Categorie archief: niet-nederlandse talen

VRIJESCHOOL – Niet-Nederlandse talen – Duits – lagere klassen (1)

.
(Marijke Buursink, vrijeschool Groningen, nadere gegevens onbekend)

.

VREEMDE* TALEN IN DE EERSTE 3 SCHOOLJAREN
.

Vol verwachting zijn alle ogen op me gericht als ik de 1e klas binnenstap voor de eerste Duitse les. Sommigen zijn afwachtend, ook wel gereserveerd zelfs en anderen willen wel onmiddellijk beginnen – waarmee weten ze niet. De onzekerheid van sommige kinderen (“ik kan dat toch niet verstaan! “) verdwijnt al snel, want “Guten Tag!” verstaat iedereen.

“Guten Tag, meester Ebe, guten Tag, Liebe Kinder!” Een paar vlotteriken wensen me direct ook een goede dag, en als ik m’n hand achter mn oor houd en de klas vragend aankijk, antwoordt de hele klas “Guten Tag!”

“Ich bin juf Marijke, wer bist du?” Ik wijs naar mezelf en dan naar de ander, kijk vragend. “Ze vraagt hoe je heet!” wordt er dan van alle kanten geroepen.

“Gerlof ist ein Junge” en Lara ist ein Mädchen” en als ik zeg “Stefan ist ein Mädchen” gaat er al een gejoel op. Hoe kan juf zo dom zijn! Het ijs is gebroken. En dan kunnen we gaan klappen, stampen, zingen, staan, zitten, lopen, spelen en vooral vingerspelletjes doen.

Waarom vreemde talen in de laagste klassen?

Een “economische” reden daarvoor is, dat die jongste kinderen in hun “naboot­singsfase” de talen uiterst snel overnemen.  (U heeft misschien zelf in het buitenland ervaren, hoe de kinderen vaak sneller dan uzelf woorden, klanken feilloos naspreken).

Hun mondspieren zijn nog erg soepel en deze kunnen zich nog aan de meeste “vreemde” klanken aanpassen. Daarmee kun je in de laagste klassen een basis leggen voor een vertrouwdheid met die vreemde klanken.

Een belangrijke reden is, dat die nabootsing ook van binnen, innerlijk ge­beurt. Je beweegt als het ware van binnen ook mee met de klanken die je spreekt.

In die lagere klassen gaat het voornamelijk om de klanken! Die klanken zijn er niet “toevallig”, ze hebben allemaal een eigen “kwaliteit”, ze spreken allemaal een eigen taal!

De “d” van “ding” zegt ons iets anders dan de “r” van “ring”. Het is daarmee begrijpelijk dat de verschillende talen (die immers verschil­lende woorden voor één voorwerp hebben) verschillende aspecten van dat voor­werp benadrukken.

Spreekt U de verschillende woorden eens uit! Welk deel van de boom past het best bij dat woord?

(Bij “Baum” en “boom” zou ïk eerst naar de stam kijken, bij “arbre” eerst naar de blaadjes in de kruin. Ik stel me trouwens een heel andere boom
ook voor, met andere kleuren, in een ander jaargetijde).

niet Nederlandse talen

Door mee te bewegen in de verschillende klankwerelden, blijft het innerlijk soepel. Die kleine kinderen oefenen al doende om beweeglijk te zijn, om niet al te vast te komen zitten in één belevingswereld. Die beweeglijkheid wordt diep in hun ervaring verankerd! Het kan de basis zijn voor latere beweeglijk­heid, souplesse in denken en voelen.

niet Nederlandse talen 2

Wat we zoal doen

Die Familie Hand-

Das ist der Vater
lieb und gut,
Das ist die Mutter,
mit froher Mut,
Das ist der Bruder,
stark und gross,
Das ist die Schwester,
mit dem Püpchen auf dem Schoss,
Das ist das kleine Kindlein,
Das soll die ganze Familie sein.

(1e klas)  .

Kommt eine Maus
die baut ein Haus.
Kommt ein Mückchen
die baut ein Brückchen.
Kommt eine Floh,
die macht so.

(1e en 2e klas)

Viktoria! Viktoria!
Der kleine weise Zahn ist da!
Mutter, komm,und guck hinein,
Sieh der kleinen weisen schein!

(1e, 2e en 3e klas)

A-A wir sind alle da
E-E wir bewegen uns und steh’n
I-I Lichtlein sind wir,sieh!
O-O wir lieben und So.
U-U wir rufen uns zu:
Guten Tag, Kinder
Guten Tag, Juffie.

