Maandelijks archief: april 2013

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (11)

.

HEMELVAART EN PINKSTEREN

In het hartje van Alphen, hoog boven het fietspad van de Prins Bernhardlaan,  zat vanavond jubelend en jodelend een nachtegaal te zingen.Te zingen! De vreugde spatte eraf! In klanken was het even stralend als de aanblik van een bloeiende appelboom.  Even sprankelend als alle bloeiende en uitbottende bomen. In de zomer van het vorige jaar hebben zij in hun bladerkroon zonne-energie verzameld en in de vorm van opgeloste suikers of zetmeel naar beneden gestuurd. Vanuit de bladeren omlaag door twijgen en stam tot in de onder­aardse opslagplaatsen: de wortels.

Bij aardappels, uien, bloembollen, winterwortels enzovoort, ontstaan zelfs ondergrondse zwellingen. Maar ook iedere andere vaste plant of boom slaat geweldig veel zonne-energie op in zijn wortels.

De vroege krokusjes en sneeuwklokjes zien daardoor kans om dwars door de laatste sneeuwvelden een gaatje te smelten. (Het lijkt soms:  duwen. Maar het is werkelijk een smelten, met behulp van in het bolletje bewaarde zonnewarmte).

In de winter leven bomen en planten het sterkst onder de grond. Maar nu,  in de lente, komen ze haast als een fontein naar buiten. Wie even afstapt van zijn fiets of stopt bij een plantsoen of tuin kan het rondom bemerken. Dat is de tijd van de Pinksterbloemen en de bloeiende bomen. Dat is de Hemelvaart van de natuur.

Zit ik nu te overdrijven? Is Hemelvaart niet iets wat in hoger sferen thuishoort…?

Niet als we het bijbelverhaal  (Handelingen, eerste hoofdstuk) erbij halen: “Wat staan jullie daar naar de hemel te kijken” , krijgen de leerlingen te horen. Blijkbaar zoeken ze Christus veel te hoog. Hij was voor ze aan het oog onttrokken “in een wolk”, vooral in woestijnlanden bij uitstek het symbool van regen en leven in de natuur. Hij trekt zich terug vanuit de zichtbare wereld tot in de levenskrachten van de aarde.

Zoals de bloesems na hun “hemelvaart” in zon en frisse lucht en licht door ijverige insecten of rondwaaiend stuifmeel bestoven worden, zodat de vruchtzetting kan beginnen, zo kunnen ook wij daar buiten wandelend, of spelend met de kinderen, een stukje “bovenaardse” of hemelse inspiratie vinden, waardoor er in ons iets kan gaan rijpen. De hemel moet je dan niet ergens onbereikbaar hoog boven de wolken zoeken, maar rondom ons, in de levenssfeer van de aarde. Zo kan je iets van Pinksteren beleven. De levenssfeer van de aarde is iets heiligs. Dat weet iedereen die vergif in de oceaan dumpt, of pesticiden over zijn land spuit, want het knaagt aan zijn geweten.  Daarom ook heeft de biologisch-dynamische landbouw zon belangrijke opgave: zij wil in harmonie met het levende kleed van de aarde werken. De natuur niet uitplunderen.

De levende natuur herkennen als iets van jezelf of jezelf herkennen als deel uitmakend van het lentelicht, dat is een soort bevruchting,  dat is een stukje Pinksteren.
.

Michiel ter Horst, nadere gegevens ontbreken

.

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

158-151

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (10)

 

PINKSTEREN

Nog even, en dan is het weer Pinksteren. Het feest van de vrijheid!
Op de kleuterschool zijn de voorbereidingen al in volle gang. De kinderen genieten van de voorpret.
De kransen zijn gevlochten, de pinksterblom (bruid)  is aangewezen en vol ongeduld wordt nu uitgekeken naar de dag van het feest. Thuis en op school weerklinkt het fraaie lied van de pinksterblom:

Hier is onze fiere pinksterblom
En ik wou hem zo graag eens wezen
Met zijn groene kransen om het hoofd
En met zijn klinkende bellen.
Recht is recht.
Krom is krom.
Belief je wat te geven voor de fiere pinksterblom?
Want de fiere Pinksterblom moet voort.

De zegekrans om het hoofd is het beeld van ‘gloria’, wat in het Nieuwe Testament het Latijnse woord is voor “ver­heerlijking, openbaring”.

De klinkende (zilveren) bellen zuiveren de atmosfeer. De duivel is voor dat gerinkel even bang als voor klokgelui. Recht is recht: mineralen, stoffen zonder leven, zijn recht en hoekig. Krom is krom: levende wezens, planten, dieren en mensen vertonen gebogen, kromme lijnen. Zo is “recht” “dood” gaan betekenen en “krom” “leven”. De weg naar het geestloze is breed en lijnrecht, het pad naar de hemel van de geest krom en bochtig.

Wilt u uw gedachten en daden “geven” aan de mensheid? Want zij moet voort, het licht tegemoet.

Ook thuis kunnen we reeds beginnen met het maken van papieren bloemslingers. Slingers van echte bloemen maken we pas later, met het St.-Jansfeest. De papieren bloemen maken we bij voorkeur van zijdevloeipapier met zijn mooie, zachte kleuren. Hiervoor knippen we cirkels in verschil­lende maten. Twee blaadjes op elkaar leggen, in het midden bij elkaar nemen en ronddraaien. Daarna de bloemetjes aan een lange draad rijgen. Eventueel kunt u er kleine belletje tussen hangen, die bij het kleinste zuchtje wind zachtjes gaan klingelen.
.

W.M. nadere gegevens onbekend

.

Aanvulling:
Hallo Pieter,
Hier nog een aanvulling op wat je hebt verzameld over het pinksterfeest.
Het is het feest van de toekomst. De symboliek van de pinksterbruid en de pinksterbruidegom is in die zin heel mooi.
De bruidegom vertegenwoordigt de Christus die in het huwelijk treedt met de mensheid (de bruid).Dit als vooruitblik van het stichten van het nieuwe Jeruzalem als de Christus terugkeert naar de aarde en daadwerkelijk zich verbindt (in het huwelijk treedt) met de mensheid. Zo gezien is het pinksterfeest een van de twaalf pinkstermysterien die mooi beschreven en uitgelegd worden door Stefan Lubienski in zijn voordracht over het twaalfvoudig pinkstermysterie. Het boekje van deze voordracht is te bestellen bij :
van Spronsen
Watersnip 11
3755GK Eemnes tel: 035-5314555
Als dit adres tenminste nog relevant is.
Groeten van Peter Le Cocq.

 

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

157-150

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (9)

.

RECEPTEN

“Brood nodig.” 
Uit de Bijbel kennen we al de verhalen over “koeken” of broden. Waarschijnlijk waren de  Egyptenaren de eersten die gerezen deeg maakten en dat doorgaven aan de Oude Grieken. De Romeinen maakten verschillende broodsoorten (van diverse soorten graan) en gaven die kennis door aan de Noord-Europese volkeren,  die een dikke brij aten van gebroken graankorrels, en van de Romeinen het gebakken brood leerden kennen. Door alle culturen heen klinkt de dankbaarheid voor het brood op:  dankrituelen, oogst- en gebedsbijeen­komsten en brooduitdelingen.

Altijd is er blijdschap, eerbied en dankbaarheid ge­weest voor het geschenk van het ons voedende graan dat eetbaar en smakelijk te maken is. Ons lichaam dat is opgebouwd uit de (soms schijnbaar levenloze) wereld om ons heen heeft stoffen en kracht nodig uit deze wereld om zich telkens te vernieuwen. Om als mens op aarde te kunnen zijn en te werken, zijn we door ons fysieke stukje afhankelijk van, en dus dankbaar vóór ons dagelijks brood. Zijn we ons dat nog wel bewust?

Er zijn oeroude, heilige tekenen die met de broodvormen, smaken en versieringen verbonden waren.

Bijna oeroud is dit recept van pinksterbollen,  die heer­lijk zijn als je in de stoet van de pinksterblom loopt:

Luilak- of pinksterbollen.
Het zijn kleine rozijnenbolletjes die ca. 2 cm van elkaar op een groot bakblik gelegd worden. Door het rijzen slui­ten zij aan tot een geheel en na het bakken worden ze van de plak afgescheurd.

Benodigdheden:
250 g bloem (gezeefd).
20 g gist
5 g zout,
2 eetl. suiker
65 g boter (gesmolten)
200 g rozijnen
1 dl lauwe melk

Zeef het meel in een kom,
maak in het midden een kuiltje, waarin u de met wat melk opgeloste gist giet.
Hiervan even een papje roeren en laten rusten.
Om de buitenrand strooit u het zout.
Als het gistpapje belletjes vertoont, giet u van binnenuit de lauwe melk al roerend toe en daarna de gesmolten boter en de suiker.
Meng alles tot een stevige bal en laat het deeg onder een theedoek op een warme plaats ca. 1 uur rijzen.
Daarna legt u de bal op een flink met bloem bestoven aan­recht en gaat het kneden met de rozijnen tot het een mooi rubberachtig deeg is.
Vorm er een rol van en snijd deze in gelijke plakken die u tot bolletjes vormt en op een bebo­terd bakblik legt (2 cm van elkaar).
Nu onder een thee­doek laten narijzen (15 minuten) en bakken op 175º  in ongeveer drie kwartier.
Het brood is gaar als het hol klinkt als je er op tikt.

Met onze kleuters en peuters wordt op school regelmatig zelf brood gebakken. Vooral bij de jaarfeesten wordt er veel gebakken. Voor het Michaëlsfeest bakken we een z.g. “drakenbrood” met appels en rozijnen (oogstfeest).
In de kersttijd: koekjes en kerstbrood. Het driekoningenbrood met de twee witte en een bruine boon er in.
Met Palmpasen de haantjes die bovenop de palmpaastokken komen en met Pasen het paasbrood.
Maar tussen de feesten door bakken we regelmatig bruine bolletjes of een heel brood dat in plakken gesneden wordt.

Hier nog enkele voorbeelden van feestbrood:

pinksteren 20

Het is heel waardevol voor de ontwikkeling van jonge kinderen om oude ambachten (oerbewegingen van de mens) zelf te ervaren. Brood bakken is er een van. Het geeft voldoening en het is heel leuk om in de oven het brood te zien rijzen. Dan gaat het lekker ruiken en daarna mag je het warme brood nog eten ook!

Bij de bakker ligt natuurlijk ook veel lekker brood, maar zelf maken geeft een extra dimensie.
Wij bakken op school meestal met volkoren meel opdat er goed gekauwd kan worden. Gezond voor het gebit en de spijsvertering, maar ook voor de ontwikkeling van de spraak en het hele wezen van het kind. Er wordt steeds meer thuis gebakken en dat is toe te juichen.
Er zijn veel boeken over voeding en brood die kunnen helpen bij het zich eigen maken van het broodbakken.
In het boek “Gezond lekker eten” van Vreni de Jong en Irmela Keiling staan vele waarde­volle dingen.

Tot slot nog wat spreekwoorden en gezegden om aan te geven hoe belangrijk ons dagelijks brood is:

Broodnodig.
Het brood verdienen.
Geen droog brood op de plank hebben.
Broodmager.
Ergens geen brood in zien.
Zoete broodjes bakken.
Om den brode.
Op zijn brood krijgen.
Wiens brood men eet,  diens woord men spreekt.
Op water en brood leven.

Tafelspreuk:
De aarde doet het groeien,
De zonne doet het bloeien,
Rijp wordt het door deregen,
Drievoudig draagt het zegen.

Frédérique Wedekind en Julio Wiertz, nadere bron onbekend
.

