Tagarchief: huid

VRIJESCHOOL – Zintuigen – tastzin (2-5/2)

.

Dr.Med. Olav Titze, Weledaberichten

.

HUID EN ORGANISME
.

De huid met haar uitlopers, de haren en de nagels, is in menig opzicht een spiegel van de functies van de inwendige organen. Men denke bijv. aan geelzucht bij leverinfecties, het bruin worden van de huid bij ziekten van de bijnieren, het nachtelijk transpireren bij ernstige hartkwalen, acnepuistjes in de puberteit en furunculose bij suikerpatiënten.

De huid weerspiegelt echter ook psychische toestanden: het verbleken als men schrikt, blozen als men zich schaamt. Hier blijkt de relatie met de bloedcirculatie.

Maar de huid is ook een orgaan met een speciale anatomische bouw en als zodanig behoort zij bij het zenuw-zintuigstelsel van de mens. Zij is immers van ontelbare zintuigcellen voorzien en kan ons daardoor via de tast- en warmtezin de buitenwereld laten gewaar worden.

Op die manier heeft de huid met alle drie systemen van functies bij de mens te maken; zij oefent tevens een eigen beschermende rol uit doordat zij de schadelijke invloeden van de buitenwereld afweert. Daarbij ondersteunt zij als zintuig deze taak, wanneer bijv. de tast- en warmtewaarnemingen door de overgang naar pijn gevaar signaleren.

Er zijn slechts weinig substanties die de gezonde huid kunnen doordringen. De huid van de zuigeling vormt in dit opzicht een uitzondering. Deze is nog bijna slijmvlies. Daarom is het vooral bij de verzorging van de zuigeling van belang, de middelen daarvoor uiterst zorgvuldig te kiezen. Dit geldt ook in het bijzonder bij acute huidontstekingen, als dientengevolge de huid haar beschermende functie verliest en zij doorlaatbaar wordt voor medicamenten.

De werkingen via de huid op het organisme zijn over het algemeen reactief. Als men bijv. een warme kruik op de buik legt om maag- of darmkrampen te verhelpen, dan werkt in zo’n geval de uitwendige warmte niet rechtstreeks, maar de uitwendige warmteprikkel heeft een reactie in het organisme tot gevolg, d.w.z. de onder de verwarmde plek liggende organen worden van meer bloed voorzien. Het tegengestelde gebeurt bij de toepassing van koude, bijv. als een blindedarmontsteking met een ijszak wordt behandeld.

De uitwendige toepassing van warmte kan versterkt worden door substanties die zelf een bijzondere relatie met de warmte hebben. Dat zijn de oliën en vetten. Zij kunnen ertoe bijdragen om de afkoeling van het organisme tegen te gaan. De Inuit bijv. wrijven zich bij zeer lage temperaturen in met olie. Vetrijk voedsel met zijn hoge waarde aan energie zorgt ervoor dat wij het ’s winters niet zo snel koud hebben. Aan het ontstaan van plantaardige oliën en vetten liggen intensieve warmteprocessen ten grondslag. Door de zonnewarmte kunnen immers in zaden en vruchten deze substanties als een uiting van rijpingsprocessen ontstaan.

De meestal sterk geurende etherische oliën doen hun invloed niet alleen via de huid maar ook via de ademhalingswegen gelden. De etherische lavendelolie [1] bijv. voelt men enerzijds als verwarmend, anderzijds – doordat men de kalmerende geur inademt – als rustgevend en ontspannend. De etherische rosmarijnolie daarentegen is stimulerend en opwekkend. De zeer vluchtige eucalyptusolie veroorzaakt nog in een tienvoudige verdunning een verkoelende prikkeling op de huid. Deze olie werkt via de ademhalingsorganen veel sterker dan via de huid.

De werking van koude kompressen, zoals die bijv. bij schedelkwetsuren en hersenschudding worden toegepast, kan worden versterkt door arnica [2]. Deze gedijt in het hooggebergte, in de kiezelrijke, schrale bodem van de formaties van het oergesteente. Er is nauwelijks een plant, die op zoveel manieren kan worden toegepast bij beschadigingen van de huid, o.a. als verdunde essence in een verkoelend kompres (1 eetlepel op ¼ l. water) of ook als zalf bij builen. In olie verwerkt vindt arnica bij vele reumatische klachten toepassing als toevoeging aan het bad.

Men kan echter niet alleen door middel van prikkels van warmte of koude, al of niet met behulp van bepaalde toevoegingen van medicamenten, invloed uitoefenen op het organisme, maar ook door gedoseerde en op de juiste plaats toegebrachte pijnlijke prikkels: op die manier kan men bijv. pijnlijke ontstekingen van de bijholten van de neus verzachten door de brandende pijn, die men met behulp van een mosterdkompres beneden aan de kuit opwekt, d.w.z. aan de tegenpool van het ziekteproces.

Via de huid beïnvloeden baden het gehele organisme; een warm bad kan de uitscheiding stimuleren en krampen oplossen. Etherische oliën, toegevoegd aan het badwater, hebben bovendien een werking via de ademhalingsorganen en de reukzin. Warme baden moeten echter worden ontraden, bij bijv. hart- en vaatziekten en aderontstekingen. Koude baden zijn verkwikkend en gaan de neiging tot verkoudheid tegen, bijv. bij kinderen die een lymfatische constitutie hebben. Natuurlijk moeten zij na het bad weer flink warm worden. De werking van een koud bad wordt verhoogd door er zout aan toe te voegen.

Zalven of oliën worden ingewreven door massage. Lichte massage verschaft ontspanning en rust. Krachtige massage is opwekkend en bevordert de bloedcirculatie. Pijnlijke benen met stuwingen in de aderen moeten heel zachtjes worden gemasseerd; door eenzijdige beweging stijf geworden spieren daarentegen moeten met massageolie stevig worden behandeld om het doorstromen van het bloed te bevorderen.

Samenvattend kan worden gezegd, dat de werkingen via de huid – op enkele uitzonderingen na – op het totale organisme hierin bestaan, dat de zintuigfunctie van de huid op vele manieren kan worden gestimuleerd. Het organisme geeft dan een soort antwoord: op een prikkel door middel van warmte volgt een sterker stromen van het bloed; prikkels door middel van koude bewerken het tegendeel daarvan, terwijl pijn op de ene plaats door een andere prikkel naar elders kan worden verplaatst. Geneesmiddelen kunnen deze zintuigprikkels op allerlei manieren versterken.

[1] Voor allerlei oliën: zie Weleda
[2] Arnica bij Weleda

.

Zintuigen: alle artikelen  zie voor de huid onder tastzin

Opvoedingsvragenalle artikelen

Ontwikkelingsfasen: alle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

.

VRIJESCHOOL – Zintuigen – tastzin (2-5/1)

.

Dr. H. B. von Laue, Weledaberichten nr. 97 juni 1973
.

BOUW EN FUNcTIE VAN DE HUID
.

Wanneer we de embryologische ontwikkeling van de opperhuid (epidermis) bekijken, dan zien we dat in de vierde week van de ontwikkeling van de menselijke kiem de belangrijkste inwendige ruimten van het lichaam zich gevormd hebben. Dan begint de ontwikkeling van de huid (epidermis). Deze epidermis, die oorspronkelijk slechts uit één laag cellen bestaat, verdikt zich, waarbij de buitenste laag snel hoornachtig wordt. Deze eerste hoornvorming (peridermis) is zo intensief, dat de zich ontwikkelende haren er niet doorheen kunnen groeien. Als deze verharding niet reeds in de 7e week werd overwonnen en de peridermis in het vruchtwater afgestoten, dan zou de kiem zich niet verder kunnen ontwikkelen. De onder deze hoornachtige laag liggende kiemlaag van de huid blijft als aanleg voor de verdere ontwikkeling behouden.

Aan het begin van de huidvorming staat dus een teveel aan verharding dat overwonnen moet worden. Het tegenovergestelde beeld vertoont zich aan het eind van de ontwikkeling in het moederlichaam. Het organisme scheidt nu vloeibaar-weke substantie af en vertoont de neiging om week te worden en uit te vloeien. Aan het begin van de ontwikkeling van het lichaam staat dus duidelijk een verhoorning van de huid, een vast worden; aan het eind ervan de neiging weker te worden.

Na de genoemde tijdelijke verharding begint de blijvende vorm van de hoornlaag van de opperhuid pas in de 4e-5e maand van de embryonale ontwikkeling. Deze begint aan de handpalmen en aan de voetzolen en breidt zich van hier over het gehele organisme uit. Al spoedig vertoont zich de vorming van blijvende lagen. Aan de oppervlakte schilferen voortdurend fijne hoornachtige schubjes af. Het zijn cellen die in de daaronder liggende kiemlaag gevormd worden, dan hoornachtig en naar de oppervlakte geschoven worden.

Deze opbouw in twee lagen duidt op dezelfde wetmatigheid. De hoornhuid van de oppervlakte is hard, vast en bijna levenloos. Bovendien is hij tamelijk ongevoelig voor beschadigingen van buitenaf. Bij de kiemlaag is dit heel anders. De afzonderlijke cellen vertonen alle kenmerken van een sterke levensvatbaarheid. Het feit dat vele huidwonden genezen zonder grote littekens is een uitdrukking van dit plastisch-levendige gebied. De nagels en haren zijn gespecialiseerde organen uit de hoornlaag; de verharding vertoont zich hier intensiever. De huidklieren daarentegen moeten beschouwd worden als metamorfosen van de kiemlaag.

