Tagarchief: Asgard

VRIJESCHOOL – Over ‘moeder aarde’

.

Oud-vrijekleuterleidster Dieuwke Hessels over allerlei aspecten van Moeder Aarde. Omdat er verschillende raakvlakken bestaan met bv. de vertelstof op de vrijeschool – o.a. sprookjes en de Germaanse mythologie – en omdat ook “Maria-Lichtmis’ ter sprake komt – een feest dat vaak in de kleuterklassen wordt gevierd, kan het tot een bepaalde verdieping leiden.
.

Dieuwke Hessels
.

Inleiding op:

Moeder Aarde door de eeuwen heen

Vrouw Holle en Maria-Lichtmis waren de aanleiding om eens uit te pluizen hoeveel “moeders aarde” er zijn, zijn geweest, vanwaar komen deze godinnen en
gaat Moeder Aarde door culturen, landsgrenzen heen, zijn er heden ten dage nog rituelen om Moeder Aarde te vieren?

Hoe is de eerdere aardeontwikkeling gegaan, volgens bronnen nog van Atlantis?

Een leuke onderneming is het geworden; een bloemlezing aan artikelen en afbeeldingen van Moeder Aarde.
Om te lezen en niet te vergeten hoe belangrijk zij is….

In Nederland leven miljoenen mensen van allerlei culturen, dicht op elkaar.
Elkaar weten te vinden door alle geloven en standpunten heen en trouw te blijven aan ieders eigen cultuur en ook om begrip te hebben voor elkaar, is een mooie opgave.
Denk aan jaarfeesten: hoe en welke, waar vind je gelijke stemming, kunnen we tot elkaar komen.
Een aantal feesten vindt haar oorsprong in voorchristelijke tijden, toen
mensen meer één waren met de natuur, met Moeder Aarde.

Ik neem jullie mee aan de hand van onderstaande artikelen:

Een enkele opmerking in blauw is van mij, phaw

Van jaarfeesten op vrijescholen, <1>
Een site over ‘Kleur op school’, <2>
en dan:
De geschiedenis van Internationale Moeder Aarde Dag <3>
Het verzorgen en zorgen om Moeder Aarde, <4>
Naar de aardeontwikkeling tot nu toe, <5>
Naar de Moeders Aarde bij de natuurvolkeren, <6>
Het jaarwiel bij Wicca, <7>
Verering van Moeder Aarde in vroegere tijden bij de Indianen, <8>
Uit Asgard en Midgard, <9>
Hindoeisme en Maori, <10>
Godinnenplaatjes, <11>
Een schildering, <12>
Een lied, <13>
Een artikel over de koppeling Moeder Aarde en Maria Lichtmis, <14>
en als laatste een artikel:
Wat Moeder Aarde ons en onze kinderen kan leren. <15>

Kortom:
Godinnen Moeders Aarde om te ontdekken en te koesteren en om trots op te
zijn:
Moeder Aarde was, is én blijft ontzettend belangrijk: waar zouden we zijn
zonder haar…

Jaarfeesten:
<1> Op de vrijescholen wordt gedurende een schooljaar stilgestaan bij de verschillende jaarfeesten, vaak van christelijke oorsprong, die er zijn,
Wellicht vraagt de tijd om een andere aanpak van jaarfeestvieringen aangezien de schoolpopulatie veranderd is, pluriformer, en vraagt om een hernieuwde kijk op deze jaarfeesten.
Daarover schreef Eveline Clignett op haar “Waldorfmama” pagina, een artikel met onder andere het volgende: ‘Sinds ik mij door mijn blogs, de online Jaarfeestencursus en de lessen die ik geef op de Academie voor Ouders in Zutphen steeds meer verdiep in de jaarfeesten en mij daarnaast steeds meer bezig houd met modern, open minder, goed en inclusief waldorfonderwijs, groeit in mij de wens om met een vernieuwende blik naar de feesten te kijken.

What’s in a name?
We vieren op Nederlandse waldorfscholen graag Pinksteren, Kerstmis, Sint-Jan en Sint-Maarten.
Allemaal feesten met een christelijke naam. Dat is soms best verwarrend, want zo lijkt Waldorf een christelijke grondslag te hebben door de gevierde feesten. En eigenlijk klopt dat niet (niet helemaal tenminste).

Veel vrijeschoolse jaarfeesttradities vinden hun oorsprong in natuurreligieuze vieringen, verbonden aan de in- en uitademingsfase van het jaarritme. Het doel van de jaarfeesten op een Waldorfschool is, als ik Steiner goed begrijp, niet verbonden aan de christelijke feesten, maar vooral met dat ademhalingsritme en de cyclus van de aldoor zich afwisselende seizoenen. Er is een verschil tussen hoe je de jaarfeesten persoonlijk en op school viert. Op school wordt er vaak voor een beeld gekozen en daaromheen is een mooie dag met verhalen, liederen, een inhoudelijke boodschap, natuurverbondenheid en plezier.
Voor de opvoeder ga je op een veel dieper niveau met de jaarfeesten aan de slag. De jaarfeesten bieden dan de mogelijkheid voor persoonlijke ontwikkeling. Voor
die persoonlijke verbinding kan je natuurlijk gaan voor een esoterische/Christelijke inslag (waar een mooi boekje over bestaat van voordrachten van Steiner), maar dat hoeft niet.
Is het de door de katholieke kerk bedachte naam die invulling geeft aan een feest? Of gaat het juist om de inhoudt, om de bewuste blik naar je persoonlijke ontwikkeling en de ontwikkeling van de mensheid?

Realiteit
De realiteit is dat in het oorspronkelijke pedagogische concept van de Waldorfschule helemaal niet zoveel te vinden is over dat belang van de jaarfeesten. Maar als je op dit moment naar een vrijeschool gaat, zijn die
feesten een groot onderdeel van het onderwijsconcept. De kinderen genieten van de feesten, ouders bakken zich een slag in de rondte en de telefoons staan in de aanslag om de sprong over het vuur vast te leggen.
Maar het is niet alleen maar fijn. Er worden misschien wel te veel ‘beelden’ tegelijkertijd gevierd, er komen steeds meer feesten bij die gevierd moeten worden om inclusief te zijn, mensen hebben moeite met de kerkelijke
stempels en overal hoor je stemmen opgaan dat het enorm veel werk is om die feesten te organiseren en de feesten ook nog eens oppervlakkiger worden.
Op zoek naar nieuwe wegen voor een inclusievere vrijeschool en omringt door een enorme rijkdom van jaarfeesten die overal op de wereld gevierd worden, kan ik mij voorstellen dat we een sprong in het diepe mogen wagen. Een sprong naar een nieuw jaarfeestenritme met diepgang, rijkdom en kwaliteit i.p.v. kwantiteit.

Een idee?
Wat als we nou de essentie van alle verschillende jaarfeesten samenbrengen en krachtige nieuwe namen vinden voor inclusieve feesten, zouden we daarmee de ramen van de waldorfbubbel open zetten en vernieuwend in de maatschappij van nu staan? Natuurlijk hoef je daarbij niet alles los te laten wat je lief is en kunnen er regionale verschillen zijn. Wie viert met mij begin februari Winterlicht of begin mei de Lentedans? Wie onderzoekt met mij op welke manier we de verwachting tot midwinter kunnen vieren; de Yalda-nacht, de geboorte van Christus en de nieuwe zon? We kunnen samen op zoek gaan naar nieuwe namen. Ik heb een voorstel voor 8 feesten, geïnspireerd op de heidense jaarcyclus.

1 februari – Winterlicht
21 Maart – Lentefeest
1 mei – Mei/lentedans
21 juni – Midzomer
1 augustus – Zomeroogst
21 September – Herfstfeest
1 november – Herfstduister
21 december – Midwinter

Even als voorbeeld: In de natuur is de kalender niet zo streng. Net als nu, zoeken
we op scholen naar een geschikte dag rondom deze data. En terwijl we samen het
lentefeest vieren met eieren en ontkiemende zaadjes, kan elke traditie worden
aangevuld met Paas-, Holi-, Pesach-, Ostara- of Nowroez-elementen. Ja nog steeds is bijvoorbeeld het opstandingsmotief belangrijk.
Die achtergrondbeleving geven we mee aan de kinderen, niet doordat we de naam Pasen gebruiken, maar door hoe we inhoud geven aan het feest.
Iedereen is welkom licht te brengen in het Herfstduister. Het uithollen van een
knol of het maken van lantarentjes past daar uitstekend bij. Elementen van de
heilige legende van Sint-Maarten mogen daar niet ontbreken, maar ook elementen van Diwali en Samhain mogen gevierd, net als de lichtjes voor de gestorvenen van Allerzielen en zélfs van Halloween.
Natuurlijk zijn er ook speciale dagen die gevierd mogen worden, dagen die niet
per se natuurverbonden zijn maar cultuurgebonden. We kunnen samen
Koningsdag vieren, Sinterklaas of Keti Koti. Maar 8 keer per jaar vieren we groot
feest op school. Grote feesten waar iedereen zich mee verbonden mag voelen.’

Kleur op school

<2>Hieronder een stukje van “Kleur op school”, zij geven de uitdaging om tot wederzijds begrip te komen [en te blijven], een kans door hun hierbij benoemde aanpak in lesmateriaal en tijdschrift.
Van: kleuropschool.nl
Moeder Aarde wordt door de mensheid al eeuwen gezien als het vrouwelijke deel van de schepping.
Ze heeft vele namen.
Zo wordt ze ook Moeder Natuur genoemd.
Bij de Inuit is de moedergodin: A’akuluujiusi, de oermoeder die dieren kon maken uit haar eigen kleren.

Bij de Grieken was Gaia de Oermoeder en Godin van de natuur.
In dit thema gaan we kijken naar hoe wij mensen omgaan met Moeder Aarde.
In levensbeschouwelijke zin kijken we naar verleden, heden en toekomst van de aarde, en de betekenis van Moeder Aarde voor de mensheid. Milieu, natuur, klimaatverandering, duurzaamheid, omgaan met de schepping zijn onderwerpen die in deze Kleur op school aan bod komen.

Kleur op School: betekenis geven aan de wereld om je heen.

<3> Wat vind je mooi? Wat is waardevol voor jou? Wat is belangrijk? Wat betekent
vriendschap voor jou? En pesten? Waar hoop je op? Waar verlang je naar? Hoe
zie je de toekomst?
Levensvragen die iedereen persoonlijk kan beantwoorden.
Tijdens acht basisschooljaren ontwikkelen kinderen voor een belangrijk deel hun persoonlijkheid, hun identiteit. Kinderen geven voortdurend betekenis of ‘zin’ aan alles wat ze meemaken. Zo ontwikkelen kinderen een levensbeschouwing in
wisselwerking met anderen en de wereld om hen heen. De vraag die we kinderen stellen komt altijd terug bij: Wat betekent iets voor jou?
Levensbeschouwelijke ontwikkeling heeft dus vooral te maken met
betekenisgeving.
Kleur op school laat kinderen op open wijze samen betekenissen ontdekken en praten over hoe zij in het leven staan. In een rijke leeromgeving met aandacht voor filosoferen, burgerschap, omgaan met elkaar en de wereld om je heen. Een prettige manier om de levensbeschouwelijke ontwikkeling van kinderen in het basisonderwijs te stimuleren.

<4> De geschiedenis van Internationale Moeder Aarde Dag
Wanneer wordt Internationale Moeder Aarde Dag gevierd?

Op 22 april wordt Internationale Moeder Aarde Dag gevierd.
Dit betekent de geboorte en verjaardag van een moderne
milieubeweging die in 1970 begon. Op 22 april, 51 jaar
geleden, gingen mensen in de Verenigde Staten de straat op om te demonstreren en het bewustzijn te vergroten over
de verslechtering van het milieu en de negatieve impact die de 150 jaar industrialisatie had op moeder aarde.
Deze specifieke gebeurtenis bracht 20 miljoen mensen van verschillende sociale en politieke categorieën samen en het was die keer dat democraten en republikeinen, rijk en arm, studenten, arbeiders en milieugroeperingen zich
realiseerden dat ze verenigd zijn wanneer het welzijn van de planeet in gevaar wordt gebracht.
De gemeenschappelijke waarden waren een oorlogshandeling tegen het uitsterven van wilde dieren, olielozingen, energiecentrales en vervuilende fabrieken, giftige stortplaatsen, verlies van wildernis, enz.
Denis Hayes van Harvard had de rol van nationaal coördinator en werd benoemd door senator Nelson. Hij en zijn staf van 85 personen promootten de evenementen in het hele land voorafgaand aan de geselecteerde datum.
In hetzelfde jaar en een paar maanden later leidde de eerste Internationale Moeder Aarde Dag tot de oprichting van EPA (Environmental Protection Agency) in de Verenigde Staten en maakte een passage voor Clean Air,
Clean Water, and Endangered Species Acts.
Het duurde 20 jaar voordat de milieuleiders over de hele wereld Denis Hayes benaderden en samen een nieuwe grote campagne organiseerden.
Deze keer ging Moederdag wereldwijd en mobiliseerde 200 miljoen mensen de
straat op in precies 141 landen, wat de weg vrijmaakte voor de VN-aardetop in Rio de Janeiro (Brazilië) in 1992.
Het evenement stimuleerde recyclingbewegingen en -inspanningen wereldwijd nog meer.
In 1995 ontving senator Nelson de Presidential Medal of Freedom in 1995 voor de rol van de oprichter van Earth Day.

Focussen op de opwarming van de aarde als een serieus probleem met betrekking tot mensen, dieren en het algemene milieu organiseerde Hayes in 2000 samen met 5.000 milieuactivisten een andere, nog grotere campagne die honderden miljoenen mensen in 184 landen bereikte.
Dit is de eerste keer dat internet werd gebruikt als een media-instrument voor promotie. Aan het begin van het millennium werd een luide en duidelijke
boodschap naar de wereldleiders gestuurd dat snelle acties nodig zijn om de opwarming van de aarde en het gebruik van schone energie aan te pakken.
Dag van de Aarde in 2010 ondervonden moeilijkheden als gevolg van sterk gefinancierde olielobbyisten, een ongeïnteresseerd publiek en ontkenners van klimaatverandering.
Toch slaagde het erin om te zegevieren als een relevante en krachtige stem
voor Moeder Aarde.
Rond deze tijd werd ‘A Billion Acts of Green’ gestart als een milieudienstproject dat uitgroeide tot ‘The Canopy Project’ met partners in 192 landen in de wereld.
De Algemene Vergadering van de VN heeft 22 april in 2009 door middel van een A/RES/63/278-resolutie uitgeroepen tot Internationale Dag van Moeder Aarde. Het belangrijkste doel is het bereiken van een blijvend evenwicht tussen sociale, economische en ecologische behoeften, voor huidige en toekomstige generaties.

Vandaag
Internationale Moeder Aarde Dag is een wereldwijd evenement waarbij meer dan 1 miljard mensen uit 192 landen in de wereld een actieve rol spelen in het milieu.
Vorig jaar was het 50 jaar geleden dat deze wereldwijde viering van Moeder
Aarde plaatsvond.
22 april is een dag van burgerparticipatie en politieke actie. Het ging vooral om het planten van bomen, het opruimen van steden en wegen, het ontmoeten van officiële regeringsvertegenwoordigers, het organiseren van protesten en het ondertekenen van petities.
Aan de andere kant hebben officiële instellingen, overheden en bedrijven duurzaamheidsmaatregelen aangekondigd en toezeggingen gedaan voor een groenere toekomst.
Wereldgeloofsleiders gebruiken Internationale Moeder Aarde Dag om krachtige boodschappen te sturen dat we de biodiversiteit die we hebben gekregen, moeten beschermen.
Earth Day Network hebben aangekondigd dat ze voor het Earth Day-evenement in 2023 de nadruk zullen leggen op: Investeer in onze planeet.
Een enorme uitdaging – maar ook een die enorme kansen biedt op dit 53-jarig
jubileumevenement.
Dit evenement is bedoeld om ons te informeren over hoe we onze kostbare hulpbronnen kunnen herstellen. Er zijn zes voorgestelde activiteiten waaraan u kunt deelnemen ter ere van dit evenement. Je kunt zelfs meedoen aan de internationale moeder-aarde-dagvieringen online.

Hoe kun je Internationale Moeder Aarde Dag vieren?

Hier zijn een paar suggesties over hoe je Internationale Moeder Aarde Dag kunt vieren en de planeet waarop je leeft kunt eren. Natuurlijk mogen deze activiteiten niet eindigen met deze specifieke feestdag en mogen en moeten ze deel uitmaken van je dagelijkse routine.

• Vergeet uw auto voor een dag! Fiets, loop of carpool tijdens het woon-werkverkeer.
• Plant een boom, of plant er tien. Niets draagt meer bij aan schone lucht dan planten.
• Schakel elk mogelijk factureringssysteem over op e-bills.
• Werk de gloeilampen thuis bij met milieuvriendelijke lampen die energie en geld besparen.
• Word lid van een lokale milieugroep en doe mee met de activiteiten die ze doen.
• Denk eens na over recyclen!
U kunt contact opnemen met het dichtstbijzijnde afvalverwerkingsbedrijf en vragen of zij u een prullenbak kunnen leveren om glas, papier en plastic te scheiden.
• Begin met afwassen met een vaatwasser en voer deze pas uit als het apparaat vol is.
• Kies wat oude kleren die je niet meer nodig hebt en doneer ze aan degenen die het nodig hebben. Dit geldt ook voor alle huishoudelijke artikelen die nog goed werken en die u niet meer gebruikt.
• Koop een compostbak waar je de organische bijproducten in doet en gebruik ze later als natuurlijke meststof.

Aardegeschiedenis:

<5> Een blik op de aardeontwikkeling : planeet, bewoning, grootte, kwetsbaarheid.
Van: het grotere plaatje.nl

De Geschiedenis van de Aarde
Ons universum is bijna 50 biljoen jaar oud en ontstond uit een idee van de Schepper.
De Aarde is ruim 600 miljard jaar oud. Het grootste deel daarvan bestond uit een gasfase, die tot zo’n 70 miljard jaar geleden duurde.
Toen kreeg de planeet langzaam haar vaste vorm. Door onszelf wordt onze planeet “Aarde” genoemd, maar in het universum staat zij beter bekend als “Terra” of “Gaia”.
Lang geleden werd meestal de naam “Shan” gebruikt.
De eerste buitenaardse bezoekers landden meer dan een miljard jaar geleden al op onze planeet, dat was een groep reptielachtigen.
Sindsdien is het een komen en gaan.
De huidige wereldbeschaving is de derde die ooit bestond. De eerste heette Hyperborea, of Hybornea.
Daarover is niet veel meer bekend, maar als we de channeler en contactee Sheldan Nidle mogen geloven (1), ging het hier om een samenleving van intelligente groepen reptielachtigen, dinosaurusachtigen en walvisachtigen. Die
laatsten zagen er toen overigens nog heel anders uit dan nu, want ze leefden op het land en “waren volledig met een vacht bedekt, hadden lange snuiten en oren en waren ongeveer 1,50 tot 1,65 meter lang”.
Deze drie groepen leefden miljoenen jaren vreedzaam met elkaar samen (2), totdat dit werd verstoord door kwaadaardige bezoekers uit het sterrenbeeld Orion. Het eindigde acht miljoen jaar geleden in een kernoorlog.

Over de tweede beschaving, die bestond uit Atlantis en Lemurië (of Mu), is heel wat meer bekend. Er zijn tal van boeken over geschreven en heel wat mensen weten zich nog dingen over deze periode te herinneren uit een vorig leven. Dit waren technologisch en spiritueel hoogontwikkelde beschavingen, hoger dan wij nu zijn.
Lemurië werd gesticht door buitenaardse mensen op een groep grote eilanden in de Grote Oceaan.
Atlantis, dat in de Atlantische Oceaan lag, kwam daar later uit voort. Beide beschavingen stonden in contact met buitenaardse naties en leefden honderdduizenden jaren vreedzaam naast elkaar.

 Grove schets van de ligging van Atlantis en Mu (Lemurië)
Aan het eind van de laatste 26.000-jarige cyclus kwamen Atlantis en Lemurië met elkaar in conflict en werd Lemurië vernietigd door Atlantis.
Atlantis zelf ging aan het eind van de laatste 11.500-jarige cyclus ten onder
doordat ze te onvoorzichtig werden met technologische experimenten zoals het creëren van lasers. In een periode van ongekende natuurrampen, een scheurende aardkorst en een kanteling van de aardas, werd dit wereldrijk verzwolgen door de zee. Vele Lemuriërs en Atlantianen vluchtten in deze roerige periodes ondergronds en hun nazaten leven daar nu nog steeds.
Dit kunstwerk maakte ooit deel uit van de oude Maya-stad Tikal, in Guatemala. Het beeldt waarschijnlijk de ondergang van Atlantis uit. Omdat dit niet in het heersende plaatje paste, nam een Duitse archeoloog het mee naar Duitsland, waar het “toevallig” vernietigd werd in de Tweede Wereldoorlog.

