Tagarchief: klas 7

VRIJESCHOOL – 7e klas – ‘bericht uit de 7e klas’

.

Zo af en toe vind ik nog een artikel van wel heel lang geleden.
Telkens blijkt dat – afgezien van de spelling – de inhoud voor een groot gedeelte nog actueel is, vooral waar het de menskundige visie betreft.

Zoals het toen verscheen in de schoolkrant “Ostara’ van de vrijeschool in Den Haag:

 

DE 7e KLASSE

Met het begin van den puberteitsleeftijd treden de kinderen in een nieuw levenstijdperk binnen. Krachten, die vroeger voor den opbouw van het physieke, ether- en astraallichaam noodig waren, komen vrij en bevorderen de ontwikkeling van het intellect. Zooals men kan zeggen, dat met het 7e jaar zekere plastische krachten in den mensch tot een afsluiting komen van hun werkzaamheid, zoo komen met het veertiende jaar muzikale krachten in den mensch vrij. Zoodat, meer dan men tegenwoordig beseft, de muzikale ontwikkeling, aan den klank van het goedgesproken woord, van den kunstzinnigen, stijlvollen zin een gunstig verloop van dezen overgangsleeftijd bevordert.

Het styleeren wordt dan ook in deze jaren ter hand genomen. Het uitdrukken van gevoelens van bewondering, verwondering, vrees, afgunst, enz-., enz. moeten door de kinderen niet alleen in de woordkeus, maar vooral in de structuur van hun zinnen tot uitdrukking komen. Zoodat hun stijl expressief wordt en zij hem steeds bewuster leeren gebruiken.

In de puberteitsjaren ontwaakt in den mensch de liefde tot de wereld en de menschheid, waarvan de liefde tot het andere geslacht slechts een klein onderdeel is.

Nu staat het kind dus ook open voor het sterker beleven van sociale samenhangen in het wereldverkeer, b.v. in de Aardrijkskunde, te behandelen.

Met zijn ontwakend bewustzijn gaat zijn belangstelling uit naar de machtige ontdekkingen der Renaissance, waarin de mensch bezit nam van de aarde en het aardsche ontdekte. Uitvoerig worden in de geschiedenislessen de uitvindingen, ontdekkingsreizen, de ontwikkeling van kunst en wetenschap, de groote hervormers en het begin van den 80-jarigen oorlog, onzen vrijheidsoorlog, behandeld.

In de rekenkunde krijgt men speciaal de verhoudingen, in de algebra de vergelijkingen met één onbekende, in de meetkunde de. gelijkvormigheid.

In deze klasse begint men met de chemie, uitgaande van de verbranding en de eenvoudigste chemische begrippen. Met behulp van de chemische, natuurkundige en aardrijkskundige leerstof, ontwikkelt men voor de kinderen de samenhangen in ’t bedrijfs- en verkeersleven. Als leerstof voor de natuurlijke historie staat voor dit leerjaar de menschkunde, met voedingsleer, ziekte en gezondheidsleer op ’t programma.

En in de vreemde talen moet naast het grammaticale, de behandeling van het specifieke karakter der taal, het doen en laten van het andere volk, een allereerste kennismaking met de literatuur en het lezen en vrij weergeven van het gelezene op den voorgrond staan.

Zoo past zich ook in dit leerjaar de te behandelen leerstof geheel aan de ontwikkeling van het kind aan. Alles wordt behandeld van een groote centrale gedachte uit, die een brug slaat van vak tot vak, het ééne doet zien als aanvulling en ondersteuning van het andere, zoodat er van geen verbrokkeling in item zooveel vakken sprake is. En door de liefde en eerbied, waarmee de leerstof behandeld wordt, bloeit zij in den loop van een jaar op tot een machtig groot bouwwerk, tot stand gebracht door de samenwerking van leeraren en kinderen.

