Categorie archief: vertelstof

VRIJESCHOOL – Legende uit het leven van het kindje Jezus (14-5/12)

.

Er bestaan bij vele volken legenden over het kindje Jezus. Vaak gebeuren er wonderen. Of er wordt in verteld hoe een plant of een dier aan de bijzondere eigenschap komt die wij ervan kennen.Vele gaan over de vlucht naar Egypte en worden in de lagere klassen van de vrijescholen vaak verteld in de tijd rond driekoningen. Meestal is het in die klassen de hele maand januari nog ‘driekoningentijd’.
.
Uit Italië

.

DE OLIJFBOOM
.

Er waren zoveel troepen krijgsknechten van Herodes op de wegen en ze waren de arme vluchtelingen op het spoor, dat er nauwelijks een dag voorbij ging, die geen nieuwe schrik bracht. Steeds weer moesten de arme mensen uitkijken waar ze een veilige schuilplaats zouden kunnen vinden.

Eens waren de soldaten al heel dichtbij. Jozef dreef het ezeltje op, zodat hij liep wat hij kon. Maar er was geen huis, noch een hut, noch een grot in de buurt. Alleen een olijfboomgaard met enkele bomen lag dicht bij de weg. De achtervolgers schreeuwden al: ‘Halt, halt!’ en hieven de spren om te werpen – toen plotseling een oeroude krom gegroeide olijfboom op de smekende vraag van de madonna zijn grijze stam als beschermplaats opende, liet Maria en Jozef met het Kind snel naarbinnen en sloot die weer alsof er niets was gebeurd. De heilige drie leken van de aardbodem verdwenen. En de achtervolgers die toch de vluchtelingen net nog hadden gezien en nu helemaal geen glimp meer van hen zagen, doorzochten woedend het hele olijfbosje. Ze vonden alleen de ezel die geen plaatsje in het inwendige van de boom had kunnen vinden en nu, net doend of hij van niets wist, onschuldig naar wat distels liep te zoeken. De soldaten namen het ezeltje als buit mee, maar hij kon weglopen en de volgende morgen was hij weer in de olijfboomgaard. Toen hij met een vriendelijke i-a-schreeuw zijn terugkomst kenbaar maakte, ging de boom open en hij liet de heilige familie naar buiten gaan die zich zo goed en geborgen gevoeld hadden in het binnenste van de boom waarin ze zelfs een lichtje aan hadden kunnen steken, omdat er genoeg olie was.

Gelukkig met hun nieuwe redding zetten Jozef en Maria de reis voort en de zilvervingerige olijfbomen zwaaiden met hun twijgen ‘het ga jullie goed’!

Maria zegende de olijfboom en verklaarde zijn vruchten heilig.
En sindsdien wint men daaruit de gewijde olie waarmee men de pasgeborenen en de stervenden zalft en het heelt de ernstigste wonden en de pijnlijke brandplekken en het is goed en nodig voor veel voedsel.

.
Zie ook: Immanuël – Jakob Streit
.

Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldKerstmis              jaartafel

.

1797-1684

.

VRIJESCHOOL – Legende uit het leven van het kindje Jezus (14-5/11)

.

Er bestaan bij vele volken legenden over het kindje Jezus. Vaak gebeuren er wonderen. Of er wordt in verteld hoe een plant of een dier aan de bijzondere eigenschap komt die wij ervan kennen. Vele gaan over de vlucht naar Egypte en worden in de lagere klassen van de vrijescholen vaak verteld in de tijd rond driekoningen. Meestal is het in die klassen de hele maand januari nog ‘driekoningentijd’.
.
Een Kozakkensage
.

DE KINDEREN VAN HERODES
.

Koning Herodes, zo vertelt een sage van de Kozakken, had twee kinderen, een zoon en een dochter. Hij was die wrede koning die het bevel gegeven had alle kleine jongens te doden, want zo hoopte Herodes Jezus Christus, voor wiens voorspelde macht hij heel bang was, uit de weg te ruimen.
Ja, die vreselijke tiran ging in zijn razernij zo ver, dat hij beval dat ook zijn eigen zoon omgebracht zou moeten worden. In heel het rijk mocht geen kind van het mannelijk geslacht blijven leven.
Het dochtertje had echter achter het gordijn gestaan en had mede aangehoord wat de onmenselijke vader bevolen had. Vol schrik liep ze naar haar broertje en vertelde hem wat hem bedreigde. De beide kinderen besloten in hun angst in de stille nacht er heimelijk vandoor te gaan, zover als hun voeten hen zouden kunnen dragen. Maar de andere dag al werd de vlucht van de kinderen ontdekt. De koning zond zijn snelste ruiters uit om de gevluchte zoon te grijpen.

Toen de kleine kinderen twee, drie dagen gelopen hadden, werden ze ingehaald door een man die een ezel voortdreef waarop een wonderschone vrouw reed die een klein kindje op haar schoot had. Dat wenkte met zijn handje toen ze dichterbij kwamen en de man vroeg waar ze vandaan kwamen, waar ze heen gingen en waarom. En met bedroefd hart vertelden de kinderen hun verhaal. En zo gebeurde het dat ze samen met Jozef en Maria en het Jezuskind, want het waren deze drie die de kinderen van Herodes ontmoet hadden, hun vlucht voortzetten.
Het zwerven over de harde stenengrond en het warme woestijnzand had de voetzolen van de vluchtelingen doen ontsteken en brandden als vuur en er zaten blaren op en eeltknobbels. En er was, ach, geen dokter om te helpen en geen verkoelende zalf en geen genezend verband! En bij dit alles zaten de vervolgers hun op de nek.

Langs de weg bloeide salie en die strekte hun gele bloemenkorfjes uit: ‘Pst! Pst!,’ riepen ze heel duidelijk, zodat allen hun hoofden draaiden. Toen spreidde de plant zijn blaadjes uit als een kleed dat tot rusten uitnodigde. En toen ze met hun gewonde voetjes op de verzamelde blaadjes liepen, waren ineens alle eeltknoppels weg, de open plekken gingen dicht en de open voetjes konden weer lopen.
Maar toen Maria al spoedig weer wilde opstappen, fluisterde de salie: ‘Ga niet, het gevaar is dichtbij, geef mij de kinderen!’ Op dat ogenblik kwamen de knechten van Herodes al aangereden. De salie rolde haar grote bladeren zo vast en dichtgsloten om het Kindje Jezus en de kinderen van Herodes dat er niets meer te zien was: geen haarlokje en ook niet het kleinste stukje kleding. De krijgsknechten van Herodes zaten hoog te paard en reden voorbij: ze zagen niets.

De heilige Moeder spreidde haar handen uit en zegende de salie en gaf haar die wonderbaarlijke kracht om te genezen en de mensen te behoeden voor langdurige ziekte en een onverwachte dood, omdat zij zo goed voor de kinderen had gezorgd.

.

Zie ook: Immanuël – Jakob Streit
.

Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldKerstmis              jaartafel

.

1795-1682

.

VRIJESCHOOL – Legende uit het leven van het kindje Jezus (14-5/10)

.

Er bestaan bij vele volken legenden over het kindje JezusVele gaan over de vlucht naar Egypte en worden in de lagere klassen van de vrijescholen vaak verteld in de tijd rond driekoningen. Meestal is het in die klassen de hele maand januari nog ‘driekoningentijd’.

.

Uit de Abruzzo (Italië)
.
.

HET WONDER VAN DE MANTEL
.

Maria droeg haar Kindje in een plooi van haar mantel, zodat niemand het zou kunnen zien, want het gevaar om ontdekt te worden, was groot.
Behoedzaam hield ze de plooi met haar handen bij elkaar en vervolgde zonder angst haar weg, hopend dat vader Jozef die voor brood en eten wilde zorgen, haar weldra met het ezeltje zou inhalen. Ze liep en ze liep.

Toen zag ze schriftgeleerden van het hof van Herodes. Een sprak: ‘Mooie dame, wat draag je daar in die plooi?’ Maria schrok heel erg, ze kon toch niet gaan staan liegen en ze wist niet wat ze moest antwoorden; toen kwam schuchter over haar lippen: ‘Ik draag de heer van de wereld!’ Maar de schriftgeleerden verstonden: ‘Mijn heren, ik draag de spelt!’ [In het Duits heeft ‘Spelt’ veel weg van ‘Welt’ (wereld)].
“O zo, breng die dan maar gauw naar de molen, je hoeft niet lang te lopen!’ Maar, o wonder! uit de gevouwen plooi kwam geel koren tevoorschijn: rijpe spelt, zoals die toen voor het bakken van het brood werd gebruikt. Nu hoefden de heren niet langer iets te vragen. Een zei nog: ‘Pas goed op het koren, he! Je hoeft het hier langs de weg niet te zaaien!’, ze lachten en verdwenen.
Maar ook de spelt verdween en de Moeder kuste dankbaar haar Kindje en trok de plooi nog vaster om haar oogappel.

Ze liep verder en kwam opnieuw twee schriftgeleerden tegen: ‘Nou, wat voor moois draag je daar zo tegen je aan wat niet gezien mag worden?’ Maria echter antwoordde: een hemelse bos bloemen!’ ‘Dat is niets voor ons!’ zeiden ze en liepen verder. De madonna had de waarheid gesproken. Is Christus niet de heer van de wereld en de bloem van de hemel?
Het was een geluk en een wonder dat de schriftgeleerden het verkeerd verstaan hadden en niet om bloemen gaven.

Maar als ze nieuwsgierig in de plooi gekeken hadden, misschien had daarin dan echt een boeket bloemen gezeten.

.

Zie ook: Immanuël – Jakob Streit
.

Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldKerstmis              jaartafel

.

1792-1680

.

VRIJESCHOOL – Legende uit het leven van het kindje Jezus (14-5/9)

.

Er bestaan bij vele volken legenden over het kindje Jezus. Vaak gebeuren er wonderen. Of er wordt in verteld hoe een plant of een dier aan de bijzondere eigenschap komt die wij ervan kennen.
.
Uit Vlaanderen

.

De leeuwerik
.

Toen eens de heilige familie onder een olijfboom uitrustte, vloog er een leeuwerik dichterbij, ging op een tak zitten ter hoogte van de Moeder Gods en begon met de helderste jubeltonen te zingen en te kwetteren.

