Categorie archief: opspattend grind

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (29)

.

opspattend grind

Onderwijs vindt wiel opnieuw uit

Het programma ‘Droomvogel’ van een aantal basisscholen in Zaandam wil het kind weer laten spelen (Trouw, 30 oktober). De aandacht voor de cognitieve ontwikkeling is te ver doorgeschoten ten koste van het leren door spelen of spelend leren.

Frappant is dat in het ‘Leer- en handboek der Paedagogiek’ van de Rotterdamse schoolmeester Van de Griendt uit 1887 al dezelfde klacht is te lezen.

Ook toen werd de bewaarschool hier en daar al te veel beschouwd als een voorbereiding op de lagere school. “Het is het algemeen gevoelen van bekende opvoedkundigen, dat zulk vroegtijdig onderwijs schadelijk is voor lichamelijke en geestelijke ontwikkeling. En wij zouden er willen bijvoegen, dat het vooral op het kinderlijk karakter ongunstig kan werken”, aldus Van de Griendt.

Een geschiedenisoverzicht van de nieuwe-schoolbeweging (1900-1935) zou voor leraren en onderwijsdeskundigen verplichte literatuur moeten zijn. Om te zien dat onderwijsvernieuwers uit die tijd al worstelden met punten waarmee inmiddels negentig jaar later nog steeds wordt geworsteld.

De pogingen om te komen tot beter onderwijs lijken daarom op een eindeloze herhaling van zetten. Zodat het niet de vraag is of de jonge leerlingen ooit harmonischer gevormd zullen worden, maar wel of het onderwijs zelf ooit wijzer is geworden.

Harry Raap, lezer te Veldhoven in Trouw,02-11-2013

.

zie ook: opspattend grind: 8, 16, 17, 18

Opspattend grind: alle artikelen

Peuters/kleuters: alle artikelen

1190-1110

.

.

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (28)

opspattend grind

OEI-IK-GROEI

Trouw-columniste Marjolijn van Heemstra schreef over de ‘Oei-ik-groei!-app die ze van haar telefoontje verwijderde, omdat ze ruimte nodig had.

De app was haar dierbaar, want:

‘Ze schrijven over baby’s als mensen die voortdurend aan het worden zijn.’

Dat vond zij een openbaring: ‘uitgaan van wat iemand wordt, in plaats van is.’

‘Ik realiseerde me hoe vaak ik mensen veroordeel omdat ze dingen doen die niet bij hen passen, of: niet passen bij wie ze in mijn ogen zijn, zonder me te vragen wie ze aan het worden zijn.’

Ze vond nog meer zinnigs bij Oei-ik-groei:

‘Elke crisis moet je in eerste instantie met liefde en aandacht tegemoet treden.

Ziekte draagt de potentie van verandering in zich.

Panta Rhei.

We zijn niet constant, in de basis al niet. We vechten ons met behulp van crisissen door leven. En het is in de crisis dat we nieuwe vaardigheden opdoen.’

Mevrouw van Heemskerk schrijft nog iets over de gedragingen van haar zoontje, die niet zo voorspelbaar zijn, maar:

‘Er is maar één ding waar ik werkelijk van op aan kan: na elk stevig ziekbed kan hij iets nieuws.’

Zij besluit:

‘Ik begrijp dat er voor volwassen geen soortgelijke app bestaat. Onze fases zijn grilliger en bovendien is een basisvoorwaarde voor vredig samenleven dat we ons aanpassen en onz crisissen en ‘sprongen’ met bijbehorende stemmingswisselingen in toom houden. Maar wat zou het een bevrijding zijn te kunnen zeggen:

Ik ben niet moeilijk, ik zit in een fasesprong. En als ik ’s nachts door het huis spook en driftig doe en gefrustreerd mijn eten uitspuug en hier en daar een bord kapotgooi, is dat alleen maar omdat ik iets aan het worden ben.’

Bron: Trouw – Tijd, 09-01-2016
.

Rudolf Steiner:
U moet er in de allereerste plaats van uitgaan, dat de mens een wezen is dat voortdurend in wording is. En dat is iets wat we in ons bewustzijn als opvoeder ons steeds eigen moeten maken, dat de mens voortdurend in wording is, dat hij in de loop van zijn leven metamorfosen ondergaat. 

Je kunt de mens niet leren kennen, zonder hem als wordend te leren kennen.

Uitgaan van het hele kind kun je slechts tot een gewoonte maken wanneer je een goed, realistisch streven hebt het kind in  zijn verschillende verschijningsvormen te leren kennen. Ieder kind is interessant.

Rudolf Steiner wegwijzers

Opspattend grind: alle artikelen

Oei-ik-groei

1175-1095

.

.

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (27)

.

opspattend grindWij zijn dicht bij 100 jaar vrijeschool.
De meesten van ons weten dat ‘vrije’ een verwijzing is naar het vrije geestesleven dat volgens Steiner vrij moet zijn van staatsbemoeienis. Scholen, als deel van het geestesleven, dus ook – vandaar.

Zo’n 100 jaar geleden riep Steiner al op tot ‘met moed zich in te zetten voor deze vrijheid:’
‘Voor ons moet nu het tijdstip aangebroken zijn dat de mensen die zich al tientallen jaren achter de antroposofische geestesweetenschap geschaard hebben – niet alleen met hun hoofd, maar met hun hart en al hun moed om er voor te gaan: wij staan er! En dat we er staan om de geest te verzorgen, moet niet een innerlijke leugen zijn, maar zich ontplooien als een innerlijke waarheid.  (  )  ; Geest’ moet voor ons geen frase zijn ( ) wij zullen zeggen wat er voor de geest moet gebeuren!’
GA 192/227

Dat wordt nog een lastig te beantwoorden vraag bij het jubileum:

Wat hebben wij voor de geest(elijke vrijheid) gedaan?

De tijd is rijp voor een nieuwe schoolstrijd

vindt Marianne Luyer, fractievoorzitter CDA Flevoland.

Bij de voordelen die minister Bussemaker opsomt van het door haar gevoerde beleid wil mevrouw Luyer een kritisch tegengeluid laten horen:

Haar beleid heeft bijgedragen aan te sterkte overheidssturing op:

output, financiën, cijfers, de invoering van het sociaal leenstelsel en het bij het onderwijs leggen van allerlei extra maatschappelijke taken.

De minister spreekt over het onderwijs als ‘emancipatiemachine’ en ‘verheffingsmachine’. Ook mag het onderwijs geen ‘sorteermachine’ worden. Allemaal woorden die verwijzen naar een idee dat het onderwijs mensen door een ‘machine’ haalt, waarmee mensen gelijk worden ‘gemaakt’.