Luilakbollen
220 gr. bloem
110 gr. roggemeel,
2 dl water
10 gr. gist
5 gr zout gistdeeg
100 gr. krenten
50 gr. rozijnen

Laten rijzen,
krenten en rozijnen erdoorheen werken
en nogmaals 15 min. laten rijzen.
Het deeg in stukjes van 30 gr. verdelen, deze rond opbollen en op een beboterd bakblik een weinig platdrukken en er met een schaar langs de omtrek op gelijke afstanden vier inkepingen in maken.
10 minuten laten narijzen,
met losgeklopt ei bestrijken en in een hete oven in ca. 15 min. gaar bakken.

Luilakbollen worden met stroop gegeten.

M.Gerretsen in ‘Vrijblijven, schoolkrant vrijeschool Den Haag, jaartal onbekend.
.

Pittabrood

=Zeef bloem en zout in een ruime kom; maak in het midden een kuiltje. Roer de gist glad met wat lauw water en voeg de rest van het water toe.
=Voeg het gistmengsel ineens aan de droge ingrediënten toe en kneed het tot een stevig, soepel deeg.
=Keer het om op een met bloem bestoven werkblad en kneed het 10 minuten door met bloem bestoven handen tot het glad en soepel is en makkelijk loslaat van de kom.
=Maak er een bal van, doe die in een ingevette schaal en dek deze af. Laat staan tot het deeg tweemaal zo groot is geworden en terugveert als erop wordt gedrukt.
=Keer het deeg om op een met bloem bestoven werkblad en
kneed het 2-3 min. licht door.
=Verdeel het deeg in 8 gelijke stukken en kneed ze licht door. Vorm van elk stuk een bal.
=Rol elke bal uit tot een ovaal van halve cm dik. Leg ze op een bakblik.
=Dek de pitta!s af en laat ze staan tot ze sponsachtig zijn. Verwarm in de oven 2 bakplaten.
=leg op elk bakblik 2 pittaTs, bestrijk ze met koud water en bak ze 10 min. bij 220 C  (stand 5)
=Laat op een rooster afkoelen, terwijl de rest wordt gebakken. Maak elke pitta na het bakken aan een kant open en vul ze met een Griekse salade.

 W.M., nadere gegevens onbekend
.

Griekse salade
1 struikje andijvie
1 kropje bindsla
1 komkommer
2 grote tomaten
175 gr. zwarte olijven (zonder pit)
100 gr. feta (schapenkaas),verbrokkeld
50 gr. ansjovisfilets, uitgelekt
2 voorjaarsuitjes, gehakt
2   eetlepels kappertjes

saus:
1 dl olijf- of zonnebloemolie
3  eetlepels rode wijnazijn
1 theelepel oregano
½ theelepel zout, snufje peper

  1. Was andijvie en sla grondig, laat ze uitlekken en droog ze af. Snijd de groenten in dunne reepjes, leg deze in een grote slakom.
  2. Snijd de komkommer in dunne plakjes en de tomaten in partje
  3. Doe komkommer, tomaten, olijven, kaas, ansjovis, ui en kappertjes in de slakom.
    Vermeng de ingrediënten voor de saus,  schenk deze op de salade en schep alles door elkaar,

Tesamen met volkoren- of walnootkoekjes en vruchtensap heeft u dan alle ingrediënten voor een fijne picknick.

 W.M., nadere gegevens onbekend
.
Gaspacho

1 komkommer
500 gr. tomaten
100 gr. groene paprika!s
50-100 gr. uien
1  gepeld knoflookteentje
3 eetlepels olie
3  eetlepels (wijn)azijn
4  dl tomatensap
2  eetlepels tomatenpuree zout
reepjes komkommer

=Maak komkommer, tomaten, paprika’s, uien en knoflook schoon, hak ze grof.
=Vermeng de groente in een ruime kom met de overige ingrediënten.
=Pureer het mengsel in een elektrische mengbeker.
= Giet het mengsel terug in de kom.

Serveer koud met reepjes komkommer.

 

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

156-149

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (8)

.

OVER PINKSTEREN

Voor kinderen onder de 12 jaar is de christelijke uitleg voor Pasen, Hemelvaart en Pinksteren minder toegankelijk. We kunnen deze feesten beter via de weg van de natuur met hen vieren.

Met Pasen ontspringt nieuw leven uit een schijnbaar dode natuur. Hemelvaart: de natuur richt zich op, knoppen ontsluiten zich en er komen bloemen. Pinksteren: de vruchtzetting vindt plaats en het leven kan dus voort­gang vinden. (Volgend jaar komt alles weer opnieuw.)
In oude gebruiken komen verschillende beelden steeds weer boven. Zowel de heidense natuurfeesten (zoals pinksterbruid en -bruidegom, pinksterkroon en -krans, meiboom en meitak) als de christelijke symbolen (zoals witte duif, witte vogel). Deze oude gebruiken zijn goed om in het jaar mee te nemen.

Bruid en bruidegom als beeld van de aarde die zich als bruid tooit opdat het leven zich voortzet. Symbool van nieuwe groei- en bloeikracht in de natuur. Het woord “Pinksteren” is afgeleid van Pentacoste (Gr. Pentecote) dat vijftigste dag betekent – vijftig dagen na Pasen.

In sommige streken in Nederland wordt intensief “luilak” gevierd, de zaterdag voor Pinksteren. Oorspronkelijk was dat de nieuwe mysterie-ingewijde, die door priesters in een doodsslaap was gebracht, na de 3e dag daaruit was gewekt en daardoor helderziend was geworden.
Vooral aan de Zaan (o.a. Haarlem, Beverwijk) worden d.m.v. herrie van pannendeksels de “langslapers” wakker gemaakt en wordt een nacht(planten)markt gehouden. In veel gezinnen wordt dan ontbeten met “luilakbollen” Interessant is, dat de versiering voor Pinksteren (behalve enkele bloemen als pinkster- en boterbloemen en fluitekruid) altijd van papier wordt gemaakt. Echte bloemen zien we met het Sint- Jansfeest.

Witte duif, witte vogels wijzen ons de weg wanneer we in ons leven niet meer verder kunnen. Veel sprookjes vertellen hierover: Hans en Grietje, Assepoester, Jorinde en Joringel. Maar ook het ganzen­bord vertoont de spiraal: de gang door een mensenleven met hindernissen en een witte vogel (gans) die de weg wijst.

Het pinksterfeest op de kleuterschool wordt gevierd op de wijze waarop het in vele streken in Nederland nog gevierd wordt. De “oudste” kleuters worden pinksterbruid (in het wit) en bruidegom (rood), respectievelijk bruidsmeisje of boogdrager. Achter hen gaan alle kleuters in crêpepapieren jassen en met versierde kransen en hoeden als bruid en bruidegom.

We lopen dan zingend door de buurt en bij aankomst komen we allen bij elkaar opdat bruid en bruidegom nog wat trakteren. Vooral het kleden van de bruid aan het begin van het feest is een plechtig moment, waarop menigeen een brok in de keel krijgt.

Het meest gezongen Pinksterlied* is dit:

‘Ziet hier komt de fiere Pinksterblom
en ik zou hem zo graag eens wezen.
Met die mooie kransen in het haar
en met die rinkelende bellen.
Recht is recht, krom is krom,
belief je wat te geven voor de fiere Pinksterblom,
want de fiere Pinksterblom moet voort.’

*zoals dat gaat met liedjes die maar steeds en steeds van jaar tot jaar worden gezongen: er sluipen allerlei kleine (woord) varianten in:

 kleuterleidsters, nadere bron onbekend

 

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

155-148

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (7)

.

HET SCHOOLJAAR LOOPT TEN EINDE

Na Pasen komt Pinksteren. Dan zijn we alweer in juni, de schone junimaand met de lange avonden en de geurige rozen. Dan duurt het nog een volle maand voordat de vakantie be­gint. Die tijd is hard nodig voor de getuigschriften. Het is een soort eindspurt. Vroeger bleef ik de laatste nacht op.
Al werkend zag ik het langzaam lichter worden en ik hoorde, hoe de vogels in groepen aan het trilleren, kwinkeleren, zingen en fluiten sloegen. Het dóórwerken werd al moeilijker. Hoe mooi fluiten die eerste zanglijsters! En hoe ondeugend nemen de spreeuwen het na een tijdje over. Dan volgt het eenvoudige maar trouwe mussenkoor: tsjiep, tsjiep, tsjiep-tsjiép, en steeds door: tsjiep, tsjiep, begeleid door een paar bescheiden zachte tuinfluiters, fitissen, tjiftjafjes en andere minder bekende beestjes. Het is dan al geheel licht geworden. Een onbescheiden kauw en een eentonig duifje voegen zich erbij. Of een verstrooide nachtegaal, die ver­geet, dat de nacht voorbij is.

Ook de rozen doen hun uiterste best in die tijd. ’s Nachts rook je dan die heerlijke rozengeur. Veel lekkerder dan bij de bloemist. Geuren zijn blijkbaar niet te kweken.

Het op één na laatste feest staat voor de deur: Pinksteren, een verbastering van pentakostos of “vijftigste dagn in het Grieks. Dat wil zeggen, dat de vijftigste dag na de Opstanding is aangebroken, tien dagen na de hemelvaart. Wanneer men het Paasfeest al moeilijk vindt om te vieren, nu dan is het Pinksterfeest nog veel moeilijker. Het feest zelf is oeroud als natuurfeest. Dan werden de eerstelingen’ aangeboden. Maar een echt natuurfeest is Pinksteren niet. Velen willen dat er in zien, maar ze vergeten, hoe weinig verschil er dan zou zijn met het eierfeest van Pasen. De bleek-lila pinksterbloemen en de vet-gele pinkster­lammetjes van boter zijn natuurlijk heel lief, maar vol­doende is het niet. En veel weet men van Pinksteren niet af. Sommigen trachten er iets over op te zoeken in de Evangeliën en zijn verbaasd, dat daarin niets over Pinksteren staat.

Neen, er staat iets in de “Handelingen der Apostelen”. En het is het eerste feest, waarbij de Christus uiterlijk ge­zien geen duidelijke lichamelijkheid toont. Er is wel sprake van vuurverschijnselen, vurige tongen, die nederdalen op de hoofden van de apostelen. Zij kunnen plotseling spreken in alle talen die in de menigte aanwezig waren: Er vaart een geestesstorm door de menigte. In de geest verstaat men elkaar. De apostelen worden aangeraakt, zij beleven de Christus van binnenuit. Daarmee krijgen zij ook hun opdracht. Pinksteren is een geest-feest, een bewustzijnsfeest.

Daar wordt een tipje van de sluier opgelicht van het raadsel, waarom Pinksteren een zeer oud, maar tegelijkertijd een heel jong feest is.

Een feest, dat de mensheid zal moeten leren vieren. Wij wensen u een goede Pinkster toe.

P.C Veltman, vrijeschool Leiden

 

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

154-147

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (6)

.

PINKSTEREN VANUIT DE KLEUTERSCHOOL 

Als het liefdevolle licht de aarde heeft gewekt, dan vieren we Pinksteren. Lang geleden was er in deze tijd een mei­koningin. Ze werd mooi versierd en was op die manier het beeld van de bloeiende aarde. De bruid wordt getooid met papieren bloemen en linten. Ook draagt zij bellen. Het gerinkel zuivert de lucht van boze machten. Onder de pinksterkroon (de hemel) gaat de pinksterbruid op weg met haar gevolg. Vele
bruids­meisjes en jonkers vergezellen haar op haar pad. De jonkers dragen een versierde stok in hun hand, de zogenaamde bruiloftstok. Zingend trekken ze door de  straten. Dankbaar voor de levenskracht richten de mensen een meiboom op en dansen er religieuze dansen omheen.

Pinksteren wordt gevierd als een feest van de liefde. Liefde en vrijheid horen bij elkaar. In tegenstelling tot mineralen, planten en dieren kan de mens zelf keuzes maken. Als mens heb je het vermogen door je geest vrij te worden. Zo is pinksteren een bewustzijnsfeest.

In de kleuterklas beleven we het pinksterfeest als bruilofts­feest, het huwelijk als hervonden eenheid, de bruid getooid om de aarde te ontvangen.