De opbouw van de opperhuid, die overal plaatsvindt, wordt door het organisme gespecialiseerd aan de handpalmen en aan de voetzolen. Daar wordt de vorming van de hoornhuid eerst recht duidelijk bemerkbaar. Dikke, ongevoelige eeltlagen maken de neiging tot verharding zichtbaar. Alleen op die plaatsen van het lichaam vormen zich lagen tussen het gebied van de groei en van de verhoorning. Hier alleen vormen zich de lagen, die het mogelijk maken dat de handen kunnen worden gebruikt om te werken en de voeten om te lopen. De huid zou zich in blaren oplossen en ontsteken wanneer niet de verdikkingen en de lijnen in de handen en voetzolen gevormd waren. Het patroon van de lijnen in de handen is individueel. Handen en voeten zijn de plaatsen aan ons lichaam waarmee we onze omgeving veranderen en sporen en persoonlijke afdrukken achterlaten. Hier overweegt de verharding van de opperhuid. Het vormende principe dat zich in de nagels en de haren volledig toont, komt hier voor het eerst tot uitdrukking.

De tegengestelde ontwikkeling aan de oppervlakte van het lichaam komt eveneens tot uiting; de huid wordt omgevormd tot slijmvlies. Vervolgt men deze ontwikkeling dan zou men komen tot de kleine en de grotere klieren die zich in de huid ontwikkelen. Aan de lippen is die verandering van buitenkant-huid via het rood van de lippen tot slijmvlies vooral heel duidelijk. Dezelfde wetmatigheid vertoont zich ook aan de neus en in het gebied van de genitaliën en de anus. De oppervlakte wordt daar teer en gemakkelijk kwetsbaar. Uitscheiding uit de klieren moet deze ‘inwendige oppervlakten’ vochtig houden, anders ontstaat er ziekte. Het eelt, de harde huid en de verhoorning van de opperhuid ontbreken. We hebben dus gespecialiseerde plekken van de oppervlakte van het lichaam bekeken, die tegengestelde tendenties laten zien. Hierdoor komen een paar eigenaardigheden van deze plaatsen aan het licht en deze laten hun ordening in het gehele organisme duidelijk zien: de totale huid heeft een bijzondere relatie tot het licht die zich toont in de pigmentering, de huidkleur. Alleen aan de slijmvliezen en aan de handpalmen en de voetzolen, de plaatsen waar het lichaam zich in het werken met de wereld verbindt, vertoont zich bij alle rassen het bij de mens behorende inkarnaat. Alleen hier is de oppervlakte van het menselijke lichaam werkelijk onbehaard, naakt.

Om de functies die door het organisme in de huid tot uitdrukking gebracht worden te leren kennen, willen we om te beginnen deze speciale plaatsen van het organisme bekijken, om de huid beter te leren begrijpen.

We willen eerst ons bezig houden met die plaatsen waar een sterkere verhoorning aan de handpalmen en voetzolen optreedt. Ons lichaam beschermt zich nergens anders door een zo dikke laag. Hoe sterker de mens, die met zijn handen werkt in de wereld ingrijpt, des te dikker wordt deze hoornvorming. Zodra de handen niet genoeg gebruikt worden om te werken, verdwijnen de eeltlagen, de grens wordt weer dunner. Ook de voetzolen worden leerachtig en hard wanneer de mens veel loopt en sporen in de wereld achterlaat. Verandering en omvorming van de omgevende wereld door middel van de handen en de voeten en de begrenzing van het eigen lichaam, horen op die manier bij elkaar. Hier blijkt hoe het lichaam zich verandert, wanneer de mens door middel van zijn wil, zijn handelen, met de wereld in verbinding treedt. Maar ook voor ons bewustzijn zijn deze plaatsen van het lichaam kenmerkend: nergens kunnen wij zo fijn aanvoelen, nergens zo gedifferentieerd vorm en oppervlakte van de dingen tastend onderkennen, dan aan de vingertoppen. Voor dit contact met de hem omgevende wereld is de mens hier open — terwijl hij aan de kant van het handelen reageert met hoornvorming en afsluiting. Begrenzen en openen van deze gebieden van het lichaam hebben dus een affiniteit tot het willen en waarnemen op het gebied van de ziel.

Ook de slijmvliezen vertonen bijzonderheden: bij het uitscheiden van vloeistoffen en zouten stelt het lichaam zijn grenzen, beschut zich door de afgescheiden substanties. Dat is vooral duidelijk zichtbaar bij de vorming van het speeksel en de tranen, maar het geldt voor ieder slijmvlies dat bedekt is door een vloeibare laag. Uitscheidingen vormen een grens tegenover de substanties van de omgeving en beschermen het daaronder liggende gevoelige slijmvlies. Maar deze afsluiting is ook slechts de ene kant van de hier besproken mogelijkheden. Dezelfde slijmvliezen kunnen ook stoffen, vloeistoffen en zouten in het organisme opnemen. Wanneer medicijnen in de vorm van zetpillen of onder de tong gegeven worden, dan wordt dit vermogen van het organisme benut. Diezelfde medicijnen behoeven niet te werken wanneer ze ingeslikt en via de stofwisseling opgenomen worden. Het organisme laat hier zien hoe het substanties kan grijpen en metamorfoseren, d.w.z. opnemen in zijn functies. Het menselijke lichaam vertoont ook hier weer twee vermogens; het sluit zich af voor vreemde substanties en opent er zich tegelijkertijd voor en neemt ze op. Openheid en begrenzing tegenover de omgevende wereld wordt op die manier steeds in het lichaam tot stand gebracht; aan de slijmvliezen voor substanties, aan die delen van de huid waarmee de mens in contact komt met zijn omgeving voor de vermogens van waarnemen en handelen.

Al deze vermogens zijn in de huid aanwezig. In de begrenzing en waarneming  kan zij zo reageren als handpalmen en voetzolen, maar ze kan zich ook bij het resorberen en uitscheiden gedragen als een slijmvlies. In deze zo zeer verschillende vermogens neemt de huid een bemiddelende plaats in. Het vormende principe wordt aan de handpalmen en voetzolen gemetamorfoseerd tot een zekere graad van vastheid; in de slijmvliezen, die met de epidermis verwant zijn, komt ze tot een zekere oplossing. Door baden, omslagen, door pasta’s, zalven en oliën kan voor het organisme een genezende werking opgewekt worden, De verschillende vermogens van ons organisme om via de huid met de wereld in contact te komen worden daarbij geactiveerd. De kennis van de vormende tendenties van de huid en de met haar verwante organen is een hulp voor de apotheker en de arts om medicijnen en cosmetica op de juiste manier te vervaardigen en toe te passen.

Tastzin en huidzintuigen onder nr. 2

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

2607

VRIJESCHOOL – Zintuigen – tastzin (2-5/2)

.
Dr. W.Bühler, Weleda Berichten 87, 09-1970
.

HET ONBEKENDE ORGAAN

Een beschouwing over een gebied uit de menskunde
.

De uitzonderlijke plaats van de mens in de schepping is op een zeer bepaalde manier uitgedrukt in het eigenaardige van de omhulling van zijn organisme: in de huid. In tegenstelling tot alle hogere dieren die met een kleed van schubben, veren of haren zeer goed voorzien zijn, moet de mens het stellen zonder een volledig aan de omgeving aangepaste omhulling. Dit kan aanleiding geven tot het maar half ware trefwoord van „naakte aap”. De mens moet, om zich te wapenen tegen de slechte weersomstandigheden een beroep doen op het planten- en dierenrijk. Hij moet substanties daaruit verwerken tot kleding, die een soort extra huid voor hem vormt.

Ondanks deze onvolkomenheid is de huid een gecompliceerd echt lichaamsorgaan, dat vele functies en mogelijkheden heeft. Dit houdt verband met het feit, dat de huid twee elkaar volledig tegensprekende opgaven met elkander in harmonie moet brengen: het beschuttend afsluiten, waardoor hij een zelfstandig organisme wordt, dat gewapend is tegen elke vreemde of schadelijke invloed van buitenaf enerzijds en een zich openen door middel van gewaarwordingen tegenover de omgevende wereld anderzijds.

Anatomisch beschouwd vallen drie hoofdlagen onmiddellijk op. Ons schoeisel, dat uit de huid van dieren is vervaardigd en dat een groot weerstandsvermogen heeft, wijst op de mechanisch beschermende functie, die de lederhuid (cutis) kenmerkt.

De middelste huidlaag is opgebouwd uit vast bindweefsel-, en elastische- en traliegewijs gevlochten vezels. Deze rust op het fundament van de onderhuid (subcutis) die in haar bindweefselachtige „opslagplaatsen” water, zouten en tot 15 kg. vet kan bergen, dat — zoals bekend — behalve de beschutting tegen de kou ook belangrijke vormende, gestaltegevende functies vervult. De meest gedifferentieerde laag is de opperhuid (epidermis) die o.a. naar buiten toe de haren en de nagels vormt, naar binnen de talg- en zweetklieren. Daarbij vormen het haarzakje en de talgklieren een gemeenschappelijke poort naar buiten, terwijl de zweetklieren eigen folikelmondingen bezitten. Zulke „epitheel-aanhangsels” treden in het dierenrijk in een veel groter rijkdom, pracht en schoonheid op in de vorm van vederdos, hanenkam, horens, manen, staartkwasten enz.