Gelijkheidsdenken
Deze vorm van nastreven is een extreme vorm van gelijkheidsdenken; deze manier van denken gaat inmiddels leiden tot een onrechtvaardige en onvrije samenleving. Filosofen als Michael Sandel van de Harvard Universiteit vinden we aan onze zijde. Laten we het ‘machinedenken’ loslaten en oog krijgen voor de echte vraagstukken.

Trots op ons onderwijsstelsel: dat mogen we zijn. Het unieke karakter van bijzonder en openbaar onderwijs heeft bijgedragen aan de kwaliteit hiervan.

Dat onderwijs bijdraagt aan emancipatie, ontwikkeling en – zo u wilt – verheffing van mens en maatschappij, wordt ook in brede kring onderkend. Pluriformiteit en diversiteit zijn de wortels van ons onderwijsbestel. Verschil mag er zijn, en keuzevrijheid voor ouders.

Het lijkt erop dat deze waarden langzamerhand worden ingeleverd voor andere waarden: iedereen moet gelijk zijn. En daarom is het beter dat ieder kind opgevoed wordt door de overheid, 8 uur per dag, 5 dagen in de week, zo snel mogelijk vanaf geboorte. En de overheid bepaalt waar uw kind naar school (inclusief opvang) gaat.

Handig, want op deze manier leggen we alle verantwoordelijkheden voor opvoeding en ontwikkeling bij de overheid, en in het verlengde hiervan bij de docenten en alle andere mensen werkzaam in het onderwijs. Problemen als te weinig bewegen, geen ontbijt, gedragsproblemen, overgewicht: taak voor het onderwijs.

We belasten docenten hiermee onevenredig zwaar. Waar is de rol van de ouders en opvoeders gebleven?

Daar waar in de zorg en welzijnssector steeds sterker een beroep wordt gedaan op de eigen sociale omgeving, de kracht van het eigen netwerk, is het beleid op het onderwijsgebied nog altijd gericht op het organiseren van een totaalopvang en -aanbod van onderwijs, inmiddels in combinatie met kinderopvang en zorg. Staat dat niet haaks op elkaar?

Een nieuwe schoolstrijd
Het vraagstuk van vrijheid en verantwoordelijkheid doet denken aan het begin van ons moderne onderwijsstelsel. Toen streden politici uit christelijke kring voor het recht om onderwijs te mogen aanbieden gestoeld op christelijke identiteit, en voor de vrijheid van ouders om hun kinderen naar de school van hun keuze te sturen.

Ik ben van mening dat ook nu de vrijheid van onderwijs, de vrijheid om eigen keuzes te maken, de vrijheid om je eigen levenssfeer in te richten in het geding is. Dus ligt die uitdaging er weer.

Het gaat nu niet om christelijk of openbaar onderwijs, maar om een nog principiëlere vraag: van wie zijn onze kinderen: van de overheid, of van de ouders, verzorgers en docenten?

(In Trouw, 20-05-2016)

.

opspattend grind: alle artikelen

.

1149-1070

.

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (26)

.

opspattend grind

‘MUZIEKONDERWIJS VERBROEDERT’
.

In Trouw van 18 mei 2016 staat een heel aardig artikel over het muziekonderwijs in Zeeland en wel in Sint-Annaland. Op school Casembroot hoort de journaliste kleuters zingen, groep 4 blokfluitspelen en een orkestje repeteert.

Directeur Janet Hakkeling zegt: ‘Het verbroedert. Leerlingen die je op het schoolplein nooit samen ziet, staan tijdens de muziekles naast elkaar. De school is er een stuk gezelliger en rustiger op geworden sinds we zijn gestart met structurele muzieklessen.’

Uit het verslag blijkt dat maar 7% van het basisonderwijs wekelijks een muziekles geeft. (De vrijescholen scoren hier 100%, voeg ik eraan toe)

Uniek lijkt ook dat De Zeeuwse Muziekschool erbij betrokken is. Deze levert kennis die veel groepsleerkrachten (nog) niet hebben.

Ouders zijn blij, zoals Petra R. die met haar 8-jarige dochter liedjes zingt. ‘Het maakt mijn dochter vrolijk, ze neemt dat mee naar huis.’

Jan Hut, directeur van de Zeeuwse Muziekschool, wil dat de muziekles weer net zo belangrijk wordt als taal en rekenen……..

Rudolf Steiner:
Einem jungen Menschen wird viel für das ganze spätere Leben ent­zogen, dem in dieser Zeit nicht die Wohltat einer Pflege des musikalischen Sinnes zuteil wird.

Er wordt een mens voor zijn latere leven veel onthouden, wanneer hij als kind de weldadige werking van het muzikale in zijn opvoeding moet missen.
GA 34/339
Vertaald

.

mens en muziek

over het aanleren van het notenschrift

blokfluit spelen

Opspattend grind  [7]  [10]   [24]  [66]

Opspattend grindalle artikelen

1132-1053

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (25)

.

opspattend grindEnkele vrijescholen melden:

Weer een leuke film* over VS onderwijs;

De Vereniging Van Vrijescholen heeft een mooi filmpje gemaakt als introductie op het vrijeschoolonderwijs. Bekijk het hier.

Het filmpje begint met een kindje in de natuur. Is het op weg naar school? Idyllisch in het herfstbos? Dat zouden al die ouders ook wel willen, die zich iedere dag, een kind voorop en achterop de fiets door het drukke verkeer moeten worstelen om op school te komen.

Dan zien we een kind schrijven en we horen meteen kennelijk iets heel belangrijks voor het vrijeschoolonderwijs: ‘de scores zijn landelijk goed’.
Het kind is dus kennelijk aan het leren, maar heeft het zijn potlood al goed leren vasthouden?

voorlichtingsfilm

Zo moet het:
schrijfhouding 3

Dan wordt ons uitgelegd waar ‘vrij’ voor staat:

‘Vrij’ betekent dat de scholen de vrijheid hebben voor hun eigen visie op onderwijs en opvoeding en de leerkracht heeft de ruimte om dit in de praktijk te brengen.

Ik heb, vanaf de jaren 70 van de vorige eeuw niet anders meegemaakt dan dat de regelgeving van de overheid ‘het in de praktijk brengen‘ nog al in de weg stond en dat is er niet beter op geworden.

Of, zoals een Kamerlid zei: ‘De overheid bepaalt de regels en daarbinnen heeft het onderwijs enige speelruimte.’

