Tagarchief: etherische olie

VRIJESCHOOL – Zintuigen – tastzin (2-5/2)

.

Dr.Med. Olav Titze, Weledaberichten

.

HUID EN ORGANISME
.

De huid met haar uitlopers, de haren en de nagels, is in menig opzicht een spiegel van de functies van de inwendige organen. Men denke bijv. aan geelzucht bij leverinfecties, het bruin worden van de huid bij ziekten van de bijnieren, het nachtelijk transpireren bij ernstige hartkwalen, acnepuistjes in de puberteit en furunculose bij suikerpatiënten.

De huid weerspiegelt echter ook psychische toestanden: het verbleken als men schrikt, blozen als men zich schaamt. Hier blijkt de relatie met de bloedcirculatie.

Maar de huid is ook een orgaan met een speciale anatomische bouw en als zodanig behoort zij bij het zenuw-zintuigstelsel van de mens. Zij is immers van ontelbare zintuigcellen voorzien en kan ons daardoor via de tast- en warmtezin de buitenwereld laten gewaar worden.

Op die manier heeft de huid met alle drie systemen van functies bij de mens te maken; zij oefent tevens een eigen beschermende rol uit doordat zij de schadelijke invloeden van de buitenwereld afweert. Daarbij ondersteunt zij als zintuig deze taak, wanneer bijv. de tast- en warmtewaarnemingen door de overgang naar pijn gevaar signaleren.

Er zijn slechts weinig substanties die de gezonde huid kunnen doordringen. De huid van de zuigeling vormt in dit opzicht een uitzondering. Deze is nog bijna slijmvlies. Daarom is het vooral bij de verzorging van de zuigeling van belang, de middelen daarvoor uiterst zorgvuldig te kiezen. Dit geldt ook in het bijzonder bij acute huidontstekingen, als dientengevolge de huid haar beschermende functie verliest en zij doorlaatbaar wordt voor medicamenten.

De werkingen via de huid op het organisme zijn over het algemeen reactief. Als men bijv. een warme kruik op de buik legt om maag- of darmkrampen te verhelpen, dan werkt in zo’n geval de uitwendige warmte niet rechtstreeks, maar de uitwendige warmteprikkel heeft een reactie in het organisme tot gevolg, d.w.z. de onder de verwarmde plek liggende organen worden van meer bloed voorzien. Het tegengestelde gebeurt bij de toepassing van koude, bijv. als een blindedarmontsteking met een ijszak wordt behandeld.

De uitwendige toepassing van warmte kan versterkt worden door substanties die zelf een bijzondere relatie met de warmte hebben. Dat zijn de oliën en vetten. Zij kunnen ertoe bijdragen om de afkoeling van het organisme tegen te gaan. De Inuit bijv. wrijven zich bij zeer lage temperaturen in met olie. Vetrijk voedsel met zijn hoge waarde aan energie zorgt ervoor dat wij het ’s winters niet zo snel koud hebben. Aan het ontstaan van plantaardige oliën en vetten liggen intensieve warmteprocessen ten grondslag. Door de zonnewarmte kunnen immers in zaden en vruchten deze substanties als een uiting van rijpingsprocessen ontstaan.

De meestal sterk geurende etherische oliën doen hun invloed niet alleen via de huid maar ook via de ademhalingswegen gelden. De etherische lavendelolie [1] bijv. voelt men enerzijds als verwarmend, anderzijds – doordat men de kalmerende geur inademt – als rustgevend en ontspannend. De etherische rosmarijnolie daarentegen is stimulerend en opwekkend. De zeer vluchtige eucalyptusolie veroorzaakt nog in een tienvoudige verdunning een verkoelende prikkeling op de huid. Deze olie werkt via de ademhalingsorganen veel sterker dan via de huid.

