Tagarchief: Maria Lichtmis

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Maria-Lichtmis (1)

.

MARIA-LICHTMIS

Achtergronden
De meeste bijzonderheden omtrent Maria worden ons aangereikt in het Lucasevangelie. Daarin wordt verhaald hoe de engel Gabriël haar van Godswege begroet als de begenadigde en haar boodschapt dat zij op maagdelijke wijze moeder zal worden van de Messias, de zoon van de Allerhoogste en de Verlosser van het mensdom. Wanneer Maria de 40ste dag na de geboorte van haar zoon het kind Jezus opdraagt in de tempel, voorspelt Simeon haar dat een zwaard haar ziel zal doorboren. Jozef moet vervolgens met moeder en kind vluchten naar Egypte en vestigt zich nadien weer in Nazareth. Maria vindt haar 12-jarige zoon, die zij verloren had, in de tempel terug.

Tijdens het openbare leven van Jezus verschijnt Maria zelden ten tonele, maar zij staat bij het kruis op Golgotha, waar de stervende Jezus haar aan Johannes toevertrouwt, die haar bij zich opneemt. Zij is bij de apostelen aanwezig wanneer de Heilige Geest over hen neerdaalt.

BEELDENDE KUNST
De oudste voorstelling van Maria is te vinden in de catacombe van Priscilla in Rome (2de eeuw). De profeet Jesaja staat voor haar en wijst op een ster. Van de 6de eeuw af wordt Maria steeds met een nimbus (wolkje) afgebeeld. In de romaanse en vroeg-gotische periode wordt Maria voorgesteld als Zetel der Wijsheid. In de latere middeleeuwen overheerst het menselijke beeld van Moeder en Kind. In de late 13de en de hele 14de eeuw heerst een voorkeur voor de kroning van Maria door Christus: de hereniging van de mystieke bruidegom Christus met zijn bruid de Kerk.

7b catacombs nursing

Jonger is het motief van de Pièta of Nood Gods, waarbij Maria het lichaam van de van het kruis afgenomen Christus op haar schoot draagt. Tijdens de contra-reformatie gaat men Maria steeds meer zien als de Vrouw uit de Openbaring, bekleed met de zon, de maan onder haar voeten en met sterren gekroond, die de helse draak, voorgesteld als slang, vertreedt.

Maria wordt in verband gebracht met het Oude Verbond als zij wordt aangeduid als de nieuwe Eva, naast Christus als de nieuwe Adam. Het brandende braambos, Gideons vacht, de gesloten poort, waardoor geen man naar binnen gaat en de bloeiende staf van Aäron gelden als typologieën van haar vrijdom van de erfzonde en haar goddelijke moederschap.

De eenhoorn die zijn toevlucht zoekt in de schoot van een maagd is het beeld van de menswording van Christus in Maria. In samenhang met de rozenkransdevotie ontstaat ook de viering van de zeven vreugden en de de zeven smarten van Maria, een motief dat door de kunst wordt overgenomen. Maria is ook de omhullende figuur, bij wie de ongelukkigen troost vinden en beschutting onder haar opengespreide mantel.

MARIA-LICHTMIS

Maria-Lichtmis wordt gevierd op 2 februari en heet ook wel Opdracht van de Heer in de tempel en ook wel Hypapante: de ontmoeting van Maria en Jezus met Simeon in de tempel.

De naam Lichtmis heeft betrekking op de processie met brandende kaarsen die op die dag gehouden wordt.

LEGENDEN
Over de figuur Maria gaan vele legenden en veel wonderlijke gebeurtenissen worden aan haar voorspraak toegeschreven. De meeste verhalen dateren uit de middeleeuwen. Overbekend is de Beatrijslegende en de legende van Theophilus, die een verbond met de duivel had, maar door Maria werd gered.
Jacob van Maerlant heeft een serie Mariamirakelen gebundeld en zo ook de Fransman Gautier de Coinci in de middeleeuwen en in de 20ste eeuw Gabriël Smit, die zeven Marialegenden publiceerde in versvorm.

Maria-Lichtmis en de vrijeschool
Volgens de Joodse wet moest een vrouw die gebaard had, 40 dagen na de bevalling een reinigingsoffer brengen in de tempel. Ook Jozef en Maria deden dat op 2 februari, 40 dagen na Kerstmis.

Tijdens de plechtigheid in de kerk dragen priester en gelovigen een brandende kaars. In de kringloop gaat de aarde weer ontwaken. Het licht laat zich weer zien, De dagen worden langer en de eerste lenteboden kondigen zich aan. Na een tijd van bezinning en naar binnen gekeerd zijn breekt de tijd aan dat we weer langzaam naar buiten komen. Gereinigd en vol licht gaan we weer op weg. De kersttijd is afgesloten.

