Tagarchief: schermbloemen

VRIJESCHOOL – Waarnemen (21-1)

.

PLANTENWAARNEMING

(Pastinaak en peen)

Over de betekenis van de exacte waarneming

Voordat u de hiernavolgende plantenbeschrijving gaat lezen een paar woorden over zin en betekenis van de waarneming als zodanig.

Puntsgewijs kom ik tot het volgende (verre van volledige) overzicht:

1. Iedere waarneming geeft kennisverdieping
De omgeving laat meer zien naarmate het waarnemingsproces intensiever is. Hierbij kunnen zoveel mogelijk zintuigen ingeschakeld worden.

2. Een waarneming verbindt je met de omgeving
In de zin van de fenomenologie van Husserl: je bent zelf bij het waargenomene. Dit verbonden voelen kan geweldig bevredigend zijn.

3. Waarnemen kan leiden tot schoonheidsbeleven
Door nauwkeurig te beschrijven wat je ziet (hoort, ruikt, proeft) ontstaat een gevoel van verbazing en verrassing, vaak omdat alles zo mooi en wonderlijk is. Dit sluit aan bij de waarneming van het kind, dat vaak staan blijft bij het roepen van ‘ah’ en ‘oh’.

4. liet doen en beschrijven van waarnemingen prikkelt tot meer
Als zodanig is het doel in zichzelf.

5. Een waarneming in het ene gebied (bijvoorbeeld de plantenwereld) kan vruchtbaar zijn voor waarnemingen in andere gebieden (bijvoorbeeld in het sociale). Hierbij doel ik niet op het inhoudelijke, maar op het oefenaspect samengevat in het woord waarnemingsscholing.

Voor mij op tafel staat een vaas met daarin pastinaak (pastinaca sativa) en peen (daueus carota). In de flora van Heukels en van Ooststroom komen ze dicht bij elkaar voor in de familie der schermbloemigen (umbelliferae), een teken van uiterlijke overeenkomst of verwantschap. Daardoor niet in het minst gehinderd, waag ik mij aan een nauwkeuriger waarneming van beide planten.

Pastinaak valt op door de fraaie goudgele bloemkleur, die zich in vruchten en stengels voortzet als een groengele glans. De stengel is sterk gegroefd en naar boven toe intensief vertakt, zonder opvallende regelmaat. De groeven zijn het sterkst aan de onderzijde, naar boven toe worden ze zwakker. De stengelbladen, waarvan de okselknop is uitgegroeid tot een bloemsteel, zien er ineengevouwen uit en zijn opvallend langwerpig met aan het eind enkele kleine slippen. Beschouwen we een bloemsteel, dan valt op, dat deze eindigt in een scherm, zonder omwindselblaadjes (kelkachtige bladeren, die bij veel schermbloemen voorkomen en bij andere families vaak de kelk vormen). Voordat het scherm bereikt is, komen we kleine zijschermpjes tegen, die alleen staan of gepaard optreden. Het scherm is niet vlak, maar als een kom gevormd. Kortgesteelde schermpjes in het midden en langgesteelde schermpjes er omheen. Het totale aantal schermpjes (die op kleine steeltjes staan, de zogenaamde stralen) bedraagt ongeveer 12. Daarvan zijn er 8 langgesteeld en 4 kortgesteeld. Andere verhoudingen zoals 7-5 of 8-5 komen ook voor.

Bekijken we nu een enkel schermpje, dan bestaat dit uit kleine bloempjes, ook weer in ongelijke aantallen. De kortgesteelde schermpjes bevatten ongeveer 12 bloempjes, de langgesteelde meer dan 20. De bloempjes zijn geelomrand en bezitten een groen hart, in de vorm van een vijfhoek. Per schermpje zien we opnieuw het verschijnsel, dat de binnenste bloempjes korter gesteeld zijn dan de buitenste. De buitenste bloempjes zijn groter en bezitten in een enkel geval meestal aan de buitenrand van de bloem een alleenstaande meeldraad, die een extra accent geeft aan de rand van een schermpje. De groengele vruchtjes zijn ellipsvormig en eindigen bovenaan in een soort plat hoedje, waarop nog twee stempelrestanten zichtbaar zijn. Het blad is half stengelomvattend en heeft een lange samengevouwen voet, die naar de top toe overgaat in enkele zijblaadjes, zodat het geheel een geveerde indruk maakt. Drie tot vier geaarde blaadjes vormen het totale blad en een driedelig eindblaadje sluit het geheel af. De zijblaadjcs zijn ieder grof en onregelmatig gezaagd of ingesneden.

