Tagarchief: kerstverhaal

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Kerstmis (14-5/18)

.
Uit Nederland
.

DE HERDER IN HET VERENBED
.

Waar was het, waar was het niet? Er was eens – zoals men in Nederland weet te vertellen – een goedmoedige herder. Hij had het bij zijn heer heel goed en hij sliep in een bed van veren. Toen hij zich op een nacht wilde omkeren van zijn ene zij op de andere en daarbij behaaglijk mompelde, werd hij plotseling wakker. Hij wist niet hoe het kwam, maar opeens had hij aan het arme Kerstkind moeten denken over wie men vertelde dat het koud en bloot op een handje vol stro in een gammele houten kribbe lag en dat het ook nog eens vroor, want het was rond midwinter. Heel duidelijk stond de herder – droomde hij nu of was hij wakker – een beeld voor ogen, hoe de redder van de wereld nu armzalig naakt in een harde voederbak lag en hij, een herder, behaaglijk zacht en warm in zijn verenbed. Dat is toch niet rechtvaardig – jij – een kerel die het goed heeft en zo’n arm wiegenkind, zo’n beklagenswaardig stumpertje ligt in de vrieskou. 
En met een sprong was de herder van zijn bed af en nam de zak met veren onder zijn arm om die bij het Christuskind te gaan brengen, zoals hij het in zijn droom had gezien. 
En toen hij zo met het bont gekleurde verenbed over zijn schouder geslagen, met blote voeten over de afgegraasde winterweiden liep, stond daar plotseling een lichtende engel voor hem:  ‘Wees niet bevreesd, goede man! Wanneer het Christuskind het koud heeft is dat uit liefde voor alle mensen en ook voor jou, want lijden en ontbering leert men alleen door het voorbeeld te geven en door je eigen lijf. Maar jij zal eens door je kleine en toch zo grote geschenk dat je van harte geeft, aan de zijde zitten van Jezus die in de hemel is en wanneer het dan Christusdag, kerstdag is, mag je samen met het kind Jezus je bed over de aarde leegschudden, zodat de veren vrolijk neerdwarrelen.’

Als het op kerstdag sneeuwt, dan moet je weten dat de herder aan het werk is en zijn verenbed leegschudt, zodat de vlokken vrolijk dansen en alles met een sneeuwwitte laag bedekken. Bomen, struiken, bossen en velden slapen rustig onder deze deken die als donsveertjes uit de hemel komt, de vlokken en vlokjes uit het verenbed van de goedmoedige herder van toen. 

.

Zie ook: Immanuël – Jakob Streit, waarin deze legende in kortere vorm is opgenomen.

.

Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldKerstmis              jaartafel

.

2310

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Kerstmis (14-5/17]

.

Onbekend

.

DE LAVENDEL
.

Enkele dagen na de geboorte van Jezus, ging Maria in een beekje de kleren van haar kind wassen. Toen zij ze op de oever te drogen wilde leggen, zag ze daar een onooglijk gewas staan. Om de andere bloemen en planten te sparen, besloot zij de kleertjes op deze plant te leggen. Toen zij na enige tijd terugkwam, merkte ze tot haar verwondering dat het gehele veld vervuld was van een heerlijke geur.
Niet wetend waar dit verrukkelijk aroma vandaan kwam, ging zij op zoek naar de plek waar zij haar wasgoed had achtergelaten. Nergens was het onaanzienlijke plantje meer te ontdekken. Plotseling stond de engel Gabriël voor haar en sprak: “Gezegend zij deze plant boven alle andere. Hij werd verkozen de kleren van het Kind te drogen en daarom zal hij vanaf heden bloemen dragen die de geur van het Paradijs verspreiden”.
Maria zag nu dat de plant prachtige, blauwe bloemen had gekregen en zij plukte een takje af en stak het tussen haar kleed, opdat de geur van het Paradijs haar altijd zou vergezellen.

.

Zie ook: Immanuël – Jakob Streit, waarin deze legende in kortere vorm is opgenomen.

.

Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

 

VRIJESCHOOL in beeld:      Kerstmis    jaartafel

.

2309

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Kerstmis (14-5/16)

.

Onbekend

.

De vogelmelk
.

Nadat de Ster van Bethlehem de Wijzen uit het Oosten de weg naar het kind Jezus had gewezen, spatte zij in duizen­den stukjes uiteen. Elk zo’n stukje werd een helder wit bloempje dat de hele nacht na Christus’ geboorte schitterend bloeide.
Sindsdien draagt de Vogelmelk ieder jaar een overvloedige hoeveelheid witte kelkjes, en eigenlijk is deze plant dus de ware Ster van Bethlehem.

De bloem lijkt op een ster

Bron

.

.

Zie ook: Immanuël – Jakob Streit, waarin deze legende in kortere vorm is opgenomen.

.

Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldKerstmis              jaartafel

2308

VRIJESCHOOL – Legende uit het leven van het kindje Jezus (14-5/3)

.

Er bestaan bij vele volken legenden over het kindje Jezus. Vaak gebeuren er wonderen. Of er wordt in verteld hoe een plant of een dier aan de bijzondere eigenschap komt die wij ervan kennen.
.
Uit Frankrijk,       aangepast (phaw)
.