Fractievoorzitter van het CDA Flevoland, Marianne Luyer, formuleert het zo:

‘Het beleid van minister Bussemaker heeft bijgedragen aan te sterke overheidssturing op output, financiën, cijfers, de invoering van het sociale leenstelsel en het bij het onderwijs leggen van allerlei extra maatschappelijke taken.’

En hoe gaat het in de bovenbouwen waar het lijkt dat het ‘examenspook’ de geest van het vrijeschoolonderwijs is geworden, met als gevolg dat wie havo doet en slaagt, na de 11e klas van school gaat. Exit 12e klas!

Even later zien we nog een leerkracht die voor het bord iets doet met een boek in de hand. Geeft hij les of leest hij voor. Dat laatste wordt gesuggereerd, want op het bord bewegen Sint-Joris en de draak. Ha, tweede klas of….?

voorlichtingsfilm

Ik weet het (weer) niet en dat is toch vreemd als je wordt voorgelicht.

Ik stel me bij een bordtekening van St.-Joris meer dit voor:

Michael 1

En bij het boek in de hand moest ik denken aan wat Rudolf Steiner opmerkte over lesgeven vanuit een boek:

‘(  ) maar ik zou razend kunnen worden wanneer ik een leraar of lerares met een boek voor de klas zag staan. Bij het lesgeven moet alles innerlijk zijn, moet alles vanzelfsprekend zijn.
GA 310/61
vertaald/65

‘Ik zei al dat het me altijd tegenstaat als ik zie dat men de huidige, op de wetenschap georiënteerde leerboeken in de school haalt en daar het onderwijs naar inricht.’
GA 310/72
vertaald/76

‘Maar deze manier van onderwijs geven krijgt nog een ander gezicht als je weet hoe imponderabilia, – onweegbare zaken – werken en als je er rekening mee houdt dat het onderbe­wuste in het kind nog sterker werkt dan bij de mens op latere leeftijd. Dit onderbewustzijn is verschrikkelijk slim. En wie in het geestelijk leven van het kind kan schouwen, die weet ook het volgende: wanneer er een klas is waarin de leraar met zijn aante­keningen rondloopt die de kinderen wil bijbrengen wat die aan­tekeningen inhouden, dan hebben de kinderen altijd het oordeel: ja, waarom moet ik dat weten? Hij weet dat zelf niet eens! – Dat stoort het onderwijs enorm, want het komt vanuit het onderbe­wuste  naar boven. Van zo’n klas die je met aantekeningen in de hand lesgeeft, komt weinig terecht.’
GA 310/77
vertaald/80

Voorlichten valt niet mee, kennelijk

Er zijn meer filmpjes:
o.a. [1]  [2]  [3]

*Korte animatiefilm over de vrijeschool.
Door filmmakers van Trenchcoat in opdracht van de Vereniging van vrijescholen gemaakt.
De film schetst een paar uitgangspunten van de vrijeschool.
Kijk voor meer informatie op http://www.vrijeschoolonderwijs.nl of bezoek een vrijeschool in de buurt.

alle grindjes

1124-1045

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (24)

.

opspattend grind

Onderwijsminister Jet Bussemaker bracht onlangs een bezoek aan een basisschool – geen vrije-. Ze werd toegezongen door groep 1 en 2 – de kleuters – :’Goedemorgen mevrouw de minister’.

‘Hallo, ik ben Jet’.

De kleuters kregen belletjes uitgedeeld  in groen, blauw, geel, oranje en rood: elke kleur vertegenwoordigt een andere toonsoort.

En met handgebaren demonstreerden ze ‘hand hoog’: de hoge tonen en ‘hand laag’ de lagere.

Het schijnt – volgens het bericht waaraan ik deze gegevens ontleen – ‘dat scholen met een eigen muziekleerkracht een zeldzaamheid zijn.’

De minister vindt dat cultuur weer een speerpunt in de klas moet worden.

Om te zorgen dat muziek weer een vanzelfsprekenheid wordt, is er door het kabinet tot 2020 25 miljoen euro vrijgemaakt voor beter muziekonderwijs op basisscholen.

Er is veel vraag naar: het Fonds voor Cultuurparticipatie die de subsidies toekent, dacht voor 2016-2017 300 aanvragen binnen te krijgen, maar het werden er 780.

Op de school die de minister bezocht, vindt men ‘rekenen en taal natuurlijk heel belangrijk’, maar ook ‘dat het goed is om af en toe óók die andere hersenhelft even aan het werk te zetten.’

In groep 7 en 8 ‘gooit de juf af en toe tien minuten muziek in haar lessen, als ze merkt dat de kinderen moe worden.’

‘Helpt het?’, wil de minister weten. ‘Ja!”, klinkt het enthousiast.

De minister: ‘We moeten alleen nog een manier bedenken waarop we muziek en sport ook een rol kunnen laten spelen in de Citotoets.’

Bron: Eindhovens Dagblad, 10-05-2016
.

Meer over muziek: opspattend grind [7]  [10]   [26]

Muziek op de vrijeschool:
mens en muziek
blokfluit spelen
over het aanleren van het notenschrift

muzieklescelloworkshop op een vrijeschool

muziek (en meer) op de vrijeschool Alkmaar

muziek (percussie) op de vrijeschool Alkmaar

koor vrijeschool Zutphen; meer

koor vrijeschool Den Haag
Mooi! En zo’n muziekstuk dat je ‘binnenstebuiten’ kent blijft je hele leven bij je. Wij zongen diverse stukken met het Haagse schoolkoor en ik kan 30 jaar later nog alles meezingen. Dat is echt geweldig. Het staat je bij in gelukkige en verdrietige momenten van je leven. Zo goed dat de Vrije School dat doet! Wat een mooie basis om op voort te bouwen!

De 4e en 5e klassers van de Vrije School Assen zongen dit mooie lied op vrijdagavond twee dagen voor St Maarten in het centrum van Assen.

Rudolf Steiner over muziek:

Denn nicht vergessen sollte werden, daß alles Plastisch-Bildnerische auf  die Individualisierung der Menschen hinarbeitet, alles Musikalisch-Dichterische dagegen auf die Förderung des sozialen Lebens.

