VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – winterstemming en zomerstemming

.

In ons land, op deze plek van de aarde leven wij met het ritme van de seizoenen; zomer, herfst, winter en lente. Mensen die naar de tropen zijn geweest, geven soms aan juist het beleven van de seizoenen daar gemist te hebben. Het meebeleven van de seizoenen biedt ons de kans actief de verschillende kwaliteiten van deze seizoenen te ervaren. In dit artikel gaan wij in op de kwaliteit van de winter- en zomertijd en hoe deze stemmingen in de opvoeding actief en bewust bij het pedagogisch handelen ingezet kunnen worden bij het groot- en het kleinhoofdige kind.

Wintertijd

Herfststormen hebben gewoed. De bomen zijn kaal. De eenjarige planten zijn gestorven. Hun zaad ligt diep in de donkere aarde te wachten op de lentezon. Zonnewarmte, dat het nieuwe leven dat in ieder zaadje verborgen ligt, mogelijk maakt.

Vele dieren zijn in de wintertijd niet meer zichtbaar. Kikkers, padden, egels, bijen en vele andere dieren houden een winterslaap. Vogels als de zwaluw en de gans zijn naar andere, warmere oorden vertrokken.

De lucht wordt in de herfst- en wintertijd bevolkt door overvliegende ganzen, die bij ons de wintertijd overbruggen. Hun gegak is in de wijde omtrek te horen.

Wij mensen hebben ons terug getrokken in onze huizen. De verwarming of kachel is aan. We dragen warmere kleding om ons lichaam warm te houden. Op tafel staan veelal andere gerechten dan in de zomer- of lentetijd. Gerechten zoals spruitjes, boerenkool, rodekool, stamppotten, voedzame soepen als erwtensoep en veel ander ‘Hollands’ eten.

Aan het eind van de middag wordt het schemerig en sluiten de gordijnen de koude en duisternis van buiten af. De lampen en kaarsjes gaan aan.

De elementen vieren ook de wintertijd. Hoewel wij de laatste jaren vanwege de klimaatsverandering amper nog over een winter kunnen spreken, hebben velen van ons nog een herinnering aan bevroren water. IJs!

In de wintertijd tooit Koning Winter de aarde met een wintervacht van sneeuw en ijs. De aarde is wit en bijna egaal van kleur. Geheimen worden toegedekt onder een sereen wit kleed. De sneeuw- en ijskristallen zijn rechtlijnig. Water bevriest en draagt ons op de schaatsen over sloten, meren en kanalen. Barsten in het ijs zijn eveneens rechtlijnig van structuur. Onder het ijs waar wij op schaatsen is een wereld waarin leven beweegt en stroomt. In de modderlaag van de sloot waar wij overheen schaatsen, liggen dieren zoals de kikker in een diepe winterslaap te wachten op de zon die hen wekt.
Geluiden zijn helder en klaar in de wintertijd. Contouren van bomen, vergezichten van dorpen en steden tonen direct onomwonden hun identiteit. Er is weinig gelegenheid om te verhullen.

Zomertijd

Het is warm. Het is licht. De aarde is getooid als een bruid met bloemenpracht en vele tinten groen. We laven ons aan de elementen aarde, water, lucht en vuur. We trekken er op uit. Paden in het bos en over de hei dragen onze voeten. Het strand wijst ons wandelend langs de zee een weg. De aarde voedt ons met vele gewassen en vruchten. Er is voor ons, in tegenstelling tot de meeste andere aardebewoners, een overvloed aan eten. Er is zelfs zoveel, dat wij een voorraad voor de wintertijd kunnen aanleggen. Bomen zijn omhuld door een bladerendeken, hun takken zijn nauwelijks te zien. Wandelend door het land is het soms lastig oriënteren welk dorp in de verte ligt, omdat de bomen het zicht op bijvoorbeeld de kerktoren belemmeren.