C. J. GISGHLER, Ostara 3e jrg. 5/6, oct. 1930

 

7e klas: alle artikelen

 

986

VRIJESCHOOL – 7e klas – geschiedenis

 

Jeanne d’Are,
In het laatste kwart van de 100-jarige oorlog tussen Frankrijk en Engeland leefde Jeanne d’Arc. Ze woonde en werkte in Domrémy, waar de heuvels aan de voet van de Vogezen boven de Maas uitrijzen.

Tussen die lieflijke heuvels hoorde Jeanne  stemmen van de heilige Catharina, de heilige Margareta en de aartsengel Michaël – haar opdracht Orléans te ontzetten en te zorgen, dat Karel VII, de verachte dauphin, in Reims gekroond werd.

Als ze toestemming krijgt een oudere man, een aangetrouwde neef, te bezoeken, haalt ze hem over haar mee te nemen naar een ambtenaar des konings in
Vancouleurs, 20 km. van Domrémy. Na een eerste brute weigering, waarbij de ambtenaar schertsend zegt, dat hij haar aan de soldaten zal geven te hunner vermaak, weet zij haar zin door te drijven, trekt mannenkleren aan, krijgt een paard van de hertog van Lotharingen.
Met een gewapend escorte gaat zij op weg naar Chinon, bijna 500 km ver, naar Karels hof. “Ik had zo’n respect voor haar, dat ik haar nooit ongepaste voorstellen had durven doen”, verklaarde een lid van het escorte, dat iedere nacht naast haar sliep. Ze liet de soldaten op hun taal letten, zei tegen een oudere officier, dat hij moest zweren bij zijn wandelstok inplaats van driftig tegen iedereen te vloeken.
Toen zij het kasteel van Chinon betrad, trachtte Karel haar te misleiden, door van plaats te wisselen met een hoveling. Maar Jeanne negeerde de
pseudo-koning op de troon, liep recht op de dauphin af, half verborgen tussen de hofhouding, en boog. “Geliefde dauphin, ik ben Jeanne, de Maagd. De Koning des Hemels zendt mij met de boodschap dat gij gezalfd en gekroond zult worden in de stad Reims”.

Toen Jeanne verscheen voor het sterkste Engelse bolwerk bij Orléans, de twee bruggetorens, Les Tourelles, keken de Engelsen verbaasd neer op de jongensachtige figuur in eenvoudige wapenrusting, schrijlings op een paard gezeten, met meisjesstem omhoog schreeuwend en onmiddellijke overgave eisend. Zij riepen terug, dat ze een hoer was, een boerenmeid, dat ze haar zouden verbranden als ze haar te pakken kregen. Ze schreeuwde terug, dat ze een bende leugenaars waren.

Vlak voor de eindstrijd bracht men Jeanne vis als ontbijt. “Neen”, zei ze, “bewaar het voor vanavond als we de brug over zijn en een ‘godon‘ hebben meegenomen om zijn deel ervan te eten”.

Godon was het meest vergaande, dat ze over haar lippen kon krijgen om de geliefkoosde Engelse vloek aan te geven.

Na een dag strijd vielen Les Tourelles; het beleg werd opgeheven. Jeanne werd de Maagd van Orléans genoemd en mannen drongen om haar heen. Ze achtervolgden de Engelsen noordwaarts, veroverden liefelijke stadjes aan de Loire, tot Jeanne bij Patay een grote overwinning behaalde, en weende, toen zij met het hoofd van een stervende Engelse soldaat in haar schoot zijn biecht hoorde.

Geschiedenis en biografie
Het bovenstaande is een van de biografieën, die voorkomen in de geschiedenisperiode van de 7e klas. Vol aandacht luisteren ze naar deze verhalen, zich maar moeilijk realiserend, dat dit waar gebeurd is, niet begrijpend, dat een meisje van amper 17 jaar zoveel moed en vertrouwen kan bezitten. Vol afschuw luisteren ze naar de beschrijving van de terechtstelling op de brandstapel .

