Tagarchief: christuslegende

VRIJESCHOOL – Legende uit het leven van het kindje Jezus (5-14)

.

Hier verschijnt de komende dagen een aantal verhalen die bij vele volken bestaan: legenden over het kindje Jezus. Vaak gebeuren er wonderen. Of er wordt in verteld hoe een plant of een dier aan de bijzondere eigenschap komt die wij ervan kennen.

Vele gaan over de vlucht naar Egypte en worden in de lagere klassen van de vrijescholen vaak verteld in de tijd rond driekoningen. Meestal is het in die klassen de hele maand januari nog ‘driekoningentijd’. 

.

DE GEWIJDE DOORN

Toen de hemelse Moeder met het Kind over de bergen vluchtte, waren alle bomen bedroefd, omdat zij niet een poosje bij hen wilde blijven en heel snel als een milde wind aan hen voorbij woei. Maar al te graag hadden ze de lieve vrouw een poosje opgehouden zodat ze hun kon vertellen en kon zegegen, maar ze durfden het niet.

Alleen een, een doornstruik zonder bladeren greep naar de wapperende plooien van Maria’s mantel, zoals een kind schuchter moeders rok beetpakt. En zacht smeekte de doorn: ‘Laat van druppels van uw zweet die als witte parels op uw wangen liggen er een paar op mij vallen, dat ik voor het Kind als eer en lofprijzing een zoete geur kan verspreiden.’ En de zweetdruppel viel, door de doornen en de takken. Maar Maria trok zachtjes haar mantel los uit de stekelige handen van de doornstruik en beloofde terug te komen, wanneer hij bladeren en bloemen zou dragen. Nu mocht hij haar niet langer ophouden , want ze had haast voor de opjagende achtervolgers. En ze liep weg van de bladerloze doorn.

Maar – wat een wonder – ! Blad voor blad komt uit het dode hout tevoorschijn en roos na roos ontspruit uit de dorre twijgen. Rozen, fijn en teer, wit en roze en een betoverende liefelijke geur waait van hen weg, ja zelfs het hout en de bast zitten vol heerlijke geur als de winterwind langs de bladeren en de bloemen strijkt.

Meidoorn, rode doorn noemen de mensen de gewijde doorn die tegenwoordig overal in vele soorten groeit.

Bij de wieg en de doodskist verbrandt men hem voor zijn welriekendheid; blinde ogen versterkt hij en zijn bottels schenken slaap aan de slapeloze, tot zijn hart vredig rust.

Uit Duitsland
.
Zie ook: Immanuël – Jakob Streit
.

Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldKerstmis              jaartafel

.

1707

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

VRIJESCHOOL – Legende uit het leven van het kindje Jezus (5-13)

.

Hier verschijnt de komende dagen een aantal verhalen die bij vele volken bestaan: legenden over het kindje Jezus. Vaak gebeuren er wonderen. Of er wordt in verteld hoe een plant of een dier aan de bijzondere eigenschap komt die wij ervan kennen.

Vele gaan over de vlucht naar Egypte en worden in de lagere klassen van de vrijescholen vaak verteld in de tijd rond driekoningen. Meestal is het in die klassen de hele maand januari nog ‘driekoningentijd’. 

.