De opperhuid, die voortdurend wordt afgebroken, afschilfert en bloedeloos is, is afkomstig uit een laag waarin onophoudelijk cellen gevormd worden. In deze opbouwende sfeer grijpen de vormende afbraakprocessen van het zenuw- en zintuigstelsel onmiddellijk in en laten de epitheelcellen afsterven tot een hoornachtige laag, die ons als een fijn „pantser des doods” beschermend omhult. Dit voortdurende proces van vervelling doorloopt van beneden naar boven vijf lagen van steeds veranderende cellen. Bijzonder interessant is het „stratum lucidum”, waarin sterk lichtbrekende substanties — eleidin genaamd — ingebouwd zijn. De daardoor bereikte reflecterende eigenschappen vormen een beschutting tegen het te sterk binnendringende licht- en warmtestraling. Deze tegen de zon beschermende functie wordt nog aanzienlijk versterkt door de pigmenten die zijn ingeweven. Het toenemen van de laatstgenoemden is voorwaarde voor het zo geliefde bruin worden van de huid, die door haar levende elasticiteit zich weert tegen het onverstand van vakantiegangers die te veel behoefte hebben om te „zonnen”.

De bescherming van de huid — en daarmee van het hele organisme — tegen fysisch-chemische invloeden van de buitenwereld door verhoorning wordt versterkt door het vanzelf optredende invetten van de talgklieren, die a.h.w. een kosmetische oerfunctie uitoefenen. Deze ragfijne „vetlaag” geeft ons weerstand tegen het opzwellen in water. In het samenspel met de niet verdampbare producten van de zweetklieren vormen de talgklieren uitscheidingen en deze leveren tevens de pas door zorgvuldige onderzoekingen ontdekte biologische zuurmantel van de opperhuid. Deze staat in tegenstelling tot het alkalisch levensmilieu van het organisme. Hij verhindert het binnendringen van de talloze aanrukkende bacteriën. Dit is een belangrijke graadmeter waaraan wij de gezondheid van de huid en zelfs van het hele organisme kunnen aflezen. Zijn natuurlijke openingen in de buurt van de geslachtsorganen, in de oksels en in de huidplooien van dikke mensen stellen deze bloot aan infecties. De fijne natuurlijke vet- en zuurmantel zou niet aangetast mogen worden door al te veelvuldig of intensief wassen met zeep.

De kant van de huid, die tegengesteld is aan de beschrijving hierboven, leren we kennen, wanneer we het oogmerk richten op de zintuigfuncties van de mens. In het gebied van het hoofd bevinden zich de gehoor-, gezichts-, reuk- en smaakzin als grote poorten naar de belangrijkste kwaliteiten van de buitenwereld, waarbij zich in de daarmee overeenstemmende lichaamsopeningen gecompliceerde overgangen in de zachte binnenhuid van het organisme, de slijmvliezen, vormen. Het rood van de lippen, waar de afbrekende kracht van de verhoorning wijkt voor de opdringende levensprocessen van het bloed, duidt deze overgangspositie op markante wijze aan. Bovendien doortrekt een fijn weefsel van sensibele en vegetatieve zenuwen de gehele huid. De eerstgenoemde eindigen in duizenden gedifferentieerde eindlichaampjes, die de begrenzing door de huid tot één enkel sferisch uitgebreid zintuigoppervlak maken. Al deze zintuigen waken over de invloeden, die op het menselijk organisme afkomen en ontvonken zijn wakend zielenbeleven door de rijkdom van hun indrukken.

De beschreven afsluitende en vormgevende functies van de huid, in wisselwerking met bepaalde gewaarwordingen, maken het huidorgaan tot een wezenlijk lid van het zenuw-zintuigstelsel, dus van de bewustzijnspool van de mens. Als deel van het hele organisme heeft het echter ook te maken met de stofwisselings-ledematenpool. De zweet- en talgklieren bv. hebben belangrijke uitscheidings- en ontgiftingsfuncties. De zweetklieren zijn in staat om — naast alle mogelijke aan het lichaam vreemde stoffen — zelfs vergiften zoals jodium en arsenicum uit te scheiden. Daarom bevorderen zweetkuren in de meest verschillende vorm het verwijderen van de „slakken” uit het organisme en de genezing van allerlei ziekten. Ook is de huid in staat om in beperkte mate substanties, vooral in gasvormige toestand, zoals etherische oliën, op te nemen. De aan het haarzakje aangehechte fijne spieren geven haar een bepaalde bewegelijkheid, wat uit de samentrekking bij „kippenvel!” blijkt, terwijl de elastische vezels van de middenhuid en de verschuiving daarvan ten opzichte van de onderhuid, voorwaarde zijn voor de passieve, maar onmisbare rekbaarheid en bewegelijkheid.

Een omvattende spiegel van het innerlijk

Tussen deze tegengestelde mogelijkheden naar buiten en naar binnen treedt de circulatiefunctie bemiddelend op. Want de huid is een rijk van bloed doortrokken — en daarom ook doorademd — orgaan. In miljoenen allerkleinste aanhangseltjes van de middenhuid dringen de capillaire vaatjes tot in de opperhuid, die zelf geen vaten bezit, door. Deze „bloedsluier” schemert door de doorzichtige epidermis heen en geeft de „blanke” mens, tezamen met de eigenlijke kleur van de huid, de typisch aan perzikbloesem verwante tint: het menselijk incarnaat. Het zou te ver voeren om te laten zien, hoe dit samenspel van alle genoemde anatomische bestanddelen en fysiologische functies op iedere plek van het lichaam verschillend en aan die speciale oppervlaktesituaties aangepast is. We vinden dan ook bv. onder de huid van het oor en de neus geen vetlaag en aan de binnenkant van de hand en de voetzolen de bekende versterking van de hoornlaag, maar geen talgklieren, of een bepaald soort van zweetklieren bij de schaamdelen en de oksels, die verwant zijn aan de klieren waarvan de uitscheiding een speciale geur heeft bij de dieren.

De huid blijkt dientengevolge een volledig geldend, universeel orgaan van het lichaam te zijn. Door de geleding van zijn bouw en het samenspel van zijn functies is het een drieledig organisme, dat zich ontwikkelt uit het drievoudig menselijk organisme en daarop afgestemd is. (zieHet lichaam als instrument van de ziel” van Dr. Bühler,

Het feit, dat de mens ten gronde moet gaan, wanneer bij een zware verbranding meer dan 3/5 van zijn huid vernietigd is, onderstreept nog eens het belang van dit orgaan voor het leven. De arts weet daarom, dat hij uit het goed of slecht uitzien van de huid en uit de toestand ervan veel belangrijks kan waarnemen over de inwendige orgaanfuncties van de mens. Hoezeer ook de in de huid ingebouwde zintuigen de wereld weergeven, toch is deze tegelijkertijd een omvattende spiegel van het inwendige van het organisme, dat hij omhult. Hij heeft daarbij niet alleen deel aan diens fysiologische processen, maar ook aan het leven van ziel en geest van de mens. Hij bloost of verbleekt niet alleen van de warmte of van de kou, bij koorts of bij een shock, maar ook van toorn en schaamte, van schrik en angst. De individuele graad van het incarnaat als zijn grondtint openbaart ons iets van het meest innerlijke wezen van de mens.

Dit vermogen om zich uit te drukken is vooral te danken aan zijn ademende elasticiteit en zijn ritmische bewegelijkheid. Dit wordt nog duidelijker in de mimiek van het menselijke gelaat, waardoor het tot een zeer eigen en alleen bij de mens behorende taal van de ziel wordt, die de mens boven het zoogdier verheft. Dit is een gevolg van de eigenaardige veelheid van spieren onder de gezichtshuid, de mimische spieren, die onmiddellijk onder de huid beginnen. We rimpelen, wanneer we twijfelen, ons voorhoofd, trekken in afschuw de neus op, of krullen glimlachend de mondhoeken. Ons gezicht straalt van vreugde of drukt zware zorgen uit. Op de enige plek echter, waar de verhoorning van de huid geheel verdwijnt en hij absoluut doorzichtig wordt, treedt ons vanuit de pupil het Ik-wezen van onze medemens tegemoet. Geen nog zo schoon schubben- of verenkleed, geen veelkleurige omhulling van pels of vel, versierd met manen of kwasten, zou ons dit uitdrukkingsvermogen kunnen schenken. Want dat zou ons alleen maar onder de wetmatigheid van een geërfde soort plaatsen. De in het begin beschreven gebrekkige uitrusting van de menselijke huid geeft ons nu juist een terrein, waarop we onze individuele geaardheid in vrijheid tot uitdrukking kunnen brengen. De onvoldoende uiterlijke verschijningsvorm roept ons op, ons binnenste, ons Ik-wezen, tot de uiterste geldigheid te brengen en tot een uitdrukking die bij ons wezen hoort te maken.

.

Tastzin en huidzintuigen onder nr. 2

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

2570

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Zintuigen – tastzin

.

Dr. H. Kaufmann, Weledaberichtennr. 85, 05-1970
.

DE VERZORGING VAN DE HUID IS ZO BELANGRIJK

Niet alleen voor de zuigeling

Elke levensfase van de mens heeft bepaalde hoogtepunten: het vermogen om te spelen, dat zich in de eerste zeven jaren ontwikkelt, het vermogen om te leren en te bewegen in de tweede fase, later andere. Men zou ditzelfde ook van afzonderlijke organen kunnen zeggen, bv. van de huid, het meest omvattende en grootste omhullende en beschermende orgaan van de mens. In de eerste jaren, vooral bij de zuigeling, bereikt de huid zijn hoogtepunt wat betreft de uiterlijke indruk: teerheid, gladheid en zachtheid zijn met niets te vergelijken en geven een indruk van de uitzonderlijke plaats van de mens tegenover de natuur.

