VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Hildegard von Bingen (2)

.

Over Hildegard von Bingen, hoe werd er een aantal jaren geleden over haar gedacht in haar leefomgeving.

De ‘renaissance’ van Hildegard von Bingen

bazuin van God

Onder een golfplaten afdak, waar net genoeg ruimte is voor het stallen van drie Volkswagenbussen naast elkaar, slaat de firma Würth haar papier- en
dozenafval op. Links in de hoek is daartoe een roestige korf neergezet, en rechts ook. De afvalmanden staan aan weerszijden van een solide betonnen hok. Dat hok nu, voorzien van een zware houten deur met stevige gietijzeren klink, doet dienst als bovengronds portaal voor de middeleeuwse kelders die Franz Josef Würth, baas van Würth Büroland (beproefde reclamespreuk: ‘… denn es ist Ihr Geld’), twintig jaar* geleden als extraatje bij zijn nieuwe bedrijfspand vond.

Sindsdien is diezelfde Würth behalve succesvol verkoper van kantoorbenodigdheden vanzelf ook een beetje historicus en curator geworden. Precies op deze plek stichtte Hildegard von Bingen omstreeks 1150 haar klooster Rupertsberg. Het heet er nog steeds Am Rupertsberg.

Belangstellenden die door het Stadtisches Verkehrsambt van Bingen worden doorverwezen naar Würth in Bingerbrück, het stadsdeel aan de overzijde van de Nahe (een zijtak van de Rijn), worden doorgaans zoveel mogelijk buiten de deur gehouden. Maar vandaag is Herr Würth zelf aanwezig, niet te beroerd om de sleutel te halen die toegang verschaft tot de kelders, en ook nog een rondleidinkje te geven. Waar de administratieve afdeling van de firma is ondergebracht, was vroeger de kloosterkerk. Een arcade met daaronder vijf bogen (afbakening van het middenschip van de kerk) is bewaard gebleven en gerestaureerd. Voor de aanleg van de spoorlijn tussen Keulen en Mainz moest halverwege de vorige eeuw een flink gedeelte van de Rupertsberg mét resterende kloosterruïnes worden opgeblazen. Vanaf de parkeerplaats van Würth kijk je nu boven op de treinrails. Recht vooruit, aan de overkant van de Nahe, is het centrum van Bingen. Links, ver weg in de nevel, zie je flets de Rijn.

Een van de kelders blijkt keurig te zijn opgeknapt. is voorzien van tap en bar en wordt verhuurd als conferentieruimte. Om het historische belang van het schoongeschuurde gewelf nog meer te benadrukken, zijn aan de achterwand reproducties van miniaturen uit originele Hildegard-handschriften opgehangen. Dit zou de crypte moeten wezen waar in den beginne – dat wil zeggen: direct na haar dood in 1179 -de overblijfselen van Hildegard von Bingen werden bijgezet.

‘Bijna elke week komt er een bus met aanhangers voorrijden’ zegt Würth. ‘Overal komen ze vandaan: uit Zwitserland, België. Vorige week had ik bezoek van een Zweedse journaliste, de week daarvoor was er nog een onderzoekster uit Australië. Buiten Bingen is Hildegard veel populairder dan hier.’
Vóór 1998, het alras naderende* herdenkingsjaar (negen eeuwen na Hildegards geboorte) wil Würth de belendende kelders, de voormalige wijnkelders van het klooster die nu nog in gebruik zijn als opslagruimte, hebben omgebouwd tot vergelijkbare zaaltjes.
‘ Ze zouden een uitermate geschikte bestemming kunnen vormen voor het
belangwekkende Hildegard-congres dat staat gepland voor hetzelfde jaar. Uit de ganse wereld zullen mediëvisten, theologen en andere wetenschappers in Bingen bijeenkomen: ze zullen er hun licht laten schijnen over Die Grosse Rheinische Seherin {The Sybil Of The Rhine, Prophetissa Teutonica), naar wie in de literatuur ook wel wordt verwezen als Die Posaune Gottes (de bazuin van God), en – wat minder vroom – Die Mittelalterliche Krauternonne.

