Categorie archief: aardrijkskunde

VRIJESCHOOL – Aardrijkskunde – alle artikelen

.

Rudolf Steiner over aardrijkskunde: alle artikelen

Aardrijkskunde klas 4 t/m 12: overzicht
Christoph Göpfert menskunde door aardrijkskunde’ deel 1 over: om welke ervaringen gaat het die een kind moet hebben over de wereld van nu; aardrijkskunde heeft verbinding met bijna alles: gesteenten, planten, dieren, waar en hoe mensen leven en leefden (geschiedenis); aardrijkskunde moet ook leiden tot meer naastenliefde; wat en waarom – ook menskundig gezien – van wat in de klas behandeld wordt; een overzicht

deel [2 In klas 4, 5: van heemkunde naar de eerste aardrijkskunde

deel [3] In klas 6: aardrijkskunde Europa vanuit het gezichtspunt: polariteiten (oost-west; noord-zuid) Landen en rivieren, economie

deel [4] In klas 6: aardrijkskunde geen bijvak; overal basis voor economisch leven; aarde is levend organisme: dat schept verantwoordelijkheid; bouwen op wat eerder werd aangelegd; wat meer abstractie vereist; belangrijk middel om vanuit te gaan: de elementen; bergen, woestijn, delta’s; klimaat; grote stromen;

deel [5] In klas 7: gaat het niet meer zo om het economische, maar om het geestelijk-culturele; aardrijkskunde eigenlijk een bundeling van andere vakken; aardrijkskunde is ruimte(lijk); hoe gaan cultuur en ruimte samen.

Aardrijkskunde – gezichtspunten voor klas 5 t/m 10
L. Gienapp / E. Heyder over: suggesties voor iedere klas.

Aardrijkskunde 4e klas: alle artikelen

Aardrijkskunde 5e klas: alle artikelen

Aardrijkskunde 6e klas: alle artikelen

Aardrijkskunde 7e klas: alle artikelen

Aardrijkskunde hogere klassen:

De vorming van de aarde [1]
Inleiding over antroposofische onderwijs (phaw)
Mr.M.Stibbe over: aarde en mens één geheel; drieledige mensengestalte en aardevormen; metamorfose; tegenstellingen tussen landen west-oost en noord-zuid; tegenstellingen continenten;

De vorming van de aarde (2)
Mr.M.Stibbe over: optredende metamorfosen continenten, eilanden; tegenstellingen tussen landen west-oost en noord-zuid; tegenstellingen continenten;

Land- en wereldkaarten
Maarten Ploeger
over: wat is een wereldkaart; hoe komt die tot stand; hoe kwam die tot stand: oud-Perzië, Babylonië, Egypte, Griekenland; T in (en O kaart; Hendrik de Zeevaarder; Mercator; projecties; filosofische waarde van de kaart; strategische waarde (Rusland); eurocentrisme; kaart van de toekomst?

In het tijdschrift VRIJE OPVOEDKUNST staan veel bruikbare artikelen.

.

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas 

495-457

.

.

VRIJESCHOOL – 5e klas – aardrijkskunde – De Rijn (1)

.

LANG LEVE DE RIJN!

Weinig rivieren in Europa hebben zo’n grote economische en culturele betekenis gehad als de Rijn. En nog steeds is dat zo. Daarom is de Rijn een goede keuze om de eerste grote stap over de grenzen te maken.

Nederland is voor een deel geschenk van de Rijn die een grote delta vormde en die in de Noordzee vooruit schoof. Er kan veel verteld worden over hooggebergte en laagland, over kleine en grote industriegebieden, over scheepvaart en wijnbouw. De cultuur van de vele steden langs de Rijn geeft aanleiding om historische, kunstzinnige en legendaire opmerkingen te maken. Opstellen en tekeningen kunnen alles illustreren.

Men kan het hele gebied van Alpen tot monding door de kinderen laten vormen uit hout en klei. Zelfs de sneeuw ‘op de toppen van de Alpen’ kan soms uit de schooltuin gehaald worden.

Een samenhangend gedicht om de kinderen in beweging te krijgen, mag in de rhetorische fase van het leerplan niet ontbreken. De keus valt op een epische versmaat, het Griekse distichon. Er wordt bij gelopen, geklapt, gestampt en gereciteerd in groepen.

De Rijn

Op de toppen der Alpen / bedekt met een sneeuwwitte mantel
In de eenzaamheid / daar is geboren de Rijn!
Soms klinkt een dond’rend geraas / van lawines of brekende gletsjers. Soms een adelaarskreet / nimmer een mens’lijke stem.

