VRIJESCHOOL – 6e klas – Aardrijkskunde

.

EEN EERSTE BLIK OP DE HELE WERELD

Mensvorming door aardrijkskunde (4)

Aardrijkskunde is op de vrijeschool geen bijvak, maar is even belangrijk als bijv. biologie, natuur- en scheikunde. Dat heeft verschillende redenen. De gebieden op aarde vormen met hun bijzondere bodemconstellatie en bodemschatten, hun weersgesteldheid, hun flora en fauna de economische basis voor het menselijk leven. Wanneer je de landschappelijke gegevens samen met de leefomstandigheden van de mensen bestudeert, zoals Rudolf Steiner dat voor klas 4 tot en met 6 aangeeft, ontstaat er interesse en begrip voor het leven van de andere mens op de gehele aarde.
De aarde is tegelijkertijd het toneel van het geschiedkundig handelen en de culturele ontwikkeling van de mens. 
In klas 7 en 8 (1e twee jaren middelbaar onderwijs) moeten het karakter en de culturele omstandigheden van de verschillende volkeren in ogenschouw owrden genomen.
Steeds belangrijker wordt in de tijd van ecologische bedreiging een derde gezichtspunt: de aarde is een levend organisme waarvoor wij verantwoordelijk zijn. Zo gaat het er niet alleen om slechts wetmatigheden in de uiterlijke structuren en vormen van de aarde te ontdekken, maar a.h.w. aan een fysiologie van de aarde te werken. Hoe dat voor het eerst in de 6e klas kan, laat Christoph Göpfert zien in het volgende artikel, deel van een reeks over aardrijkskunde op de vrijeschool [1]
Redactie Erziehungskunst

Tot het 12e jaar vormt ‘de relatie tussen de natuurlijke gesteldheid en het economische leven van de mens’ [2] het belangrijkste gezichtspunt van het aardrijkskundeonderwijs op de vrijeschool. Dat geldt voor de aardrijkskunde in de 4e klas, maar ook voor de behandeling van Midden-Europa en de rest van Europa in de 5e, resp. 6e klas. Het gaat er nog niet om ‘een volledig beeld van de aarde te geven’. Toch hecht Rudolf Steiner er grote waarde aan dat de leerlingen in hun voorstelling de boog spannen van Europa over de Atlantische Oceaan naar Amerika. Daar is bij het bekijken van West-Europa steeds weer gelegenheid voor.
Met het 12e levensjaar, d.w.z. binnen de 6e klas, wil Steiner graag een nieuw beginsel dat met de menskundige verandering in deze leeftijd samenhangt. Hij beschrijft dat zo: ‘Als u op die manier een goede basis hebt gelegd, dan kunt u er rond het twaalfde jaar op rekenen dat de kinderen u kunnen vol­gen, wanneer u van dan af meer systematisch te werk gaat en in korte tijd een beeld geeft van de hele aarde, de vijf werelddelen, de zeeën – natuurlijk op een beknoptere manier dan eerst – en u dan ook het economische leven van die verschillende werelddelen be­schrijft. Uit de basis die u hebt gelegd, zou u dat alles tevoorschijn moeten halen.’ [3]

Voor zo’n ‘systematisch’ te werk gaan is wel een sterker vermogen tot abstraheren nodig en een voorstelling van de ruimte die meer omvattend is, mogelijkheden die het kind nu van nature krijgt. Naast het gebruik van landkaarten, hier de fysische wereldkaart, komt nu ook de globe. Hiermee kun je het beste de verdeling land – water, de ligging van de werelddelen verduidelijken; de globe als de helft water en de helft land. Interessant is ook het gezichtspunt van de aarde als halve bol met Kaapstad of Japan (i.p.v. Europa) als middelpunt!
Wat betekent ‘systematisch te werk gaan’ en ‘een beeld van de aarde’ (d.w.z.een eerste beeld van de totale aarde) geven, verder ‘de vijf werelddelen’, de zeeën en….het economischc leven van deze verschillende gebieden beschrijven? –
Hoe men vanuit de natuurlijke omstandigheden het menselijke economische leven tot ontwikkeling bracht, staat in deel twee en drie [1] van onze reeks. Bij de behandeling van Europa hebben we ook nog de invloed van de elementen aarde, water. lucht en warmte op het landschap en haar atmosfeer gevolgd. Een andere richtinggevende gedachte kan ontstaan, wanneer je aarde en werelddeel als organisme probeert te begrijpen, als deelgebieden waarin zich levensprocessen afspelen.