Anderen zijn meer geboeid door de ontdekkingsreizigers. De moeilijkheden, die Magelhaes moet overwinnen zijn voor velen soms onvoorstelbaar.

“Ja maar meester, het is toch logisch, dat je rond de wereld kunt zeilen” en “Hoe kunnen ze nu zo’n vreemde kaart tekenen”. “Waarom zijn ze nu zo bang om verder te varen”. “Dat is toch logisch”.

Steeds weer vragen naar verklaringen. Vragen naar het hoe en waarom.

In de 7e klas wordt het abstracte, nuchtere denken ontwikkeld en dat blijkt niet alleen uit de vragen, maar ook uit de kritiek, die ze op alles en iedereen hebben. Ook op zichzelf. Alleen, dat zullen ze niet vaak hardop zeggen. Ze komen volop in de puberteit; armen en benen worden lang en onhandelbaar, jongensstemmen rauw en zwaar. Meisjes worden jongedames.

De leerstof wil op dit alles antwoord geven. Uitbreiding van de wiskunde, en de natuurkunde. Uit elkaar peuteren en in elkaar zetten, verklaren en beredeneren. Uitvindingen en ontdekkingen.

De wereld wordt groter: sterrenkunde. Hemellichamen worden besproken, verschijnselen verklaard. Zelfs de stoffen worden nader bekeken en in contact met de elementen vuur, aarde, lucht en water gebracht: scheikunde.

En als een zekere afsluiting volgt dan de menskunde, waar de dierkunde, de plantkunde, de mineralogie en de sterrekunde in hun relaties met de mens worden behandeld.

Als leerkracht hoop je dan, dat er een gevoel van verbazing en dankbaarheid bij de kinderen ontstaat, zoals dat zo prachtig naar voren komt in het gedicht van Christian Morgenstern, waarmee de menskundeperiode begon.

Sj.Adema, nadere gegevens onbekend

Het gedicht van Morgenstern werd niet weergegeven, wel van Goethe – uit de natuuurkundeles:

Und was des Feuers macht erfasst,
Bleibt weder Urform noch Erdenlast.
Verflüchtigt wird es unsichtbar,
Eilt hinauf, wo einst sein Anfang einmal war.

Meer over Jeanne d’Arc

Klas 7: alle artikelen

 

874

 

 

VRIJESCHOOL – 7e klas – alle artikelen

.

Leerplan klas 7

Aardrijkskunde
Het binnenste buiten over: een 7e klas schildert gezamenlijk een grote wereldkaart; andere culturen m.n. China; Chinese wijsheden; metalenspel in trant van Kalevala; sterrenkunde;

Aardrijkskunde klas 4 t/m 12:
overzicht
Christoph Göpfert ‘menskunde door aardrijkskunde’ deel 1 over: om welke ervaringen gaat het die een kind moet hebben over de wereld van nu; aardrijkskunde heeft verbinding met bijna alles: gesteenten, planten, dieren, waar en hoe mensen leven en leefden (geschiedenis); aardrijkskunde moet ook leiden tot meer naastenliefde; wat en waarom – ook menskundig gezien – van wat in de klas behandeld wordt; een overzicht

[2] Van heemkunde naar de eerste aardrijkskunde in klas 4, 5

deel 3 en deel 4 bij klas 6      deel 5 bij klas 7
.