Bij de Grieken werd omstreeks dezelfde tijd het feest gevierd van de Aardemoeder: Demeter (Grieks: Godsmoeder).
De Romeinen kenden daar de naam Ceres aan toe. Ceres was de godin van de vruchtbaarheid.
De Germanen noemden deze godin Freia. Het is de Vrouw Holle uit de sprookjes, een van de drie moeder-godheden der Kelten. Soms een lichte, hoge gestalte, dan weer een oude vrouw, is zij de verbinding tussen aarde en hemel. Veel sprookjes, verhalen en sagen zijn over haar bewaard gebleven. Zij is Moeder Aarde en verschijnt in verschillende vormen aan de mensen. Zij heerst over dieren, dwergen en nimfen. Waar haar voet de aarde raakt wordt de akker gezegend met vruchtbaarheid. Waar zij uitrust, ontbloeien de mooiste bloemen. Zij behoedt in haar onderaardse rijk de nog ongeboren zielen.

Het is begrijpelijk dat Maria, de moeder van Jezus, bij de Christenen de plaats gaat innemen van deze grote Moeder-Maagd.

De gehele, intense Mariaverering is een verinnerlijking en een realisatie van de verering van deze moeder van God en de moeder van het aardeleven, de draagster van levenskrachten.

Een liedje
De vlokken dwarrelen zachtjes neer,
En buiten bloeit de kerstbloem teer,
Vrouw Holle gaat daar heen en weer,
Snorre wieltje, snorre.

De maan gluurt over de wolkenrand,
Wijst haar de weg in het witte land,
Zij kijkt waar nog een lichtje brandt,
Snorre wieltje, snorre.

(bron onbekend)

.

Maria-Lichtmis: alle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldalle jaarfeesten

.

443-412

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Maria-Lichtmis (2)

.

MARIA-LICHTMIS

Alle grote feesten van het jaar hebben een voorbereidingstijd. Zij duren ook na hun hoogtepunt nog voort en klinken nog lang na. De dag waarop de kersttijd definitief wordt afgesloten is van oudsher een feestdag. Het is Maria-Lichtmis, 2 februari.
Zoals bij zeer veel feesten is dit een oud feest, dat verchristelijkt is. Paus Innocentius III (paus van 1198-1216) zegt in een preek: ‘De heidenen hadden de maand februari toegewijd aan de goden der onderwereld, omdat, naar zij ten onrechte meenden, in het begin van deze maand Proserpina door Pluto geroofd was. Men geloofde, dat haar moeder Ceres haar heel de nacht had gezocht met brandende fakkels. Ter nagedachtenis hieraan hielden zij in het begin dezer maand een ommegang door de stad met brandende fakkels. Daarom werd het feest Amburbate (Stadsrondgang) genoemd. Maar omdat onze heilige voorouders deze gewoonte niet helemaal konden uitroeien, hebben zij bepaald, dat men ter ere van de H.Maagd brandende kaar­sen dragen zou…’
Februari was oorspronke­lijk de laatste maand van het jaar. De naam komt van het Latijnse Februa, dat ‘reinigingsfeest’ betekent. Het was tevens een
verzoeningsfeest.
Lang vóór Christus’ geboorte werd omstreeks deze tijd het feest gevierd van de Aarde-Moeder. Bij de Grieken was dit Dè-Mèter (God-Moeder). Haar functie werd bij de Romeinen overgenomen door Ceres, wier dienst een van de oudste erediensten was die in Rome werden ingevoerd. Ceres was de Italische, vóór-romeinse godin van land- en graanbouw, van beschaving en vruchtbaarheid en van het huwelijk. Zij werd aanbeden als de Moeder der goden, de Magna Mater (Grote Moeder). Zij was de Moeder Aarde, moeder en maagd tegelijk, die zelf geen moeder had gehad en die naast Zeus (Jupiter, God-Vader) zetelde op zijn troon. Vesta (Grieks: Hestia), de godin van de hui­selijke haard, was een van haar aspecten. Haar ronde tempel, waarin door de Vestaalse Maagden het vuur altijd brandend werd gehouden, staat nog aan de voet van de Palatijnse heuvel in Rome. Na de laatste februa­ridag, op 1 maart, mocht het vuur even uit­gaan en vernieuwd worden. De Grote Moeder droeg ook de erenaam Libera (Vrije). En deze naam is identiek aan die van de Germaanse godin van aardekracht en vruchtbaarheid: Freia – het is Vrouw Holle uit de sprookjes. Het is een der drie Moedergodheden der Kelten. Soms een hoge, lichte gestalte, dan weer een oude vrouw, is zij de verbinding tussen aarde en hemel. In het land Hessen zijn zeer veel verhalen, sprookjes en sagen over haar bewaard ge­bleven. Zij is Moeder Aarde. Zij verschijnt in verschillende gedaanten aan de mensen. Zij heerst over dieren, dwergen en nimfen. Waar haar voet de aarde raakt, wordt de akker gezegend met vruchtbaarheid. Waar zij uitrust, ontbloeien de mooiste bloemen. Zij behoedt in haar onderaardse rijk de nog on­geboren zielen. Zij geleidt de gestorvenen vlak na de dood. Zij beloont op strikt recht­vaardige wijze het goede en straft het kwaad.
Het is begrijpelijk, dat Maria, de moeder van Jezus, bij de Christenen de plaats ging inne­men van deze Grote Moeder-Maagd. De gehe­le intense Mariaverering is een verinner­lijking en een realisatie van de verering van deze Moeder van God en Moeder van het Aardeleven, deze Draagster van de Levens­krachten. Sprak niet Christus op het kruis tot haar: ‘Vrouw, ziedaar Uw zoon’? Daarbij duidend op de eerste ingewijde Christen, door Christus zelf ingewijd: de apostel Joannes. En tot Joannes: ‘Ziedaar Uw Moeder’. Vanaf dat ogenblik neemt de wetende Chris­ten Maria als Moeder bij zich op. (Joh. 19:26-27).