Moeder Maria was echter van de zware tocht dodelijk moe geworden en ze voelde zich diep bedroefd, want de ononderbroken zorgen en voortdurende angst voor de achtervolging vergden veel van haar krachten. Vandaag kon ze het vrolijke gezang niet verdragen, het sneed door haar hart en maakte haar nog bedroefder. Ze keek naar het jubelende vogeltje op en vroeg hem mild: ‘Leeuwerikje, vlieg verder en zoek een ander plaatsje, mijn hart doet vandaag zo’n pijn als je zingt en kijk, mijn Kindje wil slapen!’ De leeuwerik echter luisterde niet naar wat de smekende moeder zei en kwinkeleerde een nieuw liedje. En nog een keer klaagde de Godsmoeder: ‘Ik ziet hier vol ellende en uit mijn ogen wellen de tranen op en jij zit maar praatjes te maken en te lachen terwijl ik zo bedroefd ben en je luistert niet naar wat ik je vraag. Zing je jubellied waar je ook maar wil, maar niet meer vanaf een hoge tak!’

Het leeuwerikje vloog op en steeg tierelierend in de lucht en zong en zong. Toen hij moe werd en weer naar de aarde zweefde, vond hij geen tak waarop hij kon gaan zitten rusten. Het vloog boven Maria’s hoofd en vroeg smekend kwinkelerend: ‘Ach allerliefste vrouw, nu je me de tak hebt ontnomen, geef me dan tenminste een korenhalm waarop ik kan rusten, ik zal het nooit meer doen, nooit meer doen! Maria wees op het korenveld: ‘Bouw daar je nest, ga daar zitten en zing!’

Sindsdien bouwt de leeuwerik midden in het vrije veld zijn nest en stijgt dan weer op de ladder van zijn zangnoten omhoog, naar de blauwe hemel – maar op een tak heeft niemand hem ooit weer zien zitten.

.

Zie ook: Immanuël – Jakob Streit
.
Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldKerstmis              jaartafel

.

1791-1679

.

.

VRIJESCHOOL – Legende uit het leven van het kindje Jezus (14-5/8)

.

Er bestaan bij vele volken legenden over het kindje Jezus. Vaak gebeuren er wonderen. Of er wordt in verteld hoe een plant of een dier aan de bijzondere eigenschap komt die wij ervan kennen.
.
Uit Duitsland
.
.

het kuiltje in het ei
.

Het Kindje Jezus moest vaak wel erg honger lijden en zonder vol buikje in de armen van zijn moeder kruipen. Op hun lange, moeilijke tocht lukte het vader Jozef, ondanks al zijn inspanningen, niet steeds voedsel te bemachtigen dat hij en de zijnen heel erg nodig hadden, ook al maakte hij er lange omwegen voor.

Eens had hij van mensen die medelijden met hem hadden een ei gekregen. Nu kon Maria een beetje pap koken. Eerst nam ze met een lepeltje een klein hapje uit het bovenste stukje en gaf het aan het Kind om te proeven. En het smaakte zo heerlijk lekker dat de moeder voortaan nooit naliet, eerst bovenuit het ei het lekkere hapje te halen.

Sindsdien vind je in elk ei een klein holletje. Het stukje dat weg is, is precies het stukje dat lang geleden Maria het Kindje liet proeven.

Zie ook: Immanuël – Jakob Streit
.

Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldKerstmis              jaartafel

.

1790-1678

.

VRIJESCHOOL – Legende uit het leven van het kindje Jezus (14-5/7)

.

Er bestaan bij vele volken legenden over het kindje Jezus. Vaak gebeuren er wonderen. Of er wordt in verteld hoe een plant of een dier aan de bijzondere eigenschap komt die wij ervan kennen.

.
Apocrief
.

De bron
.

Er was nog een lange, lange weg te gaan met veel moeite en weinig vreugde, alvorens vader Jozef, Moeder en Kind gelukkig in het reddende Egypte aan zouden komen.

Het was een buitengewoon warme dag, zwoel en droog. Boven de woestijn zinderde de lucht en er was geen zuchtje wind ter verkoeling. Maar op de gestage vlucht voor de achtervolgende kindermoordenaars waagde Maria het niet om ook maar één dag ergens te blijven en ze moest ook op deze gloeiend hete dag voort en voortgaan. Haar tong kleefde aan haar gehemelte, haar adem ging zwaar en het Kind kreunde van dorst.

Toen ging de Moeder volkomen uitgeput op een steen zitten die daar eenzaam in het woestijnzand lag, droogde het zweet dat van haar afgutste en wuifde het Kind met haar sluiter wat lucht toe. Een kreun zwol uit haar borst op: ‘Water, water!’ Toen sprong het Jezuskind van haar schoot, bukte zich naar de aarde en boorde met zijn roze vingertje in het zand. En o! – daar spoot plotseling een frisse bron onder de gezegende hand van het kind omhoog en klaterde zilverachtig en vrolijk om de voeten van de Moeder. En ze dronk en vulde ook haar kalebas en aan alle kwellende dorst kwam een eind. Weer gesterkt en welgemoed trokken ze verder, de vallende avond tegemoet. En vader Jozef zong een lied, waarop je goed door kon lopen.
.

.

Zie ook: Immanuël – Jakob Streit
.

Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeld: Kerstmis              jaartafel

.

1788-1676

.

VRIJESCHOOL – Legende uit het leven van het kindje Jezus (14-5/6)

.

Er bestaan bij vele volken legenden over het kindje Jezus. Vaak gebeuren er wonderen. Of er wordt in verteld hoe een plant of een dier aan de bijzondere eigenschap komt die wij ervan kennen.
.
Uit Bohemen
.
.

De morenkleur
.

Maria en Jozef hadden de woestijn bereikt. Ze trokken met het kind verder in het beschermende donker van de nacht en hielden zich als het licht werd, schuil achter rotsen of in het struikgewas.

Daar ze overdag door deze onderbrekingen veel tijd verloren en maar een klein beetje verder kwamen, want ’s nachts kon er door de vele inspanningen maar langzaam worden gereisd, moest Jozef ook de lichte dag gebruiken. Dat bracht de vluchtelingen nieuwe angst en zorgen: in deze streken van de woestijn waar ze doorheen kwamen, woonden mensen die een donkere huidskleur hadden en die de zwarte moren werden genoemd. De moeder en het kind zouden overal aan hun vage, sneeuwblanke huidskleur herkend worden, hoewel Maria haar manteldoek dicht om het kind heenwikkelde en het oplichten van haar eigen gelaat beschermend verborg in de plooien. Ze was heel bang voor haar kind – echte een bange moeder – en ze richtte haar biddende hart tot God, dat Hij hen toch niet zou verlaten, hen voor de vervolging zou beschermen.
De hemel verhoorde het smekende gebed – en zie – toen Jozef de volgende morgen wakker werd en brandhout aansleepte om een vuurtje te maken en de bosjes inliep om Maria met een morgenkus te begroeten, schrok hij zich bijna dood, want hem lachte een gezicht tegen dat bijna zo donker was als ebbenhout en het kind was gedurende de nacht veranderd in een morenkind zo zwart als het kolenzwart van de raaf. De man leidde zijn lieve vrouw naar een bron waarin ze zich kon spiegelen en zou weten hoe ze er uitzag. Maria begreep de goedgunstige almacht die over hen was gekomen en een glimlach krulde om haar lieve lippen.
Zo gelukte het om ondanks de hardnekkige achtervolgingen het verre Egypte te bereiken, waar ze bleven tot de dood van Herodes, de kindermoordenaar.

Op een dag echter, haalde een engel Maria en het kind weer terug naar hun geboorteland. En net zo snel als hun huid zwart was gekleurd, werd die nu weer zo blank als tevoren en bloeide de rozerode appelkleur op de marsepeinwangetjes van het kind.

Maar vrome mensen vereren nog altijd in vele landen en op allerlei plaatsen de zwarte Moeder Gods.

Zie ook: Immanuël – Jakob Streit
.

Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldKerstmis              jaartafel
.

1786-1674

.

VRIJESCHOOL – Legende uit het leven van het kindje Jezus [14-5/5]

.

Er bestaan bij vele volken legenden over het kindje Jezus. Vaak gebeuren er wonderen. Of er wordt in verteld hoe een plant of een dier aan de bijzondere eigenschap komt die wij ervan kennen.
.
Apocrief.
.
.

HET EERBETOON VAN DE DIEREN
.

Bij het vertrek uit Bethlehem, zo wordt in de apocriefen verteld, werd de heilige familie in het begin vergezeld door drie jongens die zich eveneens wilden redden door te vluchten en die zich aangesloten hadden bij vader Jozef. Ook Salome, een meisje, begeleidde Maria en diende haar vol verering. Ze hadden een wagen bij zich die door twee ossen werd getrokken en daarop lagen hun spullen en een ezel waarop de moeder Gods reed en een paar lammeren. Zo waren ze in de prille morgen vertrokken.

Ze kwamen in de buurt van een grot; daar gleed Maria gratieus van haar rijdier en ging op een steen zitten die als een soort zitbank langs de weg lag en ze hield het Jezuskind op schoot. Jozef echter, ging de grot binnen om te onderzoeken of deze geschikt was om hen te herbergen. Maar uit de donkere spelonk stormden vier reusachtige draken naar voren, vreselijk om te zien. Uit hun afgrijselijke bekken siste een dampende adem met giftig-rode slierten, zodat de bloemen op het veld levenloos knakten. Ze spreidden dreigend hun enorme, scherp getande vleugels uit boven hun stekelige lijven en staken hun klauwen met de angstaanjagende nagels naar voren.
De jongens gaven een gil van schrik, zelfs Jozef wankelde geschrokken achteruit en Maria en het meisje stonden van schrik aan de grond genageld.
Het kindje Jezus echter gleed van zijn moeders schoot en stond onverhoeds op eigen benen, zonder angst, onbezorgd voor de draken. En deze lieten hun koppen zakken met een vererende deemoedigheid, hielden hun giftige adem in en vouwden de geheven vleugels tegen hun lichaam, trokken de klauwen in en gingen als tamme honden voor het kind liggen. En ze tilden hun koppen driemaal op als wilden ze hun meester erkennen.
Toen slopen ze als getemd weg. Het kind echter ging voor hen staan en gebood hun dat ze geen mens  kwaad zouden doen.
Jozef en Maria waren heel bang dat hun kind door de monsters toch nog pijn gedaan zou worden. Maar het kind troostte hen: ‘Wees niet bang voor mijn schepselen en denk niet dat ik een zwak kind ben! Ik ben de Heer en voor mij zullen alle dieren tam zijn!’

