Tagarchief: Driekoningen

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Kerstmis (35)

.
Hans ter Beek schreef een reeks van 3 artikelen over de jaarfeesten onder de titel ‘de negen feesten van het jaar’.
In onderstaand artikel geeft hij zijn mening over Kerstmis, Driekoningen. 

Deel 1 en deel 3 staan eveneens op deze blog

.
De negen feesten van het jaar 

Kerstmis – Driekoningen – Pasen

De negen feesten van het jaar hebben we, toen we over Michaël, St.-Maarten en Sinterklaas schreven, ingedeeld in 3 groepen van 3 feesten, waarbij de eerste groep de feesten van het LICHAAM, de tweede groep de feesten van de ZIEL en de derde groep de feesten van de GEEST werden genoemd,

1e groep: Michael – St.-Maarten – Sinterklaas: LICHAAM

2e groep: Kerstmis – Driekoningen – Pasen: ZIEL

3e groep: Hemelvaart – Pinksteren – St.-Jan: GEEST

In de negen feesten herkennen we het mensenwezen in zijn drieledigheid van lichaam, ziel en geest.

Sinds het Concilie van Constantinopel in 869 na Chr. had de Kerk het onderscheid tussen ziel en geest ontkend en rekende nog met een tweeledig mensbeeld naar lichaam en ziel of geest. In de antroposofie wordt het drieledig mensbeeld weer in ere hersteld.

Om deze 3 gebieden te leren onderscheiden beschrijft Rudolf Steiner in zijn boek THEOSOFIE hoe men op een zomerse dag kan genieten van een bloemenwei: kleuren, geuren, warmte enz. Dit is het ’lichamelijke’. Als men ’s avonds thuis is, of zelfs maanden later nog, dan heeft men de herinnering eraan, die weer dezelfde of soortgelijke gevoelens oproept: dat is het ’ziele-aspect’. Het ‘geestelijke aspect’ is, dat men, zonder ooit op die weide geweest te zijn, kan weten dat het daar op een zomerse dag een en al kleur en bloemengeur kan zijn.

De feesten van het lichaam hebben nog sterk die fysieke kant van de ontmoeting. Michaël: de ontmoeting van het denken, St.-Maarten: de ontmoeting van het voelen en Sinterklaas: de ontmoeting van het willen. Daarover heb ik in Branding nr. 2 van okt/nov. 1989 al geschreven. [deel 1]

Nu kijken we naar de feesten van de ZIEL. Kerstmis is het feest van de geboorte: het is een en al zielestemming, het mooist te beleven als in het Kerstspel de Geboorte plaats vindt. Jozef heeft half slapend nog wat gemompeld over wat hij de volgende dag van plan is en wendt zich af van Maria. Achter Maria verschijnt de Engel met de Ster, Maria heft haar handen omhoog en ontvangt aldus het Kind. Daarna het wiegen van Jozef en Maria, en aan het eind van het Herderspel ook nog eens het wiegen van de herders.

Hoe nemen we dit beeld op? Toch in zijn ’duur’: dit beeld moet duren. Ieder kind en volwassene wordt er even stil en ontroerd van, wil het even vasthouden, maar kan er fysiek niet bij zijn. In de Middeleeuwen stond het kribje met Jozef en Maria voor de kerk, en de hele stad en streek stroomde ernaar toe, en raakte even de kribbe aan. Die aanraking gaf de mens weer nieuwe kracht en moed. De moderne mens heeft genoeg aan de afbeelding, zowel in het Kerstspel als op de jaarfeestentafel.

Het is in beide gevallen de GEWAARWORDINGSZIEL, waarin opnieuw een heel stuk ’willen’ aanwezig is, die hier wordt ingeschakeld. We hebben een kerstboom in huis, we ruiken het sparregroen, we hebben lichtjes in de boom (tegenwoordig vooral elektrische kerstlampjes omdat dat niet zo gevaarlijk is als echte kaarsjes, maar meteen zijn we er niet meer zo bewust bij betrokken), we hebben een kerststal. Het kost in een gezin best wat moeite om die kerstboom lang in de huiskamer te hebben. Het is een tijdelijke gast, die nogal wat ruimte inneemt, die een centrale plaats vraagt, ook in het dagelijkse gezinsleven. En hoe langer hij staat, hoe meer naalden hij verliest. Toch zou de kerstboom pas moeten worden binnen gezet op Kerstavond (24 dec.) en binnen moeten blijven tot en met Driekoningenavond (6 jan.). Dat zijn 12 dagen en 13 nachten.

Driekoningen is het feest van de Verschijning. We zien in het Driekoningenspel geen kribbe; Maria draagt het kind in haar armen. Op schilderijen zit het Kind altijd bij Maria op schoot. Er is toch een duidelijk onderscheid merkbaar tussen Kerstmis en Driekoningen. Het is net of het Kind al wat laat zien van wat hij is. Opmerkelijk is ook dat de Doop in de Jordaan door Johannes de Doper ook op Driekoningen valt. Op dat moment begint het optreden van Jesus als Christus, dus als de op aarde geboren Zoon van God.

Driekoningen werd altijd gevierd met een optocht van 3 kinderen (als koningen verkleed) die met verlichte sterren langs de huizen trokken om wat geld of lekkers op te halen. In het gezin werd een Driekoningenbrood gebakken, met daarin 2 witte bonen en 1 bruine. Wie een stuk brood met een boon had was dan koning (om niet 3 maar 1 koning te hoeven hebben kan natuurlijk volstaan worden met 1 boon). Ook de foekepot werd veel gebruikt: een opgeblazen varkensblaas, waarin een rietje of een ander dun stokje gestoken was, dat zo’n doedelzakachtig geluid voortbracht wanneer het heen en weer werd bewogen.

De Driekoningentijd duurt tot Maria Lichtmis, dat is 2 februari. Driekoningen is het feest van de VERSTANDS- en GEMOEDSZIEL. Dat is dat deel van onze ziel, dat in de mensheidsgeschiedenis voor het eerst onthuld werd in de tijd van de Grieken en Romeinen, dus ook in de tijd waarin de geboorte, het leven en sterven van Christus viel. Zoals bij de GEWAARWORDINGSZIEL er een stuk ’willen’ in de ziel zit, is het bij de VERSTANDS- en GEMOEDSZIEL juist weer het ‘voelen’. Voelen is teruggehouden wil; willen is juist uitgevoerd gevoel {de kinderen van de 5e en 6e klas maken die fase opnieuw door, in de bovenbouw denken we dan vooral aan de 10e klas. Terwijl de GEWAARWORDINGSZIEL juist in de 9e klas nog eens wordt beleefd en op de onderbouw vooral in de 4e klas).

Wat bij Driekoningen zo opvalt is, dat er zoveel gereisd wordt: Eerst de koningen, geleid door een ster; na de aanbidding weten ze één ding zeker: ze moeten niet meer langs koning Herodes gaan.

Koning Herodes zendt zijn soldaten vanuit Jerusalem naar Betlehem:

‘Siet hier, hooftman, neemter dit sweert ende vierdusend manschap mit haor gheweer, ende gaot heen overt geberregt mit spoed, end’ alle knegtkens cleijn anbringhen doet.’

Josef en Maria zijn inmiddels naar Egypte gevlucht. Palmpasen en Goede Vrijdag. Daarover zal ik het nu nog niet hebben. Ik hoop dat we allen een goede kersttijd en een waardig driekoningenfeest hebben.

.

Kerstmis: alle artikelen

Driekoningen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: jaarfeesten

.

1984

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Driekoningen (13)

.

Op deze blog staan en verschijnen artikelen over de jaarfeesten, m.n. die op de vrijescholen worden gevierd. De inhoud van de artikelen kan de motieven waarom gevierd wordt, verduidelijken. Tegelijkertijd is de inhoud de verantwoordelijkheid van de auteur. Dat ze hier verschijnen wil niet per se zeggen dat ze DE opvatting van DE vrijeschool representeren.

 

RUDOLF STEINER OVER DRIEKONINGEN

Het Driekoningenfeest

Notities van een toehoorder van een voordracht van Rudolf Steiner gehouden in Berlijn op 30 december 1904.

Toelichting
Hetgeen in deze voordracht werd uitgesproken, vormt het enige wat Rudolf Steiner over de betekenis van het feest van de heilige drie koningen heeft gegeven, hoewel de heilige drie koningen als zodanig in de voordrachten veelvuldig genoemd worden. De onderstaande voordracht werd in aansluiting aan de eigenlijke kerstvoordracht gehouden, die als eerste voordracht is afgedrukt in de uitgave „Zeichen und Symbole des Weihnachtsfestes, Drei Vor-träge”, Dornach 1977. Vertaald
De kerstvoordracht van het jaar 1903, die voorzover wij weten de allereerste kerstvoordracht van Rudolf Steiner is, is af gedrukt in nr. 32 (kerstmis 1970) van de „Beiträge zur Rudolf Steiner Gesamtausgabe”.
De onderstaande beschouwingen over het driekoningenfeest zijn door Marie Steiner gepubliceerd in het mededelingenblad „Was in der Anthroposophischen Gesellschaft vorgeht” in het jaar 1942 (nr. 1). (Door ons overgenomen uit „Beitráge zur Rudolf Steiner Gesamtausgabe”, Kerstmis 1977. Red.)*

Een feest dat voor onze huidige tijd minder betekenis schijnt te hebben dan het kerstfeest is het feest van de heilige drie koningen – dat op 6 januari wordt gevierd – het feest van de wijze magiërs die uit het Morgenland komen ter begroeting van de pasgeboren Jezus. Dit feest der Epifania zal steeds meer betekenis krijgen, wanneer de ware, feitelijke symboliek van dit feest wordt begrepen. Wij hebben hier te maken met iets zeer belangrijks. Dat kan men reeds daaruit zien, dat een zeer uitgesproken symboliek aan dit feest van de drie magiërs uit het Morgenland ten grondslag ligt. Deze symboliek werd, zoals alle mysteriën, tot in de vijftiende eeuw zeer geheim gehouden en er werden tot op dat moment ook geen bijzondere aanduidingen over gemaakt. Vanaf de vijftiende eeuw wordt echter meer aandacht geschonken aan dit feest van de drie magiërs uit het Morgenland, doordat exoterische afbeeldingen verschijnen die de heilige drie koningen voorstellen als een Moor, een bewoner van Afrika – dat is Kaspar; dan een blanke, een Europeaan – dat is Melchior; en een uitgesproken Aziatische koning, die de huidskleur van de bewoners van India heeft – dat is Balthazar. Zij brengen goud, wierook en mirre als hun offergaven aan het Jezuskindje in Bethlehem.

Het is de diepere betekenis van deze drie offergaven die met de kenmerkende symboliek van dit feest van de zesde januari samenklinkt. Terwijl het feest – esoterisch beschouwd – zeer belangrijk geacht moet worden, is het alleen al de datum die exoterisch de aandacht trekt. Want de zesde januari is dezelfde datum, waarop in het oude Egypte het zogenaamde Osirisfeest werd gevierd, het feest van de weder gevonden Osiris. Zoals bekend wordt Osiris overwonnen door zijn tegenstander Typhon. Hij wordt gezocht door Isis en teruggevonden. Dit terugvinden van Osiris, de godenzoon, vormt de basis van het feest van de zesde januari. Het Driekoningenfeest is hetzelfde feest, met dit verschil dat het christelijk is geworden. Wij vinden dit feest ook bij de Assyriërs, de Armeniërs en de Feniciërs. Overal is het daar een feest dat verband houdt met een soort van algemene doop, waarbij vanuit het water een wedergeboorte plaatsvindt. Dit wijst reeds op de samenhang met de teruggevonden Osiris.

Wat is nu eigenlijk de verdwenen Osiris? De verdwenen Osiris geeft de overgang weer die plaatsvindt gedurende het midden van de lemurische ontwikkelingsperiode van de mensheid. Voor het midden van de lemurische ontwikkelingsperiode waren er geen mensen die begiftigd waren met manas, het huidige geestzelf. Pas in het midden van de lemurische tijd daalde vanuit de goddelijke wereld manas neer en bevruchtte de mensen. In iedere individuele mens wordt een graf geschapen voor het over de mensheid uitgestrooide, aan ieder mens toebedeelde manas. Een graf voor Osiris die voorgesteld wordt als in talloze stukken verdeeld. Het is het goddelijke manas dat opgedeeld en verstrooid is en in de mensen woont. Graven van Osiris worden de menselijke lichamen genoemd in de geheime mysterietaal van Egypte. Manas kan niet bevrijd worden dan wanneer de tijd is aangebroken, dat de wederverschijnende liefde manas kan bevrijden.