(1e en 2e klas)

Hopp Hopp Hopp
Pferdchen in Galopp.
über Stock und Steine,
aber brich dir nicht die Beine!
Hopp, Hopp, Hopp.

(1e en 2e klas)

Eine kleine Piepmaus
Lief durch’s Rathaus,
Schöne wipp, schöne wapp,~
du bist ab.

(2e klas)

Ein Elefant
Stand am Strand,
auf einer Hand!
Dann fiel er um,
das war dumm!

In de derde klas die ik nu ken, willen de kinderen ‘écht‘ leren, vooral de woorden van de voorwerpen in de klas, of van de dieren. Ze luisteren dan echt naar een Duits verhaal, en willen precies weten wat er gezegd wordt. Met de voorwerpen zijn we intensief bezig geweest.

Bovendien beginnen we dan ook met moeilijker klanken en oefenen die echt. b.v.:

Es war einmal ein Mann, der hatte 3 Söhne
Der erste hiess Schack                                                                                           ;
Der zweite hiess Schackschawerack

Der dritte hiess Schackschawerackkonomini.

of:

Der dicke Dietrich trug der dünnen Dietrich durch das Dorf.

We doen raadsels:

Fällt vom Himmel,
Macht dich nass,
sage mir,
was ist denn das?

Ik merk in de derde klas op dit moment, dat de “vierde er al begint aan te komen: de kinderen gaan hun eigen wil meer doorzetten, willen sommige “kinderachtige” gedichtjes of liedjes niet meer en willen echt leren.

Het zal niet lang meer duren of we gaan misschien al iets met elkaar
schrij­ven, om de overgang te gaan maken van gesproken woord. Maar dat komt eigenlijk pas in de vierde klas.

* ‘Vreemde’ is m.i. een woord dat we i.v.m. andere talen niet zouden moeten gebruiken. Er is in wezen niets ‘vreemds’ aan deze talen – zijn alleen anders dan de onze.
Wellicht is het goed dat kinderen ‘anders-zijn’ niet associëren met ‘vreemd’= raar.

Zie vooral: uitgaven verschenen bij ‘Forschungsstelle beim Bund der Freien Waldorfschule

.
Niet-Nederlandse talen: alle artikelen

.
1e klas: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: 1e klas

.

623-572

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Geschiedenis – 6e klas (1)

 .
Pieter HA Witvliet
.

VAKKENINTEGRATIE


Het op elkaar betrekken van verschillende vakken, is na de zeventiger jaren van de vorige eeuw als ‘vak(ken)integratie bekend geworden; de vraag is wel in hoeverre het in het onderwijs – in ’t algemeen – in de praktijk wordt gebracht.

Steiner wees er al meteen bij het begin van de eerste vrijeschool in Stuttgart op (1919!) hoe zinvol het is dezelfde leerstof vanuit verschillende vakoptieken met de leerlingen te behandelen.

Hij noemde dit af en toe ook ‘economisch’ waarbij je dan ook moet denken aan ‘tijdwinst’ en grotere interesse, betrokkenheid van de leerlingen bij de stof.

Tevens vloeide daaruit voort dat de leerkrachten: klassen- en vakleerkrachten met elkaar zouden moeten overleggen: waar ben jij in het hoofdonderwijs mee bezig en hoe kan ik daar met mijn vak bij aansluiten; of wat doe jij en wat doe ik of doen we allebei hetzelfde maar dan vanuit een verschillende invalshoek.

Zo zou je bv. wanneer je in klas 6 geschiedenis geeft, de rol van Julius Caesar voor onze streken kunnen belichten door in het Engels een boekje over hem te lezen.

Bij de uitgeverij Ladybird werd ooit gepubliceerd:

JULIUS CAESAR and ROMAN BRITAIN

Een klein, handzaam, goedkoop boekje, met een tekst die voor een 6-klasser – mits hij in de jaren ervoor goed Engels heeft gekregen – niet al te moeilijk is. Bovendien zijn de illustraties heel mooi.

Hier volgen een paar bladzijden. I.v.m. de rechten weet ik niet of ik heel het boekje mag weergeven.*

JULIUS  CAESAR AND  ROMAN BRITAIN

Long before the Romans conquered Britain, men had lived in these islands for hundreds of years. Some of them had come from northern countries like Norway or Denmark, others from France and Spain.