HET DUIZENDVOUDIGE LOON

Eens  – ik weet niet wanneer, ik weet niet waar – was de liefste Moeder Maria op haar vlucht verdwaald. Pas toen de avond begon te vallen, werd het lichter in het grote bos waarin ze op haar dwaaltocht terecht was gekomen en ze zag tot haar vreugde eindelijk bij het laatste daglicht achter de weideheuvels een paar huisjes opdoemen waar ze nu naar toeliep.
Bij een statig boerenhuis klopte Maria schuchter op de deur. ‘Wie staat daar nog zo laat voor het huis?’, riep de bewoonster en gluurde door het raam. ‘Ik smeek u om barmhartigheid, laat mij en mijn Kindje voor deze nacht binnen, want we komen van ver, zijn doodmoe en het begint al erg te vriezen!’ ‘Mijn huis is geen herberg! Ga er maar snel vandoor, anders laat ik de honden op jullie bedelvolk los!’, was het antwoord. Toen werd Maria heel bedroefd. Ze wikkelde het Kind vaster in haar mantel en ging met een bezwaard hart verder op pad.
Maar het geluk was met haar en ze ontdekte al spoedig een kleine, halvergane hut, waaruit nog een laatste lichtschijn schemerde. Na een moeilijk besluit, voorbereid op een nieuwe afwijzing, klopte de Moeder ook hier aan. ‘Je kan altijd binnenkomen!’, riep een zwakke stem en toen Maria de woning binnenging, kwam haar heel vriendelijk een oud vrouwtje tegemoet en die vroeg wat ze zoal wenste. En Maria vroeg om een eenvoudig onderdak. ‘Heel gaarne’, kreeg Maria te horen, ‘neem wat ik zelf heb en wees dan tevreden met wat een arme vrouw jullie kan aanbieden!’, zette melk en brood op tafel en legde aardappelen in het vuur. Op de grond maakte ze een zachte slaapplaats.
Toen de Moeder Gods de volgende morgen weer verder trok, dankte zij het arme vrouwtje en sprak: ‘Alles krijgt zijn loon! Waarmee u vandaag begint, zal u duizendvoudig tot loon worden!’ De vrouw keek nog een poosje naar de reizigers die wegtrokken en ging toen aan haar werk, haalde het spinnenwiel, liet het wiel snorren en spon vol vlijt de hele dag. Maar toen ze ’s avonds haar werk wilde oprapen om het in de kast te bewaren, lagen er opeens duizend volle spoelen. Ze wist niet waar ze die laten moest. Duizend spoelen vol! Het duizendvoudige loon voor de hartelijke gastvrijheid.

Toen gingen er jaren voorbij. Maria was nu met Jozef en het Kindje Jezus op weg naar huis, want Koning Herodes was – naar verluidt – gestorven en aan alle vervolging was een eind gekomen. En op deze terugweg kwamen ze op een avond weer in dat dorpje en wilden al naar de vriendelijke oude spinster toe, toen ze op straat die hardvochtige boerin tegenkwamen die de Moeder Gods toen met haar honden had gedreigd. Zij herkende de arme reizigers meteen en nodigde ze uit, want ze had van die duizenvoudige zegen gehoord, die Maria toen aan haar gastvrouw gegeven had. Ze kreeg het voor elkaar om met de allervriendelijkste huichelwoorden hen haar beste gasten te laten zijn. Maria gaf gehoor aan de uitnodiging en kreeg voor haar en haar Kind het allerlekkerste, schoonste bed; er werd een kip gebraden, er werden aardappelen gekookt en er was worst en rijst met appels.
En toen de Moeder Gods ’s morgens verdertrok, bedankte zij de vriendelijke waardin en sprak net als toen: ‘Alles krijgt zijn loon! Waar u vandaag het eerst mee begint, zal u duizendvoudig tot loon worden!’
De vrouw had niet eens tijd om hun goede reis te wensen en begon scherp na te denken, wat ze nu moest gaan doen, zodat de zegen goed zou uitwerken en het een duizendvoudig succes zou worden. Maar hoeveel en hoe sterk ze ook nadacht, er viel haar niets slims in. Toen werd ze kribbig. ‘Wat ben jij een domme gans!’, zei ze tegen zichzelf en uit ergernis sloeg ze met haar hand tegen haar voorhoofd. En toen sloeg ze nog eens en nog eens, vier keer, tien keer en honderd keer, want dit was het eerste wat zij met haar handen was begonnen. En onophoudelijk moest ze zichzelf voor het hoofd slaan. Ze liep in vertwijfeling het huis binnen, schreeuwde en sloeg zich daarbij iedere keer voor het hoofd. Horen en zien verging haar, uitgeput zakte ze in elkaar, maar nog altijd ging haar ijverige hand door en hield niet eerder op met slaan tot de duizendste klap gegeven was.

Ja, wie zaait, zal oogsten!

Uit Oostenrijk

.

Zie ook: Immanuël – Jakob Streit
.

Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldKerstmis              jaartafel

.

1706

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Legende uit het leven van het kindje Jezus (5-12)

.

Hier verschijnt de komende dagen een aantal verhalen die bij vele volken bestaan: legenden over het kindje Jezus. Vaak gebeuren er wonderen. Of er wordt in verteld hoe een plant of een dier aan de bijzondere eigenschap komt die wij ervan kennen.

Vele gaan over de vlucht naar Egypte en worden in de lagere klassen van de vrijescholen vaak verteld in de tijd rond driekoningen. Meestal is het in die klassen de hele maand januari nog ‘driekoningentijd’. 

.

