Categorie archief: Uncategorized

VRIJESCHOOL – Schoolrijpheid – alle artikelen

.

[1] Wanneer is een kind schoolrijp
Hannie Rienks over: essentie: veranderingen op lichamelijk en geestelijk gebied; vb. daarvan; verschil in de kleuterklas bij de jongere en oudere kleuters; verschil in spelen; in opruimen; verschil in tekenen; in luisteren naar een verhaal; welke vaardigheden heeft de schoolrijpe kleuter; individuele verschillen.

[2] Schoolrijpheid
Onbekend over: veranderingen bij de kleuter: lichaamsverhoudingen, tanden, bewegingen, spel; verschil jongste en oudste kleuters; concentratie, vaardigheden; verschil in tekeningen; rijpheid in denken, voelen en willen; 

[3] Wanneer is een kind schoolrijp?
Geri Arentzen over: rijpheid is groeien; uitingen van de vormkrachten inde groei; veranderingen, o.a. tanden en spel; verschil jongste en oudste kleuter; verschil in tekeningen; 

[4] Schoolrijpheid
Aart van der Stel over: de ontwikkeling van een kind, is geen rechte lijn, gaat met sprongen/fasen; lopen, spreken, denken; het ontstaan van het Ik; spel; ontwikkeling naar doelgerichte wil; zijn de groeikrachten ‘vrijgekomen’?

[5] De kleuter naar de eerste klas
Annet Schukking over: veranderingen: tandenwisseling, spel, psychische houding en beleving.

[6] Niet leerrijp, wat nu?!
Loïa Eijgenraam over: wanneer is een kind leerrijp?; welke ontwikkelingsmijlpalen zijn bereikt; welke zijn nodig voor de 1e klas; stil laten komen, niet forceren door ‘oefenen’.

[7] Een brochure van kinderarts Edmund Schoorel
.

Zie ook een interessant gezichtspunt van Ewald Vervaet i.v.m. het leesvaardigheidsvermogen van kleuters.

Ook van hem: wat is schrijf- en leesrijpheid

I.v.m. dyslexie en leren lezen, in dit artikel veel criteria bij schoolrijpheid

Kleuters: alle artikelen

Ontwikkelingsfasen: alle artikelen

Opvoedingsvragen: alle artikelen//

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

2226-2089

.

.

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over vormtekenen – alle artikelen

.

Een kleine inhoudsopgave bij de opmerkingen die Rudolf Steiner in de pedagogische voordrachten (GA 293-311) maakte over vormtekenen. 

De bladzijden verwijzen naar de vertaling

GA 293   vertaald  →  artikel
In voordracht 3 en 8 opmerkingen over resp. ‘geometrische vormen’ en ‘gezichts- en bewegingszin.
 

GA 294    vertaald  → artikel
Blz.26 e.v.: Het gaat om de pure vorm; niet nabootsen van uiterlijke vormen; die kunnen achteraf ‘gezien’ worden.
Blz. 30: de bewegingszin en het oog
Blz. 64 e.v.: het eerste schooluur: kennismaken met de rechte en de ronde.
GA 295     vertaald  →  artikel
Blz. 23: het gaat om de innerlijke beleving van de vorm; niet natekenen;
Blz. 29 e.v. t/m blz. 45 voorbeelden en uitleg van de tekeningen die individueel bedoeld zijn voor de verschillende temperamenten.
(Deze tekeningen heb ik in verband gebracht met Steiners aanwijzingen voor het ‘rekenen met temperamenten’. Zie 1e klas: rekenen alle artikelen
Blz. 143: tekenen van vormen, louter om wille van de vormen.
Blz. 155: geometrische vormen puur om de vorm, absoluut niet natekenen.


GA 301
    vertaald → artikel
Blz. 80: vormen als voorbereidende schrijfoefeningen; vingervaardigheid werkt terug op het intellect.
Blz.103: vormen innerlijk volgen en beleven;
Zie ook GA 303

GA 303    vertaald artikel
Blz. 297: ontwikkelen van zin voor realiteit en schoonheid

GA 307    vertaald → artikel
Blz. 225 e.v.: symmetrie-oefeningen in samenhang met de aard van het etherlijf; a-symmetrische-oefeningen met metamorfosekarakter

GA 311    vertaald artikel
Blz. 72 e.v. : symmetrie en innerlijk vormgevoel; symmetrie links-rechts en bovern-onder; oefeningen met een bepaalde innerlijke metamorfose, a.h.w. ‘veranderend bij elkaar horend’ =das sich-entsprechen=
.

Vormtekenenalle artikelen

Algemene menskunde: alle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.
2213-2078

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Vormtekenen (1-1)

.

Een van de unieke vrijeschoolvakken is het vormtekenen.

In zijn pedagogische voordrachtenreeksen GA 293 t/m 311 legt Steiner uit wat hij met dit vak beoogt en geeft hij aanwijzingen hoe het (niet) te geven.

Er zijn verschillende soorten vormtekeningen te onderscheiden:

1. De geïndividualiseerde temperamentsoefeningen, beschreven in GA 295, 3e vdr. → artikel
Dit onderwerp is door mij uitvoerig behandeld in samenhang met het vak rekenen ‘in temperamenten’ voor de 1e klas:

In dit artikel worden de vormtekeningen voor het flegmatische en cholerische temperament besproken:
(1) Temperament en rekenen (1)
optellen ‘flegmatische en cholerisch’.

