Tagarchief: vrijheid en onvrijheid

VRIJESCHOOL – Vrijheid en onderwijs (2-9)

.

Er zijn maar een paar vrijescholen in ons land die zich – naar hoe Steiner er zich over uitsprak – VRIJe school – mogen noemen.
Dat is met het oog op het naderende jubileum – 100 jaar vrijeschool – een schrale troost en een vrijwel lege bladzijde in het overigens zo rijk geïllustreerde vrijeschoollevensboek.

Er is al veel moed nodig – de Michaëlische moed is hier geen frase – om een school te beginnen die afziet van de financiële steun van de overheid; nog moediger is het een vereniging op te richten die zich probeert in te zetten voor de vrijheid van inrichting.

Klinkt hier – nog zachtjes – wat Steiner op 22 juni 1919 (bijna 100 jaar geleden – ruim 2 maanden voor de opening van ’s werelds 1e vrijeschool – krachtig uitsprak:

Und verlassen die anderen die Bahn des Geistes, bringen sie den Mut dazu nicht auf, so wollen wir dafür eintreten. Wir haben den Mut dazu. Wir wollen, daß der Geist nicht Phrase ist für uns, wir wollen, daß er als Wirklichkeit in unserem Blute pulst, wir wollen sagen, was für den Geist zu geschehen hat.

Ook al verlaten de anderen de weg van de geest, brengen zij de moed niet op, dan zullen wij het doen. Wij hebben er de moed toe. Wij willen dat ‘geest’ geen frase is voor ons, wij willen dat die als realiteit in ons bloed klopt, wíj willen zeggen wat er voor de geest moet gebeuren.
GA 192/227
Niet vertaald

VEEL MOED, STERKTE en WIJSHEID!

 

 

 

Ontstaan
De behoefte aan daadwerkelijke vrijheid in het onderwijs wordt steeds groter bij kinderen, ouders en leerkrachten. Daarom groeit ook het aantal zelfstandige scholen. Zij hoeven niet aan de vele inspectie-eisen te voldoen, maar worden om die reden ook niet bekostigd vanuit de algemene middelen die er beschikbaar zijn voor het onderwijs. Dat betekent vrijheid én de bijbehorende moeilijkheden (o.a. financieel, organisatorisch, juridisch en qua huisvesting).

Om de krachten te bundelen en tot samenwerking te komen is er op initiatief van een aantal ouders en leerkrachten van zelfstandige vrije scholen, de afgelopen jaren toegewerkt naar een coöperatieve vereniging voor vrijheid van onderwijs.

Missie en visie
Het gaat ons om vrijheid von opvoeding in het onderwijs: ouders voeden hun kind op vanuit hun eigen mensbeeld en mogen een school kiezen die daarbij past. De opbrengstgerichte eisen van de overheid laten een materialistisch mensbeeld zien, dat diep doordringt in het onderwijs en daarmee in de opvoeding van onze kinderen. Vrijheid van onderwijs(in)richting is daarmee verworden tot de vrijheid om te variëren binnen deze overwegend materialistisch-economische uitgangspunten.

Het is de missie van de coöperatieve vereniging om vrijheid van opvoeding in het onderwijs mogelijk te maken en te stimuleren. Zij wil daarmee de ontwikkeling van vrij geestelijk leven bevorderen. De coöperatieve vereniging werkt vanuit de visie dat de mens een scheppend, geestelijk wezen is. Op grond daarvan acht zij de vrijheid van opvoeding noodzakelijk voor een gezonde individuele en sociale toekomst.

Voor wie?
Iedereen die eraan wil bijdragen dat daadwerkelijke vrijheid van opvoeding in het onderwijs wordt gerealiseerd, zowel in onbekostigde als in bekostigde scholen, kan meedoen en lid worden. We streven ernaar een krachtige gemeenschap van mensen te vormen met toenemend inzicht in de noodzaak van deze onderwijsvrijheid, met expertise om deze daadwerkelijk vorm te geven en met de financiële middelen om initiatieven te ondersteunen.