Wat is nu de wederverschijnende liefde? Datgene wat bij de bevruchting met manas in het midden van de lemurische tijd geboren werd – iets eerder en iets later – dat was het indalen van het principe van de begeerte. Voor die tijd bestond er geen wezenlijk begeerte-principe. De dieren waren in de voorafgaande tijd nog koudbloedig. En ook de mens zelf was in die tijd niet met warm bloed begiftigd. De mensen uit de maantijd, en aanvankelijk ook de mensen uit de lemurische tijd, kan men in zoverre vergelijken met vissen, dat zij dezelfde warmte bezaten als hun omgeving. De geest Gods zweefde over de wateren, zo spreekt de bijbel over die tijd. Het principe van de liefde was nog niet in het innerlijk der menselijke wezens opgenomen, maar was daarbuiten als het zich openbarende aardse karna (dat is aardse hartstocht). Karna is de egoïstische liefde. De eerste brenger van egoïsme-vrije liefde is dan Christus die in Jezus van Nazareth zou verschijnen.

Wie zijn nu de Wijzen uit het Oosten? Dat zijn de ingewijden die de voorafgaande drie ontwikkelingsperioden representeren. Het zijn de ingewijden van de mensheid tot aan het verschijnen van het Christuswezen, de van egoïsme vrije liefde, de wederopgestane Osiris. Ingewijden waren met manas begiftigde mensen, zo ook de drie Wijzen. Zij bieden goud, wierook en myrrhe aan als offergave. En waarom verschijnen zij in de drie kleuren zwart, geel en blank? Zwart als Moor, blank als Europeaan en geel als Indiër? Dat hangt samen met de achtereenvolgende ontwikkelingsperioden van de mensheid op aarde. Zwart zijn de oerresten van de lemurische mens, geel zijn de oerresten van de atlantische mens en blank zijn de vertegenwoordigers van de vijfde ontwikkelingsperiode, de huidige na-atlantische mensheid. Wij hebben dus in de drie koningen of magiërs de vertegenwoordigers van de Lemuriërs, de Atlantiërs en de huidige mens. Zij brengen de drie offergaven. De Europeaan brengt goud, het symbool van de wijsheid, de intelligentie die vooral in het huidige na-atlantische tijdperk tot uitdrukking komt.
De ingewijden van de vorige ontwikkelingsperiode, de Atlantiërs hebben als offer iets dat samenhangt met wat voor hun het belangrijkst is. Zij bezaten nog een meer directe verbinding met de goddelijke wereld, wat tot uitdrukking kwam in een soort suggestieve beïnvloeding, een soort van universele hypnose. Deze verbinding met de godheid wordt door de offerhandeling in stand gehouden. Het gevoel van de mens moet omhoogstreven, moet zich verheffen, opdat het door God wederom bevrucht wordt: dat vindt zijn symbolische uitdrukking in de wierook die het algemene symbool is voor het offer.
De mirre is, esoterisch uitgedrukt, het symbool voor het versterven. Wat betekent versterven, wat wederopstanding, zoals wij het bijvoorbeeld hebben in de wederopgestane Osiris? Bedenkt men de woorden van Goethe, waar hij zegt: „En zolang je dat niet hebt, dit sterven en weer worden, ben je maar een droevige gast op de donkere aarde”. Jacob Böhme brengt dezelfde gedachte tot uitdrukking met de woorden: „Wie niet sterft voor hij sterft, die verderft als hij sterft”.
De mirre vormt het symbool voor het in zichzelf doen sterven van het lagere leven en de opstanding van het hogere leven. Daarom ook wordt de mirre aangeboden door de ingewijde van de lemurische ontwikkelingsperiode. Dit heeft een diepe betekenis. Realiseert men zich wie Jezus van Nazareth is. Een hoogontwikkelde Chela (ingewijde) is in hem geboren. Hij heeft in zijn dertigste levensjaar aan de afdalende Christus, de afdalende Logos, zijn leven weggeschonken. Dat alles hebben de wijze magiërs als een toekomstbeeld geschouwd. Het is een groot offer van Jezus van Nazareth, dat hij zijn ik in ruil voor het ik van de tweede Logos geeft. Om een heel bepaalde reden moest dit offer geschieden.

Pas bij het aanbreken van de tijd van de volgende cultuurperiode zal het mogelijk worden, dat de mens (het menselijke lichaam) reeds vanaf de jeugd zover ontwikkeld is, dat zo iets als het Christusprincipe kan worden opgenomen. Pas duizenden jaren later, in de toekomstige zesde ontwikkelingsperiode van de aarde zal de gehele mensheid zo rijp zijn, dat de lichamen niet jarenlang voorbereid moeten worden, maar reeds vanaf het eerste begin in staat zullen zijn het Christusprincipe op te nemen. In de tijd van onze vorige cultuurperiode, de Grieks-Romeinse, moest het menselijk lichaam nog dertig jaar worden voorbereid. (In noordelijke streken hebben wij iets dergelijks, waar de persoon van Sig zo wordt voorbereid, dat hij zijn lichaam ter beschikking kon stellen aan een hoger wezen). In de toekomstige zesde ontwikkelingsperiode van de aarde zal het mogelijk worden, dat de mens zijn lichaam ter beschikking kan stellen aan zo een hoog wezen, zoals door Christus bij de stichting van het christendom werd volbracht. Toen het christendom werd gesticht, was het nog nodig dat een Chela zijn ik offerde, wegstierf, en het omhoog zond naar de astrale wereldruimte, opdat de Logos in het lichaam kon wonen. Dit is iets dat ook verduidelijkt wordt door de laatste woorden aan het kruis. Hoe zou men anders de woorden kunnen begrijpen: mijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten? Men kan zien hoe hiermee datgene wordt uitgedrukt wat zich als feitelijk gebeuren eens heeft voltrokken: op het moment dat Christus sterft, heeft God het lichaam verlaten en de woorden worden uitgesproken door het lichaam van Jezus van Nazareth – een lichaam dat zo hoog ontwikkeld was, dat het uitdrukking kon geven aan dit gebeuren. In deze woorden is dus een ongelooflijk grote gebeurtenis uitgedrukt. En dit alles is nu gesymboliseerd in de mirre die het symbool vormt van het offeren, het versterven, het offeren van het aardse, opdat het hogere zal kunnen ontstaan.

In het midden van de lemurische tijd moest Osiris zijn graf vinden, moest manas, het geestzelf, indalen in de mensen. Door de ingewijden werd leiding gegeven aan de ontwikkeling van de mensen totdat het buddhi-principe, het principe der liefde, lichtend opbloeide in de Christus Jezus. Buddhi is de hemelse liefde. Het lagere geslachtelijke principe wordt veredeld door de christelijke liefde. Daardoor is het kama-principe, de geslachtelijke liefde in hemelse glorie opgegaan en werd het in het vuur van de goddelijke liefde gereinigd.

Bij Melchior hebben wij te maken met het principe van de wijsheid, de intelligentie, de opgave van de mensheid in de huidige (vijfde) na-atlantische ontwikkelingsperiode van de aarde. Gesymboliseerd wordt dit door zijn offer: het goud.

Wanneer er sprake is van een cultisch offer, dan komt dat tot uitdrukking in de wierook. Dat is het offer der Atlantiërs, de vierde ontwikkelingsperiode van de aarde. In de loop van de verdere mensheidsontwikkeling zal het christendom in de toekomstige (zesde) ontwikkelingsperiode van de aarde zijn opgave vervuld hebben. Dan zal het gewone fysieke bestaan weer vervuld zijn van sacramentele cultische handelingen, offerhandelingen. De sacramenten hebben in de huidige tijd hun betekenis voor een groot deel verloren. Zij worden niet meer begrepen. Dat kan pas weer, wanneer in de toekomst geschiedt, wat door de wierook gesymboliseerd wordt: als de hogere mens zal zijn geboren.

De dood van Osiris vindt plaats in de lemurische tijd. Zijn opstanding zal zich afspelen in de toekomstige (zesde) ontwikkelingsperiode van de aarde. Wij kunnen dus inzien, dat het feest van de heilige drie koningen door hetgeen zij met hun offerhandeling verkondigen, op de ontwikkelingsgeschiedenis wijst van de mensheid in de derde, vierde, vijfde en zesde ontwikkelingsperiode van de aarde.

Waardoor worden de heilige drie koningen nu geleid en waar worden zij heengevoerd? Zij worden geleid door een ster en zij worden naar een grot gevoerd in Bethlehem. Dat is iets, waarvan de werkelijke betekenis alleen maar kan worden begrepen door iemand die bekend is met de zogenaamde lagere of astrale mysteriën. Door een ster geleid worden betekent niets anders dan de ziel zelf als een ster zien. En wanneer ziet men de ziel als een ster? Men ziet de ziel als een ster, wanneer men haar als een lichtende aura kan waarnemen. Dan verschijnt de ziel als een ster. Maar welke aura is zo lichtend, dat zij kan leiden? – Allereerst hebben wij de aura die alleen maar glimt, die een matte lichtschijn bezit. Die kan niet leiden. Dan hebben wij de hogere aura, de aura der intelligentie. Die bezit weliswaar een stromend licht, een vloeiend licht, maar ook die kan nog niet leiden. Maar de heldere, stralende aura waar buddhi, levensgeest doorheen straalt, is werkelijk een ster, een stralende, leidende ster. Het is de stralende buddhi-ster die opgaat in Christus bij het voortschrijden van de mensheidsontwikkeling. Wat de magiërs lichtend voorgaat, is niets anders dan de ziel van Christus zelf. De tweede Logos( 1) zelf licht hen voor; als een stralend licht boven de grot in Bethlehem.
De grot is niet anders dan datgene waarin de ziel woont: het lichaam. Een helderziende ziet het lichaam van binnen. Voor een helderziend schouwende keert alles om; in het schouwen wordt alles omgekeerd. Men ziet bijvoorbeeld 365 in plaats van 563. Zo wordt door de helderziende het menselijk lichaam gezien als grot, als holte en wat als stralend licht verschijnt in het lichaam van Jezus is de ster van Christus, de ziel van Christus. Dit moet men zich voorstellen als een realiteit die zich afspeelt in de astrale wereld. Het is werkelijk de als een stralende aura lichtende ster van de Christusziel; die leidt de ingewijden van de drie ontwikkelingsperioden van de mensheid tot Jezus, naar Bethlehem.

Het Driekoningenfeest is dus een feest dat elk jaar op de zesde januari gevierd werd. Dit feest zal in de toekomst steeds meer in betekenis toenemen. Op den duur zal steeds beter begrepen worden wat een magiër is en wat de grote magiërs, de meesters zijn. Dan zal men doordat men het christendom leert begrijpen, ook tot een beter begrip van de geesteswetenschap komen.

Vertaling ir. H. de Brey in Mededelingen Antroposofische Vereniging, dec.1988)

1) In de christelijke esoteriek wordt Christus als de tweede Logos (de Zoon of het Woord) aangeduid. De eerste Logos is de Vader, de derde Logos is de Heilige Geest. (H. de B.)

.

Driekoningen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

Rudolf Steiner: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: Driekoningen

.

1406

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Driekoningen (14)

.

Op deze blog staan en verschijnen artikelen over de jaarfeesten, m.n. die op de vrijescholen worden gevierd. De inhoud van de artikelen kan de motieven waarom gevierd wordt, verduidelijken. Tegelijkertijd is de inhoud de verantwoordelijkheid van de auteur. Dat ze hier verschijnen wil niet per se zeggen dat ze DE opvatting van DE vrijeschool representeren.

 

DRIEKONINGEN 

Op 6 januari viert men Driekoningen of Epiphaniën en dan bakt en eet men het driekoningenbrood, Waarin een boon verborgen is. Die boon is een heilige boon (waar de uitdrukking: heilig boontje! van afkomstig is) en het is de eerste boon die men volgens oud gebruik mag eten na Kerstmis, want „van Moedernacht tot Dertiendag mag men geen bonen eten!”

