Tagarchief: verkoudheid

VRIJESCHOOL – Opvoedingsvragen (12-2/2)

.

bron onbekend

.

Snotverkouden, steeds maar weer
.

Heel jonge kinderen zijn veel vaker verkouden dan volwassenen. Bij sommigen van hen stromen de grote groengele snottebellen zelfs onophoudelijk uit de neus. Antibiotica en amandelen knippen, zijn de bekendste oplossingen. Sinds kort is er een nieuwe tip: afwachten tot het ongemak over gaat.

Anne Schilder is hoogleraar Kinder kno-heelkunde in het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU). Zij herkent dit soort klachten goed. „Het afweersysteem van kleine kinderen is nog volop in ontwik­keling. Dat moet uitrijpen, zoals ze ook moe­ten leren praten en lopen. In tegenstelling tot volwassenen maken ze nog niet of niet snel genoeg de juiste antistoffen aan.’ Daar­om zijn baby’s en peuters zes tot tien keer per jaar verkouden, produceren veel snot en hebben een verstopte neus, een heel norma­le situatie. Volwassenen overkomt dit jaar­lijks twee tot vijf keer. In gezonde toestand produceert de binnen­zijde van de neus precies genoeg slijm om de ingeademde lucht vochtig te houden en binnendringers als stof, virussen en bacteri­ën buiten te houden. Bij een verkoudheid is het slijmvlies in de neus, de bijholten en de keel ontstoken. Oorzaak is de besmetting met een verkoudheidsvirus. Dat verspreidt zich makkelijk via vochtdruppeltjes in de uitgeademde lucht die anderen weer
inade­men.
G. is 2,5 jaar als ze voor het eerst kinderdagverblijf X binnen-huppelt. Ze is dan een gezond meisje, blikt haar moeder terug: „Af en toe is ze verkouden, maar welke peuter is dat niet.” Eenmaal tussen haar leeftijdsgenootjes op de crèche verandert die situatie. Bijna onop­houdelijk komen er grote, groengele
snotte­bellen uit G’s neus en ze ademt continu door haar mond. ’s Nachts vult gesnurk de kinderkamer en regelmatig wordt ze wak­ker.

Pas twee tot drie dagen na de infectie (dit heet de incubatietijd) worden de signalen zichtbaar. Er wordt te veel slijm aange­maakt, wat snotteren veroorzaakt in de neus en keel. Het hoesten begint, er kan sprake zijn van keelpijn, niezen en neusver­stopping.

Kleine kinderen in groepen worden vaker verkouden dan kindjes die thuis in het ge­zin verblijven. Ze komen simpelweg sneller in aanraking met voor hen nieuwe virussen en bacteriën, zegt Schilder. „In een kinder­dagverblijf zitten baby’s en peuters dichter op elkaar. Door te hoesten en eikaars speel­goed in de mond te steken, besmetten ze el­kaar eenvoudig.”

Ook passief meeroken vergroot de kans op een verkoudheid, omdat de giftige deeltjes in rook het slijmvlies aan de binnenkant van de luchtwegen irriteert. Bij de inmiddels 3-jarige G. merken haar ouders dat de verkoudheden elkaar bijna non-stop blijven opvolgen.

Tot twee keer toe hebben ze contact opgenomen met de huisarts. De eerste keer stelt hij ze gerust en adviseert een neusspray (zie kader Maatrege­len). Wanneer ze er een paar maanden later opnieuw aankloppen, besluit de huisarts over te gaan op een antibioticabehandeling. Dat helpt even, maar al snel produceert G. weer onophoudelijk haar groengele snot­tebellen, de verkoudheden hebben af en toe ook hun weerslag op de situatie thuis en op het werk. Moeder: „Mijn man en ik moesten nogal eens met agenda’s schuiven, als we besloten de erg vermoeide G. een dagje thuis te houden.” Lachend: „Boven­dien zijn kortere nachten niet altijd even be­vorderlijk voor een goed humeur.” Op zoek naar een betere oplossing wordt G. afgelopen winter doorverwezen naar een kno-arts in het Wilhelmina Kinderzie­kenhuis van het UMC Utrecht. Hij consta­teert een forse neusamandel. Maar tot moeders grote verrassing adviseert de arts niet dat­gene wat zij wel had verwacht: het knippen van die amandel.