De werking van koude kompressen, zoals die bijv. bij schedelkwetsuren en hersenschudding worden toegepast, kan worden versterkt door arnica [2]. Deze gedijt in het hooggebergte, in de kiezelrijke, schrale bodem van de formaties van het oergesteente. Er is nauwelijks een plant, die op zoveel manieren kan worden toegepast bij beschadigingen van de huid, o.a. als verdunde essence in een verkoelend kompres (1 eetlepel op ¼ l. water) of ook als zalf bij builen. In olie verwerkt vindt arnica bij vele reumatische klachten toepassing als toevoeging aan het bad.

Men kan echter niet alleen door middel van prikkels van warmte of koude, al of niet met behulp van bepaalde toevoegingen van medicamenten, invloed uitoefenen op het organisme, maar ook door gedoseerde en op de juiste plaats toegebrachte pijnlijke prikkels: op die manier kan men bijv. pijnlijke ontstekingen van de bijholten van de neus verzachten door de brandende pijn, die men met behulp van een mosterdkompres beneden aan de kuit opwekt, d.w.z. aan de tegenpool van het ziekteproces.

Via de huid beïnvloeden baden het gehele organisme; een warm bad kan de uitscheiding stimuleren en krampen oplossen. Etherische oliën, toegevoegd aan het badwater, hebben bovendien een werking via de ademhalingsorganen en de reukzin. Warme baden moeten echter worden ontraden, bij bijv. hart- en vaatziekten en aderontstekingen. Koude baden zijn verkwikkend en gaan de neiging tot verkoudheid tegen, bijv. bij kinderen die een lymfatische constitutie hebben. Natuurlijk moeten zij na het bad weer flink warm worden. De werking van een koud bad wordt verhoogd door er zout aan toe te voegen.

Zalven of oliën worden ingewreven door massage. Lichte massage verschaft ontspanning en rust. Krachtige massage is opwekkend en bevordert de bloedcirculatie. Pijnlijke benen met stuwingen in de aderen moeten heel zachtjes worden gemasseerd; door eenzijdige beweging stijf geworden spieren daarentegen moeten met massageolie stevig worden behandeld om het doorstromen van het bloed te bevorderen.

Samenvattend kan worden gezegd, dat de werkingen via de huid – op enkele uitzonderingen na – op het totale organisme hierin bestaan, dat de zintuigfunctie van de huid op vele manieren kan worden gestimuleerd. Het organisme geeft dan een soort antwoord: op een prikkel door middel van warmte volgt een sterker stromen van het bloed; prikkels door middel van koude bewerken het tegendeel daarvan, terwijl pijn op de ene plaats door een andere prikkel naar elders kan worden verplaatst. Geneesmiddelen kunnen deze zintuigprikkels op allerlei manieren versterken.

[1] Voor allerlei oliën: zie Weleda
[2] Arnica bij Weleda

.

Zintuigen: alle artikelen  zie voor de huid onder tastzin

Opvoedingsvragenalle artikelen

Ontwikkelingsfasen: alle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

.

VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (43)

.

Gerbert Grohmann

‘leesboek voor de plantkunde’

blz.154, hoofdstuk 43                                                                         alle hoofdstukken

 

EEN FAMILIE VAN SPECERIJKRUIDEN EN GIFPLANTEN
Niet aan alle planten die familie van elkaar zijn, kun je dit aan de buitenkant zien; maar aan die we nu bespreken, de schermbloemigen, zie je het duidelijk. Peterselie, venkel, anijs, koriander, kervel, kummel, dille, lavas en selderij zijn kruiden waarvan iedereen de naam weleens gehoord heeft. Dille en venkel bv. maken de sla pittig en lekker van smaak; ook om augurken in te maken worden ze gebruikt. Nu eens zijn het de bladeren die men neemt, dan weer de droge vruchtjes, zoals bv. bij de kummel en koriander. Maar ook kunnen sommige wortels gegeten worden, bv. die van selderij en pastinaak. Zelfs van de peterselie kan men de wortels als groente gebruiken. De belangrijkste groente echter, uit de familie van de schermbloemigen is de wortel of peen. Wanneer je eenmaal weet tot welke plantenfamilie deze behoort, dan proef je ook, dat deze verwant moet zijn met de bovengenoemde kruiden, zelfs wanneer je nog niet hebt gezien hoe de gele peen bloeit en de andere genoemde planten dat doen.