Niet vergeten moet worden dat al het plastisch – beeldende werkt aan de individualiteit van de mens, maar al het muzikaal-dichterlijk daarentegen bevordert het sociale leven.
GA 294/46
Vertaald

Durch das Musikalische werden vor allen Dingen die Kinder ver­innerlicht
Door het muzikale krijgen de kinderen boven alles een meer innerlijk leven.
GA 301/93
Op deze blog vertaald/93

Shakespeare:
De mens die geen muziek kent in zichzelf, Of niet ontroerd wordt door een mooi akkoord. Is rijp voor list, vernielzucht en verraad. Zijn zielenroerselen zijn dof als de nacht, Zijn handelingen duister als de hel. Vertrouw zo iemand nooit. – Hoor, die muziek.
(De koopman van Venetië – V-1 -vert. Gerrit Komrij)

.

blokfluit spelen

mens en muziek

over het aanleren van het notenschrift

Opspattend grind  [7]  [10] [26] [66]

Opspattend grindalle artikelen

1117-1038

.

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (22)

.

In Gent woont Jorien en haar man André.

Ik ken ze niet, maar uit hun blog blijkt dat ze enthousiast zijn over antroposofie en dat ze hun kind(eren) willen opvoeden met de gezichtspunten die vanuit de antroposofie over opvoeding kunnen worden gehaald.

Ze willen voor ieder een lichtend voorbeeld zijn en schrijven ook over het onderwijs:

blog uit Gent 1

En na de bestudering van de blog:

blog uit Gent 2

Bron: de blog van Jorien:
(op zeker ogenblik niet meer oproepbaar)

blog uit Gent 3

Ik zou dit artikeltje niet hebben geplaatst als ik Jorien zelf had kunnen bereiken, maar haar blog geeft geen mogelijkheid tot reageren.

Misschien is ze te achterhalen met de tamtam?

opspattend grind: alle grindjes

1069-991

.

.

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (21)

opspattend grind

Toen ik op de vrijeschool Den Haag mijn werk voor de klas begon, zaten alle klassen van 1 t/m 12 onder één dak. Ook de kleuters waren heel dichtbij.

Leerkrachten van de bovenbouw (de middelbare school) gaven ook les in de lagere klassen en zo leerde je als 1e-klasser je ‘muziekmeneer’ kennen bij wie je later in het bovenbouwkoor zong.

Dat ‘later’ was voor de kleinere kinderen iets om eerbiedig naar te kijken: in de 10e klas mocht je bij een maandfeest op het grote podium salto’s maken en met advent stonden de ‘grote meisjes en jongens’ (11e, 12e klas) langs de trap en zongen zacht prachtige liederen, terwijl de ‘kleintjes’ stilletjes aan hen voorbij liepen naar de grote zaal.

De leerlingen van de bovenbouw kregen de vrijeschoolvakken optimaal; er werd laat gesplitst naar mavo/havo/vwo; vroege keuzes voor een ‘pakket’ hoefden niet te worden gemaakt; de examendruk was mild: er was een ’13e klas’ waarin je eindexamen deed.

Maar het spook van de onderwijsvernieuwing (die steeds maar bleek geen echte vernieuwing te zijn) ging ook niet aan de vrijescholen voorbij: in Den Haag bijv. verdween het ‘alles-onder-één-dak’ principe.

En wat vermeldt Trouw op 27-02-2016:

amsterdam wil school voor 0 – 18-jarigen

“Amsterdam wil meer experimenteren met nieuwe schoolvormen. De onderwijsplannen van het kabinet gaan niet ver genoeg, zei het gemeentebestuur gisteren. Zo wil Amsterdam kijken of een school kan worden opgezet voor nul tot achttien jaar.
‘Dat is een behoefte van ouders en schoolmakers. Geen scheiding tussen kinderopvang en basisschool en tussen basisschool en middelbaar onderwijs. Kinderen hoeven geen vroege keuze te maken. Ze hebben hun hele jeugd dezelfde leraren in dezelfde omgeving’, zegt een woordvoerder.”

alle grindjes

1050-973

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (20)

opspattend grind17 scholen?

Het zal wel toeval zijn, denk ik.
Op 27 februari – 155 jaar geleden dat Steiner werd geboren – vermeldt dagblad Trouw:

Plan staatssecretaris Dekker nekt tientallen scholen

Veel vrijgemaakte, maar ook antroposofische en een joodse school zouden verdwijnen

Sander Dekker wil grondwetsartikel 23 moderniseren. Hij vindt dat het onderwijsstelsel ‘op slot’ zit; dat het na 99 jaar behoorlijk gedateerd is. Het kwam tot stand in een samenleving die verzuild was, maar dat nu niet meer is.

Met de door hem voorgestelde wet verdwijnen eerder scholen dan er nieuwe bij komen. Dat zeggen onderwijsdeskundigen na bestudering van het voorstel.

Als een school niet door de overheid wordt opgericht, kan een andere school alleen van de grond komen als deze tot een levensbeschouwelijke richting behoort.

Daarom – zeg ik – heeft de toenmalige Bond van vrijescholen noodgedwongen moeten kiezen voor de richting antroposofie. En dat, terwijl er geen sprake is van een ‘antroposofische’ school: een school waarin antroposofie als levensbeschouwing zou worden uitgedragen, zoals  gereformeerde, islamitische of joodse scholen hun levensbeschouwing propageren.

Dekker wil van die richtingen af. Hij vindt ze te star.

De staatssecretaris wil een modernere invulling van het begrip ‘richting’, zoals dat in de grondwet staat. Hij wil dat ook een pedagogische visie een solide basis kan bieden om een school te beginnen.

Het wetsontwerp waarin dat mogelijk wordt, lag volgens Trouw 27 en 28 februari nog ter ‘internetconsultatie’, zoals dat heet. Burgers en belanghebbenden konden er op reageren.

Kamerlid Eppo Bruins van de ChristenUnie: “Als dit wetsvoorstel op dit moment zou worden aangenomen, dan zouden zo’n 100 scholen verdwijnen.

De analyse van Bruins wordt bevestigd door Paul Zoontjes, hoogleraar
onderwijsrecht aan de universiteit van Tilburg:

‘Van de scholen die het mogelijk niet redden is het merendeel gereformeerd vrijgemaakt of reformatorisch. Ook zijn 13 antroprosofische* scholen, plus vier nevenvestigingen (= 17}, een hindoeïstische en de joodse school in Amsterdam bedreigd.’

Wel tekent hij aan dat scholen tien jaar de tijd krijgen om zich aan te passen, samen te werken of te fuseren.

Ik kan (nog) niet nagaan of de Vereniging van vrijescholen gereageerd heeft op de ‘internetconsultatie’ en hoe.**

De staatssecretaris wil dat ook een pedagogische visie een solide basis kan bieden om een school te beginnen.