OVER HET WINTERKONINKJE
.

Het winterkoninkje is een van de schepseltjes die men in het hele land ‘Gods lievelingsdieren’ noemt.
Het winterkoninkje sliep in de kerstnacht in zijn piepkleine nest. Toen hoorde hij van ver weg, zo half in een droom, een stem die vertelde dat deze nacht het Jezuskind op aarde was gekomen en in Bethlehem in de stal in een houten kribje lag.

Toen sprong  de winterkoning met één sprongetje uit de veren, strekte een paar keer zijn vleugels en ging ogenblikkelijk op reis. Snel als de wind kwam hij aangevlogen, vond de stal en het kind, ging op de rand van het kribje zitten, maakte buiginkjes en kwetterde een echt zondagsliedje als welkomsmelodie voor het liefelijke kind.

Nu zag het winterkoninkje echter hoe ellendig en armoedig het harde strobed in de kribbe was en hij zong snel zijn liedje uit, haastte zich de deur uit en was weg. Uit het bos droeg hij in zijn kleine snavel ijverig zacht mos op een hoopje en uit zijn eigen nest haalde hij de mooiste donsveertjes om voor  het pasgeboren kind een zacht bedje te maken.

Toen het kleine vogeltje onderweg was, kroop een dikke spin uit een oude balk, spon een dunne webdraad en maakte een web, vlak boven het gezichtje van het kind. De moeder schrok en veegde de draden weg, want ze was bang dat die in zijn oogjes zouden komen en hem pijn doen. Maar de spin vond dat niet erg en begon meteen opnieuw met het spinnen van haar draden en snel had ze een fijn netwerk klaar dat als een sluier over het gezicht van het kindje lag.

Dat zag het winterkoninkje dat net met een plukje donsveren aangekomen was en dat hij in het kripje wilde stoppen.

==het legende gaat zo verder dat het winterkoninkje de spin opvreet. 
Er zijn meer van dergelijke situaties in deze christus- of jezuslegenden.
Ik heb die stukjes altijd aangepast naar iets positiefs: ik wilde bij de kinderen niet de indruk wekken dat dieren om wat voor reden dan ook, veroordeeld zouden worden of slecht gevonden. (Zodat je ze rustig dood kan maken?).
In deze legende laat ik het zo aflopen:==

De spin was niet bang van het winterkoninkje en maakte haar web af dat nu als een heel teer en zijden weefsel de kou tegenhield, zodat het kind geen bevroren wangetjes zou krijgen. Maria zag het en was blij en zij dankte de beide helpers. Omdat het winterkoninkje de Koning van de wereld zo had geholpen in deze bittere winterkou, mocht hij voortaan ook de naam ‘koning’ dragen. Winterkoning. Maar omdat hij zo klein en lief is, noemen de mensen hem liefkozend ‘winterkoninkje’. De spinnen maken nog altijd de prachtigste kleedjes die van zilver lijken als ze ’s morgens met dauw bedekt door het ochtendzonnelicht worden beschenen.

.

Zie ook: Immanuël – Jakob Streit

.

Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldKerstmis              jaartafel

.

1690

.

VRIJESCHOOL – Legende uit het leven van Jezus (14-5/2)

.
Er bestaan bij vele volken legenden over het kindje Jezus. Vaak gebeuren er wonderen. Of er wordt in verteld hoe een plant of een dier aan de bijzondere eigenschap komt die wij ervan kennen.
.
Uit Malta.
.

DE NACHTEGAAL
.

Uit de stille hut klonk het lied van Maria. Het was haar nooit teveel om het Jezuskind in slaap te wiegen. Ze zong over de engelen en over de hemel, over God de vader, over de schoonheid van de wereld en over de naderende lente. Zij vertelde hem over de liefde en over het leed. Als een zacht luiden van klokken kwam het over haar lippen en steeds zachter en stiller klonk de melodie, tot het kindje sliep.
Maar op een dag kwamen de klanken nog maar met moeite uit Maria’s keel en klonken gebroken. Ze had nachten lang gezongen, haar keel deed pijn en het lukte haar niet het kind de slaap te brengen, hoeveel moeite ze ook deed en zacht het kribje wiegde, zoals sindsdien alle moeders met een wiegje doen.

Toen klonk er plotseling uit een hoekje waar de grote dakbalken en het dak bij elkaar komen, gezang. Daarboven zat een kleine vogel. Die had heimelijk naar alle liedjes van de moeder Gods geluisterd waarmee zij het kindje in slaap wiegde. Nu fladderde het vogeltje naar beneden en ging op de schouder van Maria zitten en begon te zingen en te jubileren, zo mooi, zo fijn, dat je het eigenlijk niet kan beschrijven. En snel en rustig waren de oogjes van het kind toegevallen, alsof zijn moeder hem in slaap had gezongen.