Ook het waterelement wil ons verkwikken in de zomertijd. Het levenswater ontmoeten wij in vele hoedanigheden. De zee nodigt ons uit een verfrissende duik te nemen. Schelpen worden in onze zakken verzameld als aandenken. In de rivieren, zeeën en meren zwemmen en spelen wij. Het water draagt onze boten, groot en klein. Volwassenen worden weer een beetje kind met de kinderen en springen mee over hoge golven, vangen vissen in de rivier en scheren steentje over het water. De regen verfrist de aarde na perioden van warmte en droogte.

De regen koelt de aarde weer even af en verfrist. Ook de mens koelt na een regenbui weer af. We slapen daarna beter omdat het niet meer zo benauwd is. De nacht verkoelt de aarde eveneens, ’s Morgens ligt er een laagje dauw op de aarde, het tentdoek en de tuinstoelen. Bij de eerste zonnestralen is ook de dauw als ‘sneeuw voor de zon’ weer verdwenen.

Insecten bevolken de lucht. Zij bevruchten de gewassen, opdat er weer nieuwe vruchten kunnen ontstaan. Vogels vliegen af en aan. Van hemelhoogten tot op het water laten zij van zich horen.

Wij mensen voelen in de zomertijd vaak ruimte en ‘lucht’. We zijn opgelucht dat in het midden van het jaar het dagelijks bestaan even mag wijken voor iets anders. We trekken er op uit om op vakantie te gaan. Nieuwe ervaringen op te doen, andere dingen te zien. We maken foto’s van bestemmingen die nieuw voor ons zijn en die wij niet willen vergeten. We nemen besluiten zoals ‘nooit meer zo stressen voor het werk maar de vakantie-rust-stemming vasthouden’.

Het is warm. De zon verwarmt al het leven op ons plekje van de aarde. Het is warm, soms zo warm, dat de lucht broeierig aanvoelt en onweer de atmosfeer weer doet ontspannen. Met luid gedonder en geflits, krijgen hemel en aarde hun proportie weer terug. De avonden zijn lang. We genieten na van de warmte van de zomerzon of maken een vuurtje om tot in de late uurtjes te genieten van de zomertijd. We kijken naar de sterren en dromen weg met verhalen, nieuwe plannen en voornemens. Zomerstemming en winterstemming. Rudolf Steiner heeft in zijn vele pedagogische aanwijzingen voor leraren en ouders aanwijzingen gegeven die hij de ‘zomer-en winterstemming’ noemde.

Voor het ene type kind, het kleinhoofdige kind, gaf hij de raad een zomerstemming aan te brengen. Voor het andere type kind, het groothoofdige kind, gaf hij het advies een winterstemming aan te brengen.

Groothoofdige kind

Baby’s, dreumesen en peuters hebben een groot hoofd. De verhouding ‘hoofd-lichaam’ is ongeveer 1 op 4.

¼ deel van het lichaam bestaat uit hoofd, ¾ deel uit de romp en de ledematen. Bij een oudste kleuter is de verhouding ongeveer 1/6  geworden. Bij de volwassen geworden mens  1/8.

Alle jonge kinderen neigen alleen al door de verhouding ‘hoofd-lichaam’ naar een groothoofdig beeld. Waaraan is dit beeld te herkennen?
Bij het jonge kind overheerst het hoofd in de gestalte. Het is in verhouding groot en rond van vorm. De wangen zijn gevuld en lijken op rode, ronde appeltjes. Het buikje, de benen, handen en voeten zijn eveneens gevuld met baby-, peuter- en kleutervet. De handjes en voetjes voelen lekker warm aan. Het kind geniet van eten en slapen. Op de momenten dat het wakker is, speelt het, kijkt rond en maakt een tevreden indruk.
Het jonge kind houdt van herhaling. Ook dat is een stemming die bij het groothoofdige kind past. Herhalen zonder haast, maar alles op zijn tijd. Het jonge kind ontwikkelt zich vanuit nabootsing, spel en beweging. Het jonge kind is beweging. Ziet het de bal van de stoep afrollen, dan bedenkt het jonge kind niet dat het niet van de stoep af mag gaan. Nee, het rent de eigen bal achterna.