Algebra en rekenen   [2] [3] [4]

Geschiedenis
alle artikelen

Handenarbeid
5e; 6e en 7e klas

Meetkunde

Menskunde – zie voedingsleer

Nederlandse taal

[1] Een zevendeklasser
Karakteristiek van de 7e-klasser; hoe het leerplan daaraan tegemoetkomt; wat er bij Nederlands aan bod komt: over de zin: gevoels-, verbazing-, wneszin; bijzinnen; gedichten maken; dichters behandelen; 

[2]
Het binnenste buiten over: leerstof Nederlands; grammatica: wenszinnen, samengestelde zin; toneel (gedeeltelijk voorbeeld: Columbus)

voorbeelden van opstellen

Niet-Nederlandse taal
Frans
Engels

Rekenen:
zie algebra

Scheikunde

Spraakoefeningen

Sterrenkunde
alle artikelen

Tekenen
zwart-wit (2-1)
Arceertechniek, toegelicht door Assja Turgenieff
zwart/wit [2-2]
waarom in klas 7; verschillen met andere technieken van illustreren
zie ook: de vele nuttige aanwijzingen op deze site 

Vertelstof
Biografieën

Voedingsleer
Impressie van een periode
Gezichtspunten: voor de opbouw van de les – plant en mens – impressie van een kookles
Tabak
H.J.Ogilvie over: tabak; ritme 4 : 1; roken mensen dáárom?

Suiker          deel 1    deel 2   deel 3
A.C.Henny over: de suiker tussen West en Oost. In drie artkelen wordt de geschiedenis van de suiker behandeld; de weg van honing naar bietsuiker; samenhang mens en plant in hun drieledigheid; sociale, politieke, economische betekenis; samenhang intellectualisme en bietsuiker

Voeding
Joop van Dam over: de levende natuur t.o de dode; vormende, opbouwende krachten; eten = voedsel overwinnen; kwaliteit van voeding; kristallisatiemethode;

Raadsels
‘gewone’;    rekenraadsels;    breinbrekers

7e klas ‘impressie’

VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Goddard

VERGETEN BAANBREKER VAN DE RUIMTEVAART

De leden van de Amerikaanse commissie die in de lente van 1945 een onderzoek instelde naar de geheimen van de V-2, moeten wel vreemd hebben opgekeken toen de ge­vangengenomen Duitse raketspecialisten hun vragen beantwoord­den met de wedervraag: “Waarom wilt u dat van ons weten? Uw landgenoot dr. Goddard kan u er meer van vertellen dan wij. Alles wat wij weten hebben we van hem geleerd.”

Zelfs nu nog kent het grote publiek de naam van dr. Robert Hutchings Goddard nauwelijks. Toch was deze rijzige, kaalhoofdi­ge professor uit New England de man die een van de hardnekkig­ste wetenschappelijke dromen van deze eeuw droomde. In zijn eentje heeft hij het tijdperk van de raket ingeluid, zoals bijvoor­beeld de gebroeders Wright dat met het tijdperk van de moderne luchtvaart hebben gedaan.

Jaren voor de Tweede Wereldoorlog had hij de geheimen van de toen nog niet bestaande V-2 al in zijn zak — en nog een paar grotere geheimen erbij. De journalisten, hun lezers en de militaire autoriteiten in Amerika grinnikten om zijn ideeën, maar de Duitsers waren in dat opzicht wijzer, zoals later bleek.

Dr. Goddard heeft niet meer beleefd hoe zijn landgenoten zich op de ontwikkeling van het bestuurbare projectiel hebben ge­worpen, maar wel heeft hij de militaire toepassing gezien van enkele van zijn andere uitvindingen, zoals de bazooka — het wapen dat voor het eerst in de geschiedenis de infanterist tot een gelijkwaardige tegenstander van de tank heeft gemaakt. Toen hij in 1945, een paar dagen voor de capitulatie van Japan, de laatste adem uitblies, liet hij tweeëntwintig nauwkeurig bijgehouden dossiers over zijn proeven en denkbeelden na. Zijn weduwe had een jaar nodig om ze over te tikken. Zijn nalatenschap omvatte ook datgene wat professor Goddard zelf het belangrijkste deel van zijn werk vond: zijn beschouwingen over de ruimtevaart. In alle moderne raketten zit veel van zijn werk, en de laatste jaren ge­lanceerde aardsatellieten zijn in menig opzicht de vruchten van een van zijn oudste denkbeelden.
Goddard, destijds hoogleraar in de natuurkunde aan de Clark-universiteit in Worcester (Massachusetts), was naar het uiterlijk op en top de ouderwets-degelijke docent. Zijn betoogtrant was bedachtzaam en hoffelijk, zijn snor welverzorgd, zijn boordje stijf en smetteloos. Maar achter dat weinig agressieve uiterlijk leefde een geest die niet tevreden was met het bekende, en die zich pas in zijn element voelde aan de uiterste grenzen van het meest sen­sationele terrein van wetenschap en techniek. Het principe van de raket was al lang bekend toen Goddard zijn eerste schets maakte. De Chinezen hadden al eeuwenlang vuurpijlen opgelaten. Maar ruimtevaart — dat was nog heel wat anders: iets wat alleen be­stond in fantastische toekomstverhalen. Het is het werk van Goddard geweest, de fantasie te vervangen door de nuchtere wetenschap.