Jaarlijks wordt in Nederland bij meer dan 20.000 kinderen de neusamandel geknipt. In andere westerse landen gebeurt dit veel minder vaak. Dit verschil is volgens hoogle­raar Schilder cultureel bepaald. „Waar ouders en artsen in ons land kiezen voor een operatie, wordt in omringende landen vaker en langduriger antibiotica voorgeschre­ven. In Nederland kiezen we hier niet voor. We weten dat deze medicijnen meestal geen effect hebben op de verkoudheidsvirussen.”

Bij chronisch verkouden kinderen blijkt dat het verstandiger is gewoon af te wachten tot de verkoudheden overgaan, dan meteen te opereren. Zo bleek dit najaar uit een twee jaar durende studie, onder leiding van Schil­der. „We hebben steeds gedacht dat neusa­mandel knippen echt hielp, omdat de klachten na de ingreep minder werden. Maar nu weten we dat ditzelfde ongemak meestal ook afneemt als kinderen ouder worden.”
Toch is het knippen van de neusamandel hiermee niet van de baan, integendeel. Blok­keert de ontstoken amandel de luchtweg? Of heeft een kind een chronische oorontste­king? Dan zal nog altijd worden gekozen voor de operatieve verwijdering van de neusamandel.

Moeder: „G. is intussen net 4 jaar en gaat naar school. Wat was het afgelopen winter raar om het advies te krijgen haar niet te opereren. Terwijl je om je heen nog altijd verhalen hoort van kinderen waarbij wel voor die oplossing is gekozen. Maar goed, in onze situatie hebben we sa­men met de arts besloten af te wachten. Nu merken we simpelweg dat G. over haar ongemak aan het heengroeien is: ze is niet meer zo vaak verkouden en slaapt veel be­ter. Natuurlijk zit er weieens een onrustige nacht tussen, maar deze situatie is niet al­leen voor ons, maar vooral voor haar heel acceptabel.”

.

Maatregelen

Ouders kunnen zelf bijdragen om de hinder en verspreiding van een verkoudheid zo veel mogelijk te beperken. Hoogleraar Anne Schil­der belicht er een paar:

Rook niet (binnen)

Zorg voor een goede hygiëne: veeg de snottebellen af met een schone zakdoek; gebruik deze geen tweede keer. Was regelma­tig de handjes van het kindje (en die van jezelf) om verspreiding van de ziektekiemen te beper­ken.

Gebruik neusdruppels of – nog liever – een spray met een zout­oplossing. Dit spoelt het snot weg en vermindert de zwelling in de neus. Overleg met uw huis­arts als de klachten aanhouden, in het uiterste geval: zoek naar een andere vorm van kinderop­vang waarin minder kinderen te­gelijkertijd in een ruimte verblij­ven en de kans op het krijgen van een nieuwe verkoudheid klei­ner is. „Al is dat lastig te realise­ren bij kinderen: het virus ver­spreidt zich makkelijk, omdat ze elkaar juist opzoeken om te spe­len.”

Lang leefde de gedachte dat hel­der, doorzichtig snot wordt ver­oorzaakt door een virus. Groen­geel snot daarentegen zou een gevolg zijn van een bacteriële in­fectie. Hoogleraar Anne Schilder hangt die theorie niet meer aan: „We weten inmiddels dat ook vi­russen kunnen zorgen voor de groengele kleur.”

Snot bestaat vooral uit slijm. Normaal gesproken is dit helder van kleur. Dit kan veranderen als een ziekteverwekker in de neus terechtkomt. Er ontstaat een
ont­steking waar het lichaam vanaf wil. Als reactie hierop maakt het lichaam meer slijm en antistof­fen aan: het wil van de ziektever­wekker af. Het snot verandert dan van kleur, omdat het resten van virussen en bacteriën en wit­te bloedlichaampjes bevat.

Bij kleine kinderen kan de ene verkoudheid de andere
opvolgen.

.

Opvoedingsvragenalle artikelen

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

voor consultatiebureauswww.kinderspreekuur.nl
.

1859

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

Advertenties

VRIJESCHOOL – Opvoedingsvragen (12-2)

.

RS-virus of gewoon verkouden?

Een hoestend kind is voor ouders vaak een bron van ongerustheid, zeker ais er benauwdheid bij komt. Meestal is een onschuldige verkoudheid de oorzaak. Maar sinds het RS-virus om zich heen grijpt, raken veel ouders bij het eerste hoestje van hun baby al in paniek. George Maissan, antroposofisch huisarts in Gouda, vertelt hoe je weet of je kind een RS-virusinfectie heeft en wat je eraan kunt doen.