Gedurende zijn hele levensloop draagt de mens jeugd- en ouderdomsprocessen in zich. In de jeugd heeft het opbloeien de overhand en wel het sterkst in de embryonale tijd; in de ouderdom meer de afbraak, de verharding. Onafgebroken vinden in elk orgaan, zowel in het bloed als in de beenderen, deze processen plaats, die bij de gezonde mens in elke leeftijdsfase op een bijzondere manier moeten optreden. Bij de twee uiterste fasen nl. die van de zuigeling en die van de grijsaard, zien we deze polariteiten zich in de huid weerspiegelen. Bij de zuigeling een zeer sterke opbouw, overvloed van leven: alles is rond en zacht; bij de grijsaard een zeer sterke afbraak, rimpels, gevormdheid, tot uitdroging toe. Tussen die beide extremen moet de huid op elke leeftijd het evenwicht scheppen, want reeds bij de zuigeling treedt een voortdurende afbraak van de huidsubstantie op, die echter door de overmatige opbouw a.h.w. wordt overvleugeld. Maar ook bij de grijsaard moet, ondanks alle gevormdheid en verhardende afbraak, steeds weer huidsubstantie gevormd worden, alleen valt dit – door de overmatige ouderdomsprocessen — niet meer zo op.

Zo beschouwd kan men inzien, hoe volwassenen, bv. de ouders, het opgroeiende kind verzorgen kunnen. We willen hier in het bijzonder aandacht schenken aan de huid. Bij de zuigeling en het kleine kind dienen we erop te letten, dat de opbouw niet eenzijdig begint te overheersen en het opgroeiende kind steeds weer een bij de mens behorende beschermende omhulling door middel van de huid krijgt. Toch moet die zo zijn, dat ze ook gevoelig en open tegenover de buitenwereld blijft.

Welke taken liggen hier voor de moeder, wanneer ze de huid van de zuigeling en de kleuter op de juiste manier wil verzorgen?

1. het opbouwende leven moet op een goede manier gestimuleerd worden, dus: opbouw

2. de omhullende, afsluitende functies moeten in stand gehouden worden, dus: vorming en afbraak

3. de zintuigelijke vermogens van de huid — tast- en temperatuurzin — moeten gewekt worden, dus: bewustzijn.

Wel is tegenwoordig een verzorging van de zuigeling met de vier hoofdmiddelen: olie, vet (crème), poeder en zeep vanzelfsprekend, maar aan een verstandige huidverzorging voor de kleuter en het jonge kind wordt weinig aandacht geschonken. Het algemene proces van de ontwikkeling, dat we in de aanvang beschreven, gaat echter in die jaren voort. Vooral van 7 tot 14 jaar spelen ritme en beweging een belangrijke rol. De wil doordringt de ledematen steeds meer: springen, lopen, huppelen, klimmen en gooien zijn een uitdrukking van deze ontwikkeling.

In de zomer breekt er dan een tijd aan, waarin men de meisjes en jongens bijna niet uit het water kan krijgen. Bibberend ziet men ze eruit klimmen, de lippen en het puntje van de neus blauwachtig verkleurd en met kippenvel over het hele lichaam: een teken dat het te veel van het goede was! Er heeft duidelijk een veel te sterke afkoeling plaatsgevonden. Dan is een goede huidolie [1] van uitgesproken hygiënisch belang. Deze wekt het warmte-organisme weer op en geeft de nodige beschermende laag.

Men hoeft niet teveel te letten op dergelijk te sterke afkoelingen, maar men zou  er ook niet achteloos aan voorbij moeten gaan. We hebben hier te maken met een storing in het warmte-organisme en dit is het nu juist, dat het mogelijk maakt dat de persoonlijkheidskrachten in de mens kunnen werken. Wanneer die storing door eenvoudige maatregelen weer in evenwicht gebracht kan worden, dan helpt men het kind in zijn ontwikkeling.

Het invetten met olie voor het baden is in dit verband zeer aan te bevelen, omdat men op die manier een beschermende laag aanbrengt tegen dergelijke afkoelingen. Het andere uiterste is de zonnebrand. In de zomer komt die zo vaak voor, dat men het helaas als onvermijdelijk beschouwt. De hierdoor veroorzaakte aantasting van de bovenste huidlagen, die op een verbranding lijken, slaat zonder twijfel terug op het innerlijke organisme, nog afgezien van het feit, dat de huid — door een te sterke zonbestraling — bij een dieper onderzoek duidelijke tekenen van verouderen vertoont. Zonnebrandcrème, maar ook huidoliën, onder toevoeging van de juiste bestanddelen, werken profylactisch. Wanneer er eenmaal verbranding door de zon is opgetreden, dan is een goede verzorging van de beschadigde huid [1] dringend aan te bevelen.

Over ’t algemeen is een massageolie voor het kind steeds een goede hulp om de huid bij het zich verder ontwikkelen te helpen. De overmatige levenskrachten, die een uitdrukking vinden in de gespannen, gladde toestand van de huid, treden later steeds meer op de achtergrond. De huid wordt nu duidelijk een uitdrukking van de persoonlijkheid. Dit subtiele proces kan alleen bevorderd worden door substanties, die aan de mens aangepast zijn. De gewone chemie voldoet hierbij niet aan de eisen. Hier begint een ,,anti-chemie” (Rudolf Steiner). Deze spreekt niet over geïsoleerde werkzame stoffen, die dus een „maximale zuiverheid” hebben, maar over vormkrachten. Deze werken niet analytisch, maar synthetisch in de meest omvattende betekenis. Iedere echte natuursubstantie is eigenlijk een „compositiegeheim”. Daarom kunnen de organische stoffen ook zo moeilijk analytisch onderzocht worden, omdat ze — wanneer ze met middelen uit de gewone chemie geanalyseerd worden — meestal „buitengewoon gecompliceerd samengesteld” blijken te zijn. Plantaardige oliën zijn substanties die ontstaan, wanneer het vegetatieproces met de vorming van vrucht en zaad ten einde loopt. Nu krijgt het zaad zijn warmte-omhulling en wordt omgeven met olie, die door de kosmos uit licht en warmte is gevormd. Het eigenlijke echte proces van de olievorming in de olijfboom, de sesamplant, de zonnebloem en het lijnzaad is meer een kosmisch dan een aards proces. Met deze krachten verbindt de mens zich, wanneer hij zich met dergelijke oliën inwrijft.

Een huidverzorging die aan de ontwikkeling van de mens aangepast is, omvat drie grondfactoren: de reeds genoemde olie, water en zeep. [2]

De olie is meer gericht naar de kosmische kwaliteiten van licht en warmte; het water is het element van het leven, dat ons met de aarde op de juiste wijze verbindt. De zeep is de bemiddelaar tussen beide, doordat deze vet of olie met het water in verbinding brengt.

Reeds herhaaldelijk werd in de Weleda Berichten erop gewezen, dat lichamelijke hygiëne en verzorging van het lichaam meer is dan alleen „iets fysieks”. Uiteindelijk moet het instrument, waarin de ziel zich in de aardse omstandigheden wil uiten, zo goed mogelijk afgestemd zijn op de impulsen van het Ik. In dit licht bezien hebben de substanties van de natuur en de daaruit ontwikkelde kosmetische preparaten nog een verder reikend aspect, dan alleen aangenaam te zijn. Substanties uit de natuur — op de juiste wijze verwerkt — zijn voor de mens steeds werkelijke helpers op de weg van de ontwikkeling.

[1] Huidverzorging      meer   meer
[2] Zeep

In de 7e voordracht van de ‘Algemene menskunde’ ging Steiner uitgebreid in op het verschil jeugd-ouderdom.

Tastzin en huid: zintuigen onder nr. 2

Opvoedingsvragen: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

2560

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Ontwikkelingsproblemen (5-2)

.
Annelon Geluk, Motief 196, okt. 2015*

 

adhd

Ook gevoel en wil vragen aandacht

CONCENTRATIEPROBLEMEN

Een groeiend aantal kinderen is snel afgeleid en heeft moeite om de aandacht vast te houden. Bij veel van hen wordt tegenwoordig de diagnose AD(H)D vastgesteld. Vanuit een antroposofische visie heeft het ‘ik’ dan onvoldoende grip, waardoor er te weinig sturing, zelfbewustzijn en zelfcontrole is. De informatiemaatschappij van vandaag en de eenzijdige nadruk op cognitie in het onderwijs, maakt volgens Annelon Geluk dat het denken, voelen en willen uit balans raakt.

Bij kindertherapeuten en -coaches komen veel hulpvragen binnen op het gebied van het denken. Dit ligt volgens mij mede aan onze snelle informatiemaatschappij, waarin we heel regelmatig voor een kort moment uit onze aandacht worden getrokken. Hierna duurt het een paar minuten voor je weer op je hoogste niveau van concentratie bent. Op deze manier duurt het veel langer voor je een taak af hebt.

En in het onderwijs heerst een grote waardering voor de cognitie. Het liefst ziet de minister kleuters al Cito-toetsen maken. Dit is een benadering die niet goed past bij de ontwikkeling van kinderen. Een kleuter speelt en bootst de wereld om zich heen na in het vrije spel. Pas na de kleuterklas is een kind toe aan het leren en al het denkwerk wat hierbij hoort. Ook is niet ieder kind in staat de strakke leerlijn te volgen in bijvoorbeeld rekenen of schrijven. Het huidige onderwijs vraagt veel van de denkkracht van een kind. Naast deze denkkracht heeft een kind ook het gevoel en de wil die aandacht vragen.

Rust en regelmaat

Het komt in het reguliere veld veel voor dat behandeling van AD(H)D enkel mogelijk is als er medicatie wordt gebruikt. Ritalin wordt het meest voorgeschreven, een medicijn met methylfenidaat, met als doel dat een kind meer rust krijgt. Bij de cognitieve gedragstherapie leert het kind om het gedrag te veranderen.