Peen

Geheel anders is het bij de peen. De stengel is wel gegroefd, maar veel zwakker. Naar boven toe worden de groeven intensiever, tot aan de schermen toe. Ook valt een lichte draaiing waar te nemen in de stengel (om de lengteas). De vertakkingswijze is eenvoudig: steeds een bloemsteel uit de oksel van een blad. Langs de steel kan dan nog een blad voorkomen, met een bloemsteel in de oksel. Alle stengels zin duidelijk behaard, met alleenstaande haren. De kleur van de plant is vrij donkergroen en dof. De schermen zijn in jonge (samengevouwen) toestand rose en in volwassen toestand wit. De blaadjes waarvan de okselknop tot bloemsteel is geworden, zijn niet samengevouwen, maar ijl en dun-slippig.

Het scherm heeft opvallende omwindselblaadjes, in aantal variërend van 7-8. leder blaadje is 2- of 3-delig, zodat een gevorkte structuur ontstaat. In rijpe toestand zijn deze blaadjes teruggebogen in de richting van de stengel. Ze staan in een regelmatige krans gerangschikt, maar hebben de neiging om naar één kant van het scherm sterker uit te groeien, zodat de indruk van asymmetrie ontstaat. In onrijpe toestand is het scherm komvormig en samengedrukt, maar in rijpe toestand vlak of bol. Het aantal schermstralen (en daarmee het aantal schermpjes) varieert tussen 20 en 30. De buitenste schermpjes zijn veel groter dan de binnenste en bevatten meer bloempjes. Ieder schermpje bezit weer 7-8 omwindselblaadjes, meestal enkelvoudig, maar soms in twee of drie delen vertakt. Ook deze omwindsels zijn asymmetrisch, doordat de naar buiten gekeerde blaadjes langer uitgegroeid zijn. Bekijken we een schermpje, dan blijven de buitenste bloempjes (met 5 witte kroonbiaadjes) veel groter te zijn dan de binnenste. Van ieder buitenste bloempje zijn de kroonbladen ook weer ongelijk, in die zin, dat de drie naar buiten gekeerde blaadjes opvallend groter zijn dan de twee naar binnen gekeerde blaadjes.

Het bloemhartje is heel klein en lichtgroen. Kijken we vlak over het totale scherm heen, dan is een waas van roodachtige meeldraden zichtbaar die niet opvallen bij bovenaanzicht. De kroonbladen van de buitenste bloempjes zijn zo groot, dat ze de indruk geven de eigenlijke bloembladeren van het scherm te vormen.

De beschrijving van de bladeren kan kort worden gehouden: iedereen kent wel het typische wortelloof. De bladeren zijn stengelomvattend, hebben een weinig verbrede en zwak samengevouwen steel, die naar boven toe uitloopt in enkele paren blaadjes en tenslotte een eindblaadje. Ieder blaadje op zich is sterk gedeeld in vele slippen, zodat de indruk van veelbladigheid ontstaat.

Wat de beide planten gemeen hebben is de hoogte (30-90 cm), de bloeitijd (juni-herfst), het algemene voorkomen, het milieu (open, grazige plaatsen langs wegen en dijken) en de makkelijke kweekmogelijkheid voor consumptie.

Morfologisch gezien zijn ze erg verschillend. Als we samenvattend de besproken kenmerken naast elkaar zetten, ontstaat het volgende beeld:

Tot slot een opmerking over een algemene tendens die bespeurbaar is bij schermbloemigen, vooral ook bij het overbekende fluitekruid en de bereklauw, maar evenzeer bij de hier besproken planten.

Als een exemplaar veel schermen bezit, die in kransen staan gerangschikt, dan zijn de buitenste groter en voller dan de binnenste. Per scherm wordt dit herhaald: de buitenste kransen van schermpjes zijn vaak groter, voller en langer gesteeld. Per schermpje wordt het eveneens herhaald: de buitenste bloemkransen zijn groter en opvallender dan de binnenste. Bezien we tenslotte de enkele bloempjes, dan zijn de naar buiten gelegen bloemen groter dan de binnenste, en ook asymmetrischer doordat de naar buiten gelegen kroonbladen forser ontwikkeld zijn.

In het boekje ‘Blütenspaziergange’ van Schad en Schweppenhauser, wordt gesproken over een ‘van binnen naar buiten trapsgewijs toenemende strekking van de randbloemen, waardoor het totale scherm de prachtige ritmische vorm krijgt van een overheersend vormprincipe, zonder dat de aparte schermpjes en bloemen hun eigen principes verliezen. Zelden kunnen we fraaier de vormprocessen van een ‘Überblüte’ waarnemen’.

Ook uit andere plantenfamilies zijn dergelijke tendensen bekend, zoals bij de groenblijvende scheefbloem (iberis sempervirens, een sierheester uit de familie der kruisbloemigen), gelderse roos (viburnum opulus, kamperfoeliefamilie), vele composieten en kroontjeskruid (euphorbia helioscopia, wolfsmelkfamilie). De schermbloemigen echter spannen wat dit betreft de kroon, waaruit ik zou willen concluderen, dat het verschijnsel ‘Überblüte’ in deze familie het hoogtepunt vormt.