Fonds voor vrij onderwijs
Binnen de coöperatie beheren we een fonds voor vrij onderwijs. Alle particuliere/ staatsvrije scholen die onderwijs geven vanuit de visie dat de mens een scheppend, geestelijk wezen is, kunnen ‘fondslid’ worden. Met leningen en schenkingen kunnen zij als lid worden ondersteund. Individuele initiatiefnemers (ook binnen bekostigde scholen) kunnen eveneens een beroep doen op dit fonds voor ondersteuning van hun initiatief.

Organisatie en ontwikkeling
De coöperatieve vereniging voor vrij onderwijs wil een vereniging van mensen zijn, die zich ontwikkelt vanuit het initiatief van de leden. Zij wil een expertisecentrum ontwikkelen waar de leden gezamenlijk eigenaar van zijn en een beroep op kunnen doen, met onder andere:

• Scholing op het gebied van pedagogiek, persoonlijke ontwikkeling en ‘gemeen-schapvormend organiseren’. Start-up workshops voor initiatiefnemers van scholen.

• Faciliteren van ontmoeting, uitwisseling van ervaringen, juridische ondersteuning.

• Beheer en ontwikkeling van een fonds voor vrij onderwijs

Doe mee
Het is voor ons heel belangrijk te weten als je interesse hebt, bij wilt dragen en/of lid wilt worden. Ook financiële bijdragen zijn in dit stadium al van groot belang!

Laat het ons alsjeblieft weten via:

• Ingrid Busink, ingrid@vrijeschooltalander.nl, 06-44426950
• Janneke Sauer, jannekesauer@gmail.com (afwezig van 1 dec. 2017 tot 1 feb. 2018)

www.cooperatievrijonderwijs.nl 

.

Vrijeschool en vrijheid van onderwijsalle artikelen
.

Sociale driegeledingalle artikelen

.

1387

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Algemene menskunde – voordracht 1 (1-7-2/6)

.

Enkele gedachten bij blz. 23/24 in de vertaling van 1993

ALGEMENE MENSKUNDE ALS BASIS VOOR DE PEDAGOGIE

luidt de titel van de vertaling van GA* 293 [1].

De voordrachten die Steiner hield hadden tot doel uiteen te zetten wat vrijeschoolpedagogie omvat.
Van 21 augustus tot en met 6 september 1919 volgden de leerkrachten voor de te beginnen school deze cursus die, naast de in de morgen gehouden voordrachten GA 293, ook nog bestond uit de over de rest van de dag verdeelde cursussen  (GA 294) [2] en (GA 295) [3]

In een vorige artikel dat beschouwd kan worden als een inleiding op wat hier volgt, werd erop gewezen dat ‘schematiseren’ eigenlijk niet kan; en dat het willen verklaren en definiëren steeds weer het gevaar in zich draagt de werkelijkheid tekort te doen.
En toch kunnen we, wanneer we niet het helderziende vermogen hebben zoals Steiner kennelijk had, niet zonder een zoektocht met ‘het gezonde verstand’. Daartoe is dit een poging.

Op blz. 24 is sprake van de ‘bewustzijnsziel.’ Wat valt daar o.a. over te zeggen:

BEWUSTZIJNSZIEL

Eerst nog even terug naar de verstands-gemoedsziel:

Toen ik bij de bakker een ogenblik in dubio stond of ik de gevulde speculaas wel zou kopen, was daar in mij de controverse tussen „begeren“ en „beheersen“.

Uit eigen ervaring kan ieder hierover meepraten: wij kunnen, met name in het sociale leven, niet blindelings onze driften, begeerten, neigingen volgen. Wij wikken en wegen, motiveren en we nemen een besluit: dit kunnen we onder een vorm van denken rangschikken. Een denken dat nog sterk verbonden is met ons voelen, maar toch een ander voelen is dan de gevoelens die rondom de gewaarwording voelbaar zijn.
Het is niet moeilijk bij je zelf na te gaan waar bepaalde gevoelens vandaan komen.
Honger, dorst, slaap enz.: gewaarwordingen. Ze worden gevoeld, ervaren met de gewaarwordingsziel.

