Tagarchief: kruiden

VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (46)

.

Gerbert Grohmann

‘leesboek voor de plantkunde’

blz.171, hoofdstuk 46                                                                          alle hoofdstukken

 

OVER DE GENEESKRACHTIGE PLANTEN
Al lang voor de mens geleerd had, de planten in te delen in families of het zelfs al belangrijk vond hun overeenkomsten te ontdekken, bestond er al een wetenschap van de geneeskrachtige werking van planten. Veel van wat we nu over de genezende werking van planten weten, danken we aan de overgeleverde wijsheid uit oude tijden. Veel van deze wijsheid is echter in de loop van de tijd ook vergeten en die moet daarom eerst weer ontdekt worden.

Dat planten kunnen genezen, komt omdat ze op een zeer wonderlijke manier met de mens verwant zijn, iedere geneesplant met een bepaald deel of orgaan van de mens. De geneeskunst bestaat eruit, deze verwantschappen te ontdekken en goed toe te passen. Alleen dan kunnen de krachten van de planten zegenrijk op de mens werken en weer orde in het organisme brengen. Zelfs vergif kan een goed geneesmiddel zijn. De geneeskunst bestaat in het kennen van de samenhang van menselijke ziekten  en de geneesplanten.

Wonderbaarlijk is het dat zelfs de dieren een goed gebruik kunnen maken van de geneeskruiden, ja, ze hebben, wanneer hun iets ontbreekt, zelfs een nog beter gevoel, welke plant helpen kan, dan de mens. Niemand heeft hun dat geleerd, maar wanneer ze ziek worden, ontwaakt in hen het juiste verlangen en zij zoeken zelf hun medicijn. Men noemt deze wijsheid, waarvan de dieren zelf niet weten dat ze die bezitten, instinct.

Weidedieren laten ook die planten staan die vergiftig zijn en hun schade zouden kunnen berokkenen. Hooguit huisdieren die al lang door mensen verzorgd worden, kunnen deze wonderlijke vermogens verliezen; wilde dieren laten het voor hen schadelijke voedsel staan.

De mens heeft dat zekere gevoel voor wat hem kan helpen, als hij ziek is, niet meer. Daarom heeft hij in de loop van de tijd veel ervaringen opgedaan en daarmee zijn wetenschap van de geneeskrachtige planten gevormd. Die middelen die je ook zonder arts gebruiken kan, noem je huismiddelen. In ieder gezin zou je een kleine apotheek met deze goede helpers moeten hebben, want zij brengen de zegen van de natuur in de huizen van de mens.

Iedere moeder weet bv. dat thee van de venkelzaden de buikpijn verdrijft bij kleine kinderen en hoeveel andere zaden, kruiden, wortels en vruchten heeft de natuur niet voor de zieke klaargemaakt!

De goede lindebloesem kun je zelf verzamelen. Wat geeft het een diepe voldoening wanneer je er in de winter iemand mee kan helpen. Je geeft hem lindebloesemthee en hij begint meteen te zweten.

Wie op het platteland woont, weet dat er overal kruidenverzamelaars zijn. Dikwijls zijn het oude mensen die hun kruiden echter precies kennen; ze zorgvuldig drogen in de schaduw, zodat de zon met haar felle licht de genezende stoffen niet vermindert en ze daarna in de apotheek brengen. Een kruidenverzamelaar moet ook precies weten wanneer de planten verzameld moeten worden. Wanneer het om de bladeren gaat, moet er al voor de bloeitijd geplukt worden, omdat anders de krachten door de bloem worden verbruikt.

Wortels worden gewoonlijk in de winter of het vroege voorjaar gedolven. Bloemen moeten soms geplukt worden, als ze nog gesloten zijn en de wonderbaarlijk fijne stoffen nog niet vervlogen zijn.

Sommige geneesplanten, zoals bv. de salie en de pepermunt worden ook in tuinen en zelfs op velden gekweekt.

Wat ruikt het toch lekker als je met je hand over die planten strijkt. En nog veel lekkerder ruikt het, wanneer je in de bergen, waar veel geneeskruiden groeien, gaat wandelen. Ieder kruid geurt anders, zodat je je er heel goed door gaat voelen en ieder kruid kan de mens helpen, als je het maar goed weet toe te passen. Zouden we niet dankbaar moeten zijn voor zoveel goede gaven?

Het is wel zo, dat er ook veel gifplanten onder zijn. Een arts verstaat de kunst juist daaruit de meest werkzame medicijnen te bereiden.

Je moet ook niet vergeten dat veel geneeskrachtige planten uit andere landen komen.

Hoe oud de wijsheid van de geneeskrachtige planten al is, kun je aflezen aan het feit dat veel planten naar menselijke organen zijn genoemd, bv. longkruid, levermos, ogentroost, pestwortel (groot hoefblad). Ook smeerwortel duidt op een geneesmiddel.