Niet dat Hildegard von Bingen verlegen zit om een mooi rond herdenkingsjaar, met de daaraan verbonden pr-stunts die haar naamsbekendheid zouden moeten opkrikken: 816 jaar na haar dood* is ze actueel als nooit tevoren.

Dat May, de plaatselijke boekhandel van Bingen, een plank kan vullen met recente titels die lichamelijke en geestelijke gezondheid prediken volgens de authentieke kruiden-, planten- en edelstenenleer van Hildegard (uit Causae et curae en Physica), zegt al genoeg.

Maar ook in kringen van feministisch angehauchte kerkgangers, priesters en theologen wordt Hildegard op handen gedragen. Helemaal op het toppunt van haar roem is ze in haar hoedanigheid van componiste.

Ze was abdis van twee kloosters, correspondeerde met collega’s, pausen, bisschoppen en keizer Friedrich Barbarossa, bedacht een (tot nu toe ontoegankelijk gebleven) – geheimschrift, schreef in het Latijn met behulp van haar secretaris Volmar twee heiligenbiografieën, een evangelie-exegese, verscheidene werken over natuur en gezondheid, en een trilogie met de weerslag van haar visioenen, waarvan het eerste boek, Scivias {Ken de wegen), geldt als haar standaardwerk: betreffende God, de mens en de kosmos in onderlinge samenhang. Tussendoor genas ze ook nog honderden zieken, predikte ze her en der en bemiddelde ze bij geschillen, terwijl ze bijna onophoudelijk werd getergd door zwaar lichamelijk ongemak.

Haar muzikale oeuvre omvat een moraliteitenzangspel, Ordo virtutum, en bijna tachtig liederen, die tezamen Symphonia harmoniae caelestium revelationum heten – waarmee duidelijk moge zijn dat de composities veeleer het resultaat waren van celestijnse influistering dan van menselijke arbeid. De muziek van Hildegard von Bingen, de Eerste Vrouwelijke Duitse Componist in de Geschiedenis, behoort op het moment* tot de best verkochte in het klassieke segment.

Vision, The Music of Hildegard von Bingen (1994), een strak staaltje van nieuw-zweverigheid (zeg maar: authentiek middeleeuwse gezangen opgetuigd met neo-Indiase klankfrutsels in een koele bedding van Japanse synthesizertechnologie), was door het Amerikaanse label Angel Records bedoeld als opvolger voor de turbo-hit Canto Gregoriano van de Spaanse monniken van Santo Domingo de
Silos. Vision schijnt het best aardig te doen, maar het zijn toch vooral de
Hildegard-cd’s van het ensemble voor middeleeuwse muziek Sequentia (op Deutsche Harmonia Mundi) die aanslaan, en niet alleen bij de hardcore-fans van oude muziek.

Meer dan een kwart miljoen exemplaren zijn wereldwijd verkocht van Canticles of Ecstasy (1994); de release van de nieuwste ‘Hildegard’, Voice of the Blood, ging onlangs zelfs gepaard met een STER-campagne op Nederland 3. En ook Sequentia is al in de ban van 1998: het Amerikaanse ensemble, dat in Keulen domicilie houdt, is vast van plan vóór het aanstaande herdenkingsjaar al haar werken op cd te hebben uitgebracht.

Hildegard von Bingen schreef aan het Gregoriaans ontleende (eenstemmige) antifonen, sequensen en responsoria op eigen Latijnse teksten, waarin zij – dankbaar gebruikmakend van de zeggingskracht van de metafoor – het zegenrijke van de Heilige Drie-eenheid, de Here Jezus, de Maagd Maria, de Heilige Ursula en diverse andere Zalige Lieden bejubelt. Opvallend in haar oeuvre is de veel voorkomende stijgende kwint, vooral aan het begin van een lied of een nieuwe strofe. Het ijl voortkabbelende, tot eenvormigheid neigende engelengezang zou de moderne, jachtige mens weer tot rust brengen. Daarmee verklaren de cd-verkopers het succes van de muziek.