We onderscheiden deze gevoelens als vanzelfsprekend van vrolijk of verdrietig zijn; boos of blij zijn enz.
Met deze gevoelens raken we verder weg van die gevoelens die meer met het vitale verbonden zijn.
We komen meer bij ons “gevoel”; bij ons gemoed – onze  gemoedsgesteldheid.

Vandaar: gemoedsziel.
Dit is meer de ziel van het “dagelijkse leven”. We worden met iets geconfronteerd: een bericht in de krant, of via een tv-programma. Het grijpt ons aan: we worden er vrolijk(er) of verdrietig(er) van.
Maar, we vinden er ook iets van. We stemmen in of spreken onze afkeer erover uit. We begeleiden deze gevoelens ook met onze mening: wat we ervan vinden.

Vandaar: verstandsziel.
Het is het Engelse to think, dat zowel denken als voelen betekent. Dit is het gebied waaruit wij spreken, wanneer we ergens iets van vinden. Hier bewegen we ons tussen alle vormen van sympathie en antipathie.

Het is nog sterk aan onze eigen beleving gebonden; het is het subjective denken; hiermee spreken we ons gemoed uit, spreken we vanuit ons gevoel. Naarmate we bozer zijn, wordt onze stem scherper, harder, consonantischer; de andere kant is een warme, rustige, kalme stem, waarin juist het vocale overheerst.

De sympahtie en antipathie op het weiland: de vreugde over de paardenbloemen; of de afkeer.

BEWUSTZIJNSZIEL
Zo gauw ik echter op zoek ga naar wat een paardenbloem is, moet ik los zien te komen van mijn „wat ik er van vind“. Als de essentie van iets in mij tot klaarheid komt, heb ik daarmee iets in mij opgenomen dat buiten mij om als essentie bestaat. Dat niet afhankelijk is van mijn smaak en of ik het mooi of lelijk, fijn of niet fijn vind, graag mag of verafschuw enz. Dat wordt bij de beschouwing van de mens geest genoemd.

Om deze kwaliteit van het denken onder woorden te brengen, noemde Steiner dit de bewustzijnsziel. Hoe meer we in staat zijn de wereld met al zijn essenties zich in ons te laten uitspreken, des te meer nemen we de wereld van de geest in ons op. Als essentie betekent dat het waar is, neem ik dus de waarheid in me op.
Wie zegt mij echter, dat het waar is. En wie het zegt. zegt die ook de waarheid of is het uiteindelijk toch alleen zíjn waarheid of die van een grote groep. ‘De waarheid in pacht hebben’ klinkt niet zo positief. We laten hem liever in het midden liggen.
Velen streven er naar ‘de waarheid’ te vinden, die te benaderen op z’n minst. En daarbij blijkt altijd, dat hoe meer je het eigen gevoel, het eigen (voor)oordeel terughoudt, het ‘andere’ meer kans krijgt zich te laten zien, heel deftig: ‘zich te openbaren’.
Wel een mooi woord, overigens. Er moet iets ‘open’ gaan en worden geboren.
We ervaren daarbij ook sterk dat de ‘wereld van de waarheid’ zo openligt, dat we over ‘grenzenloos’ spreken.

Er is ook de wereld van de idee(ën). Steiner geeft hier een mooi voorbeeld over ‘de’ driehoek. De idee driehoek die je je denkend! voor kan stellen, je denkt hem uiteindelijk na. Interessant is dan natuurlijk om door te filosoferen over de vraag wie of wat deze idee dan als eerste gedacht heeft, zoals we bijv. Einsteins theoretische ideeën kunnen nadenken (als we daartoe intelligent genoeg zijn!).
Maar we zullen er snel genoeg achterkomen dat er vele ideeën zijn die niet terug te voeren zijn op mensen die ze als eerste gedacht hebben. Wie of wat is dan de ontwerper van deze ideeën.