De moeder van Jorinde komt met haar dochtertje van drie jaar op het spreekuur. Het meisje hoest al een paar dagen, soms zo heftig dat ze slijm overgeeft. Ze lijkt het dan ook benauwd te hebben. Jorinde heeft geen koorts. Ze eet weinig maar drinkt goed en heeft geen diarree. Wel heeft ze forse snottebellen en als ze door haar geopende mondje ademhaalt, is er een reutelend geluid hoorbaar. Als ik haar onderzoek, merk ik dat er geen tekenen te bespeuren zijn van een ontsteking of slijmvorming in de longen zelf. Bij onderzoek van haar oortjes zie ik wat matte trommelvliezen. Dat wijst er niet alleen op dat de bovenste luchtwegen zijn geïnfecteerd, maar dat ook haar oortjes zijn aangedaan. Om het slijm losser te maken en het hoesten te vergemakkelijken, schrijf ik omslagen met tijmolie (zie onder) en Echinacea hoestdruppels voor. Jorinde kreeg al Hoest-elixer.

Naar het ziekenhuis

Twee dagen later, om elf uur ’s avonds, belt Jorindes vader. Haar broertje Rob van zes weken is nu ook aan het hoesten. Tijdens de hoestbuien loopt hij rood tot blauw aan, en zijn hartje klopt dan hevig. Als hij niet hoest, gaat zijn ademhaling erg snel. Hij dronk de hele dag al moeilijk, maar nu wil hij zijn fles helemaal niet meer. Een half uur geleden was zijn luier bij het verschonen nog droog.

Ik ga direct kijken en vind Rob half slapend op de schouder van zijn vader. Hij schrikt wakker als ik hem wil onderzoeken, wat direct een heftige hoestbui tot gevolg heeft. Hij loopt rood aan en even lijkt zijn adem te stoppen. Bij verder onderzoek merk ik dat zijn neusvleugels meebewegen met het ademhalen en de spieren tussen zijn ribben intrekken. Het kereltje probeert op alle mogelijke manieren lucht te krijgen. Over zijn longen hoor ik een normaal ademgeruis, met tijdens het uitademen over beide longen een zacht gekraak. Dit wijst op een ontsteking van de kleinste vertakkingen van de luchtwegen, een zogenaamde bronchiolitis. Na een pufje via de babyinhaler met een luchtweg verwijdend middel, gaat het snel wat beter met hem. Toch besluit ik hem door te sturen naar het ziekenhuis omdat hij zo slecht drinkt en dit beeld mij aan een infectie met een RS-virus doet denken.

De volgende morgen belt de kinderarts. In de neus van Rob kon inderdaad het Respiratoir Syncytieel virus (RS-virus) worden aangetoond. Hij kreeg zuurstof en voeding via een infuus en werd regelmatig verneveld met een
luchtwegverwijderaar. Gelukkig doen zich geen complicaties voor en is Rob na twee weken in het ziekenhuis weer thuis. Wel blijft hij nog maanden hoesten. Zijn zusje is na een week alweer opgeknapt.

Gewoon verkouden

Het RS-virus is een van de vele virussen die verkoudheid veroorzaken. Het wordt momenteel erkend als de belangrijkste verwekker van luchtweginfecties bij jonge kinderen. Een RS-virusinfectie is zeer besmettelijk en wordt overgebracht via nauw contact (knuffelen, zoenen, inademen van uitgehoeste lucht). Kinderen die vaak in een omgeving zijn waarin wordt gerookt, blijken vatbaarder voor een infectie met het RS-virus. Handen wassen en niet anders hoesten dan met de hand voor de mond zijn de beste maatregelen om verspreiding zoveel mogelijk te voorkomen. De incubatietijd is ongeveer veertien dagen. Het virus steekt vooral de kop op in de winter en kan op de huid een half uur en op zakdoeken uren overleven. Nu het virus als een epidemie om zich heen lijkt te grijpen, raken vooral ouders van pasgeboren baby’s vaak bij het eerste hoestje al in paniek. Maar een RS-besmetting kan ook heel mild verlopen met alleen wat hoesten en snotteren. Uit onderzoek bleek dat bijna alle kinderen in een kinderdagverblijf tijdens hun eerste levensjaar besmet waren geweest met het RS-virus. Toch kreeg slechts een heel klein percentage daarvan een bronchiolitis. Een besmetting wil dus nog niet zeggen dat een kind ook ernstig ziek wordt. Meestal manifesteert de ziekte zich doordat het kind flink hoest en wat lichte koorts heeft.

