VRIJESCHOOL – Steiner: ‘Alle onderwijs moet inzicht in het leven geven’

.

Dat artikel komt uit ‘ Alle onderwijs moet inzicht in het leven geven‘

.

Zie ‘voorwoord‘.

In de zgn. ‘praktische stroom’ heeft de 7e klas hier op de Hiberniaschool een periode bosbouw.

Ook volgen nog gezichtspunten over beroepsonderwijs in klas 9.

.

Hellmuth Britsche, Wanne-Eickel

Uit het hoofdlesblok “Algemene beroepsoriëntatie”
.

Als er op een dag na het avondeten een zoon of dochter met een opgewekte uitdrukking en een ingebonden schrift onder de arm in het gezin verschijnt, weten ouders en broers en zussen dat ze op het punt staan ​​een geslaagd hoofdlesboek te zien. Dit keer is het gebonden in olijfgroene kaft en de auteur vertelt de toehoorders dat het het blok “Beroepsoriëntatie” behandelt – een onderwerp waar ze, zoals iedereen weet, wekenlang zeer ijverig aan hebben gewerkt. De ouders wisselen veelbetekenende blikken uit, want ze herinneren zich de situatie nog goed: amper drie weken geleden liep de avond voor de inleverdatum uit op een late avond, omdat er nog aantekeningen moesten worden gemaakt en het inbinden nogal lastig bleek. Maar de inspanning heeft zijn vruchten afgeworpen. Op de laatste pagina heeft de docent een zeer bevredigende en bemoedigende beoordeling gegeven, en een blik door het werk bevestigt dat de lof terecht is.

Een hoofdlesboek geeft echter slechts een onvolledig beeld van de werkelijke ervaring in de klas; het kan het leer- en ontdekkingsproces dat de kinderen hebben doorgemaakt niet volledig weergeven. De titel van dit lesblok voor de zevende klas is “woud”.
De tekst van het eerste hoofdstuk over het bos laat zien hoe de leerkracht tijdens de klassikale gesprekken gebruikmaakte van de directe natuurervaringen van de kinderen. Het was ongetwijfeld geen gemakkelijke taak om de gebeurtenissen van een boswandeling te herinneren en in woorden te beschrijven.

De tekst van het volgende hoofdstuk bevat verschillende schetsen: een zaadje, een zaailing en de vorm van een jonge boom illustreren de groeistadia. Je voelt de aard van de discussie over het feit dat een bos vele decennia nodig heeft om te rijpen. De boswachter en zijn helpers hebben het voorbereid en aangelegd, zieke bomen verwijderd en het gebied beschermd tegen menselijke onachtzaamheid. Waarschijnlijk hebben de kinderen nu pas de betekenis van het waarschuwingsbord tegen het aansteken van open vuur om bosbranden te voorkomen volledig begrepen.

In het hoofdstuk “Een boomring” wordt nog duidelijker hoe de kinderen zijn geëvolueerd van het simpelweg ervaren van de natuur naar het nauwkeurig observeren ervan. Ze onderzochten de dwarsdoorsnede van een boomstam en illustreerden de belangrijkste kenmerken ervan – samen met de bijbehorende termen – in een handgetekende schets. Hier* kan de leerkracht verder bouwen op de ervaringen die de leerlingen van de zevende klas hebben opgedaan in de houtbewerkingswerkplaats.

Het duurt amper een half uur
om een ​​mooie boom te vellen.
Bedenk dat het een eeuw duurt
voordat een boom groot genoeg
is om bewonderd te worden.

Letterlijke vertaling van:

Zu fallen einen schonen Baum
braucht’s eine halbe Stunde kaum.
Zu wachsen, bis man ihn bewundert,
braucht er, bedenk’ es, ein Jahrhundert.

Dit staat boven het hoofdstuk waarin de techniek van het vellen van bomen wordt beschreven. Het ervaren en observeren van de natuur vormt nu slechts de achtergrond. Tegen deze achtergrond werken de kinderen na over hoe een boom geveld moet worden, hoe de gereedschappen bijl, zaag en wig de menselijke kracht vergroten, en hoe de stam vervolgens wordt ontbast, in stukken gezaagd en naar de zagerij wordt vervoerd. Hier wordt een belangrijk aspect van de beroepsopleiding aangestipt, een aspect dat steeds belangrijker zal worden naarmate deze les vordert: het oefenen van de voorbereiding en reflectie op de eigen handelingen. In de ochtendles gebruikten de docent en de leerlingen dit voorbeeld om de denkprocessen te volgen die leidden tot het inzicht in hoe een taak georganiseerd en effectief verdeeld kan worden. In de praktijkles in de middag pakt de docent deze inzichten op in de werkplaats en past ze toe op het oplossen van een nieuw probleem.

“Een boomstam wordt in stukken gezaagd,” luidt de titel van het volgende hoofdstuk. Hoe werkt een zagerij? — De schetsen illustreren de bewegingen van de aanvoer en de zaagsnede. Door ze te vergelijken met het handmatig zagen van hout, ontstaat een gevoel van verwondering over de mogelijkheden die de mens in een machine heeft gelegd. Waar moet de zaagmachinebediende rekening mee houden? — Hij onderzoekt de boomstammen vakkundig en bepaalt welk hout er het beste uit te halen valt, hoe de werkstappen voor het produceren van gezaagde planken van een specifieke dikte in de juiste volgorde moeten verlopen en hoe zorgvuldig het commerciële product “gezaagd hout” moet worden opgeslagen en gemarkeerd.