In de klas merk je ook dat dat feest heel bijzonder beleefd wordt. Zo’n ochtend…….

Lichtend speelt de zon haar stralen door de klas. Een kring vol dromerige ogen, een wakker ventje roept: “Daar komt de bruid”,  het bruidje, dat in zachtgeel gekleed aan de hand van een vertederde moeder de klas binnenkomt. Vederlicht neemt het bruidje plaats op de  troon. Weer roept het wakkere stemmetje: “De bruidegom.” Roffelende voeten tikken door de gang. Eerst een beetje stram stapt de blauwe bruidegom naast zijn vriendje de klas inmamma’s hand hoeft hij niet; met stevige stappen stevent hij recht op de  troon af, klimt erop en zit naast de bruid. Zijn hoofd een beetje verlegen en trots kijkt hij de klas rond.

De hele ruimte is een stille verwondering. Een feest beleefd met zoveel liefde, zon en eenheid.

Straks is het weer Pinksteren.

(bron: gegevens onbekend)

 

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

153-146

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (5)

.
P.C.Veltman, vrijeschool Leiden, nadere gegevens onbekend
.
 

PINKSTEREN

Merkwaardig is het Pinksterfeest! Het is aan de ene kant een oer-oud natuurfeest. Maar ontegenzeggelijk is het ook een christelijk feest. Vraagt men echter, hoe je dat vieren moet, dan blijven zeer velen het antwoord schuldig. Behalve de kleuters.
Zelfs het woord “Pinksteren” laat niet dadelijk raden waar het vandaan komt. Een “pink” is een kleine vinger of een jonge koe. Dat brengt ons niet veel verder. ‘Pfingsten in het Duits geeft het vermoeden weinig voedsel. In het Engelse taalgebied zou “Whitsun” alleen iets zinvols kunnen betekenen, wanneer het woord ‘wit'(= geest) oor­spronkelijk met een ‘h’  geschreven werd. Tegenwoordig betekent ‘whit’ niemendal. Geen zier dus. Anders was het ‘Geest-zon ‘, en daarbij laat zich wel iets denken. Het Franse ‘Pentecôte’ is een duidelijke samentrekking van  het Griekse ‘pentèkostos’ dat ‘vijftigste’ betekent en tevens de band met het paasfeest vastlegt. Pinksteren, de uitstorting van de Heilige Geest, is namelijk op de vijftigste dag na Pasen, het Opstandingsfeest. En, hoewel Pinksteren zo’n echt Hollandse, wat boerse klank heeft, moeten we toch voor de taalkundige afleiding bij het Griekse woord ‘pentèkostos’ zijn, waarmee het de klanken p-n-k-s~t gemeen heeft.

Heeft de indaling van de Geest – als vurige tongen – iets gemeenschappelijks met het oude natuurfeest? Zijn het oude natuuraspect en het christelijk-religieus aspect zo verwant, dat zij Pinksteren tot een dubbel ‘geest-feest’ maken?
Nu, het kost weinig moeite om van het oude natuurfeest alleen nog iets mee te beleven. Ook in onze dagen. Pinksteren is een bloemen- en een bloesemfeest. Heerlijk is het immers om na de strenge, strakke, stijve en bazige dwang van de winterkou het gevoel te krijgen, dat men vrijer en onbezorgder kan ademen.
En wanneer men dan ziet, hoe in de natuur al het verstarde los wordt, hoe de sappen gaan stromen, de knoppen gaan zwellen, de aarde gaat geuren en de bloei verrassend snel inzet, dan geeft dat een warm en feestelijk gevoel. Wat een feest, al die openbarstende knoppen, die kleurige bloesems aan het donkere hout toveren. Geel, roze en wit, overal bloesems, van kleine kersen­bloemetjes tot grote tulpvormige magnoliakelken. Lauwe lucht en stralende zonnewarmte helpen stevig mee. Het zijn toch duidelijk krachten uit een andere wereld, een sterrenwereld – de zon is immers ook een ster – welke de serieuze, ijverige groeivorming van de aarde aanraken. Natuurlijk, we vinden alles heel gewoon. Ja, ’t gebeurt toch ieder jaar? Maar is het eigenlijk niet iets bijzonders? De oude voorstelling, dat van de planten de Aarde de moeder is en de Hemel de vader, is eigenlijk een heel bruikbaar beeld voor een wonderlijke werkelijkheid.
Waar de Aarde een plant aanbiedt en naar boven richt, ontstaat de bloem als een kus van de sterrenwereld. De meeste bloemen zijn dit niet vergeten en bootsen in hun vormenspel trouw de sterrenwereld na.
Denkt u eens in: zo’n harde, stekelige cactus in een doodse, gloeiend-hete woestijn. Neem aan, dat u deze plant niet kent. Zou u dan ooit op het idee komen, dat dit vrij lelijke, starre stuk stekelige aarde zo’n grote, tere, prachtig gekleurde bloem zou vertonen?
Neen, dat idee zou u niet krijgen!
Nu, dan kost het ook minder moeite bij het overdenken van dit verschijnsel om iets te beleven van de aanraking door de andere wereld van hogere vorm-, licht- en warmte­krachten.
Pinksteren laat zien hoe de natuurgeest de aarde tot een bloemenfeest maakt.

Voor de mens echter geeft de natuur een beeld aan de ziel, wat het is om aangeraakt te worden vanuit een hogere wereld. De mens opent zijn hart voor de zon als een bloem. Wat voor de plant van de zon komt, is datgene wat de bloem de nodige warme vruchtkracht geeft. In het menselijke is dit echter een beeld voor de vurige tongen van de geest, die zich tien dagen na de hemel­vaart vertoonden op de hoofden der apostelen, die toen zich pas bewust werden, dat de Christus in hen leefde voortaan, zodat zij hun taak om de boodschap van de Christus aan alle mensen en volken te brengen konden gaan uitvoeren.
Pinksteren is een heel oud en een heel jong feest. Een jong feest is een feest, waarmee men nog niet veel raad weet en dat men in de verre toekomst pas goed zal kunnen vieren.
Zoals de bloem zich opent voor de zonnekracht, zo zou de mens kunnen vieren, dat hij zijn ziel voor de Geest leert openen.
Een tweeledig Geest-feest dus.

Wij wensen u allen een heel goede Pinksteren!

.

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

152-145

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (4)

.
Annet Schukking, ‘Jonas”20, 29 mei 1987


ONGRIJPBAAR PINKSTEREN

Het enige dat van Pinksteren is overgebleven zijn de vrije dagen. Is dat nu Pinksteren?

Zo lang ik me herinneren kan, was het met Pinksteren mooi weer. Het was de eerste keer dat je weer een paar dagen helemaal buiten doorbracht, overgegeven aan en opgeno­men in de duizendvoudige luister van de bloeiende huid van de aarde en het uitbundig gejuich van de vogels dat al in de vroege ochtendschemering veelstemmig losbrak. Een voorproefje beleefde je al met Hemelvaart. Vroeger ging je dan ‘dauwtrappen’. Om vier uur op, een grote wandeling maken, de zon zien opkomen. Ook op de zaterdag vóór Pinksteren was er zo’n matineuze stemming. Kinderen trokken zingend en rammelend met bussen en deksels langs de huizen, de bakker bakte luilakbollen en anderen gingen naar de luilakmarkt, de gro­te, bonte bloemenmarkt in Haarlem of el­ders. Wie in de stad woont, heeft nu op vrijdag zijn spullen bij elkaar gepakt, bood­schappen gedaan, de tassen volgestouwd en is weggereden naar ergens buiten. Wanneer je dan je plekje gevonden hebt, je tent opge­zet, de omgeving verkend en, enigszins tot rust gekomen, begint te genieten van al het moois dat zich daar zo overvloedig presen­teert, dan kan de vraag bij je opkomen waar­aan je deze vrije dagen nu eigenlijk te dan­ken hebt, de vraag wat Pinksteren nu eigen­lijk is. En daaraan aansluitend hoe je dat viert.
Van de drie christelijke jaarfeesten die nog met vrije dagen geëerd worden: Kerst­mis, Pasen, Hemelvaart, Pinksteren, ligt Pinksteren wel het minst duidelijk in het bewustzijn. Kerstmis heeft nog zoveel traditie, spreekt ook nog in zijn beelden zo gemakkelijk aan: de geboorte van een kind — het is iets dat dagelijks gebeurt. Herders en koningen — in ons land bestaan ze nog. Sterren willen in de donkere winter­nacht ook wel eens zichtbaar zijn en met wat goede wil wor­den de engelen voor deze keer geaccepteerd. Het kind in de mens wordt meegeboren. Vandaar misschien ook dat het zo’n typisch familiefeest is.

Pasen wordt al moeilijker. Het sterfproces dat noodzakelij­kerwijze aan de opstanding voorafgaat, wekt weinig sympathiegevoelens, de opstanding zelf is een mysterieus gebeuren dat pas door veel inspanning enigszins begrepen kan wor­den. Hoewel het centraal staat in de mens­heidsgeschiedenis, de hele mensheid aan­gaat, is het dan toch ook een aangelegenheid waar de mens sterk individueel mee te ma­ken heeft. Woorden als: ‘Zie de mens’ en ‘Ik ben’ wijzen daar ook op. De verhouding die je als mens hebt tot het mysterie van Golgotha en opstanding is een zuiver persoonlijke zoals ook het sterven van een mens een heel individueel beleven is dat, zelfs al gebeurt het massaal, toch een gang door de eenzaamheid is. In het spannings­veld tussen geboorte en dood, in de worste­ling om met het mysterie van de opstanding verder te komen, van Kerstmis naar Pasen, groeit de mens innerlijk naar volwassenheid. Wat is het kenmerkende van Pinksteren? Je vindt hier maar weinig aangrijpingspun­ten in de cultuur, weinig traditie, behalve wat folkloristische gebruiken hier of daar, die ondanks de soms daarin aanwezige ver­borgen wijsheid tot nu toe weinig kans zien om weer echt levend te worden. Ook in de evangeliën vind je niets vermeld over Pink­steren. Pas in de daarop aansluitende ‘Han­delingen van de apostelen’ wordt er beknopt iets over gezegd:
‘De apostelen waren bijeen op de dag van Pinksteren. Toen ontstond er uit de hemel een geluid als van een geweldi­ge windvlaag (…); hun verschenen tongen als van vuur die zich verdeelden en zich op ieder van hen neerlieten. En zij werden allen door de Heilige Geest vervuld en begonnen met andere tongen te spreken. (…) ‘

De apos­telen kunnen zich na deze gebeurtenis plot­seling aan anderstaligen verstaanbaar ma­ken. En met deze ‘andere tongen’ beginnen zij het leven, de dood en de opstanding van Christus te verkondigen en gemeenten te stichten.

Het is een prachtig en sterk beeld dat zeker aanspreekt. Kun je daar ook iets mee als je met je tentje buiten zit?

Uitstuiven

Pinksteren valt vijftig dagen na Pasen. De datum varieert tussen 10 mei en 12 juni. Het is in onze streken de tijd van uitbundige bloei. Veel daarvan is zichtbaar, maar er zijn ook bescheiden vormen. Zo kan het bijvoor­beeld gebeuren dat je onverwacht ontdekt dat dit kleurige feestkleed van de natuur niet alleen versiering is, maar ook heel functio­neel en dat het nog bijzondere geheimen in zich bergt. Een wandeling op een windstille ochtend door de duinen voert je langs een bosje lage dennen. Toevallig raak je even aan een tak en daar begint deze overvloedig te ‘roken’! Fijne goudgele wolkjes vallen krin­gelend omlaag, verstrooien zich en lossen op. Ook de dennen staan in bloei! Ze heb­ben hun stuifmeeldoosjes geopend en bij de minste beweging geven zij hun rijke en dar­tele inhoud prijs.