Voor-Rijn, Midden-Rijn / zij komen van de Sint-Gotthard.
Banen zich bruisend een weg / beide nog smal als een beek.
Achter-Rijn ontspringt / op de hoge toppen van ’t Rheinwald,
Wordt door een driehonderdtal / machtige gletsjers gevoed.

Voortdurend zenden die hem  /  hun koude, bruisende waat’ren
Uit het rijk van het ijs  / nevel en eeuwige sneeuw.
Kolkend en wit van het schuim / stort de razende Rijn in zijn bedding. Wringt zich kronk’lend omlaag  /  schuurt zich een kloof in de rots.

Dan verenigen zich / de drie wakkere, woeste riviertjes
En vervolgen hun weg / vormen tesamen één Rijn!
Reeds snelt de Rijn voorbij / wat lager en vriend’lijker oevers:
Alpenweiden zijn daar / vrolijk gekleurd in hun bloei.

Bij Chur wendt zich de Rijn / met een forse ruk naar het noorden,
Neemt de Ill in zich op / stroomt daarna uit in een meer.
’t Lange Bodenmeer /  ontneemt de Rijn alle woestheid:
Helderder is hij en kalm / als hij het meer weer verlaat.

Na een buit’ling omlaag / de waterval van Schaffhausen,
Neemt hij met vreugde de Aar / Limmat en Reuss in zich op.
Dan zet hij kronkelend koers / naar het roemrijke Basel in ’t westen.
Niet meer een kind, maar een man / rustig en goed voor zijn werk!

Tussen Vogezen en Schwarzwald / de Franse kant en de Duitse,
Stroomt de brede rivier / schepen bevaren hem nu
Naar het noorden toe / gaat rustig de Rijn door de vlakte.
Breed is het dal en schoon / vruchtbaar, welvarend land.

Graanveld, weide en boombaard / vol noten en tamme kastanjes,
Zijn een lust voor het oog / ook is bekend er de wijn.
Straatsburg ligt aan de Rijn / met zijn spitse, Gotische toren.
Zetel is deze stad / van ’t Europees Parlement.

In het Schwarzwald snort / de draaibank in steden en dorpen: Overvloedig is ’t bos / Kunstig besnijdt men het hout.
Grillige Neckar komt / in de Rijn bij de haven van Mannheim.
Steeds meer schepen draagt /  nu de rivier op zijn rug!

Bij het Gouden Mainz / komt de lange Main hem versterken.
Hunsrück en Taunusrug / stuiten de Rijn in zijn loop.
Maar als een held doorbreekt / dan de Rijn dit Leisteengebergte,
Slijpt zich een diep, grillig dal / Kronk’land van Bingen tot Bonn.

Op de Loreley-rots / zit een schone, zingende jonkvrouw.
Elk die hoort haar gezang /  vindt in de golven zijn graf!
Hier heeft de Rijn weergalmd / van kreten en wapengekletter.
Want op iedere top /  ligt een onneembare burcht.

Maar ook klonk er het lied / van minstrelen en reizende zangers:
Liefde- en heldendicht /  heeft er de harten verheugd.
Schoon is de streek: de kastanjes / beschaduwen vriend’lijke stadjes
En de wijnstok klimt / langs elke helling omhoog.

Maar bij Bonn verlaat / de Rijn de rotsrijke dalkloof:
Breed is de vlakte waarin / hij nu zijn wateren stuwt.
Langs de reuzen Dom / van Keulen, met dubbele spitsen.
Zet hij breed en traag  / kronkelend koers naar de zee.

Rechts, tussen Lippe en Ruhr  /  krioelt de vlakte van leven:
Ononderbroken stampt  /  kreunt de machine er voort!
Als een afgebrand bos / staan de schoorstenen stadig te roken.
Spuwen hun rook en hun roest /  over de roetzwarte stad,

In een geel-rosse gloed / staan de hoogovens tegen de hemel.
Brakende als een vulkaan / gloeiende massa’s metaal!
Dan, tussen Wezel en Kleef  / bekend door de Zwaneridder,
Stroomt de Rijn bedaard / naderend Nederlands grens.

Door het lage land / vol sappige weiden met koeien.
Onder bewolkte lucht / vloeit nu de Rijn naar de zee.
Dijken geleiden hem / gesplitst in Rijn, Waal en IJssel,
Naar het Hollandse duin / Dat is het eind van de reis!

Voor hij zijn monding bereikt / passeert hij een machtige haven: Duizenden schepen per jaar / varen er in en er uit.
In Rotterdam klopt het hart / van de handel op zee en in ’t Rijndal: Scheepvaart heeft aan ons land /  vreugde en rijkdom gebracht.

