VRIJESCHOOL – peuters/kleuters – jaarfeesten door het jaar (1-2)

.

De betekenis van de gang door het jaar voor de ontwikkeling van een kind

Toen ik me voor het eerst in een vrijeschoolkleuterklas oriënteerde, vroeg ik, wat er in de loop van een jaar wel niet allemaal gedaan wordt en ik kreeg als antwoord: ‘Eigenlijk leven we van het ene feest naar het andere.’ Ik kon met het antwoord niet zoveel; pas door mijn activiteit in de klas werd me de betekenis van die zin steeds duidelijker.

Door de feesten, die op dezelfde tijd op dezelfde manier worden beleefd, krijgt het jaar een heel vast ritmisch verloop. Rudolf Steiner merkt op: ‘Ritme draagt het leven, het is de drager van onze gezondheid.’ Deze zin houdt een grote betekenis in voor de ontwikkeling van een kind.

Omdat de kinderen zichzelf geen ritme kunnen geven, maar van de omringende wereld afhankelijk zijn, is het heel belangrijk dat wij, volwassenen, hen bewust een gezond leven schenken. Hoe ritmischer het leven van het kleine kind verloopt, des te gezonder zal het zich ontwikkelen. Daarom verzorgen wij in de kleuterklas de gang door de dag, door de week en door het jaar heel ritmisch en op dezelfde manier. Op de manier waarop wij in ieder jaargetijde een speciaal feest vieren, kunnen de kinderen heel diep, maar onbewust, de seizoenen beleven. Door het spel en het voorbereiden op een jaarfeest wordt de natuur waargenomen en gewoonten en gebruiken verzorgd. De feesten zelf betekenen bepaalde hoogtepunten binnen een jaar. Net zo belangrijk echter als het feest zelf is de voorbereiding; het toeleven naar het hoogtepunt.

We bereiden een feest met de kinderen ongeveer drie weken lang voor, innerlijk (door spreukjes, liedjes, sprookjes), maar ook uiterlijk (bijv. door knutselen, versieren, bakken).

Op deze manier is er eigenlijk in het dagelijks leven in de kleuterklas steeds een doel, wat we doen heeft zin. Wanneer dit doel dan bereikt is, is dat voor iedereen een echte vervulling, want iedereen heeft eraan bijgedragen dat we het feest konden vieren.
Pas echt verdiept worden de indrukken, wanneer kinderen ieder jaar op een manier die ze gewend zijn een feest kunnen beleven. Door de herhaling krijgen de kinderen een innerlijke zekerheid en het vertrouwen in de wereld. We vinden het daarom fijn dat de kinderen twee of drie jaar in de kleuterklas zijn. Blij herkennen ze dan alles van het jaar daarvoor en wachten weer op het naderende feest.

Dan wordt er bijv. in januari, wanneer we ambachtspelletjes spelen, het bedje voor Kasper klaarmaken, omdat het al gauw carnaval is en dan komt Kasper. Of we beleven na carnaval, als we nog de winterkringspelletjes spelen, dat we al paasliedjes zingen en paashaasjes schilderen. De kinderen hebben er vertrouwen in, ze weten wat er hierna komt.

Je zou naar het kleuterklasjaar zo kunnen kijken dat het met het oogstfeest begint. Daarover is al geschreven.
Wanneer we naar dit jaargetijde kijken waarin de natuur ons zo rijk bedeelt, waarin de wereld in prachtige kleuren zich vertoont, waarin alles in geuren en kleuren aanwezig is, dan voelen we oprechte dankbaarheid. Dankbaarheid moet het zijn, dat als vermogen in de kinderziel gelegd wordt, wanneer we op de beschreven manier de kinderen de herfsttijd  laten beleven. Maar, zoals met de herfst de dankbaarheid, kunnen we met ieder jaarfeest een bepaald gevoel verzorgen. Door het goed vieren van de jaarfeesten kunnen we in de kinderleeftijd deze krachten aanleggen zodat deze zijn leven lang zijn bezit zijn.

Na het oogstfeest als een dankfeest volgt in het verloop van het jaar het michaëlsfeest. In de kleuterklas wordt de overwinning op het kwaad  (de draak) beeldend beleefd in kringspel en sprookje. Wanneer we ons in deze tijd bezighouden met de smid en het ijzer of spelletjes over paarden spelen, wordt het voor ieder kind beleefbaar dat kracht en moed goede krachten kunnen zijn. Moed is de zielekwaliteit van het michaëlsfeest.

Na Michaël komt de tijd van het lopen met de lantaarntjes, dat afgesloten wordt met het lantaarnfeest (de lichtjestocht). De lantaarn, door het kind gedragen, is een uiterlijk symbool van wat wij, volwassenen, aan innerlijk licht, met het oog op de kersttijd, in ons meedragen.

De adventstijd begint in de kleuterklas met het adventstuintje (spiraal) waarin ieder kind zijn eigen lichtje mag aansteken. In de natuur is het tot de 1e advent langzaam steeds kaler en donkerder geworden. Ook in de kleuterklas zie je steeds minder versieringen en het speelgoed is schoon opgeborgen.
In dit donker en deze soberheid begint nu het eerste lichtje te schijnen. Het is een uiterlijk beeld voor wat we innerlijk beleven. Dan wordt het rond om ons heen steeds lichter en stralender door de kaarsen en het goudpapier en de mooie knutselwerkjes. Door het kerstspel laten we de kinderen nabootsend beleven met wat een hartevreugde de vrolijke herders het kind begroeten en vereren, ja hoe alle wezens op aarde zich verheugen over het Christuskindje. Zo gaan de kinderen innerlijk voorbereid met liefde in het hart op weg naar kerstavond.