Langs de hellingen van de duinen bloeit het groengele walstro en zijn hommels en bijen vlijtig bezig met het verzamelen van honing. Van iedere bloem die ze bezoeken krijgen ze gratis iets mee: een pakje stuifmeel dat ze in het korfje aan hun achterpootjes laten stop­pen. Voedsel voor de larven thuis en grond­stof voor de bijenwas om raten van te maken. En dan… als bij toeval blijven er een paar stuifmeelkorrels kleven op de stamper van een naburige bloem die bezocht wordt en vindt er een bevruchting plaats. Het stuifmeel hoort even wezenlijk bij het voorjaar en bij Pinksteren als sneeuw bij de winter en bij Kerstmis. De lucht is er hele­maal van vervuld, zoals de gevoelige organen van mensen die met hooikoorts behept zijn, kunnen gewaarworden. Stuifmeel is er in een waanzinnige overvloed. Eén paarde­nbloem levert al zo’n 240.000 stuifmeelkorreltjes op. En even minuscuul als de sneeuw­kristallen zijn, zijn ook deze korreltjes — je kunt ze alleen maar onder een microscoop afzonderlijk waarnemen. En dan blijkt dat ze een heel andere vorm hebben dan de sneeuwkristallen. Ze zijn meestal rond, bol­letjes zijn het, terwijl de sneeuwkristallen stervormig zijn. Ze zijn in zekere zin de tegenpool van de sneeuwkristallen: hun vorm gesloten tegenover stralend, ze houden van warmte in plaats van kou, ze hebben een zekere consistentie tegenover de snelle ver­gankelijkheid van de sneeuwkristallen. Wat ze gemeen hebben is hun kosmisch karakter en hun minimale stoffelijkheid. Het is trouwens interessant om eens naar het geheel van een bloeiende plant te kijken. Onderaan, vast verankerd in de aarde, de stevige harde wortel, bijna begerig zoekend naar water en voedsel, het meest aardse deel van de plant. Dan de stengel en bladeren waarin vooral het waterelement overheerst zoals je bijvoorbeeld kunt zien in de delta-­achtige vormen van bladnerven of boom­kruinen. Dan de bloem die echt bij de lucht hoort, transparant en vluchtig. Ja, en ten’­slotte het stuifmeel! Daar maakt iets zich helemaal vrij van de plant, wordt nagenoeg onstoffelijk, zweeft onzichtbaar door de ruimte, verdeelt zich en daalt als wekkende vlammetjes neer op de stampers van de bloemen.

Ook de mensen krijgen met Pinksteren uitstuivende neigingen. Pinksteren kun je be­schouwen als de opmaat tot de zomerse volksverhuizingen. Duizenden mensen ko­men in beweging, beginnen te trekken, zwermen alle richtingen uit. Het kan niet uitblijven of er vinden ook duizenden ont­moetingen plaats. De meeste zullen kort­stondig zijn en wegwaaien in de wind. Som­mige zullen ‘klikken’ en uitgroeien tot vriendschappen. En dan zullen er enkele zijn die tot zodanige verbindingen leiden dat zij inspirerend gaan werken, spiritueel vruchtbaar worden. Het zijn nu geen fami­liebijeenkomsten die gehouden worden, maar nieuwe gemeenschappen die zich in vrijheid vormen. Ondanks taalverschillen worden mensen voor elkaar verstaanbaar. Tegenwoordig ben je geneigd onder de in­druk te komen van ‘veelheid’, van enorme aantallen. Er wordt aan getallen veel aan­dacht geschonken, hoe groter hoe imponerender. Daarmee verdwijnt dan vaak het zicht op de kwaliteit van het kleine, het schijnbaar nietige, het bijna onvindbare. Terwijl dat juist zo’n enorme kracht, zo’n geweldige potentie kan hebben. Een nietig stuifmeelkorreltje kan in verbinding met een stamper een proces van vrucht- en zaadvor­ming in werking zetten dat een duizendvou­dige rijkdom oplevert. Zo kun je ook naar de sterrenhemel kijken. Miljarden sterren en sterrenstelsels breiden zich uit om je heen. ‘De aarde is in het heelal niet meer dan een ‘stofje’, wordt er gezegd. Maar dat is dof materialisme. In die giganti­sche paardenbloemenwei van het heelal is de aarde een ‘stuifje’, een levende stuifmeelkorrel met in potentie een geweldige toekomst voor zich.

Zelf aan de gang

Pinksteren heeft geen uiterlijke symbolen waar je voor de viering op kunt steunen of mee kunt spelen. Geen kerstboom, kaarsjes, eieren of hazen. Het is nu zoals Joseph Beuys het zegt: de mens krijgt niets meer cadeau. Hij moet nu zelf aan de gang. De mens heeft alles gekregen: allereerst het ingenieuze kunstwerk van zijn eigen licha­melijkheid, dan de onvoorstelbare rijkdom van de natuur, daarbij alles wat door mense­lijke cultuur is voortgebracht en ten slotte wat hij aan geestelijke vermogens heeft. Hij kan zich voor ideeën openstellen en daaraan ontvlammen en hij heeft de vrijheid om keuzes te doen en zich te verbinden met wat hij belangrijk vindt. Met déze gaven moet hij nu zelf aan de gang, van binnen uit, zich omstulpend, zich bevrijdend van zijn ca­deau-krijgende houding, zichzelf opwek­kend tot creatieve inspanning. Dat is geen eenzame bezigheid, dat is een gemeen­schappelijke activiteit bij uitstek. Pinksteren is het feest van de ‘Heilige Geest’. Heilig is eigenlijk hetzelfde als helend, gene­zend. De mens is over het algemeen niet heilig — hij maakt dingen kapot, uit dom­heid of door onzorgvuldigheid, bij vergissing of uit woede, soms zelfs voor de grap of uit boosaardigheid. Daar waar hij erin slaagt zich met de geest te verbinden, met de helen­de geest die de aarde omhult, die tot uit­drukking komt in alles wat leeft, kan hij genezend beginnen te werken.
Pinksteren staat aan het eind van de reeks feesten die met Advent begint. Er zit een zekere culminatie in die reeks, het is een weerspiegeling van de mensheidsontwikkeling van verleden naar toekomst. Het is een reeks van feesten die niet nu wordt afgesloten maar die een open einde heeft — dat maakt het vieren van Pinksteren ook zo ongrijpbaar. Je zou kunnen zeggen: het is iedere dag Pinksteren, ook met Kerstmis. Elke dag de windvlaag kunnen horen, de vlammen zien en je tong in je mond omdraaien. Dat is het eigenlijk.

 

 

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

151-144

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (3)

.

zie voor meer pinksteren: Tineke’s doehoek

KLEINE PINKSTERKNUTSELS

Om de eerste bloempjes in het vroege voorjaar goed te kunnen zien, moet je heel diep bukken: de sneeuw­klokjes, de krokus­jes – ze bloeien vlak op de grond. De nar­cissen die volgen zijn al hoger, dan komen de tulpen en daarna de vele bloei­ende struiken. De tijd tussen Pasen en Pinksteren is vooral die van de bloeiende bomen – nu moet je je helemaal oprich­ten en omhoog kijken om bloemen te zien! Bij de kastanjes reiken de bloesems zelfs boven de kroon uit.
Het is ook de tijd van de vogels! De lucht is vol van hun activiteit: gevlieg en gezang. En vlinders! De vlinders zijn uit hun nauwe poppen gekropen en dansen stralend en gewichtloos door de lucht. De hele sfeer van de aarde ademt blijheid.

En de toekomst wordt voorbereid. De ‘paasei­tjes’ zijn uitgekomen, de bijen zoemen om de bo­men, de vruchtbeginsels zetten zich en de bloesem­blaadjes vallen als een tere regen omlaag.

Pinksteren kunnen we versieren met vogels, vlin­ders en bloesemboomkronen.

Vogeltje
=Knip uit dubbelgevouwen stevig papier een vo­geltje, een wit duifje bijvoorbeeld (lengte snavel­staartpunt 8 à 9 cm).
=Vouw een reep zijdevloepapier van 18 x 21 cm in harmonicavorm in de lengte. Knip hier een stuk van 6 cm af (voor de staart) maak een snee in de romp en haal daar de opgevouwen vleugels door. Uitvouwen en naar achte­ren toe wat korter knippen.
=Steek de staart tussen de twee romppapieren en lijm deze vast.
Met een draad ophangen, aan een stokje voor een kind om mee te spelen, of meerdere aan een hoe­peltje of als mobile aan takjes.

pinksteren 4
pinksteren 1

Vlinder
=
plak twee velletjes zijdevloe met prittstift op el­kaar
=vouw het dubbel en knip de twee vleugelvormen uit (circa 6½ cm breed) en vouw ze weer open
=vouw een pijpenrager van 15 cm dubbel, klem de vleugels er tussen en draai er vanboven een kop en voelsprieten van
= schuif de vleugels een beetje rimpelend naar de kop toe
= ophangen aan drie sa­menkomende draadjes (vanaf voelsprieten en middenlijfje) verder als vogeltje.

pinksteren 3
pinksteren 2

Jonge vogeltjes op tak
=
Frommel van zijdevloe een vogeltje, ’t is niet zo moeilijk als het lijkt.
=Met velpon uitsteeksels vast­plakken.
=Knip van dub­belgevouwen stevig geel of oranje papier een sna­veltje en plak dat aan de kop.
=Teken de oogjes.
=Boor onderin de romp met een schaarpunt een gat en steek daar 2 stukjes pijpenrager in.
=Buig deze pootjes stevig om een takje en knip ze op de goede lengte af.
=Zet een aantal op een tak naast elkaar en hang de tak op. Je kunt ze ook van pompoentjes maken.

pinksteren 6

Meiboomkroon
=
Een krans maken van twee el­kaar kruisende halve hoepels en een hele hoepel, versieren met papieren  bloemen en slingers, goud-en zilverpapier

pinksteren 5

Bloemen maken
Bij het pinksterfeest hoort helemaal zelf bloemen maken. Vroeger spaarde men gedurende het hele jaar allerlei kleurige papiertjes om daar bloemen van te maken.  Het pinksterfeest is niet zozeer het feest van de scheppende aardekrachten, maar van de scheppende menselijke geest. Daarom maken we zelf bloemen bij voorkeur zelf bedachte bloemen.

Hier volgen enkele manieren om bloemen te maken.

Rimpel rechte of geschulpte enz. stroken van ca 20 cm lang en 3 tot 6 cm breed en trek de draad aan. Een paar maal omwinden en afhechten.

pinksteren 7

1.knip van zijdepapier drie vierkanten van 15 x 15 cm

pinksteren 8

2.vouw elk vierkant schuin doormidden waardoor een driehoek ontstaat

pinksteren 9

3.vouw elke driehoek dubbel

pinksteren 10

4.vouw de driehoeken nog een keer dubbel

pinksteren 11

5.vouw de driehoeken nog een keer dubbel, maak de vouwen zo scherp mogelijk

pinksteren 12

6.houd de punt van het eerste hoorntje stevig vast en knip de bovenkant rond af

pinksteren 13

7.houd de punt van het tweede hoorntje vast en knip de bovenkant af; begin echter wat lager te knippen dan bij het eerste hoorntje

pinksteren 14

8.houd de punt van het derde hoorntje vast en knip de bovenkant nog lager af

pinksteren 15

9.vouw de driehoeken open en leg ze in volgorde van grootte op elkaar met de kleintste bovenop

pinksteren 16

10.houd de laagjes (dit worden de bloemblaadjes) in de linkerhand; plaats de rechterhand in het midden van het kleinste laagje bloemblaadjes en duw deze voorzichtig naar beneden, terwijl aan de onderkant de andere hand alle laagjes tot de steel van de bloem worden samengeknepen

pinksteren 17

11.draai het verkregen steeltje stevig en omwikkel het met plakband. Spreid de blaadjes uit zodat een bloem ontstaat.

pinksteren 18

Wanneer de bloemblaadjes op een andere manier worden geknipt, ontstaan andere vormen. Vouw eerst weer een aantal vierkanten zoals hierboven beschreven is.