In dit artikel worden de vormtekeningen voor het sanguinische en melancholische temperament besproken:
(2) Temperament en rekenen (2)
vermenigvuldigen ‘sanguinisch en melancholisch.

2. De voorbereidende schrijfoefeningen
Opmerkingen daarover in GA 301 → artikel

3. De geometrische figuren  (op zich)
Opmerkingen daarover in:
GA 293 → artikel
GA 294 → artikel
GA 295 → artikel
GA 301 → artikel

4. De (a-)symmetrie-oefeningen
Opmerkingen daarover in:
GA 303 → artikel
GA 307 → artikel
GA 311 → artikel

5.De vlechtvormen

6.Andere vormen

7.Meetkundige figuren
Wanneer in de meetkundeperioden wetmatigheden geleerd zijn die toegepast kunnen worden, bv. het verdelen van een cirkelboog door de straal of wanneer bv. 5-hoeken en/of -sterren geconstrueerd kunnen worden, is het mogelijk met deze figuren de prachtigste composities te maken die ook nog eens kunstzinnig verwerkt kunnen worden, m.n. met kleur.

De vormen horen, zodra passer en liniaal hun intrede doen. strikt genomen bij de meetkunde en niet bij ‘het vormtekenen’.

Voor het tot stand komen van deze vormen uit de meetkunde in de 6e klas:
zie de beschreven periode in de artikelen: [2-3/1] e.v.
Voorbeelden: vrijschool in beeld

ZITTEN OF STAAN

1.De temperamentsoefeningen

Het gaat hier niet om ‘grootse’ bewegingen. De tekening van de sanguinicus leent zich zeker niet om staand te worden uitgevoerd. De benodigde concentratie voor de afwisseling vraagt dat je ‘dicht bij je werk’ blijft.
De aard van de melancholicus brengt met zich mee dat hij/zij de tekening liever zittend maakt. Er is ook geen reden dat staan beter zou zijn.
Dat ligt iets anders voor de cholericus: hij vindt het wellicht fijner om te staan, om wat grotere bewegingen te kunnen maken; strikt noodzakelijk is het niet.
Voor de flegmaticus zou het wellicht goed zijn, weer eens even ‘in de verticaal’ te komen. Voor de tekening is het niet noodzakelijk.

2. De voorbereidende schrijfoefeningen

Hoewel het ‘inoefenen’, het vertrouwd raken met de vorm die geoefend gaat worden, gediend is met staan: in  grote gebaren de leerkracht na kunnen doen, moet de oefening op papier zittend worden gedaan; immers: als we schrijven zitten we.

3.De geometrische figuren

Hierbij gaat het om bv. cirkel, driehoek, vierkant, rechthoek, ellips, spiraal, ruit e.d., de figuren die Steiner tot de ‘kosmische vormen’ rekent.
In GA 293, voordracht 3 en 8 komt naar voren dat deze vormen vooral ervaren worden door de ‘verticale mens’ in ons. Voor nadere uitleg, zie [3-8-1] en
[8-4-6] Door de samenhang met de bewegingszin pleit het er sterk voor deze vormtekeningen staand uit te voeren. ‘In de verticaal’ roept toch meer het beeld van staan op dan van zitten.

4.De (a)-symmetrische oefeningen

Allereerst zullen deze oefeningen staand nagedaan worden wanneer de leerkracht deze voortekent in de lucht. Bij de verwerking op papier verdient staan de voorkeur, omdat je hier – dat geldt steeds wanneer je staat en veel minder bij het zitten – afstand kan nemen van wat je gedaan hebt, om het vanuit een ‘hoger’ overzicht opnieuw en dus beter te doen, te corrigeren e.d. Het maakt de grotere beweging mogelijk, waardoor ‘vanuit het hele lijf’ realistischer wordt.

5.De vlechtvormen

Vlechtvormen zijn geen aanwijzing van Rudolf Steiner. 
Ze zijn op zeker ogenblik in een klas geïntroduceerd n.a.v. het werk van Rudolf Kutzli ‘Lango-bardische Kunst’. 
Om de vlechtvormen zelf te leren tekenen, ontwikkelde Kutzli een ‘oefenweg’ en noemde deze: “Entfaltung schöpferischer Kräfte durch lebendiges Formenzeichnen‘.
Bij deze vlechtvormen zij de ‘kruisingen’ essentieel: waar de ene lijn stopt en de ander doorloopt. Om dat punt gaat het. 
Dat zou je een ‘bewustzijnspunt van het Ik’ kunnen noemen. Een kruispunt.
In de 4e klas wordt bij het handwerken de kruissteek geoefend. Ook dit kruis wordt in verband gebracht met genoemd ‘ik-ontwikkelingsmoment’.
Het is dus niet vreemd dat iemand met de vlechtvormen in de 4 klas is begonnen, te meer, daar Steiner voor de 4e klas geen specifieke vormen heeft aangegeven.
Wel geometrische. [zie Rudolf Steiner over vormtekenen] 
Voor Kutzli is het ‘kruismoment’ ‘HET’ moment van de tekening en in zijn cursus kan dat alleen tot stand komen vanuit een soort ritmisch tekenen, waarbij het bovenlijf zich actief beweegt en zich actief inhoudt, waarbij ook nog eens meer en minder nadruk wordt gegeven aan de dikte van de lijn. 