Toen braken er in het bos twijgen, takken bogen, het struikgewas week vaneen en daar kwamen van alle kanten de dieren uit het woud aan. Uit de palmbomen klauterden de apen nieuwsgierig naar beneden. Uit de dichte struiken renden leeuwen en panters en wilde katten slopen uit de bosjes. De olifanten trompetterden luid en uit de waterstroom kwamen de logge nijlpaarden en de krokodillen. En ze kwamen stilletjes aan en begroetten het kind door hun voorpoot op te tillen en in zijn handje te leggen of, zoals deemoedig de leeuw, de koning van de wildernis, door de uitgestoken handjes van het kind te likken. Er kwamen beren en wolven, de hyena en de luipaard. Ook de tamme dieren verschenen, met hun bulten, kameel en dromedaris en de lama, die wel oppaste om niet te gaan spugen, zoals zijn vervelende gewoonte is en ze gingen allemaal rondom het kind staan dat zonder angst en schroom zich tussen hen bewoog en het streelde de dieren, krabde ze achter de oren, wat ze ook nu nog zo fijn vinden. Toen week pas de schrikbarende angst bij de liefste moeder die nog nooit wilde dieren had gezien. Haar hart raakte de vrees kwijt en klopte weer rustig.

Toen Jozef eindelijk aanstalten maakte om weer verder te gaan, gingen alle dieren mee om hen uitgeleide te doen. De leeuwen liepen eendrachtig met de ezel, de panters met de ossen die de kar trokken en de wolven samen met de lammeren op hetzelfde stuk van het veld. Het kindje Jezus echter reed een stuk van de weg op de rug van een hert en hield zich vast aan het gewei. En een grote schare van alle mogelijke vogels vloog boven hen als koor dat een lofzang zingt en ze maakten liefelijke muziek en jubileerden en prezen de heer die onder hen liep.

Maar toen het avond werd nam het Jezuskind afscheid van al zijn brave begeleiders en zei hun goede nacht en vaarwel. Toen verhieven ze luid hun stemmen als een laatste groet en wensten hun een goede reis en trokken als paar of met z’n drieën of alleen het bos in en zochten hun schuilplaatsen op.

.
Zie ook: Immanuël – Jakob Streit
.

Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

Vrijeschool in beeldKerstmis              jaartafel
.

1785-1673

.

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Kerstmis- kerstverhalen (14)

.
[14-1] Het vreemde kind
Fr.Pocci: Een verhaal uit Italië
Arm kind klopt aan de deur bij arme mensen. Het krijgt onderdak. Het blijkt het christuskind te zijn. Hij plant een dennentak. Die wordt een boom: de kerstboom. 
V.a. 5 jr.  Voorleestijd: 3 min.

[14-2] De herders
Ruth Sawyer : Over Lucifer en Michaël; Lucifer brengt onrust in de hemel; Lucifer verbannen naar de aarde: Satan; God besluit om Zijn Zoon naar de aarde te zenden; de herders uitverkoren; Michaël komt de herders te hulp; Michaël verslaat de Satan; de herders gaan naar Bethlehem en zingen een lied.
Vanaf 10 jr. Voorleestijd 20 min.

[14-3] De heilige nacht
 Christel Sprengel. Naar een Duits verhaal.
Maria vindt bij de mensen geen onderdak; bij de dieren op een boerderij wel; een broertje en een zusje zijn alleen thuis en wachten op hun moeder; die wil en kan geen Kerstmis vieren; os en ezel brengen de kinderen naar de stal; alle dieren komen; daar vieren de kinderen kerst.
V.a. 6 jr. Voorleestijd 5 min.

[14-4] De belofte van de harpspeler
Het prachtige verhaal van de harpspeler die aan zijn gezin belooft met Kerstmis thuis te zijn.
Alle leeftijden. Voorleestijd 10 min.

                                                                         0-0-0

[14-5] Legenden uit het jonge leven van Jezus

Er bestaan veel verhalen over het kindje Jezus. Ze staan te boek als: ‘Jezuslegenden, christuslegenden, christussprookjes’. Als het alleen om Maria gaat, is er sprake van ‘Marialegende’.

Ze spelen zich af tussen geboorte en de vlucht naar Egypte en gaan soms nog over de latere jaren.
Hier is een selectie gemaakt, waarbij niet de legenden zijn genomen die in ‘Immanuël’ van Jakob Streit verteld worden.

Om het zoeken naar de inhoud iets te vergemakkelijken, heb ik afkortingen gebruikt:
M=Marialegende
G=rondom geboorte
V=vlucht
D=daarna

[14-5/1] Het feestelijke werelduur
Het Kind wordt geboren, de wereld houdt de adem in. (G)

[14-5/2] De nachtegaal
De nachtegaal zingt het Kindje in slaap en mag daardoor voor altijd zijn mooie zang blijven laten klinken. (G)

[14-5/3] Het winterkoninkje
Hij helpt de grote Koning en mag zich nu ‘kleine koning’ noemen(G)

[14-5/4] Over het ezeltje dat Maria en het Kind droeg
Op de vlucht toont de ezel zijn dapperheid. Het kruis op zijn rug is zijn beloning (uitgebreidere versie dan bij Streit) (V)

[14-5/5] Het eerbetoon van de dieren
Vele dieren – wilde, tamme, grote, kleine – brengen het kind een groet.  (V)

[14-5/6] De morenkleur
Waarom er ook een donker getinte moeder Maria wordt aanbeden. (V)

[14-5/7] De bron
Een plotseling aanwezige bron brengt redding. (V)

[14-5/8] Het kuiltje in het ei
Waarom er onder de schil een klein kuiltje zit. (V)

[14-5/9] De leeuwerik
Waarom de leeuwerik altijd zo hoog vliegt(V)

[14-5/10] Het wonder in de mantel
Hoe spelt het Kindje redt. (V)

[14-5/11] De kinderen van Herodes
Jezus redt de kinderen van Herodes en hoe de salie geneeskrachtig werd(V)

[14-5/12] De olijfboom
De olijfboom redt en krijgt daarom de beste olie(V)

[14-5/13] Het duizendvoudige loon
Hoe goedgevendheid wordt beloond en gierigheid gestraft(V)

[14-5/14] De gewijde doorn
Hoe de meidoorn beloond wordt.

[14-5/15] De kerstroos
Onbekend. Niet het verhaal van Selma Lagerlof – [14-2]

[14-5/16De vogelmelk
Hoe de vogelmelk aan zijn sterrenbloempjes komt. 

[14-5/17] De lavendel (M)
Waarom de lavendel zo heerlijk geurt (G/M)

[14-5/18] De herder in het verenbed
Wat er gebeurt als het op kerstdag sneeuwt (G)

[14-5/19] De sprekende dieren
Waarom de dieren elkaar in de kerstnacht kunnen verstaan (G)

[14-5/20] Het glimwormpje
Waarom dit kevertje ‘glimwormpje’ heet. (G)

[14-5/21] De sprinkhaan
Hoe de sprinkhaan er kwam. (G)

[14-5/22] De rozen met kerst
Waarom er met Kerstmis witte en rozerode rozen zijn. (G)

[14-5/23] De herderslegende
Hoe Jozef voor het Kindje vuur haalde in de kap van zijn jas (G)

[14-5/24] De roos van Jericho
Aan het eind van de vlucht dank Maria op haar knie\én de hemel die haar zo had bijgestaan. Op die plaats begon een roos te groeien. (V)

0-0-0

[14-6] De kerstroos
Pieter HA Witvliet: Verhaal van Selma Lagerlof over: waar de kerstroos vandaan komt en hoe hij zijn naam kreeg. Ingekorte versie.
Vanaf 8 jr. Voorleestijd
20 min.

[14-7] De dieren van Bethlehem
Tibor Déry?: Aandoenlijk, humoristisch verhaal over de os en de ezel die op hun manier voor het Kind willen zorgen.                               
Vanaf  7jr. Voorleestijd: 23 min.

[14-8] Lichte sneeuwval, windstil weer
Hans Bütow? Oude schrijver gaat naar kerstdienst in de kerk. Waarom weet hij zelf eigenlijk niet. Bij thuiskomst zit er een vreemdeling in zijn huis. Waarom waarschuwt hij de politie niet?
Vanaf 12 jr. Voorleestijd 20 min.

[14-9] Waar liefde is daar is ook God
Leo Tolstoi: Schoenmaker Awdeitsch wacht op Christus. Die komt ook, maar heel anders dan Awdeitsch zich had voorgesteld.
Vanaf 7 jr. Voorleestijd 35 min

[14-10] De ongelukkige waskaars
D. Udo de Haes: Een waskaars in een la, verguisd en geminacht, helpt het licht onder de mensen te verspreiden.
Vanaf 7 jr. Voorleestijd 28 min.

[14-11] De fluit van de herdersjongen
Een herdersjongen krijgt een fluit om die als geschenk aan het Kindje Jezus te geven. Op weg naar de stal gebeurt er met de fluit van alles, waardoor deze steeds meer tonen verliest. Bij het Kind gekomen…o, wonder!
Vanaf 5 jr. Voorleestijd 9 min.

[14-12] De geluksroebel
Nikolaj Leskov
: Een jongen krijgt een geluksroebel. Je kan er alles voor kopen en je geeft hem toch niet uit. Maar er zijn wel dingen die je niet moet doen, dan raak je hem kwijt. Wat doet deze jongen en wat leert hij?
Vanaf 9 jr. Voorleestijd 25 min.

1784-1672

.

 

 

VRIJESCHOOL – Legende uit het leven van het kindje Jezus (14-5/4)

.

Er bestaan bij vele volken legenden over het kindje Jezus. Vaak gebeuren er wonderen. Of er wordt in verteld hoe een plant of een dier aan de bijzondere eigenschap komt die wij ervan kennen.
.

Uit Wallonië.                                 *aangepast (phaw)
.
.

OVER HET EZELTJE DAT MARIA EN HET KIND DROEG
.

Koning Herodes, de wrede tiran, had zijn soldaten er met speren en zwaarden op uitgestuurd en daarmee moesten alle jongetjes, niet alleen die pas geboren waren, maar ook die nog geen twee jaar waren, worden omgebracht.
Want de boodschap dat Christus was geboren, had zich als een lopend vuurtje door het land verspreid en was ook koning Herodes ter ore gekomen. In grote paniek riep hij zijn ministers en zijn geleerde raadsheren bijeen en achter gesloten deuren sprak hij met hen. De overbrengers van de boodachap hadden hem gezegd dat men het pasgeboren kind de ‘koning van de koningen’ noemden en als ‘heer van de hemelse engelen’ begroet en dat zelfs uit de uithoeken van de aarde vorsten en wijzen waren gekomen om het koninklijke kind te eren. De koning maakte zich ernstig zorgen om zijn kroon en om zijn geluk en daarom had hij het bevel gegeven voor de verschrikkelijke kindermoord.
Over het land klonk één groot weeklagen van de moeders, zoals dat nog nooit was vernomen en tegen de bergen weerklonk de klagende echo tot in de hemel.