These people were divided into many tribes, each under its own chief. They lived in villages, in houses made of wattle and daub, that is, wooden poles and branches twisted together and covered with dried clay. These houses were usually just one room, thatched with reeds, and with a hole in the roof above the open fire. There was no glass in the small openings which let in the light, and they must have been very cold and draughty.
The men were mostly farmers, growing corn and grazing cattle. Their farming tools were made of bronze or iron by smiths, who also made swords and simple helmets; potters made bowls and jugs for domestic use.
The men and women wore brightly coloured clothes made of wool, and the wives and daughters of the chiefs had golden bracelets and necklaces, which may still be seen today in museums up and down the country.
Those of the Britons who lived by the sea were fishermen as well as farmers, and all of them fished in the rivers, which were cleaner than they are now.
The boats which the fishermen used were called coracles. They were very unlike the boats used today, although similar boats may still be seen in parts of Wales.
The coracles of the Britons were made of willow branches woven into what looked like a large shallow basket. This was covered on the outside with skins and then made waterproof with the resin or gum from pine and other trees. These little boats were very light, and the fisherman could easily carry his boat from his house to the lake or river.
Because they were round and flat, they were also very difficult to upset, and even on a rough sea they were safer than present-day rowing boats. On the west coast of Ireland coracles are still used by the islanders of Great Blasquet to cross the rough waters of the Blasquet Sound, and wrecks are said to be quite unknown.

engels 6e klas 1

engels 6e klas 2

*Bij de uitgever is het uitverkocht. Wie het met zijn klas zou willen lezen: ik kan je de tekst toesturen. Je kunt je bericht sturen naar:

pieterhawitvliet -voeg toe apenstaartje gmail punt com
.

Julius Caesar

Julius Caesar uitgebreide biografie

Julius Caesar in de Nederlanden

6e klas geschiedenis: alle artikelen

vertelstof: alle biografieën

Vrijeschool in beeld: 6e klas w.o. geschiedenis

.

552-506

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Vrijeschoolpedagogie.com

.

DÉ SITE MET DE MEESTE ACHTERGRONDINFORMATIE OVER HET VRIJESCHOOLONDERWIJS

.

U vindt via onderstaande rubrieken de weg naar meer dan 2400 artikelen.
.

In het zoekblokje (op deze pagina rechtsboven) een trefwoord ingeven, leidt ook vaak tot artikelen waar het betreffende woord in voorkomt.
Wanneer er meerdere koppen van artikelen worden getoond, is het raadzaam ieder artikel open te maken en onder aan het artikel bij de tag-woorden te kijken of het gezochte woord daar staat.
Wanneer het artikel is geopend, kan je Ctr + F klikken. Er verschijnt dan een zoekvenstertje waarin je het gezochte woord kan intikken. Als dit woord in het artikel aanwezig is, kleurt het op.
.

Ondanks regelmatige controle komt het voor dat bepaalde links niet werken. Waarschuw me s.v.p.     vspedagogie voeg toe apenstaartje gmail punt com
.

RUDOLF STEINER
alle artikelen
wat zegt hij over——
waar vind je Steiner over pedagogie(k) en vrijeschool–
een verkenning van zijn ‘Algemene menskunde’


AARDRIJKSKUNDE
alle artikelen

BESPREKING VAN KINDERBOEKEN
alle auteurs
alle boeken

DIERKUNDE
alle artikelen

GESCHIEDENIS
alle artikelen

GETUIGSCHRIFT
alle artikelen

GODSDIENST zie RELIGIE

GYMNASTIEK
vijfkamp(1)
vijfkamp (2)

bewegen in de klas
L.L.. Oosterom over: beweging tussen persoon en wereld; kind leert bewegend de wereld kennen;

HANDENARBEID
alle artikelen

HEEMKUNDE
alle artikelen

JAARFEESTEN
alle artikelen

KINDERBESPREKING
alle artikelen

KLASSEN alle artikelen:
peuters/kleutersklas 1;  klas 2; klas 3klas 4klas 5klas 6klas 7;  klas 8         (rest volgt – via zoekbalk vind je ook de andere klassen: 9 t/m 11)   klas 11

KERSTSPELEN
Alle artikelen

LEERPROBLEMEN
alle artikelen

LEZEN-SCHRIJVEN
alle artikelen

LINKS
Naar andere websites en blogmet vrijeschoolachtergronden; vakken; lesvoorbeelden enz