Bij kinderen die ouder zijn dan een jaar treden vooral ontstekingen van de grotere luchtwegen en overmatige slijmvorming op. Bij peuters en kleuters zie je ook regelmatig middenoorontstekingen. Als de ziekte zich uitbreidt tot de lagere luchtwegen, verdwijnt de koorts meestal. Het virus kan zich daardoor makkelijk vermeerderen en dan kan de infectie, vooral bij kleine baby’s, uitlopen op een bronchiolitis. Bij een bronchiolitis, eigenlijk een soort longontsteking, klopt het hart snel. De ademhaling is kort, droog en steunend en over de longen klinkt vaak een zacht gekraak. De neusvleugels bewegen mee met de ademhaling en de spieren tussen de ribben trekken naar binnen.

Wat je kunt doen

De basis van een goede behandeling is zorgen dat je kind goed drinkt zodat het minimaal drie keer per dag plast. Meestal nemen de ziekteverschijnselen vanzelf al na een dag of drie, vier af. Bij baby’s die jonger zijn dan zes weken is het echter raadzaam zeer alert te blijven. De mate waarin een baby nog in staat is te drinken, is een goede graadmeter voor de ernst van de benauwdheid. Want een kind dat zijn luchtwegen vol slijm heeft kan niet drinken. Als de baby tijdens een hoestbui rood tot blauw aanloopt, kan het soms even stoppen met ademen. Houd de baby dan rechtop, klop zachtjes op zijn rug en bel de dokter.

Als kinderen jonger zijn dan zes weken of als ze slecht drinken en weinig plassen bij hoest en benauwdheid is het altijd goed om de dokter te bellen als je een RS-virusinfectie vermoedt. Maar in verreweg de meeste gevallen komen ouders er zelf wel uit, vooral als er extra aandacht aan warmte in het borstgebied wordt besteed, bijvoorbeeld door de borst in te wrijven met verwarmende tijmolie (te verkrijgen bij de apotheek) of een tijmolie-wikkel te geven. Viermaal daags vijf druppels Echinacea hoestdruppels helpen voor de hoest. Antibiotica zijn meestal niet zinvol.

Tïjmoliewikkel

Nodig zijn een wollen omslagdoek (en eventueel een flanellen tussendoek), een lange, smalle wikkeldoek van katoen of flanel die om de borst van je kind past, een kleine warmwaterzak en een pannetje met deksel en zeef.

Maak de wikkel een beetje vochtig en verdeel er twee maatdopjes tijmolie druppelsgewijs over.
Rol de wikkel van twee kanten naar het midden toe op.
Breng het water in de pan aan de kook, leg de wikkel in de zeef die erboven hangt (zonder dat de zeef het water raakt) en laat met het deksel erop tien minuten koken.
Leg het kind op bed of op de bank op een wollen deken met daaroverheen op borsthoogte de wollen omslagdoek (en de tussendoek).
Breng de verwarmde wikkel in de kruik naar het kind en rol de wikkel voorzichtig (eerst deppen om de huid aan de warmte te laten wennen) om de rug en de borst van het zittende kind.
Doe de wollen doek eromheen, maak deze eventueel met veiligheidsspelden dicht en rol het kind in de deken. Zorg dat hij het lekker warm heeft.
De warmwaterzak op de borst houdt de wikkel warm.
Die mag beslist niet koud gaan aanvoelen.
Laat het kind ongeveer 20 minuten in de wikkel liggen.

Als het in slaap valt, mag hij langer blijven zitten. Kinderen blijven rustig als je ze een verhaaltje voorleest of zacht voor ze zingt.

De wikkel kun je in een plastic zak bewaren. De volgende keer kun je volstaan met 1 dopje olie.

.

George Maaissan, Weleda Puur Kind, lente 1999 nr. 3

.

