VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Kerstmis (14-5/23)

.

Er bestaan bij vele volken legenden over het kindje Jezus. Vaak gebeuren er wonderen. Of er wordt in verteld hoe een plant of een dier aan de bijzondere eigenschap komt die wij ervan kennen.

.
Uit Sicilië
.


De herderslegende


Ach, ach, ach – het Kindje Jezus in het wiegje bibberde van kou en trilde als een klein naakt vogeltje in het nest. Zelfs Moeder Maria had geen warme handen en ze stopte haar ijskoude vingers in haar armholtes. Toen sloeg Vader Jozef snel zijn stijf bevroren mantel met de kap om en ging naar buiten om ergens een warm vuurtje te halen. Toen hij buiten voor de stal in de felle vrieskou stond en rondkeek, zag hij nergens licht, nergens een brandend vuurtje. Alleen de grote, wonderlijke ster stond boven hem aan de hemel en straalde zo prachtig, maar gaf nog geen beetje warmte. Maar hij móest een vuurtje hebben, dat móest beslist!
‘Misschien vind ik buiten op het veld bij de herders een waakvuur,’ dacht de heilige Jozef en liep verder over het veld. En warempel – daar lichtte in de nacht een rode gloed op. Er zaten drie herders bij hun schaapskooi rond het vuur en speelden tijdens hun nachtwake een dobbelspel. Een hond die de meest waakse was en ook het snelst van alle waakhonden beet, had alle schapen die hij bewaken moest, goed in de gaten. Hij liet geen enkel levend wezen dichterbij komen, of het nu een dier of een mens was en met zijn scherpe tanden greep hij die vast als ze ongevraagd binnen de omheining kwamen.
Nu was Jozef bij de schaapskooi aangekomen en deed het hek open en ging binnen. Maar kijk – de hond liep op hem af, gromde niet, blafte niet, beet niet, maar heette de late vreemdeling welkom door met zijn staart te kwispelen. De schaapherders waren niet weinig verbaasd en vroegen zich af wat het beest bezielde, dat het zo anders deed. Maar Jozef kwam dichterbij en een van de herders riep wat hij wilde. ‘Geef me een beetje vuur, lieve vrienden; mijn kind dat niet veel ouder is dan de tijd die ik naar jullie toeliep, bevriest anders in deze strenge winterkou!’- ‘Als het anders niets is dan wat vuur’, zei de hoofdherder, ‘neem dan maar wat!’ ‘Maar, eh, oude man’, zei een andere, ‘waarin wil je die gloed dan meenemen, waar moeten we die in doen?’
Maar Jozef trok zijn jas uit en draaide de kap binnenstebuiten zodat die op een puntzak leek en zei: ‘Hierin!’ Toen begonnen de drie herders te lachen dat het klonk en ze dachten natuurlijk dat Jozef met zo’n vuurpan dan niet zo ver zou komen. ‘Dat is mijn zorg en het komt wel goed,’ antwoordde Jozef, ‘geef me maar snel een beetje vuur!’
‘Nu, goed dan, als je niet anders wil, dan maar in je kap!’ lachten alle drie en haalden het brandende hout uit de vuurhoop en lieten het in de kap vallen die Jozef omhoog hield. ‘Goede reis’, riepen ze hem lachend na, toen hij met veel dank wegging.
En toen de heilige Jozef wegliep, keken ze hem verbaasd na, want de gloed bleef in de kap gewoon hetzelfde. ‘Wel-nog-aan-toe!’ riepen ze en nu liep de hond met de vreemdeling mee en wreef zijn snuit tegen Joze
fs benen waarmee hij grote stappen nam. Roepen en fluiten hielp niets. Dat was toch wel al te merkwaardig: ‘Dit is niet gewoon!’ zeiden ze en sprongen overeind om nieuwsgierig achter de oude man aan te lopen. Maar die was door zijn haastige gang al een stuk verder op het veld en droeg zijn vuur met zekerheid naar huis.
Toen daalde er een wonderbaarlijke sterrenregen uit de hemel op het veld neer, midden onder de lopende herders. En in een lichtend schijnsel stond een zilverkleurige engel voor hen. Die sprak tegen de verbaasde herders die stil waren blijven staan: ‘Herders, haast je en loop! Ik breng jullie de meest vreugdevolle boodschap. Ga naar de stal – jullie vuur is al vooruitgegaan. Daar vinden jullie een voerbak en op wat stro een kind en zijn hemelse moeder en de vader die je nu volgt. Aanbid het en zing een loflied, want dit Kind is Gods zoon die de wereld verwacht en die het geluk en de vrede van het hart is. Bid en jubel ‘Halleluja!’
En, o. godswonder, de engel die zo wonderlijk was verschenen, was weer van de aardbodem verdwenen. Boven de stal glansde echter het licht van de ster, helder en groot als een nachtelijke zon.
De herders stonden nog als aan de grond genageld. Nu echter brachten ze hun stijve benen weer in beweging en met grote passen liepen ze over het veld naar de stal. En elk keek onder het lopen in zijn herderstas of er niet nog iets in zat wat ze aan het hemelse kind zouden kunnen geven. En een vond nog een homp kaas die helemaal vers was; de tweede vond een duif in zijn tas en de derde een konijn. Zo kwamen ze bij de stal en vonden het allemaal zo als de engel had gezegd. En de heilige Jozef knielde bij de kribbe en blies in het warme oplaaiende vuurtje dat hij in zijn kap had gehaald. 
.

Zie ook: Immanuël – Jakob Streit

.

Kerstmisalle verhalen

Kerstmisalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldKerstmis              jaartafel

.

2320

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.