MEETKUNDE
alle artikelen

MENSKUNDE EN PEDAGOGIE
Alle artikelen

MINERALOGIE
alle artikelen

MUZIEK
mens en muziek
blokfluit spelen
over het aanleren van het notenschrift

NATUURKUNDE
alle artikelen

NEDERLANDSE TAAL
alle artikelen

NIET-NEDERLANDSE TALEN
alle artikelen

ONTWIKKELINGSFASEN
alle artikelen

OPSPATTEND GRIND
alle artikelen

OPVOEDINGSVRAGEN
alle artikelen

PLANTKUNDE
alle artikelen

REKENEN
alle artikelen

RELIGIE
Religieus onderwijs
vensteruur

REMEDIAL TEACHING
[1]  [2]

SCHEIKUNDE
klas 7

SCHRIJVEN – LEZEN
alle artikelen

SOCIALE DRIEGELEDING
alle artikelen
hierbij ook: vrijeschool en vrijheid van onderwijs

SPEL
alle artikelen

SPRAAK
spraakoefeningen
spraak/spreektherapie [1]    [2]

STERRENKUNDE
klas 7

TEKENEN
zwart/wit [2-1]
over arceren
[2-2]
over arceren met kleur; verschil met zwart/wit
voorbeelden
In klas 6
In klas 7

VERTELSTOF
alle artikelen

VOEDINGSLEER
7e klas: alle artikelen

VORMTEKENEN
Alle artikelen


VRIJESCHOOL
uitgangspunten

de ochtendspreuk [1]      [2]     [3]

bewegen in de klas
In de vrijeschool Den Haag wordt op een bijzondere manier bewogen.

bewegen in de klas
L.L.. Oosterom over: beweging tussen persoon en wereld; kind leert bewegend de wereld kennen; sport

Vrijeschool en vrijheid van onderwijsalle artikelen
zie ook: sociale driegeleding

vrijeschool en antroposofie – is de vrijeschool een antroposofische school?
alle artikelen

de vrijeschool: breinvriendelijk onderwijs

Vrijeschool in beeld: illustraties van het vrijeschoolonderwijs

EN VERDER:
burnt out
Aart van der Stel over: waarom raakt iemand ‘burnt out’; je eigen rol en hoe gaan de anderen met je om; binnen-buiten; gezond-ziek

met vreugde in het nu aanwezig zijn
‘anti’- burn-out

geschiedenis van het Nederlandse onderwijs, een kleine schets


karakteriseren i.p.v. definiëren

lichaamsoriëntatie

(school)gebouw
organische bouw [1]     [2-1]    [2-2]

In de trein
onderwijzer Wilkeshuis over een paar ‘vrijeschoolkinderen’ in de trein

.

Ondanks regelmatige controle komt het voor dat bepaalde links niet werken. Waarschuw me s.v.p.     vspedagogie voeg toe apenstaartje gmail punt com

.

434-404

.

VRIJESCHOOL – Niet-Nederlandse talen – alle artikelen

.

ALGEMENE GEZICHTSPUNTEN

[1-0] Over het leerplan
Doelstelling niet-Nederlands talenonderwijs; opsomming van activiteiten per klas voor iedere taal; literatuur algemeen en per taal.

[1-1] Over het leerplan
Opsomming van activiteiten per klas. Hier met als voorbeeld Engels, maar de inhoud kan voor iedere taal gelden.
Voor literatuuropgave zie art. [1-0]

[1-2] Vreemde* talen in de onderbouw
Tom de Greeuw over: hoe een klein kind talen leert; het gemak, de nabootsing; doel van niet-Nederlandse talen op de vrijescholen: niet meteen om te leren, maar erin en mee te leven.

[1-3] Een creative benadering van de vreemde* talen
René M. Querido
over: talen in klas 9, 10, 11 en 12: voorbeelden van literatuur, gedichten enz,; hoe kind een taal leert; ‘typisch’ Duits, Frans, Engels; de sociale kant van een taal kennen.

[1-4-1] Andere talen als een bijdrage tot menswording
Ida Bisaz over: de waarde van de niet-Nederlandse talen; wat beoogde Steiner; wat is taal; grammatica; ‘het andere’.

[4-1-2] Over het niet-Nederlandse taalonderwijs
Ida Bisaz over: waarom vanaf klas 1; verandering in klas 4; grammatica met voorbeelden voor het Frans; lezen, wat is een goede tekst; algemene gedachten over dit talenonderwijs.