Moedernacht is de kerstnacht van 24 op 25 december, en dat is de eerste der twaalf heilige nachten, tot aan Driekoningen.
Waarom?
In de stille decembermaand, de Nacht van het Jaar, trekt de goddelijke geest zich, in onze streken, waar het wintert, terug uit zijn stoffelijke belichaming, die hij in de voorzomer opbouwde. Daardoor volgt alles hem naar de onderwereld: de bomen lossen hun waardevolle stoffen op in hun sap en trekken het uit de bladeren weg om het door de stam omlaag te voeren, wat overblijft kleurt het stervende blad goud en geel en rood. De eenjarige verschijningsvorm van de levensgeest: de jaargod, wordt afgebroken en zijn wezen trekt zich terug in allerkleinst bestek: in zaad, boon, bol en wortel onder de aarde. De dieren kruipen in hun holen en gaan de winterslaap in. En ook de mens, meelevend met de geest, volgt hem de diepte in, terug in de grote moederschoot, als elke nacht, de schittering van zijn ziel en karakter afleggend als kleding, om het naakte kind te zijn, dat opnieuw, mét de levensgeest, geboren moet worden, in een nieuwe gestalte in het nieuwe jaar.

De kortste dag met de langste nacht zijn het keerpunt, de zonnewende. Dat is op 21 december, dan wordt die wende als feest in de hemel gevierd. Want al onze menselijke en aardse feesten zijn de flauwe afspiegelingen van hemelse feesten — net als de ware huwelijken, die eerst in de hemel gesloten zijn, en de ware genezingen en bekeringen en uitvindingen. Van de geestelijke sfeer door de psychische sfeer sijpelen zfj door tot in het stoffelijke, concrete: tot in onze kerstbomen en kerstkransen en nieuwjaarswensen. Die drie sferen of elementen: lucht, water en aarde, moet ook de levensgeest doorreizen bij zijn terugkeer naar de stof, waar hij in zijn nieuwe jaargestaite geboren zal worden. Daarom beeldt men hem af als Capricornus: de steenbok met de visstaart, half nog in het water, half op het vasteland. Of als het waterpaard, dat nog in de oude boerenwagens is uitgesneden. Of als Tijl Uilenspiegel, op het koord dansend in de lucht — maar de norne die hem doet in-carn-eren snijdt het koord door, hij valt in het water en klautert op de wal.
Met Nieuwjaar vieren wij de wedergeboorte van de geest in tijd en ruimte en als het goed is, worden ook wij zelf wedergeboren in deze moedernacht en komen met een nieuwe ziel het practische leven weer in. Zoals in de boon de levensgeest woont met al zijn gecomprimeerde kracht, zo zijn ook wij vervuld van het goede voornemen, geladen met het Heil. Nu moet dat openbaar worden, nu moeten wij het tonenl Epiphaniën is: openbaring. Levenspraktijk. In de daad moet de geest blijken en werken: in elk woord dat wij spreken en dat met heil geladen zij, in ons eten dat heilig zij, geen dode rommel, in ons werk, waarmee wij gerust geld mogen verdienen dat wij immers voor ons stoffelijk bestaan nodig hebben, maar dat niet enkel óm het geld verdienen gedaan mag worden, maar om, op welke wijze ook, met de geest mee te werken. De levensgeest werkt in ons — werken wij mét hem!

IK ben de muziek van uw lichaam:
Ik ben de stijgkracht uwer sappen, de vibratie uwer zenuwen, de bouwlust uwer cellen —
Ik ben het goud uit uw diepte,
het geheim uwer klieren,
het wonder der opperste samenwerking
aller heilige elementen —
Ik ben het lied van uw zingend lichaam,
dat Mij verwerkelijkt!

Ik ben uw moed en uw werklust,
de bezieling uwer daden,
de vaste kern van uw besluit,
de volharding in de beproevingen der tijden.
Ik ben de kracht van uw hand,
uw pantser in strijd en verschrikking —
Ik ben het lied van uw arbeid —
verricht alleen Mijn heilige arbeid,
wijk niet af!

.

Melly Uyldert, de Kaarsvlam 10-01-1956

.

Driekoningen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: Driekoningen

.

1405

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Driekoningen (23)

.

driekoningen 1

.
Zingen en springen met de Koningen. Op 6 januari wordt het feest van Driekoningen gevierd, al neemt men het met die datum op het
ogenblik niet zo heel nauw, want als het beter uitkomt wordt het ook wel eens een paar dagen eerder gevierd. Een populair volksfeest, vooral voor de kinderen. Zo populair dat het in 1961 als motief voor een van de kinderpostzegels werd gekozen.
Hil Bottema knipte met vaardige hand voor de zes-cents-postzegel een aardig driekoningenplaatje. Een heel oud feest, dit driekoningenfeest dat de afsluiting van de kerstviering aangeeft.
Het verhaal uit de bijbel is overbekend: de wijzen uit het Oosten die het pas geboren Christuskind in Bethlehem hun goede gaven komen aanbieden: goud, wierook en mirre. Die wijzen werden in het volksgeloof tot koningen en men wist zelfs hun namen: Balthasar, Caspar en de zwarte Melchior. In het tiende vers van Mattheüs 2 lezen wij over deze koningen:
’Als zij nu de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde’. Die vreugde is gebleven bij het vieren van Driekoningen; ook de ster speelt hier nog een opvallende rol, want op deze dag worden door kinderen, verkleed als koningen, allerhande sterren in prachtige versieringen rondgedragen. Een héél oud gebruik. Lang geleden al gingen de kinderen de straat op om liederen te zingen. Voor velen tevens een mooie aanleiding om wat te bedelen. Verschillende van die liederen zijn bekend gebleven, zoals dit sterrelied:
.
Hier treden wij, Heere, met onze Steere,
Wij zoeken Heer Jezus, wij hadden hem geere.
Wij klopten al aan Herodes zijn deur,
Herodes, de Koning, kwam zelvers veur.
Hij sprak er al met een valscher hart:
Hoe ziet er de jongste van drieën zoo zwart?
Al is hij zoo zwart, hij is wel bekend,
Het is er de Koning van Oriënt.
Wij kwamen die hooge bergen opgaan,
Daar zag men de sterre stille staan.
O Sterre, gij moet er zoo stille niet staan!
Gij moet er met ons naar Bethlehem gaan.
Te Bethlehem in die schoone stad,
Daar Maria met haar kindeken zat.
Zoo kleiner kind en zoo grooter God,
Een zalig nieuwjaar verleene ons God.
.
Uit Tilburg komt het volgende oude liedje met een mondje Frans erin.
.
Wij komen van oosten, wij komen van ver,
A la berline postiljon,
Wij zijn er drie koningen met een ster,
A la berline postiljon,
Van cher ami, tot in de knie.
Wij zijn drie koningskinderen,
Sa pater trok na Vendalo, van cher ami.
.
Populair is nog steeds het volgende versje, waarover verteld wordt dat het zou herinneren aan het feit dat lagere ambtenaren op driekoningendag in verschillende gemeenten op het stadhuis een nieuwe hoed kregen.
.
Driekoningen, driekoningen,
geef mij ’n nieuwen hoed,
m’n oude is versleten,
m’n vader mag ’t niet weten,
m’n moeder heeft ’t geld
al op de toonbank neergeteld.
.
Hoewel de reformatie in ons land zich tegen vele kerkelijke feesten heeft verzet, bleek Driekoningen een taai leven te hebben.
De geschiedenis wil dat Willem Barentsz met zijn mannen tijdens hun barre overwintering op Nova Zembla het driekoningenfeest vierde. Begrijpelijk, want zij hadden wel iets bijzonders nodig om de tijd te doden.
En dit is een waar verhaal uit 1662 over de toen twaalfjarige prins Willem lll:

‘Men verhaalt dat de jonge prince van Oranje in den Hage zijnde, op drie koningen dach, in presentie van sijne grootmoeder, de princesse douairière van Orangiën, prins Willem, stadholder van Vrieslant, en meer andere illustre personagien, in het trecken den hooggemelden prince het lot van coning te sijn is toeghekomen, waerop oock een heerlijeke donatie sou sijn gevolgt.’

In Amsterdam was het omstreeks 1900 nog de gewoonte op straat te venten met de zogenoemde trekbrief met de kroon. Op de brief stonden zestien figuren, voorstellende koning, koningin, raadsheer, rentmeester, secretaris, kamerling, hofmeester, voorsnijder, proever, schenker, zanger, speelman, portier, kok, zot, zottin. Bij iedere figuur stond een vierregelig versje. De brief werd in repen gesneden en deze werden op staafjes gerold, waarna ieder op zijn beurt kon trekken welke rol hem werd toebedeeld.
.
driekoningen 2
.
Driekoningen werd ook in huis gevierd met als hoogtepunt een bonenfeest. in het driekoningenbrood was een boon gebakken en wie ’dat heilige boontje’ tijdens de maaltijd te pakken kreeg, was de koning van de dag met alle daaraan verbonden voordelen. Na de maaltijd mochten de kinderen in de keuken het kaarsjesspringen beoefenen, met natuurlijk het bijbehorende gezang.
.
Kaarsies, kaarsies, drie aan een,
Springen wij er over heen.
Al wie daar niet over en kan,
Die en weet er nou niemendal van.
.
Dolle pret; maar omdat de minimode nog niet bekend was, wel een gevaarlijk spelletje waarbij de nodige ongelukken gebeurden en heel wat brandjes moesten worden geblust. Ook daarom afgeschaft.
Nu nog trekken op of rond driekoningendag door steden en dorpen – vooral in Brabant en Limburg – honderden kinderen langs de wegen. Zij dragen hun sterren, zij zingen de liederen, zij maken muziek en zij zijn heel prachtig uitgedost. Als koningen. Er wordt snoepgoed en geld gevraagd. In Den Bosch trekken zij naar de grote kerststal in de Sint- Janskathedraal.
In Tilburg besteedt een deskundige jury aandacht aan de verkleedkostuums en geeft beoordelingen en prijzen. Tot diep in het duister trekken de kinderen met hun sterren, met hun lichtjes, in hun wonderlijke kledij door de straten.
.
driekoningen 3

.

Driekoningen: alle artikelen
Shell Journaal van Nederlands folklore 1972

.

938

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Driekoningen (22)

 

DRIEKONINGEN

De winter is de tijd van abstractie. De bomen zijn kaal, onbekleed is de natuur en naakt tonen zich haar patronen. Naar hun silhouet kan men het wezen der bomen nu goed onderscheiden!
Zo gaat nu ook de mens nadenken, zijn ervaringsbeelden afpellen om er de les uit te trekken en dan het beeld op te ruimen, lezend, denkend en tezamen sprekend, bij lampschijnsel in het besloten huis, ontdekt men de achtergronden der feiten, de zin van het gebeuren.
De kinderen doen spelletjes die overblijfselen zijn van heilige handelingen der volwassenen in een ver verleden. Dansen en optochten  die het wezen van een seizoen uitbeelden.
Op elf november vierden zij Sint – Maarten, gingen in optocht door het dorp, elk met een uitgeholde mangelwortel, waarin venstertjes waren uitgesneden, en een lichtje binnenin. Wat stelde dat voor?
Het lichaam waar het licht van de geest door uitschijnt!
Een ander maal spelen zij Jan Huygen. Eén kind staat middenin; de andere, in een kring er om heen dansend en zingend:
.
Jan Huygen in de ton mrt een hoepeltje erom
Jan Huygen, Jan Huygen,
en de ton die viel in duigen!
.
De kring, die de ton vormde, waar Jan Huygen in zat, wordt op die laatste regel verbroken en de kinderen, als de duigen, tuimelen gierend van de pret over de grond.
De ton is de levensvorm, die in het najaar ontbonden wordt. Maar J.H., het geestelijk wezen, dat zich van de stoffelijke belichaming bediende, dat is gebleven en komt nu des te duidelijker uit!
De kersttijd wordt besloten met het feest van Driekoningen, op 6 jan. Na de 12 heilige nachten van 24 december tot 5 jan. is dit de dertiende dag, waarop men voor’t eerst weer bonen mag eten. Daarom zit in het Driekoningenbrood een heilige boon verstopt.

De kersttijd is immers de tijd waarin de levensgeest neerdaalt in de stof met een nieuwe uitstorting van zonnekracht voor de mensen. Hij grijpt aan in de bonen, de zaden de bollen in alle kiemen die verborgen zijn in de moederschoot der aarde. Het is de heilige tijd der conceptie. Nu hebben de kiemen de heilige zonnekrachten ontvangen en kunnen gaan groeien. Zo verborgen als zij in de aarde, ligt de heilige boon in het driekoningenbrood.