De olijfboom

Er waren zoveel troepen krijgsknechten van Herodes op de wegen en ze waren de arme vluchtelingen op het spoor, dat er nauwelijks een dag voorbij ging, die geen nieuwe schrik bracht. Steeds weer moesten de arme mensen uitkijken waar ze een veilige schuilplaats zouden kunnen vinden.

Eens waren de soldaten al heel dichtbij. Jozef dreef het ezeltje op, zodat hij liep wat hij kon. Maar er was geen huis, noch een hut, noch een grot in de buurt. Alleen een olijfboomgaard met enkele bomen lag dicht bij de weg. De achtervolgers schreeuwden al: ‘Halt, halt!’ en hieven de spren om te werpen – toen plotseling een oeroude krom gegroeide olijfboom op de smekende vraag van de madonna zijn grijze stam als beschermplaats opende, liet Maria en Jozef met het Kind snel naarbinnen en sloot die weer alsof er niets was gebeurd. De heilige drie leken van de aardbodem verdwenen. En de achtervolgers die toch de vluchtelingen net nog hadden gezien en nu helemaal geen glimp meer van hen zagen, doorzochten woedend het hele olijfbosje. Ze vonden alleen de ezel die geen plaatsje in het inwendige van de boom had kunnen vinden en nu, net doend of hij van niets wist, onschuldig naar wat distels liep te zoeken. De soldaten namen het ezeltje als buit mee, maar hij kon weglopen en de volgende morgen was hij weer in de olijfboomgaard. Toen hij met een vriendelijke i-a-schreeuw zijn terugkomst kenbaar maakte, ging de boom open en hij liet de heilige familie naar buiten gaan die zich zo goed en geborgen gevoeld hadden in het binnenste van de boom waarin ze zelfs een lichtje aan hadden kunnen steken, omdat er genoeg olie was.

Gelukkig met hun nieuwe redding zetten Jozef en Maria de reis voort en de zilvervingerige olijfbomen zwaaiden met hun twijgen ‘het ga jullie goed’!

Maria zegende de olijfboom en verklaarde zijn vruchten heilig.
En sindsdien wint men daaruit de gewijde olie waarmee men de pasgeborenen en de stervenden zalft en het heelt de ernstigste wonden en de pijnlijke brandplekken en het is goed en nodig voor veel voedsel.

Uit Italië

.
Zie ook: Immanuël – Jakob Streit
.

Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldKerstmis              jaartafel

.

1704

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Legende uit het leven van het kindje Jezus (5-11)

.

Hier verschijnt de komende dagen een aantal verhalen die bij vele volken bestaan: legenden over het kindje Jezus. Vaak gebeuren er wonderen. Of er wordt in verteld hoe een plant of een dier aan de bijzondere eigenschap komt die wij ervan kennen.

Vele gaan over de vlucht naar Egypte en worden in de lagere klassen van de vrijescholen vaak verteld in de tijd rond driekoningen. Meestal is het in die klassen de hele maand januari nog ‘driekoningentijd’. 

De kinderen van herodes

Koning Herodes, zo vertelt een sage van de Kozakken, had twee kinderen, een zoon en een dochter. Hij was die wrede koning die het bevel gegeven had alle kleine jongens te doden, want zo hoopte Herodes Jezus Christus, voor wiens voorspelde macht hij heel bang was, uit de weg te ruimen.
Ja, die vreselijke tiran ging in zijn razernij zo ver, dat hij beval dat ook zijn eigen zoon omgebracht zou moeten worden. In heel het rijk mocht geen kind van het mannelijk geslacht blijven leven.
Het dochtertje had echter achter het gordijn gestaan en had mede aangehoord wat de onmenselijke vader bevolen had. Vol schrik liep ze naar haar broertje en vertelde hem wat hem bedreigde. De beide kinderen besloten in hun angst in de stille nacht er heimelijk vandoor te gaan, zover als hun voeten hen zouden kunnen dragen. Maar de andere dag al werd de vlucht van de kinderen ontdekt. De koning zond zijn snelste ruiters uit om de gevluchte zoon te grijpen.

Toen de kleine kinderen twee, drie dagen gelopen hadden, werden ze ingehaald door een man die een ezel voortdreef waarop een wonderschone vrouw reed die een klein kindje op haar schoot had. Dat wenkte met zijn handje toen ze dichterbij kwamen en de man vroeg waar ze vandaan kwamen, waar ze heen gingen en waarom. En met bedroefd hart vertelden de kinderen hun verhaal. En zo gebeurde het dat ze samen met Jozef en Maria en het Jezuskind, want het waren deze drie die de kinderen van Herodes ontmoet hadden, hun vlucht voortzetten.
Het zwerven over de harde stenengrond en het warme woestijnzand had de voetzolen van de vluchtelingen doen ontsteken en brandden als vuur en er zaten blaren op en eeltknobbels. En er was, ach, geen dokter om te helpen en geen verkoelende zalf en geen genezend verband! En bij dit alles zaten de vervolgers hun op de nek.