Een unieke kans voor de vrijescholen om hun pedagogische visie nog meer bekendheid te geven. Als – volgens de staatssecretaris – een pedagogische visie een solide basis kan bieden om een school te beginnen, dan gaan die 17 vrijescholen niet verdwijnen – ze zouden nog weleens een voorbeeldfunctie kunnen krijgen……

*zetduiveltje of moeilijk woord?
**

alle grindjes

Artikel in Trouw met reacties

voorstel Dekker

1035-960

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (19)

.

opspattend grindIn verschillende artikelen heb ik opgemerkt dat je het ‘echte’ kind pas ziet, wanneer het bewegen kan. Het is in hoge mate een beweger, een wilswezen.
Dat is één van de vrijeschooluitgangspunten bij het leren vanuit beweging, vanuit activiteit.

Steiners voortdurend benadrukken van dit feit is ook na ca 100 jaar nog even waar en zal dat voorlopig wel blijven.
Maar het is niet alleen een waarheid in de tijdstroom, ze blijkt ook over de wereld  ‘in de ruimte’ even waar. Een mondiale waarheid!

===

Op het plein zijn kinderen hetzelfde

James Mollison fotografeerde schoolpleinen in twintig landen.

Kinderen gedragen zich wereldwijd op het schoolplein bijna identiek, ontdekte hij.

Springen, vallen, duwen, trek­ken, donderjagen. Op het schoolplein heerst een perma­nente staat van opwinding. Er wordt niet alleen gespeeld, de orde wordt er bevochten, toont fotograaf James Mollisson in zijn reeks ‘Playground.

“Het is een van de eer­ste plekken waar je als kind vrijheid ervaart. Waar je je staande moet houden zonder dat ouders een oogje in het zeil houden.”

Zijn eigen herinneringen aan school komen niet uit de klas, realiseerde Mollisson zich een paar jaar geleden, maar van het schoolplein. Voor zijn project ‘Playground’ fotografeerde Mollison (geboren in Kenia, opgegroeid in En­geland) tussen 2010 en 2014 daarom zestig schoolpleinen in twintig landen, van Noorwe­gen tot Bhutan, van Bolivia tot China.

Eerder legde hij de slaapkamers en -plekken van kin­deren over de hele wereld vast in de reeks ‘Where children sleep’ (2010).

Zijn eigen schoolpleinherinneringen? “Als ik eraan terugdenk, voel ik een mix van emoties. Van uitzonderlijk plezier, maar het is ook de plek waar ik me angstiger heb gevoeld dan ooit daarna.”

Pesten, gevaarlijke spelletjes of acrobatische toeren, het gebeurt gewoon op het schoolplein. Toezicht of geen toezicht. Leerlingen gaan hun eigen gang, zag Mollison.

“Op sommige scho­len werden kinderen totaal vrijgelaten en aangemoedigd om in bomen te klimmen, maar op één school was het verboden om een hand­stand te maken. Daar hielden de kinderen zich niet aan, gelukkig.”

Er waren meer overeenkomsten, ontdekte Mollison. De omgeving, de staat van de school­gebouwen en de faciliteiten waar kinderen toe­gang toe hadden, verschilden enorm. Maar het gedrag van kinderen en de spelletjes waren op een chique privéschool in Groot-Brittannië het­zelfde als op scholen in Kenia of India.

Op vrijwel elke foto ligt wel een kind op de grond. Meestal zelfs meer dan één. “Als volwas­sene vergeet je dat. Je botst nooit meer zo hard tegen iets dat je omvalt, maar als kind over­komt het je voortdurend.”

Alleen op Chinese scholen in de grote steden ging het er anders aan toe. Daar waren vaak niet eens speelplaatsen, vertelt Mollison. “Zij hadden geen speelkwartier, maar work-outs. Een combinatie van stretchoefeningen en
ae­robics, met een docent voor de klas die instruc­ties geeft. Dat was hun pauze. Het interessante was niettemin dat ik voor en na die sessies het­zelfde gedonderjaag zag als overal.”

De foto’s lijken haast geënsceneerd, maar dat zijn ze niet, benadrukt Mollison. Hij maakte een soort timelapse: tijdens één schoolpauze schoot hij een reeks beelden. Later combineer­de hij in sommige gevallen verschillende mo­menten tot één beeld. Zo staat een jongetje op het Keniaanse schoolplein op het punt om een pen de lucht in te gooien, maar kijken zijn klasgenootjes al verwachtingsvol naar de lucht. ‘Enhanced reality’, versterkte werkelijkheid, noemt Mollison dat. “De beelden zijn een waar­heidsgetrouwe weergave van wat er gebeurde, ik heb er geen kinderen bijgeplakt. Zie het als een ‘timelapse in a single frame’.”

Scholen stonden bepaald niet in de rij om mee te werken: te druk, gedoe, geen toestem­ming van de ouders. En ook leerlingen wezen hem soms af. Zo kreeg hij op een middelbare school in Londen een beveiliger mee. Niet om hem in de gaten te houden, maar om de kin­deren die ‘pervert’ riepen en hem met ballen bekogelden op afstand te houden.

Noorwegen maakte de meeste indruk op de fotograaf. “Als ik zelf opnieuw moest kiezen, of voor mijn zoontjes die over een paar jaar naar school gaan, dan koos ik daarvoor. Weer of geen weer, de kinderen gingen er naar bui­ten, waar ze in bomen konden klimmen. Dat deed ik als kind het liefst.”

Bron: Trouw, 13-05-2015

Mollison ‘Playground

Zie Opspattend grind   [60]  [86]  [102]

Opspattend grind: alle artikelen

Opvoedingsvragen: alle artikelen

.

1030-955

.

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (17)

opspattend grind

‘GEZONDMAKEND ONDERWIJS’

Buikpijn door stress van school

ZWOLLE. Spanningen op school veroorzaken vooral in november en maart bij kinderen hoofdpijn, buikpijn en gewrichtsklachten. In die maanden kloppen fors meer leerlingen aan bij het ziekenhuis.

Dat kinderziektes zoals bronchitis en astma vooral tijdens de maanden voorkomen die eindigen op de ‘r’„ was bekend. Nu blijken ook klachten als hoofdpijn, migraine, buikpijn, vermoeidheid en gewrichtspijnen seizoensafhankelijk te zijn.