De aarde als levend organisme

We weten tegenwoordig dat daadwerkelijk van het begin levensprocessen de aarde hebben gevormd; dat de processen op de aarde volgens de wetten van een organisme verlopen. [4] Wat dat betreft is het meer dan een analogie, wanneer je de vormen van de continenten, de ‘romptendens’, ziet overheersen (Afrika, Australië), terwijl andere hun schiereilanden als ‘ledematen’ uitstrekken (Europa, Azië). Ook de grote landschappen van een werelddeel onderscheiden zich als ‘lichaamsdelen’ wat hun functioneren betreft van elkaar (zie verderop). Zo zijn er werelddelen en landstreken die zich naar een bepaalde richting openen (Europa naar het westen en zuiden, Amerika naar de Golf van Mexico) andere, die zich naar buiten afsluiten (Afrika). Openstellen en afsluiten zijn echter vormingprincipes en attituden van levende wezens. We hebben bij de behandeling van Europa (deel 3) [1] metamorfosen en tendenzen tot harmoniseren leren kennen – ook dit soort processen en gebaren behoren bij het leven.

Inderdaad is het interessant als je eenmaal karakteristieke eigenschappen van wat levend is, heb leren kennen en gecontroleerd, waar deze op aarde te vinden zijn. Daarbij horen zeker ook bepaalde ritmische processen, analoog aan wat zich afspeelt in de adem-hart-bloedsomloopactiviteit bij mens en dier. Die hebben bij de hogere levensvormen duidelijk in de borststreek hun centrum. Als we naar de aarde kijken, zien we in iedere rivier verschillende pulserende bewegingen die in het groot in het meanderen zichtbaar worden. Hoofd- en bijrivieren vormen een water’netstelsel’ waarvan de ‘aderen’ als levensstroom het landschap doortrékken. In de oceanen en in de lucht nemen kringlopen van dit soort een grote plaats in (Golfstroom, zich verplaatsende lagedrukgebieden).

Nog een basis van het leven is de stofwisseling met de bijbehorende organen. Daarin voltrekt zich de verandering van het voedsel, zodat nieuwe stoffen opgebouwd kunnen worden. Oplossen, veranderen en opnieuw vormen van stoffen vindt echter ook plaats op aarde en dat kun je vaak waarnemen, het meest in het oog springend in het tropische regenwoud. In andere streken overheerst de opbouw van substantie: in de plooiingsgebergten die ontstaan, bij de mid-oceanische ruggen; het vulkanisme, maar ook bij de vorming van delta’s waarbij het meegevoerde slib ten gevolge van het minder snel worden van de stroom, afgezet wordt en daardoor ‘groeit’ de delta de zee in. [5].

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het aardoppervlak wordt door innerlijke en uiterlijke krachten gevormd die een samenspel vormen zoals in een organisme. Het zijn de krachten van het aards-vaste, van het water, de lucht en de warmte. 
In de deltavorming van de grote stromen grijpen ‘stofwisselingskrachten’ in en maken ze tot gebieden met veel leven. Zoals in de stofwisselingsprocessen van een levend organisme vindt ook hier oplossing, omvorming en nieuwe vorming van stoffen plaats. Het meegevoerde slib – de op de lange reis verpulverde stenen – wordt als gevolg van vermindering van de stroomsnelheid afgezet en schuift als landtong in de zee: de delta ‘groeit’. 
De Wolgadelta – zo groot als Schleswig-Holstein – komt hoger te liggen als een dicht rietveld, weilanden en tuinbouwgrond dan de (in augustus) verdorde bruine halve woestenij. Vanuit de binnenranden tot in de delta is een breed patroon getrokken van parallellopende smalle binnenzeeën en heuvels die wellicht het gevolg zijn van vroegere windactiviteit. Voor de delta waaiert een strook licht sediment naar het noorden die echter nog maar een derde zoveel materiaal meevoert als vóór de bouw van de grote stuwdammen in de Midden-Wolga.