Een zwakke gezondheid heeft menigeen ervan weerhouden, de dromen van zijn jeugd na te jagen. Bij de jonge Goddard, het enige kind van een fabrieksinspecteur, was het juist andersom. De artsen vreesden dat de tengere knaap, wiens gestel door tuberculose was ondermijnd, het niet lang meer zou maken. Misschien kwam het juist doordat hij tot een leven zonder lichamelijke inspanning was gedoemd, dat hij de boeken van Jules Verne en H. G. Wells ver­slond. Met hun voorspellingen kon hij zich in het algemeen wel verenigen, maar uit zijn kanttekeningen blijkt dat hij desondanks hun vergrijpen tegen de natuurwetten niet over het hoofd zag.

In 1898, toen hij vijftien was, vulde hij een aluminium bol met gas — zijn eerste experiment op het gebied van de luchtvaart. ^Aluminium ballon stijgt niet op,” schreef hij in zijn dagboek. ‘Troef met mislukking bekroond.” Hoe veel van die “bekronin­gen” stonden hem nog te wachten! Een paar jaar later, als student, begon hij zijn proeven met raketten. Op een zelfgemaakte proefbank onderzocht hij de reactiekracht van de verbrandingsgassen, en niet zelden stond het hele practicum vol walm. In 1914 — hij was inmiddels buitengewoon hoogleraar aan de Clark-universiteit geworden — kreeg hij octrooi op twee uitvindingen die ook nu nog worden toegepast: een uitlaat waarmee het maximum rende­ment uit de verbrandingsgassen kan worden gehaald, en een ont­werp voor de brandstofleidingen en de verbrandingskamer. Bo­vendien dekten de patenten allebei het principe van de gelede raket.

In 1915 nam Goddard een proef van historisch belang. Er wa­ren er in die tijd zelfs onder de mannen van de wetenschap nog velen die meenden dat een raket zich met zijn straal van verbran­dingsgassen ergens tegen moest afzetten om te kunnen vliegen — bijvoorbeeld tegen de dampkringslucht. Daarbij vergaten ze iets wat Newton al had ontdekt: dat er bij elke “actie” een even grote, maar tegengesteld gerichte “reactie” hoort. Goddard hield het met Newton, en zijn vertrouwen werd niet beschaamd. Integen­deel: in een luchtledige ruimte ontwikkelden zijn raketten nog meer stuwkracht dan in de lucht. Goddards conclusie was: een raket heeft niets nodig om zich tegen af te zetten en is dus in principe geschikt als ruimtevoertuig.