Het hoeft verder geen betoog dat wanneer je met de kinderen vlechtvormen tekent op basis van de methode van Kutzli, ze niet anders dan kunnen staan.

5. De andere vormen

Ook voor de 5e (en hogere) klassen heeft Steiner geen aanwijzingen (meer) gegeven voor het vak vormtekenen.
In Zwitserland heeft de vrijeschoolleerkracht Hans Rudolf Niederhäuser zich veel moeite getroost om vormen voor deze klassen te vinden. 
Daar de 5e klas als vertelstof ‘Griekse mythologie’ heeft, heeft Niederhäuser o.a. meandervormen voor deze klas gebruikt.
De motieven om te staan of te zitten houden elkaar in evenwicht.

6.De meetkundige figuren
Uiteraard is het werk met passer en liniaal alleen zittend mogelijk.

Er zou nog een zevende vorm te noemen zijn met het werk dat vooral door Ernst Bühler tot ontwikkeling is gebracht, het ‘dynamisch tekenen’. [in Formenzeichnen
Ik heb de indruk dat deze vorm in het (Nederlandse?) vrijeschoolonderwijs geen grote plaats is gaan innemen. 

Bij leerplan alle artikelen vind je wat Steiner en Caroline von Heydebrand als leerstof voor de verschillende klassen beschreven hebben.

.

Vormtekenenalle artikelen

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

2209-2076

.

.

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (39)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

Pieter HA Witvliet

In de jaren 1990 verschenen er bij Wolters-Noordhoff speciaal voor het onderwijs series met bekende kinderboeken. Deze ‘Lijster’- serie bestond o.a. uit ‘de vroege lijsters’. Tegen een zeer redelijke prijs werden de ouders in staat gesteld voor hun kinderen goede boeken aan te schaffen.
Het was een soort feest om ze in de klas uit te zoeken, te bestellen en uit te pakken. En je hoopte natuurlijk dat ook het lezen thuis een feestje was.

In 1994 was nr. 3 het boek ‘Minoes’ van Anne M.G.Schmidt.
Een knotsgek boek met allerlei dolle situaties, met in de hoofdrol uiteraard Minoes, ooit een poes, maar nu (bijna) mens. Haar baas is Tibbe, een journalist, voor wie op zekere dag geen plaats meer is bij de krant. Maar de kattenvrienden en vriendinnen van Minoes houden er een kattenpersdienst op na en zo weet Tibbe eerder dan wie ook wat nieuws is. Zo wordt er allerlei onrecht aan de kaak gesteld, corruptie wordt bestraft, Tibbe in ere hersteld.
Het is in de bekende Annie M.G.-stijl geschreven, met veel hunor, die – er staat ergens een leeftijdsindicatie voor vanaf 8 jaar – door die leeftijd nog niet begrepen kan worden. Ook vanaf 12 zal dat nog niet altijd het geval zijn, maar die leeftijd zal er toch meer van kunnen genieten. Als die de straattaal van de Jakkepoes imiteren is dat minder erg dan dat het de taal van een 8-jarige wordt.

Annie M.G.Schmidt
Ill. Monique Beijer (omslag)
Carl Hollander

Boek

12 jr en ouder

Over de leeftijd

Over illustraties

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.

2195-2062

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Algemene menskunde voordracht 8 (8-4-2)

.

Artikel in opbouw

Enige opmerkingen bij blz. 129 vert.

.
DE TWAALF ZINTUIGEN

2. GEDACHTEZIN

Bij de Ik-zin gaat het dus NIET om het waarnemen van het eigen Ik, maar om dat van iemand anders; precies zo is het met de gedachtezin.

Blz.. 132     vert. blz. 129

Dann haben wir als nächsten Sinn, aber getrennt von dem Ich-Sinn und von allen übrigen Sinnen, denjenigen zu beachten, den ich bezeichne als Gedankensinn. Gedankensinn ist nicht der Sinn für die Wahrnehmung eigener Gedanken, sondem für das Wahrnehmen der Gedanken der anderen Menschen.

Het volgende zintuig is wat ik de gedachtezin noem, die los staat van de ik-zin en van alle andere zintuigen. De gedachtezin is niet het zintuig voor de waarneming van eigen gedachten, maar voor de waarneming van gedachten van andere mensen.

Over de samenhang denken-taal is veel gefilosofeerd. De mening heerst dat we met de taal ook altijd de gedachten in ons opnemen. Maar volgens Steiner kun je met je gedachtezin even goed gedachten waarnemen die liggen in ruimtelijke gebaren als gedachten die liggen in de gesproken taal.

Vor allen Dingen sind die Leute so sehr von der Zusammengehörigkeit von Sprache und Denken beeinflußt, daß sie glauben, mit der Sprache wird immer auch das Denken aufgenommen. Das ist ein Unding. Denn Sie könnten die Gedanken durch Ihren Gedankensinn ebenso als liegend in äußeren Raumesgebärden wahrnehmen wie in der Lautsprache. Die Lautsprache vermittelt nur die Gedanken. Sie müssen die Gedanken für sich selbst durch einen eigenen Sinn waIrrnehmen. 