Dat stellen onderzoekers van het Amalia Kindercentrum in Zwolle. Zij spitten de patiëntdossiers van meer dan vijftigduizend kinderen tot 18 jaar door. Ze analyseerden met welke klachten de patiënten in het ziekenhuis kwamen en in welke maand. De onderzoekers zagen zes jaar achter elkaar een piek in november en maart van het aantal kinderen met onder meer buikpijn en hoofdpijn. Terwijl de spreekuren van de kinderartsen tijdens de zomermaanden juist opvallend rustig waren.

De kinderen krijgen gezondheidsklachten door spanningen op school, verklaren de onderzoekers. Want bij patiënten tussen o en 4 jaar ontbreken die seizoenspieken. „We zien de klachten echt bij schoolgaande kinderen”, concludeert Jolita Bekhof, een van de onderzoekers.

Maar waarom kloppen kinderen juist in november en maart bij de kinderartsen aan? „Stress bouwt zich op”, verklaart Bekhof. „Tijdens de zomermaanden zijn ze ontspannen. In november krijgen leerlingen meestal hun eerste rapport of horen ze of ze het gewenste niveau halen.” Ze krijgen zoveel stress dat ze ruim 13 procent vaker met klachten naar het ziekenhuis komen. Hét aantal jonge patiënten is in maart zelfs 34 procent hoger. „Dan merk je dat leerlingen stressen over de vraag of ze hun examen wel gaan halen of dat ze over mogen naar de volgende klas”, aldus Bekhof.

Het Amalia Kindercentrum wil aanvullend onderzoek doen naar eventuele andere oorzaken. Want school is niet de enige factor die stress bij kinderen veroorzaakt, zo beseffen de onderzoekers. Bekhof: „Je ziet dat soms andere problemen spelen. Sommige ouders vragen bijvoorbeeld veel van hun kinderen, zonder dat ze het zelf door hebben. Dat kan ook meespelen.”

Eindhovens Dagblad 19-12-2015

Rudolf Steiner:
Ik zou u er allereerst op willen wijzen dat heel onze vrijeschoolpedagogie een therapeutisch karakter draagt. Heel de onderwijs- en opvoedingsmethode zelf is er op gericht dat deze een gezondmakende (gesundend) invloed op het kind heeft. Dat betekent wanneer je de pedagogische kunst zo vormgeeft dat op ieder ogenblik in de ontwikkeling van de menswording van het kind het juiste wordt gedaan, dat dan  in de opvoedkunst, in het pedagogisch omgaan met de kinderen iets gezondmakends zit.

Rudolf Steiner: gezondmakend onderwijs

opspattend grind: alle artikelen

1007-933

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (16)

.

opspattend grind

‘Kinderen leren vooral wanneer ze echt spelen’

Jonge kinderen worden veel te vroeg aan een tafeltje gezet voor lesjes in taal en rekenen.

Ze moeten spelenderwijs leren, vindt lector Jonge Kind Annerieke Boland.

In een interview in het dagblad Trouw van 07-01-2015 zegt mevrouw Anneriek Boland, lector Jonge Kind (Hogeschool iPabo, Amsterdam/Alkmaar:

‘Op de peuterspeelzaal, in de kinderopvang en in de eerste jaren van de basisschool wordt ten onrechte onderscheid gemaakt tussen spelen en leren. Dat leidt tot een eenzijdige focus op lezen, schrijven en rekenen. Spelend leren zou veel beter werken.’

“In de praktijk zie je dat de leerkracht regelmatig groepjes kinderen aan een tafeltje zet om ze, ter voorbereiding op groep 3, bijvoorbeeld te leren tellen of letters herkennen. Dan worden er vaak werkvormen ingezet die niet passen bij jonge kinderen, zoals werkbladen en toetsen. Ze zouden veel meer opsteken als de leerkracht ze observeert en stimuleert in de speelhoeken. Daar liggen de echte ontwikkelingskansen. Leer ze woorden als ze in de bouwhoek een garage bouwen, leer ze een kind opmeten als ze doktertje spelen, leer ze rekenen en wat letters opschrijven als ze winkeltje spelen.”

“Er wordt vaak gedacht dat lesjes effectief zijn. Maar de vraag is of dat zo is. In zo’n setting leren jonge kinderen vooral nadoen wat juf of meester voordoet, ze kopiëren. Ze leren op zo’n manier maar één ding tegelijk. Ze nemen het niet echt op, kunnen het moeilijk toepassen buiten dat lesje aan tafel. Laat ze zich spelenderwijs de wereld eigen maken. In spelsituaties komen ze de dingen tegen die ze echt willen leren, en kunnen er meteen mee aan de slag.”

De term ‘spelenderwijs’ leren is echt aan vervuiling onderhevig. Er wordt van alles op de markt gebracht: lesjes verpakt als spelletjes. Maar kinderen leren vooral wanneer ze echt spelen.”

“VVE, de vroegschoolse educatie, is bedacht om kinderen zonder taalachterstand aan groep 3 te laten beginnen. Na de roep om geletterdheid volgde die op gecijferdheid.

Er leeft het idee van: als dat maar gebeiteld zit, dan komt het wel goed met dat kind. Dus: zoveel mogelijk aan dat tafeltje leren. Dat is doorgeslagen. Kinderen kunnen die vaardigheden ook leren als onderdeel van hun spel en dan vinden ze het zelf ook waardevol. Daarnaast leren ze door te spelen belangrijke vaardigheden als samen plannen maken en problemen oplossen

“Storm niet met veel kabaai een speelhoek in met plannetjes wat je die kinderen allemaal moet leren, want dan verstoor je het spel. wordt het alsnog een lesje. Zorg voor uitdagende speelhoeken, leef je in in het spel van de kinderen. Verdiep en verrijk dat spel waar dat kan, met de leerdoelen voor ogen. Wees flexibel en creatief. En vertrouw het kind: dat wil onderzoeken en ontdekken, het geeft zelf aan wat het wil leren.”