Als Goddard niet in de collegezaal was stond hij in zijn kelder, waar hij een werkplaats had ingericht, of in de een of andere ijzer­winkel waar hij, pingelend als een doorkneed opkoper, voor zo weinig mogelijk geld zoveel mogelijk materiaal voor zijn raketten bij elkaar scharrelde. Toch naderde onverbiddelijk de dag dat zijn bescheiden middelen uitgeput raakten. Met de moed der wanhoop schreef hij een verhandeling over zijn ontdekkingen en uitvin­dingen, om te trachten daarmee van het een of andere weten­schappelijke instituut een toelage los te krijgen. Hij wees, denkend aan de meteorologen, op het belang van de raket als hulpmiddel bij het onderzoek van de hoogste luchtlagen; hij somde, denkend aan de militairen, de mogelijkheden van de raket als aanvals- en verdedigingswapen op. De Verenigde Staten zouden immers elk ogenblik in de Eerste Wereldoorlog kunnen worden betrokken. Dr. Charles Walcott, van het eerbiedwaardige Smithsonian-instituut, vond de verhandeling van Goddard subliem, en vroeg de jonge geleerde hoeveel geld hij nodig dacht te hebben. Goddard meende dat hij met tienduizend dollar iets zou kunnen bereiken, maar om zijn beschermheren niet kopschuw te maken noemde hij een bedrag van vijfduizend. Hij kreeg het prompt.

Begin november 1918 kon Goddard voor de Amerikaanse artilleriestaf een draagbare lanceerbuis voor raketten demonstre­ren. Zo gering was bij dit wapen de terugslag, dat het niet van de twee muzieklessenaars viel waarop Goddard het voor die gelegen­heid had neergelegd. Maar de afgevuurde raket ging door ver­scheidene gevulde zandzakken heen. De officieren vonden het indrukwekkend, maar de wapenstilstand maakte een eind aan alle officiële belangstelling. Pas bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd de lanceerbuis van de rommelzolder gehaald en bazooka gedoopt.

In 1919 legde dr. Goddard jegens het vrijgevige Smithsonian-instituut verantwoording af in een gedegen verhandeling over “Een methode om zeer grote hoogten te bereiken”. Hoewel hij zich voornamelijk beperkte tot een beschouwing over het onder­zoek van de hogere luchtlagen, slopen er ook een paar woorden in zijn geschrift over het onderwerp waaraan hij zijn hart had ver­pand : de ruimtevaart. Hij wees namelijk op de principiële moge­lijkheid om met een gelede raket de maan te bereiken; daar zou men dan bijvoorbeeld een zekere hoeveelheid magnesiumpoeder, vermengd met kaliumchloraat, kunnen laten ontbranden. Met sterke kijkers zou men op aarde de lichtflits, die de aankomst van de raket verkondigde, kunnen waarnemen.

Dat ene ogenblik van mededeelzaamheid bezorgde hem heel wat onplezierige publiciteit. Zonder van zijn nuchtere bereke­ningen en zakelijke beschouwingen te reppen, stelde men hem in de zaterdagavondbijvoegsels voor als een “maanmaniak” en een grappenmaker. Sindsdien werd Goddard nog wat zwijgzamer, maar hij heeft zijn denkbeelden over ruimtevaart nimmer laten varen. Ook zijn gevoel voor humor liet hem niet in de steek. “Ik ben maar een heel klein hondje,” zei hij wel eens, “met een heel grote kluif.” Intussen maakte hij in alle stilte aantekeningen over de mogelijkheid om motoren op kernenergie of zonne-energie te laten lopen, en over allerlei aspecten van de ruimtevaart. Die aan­tekeningen gingen achter slot en grendel, in een map met het op­schrift “Recepten voor het verzilveren van spiegels”.

Omstreeks die tijd leerde Goddard een blonde vrouw kennen. Ze had blauwe ogen, was zestien jaar jonger dan hij, heette Esther Kisk en werkte als secretaresse voor de rector magnificus van de Clark-universiteit. Als echtgenote, raadgeefster, fotografe, se­cretaresse en financieel genie heeft ze Goddard de rest van zijn leven terzijde gestaan. “Toen ik na zijn dood zijn aantekeningen zat over te tikken,” vertelde mevrouw Goddard later, “was het weer net als toen ik hem pas leerde kennen. Ik heb zijn zorgen en vreugden over de raket met hem gedeeld. Ik heb parachutes van zijde in elkaar gezet om de kostbare onderdelen zonder schade weer op de grond te krijgen, maar soms gingen ze niet open. Ik heb films opgenomen van elke proef, maar de raket deed het niet altijd. Van al die tegenslagen en teleurstellingen blijkt maar één keer iets uit zijn aantekeningen. ‘Een pechdag’ stond er. Dat moet wel een heel ongelukkige dag zijn geweest!”