En zoals onze lichamelijkheid de begrenzing vormt voor de ene kant van de ziel: de gewaarwordingsziel; zo zijn er aan de andere kant, door de bewustzijnsziel onbegrensde mogelijkheden om de geest – de wereld van het ware, de wereld van de ideeën, Steiner noemt er ook de wereld van het goede bij –  te leren kennen.

Zoals de gewaarwordingsziel ziel is, maar nauw verbonden met het stoffelijk-levende, zo is de bewustzijnsziel nauw verbonden met wat ik als geest in me kan opnemen. Als verstands – gemoedsziel pendel ik daar tussenin.

Hoewel Steiner in deze voordracht nog niet spreekt over ‘slapen, dromen, wakker’ i.v.m. lichaam, ziel, geest, kun je hier al iets gaan vermoeden van wat hij daarmee bedoelt.
In ons vitale leven, bijv. in onze stofwisseling, weten we niet wat er gebeurt. Voor ons bewustzijn eigenlijk helemaal ontoegankelijk. We krijgen er pas ‘weet’ van, als er iets mis is en de pijnsignalen ons waarschuwingen. Maar dan nog weten we lang niet altijd wat er dan mis is, of gebeurt of niet gebeurt. Heel vreemd eigenlijk: je hebt het allemaal heel dicht bij je en toch tast je volledig in het duister.
Vanuit het standpunt van bewustzijn bekeken, slaap je hier dus.
In het voelen van de verstands – gemoedsziel is ook nog niet die helderheid dat we precies weten waar bepaalde gevoelens vandaan komen of ontstaan. We weten wel dat ‘we daar nou net niet tegen kunnen’; of dat ‘we daar altijd heel blij van worden’. We kunnen een beginnende antipathie voelen aanwakkeren tot boosheid enz.
Je zou hier van een meer dromend bewustzijn mogen spreken.

Pas in het denken worden we echt wakker. Als we met onze gedachten licht hebben gebracht over of in een zaak, tasten we niet meer in het duister. Om te kunnen denken moeten we (er) wakker (bij) zijn.

we zijn:
slapend voor wat betreft ons bewustzijn voor ons fysiek-vitale leven
dromend voor wat betreft ons bewustzijn voor het komen en gaan van onze gevoelens tussen antipathie en sympathie
wakker bij het heldere denken

Ook ligt hier een kiem voor het begrijpen van wat vrijheid en onvrijheid, gebondenheid is.

Het fysiek-vitale leven dwingt ons de vitaliteit in stand te houden: we moeten eten, drinken, slapen, ons voortplanten e.d. We hebben geen keus als we willen doorleven. We worden gedwongen. We moeten, zoals een dier doet wat het moet!

Ons fysiek-vitale dwingt ons niet de waarheid te zoeken. Als we dat doen, doen we het zelf. We kunnen het ook nalaten. Er is geen dwang of drift. Er kan wel ‘geest’drift zijn! Je sterke verlangen de waarheid te leren kennen; je open te stellen voor de geest. Dit openstellen voor de geest is een vrije keus.

Het ‘instrument’ waarmee je je tot ‘de geest’ richt, is je bewustzijnsziel.

Natuurlijk is al allang de vraag opgekomen: waar ben Ik(zelf). Daarover wordt iets gezegd bij ‘geestzelf’ (nog niet oproepbaar).

.

*GA= Gesamt Ausgabe, de boeken en voordrachten van Steiner

[1] GA 293
Algemene menskunde als basis voor de pedagogie
[2] 
GA 294
Opvoedkunst. Methodisch-didactische aanwijzingen
[
3] GA 295
Praktijk van het lesgeven
.

Algemene menskunde: voordracht 1 – alle artikelen

Algemene menskunde: alle artikelen

Rudolf Steiner: alle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogie: alle artikelen

.

1332

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.