[Over Lemurië en Atlantis heeft Steiner de nodige mededelingen gedaan. Die wijken wel af van bovenstaande tekst]

De groeiende Aarde
De Aarde is net als de meeste andere planeten en manen, hol van binnen. De aardkorst is zo’n 1000 km dik, en de zwaartekracht zit in die korst. Er zijn enkele gangen die leiden van de buitenkant naar de binnenkant. Ook zit er op beide polen een groot gat in de korst. De korst is een gatenkaas. Op de meeste plekken zit magma, maar niet overal. Er zijn grotten en spleten van honderden kilometers lang. Aan de binnenkant van de aardbol en in zo’n 120 ondergrondse steden woont een beschaving die veel hoger ontwikkeld is dan wij, Agartha genaamd.
De stukken zonder magma worden gebruikt voor verbindingen tussen de
satellietsteden en het ‘binnenland’. De meeste steden hebben compleet op zichzelf werkende ecosystemen.
Toen de Aarde net haar vaste vorm aangenomen had, was zij veel kleiner dan nu. Onder invloed van de centrifugerende kracht – onze evenaar draait immers met bijna 1700 km/u rond – is de planeet door de jaren heen sterk gegroeid in omvang. Ze groeit nu nog steeds enkele centimeters per jaar.
200 miljoen jaar geleden had zij nog pas een kwart van haar huidige omtrek, waardoor de zwaartekracht ook minder groot was. Hierdoor konden de dinosaurussen zich ontwikkelen tot enorme gevaartes van soms wel 80 ton zwaar. Met de huidige zwaartekracht zouden die onherroepelijk te kampen krijgen met fysieke ongemakken, zoals botbreuken, hartfalen e.d.
Destijds zaten alle continenten nog aan elkaar en bedekten ze de hele Aarde. Grote delen van de Aarde waar nu land is, waren toen bedekt door een ondiepe zee. Dit is er de reden van dat er op de vreemdste plekken, zoals in de binnenlanden van Amerika, fossielen van zeedieren gevonden zijn.
Doordat de Aarde groeide, scheurden de continenten uit elkaar en kwamen er grote delen droog te staan. De scheiding van de continenten kwam dus niet door mysterieuze krachten die de tektonische platen zomaar door elkaar husselden, zoals aanhangers van het “Pangea”-model beweren. Die wetenschappers breken zich nu nog steeds het hoofd over de vraag hoe het kan dat de oceaanbodem op sommige plekken slechts enkele tientallen miljoenen jaren oud is, terwijl de platen van het vaste land miljarden jaren oud zijn. De verklaring hiervoor is, dat
de groei van de Aarde plaatsvindt langs de breuklijnen op de oceaanbodem, die grofweg verticaal over de aardbol lopen.

IJstijden
Een andere misvatting die nog steeds leeft onder de huidige wetenschap, is het bestaan van ijstijden. Dit zouden periodes van duizenden jaren geweest zijn waarin de Aarde afkoelde, en de verklaring die er meestal voor gegeven wordt is dat “de baan van de Aarde tijdelijk verder van de zon af ging”. Maar hiermee toont men aan dat men niet alleen de werking van zwaartekracht niet begrijpt (de straling van de zon heeft zowel een aantrekkende als een afstotende werking en houdt de Aarde dus keurig op haar plek) – ook hebben ze hier zelf nog nooit bewijs voor gevonden.
Dat er in het verleden hevige temperatuursschommelingen geweest zijn, staat buiten kijf. Maar afgezien van grote natuurrampen zoals vulkaanuitbarstingen en meteorietinslagen waardoor het zonlicht tijdelijk weggehouden werd van de Aarde en haar dus deden afkoelen, is er nog nooit een tijd geweest waarin de
temperatuur op heel de Aarde afkoelde. Als het ergens kouder was dan nu, was er altijd wel een andere plek waar het juist warmer was dan nu.

Niburu
De verklaring hiervoor ligt in kantelingen van de aardas, die poolverschuivingen veroorzaken. Hoewel de aardas voor ons redelijk stabiel lijkt (afgezien van de precessie, oftewel het ‘waggelen’ van de aardas) heeft hij in het verleden vaak anders gestaan.
De reden hiervoor was meestal het langskomen van de planeet Niburu, ook wel Nibiru of “Planeet X” genoemd.
Deze planeet, die bewoond wordt door Anunnaki, de half menselijk/half reptielachtige buitenaardsen die zoveel invloed gehad hebben gehad op de geschiedenis van de mensheid, heeft een baan van ruim 3.600 jaar. Deze
baan leidt niet alleen om onze zon, maar ook om de bruine dwerg die samen met onze zon een binair systeem vormt (3). De zwaartekracht van deze bruine dwerg is trouwens ook verantwoordelijk voor de vreemde baan van de buitenste planeten in ons zonnestelsel. Niburu heeft een erg dichte atmosfeer en produceert zelf ook warmte, waardoor er leven op mogelijk blijft zelfs ver bij een zon vandaan.
Als Niburu weer eens langskomt bij onze zon, heeft dit zo’n verstorende werking op het elektromagnetische veld van andere planeten, dat hun as vaak van positie verandert (4). Dit gebeurt echter niet iedere keer, het ligt er maar net aan welke positie rond onze zon de planeten op dat moment innemen. Maar wie naar de stand van de assen van alle planeten kijkt, ziet dat dat een door elkaar gehusseld potje lijkt waarin geen enkele logica te ontdekken valt. Zo staat de as van Mercurius vrijwel rechtop, terwijl die van Uranus bijna platligt.

Niburu moet in de loop van de geschiedenis al talloze malen in onze luchten te zien geweest zijn. Soms klein, maar soms ook heel groot, afhankelijk van de positie van de Aarde rond de zon op dat moment. In het laatste geval moet de naar verluidt grote, rode, mistige planeet met zijn vele manen een afschrikwekkende verschijning geweest zijn, die volken over de hele wereld verbijsterd omhoog heeft doen staren.

De laatste kanteling
De laatste keer dat onze aardas een grote verandering onderging, werd echter niet veroorzaakt door de komst van Niburu, maar door de fatale natuurkundige experimenten van de heersers van Atlantis. De rampspoed die dit met zich meebracht, deed de toenmalige Noordpool verschuiven van Noord-Scandinavië naar Oost-Siberië.
Hierdoor kwam Europa, dat tot dan toe een bar klimaat gekend had en grotendeels onder het ijs lag, plotseling in een gematigd klimaat te liggen. Het ijs smolt.
De snelheid waarmee deze kanteling van de aardas zich voltrok, kwam als een totale verrassing voor het leven in Noord-Azië en Noord-Amerika. In een mum van tijd dook de temperatuur daar tientallen graden omlaag, waardoor sommige mammoeten staande bevroren. Nu nog steeds is daar een ‘zone des doods’ te vinden, waarin duizenden mammoeten, wolharige neushoorns en andere dieren bevroren liggen in het ijs.
Onderzoekers vonden in hun magen nog onverteerde gewassen, maar ze kunnen niet verklaren waarom dit planten zijn die normaal gesproken alleen in een gematigd klimaat voorkomen.
In het ijs van Noord-Azië en Noord-Amerika bevinden zich nog altijd duizenden ingevroren mammoeten die plotseling stierven, vaak met hele kuddes tegelijk, terwijl ze nog rechtop stonden.

Overstromingen
De waterverplaatsing die gepaard gaat met een kanteling van de aardas, geeft nieuwe betekenis aan het woord ‘tsunami’. Hele oceanen worden van hun plek getild en over het nabijgelegen land uitgestort. Dit verklaart waarom over heel Amerika resten van zeeleven te vinden zijn, zoals schelpen en walvisbotten, soms op honderden meters hoogte.
De ijsmassa van de oude Zuidpool werd opgetild en gedeeltelijk op het Antarctische continent gekwakt. Dat lag eerst ter hoogte van Australië nu, en was dus veel warmer. Hierdoor werd de beschaving die daar bestond, in
één klap weggevaagd.
Op oude kaarten, zoals de Piri Reis-kaart (5), staat de kustlijn van Antarctica nog
aangegeven zoals die was voordat hij onder het ijs verdween.
Deze gebeurtenis verklaart ook de discrepantie tussen de oudheid van het ijs aan de verschillende kanten van de Zuidpool. Onderzoek heeft aangetoond dat het ijs aan de oostkant van Antarctica miljoenen jaren oud is, terwijl het aan de westkant, inclusief het Antarctisch Schiereiland, slechts zo’n 11.500 jaar oud is. Dat komt dus doordat deze westkant pas ging bevriezen nadat hij door de kanteling van de Aarde in de ijskoude zone terechtgekomen was.
Voor de waterstand van zeeën en oceanen wereldwijd had dit grote gevolgen, want nu de Zuidpool grotendeels op land lag, werd er veel minder zeewater bevroren. Veel van het ijs van de oude pool begon te smelten. Dit deed het water wereldwijd stijgen, waardoor veel volken die langs de kust leefden, gedwongen werden om huis en haard te verlaten en een nieuw heenkomen te zoeken. Nu nog steeds liggen er wereldwijd, van India tot Egypte (6), meters onder de kustlijn nog restanten van wat ooit bloeiende beschavingen waren (7).
Ook de Noordzee, die tot dan toe grotendeels droog geweest was, liep vol.
Na deze grote kanteling van de aardas zo’n 11.500 jaar geleden zijn er nog enkele kleine kantelingen geweest door toedoen van Niburu, maar nooit meer zo heftig als toen. De Noordpool kwam uiteindelijk meer in zee te liggen dan tijdens de laatste “ijstijd”, en bevroor dus meer water dan toen. Maar omdat het op de Zuidpool gemiddeld tientallen graden kouder is dan op de Noordpool, wogen deze wederzijdse veranderingen in ijsmassa’s niet tegen elkaar op. Het bleef wereldwijd hoog tij.
Onder het ijs van Antarctica zijn nog steeds de restanten van een oude beschaving te vinden.

De maan
Onze maan is kunstmatig en hol, en heeft een metalen constructie aan de binnenkant. Er staan ruïnes (8) en piramides op, en er zijn veel ondergrondse bases. Deze liggen voornamelijk aan de achterkant van de maan.
Lang geleden had de Aarde twee natuurlijke manen. Eentje werd er vernietigd bij de aanval van Atlantis op Lemurië. De andere werd door buitenaardsen vervangen door onze huidige maan, die eerst in een ander zonnestelsel hing.
Als aardigheidje werd de maan, die 400 keer kleiner is dan de zon, op een afstand van de Aarde geplaatst die 400 keer kleiner is dan die van de zon. Hierdoor lijken beide hemellichamen voor ons even groot, en kunnen we
af en toe genieten van zoiets moois als een zonsverduistering met een corona.
De bewering dat de maan rond de Aarde en de Aarde rond de zon draait, klopt niet helemaal, want de zon hangt niet stil. Hij vliegt met grote snelheid door de ruimte, en wij vliegen met hem mee. De planeten en manen bewegen zich dus in een cilindervormige beweging door de ruimte.
De maan is een kleurrijke wereld (9) en heeft een lichte dampkring. Er is water, ijs en er groeien grassen en andere kleine gewassen, zoals een soort aardappels. Bij foto’s van de maan die de NASA vrijgeeft, wordt steevast alles wat op kleur of leven duidt, weggewerkt. Zo blijft het publiek geloven dat het een stoffige, dode
wereld is.

Ook de maanlanding door de Amerikanen in 1969 was omgeven door desinformatie. Hoewel de landing wel degelijk plaatsvond, kwamen de meeste beelden uit een studio in Hollywood, in opdracht van president Nixon.
Op de echte maanlanding waren namelijk zoveel UFO’s te zien die een kijkje kwamen nemen, dat de beelden onmogelijk aan het publiek voorgeschoteld konden worden. Dit tot frustratie van de astronauten, die bij thuiskomst een zwijgplicht opgelegd kregen en daarna zoveel mogelijk uit de publiciteit weggehouden werden.
In 1994 zei Neil Armstrong tijdens een zeldzaam publiek optreden tegen een nieuwe generatie astronauten: “Er zijn geweldige ideeën nog niet ontdekt. Er zijn doorbraken beschikbaar voor degenen die de lagen die de waarheid beschermen, kunnen verwijderen.” (10)

Gods Etalage
Onze Aarde is een van de mooiste planeten die er bestaan. In het universum wordt ze soms ook wel “Gods Etalage” genoemd. De variatie aan landschappen en levensvormen die wij hier hebben, is ongekend in het universum. Er zijn genoeg planeten die bergen, oceanen, woestijnen of jungles hebben, maar niet zo veel die dat allemáál hebben. Daarom is onze planeet van oudsher in veel galactische oorlogen betrokken geweest, en werd ze gezien als een trofee.
Die openlijke strijd, met ruimteschepen van het licht en het duister die elkaar hoog in onze luchten achterna zaten alsof het een scène uit “Star Wars” betrof, is alweer lang geleden. Er heerst nu een galactische vrede, hoewel die nooit officieel ondertekend is. Beide kampen waren gewoon moe van de miljoenen jaren durende oorlogen, die talloze levens kostten en die nooit een duidelijke winnaar opleverden.

De huidige bevolking
De huidige aardse beschaving is een uniek geval in het universum, omdat onze planeet in de cyclus van de Vissen was voorbestemd om een planeet te zijn waar zielen het fenomeen ‘dualiteit’ konden ervaren (goed en slecht in één maatschappij). Dat is bevorderlijk voor de spirituele groei van een ziel. Om een maximaal gevoel van afscheiding van elkaar en de rest van het universum te creëren, werd de Aarde onder quarantaine geplaatst. Dit hield in dat leden van de Galactische Federatie geen contact met ons mochten opnemen, en ons
alleen van een afstandje monitorden.
Omdat negatieve buitenaardse rassen zich vaak niet aan Universele Wetten houden, bezochten zij de Aarde wel, met alle gevolgen van dien. Maar dit paste goed in het scenario voor dualiteit, dus werd dit oogluikend toegestaan door de Galactische Federatie. Alleen als ze de balans van het leven op Aarde teveel in gevaar dreigden te brengen, bijvoorbeeld als ze plannen hadden om de mensheid grotendeels uit te roeien door virussen of nucleaire oorlogen, werd er ingegrepen. Ook als hun menselijke pionnen ruimtereizen buiten ons
zonnestelsel wilden maken, werd dit niet toegestaan.
De bevolking die zich onder zulke geïsoleerde omstandigheden ontwikkelde, wordt met een mengeling van verwondering en onbegrip bekeken door beschavingen die ons volgen. Aan de ene kant blijken we liefdevol te
zijn en kunnen we prachtige dingen creëren, zoals kunstenaars en ambachtslui van allerlei pluimage laten zien.
Aan de andere kant zijn we soms ook buitengewoon wreed en achteloos, zelfs tegen onze eigen soort en de planeet die ons thuis is.
Wij zijn de enige beschaving waar zoiets als geld bestaat en zoveel macht gekregen heeft, waar de wetenschap God en buitenaards leven niet serieus neemt, en waar vrije energie nog steeds niet is doorgedrongen tot de
burgermaatschappij. Dat laatste is overigens niet onze schuld, want vele uitvinders die revolutionaire ideeën wilden introduceren ten bate van de mensheid, werden de mond gesnoerd door de illuminati. Zoals Nikola Tesla
aan het begin van de vorige eeuw, die verschillende perfect werkende nulpuntenergie-apparaten ontwikkelde, maar gestopt werd.

De Aarde kwam bekend te staan als “gevangenisplaneet” waar zielen vanuit het hele universum naartoe kwamen om negatief karma op te lossen (of niet, want het lukt niet altijd). Totdat ook deze cyclus weer voorbij zal zijn, en dat is nu bijna zover. Net zoals veel fauna is ook veel flora op onze planeet het gevolg van buitenaards bezoek uit een ver verleden.
O.a. zonnebloemen, cannabis en maïs zouden hier nooit gegroeid hebben als ze niet lang geleden mee waren komen vliegen op een ruimteschip.

De levende Aarde
Waar de meeste mensen geen enkel besef van hebben, vooral in het Westen niet, is dat de Aarde zelf ook een levend wezen is. Een hoog ontwikkeld en liefdevol wezen, dat precies weet wat er op, in en rond haar gebeurt.
Volgens Matthew Ward, de spirit van een overleden jongen die vanuit de hemel met zijn moeder hier communiceert, is de ziel van Gaia altijd in de vijfde dimensie gebleven (11). Maar de negativiteit op Aarde leidde ertoe dat haar lichaam in deze cyclus diep in de derde dimensie terecht kwam. Ook daaraan komt binnenkort een einde, want met de Ascensie zullen ook lichaam en ziel van Moeder Aarde weer met elkaar herenigd worden.

(1) Jullie buitenaardse oorsprong (Boek: Jullie Eerste Contact).
(2) Menselijke geschiedenis meer dan een miljard jaren oud.
(3) December 21, 2012: Romance and Reality.
(4) The Poleshift.
(5) Piri Reis Map explained by Graham Hancock.
(6) Lost Egyptian city revealed.
(7) Graham Hancock’s ~ Underworld ~ Flooded Kingdoms Of The Ice Age.
(8) U.F.O DISCLOSURE PROJECT -FULL VERSION (fragment op 57:45]
(9) Moon Rising part 1.
(10) Neil Armstrong, RCH – Truth protective layers.
(11) Matthew Ward — November 6, 2010 (punt 26)

De auteur van dit artikel noemt hier mijn naam omdat ik op deze blog aandacht heb besteed aan de opvatting dat ‘kinderen in hun ontwikkeling de cultuurfasen van de mensheid herhalen’. Dat is op zich te algemeen gesteld: het gaat om de ontwikkeling van het bewustzijn. Die van de mens (het kind) vertoont een zekere overeenkomst met hoe die bij de mensheid zich voltrokken heeft.

Meer daarover in de artikelenreeks Ernst Haeckel en het leerplan.

De grondlegger van de antroposofie, Rudolf Steiner, laat de aardeontwikkeling terugkomen in het leerplan van Waldorfscholen en dan met name Lemurië, Atlantis.
Pieter HA Witvliet [leraar] vertelt hierover op de site Vrijeschoolpedagogiek:
In wezen gaat het om 3 elementen:
Atlantis, zoals Steiner daarover spreekt;
De volgorde van de cultuurperioden zoals die meestal op de vrijeschool aan de orde komt en Steiners gezichtspunten over deze cultuurperioden.
Van Steiner vind je in de pedagogische voordrachten géén aanwijzingen voor genoemde 3 elementen.’
Wel noemt hij dit:
‘Het gaat in deze voordracht om zaken die direct kunnen worden verwerkelijkt.
Maar we willen bij deze overpeinzing steeds de hele mensheidsontwikkeling voor ogen houden, zodat we ook de individuele ontwikkeling van de jonge mens begrijpen en ze kunnen leiden. (…)
Eerst op een bepaald punt treedt de mens een nieuw leven in. Voor hij aan dit punt komt, is zijn leven een herhaling van vroegere levenstijdperken. Ook de kiem maakt een herhaling van alle stadia van de ontwikkeling vanaf de oertijd door. Zo herhaalt het kind na de geboorte vroegere mensheidstijdperken. (…)
In de Lemurische tijd daalde de mens voor het eerst in het fysieke lichaam af en wordt dat heden bij de fysieke geboorte herhaald. Toen daalde de mens in het lichaam af en ontwikkelde zich op ziels- en geestesgebied altijd hoger. De Lemurische en Atlantische periode herhaalt de mens tot zijn zevende jaar. Van de tandenwisseling tot de geslachtsrijpheid wordt de ontwikkelingsperiode herhaald waarin de grote geestelijke mensheidsleiders optraden. De laatsten daarvan waren Boeddha, Plato, Pythagoras, Hermes, Mozes, Zarathustra, enzovoort. Toen werkte de geestelijke wereld nog meer op de mensheid in. In de heldensagen wordt ons dat bewaarheid. Iedere geest van de oude cultuurperioden moet daarom in deze jaren het schoolonderricht ten grondslag liggen.’

Moeder Aarde en de inheemse volkeren

Posted on 10 oktober 2016 by Lauri Fransen
<6> Het zijn altijd de inheemse volkeren van deze planeet geweest, die ons voorleefden hoe er met de heiligheid van de aarde moet worden omgegaan. Wij, blanke westerlingen, hebben daar slecht of helemaal niet naar geluisterd.
Integendeel, overal op de aarde hebben wij de inheemse volkeren onderdrukt, uitgemoord en hun culturen proberen te vernietigen. We hebben hen hun land ontnomen, hun kinderen afgepakt en hun welvaart vernietigd.
We hebben hen hun spiritualiteit afgepakt en hen ons geloof opgedrongen. Diegenen die zich niet wilden assimileren, hebben we in reservaten geplaatst alsof het zeldzame diersoorten zijn. Tijdens de apartheid zijn in Zuid-Afrika zijn de oorspronkelijke bewoners naar zogenaamde ‘thuislanden’ gestuurd, wég uit het zicht van de blanke bevolking. Dat alles en nog meer heeft de westerse ‘beschaving’ gedaan, zodat de grote ondernemers en de hun dienstwillige overheden de aarde konden beroven, openrijten, haar grondstoffen verwijderen, haar bossen kappen, haar dieren doden en de natuur vernietigen op alle mogelijke manieren. Alles uit winstbejag.