Een Oudhollands kinderspel op driekoningenavond is ‘het kaarsje aan de deur”.
De kinderen dansen in een kring om een brandend kaarsje. Drie van hen zijn verkleed als de drie koningen, waarvan één, de Zwarte Melkert*, een zwarte Jood uit Abessinië was. Daarom heeft het kind dat koning Melchior voorstelt, zijn gezicht roetzwart gemaakt. Dan zingen zij onder het dansen:
.
Vinger in de roet, wie er mee doet!
Vanavond, met een kaarsje,
met ’n lichtje aan de deur,
hoezee!
.
Op de laatste regel laten zij elkaar los en rollen over de grond. Evenals in J.H. wordt de stoffelijke vorm ontbonden en wordt de heilige geestelijke kern zichtbaar.
De zwarte Melchior werd later Zwarte Piet. In het Friese dorp Grouw wordt op 6 jan., dus op driekoningen, het feest gevierd van Zwarte Piet, zonder Sinterklaas. (In dit artikel is sprake van in februari)
Elk van de driekoningen beeldt een deel van de mens uit.
Zwart is de kleur van stof. Het is de rouwkleur in die materialistische landen, waar men staart op het stoffelijk overschot en zijn vergankelijkheid. Terwijl toch juist de geestvonk door het afvallen van het stoffelijk kleed bevrijd is! De zwarte koning Melchior beeldt het stoffelijk lichaam van de mens uit. Hij bracht de bittere mirre mee: een kostbare medicijn, die als tonicum en antisepticum het stoffelijk lichaam versterkt. Koning Caspar bracht het goud mee, dat behoort bij het hart en het gevoel, het astraal lichaam van de mens, dat, als het rein is gevoelens bergt, zuiver als goud. En koning Balthasar voerde de wierook mee, Weih-rauch gewijde rook van het hars van de boom olibanum. De wolken wierookgeur behoren tot het luchtelement, zij stijgen ten hemel zoals de gedachten die zich tot God verheffen. De wierook beeldt het verheven denken uit, het mentaal lichaam van de mens.
Wilsdaad, gevoel en verstand: dat zijn de drie koningen in de mens, die zijn karakter tezamen binden. Als een vat, waarin het wezen, de geestvonk, besloten is en wonen mag.
De drie koningen brachten hun gaven mee voor de godszoon. De drie lichamen of vermogens van de mens zijn er voor het geestlicht van binnen. Opdat het ze heilige en er doorheen schijne naar buiten.
In de heilige wintertijd zien wij het onverhulde licht zelf. Opdat wij het kennen en later zullen herkennen, ook door de bekleedsels heen.
.
Ieder mens draagt het licht.

.

(De Kaarsvlam, 27-01-1973)

.

*In het Oberuferer driekoningenspel heten de koningen Melchior (rood gekleed; goud), Balthasar (blauw gekleed; wierook), de donker kleurige Caspar, groen gekleed: mirre).

.

Driekoningen: alle artikelen

.

 

926

 

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Driekoningen – (21)

 

 

goud, wierook en mirre

Zij, die aan het kind in de kribbe de symbolen gebracht hebben, of beter gezegd de symbolische gaven goud, wierook en mirre, zij hebben van de sterren afgelezen op de manier van een duizenden jaren oude wetenschap, het mysterie van de geboorte uit de Maagd – dus het kerstmysterie. En zij, de wijzen met het goud, de wierook en de mirre, waren op die manier zoals de oude wijsheid dit opvatte, astrologen; zij waren op de hoogte met die geestelijke processen die zich in de kosmos afspelen, wanneer bepaalde tekens zich aan de hemel vertonen.

Zo’n teken was voor hen dat in de nacht van 24 op 25 december – in het jaar dat wij tegenwoordig als het geboortejaar van Christus Jezus benoemen – toen de zon, het grote wereldsymbool van de wereldverlosser, vanuit het hemelgewelf neerfonkelde uit het sterrenbeeld van de maagd. Zij zeiden: wanneer de constellatie aan de hemel zichtbaar zal zijn, dat de zon in de nacht van 24 op 25 december in het sterrenbeeld maagd staat – dan zal er met de aarde een belangrijke verandering plaatsvinden. Dan is de tijd aangebroken dat wij het goud, d.w.z. het symbool van onze kennis van het goddelijk wereldbestuur, dat we tot nog toe alleen in de constellatie van de sterren hebben gezocht, zullen brengen aan de weerkende kracht die nu deel wordt van de ontwikkeling der mensheid op aarde;
dat wij de wierook die tegelijkertijd de hoogste menselijke deugd symboliseert, zo kunnen offeren dat wij ons om deze hoogste menselijke deugd ten uitvoer te kunnen brengen, ons verbinden met de kracht die van Christus uitgaat, die geboren zal worden in die menselijke persoon  die wij de wierook als symbolische gave brengen; en ten derde de mirre –als het symbool van wat eeuwig is in de mens. Wat wij als verbonden gevoeld hebben door de millennia heen met de krachten die uit de sterrenconstellaties ons een taal spreken, wij zoeken het verder, wanneer wij het als gave brengen aan hem die de mensheid een nieuwe impuls zal geven. Wij zoeken onze onsterfelijkheid ddor onze ziel te verbinden aan de impuls van Christus Jezus. Wanneer uit de maagd het kosmische symbool van de wereldkracht, de zonnewereldkracht, neerwaarts lichten zal, dan zal er een nieuwe tijd op aarde aanbreken.

Zo werd het geloofd, zo werd het gezien gedurende duizenden jaren. En toen de wijzen zich geroepen voelden de wijsheid van het goddelijke, het menselijke gevoel van de deugd, het tastend voelen van de menselijke onsterfelijkheid – symbolisch uitgedrukt in goud, wierook en mirre – aan de voeten van het goddelijke kind te leggen, herhaalden ze als een historische gebeurtenis wat in talloze mysteriën, in talloze offerhandelingen door de duizenden jaren heen, even symbolisch gedaan werd, toen ze als een profetische verwijzing naar de gebeurtenis die zou beginnen wanneer de zon om middernacht van 24 op 25 december vanuit de maagd vanuit de hemel neerwaarts zou schijnen, aan het symbolische godskind dat in de oude tempels als de representant van de zon behoed werd, in deze kerstnacht schonken: goud, wierook en mirre.

Rudolf Steiner: GA 180/9

Driekoningen: alle artikelen

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Driekoningen (19)

Driekoningen: alle artikelen

over de drie geschenken

Eén van de vier standaardwerken van Rudolf Steiner ‘Die Geheimwissenschaft im Umriss [1] vermeldt in de inleiding woorden met de volgende strekking:

‘Wij willen hier spreken over zaken die eigenlijk door iedereen benaderd kunnen worden. Wij willen onze omgeving ( mineraal, plant, dier en mens ) zo leren kennen dat het zijn geheim toont. Wie de moeite neemt om op een onbevooroordeelde wijze te leren zien in die omgeving zal het schone, het waarachtige en het goede ontdekken, behoeden en bewonderen. Zo zal hij merken, dat alles in de wereld een openbaar ‘geheim’ heeft , maar dat het verborgen blijft zolang men aan de werkelijkheid voorbij gaat.’

Het Bijbelwoord uit het Johannesevangelie ‘wie oren heeft, die hore’ moet,  dunkt mij, op dezelfde gedachte steunen.

De meesten van ons kennen wel het kerstlied ‘Nu zijt wellekome’ waarin de regels voorkomen:
‘De heilige Drie Koningen uit zoverre land…..’

en verder:

‘Ze offerden ootmoediglijk myrr’, wierook ende goud.

Wij zongen over de wijzen uit het Oosten die mirre, wierook en goud brachten aan het kindje. Hoevelen van ons hebben zich ooit afgevraagd wat dat nu eigenlijk voor geschenken waren. Ik heb me ook wel eens geprobeerd te realiseren wat koningen nu met zulke vreemde geschenken moesten doen. Ik dacht er over na wist geen antwoord en dan gleed mijn aandacht weer naar iets an­ders toe.

Wie oren heeft, die hore!

Nu wil ik echter een poging wagen om eens met u het een en ander over die  geschenken te doordenken.

Is goud niet het edelste metaal, dat wij kennen? Komt het niet vaak, vooral in sprookjes, voor als beeld voor stralende wijsheid? Is de koningskroon niet van goud? De zon en het goud en de wijsheid, zijn dat geen beelden die ons helpen duiden, dat één van de koningen het kindje de edelste wijsheid schonk.
Dan de wierook, het sterkst geurende, een enige jaren terug* door de ‘flower power, make love not war, hippies’ war, opnieuw ontdekte middel om door de geur in een gezamenlijke gevoelsatmosfeer te komen.
Het geurende wordt in het ademritme opgenomen, verwerkt en weer aan de omgeving teruggeschonken. Zo komt de wierook in ons
ademhalingssysteem van longen en bloedcirculatie, waar gevoelens die ons treffen direct merkbaar worden. Gevoelen van schrik en blijdschap, schaamte en opwinding zijn immers als eerste merkbaar in een versnelde of stokkende ademhaling of een plotse­linge rode of bleke gelaatskleur.Zo werkt de wierook in op onze ademhaling en dus op onze gevoelens.
De koning die de wierook schenkt, schenkt het kind de rijkdom van het edelste gevoelsleven.

Ten slotte de mirre, een plant groeiend en bloeiend in de meest barre omstandigheden. In woestijngebieden, waar een verzengende zon al het leven op aarde verschroeit, waar geen zaad ontkiemen kan, daar weet de mirre zich nog te handhaven. Haar taaie vol­harding om leven mogelijk te maken waar al het andere het opgeeft, getuigt van een wilskracht die ontembaar is. De koning die de mirre aanbiedt, schenkt het kind de wil die het in het leven no­dig zal hebben.

De drie wijzen schenken dus wijsheid, gevoelsleven en wil. Hierin zijn terug te vinden het denken, voelen en willen. Wij trachten immers ook in ons onderwijs de denkende, voelende en willende mens op te voeden.

Ook het fenomeen, dat de wijzen uit het Oosten komen is bijzonder boeiend. Wij leven in onze tijd* in een politiek klimaat waar de belangstelling voor geestelijke stromingen uit het veel spiri­tuelere oosten.Talrijke Guru’s trekken naar het westen met oosterse meditatiesystemen. Vele westerse jongeren trekken naar landen als India om er een leraar te zoeken in geestelijke aan­gelegenheden. Een vreemd fenomeen. Ook de drie koningen kwamen uit het oosten, maar zij aanbaden “het Kind’. Ik geloof, dat daar een sleutel te vinden is om iets van dat ‘openbaar geheim’ te doorgronden.

(Gerard Reyngoud, vrijeschool Leiden, *dec.1974?)

[1] GA 13
vertaald

Driekoningen: alle artikelen

688

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Driekoningen (16)

.

KNUTSELS

drie koningen, kaars, ster

(voor meer knutsels: Tineke’s doehoek)

1) KAARS(EN) VERSIEREN

Met Stockmar versierwas kun je kaarsen heel mooi versieren.
Met een speld kun je de vormen uitprikken en op de kaars plakken.

driekoningen tekening 3

2) STER
Van de was kun je  een klein balletje kneden waardoorheen je drie spelden prikt, met gouddraad omwinden, zoals de ‘spin’, knoopje om een speldenknop en je hebt een mooie ster.

driekoningen tekening 4

3) DRIE KONINGEN VAN BLOEMPOTJES

Elk jaar als de kerstdoos weer tevoorschijn komt, is er wel weer een wollen figuur het slachtoffer van vraatzuchtige mottenlarven geworden. Deze keer waren het Jozef en de drie koningen. Jozef heb ik opgeknapt en omdat de koningen nog wel even met hun optreden konden wachten, gooide ik die maar weg. Er zat in een van de baarden een heel mottennest en herstellen had geen zin meer. Zo ontstond het idee om de koningen van ander materiaal te maken en al klinkt het zeer profaan: we kozen daarvoor rood­stenen bloempotjes. En er ontstonden wer­kelijk statige figuren, die een kaars droegen en zo het kerstlicht nog een tijd in de donke­re januaritijd over ons lieten schijnen.

Per figuur heb je twee bloempotjes nodig met aan de open zijde een diameter van ze­ven centimeter en één grotere met een diameter van negen centimeter. Verder een pakje ‘Dasklei’, een soort kant en klaar papiermachéprodukt (verkrijgbaar bij hob­by-, boek- of speelgoedwinkels) en plakkaat­verf.