.
Willem Beekman, Jonas 16, 07-04-1978

.

Plantkunde: alle artikelen

.

1542

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (43)

.

Gerbert Grohmann

‘leesboek voor de plantkunde’

blz.154, hoofdstuk 43                                                                         alle hoofdstukken

 

EEN FAMILIE VAN SPECERIJKRUIDEN EN GIFPLANTEN
Niet aan alle planten die familie van elkaar zijn, kun je dit aan de buitenkant zien; maar aan die we nu bespreken, de schermbloemigen, zie je het duidelijk. Peterselie, venkel, anijs, koriander, kervel, kummel, dille, lavas en selderij zijn kruiden waarvan iedereen de naam weleens gehoord heeft. Dille en venkel bv. maken de sla pittig en lekker van smaak; ook om augurken in te maken worden ze gebruikt. Nu eens zijn het de bladeren die men neemt, dan weer de droge vruchtjes, zoals bv. bij de kummel en koriander. Maar ook kunnen sommige wortels gegeten worden, bv. die van selderij en pastinaak. Zelfs van de peterselie kan men de wortels als groente gebruiken. De belangrijkste groente echter, uit de familie van de schermbloemigen is de wortel of peen. Wanneer je eenmaal weet tot welke plantenfamilie deze behoort, dan proef je ook, dat deze verwant moet zijn met de bovengenoemde kruiden, zelfs wanneer je nog niet hebt gezien hoe de gele peen bloeit en de andere genoemde planten dat doen.

Wanneer je de bladeren met elkaar vergelijkt, zie je dat de overeenkomst zo opvallend is, dat je je niet kunt vergissen. Sommige lijken zo op elkaar dat je eerst moet leren ze van elkaar te onderscheiden. Dat ze familie van elkaar zijn, zie je bij de eerste oogopslag; ook als je nog geen groot plantkundige bent. Tot de familie van de schermbloemigen behoren ook vele giftige planten.

Sommige zijn heel gevaarlijk, zoals de scheerling; andere zijn weliswaar minder giftig, maar toch altijd nog zo schadelijk, dat ze als voedsel voor de mens niet gebruikt kunnen worden. De scheerling, ook wel gevlekte scheerling genoemd, omdat ook de zeer giftige waterscheerling bestaat, kun je aan de holle bladstelen herkennen, de roodgevlekte stengels die er bijna zo uitzien, alsof die met bloed besprenkeld zijn en aan de geur die aan muizen doet denken. De eivormige vruchten hebben golvende ribben. Natuurlijk kunnen hier niet alle giftige schermbloemigen beschreven worden, alleen de honds- of wilde peterselie moet op z’n minst genoemd worden, omdat deze overal voorkomt.

De giftige hondspeterselie.

Zolang de schermbloemigen nog geen bloemen, maar alleen bladeren hebben, kun je ze makkelijk met varens verwisselen, want allebei de planten doen zich kennen als dragers van grote, in eindeloos vele punten verdeelde bladeren. Zo gauw er echter bloemen tevoorschijn komen, kan er geen twijfel meer bestaan over welke bladeren bij een varen en welke bij een schermbloem horen, want een varen bloeit, zoals we al weten, helemaal niet.

Bladeren van de adelaarsvaren

Blad van het knolribzaad, een schermbloemige

Een overbekende schermbloem is het zevenblad. Hij groeit in de tuin als een moeilijk uit te roeien onkruid, omdat hij niet zoals de meeste schermbloemen een penwortel, maar een kruipende wortelstok heeft. Zijn bladeren die een erg goede wilde groente vormen, als ze jong geplukt worden, zijn niet zo fijn geleed en gesplitst als bij de meeste andere schermbloemigen.

Zevenblad.