De wereld ligt kan Hildegards voeten, maar in Bingen am Rhein is haar ster nog niet zo hoog gerezen dat een aan haar gewijd museum zonder slag of stoot, als een vanzelfsprekende besteding van gemeenschapsgelden, op de politieke agenda kan worden gezet. Hildegard is onderwerp van twist en strijd. Bij de onlangs gehouden Oberbürgermeisterwahl werd ze zelfs als verkiezingsthema opgevoerd.
‘Heel dom’, zegt Frau Schönfeld, prehistorica/archeologe, en betrokken bij de organisatie van het Hildegard-congres in 1998. Want door de verkiezingen is de museumdiscussie in een stroomversnelling terechtgekomen, en niemand is daarbij gebaat.

Of Oberbürgermeisterin Birgit Collin-Langen van de CDU, die als winnaar uit de bus kwam, Hildegard daadwerkelijk zo’n warm hart toedraagt als ze tijdens haar campagne deed voorkomen, moet nog maar blijken. Wel is duidelijk geworden dat velen in Bingen zijn gekant tegen een museumbestemming voor het gebouw aan de oever van de Rijn dat de Hildegard-lobbyisten hebben bestempeld als droompand – het is in 1898 in gebruik genomen door het elektriciteitsbedrijf. ‘Het is van 1898!’, zegt Schönfeld. ‘Dat is toch ongelooflijk. En heb je gezien hoe die straat heet? Museumstrasse! Terwijl daar nooit een museum is geweest.’

Belachelijk om op die plek een museum te beginnen, honen de cynici. Zodra de Rijn ook maar een beetje buiten zijn oevers treedt, kan niemand nog het pand bereiken. Anderen – de Groenen – menen dat met elke mark die wordt gespendeerd aan de prestigieuze Hildegard er één verloren gaat voor de armlastige jongerencultuur. Museumstraat 3 zou juist een prachtig adres zijn voor een geheel eigentijdse rocktempel!

Zoals de kaarten nu liggen, maakt de erfenis van Hildegard weinig kans op museaal onderdak in Bingen, en al helemaal niet voor 1998. Of de ijveraars voor een museum voor de dichter Stefan George (1868-1933), die eveneens uit de omgeving stamt, zouden een hoekje vrij moeten maken in het piepkleine onderkomen dat ze onlangs na jarenlang gesoebat toegewezen hebben gekregen.

Dat Hildegard evengoed tweedracht zaait onder haar voorsprekers, blijkt wel tijdens een korte nazit in de pastorie van de Rochuskapelle na afloop van de eucharistieviering op zondagochtend. Haar wonderlijke gaven komen ter sprake, en pastoor Von Karsenbrinck (die met een groep van veertig de Arbeitskreis zur Förderung der Hildegardtradition in Bingen vormt) doet verhaal van de genezing van de blinde jongen aan de oever van de Rijn, ten gevolge van het handje rivierwater dat Hildegard uit de losse pols in zijn gezicht gooide.

‘Dat is legendevorming’, wijst Schönfeld hem terecht. ‘Nou, het is officieel’, zegt de pastoor. ‘Het voorval wordt ook aangehaald in de papieren van de procedure die tot haar heiligverklaring had moeten leiden.’

Ook in Bingen zijn sommige aanhangers van Hildegard voor alles gelovigen, en anderen niet. Langs officiële weg is Hildegard nooit heilig verklaard; de kerkelijke ambtenaren van het bisdom Mainz die ‘haar geval’ rechercheerden in opdracht van paus Gregorius IX kwamen terug met te veel vaagheden en losse eindjes, waardoor het ontbrak aan bewijzen voor de meeste van haar wonderen. In de dagelijkse praktijk werd ze door het volk wel als heilige vereerd. Daaraan heeft ze de bijschrijving van haar naam in het Martyrologium Romanum te danken – 17 september is haar feestdag.

Op haar achtste werd Hildegard, jongste dochter van graaf Von Bermersheim in Alzey, overgedragen aan de zorg van Jutta von Sponheim, die aan het hoofd stond van de kleine vrouwenafdeling van het benedictijnse klooster op de Disibodenberg. Toen Jutta in 1136 overleed; kozen de nonnen unaniem voor Hildegard als haar opvolgster.

Even buiten het dorp Staudernheim, een half uur rijden van Bingen op de weg naar Idar-Oberstein, zijn de ruïnes van het klooster op de Disibodenberg nog te vinden. Van hier zou Hildegard met haar gevolg later naar de Rupertsberg in Bingen verhuizen. Het aantal zusters was tegen die tijd dermate toegenomen dat het onderkomen op de Disibodenberg te klein was geworden. Maar Hildegards verlangen naar een eigen klooster, onafhankelijk van het mannenklooster, was net zo goed een reden van vertrek.