Zelfs de grond waarop /wij allen leven en werken,
Is voor een heel groot deel / ’t gulle geschenk van de Rijn.
Zwitserland aan zijn bron / en Nederland aan zijn monding…
Is er een betere rivier? / Laten wij loven de Rijn!

Misschien lijkt het, of zo’n gedicht erg lang* is. De kinderen vinden het niet lang. Alles, wat hun over de Rijn verteld is, komt in de meest beknopte vorm in het epische gedicht voor. Dichtregels blijven in het geheugen beter bewaard dan een prozaverhandeling.

Voor één boek zou men een uitzondering kunnen maken: Selma Lagerlöfs Niels Holgerson, een voorbeeldige behandeling van de aardrijkskunde van Zweden, en dat op zeer kunstzinnige wijze.

Hoeveel handen werken voor ons?

Ieder kind van de groep gaat na, wat er thuis op de ontbijttafel staat. Zo krijgen we een aardige inventarisering. We gaan vragen, waar dit alles vandaan komt. Brood — waar komt de tarwe vandaan? Voor een klein deel uit eigen land, maar voor het grootste deel uit Canada of uit Zuid-Amerika. Boter— waarvandaan? Koffie — waarvandaan? Thee — waarvandaan?

De kinderen worden wel enthousiast, wanneer zij merken, hoe zij alleen al in deze kleine dagelijkse behoeften praktisch met de gehele aarde betrekkingen hebben. Voor een paar producten gaan we alles eens uitvoerig uitzoeken. Voor thee komen we bij voorbeeld terecht op de blauwige berghellingen van Preanger op Java. De pluksters met brede, grote hoeden plukken zorgvuldig met de hand de rijpe theeblaadjes, die dan gesorteerd, geroosterd, verpakt, vervoerd naar de haven, verscheept, uitgeladen in een Nederlandse haven, vervoerd naar een fabriek. Daar nogmaals gesorteerd, gebroken, in kleine, leuk ontworpen pakjes gedaan, naar de grossier vervoerd, van grossier naar de detailhandel, vandaar in moeders boodschappentas, alles vóórdat de met kokend water behandelde thee het kopje dampende thee op de ontbijttafel mogelijk maakt. Dat éne kopje zou er niet zijn zonder kruidenier, grossier, chauffeur, lossers en laders, zeelui, inpaksters, pluksters, om nog maar te zwijgen van alle administratief personeel van theeplantages, havenbedrijf, groothandel en wat dies meer zij.

Het is belangrijk, dat deze gedachte bij de kinderen wordt gewekt: honderden, ja duizenden mensen werken voor ons. Zeker, zij ontlenen aan dit werk een levensonderhoud, maar dat doet er evenmin veel toe als de prijs, die moeder uit vaders loonzakje voldoet in de winkel.
[Zie bv. dit artikel: betaal ik de juiste prijs?]

Wie meent, dat het voldoende is, dat de ouders betalen, wordt het Griekse verhaal van koning Midas voorgehouden. Koning Midas had een dierbare vriend van Dionysos, de god van de wijn gered en kreeg daarvoor het recht een wens te mogen doen. Koning Midas wenste, dat alles wat hij aanraken zou, in goud zou veranderen. Ai gauw bleek hoe verderfelijk het geschenk was. De arme koning kon niet eens meer eten en drinken, hoewel hij alles op aarde in goud had kunnen veranderen.

Een zeer wijs beeld uit de Griekse mythologie. Niet goud of geld heeft waarde, maar de dingen die je er voor kopen kan. Als iemand schoenen wil of kan maken, krijg je zelfs voor een gouden berg geen voetbedekking! Die tienduizenden handen, die voor ons werken, zonder dat wij hun eigenaars kennen, maken indruk op de kinderen. We kunnen er, ondanks betaling, zeker dankbaar voor zijn!

Oriëntatie blijft belangrijk

In de grote zaal blijkt het zeer goed mogelijk ook de topografie van de Rijn in beweging te krijgen. De parallel lopende gebergten aan weerszijden van de rivier worden voorgesteld doorliggende kinderen. De zijrivieren worden met een krijtlijn aangegeven. Zwabische Jura rechts, Zwitserse Jura links, Schwarzwald rechts, Vogezen links en zo voort.