Anjer

heel veel rondjes tegelijk knippen uit crêpepapier. Doorsnee circa 5 centimeter. Aan de rand rondom 2 centimeter diep inknippen, dicht bij elkaar. Er ontstaat een soort franje. In het midden 2 gaatjes maken door alle lagen tegelijk (a). Bloemenbinddraad (heel dun ijzerdraad) erdoor halen, onder de bloem in elkaar draaien en de bloem tot pompoen vormen.

pinksteren25

Bloesem

pinksteren26

Roosje
dubbelgevouwen reep crêpe- of vloe­papier inrimpelen, inwikkelen en met een stukje draad vastzetten (c).

pinksteren 27

Dahlia
een pakje crêpepapier dwars over in vieren knippen en uit één vierde deel een vorm uitknippen als op de tekening (f). Uitvouwen en de strook al rimpelend oprollen, eerst vrij strak, later meer toegevend. Is ook mooi in twee verschillende, bij elkaar pas­sende kleuren. Dan de uitgeknipte repen van iedere kleur op elkaar leggen vóór het oprol­len. Halve lengte nemen. Vastzetten met draad.

pinksteren 30

Kelkje (d) en blaadjes (e) knippen uit groen crêpepapier.

pinksteren 28
pinksteren 29
Steeltje: de uiteinden van het bloemendraad onder de bloem om om een dun twijgje of stukje koperdraad met isolatie draaien. Kelk­je onder de bloem om het steeltje frommelen en kelkje en steeltje omwikkelen met smalle reep groen crêpepapier. Bij de bloem begin­nen en daar dik omwikkelen, dan spiraalsge­wijs naar beneden, ‘onderweg’ hier en daar blaadjes insteken, onderaan vastlijmen.
Tineke Geus en Annnet Schukking,  ‘Jonas’ nr. 10, 13 mei 1983

Een fiere zijden pinksterblom

Met Pinksteren wordt een van de kinderen tot pinksterbruid gekozen. Zij is dan de ‘fiere pinksterbloem’, die van oudsher gesierd wordt met eigengemaakte bloemen, evenals de stoet die haar vrolijk zingend volgt. Het meest gebruikt zijn daarbij papieren bloemen. Nicole Karrèr laat zien hoe je ook prachtige bloemen van stof kunt maken om de pinksterbruid te tooien.

‘Hier is onze fiere pinksterblom
en ik zou hem zo graag eens we…zen.’

Zo heel erg fier is de pinksterbloem niet. Wél steekt ze dapper haar lange bloemstengel boven het prille gras uit, maar haar zachtpaarse bloemblaadjes zijn teer en vallen, eenmaal geplukt, snel uit. Dat geeft niets, het is juist deze teerheid die ons in de lente ontroert. De pinksterbloem tooit zich met papieren bloemslingers, pas met Sint-Jan dragen we kransen en hoeden met echte bloemen.
Oor­spronkelijk was de pinksterbloem, de echte, een van de weinige natuurlijke uitzonderin­gen in de papieren tooi van de pinksterbruid.

Als we zelf de bloemen voor het pinksterfeest willen maken is het leuk om eens terug te grijpen op de traditie van het bloemen ma­ken zoals dat vooral in Japan al circa 600 jaar wordt beoefend. We bevinden ons niet in slecht gezelschap, ook in Europa hebben eeuwenlang vrouwen (waaronder ook de latere vrouw van Goethe, Christiane Vulpius) het eerzame beroep van bloemenmaakster uitgeoefend. Duitsland, Italië en Frankrijk hebben min of meer een traditie op het gebied van kunstbloemen. Toch zijn deze over het algemeen minder verfijnd dan de Japanse.
Nu hebben de Japanners natuurlijk ook wel een aantal dingen op ons, westerlingen, voor. De verstilde aandacht voor de natuur tot in haar kleinste verschijningsvormen, het aan­geboren geduld en de (zelf)beheersing om dit om te zetten in fijne zorgvuldig uitgevoerde kunstwerken. Of het nu schilderijen zijn of borduurwerk of bloemen van zijde, altijd kun je beleven hoe zorgvuldig er naar de na­tuur is gekeken.

Op zich is de techniek van het zijdebloemen maken niet moelijk. U moet weten hoe de stof gesteven en hoe zij geknipt en gevormd moet worden. In principe kunt u dan bijna elke bloem na maken door goed te kijken hoe zij gevormd is. Ik heb zelfs van stof nagemaakte dennenappels gezien die bijna niet van echte te onderscheiden waren. Maar in de praktijk blijkt dat onze handen niet al­tijd willen of kunnen wat onze ogen zien. Wat het ‘doen’ betreft gaat dit stukje eigen­lijk over iets dat niet helemaal gelukt is. Overmoedig geworden na een paar geslaagde rozen en lathyrusbloemen besloot ik u in Jonas een pinksterbloem van zijde te laten maken. Gewoon goed kijken, dacht ik, dan moet het niet zo moeilijk zijn. Misschien dat het me nog wel eens lukken zal, voorlopig moet ik bekennen dat mijn vingers en mijn ge­duld niet zo fijntjes zijn als die van Onze Lieve Heer! Na een paar uur priegelen leek het me alsof er op de hele wereld niets pietepeuterigers kon bestaan dan een pinkster­bloemetje.

pinksteren 21

Mijn pinksterkroontje draagt dus pinkster­bloemetjes die niet meer zijn dan een echo van wat het had willen worden. Vierbladige zachtpaarse zijden bloemhoofdjes met meel­draden van gele katoen, maar geflankeerd door rose lathyrus op een groen wollen kransje genaaid en gedragen door de liefste pinksterbruid toch nog altijd een hommage aan de lente.

pinksteren 22

Voor de heel simpele bloemetjes van de teke­ning heeft u het volgende nodig: ijzerdraad -transparante lijm – schaar – een bot mes met een rond heft – stijfsel – Arabische gom en een oude spons als werkkussentje. Voor de lathyrus neemt u zachtrose zijde voor de twee buitenste bloembladen, voor het hartje neemt u een wat donkerder rose eventueel van katoen. Pinksterbloemetjes zijn meestal lichtpaars, hoewel er een witte va­riant bestaat. Voor de meeldraden van de pinksterbloem is een klein stukje gele breikatoen geschikt. Voor de kelkbladeren en even­tuele steeltjes neemt u groene zijde of dunne katoen.

pinksteren 23


Alle stof moet als volgt gesteven worden: meng een flinke eetlepel stijfsel met een kop­je water en breng het aan de kook. Als het mengsel dik en helder is geworden, van het vuur nemen en een eetlepel Arabische gom erdoor roeren. Drenk de lapjes zijde en ka­toen in dit papje en laat ze goed uitgespreid op een gladde tafel of plank drogen. Met een zachte kwast kunt u de lapjes helemaal glad strijken. Knip voor de lathyrus de patroon­deeltjes uit. Wikkel een stukje steelstof om het ijzerdraadje en plak, volgens de tekening het hartje er omheen. De twee lichtrose bloembladen moeten nu een klein beetje vochtig gemaakt worden, leg ze op elkaar op de oude spons. Maak nu de achterkant van het mes warm, boven een gasvlam of in kokend water. Door met het warme mes links en rechts van het midden de vochtige zijde stevig in te drukken, ‘strijken’ we twee bollingen in de bladeren. Lijm het kleine blad om het hartje heen, draai het grote blad om en lijm het ook van onderen stevig om het steeltje. Het kelkblad verbergt de aanhechtplaats. De bloem is nu klaar en kan op een dikke wollen vlecht genaaid worden. Het pinksterbloemetje is nog eenvoudiger, knip het volgens de tekening uit, leg het op de spons en maak er met het mes een bolling in. Voor de nerven legt u het bloemetje op de tafel en krast met het botte lemmet van het hartje tot bijna op de buitenrand. Drup­pel een beetje groene verf of inkt in het hart­je en naai het samen met de gele meeldraden op de vlecht vast. Met een paar uurtjes werk heeft u een snoezig bloemenkroontje dat nog bij vele verkleedspelletjes dienst zal doen.

Nicole Karrèr, ‘Jonas” 20 mei 1985

witte duif, witte vogel
De witte duif is het beeld van de neerdalende geest. Witte vogels wijzen ons de weg wanneer we in ons leven niet verder kunnen.
De meeste vogels dalen in glijvlucht.
De duif kan echter loodrecht naar beneden gaan. Zij maakt dus een directe verbinding tussen boven en beneden.

Van stevig wit papier of dun karton uitknippen. Een vertikale gleuf snijden ter breedte van de vleugels. Vleugels vouwen zigzag als een waaier, van dun papier. Het gevouwen bundeltje van de vleugeltoppen schuin bij­knippen, door de gleuf schuiven en aan beide zijden uit­waaieren .

pinksteren 19

Oogje aangeven,  goed in balans ophangen aan een tak of aan een krans

Boudy van Huizen, nadere bron onbekend

Zó kunnen jullie een duif maken
voor de vleugels gebruiken we een groot vouwblaadje
het midden van de waaier schuiven we in het gleufje op de rug, zodat er twee vleugels ontstaan

voor de staart een klein vouwblaadje gebruiken, dit achter het vogellijf plakken of nieten

pinksteren 33
bron onbekend

lentevrouwtje
Stukje tricot opvullen met schapenwol, dichtbinden
stukje bloemetjeskatoen dubbelvouwen en dichtstrikken

bodempje erin naaien
rijgdraad erdoor aan de bovenkant
lijfje vullen met rijst
kopje erin, draad aantrekken en stevig vastnaaien
haartjes maken van schapenwol, kamband of toverwol

pinksteren 32

Een kring van lentevrouwtjes doet het heel goed om een pot bloeiende takken

bron artikel onbekend

een mobile van lente-elfjes
Cirkels knippen van gekleurd vloepapier.
’t Hoofdje is een propje schapenwol, afbinden met draadje

Cirkels dubbel nemen, dat is mooier dan 1 velletje vloepapier.

Een duifje maken – zie boven –

Ophangen aan hoepel

bron onbekend

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

150-143

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (2)

.

 Jacobus Knijpenga, ‘Jonas’20 29 mei 1981
.

VAN AANSCHOUWEN TOT INNERLIJK BELEVEN
.

Als men kijkt naar de manier waarop de fees­ten van het christelijk jaar worden gevierd, kan men in de eerste plaats constateren dat ze als ‘christelijke’ feesten door heel weinig mensen worden beleefd. De meerderheid be­leeft primair de vrije dagen. Maar er is bo­vendien in dit beleven een duidelijke lijn te zien die als het ware afloopt van Kerstmis tot Pinksteren. Het kerstfeest spreekt zeer veel mensen aan in het gemoed: een zekere ver­broedering, aardig voor elkaar zijn. Het beeld van het kind in de kribbe spreekt nog sterk menselijk aan.