Hildegard was een slimme tante die avant la lettre al van netzworking wist: ze wist uiteindelijk de hardnekkige tegenstand van de abt van de Disibodenberg, wiens toestemming ze nodig had voor de verhuisplannen, te breken dank zij tussenkomst van hooggeplaatste figuren uit adellijke en klerikale kringen. Ze bleek bovendien te beschikken over de contacten die nodig waren om van het bestaande, schamele kloostertje op de Rupertsberg de comfortabele abdij te kunnen maken die het al gauw werd: met stallen, wijngaarden, korenvelden en riante tuinen vol geneeskrachtige planten en kruiden. De abdij groeide zelfs zo —voorspoedig dat Hildegard in de loop van de jaren langzaam maar zeker ging uitkijken naar een plek voor een dependance.
Die vond ze omstreeks 1165 aan de overkant van de Rijn, in Eibingen (een stadsdeel van Rüdesheim). Twee maal. per week maakte ze vanaf die tijd de oversteek om zich persoonlijk te vergewissen van de gang van zaken aldaar. De parochiekerk van Eibingen, waar de relikwieën van de heilige Hildegard worden bewaard, markeert de plaats van het klooster. Even buiten de bebouwde kom, tussen de uitgestrekte wijngaarden, ligt de moderne abdij van St-Hildegard (van 1904) – met magnifiek uitzicht over het Rijndal. Met de historische figuur heeft het klooster weinig uit te staan, toch is het een trekpleister voor Hildegard-toeristen die in de bijbehorende boek- en cadeaushop kaarsen, wijn,
kloosterlikeur, ansichtkaarten, meditatie-suggesties van Dorothee Sölle of Hilde-gard-cd’s van de schola van het St-Hildegardklooster inslaan. Hildegard-glas-in-lood-raamversieringen kosten 320 mark*. Hildegard-beelden (staf in de ene hand en boek, perkamentrol en inktpot met veer in de andere) variëren – afhankelijk van de grootte en kleurstelling – in prijs van zeshonderd tot zestienhonderd mark.

Hildegards ‘renaissance’ is een teken van luxe, zegt H. von Racknitz, wiens vrouw de hofstede onder aan de Disibodenberg van een oom erfde, compleet met kloosterruïne boven op de berg. Zij hebben geen tijd voor het consciëntieus bestuderen van ‘de Scivias’, het dikke boek dat Hildegard ‘hier boven op de berg’ schreef, al zouden ze nog zo graag willen.

‘Alleen wie het goed gaat, heeft zoveel tijd’, zegt hij onder het inschenken van een appellikeurtje van eigen oogst. ‘En sommige mensen gaat het zo goed dat ze ziek worden en dan ineens wonderen verwachten van Hildegard. Maar er zijn ook mensen die in dialoog treden met haar geschriften en de samenhang der dingen in de wereld weer willen zien. Dat is wat we van haar kunnen leren.’

In de zomer leidt hij complete reisgezelschappen rond over het beboste plateau met middeleeuwse muurresten, dat een natuurlijk decor lijkt voor de eerste de beste Wagner-opera. Nu het koud is en een weinig sneeuw de gang naar boven bemoeilijkt, blijft hij liever beneden.

Hij wordt bovendien aanstonds aan tafel verwacht. ‘Wij zijn landlui, en landlui eten om twaalf uur.’

Recente cd’s:

Hildegard von Bingen: Voice of the Blood. Sequentia, Deutsche Harmonia Mundi 77346 2.

Hildegard von Bingen: Canticles of Ecstasy. Sequentia, Deutsche Harmonia Mundi 77320 2.

Hildegard von Bingen. Schola der Benediktinerinnenabtei St Hildegard Rüdes-heim-Eibingen, Bayer Records 100 116. Vision. The Music of Hildegard von Bingen. Angel Records 55246 21.

.

Nicole Baartman, Volkskrant 29-12-1995

.

Hildegard von Bingen [1]

Biografieën op deze blog

.

1637

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.