Een Rijnstad wordt aangegeven door een kind, dat de kathedraal heeft getekend en uitgeknipt, vervolgens in de lucht gestoken. Zo ziet ieder op een rij de kenmerkende kathedralen, die mooi uitgetekend zijn. Later in het jaar gaat de klas in koor de landen noemen, waar men doorkomt, wanneer men naar de vier windstreken uit Nederland vertrekt. Naar het westen: Engeland, Ierland, Noord-Amerika. Naar het oosten: Duitsland, Polen, Rusland, Siberië, Japan. Naar het zuiden: België, Frankrijk, Spanje, Afrika, Zuidpool. Naar het noorden: Noorwegen, Noordpool.

Welk werelddeel heb je aan je rechterhand, wanneer je in Europa met je neus naar Afrika staat?

Welk werelddeel aan je linkerhand in hetzelfde geval?

meer over: oriëntatie

Nederland en de strijd tegen het water

Een prachtig onderwerp: watermolens maken. Polders en droogmakerijen in een waterdichte bak met klei zichtbaar gemaakt. Geschiedenisverhalen: de ietwat gekleurde berichtgeving van de Romeinen. De rampen uit de laat-Karolingische tijd. De ijverige monniken uit het jaar 1000.
De verplichtingen van de eigenerfde boer: de dijk onderhouden.

Zeer strenge straffen voor plichtsverzuim — in het gat van de dijk begraven worden —- of afstand van zijn land doen — spa in de dijk steken en achterlaten. Hoe wordt een goede dijk gelegd?

Wat is het verschil met oude zogenaamde paaldijken?
De goede Leeghwater.
De rampen van 1421 en 1953.
Het Deltaplan globaal.
De ook esthetisch fraaie werken in het Haringvliet en de Oosterschelde.

De kinderen zullen met des te meer plezier het schone gedicht: ‘Denkend aan Holland” reciteren.**

‘Denkend aan Holland
Zie ik brede rivieren
Traag door oneindig
Laagland gaan….’
.

(Uit ‘Het binnenste buiten”: eindrapportage ‘Project Traditionele Vernieuwingsscholen’ : tevens Schoolwerkplan [van de] Rudolf Steiner Kleuterschool, Voorschoten [en de] Rudolf Steiner school, Leiden. 1985)
.

Pieter HA Witvliet:

*als je het gedicht aan de kinderen wilt leren, kost het wel veel tijd. Dat gaat toch ten koste van de stof, waarin je je ook moet beperken: er is zoveel wat je zou kunnen doen.
Mogelijkheden: reciteren door de leerkracht – de leerlingen lopen het
reciteren door verschillende kinderen – die lopen niet; de anderen wel.
Eén of 2 coupletten uit het hoofd laten leren door  verschillende leerlingen, zodat de klas als geheel het gedicht toch kan opzeggen; enz.
.

De sage van de Lorelei
Andere Rijnsagen

**Denkend aan Holland =(herinnering aan Holland)

Aardrijkskunde: de Rijn  [2]    [3]

Aardrijkskunde 5e klas: alle artikelen

Aardrijskunde: alle artikelen

5e klas: alle artikelen

VRIJESCHOOL  in beeld: 5e klas

.

492-455

.

VRIJESCHOOL – Aardrijkskunde – 4e klas (1)

.

HOE ORIËNTEERT MEN ZICH?

Men zou denken, dat de naaste omgeving goed bekend is! Er zijn velen, die de school of het gezin als uitgangspunt willen nemen voor het omgevingsonderwijs en voor de omgeving die in kaart gebracht moet worden. Gaat men de klas goed bekijken, ramen, deuren en banken tellen, stoeltjes, fonteintje en vuilnisbak, schilderemmer, daarna tekenen en een mooie plattegrond ontstaat! Alles kan dan door wijder kringen te trekken bij de les worden betrokken: de stad, de provincie, het land.

Het schijnt voor de hand te liggen, maar toch is het minder juist. Wie durft te zeggen: ‘In den beginne was….het Schoollokaal?’
Het is precies het verkeerde uitgangspunt. Want het kind is wel veel zelfstandiger geworden, maar toch leefde het zo kort geleden nog in de wereld van de levende natuur, van sprekende dieren, planten en sterren! De richting van het kind is juist naar de aarde toe, uit sterrenwerelden. Iets van deze spirituele afkomst is nog bij sommige volkeren te vinden: zij adresseren hun brief eerst aan het land, daarna aan de stad, vervolgens aan de straat en eindelijk pas aan de  persoon. Daaraan kan men een voorbeeld nemen.