Dit menselijk aangesproken worden vinden we dan wat spaarzamer terug in de lijdenstijd. Velen, die zich nauwelijks of helemaal niet als christenen beleven, bezoeken beslist een uitvoering van de Mattheüspassion. Of de emoties daar alleen maar muzikaal zijn? Het paasfeest is een feest van de levenshernieuwing in de natuur. De moderne mens weet met ‘opstanding’ geen raad. Men leze daarvoor nog eens de ingezonden brief van Mr. Van Leeuwen in het vorige nummer na. Uit deze brief blijkt dat Mr. Van Leeuwen zich nauwelijks meer interesseert voor het ei­genlijke gebeuren, maar meer voor wat de mensen eraan beleven. Nu is dat een zeer ge­rechtvaardigde instelling. Wat helpt ons alles wat er eventueel is gebeurd, wanneer we er zelf niets aan beleven? Het gaat tenslotte toch om de mens en ik kan mijn voedsel heel goed genieten zonder te weten hoe het is samengesteld. Maar juist dit beeld van het voedsel kan ook duidelijk maken waarom het belangrijk is te weten wat er gebeurt. Onze smaak is namelijk zodanig bedorven dat we gedenatureerd wittebrood lekkerder vinden dan een goed volkorenbrood. En dan kan het weten omtrent de samenstelling van het brood me wel helpen om mijn smaak weer gezond te maken. Juist als we zien dat hetgeen de mens zelf beleeft en doormaakt het belangrijkste is, is het een merkwaardig fenomeen dat het pinksterfeest nauwelijks meer wordt beleefd.
Pinksteren immers is het feest van de mense­lijke individualiteit en het gaat ons toch juist om deze individualiteit. De moderne mens wil heel graag de individu­aliteit beleven en verwerkelijken. Maar daar komt de broodvraag, de vraag naar de kwa­liteit. Wordt de individualiteit beleefd en ver­werkelijkt als bijvoorbeeld de vervulling van persoonlijke wensen of machtsbehoefte? Is verwerkelijking van de mens een aangelegen­heid van wat we bereikt hebben in het maat­schappelijke leven aan zichtbare resultaten, aan erkenning ook? Een duidelijk voorbeeld: wanneer de antroposofische geneeskunst door de universiteiten wordt erkend en wan­neer vele mensen een antroposofische arts bezoeken, zijn daarmee de wezenlijke inten­ties van Rudolf Steiner verwerkelijkt? Hetzelfde kan men voor de vrijescholen vragen. Hebben zichtbare resultaten en erkenning iets te maken met het wezen van een zaak? Hebben ze voor een mens te maken met de werkelijke ontwikkeling van zijn individualiteit? Ze kunnen er een rol in spelen maar zo­wel negatief als positief. Ze kunnen een ge­vaar zijn.
‘Als de wereld u haat, haat ze u omdat ge bij mij behoort. Als ge bij de we­reld zoudt behoren, zou de wereld liefheb­ben wat bij haar behoort’ (Joh 15:18-20).

Succes hangt vaak samen met aanpassing. Oudere generaties noemden dat ‘der wereld gelijkvormig worden’. Wie zich met ‘deze we­reld’ verbindt, zal met deze wereld ten onder gaan.

Is dit wereldvreemd? Is het ascetisme, sektarisme?

Misschien kan een beschouwing van wat er met Pinksteren aan het begin van onze jaar­telling gebeurde ons helpen hier gezichtspun­ten te vinden. Daarvoor willen we eerst te­rugkeren naar Pasen en dat biedt dan tevens de mogelijkheid enkele punten, die Van Leeuwen aanraakt nader te belichten.

De leerlingen van de Christus moesten heel langzaam wennen aan de nieuwe situatie, die was ontstaan door de opstanding. Hun voor­bereiding had daaruit bestaan dat ze drie ja­ren lang steeds sterker hadden beleefd wie hun meester eigenlijk was. Een enkele keer brak dat bewustzijn door. Men kan hier den­ken aan Petrus, die op een vraag antwoordt: ‘Gij zijt de Christus’, maar die onmiddellijk daarop dan helemaal niet begrijpt dat de Christus lijden moet. Zijn voorstelling van de Messias is er meer een van een heerser. Later worden Petrus, Jacobus en Johannes voor een heel korte tijd geconfronteerd met de Christus als lichtgestalte in de zogenaamde verheerlijking op de Berg. Dit is reeds ver­want met de herrezene en laat zien hoe het lichaam van de herrijzenis werd voorbereid tijdens het aardeleven. Het is als het ware on­zichtbaar aanwezig in het stoffelijke lichaam. Zo had er ook voorbereiding plaats gevonden door de vele gesprekken waarbij dan op de wezenlijke momenten wordt gezegd dat de leerlingen het niet begrepen. Daarom konden ze ook niet onder het kruis staan. Dat kon slechts één, namelijk Johannes, degene aan wie Jezus zijn liefde bewees. Deze ene, die rijper was dan de anderen, was als het ware de toegangspoort voor het begrijpen bij de anderen. Hoewel ze dus voorbereid waren hadden ze de voorbereiding niet bewust ver­werkt. Vandaar hun ontsteltenis en aarzeling na de opstanding. Misschien kunnen we ver­gelijkenderwijs er iets van begrijpen als we ons ermee bezig houden hoe het leven na de dood zal zijn. We kunnen daarover lezen, er­over denken, misschien een kleine ervaring hebben. Maar zullen we daarom na de dood direct weten in welke wereld we ons bewe­gen? Ik vrees van niet. Dit kan misschien hel­pen om de gemoedstoestand van de leerlin­gen te begrijpen.

Ze moesten nu leren een toestand te begrij­pen, die tot dan toe op aarde nog nooit aan­wezig was geweest, alleen in oude mysteriën symbolisch was aangeduid. Wie de verhalen na de opstanding onbevangen tracht te lezen kan zien hoe er een zekere groei in het bele­ven is.

Wanneer men zich min of meer kan verbin­den met de voorstelling van een onstoffelijk lichaam, dat wel de vorm heeft van een stof­felijk lichaam en in deze uitzonderingstoe­stand zichtbaar werd voor bepaalde mensen, kan men verder gaan naar de Hemelvaart. Na veertig dagen lost de vorm zich op in de wolken. Wolken hebben een steeds wisselen­de vorm. We hebben hier weer met een
my­thologisch beeld te doen, dat wil zeggen met een beeld dat een werkelijkheid uitdrukt, die eigenlijk niet uit te drukken is. Toch kan men zich in de beweeglijke vormen van de wolken en in hun functie van een mantel om de aarde heen zo trachten in te leven, dat men een verhouding kan krijgen tot het mys­terie van de Hemelvaart. Dit kan nog des te meer als men tracht zich voor te stellen hoe het water, de drager van alle leven, voortdu­rend in beweging is tussen aarde en de wol­ken, de wolken en de sfeer daarboven en dan weer terug. Een eeuwig heen en weer staat ons dan voor ogen: ‘zo als ge Hem hebt zien heengaan, zult ge Hem ook zien wederkeren’. De Christus wordt met de Hemelvaart de Heer van de hemelkrachten op aarde. Dat is dan niet alleen in natuurlijke zin zo maar ook in een meer innerlijke zin, omdat sinds de opstanding alle gebeurtenissen met het doorchristelijkte lichaam van Jezus tegelijk gebeurtenissen zijn met de aarde en met de ziel van de mens.

Op het eerste heeft in dit artikel tot nu toe de nadruk gelegen. De verbinding met de zie­len van de mensen ontstaat ten dele daaruit, voor zover we met onze zielen deel hebben aan het leven van ons lichaam en daardoor aan het leven van de aarde waarmee ons li­chaam samenhangt. Maar er komt nu iets bij. Door zijn daad schept de Christus een nieu­we verbinding tussen hemel en aarde. De geestelijk-goddelijke werelden waren voor de mensheid verloren gegaan en konden alleen nog in moeizame inwijdingsarbeid worden beleefd of als traditioneel geloof. De Chris­tus had goddelijkheid teruggebracht in de aarde en de aardemensen. Zijn terugkeer tot de hemelen is niet een verlaten van de aarde. Hij laat zijn wezen daar achter, in de stoffe­lijkheid die doorchristelijkt was. Dit stoffe­lijk lichaam was door de Christus met geest doordrongen en werkte in de aarde-materie verder, zoals een ferment in hele kleine hoe­veelheden materie kan doordringen. Verder in het sacrament van de heilige maaltijd en tenslotte in de doordringing van de levens­sfeer van de aarde die in de wolken wordt aangeduid. De mens, die zich hiermee inner­lijk verbindt, die ‘gelooft’, kan nu ook een eigen verbinding door de Christuskracht be­leven met de hemelen. Daarmee wordt ook de werking van de geestelijke hemelkrachten weer mogelijk in de aarde en in de mensen­zielen. De hemelkrachten in de mensenzielen zijn die van ons lot, van onze bestemming, ons karma. Christus wordt door Rudolf Steiner de Heer van het karma genoemd. Veertig dagen duurt het proces tussen opstan­ding en Hemelvaart. In de kwalitatieve getal­lenreeks is veertig de tijd waarin een kiem tot geboorte komt. Veertig weken is de zwangerschapstijd van de mens. Veertig maanden is de tijd tussen de doop in de Jordaan en de opstanding. Veertig jaren hadden de joodse stammen nodig om na Egypte tot een volk samen te groeien. De oude traditie spreekt over veertig eeuwen tussen schepping en geboorte van Jezus. Met de Hemelvaart wordt voor de kosmos geboren, dat wil zeg­gen zelfstandig levend, wat met Pasen als kiem werd gelegd. De lichtlichamelijkheid wordt mogelijk voor de gehele stoffelijke we­reld.
Tien dagen duurt het dan nog tot aan het Pinksterfeest. Tien dagen van stille afzonde­ring op de plaats waar de leerlingen het avondmaal hadden beleefd met hun Meester en waarin hen voor het eerst iets was duide­lijk geworden van het feit dat werking van de Christus zich verder uitstrekte dan tot in het lichaam van Jezus.

In deze tien dagen groeide in hun zielen het bewustzijn van wat er gebeurd was en zij za­gen dat in een groots perspectief. Daarom kan Petrus op de pinkstermorgen hun bele­ven plaatsen in de samenhang van de geschie­denis van het joodse volk. Tien is kwalitatief het aardegetal. Onze wil oefenen wij uit met onze ledematen waaraan tien vingers en tien tenen zitten. Aardse economie kan alleen maar werken met een tientallig stelsel. Met Pinksteren komt het gehele gebeuren terecht in de wil van de aardemens en niet alleen in zijn bewustzijn. Bovendien is het zeven maal zeven weken na de opstanding. Zeven is het ritme van de tijd die nodig is om van de ene ontwikkeling naar de andere te komen. Men denke hier aan de betekenis van het zevenja­rig ritme in het mensenleven en ook aan de zeven dagen van de week. Van zondag tot zondag kunnen wij nieuwe impulsen pakken, nieuwe ideeën vormen. Op al deze ritmen kan hier niet worden ingegaan. Daarvoor is de desbetreffende literatuur van Wilhelm Hoerner en Walther Bühler 1). Maar het is duidelijk dat het hier om een ontwikkeling gaat, die een zielenontwikkeling is waarvoor tijd nodig is.

Wanneer we de verschijnselen bezien die het Pinksterfeest brengt, gaat het in hoofdzaak om drie dingen: de hevige wind, het spreken in klanken en de vlammen boven hun hoof­den.

Was er bij de Hemelvaart sprake van het water- ­en luchtelement in de wolken, bij Pasen van het aarde- en lichtelement (en ook van lucht, voor zover de herrezene spreekt), hier gaat het om lucht- en vuurwerking. Het aarde-element is verdwenen ook in de gestal­te van het water. Lucht en vuur zijn de ele­menten, die met ziel en geest te maken heb­ben. Hierin uit zich de verinnerlijking van het gehele gebeuren. Het Griekse woord, dat gebruikt wordt voor wind, ‘pnoè’ is verwant met ‘pneuma’ = geest. Het woord, dat gespro­ken wordt, is een geest-gedragen woord, dat ver uitgaat boven de eigen mogelijkheden van Petrus. De vlammen zweven boven hun hoofden en zijn nog niet ingedaald. Maar het zijn wel individuele vlammen. Wanneer we ons in deze beelden proberen te verdiepen, treedt duidelijk naar voren dat er iets objectiefs werkzaam is. Dat objectieve wordt ook uitgesproken, het is de werking van de herrezen Christus, die nu door de apostelen verder werken wil. Het is nog een werking die sterk van buitenaf komt maar zich toch in het eigen woord verwezenlijkt. Er wordt een taal gesproken, die in het Grieks ‘lallein’ genoemd wordt. We zijn niet ver van de betekenis als we dit door ‘lallen’ vertalen, voor zover het een spreken betreft uitsluitend in klanken. Lallen is een spreken in klanken, oerklanken, die verstaan konden worden buiten het intellectuele begrijpen om. Het is weer Paulus die hier, evenals bij het begrij­pen van de opstanding, vooropgaat als ‘een te vroeg geborene’ (zoals hij het zelf uit­drukt). Paulus zegt dat hij dit lallen ook kan maar dat hij liever enkele woorden zo spreekt dat ze begripsmatig verstaanbaar zijn dan dat hij veel zou zeggen ‘in tongen’. Paulus geeft hiermee aan dat het mysterie, waar het om gaat zich steeds verder verbinden wil met het wakkere denken van de mens. Dat is niet hetzelfde als intellectueel denken. Het is een denken dat zich verbindt met een waarne­mingsvermogen voor het bovenzintuiglijke, zoals het zich in de zintuigelijke wereld openbaart; het is een waarnemen van de idee in de werkelijkheid.