De aanpak die volgens mij goed helpt, is het bieden van rust en regelmaat. Jij moet de sturing geven die een kind niet aan zichzelf kan geven. Het helpt dus om ritme en regelmaat in te bouwen in het dagelijks leven. Daarnaast is de rust heel belangrijk, omdat dit kinderen laat ontspannen en tot zichzelf komen. Vanuit de ontspanning is het weer mogelijk om goed de aandacht te richten.

Therapie

Sommige kinderen komen terecht bij een kindertherapeut of kindercoach. Zij helpen kinderen met diverse hulpvragen. Antroposofische therapieën zijn erop gericht om kinderen weer in balans te brengen. Bij de lichaamsgerichte therapieën, zoals uitwendige therapie, bakeren en ritmische massages, kan een kind zijn grens beter beleven en beter bij zichzelf blijven. Onze huid is de fysieke uitdrukking van deze grens. Euritmie helpt ook bij het vinden van de balans tussen binnen en buiten.

Met behulp van de antroposofie worden muziektherapie, spelbegeleiding, verhalentherapie en kunstzinnige therapie toegepast. Bij kunstzinnige therapie kan een kind door middel van tekenoefeningen leren om controle te krijgen over het bewegen. Antroposofische en homeopathische geneesmiddelen ondersteunen kinderen in hun ontwikkeling. Het kan een kind helpen om zijn evenwicht te vinden.

In de beeldende kunstzinnige therapie kunnen kinderen innerlijk in beweging komen. In de kunstzinnige therapie schilder ik volgens de nat-in-nat techniek met kinderen om het gevoel aan te spreken. Boetseren en speksteen bewerken doe ik om de wil en de vormkracht aan te spreken. Het werkt heel ontspannend om met je handen bezig te zijn. Door het aanspreken van de tastzin kan een kind zich ontspannen. Dit kan op vele manieren, zoals spelen met zand, boetseren en deeg kneden. Een kind wordt zich bewust van de grens van zijn huid. Kinderen met concentratieproblemen kunnen hierdoor tot rust en tot zichzelf komen.

Hulpmiddelen en oefeningen

Bij kinderen met concentratieproblemen is de afwisseling tussen inspanning en ontspanning iets wat je als leerkracht steeds in gedachten kunt houden. Als kinderen ingespannen hebben gewerkt, dan moeten ze zich daarna even ontspannen door te bewegen. Dit hoeft maar een paar minuten te duren en kan van alles zijn, bijvoorbeeld een klapspelletje of stampoefening. Kinderen met concentratieproblemen hebben vaak moeite om stil te blijven zitten. Er zijn speciale wiebelkussens waarbij een slechte zithouding wordt gecorrigeerd, zodat rugklachten worden voorkomen. En ook tijd kan voor kinderen heel abstract zijn. Een digitale klok is abstracter dan een analoge klok, omdat kinderen de tijd plotseling zien veranderen in plaats van de secondewijzer gelijkmatig langs de cijferplaat zien lopen. Een zandloper is concreet wat betreft het aangeven van een hoeveelheid tijd. Als een taak binnen een bepaalde tijd gedaan moet worden, dan kun je een kind de zandloper om laten draaien. Met de zandloper heeft een kind goed zicht op hoeveel tijd er is voor een taak.

Een prikkelarme ruimte zorgt ervoor dat een kind minder snel wordt afgeleid. Speelgoed in afgesloten bakken bewaren, een lichte tint verf op de muur en weinig decoratie helpt om een rustige omgeving te creëren. Structuur kun je op vele manieren bieden, bijvoorbeeld door een duidelijke dagindeling met vaste gewoontes. Structuurkaarten helpen om de dag overzichtelijk te maken. Maak samen met de kinderen een aantal kaarten waarop activiteiten afgebeeld zijn die regelmatig plaatsvinden, als opstaan, eten, school, thuis. Met de kinderen kun je de inhoud van de dag bespreken en de kaarten in de juiste volgorde leggen. Gebruik er niet teveel, want dan wordt het onoverzichtelijk. Kinderen weten wat ze kunnen verwachten van de dag en voelen houvast door de structuur die de kaarten bieden. Ontspanningsoefeningen, zoals ademhalingsoefeningen, brengen kinderen meer tot zichzelf. Door de rust die een oefening teweeg brengt, kunnen kinderen vanuit deze innerlijke rust waarnemen. Oefeningen die de tastzin aanspreken zijn gericht op het ervaren van de grens en het verschil tussen binnen en buiten. Bij het spelen met klei, bijenwas of schelpenzand ervaart een kind de grens van zijn huid en dit kan heel rustgevend werken. Vormtekenen helpt bij het sturen van de beweging en versterkt het concentratievermogen.

Bewegend leren 

Een kind heeft van nature een bewegingsbehoefte die in het onderwijs vaak te weinig aandacht krijgt. Ik zie dat op de vrijescholen hier steeds meer aandacht voor komt. [1] Op diverse scholen vinden experimenten plaats met bewegend leren. Hierbij is er een combinatie tussen bewegen en leren, om kinderen de stof eigen te maken op een manier die bij de ontwikkeling aansluit. Het doel is om te leren, en bewegen is hierbij een hulpmiddel. Dat zou nog eens de nieuwe manier van lesgeven kunnen worden waarmee een hoop concentratieproblemen voorkomen worden! 

Annelon Geluk is kunstzinnig therapeute (beeldend) en heeft een eigen praktijk in Den Haag: Kunst & Geluk. Ze heeft haar opleiding genoten aan Hogeschool Leiden, Kunstzinnige Therapie Beeldend. 
*(Deze informatie is misschien niet actueel meer)

[1] Opmerking Pieter HA Witvliet:
Als de waarneming van mevrouw Geluk juist is, zou dit betekenen dat de vrijescholen NU pas het belang van ‘beweging’ zouden gaan inzien. En dat zou betekenen dat er dus al geruime tijd te weinig beweging in dit onderwijs zou zijn, terwijl het belang van (kunstzinnige) beweging  altijd een pijler van de vrijeschooldidactiek is geweest. Een nieuwe tendens is wel ‘de beweeglijke klas‘.

.

Opvoedingsvragen: alle artikelen 

Zintuigen: waaronder de tastzin: alle artikelen

 

2402

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Opvoedingsvragen (12-4)

.

Inenten is een onderwerp dat telkens weer tot (hevige) discussies leidt, vooral als je er genuanceerd over denkt, dus, wanneer wél of wanneer niet. 
Hoe je denkt over opvoeding, over de ontwikkeling van een kind, speelt daarbij een rol. 
Kennelijk zijn  (veel?) vrijeschoolouders terughoudender met ‘prikken’, waardoor we regelmatig kunnen lezen dat er op vrijescholen meer kinderen niet ingeënt zijn tegen bijv. de mazelen, dan op niet-vrijescholen.
Dat wordt snel verward met ‘dat de vrijeschool tegen vaccineren’  is.* 
‘School’ is een leeg begrip. Er werken mensen die een opvatting hebben over opvoeding en meestal – vooral als ze zelf kinderen hebben – over inenten. Maar als institutie – de mensen samen – bestaat er geen opvatting over inenten die van deze mensen – ‘school’ – een ‘must’ is voor de ouders.
De beslissing over het vaccineren ligt helemaal bij de ouders – daarover hebben anderen – ‘school’ – niets te zeggen.
Je kan elkaar wel vertellen over je gezichtspunten.
Dat gebeurt ook op deze blog.
Wat hier over inenten wordt geschreven is niet DE mening van de vrijeschool – zoals gezegd: die is er niet en mocht die er wél zijn, dan is dat m.i. niet terecht.

Aart van der Stel, huisarts, Weleda Puur Kind, lente 2005, nr.15
.

HET NIEUWE OPVOEDEN: INTUÏTIE ÉN BEWUSTWORDING

Weinig discussies overleven zo goed de veranderende tijden ais die rond het wel of niet inenten tegen kinderziektes. Terwijl de ( overheid tegen steeds meer ziektes laat inenten, is er een vaste kern van weigeraars tegen een of meer van de prikken. Hoe kun je als ouder je weg vinden in de stortvloed van argumenten voor en tegen?

De voors en tegens in de inentingsdiscussie zijn eigenlijk in al de jaren hetzelfde gebleven: de overheid wil geen zieke kinderen om sociaal-economische redenen en wil zoveel mogelijk ziektes de wereld uit helpen en de tegenstanders, de ‘kritische prikkers’, zien allerlei gevaren van het inbrengen van entstof, hebben religieuze bezwaren of vinden dat ziek zijn voor hun kinderen een bepaalde betekenis heeft.

Tot op zekere hoogte behoor ik zelf tot de laatste groep. Volgens mij kan het geen kwaad wanneer een gezond kind waterpokken of de bof krijgt en ik zie ook niet veel bezwaar in het doormaken van rode hond. Maar polio of hersenvliesontsteking wens ik niemand toe, evenmin als een infectie met de haemophylus influenzabacterie (HIB). Die ziektes berokkenen veel schade bij een relatief groot deel van de groep kinderen die daarmee besmet raakt. Het lijkt me dan ook goed dat we kinderen niet blootstellen aan relatief veel voorkomende en veel schade toebrengende ziektes.

Het probleem is echter wel dat je je kind door inenten steeds minder gelegenheid geeft om ziek te zijn. Is dat erg? Het antwoord op die vraag hangt mede af van je visie op de opvoeding van je kind. Wat is het doel van de opvoeding en wat gebeurt er met een kind als hij ziek is? Zijn er inzichten die een uitweg bieden uit een botsing tussen verschillende opvattingen?