In de Nijldelta zijn de tegenstellingen extremer. De helft groter dan de Wolgadelta, omgeven door hete woestijnplateaus zonder regen, overgeleverd aan winderosie. Aan de kust hebben de zeestromingen strandwallen uitgespoeld, waarachter vroegere bochten als lagunen verzouten (vlakke kust). De Nijl waarvan het water uit de evenaargebieden van Afrika komt en die hier in de woestijn een vreemd element is, zorgt voor 59% van de vochtigheid van het Egyptisch landschap onder Caïro. 

 Ook ijs kan een landschap gestalte geven en zijn vormen in het levende afdrukken. De Noorse fjordenkust doet je denken aan het aderstelsel. Oudere stroomsystemen volgend hebben de gletsjers van de ijstijd brede U-vormige dalen uitgehold die het mogelijk maken dat de warmte van de Golfstroom ver het land kan binnendringen. In het bijzonder de scheren in het westen die dootectonische kloven alleen zijn komen te liggen, zijn met een groene vegetatiemantel bedekt.

 bron

Vanaf het Makrangebergte in Pakistan met zijn dicht opeen geformeerde vormenreeks dat tot in de lengtedalen naar beneden loopt in zandachtig erosiemateriaal met scherpe kanten, blazen de noordwestenwinden fijn materiaal weg en vormen zo de bergribben. De stofwaaiers worden tot 150 km lang en kunnen het zware leven van herders en vissers volledig lam leggen. 

Warmte en water maken vormen op de ‘hoogtepool’ van de aarde, de oostelijke Himalaya. De grootte Baden-Württemberg als voorbeeld laat de grootst mogelijke tegenstellingen zien. Ze strekken zich uit van het grijs-groene zwoele Gangesgebied helemaal in het zuiden, via de met wouden bedekte, aan de moesson overgeleverde zuidelijk glooiing van de Nepal-Himalaya en de vergletsjerde hoog-Himalaya (met vier toppen van 8000 m tot het woeste, geelgekleurde, winterkoude hoogland van Tibet 4000 m boven de zeespiegel. Omdat rivieren hier zeldzaam zijn, wordt in zuidelijke richting het gebergte door talrijke V-dalen geciseleerd. Hier triomfeert het water over het element aarde, want een paar rivieren doorsnijden, vanuit het noorden komend, de hoog-Himalaya: die zijn hier ouder dan het gebergte! De verschillende grijsnuances wijzen op de zich met de hoogte (en dat betekent met de warmte) veranderende bosbegroeiing. Ingebed in de zuideliljke glooiing komt het met terrassen gevormde kernland van Nepal als bruin-gele streep in het onderste stuk van de foto tevoorschijn: water en warmte zijn hier door de mens in een harmonisch wisselspel gebracht. [10] 

de foto’s in het tijdschriftartikelen zijn zwart/wit. Ik heb ze via Google-maps geprobeerd op te zoeken. De beschrijving van de foto hierboven beantwoordt niet helemaal aan het plaatje: de foto’s in het tijdschrift zijn uit een atlas

 

 

 

 

Als een reuzenmossel rusten de Berry-eilanden met het daarbij behorende kalme bekken met ondiep water (1 tot 2 m) van de grote Bahamabank. Een hoge temperatuur en een hoog zoutgehalte zijn karakteristiek voor deze unieke zeewereld die door koraalriffen, duinruggen en brandingswallen tegen de driftstromen van de passaatwinden beschermd zijn. Overal modelleert het rustige water: er zijn smalle, langgerekte eilanden, half cirkelvormige baaien ontstaan. Het onderwaterreliëf toont door zijn kleurschakeringen wervelingen, zandbanken en plaatsen waar het ineens steil naar beneden gaat.       
Vergaan, resp. vernietiging en daarmee doodsprocessen vind je daarentegen in de woestijnen. [6] Naar deze verschijnselen zal de leekracht steeds weer kijken, ze als levensprocessen van de aarde proberen te begrijpen, ook al maakt hij er niet per se een onderwijsonderwerp van. Voor hemzelf vormen zulke overwegingen echter een basis die zijn leerstofperiode toch anders doen verlopen.