En de heilige drie personen moesten in allerijl de gezegende geboorteplaats verlaten. Een ver land, buiten het machtsgebied van de koning gelegen, zou het doel van hun vlucht zijn. Maar de weg daarheen was vol moeilijkheden. Hij leidde over ruige, torenhoge gebergten en over onstuimig stromende rivieren en door de eindeloze woestijn met alleen maar zand en verlatenheid, hitte en kou tegelijkertijd. Op hun zwakke voeten zouden de vluhtelingen nooit en te nimmer die lange, lange weg kunnen afleggen. Er moest hulp worden gevonden.

Jozef, de vader, ging naar het paard en vroeg met zijn vriendelijkste woorden, of hij de godsmoeder en het kind op zijn rug wilde nemen en snel met hen ervan door te gaan. Maar het paard had er geen oren naar, het deed alsof het de vraag niet hoorde en trok gezapig de halmen uit de voederbak. Toen kwam Maria haar man te huolp en smeekte, zeggend dat ze vervolgd werden en dat alleen het snelste paard hen voor de woede van Herodes zou kunnen redden. Maar het paard draaide nauwelijks zijn kop om, keek een beetje scheel naar de smekende vrouw en ging weer verder met zijn haver en vermaalde die genoeglijk tussen zijn tanden. *
Maria en Jozef keken elkaar in de bedoeffde ogen en dachten erover wat ze zouden kunnen doen. Toen liepen ze naar het ezeltje en vroegen het aan hem. Hij spitste zijn lange oren, zodat hij goed kon luisteren en hoewel hij nog niet veel van rijden wist, zei hij meteen met vreugde ‘j-jah en liet zijn karige maaltijd in de steek, hoewel hij nog helemaal niet genoeg gegeten had; je zag overal zijn ribben door zijn huid, je kon ze wel tellen. Maar hij nam Maria en het kind geduldig op zijn rug en toen ze in het duister van de nacht de stad uitreden, balkte hij van vreugde dat hij nu als een paard een rijdier mocht zijn.

Ze trokken weg: voorop liep vader Jozef, blootshoofds in zijn oude jas met capuchon en hij droeg aan zijn lange stok een zak met gereedschap. In zijn hand hield hij ook nog een oude, bijna kapotte stallantaarn om de weg te vinden en op de maat van zijn vermoeide stappen, prevelde hij een gebed. Het leidsel waar het lastdier aan liep, had hij aan de gordel van zijn mantel geiknoopt.
De moeder in haar wijde blauwe mantel, zat op de ezel, nee als een koningin op een troon zo mooi rechtop zat ze en het kind hield ze in de zachte koestering van haar armen, boog het hoofd naar hem en sprak het liefkozend toe met de liefste woordjes. Zo trokken ze weg.

Op de lange reis echter raakte de rug van de ezel door het slechte zadel gewond. Vliegen kwamen in zwermen op de bloedige wond af. Niemand wist raad of kon helpen. Maar vol geduld droeg de ezel zijn last en verdroeg de pijn en klaagde niet als het voedsel karig was of er niet was. Soms af en toe kreunde hij een beetje voor zich uit: Ach-i-jah!.
Ze kwamen bij een oase en daar stond bij een boom een muildier dat voedsel in overvloed had: een hele zak vol die over zijn halster lag. ‘Geef onze arme ezel een beetje van je overvloed’, kreeg hij als vraag. ‘Heb zelf niet genoeg!’, mompelde het muildier. ‘Ga dan in Gods naam met ons mee en draag deze vrouw en haar kind een poosje tot de wond van de ezel is genezen.’ ‘Om Gods wil, draag jullie last zelf maar. Een ezel is een ezel!’ Ja, dat was het antwoord van het muildier.

God hoorde het echter en zag hoe verlaten de Zijnen waren.  Hij nam hem zijn zegen af. Tot vandaag de dag kan het muildier geen jongen krijgen.

De heilige drie moesten, zoals ze gekomen waren, de harde reis weer aanvaarden.
Maria had het kindje de borst gegeven en een druppeltje van haar moedermelk was naar beneden gedropen, precies op de wond van de ezel die leed, maar niet klaagde. De bloedige wond sloot zich ter plekke en was heel en gezond. Toen dankte vader Jozef  God in de hemel en bad en maakte het teken van het kruis – en zie – het kruisteken viel neer op de rug van de ezel en bleef daar op zijn vel staan als een groot donker teken dat van ezel tot ezel bleef bestaan en dat beschermt tegen gevaar.
De hele tijd door is de ezel geduldig en bescheiden gebleven. Op zijn reis door de woestijn leerde hij genoegen nemen met distels en karige kost en het smaakte hem beter dan het paard de beste haver.

In zijn bescheidenheid is hem het harde leven niet te zwaar geworden en zo heeft hij het in de wereld ver gebracht en is er trots op wanneer men een dom mens ‘ezel’ noemt.
Hij weet wel beter wat een echte ezel is.

.

Zie ook: Immanuël – Jakob Streit

.

Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldKerstmis              jaartafel

.

1783-1671

.

VRIJESCHOOL – Legende uit het leven van het kindje Jezus (14-5/3)

.

Er bestaan bij vele volken legenden over het kindje Jezus. Vaak gebeuren er wonderen. Of er wordt in verteld hoe een plant of een dier aan de bijzondere eigenschap komt die wij ervan kennen.
.
Uit Frankrijk,       aangepast (phaw)
.

OVER HET WINTERKONINKJE
.

Het winterkoninkje is een van de schepseltjes die men in het hele land ‘Gods lievelingsdieren’ noemt.
Het winterkoninkje sliep in de kerstnacht in zijn piepkleine nest. Toen hoorde hij van ver weg, zo half in een droom, een stem die vertelde dat deze nacht het Jezuskind op aarde was gekomen en in Bethlehem in de stal in een houten kribje lag.

Toen sprong  de winterkoning met één sprongetje uit de veren, strekte een paar keer zijn vleugels en ging ogenblikkelijk op reis. Snel als de wind kwam hij aangevlogen, vond de stal en het kind, ging op de rand van het kribje zitten, maakte buiginkjes en kwetterde een echt zondagsliedje als welkomsmelodie voor het liefelijke kind.

Nu zag het winterkoninkje echter hoe ellendig en armoedig het harde strobed in de kribbe was en hij zong snel zijn liedje uit, haastte zich de deur uit en was weg. Uit het bos droeg hij in zijn kleine snavel ijverig zacht mos op een hoopje en uit zijn eigen nest haalde hij de mooiste donsveertjes om voor  het pasgeboren kind een zacht bedje te maken.

Toen het kleine vogeltje onderweg was, kroop een dikke spin uit een oude balk, spon een dunne webdraad en maakte een web, vlak boven het gezichtje van het kind. De moeder schrok en veegde de draden weg, want ze was bang dat die in zijn oogjes zouden komen en hem pijn doen. Maar de spin vond dat niet erg en begon meteen opnieuw met het spinnen van haar draden en snel had ze een fijn netwerk klaar dat als een sluier over het gezicht van het kindje lag.

Dat zag het winterkoninkje dat net met een plukje donsveren aangekomen was en dat hij in het kripje wilde stoppen.

==het legende gaat zo verder dat het winterkoninkje de spin opvreet. 
Er zijn meer van dergelijke situaties in deze christus- of jezuslegenden.
Ik heb die stukjes altijd aangepast naar iets positiefs: ik wilde bij de kinderen niet de indruk wekken dat dieren om wat voor reden dan ook, veroordeeld zouden worden of slecht gevonden. (Zodat je ze rustig dood kan maken?).
In deze legende laat ik het zo aflopen:==

De spin was niet bang van het winterkoninkje en maakte haar web af dat nu als een heel teer en zijden weefsel de kou tegenhield, zodat het kind geen bevroren wangetjes zou krijgen. Maria zag het en was blij en zij dankte de beide helpers. Omdat het winterkoninkje de Koning van de wereld zo had geholpen in deze bittere winterkou, mocht hij voortaan ook de naam ‘koning’ dragen. Winterkoning. Maar omdat hij zo klein en lief is, noemen de mensen hem liefkozend ‘winterkoninkje’. De spinnen maken nog altijd de prachtigste kleedjes die van zilver lijken als ze ’s morgens met dauw bedekt door het ochtendzonnelicht worden beschenen.

.

Zie ook: Immanuël – Jakob Streit

.

Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldKerstmis              jaartafel

.

1782-1670

.

VRIJESCHOOL – Legende uit het leven van Jezus (14-5/2)

.
Er bestaan bij vele volken legenden over het kindje Jezus. Vaak gebeuren er wonderen. Of er wordt in verteld hoe een plant of een dier aan de bijzondere eigenschap komt die wij ervan kennen.
.
Uit Malta.
.

DE NACHTEGAAL
.

Uit de stille hut klonk het lied van Maria. Het was haar nooit teveel om het Jezuskind in slaap te wiegen. Ze zong over de engelen en over de hemel, over God de vader, over de schoonheid van de wereld en over de naderende lente. Zij vertelde hem over de liefde en over het leed. Als een zacht luiden van klokken kwam het over haar lippen en steeds zachter en stiller klonk de melodie, tot het kindje sliep.
Maar op een dag kwamen de klanken nog maar met moeite uit Maria’s keel en klonken gebroken. Ze had nachten lang gezongen, haar keel deed pijn en het lukte haar niet het kind de slaap te brengen, hoeveel moeite ze ook deed en zacht het kribje wiegde, zoals sindsdien alle moeders met een wiegje doen.

Toen klonk er plotseling uit een hoekje waar de grote dakbalken en het dak bij elkaar komen, gezang. Daarboven zat een kleine vogel. Die had heimelijk naar alle liedjes van de moeder Gods geluisterd waarmee zij het kindje in slaap wiegde. Nu fladderde het vogeltje naar beneden en ging op de schouder van Maria zitten en begon te zingen en te jubileren, zo mooi, zo fijn, dat je het eigenlijk niet kan beschrijven. En snel en rustig waren de oogjes van het kind toegevallen, alsof zijn moeder hem in slaap had gezongen.