Een moeder in een ingezonden brief in Trouw 24-09-2021

Opvoeding

Vol verbazing heb ik het artikel gelezen over een lage balvaardigheid bij kleuters (Opvoeding & onderwijs, 22 september). Ik kom uit het onderwijsveld en concludeer dat er te veel van kleuters wordt geëist. Laat kinderen spelen, daar leren ze het meeste van. De kleuter in het verhaal wordt voorgedragen voor motorische remedial teaching. Dit is eerder het gevolg van te veel moeten, ook na schooltijd, en van de schermtijd. Kinderen worden sociaal vaardig door met andere kinderen te spelen. Geef ze thuis een bal, tekenspullen, verkleedkleren en dergelijke, om de fantasie te prikkelen. Ik snap best dat ouders tijdens de lockdown geen tijd hadden om met de kinderen bezig te zijn. Maar je bent niet de hele dag aan het werk. Er wordt al te veel van de opvoeding overgelaten aan de kinderopvang en scholen. En voor het onderwijs: test minder. Daar worden kinderen gelukkiger van en het zorgt voor minder werkdruk bij het personeel. Niet alle kinderen hoeven overal gelijk te scoren. Grietje Assies Harderwijk
.

leermiddelenindustrie en spel

laat dat kind toch lekker spelen!

kleuters leren meer van spel dan van school

kleuterjuf Erica Ridzema

vroeg leren funest voor ontwikkeling jong kind

Opspattend grind: alle artikelen

spel: alle artikelen

Rudolf Steiner over spel:

‘Daarom is het van doorslaggevende betekenis om als pedagoog, opvoeder het spelen van een kind zo te leiden: te kijken wat er uit het kind komt, te sturen wat er niet uit moet komen, omdat het kind daardoor ongeschikt zou worden voor het latere leven.  Want je geeft het kind, wanneer je zijn spel in zijn meest prille leeftijd op de juiste manier leidt, iets mee voor de praktijk van het leven zoals zich dat pas in de twintiger jaren vormt. Het hele leven van de mens hangt samen en wat wij in de jeugd in de kinderziel planten, komt pas veel later in het leven tevoorschijn, op de meest verschillende manieren gemetamorfoseerd.’
GA 297A-52/53
Op deze blog vertaald-52/53

1000-927

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (13)

.

WAT IS TALENT?

het zit in ieder van ons

iedereen heeft dat ene vlammetje in zich.

het maakt ons tot wie we zijn.

WIE BEN JE?

WAT WIL JE NOU ECHT?

zijn jouw dromen wel van jou?

of droom je die van een ander?

wie je bent is niet bepaald door waar je vandaan komt.

het gaat erom waar je naar toe wilt.

HET LEVEN IS GEEN RECHTE WEG

je zal zelf de richting moeten bepalen

en je eigen pad kiezen

DURF TE VERANDEREN

blijf je zelf uitdagen

Of je nu 18, 32 0f 58 bent.

LAAT ONS HELPEN JOUW TALENT TE ONTDEKKEN,

ZODAT JIJ KUNT WORDEN WIE JE BENT

RANDSTAD – UITZENDBUREAU

(met dank aan de vrijeschool?)

.

Opspattend grind: alle artikelen

Menskunde en pedagogie: alle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

891-822

.

.

.

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (11)

.

MR. KANAMORI

Columniste Suzanne Groeneveld schreef in het ED van 15 september 2012 in haar rubriek ‘THUIS’ een stukje met de titel ‘SCHOOLMEESTER’.

Zij gaf een interview weer dat zij had met een leerkracht van de school van een van haar kinderen. (geen vrijeschool)

Er was haar één uitspraak van de schoolmeester bijgebleven:
‘Ieder kind heeft een sleutel en het is de taak van de leraar om die sleutel te vinden en het kind te openen.’

Zij moest aan dit interview denken toen zij later naar een andere schoolmeester luisterde: Mr. Kanamori uit Japan.

Ze schreef:
“Wat mr. Kanamori zo spe­ciaal maakt? Hij vindt het belangrijk om zijn kinde­ren kennis bij te brengen, maar nóg belangrijker dat ze gelukkig zijn. Dat ze ‘glanzen’. Daarom laat hij ze praten en schrijven over emoties. Pesten wordt met­een de kop ingedrukt. Mr. Kanamori leert zijn kinderen om de zintuigen te gebruiken, hij laat ze zien, horen, rui­ken, proeven, aanraken. Daarom neemt hij ze mee naar buiten als er een regen­boog aan het firmament hangt, als het sneeuwt in de winter of als het regent in de zomer, want wat is er lekkerder dan springen, rollen en dansen in de modder? De tassen met extra kleren heeft ieder kind naast zijn tafeltje staan. Mr. Kanamori is een inspirerend voor­beeld voor veel docenten en docenten in de dop. Een paar van zijn uitspraken: ‘Als een kind niet gelukkig is, is nie­mand het’, ‘Vergeet nooit het kind dat je zelf was’ en ‘Laat kinderen toe in je hart, er kan altijd nog iemand bij’. ‘Zo zou in Nederland ook les gegeven moeten worden’, las ik op Twitter. Jaze­ker, zo zou in Nederland ook les gege­ven moeten worden. Waarom dat niet gebeurt? Omdat bij ons te veel tijd verlo­ren gaat in vergaderen, rapporteren, om­dat door bezuinigingen steeds minder kan, omdat klassen te groot zijn en het aantal extra-aandachtskinderen groeit. Aan de mensen in het onderwijs ligt het niet. Onder hen zijn heel veel Kanamori’s te vinden, dat weet ik zeker. Oudere docenten, die al lang meedraaien, maar ook net afgestudeerden, die staan te po­pelen om aan de slag te kunnen. Maar die moeten wel aangemoedigd worden én kansen krijgen. Alleen als een bodem vruchtbaar is, gaan plantjes groeien. En alleen dan kunnen al die leraren doen wat de meester uit mijn laatste school­krantinterview veertig jaar met succes deed: de sleutel vinden om elk kind te openen.”

Rudolf Steiner:
‘Een heilig raadsel wordt de wordende mens daardoor, een heilig raadsel dat we ieder uur willen oplossen. Wanneer we op deze manier met onze pedagogische kunst ons in dienst stellen van de mensheid, dan dienen we dit leven, uit grote interesse voor dit leven.’
GA 297 /180
Op deze blog vertaald/180

Meer over ‘het kind als raadsel’

Meer over Mr. Kanamori

Opspattend grind: alle artikelen

.

782-717

.

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (10)

In deze rubriek is plaats voor wat me opviel in kranten- en tijdschriftartikelen, brochures enz. aan pedagogisch nieuws, pedagogisch-didactische opvattingen. Wel zoveel mogelijk bezien tegen de achtergrond van de vrijeschoolpedagogie. Het is niet mijn bedoeling een onderwerp helemaal te bespreken, te analyseren.


opspattend grind‘Zingen, dat is beter dan muziekonderwijs’

betoogt Evert Bisschop Boele, lector aan het Prins Claus Conservatorium.

‘Muziek is te veel een zaak van experts geworden. Terwijl iedereen kan zingen. Investeer daar dan ook in.’

