VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Driekoningen (23)

.

driekoningen 1

.
Zingen en springen met de Koningen. Op 6 januari wordt het feest van Driekoningen gevierd, al neemt men het met die datum op het
ogenblik niet zo heel nauw, want als het beter uitkomt wordt het ook wel eens een paar dagen eerder gevierd. Een populair volksfeest, vooral voor de kinderen. Zo populair dat het in 1961 als motief voor een van de kinderpostzegels werd gekozen.
Hil Bottema knipte met vaardige hand voor de zes-cents-postzegel een aardig driekoningenplaatje. Een heel oud feest, dit driekoningenfeest dat de afsluiting van de kerstviering aangeeft.
Het verhaal uit de bijbel is overbekend: de wijzen uit het Oosten die het pas geboren Christuskind in Bethlehem hun goede gaven komen aanbieden: goud, wierook en mirre. Die wijzen werden in het volksgeloof tot koningen en men wist zelfs hun namen: Balthasar, Caspar en de zwarte Melchior. In het tiende vers van Mattheüs 2 lezen wij over deze koningen:
’Als zij nu de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde’. Die vreugde is gebleven bij het vieren van Driekoningen; ook de ster speelt hier nog een opvallende rol, want op deze dag worden door kinderen, verkleed als koningen, allerhande sterren in prachtige versieringen rondgedragen. Een héél oud gebruik. Lang geleden al gingen de kinderen de straat op om liederen te zingen. Voor velen tevens een mooie aanleiding om wat te bedelen. Verschillende van die liederen zijn bekend gebleven, zoals dit sterrelied:
.
Hier treden wij, Heere, met onze Steere,
Wij zoeken Heer Jezus, wij hadden hem geere.
Wij klopten al aan Herodes zijn deur,
Herodes, de Koning, kwam zelvers veur.
Hij sprak er al met een valscher hart:
Hoe ziet er de jongste van drieën zoo zwart?
Al is hij zoo zwart, hij is wel bekend,
Het is er de Koning van Oriënt.
Wij kwamen die hooge bergen opgaan,
Daar zag men de sterre stille staan.
O Sterre, gij moet er zoo stille niet staan!
Gij moet er met ons naar Bethlehem gaan.
Te Bethlehem in die schoone stad,
Daar Maria met haar kindeken zat.
Zoo kleiner kind en zoo grooter God,
Een zalig nieuwjaar verleene ons God.
.
Uit Tilburg komt het volgende oude liedje met een mondje Frans erin.
.
Wij komen van oosten, wij komen van ver,
A la berline postiljon,
Wij zijn er drie koningen met een ster,
A la berline postiljon,
Van cher ami, tot in de knie.
Wij zijn drie koningskinderen,
Sa pater trok na Vendalo, van cher ami.
.
Populair is nog steeds het volgende versje, waarover verteld wordt dat het zou herinneren aan het feit dat lagere ambtenaren op driekoningendag in verschillende gemeenten op het stadhuis een nieuwe hoed kregen.
.
Driekoningen, driekoningen,
geef mij ’n nieuwen hoed,
m’n oude is versleten,
m’n vader mag ’t niet weten,
m’n moeder heeft ’t geld
al op de toonbank neergeteld.
.
Hoewel de reformatie in ons land zich tegen vele kerkelijke feesten heeft verzet, bleek Driekoningen een taai leven te hebben.
De geschiedenis wil dat Willem Barentsz met zijn mannen tijdens hun barre overwintering op Nova Zembla het driekoningenfeest vierde. Begrijpelijk, want zij hadden wel iets bijzonders nodig om de tijd te doden.
En dit is een waar verhaal uit 1662 over de toen twaalfjarige prins Willem lll:

‘Men verhaalt dat de jonge prince van Oranje in den Hage zijnde, op drie koningen dach, in presentie van sijne grootmoeder, de princesse douairière van Orangiën, prins Willem, stadholder van Vrieslant, en meer andere illustre personagien, in het trecken den hooggemelden prince het lot van coning te sijn is toeghekomen, waerop oock een heerlijeke donatie sou sijn gevolgt.’

In Amsterdam was het omstreeks 1900 nog de gewoonte op straat te venten met de zogenoemde trekbrief met de kroon. Op de brief stonden zestien figuren, voorstellende koning, koningin, raadsheer, rentmeester, secretaris, kamerling, hofmeester, voorsnijder, proever, schenker, zanger, speelman, portier, kok, zot, zottin. Bij iedere figuur stond een vierregelig versje. De brief werd in repen gesneden en deze werden op staafjes gerold, waarna ieder op zijn beurt kon trekken welke rol hem werd toebedeeld.
.
driekoningen 2
.
Driekoningen werd ook in huis gevierd met als hoogtepunt een bonenfeest. in het driekoningenbrood was een boon gebakken en wie ’dat heilige boontje’ tijdens de maaltijd te pakken kreeg, was de koning van de dag met alle daaraan verbonden voordelen. Na de maaltijd mochten de kinderen in de keuken het kaarsjesspringen beoefenen, met natuurlijk het bijbehorende gezang.
.
Kaarsies, kaarsies, drie aan een,
Springen wij er over heen.
Al wie daar niet over en kan,
Die en weet er nou niemendal van.
.
Dolle pret; maar omdat de minimode nog niet bekend was, wel een gevaarlijk spelletje waarbij de nodige ongelukken gebeurden en heel wat brandjes moesten worden geblust. Ook daarom afgeschaft.
Nu nog trekken op of rond driekoningendag door steden en dorpen – vooral in Brabant en Limburg – honderden kinderen langs de wegen. Zij dragen hun sterren, zij zingen de liederen, zij maken muziek en zij zijn heel prachtig uitgedost. Als koningen. Er wordt snoepgoed en geld gevraagd. In Den Bosch trekken zij naar de grote kerststal in de Sint- Janskathedraal.
In Tilburg besteedt een deskundige jury aandacht aan de verkleedkostuums en geeft beoordelingen en prijzen. Tot diep in het duister trekken de kinderen met hun sterren, met hun lichtjes, in hun wonderlijke kledij door de straten.
.
driekoningen 3

.

Driekoningen: alle artikelen
Shell Journaal van Nederlands folklore 1972

.

938
Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.