Nu zweeg het vogeltje en legde zijn kleine snavel achter het roze oor van Maria, alsof hij haar een kus wilde geven. Toen wilde hij opvliegen. Maria streelde hem over zijn bruinige, zijden veertjes: ‘Klein vogelhartje!’ fluisterde ze, ‘vanaf nu draag je mijn stem in je en je kent al mijn liedjes en je zal ze nooit vergeten, zodat je de mensen kan vertellen van verdriet en blijdschap en van het verlangen naar vrede en geluk. Klokjes en zilveren klanken zullen in je kleine keel wonen, jubel en juichen, welluidende trillers. Vlieg en zing!

En vanaf dit uur zingt de nachtegaal met de goddelijke stem van Maria. ’s Avonds, als de tijd aangebroken is waarop men de kinderen in een zachte sluimer wiegt, zit hij in de struiken en kwinkeleert, jubelt, zingt, lacht en huilt. Dan vallen bij de kleine kinderen de oogjes dicht, bij de grotere kinderen komen de mooie gedachten en de verliefden kussen elkaar als ze de liederen van de mariavogel horen. En het water stroomt kalmer, vogels en dieren luisteren en zelfs de bomen houden hun geritsel in. En alles en iedereen wiegt het vogellied in slaap en brengt de droom. Ja, zelfs die stervende zijn gaan gemakkelijker naar hemelse huis, zo prachtig kan de nachtegaal zingen.

Zie ook: Immanuël – Jakob Streit, waarin deze legende in kortere vorm is opgenomen.

.

Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldKerstmis              jaartafel

.

1781-1669

.

VRIJESCHOOL – Vertelstof – Kaspar Hauser (2)

.

Op de Wikipediapagina ‘Kaspar Hauser‘ wordt melding gemaakt van een DNA-onderzoek, waaruit zou blijken dat Kaspar Hauser niet het kind is van Karl van Baden en Stephanie de Beauharnais.

.

KASPAR HAUSER

In het vorige nummer van Jonas [hier te vinden] heeft Claartje Wijnbergh de levensloop van Kaspar Hauser beschreven. Nu zal worden getracht deze dramatische biografie in een groter kader te plaatsen. Een volgend artikel [niet op deze blog] zal deze motieven dan in verband brengen met de actuele politieke gebeurtenissen van onze eeuw.

Kort nog even de feiten: geboren op Michaëlsdag 1812 als Prins Max von Baden; direct verwisseld met een stervend kind en elders opgevoed; op zijn 3e levensjaar ingekerkerd en vrijwel volledig afgeschermd van zintuiglijke indrukken en menselijke contacten; Pinksteren 1828 (16 jaar oud) verschenen in Neurenberg als een halfmenselijk wezen; even voor Kerstmis 1833 (21 jaar oud) laaghartig vermoord.
Onthutsende feiten! Geen wonder dat over het hoe en waarom van deze zaak velerlei speculaties de ronde doen. Gewoonlijk houdt men het op een moerassige troonopvolgingsstrijd. Op de vraag waarom men hem dan niet direct heeft gedood, zou geantwoord kunnen worden: een luguber experiment met de mens.

Iets ‘experimenteels’ lijkt er inderdaad in te zitten, anders had men hem immers niet meer uit zijn kerker los gelaten. Maar ook de navolgende gedachtegang lijkt plausibel.
Het gaat hier om veel meer dan een simpele troonkwestie. ‘Men’ verwijdert Prins Max von Baden van zijn eigenlijke plaats en laat hem gedurende de eerste drie jaren van zijn leven ‘normaal’ opgroeien. Pas dan snijdt men hem af van elke verdere menselijke ontwikkeling.’Het moment geeft te denken. Eerst stelt men het zielegeesteswezen van deze mens in de gelegenheid om zich via de oer-stappen van het lopen, spreken en denken diep in zijn lichaam te incarneren. Om vervolgens zodanig in te grijpen dat zijn verdere incarnatie- en ontwikkelingsweg totaal wordt verkracht.

Maar hij sterft niet, mag niet sterven. Hij blijft gebonden aan zijn lichaam. Hem te doden was kennelijk te riskant. Immers, als men hem ‘gewoon’ had gedood, had zijn zielegeesteswezen de mogelijkheid gehad ofwel om zijn afgestopte impuls vanuit de geestelijke wereld verder gestalte te geven, ofwel om snel te reïncarneren. Kennelijk wilde ‘men’ iets afbreken. Iets wat van groot belang was voor de positieve ontwikkeling van de cultuur. Wat zou dit dan kunnen zijn?

Kaspar Hauser leefde in de tijd van de nagalm van de Franse revolutie. De idealen: vrijheid, gelijkheid en broederschap waren echter gesmoord onder Romeins machtscentralisme. Karl Heyer spreekt het vermoeden uit dat Max von Baden vanuit de geestelijke wereld de opdracht zou hebben gehad om aan deze idealen opnieuw kiemkracht en levenskans te geven. Hoe is deze suggestie te plaatsen? Dat het hier om een impuls van betekenis gaat, is af te lezen uit het feit dat Rudolf Steiner een maatschappelijke driegeleding lanceerde waarin we deze drie idealen terugvinden. Net zoals je in de mens onderscheid kunt maken tussen de functies van denken, voelen en willen, elk met z’n eigen karakteristieken, zo kun je ook in de ‘grote mens’, in het sociale organisme drie gebieden onderscheiden en onderzoeken op hun specifieke ‘ wetmatigheden.

Vrijheid en cultuurleven:
alleen als er in de sfeer van de gedachten en de ideeën onvoorwaardelijke vrijheid heerst kan de cultuur bloeien; voor dit gebied geldt bij uitstek het ‘geen twee mensen zijn gelijk’; hier moet onbeperkte ontplooïngsruimte zijn voor het oer-individuele.

Gelijkheid en rechtsordening:
hier geldt het: ‘alle mensen zijn gelijk’ in de zin van gelijkwaardigheid en gelijke rechten hebben op een menswaardig bestaan.

Broederschap en economie:
daar waar de bestaansbasis van het leven wordt verzorgd, staat alles met alles in samenhang; vanuit de individuele talenten draag je bij tot het geheel, in grondrechtelijke gelijkheid neem je er aan deel.

Waar deze oerkrachten van het maatschappelijk handelen door elkaar worden geklutst, ontstaat chaos. In het groot wordt dit bijvoorbeeld duidelijk aan de oost-west-polarisatie. Het kapitalisme oefent via de machtsaspecten van de economie een knellende greep uit op het rechtsleven (klassenjustitie) en de cultuur (conditioneren en gelijkschakeling). Het communisme heeft zijn machtscentrum in het rechtsleven en dirigeert van daaruit economie en cultuur op dwingende wijze. In geen van beide systemen is plaats voor de mens. Voor kleinschalige voorbeelden zij verwezen naar de serie van Bos, Brüll en Henny. [1] Een menswaardige toekomst staat en valt met het serieus nemen van de sociale driegeleding. Het verder ontwikkelen en concretiseren ervan behoort tot wezenlijke opgaven van onze tijd.

De Franse revolutie is daarmee te zien als een kiem, als een eerste aanduiding van wat later in het Michaëlische tijdperk tot volle ontplooiing wil komen. Toen Rudolf Steiner de driegeleding in de wereld zette, was het Baden-Würtenberg waar het bijna tot een doorbraak is gekomen. Hetzelfde gebied waar Prins Max von Baden normaliter zijn intenties had kunnen realiseren. Als een vorst met een invloedrijke positie in de internationale politieke constellatie van die dagen.

Als Max von Baden kreeg hij geen kans. Maar als Kaspar Hauser heeft hij ondanks alles toch iets grandioos voor de mensheid gedaan, ook al lijkt het alsof het van buiten af aan hem is gedaan.
Ik doel hier op het pedagogische motief, dat door Claartje Wijnbergh is beschreven. En inderdaad, Kaspar Hauser moet een zeer bijzondere persoonlijkheid geweest zijn – ook zonder dit bizarre lot. De sensatiepers maakte hem natuurlijk tot een beroemdheid, maar Kaspar Hauser werkte ook door wat hij was. Goedwillende mensen waren diep onder de indruk van wat er van zijn wezen uitging. Zo iemand was Daumer (niet Danner), degene die hem van begin af aan in zijn hart heeft gesloten. Hij was het die K.H. opnieuw het leven heeft binnengeleid. Rudolf Steiner noemt Daumer een der laatsten uit de stroom der ware rozenkruisers; hij spreekt over hem als een moreel zeer hoogstaand mens. En deze Daumer heeft Kaspar Hauser herkend. Niet als een vorst met een belangrijke maatschappij-vernieuwende opdracht, maar als een individualiteit van het hoogste niveau. Maar een individualiteit zonder de geëigende instrumenten! Door een zwart-magische manipulatie is deze mens uit zijn baan geslingerd en ingekerkerd in een vernielde lichamelijkheid die hem tot gevangenis werd. Of toch niet? Waarom moest hij op zijn 21e alsnog worden gedood? Omdat het spel politiek te gevaarlijk werd? Of omdat een mens rond zijn 21e zijn eigenlijke ik-geboorte beleeft en dit bij een persoonlijkheid als Kaspar Hauser betekenen dat hij tóch zou gaan doorbreken? Met de Christusimpuls had hij zich immers reeds uitermate intens verbonden?

De hele 19e eeuw heeft het nog nagegonst. Politiek bleef het een heet hangijzer. Louche diplomatie moest de waarheid toedekken, totdat de bewuste troon niet meer bestond en de betrokkenen in het verleden waren verdwenen.

In onze eeuw groeide ook de belangstelling in de persoon van Kaspar Hauser. Van de voortreffelijke roman van Jacob Wasserman tot de degelijke beschouwingen van Pies Heyer. [2] En toen Rainer Fassbinder twee jaar geleden met zijn film over Kaspar Hauser kwam, stonden de kranten ineens weer vol over hem. Zeer oppervlakkig weliswaar, maar toch, hij leefde weer. Het is als een boodschap van onverwoestbaarheid van het hogere in de mens: de ware mens is niet klein te krijgen!