 

De kinderen reciteren:

In Gods hand wentelt het heelal.
In het heelal wentelt ons zonnestelsel.
In ons zonnestelsel wentelt de aarde.
Op onze aarde ligt het werelddeel Europa.
In het werelddeel Europa ligt het land Nederland.
In het land Nederland ligt de provincie Zuid-Holland.
In de provincie Zuid-Holland ligt de stad Leiden.
In de stad Leiden ligt de wijk Zuid-West.
In de wijk Zuid-West ligt de César Franckstraat.
Aan de César Franekstraat ligt de Rudolf Steinerschool.
In de Rudolf Steinerschool ligt de vierde klasse.
In de vierde klasse staat een rij tafels.
In die rij tafels staat één tafel.
Aan die tafel zit ik.

Deze spreuk kan natuurlijk ook achterstevoren worden opgezegd. Als groep, als klas, als individu.

Nu kan men al gauw over de zon spreken. De zon is de vader van de aardrijkskunde. Of de moeder? O, de kinderen weten al aardig wat. Overdag is de zon er altijd, ook wanneer er wolken zijn, of wanneer het regent. Wij zien de zon opkomen, wij zien haar stijgen en weer dalen; tenslotte gaat zij onder, ’s Nachts kunnen we de zon niet zien – maan en de sterren, tenminste wanneer het helder is.
De kwestie van de horizon komt ter sprake. Waar is die? Hoe ver kan je kijken? Tot de blauwe lucht en de weilanden elkaar raken. Op de kleurgrens is de horizon of ‘gezichtseinder’. Het laatste woord is duidelijker, maar zo’n mond vol.
Aan het strand zie je, dat de horizon in een grote kring om je heen ligt.

Waar gaat de zon op? Vanuit het lokaal naar de stad Leiden kijkend komt hij op boven de Petruskerk. Dat noemen we het oosten. Waar gaat de zon onder? Precies aan de andere kant van het lokaal kijken we naar de Wassenaars-Katwijkse duinen. Zo was dat vroeger. Nu kijken we aan tegen een nieuwe flatwijk van Voorschoten — Noord-Hofland — zo gaat dat. Waar staat de zon op zijn hoogst en wanneer? Boven Zoeterwoude, omstreeks twaalf uur. Zo worden oost-zuid-west bepaald. De kinderen zien ineens, dat de wanden van het lokaal naar deze windrichtingen gekeerd zijn. Nog één wand, de koude gangkant, ja daar komt de zon nooit. Dat is het noorden. Tafels en banken verdwijnen naar de zijkanten van het lokaal. Een grote kring wordt op de vloer getrokken. Vier groepen kinderen stellen zich op. Elke groep heeft een windrichting. Een paar lange jongens met een gele bal spelen de baan van de zon na. Let wel: bal in de hand.
Het is voorjaar. Dag en nacht zijn ongeveer even lang. De schuine baan met het hoogste punt in het zuiden loopt van oost over zuid naar west.

Al gauw wordt ontdekt, dat de zonnebaan niet elke dag dezelfde is.
Hoe zouden we de windrichting noemen, waar de zon eind juni opgaat? Ja, tussen oost en noord. Vooruit! ‘Noord-oost!” Enkele kinderen krijgen de smaak te pakken: alles willen ze weten en uitvinden, totdat er een complete windroos met touwen, met twee kinderen aan elk uiteinde, op de vloer van het lokaal ligt.

Dat is de moeite waard om met mooie kleuren op het bord en daarna in de schriften vast te leggen, met enige korte teksten. Elke dag wordt weer uitgegaan van de grote kring op de grond*. Eerst eenvoudige opgaven. ‘Ga eerst met je neus naar het zuiden staan, midden in de kring. Waar is het oosten? Aan je… linkerhand. Het westen is dus; aan je rechterhand! Je rug wordt koud, want daar is het: noorden.’ Velen krijgen zo’n beurt en tenslotte voelen en begrijpen allen wat ‘oriënteren’ is: het oosten zoeken. Waarom het oosten? Omdat het licht uit het oosten komt! Ex oriente Lux zoals, de Latinisten zeggen. Wie het oosten heeft, heeft de andere drie ook.

Soms komen er echt moeilijke opgaven: ‘Margreet, beschrijf jij de zonnebaan van jouw verjaardag eens! Ze doet het. Ze is op 12 december jarig. Een lage boog!

Hoe ontstaat een kaart?**
Een landkaart is een wonder van nauwkeurigheid. Maar het is ook een geduchte abstractie. Men moet al een heleboel weten om een kaart te kunnen lezen. Er staat veel minder op dan het land in werkelijkheid aan het oog toont. Er staat ook meer op dan er te zien is, bij voorbeeld landgrenzen, ondiepten of politieke kleuren. En waarom zit het noorden altijd aan de bovenkant? Natuurlijk, er zijn goede verklaringen voor, tenslotte is onze eigen bovenkant ook het koelst. Maar een landkaart is een eindprodukt. Men moet er dus niet mee beginnen. Hoe dan wel?