Men is zozeer beïnvloed door de samenhang van taal en denken dat men meent dat we met de taal altijd ook de gedachten in ons opnemen. Dat is een onzinnig idee. Met uw gedachtezin kunt u namelijk even goed gedachten waarnemen die liggen in ruimtelijke gebaren als gedachten die liggen in de gesproken taal. De gesproken taal geeft alleen maar uiting aan gedachten. U moet de gedachten zelf met het daarbij behorende zintuig waarnemen.

Wij waren eens in het niet meer bestaande Joegoslavië op vakantie. Dat was toen nog een tamelijk streng communistisch land en je mocht er niet vrij kamperen. We vroegen wel bij tijd en wijle aan bewoners van boerderijen of we daar onze tent mochten opzetten. Toen we een keer een oprit opliepen, kwam er een oude vrouw op ons af die – het voor ons zo bekende ‘wegwerpgebaar’ maakte. We keerden dan ook om. Later hoorden wij dat dit een gebaar van uitnodiging was.
Hadden wij dit geweten, dan zouden wij in het gebaar haar gedachte: ‘Komen jullie maar’ hebben kunnen ‘lezen’. We zouden haar in ieder geval zonder woorden hebben begrepen. 

Steiner bevestigt deze ervaring min of meer met:

Und wenn einmal für alle Laute die eurythmischen Zeichen ausgebildet sind, so braucht Ihnen der Mensch nur vorzueurythmisieren und Sie lesen aus seinen eurythmischen Bewegungen ebenso die Gedanken ab, wie Sie in der Lautsprache sie hörend aufnehmen. Kurz, der Gedankensinn ist etwas anderes, als was im Lautsinn, in der Lautsprache wirkt. – Dann haben wir den eigentlichen Sprachsinn.

Wanneer ooit voor alle klanken de euritmische gebaren ontwikkeld zijn,° dan hoeft iemand u slechts voor te euritmiseren en u leest aan zijn euritmische gebaren even goed de gedachten af als u ze in de klanken van de taal kunt horen. Met andere woorden, de gedachtezin is iets anders dan wat in de klankzin, wat in de klankentaal werkt. Met dit laatste komen we bij de eigenlijke taalzin.

°euritmisch: De euritmie is een nieuwe bewegingskunst, die door Steiner is ontwikkeld. Daarbij is het lichaam het instrument om een muziekstuk of een literair werk (proza of poëzie) zichtbaar te maken. Vgl. Euritmie, spraakvorming en toneelkunst, WV-I13; Eurythmie. Die Offenbarung der sprechenden Seele, GA 277; Jelle van der Meulen/Willemijn Otte, Bezield bewegen. Wat is euritmie?, Zeist 1992.

De euritmische gebarentaal

Aan het eind van de opmerkingen over de gedachtezin, zien we voor de ‘woordzin’, nieuwe karakteristieknamen: klank-zin en taalzin.

GEDACHTEZIN ALS BEWUSTZIJNSZIN

Bij de Ik-zin gaat Steiner uitvoerig in op de kwaliteit van de de ‘bovenste’ zintuigen als ‘kenniszintuigen’ t.o. de gevoels- maar vooral de wilszintuigen.

Op blz. 137  vert. 133 voegt hij nog toe:

Ich habe noch hinzuzufügen, daß Ich-Sinn, Gedankensinn, Hörsinn und Sprachsinn mehr Erkenntnisse sind, weil der Wille darin eben der schlafende Wille ist, der wirklich schlafende Wille, der in seinen Äußerungen vibriert mit einer Erkenntnistätigkeit. So lebt schon in der Ich-Zone des Menschen Wille, Gefühl und Erkenntnis, und sie leben mit Hilfe von Wachen und Schlafen.

Ik moet hier nog aan toevoegen dat de ik-zin, de gedachtezin, de gehoorzin en de taalzin meer kenniszintuigen zijn, omdat de wil daarin slaapt, werkelijk slaapt en in zijn uitingen meetrilt met een ken-activiteit. Zo leven zelfs in de zone van het ik van de mens willen, voelen en kennen, en wel met behulp van waken en slapen.

.

GA 293   vertaald

Zintuigenalle artikelen

Algemene menskunde: zintuigen [8-4]

Algemene menskunde: voordracht 8 – alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

.

2192-2059

.

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Nu de kinderen thuis zijn….taalspelletjes

Aan het artikel zijn nieuwe taalspelletjes toegevoegd

 

Nu de kinderen thuis zijn….taalspelletjes

 

Geen up-date missen?: volg dit blog gratis. Aanmelden zie rechtsboven: volg dit blog

 

Nu de kinderen thuis zijn…..alle artikelen
Nu de kinderen thuis zijn…..alle artikelen en auteurs/uitvoerenden op alfabet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

VRIJESCHOOL – Nu de kinderen thuis zijn…..vertellen 2e klas

.

De vertelstof voor klas 2  zijn de fabels en de legenden.
Op deze blog staan legendenverhalen [zoek in deze rubriek]

M.i. mag het levensverhaal van Franciscus van Assisi niet ontbreken.