 

Vorm en klimaat van de werelddelen

Je moet voor het overzicht van de periode van de 6e klas met behulp van de landkaart beginnen en met de behandeling naar details gaan, de namen van de werelddelen en de oceanen laten noemen, hun positie t.o.v elkaar. Daarbij springen belangrijke vormelementen in het oog, bij de zeeën ook de mid-oceanische ruggen die op de moderne kaarten ingetekend zijn. Die moet je niet overslaan, want de kinderen worden door zulke waarnemingen gevoelig voor het feit dat plastische krachten die in de aarde werkzaam zijn, ook invloed hebben op de zeebodem.
Maar vooral aan de vorming van de continenten kun je veel waarnemen; ieder maken ze een bepaald gebaar: de noordelijke werelddelen, breed om de Noordelijke IJszee gesitueerd en door landbruggen met de naburige werelddelen verbonden, worden naar het zuiden toe jonger. De drie zuidelijke werelddelen, verder opgeschoven naar de equator, zijn echter duidelijk van elkaar gescheiden, worden in zuidelijke richting ook smaller. Daardoor ontstaat hier een brede cirkelpolaire oceaangordel waarvan het midden ingenomen wordt door het ijsgeworden Antarctis met de zuidpool als 7e werelddeel, terwijl de noordpool op de ijsschotsen van de arctische zee ligt. – Een goede waarnemingsoefening is het dan voor de leerlingen, wanneer ze de omtrek van de continenten vereenvoudigd in meetkundige figuren tekenen, waarmee je tegelijkertijd de kinderen wakker maakt (zie deel 1) [1]. Ook het meten van van de diepzeetroggen komt hiervoor in aanmerking en prikkelt de leerlingen om te ontdekken en precies te werken.
Je kan ook nog andere dingen aan de vorm van de werelddelen waarnemen.
Wat wij bij de drie Zuid-Europese schiereilanden als gebaar opgemerkt hebben, komt als een metamorfose – uitvergroot – in de drie Zuid-Aziatische schiereilanden weer opnieuw naar voren: het wat compacte Arabische, het slankere Voor-Indië met een vooruitgeschoven groot eiland; het in halve eilanden en eilanden opgaande Achter-Indië met de Soenda archipel.
Een ander opvallend vormfenomeen biedt het overgangsgebied tussen de noord- en zuidcontinenten die men heel algemeen ‘middenzeeën’ noemt.
De Europese Middellandse Zee kennen de kinderen nu als een watervlakte die helemaal omsloten is door het vaste land die echter in de Zware en de Rode Zee twee bijzeeën heeft, echter alleen maar door een smalle doorgang met de open oceaan verbonden.
De Amerikaanse ‘middenzee’, de Caribische’ is sneller te begrijpen: in het westen wordt die door de smalle Midden-Amerikaanse landbrug naar de oceaan toe afgesloten, in het oosten stromen er door de eilandenbogen van de Antillen sterke Atlantische zeestromingen in en uit. Nog verder open is de ‘Zuidoost-Aziatische middenzee” de Indonesische eilandenwereld. In zijn eilandenbogen zitten overal gaten waardoor het water uit de Stille Oceaan in de Indische kan stromen.

Nog een gezichtspunt voor een overzicht van de werelddelen is hun oppervlaktegesteldheid: Afrika bestaat bijna helemaal uit een oude kristallijne bergmassa die alleen maar in het noordwesten aan de jonge ‘alpine’ plooiing van de Atlasketen raakt die in Oost-Afrika door breuklijnen en vulkanisme zich kenbaar maakt.
Zuid-Amerika daarentegen  wordt in zijn totale lengte door plooiingsgebergten doortrokken, terwijl de kristallijne oerplaten zich beperken tot het oosten.
Australië – om bij de zuidelijke delen te blijven – heeft geen deel aan de jonge vorming van plooiingsgebergten; dat loopt buiten het eigenlijke continent over Nieuw-Zeeland en Nieuw-Guinea.
In verbinding met de sterrenkunde of daarbij aanknopend kun je ook over het klimaat van de nieuw ‘ontdekte’ werelddelen vertellen, want dat behoort ook bij het ‘beeld van de aarde.’
De loodrecht lopende zonnebaan tussen de ‘keerkringen’ en het ontbreken van schemering zijn de eerste opwindende verschijnselen. Daarbij kun je misschien aansluiten met schetsen over de woestijnen en het regenwoud, over de hoogten van de vegetatie in de tropen, bijv. bij de Kilimanjaro. Dat er eeuwige sneeuw onder de equatorzon voorkomt, verbaast de kinderen. maar ook passaat- en moessonwind horen erbij.