ïn de klas wordt een cirkelvormig stuk papier voor ieder kind gemaakt. Het wordt in tweeën gevouwen en elke helft nogmaals in tweeën. De vier windrichtingen worden aangebracht op de juiste plaats.

Nu gaan we gewapend met dit papieren een doosje kleurkrijt naar buiten. We zoeken een mooi hooggelegen punt, gaan kijken, hoe het land zich naar alle kanten uitstrekt en we stellen vast, waar de vier windrichtingen zijn. Elk kind tracht nu op het juiste kwadrant af te beelden wat het in het oog krijgt. Leiden is een gunstige plaats voor zoiets. Er is een unieke, ronde burcht, gelegen op een flinke heuvel aan de Oude Rijn, waar een splitsing van twee stukken Rijn weer ongedaan wordt gemaakt, als ‘Galgewater’ stroomt de Rijn verder. Het uitzicht is heel mooi. Zelfs de duinen en het Kagermeer vol witte zeiltjes zijn zichtbaar. De stad strekt zich aan de voet van de burcht uit, vol markante punten: kerken, stadhuis, walmolen, weeshuis, stadspoorten, de gasfabriek. In het zuiden is het groene polderland. Door het tekenen krijgen de kinderen een beeld van het land, zoals het om de stad ligt. Op school wordt deze eerste ‘kaart’ uitgewerkt. Wil men er nog meer op hebben, dan zal men het eigen ‘standpunt’ steeds kleiner moeten maken. Een tweede stel ‘kaarten’ toont de loop van de Rijn naar de Noordzee. Schepen bevaren zee, rivier en meren. Vette koeien grazen in de weilanden. Elke plaats is gekenmerkt door zijn hoogste punt: een kerktoren. Grote wegen en kleine wegen, kanalen en andere waterlopen, ook de rivieren, geven de mogelijkheden om van de ene plaats naar de andere te komen. Maar het beeld is nog niet heel concreet. De kaarten zijn zo, dat elk kind bewondering krijgt voor de mensen, die zo nauwkeurig alles hebben nagemeten en getekend. Dan kan men op de duur ook landkaarten uit een gedrukte atlasje gebruiken.

Het abstracte eindprodukt is verteerbaar door de gevoelsmatige belangrijke weg erheen. Ieder kind weet, dat wij de wereld steeds uit een andere hoek zien, naarmate we ons verder voortbewegen. Maar de onderlinge afstanden zien we het best, wanneer we loodrecht boven het land zweven.

Een aardrijkskundig spel
Op de vloer van een vaklokaal zit een kind in het midden. Het heeft een kartonnen bordje met ‘Leiden’ er op. Vier kinderen langs de kant geven de windrichtingen aan. Ze dragen kartonnen bordjes met — in grote letters — oost, west, noord, zuid er op. In het westen zit een kind aan zee met een bordje ‘Katwijk’. In het oosten zit er ook een met ‘Alphen a.d. Rijn’.

In het noorden zit ‘Noordwijkerhout’, door een kind voorgesteld. In het zuiden ‘Zoetermeer’. eveneens door een kind gespeeld.  Al wandelend of rijdend worden steeds meer kinderen in de kaart gebracht. Langs de Rijn in westelijke richting komen er Rijnsburg, Valkenburg, Katwijk (binnen) bij. Langs de Rijn in oostelijke richting: Leiderdorp, Hazerswoude (Rijndijk), Koudekerk. En zo gaat het door. Alle dorpen in de buurt zijn op de kaart te vinden. Een kind krijgt de beurt: ‘Ik reis van Alphen naar het westen langs de Rijn. Ik kom langs Koudekerk enzovoort. Daarna worden de bordjes omgekeerd of weggestopt. Weten ze het nu nog? Dat komt best terecht!

Oefening voor de dorpen zelf. Ga langs de kant staan. Op een teken zoekt ieder snel zijn plaats op. Daarvoor is het nodig, dat de kinderen de afstanden juist schatten en weten wie er in hun buurt thuishoort.

Dit geeft veel plezier. Ook andere oefeningen zijn mogelijk. ‘Yvonne, ga jij eens in Warmond staan met je neus naar het noorden!’ Ze vindt de goede plaats. Welke plaats ligt nu recht achter je? Ze kijkt om. Een helpende vriendin zit daar, die haar het bordje Oegstgeest toont. Ja, zo kan iedereen het ook! weerklinkt meesmuilend. Het werd door een tweetal forse knapen gezegd. Nu, die krijgen ook een beurt. De een springt van Katwijk Zee naar Leiden, van plaats tot plaats. De ander van Alphen tot Leiden evenzo. De bordjes gaan weg, de kinderen ook, langs de Rijn, wel te verstaan. Ze mogen niet verder springen dan een plaats die ze kennen.