Zo is het eeuwenlang gegaan met alle inheemse volkeren, die door de patriarchale, kapitalistische machthebbers zijn gekoloniseerd. Laten we wel wezen: wij Nederlanders deden dat ook met de ‘inboorlingen’ in
Indonesië, Papoea-Nieuw Guinea en Suriname. Wij Nederlanders waren in de 16e en 17e eeuw de meeste beruchte en wrede slavenhandelaren ter wereld. Nog een voorbeeld: door de blanke kolonisten zijn in Noord-Amerika alleen al 100 miljoen mensen van de oorspronkelijke bewoners vermoord. Deze maken nu slechts 1 % uit van de totale bevolking van de Verenigde Staten.
En juist in de V.S. hebben de oude volkeren, die er het eerst waren – The First Nations – er nu genoeg van. Er is een andere tijd aangebroken. De tijd van ‘genoeg is genoeg’. Genoeg beloften zijn er door de blanke regering
gebroken. Genoeg ellende en narigheid heeft men doorstaan. Genoeg vernietiging van de aarde heeft plaatsgevonden. Het is nu de tijd waarin de nazaten van de Eerste Naties zich herinneren wat respect betekent:
respect voor de aarde, respect voor de grond, die in hun visie niemands eigendom is, respect voor de dieren en respect voor de mensen die de aarde bewonen. Zij noemen zichzelf ‘beschermers’, ‘hoeders’ van de aarde. Nu
zijn zij uiteindelijk opgestaan om actie te ondernemen. En daar wou ik het hier over hebben.
Dertien jaar geleden, ergens in het jaar 2003, ontving ik van Spirit een wonderlijk visioen. De aanleiding ben ik vergeten, maar het visioen zelf niet. Het was en is zo krachtig, dat ik het me na al die jaren nog tot in detail kan
herinneren. Dit is het visioen:

Vanuit een vogelvluchtperspectief zie ik Noord-Amerika liggen, als een levende landkaart. Het hele continent is vervuild; de bodem is bedekt met een dikke laag zwarte olie. Er is geen leven meer, geen planten, geen dieren kunnen hier leven. Ook de hemel is zwart; het is donkere nacht.
Dan zie ik in het noorden, vanuit Alaska en Canada, mensen aankomen. Ze lopen in een lange lijn, over de hele breedte van het continent, ongeveer waar nu de grens is tussen Canada en de V.S. Het zijn de oorspronkelijke bewoners, de inheemse volkeren van Amerika. Ze lopen daar met hun banieren en heilige voorwerpen opgeheven, in hun mooiste rituele kleding, mannen, vrouwen en kinderen, hele stammen. Ze dragen hun trommels en ze zingen. Een heldere doordringende zang, die diep in mij doordringt. Ze lopen in de cadans van
het ritme. En achter hen, waar zij hun voetstappen hebben gezet, begint het gras weer te groeien, de bomen spruiten op, de zon schijnt stralend en het land is een schone en pure wildernis, zoals het ooit was.
Dan zie ik vanuit het zuiden, waar het donker en zwart is, ook mensen lopen. Het zijn blanke mensen, van wie de regeringen en de industrieën de aarde hebben bevuild. Waar ze vandaan komen weet ik niet, maar ze zijn wanhopig. Het zijn goedwillende mensen en ze willen de aarde redden, maar ze weten niet hoe. Ook zij lopen in een lange lijn over de hele breedte van het land. Noordwaarts. Tussen die beide groepen in zie ik een strook wit licht, een soort demarcatielijn. Eerst is die strook heel breed, maar naarmate ze elkaar dichter naderen, wordt
die strook smaller. Nu zie ik dat de blanke mensen hun armen uitstrekken over de strook heen, naar de inheemse volkeren. “Help ons!”, zeggen zij daarmee. Ze vragen de inheemse volken de leiding te nemen bij het redden van de aarde. Want zij die er het eerst waren, weten nog hoe dat moet.
Jarenlang heb ik over dit visioen gezwegen, niet wetende wat ik ermee moest doen. Tot in december 2014.
Ik zag een filmpje op Facebook over een demonstratie in New York, waar een heleboel mensen van de inheemse volkeren in meeliepen.
Het was de Peoples Climate Mars van 21 september 2014
Wat ik daar zag raakte mij tot in mijn botten. Dáár zag ik wat ik in mijn visioen gezien had: mensen van de inheemse naties, gekleed in hun rituele kleding, met hun banieren en heilige voorwerpen opgeheven en ze zingen! En het lied dat ze zingen is hetzelfde als wat de mensen zongen in mijn visioen!
Ik zag daar mijn visioen zich afspelen in real time! Het was niet alleen superontroerend en prachtig, maar het was ook nog eens iets wat ik in een andere vorm eerder had gezien. Dat visioen was blijkbaar een voorspelling!
Opvallend is ook dat tijdens deze demonstratie duidelijk verband wordt gelegd tussen de mishandeling van Moeder Aarde en de onderdrukking van vrouwen. Iemand zegt: ”Violence against Earth means violence against women” en “Exploit the land goes with exploiting women”. De bijgevoegde tekst luidde: From the Amazon tot the Arctic, Indigenous Peoples are defending our climate and teaching allies how extractive industries are directly connected to sovereignty, colonization and violence against women.”
Ik heb er in 2014 ook een stukje over geschreven op mijn blog en ik dacht bij mezelf: ‘Ik ben benieuwd óf en hoe dit verder gaat’.
Nu zijn we in 2016, twee jaar later. Een paar weken geleden kom ik ‘toevallig’ een video tegen die mij diep raakt.
De locatie is Noord-Dakota, een staat pal ten zuiden van de grens met Canada. Het speelt zich af bij de Standing Rock Reservation, het ‘thuisland’ van de Sioux-volkeren (Nakota, Lakota en Dakota). Duizenden leden van de First Nations zijn daar bij elkaar gekomen in een groot kampement aan de oever van de Mississippi rivier. Zij zijn daar om de aanleg van een oliepijplijn tegen te houden, de Dakota Access Pipeline, kortweg DAPL, die door vier Amerikaanse staten moet gaan lopen en die 570.000 vaten olie per dag moet vervoeren. Een deel van de pijplijn is gepland door heilig land dat rechtmatig aan de Sioux toebehoort en dwars door plekken waar de voorouders begraven liggen. De pijplijn zal de rivier de Mississippi meerdere malen kruisen. Als er lekkage optreedt, zal niet
alleen het water van de bewoners van het Reservaat ondrinkbaar worden, maar zal ook de watervoorziening van 18 miljoen andere mensen in gevaar komen, die stroomafwaarts langs de rivier leven. Het gevaar van lekkage is zeker niet denkbeeldig: sinds januari 2015 zijn er al 54 pijplijn-ongelukken gebeurd in de V.S., waarbij enorme milieuschade is veroorzaakt!

Wat mij zo raakt is dat er onder de oorspronkelijke Amerikanen zo’n grote eenheid is ontstaan. Stammen die vroeger elkaars vijanden waren, staan nu zij aan zij in deze actie. Elke dag arriveren meer stammen op het Sacred Stone Camp: de Crow, de Comanche, de Gros Ventre, de Hopi, de Alaska Naties, zelfs Azteken uit Zuid-Amerika en Sami uit Noord-Europa presenteren zich op het terrein. Er is steun uit de hele wereld, van andere,inheemse volken: de Palestijnen, de Maori, de Maya’s en noem maar op. Volgens sommigen zijn er nu meer dan,100 stammen bij elkaar in het Kamp. Deze actievoerder noemen zich geen ‘protesters’, maar ‘protectors’, beschermers. Meerdere malen weten ze de werkers aan de pijplijn te belemmeren in het uitvoeren van hun taak, zonder wapens, maar alleen door op die plekken te bidden, te zingen en te drummen. Ze worden aangevallen door honden die bijten, door veiligheidsmensen die pepperspray gebruiken en door staatstroepen die hen met geladen geweren arresteren. Maar ze wijken niet. Er is intussen een rechtszaak door hen
aangespannen. Een voorlopig halt is toegeroepen aan de constructiewerkzaamheden, tot er nader onderzoek is verricht, hoewel de oliecompagnie op andere plaatsen dit gebod overtreedt en rustig doorgaat met het werk.
Elke keer als ik een video zie of een website lees over dit gebeuren, begin ik spontaan te huilen. De tranen lopen vanzelf over m’n wangen; ik kan het niet tegenhouden. Steeds als ik eraan denk, gebeurt dat opnieuw. Als ik ’s avonds in bed lig om te gaan slapen, huil ik m’n ogen uit. Als ik erover praat, kan ik dat niet met droge ogen doen. Dat gaat zo drie dagen door. Het huilen is niet te stoppen. Onderwijl vraag ik me af: wat is hier aan de hand? Wat betekent dat huilen? Ja het is prachtig en ontroerend om te zien, die eenheid onder de mensen.
Mooi ook dat er zich blanken bij hen aansluiten en hoe ze daar leven in dat kamp, volgens hun oude waarden van zorg voor elkaar. En dan hun leus: “Water is Life!” Zo wáár! Maar waarom houdt me dit zo bezig?
Dan valt het muntje: natuurlijk, dit is een andere versie van mijn visioen! Wéér zie ik het zich afspelen in de fysieke werkelijkheid: die enorme eenheid onder de inheemse volkeren, hun vastberadenheid om Moeder Aarde te redden, hun levenswijsheid en hun liefde voor het land. En nu begrijp ik ook wat de olie ermee te maken heeft, die zo’n grote rol speelt in het visioen: als dit niet gestopt wordt, komt het hele land zwaar onder de olievervuiling te zitten. Dan breekt de donkere nacht aan.
Maar ik zit met een vraag. Waarom heb uitgerekend ik dit visioen gekregen? Ik heb geen contacten met indianen; ik woon ook niet in Amerika. En: wat moet ik er mee doen? Het is mij bekend dat de inheemse traditie voorschrijft dat je iets moet doet met een visioen dat je door Spirit is geschonken.
Ik stem mij af op mijn innerlijke leiding. Nu krijg ik te horen: “Jij hebt op zielsniveau een diepe verbinding met de oorspronkelijke mensen, de inheemse culturen. Je hebt dit visioen gekregen en je weet wat je ermee moet doen. Zoals met alle heilige visioenen is het niet voor jou alleen. Het is bedoeld om de wereld in te gaan”.
Daarom heb ik nu besloten naar buiten te brengen wat ik heb mogen ontvangen.
In mijn ogen is dit visioen vooral bestemd voor de blanke mensen. Want het laatste deel ervan is nog niet vervuld. Dat deel waar goedwillende blanken de handen uitstrekken naar de inheemse volkeren en hen om hulp vragen. Dat is heel belangrijk. Weliswaar nemen er wel blanke supporters deel aan de Standing Rock acties, maar het is een kleine groep. Wij, in de westerse wereld, ook in Europa, ook in Nederland, zouden ervan doordrongen moeten raken dat de inheemse culturen van over de hele wereld beter weten dan wijzelf hoe we
Moeder Aarde weer schoon kunnen maken. We zouden deze volkeren moeten gaan eren om de wijsheid die zij in huis hebben. Maar het gaat om meer: het is niet langer voldoende om vanuit een soort ‘spirituele hype’ bewondering te hebben voor deze mensen en hun levenswijze. Het is tijd voor ons om te luisteren, om bescheiden te zijn en om hulp te vragen. Alleen zo kunnen wij beginnen om ons collectieve westerse karma op te lossen, dat wij hebben naar hen en naar de Aardemoeder.
Maar wat kunnen wij dan NU doen en van deze afstand? Daarop geeft Little Grandmother, Kiesha Crowther een antwoord. Zij vertelt dat de ‘Elders’ gevraagd hebben wereldwijd te bidden voor Moeder Aarde en voor het
water, om de heilige plekken te eren en ceremonies te doen: “Velen hebben gevraagd wat te doen als er geen heilige plek dichtbij is. Het antwoord is simpel: maak er één. Ongeacht waar je woont, wie je bent, ongeacht je leeftijd en achtergrond, jij en ieder van ons hebben toegang tot Moeder Aarde. Als je geen heilige plek kunt vinden, maak er één. Vind simpelweg een plek buiten. Maak een plek waar je kunt bidden, waar je zegeningen, eer en dankbaarheid kunt geven aan je Moeder. Bid ervoor dat haar wateren weer gezond mogen zijn, haar
schepselen beschermd en voor de mensheid om in liefde te leven.”

<7> Wicca Wikepedia

Het jaarwiel oftewel verbinding met moeder aarde


Een belangrijk onderdeel van wicca vormen de jaarfeesten, ook wel sabbats genoemd. Deze acht feestdagen vormen samen het Wiel van het Jaar, het levensverhaal van de God en de Godin.
Behalve dat de sabbats het leven van de Goden en zo de weg van geboorte-dood-wedergeboorte uitbeelden, was elke datum vroeger ook van belang in de natuur. Zo is Imbolc van oorsprong een ploegfeest, waarbij het land voor het eerst omgeploegd werd na de winter.
Lammas was een oogstfeest, wanneer het graan werd binnengehaald. Nu de meeste mensen steeds verder af komen te staan van het plattelandsleven en het ritme van de oogst verandert door bijvoorbeeld het gebruik van kassen, worden de symbolische betekenissen van de feesten steeds belangrijker.

1. Om de kalender te beginnen, is het het gemakkelijkst om bij Yule (spreek uit als Joel) te starten. Yule is ook bekend als de winterzonnewende of Midwinter, de kortste dag van het jaar. Omstreeks 22 december vieren de wicca’s het
lengen van de dagen.
2. De tweede sabbat is Imbolc (spreek uit als Immolk) op 2 februari, ook wel Candlemass genoemd. Dit is het ploegfeest, wanneer het land en dus Moeder Aarde voorbereid gaat worden om het zaad te ontvangen.
3. Op Ostara, Vernal of lente-equinox, omstreeks 21 maart, viert men het begin van de lente. Het zaad, de God, groeit op onder bescherming van zijn moeder, naarmate hij opgroeit keert de zon terug op de aarde en lengen de dagen.
4. Op 1 mei komt Beltane/Beltain (spreek uit Bjeltənə), ook bekend als Mei- of Walpurgisnacht. Dit is een van de bekendste heksenfeesten, die ook regelmatig genoemd wordt in de tijd van de inquisitie. Het is het feest van de liefde. De Zonnegod of vegetatiegod is een volgroeide man geworden, en deze nacht legt hij zich neder naast de Godin en bezwangert zijn koningin.
5. Litha, de zomerzonnewende of Midzomer, viert omstreeks 21 juni de hoogste stand van de zon. De kracht van de Zonnegod is op zijn piek. Hier wordt ook het bestaan van polariteit duidelijk gemaakt, als de Eikkoning, de opbouwende, het moet afleggen tegen de Hulstkoning, de afbrekende.
6. De volgende sabbat volgt op 2 augustus en wordt Lammas of Lughnasadh (spreek uit als Loenasah) genoemd. Dit is in eerste instantie een graanfeest, het moment waarop het graan van de velden wordt gehaald. De kracht van de
god is overgegaan in het graan.
7. 23 september is het tijd voor Mabon, de herfstequinox, het begin van de herfst. Nu is de oogst van de wijn. Ook wordt gezegd dat de god nu aan het eind van zijn krachten is, en sterft. Hij heeft zich gegeven zodat wij de vruchten kunnen plukken.
8. De laatste sabbat is ook een van de bekendste. Halloween of Samhain (spreek uit als Sauwen) is het heksennieuwjaar en een van de belangrijkste feesten, in oudere teksten ook bekend als het feest van de doden en de geesten. De geest van de God heeft de oversteek gemaakt naar de Onderwereld of Zomerland, en wacht op de juiste tijd om opnieuw te incarneren. Dit zal tijdens het Yulefeest zijn, wanneer de Eikkoning het overneemt van de Hulstkoning (zomer van winter). Vaak zetten Wicca’s eten op een schotel buiten voor de doden.

Magie is een belangrijk onderdeel van wicca. Het is vaak de magie die de mensen naar wicca nieuwsgierig maakt, het idee dat ze op de een of andere bovennatuurlijke manier iets aan hun eigen lot kunnen veranderen. Magie
wordt op vele manieren beoefend in de wicca. Aan de ene kant worden er tijdens de jaarfeesten en op diverse andere dagen (maanfeesten, trouwdagen etc.) complete rituelen opgevoerd; aan de andere kant steken wicca’s soms simpelweg een kaars aan om extra energie in een bepaalde richting te sturen. Er wordt met name veel gebruikgemaakt van technieken zoals visualisatie en meditatie, of er wordt geprobeerd om in een trance te komen door bijvoorbeeld teksten op te dreunen (chanten) of te drummen. Er wordt ook wel korenmagie gebruikt, en er worden kruiden gebruikt bij magie. Elk kruid heeft zijn eigen magie en kracht. Als iemand magie uitoefent moet er opgelet worden welk soort magie er wordt gebruikt om er dan de juiste kruiden bij te gebruiken. Zo zal de kracht van de magie versterkt worden. Zo is het ook met wierook. Er zijn verschillende geuren met elk zijn magie en kracht. Hetzelfde geldt voor kristallen, gesteenten of edelstenen.
Wicca’s maken vaak gebruik van andere occulte/esoterische kunsten, zoals divinatie (bijvoorbeeld tarot, pendelen, wichelroedelopen) of kruiden. Deze dingen hebben echter niet direct iets met wicca te maken. Wel vindt een groot deel van de wicca’s dat een goede wicca zichzelf moet trainen in ‘kunsten’
(= dat wat je kunt), waaronder tarot of kruidengeneeskunde. Veel wicca’s kunnen een of meerdere gebieden of ‘kunsten’ tot hun specialiteiten rekenen. Wicca wordt veelal beschouwd als niet alleen een religie, maar ook een
kunde. In het kader van deze kunde is vele jaren training nodig, waarin onder andere kennis van en vaardigheid met andere ‘kunsten’ wordt opgedaan.

Viering van Beltane in Avebury, 2005

Rituelen worden in wicca vooral opgevoerd tijdens de jaarfeesten.
Zij kennen een gedeeltelijk vaste opzet, waarbinnen vaak een eigen invulling wordt gebracht. Een ritueel begint vaak met het trekken van de Magische cirkel. Met behulp van de Cirkel wordt een tempel opgebouwd, waarbinnen de wicca’s zich beschermd voelen voor negatieve krachten van buitenaf en hun ritueel
kunnen uitvoeren. De Cirkel wordt ook gezien als een plek waarin de opgewekte krachten zich kunnen bundelen en versterken, omdat zij in de ruimte gevangen blijven tot zij gericht worden vrijgelaten. Binnen de Cirkel vindt het ritueel plaats. Na afloop van het ritueel wordt de Cirkel (en dus de tempel) weer geopend en afgebroken.
Een tweede onderdeel van een ritueel is de “cake-en-wijn”-ceremonie. Hierbij worden door de heksen in de coven voedsel en drank gedeeld. Dit onderdeel van het ritueel is om je weer te gronden, weer met beide benen op de aarde te staan.
Wicca is een inwijdingsreligie, omdat de Wicca een mysteriereligie is. Dat betekent dat er na een periode van opleiding (traditioneel een jaar en een dag) een inwijding volgt, tot de leerling een volleerd wicca is (ook Eerste Graad genoemd).
Vanuit de gardneriaanse traditie kennen we drie inwijdingen/graden.
Sommige covens – meestal alexandrijnse covens – hebben daar een vierde aan toegevoegd: de neofietengraad.
Wanneer een geïnteresseerde begint aan de opleiding, is hij eerst een zogenoemde trainee (binnen de greencraft heet dit een roedi). Gedurende een bepaalde opleidingsperiode leert de trainee/roedi de basisbeginselen van wicca,
waarna een inwijding tot neofiet zou kunnen volgen. Bij deze inwijding neemt hij zijn magische naam aan, een geheime naam. Het aannemen van een nieuwe naam symboliseert de overgang naar een nieuwe levensperiode.
Daarom nemen veel wicca’s na de volgende inwijdingen ook nieuwe magische namen aan.
Na de eerste inwijding is de kandidaat een ingewijde leerling of neofiet. Hierna kan (vaak na een jaar en een dag) een tweede inwijding volgen. Dan is de leerling een priesteres of priester, of eerstegraadswicca. Hierna kunnen nog twee
graden volgen: een tweedegraadswicca wordt geacht in staat te zijn een coven te leiden of op te richten, meestal onder supervisie of begeleiding van zijn Hogepriesteres en Hogepriester. Een derdegraadspriesteres of -priester is in staat om geheel zelfstandig een eigen coven op te richten en als Hogepriesteres als covenleider en leider van rituelen op te treden met naast haar een Hogepriester. Binnen een coven, of bij inwijding door een individuele HP/HPS, worden bepaalde voorwaarden en eisen aan de acoliet of neofiet gesteld. Zo kan binnen de gardneriaanse traditie een ‘knaap’ of maagd geen priester(es) worden (bij de Dianics is dit niet het geval). De acoliet of neofiet wordt verder geacht enkele dingen – tijdelijk of definitief – op te geven, soms een bepaalde pijngrens te kunnen verdragen en verder leggen zij specifieke ‘proeven van kunde’ (vaak zelfgekozen) af.
Aan de leiding van een traditionele coven staat de Hogepriesteres, een vrouwelijke ingewijde. Zij wordt soms bijgestaan door de Hogepriester, een mannelijke ingewijde. Samen leiden zij de rituelen, waarbij de vrouw de
Godin vertegenwoordigt en de man de God. Beiden zijn verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de coven en moeten er dus voor zorgen dat alle covenleden (traditioneel een aantal van dertien man, gemengd man en
vrouw) de juiste opleiding krijgen. In het algemeen geldt dat de Hogepriesteres het vetorecht heeft.
Met het in de openbaarheid treden van de individueel werkende wicca raken covenwerk en inwijdingen op de achtergrond. De zogenaamde zelfinwijding wordt populairder. Hierbij schrijft de wicca zelf een ritueel voor zijn inwijding, die hij ondergaat als hij zelf het gevoel heeft hier klaar voor te zijn. Zelfinwijding wordt vaak met veel scepsis bekeken, zowel vanuit de traditionele covenwicca als vanuit individueel werkende heksen.
Covenheksen, vooral van gardneriaanse en alexandrijnse strekking, zijn vaak van mening dat een inwijding alleen door een hogepriester(es) mag worden gegeven.
Wicca kent geen duivel of satan. Toch verwarren sommigen ten onrechte wicca met satanisme. Dit heeft te maken met het symbool dat vaak gedragen wordt, namelijk een pentagram. Bij Wicca wordt deze met 1 punt naar boven gedragen, maar in het satanisme wordt deze gedragen met 1 punt naar beneden.
In de Wicca staat het omgekeerde pentagram symbool voor de Tweede Graad. Hierdoor stellen de 2 punten naar boven de hoorn van de Bok voor. Dit is voornamelijk te wijten aan het feit dat de god uit deze godsdienst vanwege zijn
gehoornde uiterlijk wordt gelijkgesteld met de duivel, waarschijnlijk omdat in het boek Openbaring 13 vers 11 in de Bijbel het tweede beest wordt beschreven met twee lamshoornen.
Maar wicca is niet hetzelfde als het satanisme, ook al denken veel mensen van wel. Dit verschijnsel komt voort uit de pogingen van de katholieke kerk iedereen tot het christendom te bekeren door alles dat met een andere religie had te maken met de duivel in verband te brengen.
Enkele voorbeelden hiervan:
De drietand van Neptunus/Poseidon, de puntmutsen van de oude wijze vrouwen, de bokkenpoten en hoorns van Pan enz.