Het prettige aan ziek zijn

Als je kind ziek is, al dan niet door een kinderziekte, heeft het koorts waardoor alle levensprocessen in het lichaam sneller gaan. Hij zweet, heeft diarree of een natte hoest. Hij wordt als het ware ‘opgelost’.

Eten lukt vaak niet, drinken meestal nog wel, en dat is maar goed ook, want zeker bij heel kleine kinderen ligt uitdroging altijd op de loer. Hij heeft nergens zin in, behalve in op de bank liggen. Je kunt dus zeggen dat alle normale activiteiten tijdelijk stoppen.

Bij veel kinderziektes speelt de huid een belangrijke rol: aan het soort vlekjes of bultjes kun je de ziekte herkennen. Zonder al te diep op de functie van de huid in te gaan kun je zeggen dat de huid voor een mens heel belangrijk is. Hij vormt de afscheiding van de buitenwereld en biedt ook de mogelijkheid om via de tast contact te maken met de buitenwereld. Je kunt de wereld buitensluiten, je kunt je eigen warmte binnenhouden of je kunt invloeden van buitenaf zoals tastervaringen, warmte en eventueel zelfs geneesmiddelen (pleisters!) toelaten.

Er is ‘iets’ in het menselijk lichaam dat daarin stuurt en tot keuzes komt. Dat ‘iets’ kun je op lichamelijk niveau weerstand, op psychisch niveau assertiviteit en op persoonlijk niveau individualiteit noemen.

Al die woorden drukken uit dat je in staat bent om je in de wereld staande te houden en zo met je omgeving om te gaan, dat je er in elk geval niet minder maar het liefst beter van wordt, in die zin dat groei en ontwikkeling mogelijk zijn. En het prettige van ziek zijn is, dat je er weerstand aan over houdt.

Een kind komt met een nagenoeg leeg afweersysteem ter wereld en vult dat met kennis hoe ziektes af te weren door de binnendringende ziektekiemen te leren kennen, onschadelijk te maken en te onthouden hoe het dat gedaan heeft. Zo ontstaat het immuunsysteem. Het probleem is echter dat bij sommige ziektes de prijs die je voor die kennis moet betalen hoog kan zijn. Zo geeft polio relatief veel complicaties en zo’n ziekte kan dan uit de vaart worden genomen door het kind immuniteit te geven door inenten. Het krijgt dan als het ware kennis en instrumenten aangeboden zonder dat het daar zelf enige moeite voor hoeft te doen. Dat is in de opvoeding normaal: je leert een kind ook veilig de straat over te steken of van een hete koffiepot af te blijven zonder hem eerst een mogelijk gevaarlijke eigen ervaring op te laten doen.

Van voeden naar opvoeden

Eigenlijk zijn al je pedagogische acties erop gericht je kind wegwijs en weerbaar te maken. Je voedt op tot zelfstandigheid waar weerstand de lichamelijke uiting van is. In de eerste jaren van zijn leven gaat het vooral om zijn lichamelijke ontwikkeling en later steeds meer om zijn psychische en sociale groei. Je kunt dus zeggen dat je van voeden gaandeweg overgaat op opvoeden om te eindigen in voorzichtig en vooral onzichtbaar begeleiden.

In de ‘voedingsfase’ is alles nog gericht op de lichamelijke zelfstandigheid, dus op het ontwikkelen van weerstand. Uitgerekend de kinderziektes hielpen ouders daarbij, zonder dat ze zich daarvan bewust waren. Kinderziektes laten doormaken was een onbewuste manier van opvoeden. Ouders wisten intuïtief dat het ergens goed voor was.

Nu leven we in een tijd waarin iedereen ‘zijn eigen ding wil doen’ en zelf wel uitmaakt hoe hij zijn kinderen opvoedt. En dat is ook goed, want het komt de individualiteit van het kind ten goede als hij wordt benaderd als een uniek wezen. De tijden dat elke pedagogische ingreep werd getoetst aan Spock of een andere opvoedkundige icoon is voorbij. Opvoeden staat of valt bij het maken van eigen keuzes en dat geldt ook voor het inenten. Om het heel ongenuanceerd te zeggen: het maakt voor je kind misschien niet eens zo heel veel uit of hij wel of niet wordt ingeënt, maar wel of jij daarin een bewuste keuze hebt gemaakt. Kinderziektes waren normaal in een tijd waarin nog niet zo bewust werd omgegaan met opvoeding. Ik sluit niet uit dat er, met het toenemen van bewustzijn over de rol die je als ouder in het opgroeien van je kind wilt innemen, steeds minder behoefte is aan ‘onbewuste pedagogie’ i.c. aan kinderziektes. Kinderziekte als hulpje bij het opvoeden heeft misschien wel afgedaan. Maar wanneer het onbewuste opvoeden plaats maakt voor eigen keuzes in de opvoeding, ontstaat daarmee wel de uitdaging om dat wat kinderziektes eertijds deden, bewust na te bootsen of een nieuwe vorm te geven.

In bad

Het koortsende lijfje van een ziek kind kun je het beste vergelijken met een potje dat op het vuur staat te koken, waarbij de inhoud van de pot veranderingen ondergaat. Koortsende ziektes spreken de wil (tot verandering) van het kind aan. Al groeiend is hij enorm in beweging en verandering en hij verdraagt daarbij geen stagnatie.

Stagnaties worden zo snel mogelijk onschadelijk gemaakt. Het organisme wordt door de ziekte aan de kook gebracht om de vaart er weer in te krijgen. Maar bij het nieuwe opvoeden zonder kinderziektes moet je zelf signaleren dat er sprake is van een stagnatie, dat je kind duidelijk ‘ergens tegenaan hangt’. En je zal ook zelf moeten bedenken hoe je hem weer in beweging kunt krijgen.

Het gaat dan uiteraard niet om het letterlijk nabootsen van de kinderziekte – dat kan eenvoudigweg niet eens – maar om het zoeken naar een manier om de intenties van de ziekte te benaderen. Wat wilde of deed een ziekte en hoe bied je dat in een nieuwe vorm aan? Een voorbeeld van zo’n nieuwe manier is het zogenaamde voedingsbad, waarbij een kwakkelend kind een reeks baden krijgt waarbij melk, ei, honig en citroen worden gebruikt. Al deze substanties werken op een bepaald facet van het organisme en oefenen een vitaliserende werking uit. Interessant genoeg zie je halverwege de reeks baden een soort crisis optreden: het kind wordt nog miezeriger dan het al was. Het is goed om van tevoren te weten dat dit een gewenst effect is. Het is een verschijnsel dat sterk doet denken aan de crisis die je vroeger bij een sterk koortsende ziekte als longontsteking zag. Kwam je er door dan bleef je leven en hoorde je bij de sterken. Dat komt dankzij antibiotica uiteraard niet meer vaak voor, maar door het voedingsbad kan je kind zonder gevaar nog wel iets dergelijks doormaken. Door het bad kan het kind iets in zichzelf in beweging brengen en veranderen.

Het wiel uitvinden

Zoals het voedingsbad, afgekeken van de natuurlijke manier van ziek zijn, een bewust voltrokken pedagogische ingreep is, zo moet er nog meer te bedenken zijn. Maar hoe ‘bedenk’ je een bijna tot in het lichamelijke toe ingrijpende opvoedkundige maatregel? Van louter bedenken kan natuurlijk geen sprake zijn. Je moet er op komen. Het moet ontstaan, als een intuïtie. Die intuïties komen pas als je je bewust met de unieke individualiteit van je kind bezig houdt. Kinderziektes, daar wijst ook de besmettelijkheid op, waren groepsziektes die door de kinderen aan elkaar werden doorgegeven. In het nieuwe opvoeden, dat zich minder baseert op overgeleverde inzichten en meer op door ouders zelf gegenereerde intuïties, is minder plaats voor gezamenlijkheid. Voor elk kind moet het wiel opnieuw worden uitgevonden. Tot op zekere hoogte natuurlijk, want het is niet zo dat elke ouder zelf op het idee van bijvoorbeeld het voedingsbad hoeft te komen. Er is niets op tegen om je door anderen te laten inspireren, want er zijn in het kinderleven nog steeds veel problemen die elk kind zo ongeveer hetzelfde doormaakt.

Mediteer over je kind

Om je kind zo goed te leren kennen dat je voor zijn groeiproblemen zelf oplossingen kunt vinden, moet je je grondig in hem verdiepen. Net zo lang en net zo diep tot de oplossing ontstaat. Zo’n intensief inlevingsproces kun je rustig een meditatie noemen. Probeer over je kind te mediteren.

In zijn boek Over verdrietige, angstige en onrustige kinderen beschrijft Henning Koehler een heel hanteerbare vorm van meditatief bezig zijn met je kind. Hij raadt aan om je voor het naar bed gaan een moment innerlijk met hem bezig te houden, zijn probleem voor je neer te zetten en een vraag te formuleren die je meeneemt in je slaap. De kans bestaat dat er de volgende morgen of in de loop van een aantal morgens een antwoord bij je opkomt. Mogelijk biedt deze manier ook een houvast om tot de goede beslissing inzake het vaccineren van jouw kind te komen, dan je op sleeptouw te laten nemen door overtuigde voor- of tegenstanders. Trouwens, je kind omhullen met je meditatieve aandacht is misschien ook wel een soort inenten. Niet met fysieke entstof, maar met een heel andere substantie: eerbied voor het unieke van elk kind.

* [69]

Opvoedingsvragen: alle artikelen

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

2199

VRIJESCHOOL – Opvoedingsvragen (16-4-1)

.