Dit waarnemen van de idee in de werkelijk­heid gebeurt in het sacrament. Het eigenaar­dige van het sacrament is, dat het leidt van een nog tamelijk dromerig waarnemen tot een steeds grotere wakkerheid, het leidt van het oorspronkelijke pinksterbeleven tot dat wat het in onze tijd worden kan. Wat het worden wil, is dat mensen in zichzelf de kracht ontwikkelen het Christus-mysterie te begrijpen. Begrijpen is niet alleen gedachtewerk. Het is ook be-‘grijpen’. Daarmee komt een wilselement in ons denken, dat wil zeg­gen er ontstaat een begin van de ontwikke­ling van de bewustzijnsziel. Niet alleen in het sacrament is dit mogelijk, het sacrament is een hulp. Het kan ook gebeuren door een zuivere kennisweg, waar het denken zichzelf zo versterkt dat het zichzelf waarneemt. Hierover uitweiden is in dit artikel niet moge­lijk. 2)

1)  W. Bühler. leder jaar is anders – Ultg. Christofoor.
W. Hoerner. Zeit und Rhytmus – Uitg. Urach-haus.
R. Frieling – W. Hoerner. Zondag – de eerste dag – Uitg. Christofoor.

2)  R. Steiner – Filosofie der vrijheidFilosofie der vrijheid – uitg. Christofoor
R. Steiner – Hoe verkrijgt men bewustzijn op hogere gebieden – Uitg. Christofoor

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

149-142

.

.

VRIJESCHOOL – Rekenen (6)

.

REKENEN MOET PLEZIER GEVEN (2)

Rekenen moet plezier geven (1)

 

Dit artikel is niet zo makkelijk. Je moet wat algebraïsche kennis hebben en wil je er wat aan hebben voor in de klas, moet je het grondig bestuderen en met eigen vondsten oefenen.
Dan helpt het je zeker om opgaven te vinden met mooie uitkomsten – dat is het doel van dit artikel en het vorige.

Evenals in het vorige is het niet helemaal duidelijk voor welke klas de opgaven bedoeld zijn. Dat is niet erg: je weet zelf het beste wat je kinderen kunnen (of niet).
Een probleem vormt altijd het delen door of met een breuk.
Ik weet nog dat ik als kind snel leerde dat je dan  moest ‘vermenigvuldigen met het omgekeerde’ en paste dit braaf toe waar nodig, zonder precies te weten waarom.

Pas voor de klas ontdekte ik dat je bij een deling eigenlijk vraagt: ‘hoe vaak past het erin’.  10 : 2     hoe vaak zit de 2 in de 10.
Dat is bij delen met een breuk niet anders:  4 : 1/2    hoe vaak zit  de 1/2 in de 4.
Dat is 8 keer.  Hoe kom je met de getallen die je ziet, de 4, de 1  en de 2 ook tot 8. Door 4    2 keer te nemen. Hier zit dus de omkering bij het vermenigvuldigen.  Als je dit een poos oefent met de klas zullen de meesten het na verloop van tijd wel kunnen.

AANWIJZINGEN VOOR DE KLASSENLEERKRACHT BIJ HET REKENEN IN DE ONDERBOUW

BREUKEN
Wanneer we met de 9- of 10-jarige kinderen met de breuken beginnen, blijven we natuurlijk lang in het aanschouwelijke; bij de stukken koek, de partjes appel, bij een halve of kwart liter melk en leren daarbij, dat een breuk steeds vertelt van welke breuk hij een deel is.
Een vierde van alle bomen van de boer zijn appelbomen; een tiende van alle leerlingen draagt een bril, enz.

Dan tekenen we uitgebreid alles in de in 12 verdeelde cirkel: en kunnen de 4 rekenbewerkingen uitvoeren:

rekenen 4

we kunnen aflezen dat:

1/3 + 1/4 = 7/12                                  of 1/2/ + 1/12

dat 3 keer 1/4  = 3/4     of dat 1/12    4 keer in 1/3  zit.

Dat kunnen we ook doen met de cirkel verdeeld in 8 of 16.

We zien ook:
1 hele =  2/2 = 3/3 = 4/4 = 6/6 = 12/ 12 en dat een halve = 2/4 = 3/6 = 6/12

Hier, bij het vergroten van de breuk doen zich heel nieuwe mogelijkheden voor om nog eens de tafels te oefenen:

2/3 = 4/6 = 3/9 = 8/12 = 10/15  enz.

Goede hoofdrekenaars kunnen bIJv. ook 3/7 verder uitvoeren: = 6/14 = 9/21
waarbij je de rij van 3 en 7 als parate kennis moet hebben: een goede concentratie-oefening.

De oefenopdrachten:

1.Optellen
Mooie breuken krijg je bv. bij       1= 36/36

je verdeelt de 36 in zoveel getallen als je wilt, die je bij het optellen als aparte  breuken kan schrijven:

7 + 8 + 9 + 12     =  7/36 + 8/36 + 9/36 + 12/36 =
          36

=   7/36 + 2/9 + 1/4 + 1/3 = 1

Wanneer je deze breuken halveert, is de uitkomst 1/2

7/72 + 1/9 + 1/8 + 1/6 = 1/2

Wanneer je alle tellers keer 5 doet, wordt ook het antwoord  5

35/36   + 10/9  +  5/4  +  5/3 = 35/36  + 1   1/9  + 1  1/4   + 1  2/3  = 5

Je kunt ook helen voor de breuken zetten:

1  7/30   + 2  2/9  + 2  1/4  + 4  1/3   = 10

aftrekken:
Hier kunnen we net zo te werk gaan, we moeten alleen een groter begingetal kiezen, bv:

8   =   8  x 24   =    192    dus bv.
               24                24

192 – 60 – 50 -40 – 30 – 11     = 1/24
                          24

Heel geschikt zijn gemengde opgaven:

1  =  48     =    36  +  10 – 4 + 7 -22 + 21  =
48                                48

3/4 + 5/24  – 1/ 12  + 7/48  + 11/24  +  7/16  = 1

Je ziet dat het wel wat moeite kost om mooie opgaven te vinden, maar het loont de moeite. De leerkracht wordt daarbij zo vindingrijk, dat de vreugde die hij aan het ontdekken beleeft, kan overslaan op zijn klas. En het rekenmachientje staat hem ten dienste.
We kunnen natuurlijk de goede rekenaars op het spoor zetten zelf opgaven voor de klas te vinden, i.p.v. de in het algemeen en (en voor hen in het bijzonder) langdradige huiswerksommen op te lossen – een goede kans om de meer begaafden uit te dagen!

Leuk zijn ook de rekenopdrachten die op een formule terug te voeren zijn:

1/2  – 1/3  = 1/6;  1/3 – 1/4 = 1/12;  1/4 – 1/5 = 1/20;  1/5 – 1/6 = 1/30 enz

of: 1/2 + 1/3 =  5/6;   1/3 +  1/4 = 1/12;  1/4 + 1/5 = 9/20; 1/5 + 1/6  = 11/30 enz.

De kinderen zullen de regelmatigheid ontdekken die ze pas veel later in een formule leren zetten:

     –    1              =      1                       of                             1      +   1               =  n + (n +1) 
n         n + 1              n( n + 1)                                             n             n + 1           n x (n + 1)

vermenigvuldigen en delen
de eenvoudigste formule  voor het vermenigvuldigen met vereenvoudigen is:

a   x     b     = 1              waarbij a  = 7  en  b  = 8     7/8    x 1  1/7
b          a

reken je i.p.v. met   met het dubbele:     14  of met het drievoudige  21 
8                                           8                                                      8

dan is de uitkomst 2  of 3.

Een andere formule is:         1  1/a   keer    1 /  a – 1    =     2
a + 1

als   a   bijv. 24   is:    1   1/24   keer  1  23/25   =  1  1/24 keer  1  24- 1     =
24 + 1

1   1/24   x    1   23/25   =  2

Een andere weg om opgaven te maken met een mooie uitkomst gaat zo. Laten we aannemen dat de uitkomst 6 moet zijn; 6 is  3  x   2. Nu veranderen we de beide getallen in willekeurige breuken, dus, bv.

3    =    27/9       en 2  =  16/8

en schrijven deze boven de breukstreep:   27   x   16     =   6
                                                                                  9    x      8

nu kun je de teller ( of de noemer)  verwisselen en dan ziet het er zo uit:

16   x   27      =  1   7/9   x   3   3/8  =  6
9    x    8

Als de uitkomst 1 moet zijn, dan schrijf je  1  =  1 keer  1  keer 1 ( 1 x 1 x 1)
veranderd in breuken:

3/3      x   5/5     x   7/7
dan verwissel je de tellers                 7   x   3    x   5
                                                                   3   x   5    x   7

en dan ziet de som er zo uit:

2   1/3   x   3/5   x  5/7  =  1

Als de uitkomst een breuk moet zijn, (stel 1/2) dan neem je het geheel  x 1/2:

2   1/3   x  3/5  x  (5/7  keer 1/2)   = 2   1/3  x  3/5    x   5/14  =  1/2
wil je boven 1 uitkomen dan moet je met een getal boven de 1 vermenigvuildigen:

2   1/3  x  3/5   x  5/7  keer 2  =   2  1/3  x 3/5  x 10/7  =   2

De opgave voor het delen vereist dat je alleen de laatste breuk omkeert: 5/7  wordt 7/5:

2 1/3  x 3/5 :  7/5 = 1

alle 4 de bewerkingen
om alle 4 de bewerkingen bij elkaar te nemen, moet je de fomule van G.Hofmann oefenen*

( a x a +a) : a – a = 1, bijv. a = 2/3

2/3  x 2/3 = 4/9;   4/9 + 2/3 =  1   1/9;   1  1/9  : 2/3 = 5/3; 5/3 – 2/3 = 1

Of: wanneer a + b + c = 1. dan is a – 1 – ( b +c). Delen we de vergelijking door a, dan zie die er zo uit:

1 =  1/a    – (b + c) : a

Nu zoeken we drie breuken die samen 1 zijn, d.w.z. we nemen 2 willekeurige breuken, waarvan de som onder de 1 uitkomt en we zoeken de aanvullende breuk erbij:

bv.   a   = 9/40      b =  2/5    c  = 3/8

dan ziet de opgave er zo uit:

40/9  –   (2/5 + 2/3)  : 9/40 = 4  4/9 – ( 2/5 + 3/8) :  9/40

of: omdat  a/a = b/ b   krijg ik ( door vermenigvuldigen met a keer b) een formule die ik veranderen kan:

uitgebreid:  a x b  a/a =  a x b  b/b  met als gevolg   a kwadraat x b, gedeeld door a =
a x b, dus is a x b – a kwadraat keer b gedeeld door a      0

Als ik geen 0 als uitkomst wil, moet ik de uitkomst die ik wel wil, optellen aan de linkerkant, bijv. 2  1/10  en voor a en b willekeurige breuken kiezen en je hebt een interessante gemengde opgave, waarvan je de uitkomst van te voren weet.

a =   3  1/2;   b  =  2   1/5;    3  1/2  x 2  1/5  + 2  1/10  – 12  1/4 x (2  1/5  :  3  1/2

volgens hetzelfde schema kun je veel opdrachten maken en iedere keer komt er een antwoord dat ook al in de opgave staat. Dat maakt de kinderen wel nieuwsgierig. Hoe komt dat.