De ‘biografie’ van grote stromen

Op opvallende indeling krijgen de continenten tenslotte door hun grote stromen. Ze onderscheiden zich zo sterk van elkaar dat je over ‘rivierindividualiteiten’ mag spreken. Er zijn stromen die traag naar zee gaan (Mississippi), andere die eerst de richting naar de woestijn inslaan en pas laat naar zee afbuigen (Niger), weer andere die de zee nooit bereiken (Tarim).
In het wezen van de grote stromen drukt zich echter ook iets van het werelddeel uit waartoe ze behoren.
De Amazone heeft een volledig ander karakter dan de Nijl en deze weer dan de Hwang-ho, de gele rivier in China.
De leerkracht moet de moed hebben om zijn klas een paar van die rivierbiografieën te vertellen, alsof de rivier een wezen is, dat bij haar loop het omgevende landschap beleeft, wat in overeenstemming is met een geestelijke realiteit:
In alle oude culturen wordt over riviergoden verteld (bijv. over de god ‘Skamandros’ in de Ilias, die de priesters op grond van hun helderziende vermogen nog konden waarnemen. Een enkel natuurvolk onderhoudt tegenwoordig nog de verbinding in hun riten met zulke natuurgeesten waarover de moderne volkenkunde zonder vooroordeel verslag doet. (Horst Nachtigall: Völkerkunde, Stuttgart 1974)
Rudolf Steiner zet op grond van zijn bijzondere methode van geestonderzoek vaker iets uiteen over dergelijke elementairwezens (bijv. GA 136 en 158, niet vertaald)

Je kan ze ook zakelijker, als reisbeschrijving, geven en de rivier vanaf de bron tot de monding volgen en vergelijkingen maken. [6]
Wat de Nijl betreft zou het er zo uit kunnen zien, waarbij we wel vooropstellen dat de leerkracht gebruik moet maken van kaarten, beeldmateriaal en landschapsschilderingen [7] omdat hij niet in Afrika is geweest.