Zet de grote pot op zijn kop. Plaats een van de kleine potjes ondersteboven over de grote pot heen, doe er wat velpon tussen, zodat de potjes niet meer verschuiven kun­nen. Zet het tweede kleine potje met de open kant naar boven op de twee anderen, plak deze ook vast (dit potje vormt het hoofd).

driekoningen bloempot 1

Rol nu van de ‘Dasklei’ slangetjes (dit is een mooi werkje voor de kleine kinderen, dus iedereen kan meedoen!) en bevestig die als op de tekening aangegeven als halskragen en de omzoming van de mantels. De handen worden van een bolletje klei gemaakt en kun je mooi tussen de randen van de mantels wegmoffelen alsof ze daaronder vandaan komen. Maak een kuiltje in de handen zodat de koningen hun goud, wierook en mirre kunnen dragen.

driekoningen bloempot 2

De klei moet nu eerst drogen en daarna kun je zien of alles nog goed vastzit. Is dit niet het geval dan nog een druppeltje velpon tus­sen de naden smeren. Hierna kan het beschil­deren beginnen: je kunt plakkaatverf gebrui­ken en als alles droog is, kun je erover heen gaan met blanke lak. Er zijn ook kleine pot­jes hobbyverf te koop (ook in goud en zil­ver!), je hoeft dan geen lak meer te gebrui­ken, maar het resultaat is wel strakker. Een baard kun je later van schapenwol in de natte lak drukken, maar je kunt hem ook schilde­ren.
Goud, wierook en mirre van kleine stuk­jes bijenwas maken en in de handen stevig aandrukken.

driekoningen bloempot 3

(Tineke Geus, Jonas 8/9, 17-12-1982)

4) DE VERLICHTE WEG VAN DE DRIE KONINGEN

Aan het einde van de kersttijd, zes januari, vieren we Driekoningen. Het feest van de wijzen uit het oosten die de ster volgen om het Kerstkind te vin­den.

Hieronder de werkbeschrijving van een driekoningenmolen, waar kinderen eindeloos naar kunnen kijken. ‘De rode, de groene en de blauwe koning, ge­duldig voortreizend.’

Van deze draaiende driekoningenmolen heb ik het principe gevonden in het boek ‘Maak er een feest van‘ onder redactie van Lou Hoefnagels, uitgegeven bij De Arbeiderspers, Amsterdam 1961.

Daarin wordt een dergelijke molen beschreven als
verjaardagsverrassing. Door twee tot vier waxinelichtjes onder de kap van de molen te plaatsen, zetten we Caspar, Melchior en Balthasar in beweging, alsmaar rond en rond en rond….

Nodig:
goudkarton
stevig donkerblauw papier
zijdevloeipapier
een stukje grenenhout van 2 cm dik,
een dunne breinaald,
behangerslijm
contactlijm,
een liniaals
een passer,
een scherp puntig mesje
een paar waxinelichtjes

Teken met de passer op het goudkarton een  cirkel af met een straal van 9,5 cm. Verander niets aan de stand van de passerbenen en zet de straal zes keer uit op de omtrek van de cirkel. Verdeel vanaf deze punten, met be­hulp van de liniaal, de cirkel in zes stukken. Deel deze weer door midden. Trek nu rond hetzelfde middelpunt de volgende cirkels: een met een straal van 1,5 cm, een met een straal van 10,5 cm en een met een straal van 12 cm.

De twaalf segmenten van de breedste ring moeten nu uitgesneden worden volgens de aanwijzingen op de tekening. Vouw de ver­kregen raderen voorzichtig naar boven. De molen draait in dezelfde richting als de rade­ren gevouwen worden. Let daarop bij het be­palen van de voorstelling op de molenwand, anders bewegen de koningen zich misschien achterstevoren.** De buitenste ring moet ingeknipt en naar beneden omgevouwen worden. Dit is de plakstrook waaraan de wand van de molen komt te hangen. Maak het puntje dat de passer in het karton heeft gemaakt groter met de breinaald, plak het aan de goede kant af met een cirkeltje of sterretje van goudkarton. Zo is er een putje gevormd waarin de molen draaien kan.
Neem nu een strook blauw papier van 15 cm breed en 66,5 en 1,5 (plakstrook) cm lang. (Voor wie een grotere of juist kleinere molen wil maken: de omtrek van de molen bepaalt de lengte van de strook, straal =x 3,14(Pi) = de omtrek van de cirkel. Dus 10,5 cm: 10,5 x 3, 14 = 32,97* cm (33) + 1,5 cm plakrand.

Snijd met het mesje een voorstelling van de drie koningen met de ster uit het blauwe papier. Maak niet te grote open stukken, zorg voor verbindingslijntjes (als bij glas-in- lood) anders vervormt de molenwand wel erg. Beplak de voorstelling aan de achterzijde met zijdevloeipapier; gebruik de behangerslijm hiervoor.
Als de voorstelling op deze manier is ‘ingekleurd’ kan het beste de hele achterzijde van de strook nog eens met wit of lichtgeel zijdevloei verstevigd worden.
Leg het geheel plat te drogen.

Zaag het stukje hout intussen tot een cirkel met een straal van circa 8 cm. Sla een dunne spijker in het midden en trek hem er weer uit. Kort de breinaald in tot 26 cm en zet hem klem in het gaatje in het hout. Als de blauwe strook goed droog is vouwen we hem rond en plakken hem vast op de plakstrook. Als we zorgvuldig hebben ge­werkt past het gouden molendak precies in de blauwe wand. Zelf heb ik door noncha­lant te werken de omtrek van het dak met één millimeter verbreed door de plakrand niet goed om te vouwen. Het resultaat was dat de molenwand vijf millimeter te krap was. Lijm wand en dak zorgvuldig op elkaar. Ter versteviging wordt er onderaan de wand, aan de binnenkant, nog een strook papier ge­plakt zodat die mooi rond loopt. Wanneer er nog deuken in de wand zitten dan kunnen die ook weggewerkt worden door er stevig papier van achter tegenaan te plakken. Zet de molen nu op de naald. Waarschijnlijk moet ze nog in evenwicht worden gebracht, wat weer met stukjes papier kan worden ge­daan. Als alles recht hangt is het moment van inwijding daar. Dat gaat als volgt: maak de kamer donker en plaats het werk­stuk op tafel. Zet een paar waxinelichtjes onder de kap, vlak tegen de naald en steek ze aan. Op het plafond van de kamer verschijnt een stralende, draaiende ster en op de molen zien we de drie koningen – de rode, de groe­ne en de blauwe – geduldig voortreizend, als maar rond, op weg naar het Kind.

driekoningen lampje 1

driekoningen lampje 2

 

(Nicole Karrèr, Jonas 10, 04-01-1985)

*in het artikel stond: 10,5 x 3, 14 = 66,5
**op de afbeelding lijken de koningen niet de aangegeven draairichting te volgen!)

.

Driekoningenalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldDriekoningen

.

429-400

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Driekoningen – alle artikelen

.

1) Tussen kerstfeest en driekoningen
Jacobus Knijpenga over: de tijd staat even stil; winter: donker en koud – (kosmisch) licht en warmte; goud, wierook, mirre

2) Van kerst tot driekoningen
Rinke Visser over: 12 Heilige Nachten; kosmische constellaties van zon en maan; oude Germaanse gebruiken, winter, Wodan, Julfeest; Jultijd, maan-maanden en zonnemaanden;

3) Tevergeefs de blik omhoog
Rinke Visser over: wie waren de Koningen; de ster toen, de ster nu, geboren vanuit de geest

4) Epifanie: een waakzaam wachten
Marieke Anschütz over: (de namen van) de 3 koningen; Stefanus; 6 januari

Drie koningen
Magchiel Mathijsen over: jaarfeesten als ordening; de 3 koningen in het driekoningenspel; geschenken van de herders en goud, wierook, mirre; denken, voelen willen; oordelen, besluiten;

5) De planetenstand van Bethlehem
Piet Smolders over: wat was ‘de ster’: komeet, supernova, bijzondere samenstand van planeten? Giotto schildere ‘staartster’

6) Van kind tot koning
Marieke Anschütz over: van geschonken worden naar zelf kunnen schenken

7) De vierde koning
Marieke Anschütz over: winter, kersttijd, drie koningen. Wie is de vierde.

8-1)  Driekoningen in de kleuterklas
Bakker, Koopman, Vonk over: uit de praktijk – wat kun je doen in de klas tussen Kerst en Maria Lichtmis

8-2) Het driekoningenspel in de kleuterklas
Isabel Bruggeman over: een driekoningenspel spelen in de kleuterklas

9) Drie koningen
Over: historie; Germanen; driekoningenbrood; 4e wijze uit het oosten

Goud
Joop van Dam over: geen metaal tegenover zich: tegenstellingen in zichzelf; de cultisch-religieuze functie; hart en geneeskunde;
Eckehard Wagner over: van cultus naar macht; vindplaatsen; hart en geneeskunde;
Over: goud en zon; cultische waarde; hart en geneesmiddel

10) Mirre
Flora’s kus over: karakteristiek van de plant die de mirre voortbrengt, hoe ze aan haar naam komt: de mythe van Myrrha; mirre en het lijden; het geschenk van koning Kaspar; geneeskrachtige werking
Rainer Muller over: kostbaar, niet voor profane doeleinden; karakteristiek van de plant; geneeskrachtige werkingover

11) Over de gaven van de drie wijzen uit het oosten
Ruth Kaeselitz over: de koningen; januari – Epifanie; goud; wierook;

12) Hoe de drie koningen hun naam kregen
Paul Sapens over: ooit heetten ze anders; de Engelse heilige Beda geeft ze hun naam; kleur van mantels; hun leeftijd; hun geschenken

13) Driekoningen
Rudolf Steiner over: wie waren deze Magiërs; hun geschenken: goud, wierook, mirre; de ster; de grot

14) Driekoningen
Melly Uyldert over: 12 heilige nachten; winterzonnewende; Nieuwjaar

15) Recepten
Driekoningenbrood (2x)

16) Knutsels
1) kaars versieren; 2) ster; 3) Tineke Geus: driekoningen van bloempotjes; 4) Nicole Karrèr: lampje met rondreizende koningen;

17) Driekoningenspelletje voor klas 1
Pieter Witvliet schreef een eenvoudig spelletje voor klas 1/groep 3

18) De kunst van het schenken
Hella Krause-Zimmer over het schenken van de herders en de koningen; over de geschenken

19) Over de drie geschenken
Gerard Reyngoud over goud, wierook en mirre en de samnehang met denken, voelen en willen

20) De drie koningen
Johanna Knottenbelt over een esoterische benadering van de drie koningen op basis van aanwijzingen van Rudolf Steiner

21) Driekoningen
Rudolf Steiner over goud, wierook en mirre

22) Driekoningen
Melly Uyldert over driekoningen; winter; Jan Huygen in de ton; vinger in de roet; goud, wierook, mirre; de boon; stof en geest

23)Driekoningen
Driekoningen in het verleden in Nederland – folklore

.

Kerstspelenalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldDriekoningen

.

428-399

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

..

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Driekoningen (15)

.

RECEPTEN

1) DRIEKONINGENBROOD

voor ongeveer 30 stukjes

600 gr bloem
250 gr boter
2,5 dl melk
3 eieren
200 gr suiker
40 gr gist
1 theelepel zout

hiervan deeg maken, goed kneden, 1 uur laten rijzen

dan toevoegen:
100 gr gemalen amandelen
geraspte schil van 1 cirroen
100 gr rozijnen

weer kneden

dan: 2 witte bonen, 1 bruine boon in het deeg verstoppen

nog een half uur laten rijzen
bakken in matig verwarmde oven, ongeveer 1 uur.

Het mooiste is het brood een ronde* vorm te geven en het te bestrooien met poedersuiker waarin een stervorm is uitgespaard.

3 kaarsjes kunnen erop gezet worden: rood, blauw, groen

wie de boon heeft is koning!

(bron onbekend)

*het gaat hier overduidelijk om een brood voor een klas. Dan is een ronde vorm minder geschikt, want dan zijn de middenstukken bij het snijden groter dan de kapjes. Dat vinden kinderen niet leuk, Bovendien hebben de grootste stukken een grotere kans de boon te bevatten en dat is niet eerlijk.

Dus een ‘gewone’ broodvorm.