New age en Wicca
Dat Wicca een loot zou zijn aan de New age-stam wordt door de meeste wicca’s ontkend, evenals door historici als Ronald Hutton, die opmerkte dat Wicca niet alleen ouder is dan New age, maar ook aanzienlijk verschilt in filosofie.[6]
Fluffy bunny, of Fluffbunny, is een negatieve term die gebruikt wordt in wicca (en in het neopaganisme in het algemeen) om te verwijzen naar aanhangers van de religie die gezien worden als oppervlakkig of meeloperig.
Over het algemeen hebben ze een afkeer van de duistere elementen en benadrukken ze goedheid, licht en elementen die overgenomen zijn van de New age beweging, of volgen het als een rage.

Keltische moedergodinnen: Dana[ Danu] links en rechts Brigid [Bride]

<8> De Indianen leefden samen met de planten en dieren en namen nooit meer van Moederaarde af dan noodzakelijk was. Indianen en Sjamanen hebben steeds de speciale band gevoeld met de Natuur. We zijn allen verbonden (Mitakuye Oyasin) is een integraal deel van hun Geloof. Als al onze relaties geëerd worden als Heilig en als we Respect hebben voor elk deel van de Schepping, is het Paradijs nabij. Ze geloven ook dat Dieren en Stenen (de Grootvaders) sterke Helende krachten bezitten, zowel praktisch als Spiritueel. Dit resulteerde in
Totems en Medicijnen, de welke dagelijks gebruikt worden om de levenskwaliteit te verhogen.
Indianen geloven in de ‘Grote Geest’. Ze geloofden ook dat de geesten van overleden familieleden overal in de natuur te vinden waren. Daarom aanbeden ze de zon, de maan en de aarde. Hun ceremonies bestonden uit veel muziek en dans. Ze toonden er hun vreugde mee, maar ze dansten ook voor de jacht, om de goden te bedanken. Ze geloofden dat hun leven geregeld werd door de Goden, die hen alles gaven, van gewassen tot een goede gezondheid tot regen.
Kracht of totemdieren worden in de antropologie gezien als mythologische voorouder uit een ver verleden. Hun goden waren in de natuur te vinden. Indianen krijgen bij hun initiatie een totemdier toegewezen waar zij kracht
uit kunnen putten en waaraan zij zich kunnen spiegelen. Het krachtdier begeleidt hen bij hun droomreizen en op hun spirituele weg. Een aantal voorbeelden van krachtdieren:

• Het Totem dier Buffalo-Bizon staat voor het bewandelen van het Heilige Pad en het eren van alle verwanten.
In tijden van vertroebeling kan men hulp vragen aan dit Krachtdier. De Buffalo helpt een diepe verbinding te maken met Moeder Aarde. Het kan helpen op de weg naar een sterke en onafhankelijke Geest. De Bizon staat voor het volgen van de simpelste weg naar overvloed, ons geboorterecht. De Bizon vertelt dat doelen beter kunnen bereikt worden met de hulp en Harmonie van de Grote Geest
(Wakan Tanka).
• Het Totem dier Adelaar is voor de Indianen van de Noordwest kust van Noord- Amerika het symbool van eer, moed, vrede en vriendschap en mysterische krachten . Daarom wordt de dons van de Adelaar tijdens welkomstdansen en andere ceremoniën voor de gasten uitgestrooid. Adelaarsveren worden in
rituelen in en op maskers en hoofdtooien gebruikt. De adelaar kon spiraalsgewijs net zo hoog opstijgen tot hij in een gat in de hemel verdween en het huis van de zon bereikte. De Adelaar werd een symbool van groter overzicht en een meeromvattende waarneming.
• Het Totemdier Paard staat symbool voor de magische kracht van sjamanen. Het staat voor aardse en buitenaardse kracht, reizen, stabiliteit, zachtmoedigheid en vrijheid. Het paard is door de eeuwen heen geprezen om zijn hulp in de evolutie van de mens. Het paard draagt zijn berijder, maar deze laatste draagt de verantwoordelijkheid voor alles rondom.
Het Medicijn Wiel is Heilig voor de Indianen en Sjamanen. Volgens hun overtuiging heeft de Grote Geest alles in de Natuur in een cirkel gemaakt. Het Medicijn Wiel staat ook voor de 4 winden en de 4 kleuren van mensen die
reizen over onze planeet. Het is het symbool van de totaliteit van het bestaan. Het Wiel is een plek gecreëerd om het contact en de gebeden te versterken. Het verenigt de energie van Zon-Maan-Universum-Moeder Aarde Grootvaders, Grootmoeders en de Schepper in de oneindige cirkel van leven. Het Medicijn Wiel symboliseert eveneens het individueel Pad dat ieder dient af te leggen naar het ultieme geluk in Universele Liefde.

Viering van Mayahuel
De ceremonie van Mayahuel, ook wel la Virgen de los Remedios genoemd, is gewijd aan genezing. Omdat het vaak is gewijd aan traditionele medicinale planten, tonen altaren ter ere van Mayahuel vaak maguey- en agaveplanten.
De ceremonie ter ere van Mayahuel is ook een gelegenheid om het hart, de geest, de geest en de ziel te genezen. Als onderdeel van de vier richtingen vertegenwoordigt het het Westen, de richting van de energie van vrouwen. Als gevolg hiervan is Mayahuel een gelukkige viering van zusterschap.
Mayahuel eert het werk dat vrouwen hebben gedaan om onze gemeenschappen te genezen.
Het eert het leiderschap, de leringen en de genezingstradities die vrouwen aan onze kinderen hebben doorgegeven.
Als een viering van genezing eert Mayahuel ook de curanderas / curanderos [ geneeswijzes] en bewaart ze voor ons en de tradities en leringen worden doorgeven die ons fysiek en spiritueel genezen.

Pachamama (van het quechua pacha: aarde en mama: moeder, dus letterlijk vertaald “Moeder Aarde”) is de belangrijkste godheid voor de inheemse bevolking van de centrale Andes van Zuid-Amerika.
Pachamama in de kosmologie van Juan de Santa Cruz Pachacuti Yamqui Salcamayhua (1613), achter een afbeelding in de zonnetempel Qurikancha in Cusco.
Pachamama wordt omschreven als “ze is de Aarde in een diepe zin, bovennatuurlijk; ze is dat van hieronder, maar niet de grond of de geologische aarde, evenmin de christelijke hemel, ze is de kosmografische hemel. Pachamama is alles, ze verklaart alles.
Pachamama is geen eigenlijke scheppende, wel een beschermende godheid; ze beschermt de mens, ze maakt het leven mogelijk en begunstigt de vruchtbaarheid. In ruil voor deze hulp en bescherming is de priester van de Puna Meridional verplicht een deel van wat hij ontvangt aan Pachamama te offeren [1]

Geschiedenis van haar verering:
De Quechua- en de Tiwanaku-cultuur van de Andesregio brachten offers om haar te eren, ze offerden camelidae.[ kameelachtigen] Onder meer gaven ze cocabladeren, zeeschelpen en boven alles de foetus van lama’s, volgens hun geloof om de grondte bevruchten.
Met de komst van de Spanjaarden en de vervolging van het – plaatselijk variërende – geloof werd Pachamama dikwijls aanbeden als was ze de maagd Maria.

18e-eeuwse afbeelding van de Maagd Maria,
met enige kenmerken van Pachamama[2]

Kleireliëf uit ca 460 v.C. Gaia geeft Erichthonios aan Pallas
Athena.


Nakomelingen
Volgens de Griekse sagen en mythen bracht Eros Gaia ertoe zich te verbinden met het water en de lucht, en zo bracht zij de zee (Pontos) en de hemel (Ouranos) voort. Ook kwamen de Titanen, de drie eenogige Cyclopen en de drie honderdarmige reuzen uit oermoeder Aarde voort. Deze laatsten heetten Briareos, Gyes en Kottos en hadden elk ook vijftig hoofden.
Zij werden ook de Hekatoncheiren genoemd. De Titanen en de Cyclopen zijn verwekt door Ouranos.

Moedergodin
Godin die de natuur, moederschap, vruchtbaarheid, en de schepping vertegenwoordigt.
Een moedergodin of Almoeder is een vrouwelijke god en moederlijk symbool
van schepping, creativiteit, geboorte, vruchtbaarheid, seksuele
vereniging, verzorging en de levenscyclus.

Zittende vrouw van
Er bestaat een verschil tussen de academische en de populaire opvatting over het begrip. De populaire opvatting wordt vooral gedragen door de godinnenbeweging en luidt dat primitieve samenlevingen eerst matriarchaal geweest zijn waarbij een soevereine, verzorgende, moederlijke aardegodin aanbeden werd. Zij bouwden daarbij voort op de negentiende-eeuwse ideeën van
een unilineaire evolutie van Johann Jakob Bachofen. Zowel bij Bachofen als bij modernere theorieën is eerder sprake van een projectie van de huidige ideeën op oude mythes, dan dat er geprobeerd wordt de mentalité van die tijd te begrijpen.[1][2] Veelal gaat dit gepaard met een verlangen naar een verloren beschaving uit vervlogen tijden die rechtvaardig, vredevol en wijs zou zijn geweest.[3] Het is echter zeer onwaarschijnlijk dat een dergelijke beschaving heeft bestaan.[4]
Lange tijd werd door feministische auteurs uitgedragen dat deze vredige, matriarchale agrarische samenlevingen werden uitgeroeid of onderworpen door nomadische, patriarchale krijgerstammen. Een belangrijke bijdrage hier was die van archeologe Marija Gimbutas.
Haar werk op dit vlak wordt tegenwoordig echter grotendeels afgewezen.[5] Ook bij feministische archeologen is deze visie tegenwoordig zeer omstreden.[6][7]
Sinds de jaren 1960 werd vooral in de populaire literatuur een link gelegd tussen de vermeende verering van de moedergodin en de sociale positie die vrouwen in prehistorische samenlevingen zouden hebben ingenomen.
Daarmee kreeg de discussie een politiek karakter. Vanuit de huidige door mannen gedomineerde maatschappij zou volgens de godinnenbeweging moeten worden teruggekeerd naar het egalitaire matriarchaat van vroeger tijden. Dat deze maatschappijvorm zou hebben bestaan, zou worden ondersteund door de
vele Venusbeeldjes die terug zijn gevonden.
In academische kringen wordt dit prehistorische matriarchaat onwaarschijnlijk geacht. Allereerst betekent het aanbidden van een moedergodin niet noodzakelijk dat vrouwen de dienst uitmaakten.[8] Daarnaast kunnen de
venusbeeldjes ook gewone vrouwen voorstellen of gewone godinnen en is het onduidelijk of er werkelijk ooit sprake is geweest van een moedergodin.[9][10][11]
Dit alles heeft zijn effect op archeologen die zich richten op mythologie en religie die niet geassocieerd willen worden met Gimbutas en de godinnenbeweging.[12]
Coatlicue was in de Azteekse mythologie de godin van de aarde, de godin van het vuur en de vruchtbaarheid en moeder van de zuidelijke sterren.
Coatlicue in het Nationaal Antropologiemuseum, Mexico-Stad.
Omdat ze op mysterieuze wijze zwanger werd door een bal kolibrieveren wilde niemand haar geloven.

Haar zoons (inclusief Coyolxauhqui) vermoordden haar, wantzwanger worden van kolibrie-veren was een groot misdrijf.
Net op tijd wist Huitzilopochtli uit haar baarmoeder te komen, die de
andere zoons (goden van maan en sterren) doodde. Later werden hiervoor andere goden aangesteld. Coatlicue werd hierdoor boosaardiger en kreeg een rok van slangen.

Gaia (Oudgrieks: Γαῖα, Γαῖη of Γῆ) of Gaea (gelatiniseerd) is een figuur uit de Griekse mythologie. Zij is de oermoeder, de Aarde, die ontstond uit de Chaos aan het begin van de dingen. De Chaos bevatte alle basisbestanddelen, de vier elementen aarde, water, lucht en vuur. Daaruit ontstond onder andere Gaia: Moedergodin van de natuur en de aarde.

Uiterlijke kenmerken
Gaia, de godin van de natuur en de aarde, werd afgebeeld als een
mollige vrouw, vaak oprijzend uit de grond, altijd eraan verbonden.
De Aarde zelf werd in de Griekse mythologie gezien als een platte
schijf (platte Aarde), omringd door de rivier Okeanos (de oceaan),
de hemelkoepel van Ouranos ondersteunend.

.

 

Asgard: De schepping volgens de Vikingen

<9> Noormannen. De Vikingsaga (793-1241) – John Haywood
Auteur: John Haywood
18 november 2022
Boekfragmenten/Noordse mythologie/Religieuze geschiedenis/Vikingen

Huginn en Muninn zittende op de schouders van Odin. De illustratie komt uit een 18e-eeuws IJslands manuscript.


Bij Omniboek verschijnt mei 2017 het boek ‘Noormannen: de Vikingsaga 793-1241.‘ Hierin beschrijft John Haywood de rijke cultuur van de Vikingen in de volle breedte. Haywood volgt de weg van de Vikingen vanaf hun Noorse godenwereld in de achtste eeuw tot hun plek in het christelijke Europa in de dertiende eeuw. Op Historiek een fragment uit de inleiding over hoe de Vikingen aankeken tegen het ontstaan van de aarde en hun ‘doel’ op aarde.

Asgard. Het wereldbeeld van de Vikingen
Vee sterft, bloedverwanten sterven, uiteindelijk zul jij ook sterven,
Maar glorie sterft nooit voor de man die het behaalt.

De dwaas denkt dat hij eeuwig zal leven, Als hij wegblijft bij het gevecht;
Maar de oude dag garandeert hem geen wapenstilstand, Zelfs als de speren dat wel doen.
Hávamál
Odin hangt in de boom om zichzelf te offeren, zoals beschreven in
Hávamál.
Voor de meeste Scandinaviërs betekende het leven in het Vikingtijdperk hard werken op het land, een voortdurende onzekerheid, en een vroege dood rond hun dertigste of veertigste levensjaar. Voor hen die ervoor kozen om Viking te worden in de letterlijke zin van het woord, piraat of plunderaar, of die op reis gingen om handel te drijven of te koloniseren, kon het leven zelfs nog korter duren. Allemaal liepen ze het serieuze risico op zee te verdrinken wanneer hun fragiele schepen vergingen in een storm of aan splinters sloegen tegen een

rotsachtige kust. Handelaren liepen altijd het risico aangevallen te worden door piraten. En tegenover elke Vikingkrijger die naar huis terugkeerde met een zak zilver of voor zichzelf een boerderij in de wacht had gesleept op nieuw veroverd gebied, moet er minstens één andere hebben gestaan die aan mootjes werd gehakt op een slagveld of stierf aan een ziekte in een onhygiënisch winterkamp. Vikingen waren duidelijk bereid enorme risico’s te nemen teneinde land, rijkdom en roem te vergaren. Deze moedige en ondernemende maatschappij werd ondersteund door een wereldbeeld dat actief het mijden van risico’s ontmoedigde. De wereld waarin de heidense Scandinaviërs leefden, bestond niet
om een of ander doel te vervullen, en als het waar was dat de goden de mens hadden geschapen, dan was dat uitsluitend voor henzelf, zodat er iemand was die aan hen geofferd kon worden. Wilde een mensenleven enige betekenis hebben in deze wereld, dan moest men daar zelf voor zorgen, door iets te bereiken waarvoor men herinnerd zou worden.

De schepping van de wereld
Yggdrasil
Volgens de Scandinaviërs werd het middelpunt van het universum gevormd door een enorme, altijdgroene es die Yggdrasil heette. Zijn takken overdekten de hemel en verbonden de gescheiden werelden van de goden, ijsreuzen, vuurreuzen, elfen, dwergen, mensen en de onderwereld. Er is geen mythe die vertelt over de oorsprong van Yggdrasil of zijn uiteindelijke lot. Zijn bestaan werd als vanzelfsprekend aangenomen en misschien dacht men dat hij eeuwigdurend was.

Desondanks komt Yggdrasil helemaal niet voor in de Scandinavische scheppingsmythe, waarin de kosmos geboren wordt uit de interactie van wederzijds vijandige krachten. In het begin van de tijd waren er maar twee werelden: het vurige Muspelheim in het zuiden en het ijzige Niflheim in het noorden. Tussen de twee werelden bevond zich de gapende leegte van Ginnungagap.
Waar de hitte van Muspelheim het ijs van Niflheim ontmoette, begon het ijs te smelten en te druipen. De hitte versnelde het leven in de druppels en die namen de vorm aan van een reus, die de naam Ymir kreeg. Terwijl Ymir sliep, vormden zich uit het zweet onder zijn linker oksel een reus en een reuzin, en een van zijn benen werd de vader van een zoon op zijn andere been. Op deze manier werd Ymir de voorvader van een ras van ijsreuzen. Terwijl het ijs bleef smelten, kwam er een koe tevoorschijn. Deze koe heette Auðumla. Auðumla voedde zich door te likken aan het zoute ijs. De vier rivieren van melk die uit haar spenen vloeiden, voedden Ymir.
Door het likken van Auðumla kwam nog een reus tevoorschijn, die Búri heette. Búri was groot, sterk en knap. Hij werd de vader van een zoon die Borr heette. Er wordt geen moeder genoemd, maar zij was vermoedelijk een ijsreuzin, aangezien zij destijds de enige andere aanwezige wezens waren, afgezien van Auðumla. Borr nam Bestla, de dochter van de ijsreus Bölthorn, als zijn vrouw en samen kregen ze drie zonen: Odin, Vili en Vé, de eerste van de goden.
Odin en zijn broers vermoordden Ymir en gebruikten zijn dode lichaam om het land te maken, en zijn bloed om de oceaan te maken. Toen namen de goden Ymirs schedel en plaatsten deze boven de aarde om de lucht te maken. De goden vingen wat van de vonken en gesmolten sintels die van Muspelheim af waaiden en plaatsten deze in de lucht om de hemel en de aarde mee te verlichten. Toen zetten de goden de donkere reuzin Nótt (‘nacht’) en haar heldere en knappe zoon Dagr (‘dag’) in de lucht om elkaar elke vierentwintig uur rond de wereld te volgen. De goden namen de beeldschone broer en zus, Máni (‘maan’) en Sól (‘zon’) en plaatsten hen ook in de lucht. Aan de hand van hun bewegingen konden de dagen, maanden en jaren worden geteld.
De goden schiepen de wereld als een grote cirkel. Het deel langs de randen gaven de goden aan de reuzen als thuis. Dit was Jotunheim, waar de reuzen op wraak zonnen voor de dood van Ymir.
In het midden, omringd door de oceaan, gebruikten de goden Ymirs wenkbrauwen om een fort te bouwen tegen de vijandige reuzen. Dit noemden zij Midgard, of ‘Midden-Aarde’. Ten slotte namen de goden Ymirs hersenen en gooiden ze in de lucht om de wolken te maken. Hiermee voltooiden de goden hun recycling van Ymir.
Odin, Vili en Vé liepen langs de nieuw gevormde zeekust en vonden twee boomstammen. Hieruit schiepen de goden de eerste twee mensen.
De man noemden ze Ask (‘es’) en de vrouw Embla (‘iep’), en van hen stamde het menselijk ras af. De goden gaven Ask en Embla Midgard om te wonen.
Nadat ze mensen hadden geschapen, schiepen de goden hun eigen domein Asgard, een hemelse stad hoog boven Midgard. Ze bouwden de vurige regenboogbrug Bifröst om de twee domeinen te verbinden, zodat ze hiertussen heen en weer konden gaan.
De mythen geven geen aanwijzing hoeveel tijd er volgens de Vikingen zou zijn verstreken tussen deze gebeurtenissen en hun eigen tijd.
Zoals de meeste volken voor de tijd van het schrift, hadden de Vikingen geen officiële tijdsbepaling. Alle gebeurtenissen die plaatsgevonden hadden voor mensenheugenis, bestonden waarschijnlijk op een manier vergelijkbaar met de
Droomtijd van de Aboriginals.