We leren de natuur van een heel andere kant waarderen en van haar houden, wanneer we dit allemaal weten en het goed overdenken!

Terug naar de inhoud

Plantkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas: plantkunde

 

51-49

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (43)

.

Gerbert Grohmann

‘leesboek voor de plantkunde’

blz.154, hoofdstuk 43                                                                         alle hoofdstukken

 

EEN FAMILIE VAN SPECERIJKRUIDEN EN GIFPLANTEN
Niet aan alle planten die familie van elkaar zijn, kun je dit aan de buitenkant zien; maar aan die we nu bespreken, de schermbloemigen, zie je het duidelijk. Peterselie, venkel, anijs, koriander, kervel, kummel, dille, lavas en selderij zijn kruiden waarvan iedereen de naam weleens gehoord heeft. Dille en venkel bv. maken de sla pittig en lekker van smaak; ook om augurken in te maken worden ze gebruikt. Nu eens zijn het de bladeren die men neemt, dan weer de droge vruchtjes, zoals bv. bij de kummel en koriander. Maar ook kunnen sommige wortels gegeten worden, bv. die van selderij en pastinaak. Zelfs van de peterselie kan men de wortels als groente gebruiken. De belangrijkste groente echter, uit de familie van de schermbloemigen is de wortel of peen. Wanneer je eenmaal weet tot welke plantenfamilie deze behoort, dan proef je ook, dat deze verwant moet zijn met de bovengenoemde kruiden, zelfs wanneer je nog niet hebt gezien hoe de gele peen bloeit en de andere genoemde planten dat doen.

Wanneer je de bladeren met elkaar vergelijkt, zie je dat de overeenkomst zo opvallend is, dat je je niet kunt vergissen. Sommige lijken zo op elkaar dat je eerst moet leren ze van elkaar te onderscheiden. Dat ze familie van elkaar zijn, zie je bij de eerste oogopslag; ook als je nog geen groot plantkundige bent. Tot de familie van de schermbloemigen behoren ook vele giftige planten.

Sommige zijn heel gevaarlijk, zoals de scheerling; andere zijn weliswaar minder giftig, maar toch altijd nog zo schadelijk, dat ze als voedsel voor de mens niet gebruikt kunnen worden. De scheerling, ook wel gevlekte scheerling genoemd, omdat ook de zeer giftige waterscheerling bestaat, kun je aan de holle bladstelen herkennen, de roodgevlekte stengels die er bijna zo uitzien, alsof die met bloed besprenkeld zijn en aan de geur die aan muizen doet denken. De eivormige vruchten hebben golvende ribben. Natuurlijk kunnen hier niet alle giftige schermbloemigen beschreven worden, alleen de honds- of wilde peterselie moet op z’n minst genoemd worden, omdat deze overal voorkomt.

De giftige hondspeterselie.

Zolang de schermbloemigen nog geen bloemen, maar alleen bladeren hebben, kun je ze makkelijk met varens verwisselen, want allebei de planten doen zich kennen als dragers van grote, in eindeloos vele punten verdeelde bladeren. Zo gauw er echter bloemen tevoorschijn komen, kan er geen twijfel meer bestaan over welke bladeren bij een varen en welke bij een schermbloem horen, want een varen bloeit, zoals we al weten, helemaal niet.

Bladeren van de adelaarsvaren

Blad van het knolribzaad, een schermbloemige

Een overbekende schermbloem is het zevenblad. Hij groeit in de tuin als een moeilijk uit te roeien onkruid, omdat hij niet zoals de meeste schermbloemen een penwortel, maar een kruipende wortelstok heeft. Zijn bladeren die een erg goede wilde groente vormen, als ze jong geplukt worden, zijn niet zo fijn geleed en gesplitst als bij de meeste andere schermbloemigen.

Zevenblad.

De schermbloemen heten naar hun bloemen, de schermen. Een scherm is het, wanneer veel bloemstelen vanuit één punt wegstralen, ja, de schermbloemigen hebben zelfs meestal samengestelde schermen, wat betekent dat iedere schermbloemstraal aan de top nogeens een kleine schermbloem vormt. Het is duidelijk dat een samengestelde scherm dan erg veel stralen moet hebben en daarom ook erg veel kleine bloemen en vruchten. Ze spreiden zich uit als een paraplu en daarom worden ze schermbloemen genoemd. Elk bloempje apart heeft vijf blaadjes, vijf meeldraden en twee stijlen in het midden. De groene kelk is meestal zo klein dat je hem eerst moet zoeken. Onder het bloembekleedsel bevindt zich het vruchtbeginsel. Dit  springt of valt bij het rijpworden in twee droge zaden uiteen. Nooit kan een schermbloem een vlezige vrucht voortbrengen, al is het nog zo’n kleine. Bij sommige schermbloemen zijn de bloemen zo klein, dat je in het begin helemaal niet merkt, dat ze al open zijn. Dat is zo bv. bij de dille en de lavas. Alleen omdat er in een scherm zoveel bij elkaar staan, maakt dat ze opvallen. Maar de insecten hebben het wel door. Dat komt omdat de bloemen geuren en ook zoete nectar afscheiden. Alle mogelijke kervertjes, maar ook vliegen kruipen rond op de schermen en lurken en nippen. Niemand wordt van deze gedekte tafel buitengesloten, omdat het ook helemaal geen kunst is, er te komen en het honingpotje te vinden. De schermbloemen doen het dus anders dan de narcissen, rozen en lelies. Zij maken uit zeer veel heel kleine aparte bloempjes, één grote bloemschaal, die er dan uitziet als één grote bloem.