[4-1-3] Over de methode
Ida Bisaz over: wat en hoe uit de klassen van de onderbouw (1-6); spreken; schrijven en lezen van teksten; met veel voorbeelden uit het Frans, die uiteraard op de taalspecifieke manier ook voor de andere talen gelden.

ENGELS
[1-1] Opsomming van activiteiten per klas.
Hier met als voorbeeld Engels, maar de inhoud kan voor iedere taal gelden.

Engels in klas 1, 2, en 3: een paar voorbeelden van wat er gedaan wordt

Engels klas 1:
Christl Schultz over: hoe kan de eerste Engelse les in klas 1 eruit zien?

Engels klas 1
Erica von Baravalle over: hoe kan de eerste Engelse les in klas 1 eruit zien?

Engels klas 3
Roy Wilkinson: Bothmeroefening; deze kun je reciteren en erop bewegen

Engels klas 4
Pieter HA Witvliet over: laten we voortaan spreken over ‘niet-Nederlandse talen’ i.p.v. ‘vreemde’ taal: een taal is niet vreemd, maar anders; een manier om de -ingvorm aan te leren; tevens een voorbeeld van karakteriseren i.p.v. definiëren.

Engels klas 4|
Roy Wilkinson: Thor’s journey to Giant’s land, uit de Edda, ‘Hoe Thor zijn hamer haalde’.

Engels klas 5: Wonder van het andere
Erhard Dahl over: soms in het Engels 2 woorden t.o. het Nederlands maar 1 en omgekeerd; wat betekent eigenlijk een niet-Nederlandse taal leren; door de taal het andere en de ander leren kennen; 

Engels klas 5: Hymn to Prometheus
Roy Wilkinson: uit de Griekse mythologie: Prometheus: om te reciteren en op de hexameter te lopen.

Engels in de verschillende klassen: 1e; 4e; 7e, 9e, 12e

Engels in verschillende klassen: begin- of eindspreuken; tafelspreuken

Engels voor een hogere klas: een sprookje om op te voeren voor een lagere klas.

The Alphabet
Roy Wilkinson
de letters op alfabet in rijm, met de uitspraak

DUITS
[1-1] Duits in klas 1, 2, en 3
Marijke Buursink over: een paar voorbeelden van wat er gedaan wordt en waarom.
Duits in klas 1, 2, en 3: bewegingsversjes
Duits 3e klas: spelletje over koe en stier
Duits 3e klas: spelletje ‘De ark van Noach’
Spraakoefeningen voor alle klassen

[3-1] Kerstgedichtjes voor verschillende leeftijden
[3-2] Pasen: 2 gedichtjes en een lied voor verschillende leeftijden

FRANS
[1-1]
Leerplangezichtspunten voor de klassen 1 t/m 7
Pieter HA Witvliet over: vele aspecten van het leerplan – niet-Nederlandse talen, in dit geval voor het Frans; voorbeelden hoe leerkrachten het aanpakken; literatuuropgave.

[1-2] Frans in de 1e klas
M.v.d.Made over: waarom deze talen in de laagste klassen al; voorbeelden van wat wordt gedaan; 

[1-3] Frans in klas 1, 2, 3 en verder
J.M. over: waarom deze talen op zo jonge leeftijd; geen intellectualisme, maar fantasie; spel, ritme; chansons populaires; vele voorbeelden; 4e klas grammatica; 5e klas zinsleer; 6e klas spreekwoorden;

zie de voorbeelden in [1-4 enz]

Een herderspelletje en een paar kerstliederen (die niet op ‘Vrijeschoolliederen staan’)

.

* ‘vreemde’ is m.i. een woord dat we i.v.m. andere talen niet zouden moeten gebruiken. Er is in wezen niets ‘vreemds’ aan deze talen – ze zijn alleen anders dan de onze. Wellicht is het goed dat kinderen ‘anders-zijn’ niet associëren met ‘vreemd = raar’.
.

399-376

.

VRIJESCHOOL – karakteriseren of definiëren: Engels klas 4

.

 Voor een uitgebreidere behandeling van de begrippen ‘karakteriseren’  en ‘definiëren’

NIET-NEDERLANDSE TALEN 

Een zeer vooruitstrevende gedachte van Steiner was de introductie van “vreemde” talen in het onderwijs vanaf klas 1 (kinderen van ca 7 jaar).

Ik heb “vreemde” tussen aanhalingstekens gezet, omdat ik wat moeite heb met het woord “vreemd”.
Betekent dit, dat onze taal níet vreemd/raar is en die andere wel?
Of zijn ze ons “vreemd”, nog onbekend. Dat laatste natuurlijk.