Langs de weg bloeide salie en die strekte hun gele bloemenkorfjes uit: ‘Pst! Pst!,’ riepen ze heel duidelijk, zodat allen hun hoofden draaiden. Toen spreidde de plant zijn blaadjes uit als een kleed dat tot rusten uitnodigde. En toen ze met hun gewonde voetjes op de verzamelde blaadjes liepen, waren ineens alle eeltknoppels weg, de open plekken gingen dicht en de open voetjes konden weer lopen.
Maar toen Maria al spoedig weer wilde opstappen, fluisterde de salie: ‘Ga niet, het gevaar is dichtbij, geef mij de kinderen!’ Op dat ogenblik kwamen de knechten van Herodes al aangereden. De salie rolde haar grote bladeren zo vast en dichtgsloten om het Kindje Jezus en de kinderen van Herodes dat er niets meer te zien was: geen haarlokje en ook niet het kleinste stukje kleding. De krijgsknechten van Herodes zaten hoog te paard en reden voorbij: ze zagen niets.

De heilige Moeder spreidde haar handen uit en zegende de salie en gaf haar die wonderbaarlijke kracht om te genezen en de mensen te behoeden voor langdurige ziekte en een onverwachte dood, omdat zij zo goed voor de kinderen had gezorgd.

Een Kozakkensage

.

Zie ook: Immanuël – Jakob Streit
.

Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldKerstmis              jaartafel

.

1702

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Legende uit het leven van het kindje Jezus (5-10)

.

Hier verschijnt de komende dagen een aantal verhalen die bij vele volken bestaan: legenden over het kindje Jezus. Vaak gebeuren er wonderen. Of er wordt in verteld hoe een plant of een dier aan de bijzondere eigenschap komt die wij ervan kennen.

Vele gaan over de vlucht naar Egypte en worden in de lagere klassen van de vrijescholen vaak verteld in de tijd rond driekoningen. Meestal is het in die klassen de hele maand januari nog ‘driekoningentijd’. 

het wonder in de mantel

Maria droeg haar Kindje in een plooi van haar mantel*, zodat niemand het zou kunnen zien, want het gevaar om ontdekt te worden, was groot.
Behoedzaam hield ze de plooi met haar handen bij elkaar en vervolgde zonder angst haar weg, hopend dat vader Jozef die voor brood en eten wilde zorgen, haar weldra met het ezeltje zou inhalen. Ze liep en ze liep.

Toen zag ze schriftgeleerden van het hof van Herodes. Een sprak: ‘Mooie dame, wat draag je daar in die plooi?’ Maria schrok heel erg, ze kon toch niet gaan staan liegen en ze wist niet wat ze moest antwoorden; toen kwam schuchter over haar lippen: ‘Ik draag de heer van de wereld!’ Maar de schriftgeleerden verstonden: ‘Mijn heren, ik draag de spelt!’ [In het Duits heeft ‘Spelt’ veel weg van ‘Welt’ (wereld)].
“O zo, breng die dan maar gauw naar de molen, je hoeft niet lang te lopen!’ Maar, o wonder! uit de gevouwen plooi kwam geel koren tevoorschijn: rijpe spelt, zoals die toen voor het bakken van het brood werd gebruikt. Nu hoefden de heren niet langer iets te vragen. Een zei nog: ‘Pas goed op het koren, he! Je hoeft het hier langs de weg niet te zaaien!’, ze lachten en verdwenen.
Maar ook de spelt verdween en de Moeder kuste dankbaar haar Kindje en trok de plooi nog vaster om haar oogappel.

Ze liep verder en kwam opnieuw twee schriftgeleerden tegen: ‘Nou, wat voor moois draag je daar zo tegen je aan wat niet gezien mag worden?’ Maria echter antwoordde: een hemelse bos bloemen!’ ‘Dat is niets voor ons!’ zeiden ze en liepen verder. De madonna had de waarheid gesproken. Is Christus niet de heer van de wereld en de bloem van de hemel?
Het was een geluk en een wonder dat de schriftgeleerden het verkeerd verstaan hadden en niet om bloemen gaven.