In 1926 was de raket eindelijk zo ver dat Goddard er de eerste proef in de open lucht mee kon nemen. Bij de boerderij van een ongetrouwde tante bouwde hij een stalen toren. De raket was drie meter lang: voorin de motor, daarachter een heel stel buizen naar de stuurvinnen. Onverdroten stelde Goddard het ding telkens weer op, en telkens weigerde het. Er was altijd wel iets wat doorbrandde of vastliep, en als het erg meeviel draaide de raket zich om en stak zijn neus naar beneden. Op 16 maart was het helder, koud en windstil. Goddard zette zijn raket in de toren en stak zijn soldeerlamp aan. De drie helpers namen hun vaste plaatsen in — Esther achter de filmcamera om alles op te nemen wat er zou gebeuren. En er gebeurde iets. De raket werd ontstoken en het geraas begon. Ditmaal bleef de raket brullen; hij ging twaalf meter van de grond, legde, met een snelheid van honderd kilometer per uur, 67 meter af en viel, twee en een halve seconde na de start, weer neer. Zo verliep de eerste vlucht van de stamvader aller moderne raketten.
Twee jaar lang werden er nu op de boerderij grotere raketten gebouwd en geprobeerd, maar vliegen deden ze niet. En toen, op 17 juli 1929, was er één die dertig meter van de grond kwam. Het was windstil en zwoel, en het geraas was in het naburige stadje Auburn zo duidelijk te horen dat er volgens een van de inwoon­sters vast en zeker een vliegtuig was neergestort. Toen politie en ziekenauto’s op de boerderij arriveerden, hadden de persbureaus al het bericht verspreid dat de “maanraket van dr. Goddard” met een daverende klap uit elkaar was gesprongen. Goddard betoogde dat er niets uit elkaar was gesprongen en dat raketten nu eenmaal lawaaierig van aard zijn. Het Smithsonian-instituut liet on­middellijk weten dat er eenvoudig niet werd gedacht over zulke onbesuisde ondernemingen als raketvluchten naar de maan. tcHet gaat alleen maar om het ontwikkelen van een methode om meteorologische en andere gegevens te verzamelen.” Maar de kranten verdraaiden Goddards woorden. De burgers van Massachusetts noemden hem een gevaarlijke “maanzinnige” en de hoogste brandweerautoriteit gelastte hem, zijn proeven te staken of ze in een andere staat voort te zetten.
Er waren ook mensen die niet om de “maanprofessor” lachten. In Duitsland was er een zekere Hermann Oberth, die ook met raketten experimenteerde, en die naar Worcester schreef dat hij graag wat meer van Goddards uitvindingen wilde weten. Ook de Japanse en Italiaanse ambassades in Washington vroegen herhaaldelijk om inlichtingen. Op dergelijke verzoeken ging Goddard niet in, maar uiteraard kon iedereen voor de somma van één kwartje een afschrift krijgen van elke willekeurige octrooibrief, en dus ook van Goddards patenten.