Een mooie, maar lange formule is:  [ ( b + a) x a + a]  :  a  – a  – b  =  1

De kinderen zeg ik: neem 2 breuken   Breuk 1   = 2/3  en Breuk 2 = 1/4 en

reken daarmee als kettingrekenopgave:

B1    + B2  keer B2 + B2 : B2  – B2 – B1  = 1

Dus: 2/3 + 1/4  dit x 1/4  daarbij 1/4. gedeeld door 1/4 , dan – 1/4, dan – 1/3 =    2/3  + 1/4 = 11/12            11/12 : 1/4  =   11/48        11/48 + 1/4 = 23/48;
23/48 : 1/4 = 23/12;     23/12  – 1/4  =   20/1′;    20/12 – 2/3  = 12/12  = 1

of met B1 = 2/5  en B2 = 3/7

2/5  +   3/7  =  29/35;    29/35  x  3/7  =  87/245;    87/245  +  3/7 = 192/245;
192/245 : 7/3  = 64/35;    64/35  – 3/7 =  49/35;  49/35  – 3/7  =  1

Opgelet: Je krijgt hoge noemers wanneer  de begingetallen te gecompliceerd zijn! Bovendien frustreren deze lange opdrachten de zwakke rekenaar, omdat ze niet verder kunnen, wanneer ze in het begin al een fout maken.

Nog een mooie formule waarmee je makkelijk breukenopdrachten kan maken:

( a/b   + c/d)   keer  b/a  –   b/a x c/d  = 1

Kies nu voor a, b, c, d hele getallen, bv.  a= 8; b= 5; c = 7; d = 4.

Dan luidt de opdracht:

(8/5 + 7/4)  keer 5/8   – 5/8  keer 7/4

Daaruit ontstaan gemengde breuken:

(1  3/5  + 1  3/4 )  keer 5/8  – 1 1/4 keer 7/8   = 1

Wil je ook een deling erin hebben, dan moet je het getal na de haakjes, omkeren:

(a/b  + c/d)  :   a/b  –  b/c x c/d = 1    Dus: 1  (3/5 + 1  3/4)  : 1  3/5  –  1  1/4  x  7/8  =  1

Wie goed is in algebra kan nog meer formules vinden:

a keer b /   +  b /  : a  /  -b/  : b/  keer a  = 1

(a + b)  keer (c + d )  – (ad  +  bc  + bd )  =  a  keer c

a keer a /  + a  /  keer a /  + a  /  :  a  /  -1  / : a  / -1  = a

(beter geschikt voor hele getallen dan voor breuken!)

Nog meer mogelijkheden:
Welnu, kinderen van een 6e t/m een 8e klas moeten eraaan wennen dat sommen lang niet altijd een mooie uitkomst hebben; dat er steeds maar geoefend moet worden om later zeker te zijn in de algebra. En de vraag is, (voor het geval je geen leerboek wil gebruiken waarin alles ‘voorgekauwd’ is):
Hoe kun je – tijd besparend- met weinig getallen veel opgaven maken?
Schrijf bv. vier niet al te moeilijke breuken zo op:

rekenen 5

en laat alle 4 rekenbewerkingen met de 6 combinatiemogelijkheden uitvoeren; dat zijn 24 sommen.
Hierbij weet je de uitkomsten niet van te voren.

Gelijksoortige oefeningen kun je zo maken:
Je geeft een ketting van breuken  (a, b, c, d…..) en je laat uitrekenen:  a +b;  b + c;  c  +  d; …..   ook met de andere rekenbewerkingen. Of je dicteert een paar breuken en je laat bij deze hetzelfde getal  bv. 1  2/3  optellen, aftrekken, keer of gedeeld;  dat zijn bij 7 breuken, 28 sommen.

Of je schrijft horizontaal en verticaal  3 of 4 breuken op die met een van de rekenbewerkingen uitgerekend worden: de uitkomst in het veld dat erbij hoort.

rekenen 6

De schrijver van het artikel heeft een paar ‘slogans’  gemaakt opdat bepaalde rekeneigenschappen beter worden onthouden.

Ik geef ze hier in het Duits weer: een vertaling is nog niet zo gemakkelijk, dus heb je iets:   mail naar pieterhawitvliet (voeg bij )gmail (punt) com; of reageer in de reactieruimte.

a) zu den vier Grundrechnungsarten mit ganzen Zahlen:
bij de vier rekenbewerkingen:

Bei minus, plus und mal nimm die letzte Zahl!
Kommt das Teilen dran, fange vorne an!

b) dezimalbruchrechnen:
tiendelige breuken:
Zusammenzählen einfach geht,
wenn Komma unter Komma steht!

goed optellen gaat,
wanneer de komma precies onder de komma staat

Multiplikation:
vermenigvuldiging
Soviel Stellen nach dem Komma in der Aufgab’ stehn, soviel Stellen muß man nachher im Ergebnis sehn! Gut überlegen, ja nicht hetzen! Bevor du rechnest, sollst du schätzen!

Division:                                         
deling
Erweitre beide Zahlen so mit zehn,
daß keine Kommastellen mehr im Teiler stehn!

Damit man weiter teilen kann,
häng’ hinterm Komma Nullen an!

c) Bruchrechnen:
breuken
Zusammenzählen kann der Kenner
nur Brüche mit dem gleichen Nenner!
Drum such den Hauptnenner geschwind,
in dem die anderen enthalten sind.
Die ganzen Zahlen, sei so keck,
die rechne einfach vorneweg!

Oder: Nur Brüche mit gleichem Namen
zählen wir richtig zusammen!

Wenn der Zähler größer ist,
Ganze ihr verborgen wißt!
Den Rest, ihr Herrn und Damen,
trägt des Nenners Namen!                           (G. Hofinann)

 

Bei Bruch mal Bruch nimm ohne Wahl
die Zähler und die Nenner mal!
Gemischte Brüche mußt verwandeln
und einfache dafür erhandeln.
Doch darfst du dich nicht überstürzen:

vor du rechnest, mußt du kürzen!                      (Hofmann/Keller)

Sollst du teilen durch ‘nen Bruch,
wird das Brüchlein umgestürzt,
malgenommen und gekürzt!                  (G. Hofinann)

 

Martin Keller in Erziehungskunst 55e jrg. nr. 4 1991

 

*zie Erziehungskunst 11/1990 blz. 927, uitvoerig in Erziehungskunst 5/1965, blz. 136.

Mocht je fouten tegenkomen, reageer dan even!
vspedagogie@gmail.com

Rekenen moet plezier geven (1)

4e klas rekenen: alle artikelen

Rekenen: alle artikelen

148-141

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – alle artikelen

.

Nieuwjaar
oude gebruiken

Carnaval
alle artikelen

Palmpasen/Pasen
alle artikelen

Hemelvaart/Pinksteren
alle artikelen

St.-Jan
alle artikelen

Michaël
alle artikelen

St.-Maarten
alle artikelen

Advent
alle artikelen

St.-Nicolaas
alle artikelen

Kerstmis
alle artikelen

Driekoningen
alle artikelen

Oudjaar
[1] Toekomstkijken
Wendela van Mansvelt over: activiteiten in het gezin ter voorbereiding van het loodgieten; waar lood (voor) wordt gebruikt; lood in de taal;
over: heksverbranding.

[2] Oudjaarsverhaal
Dan Lindholm: voor kinderen van 5-8jr.

[3] tradities: midwinterhoorn, kloksmeren, onnozele kinderen.

Maria Lichtmis
alle artikelen   

Halloween
Tim van Tongeren 
over: de oorsprong van dit feest; de diepere betekenis t.o. de oppervlakkigheid van de uit Amerika overgewaaide versie; o.a. duidelijke ‘sint-maartens- en sinterklaasmotieven

voor meer interessante artikelen Rituelen en tradities

JAARGETIJDEN/SEIZOENEN

Peuters/kleuters: alle artikelen

[1-1]  November
Diverse bronnen over: folklore van de maand november; slachtmaand en andere namen; gebruiken, weerspreuken rond heiligen: St.-Hubertus, St.-Catarina, St.Andries, St.- Elisabeth.

[1-2] Allerzielen

Winterstemming en zomerstemming
Loïs Eijgenraam over: uitgebreide stemmingsbeschrijving; Steiners aanwijzing voor klein- en groothoofdig kind i.v.m. deze stemmingen; uitgebreide beschrijving van dit type kind

2e klas: herfstspelletje
Een spel van D.Udo de Haes uit Zonnegeheimen, deel 4
.
Kinderspelen en jaargetijden
A.J.Miedaner over: leven- en doodskrachten in de natuur; opbouwen en afbreken; ‘In Holland staat een huis’; knikkeren; touwtjespringen; vliegeren; tollen

FOLKLORE

Vrijdag de dertiende

De ijsheiligen

VRIJESCHOOL in beeld: Jaarfeestenalle beelden

147-141

.

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (1)

.

P.C.Veltman Vrijeschool Leiden, jaartal onbekend
.

VAN PASEN TOT PINKSTEREN
.

Tussen Pasen en Pinksteren liggen vijftig dagen. “Pentecôte”, de Franse naam voor Pinksteren, hangt met dit getal (pentekoste – vijftigste, Grieks) samen.

Het paasfeest is een gebeuren, waarvan de zin nog voor vele mensen duidelijk is: de opstanding, na het leed van de kruisiging.
Treffend is de vreugde van de paasviering in de Russische kerk, waar men elkaar begroet met: “Chrestos anesti!” (Christus is opgestaan!) hetgeen door de aangesprokene beantwoord wordt met: Ja, Hij is waarlijk opgestaan!”

Het pinksterfeest is weer iets geheel anders. Voor ieder wat minder duidelijk. Het feest is oeroud. Het was een “feest der Eerstelingen” d.w.z.  jonge dieren en veldvruchten werden ge­offerd. Een vruchtbaarheidsfeest dus. Wat echter van buiten, uit de natuur kwam, heeft een verinnerlijking ondergaan door de Wet van Mozes, die weliswaar ook als het ware van buitenaf werd gegeven, maar toch een begin maakte met “eerstelingen van innerlijke orde” of wel de Tien Geboden.
Bij het pinksterfeest in christelijke zin wordt nog een verder stadium van ontwikkeling mogelijk. Na de opstanding hebben de apostelen nog contact met de Christus gehad, zoals duidelijk blijkt uit de evangelies en de “handelingen der apostelen”. Na de Hemelvaartsdag verdwijnt dit contact. Men krijgt de Opgestane niet meer te zien.

Maar op het pinksterfeest komt de Heilige Geest de leerlingen en volgelingen van de Christus bezielen. De als “vurige tongen” geschouwde geestkrachten werkten van binnen als “eerstelingen” van innerlijke ordening: de apostelen, die onzeker waren over hun verdere taak, kregen een duidelijk weten, waar hun taak lag. Zij zijn de wereld ingegaan en brachten Christus’ woorden bij vele volkeren. Van binnenuit is de Christus te vinden.
Het is weer Pinksteren. De natuur is opengegaan. Bloeiende heesters en vruchtbomen staan overal in een rode, witte of roze pracht. In de wei dartelen lammetjes en veulens. Nestelende vogels werken en zingen. Wat een schitterend jaargetijde. Een pinksterfeest kan door de mens worden beleefd, wanneer hij naar spelende kindjes kijkt. Die kindertjes spelen wel schijn­baar doelloos, maar zij zijn geheel open. Geheel en volledig open. Waar openheid is, kan de geest inwerken. Pinksteren is ook voor de volwassene het feest om open te zijn als de kinderen. Een feest van de toekomst dus. Een feest van de vrije individua­liteit, van vrijheid en liefde.

Wij kijken naar de spelende kleintjes. Hoe totaal anders zijn zij dan de grote kinderen of de volwassenen!
.

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

146-140

.

.