Volgens de joodse wet moest een vrouw die gebaard had, 40 dagen na de bevalling een reinigingsoffer brengen in de tempel. Een mannelijke eerstgeborene moest dan aan God worden aangeboden. Dit deden ook, zoals Lukas ons verhaalt (Luk. 2:22-39), Josef en Maria. Zij ontmoetten in de tempel de heilige grijsaard Simeon en de profetes Anna, die spraken en profeteerden over het kind. Nu is 40 dagen na Jezus’ geboorte (25 dec.) de 2de februari, de Amburbate-dag, het begin der reinigingsmaand bij de Romeinen. Zo was deze dag reeds door het lot aangewe­zen om de feestdag van ‘Maria-Zuivering’ te worden.

Op deze dag worden, vóór de Mis, de kaarsen gewijd. Dan volgt een processie (omme­gang), waarbij allen, priesters en gelovigen, een brandende kaars in de hand dragen en ook gedurende de Mis in de hand blijven houden. Vandaar de naam lichtmis. Tijdens de ommegang wordt een prachtig, zeer oud lied gezongen, waarschijnlijk afkomstig uit de oosterse kerk: ‘Adorna…’
De woorden zijn: ‘Versier Uw bruidsvertrek, Sion, en ont­vang Koning Christus. Omvat Maria, die de Deur des Hemels is. Want zij draagt de Koning der openbaring van het Nieuwe Licht. Zij blijft Maagd, aanbrengend met haar handen de Zoon, verwekt vóór Lucifer, waarvan Simeon, Hem ontvangend in zijn ar­men, predikte tot de volkeren, dat Hij de Heer is van leven en dood en de Redder der wereld.’