Een simpele plank – wat is dat eigenlijk? Ouders zullen deze vraag niet in het periodeschrift van hun kind vinden, omdat kinderen er niet over kunnen schrijven. Als je de gevoelens van kinderen in een antwoord zou moeten vatten, zou het ongeveer zo klinken: Een plank – dat is de trotse, eerbiedwaardige boom die de mensheid wil dienen en daarom is geveld en in bruikbare vormen is gezaagd. Menselijke arbeid en zorgvuldige overwegingen zijn in deze plank gestoken; zorgvuldig ermee omgaan en deskundig behandelen.

Alleen volwassenen hebben zich de gewoonte eigen gemaakt om alle zorg, alle inspanning en al het bijbehorende werk af te meten aan de prijs. Onze kinderen kijken dieper. Zij houden zich nog niet bezig met geld. Wanneer ze de plank in handen hebben, worden hun zielen vervuld van eerbied voor wat de natuur heeft voortgebracht en van dankbaarheid voor menselijke inspanning.

Zo bespreken we in ons algemene beroepsonderwijs eerst de materialen en proberen we bij de leerlingen begrip te wekken voor het materiaal dat hun is toevertrouwd. Het vervolg van deze periode sluit daar op natuurlijke wijze bij aan: voortbouwend op de ervaringen uit de werkplaatsen, worden deze omgezet in lessen over vaardigheden en kennis van gereedschap. Het is duidelijk dat nauwe samenwerking essentieel is tussen de docenten die de leerlingen begeleiden bij het praktische werk en degenen die de praktische aspecten op intellectueel vlak verkennen, vooral omdat de resultaten van beide gebieden voortdurend met elkaar verweven zijn. Het bijzondere en nieuwe aspect van de Hibernia-school is dat hier de noodzakelijke voorwaarden zijn gecreëerd om aan deze pedagogische eis te voldoen. Uiteindelijk leidt deze samenwerking ertoe dat leerlingen in de zevende en achtste klas in staat zijn hun praktische activiteiten zinvol te organiseren en vorm te geven, door middel van passende voorbereidende overwegingen en de toepassing van theoretische kennis.

Hoewel het onderdeel beroepsonderwijs in de negende klas begint met staal en voorbeelden behandelt van industriële verwerking en metaalbewerking, volgen de meisjes dit onderwijs samen met de jongens. Dit alleen al maakt duidelijk dat het doel niet is om specifieke technische kennis van metaalbewerking op te doen, maar veeleer om vaardigheden en inzichten te ontwikkelen die onmisbaar zijn voor elke toekomstige loopbaan en voor het leven in onze moderne wereld. Ook hier ligt de nadruk vooral op het ervaren van de aard en de waarde van het materiaal. Nieuw is echter de eis die nu – passend bij de leeftijd van de leerlingen – zowel in de theorie als in de praktijk van het vormgeven wordt gesteld: ze moeten leren werken volgens vooraf bepaalde afmetingen en vastgestelde normen.

Hoewel we weten dat een schrift dat bij een bepaalde onderwijsperiode hoort slechts een onvolledig beeld kan geven, komen de essentiële punten toch naar voren. Ontwerp en annotatie krijgen nu een ‘technisch karakter’. De benodigde illustraties worden nauwkeurig met inkt getekend en de toelichtingen bij de tekeningen worden in technisch-standaardschrift geschreven. De introductie in technisch tekenen neemt een belangrijk deel van het schriftje in beslag. Wie ooit heeft gezien hoe een technische tekening tot stand komt, weet hoeveel nadenkwerk hieraan vooraf moet gaan en de mate van vakmanschap die nodig is om tot een geslaagd resultaat te komen.

Om een ​​weergave volgens de normen te garanderen, moeten drie aanzichten van het werkstuk op een specifieke manier ten opzichte van elkaar worden geplaatst. Bij het weergeven van verhoudingen moet een uniforme schaal worden gehanteerd en dienen nauwkeurige regels te worden gevolgd voor de aanduiding, begrenzing en plaatsing van lineaire maatvoering. Zelfs de lijndikte van cijfers en letters moet worden afgestemd op hun grootte. De normen schrijven voor dat kleine letters vijf zevende van de hoogte van hoofdletters moeten zijn en dat de lijndikte – bij gebruik van Oost-Indische inkt – een zevende van de hoofdletterhoogte moet bedragen.

Dergelijk werk vereist een gestructureerde, doordachte aanpak. Wanneer denken en handelen samenkomen, ontstaat techniek. Deze taak bevordert dan ook de aanleg voor technisch handelen. Zowel jongens als meisjes hebben behoefte aan deze fundamentele ervaringen met techniek. Ze leren gaandeweg hun werk te baseren op een vooraf gevormd idee, een plan of een tekening; hun werk dienovereenkomstig te structureren; en de uitvoering ervan zelf te bewaken. Het ontwikkelen van dit vermogen is het doel van het algemene beroepsvoorbereidende vak in de tiende klas.

.

7e klas: alle artikelen

9e klas: alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3570-3364

.l

.

.

.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.