VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Kerstmis (14-5/22)

.

Er bestaan bij vele volken legenden over het kindje Jezus. Vaak gebeuren er wonderen. Of er wordt in verteld hoe een plant of een dier aan de bijzondere eigenschap komt die wij ervan kennen.

Over de ‘kerstroos’ bestaan verschillende verhalen. 
Onderstaand verhaal gaat niet over ‘die’ kerstroos, maar over witte en rozerode.
.
Uit Frankrijk

.

DE ROZEN MET KERST
.
Tussen os en ezel lag het Jezuskind in de stal op zijn bedje van schamel stro. Maria in haar blauwe kleed hield de wacht bij de kribbe en droomde weg in haar gelukzaligheid. Jozef had zijn ruwe, bruine handen gevouwen en bad met murmelende lippen. De os loeide: ‘Moe, moe, wat een heerlijke dag!’ En de ezel riep: ‘Hoe mooi is dit kind, i-aaaa!’
Het werd nacht. Buiten stormde het, het sneeuwde en het vroor. Soms hing er een dichte vlokkensluier voor de grote ster die hoog aan de hemel stond; maar het licht was zo krachtig dat hij alles met zijn felle schijnsel overgoot en hij dompelde de stal met daarin het grote geheim in een stralende glans.

Uit het verre Morgenland waren de drie heilige koningen weggereden, In kostbare brokaten kleding, gehuld in zwaar fluweel, opgesierd met de kostbaarste edelstenen. Ze knielden bij het Kind dat met grote open ogen en wijde armpjes in de kribbe lag en zij brachten hem goud om hem daarmee te eren als de hoogste koning; ze schonken hem wierook dat een wonderbaarlijke geur verspreidde en opsteeg om in hem de God te erkennen en ze legden de mirre bij hem die alles geneest, voor de Heiland en Mensenzoon.

En uit hun schaapskooien waren de herders van het veld gekomen en schonken een lammetje en een bokje, een duif en een koeienhoorn waaruit je kon drinken en één bracht een herdersfluit mee en Ysambert, de oude, had een echte kalender gemaakt van hout die de dagen en de maanden aangaf. En Aloris haalde een rammelaar uit zijn herderstas die hij zelf uit hout had gesneden en die deed ‘klip-klap’ en het Jezuskind lachte en greep naar het vrolijke ding.

Achter de grote herders stond schuchter en een beetje bang een klein herdersmeisje gehuld in versleten lompen. Met een nieuwsgierige blik ging ze op haar tenen staan, zodat ze met haar blauwe ogen, ook iets kon zien. Maar de brede schouders van de mannen maakten dat bijna onmogelijk en daarom keek ze dan maar door de benen van de mannen heen. Wat ze toen zag, was voor het kind een grote belevenis en toen ze het Kind met het gouden hart in de kribbe zag liggen, had ze dat het liefst aan haar borst gedrukt, tegen haar hart en in haar armen gewiegd en de mooiste geschenken voor Hem meegenomen. Maar ze had niets om te geven, een kerkrat zou nog meer hebben kunnen schenken dan het arme kind. Haar handen, ruw van het aardappelen rooien en rijshout zoeken, waren leeg, helemaal leeg. Toen begon ze bittere tranen te huilen omdat ze zo arm was.

Hoog op zijn wolkentroon gezeten, zag de engel Gabriël het meisje met haar verdriet en hij daalde naar de aarde neer, kwam ongemerkt de armzalige stal binnen en vroeg naar het verdriet van het kind. “Ach, ik zou net als de anderen het kindje in de wieg een geschenkje willen brengen, maar ik heb niets.’ Wat zou je dan willen geven?’, vroeg de zachte engelenstem. ‘De herders en de koningen hebben het Kindje Jezus alles al gebracht wat je je maar kan bedenken.’ ‘Zijn ze dan echt niets vergeten’, vroeg de engel verder, ‘denk eens na!’ Dat hoefde het herdersmeisje niet lang te doen: ‘O, als ik Hem eens rozen zou kunnen brengen, witte en rode! Het Kind heeft helemaal geen bloemen gekregen en het is toch de eerste dag dat hij geboren is. Maar ach, het is hartje winter en de lente met de bloemen is nog ver weg.’
Toen nam de engel het meisje bij de hand. Ze gingen naar buiten, naar de besneeuwde velden en om hen heen scheen een sterk lichtschijnsel. De engel tikte met zijn engelenstaf op de aarde en toen gebeurde er een mooi wonder: overal bloeiden er bloemen op, prachtige wilde rozen. Uit zilverwitte kelken waarvan de blaadjes teder waren als het fijnste albast, lichtten de gele meeldraden als een gouden sterretje op als het beeld van het stralende teken dat aan de hemel boven het sneeuwveld stond. Het meisje verzamelde de kerstrozen in haar schortje en ging de stal binnen en ze schudde de bloemenzegen over het kribje en het Kind uit, zodat het leek of alles bloeide. En toen mocht het meisje, wat ze zo innig gewenst had, het goddelijke Kind in haar armen wiegen en aan haar hart drukken en het goddelijke Kind drukte zijn lipjes op een paar bloemen die rozerood werden, net als Zijn lipjes. 

En sinds die tijd zijn er met Kerstmis feestelijke rozen, witte en rozerode kerstrozen. 

.

Zie ook: Immanuël – Jakob Streit

.

Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldKerstmis              jaartafel

 

2316

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.