Yggdrasil Asgard, thuis van de goden

Binnen de muren van Asgard zijn tientallen schitterende zalen en tempels waar de goden feestvieren en beraadslagen. Vanaf de troon in zijn met een zilveren dak bedekte zaal Valaskjálf overziet Odin de hele schepping, en stuurt hij zijn raven Huginn en Muninn elke dag eropuit om nieuws te vergaren over de wereld. Zoals elke Vikingleider heeft Odin zijn eigen gevolg van lijfwachten, einherjar, die exclusief worden gekozen uit de gelederen van de dapperste krijgers die gesneuveld zijn in de strijd. De einherjar vertoeven in Walhalla (‘zaal voor de gevallenen’), een enorme zaal met 540 deuren die elk zo breed zijn dat achthonderd krijgers er zij aan zij doorheen kunnen marcheren. Walhalla glanst van het goud, heeft speren als dakspanten en een dak gemaakt van schilden en
maliënkolders. Elke ochtend marcheren de einherjar Walhalla uit om de dag door te brengen met vechten.
Noormannen.
In de avond worden de gesneuvelden op miraculeuze wijze geheeld en keren ze allen terug naar Walhalla om daar de hele nacht te genieten van varkensvlees en mede. De einherjar worden bediend door de Walkuren (‘zij die de gevallenen uitkiezen’), beeldschone bovennatuurlijke vrouwen die een harnas dragen en
gewapend zijn met een schild en een speer. Op Odins bevel rijden de Walkuren snel door de lucht en dalen neer op slagvelden om te beslissen wie de winnaars zijn, de krijgers te kiezen die zullen sneuvelen en de dappersten van hen mee te voeren naar Walhalla. Daar worden ze verwelkomd met bekers mede en een
rumoerig gebonk op tafels door de einherjar. Vikingkrijgers wisten dat ze de gastvrijheid van hun heer moesten verdienen op het slagveld. De einherjar verdienden Odins gastvrijheid door voor hem te strijden in Ragnarok. Dit is een groot gevecht waarvan Odin weet dat het voorbestemd is om plaats te vinden aan het einde der tijden.
Hierin zullen de goden en hun onverzoenlijke vijanden, de reuzen, elkaar uitroeien met vuur en overstromingen en het hele universum vernietigen, waarna een nieuwe scheppingscyclus begint.
~ John Haywood

De drie belangrijkste goden van het Hindoeisme

Hindoeïsme

<10> Het is een van de oudste religies ter wereld, beoefend door meer dan 1.100 miljoen mensen op het Aziatische continent en andere delen van de wereld. In India, Pakistan, Nepal, Bangladesh en Maleisië zijn er velen die de voorschriften volgen en de drie belangrijkste goden van het hindoeïsme aanbidden.
In tegenstelling tot andere religies worden deze goden in het dagelijks leven aanbeden. Ze worden meer dan abstracte en verre wezens gezien als figuren die deel uitmaken van de dagelijkse realiteit. Er zijn tal van stromingen en scholen binnen het hindoeïsme.
Binnen het bonte hindoeïstische pantheon vallen niet alle goden in dezelfde categorie. Er zijn niet minder dan dertig miljoen goden, maar ze zijn niet allemaal even belangrijk en vereerd.
Dit zijn de drie belangrijkste goden van het hindoeïsme: Brahma, Vishnu en Shiva. Ze vormen de Trimurti (‘De drie vormen’ in het Sanskriet) en vertegenwoordigen respectievelijk de cycli van schepping, behoud en
vernietiging van het universum.
Brahma, de eerste van de drie Hindoe drie-eenheid, is de schepper van het heelal.
Hij wordt afgebeeld met vier hoofden die naar de vier windrichtingen kijken.
Meestal rijdt hij op een zwaan of zit op een heilige lotusbloem. Zijn vrouw Saraswati is de godin van de kunst en het onderwijs.
Brahma heeft vier handen, waarvan hij er altijd één zegenend opheft.

Vishnu
Vishnu is de beschermer van het heelal.
Hij wordt meestal afgebeeld op een adelaar of slapend op een reuzenslang.
Zijn vrouw is Laksmi, de godin van schoonheid en rijkdom.
Vishnu de instandhouder in het Hindoeïsme

Shiva
Shiva is de vernietiger van het kwaad in het heelal.
Hij heeft een drietand als symbool van de vernietiging.
Op zijn voorhoofd draagt hij het derde oog van de kennis.
Shiva rijdt op een grote stier, Nandi geheten.
De vrouw van Shiva is de godin Parvati. En rechterhand van Shiva.

Maori’s

De Maori’s zijn de inheemse bewoners van Aotearoa, zoals zij Nieuw-Zeeland noemen. Momenteel noemt 14% van de Nieuw-Zeelandse bevolking zich Maori. Hun bijzondere cultuur heeft een sterke stempel gedrukt op de huidige Nieuw-Zeelandse cultuur. Je ziet en hoort veel Maori-elementen terug in onder andere zang, dans, taal en plaatsnamen.

Pa en marae

Ongeveer duizend jaar geleden kwamen zij aan na een lange reis van de Haiwaiki-eilanden in de Grote Oceaan.
Door de eeuwen heen leefden vele Maori-stammen in pa’s (versterkte dorpen) waar zij zichzelf voorzagen van eten en drinken. In deze gemeenschappen genoten de stamleiders en priesters het meeste gezag. De stam werd vernoemd naar de voorvader van de stam, bijvoorbeeld Ngapuhi, dat afstammelingen van Puhi betekent.
Deze stam is tegenwoordig de grootste stam in Nieuw-Zeeland met meer dan 100.000 leden.
In het midden van alle pa’s stond een ‘marae’: een gemeenschapshuis met een grote open plaats. Maori’s geloven dat hierin hun voorouders verder leven en is de plek waar alle stamleden samenkomen en ceremonies houden. Wanneer er behoefte aan meer voedsel en land was, werden er andere stammen aangevallen. Dit ging er vaak heftig aan toe. Er werden wapens van steen, hout en been gebruikt en de verslagen vijand werd als slaaf ingelijfd en soms zelfs opgegeten.
Toen aan het einde van de 18e eeuw Nieuw-Zeeland werd gekoloniseerd, veranderde er veel voor de Maori’s.
Er werden grote stukken land afgepakt en hun cultuur werd ondergewaardeerd. Ook poogden zendelingen Maori’s te bekeren tot het Christendom.

Religie
De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor de traditionele Maori-cultuur gekomen. Deze opleving van deze cultuur wordt ook wel Maoritanga genoemd. De Maori-cultuur is rijk en gevarieerd. Hierin speelt voorouderverering een belangrijke rol evenals het geloof in goden. Deze goden vertegenwoordigen de hemel, zee, bergen en oorlog. Andere belangrijke zaken zijn het geloof in de levenskracht (mairu), de geest (wairua) en de spirituele kracht (mana).
Mythes spelen een belangrijke rol in de traditionele Maori-religie. Het ontstaan van de aarde zien ze zo: in het begin was er niets en dit niets noemen ze Te Kore. Na negen periodes van Te Kore kwam Te Ata, de zonsopgang. Uit de schoot van de duisternis ontstond Ranginui, de hemelvader, en Papatuamaku, Moeder Aarde.
Zij werden verenigd en kregen veel kinderen. Deze kinderen richtten
de wereld verder in.
Het ontstaan van Nieuw-Zeeland is ook een belangrijke legende binnen
de Maori-cultuur. Lang na de creatie van de wereld ging halfgod Maui
uit Hawaiki op zee vissen. Samen met andere bewoners van Hawaiki
voer hij in een kano een heel eind weg van zijn geboorte-eiland. Na een
tijdje varen pakte Maui zijn magische vishaak, bevestigde deze aan een
stuk touw en wierp deze in de oceaan. Hij ving een immense vis die hij versloeg met jade. De vis veranderde toen in het Noordereiland, dat door de Maori’s Te Ika a Maui wordt genoemd, oftewel ‘De vis van Maui’. Het Zuidereiland symboliseert de kano van Maui: Te Waka o Maui. Stewart Island vormde het anker van deze kano: Te Punga a Maui.
Vele jaren later, tussen 850 – 950, vertrok zeevaarder Kupe van Hawaiki
richting Nieuw-Zeeland. Toen hij het land zag hing er laaghangende
bewolking overheen. Hij noemde het nieuwe land ‘Aotearoa’, dat ‘het land van de lange witte wolk’ betekent.

Maoritanga
Vroeger was er binnen de Maori-stammen een duidelijke scheiding in klassen, maar tegenwoordig zijn Maori’s meer geïntegreerd in de Nieuw-Zeelandse samenleving en is er meer gelijkheid. Hoewel de traditionele Maoricultuur in Nieuw-Zeeland lange tijd nauwelijks werd erkend, is er nu sprake van een inhaalrace, de Maoritanga.
Veel Maori’s laten de cultuurspecifieke kenmerken, zoals gigantische tatoeages, met trots zien. Ook is er veel aandacht voor de oude mythes en legendes.
Door de eeuwen heen werden deze oraal doorgegeven omdat de Maori-cultuur geen schrift kende. Verhalen en tradities werden levend gehouden door middel van zang, dans, muziek en houtsnijwerken. Nu kennen Maori’s wel het schrift en worden de verhalen opgeschreven in verhalen en gedichten.
Vandaag de dag is het ‘Maori zijn’ een individuele keuze geworden. Mensen zijn niet meer genetisch Maori maar verklaren zichzelf Maori. Dit komt onder andere doordat de ‘volbloed Maori’ bijna niet meer bestaat door de inmenging van andere culturen. Of iemand Maori is hangt af waar die persoon zich het meest mee verbonden voelt. Net als in veel andere multiculturele landen identificeren veel Nieuw-Zeelanders zich met meer etnische groepen. Vanwege de grotere aandacht voor de Maori-cultuur, zijn er veel Maori-verenigingen opgericht, zoals
sportclubs en theatergroepen. Hierdoor ontstaat er een groeiend gemeenschapsgevoel en zeggen veel Maori’s hun ‘nqakau Maori’ weer te voelen, hun Maori-hart in hun voorouders, cultuur en land.

<11>

Asintmah, Athabaskan aarde en natuurgodin, en de
eerste vrouw die op aarde rondliep

 

 

 

 

Kishar, Akkadische godin die de aarde
vertegenwoordigt

 

 

 

 

 

 

 

 

Ninhursag,
Sumerische moedergodin
geassocieerd met de aarde en vruchtbaarheid

 

 

 

Cybele,
Frygische godin van de
vruchtbare aarde en wilde
dieren

 

 

 

 

 

 

Yer Tanrı, is de godin van de aarde
in de Turkse mythologie. Ook wel
bekend als Yer Ana.

 

Gaia, de godin van de aarde en haar personificatie. Ze is ook de
oorspronkelijke moedergodin.

 

 

 

 

 

Terra , oergodin die de
aarde personifieert.

 

 

 

 

 

Grieks-Romeins is oergodin Tellus,
net als Terra, personificatie van de
aarde

 

 

 

 

 

Papatuanuku, de aardmoeder Maori

 

 

 

 

 

 

 

Egyptische moedergodin Isis

 

 

 

 

de
godin
Amaunet

 

 

 

 

 

 

 <12>


<13>

Moeder Aarde en Maria Lichtmis
Door Martine op Antroposofie en het kind.

<14> Eind januari, in de diepe, stille winteraarde, gebeurt iets heel bijzonders…
De allerkleinste zaden ontkiemen en vinden hun weg naar de zon, tegen de zwaartekracht in. De aarde opent zich, is vruchtbaar. Midden in de winter.
De sneeuwklokjes bloeien al!
Na de stille, donkere (en dit jaar ook nog) sombere dagen van december en januari, verlangen we naar zon en licht. Maar de weg ernaartoe voelt zwaar, alsof we zelf ook tegen de stroom in moeten gaan. Ons hart maakt werkelijk een sprongetje als de zon schijnt, naar buiten! Het sterkt ons dat de dagen ook al merkbaar lengen.
Wat er met de natuur gebeurt, wordt ook innerlijk zichtbaar. De verwachting van de lente is voelbaar. We ontwaken langzaam. We stellen ons vruchtbaar open voor bewustwording en nieuw inzicht. Misschien is er zelfs al inspiratie en ontluikend enthousiasme!
Maria Lichtmis op 2 februari, is in de kerk de herdenking van het zuiveringsoffer dat Maria veertig dagen na de geboorte van Christus moest brengen. Daarmee is deze dag verbonden met Kerstmis, de geboorte van Jezus.
Op Maria Lichtmis worden kaarsen gezegend en een processie met brandende kaarsen gehouden, voor aanvang van de mis. De katholieke en protestante kerk benadrukken dat het geen Mariafeest is, maar dat het op deze dag over Christus zelf gaat. Het is de opdracht/presentatie van de Heer in de tempel.
Ik wil hierbij graag opmerken dat de vrouw in de christelijke traditie, een ondergeschikte rol heeft.
Van oorsprong is 2 februari een Keltisch feest met lente en vruchtbaarheid als centrale thema’s. Het nieuwe natuurjaar, de uitademing van de aarde begint weer. Hier start de groene vreugde van de aarde, elk jaar opnieuw!
In sprookjes wordt Moeder Aarde, de aardekracht en vruchtbaarheid, verbeeld door Vrouw Holle*. Zij is de verbinding tussen aarde en hemel. Zij verschijnt in verschillende gedaanten aan de mensen. Zij heerst over dieren en natuurwezens. Waar haar voet de aarde raakt, wordt de akker gezegend met vruchtbaarheid. Waar zij uitrust, bloeien de mooiste bloemen. Zij behoedt de nog ongeboren zielen en begeleidt de overledenen vlak na de dood.
Maria, de moeder van Jezus, is bij de christenen deze plaats gaan innemen. Maar de link met onze aarde heeft Maria niet. Je zou kunnen zeggen dat hierdoor de verbinding met Moeder Aarde uit onze westerse cultuur is verdwenen omdat deze nu eenmaal getekend is door de christelijke traditie.
Het behoeft geen betoog dat we de verbinding met de aarde kwijt zijn geraakt. We leven in een tijd waarbij we steeds verder van de natuur afstaan. We doen de aarde veel geweld aan. Dat heeft enorme gevolgen. Het klimaat verandert veel sneller dan we voor mogelijk hielden, de aarde raakt uitgeput, de noodklok wordt geluid.
Hier wordt op allerlei manieren aandacht voor gevraagd, vooral in negatieve zin. En we weten best dat er iets moet veranderen, maar echt verantwoordelijk voelen we ons niet. Laten we het eens op een andere manier proberen.
Voor werkelijke verandering is een diep besef nodig. Laten we dat wakker schudden door erop te vertrouwen dat het nog ergens rondwaart in ons celgeheugen!
Door ons in deze tijd van het jaar te verbinden met de ontluikende natuur, her-inneren we ons de grootsheid, de immense waarde van Moeder Aarde.
Moeder Aarde, Moeder Energie, Moeder Maria. Ze hebben overeenkomstige eigenschappen. Reinigend, licht, zuiver, vruchtbaar, scheppend.
Bewustwording door het leven te vieren is een relatief onbekende, maar ik nodig je er graag toe uit!
Laten we het laatste feest van de Kersttijd, Maria Lichtmis, verbinden met het eerste feest van Moeder Aarde.
Betekenisvol vieren**, vreugdevol en dankbaar. Daarmee brengen we hoe dan ook licht de wereld in, aansluitend op de gedachte van Maria Lichtmis! We kunnen er warmte en troost aan ontlenen en het bovenal samen delen!

Artikel uit het tijdschrift Happinezz
<15> Moeder Aarde wordt door de oude volken van de Andes Pachamama genoemd. Ze zien haar als de moeder aller moeders, en vinden het belangrijk om haar te bedanken voor de overvloed die ze ons schenkt. Hoe kunnen we onze kinderen dat respect meegeven?
Zes waardevolle lessen van Pachamama.
1. Lummelen hoort erbij
Pachamama is een moeder, een vrouw. Door je met haar te verbinden, versterk je je vrouwelijke energie. Waar mannelijke energie gaat over actie, gaat vrouwelijke energie over ontvankelijkheid en rust. Meer zijn dan doen. Luisteren naar de wijsheid van je lichaam, naar je intuïtie. Krachten die lange tijd onderdrukt zijn geweest. Hoog tijd voor een comeback, en dan in een mooie balans met gezonde mannelijke energie. Want het een kan niet zonder het ander.
Ook (en misschien juist wel) voor kinderen is deze balans belangrijk. Ruimte om een beetje te lummelen. Vervelen is goed – juist dan komen na een poosje de creatieve ideeën. Niet van buitenaf opgelegd, maar helemaal vanuit jezelf. Uitrusten en opladen kan bij uitstek in de natuur. Bijvoorbeeld door op blote voeten over het gras te slenteren. Of liggend op je rug te voelen: hoe gaat het eigenlijk met mij? Hoe voelt mijn lichaam? Welke plek vraagt om aandacht? Daar kun je dan in gedachten wat warmte of energie naartoe sturen. Of het gewoon even laten zijn.
2. Vind je natuurlijke ritme
Je verbinden met de natuur doe je door haar letterlijk op te zoeken: de zon, de regen, de wind voelen, de aarde onder je voeten. Hoe meer je buiten bent, hoe meer je het ritme van donker en licht en van de seizoenen ervaart. Net als de natuur hebben wij ook onze eigen ritmen. Op het ene moment voel je je energieker dan op het andere; dat persoonlijke ritme is voor iedereen anders. Je kunt van nature een vroege vogel of juist een nachtdiertje zijn. Hoe meer rekening je houdt met jouw voorkeuren, hoe lekkerder je in je vel zit.
De combinatie met werk, school en verschillende ritmen binnen een gezin kan een uitdaging zijn. Dat vraagt om creativiteit.
Misschien is de een beter in ontbijt maken, en heeft de ander meer puf om avondeten te koken. Slaapt de een beter iets langer uit, dan allemaal strak in hetzelfde regime moeten opstaan. De kunst is om samen de lekkerst lopende flow te vinden.
3. Vier de verschillen
Pachamama’s rijkdom is de rijkdom van veelsoortigheid. De ware aard van Moeder Aarde is veelkleurig, uitbundig, veelsoortig, overvloedig. Bekijk maar eens een klein stukje grond in een zomers park, hoe het dan wemelt van leven: gras, madeliefjes, krioelende beestjes; alles leeft en werkt samen.
De balans wordt verstoord als op één ding wordt gefocust, één stof, zonder rekening te houden met de omgeving en de natuurlijke variatie. Dan treedt uiteindelijk verarming op – Moeder Aarde doet niet aan monocultuur. Verschillende soorten planten, bomen, insecten, bacteriën, schimmels, zoogdieren, water, wind, zon, noem maar op: samen vormen ze een
ecosysteem. Onderling wisselen ze uit, ze reageren constant op elkaar, altijd om een gezonde balans te vinden.
In de film ‘The biggest little farm’, over een stel dat met vallen en opstaan een dor stuk grond weet om te vormen tot een groen paradijs, wordt dat mooi weergegeven. Alle dieren in het ecosysteem hebben hun eigen rol. Ook die coyote die je kippen opvreet, blijkt uiteindelijk zijn functie te hebben.
Zo is het ook met ons mensen. Als we maar één standpunt of maar één soort persoon goedkeuren, en alles wat daarvan afwijkt afwijzen, dan groeien we uiteindelijk niet. We ontwikkelen ons door uit te wisselen, naar elkaar te luisteren en samen te werken, ook als dat soms conflicten oplevert. Groei – als in: bewustzijnsontwikkeling – is onvermijdelijk. Het is onze natuur.
4. Wat heb je écht nodig?
Wie de natuur volgt, weet dat ze in steeds terugkerende cycli werkt: ontstaan, groei en bloei, afsterven, rust, en dan ontstaat weer iets nieuws. In onze maatschappij is één deel ervan, het groeien, uit proportie geraakt. Reclames maken ons wijs dat we meer, meer, meer nodig hebben. Pachamama is erbij gebaat als we voelen wanneer het genoeg is. Als we weten wanneer we genoeg spullen, voedsel en informatie hebben. En als we voelen dat we genoeg zijn. Een gezond gevoel van eigenwaarde is ook goed voor de aarde. Dan ben je minder geneigd om onzekerheid op te vullen met spullen kopen of andere vormen van consumptie.
‘Genoeg’ betekent voor iedereen iets anders. Het kan goed zijn om je spullen eens onder de loep te nemen. Gebruik je daadwerkelijk alles wat je hebt, of heb je eigenlijk te veel? Zo kun je met kinderen naar hun speelgoed kijken. Spelen ze nog met dat autootje of die puzzel, of zou een ander kind er blijer mee zijn? Misschien kun je ruilen of (uit)lenen. Er is genoeg.
5. Help jezelf helen
Moeder Aarde is heilig voor de Inca’s. En wij zijn allemaal een stukje van Pachamama, dus wij zijn ook heilig. Heilig betekent ‘heel’. We zijn in wezen heel – alleen voelen we dat niet altijd zo.
“Zorg dat je heelt van binnen,” zegt Claasje Kos, oprichter van spiritueel centrum Pacha Mama in het Friese Lekkum. In dit centrum draagt ze onder andere het gedachtegoed van het Inca-sjamanisme uit, via workshops en opleidingen wil ze
mensen weer bewust maken van het heilige van het leven.
Claasje: “Ga aan de slag met blokkades en angsten die je in jezelf tegenkomt. In ons leven lopen we allemaal trauma’s op. Al is het maar van je fiets vallen als kind, of ruzie met je schoonmoeder. Bij trauma heeft ook je energetische lichaam heling nodig. Anders leef je vanuit overlevingsmechanismen. En als jij voelt dat je heel bent, kun je ook naar buiten toe helen. Dan kun je de zachtheid, de liefde, het geduld, het respect naar buiten verspreiden. Je gaat gezond met je lijf om en bent ook daarin een voorbeeld.”
Daarvoor hebben we rust nodig. De hartslag van Pachamama gaat langzaam en wij leven vaak snel. Wil je ‘heilzamer’ leven, ga dan langzamer. Neem de tijd voor reflectie, om je leven en je keuzes te overdenken. Neem tijd om te voelen wat er
gebeurt. Valt een kind van de fiets, poets die ervaring dan niet zo snel mogelijk weg. Besteed er even oprechte aandacht aan: wat gebeurde er, hoe voelt je lichaam, wat heb je nodig?
6. Luister naar je hart
“Je pad ontvouwt zich vanzelf als je van binnen heelt,” zegt Claasje. “Dan voel je wat je wilt doen in de wereld.” In wezen is‘jezelf zijn’ genoeg. Daarom is het goed om ook te luisteren naar je eigen natuur. Dat te doen waar jij helemaal vanuit jezelf passie en enthousiasme voor voelt, wat je natuurlijk af gaat. Weet je dat even niet meer, neem dan de tijd om naar je hart te luisteren. Dat kun je letterlijk doen door je rechterhand op je hart te leggen en je ademhaling bewust langzamer te maken.
Word je bewust van alles waar je dankbaar voor bent, waar je een warme herinnering aan hebt. Waar word je blij van? Wat heb je vanuit jezelf in overvloed te delen, te geven? Als je happy en in balans bent, heb je ook iets terug te geven.
Dat geldt ook voor kinderen. Net als ieder dier en elke plant zijn wij mensen allemaal deel van het grotere ecosysteem. Elk deeltje heeft een eigen rol en functie in het geheel. Je hoeft niet alles te kunnen of te weten. Een mol hoeft niet te kunnen klimmen, een zonnebloem hoeft alleen maar zonnebloem te zijn. Natuurlijk is het goed om nieuwe dingen te leren, ook dingen die je misschien niet zo liggen, maar je talenten zijn er al. Die hoeven alleen maar de ruimte te krijgen. Als dat gebeurt, kunnen we allemaal bijdragen aan de gezondheid van de wereld.