‘Handje voor de mond’ is nog altijd ‘in’. We leren het onze kinderen en doen het zelf. Maar, vraag ik me af, als we met die hand, volgehoest met bacteriën, de hand van een ander schudden, geven we de ziektekiemen dan niet gewoon heel gemakkelijk door?
Ik hoest al jaren niet meer met de hand voor de mond, maar a.h.w. in de kom van mijn elleboog. Hetzelfde resultaat wat verspreiding betreft, maar geen kans op oversmetting bij het handengeven. 

Meer internetinformatie

Opvoedingsvragen: alle artikelen

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

voor consultatiebureauswww.kinderspreekuur.nl

.

1713

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – De ontwikkeling van het jongere kind (2-4)

.

In 1998 gaf de firma Weleda het blad ‘Puur kind’ uit. 
Daarin werd veel aandacht besteed aan het jongere kind – vanaf de geboorte tot een jaar of drie, vier.

Zoals het meestal gaat met artikelen die als basis antroposofische menskunde hebben, zijn die – ondanks dat ze al jaren geleden zijn geschreven – nauwelijks verouderd.
Natuurlijk staan er voor die tijd ‘actualiteiten’ in die dat uiteraard nu niet meer kunnen zijn.

Waar het echter gaat om ‘ontwikkeling’ en hoe we die op een goede manier = een gezondhoudende/gezondmakende kunnen ondersteunen, heeft die aan actualiteit niets ingeboet.

Weerbaar de winter in

Verkoudheid, gezwollen neusamandelen en oorpijn: zodra de bladeren gaan vallen, zijn ze present in het leven van het kleine kind. Vooral peuters lijken geen kans onbenut te laten om elkaar aan te steken. Wat kun je eraan doen – en wat moet je vooral niet doen – om je kind weerbaar de winter door te helpen?

Soms kun je er wanhopig van worden. De ene verkoudheid van je kind is nog niet over of de volgende kondigt zich met hangerigheid en een beetje verhoging alweer aan. Je vraagt je af waarom juist jouw kind toch voortdurend wordt aangestoken. Hoe komt het toch dat hij zo weinig weerstand heeft en zo slecht in zijn vel zit?

Ziek zijn is voor een klein kind eigenlijk heel normaal, zeker als je bedenkt dat je kind op zijn eigen manier bezig is om juist beter in zijn vel te komen. Iedere infectie die hij oploopt geeft hem de gelegenheid zijn immuunsysteem te oefenen en zijn weerstand en weerbaarheid op te bouwen. Als je zo tegen je zieke kind kunt aankijken, ligt het voor de hand dat je niet altijd meteen in de weer gaat met krachtige geneesmiddelen om de ziekte snel te bestrijden. Wat niet wegneemt dat je hem kunt proberen te helpen om zijn weerstand te vergroten. Daarvoor is het belangrijk uit te gaan van de aard van je kind.

Wisselbaden

Het niet zo beweeglijke kind dat eten een feest vindt en regelmatig een beetje zit weg te dromen, heeft vaak snel ontstoken amandelen, opgezette klieren en een snotneus. Het lijkt wel of de stofwisseling, die bij hem graag en veel aan het werk is, zich niet tot zijn buikje weet te beperken, maar zelfs tot in zijn koppie werkzaam is. Je kunt hem helpen die woekerende stofwisseling een beetje in het gareel te krijgen door hem zure voeding te geven; dus geen zoete melkproducten, maar yoghurt en karnemelk. Zo nu en dan een zoutbad helpt hem ‘er wat meer bij’ te zijn. (In het vorige nummer [op deze blog in dit artikel] kun je lezen over het hoe en waarom van therapeutische baden voor kinderen.)

De overwakkere spring-in-het-veld, die door zijn rusteloosheid snel een beetje buiten zichzelf is, heeft meestal een warm hoofdje maar koude voetjes. Zelfs als hij koorts heeft, zijn zijn voetjes nog koud. Weerstand opbouwen betekent bij zo’n kind: zorgen dat de warmte evenwichtiger over zijn lichaam wordt verdeeld. Dat kun je voor elkaar krijgen door zijn voetjes wisselbaden te geven. Daarvoor heb je twee bakken nodig, een badthermometer, een badhanddoek en een paar warme sokken.