0-0-0

2) DRIEKONINGENBROOD.

Er bestaan erg veel recepten voor deze koningskoeken, erg lekker en gemakkelijk is het volgende:

Benodigdheden:
250 gr boter
200 gr. suiker
300 gr. bloem
5 eieren
100 gr gepelde en fijngemalen amandelen
1 mespunt geraspte citroenschil,
100 gr. blanke pitloze rozijnen,
zout
poedersuiker

Roer de boter met de suiker zacht en romig.
Roer er dan één voor een de eidooiers door en daarna een snufje zout,
de citroenschil
en de gemalen amandelen.
Meng er vervolgens beetje bij beetje de gezeefde bloem door
en de rozijnen.
Klop de eiwitten heel stijf en schep ze voorzichtig door het deeg.
Doe het deeg over in een ronde vorm of in een vuurvaste ronde schaal, (vorm of schaal met boter insmeren en dun met bloem bestrooien),
stop een bruine boon in het deeg
en bak de koek in een matig warme oven bruin en gaar.
Laat de koek in de vorm iets afkoelen en breng hem dan over op een schaal.
Bestrooi de bovenkant van de koek met poedersuiker in de vorm van een ster en zet in het midden van de ster een kroontje van goud papier.

Wie de boon heeft is de KONING.

(bron onbekend)

wat de vorm betreft: zie opmerking boven.
één boon kan natuurlijk ook, maar is voor een klas niet logisch

.

Driekoningenalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldDriekoningen

.

427-399

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Driekoningen (8-2)

.

HET DRIEKONINGENSPEL IN DE KLEUTERKLAS

Hoe heerlijk is het om met kleuters de hele maand januari het driekoningenspel te mogen spelen. Vorig jaar heb ik hetzelfde spel gespeeld als dit jaar. De oudste kinderen wisten zodoende nog precies hoe alles hoort. Hoewel de stoel van Herodes al bijna een jaar niet meer in de klas staat, moet hij voor het driekoningenspel weer uit het derde lokaal worden gehaald. Iedere dag wordt na het eten het spel gespeeld. De kinderen die het eerst hun tas wegbrengen beginnen al zonder dat ik iets hoef te zeg­gen het spel voor te bereiden. De stal  (schommelboot) wordt klaargezet en er wordt gevraagd:  “Juffie, mag ik de stoel van Herodes halen?”  “Juffie,  mag ik het krukje klaar zetten?” Als ik “ja” zeg,  komt er vaak meteen een ander kind op het idee om maar vast een kleedje te halen voor op het krukje. Daarna komen daar de gaven,  de kaars en de kurk op voor het zwart maken van koning Kaspar. Als alles klaar staat – de grootste kunst is om het vertelhuis groot genoeg te krijgen – worden de spelers gekozen. Wie zou er Maria mogen zijn? Ja, het is wel moeilijk om te kiezen,  want er zijn zoveel kinderen die graag willen. Na Jozef wordt de engel gekozen; die mag als hij of zij dat wil de sluier voor de ogen, want: “dan zie je allemaal kleuren in de kaars.” Herodes wordt ook gekozen, die hoeft alleen maar op zijn troon te zitten, maar het is toch een heel gewichtige rol. Er zijn kinderen, die zo’n boze rol beslist niet willen spelen!
Heel spannend is wie er koning Kaspar mag zijn, want die wordt echt zwart gemaakt. Na deze voorbereidingen, die misschien wel net zo lang duren als de vertoning zelf, begint het spel. We beginnen te zingen en de drie wijzen    schrijden plechtig voort. Ze komen bij Herodes die waardig op zijn troon zit. Daarna volgen zij de ster tot de stal in Bethlehem. Maria wiegt daar het kindeke. De koningen knielen voor de kribbe. Als Balthasar de regels van het spel nog niet zo goed kent en tegelijk met Melchior wil knielen, wordt daar door de andere kinderen commentaar op gegeven, want hij hoort immers op zijn beurt te wachten!
Jozef neemt de geschenken in ontvangst en de wijzen nemen afscheid van de goddelijke familie. Zij keren terug naar hun land. Onderweg waarschuwt de engel hen tegen Herodes en zo gaan zij rechtstreeks terug naar het oosten. Hiermee is het spel afgelopen. Ik heb de melodie en de tekst hieronder genoteerd, zoals ik het in mijn klas speel:


driekoningen lied

 

2)
De gouden ster (2x),  verdween hen plotseling uit het oog.

Al keken zij nog steeds naar omhoog
Zij stonden nu, zij stonden nu,
al voor een mooi paleis
En rusten daar van de reis.

3)
De koning ja (2x) die daar woonde was Herodes.
Hij vroeg hen waar zij kwamen vandaan.
Zij zeiden toen (2x) één uit het morenland.
En twee uit Sheba met elkand.

4.
Wij zoeken saam (2x) een kinde dat in doeken is gehuld,
Misschien dat gij dat weten zult?
D’ster wees de weg (2x)  tot wij kwamen hier aan,
En hier bleef hij toen stille staan.

5)
Herodes zei  (2x) als gij dit kinde vinden zal,
Kom dan weer met U drie in getal,
En zeg mij dan (2x) waar U dit kinde zag
Zodat ik ook ’t aanbidden mag.

6)
als 1.

7)
De ster stond stil (2x) al boov’n een arme boerenstal
Het kinde ik hier, vinden zal
Nu mogen wij (2x)  het kind aanbidden gaan
Al  waar de sterre stil bleef staan.

8)
Maria, o Maria rein,.
zij wiegde daar haar kindelijn
0 Jezus, o mijn kindje rein
drie wijzen ons bezoeken,
Ach Jezus ligt in arme doeken.
0 Jozef, mijn (2x),

driekoningen lied 2

(melodie 9)

10)
Balthasar knielt neer al voor het kinde teer,
Hij schenkt het nu de wierook.

11)
Kaspar knielt nu neer, al voor het kinde teer,
Hij schenkt het nu de mirre.

12.(melodie 1)
Maria en ook Jozef rein, voor deze gaven dankten zij,
Zij waren ermee reuze blij,
Drie koningen (2x) zij zeiden toen gedag
Tot ’t kind dat in de kribbe lag.

13)als 1.

14)

driekoningen lied 3

15) als 1
In de eerste twee weken is het spel hiermee afgelopen. Daarna volgt nog de vlucht naar Egypte.*
.
(Isabel Brugman, Zeister vrijeschool, nadere gegevens niet bekend)  Zie onder, bij reactie.

.

 *in deze schoolkrant stond nog dit liedje, maar of het bij het spel gebruikt werd, is me niet duidelijk.

driekoningen lied 4

.

Voor meer driekoningenliedjes: Tineke’s doehoek

Vrijeschoolliederen

.

Driekoningenalle artikelen

Kerstspelenalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeld: Driekoningen

 

Kleuters: alle artikelen

 

426-398

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Driekoningen (12)

.

HOE DE DRIEKONINGEN HUN NAAM KREGEN

Net als met het bepalen van het aantal driekoningen, heeft het geven van een naam veel gesteggel opgeleverd. In de loop der tijden hebben ze onder anderen Magala, Galgalat en Sarachim geheten en Apellinus, Amerus en Damasus. De namen waaronder ze nu optreden aan het slot van het kerstverhaal zijn voor het eerst genoemd eind vijfde eeuw.

De evangelist Mattheüs is de enige die ooit in sobere be­woordingen over het illustere gezelschap heeft geschreven. Maar hij heeft het nooit over koningen gehad, laat staan over een aantal, over kame­len, over grote aantallen hel­pers en noem maar op.
‘In die dagen’, staat in het Nieuwe Testament, ‘kwamen er wij­zen uit het oosten.’ Ondanks deze vaagheid wist de Engelse heilige Beda in de zevende eeuw als eerste enke­le biografische gegevens op te lepelen. Aan de hand daarvan kan worden gecontroleerd of de Driekoningen in het thuisstalleke wel goed van kleur zijn.

‘De eerste moet Melchior zijn geweest’, aldus de benedictijn Beda. ‘Een oude man met grijs haar, lange baard en hoofdharen. Met purperrode tunica, korte groene mantel. De tweede was Caspar, een baardeloze jongeling met roodachtig haar, groene tuni­ca, rode korte mantel en pur­perrode schoenen. De derde met donkere tint en haren en volle baard, Balthasar gehe­ten, had een rode tunica, wit­te korte mantel en groene schoenen.’

Een legende uit de twaalfde eeuw gaf ze een leeftijd: Caspar 20, Balthasar 40 en Melchior 60. Vanaf het einde van de dertiende eeuw werd een vast schema gehanteerd voor de opstelling: grijsaard Melchior voorop, Balthasar als deugd in het midden en daarachter benjamin Caspar.

(Paul Sapens, nadere gegevens onbekend)

Beda laat Melchior  goud geven, Balthasar mirre en Caspar wierook.

In het Oberuferer Driekoningenspel geeft Balthasar wierook, en Caspar mirre. De kleuren van de koningen zijn daarin: Melchior: rood; Balthasar: blauw; Caspar: groen.

.

Driekoningenalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldDriekoningen

.

425-397

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Driekoningen (11)

.

OVER DE GAVEN VAN DE DRIE WIJZEN UIT HET OOSTEN

‘Zij traden het huis binnen en zagen het kind met Maria, zijn moeder, en nedervallend vereerden zij hem. En zij openden hun schatkisten en brachten hem hun gaven: Goud en wierook en mirre. (Mattheüs 2, 11) [1]

In de heilige schrift van het Mattheüsevangelie worden ze ‘wijzen’ genoemd; andere bronnen spreken over magiërs. Het is zeker dat ze – gezien de tijd waarin ze leefden – én wijzen én magiers waren, alsook koningen, priesterkoningen. En ze waren sterrenkundigen:
‘Waar is de geboren Koning der Joden? Wij hebben zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om voor hem te knielen’. (Mattheüs 2, 2) [1]

In de 6e eeuw begon de legende die de wijzen uit het Morgenland in koningen veranderde. De 9e eeuw gaf hun dan de algemeen gebruikelijke namen: Caspar, Melchior en Balthasar.

De ‘driekoningendag’, die jaarlijks op 6 januari als ‘Epifanie’ gevierd wordt, ontstond rond 1164, nadat het gebeente van deze drie heiligen van Milaan naar de dom in Keulen was overgebracht. Tot de volksverering droeg in de tweede helft van de 14e eeuw de ontstane ‘Legenda trium regum’ van Johannes von Hildesheim bij.

Richten we ons nu op de in Mattheüs genoemde gaven van de drie wijzen: goud, wierook en mirre, dan noemen we ze als stoffen met een bijzondere religieuze en symbolische betekenis.

Goud werd van oudsher als diepste geheim van de aarde en als een sacraal element gezien, dat welbewust slechts in deze betekenis gebruikt werd.
‘Maar al het zilver en goud, en de koperen en ijzeren vaten zullen den Heere heilig zijn; tot de schat des Heeren zullen zij komen.’ (Jozua 6,19) [2]

Goud is in de Heilige Schrift van het Oude en Nieuwe Testament het meestgenoemde metaal. Het wordt in gelijkenissen gebruikt en als aardse rijkdom, alsmede in zijn bijzondere betekenis voor de tempelbouw in de tijd van Mozes en Salomo en de bouw van het nieuwe Jeruzalem in de Openbaringen:
‘De straat van de stad is louter goud als doorschijnend glas’. (Openbaringen 21, 18) [2]

En bij Job staat er in een gelijkenis:
‘Ja, de Almachtige zal uw overvloedig goud zijn’. (22, 25) [2]

Wanneer later de alchemie, op zoek naar de ‘materia prima’, het goddelijk oerelement, probeerde, rekening houdend met de trillingsfrequenties van alle elementen, goud te maken, dan zag men in dat streven en het proces de aardse creatie van het volmaakte, godkennende bewustzijn.

Was in vroeger tijden het goud alleen bestemd voor de religieuze cultus, al in de tijd van David en Salomo is het ook in bezit van koningen:
‘en zij (de schepen) kwamen te Ofir, en haalden van daar, aan goud vierhonderd en twintig talenten, en brachten het tot de koning Salomo. (1 Koningen 9, 28) [2]

Onmetelijk waren de goudschatten van de heersers in Babylon, Nineve en Persepolis, in India en de voor-Oriënt. India en Lydië (een klein-Aziatisch land aan de westkust, maar ook Arabië – in de tijd van Rome, Spanje, behoorden tot de beroemde goudlanden van de oudheid.