Dikwijls zijn de aparte bloempjes net schijfjes, soms is het schijfje gebogen, naar boven of naar beneden. Bij de lavas, waarbij het bloempje bovendien opvallend klein is, wanneer je het afmeet aan de manshoge plant, is het scherm net een hoepel. Iedere schermbloem doet het net weer even anders en toch zijn alle schermbloemen  naar één patroon opgebouwd.

Bij de wilde peen die ’s zomers bijna overal op de weilanden groeit, kun je nog iets bijzonders waarnemen. Om te beginnen zit er precies in het midden een aparte zwarte bloem, die echter nooit opengaat en ten tweede sluit het scherm zich, zodra de bloeitijd voorbij is en de zaden rijpen, doordat de stelen van de schermbloem boven het midden van het scherm zich samenbuigen.
Dus doet de wilde peen het net zo met zijn scherm als vele andere planten het met hun bloemen doen, wanneer die zich na de bloeitijd weer sluiten. Je kunt daaraan zien, dat hoewel een schermbloem uit vele keine bloemen bestaat, deze toch eigenlijk net één grote bloem is. De insecten die ernaar toe komen denken dat ook.

En toch-ook al komen er in een schermbloem zeer veel bloempjes voor, het is toch geen echte bloem. Ja, veel schermbloemen  zien er zelfs verkommerd uit.

Pastinaak.

Een botanicus moet zich wel afvragen of een bloeiplant die zulke mooie bladeren kan vormen, dan toch niet ergens wat verborgen heeft, wat aan de bloemen ontbreekt. De bloemkleuren van de schermbloemen zijn ook al niet zo mooi, zo opvallend en stralend of zelfs verblindend zoals bij veel andere planten. Meestal zijn ze eenvoudigweg witachtig; ze kunnen ook wel roodachtig, geelgroen of groenachtig zijn. Soms zijn de bloempjes die aan de rand staan wat groter. Dat is bv. al heel goed te zien bij de berenklauw, die tot in de herfst op de weiden te vinden is. Je denkt dan dat zo’n schermbloem het liefst uit de vele bloempjes een bloem zou willen vormen, maar dat lukt de schermbloemen toch niet en steeds dringt de vraag zich op, waar hebben de schermbloemigen hun bloeikracht verstopt. Je kunt er niets van zien; maar wanneer je bedenkt dat de kruidige geur minder in de bloemen, dan wel in de bladeren, in de stengel, ja, zelfs  zoals bv. bij de selderij, bij de peen en de peterselie, tot in de penwortel terechtkomt, dan kom je erop dat deze kruidige geur of smaak misschien toch niet anders is dan de omgevormde bloeikracht. Hoe verder het kruidige naar beneden tot in de wortel doordringt, des te zoutachtiger wordt het, omdat in de aarde het zout thuis is.

Chaerophyllum hirsutum (geen Nederlandse naam)

Nu voelen we ook aan, waarom de schermbloemen weliswaar kruidig geuren, waarom ze echter geen bloemgeuren hebben. De kracht van het geuren is naar beneden getrokken, daarom is er van boven te weinig van en daarom zijn ook de kleuren zwakker. De stoffen die in de zaadvruchten, in de bladeren, stengels en wortelstokken van de schermbloemige verborgen zijn, worden etherische olie genoemd; ook hars en balsemstoffen zitten in de schermbloemige.

Men moet de planten eerst fijnwrijven, kauwen, koken of ze eenvoudig als kruid gebruiken, wanneer je de krachtige geur tevoorschijn wil laten komen. Het is bij sommige planten net als bij sommige mensen: hoe dikwijls denk je niet dat iemand weinig in zich heeft en dan merk je dat hij met de allerbeste eigenschappen bedeeld is; alleen zitten die wat dieper verborgen en daarom vallen ze niet zo op.

Terug naar de inhoud

Plantkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas: plantkunde

48-46

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.