Als je de idealen van de Franse revolutie wil opvatten als serieus voorwerk voor het Michaëlische tijdperk, kun je het volgende opmerken. Tijd wordt gekenmerkt door wetmatigheden van ritme en spiegeling. Rudolf Steiner wijst erop dat je in een bepaald tijdsverloop elk tijdstip kunt nemen als spilpunt en dat je ten opzichte daarvan spiegelingen kunt uitvoeren die dan altijd onderlinge samenhang blijken te vertonen. Zelf past Rudolf Steiner dit nogal eens toe op het jaartal 1879. Het tijdstip waarop de aartsengel Michaël de leiding van de
cultuurontwikkeling op zich neemt. Als we nu de Franse revolutie (1789) spiegelen om 1879, dan komen we in 1969. De tijd van de studentenrevoltes! Begonnen in datzelfde Parijs (’68) omspoelt een vloedgolf van nieuwe vrijheidszin de aarde, van Berkley tot Tokio. Het establishment wordt ontmaskerd als repressief tolerant, de ketening van de vrije mens wil doorbroken worden. Het bankroet van de op economische machtsmiddelen gebaseerde consumptiemaatschappij lijkt volledig. Het ware beeld van de mens, met name het vrijheidsaspect, lijkt even door te breken. Over de hele wereld grijpen (jonge) mensen nieuwe idealen voor een menswaardiger samenleving; Michaëlische wil vlamt op. Maar het vuur dooft snel. De gezonde ideeën en oordelen om deze wilsimpuls op adequate wijze in het bewustzijn te verheffen, ontbreken. Herbert Marcuse, dé ideeënleverancier voor deze generatie, is fervent neo-marxist. In zijn ‘eendimensionale mens’ geeft hij een briljante analyse van de onder-drukkingstechnieken van de gevestigde orde. Maar het is pure afbraak; werkzame alternatieven geeft hij niet, evenmin als vele andere ‘vernieuwers’. De heilloze links-rechts-polarisatie, compleet met politiek georiënteerde moord en doodslag, is er het gevolg van. En nu, net als na de Franse revolutie, is alles weer gesmoord onder staatscentralisme. De Michaëlische impuls in de mensenzielen vindt wederom niet het juiste voertuig om de cultuur binnen te rijden. Dat is het kernthema van onze tijd. Aan de ene kant alom positieve intenties, mensen op zoek naar het menswaardige, op zoek naar geestelijke vrijheid en broederlijk samen werken.

Aan de andere kant toeslaand dirigisme, consumentenverslaving, automatisering, schaalvergroting – het uitschakelen van de mens. In termen van geestelijke wezens die dit impulseren: Michaël contra Ahriman, het licht tegen de duisternis.

In het lot van Kaspar Hauser zien we een welbewuste ingreep die te maken heeft met zowel grote politiek als zwarte magie. Zwarte magie omdat de machten achter de schermen deskundig misbruik maakten van occulte realiteiten (incarnatieblokkade etc.). Grote politiek omdat baanbrekende maatschappelijke impulsen werden afgestopt.

Ook de driegeleding van Rudolf Steiner werd op een beslissend moment teruggewezen. De recente studentenbeweging is allang weer ingepakt in mens-vijandige systemen. Van Kaspar Hauser tot nu hebben de machinaties van de zwarte lijn grondig effect gesorteerd.

In verschillende voordrachten waarschuwt Rudolf Steiner voor ‘de broeders van de duisternis’, die vanuit het Angelsaksische element via de werktuigen van politiek en economie drastisch ingrijpen in het wereldgebeuren. Hun macht is mede gebaseerd op een superieure deskundigheid inzake de geesteswetenschap.

Het is de verdienste van mensen als Gary Allen en Edward Griffin dat dergelijke manipulaties nu ook concreet zijn aan te wijzen.

In een volgend artikel zal[niet op deze blog]  worden getracht een aantal gegevens zodanig te ordenen dat het grote spel achter de schermen ook voor ons doorzichtig kan worden. Het zal daarbij van het grootste belang zijn om mogelijke antwoorden te vinden op de vraag: ‘wat kunnen gewone mensen daar nu aan doen?’

Maarten Ploeger, Jonas 5, 04-09-1977

.

[1] Jacob Wasserman Caspar Hauser
Pies, Heyer: Caspar Hauser
Fassbinder, film

H.P. van Manen, Kaspar Hauser
Paul Heldens: Kaspar Hauser

[2] Bos, Brüll, Henny: Maatschappijstructuren in beweging

.

Kaspar Hauser [1]

.

1719-1613

.

.

VRIJESCHOOL – Vertelstof – Kaspar Hauser (1)

.
Op de Wikipediapagina ‘Kaspar Hauser‘ wordt melding gemaakt van een DNA-onderzoek, waaruit zou blijken dat Kaspar Hauser niet het kind is van Karl van Baden en Stephanie de Beauharnais,

KASPAR HAUSER

Wij gaan ergens op bezoek: er is een kindje geboren. We kijken, wie er in onze vriendenkring bijgekomen is en begroeten de nieuwe aardeburger met een geschenk. Niet alleen wij hebben iets meegebracht, het kind zelf kreeg op zijn reis naar de aarde drie grote gaven mee: het vermogen tot lopen, spreken en denken. Het zijn gaven die alleen in de mensengemeenschap tot ontplooiing kunnen komen; wolfskinderen bijvoorbeeld lopen op alle vier de ledematen en stoten dierengeluiden uit.

De eerste weken is er alleen de glimlach, die hemelse glimlach, die even over het gezichtje trekt en langzaamaan tot een ontmoeting wordt tussen het kind en jou. Die eerste weken ga je met grote schroom naar het wiegje toe – want de nieuwe aardeburger is nog voor een groot deel hemelburger. En jij mag getuige zijn van een wereld, waar je anders nauwelijks toegang toe hebt. Je moet ook léren zien wat er te zien is. Je moet er aan wennen, om met andere ogen te kijken, andere zintuigen te gebruiken, als je naar een wiegenkind kijkt. En als je in je leven niet steeds weer gebruik maakt van de gelegenheid om even de glans van die andere wereld op te vangen, verleer je die kunst het onzichtbare te zien weer snel.

Na enkele maanden, voor de één wat later dan voor de ander, wordt het eerste geschenk zichtbaar: het kind gaat zich oprichten, beginnend met het zware hoofd. Een geheimzinnige wil doorstroomt het lichaam, dag in dag uit wordt nu gewerkt en geworsteld. Bij stukjes en beetjes wordt nu de ruimte veroverd. Wie kent niet het beeld van het kindje, dat zich vastklampt aan een stoel of de boxrand, tot het omvalt van moeheid, om onmiddellijk daarna wéér een poging te wagen?

Dan komt het ogenblik, waarop het eerste stapje gezet wordt. Het is een gebeurtenis, waarbij je in spanning toekijkt, waarbij je iets mee kan beleven van de triomf: de zwaarte werd overwonnen – een mensenkind staat opgericht tussen hemel en aarde als een vrije zelfstandige individualiteit, dat zijn levensweg op de aarde kan gaan.

De volgend fase breekt aan – een tijd van onvermoeibaar oefenen van geluidjes, van eindeloze klankgrapjes, tot, met een ongelooflijke reinheid en zuiverheid de eerste woordjes gevormd worden. Muziek zijn die eerste woorden, zonder zwaarte, zonder accent, zonder vertroebeling.
Na het leren lopen is er de tijd en de kracht voor het spreken. Het kind heeft nu de mogelijkheid om door middel van de taal verbindingen aan te gaan met de andere mens.
Nu kan op grond van het spreken het derde geschenk, het denken, tot ontplooiing komen. Je kan zien hoe het licht van het denken zijn intrede doet, hoe verbanden worden gelegd en vragen worden gesteld over die interessante wereld.

Als de eerste drie jaren voltooid zijn, gaat het kind ‘ik’ zeggen en krijgt het zijn eerste herinneringen. De mens heeft de gave gekregen zich denkend met de aarde te verbinden, maar ook de mogelijkheid om de weg tot de geestelijke wereld terug te vinden.

Wat moet het betekenen voor een mens als hem deze drie geschenken ontnomen worden? Als je als kind van 4 jaar in een hol wordt gestopt, zonder licht, zonder te kunnen staan, zonder mensen te spreken of te zien?

Tot nu toe hebben nasporingen onder andere het volgende opgeleverd:

Op 29 september 1812 werd een kind geboren, zoon van Karl van Baden en Stephanie de Beauharnais, pleegdochter van Napoleon. Na enkele dagen sterft de kleine troonopvolger, maar geruchten doen de ronde, dat hij in werkelijkheid het doodzieke kind van Blochmann, een lid van het personeel was, dat met de troonopvolger heimelijk verwisseld was. Tot zijn 4e jaar is de eigenlijke troonopvolger verzorgd geweest door een Franse hofdame op afgelegen kastelen. Toen moet hij omstreeks zijn 4e jaar in het hol zijn gebracht, waar hij leefde op water en brood, in het donker, met als enig gezelschap een houten paardje. Van tijd tot tijd smaakte het water bitter en viel hij in diepe slaap. Als hij ontwaakte, was hij verschoond en stond er opnieuw water en brood klaar.

Omstreeks zijn 16e jaar wordt hij uit het hol gehaald en na enige hardhandige oefening in lopen en spreken duikt lij plotseling in Neurenberg op: op Pinkstermaandag van het jaar 1828 staat daar een jongen, gekleed in een boerenkiel en met versleten laarzen aan, waar het bloed uit sijpelt. Hij wankelt over het stille plein en brabbelt onverstaanbare klanken. Het enige wat hij schrijven kan, is zijn naam: Kaspar Hauser.

Hij wordt naar de gevangenis gebracht – de enig juiste plek voor een boerenjongen die teveel gedronken heeft. Daar is hij al gauw een bezienswaardigheid voor het volk om de grimassen die hij maakt bij ruwe stemgeluiden, om de panische angst, als hij buiten fanfaremuziek hoort, om de naïviteit, waarmee hij naar de maan aan de hemel grijpt of naar de rode daken, die door het hoge vensterluik te zien zijn. Hij heeft een afschuw voor voedsel, behalve voor water en brood. Hij vertoont een lichte dronkenschap, als hem bier onder de neus wordt geduwd. Ook de autoriteiten komen kijken. De arts vindt merkwaardige fenomenen, zoals een geheel zachte voetzool, waarop nauwelijks gelopen is. In zittende houding met gestrekte benen is er zelfs geen papier onder het kniegewricht door te schuiven. Later blijkt, dat hij een boek kan lezen in het donker, metalen onderscheidt op de tast. Tot het moment dat hij vlees gaat eten, hebben de dieren een bijzondere relatie met hem, waaruit een groot vertrouwen spreekt. Men spreekt over hem als: het raadsel van zijn tijd.