De een blijft in Rijnsburg steken, de ander in Koudekerk. Grote hilariteit. Nu ja!
In de klas teruggekomen kan van allerlei op de getekende bordkaart worden nagegaan.
Maar ook moeten de kinderen op den duur de oriëntatie uit hun blote hoofd kunnen voltrekken.
‘Wanneer jij in Rijnsburg staat met je neus naar Leiden, welke windrichting ligt dan voor je?’
‘Wanneer je met je rug naar Zoeterwoude staat, welke richting kijk je dan uit?’ (We staan ergens op het schoolplein). ‘Waar ligt de zee?’ ‘Waar de Kaag?’ ‘Waar de gasfabriek?’ De kinderen mogen tenslotte elkaar ook zulke oriëntatievragen stellen.

Geschiedenis van je stad
Drie wandelingen met tekenpapier en zwart balpennetje. Historische gebouwen bezoeken. Mooie tekeningen maken. Alles samenvatten in een geïllustreerd periodenschrift. Vele verhalen worden verteld. Over de Hollandse graven die een tijd lang een versterkt huis bij de befaamde St. Pieterskerk hadden in Leiden.

Beschrijvingen geven van het leven in een Middeleeuwse stad. De kinderen ontdekken met verbazing, dat er in de keuren van de ‘gemeentebesturen’ in Leiden sprake was van het ‘verbod om varkens vrij op straat te laten lopen’, van het ‘verbod om vuilnis in de grachten te werpen’. Eén kind merkt op: ‘Die varkens zijn weg, maar afgelopen winter zag ik in de Vliet twee matrassen drijven!’
De jaarlijkse herdenking van het beleg (en het ontzet) in 1574 krijgt veel reliëf. Ook zijn oriëntatie-oefeningen mogelijk.
‘Ik sta voor de universiteit op de Nonnenbrug over het Rapenburg. In welke windrichting kijk ik? Welk gebouw is in de verte te zien?’
‘Ik sta op de Burcht. In welke richting ligt de Hooglandse kerk?’

Misschien ontstaat er wel een klein toneelstukje over Leiden. Dat kan dan nog bewaard blijven voor een schoolfeest. Ook de geschiedenis van de wol en de lakenweverij wordt uitvoerig uit de doeken gedaan.

(Uit ‘Het binnenste buiten”: eindrapportage ‘Project Traditionele Vernieuwingsscholen’ : tevens Schoolwerkplan [van de] Rudolf Steiner Kleuterschool, Voorschoten [en de] Rudolf Steiner school, Leiden. 1985)

.

Pieter HA W:
*om niet iedere dag tijd kwijt te raken aan het organiseren ‘op de grond’  kun je ook met touwen met een kaartje eraan met de naam van de windrichting, van muur tot muur, net onder het plafond, een kompas ophangen. Dan kun je ook makkelijk deze ‘lichaamsgeografie’ beoefenen.

**wie in de gelegenheid is om een hoge toren te beklimmen, heeft bij helder weer een magnifiek uitzicht over de omgeving. Als de kinderen weten dat deze in de klas getekend moet worden, letten zij extra op wat ze allemaal zien. Ook het begrip ‘platte’grond is direct beleefbaar. De auto’s zijn plat, maar ook liggen de trottoirs visueel even hoog als de straten enz. enz.

.

Aardrijkskunde 4e klas: alle artikelen

Aardrijkskunde: alle artikelen

4e klas: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 4e klas

.

491-454

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – Vrijeschoolpedagogie.com

.

DÉ SITE MET DE MEESTE ACHTERGRONDINFORMATIE OVER HET VRIJESCHOOLONDERWIJS

.

U vindt via onderstaande rubrieken de weg naar meer dan 2400 artikelen.
.

In het zoekblokje (op deze pagina rechtsboven) een trefwoord ingeven, leidt ook vaak tot artikelen waar het betreffende woord in voorkomt.
Wanneer er meerdere koppen van artikelen worden getoond, is het raadzaam ieder artikel open te maken en onder aan het artikel bij de tag-woorden te kijken of het gezochte woord daar staat.
Wanneer het artikel is geopend, kan je Ctr + F klikken. Er verschijnt dan een zoekvenstertje waarin je het gezochte woord kan intikken. Als dit woord in het artikel aanwezig is, kleurt het op.
.