Een passender metamorfose van een vóór­christelijk feest is nauwelijks denkbaar. En als wij nu weten, dat ook het Germaanse Joelfeest in het begin van februari werd afge­sloten met een feest ter ere van Freia, dan beseffen wij, hoe dit Maria-Lichtfeest zowel de gehele westerse en noordse cultuur­kring als ook de christelijke eredienst omvat.
In vele streken (o.a. Oostenrijk en Noorwe­gen) blijft de kerstboom, de Levensboom, de Lichtboom, volgens traditie tot 2 februari staan. Deze dag heette in onze streken (b.v. in Amsterdam) ‘Vrouwendag’. Op die dag verlieten of wisselden de dienstboden haar dienst. Dit was een der oorzaken van de losbandigheden en verkwistingen, die dan plaats vonden. Daardoor kreeg het werk­woord ‘lichtmissen’ (eig. Lichtmis vieren) de betekenis van uitspatten, losbandig zijn en zo kon een nieuw woord ‘lichtmis’ ontstaan in de betekenis van ‘losbol’. Hierop wijst misschien ook de West-Vlaamse benaming: ‘O.L.Vrouwe-Schud-de-panne.’ Of is dat Vrouw Holle, die de donsdeken uitschudt?
Nu begon ook de tijd van volksspelen en -vermaak. En ook in de volksweerkunde is dit feest vermaard. ‘Op Lichtmis, kun je het licht (kunstlicht) missen.’ ‘Lichtmis donker: de boer een jonker. Lichtmis helder: de boer naar de kelder.’ enz. enz. De dagen zijn merkbaar aan het lengen. De eerste lenteboden kondigen het naderend voorjaar aan. De aarde ontwaakt. Het licht komt terug. Met St.-Maarten, het begin van de voorbereiding op het Kerstfeest, droegen wij ons hartelicht in een knolraap of wortel. In de kerstboom, de Mensen-levens-boom, schitterden al onze lichtjes als één groot Christuslicht te samen. Nu dragen wij de kaars van ons leven, dat zich verteert in de lichtende vlam van ons hart weer opnieuw de wereld in.
Een oud gebruik is het ook, om op deze dag alle kaarsresten brandend op een grote, platte schaal met water te laten drijven. Het water is het symbool van de aardse levenskracht. In de tempel van ons lichaam wordt Christus, het Licht der wereld, binnengedra­gen door de Moeder-Maagd, die de levensziel der aarde is. De aarde is voor ons de Poort des Hemels. Moeder Aarde, die het Nieuwe Licht draagt, het aanbiedt aan God en er door gereinigd wordt, ons lichaam als drager van onze geest, onze ziel als drager van de Christus, de Verlosser der wereld, dat zijn de motieven van dit oeroude feest. Het is de moeite waard, om te midden van alle leugen en bedrog, geweld en losbandigheid in deze schijnbaar tot zinloosheid gedoemde wereld, deze beelden van Moeder Maria, van ver­zoening, reiniging en Licht ons opnieuw voor ogen te stellen en nu, wetend en bewust, aan het eind van de kersttijd te trachten dit feest te vieren. Het zou voor ons en voor onze kinderen een weldaad zijn.

(Henk Sweers, Jonas 11, 28-01-1977)
.

Maria-Lichtmis: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: alle jaarfeesten

 

.
444-413

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Maria-Lichtmis (3)

.

MARIA-LICHTMIS

Na de kerstvakantie zie je op de seizoentafel de Drie Koningen op weg gaan naar de stal om bet Kindje hun geschenken te geven. Het Kerstspel heeft plaats gemaakt voor het driekoningenspelletje.

Zo gaan we de drieKoningentijd door tot 2 februari – Maria-Lichtmis.

De intensieve voorbereiding en beleving van de advent en kerst wordt in deze periode verwerkt en nogmaals beleefd.
Op Maria-Lichtmis branden we alle kaarsstompjes op die we vanaf de 1e advent hebben opgespaard. We gieten kaarsvet in walnotendopjes met een lontje erin en laten ze drijven op een platte schaal met water. Ook kun je kaarsvet gieten in borstplaatvormpjes.

Het water is het symbool van de aardse levenskracht. Met St.-Maarten droegen we het lichtje in een koolraap als voorbe­reiding op het kerstfeest.

In de kersttijd hebben we zoveel licht verzameld, dat we het nu naar buiten kunnen dragen. Daarom leggen we het open en bloot op een schaal.  – ‘Een zee van licht’.  We zijn nu zelf het licht. Nadat we zoveel licht/kracht hebben ontvangen zijn we sterk geworden.
De dagen worden langer en de donkerste winter­tijd is voorbij. Het licht komt langzaamaan weer van buiten. De aarde ontwaakt en kondigt de lente aan.  Sneeuwklokjes en krokusjes komen hier en daar al naar boven. Zeker als Koning Winter zolang op zich laat wachten.

Maar eerste vieren we met de kinderen het Maria-Lichtmisfeest. In de kleuterklas begin je met het aansteken van alle kaarsjes op het water. De kleuters gaan helemaal mee in de sfeer en beleven intensief het gebeuren.

Uit volle borst met glinsterende ogen en blijde gezichtjes zingen we alle advents~ en kerstliedjes. Het is een heel repertoire, maar het is een vreugde om mee te beleven. Ook spelen we voor de laatste keer het driekoningenspelletje nog eens en zo sluiten we op Maria-Lichtmis het hele advents-kerst- en driekoningengebeuren af.

Als de kinderen de volgende dag op school komen, is de ver­duistering weggehaald. De seizoentafel zonder kerstgebeuren en de lichtjes worden niet meer aangestoken. Want het licht komt nu weer van buiten.

(Geri Arentsan kleuterleidster Steinerschool, nadere gegevens niet bekend)

.

Maria-Lichtmis: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

peuters en kleuters: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: kleuters jaartafel

.

440-409

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.