De bekende heilige wiens naamdag op 4 oktober – dierendag – valt.
Waarom ‘dierendag’? Dat blijkt wel uit zijn biografie.

Die is voor kinderen op een prachtige manier verteld door Jean Dulieu.

Hier en daar is het boek ‘Francesco’ nog te koop.

Omdat ik het mogelijk wil maken dat de 2e-klassers vanaf nu dit (wel langere) verhaal kunnen horen, als voorleesverhaal bv., maak ik momenteel een scan. Die is ter inzage via vspedagogie@gmail.com  o.v.v. Franciscus.

2e klas vertelstof Franciscus 3

Meer afbeeldingen:

Vrijeschool in beeld: 2e klas 

2e klas: alle artikelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Nu de kinderen thuis zijn…..heemkunde

.

Wil je geen up-date missen, volg dit blog gratis. Aanmelden rechtsboven.
.

Nu de kinderen thuis zijn..alles wat verzameld is
Nu de kinderen thuis zijn…..alle artikelen en auteurs/uitvoerenden op alfabet.
.

HEEMKUNDE

Een wat ouderwets woord voor ‘omgevingskennis’, maar dat woord dekt voor de vrijeschoolpedagogie ook de lading niet.

In klas 1 en 2 gaat het juist NIET om kennis, maar om beleven; dat heeft wel kennis tot gevolg, maar een andere, een niet direct intellectuele, maar een die verbonden is met gevoel, verwondering en eerbied.

Voor de 3e klas wordt meer gesproken over ‘zaakvakken‘, ook een onmogelijk woord eigenlijk.

Maar nu het gaat het om klas 1 en 2.

Wat is er in de omgeving van de kinderen te beleven aan planten en dieren. 
Er zijn leerkrachten die hebben het over ‘bomen’ en noemen hun heemkundeperiode dan ‘bomenperiode’; een ander ‘bijenperiode’. Dat mag, maar is niet per se DE heemkunde voor die klassen.

De kunst is om de wereld rondom het kind levend en fantasievol te brengen, niet als een flauw aftreksel van wetenschappelijke weetjes.

In de vertelling over de planten en dieren moeten die voor deze leeftijd a.h.w. zelf nog spreken en met of over elkaar. Dat is de wereld waarin een kind van vóór het 9e jaar zich voelt aangesproken. En met die taal kan de liefde en de eerbied voor die wereld ontstaan.

De vraag is: hoe kom je aan mooie verhaaltjes en gedichtjes, rijmpjes.

Jakob Streit was een vrijeschoolleerkracht met een groot verteltalent.

Hij schreef talloze boeken voor kinderen, o.a. het door hem zo beeldend navertelde Oude Testament. Zijn ‘bijenboekje‘ leert de kinderen de wereld van de bijen kennen.

Voor de heemkunde is vooral zijn ‘Dierenverhalen‘ geschikt.
Verhaaltjes om vrij uit het hoofd te vertellen, maar ook om voor te lezen of door de kinderen te laten lezen. (Zie de aanwijzingen voor ‘lezen’)

Er zijn nog een aantal exemplaren voorradig.

Maar je kan ook in mijn exemplaar kijken.

Stuur een mail naar vspedagogie@gmail.com o.v.v. dierenverhalen.

Hagedis en slak

Bij een hoop stenen kroop een slak langzaam voort, zoals slakken dat nu eenmaal doen. In alle rust tastte hij met zijn voelhorentjes voor zich uit. Daar glipte naast hem, uit een gat tussen de stenen, een hagedis tevoorschijn. Hij flitste voorbij en raakte daarbij één van de voelhorentjes. Verschrikt trok de slak ze alle vier in en dacht: ‘Wat zou dat voor een bliksemschicht geweest zijn?’ — Ssjtt — daar zat de hagedis bovenop een steen en keek met glinsterende oogjes naar beneden. Na een poosje stak de slak zijn voelhorentjes weer omhoog. Hij ontdekte zijn buurman en .vroeg: ‘Hé, was jij die snelle flits uit de stenen, die één van mijn voelhorentjes heeft verbogen? Kun je niet wat beter opletten, als slakken aan het wandelen zijn?’ De hagedis lag al dagenlang op deze stenen te zonnen, en hij zag de slak vandaag voor ’t eerst bij zijn woning. Hij zei: ‘Waarom zwerf je hier rond? je maakt mijn stenen nat met dat vieze slijm!‘Waar ik ben, is ook mijn huis!’antwoordde de slak, ‘kijk maar op mijn rug, ik draag het altijd bij mij. Van jouw huis zie ik niets; die stenen hier zijn niet op jouw staart gegroeid!’ De hagedis ergerde zich over de woorden van de slak en dacht: ‘Die langzame kruiper zal ik eens tonen wat snelheid is!’ Opgewekt zei hij: ‘Kijk slak, daar is mijn holletje waar ik in- en uitglip. Dat kan ik veel sneller dan jij. Ik kan er wel honderd keer in- en uitglippen, voordat jij één keer in je huis gekropen bent. Kijk maar!’ Het hagedisje schoot zijn hol in en uit tot het de slak schitterde voor zijn ogen. ‘Stop! ’ riep hij, ‘ik word er duizelig van! ’ De ogen van het hagedisje fonkelden. De slak moest enige tijd nadenken; toen zei hij: ‘Luister hagedis, ik kan er honderd keer langzamer inkruipen dan jij. Dat is een veel grotere kunst. Kijk maar! ’ Meteen begon hij zijn horentjes in te trekken. Verwonderd zag de hagedis, hoe langzaam maar zeker de hele slak in zijn huisje verdween. Maar hij kwam er helemaal niet meer uit en bleef onbeweeglijk op de steen gekleefd zitten. Toen ging de hagedis daarboven weer op het warmste plekje liggen en knipoogde tegen een zonnestraal. Gloeiend heet scheen de zon op het huis van de slak. Boem — daar viel hij naar beneden in de schaduw van de struiken en bleef liggen. Tegen de avond vielen er wat regendruppels; de hagedis glipte in zijn holletje. Toen kwam de slak eindelijk weer tevoorschijn gekropen. De frisse regendruppels maakten hem nat en hij gniffelde: ‘Het is goed dat de wolkenmoeder het zo laat gieten; dan verdwijnen die woelwaters in hun holletjes, en vreedzame lieden kunnen ongestoord een kalm wandelingetje maken.’