Als de fantasie in het kind van ongeveer 2½ jaar zich openbaart, dan zien wij het jonge kind helemaal opgaan in de beelden, die het kind in en door het eigen spel schept. Het kind leeft in een wereld waarin alles mogelijk is en alles kan zijn. Werkelijkheid en fantasie lopen door elkaar. Het kind gaat op in een binnenwereld waarin het zich veilig voelt. Daar, waar het kind eventuele onveiligheid heeft ervaren, wordt dit vanuit de innerlijke rijke fantasiewereld in en door spel verwerkt. Abstracties zijn het jonge kind en daarmee ook het groothoofdige kind vreemd. Een abstractie voor het jonge kind is het volgende voorbeeld. In een kleuterklas wordt in de zomertijd een versje over de zee gezongen. De kleuterleidster laat een schelp in de kring rond gaan. Kleuters houden de schelp tegen hun oor om te luisteren naar het ruisen van de zee. Een kleinhoofdige kleuter zegt: “Juffie dat is niet het ruisen van de golven van de zee die je in de schelp hoort, het is het bloed in je oor. Dat heeft mijn vader zelf gezegd. Je hoort het bloed in je oor”. Voor het jonge kind is het een waarheid, dat de zee in een schelp te horen is. Is het een waarheid dat de bijtjes een lied zoemen en aan iedere bloem om honing vragen? Is het een waarheid dat Jan de Wind in de herfst de bladeren van de bomen waait? Als opvoeders mogen wij erop vertrouwen, dat het jonge kind langzaam aan wakkerder voor de wereld wordt. Wakkerder en in staat om meer de details waar te gaan nemen. Details als verschillen tussen bijvoorbeeld letters. Voor het jonge kind lijken een b en een p zoveel op elkaar, dat zij het verschil nauwelijks of niet opmerken. Het kind vanaf de eerste klas leeftijd ziet dit wel. Ook details als onderdelen van een geheel neemt het jonge kind nauwelijks waar. Het groothoofdige kind ziet, dat een jarig kind een prachtige jurk of broek aan heeft. Of er strikjes, ritsen of knopen aan de verjaardagskleding zaten, hebben zij vaak niet waargenomen.

Groothoofdige kinderen zijn kinderen die genieten van spel, herhaling, gezelligheid, harmonie, voorspelbaarheid en smullen van eten. Eten dat goed te verteren is en bij de verteringsmogelijkheden past van hun leeftijd. Melk, pap en licht verteerbaar fruit en groente voor het kind in het eerste levensjaar. Groenten, granen en fruit voor de peuter en de kleuter. Voeding die niet te sterk gekruid is en waar de smaak aan mag wennen. Ook hierin is herhaling van gerechten fijn voor deze kinderen.

Als groothoofdige kinderen ziek worden, kunnen zij flinke koorts krijgen. Het innerlijke kacheltje wordt flink opgestookt. De zomerwarmte wordt zo warm, dat het kind overmand wordt door hoge koortsen. Net als de broeierige stemming in de zomertijd. Na een kinderziekte met koorts volgt vaak een volgende stap in de ontwikkeling.

Kijkend naar het groothoofdige kind in relatie tot de zomerstemming, vallen ons de volgende kenmerken op: warmte, dromerig, beelden, herhaling, globaal waarnemen, rijke fantasiewereld. Rudolf Steiner gaf voor de groothoofdige kinderen aan, dat zij bij een te grote dromerigheid geholpen kunnen worden om meer in een winterstemming te komen. Als advies gaf hij een koude afwassing in de ochtend aan en een voedingsadvies.