Vul een bak met water van 38 graden waar het kind vijf minuten met zijn voetjes in gaat. Dompel ze vervolgens tien tellen in de andere bak die je hebt gevuld met koud water. Warm intussen het eerste badje op tot 40 graden en laat hem daar weer 5 minuten in. Tot slot gaat hij met zijn voetjes nogmaals tien tellen in het koude water. Droog ze goed af en laat je kind op dikke sokken wat rondlopen. Bij een heel ongedurig kind kun je aan het warme voetbad een dopje Lavendelbad toevoegen. Dan kun je er zeker van zijn dat hij met warme voeten naar bed gaat en lekker zal inslapen.

Voedingsbad

Als een kind werkelijk chronisch tegen ziek zijn aansuddert, kun je ook voedingsbaden overwegen. Een voedingsbad kun je eigenlijk altijd aan een kind geven als hij het om wat voor reden dan ook zwaar te verduren heeft. Bijvoorbeeld omdat hij verzwakt is na een kinderziekte als kinkhoest of een longontsteking, maar ook na schokkende ervaringen als een auto-ongeluk. Een voedingsbad mag nooit warmer zijn dan 37 graden.

Hoe maak je het? Aan het badwater voeg je een halve liter melk toe waarin een ei is losgeklopt. Snijd onder water een citroen in partjes en pers het sap eruit. Het water flink omroeren en het kind erin zetten.

Laat het 10 minuten lekker spelen met de citroenschillen, dep het droog en stop het onder de wol. Of het nu voor het middagslaapje is of ’s avonds voor het naar bed gaan, na een voedingsbad is absoluut bedrust nodig.

Voedingsbaden geef je meestal als kuur om de paar dagen met een totaal van zeven keer. Het is een ritueel dat in eerste instantie misschien wat wonderlijk overkomt, maar zulke baden hebben een zeer versterkende werking op het hele organisme.

Vitamines

Het geven van extra vitaminepreparaten is overbodig als een kind goede voeding krijgt. Alle kinderen hebben wel eens een periode dat ze niets eten. Dat is geen ramp.

Maar als dat langdurig het geval is kun je wel overwegen wat extra vitaminen te geven. Hetzelfde geldt voor de A-D druppeltjes. Op het consultatiebureau worden ze uit routine voorgeschreven ter voorkoming van rachitis. Dat is een begrijpelijke, maar ook een wat ongenuanceerde benadering. Een kind dat ’s zomers voldoende buiten is en ’s winters als hij buiten is zijn muts niet helemaal over zijn voorhoofd heeft getrokken zodat die aan het daglicht is blootgesteld, heeft geen extra A-D nodig.

Huisapotheek

Er zijn een paar milde geneesmiddelen waarvan het zinvol is ze in je huisapotheek te hebben, omdat ze je kind bij de opbouw van zijn weerstand kunnen helpen.

Anaemodoron zorgt ervoor dat het ijzer in de voeding beter door het lichaam wordt opgenomen. Dat is niet alleen goed voor slechte etertjes, maar ook voor kinderen die voortdurend verkouden zijn omdat ze vaak ook wat bloedarmoede hebben.

Het is zinvol om Kinfludo bij de hand te hebben als je kind vaak grieperig is. Geef het niet preventief, want het kan griep niet voorkomen. Maar is het eenmaal zover, dan kan het heel heilzaam werken.

Voor de hoest is er Hoestelixer of Echinacea hoestdruppels. En met een klein beetje Neuscrème kan je verkouden kind ook weer wat opgeluchter ademhalen.

 

.

Petra Weeda met dank aan George Maissan, huisarts, Weleda Puur Kind herfst 1998 nr. 2

.

Petra Weeda, Weleda Puur Kind nr.1, lente 1998

.
ontwikkelingsfasenalle artikelen

menskunde en pedagogiealle artikelen

opvoedingsvragenalle artikelen

*Dit is geen commerciële blog; onderstaande afbeeldingen zijn niet op verzoek van Weleda geplaatst.

Ik ben een groot deel van mijn leven al blij met Weleda! Van veel producten heb ik de weldadige werking mogen ondergaan. Maar ook onze kinderen, zolang ze thuis woonden. En op school. Hoe vaak heb ik geen builen, kneuzingen e.d. snel kleiner en minder pijnlijk zien worden door de niet genoeg te prijzen Arnicazalf, b.v.
Daarom, als een soort eerbewijs en tegelijkertijd een vorm van dankbaarheid dat het bestaat, zal ik in deze artikelenreeks over het jongere kind af en toe een genoemd product als afbeelding toevoegen.

1621