Mooie illustraties die het kind kunnen stimuleren zelf ook zoiets te tekenen.

 

 

.

Vertellen: alle artikelen

1e klas: heemkunde

2e klas: heemkunde

.Vrijeschool in beeld: alle artikelen

 
.Nu de kinderen thuis zijn…..alles wat verzameld is
Nu de kinderen thuis zijn…..alle artikelen en auteurs/uitvoerenden op alfabet.

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Nu de kinderen thuis zijn…..spelletjes – alle spelletjes

.

Wil je geen up-date missen, volg dit blog gratis. Aanmelden rechtsboven.
.

Nu de kinderen thuis zijn…..alles wat verzameld is
Nu de kinderen thuis zijn…..alle artikelen en auteurs/uitvoerenden op alfabet.

.

SPELLETJES

In de meeste gezinnen zijn er veel spelletjes.

Mocht je toch om iets nieuws verlegen zitten, misschien zit hier nog wat bij:
(Link onder het cijfer)

[1Bordspellen: molenspel; wolf en schapen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Nu de kinderen thuis zijn – spelletjes – bordspellen (1-1)

.

Wil je geen up-date missen, volg dit blog gratis. Aanmelden rechtsboven.

Nu de kinderen thuis zijn…..alles wat verzameld is
Nu de kinderen thuis zijn…..alle artikelen en auteurs/uitvoerenden op alfabet
.

BORDSPELLEN 

Hieronder:
[1] De wolf en de vijf schapen

[1] DE WOLF EN DE VIJF SCHAPEN

Voor dit spelletje heb je een dambord nodig en vijf witte en één zwarte damsteen.

De witte stenen krijgen een plaatsje op de vijf zwarte hokken aan een van de randen. Aan de andere kant van het bord komt de zwarte steen (de wolf) te staan. Deze krijgt een plaats op een wit hok.

Het is nu de bedoeling dat de wolf tussen de schapen door komt te lopen. Dat gaat door om de beurt de zwarte steen één vakje naar voren te schuiven, dat wil zeggen naar linksboven of naar rechtsboven. De wolf is als eerste aan de beurt, gevolgd door een van de schapen. Door goed op te letten, kunnen de schapen verhinderen dat de wolf achter hen komt te staan. De schapen mogen alleen maar vooruit, de wolf daarentegen mag zowel voor- als achteruit lopen.

De speler die met de zwarte steen speelt en door de schapen heen weet te komen, heeft gewonnen. Als hem dat niet lukt, heeft de speler met de schapen gewonnen.

[2] MOLENSPEL

Voor je dit bekende spel kunt spelen, moet je eerst een speelbord maken. Dat gaat heel gemakkelijk. Gebruik hiervoor een stevig stuk karton en teken het speelbord na.
Nu heb je nog negen witte en negen zwarte damstenen nodig. De speler met de witte damstenen mag beginnen. Hij zet een van zijn stenen op een kruispunt van een of meer lijnen. Dan is de speler met de zwarte stenen aan de beurt en zet eveneens een damsteen op een kruispunt van lijnen.
Zodra een speler drie stenen op een verticale of horizontale lijn heeft staan, heeft hij een zogenaamde molen en mag hij één van de stenen van de andere speler van het bord halen. Hij mag echter geen steen weghalen uit een molen die door de ander al is gemaakt.
Als een speler alle negen stenen op het bord heeft staan, mag hij gaan schuiven
om te proberen zoveel mogelijk molentjes te maken.
Hij mag alleen horizontaal of verticaal schuiven en niet verder dan van het ene punt naar het volgende. Tijdens het schuiven mag een molentje worden geopend en bij een volgende beurt gesloten worden. Iedere keer mag de speler die op deze manier voor de tweede keer een molentje maakt, weer een steen van de tegenstander van het bord halen. Degene die als eerste nog maar drie stenen over heeft, heeft het spel verloren.

 

.
Ganzenbord

Nu de kinderen thuis zijn…..alles wat verzameld is
Nu de kinderen thuis zijn…..alle artikelen en auteurs/uitvoerenden op alfabet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Nu de kinderen thuis zijn…..bewegen (2-1)

.