Wanneer je de bladeren met elkaar vergelijkt, zie je dat de overeenkomst zo opvallend is, dat je je niet kunt vergissen. Sommige lijken zo op elkaar dat je eerst moet leren ze van elkaar te onderscheiden. Dat ze familie van elkaar zijn, zie je bij de eerste oogopslag; ook als je nog geen groot plantkundige bent. Tot de familie van de schermbloemigen behoren ook vele giftige planten.

Sommige zijn heel gevaarlijk, zoals de scheerling; andere zijn weliswaar minder giftig, maar toch altijd nog zo schadelijk, dat ze als voedsel voor de mens niet gebruikt kunnen worden. De scheerling, ook wel gevlekte scheerling genoemd, omdat ook de zeer giftige waterscheerling bestaat, kun je aan de holle bladstelen herkennen, de roodgevlekte stengels die er bijna zo uitzien, alsof die met bloed besprenkeld zijn en aan de geur die aan muizen doet denken. De eivormige vruchten hebben golvende ribben. Natuurlijk kunnen hier niet alle giftige schermbloemigen beschreven worden, alleen de honds- of wilde peterselie moet op z’n minst genoemd worden, omdat deze overal voorkomt.

De giftige hondspeterselie.

Zolang de schermbloemigen nog geen bloemen, maar alleen bladeren hebben, kun je ze makkelijk met varens verwisselen, want allebei de planten doen zich kennen als dragers van grote, in eindeloos vele punten verdeelde bladeren. Zo gauw er echter bloemen tevoorschijn komen, kan er geen twijfel meer bestaan over welke bladeren bij een varen en welke bij een schermbloem horen, want een varen bloeit, zoals we al weten, helemaal niet.

Bladeren van de adelaarsvaren

Blad van het knolribzaad, een schermbloemige

Een overbekende schermbloem is het zevenblad. Hij groeit in de tuin als een moeilijk uit te roeien onkruid, omdat hij niet zoals de meeste schermbloemen een penwortel, maar een kruipende wortelstok heeft. Zijn bladeren die een erg goede wilde groente vormen, als ze jong geplukt worden, zijn niet zo fijn geleed en gesplitst als bij de meeste andere schermbloemigen.

Zevenblad.

De schermbloemen heten naar hun bloemen, de schermen. Een scherm is het, wanneer veel bloemstelen vanuit één punt wegstralen, ja, de schermbloemigen hebben zelfs meestal samengestelde schermen, wat betekent dat iedere schermbloemstraal aan de top nogeens een kleine schermbloem vormt. Het is duidelijk dat een samengestelde scherm dan erg veel stralen moet hebben en daarom ook erg veel kleine bloemen en vruchten. Ze spreiden zich uit als een paraplu en daarom worden ze schermbloemen genoemd. Elk bloempje apart heeft vijf blaadjes, vijf meeldraden en twee stijlen in het midden. De groene kelk is meestal zo klein dat je hem eerst moet zoeken. Onder het bloembekleedsel bevindt zich het vruchtbeginsel. Dit  springt of valt bij het rijpworden in twee droge zaden uiteen. Nooit kan een schermbloem een vlezige vrucht voortbrengen, al is het nog zo’n kleine. Bij sommige schermbloemen zijn de bloemen zo klein, dat je in het begin helemaal niet merkt, dat ze al open zijn. Dat is zo bv. bij de dille en de lavas. Alleen omdat er in een scherm zoveel bij elkaar staan, maakt dat ze opvallen. Maar de insecten hebben het wel door. Dat komt omdat de bloemen geuren en ook zoete nectar afscheiden. Alle mogelijke kervertjes, maar ook vliegen kruipen rond op de schermen en lurken en nippen. Niemand wordt van deze gedekte tafel buitengesloten, omdat het ook helemaal geen kunst is, er te komen en het honingpotje te vinden. De schermbloemen doen het dus anders dan de narcissen, rozen en lelies. Zij maken uit zeer veel heel kleine aparte bloempjes, één grote bloemschaal, die er dan uitziet als één grote bloem.