Noor Prent, Weleda Puur Kind, lente 2006 nr. 17
.

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand…

Veel baby’s hebben last van huidproblemen, van een beetje naar heel erg. Noor Prent kijkt als consultatiebureauarts* met een antroposofische blik niet alleen naar de huid, maar naar de baby in zijn geheel. Om uiteindelijk een advies te kunnen geven waar het kind van groeit en bloeit.

E van vier maanden doet het prima.
Zij krijgt borstvoeding en groeit goed. Moeder is de laatste maand weer aan het werk, er is een prima oppas en iedereen is gelukkig met de situatie. Als er meer drukte in huis is, merken beide ouders wel op dat E hier een paar uur later op reageert met huiduitslag. Ze is heel open en vriendelijk. Ieders gemoedstoestand spiegelt ze direct, ook die van mij bij het onderzoek. Zij wil betrokken worden in het gezinsleven en moppert als ze wordt weggelegd. De volwassenen om haar heen hebben moeite om haar ritme te geven en haar even te laten mopperen. Zo krijgt ze teveel mee.

Verschillende signalen

Je zou de babyhuid kunnen zien als een spiegel die weergeeft wat er binnenin het lichaam gebeurt. Voor iedereen die met kleine kinderen werkt in de gezondheidszorg is de huid dan ook een machtig orgaan om te onderzoeken en veel informatie te verkrijgen. Zo is eczeem een gevolg van de constitutionele aanleg van het kind, zowel op fysiek als op psychisch vlak. En bijna altijd is er sprake van een minder sterk ontwikkeld vermogen de eigen grenzen te behouden.

Nu komt een baby in eerste instantie op de wereld om die te verkennen en niet om grenzen te trekken. Daar moet je hem dus bij helpen. Gaat het een beetje mis, zoals bij E, dan doen rust en regelmaat vaak wonderen en verdwijnt de uitslag snel. Bij andere kinderen is soms meer nodig, zoals bijvoorbeeld bij J.

J wordt geboren als tweede kind in het gezin. Bij het bezoek op het consultatiebureau valt op dat zijn huidje dun is en bijna doorschijnend, met weinig onderhuids vet en weinig vocht in de onderhuidse laag. Na het uitkleden is zijn huid ook snel koud. Hij heeft een gezichtje waarin neus, ogen en mond, relatief dicht bij elkaar staan. Zijn achterhoofdsschedel is vrij groot, de ledematen lijken te lang voor zijn leeftijd en ze ogen wat magertjes. De voetjes van J zijn altijd koud, wat je hem ook aantrekt. Hij heeft last van krampjes en schrikt snel van allerlei indrukken. Er is nog geen vast dagritme en hij is veel wakker.
Bij dit kindje is er nog geen sprake van huidproblemen, maar de opbouw van zijn huid vertelt al wel een verhaal en alles aan hem bevestigt dat: J heeft extra warmte nodig. Voor hem moeten we zorgen voor een goede begrenzing: laagjes kleding van wol en elke dag een verwarmende olie op de huid. Ook een mutsje, om de uitstraling van warmte via de hoofdhuid te beperken, is goed voor hem, want de warmte die hij heeft kan beter worden benut voor de inwendige processen. Maar er is nog meer mogelijk.

Een plant als voorbeeld

In de antroposofische geneeskunde maakt men dankbaar gebruik van de geneeskrachtige werking van inwrijvingen, massage, kompressen, baden en zalven, al naar gelang op basis van een plant of een metaal. De huid is een toegangspoort voor de harmoniserende en therapeuthische werking van natuurlijke middelen.
Voor de eczeemplekjes bij E, kies ik een plant die sterk gevormd is en ook een hoog kiezelgehalte heeft, bijvoorbeeld de Equisetum arvense (Heermoes). Voeg je deze als extract of sterke thee toe aan het badwater, dan reageert de huid door eerst voorzichtig de essentie af te tasten van de geneeskrachtige plantensubstanties, om vervolgens krachten te mobiliseren die deze in het lichaam zelf nabootsen.
Je zou het ook zo kunnen zeggen: het organisme wordt opgeroepen om het krachtige ‘kiezelgebaar’ van de plant over te nemen, zodat er meer structuur in de huid ontstaat.

In het geval van J zou ik kiezen voor het Sint-Janskruid, een verwarmende plant met een sterke ritmische opbouw. Het liefst in de vorm van olie, omdat die toepassing extra ons warmteorganisme aanspreekt. Een eetlepel olie in een klein flesje halfvol aanvullen met warm water: flink schudden en toevoegen aan het bad. Natuurlijk zijn er nog veel meer voorbeelden te geven, maar bij ieder jong kind spreekt de huid een belangrijke taal. Een taal die meer vertelt dan we wel denken: over de aanleg, het temperament, de gevoeligheid van het lichaam, maar ook over de ziel en over de mens die in die huid woont, hoe klein ook. Het is niet een taal die gemakkelijk is te ontcijferen, maar door je baby goed te observeren en met advies van een arts, kom je een heel eind. 

.

*voor consultatiebureauswww.kinderspreekuur.nl
.

Opvoedingsvragenalle artikelen

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.
2155

.

VRIJESCHOOL – Ontwikkelingsfasen (1-8)

.
Marjolein Wolf, Weleda Puur kind, lente 2006, nr. 17
.

Onbevangen op ontdekkingsreis
.

Negen maanden lang is de baby omsloten door natuurlijke grenzen. En dan, plotseling, komt hij terecht in de wijde wereld, in zijn blootje: een en al huid. Dit ( tuurlijke jasje is zijn steun en toeverlaat op de ontdekkingreis die voor hem ligt. Hoe bied je jouw baby én zijn huidje de bescherming die hij nodig heeft. En wat kan hij zelf? Deze vragen legden we voor aan pedagoge Hanne Looij.

Wie een pasgeboren baby in de wieg ziet liggen, kan zich verbazen hoe afhankelijk zo’n kleintje is van de mensen om hem heen. Hij lijkt niets te kunnen, maar schijn bedriegt. Want al vanaf het eerste moment is hij bezig met het verkennen van zijn grenzen. En in het begin heeft hij maar één instrument tot zijn beschikking om dit te doen en dat is zijn lijfje. Of beter gezegd: zijn huid.

De ene huid is de andere niet en dat geldt ook voor baby’s. Dat neemt niet weg dat iedere babyhuid in diverse opzichten verschilt van die van een volwassene. Zo is hij bijvoorbeeld vier tot vijf keer dunner, wat komt doordat bepaalde elementen nog nauwelijks zijn ontwikkeld. Bij volwassenen bestaat het bovenste laagje van de huid uit een hoornlaagje: een beschermend laagje dat voornamelijk uit dode cellen bestaat. Dat laagje is bij baby’s nog niet aanwezig. Ook heeft de babyhuid nog bijna geen haar. Vandaar dat deze zo zacht aanvoelt en er zo glanzend uitziet. Zelfs de handpalmen en de voetzolen – bij volwassenen vaak met eelt bedekt – voelen bij een baby nog aan als fluweel. Tel daarbij op dat de babyhuid nog een relatief laag vetgehalte heeft en je kunt je voorstellen dat het geheel dun en kwetsbaar is.

Een kring van lieve mensen

Maar er zijn meer redenen waarom de huid van de baby supergevoelig is. Hier bevinden zich namelijk ook receptoren, die prikkels van buitenaf aan de hersenen doorgeven. Zijn dat er bij de volwassen huid al een paar duizend per vierkante centimeter, bij de babyhuid is deze dichtheid nog hoger. De meeste receptoren liggen in de vingertoppen, in de lippen en de tong. Dat verklaart waarom een baby’tje alles wat hij te pakken krijgt in zijn mond wil stoppen: op deze manier neemt hij de wereld om hem heen waar. De huid is het zintuig van de tastzin en de steun en toeverlaat op de grote ontdekkingsreis die voor hem ligt. Want wie is hij en hoe zit de wereld in elkaar? Maar om daar achter te komen, heeft hij ook mensen nodig. En het liefst mensen die van hem houden. Onderzoeken tonen aan dat liefdevolle aanraking in de eerste weken een grote invloed heeft op de ontwikkeling van een mens. Kinderen die veel gestreeld en gemasseerd worden, ontwikkelen aantoonbaar meer lichaamsbewust-zijn en een hoger zelfbewustzijn dan zij die dergelijke aanrakingen moeten ontberen. 

Hé, een lijf!

Een baby’tje vraagt om omhulling, in alle opzichten: om kleertjes om hem heen, om de beslotenheid van een wiegje, maar ook om de koesterende armen van zijn ouders, ieder contact, of het nu met een hand is of met een luier, leert hem iets over zichzelf. Zo begint hij te beseffen dat hij een lichaam heeft dat ergens ophoudt, dat zijn grenzen heeft. Kun je hem als ouder daarbij ondersteunen?

‘De meest directe manier om je baby de grens van zijn lijfje te laten beleven, is door hem regelmatig te masseren en hem van top tot teen zachtjes in te wrijven met een olie,’ antwoordt Hanne Looij op mijn vraag.
‘Maar ook door weerstand, bijvoorbeeld als je hem een trappelzak aandoet of zijn beentjes in een flanellen luier wikkelt. Al trappelend en maaiend, merkt hij dat hij armpjes en beentjes heeft. Waar het om gaat is dat hij niet in een lege ruimte trappelt, maar zichzelf beleeft als hij beweegt. Soms kun je een baby bijna zien beseffen: Hé, ik heb blijkbaar een lijf!
En als je hem met zijn hele lijfje in een omslagdoek wikkelt, vindt hij dat ook heerlijk. Tenminste, de meesten. Begrenzing geeft rust. Daarom is het ook een belangrijke hulp voor een baby om in slaap te kunnen vallen. Het spreekt voor zich dat je niet moet overdrijven. Hij moet niet het gevoel krijgen dat hij in een ijzeren harnas zit.’