Wil je geen up-date missen, volg dit blog gratis. Aanmelden rechtsboven.
.

Nu de kinderen thuis zijn…..alles wat verzameld is
Nu de kinderen thuis zijn…..alle artikelen en auteurs/uitvoerenden op alfabet.

Bewegen is belangrijk; voor jongere kinderen een noodzaak; bewegen kan helpen bij leren.

Juf Gemma heeft een filmpje gemaakt over ‘tafels bewegen’, Bewegend de tafels van vermenigvuldiging – de ‘keer’ tafels oefenen.

Ik word helemaal vrolijk van de blij springende kinderen.
Maar ik wil vanuit rekenkundig oogpunt wel een paar opmerkingen maken.

Als ik het aanleren van tafels in 3 delen verdeel, dan is het allereerste wat geleerd moet worden, de rij van de tafelgetallen.

Dus bij die van 2:  2, 4, 6 enz.
Die rij moeten de kinderen buitengewoon goed beheersen. Ook terugtellend.

Dit aanleren kan, moet eigenlijk aangleerd worden met behulp van de ledematen, dus handen: klappen, voeten: beheerst stampen.

Bij de tafel van 3 zou je met lopen bv, zo te werk kunnen gaan:
stap stap sprong, waarbij gesproken w0rdt 1,2, DRIE; 4,5 ZES enz tot 30.
Ook terug 29, 28 ZEVENENTWINTIG; 5,4, DRIE, 2,1, THUIS (wanneer 0 nog te abstract is).

Of klap, klap, 3    klap, klap 6 enz.
.Langzaam moet het bewegen minder worden: even aantikken: tik,tik,3 enz.

Zo’n leergang gaat door dagen heen, maar uiteindelijk moet het resultaat worden dat de kinderen volledig de rij 3, 6, 9 enz van achter naar voren kunnen dromen.

Het tweede: Dan moet het principe van ‘keer’ uitgelegd worden. Je doet iets,,je doet het nogmaals, nog een keer. Uit een hoopje knopen, kiezelsteentjes enz. pakt het kind er in één beweging 3, schuift die opzij en zegt: ‘1 keer 3 is 3. En omgkeerd: jij legt 3 steentjes neer en vraagt hoeveel keer er gelegd is: 1 keer.
Zo kun je de tafels doen vanuit het geheel naar de delen: 12 =  ….x 3 en van de delen naar het geheel: 3 x 4 = ….
Ten derde: Als dat laatste begint te beklijven en het kind wordt er zeker(er) in, kunnen de oefeningen zoals hier op de trampoline helpen het ‘ 4 x 5 = 20’enz.  te versterken,

Datzelfde geldt voor het op de stoelen stappen. Pas wel op dat de stoelen niet kunnen kantelen (lelijke valpartijen!)

Wat het gooien met de bal betreft: daarvan leren kinderen ook geen tafels. Pas als ze vrij redelijk de reeks kunnen opzeggen, kunnen ze het ballen vangen aan. Is het ook leuk om te doen. Als een kind het nog niet kan, is het helemaal niet leuk. Kinderen raken er zelfs gespannen, verkrampt van. En ook bij het handje-klappen geldt dit. Maar een prima oefening voor de coördinatie en concentratie om 2 moeilijke dingen tegelijk te doen.

.

2e klas rekenen: alle artikelen

2e klas: alle artikelen

vrijeschool in beeld: alle artikelen
.

Nu de kinderen thuis zijn…..alles wat verzameld is
Nu de kinderen thuis zijn…..alle artikelen en auteurs/uitvoerenden op alfabet.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Nu de kinderen thuis zijn……verwijzingen op alfabet

.

Wil je geen up-date missen, volg dit blog gratis. Aanmelden rechtsboven.
.

Zie als inleiding: Nu de kinderen thuis zijn….alle artikelen

Wat verscheen er op de Facebookgroep vrijeschool?

Bakersprookjes                                                    Judith Komen

Bewegen    coördinatie
Bewegen    2e klas tafels                                    Gemma Awater
Bewegen  1e klas spelletjes enz. voor de        Philia de Vries
motoriek

Boeken digitaal te ontvangen                          via vspedagogie@gmail.com

Heemkunde klas 1 en 2

Herhaalverhalen
Herhaalverhaal Paasmaan                               Evelene Clignet

Lezen – aanwijzingen voor ouders                  Pieter HA Witvliet

Peuter/kleuter tastzinspel                                 Nienke Kompagne

Spelletjes

Sprookjes – welke voor 3- en 4-jarigen

Taalspelletjes

Verhalen    vogel vuur / Koen en Vrees          Paul van Meurs
Vingerspelletjes                                                  Margo van Schie

 

Awater Gemma                                  Beweging tafels van vermenigvuldiging
Clignett Eveline                                  Paasmaan  herhaalverhaal
Komen Judith                                     Bakersprookjes
Kompagne Nienke                             Peuter/kleuter tastzinspelletje
Meurs Paul van                                  Verhalen
Schie Margo van                                Vingerspelletjes
Vries Philia de                                    Allerlei spelletjs voor de motoriek
Witvliet Pieter HA                             Lezen: aanwijzingen voor ouders

.

Nu de kinderen thuis zijn….alle artikelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Nu de kinderen thuis zijn…..bewegen [1-1]

.