Dikwijls zijn de aparte bloempjes net schijfjes, soms is het schijfje gebogen, naar boven of naar beneden. Bij de lavas, waarbij het bloempje bovendien opvallend klein is, wanneer je het afmeet aan de manshoge plant, is het scherm net een hoepel. Iedere schermbloem doet het net weer even anders en toch zijn alle schermbloemen  naar één patroon opgebouwd.

Bij de wilde peen die ’s zomers bijna overal op de weilanden groeit, kun je nog iets bijzonders waarnemen. Om te beginnen zit er precies in het midden een aparte zwarte bloem, die echter nooit opengaat en ten tweede sluit het scherm zich, zodra de bloeitijd voorbij is en de zaden rijpen, doordat de stelen van de schermbloem boven het midden van het scherm zich samenbuigen.
Dus doet de wilde peen het net zo met zijn scherm als vele andere planten het met hun bloemen doen, wanneer die zich na de bloeitijd weer sluiten. Je kunt daaraan zien, dat hoewel een schermbloem uit vele keine bloemen bestaat, deze toch eigenlijk net één grote bloem is. De insecten die ernaar toe komen denken dat ook.

En toch-ook al komen er in een schermbloem zeer veel bloempjes voor, het is toch geen echte bloem. Ja, veel schermbloemen  zien er zelfs verkommerd uit.

Pastinaak.

Een botanicus moet zich wel afvragen of een bloeiplant die zulke mooie bladeren kan vormen, dan toch niet ergens wat verborgen heeft, wat aan de bloemen ontbreekt. De bloemkleuren van de schermbloemen zijn ook al niet zo mooi, zo opvallend en stralend of zelfs verblindend zoals bij veel andere planten. Meestal zijn ze eenvoudigweg witachtig; ze kunnen ook wel roodachtig, geelgroen of groenachtig zijn. Soms zijn de bloempjes die aan de rand staan wat groter. Dat is bv. al heel goed te zien bij de berenklauw, die tot in de herfst op de weiden te vinden is. Je denkt dan dat zo’n schermbloem het liefst uit de vele bloempjes een bloem zou willen vormen, maar dat lukt de schermbloemen toch niet en steeds dringt de vraag zich op, waar hebben de schermbloemigen hun bloeikracht verstopt. Je kunt er niets van zien; maar wanneer je bedenkt dat de kruidige geur minder in de bloemen, dan wel in de bladeren, in de stengel, ja, zelfs  zoals bv. bij de selderij, bij de peen en de peterselie, tot in de penwortel terechtkomt, dan kom je erop dat deze kruidige geur of smaak misschien toch niet anders is dan de omgevormde bloeikracht. Hoe verder het kruidige naar beneden tot in de wortel doordringt, des te zoutachtiger wordt het, omdat in de aarde het zout thuis is.

Chaerophyllum hirsutum (geen Nederlandse naam)

Nu voelen we ook aan, waarom de schermbloemen weliswaar kruidig geuren, waarom ze echter geen bloemgeuren hebben. De kracht van het geuren is naar beneden getrokken, daarom is er van boven te weinig van en daarom zijn ook de kleuren zwakker. De stoffen die in de zaadvruchten, in de bladeren, stengels en wortelstokken van de schermbloemige verborgen zijn, worden etherische olie genoemd; ook hars en balsemstoffen zitten in de schermbloemige.

Men moet de planten eerst fijnwrijven, kauwen, koken of ze eenvoudig als kruid gebruiken, wanneer je de krachtige geur tevoorschijn wil laten komen. Het is bij sommige planten net als bij sommige mensen: hoe dikwijls denk je niet dat iemand weinig in zich heeft en dan merk je dat hij met de allerbeste eigenschappen bedeeld is; alleen zitten die wat dieper verborgen en daarom vallen ze niet zo op.

Terug naar de inhoud

Plantkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas: plantkunde

48-46

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.