Maar als ze nieuwsgierig in de plooi gekeken hadden, misschien had daarin dan echt een boeket bloemen gezeten.

Uit de Abruzzo (Italië)

.

Zie ook: Immanuël – Jakob Streit
.

Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldKerstmis              jaartafel

.

1702

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – Legende uit het leven van het kindje Jezus (5-9)

.

Tussen kerst en driekoningen verschijnen hier een aantal legenden over het kindje Jezus op zijn vlucht naar Egypte.

Er bestaan bij vele volken legenden over het kindje Jezus. Vaak gebeuren er wonderen. Of er wordt in verteld hoe een plant of een dier aan de bijzondere eigenschap komt die wij ervan kennen.

De leeuwerik

Toen eens de heilige familie onder een olijfboom uitrustte, vloog er een leeuwerik dichterbij, ging op een tak zitten ter hoogte van de Moeder Gods en begon met de helderste jubeltonen te zingen en te kwetteren.

Moeder Maria was echter van de zware tocht dodelijk moe geworden en ze voelde zich diep bedroefd, want de ononderbroken zorgen en voortdurende angst voor de achtervolging vergden veel van haar krachten. Vandaag kon ze het vrolijke gezang niet verdragen, het sneed door haar hart en maakte haar nog bedroefder. Ze keek naar het jubelende vogeltje op en vroeg hem mild: ‘Leeuwerikje, vlieg verder en zoek een ander plaatsje, mijn hart doet vandaag zo’n pijn als je zingt en kijk, mijn Kindje wil slapen!’ De leeuwerik echter luisterde niet naar wat de smekende moeder zei en kwinkeleerde een nieuw liedje. En nog een keer klaagde de Godsmoeder: ‘Ik ziet hier vol ellende en uit mijn ogen wellen de tranen op en jij zit maar praatjes te maken en te lachen terwijl ik zo bedroefd ben en je luistert niet naar wat ik je vraag. Zing je jubellied waar je ook maar wil, maar niet meer vanaf een hoge tak!’

Het leeuwerikje vloog op en steeg tierelierend in de lucht en zong en zong. Toen hij moe werd en weer naar de aarde zweefde, vond hij geen tak waarop hij kon gaan zitten rusten. Het vloog boven Maria’s hoofd en vroeg smekend kwinkelerend: ‘Ach allerliefste vrouw, nu je me de tak hebt ontnomen, geef me dan tenminste een korenhalm waarop ik kan rusten, ik zal het nooit meer doen, nooit meer doen! Maria wees op het korenveld: ‘Bouw daar je nest, ga daar zitten en zing!’

Sindsdien bouwt de leeuwerik midden in het vrije veld zijn nest en stijgt dan weer op de ladder van zijn zangnoten omhoog, naar de blauwe hemel – maar op een tak heeft niemand hem ooit weer zien zitten.

Uit Vlaanderen

.

Zie ook: Immanuël – Jakob Streit
.
Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldKerstmis              jaartafel

.

1699

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Legende uit het leven van het kindje Jezus (5-8)

.

Tussen kerst en driekoningen verschijnen hier een aantal legenden over het kindje Jezus op zijn vlucht naar Egypte.

Er bestaan bij vele volken legenden over het kindje Jezus. Vaak gebeuren er wonderen. Of er wordt in verteld hoe een plant of een dier aan de bijzondere eigenschap komt die wij ervan kennen.

het kuiltje in het ei

Het Kindje Jezus moest vaak wel erg honger lijden en zonder vol buikje in de armen van zijn moeder kruipen. Op hun lange, moeilijke tocht lukte het vader Jozef, ondanks al zijn inspanningen, niet steeds voedsel te bemachtigen dat hij en de zijnen heel erg nodig hadden, ook al maakte hij er lange omwegen voor.

Eens had hij van mensen die medelijden met hem hadden een ei gekregen. Nu kon Maria een beetje pap koken. Eerst nam ze met een lepeltje een klein hapje uit het bovenste stukje en gaf het aan het Kind om te proeven. En het smaakte zo heerlijk lekker dat de moeder voortaan nooit naliet, eerst bovenuit het ei het lekkere hapje te halen.

Sindsdien vind je in elk ei een klein holletje. Het stukje dat weg is, is precies het stukje dat lang geleden Maria het Kindje liet proeven.

Uit Duitsland
Zie ook: Immanuël – Jakob Streit
.

Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldKerstmis              jaartafel

.

1697

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.