De stad besluit hem een opvoeding te geven. Hij komt in huis bij Prof. Danner, een man, die Kaspar Hauser met grote liefde en eerbied voor zijn persoonlijkheid, opneemt en hem de wereld binnenleidt. Nauwgezet beschrijft Danner in uitvoerige protocollen, wat hij waarneemt en beleeft aan Kaspar Hauser. Hij beschouwt het als een uiterst verantwoordelijke taak ‘het kind van Europa’, zoals Kaspar Hauser al gauw genoemd wordt, op te voeden. Naast de ongewoon scherp ontwikkelde zintuigen, valt op hoe Kaspar Hauser een wonderbaarlijk goed geheugen heeft, zodat hij in korte tijd veel leert. De onschuld, reinheid en goedheid, die van hem afstralen, doen denken aan een paradijsachtig wezen – een Adam vóór de zondeval.

Als Kaspar Hauser voor het eerst de sterrenhemel ziet, is hij verrukt -wordt dan stil en moet huilen. Later zegt hij, dat een van de ergste dingen, die de man, die hem gevangen hield hem aangedaan heeft is: ‘dat ik de sterren niet mocht zien!’

Hij verwondert zich over kleine kinderen:‘Wat zijn dat voor kleine mensjes?’. Hij vraagt, wie de blaadjes aan de boom uitgeknipt heeft. Een godsbegrip heeft hij niet. ‘Heeft iedereen een vader en een moeder?’ En na de eerste bewuste blik in de spiegel, vraagt hij zich af: ‘Wie ben ik?’

Na de eerste moordaanslag, waarbij Kaspar Hauser verwond raakt, wordt er naar een ander tehuis voor hem gezocht. Na enkele omzwervingen komt hij tenslotte in huis bij een zekere Meyer, een uiterst droge, burgerlijke schoolmeester, die Kaspar Hauser in een streng regime van leren, werken, eten, slapen ‘opvoedt’. Ogenschijnlijk verduistert Kaspar Hauser’s wezen en wordt hij tot een simpele kantoorklerk. Innerlijk echter vindt hij de weg tot herinneringen en beelden, die diep in de ziel verborgen zijn. Hij heeft merkwaardige dromen, die hij in zijn dagboek optekent. Door de Catechisatielessen vindt hij de weg tot Christus. Op 17 december 1833 sterft hij aan de gevolgen van een nieuwe moordaanslag, verguisd door zijn tegenstanders, geliefd bij zijn vrienden.

In een tijd, waarin het materialisme hoogtij vierde, leefde dit ‘kind van Europa’. Door de ‘traagheid der harten’, zoals Jacob Wassermann in zijn beroemde roman schrijft, blijft Kaspar Hauser een raadsel voor ons.

Rond dit mensenkind is veel niet herkend, is er niet gestreden voor de ontplooiing van zijn persoonlijkheid, integendeel, zijn zijn vermogens beknot en verminkt. Hij werd tenslotte vermoord.

Je kan je afvragen, of dit ‘kind van Europa’ niet een waarschuwingssein is. Het is een lot, dat miljoenen kinderen kan wachten. Want zien onze kinderen in de grote steden de sterrenhemel nog? Weten zij, van wie ze afstammen – van goddelijke oorsprong of van de aap? Kennen zij hun vaders en moeders? En leren zij zichzelf kennen? Leven zij ook niet als op water en brood, gekooid en gekerkerd in een wereld, waar de krachten van het kind niet herkend worden?

Rudolf Steiner wees ons op de veranderingen in het tijdsbeeld aan het einde van de 19e eeuw. Hij leerde ons zien hoe de dageraad van een nieuwe tijd zich in de zielen van de mensen aankondigt.

De werking van de huidige tijdgeest, van Michael, wordt zichtbaar in veranderende opvattingen, in een kosmopolitisch wereldbeeld, in vernieuwende tendensen op velerlei gebied. Michael roept ons op, mee te werken een wereld, waar de mens de poorten van de geestelijke wereld weer geopend vindt. Rudolf Steiner gaf gehoor aan de wekroep van Michael, toen hij op de vraag van Emil Molt een nieuwe, Michaelische pedagogie inaugureerde, waarin het drieledige mensenbeeld centraal staat.

Maar wij allemaal kunnen de ‘traagheid des harten’ overwinnen en ieder op ons eigen werkterrein – thuis, in scholen, kantoren en fabrieken -, een omgeving scheppen waarin de mens mogelijkheden tot ontplooiing en rijping vindt, waar hij zijn eigen weg kan herkennen, in samenwerking met andere mensen en waar hij mee kan bouwen aan een wereld, waarin de geest werkzaam wil zijn.

Claartje Wijnbergh, Jonas 4, 21-10-1977

.

H.P. van Manen, Kaspar Hauser

.

Biografieën: alle artikelen

.

1718-1612

.

.

VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Hildegard von Bingen (2)

.

Over Hildegard von Bingen, hoe werd er een aantal jaren geleden over haar gedacht in haar leefomgeving.

De ‘renaissance’ van Hildegard von Bingen

bazuin van God

Onder een golfplaten afdak, waar net genoeg ruimte is voor het stallen van drie Volkswagenbussen naast elkaar, slaat de firma Würth haar papier- en
dozenafval op. Links in de hoek is daartoe een roestige korf neergezet, en rechts ook. De afvalmanden staan aan weerszijden van een solide betonnen hok. Dat hok nu, voorzien van een zware houten deur met stevige gietijzeren klink, doet dienst als bovengronds portaal voor de middeleeuwse kelders die Franz Josef Würth, baas van Würth Büroland (beproefde reclamespreuk: ‘… denn es ist Ihr Geld’), twintig jaar* geleden als extraatje bij zijn nieuwe bedrijfspand vond.

Sindsdien is diezelfde Würth behalve succesvol verkoper van kantoorbenodigdheden vanzelf ook een beetje historicus en curator geworden. Precies op deze plek stichtte Hildegard von Bingen omstreeks 1150 haar klooster Rupertsberg. Het heet er nog steeds Am Rupertsberg.

Belangstellenden die door het Stadtisches Verkehrsambt van Bingen worden doorverwezen naar Würth in Bingerbrück, het stadsdeel aan de overzijde van de Nahe (een zijtak van de Rijn), worden doorgaans zoveel mogelijk buiten de deur gehouden. Maar vandaag is Herr Würth zelf aanwezig, niet te beroerd om de sleutel te halen die toegang verschaft tot de kelders, en ook nog een rondleidinkje te geven. Waar de administratieve afdeling van de firma is ondergebracht, was vroeger de kloosterkerk. Een arcade met daaronder vijf bogen (afbakening van het middenschip van de kerk) is bewaard gebleven en gerestaureerd. Voor de aanleg van de spoorlijn tussen Keulen en Mainz moest halverwege de vorige eeuw een flink gedeelte van de Rupertsberg mét resterende kloosterruïnes worden opgeblazen. Vanaf de parkeerplaats van Würth kijk je nu boven op de treinrails. Recht vooruit, aan de overkant van de Nahe, is het centrum van Bingen. Links, ver weg in de nevel, zie je flets de Rijn.

Een van de kelders blijkt keurig te zijn opgeknapt. is voorzien van tap en bar en wordt verhuurd als conferentieruimte. Om het historische belang van het schoongeschuurde gewelf nog meer te benadrukken, zijn aan de achterwand reproducties van miniaturen uit originele Hildegard-handschriften opgehangen. Dit zou de crypte moeten wezen waar in den beginne – dat wil zeggen: direct na haar dood in 1179 -de overblijfselen van Hildegard von Bingen werden bijgezet.

‘Bijna elke week komt er een bus met aanhangers voorrijden’ zegt Würth. ‘Overal komen ze vandaan: uit Zwitserland, België. Vorige week had ik bezoek van een Zweedse journaliste, de week daarvoor was er nog een onderzoekster uit Australië. Buiten Bingen is Hildegard veel populairder dan hier.’
Vóór 1998, het alras naderende* herdenkingsjaar (negen eeuwen na Hildegards geboorte) wil Würth de belendende kelders, de voormalige wijnkelders van het klooster die nu nog in gebruik zijn als opslagruimte, hebben omgebouwd tot vergelijkbare zaaltjes.
‘ Ze zouden een uitermate geschikte bestemming kunnen vormen voor het
belangwekkende Hildegard-congres dat staat gepland voor hetzelfde jaar. Uit de ganse wereld zullen mediëvisten, theologen en andere wetenschappers in Bingen bijeenkomen: ze zullen er hun licht laten schijnen over Die Grosse Rheinische Seherin {The Sybil Of The Rhine, Prophetissa Teutonica), naar wie in de literatuur ook wel wordt verwezen als Die Posaune Gottes (de bazuin van God), en – wat minder vroom – Die Mittelalterliche Krauternonne.

Niet dat Hildegard von Bingen verlegen zit om een mooi rond herdenkingsjaar, met de daaraan verbonden pr-stunts die haar naamsbekendheid zouden moeten opkrikken: 816 jaar na haar dood* is ze actueel als nooit tevoren.

Dat May, de plaatselijke boekhandel van Bingen, een plank kan vullen met recente titels die lichamelijke en geestelijke gezondheid prediken volgens de authentieke kruiden-, planten- en edelstenenleer van Hildegard (uit Causae et curae en Physica), zegt al genoeg.

Maar ook in kringen van feministisch angehauchte kerkgangers, priesters en theologen wordt Hildegard op handen gedragen. Helemaal op het toppunt van haar roem is ze in haar hoedanigheid van componiste.

Ze was abdis van twee kloosters, correspondeerde met collega’s, pausen, bisschoppen en keizer Friedrich Barbarossa, bedacht een (tot nu toe ontoegankelijk gebleven) – geheimschrift, schreef in het Latijn met behulp van haar secretaris Volmar twee heiligenbiografieën, een evangelie-exegese, verscheidene werken over natuur en gezondheid, en een trilogie met de weerslag van haar visioenen, waarvan het eerste boek, Scivias {Ken de wegen), geldt als haar standaardwerk: betreffende God, de mens en de kosmos in onderlinge samenhang. Tussendoor genas ze ook nog honderden zieken, predikte ze her en der en bemiddelde ze bij geschillen, terwijl ze bijna onophoudelijk werd getergd door zwaar lichamelijk ongemak.

Haar muzikale oeuvre omvat een moraliteitenzangspel, Ordo virtutum, en bijna tachtig liederen, die tezamen Symphonia harmoniae caelestium revelationum heten – waarmee duidelijk moge zijn dat de composities veeleer het resultaat waren van celestijnse influistering dan van menselijke arbeid. De muziek van Hildegard von Bingen, de Eerste Vrouwelijke Duitse Componist in de Geschiedenis, behoort op het moment* tot de best verkochte in het klassieke segment.