Nu zweeg het vogeltje en legde zijn kleine snavel achter het roze oor van Maria, alsof hij haar een kus wilde geven. Toen wilde hij opvliegen. Maria streelde hem over zijn bruinige, zijden veertjes: ‘Klein vogelhartje!’ fluisterde ze, ‘vanaf nu draag je mijn stem in je en je kent al mijn liedjes en je zal ze nooit vergeten, zodat je de mensen kan vertellen van verdriet en blijdschap en van het verlangen naar vrede en geluk. Klokjes en zilveren klanken zullen in je kleine keel wonen, jubel en juichen, welluidende trillers. Vlieg en zing!

En vanaf dit uur zingt de nachtegaal met de goddelijke stem van Maria. ’s Avonds, als de tijd aangebroken is waarop men de kinderen in een zachte sluimer wiegt, zit hij in de struiken en kwinkeleert, jubelt, zingt, lacht en huilt. Dan vallen bij de kleine kinderen de oogjes dicht, bij de grotere kinderen komen de mooie gedachten en de verliefden kussen elkaar als ze de liederen van de mariavogel horen. En het water stroomt kalmer, vogels en dieren luisteren en zelfs de bomen houden hun geritsel in. En alles en iedereen wiegt het vogellied in slaap en brengt de droom. Ja, zelfs die stervende zijn gaan gemakkelijker naar hemelse huis, zo prachtig kan de nachtegaal zingen.

Zie ook: Immanuël – Jakob Streit, waarin deze legende in kortere vorm is opgenomen.

.

Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldKerstmis              jaartafel

.

1689

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Kerstmis- kerstverhaal (14-1)

.

V.a. 5 jr. Voorleestijd: 3 min.

Italiaans kerstverhaal van Fr.Pocci

.

Het vreemde kind

In een huisje aan de rand van een bos woonde een arme dag­loner die met grote moeite in zijn onderhoud voorzag met houthakken. Hij had een vrouw en twee kinderen, een jongen­ en een meisje; het waren goede, gehoorzame kinderen en zij maakten de vreugde van hun ouders uit. Zij hielpen ook flink mee als het erop aankwam iets te verdienen. Toen deze goede mensen bij elkaar zaten en hun schamel brood aten, werd er zachtjes op de deur geklopt. Buiten sneeuwde het en de wind joeg de vlokken hoog op.
Een fijn stemmetje riep buiten: ‘Ach, laat mij binnen in jullie huis! Ik ben een arm kind en ik heb niets te eten. Onderdak heb ik ook niet en ik sterf bijna van honger en kou. O, laat mij toch binnen!”
De kinderen sprongen op van hun stoel, openden de deur en riepen: “Kom toch binnen, arm kind. We hebben zelf niet erg veel, maar we zullen eerlijk met je delen!”
Het vreemde kind kwam binnen, en warmde zijn half bevroren handen en voeten bij de kachel. De kinderen gaven het te eten. Daarna zeiden ze: “Je zult wel moe zijn. Kom, ga maar in ons bed liggen. Wij zullen vannacht op de bank bij de kachel slapen.”
Het vreemde kind antwoordde: “Mijn vader in de hemel dankt jullie daarvoor!”

De kinderen brachten hun kleine gast in hun kamertje, hielpen hem in bed, dekten hem toe en dachten: “Wat hebben wij het nog goed! Wij hebben onze warme kamer en ons lekker bedje. Het arme kind heeft niets dan de hemel als dak en de grond als ligplaats.”
Toen de ouders naar bed gingen, legden de kinderen zich neer op de bank bij de kachel en zeiden tegen elkaar: “Het vreemde kind zal wel genieten in ons warme bed. Slaap lekker!”
De goede kinderen sliepen vast tot de vroege morgenstond. Toen werd de kleine Marie wakker en wekte haar broer: “Valentijn! word wakker! Luister eens naar die mooie muziek!”
Voor het huis hoorden zij muziek en zang. Zij waren een beetje bang en toch weer niet. Voorzichtig slopen zij naar het venster om te zien wat er buiten gebeurde. In het oosten gloeide het morgenrood. Voor het huis zagen zij een aantal kinderen staan. Zij hadden zilverkleurige jurkjes aan en in de hand droegen zij gouden harpen. Terwijl zij verbaasd naar buiten staarden, voelden zij een lichte aanraking op hun schouder. Toen zij omkeken zagen zij het vreemde kind voor hen staan. Het kind zei:  “Ik ben het Christuskind, dat in de wereld rondgaat om goede kinderen geluk en vreugde te brengen. Jullie hebt mij deze nacht geherbergd, omdat jullie dachten, dat ik een arm kind was. Ik geef jullie beiden mijn zegen.”
Toen ging het kind naar buiten en brak een tak van een dennenboom af, die dicht bij het huis stond en zei: “Dit takje plant ik in de grond hier. Het zal een boom worden en ieder jaar vrucht dragen.”
Toen verdwenen zowel het kind als de engelen die gezongen en gespeeld hadden.

Het dennentakje echter groeide en werd een kerstboom. Die was behangen met gouden appeltjes en zilveren noten. Elk jaar bloeit de boom één maal.

In de kersttijd.

Kerstverhalen: alle

Kerstmis: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: Kerstmis                         jaartafel

.

1159

.

.