Ook leefde er ergens in Amerika nog zo’n onafhankelijke pio­nier die in Goddard, dwars door de tot in het karikaturale verwrongen krantenberichten heen, een verwante geest herkende. Deze kolonel Charles Lindbergh kwam de professor zelf opzoeken. Vol­komen voor Goddards denkbeelden gewonnen, deed hij een goed woordje voor hem bij de rijke filantroop Daniël Guggenheim. Begin 1930 kreeg Goddard van Guggenheim alvast 25 000 dollar, zodat hij weer voort kon. In Massachusetts mocht hij niet meer werken, en daarom koos hij, na een grondige studie van de staf­kaarten en de weeroverzichten, een terrein in de staat New Mexico uit. Daar was ruimte; daar was de lucht strak blauw en het klimaat droog en bestendig.
In mei 1935 woog de raket van Goddard 38 kilo bij een lengte van vier en een halve meter. Er zat een gyroscoop in om hem in zijn baan te houden, en een reservoir met samengeperst gas om de vloeibare zuurstof naar de verbrandingskamer te jagen. De benzine diende niet alleen als brandstof, maar ook als koelmiddel voor de wand van de verbrandingskamer, die anders onder de ontwikkel­de hitte zou zijn bezweken. Het was de beste raket die Goddard ooit had gemaakt: bij de proeven in New Mexico bereikte hij een hoogte van ruim twee kilometer en een snelheid die weinig minder was dan die van het geluid.
Goddard vermoedde dat de Duitsers raketten voor militair gebruik aan het ontwikkelen waren, en daarom wendde hij zich nog eens tot het ministerie van Oorlog. Ofschoon dat kort voor de Tweede Wereldoorlog was, reageerden de autoriteiten tamelijk lauw. Het moest 1941 worden voordat de marinestaf een jonge officier naar New Mexico afvaardigde om Goddards hulp in te roepen bij de constructie van raketprojectielen en vliegtuigen met raketstart. Toen de Duitsers in 1944 Engeland met raketbommen begonnen te bestoken kwamen er in Amerika rapporten met aller­lei bijzonderheden over de V-2 binnen. Goddard merkte een frap­pante overeenkomst met zijn eigen raket op. “Is die V-2 niet een kopie van uw eigen raket?” vroeg iemand. Goddard, die nooit een snoever was geweest, antwoordde kalmpjes: “Je zou het haast wel zeggen.”

In augustus 1945 overleed hij. De operatie die hij wegens keel­kanker had ondergaan, had te veel gevergd van zijn vroeger al door tuberculose verzwakte longen. Zijn nalatenschap omvat on­der andere een tweehonderdtal patenten, waarvan sommige eerst na zijn dood zijn verleend.

Wernher von Braun, de vooraanstaande raketdeskundige, heeft van dr. Goddard gezegd: “Hij was ons allemaal voor.”

alle biografieën

VRIJESCHOOL – Algebra en rekenen – alle artikelen

.

Let op: ‘mijnheer Van Dale wacht iets anders op antwoord’:

[1] Algebra en rekenen in de 7e en 8e klas (1)
Arnold Bernhard over: van rekenen naar algebra; wegwerken van haakjes; vermenigvuldiger en vermenigvuldigtal; factor; commutatieve wet; associatieve wet; distributieve wet

[2] Algebra en rekenen in de 7e en 8e klas (2)
Arnold Bernhard over: van sommen naar producten; van producten naar sommen; buiten haakjes zetten; biometrische wet (Newton)

[3] Algebra en rekenen in de 7e en 8e klas (3)
Arnold Bernhard over: introductie negatieve getallen: tegoed en schuld als uitgangspunt (niet de temperatuur); optellen en aftrekken: lopen op de getallenlijn

[4] Algebra en rekenen in de 7e en 8e klas (4)
Arnold Bernhard over: waarom is min maal min plus. Vermenigvuldigen en delen met negatieve getallen; voortekenregels

[5] Rekenen en wiskunde 7e klas (1)
 ‘Het binnenste buiten‘ over: van rekenen naar algebra; negatieve getallen; machten; lesvoorbeelden daarvan;

[6] Enige gezichtspunten voor de eerste lessen in algebra
Hermann von Baravalle over: het begin van het rekenen met letters: doen i.p.v. therorie; wat kan je het beste doen; negatieve getallen lopen; 

.

562-515

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.