’s Morgens na het ontwaken, kan het groothoofdige kind geholpen worden een beetje wakker voor de wereld te worden door een koude afwassing. De wastafel wordt met koud water rechtstreeks uit de kraan gevuld. Een paar druppels citroenwater van Weleda worden toegevoegd. Een washand nat maken met het citroenwater en heel goed uitknijpen. Het kind mag even ruiken aan de washand. De frisse geur van de citroen maakt wakker, trekt de mens naar binnen. De ouder wast het gezicht en de borst van het kind af met de koele washand. Het kind mag niet nat worden door een te natte washand.

Dit ritueel zes weken herhalen. Een poosje niet en indien wenselijk nog eens zes weken herhalen. Het helpt het kind ‘wakkerder’ te worden. Voor kleuters een liefdevolle weldaad om ‘wakkerder’ voor de wereld te worden. Ook gaf Rudolf Steiner aanwijzingen voor voeding. Voeg zout toe aan het eten. Zout bestaat uit rechte, kristallijne lijnen. Vanuit de euritmie zouden wij zeggen, het ‘E’ gebaar. Nu is de laatste 20, 30 jaar ons voedsel vele malen zouter geworden en is deze aanbeveling niet zomaar over te nemen.

Kleinhoofdige kind

Een totaal ander type kind is het kleinhoofdige kind. Zij komen eerder dan het groothoofdige kind aan in een lichaamsverhouding van 1/6. Het hoofd is in verhouding kleiner. De ledematen langer en dunner van vorm. De romp is eveneens langer gerekt en met weinig vet omhuld. Het zijn kinderen, die wat magerder zijn. Het haar is vaak sluik en dun. Ze kunnen bleek zien met kringen onder hun ogen. Ze zien en horen alles. De kleinste details nemen zij waar. Als eerste zien zij wie er op school niet aanwezig is. Eten en slapen zijn over het algemeen niet hun ‘hobby’. Ouders vragen zich soms af waar deze kinderen van groeien, zo weinig eten zij. Bij het naar bed gaan is het voor deze kinderen moeilijk om de dag los te laten en vol vertrouwen zich aan de nacht over te geven. Onverwerkte ervaringen van de dag komen in bed aan de oppervlakte en maken hen onrustig of angstig.

Rudolf Steiner gaf voor deze kinderen aan een zomerstemming aan te brengen. Een zomerstemming gevuld met warmte en zoet. Warmte die de opvoeders kunnen geven aan het kind met kleding die warmte schenkt. Kleding van natuurlijke materialen. Een warm kruikje in bed zodat het bed als een warm nestje aanvoelt zodat de overgave aan de nacht makkelijker wordt. Warm in een stemming dat ‘alles goed komt’. Rudolf Steiner gaf voor deze kinderen aan het eten te zoeten. Nu is onze voeding de laatste 20 à 30 jaar met vele sluipsuikers onopgemerkt vele malen zoeter geworden. De aanwijzing om het eten te zoeten is daardoor niet zondermeer op te volgen. Het zoeten van het eten kan wel gebeuren door op zoek te gaan naar ‘zoete groenten’ als wortel, pompoen en zoete toevoegingen als rozijnen en een klein beetje honing (vanaf de leeftijd van 1 jaar). Wintertijd, zomertijd, winterstemming, zomerstemming. Ook in de opvoeding van onze kinderen kunnen wij iets van de stemming van de seizoenen als pedagogisch instrument inzetten.
.
Loïs Eijgenraam
Dit artikel verscheen eerder in Vrije Opvoedkunst, winter 2016, hier weergegeven met toestemming van de auteur.

 

Loïs Eijgenraam: Je kind beter begrijpen

Meer boeken

Website Loïs Eijgenraam

School voor antroposofische kinderopvang

Het kleine(nere) kind: alle artikelen

Menskunde en pedagogie: alle artikelen

.

1684

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.