Tot hier en niet verder

‘Voor een goede start, adviseer ik ouders altijd om de eerste weken na de geboorte de natuurlijke begrenzing van de baarmoeder een beetje na te bootsen’, zegt Hanne. ‘Dus kleed je kindje de eerste maanden in verschillende laagjes en gebruik daarvoor het liefst natuurlijke materialen zoals wol en katoen: die ademen. Zijn kleertjes worden zo een extra huidje, iets dat bij hem hoort. Dat geeft hem een veilig gevoel. En vergeet het hoofdje niet. De fontanel is nog open en vaak hebben baby’s nog maar heel weinig haar. Bovendien is het hoofd van een baby in verhouding een groot deel van zijn lichaam; via zijn hoofd kan hij dus erg veel warmte verliezen. Door het te bedekken met een mutsje, scherm je hem af. Je legt eigenlijk een grens aan, zo van: je komt tot hier.’

Je neus stoten hoort erbij

‘Natuurlijk heeft een grens meer functies. De muren van je huis beschermen je tegen invloeden van buitenaf, maar daarnaast beperken ze je ook. Als je naar buiten wilt, kun je niet door de muur heen lopen. Probeer je dit toch, dan stoot je je neus. Deze uitdrukking betekent dat je geconfronteerd wordt met jezelf. En dat is wat een grens ook doet. Die maakt je bewust van een stuk van jezelf dat je nog niet kende. Iedere uiterlijke beperking is een uitdaging om innerlijk sterker te worden.

Als je baby bijvoorbeeld in de box ligt en gewoon een beetje aan het mopperen is vanwege een kleine ongemakkelijkheid, pak hem dan niet direct op. Door hem even te laten liggen, wordt hij een moment op zichzelf teruggeworpen. Misschien is die ervaring niet aangenaam, maar hij vormt wel een basis voor groei en ontwikkeling. Je geeft je kind de kans te ontdekken dat hij kleine probleempjes ook heel goed zelf kan oplossen. Zo beleeft en ontwikkelt hij zijn eigen innerlijke kracht.

Als je nooit de beslotenheid van je eigen wezen ervaart, ontwikkel je ook geen gevoel van eigenheid. En zou je ook nooit de ander kunnen begrijpen. Een baby beleeft dit natuurlijk nog onbewust, maar dit soort ervaringen zijn een voorwaarde om later tot een bewuste beleving van dit gevoel te komen. In feite is de hele opvoeding erop gericht om dit proces zo evenwichtig mogelijk te laten verlopen.’ 

KLEINE ANTENNETJES

Haartjes beschermen niet alleen de tere babyhuid, ze tasten ook af wat er om hen heen gebeurt. De zenuwen rond de haarwortels reageren al wanneer een zuchtje wind de babyhaartjes 0,001 millimeter ombuigt.

UIT DE ZON

Om de huid te beschermen maken de pigmentcellen in de opperhuid de bruine kleurstof melanine aan. Onder invloed van de zon neemt die activiteit sterk toe, maar niet bij baby’s. Zij moeten het nog zonder deze natuurlijke bescherming stellen. Zet daarom het eerste jaar je baby niet in de volle zon.

.
Zie in dit artikel een hersenfoto van een kind dat aandacht kreeg en van een kind dat dit niet kreeg.

Hanne Looij: Caleidoscoop van een levende pedagogie.
.
Ontwikkelingsfasenalle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

.

1973

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – Zintuigen – tastzin (2-5)

.

Marjolein Wolf in gesprek met Arie Bos, Weleda Puur Kind, herfst 2005, nr. 16

.

De huid is geen grens, maar een toegangspoort

Veel ouders zijn ervan overtuigd dat bepaalde oliën en zalven voor zwangeren en baby’s prettig in het gebruik zijn en soms een beetje helpen. Maar dat bijvoorbeeld zwangerschapsolie echt helpt striae te voorkomen, dat geloven ze niet.

De huid laat toch niets door? Maar zo is het dus niet: bepaalde stoffen kunnen hun genezende werking juist hebben dankzij de huid. Een gesprek met huisarts Arie Bos.

Als we het over de zintuigen hebben, dan denken we in eerste instantie aan ogen, oren, mond en neus. We zouden dan wel bijna ons grootste zintuig vergeten: de huid, hét instrument van onze tastzin. Maar niet alleen qua oppervlakte is de huid de baas. Je zou zelfs met enige overdrijving kunnen zeggen dat het leven ooit is begonnen en nog begint met dit orgaan.

Arie Bos: ‘Je kunt naar de huid op verschillende manieren kijken, bijvoorbeeld vanuit de evolutie. De allereerste wezentjes van de evolutie zijn weekdiertjes als wormen en slakken. Zij hebben maar één orgaan om mee waar te nemen: de huid. Ze ruiken via de huid en proeven via de huid. Er schijnt zelfs een soort zeester te zijn die licht en donker via de huid kan ‘zien’. De huid is dus een van de eerste organen die gevormd is binnen het evolutieproces.’

Open en kwetsbaar

‘Als een baby net geboren is, speelt de huid een ongelooflijk belangrijke rol.
Het pasgeboren kindje probeert vanaf de eerste dag een helder beeld te krijgen van de wereld om zich heen en is daardoor voortdurend aan het kijken, horen, ruiken, proeven en tasten. Hierdoor ontstaat bewustwording van de eigen identiteit en afgrenzing: er ontstaat een ‘binnen’ en een ‘buiten’. Dat aftasten doet hij met heel zijn lichaam, dat is één groot tastorgaan.’

De huid is het enige zintuig dat meteen na de geboorte klaar is om zijn functie te vervullen. Dit in tegenstelling tot de oogjes en de oortjes, die ‘aan de buitenkant’ wel gevormd zijn, maar nog niet voldoende ontwikkeld om hun taak op zich te nemen. Om die reden hebben de signalen die het kindje in de eerste maanden van zijn leven via zijn huid ontvangt, meer impact op zijn ontwikkeling dan bijvoorbeeld geluiden. ‘Communicatie via de huid is zelfs van levensbelang’, vervolgt Arie Bos. ‘Dat blijkt uit experimenten met dieren die na hun geboorte niet werden aangeraakt. Ze stierven of vertoonden eenmaal volwassen ernstige gedragsproblemen. Dergelijk onderzoek toont aan dat contact via de huid dus letterlijk van levensbelang is. En juist omdat de babyhuid nog zo onervaren is, kun je je voorstellen dat het ook belangrijk is hoe je die aanraakt. Bij een zachte, liefdevolle aanraking geef je als het ware liefde door. Bovendien is het goed om het groeiproces van de baby op die manier te stimuleren. Met name via de huid zou ik zeggen, omdat de andere zintuigen nog niet zo zijn ontwikkeld. De huid is niet, zoals men vaak denkt een grens, maar een poort.’

Een extra beschermend laagje

Aanraken, masseren, knuffelen, het draagt allemaal bij aan een gezonde ontwikkeling, zoals ook kleertjes van natuurlijke stoffen zoals katoen of linnen. Maar ook op fysiek vlak is de huid meer open. Bij een baby bijvoorbeeld vindt de celdeling in de huid veel sneller plaats dan bij volwassenen en is de huid ook vijf keer zo dun. Die grotere interne activiteit maakt dit orgaan extra kwetsbaar, waarom ook wordt aangpraden het kleine kind met behulp van een olie of een zalf (op natuurlijke basis) een extra beschermend laagje te geven.

Door een olie of lotion op onze huid te smeren, gaan we (met behulp van de ingrediënten) als het ware een gesprek aan met onze huid. Dit heeft op verschillende niveaus effect. Om te beginnen zitten er in een olie of lotion werkzame stoffen, die door de huid worden omgezet en laag voor laag dieper het lichaam in worden getransporteerd.

Lange tijd werd gedacht dat dit slechts in beperkte mate gebeurde: de werkzame stof zou aan de oppervlakte van het lichaam blijven en alleen in de bovenste laag zijn werk doen. Maar daar is men van teruggekomen en binnen de geneeskunde wordt nu ook volop gebruik gemaakt van de mogelijkheden die de huid biedt als toegang naar andere delen van het lichaam.

Veel oliën of lotions doen hun werk specifiek in één van de drie huidlagen. Elke laag heeft namelijk zijn eigen functie. In de onderste, derde laag bijvoorbeeld waar het onderhuids bindweefsel zich bevindt, vinden de stofwisselingsprocessen plaats. Het is een soort vetmantel om je heen, die als stootkussentje fungeert en je beschermt tegen warmteverlies. Het is ook de laag waar je warmte in kunt genereren, bijvoorbeeld door een product te gebruiken waar rozemarijn in zit.

Volgens Arie Bos kunnen we ook nog op een ander niveau kijken naar het gebruik van oliën en lotions. ‘Als je serieus neemt dat de huid bij uitstek een waarnemend orgaan is, dan realiseer je je ook dat zij kan waarnemen wat voor stof bij hem naar binnen dringt en hoe zij daarop moet reageren. De huid is een communicatieorgaan dat die boodschap oppikt.’»
.
Tastzin: alle artikelen, onder nr.2

Ontwikkelingsfasen: alle artikelen

.

Dit is een ingekorte versie van het interview met Arie Bos in het Weleda Verloskundigen Forum najaar 2004 15

.

1946

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.