier uitgespreid. De waterverf, rood, geel en blauw staat gereed. Er wordt gewerkt met brede kwast.

‘Een jongetje kijkt verwonderd op van het werk van zijn buurmeisje en: “Wat een mooi groen!” Het buurmeisje: “Ik had geel en daar kwam een beetje blauw overheen en ineens was er groen.” Alle twee kijken ze aandachtig hoe de groene vlek zich nog steeds aan ’t uitbreiden is.’

In lege jampotten met water gevuld worden de kwasten uitgespoeld. Ook dient het water om de verf op het penseel iets te verdunnen. De leidster schildert mee om de kinderen vanuit de nabootsing de gelegenheid te geven de techniek van het aquarelleren meester te worden. Opdrachten geeft zij echter niet.

Materialen:
Aquarelverf, penselen, water, goede kwaliteit papier.

Loop van de ontwikkeling:
Tijdens het schilderen herkennen we de schoolrijpheid doordat het kind heldere duidelijke voorstellingen schildert. De oudere kleuters beheersen de techniek en het materiaal.

Plakken, knutselen, boetseren, borduren
Gezellig samen met ouderen dingen maken is een vervulling in het kinderleven. Kinderen houden daarbij niet van voorschriften, wel van bijval en soms wat hulp. De kleine vingertjes doen dadelijk mee als je het kind het initiatief laat. Hoewel het werk ontstaat onder invloed van de nabootsing is het een stukje identiteit van de kleuter. Elk werkje is anders en vraagt om onze erkenning en bewondering wanneer het kind er echt aan gewerkt heeft. Eisen kunnen we in de kleuterschool niet stellen. Als leidster zijn we blij en dankbaar als het kind onder onze leiding zin heeft om wat te maken.

Werkwijze:
De kleuters werken samen aan lange tafels met de leidster die nü echt meedoet. Hoogtepunten zijn het maken van versieringen en attributen voor de jaarfeesten: engeltjes, een kerststal, paasmandjes.

Ontwikkelingsdoelen:
=Ontwikkeling van kleur- en vormgevoel.
=Vaardigheid met materialen.
=Hantering van de schaar.
=Verzorging van de tastzin, levenszin, eigen bewegingszin, evenwichtszin, warmtezin, gezichtszin.

Materialen plakken, knutselen:
Stevig papier, transparant papier, zijdevloeipapier, wollen draadjes, lijm etc.

Loop van de ontwikkeling:
Het tot een voorstelling komen en beheersing van het materiaal duiden op schoolrijpheid.

Materiaal boetseren:
’s Winters bijenwas, ’s zomers rivierklei.

Loop van de ontwikkeling:
Op schoolrijpheid duidt het bewust hanteren van het materiaal, dat wil zeggen het zelf de baas blijven en het afmaken van het begonnen werk.

Materiaal borduren:
Wol, jute, stompe naald.

Loop van de ontwikkeling:
Borduren doen wij alleen ’s middags met de oudste kleuters. De jongste kunnen dit nog niet. Eigenlijk komen alle kinderen in het jaar voor zij ons verlaten zo ver, dat zij naald en draad goed hanteren en hun borduurwerk net zo mooi wordt als hun tekeningen!
.

Hoofdstuk Vl, waarvan 6.2, uit ‘Het binnenste buiten’ – eindrapportage project traditionele vernieuwingsscholen – Driebergen 1985, VP
.

* Zie bijv. Kindertekeningen, de beeldende taal van het kleine kind, Michaela Strauss; Vrij Geestesleven.

.
peuters/kleuters: alle artikelen

ritme: alle artikelen

spel: alle artikelen

jaarfeesten: alle artikelen

schoolrijpheid    [2]

zintuigen: alle artikelen

sprookjes: alle artikelen

VRIJESCHOOL  in beeld: kleuterklas

1168-1089

.

VRIJESCHOOL – Kleuterklasimpressie (1-3)

.

M. van Veen, *tijdstip en nadere gegevens onbekend
.

DE KLEUTERKLAS
.

Al kunnen we de laatste tijd*. niet spreken van mooi lenteweer, toch begon het allemaal zo zonnig.
Op 1 februari hebben we in de kleuterklas voor de laatste keer het Drie Koningenspel gespeeld. (Ontroerend was het iedere dag weer te zien hoe ieder kind zijn rol vervulde, of het nu een van de koningen of het osje moest zijn; het was de koning of het was het osje).
Op 2 februari met het feest van Maria-Lichtmis hebben we al onze kaarsenstompjes verzameld op een grote tafel in de kring met in het midden een glazen schaal met water en daarin drijfkaarsjes. Toen alles was aangestoken hebben we, terwijl we keken naar al die lichtjes, nog éénmaal de liedjes van advent, kerst en driekoningen gezongen. Daarmee was de kersttijd afgesloten, hoewel ik tijdens het vrije spel ook daarna nog vele koningen heb gezien.