In de symboliek gold goud als zinnebeeld van de standvastigheid en volmaaktheid. In de veronderstelling van zijn bijzondere, verborgen krachten werd het in het Morgen- en Avondland vaak tot amuletten verwerkt. Gedachten van gelijke strekking lagen ten grondslag aan de steeds uit goud vervaardigde insignes van de koningen.

Het goud is steeds in verband gebracht met de zon en wat de organen betreft met het menselijke hart. In het verre oosten gelooft men dat het goud – als ziel van de aarde – deze levend houdt. Ook in het zeewater bevinden zich sporen van goud.

Bij de kribbe in Bethlehem schonken de aanbiddende koningen goud als teken van de eens priester-koninklijke macht van het heilige kind.

De tweede genoemde gift van de drie koningen is wierook; dit werd – aanbiddend – als teken van goddelijke macht geschonken. Vanaf de tijd van Mozes tot de tijd waarin het de uitdrukking van een cultische handeling wordt genoemd, werd en wordt wierook tot op de dag van vandaag daarvoor aangestoken.

De welriekende geur van de wierook steeg in Babylon al op en in de tempelplaatsen van het Oude Egypte. Zoals de naam al aangeeft, werd het gebruikt voor wijding (Duits Weih-rauch), om te offeren, voor de loutering en voor de vergeestelijking van het gebed. Zo beleefd deed het ca 500 jaar na de christelijke jaartelling zijn intrede in de christelijke godsdienst. In de geneeskunde gold wierook ooit als goddelijk medicijn. Vanuit magische voorstellingen geloofde men dat het goede geesten kon aantrekken en slechte verdrijven. Net als het goud, is de wierook met zijn onvergankelijke hars een symbool voor de eeuwigheid en onsterfelijkheid. In onze tijd vinden we het in de christelijke, boeddhistische en islamtische godsdienst, maar ook in het Shintoïsme, om maar een paar wereldreligies te noemen.

Bij Sjatt-al-Arab is een kleine religieuze gemeenschap, de Mandaeërs (gnostici, ‘wetenden’) wier leer en heilige geschriften waarschijnlijk teruggaan tot die van Zarathustra (Perzië, 7e eeuw voor Christus). Zij zien in de wierook zelfs het opstijgen van een goddelijk wezen, van wie zij, in de gedaante van de hoogste godheid van het ‘eerste leven’, verlossing verwachten.

Mirre, als naam afkomstig uit het Arabische murr, dat bitter betekent, is een geelbruine, kruimelig aardse substantie met een aromatische geur en bittere smaak. Het wordt gewonnen uit de hars van rubberachtige, welriekende struiken en bomen uit de Arabische en Afrikaans-Abessinische landstreken. De Griekse geschiedschrijver Herodotos (5e eeuw v. Chr.) bericht: ‘Het verst weg liggen de bewoonde landen in het zuiden van Arabië. Van alle landen groeit daar alleen wierook, mirre, casia, kinamomon (?) en ladanon(?). De Arabieren winnen al deze dingen, behalve de mirre, echt met moeite…’ En Diodor van Sicilië (1e eeuw v. Chr.) zegt o.a.: ‘Het binnenland echter wordt door aaneensluitende bossen bedekt, waarin grote wierook- en mirrebomen staan; bovendien palmen en kalmoes en kaneel en andere planten, die net zo lekker ruiken. Het is echt niet mogelijk om van iedere plant de bijzondere natuurlijke eigenaardigheden op te schrijven en  de intensiteit en de overmaat aan geuren die allemaal tegelijk door elkaar uitstromen. Wanneer de wind landafwaarts waait, gebeurt het dat de welriekende geur die de mirrebomen en andere gelijksoortige gewassen uitademen tot over de aangrenzende zee meegedragen wordt…’

Mirre, herhaaldelijk genoemd in het Oude en Nieuwe Testament wordt hier in de gelijkenis tot geschenk en geneesmiddel alsmede als kostbare en heilige stof genoemd.

‘Gij nu, neem u de voornaamste specerijen, de zuiverste mirre….En maak daarvan eene olie der heilige zalving….En met dezelve zult gij zalven de tent der samenkomst…’
(Exodus 30, 23-25-26)[2]

In de evangeliën wordt mirre driemaal genoemd: de eerste keer bij de geboorte  van Christus – als derde gave van de wijzen uit het Oosten. Hier symboliseert het de macht zieken te genezen. Al in de oudheid gold mirre als een geneesmiddel en was in Egypte al medicinaal bekend.

De tweede keer spreekt Marcus in zijn bericht over de kruisiging van Christus over de mirre:
‘Daar gaven ze hem ( de gekruisigde) wijn met mirre vermengd te drinken, maar hij nam het niet aan.’ (Marcus 15, 23) [1]

Johannes noemt de mirre bij de graflegging van Christus: ‘Ook kwam Nikodemus, hij die voor het eerst in de nacht tot hem gekomen was, en bracht een mengsel van mirre en aloë…’
(Johannes 19, 38) [1]

Mirre nam men in de oudheid, voornamelijk in Egypte, naast de andere stoffen  voor het mummificeren. In de Middeleeuwen werd dit hars – met het oog op de evangelieteksten over het lijden van Christus en zijn dood in verband gebracht. Om zijn aromatische geur en de genezende werking speelde de mirre zowel in Joodse en Indisch-Oriëntaalse, alsmede de in christelijke cultus een wezenlijke rol.

Zeker hebben de drie wijzen uit het oosten – zoals de koningin van Sa’aba die duizend jaar eerder met dezelfde schatten naar Jeruzalem trok, hun doel waarnaar de ster hen leidde op dezelfde weg van de oude wierookstraat bereikt – over Mekka en Medina en Petra, de eens zo beroemde stad van de Nabatanen…..

Ruth Kaeselitz, Der Elternbrief, jrg.onbekend)

[1] Het nieuwe testament, H.Ogilvie 1975
[2] Bijbel, Statenvertaling

.

Driekoningenalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldDriekoningen

.

424-396

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Driekoningen (10)

.

MIRRE

Magie en mirre horen bij elkaar. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de offergaven van de Drie Koningen, die goud, wierook en mirre schonken aan het kind Jezus. Deze magiërs, priester-koningen uit het woestijnachtige thuisland van de mirreplant, kwamen aan met het meest kostbare van hun cultuur. Dat waren, naast het koningsmetaal goud, de aromatische harsen van wierook en mirre. Misschien brachten ze zelfs helemaal geen goud mee, zoals sommige onderzoekers beweren, maar balsem, want in het Arabisch hebben deze twee woorden dezelfde schrijfwijze: dhb. Als dat waar is dan waren het louter plantaardige producten die de koningen schonken.

Hoe dan ook, wierook gaven ze vanwege de heiligheid en mirre vanwege het lijden van het kind, want mirre en lijden horen ook bij elkaar. Het rituele zalven van de doden door de Hebreeërs was in die tijd heel ge­bruikelijk en mirre werd dan ook als symbool gezien voor lijden en dood. Ook toen Christus aan het kruis hing gaven ze hem mirre opgelost in wijn. En nadat hij van het kruis was genomen, werd hij door Jozef van Arimathea en Nicodemus met honderd pond mirre en aloë bedekt.

De jonkvrouw Myrrha
Hoe sterk mirre met lijden is verbonden bewijst ook het verhaal van de prachtige jonge vrouw met de naam Myrrha, beschreven door de Romeinse dichter Ovidius (43 v. Chr. tot 17 na Chr.). In het tiende hoofdstuk van zijn Metamorphosen beschrijft hij hoe het meisje hope­loos verliefd wordt op haar eigen vader en niets liever wil dan met hem de liefde bedrijven. Verteerd door schuldgevoel wil ze zelfmoord plegen, maar haar voed­ster verijdelt op het laatste moment de zelfmoord door vader en dochter door een list bij elkaar te brengen. Zij weet vader Cinyras met wijn te benevelen en als hij die nacht alleen in bed ligt brengt zij het meisje naar hem toe, zonder haar identiteit te onthullen. Vele nachten brengen ze met elkaar door en uiteindelijk is Cinyras zo nieuwsgierig naar die heerlijke jonge vrouw, dat hij een toorts aansteekt om haar te kunnen zien. Dan schrikt hij zich een ongeluk en gaat met getrokken zwaard achter het vluchtende meisje aan om haar te vermoorden. Myrrha weet te ontsnappen naar een ver land waar het droog en woestijnachtig is. Daar brengt ze negen maanden door. Hoogzwanger is ze van haar vader en ze wil niet langer als mens door het leven gaan. Daarom smeekt ze de goden om haar een andere gedaante te geven en die wens wordt verhoord. Myrrha verandert in een doornige struik die voortaan haar naam zal dragen en ze huilt bittere tranen. Die druipen van haar takken in de vorm van kleine glins­terende bolletjes hars die opwellen uit de diepten van haar hout. Na vreselijke pijnen, geholpen door de maangodin, scheurt zij overlangs open en komt er het mooiste kind uit dat de wereld ooit heeft gekend: Adonis. Zijn schoonheid heeft hij mede te danken aan de gewoonte om zich met mirre in te zalven en zo mooi is hij dat zelfs de godin van de liefde op hem verliefd wordt. Myrrha kan haar zoon niet vasthouden en ze moet voorgoed afscheid van hem nemen. Vanwege dat verdriet blijft ze altijd bittere tranen wenen.

Tranen
Tot zover dit verhaal, waarin enkele opmerkelijke waarheden over de mirreplant worden verteld. Inder­daad lijken de harsdruppels op tranen. Ze ontstaan in harsgangen in het hout en druppen door kleine poriën in de schors naar buiten. Ook gebeurt het regelmatig dat de stam of de dikke takken van de struik overlangs open scheuren waarbij er veel hars naar buiten loopt. Deze kostbare hars zag men in de oudheid als de schone jongeling Adonis en dat geeft wel aan hoeveel belang er aan deze hars werd gehecht. In de Zuid-Arabische landen bracht mirrehars zeer veel geld op. Overal was behoefte aan deze hars, in erediensten van tempels in Egypte tot in Griekenland, waar de mirre tijdens het bewind van Alexander de Grote rond 330 voor Christus is aangekomen. Talrijk waren de rookoffers met zowel mirre als wierook, haar familielid waarmee de plant vaak in één adem wordt genoemd. Het ging om offers voor de goden, om boze geesten te verdrijven en om de doden te eren. Verder werden in profane diensten ook rookoffers opgedra­gen aan levende mensen en was de verfrissende en prikkelende geur van de hars welkom op feesten. De Egyptenaren gebruikten mirre bovendien voor het balsemen van hun mummies, voor gebruik in schoon­heidsmiddelen en parfums en voor het verzorgen van het gebit.

Iemand die veel waarde hechtte aan mirre en haar schoonheid ermee in stand hield, was de oogverblin­dende Nefertete, vrouw van de farao Echnaton (rond 1570 v. Chr.). Zij bewaarde de mirreharsen in stenen kastjes die later zijn gevonden. Als er gasten kwamen in het paleis kregen die een zalfkegel op het hoofd. Dat was een mengsel van dierlijk vet met mirrehars en andere geurende kruiden. Door de warmte van het hoofd smolt de hars en liep druppelsgewijs door het haar en over de schouders van de gasten. Op die manier wandelden er van geur druipende mensen door het paleis…

Mummies
Mirre had ook een religieuze betekenis, gezien het veelvuldige gebruik van de hars in de oude Egyptische zonnestad Heliopolis, op de plek waar nu Caïro ligt. Daar werd dagelijks mirre verbrand op het hoogtepunt van de middag als de zonnegod zijn hoogste kracht had bereikt. Daarbij gebruikten de priesters een speciaal mengsel van kruiden, dat ze ‘kyphi’ noemden. In de zuidelijker gelegen plaats Karnak, aldus de inscripties op de tempelmuren aldaar, was het gebrui­kelijk deze rookoffers te brengen tijdens de zons­opkomst.