.

Maria-Lichtmis:     alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

Algemene menskunde: alle artikelen

Opvoedingsvragen: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle artikelen

.

3498-3286

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – 4e klas – vertelstof – Edda (3-1)

.

Een sprookje kun je vertellen zonder dat je iets van de symboliek van de beelden weet. Dat geldt voor andere vertelstof net zo: Oude Testament, de Edda, de Griekse mythen.

Zelf vond ik het op den duur wel een verrijking er ‘iets’ van af te weten: ik voelde iets van de diepere waarheden en dat gaf ook aan de manier van vertellen een diepere dimensie. Het waren niet zomaar verhalen meer. De mogelijke duidingen van de beelden zijn vaak verrassend.

Uiteraard krijgen de kinderen hiervan niets te horen: voor hen zijn de overgeleverde verhalen.

Een uitstekend naverteld – ik bedoel dan beeldend en met mooi taalgebruik – zijn de verhalen door Roger Lancelyn Green ‘Scandinavische mythen en sagen’ (Prismapocket 1177).

Ook veel gebruikt wordt het boek van Dan Lindholm ‘Godenverhalen uit de Edda’, uitgegeven bij Chrisotofoor, maar momenteel (06-2014) uitverkocht.

Hieruit de volgende hoofdstukken – met een alfabetische lijst van namen die voorkomen en hun betekenis.

Ten geleide

De inhoud van deze verhalen berust op de poëtische Edda, ook wel oude Edda genoemd, en de proza- of jonge Edda, op de liederen en de sagen. Slechts een enkele maal werden andere bronnen, die overigens schaars zijn, gebruikt. Ook zal men hier en daar zinnen aantreffen die niet direct teruggaan op de hier ge­noemde bronnen. Hun functie is uitsluitend ervoor te zorgen dat betekenis en samenhang niet teloorgaan op die plaatsen, waar deze anders voor het huidige oegrip duister zouden blijven. Want de Edda is immers niet volledig bewaard gebleven. Zij plaatst zowel de onderzoeker als wie haar wil navertellen voor de grootst denkbare problemen.
De gezichtspunten van de hier volgende bewerking kwamen voort uit een jaren­lang zich verdiepen in deze materie evenals in de geesteswetenschap van Rudolf Steiner. Hiermee is ook aangegeven in welk opzicht deze weergave van de Edda zich onderscheidt van de meeste reeds bestaande. Want de antroposofische geesteswetenschap wees de weg om veel dieper in de geest en het wezen van deze mythe, door te dringen dan anders mogelijk zou zijn geweest. Vooral moeten hier de voordrachten worden genoemd die Rudolf Steiner in 1910 te Oslo (het toenmalige Christiana) hield en die werden uitgegeven onder de titel ‘De volkszielen. De opdracht van de verschillende volkeren in relatie tot de Germaanse mythologie’.
Ook aan het mooie boek van Ernst Uehli ‘Nordisch-germanische Mythologie als Mysteriegeschichte’ heb ik vele belangrijke inzichten te danken.
Dan Lindholm

Over de oorsprong van de Edda

In voorhistorische tijden maakten de mensen niet altijd een onderscheid tussen het leven op deze aarde en in het hiernamaals: hier de wereld van de zichtbare dingen, daar een wereld van bovenzinnelijke machten. Wel was deze splitsing bezig te ontstaan. Nog waren echter goden en mensen niet geheel uit elkaar gegaan. De scheiding kwam later.

Tegenwoordig wordt de mens zich zelf gewaar als staande op de hoogste trede van de schepping: onder zich heeft hij het rijk van de dieren, dat van de planten en van de gesteenten. Toen had hij het gevoel zich direct op de onderste trede van de scheppende wezens te bevinden. Boven zich zag hij de rijken der goden. Deze goden behoorden echter bij hem, zoals hij bij hen behoorde. En wanneer hij naar de natuur om zich heen keek trof hij overal een wereld aan die hem aan Ymir herinnerde, de onmetelijk grote reus, uit wie alles is ontstaan. Hij herinnerde zich dit echter half als in een droom. Niet altijd onderscheidde hij scherp tussen de helderheid van het tegenwoordige en de droom van de herinnering.

Zo was het in den beginne. Steeds sporadischer echter deed zich de gave van het schouwen en zich herinneren voor. Ten slotte waren het nog slechts zeer bijzondere mensen die op bepaalde momenten als het ware in vervoering geraakten. Dan hadden zij hun visioenen en door hun mond openbaarde zich een oeroude, heilige mare, ‘Het lied van de stammoeder’. Het zijn juist meest vrouwen geweest die deze gave hebben bezeten. Liederen van deze oorsprong zijn slechts in de oude, poëtische Edda bewaard gebleven. Reeds het woord Edda geeft deze oorsprong aan, want het betekent zoveel als stammoeder of overgrootmoeder.

Woorden en betekenis van de liederen van de Edda zijn niet altijd gemakkelijk te verklaren. De beelden flitsen plotseling als uit een donkere oergrond op, vaak met grote afstanden ertussenin.

Vrouwen die de gave van dit schouwen bezaten, stonden bij de mensen in het Noorden in hoog aanzien. Een dergelijke vrouw werd ook Wala of in het oudnoors Wolwa (zieneres) genoemd.

Bij de liederen van de oude Edda voegen zich de sagen van de jonge. Deze vullen tal van leemten op en maken het mogelijk een verband te zien. Ook de jonge Edda gaat terug op een schouwen, beter gezegd wellicht: op een inwijding. Want als eerste wordt daarin de sage van koning Gylfe verhaald. Deze luidt als volgt:

In Switjod — zo noemde men het oude Zweden — leefde een man. Zijn naam was Gylfe en hij was een machtige koning. Tot hem kwam eens een zieneres. Zij heette Gefjon. Koning Gylfe schepte een zodanig behagen in zijn gesprek­ken met haar, dat hij haar als beloning zoveel land beloofde, als zij in één dag zou kunnen omploegen. Gefjon spande haar vier zonen, die zij in de gedaante van stieren met een reus had verwekt, voor de ploeg. Op hun voorhoofd droegen de stieren sterren, dat waren hun ogen. Zij trokken zo hard dat de damp van hen afsloeg. Op deze wijze ploegde Gefjon een groot stuk land uit Switjod los en wentelde het in zee. Daar werd het een eiland dat tegenwoordig bij Denemarken hoort en Seeland heet. Waar Seeland had gelegen ontstond een meer van dezelfde grootte, het Vanermeer. Dit verklaart waarom inhammen in het Vanermeer en schiereilanden op Seeland altijd ineenpassen. Gylfe moest erkennen dat Gefjon hem te slim af was geweest. Daarom besloot hij die goden op te gaan zoeken, die van oudsher de Asen worden genoemd, om van hen te weten te komen wat hem nog aan wijsheid ontbrak. Want hij verwonderde zich er zeer over dat de Asen altijd in staat zijn alles te leiden zoals zij dit wensen en willen.

De koning verkleedde zich als een arme bedelaar en aanvaardde zijn lange tocht. De goden lieten zich echter niet door zijn vermomming op een
dwaal­spoor brengen. Zij zagen de voetreiziger van verre aankomen en troffen toe­bereidselen om hem met wonderlijke visioenen te ontvangen. Voordat Gylfe het zich recht bewust was geloofde hij voor een burcht te staan, groter en prachtiger dan hij ooit in zijn leven gezien had. Het dak was geheel met gouden schilden bedekt en de muren waren zo hoog dat ze tot in de hemel reikten. Voor de poort kwam een man Gylfe tegemoet, die zonder ophouden met zeven zwaarden speelde; beurtelings wierp hij ze in de lucht en nooit verloor hij er een. De man vroeg Gylfe hoe hij heette, en Gylfe noemde zich Gangleri, — ook Odin wordt altijd zo genoemd wanneer hij een tocht onder­neemt. Gangleri — dat wil zeggen: hij, die op weg gegaan is, de ‘Wandelaar’ — vroeg toen, wie de koning van deze burcht was. De man met de zwaarden antwoordde: ‘Ik zal u bij onze koning brengen.’ Gangleri overschreed de drempel, de poort ging als vanzelf open en viel ook als vanzelf achter zijn hielen dicht.

Toen Gangleri de hal betrad zag hij veel mensen op vele verdiepingen, want het ging er zeer levendig toe. Sommigen speelden, anderen zaten te drinken en weer anderen bestookten elkaar met wapenen. Toen sprak Gangleri:

Alle deuren,
éér men ingaat,
moet men beschouwen,
moet men bespieden,
want nooit weet gij,
of soms niet wacht
uw vijand daar op de vloer.

Deze woorden komen voor in een lied in de oude Edda, de ‘Spreuken van de Hoge’ (‘Hávamál’) genaamd. Hier, nu een mens de hal van de Hoge betrad, scheen het een wachtwoord en richtsnoer te zijn. Want opeens zag Gangleri zich geplaatst voor een drievoudige hoge zetel, waarvan de zitplaatsen zich boven elkaar verhieven. Op ieder ervan was een grote man gezeten. Gangleri vroeg aan zijn begeleider de namen van deze drie mannen. Deze gaf ten antwoord dat hij, die onderaan zat, hun koning was. Zijn naam echter verzweeg hij. ‘Wij noemen hem de Hoge’, zei hij, ‘de tweede noemen wij de Evenhoge, en hij, die bovenaan zit, de Derde.’
Nu begon de Hoge te spreken. Hij vroeg wat Gangleri wenste en tot de poort­wachter sprak hij: ‘Bied hem spijs en drank aan, zoals aan iedereen die onze hal betreedt.’ Gangleri wilde echter niets gebruiken. Want hij was niet gekomen terwille van spijs en drank maar om uit te vorsen of hij op deze plaats iemand zou ontmoeten die kennis bezat, een ingewijde. Toen ant­woordde de Hoge: ‘Niemand komt hier levend vandaan, die niet zelf één ding weet, dat aan ons verborgen bleef. Blijft gij nu staan, daar gij de vragen stelt. Wie antwoordt, mag blijven zitten.’ Gangleri vroeg: ‘Wie is de oudste van alle goden?’
De Hoge antwoordde: ‘Hij heeft vele namen. Hier noemen wij hem de Alvader. Hij leeft door de tijdenronden heen en heerst over zijn rijk. Ook kent hij alle dingen, de grote zowel als de kleine.’
De Evenhoge antwoordde: ‘Hij schiep hemel en aarde, de lucht en het water.’ De Derde sprak: ‘Zijn grootste daad is dat hij de mens schiep en hem een geest gaf, die niet te gronde gaat, ook al vergaat het lichaam.’
Gangleri vroeg: ‘Wat deed hij, voordat hemel en aarde er waren?’ De Hoge antwoordde: ‘Toen was hij bij de Thursen.’
Gangleri bleef doorvragen naar alle bijzonderheden en de drie gaven beurte­lings antwoord, eerst de Hoge, dan de Evenhoge en ten slotte de Derde. Vaak sprak alleen de Hoge.
Het gesprek duurde zeer lang en liep van de eerste tot de laatste dingen. Toen het ten einde liep weerklonk in Gangleri’s oren een geweldige donderslag. Snel wierp hij een blik opzij. Maar toen hij zijn oog weer op de drie mannen wilde richten was de burcht verdwenen en stond hij midden op een wijde vlakte. Zover als hij om zich heen kon zien werd hij slechts verlatenheid gewaar. Blijkbaar had Gylfe toch één ding geweten, dat aan deze goden onbekend was, want hij heeft het er levend afgebracht.
Toen begaf hij zich op weg naar huis en kwam in zijn eigen rijk terug. De sagen, die Gylfe in de hal van de Hoge had gehoord, vertelde hij aan zijn kinderen en dienaren. Latere geslachten verhaalden elkaar, het ene geslacht aan het andere, steeds weer opnieuw, wat Gylfe in de burcht had vernomen. En op deze wijze is de mare ervan tot in onze dagen bewaard gebleven.

Verklarende lijst van namen

De namen van de goden en figuren, die in de Edda optreden, wijzen vaak op de diepere betekenis die in deze namen schuilt. Het is echter niet altijd zo, dat zij slechts voor één uitleg vatbaar zijn, evenmin als de wezens, die zij aanduiden. Sommige kunnen zonder veel moeite worden verklaard, andere werpen daarentegen moeilijk te doorgronden problemen op. Want men moet deze namen niet uitsluitend etymologisch willen verklaren en begrijpen, niet alleen op grond van hun oorsprong en geschiedenis, maar zij moeten ook onomatopoëtisch worden beleefd, dat wil zeggen als klanknabootsingen.

In deze lijst zijn de namen en verklaringen die in de oorspronkelijke Duitse uitgave voorkomen volledig opgenomen. Bovendien werd voor de samenstelling ervan de volgende literatuur geraadpleegd:

Edda. Die Lieder des Codex Regius… herausgegeben von Gustav Neckel. II Kommentierendes Glossar. Heidelberg, 1927

The prose Edda of Snorri Sturluson… selected and translated by Jean I. Young. Berkeley / Los Angeles, 1964

Die Edda. Die wesentlichen Gesange übertragen von Felix Genzmer. Düsseldorf / Köln, 1977

Edda. Goden- en heldenliederen… vertaald en van inleidingen voorzien door dr. Jan de Vries. Deventer, 1978^

Die Edda. II Götterdichtung. Uebertragen von Felix Genzmer. Düssel­dorf / Köln, 19806

Bartelink, G.J.M. Mythologisch woordenboek. Utrecht/Antwerpen, 19783

Branston, Brian. Gods of the North. London, 1980^

Vollmer’s Wörterbuch der Mythologie aller Völker. Stuttgart, 18743

Vries, Jan de. Altgermanische Religionsgeschichte I — II. Berlin / Leipzig,

1935-1937

Afi
‘Grootvader’. Voorvader van de vrije boeren. Zie ook Amma.


‘Overgrootvader’ of stamvader; de stamvader van de stand der onvrijen

Alven
‘Elfen’. Natuurgeesten. Van de beide grote geslachten van de alven of elfen waren de zwarte alven de boze, de licht-elfen de goede gees­ten.

Amma
Grootmoeder’. Van haar en Afi stammen de vrije boeren af.

Amsvartnir 
de duistere zee in de onderwereld.

Angerboda
(‘angr’ = verdriet; ‘bodi’ = brenger): ‘Ongelukbrengster’. Zie de hoofdstukken ‘Het einde van het gouden tijdperk’ en ‘De kinderen van Loki’.

Annar
of Anar, Onar, de tweede man van Nott, de Nacht, en de vader van de Aarde. Deze naam hangt mo­gelijk samen met de wortel ‘oan’ of ‘wan’, die nog voortleeft in ons woord ‘wanen’, ‘waan’ (het Oudnoorse ‘van’ betekent ‘vooruitzicht’, ‘ver­wachting’): dromen, zich verbeelden, vermoeden, verwachten. Het zou zin hebben ‘Annar’ eenvoudig op te vatten als ‘Droom’, ‘Droomwezen’. De Aarde (Jord) zou dan zijn voort­gekomen uit de Nacht, ‘zwanger van dromen’. (Men denke ook aan de be­kende woorden van Shakespeare — The Tempest, 4, 1, 156/7 – ‘We are such stuff As dreams are made on’, ‘wij zijn zo iets als datgene, waarvan dromen zijn gemaakt’.

Asen
Aesir of Asas; in het Gothisch ‘Anses’. De wortel ‘ans’ of ‘ant’ bete­kent ‘krachtig ademen’. Odin, de vader van het geslacht der Asen, is werkzaam in de wind en als schepper van de spraak in het stromen van de adem. Met ‘ans’ verwant is ook  ‘ansa’ = gadeslaan, waarnemen. Asen betekent dus ‘Zij die ons waarnemen’, ‘Zij die krachtig ademen’. Zie ook onder Gullveig.

Asgaard
Hof der Asen’ (‘gardr’ = (om)tuin(ing), hof).

Ask
‘Es’. Het eerste mensenpaar werd gevormd uit twee bomen, Ask, ‘Es’, de man, en Embla, ‘Olm’, de vrouw

Audhumla
‘Humla’ betekent een koe zonder hoorns. Audhumla is een wezen, waarin niets verhard is: ‘de rijkelijk schenkende ongehoornde’.

Balder
of Baldur. Deze naam wordt meestal verklaard als ‘heer’ of ‘vorst’. De wortel ‘bhel’, ‘bhol’, betekent ‘zwellen’, ‘groter worden’, en leeft nog voort in ‘bal’, ‘balg’, ‘buil’ en tal­rijke andere woorden. Zo opgevat kan de naam Balder in verband worden ge­bracht met het in kracht toenemende, hoger stijgende licht van de dag of van de lente.

Barri
(‘barr’ = iets dat spits omhoog rijst, vandaar de naalden van een naaldboom, ook de naaldboom zelf en in ’t algemeen: boom): ‘verbor­gen, stil woud’.

Bergelmir
een reus uit het eerste geslacht der reuzen (zie het hoofd­stuk ‘Over de reus Ymir en de koe Audhumla’.) De betekenis van deze naam is nog niet overtuigend ver­klaard: ‘Berenhelm’ (?), ‘Berggebruis’ (?). De oudste reuzen hebben namen die op ‘-gelmir’ eindigen, een woord met ons ‘galm’ verwant.

Bestia
‘de Beste’; dochter van Bolthorn en zuster van Mimir; uit haar huwelijk met Bor werden Odin, Wili en Wé geboren.

Bilskirnir
‘Opklarend weer’ (‘skirr’ = helder, licht), het paleis van Thor. Met deze naam is de weldadige wer­king bedoeld van het onweer met wegtrekkende wolken.

Bodn
Aanbod’, ‘Aanbieding’ (‘bioda’, ‘baud’ = aanbieden, aanrei­ken): een van de drie vaten waarin Fjalar en Galar ‘Kvasirs bloed’ lieten vloeien. De beide andere waren Odroerir en Son.

Bolthorn
de vader van Mimir. De naam is afgeleid van ‘bolr’, ‘romp’, en ‘thorn’, ‘doorn’. De betekenis ervan is dus ‘Degene die, of hetgene dat in het lichaam binnendringt’ (de ‘doorn in het vlees’). — Volgens de geesteswetenschap van Rudolf Steiner kan de naam worden ver­klaard uit het door Steiner beschre­ven proces van het ontstaan van het herinneringsvermogen, dat tot stand is gekomen door een dieper
binnen­dringen in het fysieke lichaam van de mens van de hogere bestanddelen van zijn wezen. Tegen deze achter­grond moet Bolthorn worden be­schouwd als degeen, die dit proces bestuurt; Mimir wordt zijn zoon ge­noemd.

Bor
zoon van Buri (‘burr’ = zoon), en vader van Odin, Wili en Wé.

Bragi
hangt samen met ‘bragr’, ‘de eerste’, ‘die uitblinkt’; ook heeft ‘bragr’ de betekenis van ‘dichtkunst’. Bragi is de god van de welsprekend­heid en de wijsheid, gehuwd met Idun.

Breidablik
de ‘wijdglanzende’ burcht, ‘waar men wijd en zijd kan uitzien over de wereld’, het paleis van Balder.

Brisingamén
de door een dwerg Brising gesmede halsketting van Freya (‘men’ = halsketting).

Buri
de ‘Verwekker’, de vader van Bor en de grootvader van Odin, Wili en Wé.

Byleist(r)
‘Hij die door de hofste­den sluipt’, broeder van Loki (Ut-gaard-Loki?).

Deiling
of Dellinger, ‘Dageraad’, de derde echtgenoot van Nott, de Nacht, en de vader van Dagur, de Dag.

Ding
oudgermaanse volksvergade­ring, waar ook rechtszaken werden behandeld. In oorsprong een sacrale bijeenkomst.

Draupnir
verwant met het Duitse ‘Traufe’, ‘drup’,’ ’t druppelen’: ‘Druppelaar’, de wonderring van Odin, vervaardigd door de dwergen Sindri en Brok.

Durin en Dvalin
Tijdsduur en Slui­mer’, dwergen.

Edda
Over de betekenis van dit woord lopen de meningen nog uiteen; het zou kunnen samenhangen met het oudnoorse ‘odr’, dichtkunde, poëtica, en zoveel kunnen betekenen als stammoeder of overgrootmoeder.

Einheri’s
of Einheriar: de zielen van de gevallen krijgers die in Walhalla verblijven. De naam kan worden ver­klaard als ‘strijdlustige individuali­teiten’, waarbij ‘strijdlustig’ de ener­gie van de ziel aanduidt.