We konden in februari al het prille begin van de lente waarnemen. Tijdens onze wandelingen door het vogelpark zagen we de knoppen aan de bomen; het klein hoefblad langs de waterkant en groot was de vreugde toen we van de tuinmannen uit een grote hoop pas gesnoeide forsythiatakken mochten rapen. Ieder kind droeg trots een paar takken voor zich uit; onze eerste lenteoptocht. Nu was de lente ook in de klas gekomen. Moeder aarde mocht nu haar wortelkindertjes wakker maken. De kleine popjes die tussen stronken, takjes en schorsjes lagen te slapen, kwamen een voor een tevoorschijn. De kinderen mochten ze in het gras (een lapje flanel) zetten. Weldra werden de eerste sneeuwklokjes, madeliefjes en bloesemtakjes mee naar school gebracht en tussen de wortelkindertjes geplaatst.

Iedere morgen na de spreuk maakten we ons heel klein op de grond – dicht bij de aarde – en waren we zelf ook wortelkindertjes.

We zongen:

‘Tussen de wortels van de bomen
liggen kinderen stil te dromen
Moeder aarde houdt de wacht
in de donk’re winternacht.
Ontwaak, ontwaak!
Aan het werk nu lieve kind’ren klein,
want spoedig zal het lente zijn.’

Melodie

Dan waren we allemaal wakker, we stonden op de aarde en strekten ons uit naar de zon. Maar we moesten aan het werk om voor ons zelf nieuwe kleurige lentekleedjes te maken.
We gingen zitten in kleermakerszit en knip, knip, knip, daar gingen de schaartjes(handjes) al
‘knippe knip, stikke-stik, prikke-prik,
zo naai ik, zo naaien wij, vrolijk en blij.

Zo naaide elk kind zijn kleedje en maakte zich klaar voor de lente, die toch niet zo gauw wilde komen als het eerst leek. Het werd een strijd tussen Koning Winter en Prinses Lente en daarom wisselen de liedjes over lenteklokjes en sneeuwvlokjes, regen en wind, en lammetjes en kuikentjes elkaar af in de kleuterklas.

Half maart begonnen we met de voorbereiding van het palmpaasfeest, maar het feest was daar, zodra we de stokken met groen gingen versieren. Iedere dag kwam er wat bij, eerst de gekleurde slingers. De dagen daarna werden er met veel inspanning kettingen geregen van rozijnen en abrikoosjes, er werden muizentrapjes gemaakt en eieren geplakt en gekleurd en kuikentjes gemaakt van gele wol.

De klas werd steeds mooier.

Woensdag voor het grote feest mochten de kinderen zelf haantjes kneden: één grote voor op de stok en één kleine voor in de hand om zo op te eten. Wat een drukte en een plezier en wat hebben ze hun best gedaan. Gelukkig werd het harde werken afgewisseld met liedjes, spelletjes en verhalen over Palmpasen en de paashaas.

Toen we op een dag aan het zingen waren van

Palm, palm, pasen,
Hei koer ei,
Over enen zondag,
Krijgen wij een ei.
Eén ei is geen ei Twee ei is een half ei.
Drie ei is een paasei.

Melodie

vroeg Angelique één van de groten (4- of 5-jarigen zullen niet gauw naar de betekenis van iets vragen):

“Waarom is drie ei pas een paasei?” Waarop Jurriaan (de oudste jongen in de klas) antwoordt: ” Nou met Pasen heb je een gekookt ei, een gebakken ei en een gewoon ei en dat is pas een paasei.”

Vrijdag 1 april was het dan zover. De kinderen zaten trots rond de paastafel en mochten nu de laatste en mooiste versiering op hun stok aanbrengen: de haan en de eieren. De kinderen waren uitgelaten, het was ook een prachtig gezicht.

Vóór de ouders zouden komen om met ons mee te lopen in de optocht, was er nog tijd voor een mooi paasverhaal. Na het verhaal was het dan echt tijd om de jassen aan te trekken, de ouders stonden al te wachten, een beetje sip in de regen. Het was ook wel erg jammer dat het regende, want de zon maakt zo’n optocht extra feestelijk. Maar ondanks dat het nog veel harder is gaan regenen, heeft het de pret van de kinderen niet kunnen drukken en daar gaat het om. Ze hebben naar hartenlust gezongen en eenmaal terug in de klas waren we in een wip weer warm van de hazenspelletjes en anders wel van het eieren zoeken; de paashaas was zo verstandig geweest om ze maar binnen te verstoppen, want ze waren van chocola.
Weer aan de paastafel (na de limonade en paaskrans) eindigde ons palmpaasfeest, maar niet vóór we de paashaas voor dit alles bedankt hadden met een lied.

.

Peuter en kleuter: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: peuter en kleuterjaarfeesten; jaartafels

.

1098-1019

.

.