Maar om de indruk weg te nemen dat een andere taal ‘vreemd=raar’ zou zijn en ook om de kinderen niet in verwarring te brengen, zou ik liever spreken van ‘andere’ of -nog wel duidelijker – ‘niet-Nederlandse taal’.

In principe zou iedere taal in aanmerking kunnen komen.

In Nederland ging het vooreerst vooral om Engels, Duits en Frans. Nu staan ook  Russisch en Spaans en Chinees in de belangstelling.

Rudolf Steiner: “het is vanuit de cultuur gezien noodzakelijk dat wij deze talen (van jongsaf) geven”.[1]

Steiner was hier (ook) zijn tijd ver vooruit.

En ook inhoudelijk. Hij legt meteen de nadruk op het spreken.

Toen ik zelf niet-Nederlandse talen leerde, betekende dat hoofdzakelijk het leren van grammatica en idioom om vooral schriftelijk! de taal te leren beheersen.
Dat heeft tot gevolg gehad, dat ik schriftelijk het Frans aardig machtig was, maar in Frankrijk zelf met de mond vol tanden stond, als het om een gesprek ging.

Een leraar Duits op de kweekschool – de huidige pabo – opende, mij in ieder geval, de ogen voor waar het in een vreemde taal om gaat: het spreken. Dat lijkt wellicht nu logisch, maar destijds lag het niet voor de hand. “Vergelijk het met muziek”, zei de Duitse leraar, “jullie leren noten, maar niet musiceren. Grammatica en idioom zijn de noten; het spreken is de muziek.”

In het niet-Nederlandse talenonderwijs (op de vrijeschool in ieder geval) zal het dus voornamelijk moeten gaan om het spreken. Om je uit te drukken in een andere taal.

Ik heb jarenlang Engels gegeven in klas 1 t/m 7. Voor dit vak is binnen de vrijescholen een gedegen leerplan ontstaan.

In de 1e 3 klassen gaat het vooral om: zingen, reciteren, vingerspelletjes, gesprekjes, luisteren.

Vanaf klas 4 kan er worden begonnen met grammatica.

Wanneer je de kinderen de ’-ingvorm” van de werkwoorden  wil aanleren, kun je zo te werk gaan:

In klas 1,2 of 3 hebben we uitgebreid stil gestaan bij dit rijm. – Dit klinkt tegenstrijdig – want bij het “doen” van dit rijm stonden we natuurlijk helemaal niet stil:

I’m standing, I’m sitting,
I’m writing, I’m knitting.

I’m reading, I’m counting,
I’m swimming, I’m shouting.

I’m eating, I’m drinking,
I’m talking, I’m thinking.

I’m giving, I’m taking,
I’m sweeping, I’m baking.

I’m laughing, I’m looking,
I’m washing, I’m cooking.

I’m driving, I’m rowing,
I’m kneeling, I’m growing.

I show my right hand,
I show my left hand,

I show both my hands,
And now I will stand/sit still.

Als je dit in een lagere klas hebt gedaan en je komt er in klas 4 weer op terug, kennen de kinderen dit rijm vrijwel allemaal nog.

Nu kun je een kind voor de klas een aantal willekeurig gekozen zinnen laten uitbeelden:

“what is he/she doing”.

Individuele antwoorden worden gegeven he/she is …….ing.

Dit is karakteriseren: allemaal mogelijkheden om de ……ing-vorm tot middelpunt van de belangstelling te maken.

Langzaam maar zeker groeit bij de kinderen het besef dat deze vorm gebruikt wordt, wanneer je een poos met iets bezig bent; wanneer iets een tijdje duurt.

Wanneer het NU is. (Later is dan weer begrijpelijker wat het verschil is tussen “it is raining” en “it rains”.

Zo leidt ook hier het karakteriseren naar de definitie.

Wanneer je dit consequent dóórdenkt is het logisch dat je de definitie onthoudt en de voorbeelden niet meer.

Dat is helemaal overeenkomstig de aard van karakteriseren (leven) en definiëren (dood)

Het moet eindigen bij de definitie.

Die dient dan weer als uitgangspunt voor nieuwe situaties.

M.a.w.. je hebt op een levendige (lebendige) manier iets geleerd.

[1] GA 294 Opvoedkunst – methodisch-didactische aanwijzingen, blz.115

.

Niet-Nederlandse talen: alle artikelen

.

396-374

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.