Wil je geen up-date missen, volg dit blog gratis. Aanmelden rechtsboven.
.

Nu de kinderen thuis zijn…..alles wat verzameld is
Nu de kinderen thuis zijn…..alle artikelen en auteurs/uitvoerenden op alfabet

Op de vrijescholen wordt veel bewogen. Hoe jonger de kinderen, hoe meer behoefte ze eraan hebben.

Bewegen is ook een middel om mee en door te leren.
Er zijn allerlei bewegingspelletjes; er is gymnastiek en euritmie.

Digitale overdracht heeft zo zijn  beperkingen, maar ja, je moet wat, dus:….

Een geweldige oefening voor de coördinatie. Niet zo moeilijk zelf te maken:

Touwtjespringen                 hinkelen     

Vele suggesties in ‘dyslexie en touwtjespringen

Dit is een momentopname uit een filmpje dat ik hier niet als filmpje kan plaatsen. (de link werkt niet)
Het meisje draait met haar rechterbeen een kleurig lint horizontaal rond en iedere keer springt ze daar met haar linkerbeen overheen.
Een heel goede oefening om linker- en rechtervoet/been te leren coördineren.

Met jongere kinderen oefenen in bewegings-coördinatie, de zgn. ‘lichaamsgeografie’:

Bij de lichaamsoriëntatie moet het kind direct uit het begrip handelen:
“pak met je rechterhand je linker schouder;
wijs met je linker wijsvinger je linkerknie aan.” Enz, enz.
“Beschrijf een cirkel met je rechterhand om je linkerhand; beschrijf 2 cirkels, met de ene hand naar de ene kant en met de andere hand naar de andere kant.” Enz.

Waarbij het tempo steeds verder wordt opgevoerd.

En passant leert het kind veel lichaamsdelen kennen: wreef, scheen, dij enz.

4e klas
Ook in de 4e klas gebruikte ik deze oefening om het kind te leren zich te oriënteren o.a. in de windrichtingen:

In de aardrijkskundeperiode hadden we een levensgroot “kompas” gemaakt van touw, boven ons hoofd, van muur tot muur. Aan de 8 touwen hingen kaarten met de namen: noordoost, zuidwest, noord enz.
Door eerst vast te stellen waar ’s morgens de zon te zien was, bepaalden we het oosten.
De kinderen wisten op den duur waar het noorden enz. was.

“Ga met je linkerschouder naar het zuidwesten staan; met je rug naar het noord-noordoosten”. Enz.

Meer  voorbeelden

De onovertroffen ‘pittenzakjes’

.

Nu de kinderen thuis zijn…..alles wat verzameld is
Nu de kinderen thuis zijn…..alle artikelen en auteurs/uitvoerenden op alfabet

.

VRIJESCHOOL – Nu de kinderen thuis zijn…(0-4)

,

Wil je geen up-date missen, volg dit blog gratis. Aanmelden rechtsboven.
.

Nu de kinderen thuis zijn…..alles wat verzameld is
Nu de kinderen thuis zijn…..alle artikelen en auteurs/uitvoerenden op alfabet
.

PEUTERS/KLEUTERS

SPROOKJES

Vraag: moet je 3-jarigen sprookjes vertellen?
Nog maar niet: te ingewikkeld, te lang, (en vrijeschoolkinderen krijgen er de volgende jaren nog genoeg te horen)

Wélbakersprookjes en herhaalverhaaltjes zijn geschikter,

En voor de 4-jarigen?
Een ervaren kleuterjuf: “zoete pap, de sterrendaalders, Roodkapje, vrouw Holle, Doornroosje, het ezeltje en repelsteeltje (alle van Grimm)
Ik lees ze niet voor, ik vertel ze, dan kun je in toon en woordkeus wat beter aansluiten bij de ‘toehoorders’. En ik kies maar 1 sprookje per week, ik herhaal dus veel.
Daarnaast vertel ik herhaalverhaaltjes en lees ik prentenboeken voor.”

Achtergronden en uitleg bij sprookjes

Mooie sprookjesafbeeldingen
.Nu de kinderen thuis zijn…..alles wat verzameld is
Nu de kinderen thuis zijn…..alle artikelen en auteurs/uitvoerenden op alfabet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Nu de kinderen thuis zijn…..(0-3)

.

Wil je geen up-date missen, volg dit blog gratis. Aanmelden rechtsboven.
.

Nu de kinderen thuis zijn…..alles wat verzameld is
Nu de kinderen thuis zijn…..alle artikelen en auteurs/uitvoerenden op alfabet
.

PEUTERS/KLEUTERS

BAKERSPROOKJES

Van Loïs Eijgenraam, voorgelezen door Judith Komen:

[1]

 

[2]

 

 

Loïs Eijgenraam: Bakersprookjes (Met inkijkmogelijkheid)

Loïs Eijgenraam: Wat zijn bakersprookjes (1)
Loïs Eijgenraam: Wat zijn bakersprookjes + over andere vertelstof, w.o. sprookjes.

Nog een bakersprookje:

Nog een pannenkoek
.

Nu de kinderen thuis zijn…..alles wat verzameld is

Nu de kinderen thuis zijn…..alle artikelen en auteurs/uitvoerenden op alfabet