De schermbloemen heten naar hun bloemen, de schermen. Een scherm is het, wanneer veel bloemstelen vanuit één punt wegstralen, ja, de schermbloemigen hebben zelfs meestal samengestelde schermen, wat betekent dat iedere schermbloemstraal aan de top nogeens een kleine schermbloem vormt. Het is duidelijk dat een samengestelde scherm dan erg veel stralen moet hebben en daarom ook erg veel kleine bloemen en vruchten. Ze spreiden zich uit als een paraplu en daarom worden ze schermbloemen genoemd. Elk bloempje apart heeft vijf blaadjes, vijf meeldraden en twee stijlen in het midden. De groene kelk is meestal zo klein dat je hem eerst moet zoeken. Onder het bloembekleedsel bevindt zich het vruchtbeginsel. Dit  springt of valt bij het rijpworden in twee droge zaden uiteen. Nooit kan een schermbloem een vlezige vrucht voortbrengen, al is het nog zo’n kleine. Bij sommige schermbloemen zijn de bloemen zo klein, dat je in het begin helemaal niet merkt, dat ze al open zijn. Dat is zo bv. bij de dille en de lavas. Alleen omdat er in een scherm zoveel bij elkaar staan, maakt dat ze opvallen. Maar de insecten hebben het wel door. Dat komt omdat de bloemen geuren en ook zoete nectar afscheiden. Alle mogelijke kervertjes, maar ook vliegen kruipen rond op de schermen en lurken en nippen. Niemand wordt van deze gedekte tafel buitengesloten, omdat het ook helemaal geen kunst is, er te komen en het honingpotje te vinden. De schermbloemen doen het dus anders dan de narcissen, rozen en lelies. Zij maken uit zeer veel heel kleine aparte bloempjes, één grote bloemschaal, die er dan uitziet als één grote bloem.

Dikwijls zijn de aparte bloempjes net schijfjes, soms is het schijfje gebogen, naar boven of naar beneden. Bij de lavas, waarbij het bloempje bovendien opvallend klein is, wanneer je het afmeet aan de manshoge plant, is het scherm net een hoepel. Iedere schermbloem doet het net weer even anders en toch zijn alle schermbloemen  naar één patroon opgebouwd.

Bij de wilde peen die ’s zomers bijna overal op de weilanden groeit, kun je nog iets bijzonders waarnemen. Om te beginnen zit er precies in het midden een aparte zwarte bloem, die echter nooit opengaat en ten tweede sluit het scherm zich, zodra de bloeitijd voorbij is en de zaden rijpen, doordat de stelen van de schermbloem boven het midden van het scherm zich samenbuigen.
Dus doet de wilde peen het net zo met zijn scherm als vele andere planten het met hun bloemen doen, wanneer die zich na de bloeitijd weer sluiten. Je kunt daaraan zien, dat hoewel een schermbloem uit vele keine bloemen bestaat, deze toch eigenlijk net één grote bloem is. De insecten die ernaar toe komen denken dat ook.

En toch-ook al komen er in een schermbloem zeer veel bloempjes voor, het is toch geen echte bloem. Ja, veel schermbloemen  zien er zelfs verkommerd uit.

Pastinaak.

Een botanicus moet zich wel afvragen of een bloeiplant die zulke mooie bladeren kan vormen, dan toch niet ergens wat verborgen heeft, wat aan de bloemen ontbreekt. De bloemkleuren van de schermbloemen zijn ook al niet zo mooi, zo opvallend en stralend of zelfs verblindend zoals bij veel andere planten. Meestal zijn ze eenvoudigweg witachtig; ze kunnen ook wel roodachtig, geelgroen of groenachtig zijn. Soms zijn de bloempjes die aan de rand staan wat groter. Dat is bv. al heel goed te zien bij de berenklauw, die tot in de herfst op de weiden te vinden is. Je denkt dan dat zo’n schermbloem het liefst uit de vele bloempjes een bloem zou willen vormen, maar dat lukt de schermbloemen toch niet en steeds dringt de vraag zich op, waar hebben de schermbloemigen hun bloeikracht verstopt. Je kunt er niets van zien; maar wanneer je bedenkt dat de kruidige geur minder in de bloemen, dan wel in de bladeren, in de stengel, ja, zelfs  zoals bv. bij de selderij, bij de peen en de peterselie, tot in de penwortel terechtkomt, dan kom je erop dat deze kruidige geur of smaak misschien toch niet anders is dan de omgevormde bloeikracht. Hoe verder het kruidige naar beneden tot in de wortel doordringt, des te zoutachtiger wordt het, omdat in de aarde het zout thuis is.

Chaerophyllum hirsutum (geen Nederlandse naam)

Nu voelen we ook aan, waarom de schermbloemen weliswaar kruidig geuren, waarom ze echter geen bloemgeuren hebben. De kracht van het geuren is naar beneden getrokken, daarom is er van boven te weinig van en daarom zijn ook de kleuren zwakker. De stoffen die in de zaadvruchten, in de bladeren, stengels en wortelstokken van de schermbloemige verborgen zijn, worden etherische olie genoemd; ook hars en balsemstoffen zitten in de schermbloemige.

Men moet de planten eerst fijnwrijven, kauwen, koken of ze eenvoudig als kruid gebruiken, wanneer je de krachtige geur tevoorschijn wil laten komen. Het is bij sommige planten net als bij sommige mensen: hoe dikwijls denk je niet dat iemand weinig in zich heeft en dan merk je dat hij met de allerbeste eigenschappen bedeeld is; alleen zitten die wat dieper verborgen en daarom vallen ze niet zo op.

Terug naar de inhoud

Plantkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas: plantkunde

48-46

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.