Elivagar
‘Door stormvlagen ver­wekte golven’, ‘ijs- of hagelstromen’ ‘stormgolven’. De zin van deze bena­ming is die van ‘ritmisch zich her­halende golven’. Zie het hoofdstuk ‘Over de reus Ymir en de koe Audhumla’. — Deze, evenals menige andere naam wordt begrijpelijker wanneer men de opmerking van Rudolf Steiner ter harte neemt, dat de mythen een fysiologisch aspect be­zitten, dat zij, met andere woorden, ook verwijzen naar de natuurlijke levensverschijnselen. Wereld en mens, macrokosmos en microkos­mos beantwoorden aan elkaar. (Zie ook Hvergelmir.)

Eliwog
zie Elivagar

Elli
(vergelijk het Oudhoogduitse ‘elti’): ‘Ouderdom’. Zie het hoofd­stuk ‘Thor bij Utgaard-Loki’.

Embla
‘Olm(zie Ask).

Erda
zie Jord.

Erna
de Flinke’, de vrouw van Jarl.

Fadir
‘Vader’.

Fenrir
fen’ = moeras, grond die niet draagt, onbetrouwbaar is. De wolf Fenrir wil dus zeggen ‘de onbe­trouwbare wolf’, ‘het leugenbeest’.

Fimbulvetr
(‘fimbul’ = reuzen-; ‘vetr’ = winter): ‘de reuzen-, de reus­achtige winter’, de lange winter aan het einde der tijden.

Fjalar
De veel wetende’; dwerg, die samen met de dwerg Galar uit het met honing vermengde bloed van de wijze Kvasir de dichtermede maakte.

Fjörgynn
de vader van Frigg. Naast deze mannelijke god, een reus, komt een vrouwelijke godin Fjörgyn voor. ‘Fjörgyn’ betekent ‘aarde’; godinnen hebben vaak namen, die te kennen willen geven dat zij van de aarde
af­stammen.

Folkwang
‘Landouw van het volk’, ‘Volksveld’, ‘Vlakte van het krijgs­volk’ (‘folk’ = krijgsschaar, gevolg, stoet): het verblijf waar Freya de ge­vallen krijgers ontvangt.

Forseti
‘de Voorzitter’, ‘Rechter’, zoon van Balder en Nanna.

Freki
zie Geri en Freki

Freyr en Freya ‘Heer’ en ‘Vrouwe’, ‘Heerser’ en ‘Heerseres’, kinderen van Njord en Skadi.

Frigg
of Frigga (‘fridr’ = vrouw): Vrouw, echtgenote. Frigg was de echtgenote van Odin en de moeder van Balder en Bragi. Gangleri de ‘Gaande’, ‘Hij die op weg is gegaan’, de ‘Wandelaar’. Een van de bijnamen van Odin.

Gangrad(r)
(‘rad’ = raad; ‘god-radr’ = goede raad gevend): ‘Hij die goede raad geeft’, bijnaam van Odin.

Garm(r)
de Blaffende’, ‘de Bijterige’, ‘Hond’, die de weg naar Helheim bewaakt; komt overeen met de Cerberus in de Griekse mythologie, en is met deze naam waarschijnlijk ook taalkundig verwant.

Gefjon
de ‘Gevende’. Dit is ook de naam van een godin, die in het gevolg van Odin voorkomt. Door deze naam wordt derhalve aangeduid dat Gefjon een boodschapster van Odin is.

Gerd
‘Ge-Erd’, dat wil zeggen ‘Uit de aarde’. Gerd, de dochter van de reus Gymir, trouwde met Freyr, die door zijn wapendrager Skirnir naar haar hand liet dingen. Zie het hoofd­stuk ‘Freyr dingt naar de hand van de dochter van een reus’. Geri en Freki  ‘Gulzigheid’, ‘de Gul­zige’ en ‘Vraatzucht’, ‘de
Vraatzuch­tige’, de twee wolven die Odin volgen.

Gimle
de eeuwig gouden zaal, het vernieuwde Walhalla na Ragnarok.

Ginnungagap
Oorsprong: ‘Gap Ginnunga’. Gap is taalkundig ver­want met gapen: strot, diepte, af­grond enz. ‘Ginnung’ is afgeleid van het Oudnoorse werkwoord ‘ginna’: bedriegen, toveren, drogbeelden voor­voorspiegelen. Ginnungagap is dus ‘de van toverbeelden of droombeel­den, dat wil zeggen van imaginaties, vervulde ruimte of gapende afgrond’. Zie het hoofdstuk ‘Over de reus Ymir en de koe Audhumla’.

Gnipaheller
gnipa’ is taalkundig verwant met ‘knijpen’. ‘Hellekloof’, ravijn waardoor de weg naar Helheim voerde.

Gullveig
(‘gull’ = goud; ‘veig’ = drank): ‘Gouddrank’. Achter deze naam gaat een groot raadsel schuil. Uit de samenhang schijnt opgemaakt te mogen worden dat Gullveig tot het geslacht der Wanen behoort. Deze zijn vooral in de opbouwende levenskrachten werkzaam. Wat groeit en leeft vormt het terrein van hun werkzaamheid. Zoals het geslacht van de Asen kan worden gekenschetst als dat van de ‘Zonen van de Dag’, zo dat van de Wanen als de ‘Dochters van de Nacht’. Want iedere nacht, wanneer het bewust­zijn zich tijdens de slaap terug­trekt, vullen de vorm- en levenskrach­ten datgene weer genezend aan, wat door het actieve, wakende leven tijdens de dag werd verbruikt. Zo bestaat er een strijd tussen die goden, die meer het bewustzijn van de mens stimuleren, en diegenen, die het ,scheppende, actieve leven dienen. Dit proces wordt weerspiegeld in de mythe van het verbranden van Gullveig in het ‘paleis van de Hoge’. Het onverbrande hart duidt op een onver­bruikte rest, op een soort voortwoe­kerend bezinksel, waarvan Loki zich meester kan maken.

Gungnir
afgeleid van ‘ganga’, ‘gaan’: ‘Datgene wat golvend voorwaarts gaat’, Odins speer, zinnebeeld van zijn spraakvermogen.

Gylfe
of Gylfi: Vorst, koning. Zie het hoofdstuk ‘Over de oorsprong van de Edda’.

Gymir
‘Ge-Ymir’, dat wil zeggen ‘Van Ymir afstammend’, ‘de Aardse’. Reus, vader van Gerd.

Hati
zie Skol en Hati

Heervader
naam voor Odin: ‘Aan­voerder van het leger der gevallen krijgers’; ‘het wilde heir’ of ‘de wilde jacht’ is de omschrijving voor Odin, in de storm voortjagend door de lucht, aan het hoofd van de zielen der gevallen krijgers (zie Einheri’s).

Heid
(‘heidr’ – heide, woud): ‘Die uit het woud’, ‘Die van de heide’ -een naam voor tovenaressen. Er schijnt een geheime samenhang te bestaan tussen de ‘Oude in het erts­woud’, Heid, Angerboda en het onverbrande hart van Gullveig.

Heimdall
‘de Helle, Heldere uit het heelal’, ‘Wereldglans’, lichtgod; door hem worden de verschillende standen in het leven geroepen.

Hei
de heerseres over de onder­wereld, het rijk van de doden. Taal­kundig verwant met ‘hol’, ‘de hel’ enz.

Helheim
het rijk van Hel, de heer­seres over de onderwereld, het
doden­rijk.

Hermod
(‘hermogr’ = krijger, krijgsman), verwant met ons woord ‘heir’ (‘krijgsmacht’): ‘Hij die moedig is als een heir’. Hermod is de zend­bode, de afgevaardigde van de goden. Himinbjorg  (‘himinn’ = hemel, fir­mament; ‘biarg’ = berg): ‘Hemelberg’ of ‘Hemelburcht’, het paleis van Heimdall.

Hlidskjalf
(‘hlid’ = poort, deur) ‘bank bij de deur’, de troon van Odin, de hoogste zetel van Asgaard, van waaruit hij de hele wereld kon overzien.

Hlorridi
‘Bliksemslingeraar’, bij­naam van Thor.

Hodmimir
Hodd’ = het Duitse ‘Hort’, een vorstelijke schat; Hodmimir is ‘de schat bewarende Mimir’ (de rijkdom van de herinne­ring). ‘Hodmimirs hout’ is een ge­heime benaming voor de levens­boom Ygdrasil.

Hödur
of Hod, ‘de Schatbewaar­der’ (?) (‘hodd’ = vorstelijke schat). De betekenis van deze naam is pro­blematisch. De blindheid van Hödur, de blinde broeder van Balder, heeft betrekking op de we­reld van de goden. Deze blindheid heeft zich meester gemaakt van de gehele mensheid. Op grond hiervan vertegenwoordigt Hödur als bewust­zijnsvorm de aardsgezindheid, het blind zijn voor het goddelijke, het levensgevoel dat aan het louter
fysie­ke organisme gebonden is.

Hönir
‘De lokkende, roepende’. De Indogermaanse wortel is ‘chan’, met de betekenis van ‘zingen’, ‘lokken’, ‘roepen’. Deze naam zinspeelt dus op het verband tussen Hönir en het verbeeldingsleven van de mens. Hönir roept de verlokkende voor­stellingswereld op. Zie het hoofd­stuk ‘De goden en hun werken’.

Hraesvelg
‘Lijkenverslinder, -verzwelger’ (‘hrae’ = lijk). Hraesvelg is een reus die in de gedaante van een adelaar aan het einde van de wereld zit. Van zijn vleugels gaat de wind uit. De drukkende zwoelheid die aan storm en onweer voorafgaat, werd als ontzielde, levenloze lucht ervaren. De storm verzwolg deze dode lucht. Als imaginatie, als een door de voorstellingskracht opgeroepen beeld, ontstond de reusachtige ade­laar, die de wind door zijn vleugel­slagen teweegbrengt.

Hrungnir
de Knarsende’, ‘Herrie­schopper’, ‘Bruiser’. Zie het hoofd­stuk ‘Thors strijd met Hrungnir’.

Hugin en Munin
‘Gedachte’ en ‘Her­innering’ of ‘Geheugen’: de twee raven die op Odins schouders zitten.

Hugi
‘Zin’, ‘Gedachte’. Zie het hoofdstuk ‘Thor bij Utgaard-Loki’.

Hvergelmir
‘Helm’ (het gewelfde deksel van een distilleerkolf) ‘waarin het wervelt of kolkt’, ‘bruisketel’. Microkosmisch (zie Elivagar) wordt met Hvergelmir de ontwikkeling van de hersenen bedoeld. De helm is de hersenpan, de werveling, de zich ont­wikkelende, zich vormende herse­nen. De twaalf rivieren zijn de in de droom beleefde evenbeelden van de zenuwstrengen. Elivagar wijst op het proces van het overgaan in vaste toe­stand. In overeenstemming hiermee is Muspelheim de wereld van de ver­branding, die uit de stofwisseling in het onderlichaam van de mens de warmte produceert. — Deze werelden, in beeldende vormen beleefd, stonden de zieneres voor de geest als terzelfder tijd kosmische en menselij­ke, de ontwikkeling stuwende krach­ten. Zie de hoofdstukken ‘Over de reus Ymir en de koe Audhumla’ en ‘Over de es Ygdrasil’.

Hymir
een reus; de betekenis van deze naam is onzeker. Waarschijnlijk bestaat er een samenhang met Ymir. Ook kan gedacht worden aan een ver­band met ‘hrim’, ‘rijp’, ‘rijm’; ‘hrim-kaldr’, ‘rijp-koud’, is een ken­schetsing van reuzen. Hymir zou dan kunnen betekenen ‘Rijpveroorzaker’.

Hyrrokin
(‘hyrr’ = vuur): ‘De in het vuur gerookte’, tovenares door de goden geroepen om het schip voor Balders vuurdood los te wrikken.

Idavlakte
‘id’= daad, handeling: ‘de vlakte, de velden van de hande­lenden, van de arbeid’.

Idun
verwant met ‘id’, ‘daad’, ‘han­deling’: ‘Zij die handelt’, in dit ge­val ‘Zij die verjongt’. Idun is de doch­ter van een koning der elfen of dwergen, Iwald. Het eten van haar appels schonk aan de goden steeds weer nieuwe jeugd. (Men vergelijke de Griekse mythe van de appels der Hesperiden, die eveneens eeuwige jeugd verschaffen.)   [ook Iduna]

Iwald
of Ivaldi ‘Hij die vermag’, ‘Hij die kan’, ‘die het in zijn macht heeft’. Vader van Idun.

Jarl
(het Engelse ‘Earl’): ‘Edelman’, adellijke titel die aan de hogere ambtenaren van de koning toekwam. In het lied van Rig stammen van Jarl de edelen af.

Jarnsaxa
(‘jarn’ = ijzer, kling; ‘sax’, in het Latijn ‘saxum’ (steen) = een kort zwaard; de uitdrukking ‘sax’ stamt uit de steentijd): ‘IJzerzwaard’, een reuzin bij wie Thor twee zonen verwekte: Modi en Magni.

Jord
of Erda, de godin van de Aarde, dochter van Annar en Nott, de Nacht. Zij werd de moeder van Thor.

Joten
zie Jotunheim Jotunheim  ‘Heim of heem, woon­plaats, der Joten’. (‘jotun’, oorspron­kelijk ‘Eoten’ = eter, veelvraat). Jotunheim was ‘oostelijk’ gelegen, aan gene zijde van de Elivagar. Dit moet echter niet alleen maar in ruimtelijke zin worden opgevat. Want wat aan de andere zijde van de Elivagar lag, ging in tijd vooraf aan de wereld, geschapen door Odin, Wili en Wé. De Joten zijn vanuit voorbijetijden met vernietigende krachten werkzaam, en wel ‘vretend’. De wijsheid van de Joten heeft altijd betrekking op het verleden. Toen Odin iets over het oerbegin wilde vernemen zocht hij een Jotun, Wafthrudnir, op (‘Hij die sterk is in het weven, dat wil zeggen in het op­geven van moeilijk te ontwarren raadsels’, ‘de ingewikkeld spreken­de’). Wanneer hij iets over de toe­komst wilde te weten komen, be­diende hij zich van de ziel van een mens, en wel van de Wala.

Karl
Kerel’, de naam voor de vrije boer. In het lied van Rig de stam­vader van de stand der vrije boeren.

Kvasir
‘de Fluisteraar’ (‘kveda’, ‘kvad’ = geluid geven). Het ontstaan van Kvasir, de wijste van alle schep­sels, uit de samenwerking van de beide godengeslachten van de Asen en de Wanen, wijst op het ontstaan van de spraak, respectievelijk op de spraakorganen. Daarom werd gezegd dat uit Kvasirs bloed de dronk der skalden, de dichtermede, was ont­staan (‘Kvaedi’ = gedicht). Het Noorse ‘kwase’ en het Russische ‘kvas’ voor een uit bessen gegiste drank wijzen nog op de samenhang met de mede.

Laufey
(‘lauf’ = loof, blad; ‘ey’ = eiland): ‘Loofeiland’ (‘Loofhout’?), de moeder van Loki. Wanneer Loki de zoon van Laufey wordt genoemd, heeft het er, volgens de geestesweten­schap van Rudolf Steiner, alle schijn van, dat hiermee zijn herkomst wordt aangeduid uit een toestand van de aarde, die is zoals die van het loof, dat wil zeggen nog niet geminerali­seerd. (Zie Rudolf Steiner, De we­tenschap van de geheimen der ziel).

Lidskjalf zie Hlidskjalf

Lif en Lifthrasir
Zij die leeft’, ‘het Leven’; en ‘Hij die op het leven wacht’, ‘de Levenbegerende’, ‘Levensdrang’. Zie de hoofdstukken ‘Over de es Ygdrasil’ en ‘Na Ragnarok’.

Lodur
verwant met het Duitse woord ‘lodern’, ‘(op)vlammen’, ‘branden’, ‘gloeien’. Lodur is in de bloedwarmte en in de stofwisseling werkzaam. Hij wakkert ‘het vuur’ aan, datgene wat de mens van binnen uit zijn kleur verleent, kortom wat zijn verschijning bepaalt. Zie het hoofdstuk ‘De goden en hun werken’.

Logi
‘Vlam’, ‘Gloed’. Zie het hoofd­stuk ‘Thor bij Utgaard-Loki’.

Loki
deze naam is voor meer dan een uitleg vatbaar.Waarschijnlijk hangt hij samen met het werkwoord ‘luka’, (‘lauk’), dat ‘afsluiten’, ‘be­ëindigen’, ‘een einde maken’ bete­kent; ‘luka upp’ is ‘ontsluiten’, ‘af­leiden’; ‘lok’ betekent ‘slot’, ‘eind’. Ook wordt wel een samenhang gezien met logi’, ‘vlam’, ‘laaie gloed’. Deze ontvankelijkheid voor velerlei uit­leg komt geheel voort uit het wezen van Loki. Hij is de Lucifer van de oudnoorse mythe. Tijdelijk is hij met de goden verbonden en helpt hij hen bij tal van moeilijkhe­den. Door toedoen van Loki echter maakt de wijsheid zich los van de dingen, die door de schepping waren ontstaan. Door niets meer ge­bonden ontaardt de wijsheid tot die sluwheid, die Loki zijn macht geeft. Van deze sluwheid gaat een sterke verlokking uit. Zij brengt de mensen zelfzucht (de wereldslang Midgardsormr), de leugen (de wolf Fenris) en ten slotte de dood (Hei): alle drie kinderen van Loki.

Lorridi zie Hlorridi

Magni
de Sterke’ (‘magn’, oor­spronkelijk identiek met ‘megin’ = kracht, sterkte). Magni is de sterke zoon van Thor.

Maretak
(Viscum album) ‘mistel-teinn’ (‘teinn’ = twijg), ook vogellijm en met de Engelse naam mistletoe genoemd. Deze plant, die niet in de aarde wortelt maar parasiteert op allerlei bomen, stond de ‘Zoon van Laufey’, Loki, ter beschikking. Juist omdat hij geen wortel kan schieten in de aarde stamt hij uit hetzelfde verleden van de wereld, waaruit ook Loki is voortgekomen. (Meer bijzon­derheden bij Rudolf Steiner, Welt, Erde und Mensen, 1908, G.A. 105.)  [ zie ook plantkunde]

Menglad
(‘men’ = halsketting; ‘gladr’ = blij, verheugd): ‘Zij, die zich over de halsketting verheugt’, bijnaam van Freya.

Midgaard
‘De middelste wereld’, die aan de mensen was toegewezen. Aan de ene kant, boven, was zij omgeven door Asgaard, de hof der Asen, de godenburcht; aan de andere kant, beneden, door Jotunheim. Dit in de macrokosmos, in de wereld in het groot. In de microkosmos, in de mens zelf, komt Midgaard overeen met de ritmische mens, dat wil zeggen met hart en ademhaling. — Door de mens uit vroeger tijd werd de borst beleefd als de eigenlijke zetel van de ziel. Van beneden af, vanuit de stofwisseling, bruiste Muspelheim op. Vanuit het gebied van het hoofd voelde hij de wereld van het koude komen.

Mimir
taalkundig verwant met ‘memoria’, ‘memory’, enz. Mimir draagt in zich de herinnering van de wereld. Door de wijze waarop hij in de Edda is uitgebeeld behoort hij tot de wezens van een hogere orde dan de dichter bij de mensen staande Asen.

Mistletoe zie Maretak.

Mjöllnir
de Verpletteraar’, de hamer van Thor (‘mölva’ = verbrijze­len, vermorzelen).

Modi
‘de Moedige’, zoon van Thor en de reuzin Jarnsaxa.

Modir
‘Moeder’.

Modsognir
(‘sogn’ hangt samen met ‘suga’, ‘zuigen’): ‘Zuiger van mede’. Schijnt een bijnaam van Mi­mir te zijn; Modsognir is echter ook de naam van een van de aanvoerders der dwergen.

Mundilfari
de vader van Mani (de Maan) en Sol (de Zon). De naam hangt samen met ‘maan’ en duidt een bepaald tijdstip aan.

Munin
zie Hugin en Munin.

Muspelheim
‘Oord van vernietigend vuur’, vuurwereld. De warme pool bij het ontstaan van de wereld. (Zie ook Niflheim en Hvergelmir.)

Naglfar
het uit menselijke nagels gebouwde dodenschip, ‘Nagelschip’.

Nanna
‘De werkzame’, de echtge­note van Balder en moeder van Forseti.

Narwe zie Nor.

Nidhog
(het Oudhoogduitse ‘nid’ betekent ‘haat’, ‘nijd’; ‘högg’ = houw, hakken): ‘Nijd-hakker’, ‘N(e)idhart’, ‘Nijdas’, de draak die aan de wortel van Ygdrasil knaagt. De naam duidt op de het leven ver­terende kracht, die werkzaam is in het zenuwstelsel. (Vergelijk de Griekse mythe van het hoofd van Medusa met zijn verstenende kracht.)

Niflheim
letterlijk ‘Nevelheim’, nevelgebied. De oude Germanen be­leefden de wereld en de mens als ont­staan uit een polariteit. Niflheim duidde de ijzig koude pool aan. (Zie ook Muspelheim.)

Njord
een van de goden uit het ge­slacht der Wanen die onder de Asen werd opgenomen. Vader van Freyr en Freya. God van de rijkdom en de vruchtbaarheid. Zie de hoofd­stukken ‘De Asen en de Wanen’ en ‘Suttungs mede’.

Noatun
Hof der schepen’, ‘Schepentuin’, het paleis van Njord. Nor of Norvi, Norve, ‘De in ’t nauw gebrachte’, ‘de Benarde’; ‘narwa’ is in het Oudgermaans ‘nauw’, ‘smal’. Nör is de vader van Nott, de Nacht.