Met dezelfde liefde en toeneiging kunnen we dan met de kinderen na de Kerst ook Driekoningen vieren. Wanneer we in het driekoningenspelletje de geschenken brengen, dan zie je in de kinderenogen en in hun gebaren de diepe verering.

Na deze lange tijd van verinnerlijking waarin de natuur alles onder de grond behoedt en beschermt en waarin ook de mens zich bezint en rustig is geworden, leven we toe naar een tijd van ontspanning, naar carnaval.

Deze tijd betekent vrolijkheid. Het lokaal wordt door de slingers steeds bonter en alles wordt voor Kasper versierd, die echt op bezoek komt. Als hij er dan eenmaal is, doet hij veel grappige dingen die de kinderen leuk vinden: wegkruipen, woorden omdraaien en vergeten, vrolijke rijmpjes zeggen en liedjes dansen. Tenslotte is carnaval wel de verjaardag van Kasper, die we allemaal verkleed met hem vieren. In de vreugdevolle stemming wachten we op het voorjaar, op de eerste bloemkiemen die we zelf gezaaid hebben. In het kringspel beleven we ook nog hoe de winter met de lente strijden moet; de ijs- en sneeuwreuzen banjeren nog over de wereld.

Dan echter worden we sterk de tuin in gelokt naar onze bloembedjes. We bewonderen elk groen sprietje dat zich vertoont en kijken onder de dennentakken naar onze krokussen. Ieder kind zaait een schoteltje sterrenkers, verzorgt het, begiet het en knipt het af.

Heel het gevoel bestaat uit vreugde over het wakker worden, het opstaan van de natuur. Zo bereiden we het paasfeest met de kinderen voor, wat dan thuis op paaszondag zijn hoogtepunt bereikt wanneer ze eieren zoeken en vinden (misschien wel in hun eigen sterrenkers).

Nu de natuur weer ontwaakt is, leven we heel sterk in en met haar. Tot aan Pinksteren zijn in onze spelletjes, liedjes en verhalen in het bijzonder de dieren erbij. Juist in de pinkstertijd zijn het de vogels die ons zo aanspreken. Je hoort in de kleuterklas veel vogelliedjes en rijmpjes, er worden kleine vogels geknutseld van lapjes of schapenwol en ze zijn het lievelingsspeelgoed van hen.

In de zomer gaan wij mensen met de natuur naar het hoogtepunt van het jaar, midzomer (Johannes). De natuur is in zekere zin tot een vervolmaking gekomen, ze vertoont zich in pracht en praal. Op deze dag (24 juni) gaan we met de kinderen de natuur in, wandelen rond, verzamelen hout en steken een vuur aan. In vrolijke reidansen gaan we om het vuur heen en zingen onze sint-jansliederen.

Ons jaar in de kleuterklas eindigt met het afscheidsfeest. Afscheid van de kinderen die naar eerste klas gaan en afscheid van elkaar voor de lange vakantie. Er wordt in de tuin een vrolijk zomerfeest gevierd, waarbij allen gelukkig zijn en zich al verheugen op het nieuwe begin.

Het is echter niet alleen heel belangrijk dat wij de jaarfeesten altijd op dezelfde tijd vieren, maar ook heel belangrijk is, hoe we dat doen.
Steeds moet de hele mens meedoen met lichaam, ziel en geest die met evenveel aandacht aangesproken moeten worden. Dus is er altijd wat lekkers te eten en te drinken, met de kinderen bereid, waarbij je ook oude tradities en gewoonten kunt gebruiken (st.-maartenshoorntjes, paasbrood enz.)

Het gevoel wordt aangesproken wanneer we bijv. de ruimte met bloemen versieren, of de eieren of ons feestelijk verkleden.

In het gebied van het geestelijke kunnen we werken door hoe wij het voorbereiden, door onze innerlijke houding. Pas dan kunnen we een sfeer scheppen die het kind diep van binnen aanspreekt. Als uiterlijk teken steken we met de kinderen de kaarsjes aan.

Wij volwassenen moeten de geestelijke achtergrond voor de jaarfeesten bezitten, maar we moeten het vormgeven op het niveau van de kinderen. Dat betekent dat we alles zo doen, dat het kind het met de zintuigen kan opnemen. Dan kan het kind, nabootsend, door het bezigzijn, beleven wat voor ons het zinrijke is.

Wanneer we op deze manier beeldend en met veel activiteit de feesten organiseren, kunnen de kinderen, dankzij hun nabootsingskracht, samen met ons door het jaar heen ‘van het ene feest naar het andere’ leven.

.

Dagmar Kretzschmann, nadere gegevens onbekend

.

jaarfeesten: alle artikelen

[1-1] Jaarfeesten door het jaar
[1-2] Jaarfeesten door het jaar -peuter/kleuterklas
[2-1] Herfst met peuters
[2-2] Herfst: oogstfeest (dorsen, malen, bakken)
[2-3] Herfst met kleuters

.

peuters/kleuters: alle artikelen
.

VRIJESCHOOL in beeld: kleuters: alle beelden

.

1105

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – peuters/kleuters – jaarfeesten door het jaar (1-2)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – seizoenen – herfst (2-1) | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.