Jarenlang heeft Nederland geïnvesteerd in het marginaliseren van muziekles op de basisschool. Muziek is inmiddels opgeslokt door een abstract en amorf ‘leergebied kunst­zinnige oriëntatie’ waarin het gaat om ‘gevoelens en emoties uitdruk­ken’, ‘communiceren’ en ‘reflecte­ren’. En, oh ja, om ‘enige kennis’. De invulling daarvan wordt geheel over­gelaten aan de school en de onder­wijzers, die ondertussen met Cito-scores en Pisa-resultaten om de oren worden geslagen. Ook op vele peda­gogische academies is het vak mu­ziek gemarginaliseerd. En de resulta­ten in het basisonderwijs zijn ernaar.

[PHAW]: Het is wel jammer en ook een tekort dat de vrijescholen hier niet worden genoemd. Wat ik hierover verder wil zeggen, vind je hier.

Maar het tij keert. Vrijdag* maakte minister Bussemaker (onderwijs) be­kend dat er 25 miljoen uitgetrokken wordt voor verbetering van het mu­ziekonderwijs op basisscholen. Joop van den Ende levert nog eens 25 mil­joen en ook het Oranje Fonds springt bij. Fantastisch nieuws, zeker waar de minister meldt dat met het extra geld ook de deskundigheid van de onderwijzers wordt bevorderd. De minister zegt: “Ze missen vaak het zelfvertrouwen om bijvoorbeeld te zingen voor en met de klas”.

Specialisme

Inderdaad, de kern van het probleem is dat we van muziek, het wonder­baarlijke en vanzelfsprekende ver­schijnsel dat in het dagelijks leven van vrijwel iedereen zo’n belangrijke rol speelt, een specialisme hebben gemaakt. Muziek wordt het liefst overgelaten aan de expert – en dus niet aan de juf of meester zelf. Dat is trouwens een algemeen maatschap­pelijk verschijnsel. Het Vocalisten Concours in Den Bosch, maar ook ‘The Voice of Holland’, leren ons dat alleen de besten door mogen. En ‘Holland’s Got Talent’ leert ons wat we doen met de minder getalenteer­den: uitlachen en afzeiken.

Dat moet veranderen. Ik geef de mi­nister graag drie adviezen. Ten eer­ste: investeer niet in muziekonder­wijs, investeer in zingen, de toegan­kelijkste vorm van muziek maken. Iedereen kan het, iedereen doet het: in voetbalstadions, op verjaardags­feestjes, onder de douche. Vroeger stond niet ‘muziek’ maar ‘zingen’ op het rooster. Misschien moeten we daar eerst naar terug. Pas als er in de klas weer luidkeels en met plezier gezongen wordt, kunnen we nadenken over instrumenten in de klas, over componeren en improviseren, over ‘reflecteren’ en ‘enige’ kennis. Ten tweede: zet niet alleen in op wat de minister “eigentijdser muziekonderwijs” noemt. Zingen kan bevolkingsgroepen en generaties verbinden, en dat is hard nodig in onze samenleving. Daarvoor is een gezamenlijk te zingen repertoire onontbeerlijk. Repertoire moet zichzelf voortdurend aanpassen aan de tijd, maar we leven ook in het verlengde van onze voorgangers. Als de kinderen met Sint- Maarten de de deuren langsgaan, schept het een band als niet alleen de ‘Sint-Maartens-Blues wordt gezongen, maar we elkaar ook herkennen in de koeien die staarten hebben en de meisjes die rokjes aan hebben. Anachronistisch, zeker, maar zonder anachronismen wordt ons bestaan wel érg a-historisch

Kunstenaars in de klas

En ten derde: leer de juffen en meesters weer zingen. Niet door lessen zangtechniek en notenlezen, maar door ze te leren vertrouwen te hebben in zichzelf als muzikale persoonlijkheid. Zodat ze weer het gevoel krijgen dat ze mógen zingen in de klas. Dat moeten ze leren op de pedagogische academie. Dus, minister, stop even met investeren in het brengen van ‘kunstenaars in de klas’ sleutel eerst aan het échte probleem. Zorg dat muziek – en vooral zingen – op de pedagogische academies de ruimte krijgt. Want daar begint het! Als we dan over tien jaar merken dat onze scholen weer zingende scholen worden, hebben we een enorme eerste stap gezet.

(Bron: dagblad Trouw, *29-10-2014)

.

Die ‘zingende scholen’ bestaan al: de vrijescholen. En al hééééél lang. Zo lang, dat sommigen menen dat het leerplan ‘dan wel achterhaald’ zal zijn.

Maar, door de ogen van Evert Bisschop Boele, duurt het nog minstens tien jaar eer ‘het onderwijs’ het niveau van het vrijeschoolmuziekonderwijs zal hebben benaderd.

Zo’n krantenberichtje maakt het weer heel concreet: de juffen en meesters zijn nog geen ‘kunstenaars’. 

Vrijeschooljuffen- en meesters hebben wél de opdracht het te worden:

Steiner:

‘Want opvoeden en onderwijzen kan de mens alleen maar wanneer hij, wat hij moet ontwikkelen, moet vormen, begrijpt, zoals de schilder alleen schilderen kan wanneer deze de kwaliteit, het wezen van de kleur kent; de beeldhouwer alleen maar werken kan wanneer hij het wezen van zijn materiaal kent, enz.
Wat voor de kunst in het algemeen geldt, die met concrete materie werkt, zou dat niet opgaan voor die kunst die met de edelste materie werkt die de mens maar in handen krijgt: de mens zelf- hoe die wordt en zich ontwikkelt.’
GA 308/9  
Vertaald: ‘De wordende mens‘ blz. 21/22

‘Alle methodiek moet in een bad van kunstzinnigheid gedompeld zijn.’

Opvoeding en onderwijs moeten tot een ware kunst worden.’
GA 294/11    
Vertaald: ‘Opvoedkunst‘ blz. 12

‘Alleen uit echte menskunde kan een echte onderwijs- en opvoedkunst ontstaan.’
GA 297A/50  
Op deze blog vertaald

( ) ‘Maar dat doen we ook met het muzikale, zodat het kind er van het begin af aan aan went een of ander instrument te bespelen. Daardoor kan het kunstzinnig gevoel in het kind opgewekt worden.’
GA 294/11
Vertaald: ‘Opvoedkunst‘ blz. 12


Muziek
: alle artikelen

Opspattend grind  [7]  [24]   [26]  [66]
Opspattend grind: alle artikelen

Menskunde en pedagogie: alle artikelen

Vrijeschool in beeld; alle beelden

746-683

.

.