Ondanks regelmatige controle komt het voor dat bepaalde links niet werken. Waarschuw me s.v.p.     vspedagogie voeg toe apenstaartje gmail punt com
.

RUDOLF STEINER
alle artikelen
wat zegt hij over——
waar vind je Steiner over pedagogie(k) en vrijeschool–
een verkenning van zijn ‘Algemene menskunde’


AARDRIJKSKUNDE
alle artikelen

BESPREKING VAN KINDERBOEKEN
alle auteurs
alle boeken

DIERKUNDE
alle artikelen

GESCHIEDENIS
alle artikelen

GETUIGSCHRIFT
alle artikelen

GODSDIENST zie RELIGIE

GYMNASTIEK
vijfkamp(1)
vijfkamp (2)

bewegen in de klas
L.L.. Oosterom over: beweging tussen persoon en wereld; kind leert bewegend de wereld kennen;

HANDENARBEID
alle artikelen

HEEMKUNDE
alle artikelen

JAARFEESTEN
alle artikelen

KINDERBESPREKING
alle artikelen

KLASSEN alle artikelen:
peuters/kleutersklas 1;  klas 2; klas 3klas 4klas 5klas 6klas 7;  klas 8         (rest volgt – via zoekbalk vind je ook de andere klassen: 9 t/m 11)   klas 11

KERSTSPELEN
Alle artikelen

LEERPROBLEMEN
alle artikelen

LEZEN-SCHRIJVEN
alle artikelen

LINKS
Naar andere websites en blogmet vrijeschoolachtergronden; vakken; lesvoorbeelden enz

MEETKUNDE
alle artikelen

MENSKUNDE EN PEDAGOGIE
Alle artikelen

MINERALOGIE
alle artikelen

MUZIEK
mens en muziek
blokfluit spelen
over het aanleren van het notenschrift

NATUURKUNDE
alle artikelen

NEDERLANDSE TAAL
alle artikelen

NIET-NEDERLANDSE TALEN
alle artikelen

ONTWIKKELINGSFASEN
alle artikelen

OPSPATTEND GRIND
alle artikelen

OPVOEDINGSVRAGEN
alle artikelen

PLANTKUNDE
alle artikelen

REKENEN
alle artikelen

RELIGIE
Religieus onderwijs
vensteruur

REMEDIAL TEACHING
[1]  [2]

SCHEIKUNDE
klas 7

SCHRIJVEN – LEZEN
alle artikelen

SOCIALE DRIEGELEDING
alle artikelen
hierbij ook: vrijeschool en vrijheid van onderwijs

SPEL
alle artikelen

SPRAAK
spraakoefeningen
spraak/spreektherapie [1]    [2]

STERRENKUNDE
klas 7

TEKENEN
zwart/wit [2-1]
over arceren
[2-2]
over arceren met kleur; verschil met zwart/wit
voorbeelden
In klas 6
In klas 7

VERTELSTOF
alle artikelen

VOEDINGSLEER
7e klas: alle artikelen

VORMTEKENEN
Alle artikelen


VRIJESCHOOL
uitgangspunten

de ochtendspreuk [1]      [2]     [3]

bewegen in de klas
In de vrijeschool Den Haag wordt op een bijzondere manier bewogen.

bewegen in de klas
L.L.. Oosterom over: beweging tussen persoon en wereld; kind leert bewegend de wereld kennen; sport

Vrijeschool en vrijheid van onderwijsalle artikelen
zie ook: sociale driegeleding

vrijeschool en antroposofie – is de vrijeschool een antroposofische school?
alle artikelen

de vrijeschool: breinvriendelijk onderwijs

Vrijeschool in beeld: illustraties van het vrijeschoolonderwijs

EN VERDER:
burnt out
Aart van der Stel over: waarom raakt iemand ‘burnt out’; je eigen rol en hoe gaan de anderen met je om; binnen-buiten; gezond-ziek

met vreugde in het nu aanwezig zijn
‘anti’- burn-out

geschiedenis van het Nederlandse onderwijs, een kleine schets


karakteriseren i.p.v. definiëren

lichaamsoriëntatie

(school)gebouw
organische bouw [1]     [2-1]    [2-2]

In de trein
onderwijzer Wilkeshuis over een paar ‘vrijeschoolkinderen’ in de trein

.

Ondanks regelmatige controle komt het voor dat bepaalde links niet werken. Waarschuw me s.v.p.     vspedagogie voeg toe apenstaartje gmail punt com

.

434-404

.