‘De Nijl ontspringt (als Kagera) ongeveer 2000 m hoog in het jonge vulkaanlandschap van Oost-Afrika, waarin geisers, moddervulkanen en andere verschijnselen van de levendigheid van dit aardegebied getuigen. Al gauw komt hij na steile hellingen naar het oosten uit de mistige wouden tevoorschijn en loopt in de wijde vochtige savannen van Oost-Afrika verder, een licht overstroomd middenhooglandschap van 1200 m. Daar liggen heel wat zoetwater- en sodameren die tijdens de regentijd voller en groter worden, in de droge tijd weer ineen schrompelen. Deze twee jaargetijden bepalen ook hoe het gaat met flora en fauna en het menselijk leven. Het vlakke Victoriameer – zo groot als een kleine zee – is de eerste ‘erosiebasis’ van de Nijl, d.w.z. het water komt hier tot rust, hij zou hier kunnen eindigen, wat misschien vroeger ooit het geval was. In dit ‘zonnesavannenland’ heerste lange tijd harmonie tussen natuur en mens: tussen de rijke hoeveelheid groot wild en de verschillende volkeren en rassen waarvan de veeteelt en de landbouw aan de natuur aangepast was en voor een deel nog steeds is.
Lager dan het Victoriameer begint met de droge savannen de wilde fase van de Nijl, vermoedelijk als gevolg van een ‘aftakking’ van een andere rivier vanuit het noorden. Want de Nijl stort zich nu over cataracten, verandert meerdere keren van richting, vanuit de zijkanten monden er mineraalrijke en -arme zijriveren in uit die je met de witte en zwarte waterstromen van de Amazone zou kunnen vergelijken.
In Bahr-el-Ghasal, het gazellenmoeras, (390m boven de zeespiegel) worden de watermassa’s van de Nijl door een dwarsliggende rotsbarrière tegengehouden – een reusachtige ‘binnendelta’ ontstaat als tweede ‘erosiebasis. Vermoedelijk sijpelde de Nijl hier vroeger net zo verder als in de bovenloop van de Niger bij Timboektoe ooit het geval was en wat nu nog het ‘lot’ is van de Schari in het Tsjadmeer. Want we bevinden is nu al in het droogtegebied van de Sahel waarin slechts een korte, onregelmatig voorkomende regentijd is. Terzijde daarvan ligt dunbevolkt hongerland. Het is alsof het wegblijven van de levenskrachten aan zijn oevers ook invloed heeft op hemzelf: over 800 km verplaatst de ‘witte Nijl’ bijna zonder hellingen zich naar Khartoem. Hier komen we een andere vorm van stuwing tegen, niet door een bergobstakel, maar door een waterbarrière: de waterrijke Blauwe Nijl vanuit het hoogland van Abessinië, met vruchtbaar vulkaanslib verrijkt, drukt het water van de hoofdstroom terug en brengt Egypte het eerste hoogwater in de zomer. Pas wanneer dit weggestroomd is, volgt het tweede hoogwater door de Witte Nijl.
In dit laatste deel dat men ‘woeste Nijl’ noemt, is de stroom een ‘vreemdelingrivier’ (Fremdlingsfluss) geworden, d.w.z. met zijn water een vreemdeling binnen de hem omgevende gortdroge woestijnplateaus. Er stromen geen zijrivieren meer in, ja hij verliest voortdurend water aan de grondwaterstand en ook door verdamping. Er is ook geen afwisseling meer van de jaargetijden (afgezien van de temperaturen); alleen nog die droge tijd overheerst. Ondanks dat oefende het hoekvormige Nijldal sinds mensenheugnis een aantrekkingskracht uit, omdat je met hulp van het vruchtbare slib en de kunstmatige bevloeiing van de woestijnbodem een intensief te bewerken akkerland kan maken waarop verschillende oogsten per jaar mogelijk zijn. De Egyptenaren werden in de oudheid door de Nijl juist tot bepaalde bewustzijnsstappen gebracht. Zo stroomt de Nijl aan de getuigen van deze oude cultuur voorbij op weg naar zijn delta. Pas hier liggen de huidige grote steden – voor de laatste keer wordt er hier nog water uitgehaald voor de velden. Aan zijn monding brengt hij echter niet meer water mee dan de Rijn – voor de reusachtige rivier met zijn lange ‘biografie’ verschrikkelijk weinig!

De laatste opdracht die je als leraar in deze ‘overzichtsperiode’ moet uitvoeren, is de uiteenzetting van de economische activiteiten die je niet in Eurpa vindt – bijv. het werk op een tweemans boerderij in Noord-Amerika, op een koffier- of katoenplantage in Brazilië, het verbouwen van rijst op de terrassen in China, misschien ook de ecologische houtkap in het tropische regenwoud. Hier zal het afhangen van wat de leerkracht aanschouwelijk en voor de kinderen te begijpen, kan vertellen. [8] Het mag hier echter wel wat korter en beperkter, want een grondige behandeling van de landen, weliswaar meer onder cultuur-geografische gezichtspunten blijft voorbehouden aan de klassen die volgen.

[1] deel 1   deel 2   deel 3

[2] Rudolf Steiner GA 294
Vertaald/152
Hier te vinden bij andere opmerkingen van Steiner over aardrijkskunde
[3]  idem/157
[4] Spektrum der Wissenschaft: ‘Die Dynamik der Erde, Heidelberg 1987
[5] Theodor Schwenk Das sensibele Chaos
[6] Eberhard Czaya: Die Strome der Erde; Kevin Sinclair: Der gelbe Fluss; Andreas Suchantke: Kontinent der Kolibris
[7] Andreas Suchantke: Sonnensavannen und Nebelwälder; J.Bockemühl, W.Schad, Suchantke: Mens und landschaft Afrikas
[8] Materiaal hiervoor: Terra – Lesehefte

.

Christoph Göpfert, Erziehungskunst jrg. 56, o2-199

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.