Vision, The Music of Hildegard von Bingen (1994), een strak staaltje van nieuw-zweverigheid (zeg maar: authentiek middeleeuwse gezangen opgetuigd met neo-Indiase klankfrutsels in een koele bedding van Japanse synthesizertechnologie), was door het Amerikaanse label Angel Records bedoeld als opvolger voor de turbo-hit Canto Gregoriano van de Spaanse monniken van Santo Domingo de
Silos. Vision schijnt het best aardig te doen, maar het zijn toch vooral de
Hildegard-cd’s van het ensemble voor middeleeuwse muziek Sequentia (op Deutsche Harmonia Mundi) die aanslaan, en niet alleen bij de hardcore-fans van oude muziek.

Meer dan een kwart miljoen exemplaren zijn wereldwijd verkocht van Canticles of Ecstasy (1994); de release van de nieuwste ‘Hildegard’, Voice of the Blood, ging onlangs zelfs gepaard met een STER-campagne op Nederland 3. En ook Sequentia is al in de ban van 1998: het Amerikaanse ensemble, dat in Keulen domicilie houdt, is vast van plan vóór het aanstaande herdenkingsjaar al haar werken op cd te hebben uitgebracht.

Hildegard von Bingen schreef aan het Gregoriaans ontleende (eenstemmige) antifonen, sequensen en responsoria op eigen Latijnse teksten, waarin zij – dankbaar gebruikmakend van de zeggingskracht van de metafoor – het zegenrijke van de Heilige Drie-eenheid, de Here Jezus, de Maagd Maria, de Heilige Ursula en diverse andere Zalige Lieden bejubelt. Opvallend in haar oeuvre is de veel voorkomende stijgende kwint, vooral aan het begin van een lied of een nieuwe strofe. Het ijl voortkabbelende, tot eenvormigheid neigende engelengezang zou de moderne, jachtige mens weer tot rust brengen. Daarmee verklaren de cd-verkopers het succes van de muziek.

De wereld ligt kan Hildegards voeten, maar in Bingen am Rhein is haar ster nog niet zo hoog gerezen dat een aan haar gewijd museum zonder slag of stoot, als een vanzelfsprekende besteding van gemeenschapsgelden, op de politieke agenda kan worden gezet. Hildegard is onderwerp van twist en strijd. Bij de onlangs gehouden Oberbürgermeisterwahl werd ze zelfs als verkiezingsthema opgevoerd.
‘Heel dom’, zegt Frau Schönfeld, prehistorica/archeologe, en betrokken bij de organisatie van het Hildegard-congres in 1998. Want door de verkiezingen is de museumdiscussie in een stroomversnelling terechtgekomen, en niemand is daarbij gebaat.

Of Oberbürgermeisterin Birgit Collin-Langen van de CDU, die als winnaar uit de bus kwam, Hildegard daadwerkelijk zo’n warm hart toedraagt als ze tijdens haar campagne deed voorkomen, moet nog maar blijken. Wel is duidelijk geworden dat velen in Bingen zijn gekant tegen een museumbestemming voor het gebouw aan de oever van de Rijn dat de Hildegard-lobbyisten hebben bestempeld als droompand – het is in 1898 in gebruik genomen door het elektriciteitsbedrijf. ‘Het is van 1898!’, zegt Schönfeld. ‘Dat is toch ongelooflijk. En heb je gezien hoe die straat heet? Museumstrasse! Terwijl daar nooit een museum is geweest.’

Belachelijk om op die plek een museum te beginnen, honen de cynici. Zodra de Rijn ook maar een beetje buiten zijn oevers treedt, kan niemand nog het pand bereiken. Anderen – de Groenen – menen dat met elke mark die wordt gespendeerd aan de prestigieuze Hildegard er één verloren gaat voor de armlastige jongerencultuur. Museumstraat 3 zou juist een prachtig adres zijn voor een geheel eigentijdse rocktempel!

Zoals de kaarten nu liggen, maakt de erfenis van Hildegard weinig kans op museaal onderdak in Bingen, en al helemaal niet voor 1998. Of de ijveraars voor een museum voor de dichter Stefan George (1868-1933), die eveneens uit de omgeving stamt, zouden een hoekje vrij moeten maken in het piepkleine onderkomen dat ze onlangs na jarenlang gesoebat toegewezen hebben gekregen.

Dat Hildegard evengoed tweedracht zaait onder haar voorsprekers, blijkt wel tijdens een korte nazit in de pastorie van de Rochuskapelle na afloop van de eucharistieviering op zondagochtend. Haar wonderlijke gaven komen ter sprake, en pastoor Von Karsenbrinck (die met een groep van veertig de Arbeitskreis zur Förderung der Hildegardtradition in Bingen vormt) doet verhaal van de genezing van de blinde jongen aan de oever van de Rijn, ten gevolge van het handje rivierwater dat Hildegard uit de losse pols in zijn gezicht gooide.

‘Dat is legendevorming’, wijst Schönfeld hem terecht. ‘Nou, het is officieel’, zegt de pastoor. ‘Het voorval wordt ook aangehaald in de papieren van de procedure die tot haar heiligverklaring had moeten leiden.’

Ook in Bingen zijn sommige aanhangers van Hildegard voor alles gelovigen, en anderen niet. Langs officiële weg is Hildegard nooit heilig verklaard; de kerkelijke ambtenaren van het bisdom Mainz die ‘haar geval’ rechercheerden in opdracht van paus Gregorius IX kwamen terug met te veel vaagheden en losse eindjes, waardoor het ontbrak aan bewijzen voor de meeste van haar wonderen. In de dagelijkse praktijk werd ze door het volk wel als heilige vereerd. Daaraan heeft ze de bijschrijving van haar naam in het Martyrologium Romanum te danken – 17 september is haar feestdag.

Op haar achtste werd Hildegard, jongste dochter van graaf Von Bermersheim in Alzey, overgedragen aan de zorg van Jutta von Sponheim, die aan het hoofd stond van de kleine vrouwenafdeling van het benedictijnse klooster op de Disibodenberg. Toen Jutta in 1136 overleed; kozen de nonnen unaniem voor Hildegard als haar opvolgster.

Even buiten het dorp Staudernheim, een half uur rijden van Bingen op de weg naar Idar-Oberstein, zijn de ruïnes van het klooster op de Disibodenberg nog te vinden. Van hier zou Hildegard met haar gevolg later naar de Rupertsberg in Bingen verhuizen. Het aantal zusters was tegen die tijd dermate toegenomen dat het onderkomen op de Disibodenberg te klein was geworden. Maar Hildegards verlangen naar een eigen klooster, onafhankelijk van het mannenklooster, was net zo goed een reden van vertrek.

Hildegard was een slimme tante die avant la lettre al van netzworking wist: ze wist uiteindelijk de hardnekkige tegenstand van de abt van de Disibodenberg, wiens toestemming ze nodig had voor de verhuisplannen, te breken dank zij tussenkomst van hooggeplaatste figuren uit adellijke en klerikale kringen. Ze bleek bovendien te beschikken over de contacten die nodig waren om van het bestaande, schamele kloostertje op de Rupertsberg de comfortabele abdij te kunnen maken die het al gauw werd: met stallen, wijngaarden, korenvelden en riante tuinen vol geneeskrachtige planten en kruiden. De abdij groeide zelfs zo —voorspoedig dat Hildegard in de loop van de jaren langzaam maar zeker ging uitkijken naar een plek voor een dependance.
Die vond ze omstreeks 1165 aan de overkant van de Rijn, in Eibingen (een stadsdeel van Rüdesheim). Twee maal. per week maakte ze vanaf die tijd de oversteek om zich persoonlijk te vergewissen van de gang van zaken aldaar. De parochiekerk van Eibingen, waar de relikwieën van de heilige Hildegard worden bewaard, markeert de plaats van het klooster. Even buiten de bebouwde kom, tussen de uitgestrekte wijngaarden, ligt de moderne abdij van St-Hildegard (van 1904) – met magnifiek uitzicht over het Rijndal. Met de historische figuur heeft het klooster weinig uit te staan, toch is het een trekpleister voor Hildegard-toeristen die in de bijbehorende boek- en cadeaushop kaarsen, wijn,
kloosterlikeur, ansichtkaarten, meditatie-suggesties van Dorothee Sölle of Hilde-gard-cd’s van de schola van het St-Hildegardklooster inslaan. Hildegard-glas-in-lood-raamversieringen kosten 320 mark*. Hildegard-beelden (staf in de ene hand en boek, perkamentrol en inktpot met veer in de andere) variëren – afhankelijk van de grootte en kleurstelling – in prijs van zeshonderd tot zestienhonderd mark.

Hildegards ‘renaissance’ is een teken van luxe, zegt H. von Racknitz, wiens vrouw de hofstede onder aan de Disibodenberg van een oom erfde, compleet met kloosterruïne boven op de berg. Zij hebben geen tijd voor het consciëntieus bestuderen van ‘de Scivias’, het dikke boek dat Hildegard ‘hier boven op de berg’ schreef, al zouden ze nog zo graag willen.

‘Alleen wie het goed gaat, heeft zoveel tijd’, zegt hij onder het inschenken van een appellikeurtje van eigen oogst. ‘En sommige mensen gaat het zo goed dat ze ziek worden en dan ineens wonderen verwachten van Hildegard. Maar er zijn ook mensen die in dialoog treden met haar geschriften en de samenhang der dingen in de wereld weer willen zien. Dat is wat we van haar kunnen leren.’

In de zomer leidt hij complete reisgezelschappen rond over het beboste plateau met middeleeuwse muurresten, dat een natuurlijk decor lijkt voor de eerste de beste Wagner-opera. Nu het koud is en een weinig sneeuw de gang naar boven bemoeilijkt, blijft hij liever beneden.

Hij wordt bovendien aanstonds aan tafel verwacht. ‘Wij zijn landlui, en landlui eten om twaalf uur.’

Recente cd’s:

Hildegard von Bingen: Voice of the Blood. Sequentia, Deutsche Harmonia Mundi 77346 2.

Hildegard von Bingen: Canticles of Ecstasy. Sequentia, Deutsche Harmonia Mundi 77320 2.

Hildegard von Bingen. Schola der Benediktinerinnenabtei St Hildegard Rüdes-heim-Eibingen, Bayer Records 100 116. Vision. The Music of Hildegard von Bingen. Angel Records 55246 21.

.

Nicole Baartman, Volkskrant 29-12-1995

.

Hildegard von Bingen [1]

Biografieën op deze blog

.

1717-1611

.

.