Zoveel mirre gebruikten de Egyptenaren dat de lucht langs de Nijl zwanger was van deze geur. Niet alleen de hars, ook complete bomen werden geïmporteerd en in de tempeltuinen geplant. Daarmee kon de hars worden gewonnen die in grote hoeveelheden nodig was om de doden mee te mummificeren. Kilo’s mirre gebruikten de balsemers om de buik-, borst- en schedelholtes van de overleden farao’s en hogepriesters te vullen. Toen in 1922 het graf van Toetanchamon werd geopend kwa­men er verzegelde stenen kruiken en potten te voor­schijn die bij opening nog steeds sterk geurende mengsels bezaten van mirre en andere harsachtige stoffen. En dat tweeëndertig eeuwen later! Deze sub­stanties bleken voor 90 procent uit dierlijk vet en voor 10 procent uit mirrehars en andere kruiden te bestaan. Zelfs heilige dieren werden gebalsemd met mirre en rozemarijn, vanwege de conserverende werking van deze planten. Dat was ook aan de middeleeuwers bekend, want daar schreven de geneesheren soms mummie-extracten als medicijn voor tegen de meest uiteenlopende kwalen. Dat waren aftreksels van de zwachtels van mummies, die ooit waren gedrenkt in een waterige oplossing van mirreharsen. Bij het medicinaal voorschrijven van deze ‘mummie-lappen’ hadden de middeleeuwers de magie van de mummie op het oog, maar het is ongetwijfeld de gunstige werking van de mirre geweest die de geneeskracht veroorzaakte.

Kromme struik
De struik van de Commiphora myrrha is zeer doornig vanwege de scherpe takdorens (takken in de vorm van een doren) die haaks op de stengel staan en de plant een grillig uiterlijk verlenen. De gehele plant kan zo’n twee meter hoog worden en vertakt zich zeer sterk. Soms, afhankelijk van de groeiplaats, komen er ook boomvormen voor die vijf meter hoog kunnen worden. Bij de struikvormen is de hoofdstam meestal gebogen en ziet de plant er uit als een ‘vrouw die krom staat van de barensweeën’ (Ovidius). Aan de takdorens zit­ten de kleine, tot twee centimeter lange blaadjes, die aan de voet nog twee kleine zijblaadjes dragen en vaak met zijn drieën voorkomen.

De bloemen zijn klein en groenig-wit van kleur, al­thans bij deze soort, want er zijn ook mirresoorten met rode of gele bloemen. Ook zijn er doornloze soorten. Het geslacht mirre bevat maar liefst 250 soorten en de systematiek daarvan is zelfs voor de kenners inge­wikkeld. Van Zuid-Afrika, via de oostkust van Afrika, Saoedi-Arabië en het Midden-Oosten tot in India komt de mirre voor, en tot in de jaren tachtig van de twintigste eeuw werden er nog nieuwe soorten ont­dekt. De geslachtsnaam Commiphora bestaat uit twee delen: het Griekse woord ‘kommi’ (denk aan gom en gummi) betekent kleefstof en ‘phoros’ betekent ‘dragen’.

De ‘kleefstofdrager die myrrha heet’ (Commiphora myrrha) groeit in de droge woestijngebieden als wilde plant en heeft waarschijnlijk Somalië als land van herkomst. Daar is ‘molmol’ de plaatselijke naam voor zowel het gewas als de hars. Tegenwoordig zijn het vooral Ethiopië en Zuid-Arabië die de struiken op com­merciële basis in plantages kweken. Voor het winnen van de hars, die bij de zeer hoge woestijntemperaturen zacht wordt en vanzelf naar buiten sijpelt, worden niet alleen de ‘parels’ van de takken gehaald, ook de stam wordt aangesneden. Dat gebeurt vooral in het heetst van het jaar, in juli en augustus. Net als bij de rubberbomen lopen de harsgangen langzaam leeg. Is de boom eenmaal aangesneden, dan moet hij zes tot vierentwintig maanden met rust worden gelaten.  Zo niet, dan droogt de plant uit en sterft.

Verschillende tranen
De harsdruppels uit het hout, die in de mythologie zo mooi tranen heten, komen in twee soorten voor en die dragen in de handel de inheemse Arabische namen.
De ‘heerabol’ is een ruwe, roodbruine en grote klont hars, terwijl de ‘bisabol’ zachter is, geler en helderder.
Meer als barnsteen. In een handjevol mirrehars zitten deze twee soorten door elkaar en je kunt ook allerlei tussenvormen ontdekken. Van deze hars bestaat ongeveer 3 tot 10 procent uit de vloeibare mirreolie, die steeds stroperiger wordt bij veroudering. Deze etherische olie is de geurcomponent die wordt gewonnen door de hars op te lossen in vet. Het harsige deel, ongeveer 35 pro­cent, kan in alcohol worden opgelost en de rest (60 procent gom) is oplosbaar in water. Dat laatste is goed te merken als je een klontje mirre in de mond steekt, want meteen lost er iets van de hars op en dat geeft de scherpe en bittere smaak, die de Arabieren ‘myr’ (is ‘bitter’) noemen. Deze bittere looistoffen trekken de slijmhuid van het tandvlees en de mondholte samen en gaan ontstekingen tegen.

Medicinale plant
Mirre is al in de oudheid als geneesplant gebruikt voor een veelheid aan kwalen. Mondinfecties, kiespijn, hoofdpijn en ontstekingen van de slijmvliezen worden daarbij regelmatig genoemd. Verder zijn vooral ook de desinfecterende en wondgenezende werking bekend, die is toe te schrijven aan de looistoffen in de hars, maar ook aan de wondafdichtende werking die niets met de looistoffen te maken heeft. Als de hars namelijk over de wond is gewreven blijft er een dun laagje als een soort vernis op de huid achter. Hierdoor is de rand van de wond extra beschermd en afgedekt waardoor de genezing vlotter verloopt. In de Afrikaanse volks­geneeskunde vindt deze desinfecterende werking van mirre nog steeds toepassing. Ook als gorgelwater en tandverzorgingsmiddel is de mirre een gewaardeerd medicijn.

Waarschijnlijk hebben geiten in de woestijn de mirre als mondmedicijn niet nodig, maar ze zijn dol op de blaadjes ervan. Tijdens het vreten druipt de hars in hun vacht en als de dieren genoeg hebben komen ze met sijpelende baarden uit de struiken te voorschijn. Geiten hebben ook op een andere manier iets met mirre te maken. In de oudheid werd namelijk hun huid ge­bruikt om er de mirre in te persen. Daardoor bleef de geurende olie in de hars aanwezig, omdat het niet kon verdampen door de huid heen.

Hooglied
Tot slot enkele fragmenten van het bekendste loflied op de mirre en wel het Hooglied van Salomo, uit de bijbel. Telkens grijpen de twee geliefden uit dit lied naar de mirre, als zinnebeeld voor eikaars schoonheid waaraan de plant ook een bijdrage levert. Het zalven van hoofd en handen met mirre verhoogt immers de schoonheid en daarom zijn de liefdesscènes doorsijpeld van deze hars:

‘Mijn geliefde is mij een bundeltje mirre, rustend tussen mijn borsten’ (1:13)

‘Ik stond op om mijn geliefde open te doen, mijn handen dropen van de mirre, mijn vingers van vloeiende mirre op de greep van de grendel1 (5:5)

‘Zijn wangen zijn als balsembedden, perken van kruiden, zijn lippen zijn leliën, druipend van vloeiende mirre’ (5:13)

Gebruik bij Weleda
De mirre die Weleda gebruikt komt uit het zuid­oosten van Ethiopië. Mirre groeit hier in boomvorm in het wild op vlaktes, in heuvels en in de ber­gen. Het is een droog gebied waar weinig andere gewassen groeien. Mensen uit de omgeving hebben gezamenlijk een bedrijf opgezet om de hars te ver­zamelen. Dat gebeurt vanaf november tot februari door met een mes in de boom te kerven, zodat de hars eruit loopt. Daarna gaat de hars naar een sorteerstation waar vrouwen in een hal mirregom naar grootte en zuiverheid sorteren. Het zijn de grote bruine brokken die Weleda ontvangt. Op de productieafdeling voegt een medewerker alcohol bij de klompen waardoor de hars vloeibaar wordt. Weleda gebruikt alleen de hars om tinctuur van te maken. De gom en etherische olie worden niet ge­bruikt. Mirretinctuur werkt desinfecterend, ontstekingsremmend en weefselversterkend in Weleda ’s Tandvleesbalsem, Ratanhia Mondwater, Ratanhia Tandpasta, Calendula Tandpasta, Planten Tand­pasta, Saline Tandpasta, Voetbalsem, Aftershave Balsem en Aftershave Lotion.

mirre1

mrre 2

(Uit ‘Flora’s kus’ , Weleda Zoetermeer, 2000.)

Het gebruik van myrrhe* gaat tot ver in de oudheid terug. Zij wordt in Oud-Indische, Perzische, Egyptische en Griekse bronnen genoemd, eveneens in de Bijbel en de Koran. Uit al die over­leveringen blijkt, dat myrrhe steeds iets zeldzaams en kostbaars was wat nooit voor profane doeleinden werd gebruikt. Het rookoffer met myrrhe was even gebruikelijk als dat met wierook. Men maakte genezende zalven en pleisters met myrrhe. Ook bij de vervaardiging van zalfoliën en kosmetische preparaten werd zij gebruikt.

Wat is dat voor een geheimzinnige substantie, die zo hoog in aanzien stond dat zij naast goud en wierook tot de offerrande van de priesterkoningen in Bethlehem behoorde en toch tegenwoor­dig bijna is vergeten?

In de droge, hete kustgebieden aan weerszijden van de zuidelijke Rode Zee groeien de myrrhe voort­brengende planten, op karige bodem verspreid, op matige hoogte. Het zijn maar een paar meter hoge, met sterke dorens bezette struiken of kleine bomen. Deze hebben krachtige, korte gekrom­de takken. Zij vertonen wat kleine, eenvoudige of drietallig gestelde bladeren en hebben slechts onaanzienlijke bloempjes. Uit de gladde, dunne bast van de takken druipt vanzelf of na een inker­ving een stroperig sap, dat in de open lucht hard wordt. Sinds onheugelijke tijden wordt dit met grote moeite geoogst. Het is duidelijk, dat het steeds maar om kleine hoeveelheden ging. De myrrhe als handelswaar werd vroeger door karavanen over lange trajecten getransporteerd. Myrrhe bestaat uit gele tot roodbruine, doorschijnende brokken met een typische geur en bitter-aromatische smaak. Onderzoek toont aan dat de myrrhe een emulsie is, die voor een groot deel uit plantengel (gom) en een klein gedeelte hars bestaat, dat etherische oliën en bitterstoffen bevat. Tengevolge hiervan is myrrhe zowel in water als in alcohol oplosbaar. Daardoor wordt dan wel de bijzondere compositie teniet gedaan.
Het is gebleken, dat de myrrhe een desinfecterende, samentrekkende werking heeft, waarvan in allerlei farmaceutische bereidingen gebruik is gemaakt.

Van de toepassing daarvan in vroegere tijden is alleen nog hier en daar myrrhetinctuur bij de be­handeling van ziekten van het tandvlees en de slijmvliezen in de mond en keel overgebleven. Het vermoeden bestaat, dat de myrrhe op den duur in de vergetelheid raakte omdat ze op een heel bij­zondere manier met de constructie van de mens in vroegere tijden in relatie stond. Want wat is het typische van de werking van de myrrhe? Die is consoliderend duurzaam en aards makend, conserverend van aard.

Myrrhepoeder was in het oude Egypte een belangrijke substantie voor het balsemen van de gestor­venen. Dat heeft de moderne mens niet meer nodig; hij is meer dan genoeg een aards wezen geworden. Alleen waar ontstekingen de tendens tot oplossing te sterk laten worden, zijn ook nu nog werkingen, zoals hierboven beschreven, op hun plaats.

De myrrhe, die in de kerstgeschiedenis een rol speelt, herinnert ons eraan, dat de mens liefdevol kan ingaan op de taak van zijn aardse bestaan, maar daarbij niet zijn geestelijke oorsprong moet vergeten om daardoor aan het materialisme ten prooi te vallen.

(Dr Rainer Muller, bioloog, Weledaberichten nr. 149, dec. 1989)

*Mirre staat hier nog in de oude, niet meer gangbare spelling.

.

Driekoningenalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldDriekoningen

.

423-395

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Driekoningen – goud

.

Artikelen over ‘goud’ vind je bij: mineralogie

Zie voor ‘goud’ (en andere metalen) het boek ‘Levende metalen’ van L.F.C. Mees, hier te downloaden.

.

Driekoningenalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldDriekoningen

.

421-394

 

 

 

 

 

 

 

 

.