Nornen
afgeleid van ‘nyrna’, ‘hei­melijk mededelen’: de drie Schikgo­dinnen, die over het menselijke lot beschikken. Hun namen zijn Urd, Werdandi en Skuld — Verleden, Heden en Toekomst.

Nott
of Natt, de Nacht, de dochter van de reus Nör. Zij was driemaal ge­trouwd, eerst met Naglfari (Lucht of Aether), aan wie zij een zoon Audur (Stof, Voorraad) schonk; daarna met Annar, die de vader werd van Jord, de Aarde; en ten slotte met Delling, de Dageraad. Uit dit laatste huwelijk werd Dagur, de Dag, geboren.

Odin
in het Oudhoogduits Wuodan, later Wotan (Wodan). Taal­kundig verwant met ‘waden’ en ‘woeden’, dat wil zeggen ‘krachtig in voorwaartse richting gaan, naar voren dringen’. Odin is de godheid die bij voorkeur werkzaam is in de storm — in de ademhaling die de longen vult, en in de wind die door het woud bruist. Buiten, in de we­reld in het groot, laat hij struiken en bomen spreken, kruinen ruisen, takken kraken. — In de mens bun­delt hij dit alles in het woord, in woorden die aan klanken van de na­tuur zelf zijn ontleend. De taal die Odin aan de mensen schonk was een onomatopoëtische, op klanknaboot­sing gebaseerd, en hierop berustte haar magische werking. Odin-Wotan is verreweg de meest gecompliceerde en complexe godheid onder de noordgermaanse goden.

Odr
ook Od of Odur (Oudhoog­duits ‘wuot’): ‘Gemoedsbeweging’, ‘Hartstocht’, ‘Zieleleven’. Odr is de bruidegom van Freya.

Odroerir
‘Geestverwekker’, ‘Die de geest in beweging brengt’: zowel de ketel, waarin de mede, de skalden­drank, bewaard werd, als deze dichtermede zelf.

Onar zie Annar

Raesvelg zie Hraesvelg 

Ragnarok
(hangt samen met ‘regin’, Gotisch ‘ragin’, ‘de heersenden’, ‘de goden’): ‘het raadsbesluit, aan de goden voltrokken’, ‘de ondergang der goden’, ‘wereldondergang’, ‘godenschemering’. Hiermee is voor­al een verandering van het bewust­zijn bedoeld, die zich na de dood van Balder moest voltrekken. De oude helderziendheid, die de dingen als in een droom zag, verdwijnt; voortaan is voor de mens slechts dat­gene ‘werkelijk’, wat hij met zijn zin­tuigen duidelijk waar kan nemen. Regin  (Gotisch ‘ragin’): ‘de Heer­senden’, dat wil zeggen de goden.

Rig
‘Heerser’, ‘Wezen van een hoge­re orde’ (het Keltische ‘ri’, tweede naamval ‘rig’ betekent ‘koning’).

Rungnir zie Hrungnir

Sessrymnir
(‘sess’ = zetel, zit­plaats): ‘de Zetelrijke’, zaal in het paleis van Freya.

Sif
is hetzelfde woord als ‘sibbe’, ‘familie’, ‘de gezamenlijke ver­wanten’, Sif was de echtgenote van Thor.

Sindri 
De vonkenspattende’. Naam van de dwerg die de hamer Mjöllnir smeedde.

Skadi
Schade’, ‘Stammend van de tegenkrachten’, dochter van de reus
Thjazi, die door de goden gedood wordt. Als genoegdoening hiervoor trouwt Skadi met Njord.

Skidbladnir
(‘skid’ is het Noorse ‘ski’; ‘blad’ = blad): ‘Uit planken, zo dun als bladeren gevormd’, ‘Gevleu­geld hout’, het opvouwbare schip van Freyr.

Skirnir
(‘skina’ = glanzen, lichten, stralen; ‘skirr’ = helder, klaar, licht): ‘de Schitterende’, ‘de Glanzende’. Dienaar en wapendrager van Freyr.

Skol en Hati
(‘skollr’ = slinkse stre­ken; ‘hatr’ = haat): ‘de Slinkse, Valse’ en ‘de Hatende’, de beide wolven die zon en maan willen ver­slinden.

Skrymir
afgeleid van ‘skrama’, ‘doen schrikken’. Hiermee verwant is ‘skrymt’, ‘spook’, ‘verschijning’. Zie het hoofdstuk ‘Thor bij Utgaard-Loki’.

Skuld
hangt samen met ‘skolo’ (‘skylda’), ‘moeten’ en met ‘skyldr’, ‘schuldig’. Deze naam heeft betrek­king op de toekomst, op datgene, wat de mens overeenkomstig zijn lot moet betalen. Daarom heet een van de drie Nornen, die van de toe­komst, Skuld.

Sleipnir
taalkundig verwant met ‘sluipen’: ‘De snel sluipende’, het achtvoetige paard van Odin.

Snaar
‘Schoondochter’, de vrouw van Karl, de stammoeder van de stand van de vrije boeren.

Son
‘Offer'(taalkundig verwant met ‘zoenen’ in de betekenis van ‘boeten’, ‘goedmaken’). Een van de drie vaten, waarin de dichtermede, Kvasirs bloed, werd opgevangen.

Surt
de Zwarte’ (‘sortna’ = zwart worden). De demon van het vuur die Muspelheim met een vlammend zwaard bewaakte. Suttung ‘de Geweldadige’ (?) volgens een andere verklaring ‘de Zui­per’): zoon van de reus Gilling. Na diens dood kreeg hij van de dwergen Fjalar en Galar als vergoeding de dichtermede, die hij door zijn doch­ter Gunlod liet bewaken.

Svadilfari 
‘Die over gladde rotsen heenrijdt’, de hengst van de bouw­meester van de muur om Asgaard.

Tanngnjostr en Tanngrisnir
‘Tan­den knetteraar’ en ‘Tandenknarser’, de twee bokken die Thors wagen trokken.

Thjalfi
de betekenis van deze naam is onzeker; mogelijk ‘dienaar’ (?) Zie het hoofdstuk ‘Thor bij Utgaard-Loki’.

Thjazi
of Thjassi, ‘Stormer’ (?); de betekenis van deze naam is onzeker. Vader van Skadi.

Thökk
deze naam wordt zowel ver­klaard in de betekenis van ‘Duister’ als van ‘Dank’ (‘thakka’ = danken). In deze laatste betekenis moet de naam ironisch zijn bedoeld voor de reuzin, wier gestalte Loki aanneemt na de dood van Balder, en die als enige van alle schepsels niet om de dood van Balder treurt. Thor of Donar, ‘Donder’. Door de figuur van Thor werd in de oudnoorse mens zijn eigen ik-bewustzijn wakker geroepen.

Thrall
‘Horige’, ‘Knecht’. Stamvader van de stand der onvrijen.

Thrudwang
Landouw van de kracht’ (‘thrud’ = kracht), het gebied waar zich de burcht van Thor, Bilskirnir, bevindt. Thrym afgeleid van ‘thruma’, ‘don­deren’, ‘geraas maken’: ‘Donder’, reus die tijdens Thors slaap diens hamer steelt.

Thrymheim
‘Dreunend heem’, ‘Donderverblijf’ (‘thruma’ = donde­ren), de woning van Thjazi.

Thursen
‘Duistere wezens’ (het woord ‘Thurs’ legt de nadruk op de weerzinwekkende lelijkheid). Zij worden vaak op één lijn gesteld met de Joten en eenvoudig als reuzen be­schouwd. Oorspronkelijk was dit niet zo. Toen noemde men de oer­wezens, die verbonden waren met een wereld die aan de huidige vooraf­ging, Thursen. Dit blijkt duidelijk uit een passage in de jonge, de proza Edda (‘Gylfaginning’, ‘De begooche­ling van Gylfe’). Daar wordt door Gylfe/Gangleri gevraagd, waar de schepper van de wereld was, toen hij nog niet de huidige wereld had ge­schapen. Het antwoord luidt: ‘Toen was hij bij de Thursen’.

Thyra
‘Slavin’, ‘(Dienst)meid’.

Ull
 ‘uil’, het Angelsaksische ‘wull’, Gotisch ‘wulla’, betekent ‘wol’. ‘De Wollige’ (?), zoon van Sif, stiefzoon van Thor, bekend als skiloper, jager en boogschutter.

Urd
‘uit de oertijd’, de Norne van het verleden en de belangrijkste van de drie Nornen.

Utgaard
(‘ut’ = buiten, eruit; ‘gardr’ = (om)tuin(ing), hof): ‘Buitenhof’, het rijk van Utgaard-Loki, gelegen aan het einde der wereld, het rijk van de ijzige koude.

Utgaard-Loki
‘de Loki van de we­reld buiten ons’. De Noors-germaanse mythologie onderscheidt tussen twee werkzame beginselen van het kwaad. Het eerste, dat door Loki, de zoon van Laufey, wordt vertegen­woordigd, oefent zijn verleidende werking uit op het gebied van de geest en de ziel. Dat wil zeggen dat Loki uit de rijen van de goden naar de mens toegaat. Het tweede, Ut­gaard-Loki, bewerkstelligt de be­goochelingen die van buiten af de ziel omvangen, om de mens te be­letten de diepere werkelijkheid te doorgronden die zich achter de we­reld van de zintuiglijke waarneming verbergt. — Bij Saxo Grammaticus, de schrijver (overleden ca 1220) van een geschiedenis van Denemarken vanaf de oudste tijden tot 1184, vin­den we een zeer drastische schilde­ring van de onderaardse grotten van Utgaard-Loki. Alles is daar hoornachtig en hard geworden. In het uiterste noorden, waar nooit de zon schijnt, bevindt zich de ingang tot deze met gif gevulde holen.

Valr zie Walvader

Wala
oudnoors Wolwa of Volva: Waarzegster, zieneres. Letterlijk: ‘Zij die vertrouwd is met de offerstaaf­jes’. Om het lot of de wil van de goden te doorgronden werden op een bepaalde wijze staafjes of met bloed ingewreven spaanders, zoge­naamde ‘volr’, op een hoop gegooid. De runen die hierdoor ontstonden wist de Wala te duiden. — Misschien mag in ‘Volva’ ook de overeenkomst in klank met ‘wolf’ worden beleefd, hoewel dit zuiver etymologisch moeilijk kan worden gestaafd. Onder de dieren werd de wolf als een in bij­zondere mate bezeten, demonisch, wezen ervaren. Daarom werd met ‘wolf’ heel vaak die merkwaardige relatie aangeduid, die ontstaat wan­neer een hogere macht bezit neemt van een mens — in goede zowel als in kwade zin. De vele sagen over weerwolven hangen hiermee samen, vermoedelijk ook het veelvuldig voorkomen van ‘wolf’ als eind- of be­ginlettergreep in oudgermaanse namen.

Walhalla
‘Hal der gevallenen’, het verblijf van Odin.

Walkuren
‘Zij die de Wal (‘valr’) kiezen’, ‘Dodenkiezers’: dienaressen van Odin die door de lucht rijden en op Odins bevel hen aanwijzen, die in de strijd zullen sneuvelen.

Walvader
afgeleid van ‘vair’, de lijken van de gevallenen op het slag­veld na de slag: ‘Vader van de geval­len krijgers’, een van de namen van Odin.

Wanen
taalkundig verwant met het werkwoord ‘wanen’: ‘Zij die wanen’. Het Oudnoorse ‘van’ betekent ‘vooruitzicht’, ‘verwachting’: ‘Zij die verwachten’. Zie ook onder Gullveig.

War
ook Wara, Woer of Wor. Hangt samen met ‘var’, het Oudhoogduitse ‘wara’, ‘gelofte van trouw’. War is de godin van de huwelijkstrouw.

Wegtam
‘De aan wegen gewende’, ‘de veel reizende’, een van de namen van Odin (‘vegr’ = weg; ‘tamr’ = tam, getemd).

Werdandi
de Norne van het tegen­woordige, het heden.

Widar
(‘vida’ = wijd, ver): ‘De Om­vattende’, ‘De wijd en zijd heer­sende’, zoon van Odin en de reuzin Grid.

Wili en Wé
taalkundig verwant met ‘Wil’ en ‘Wijding’, ‘Heiligdom’. De drievuldigheid Odin, Wili en Wé moet worden opgevat als een uit de geeste­lijke kosmos stammende werkzaam­heid van de ziel. Deze in den beginne werkzame drievuldigheid stemt niet geheel overeen met de latere drievuldigheid Odin, Hönir en Lodur, die werkzaam is bij de schepping van de mens. De laatstgenoemde drievul­digheid vindt haarvoortzetting in de krachten van de menselijke ziel van het voelen, denken en willen. Hierbij heeft een verschuiving plaats gevon­den. In de eerste drievuldigheid ver­tegenwoordigt Odin meer het denken, in zekere zin als de uit de wereldgeest scheppende goddelijke kracht, Wili en Wé het willen en voelen. In de tweede, op de mens ge­richte drievuldigheid werkt Odin door de adem taalscheppend, terwijl Hönir het gevoel en de zinsbekoring doet ontbranden en Lodur in de warmte van het bloed de wil laat op­vlammen. De verschuiving schijnt op te treden doordat de oorspronkelijke, bij de schepping van de wereld werk­zame drievuldigheid zich in de mens wijzigt in een viervuldigheid. Bij het denken, voelen en willen voegt zich een vermenging, die opgeroepen wordt met de zintuiglijke waarne­ming. (Men denke aan de vier ko­ningen in Goethe’s ‘Sprookje van de groene slang en de schone lelie’.)

Wor zie War

Ygdrasll
Yggr’ is de naam van een (krijgs)god en betekent ‘de Vrees­wekkende’. Odin neemt soms deze naam aan; taalkundig is hij verwant met ‘ek’ en ‘ik’. Het Ik van de god­heid riep bij de mensen altijd vrees op. ‘Drasil’ = ‘Drager’, ‘dragend dier’. Hieruit kan ‘Yg(g)-drasil’ worden ver­klaard als ‘Ik-drager’. Ygdrasil is de levensboom of wereldboom, die het met een ik begaafde schepsel draagt.

Ymir
het alles omvattende oer­wezen, waarin alles samen- en ineen-vloeit. Meer bijzonderheden hier­over deelt Rudolf Steiner mee in de vierde voordracht van zijn cyclus over de ‘Egyptische mythen en mysteriën’ uit 1908 (G.A. 106). Hij zegt daar: ‘De inwijdeling schouwde in de geest als het ware de oervorm van de godheid. De dieren zag hij als lagere, als ‘bij’vormen, ook de plan­ten zag hij als ondergeschikte gestal­ten. Alles, wat hier als lagere natuur­rijken leeft, dat alles zag de Atlan­tische inwijdeling als voortkomend uit degestalte van de mens.’ Waar­schijnlijk is Ymir taalkundig verwant met het Oudiraanse ‘Yama’, Indisch ‘Jama’. Yama was voor de Iraniërs de oermens, Jama was de god van de doden van de Indiërs (Ymir is het eerste wezen, dat ooit is gestorven).

vertelstof: alle artikelen

4e klas: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: 4e klas Edda

.

595-546

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (22)

.

Gerbert Grohmann

‘leesboek voor de plantkunde’

blz.81, hoofdstuk 22                                                        alle hoofdstukken

SAMENVATTEND OVERZICHT VAN ONZE NAALDBOMEN
De zilverspar heeft donkergroene, glanzende naalden die in een plat vlak geplaatst zijn. Op de onderkant van iedere naald zijn in de lengte twee witte strepen getrokken, waardoor de takken van de onderkant grijsgroen lijken. De dikke kegels blijven rechtop staan en vallen nog aan de boom uit elkaar. De zilverspar heeft een meterslange paalwortel. Oude bomen herken je al uit de verte, omdat ze – in tegenstelling tot de gewone spar – hun onderste takken hebben laten vallen. De boomtop is met groeien opgehouden en de bovenste takken zijn groter en staan omhoog. Ze vormen het ‘adelaarsnest’. Tot een zilverspar volgroeid is, gaan er wel 200 jaar voorbij. Vanaf die tijd groeit de stam alleen nog in de dikte. Hij kan een doorsnede bereiken van twee meter.

De fijnspar is onze belangrijkste boom uit het bergwoud. Tot op zeer hoge leeftijd behoudt hij een boomtop die piramidevormig toeloopt. Bomen die alleen staan reiken met hun laagste takken wel tot op de grond. Een fijnspar heeft meer dan honderd jaar nodig om volgroeid te zijn. Ze wortelen oppervlakkig. Daarom nemen door de storm ontwortelde sparren een vlak stuk aarde mee omhoog. Ze hebben geen penwortel. De naalden staan niet streng tweedelig geordend, maar ze staan vaak rondom de twijg. De sparrenkegels worden, als ze bloeien, prachtig purperrood. Wanneer ze rijp worden, vallen ze om, hangen naar beneden en laten in hun geheel los.

De den heeft bijzonder lange naalden, die paarsgewijs groeien. In het vlakke, platte land komt hij het meest voor. Ook kan hij voorkomen op zandige bodem, omdat hij met zijn penwortel tot aan het grondwater reikt. In het bos vormt de den paraplu-achtige kruinen en kale stammen. Wanneer hij vrij staat, kan hij er ook anders uitzien en net zoals vele loofbomen, zich vertakken. De dennenappels zijn kort en gedrongen met wigvormige schubben. De dennenappels worden pas rijp in het derde jaar na de bloei.

In het veen komt de moerasden voor, waarvan de takken zich soms als slangen over de bodem kronkelen. Ook de bergden van het hooggebergte heeft liggende takken, die pas aan de top omhoog komen. De arve of alpenden, eveneens een boom uit het hooggebergte, heeft een dikke, rechtopgaande stam. Zijn  mooie lange naalden staan in bosjes van vijf. De zaden hebben geen vleugeltjes en worden als zaden gegeten. Vanwege hun schoonheid worden ook buitenlandse soorten aangeplant, bv. de Weymouthden. Uit dennen wordt terpentijn gewonnen, alsmede hars voor de viool.

De liefelijkste van onze naaldbomen is de lariks, de lork. In de herfst laat hij zijn zachte, lichtgroene naalden vallen. Je zou hem de berk onder de naaldbomen kunnen noemen. Ondanks zijn tere voorkomen, komt hij tot hoog in het gebergte voor, waar je de hoogstammige, op licht aangewezen boom, dikwijls in kleinere groepen aantreft. Een heel mooi gezicht is het, wanneer in het voorjaar tussen de jonge, lichtgroene naaldscheden de purpurrode bloeikegels staan. Uit het hars van de lariks komt de beste terpentijn en er wordt zelfs een geneesmiddel van bereidt.

De taxus heeft brede en zachte naalden, die van boven donkergroen en aan de onderkant lichtgroen zijn. De bast van de taxus bladdert net zo af als bij de plataan. De boom heeft geen kegels, maar rode, besachtige bekervruchtjes, met een pit in het midden. Hoge taxussen komen zelden voor omdat ze heel langzaam groeien. Ook grote taxusstruiken zie je zelden. Daar staat tegenover dat vroeger de taxus heel veel voorkwam. Ze vormden het kreupelhout van de bossen, want ze houden van schaduw. Bij onze voorouders stond hij in hoog aanzien. De markt van de godenstad Asgard zou met taxussen beplant  zijn geweest.

Tegenwoordig worden de taxussen met uitsterven bedreigd. Nog een paar oude bomen leggen getuigenis af van hun vroegere pracht. De ouderdom van een paar wordt op één of twee duizend geschat. Taxussen kunnen meer dan tien meter hoog worden en een stamomvang bereiken van tot drie meter. Tegenwoordig vind je de taxus alleen nog als heester. De rode, slijmerige vruchten zijn niet giftig*, maar de naalden zijn voor sommige dieren schadelijk, zoals bv. het paard, het schaap en het zwijn, wanneer die de wilde grond ongehinderd afgrazen. De taxus neemt onder de naaldbomen een uitzonderingspositie in, omdat hij geen hars heeft en tweehuizig is. Wie erop let, kan vaststellen, dat de taxussen met katjes slanker zijn dan die met vruchten.

Ook de jeneverbes heeft geen gewone kegels, maar bessen met een blauwe waas, waaraan je wel kan zien dat ze alleen maar vlezig geworden kegels zijn (kegelbessen). De smaak ervan is kruidig. De jeneverbes groeit meestal als een struik en staat alleen. Zijn stam vertakt zich al meteen boven de grond; de naalden, hard, prikkend, vormen een ondoordringbare wirwar. Vele buitenlandse jeneverbessoorten die hun kruin vlak boven de aarde als een scherm uitbreiden, worden als sierstruiken aangeplant.

Ook de ceders en de cipressen van de zuidelijke landen, alsmede de levensbomen, die men vaak op kerkhoven vindt, behoren tot de naaldbomen. De levensboom heeft weliswaar geen naalden, maar korte bladschubben; maar de talloze kleine, verhoute kegeltje bewijzen hun verwantschap met de naaldbomen. De takken geuren net als bloemen, wanneer je ze fijn wrijft.

*Het vruchtvlees is niet giftig, maar in het zaad zit taxine en dat is wel erg giftig. Het zaadomhulsel verteert in de mensenmaag – niet in de vogelmaag – en het gif komt vrij.
Wat te doen als

Om een den van een spar en deze van een lariks te onderscheiden helpt een eenvoudig ezelsbruggetje:
spar begint met S, de s van solo: de naalden staan apart
den begint met D, de d van duo: de naalden staan met z’n tweeën
lariks begint met L, de l van legio, er staan veel naalden bij elkaar

terug naar de inhoudsopgave

Plantkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas: plantkunde

24-22

.